Woonwoordenboek: de termen uit bouw en interieur uitgelegd
Het woonwoordenboek legt de termen uit die in de gidsen van 21wonen.nl terugkomen, van dagmaat en borstwering tot slijtlaag, LRV en aardlekschakelaar. Per term staat wat het is en wat het betekent voor je keuze of je klus, met de maat erbij waar die vastligt. Bij elke maat staat of het een eis is uit het Besluit bouwwerken leefomgeving of NEN 1010, een industriestandaard of een vuistregel waarvan je mag afwijken.
Welke maat er bedoeld wordt als er een getal staat
Een maat zegt pas iets als je weet waar hij gemeten is. Een kozijn met een dagmaat van 83 cm, een deurblad van 83 cm en een vrije doorgang van ongeveer 80 cm horen bij dezelfde opening, en dat verschil bepaalt of een ladekast van 82 cm breed zonder kantelen door de deur gaat. Waar je daarna begint, staat op de startpagina over indelen, kleur, vloeren en klussen.
Bij elke maat maken we onderscheid tussen een eis, een industriestandaard en een vuistregel. Van een eis wijk je niet af, van een vuistregel wel zodra jouw reden beter is; waarom we dat zo scherp scheiden, lees je bij hoe de redactie met normen en vuistregels omgaat.
De maten zelf, met hun marge, zoek je op in de maatwijzer met 115 hoogtes en maten in huis. Hieronder staan de woorden die je nodig hebt om zo'n tabel goed te lezen.
| Term | Wat het is | Waar het ertoe doet |
|---|---|---|
| Dagmaat | De vrije maat binnen een kozijn of muuropening, van stijl tot stijl en van vloer of dorpel tot bovendorpel | Een binnendeurkozijn heeft als industriestandaard een dagmaat van 83 bij 201,5 cm |
| Buitenmaat | De maat over alles heen: bij een kozijn met de stijlen erbij, bij een meubel met poten, armleuningen en kussens | Een bank of kast vergelijk je op de buitenmaat met de vrije doorgang van elke deur op de route naar binnen |
| Vrije doorgang | De breedte die overblijft als de deur helemaal openstaat | Bij een binnendeur ongeveer 3 cm minder dan de dagmaat; voor nieuwbouw vraagt het Bbl minstens 85 cm breed en 230 cm hoog |
| Hart op hart | De afstand tussen het midden van twee onderdelen, afgekort als h.o.h. | De regels in een voorzetwand staan 40 tot 60 cm hart op hart, en op die plekken schroef je in hout in plaats van in gipsplaat |
| Hartlijn | De denkbeeldige horizontale lijn door het midden van wat aan de wand hangt | Voor een schilderij is 145 cm boven de vloer de vuistregel; boven een bank schuift hij op naar 150 tot 165 cm |
| Vrije hoogte | De hoogte van vloer of trede tot het laagste obstakel erboven: balk, plafond, lamp of trapgat | Boven een trap vraagt het Bbl 230 cm bij nieuwbouw en 190 cm in bestaande bouw |
| Peil | Het vaste nulpunt op een bouwtekening, meestal de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer bij de voordeur | Hoogtes van een uitbouw of nieuwe vloer worden ten opzichte van peil opgegeven, zodat de vloer niet lager uitkomt dan de kamer ervoor |
| Opbouwhoogte | De dikte van een vloerafwerking met alles eronder: ondervloer, lijm en egaline | Bij pvc klik 5 tot 8 mm en blijven de deuren meestal hangen, bij massief hout 25 tot 40 mm en moeten ze eraf |
| Nismaat | De ruimte die een inbouwapparaat in de kast nodig heeft | Een inbouwkoelkast volgt nishoogtes van 88, 122 of 178 cm: je meet de nis en niet het apparaat dat er nu in staat |
| Eis, standaard of vuistregel | Een eis komt uit het Bbl of een norm als NEN 1010, een industriestandaard is de maat waarop producten gemaakt worden, een vuistregel komt uit ergonomie of gewoonte | Van een trapleuning tussen 80 en 100 cm wijk je niet af, van een stopcontact op 30 cm wel, want dat is gewoonte |
De onderdelen van een deur, een raam en een kozijn
Een kozijn bestaat uit twee staande stijlen, een bovendorpel en bij een buitendeur of raam een onderdorpel. Het deel dat erin draait heet bij een deur het blad en bij een raam de vleugel, en de manier waarop die in het kozijn vallen bepaalt aan welke kant de scharnieren zitten.
Deze woorden heb je nodig zodra je een deur wilt laten omdraaien of een offerte voor een kozijn leest. Wat er bij een extra stuk gevel aan kozijnen en glas bijkomt, staat bij een erker aanbouwen aan een bestaande gevel, en waarom drievoudig glas zelden zonder aanpassing in een bestaand kozijn past bij de uitleg over bengglas en zijn gewicht.
| Term | Wat het is | Waar het ertoe doet |
|---|---|---|
| Kozijn | Het vaste raamwerk in de muur waarin een deur of raam draait, opgebouwd uit stijlen en dorpels | Binnendeurkozijnen zijn gemaakt op een dagmaat van 78, 83, 88 of 93 cm breed; voor een rollator of rolstoel kies je 93 cm |
| Sponning | De verdiepte rand in het kozijn waar het blad tegenaan valt als het dicht is | Sponning en scharnieren zitten aan de kant waar de deur naartoe draait, dus omdraaien betekent vaak een ander kozijn |
| Onderdorpel en drempel | De onderdorpel is het onderste deel van een buitenkozijn dat water keert; een drempel is de verhoging in een binnendeuropening | Boven 2 cm struikel je over een drempel en kom je er met een rollator niet zonder schuine aanloop over |
| Dagkant en negge | De dagkant is de zijkant van de muuropening aan de binnenkant, de negge dezelfde zijkant aan de buitenkant tussen gevel en kozijn | Een rolgordijn in de dag hangt tussen de dagkanten met 0,5 cm speling per zijde, gemeten op de smalste van drie hoogtes |
| Borstwering | Het stuk muur onder een raam, van de vloer tot de onderkant van het kozijn | Die hoogte bepaalt wat er onder het raam past: een bank tot 80 cm hoog blijft onder de vensterbank, een kast niet |
| Vensterbank | De plank op de borstwering aan de binnenkant, en buiten de afdekking die regenwater van de gevel houdt | Binnen 15 tot 30 cm diep; buiten steekt hij 3 tot 5 cm uit met een waterhol, anders loopt water terug over de gevel |
| Latei | De balk of het stalen profiel boven een deur- of raamopening die het metselwerk erboven draagt | Een opening in een dragende muur vergroten vraagt een nieuwe latei, en die rekent een constructeur uit |
| Stelruimte | De naad rondom een kozijn of fabriekselement, tussen het element en de muuropening | Rondom 10 tot 15 mm om het element te stellen, daarna gedicht met voorgecomprimeerd schuimband en kit |
| Draairichting | De kant van de scharnieren en de kant waar het blad naartoe opendraait | Links- en rechtsdraaiend wordt niet overal vanaf dezelfde kant bekeken; beschrijf bij bestellen waar de scharnieren zitten en of de deur van je af of naar je toe draait |
| U-waarde | Hoeveel warmte er per vierkante meter en per graad temperatuurverschil door glas of een wand weglekt, in W/m2K | Lager is beter: enkel glas zit rond 5,7, HR++-glas rond 1,1 en drievoudig glas rond 0,5 tot 0,7; die glaswaarde heet Ug, en met het kozijn erbij valt de waarde van het hele raam hoger uit |
De trap en de vide, waar de maten wettelijk vastliggen
Rond de trap staan de weinige maten in huis die echt een eis zijn. Ze komen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving, afgekort Bbl, dat op 1 januari 2024 het Bouwbesluit 2012 heeft vervangen. De eisen voor nieuwbouw zijn strenger dan die voor bestaande bouw, en een oude steile trap mag blijven zolang je hem niet vernieuwt.
De trapregel in de tabel is geen eis maar een vuistregel voor hoe een trap loopt. Een trap die aan het Bbl voldoet kan toch vermoeiend zijn als optrede en aantrede niet bij je pas passen. Wat je onder de trap kwijt kunt zonder aan de trap zelf te komen, staat bij de trap en de kast eronder.
| Term | Wat het is | Wat er vastligt |
|---|---|---|
| Optrede | De hoogte van één trede, van bovenkant tot bovenkant van de volgende | Maximaal 18,8 cm bij nieuwbouw; in bestaande bouw tot 22 cm |
| Aantrede | De horizontale diepte per stap, van de voorkant van de ene trede tot die van de volgende | Minstens 22 cm bij nieuwbouw |
| Looplijn | De denkbeeldige lijn waarover je een draaiende trap loopt, niet langs de smalle binnenkant van de draai | Op de looplijn gelden de treedmaten, dus in de punt van een kwartdraai mag een trede smaller zijn |
| Trapregel | De vuistregel 2 keer de optrede plus de aantrede | Tussen 58 en 64 cm loopt een trap in je gewone pas: 17 op en 26 aan geeft 60, 20 op en 22 aan geeft 62 |
| Vrije breedte | De bruikbare breedte van de trap | Minstens 80 cm bij nieuwbouw en 70 cm in bestaande bouw; onder 80 cm gaat een matras of bank moeilijk mee naar boven |
| Vrije hoogte boven de trap | De hoogte loodrecht boven de voorkant van een trede tot het laagste punt erboven | 230 cm bij nieuwbouw en 190 cm in bestaande bouw; bij een dichtgezette zoldertrap is dit de maat waarop je tegen de balk loopt |
| Trapleuning | De leuning langs de trap om je aan vast te houden | Tussen 80 en 100 cm hoog, gemeten vanaf de voorkant van de trede |
| Vloerafscheiding | Het hekwerk of de dichte rand langs een vide, trapgat of balkon | Verplicht bij meer dan 1 m verval: 100 cm hoog bij nieuwbouw, 90 cm in bestaande bouw, met openingen van hooguit 10 cm |
| Vide | Een open ruimte in een verdiepingsvloer, waardoor een ruimte over twee lagen doorloopt | Langs de rand geldt de eis voor een vloerafscheiding, en warmte en geluid lopen door naar de verdieping erboven |
Waar een wand van gemaakt is en hoe hij is afgewerkt
Voordat je iets ophangt of weghaalt, wil je weten waar een wand van gemaakt is en of hij iets draagt. Het materiaal herken je aan het gruis uit het boorgat: rood is baksteen, grijswit en fijn is kalkzandsteen, grof en wit is gasbeton, en wit poeder na een holle klank is gipsplaat. Per soort wand zie je in de ophangwijzer met de kilo's per bevestigingspunt welke plug erbij past.
Voor de afwerking gebruiken stukadoors en aannemers hun eigen woorden, en een oplevering met behangklaar wanden betekent niet dat je kunt gaan verven. Wat er bij het stucen van wand en plafond komt kijken, staat bij de gids over stucwerk.
| Term | Wat het is | Waar het ertoe doet |
|---|---|---|
| Dragende wand | Een wand die een vloer, een andere wand of het dak draagt | Tekenen zijn een wand die op elke verdieping boven een andere wand staat, dikker is dan 10 cm en een latei boven de deur heeft; zekerheid geeft alleen een constructeur |
| Voorzetwand | Een wand van houten regels of metalen profielen met gipsplaat, voor een bestaande muur of als losse scheidingswand | Hij klinkt hol met om de 40 tot 60 cm een massieve plek, en daar zit de regel waar een schroef direct in pakt |
| Kalkzandsteen | Grijswitte blokken of elementen van kalk en zand, in veel woningen van na 1970 de binnenwanden | Een nylon plug houdt er tot 20 kilo per punt; voor zwaar werk een chemisch anker en geen keilbout, want de steen scheurt van de spreidkracht |
| Gasbeton | Licht, wit tot lichtgrijs cellenbeton waar je met een schroevendraaier een groef in krast | Een gewone plug draait er los; een gasbetonplug met grove draad over 60 tot 100 mm houdt ongeveer 10 kilo |
| Spouwmuur | Een buitenmuur van twee lagen met een spouw ertussen, waarin bij nieuwere woningen isolatie zit | De open stootvoegen onderin het buitenblad ventileren de spouw en voeren water af, dus die dicht je niet |
| Behangklaar en sausklaar | Afwerkingsgraden van stucwerk: behangklaar is vlak maar niet glad, sausklaar is glad genoeg voor muurverf | Latex op behangklaar stucwerk laat elke oneffenheid zien; daar gaat eerst glasvlies of een extra stuclaag op |
| Spuitwerk | Een korrelige afwerklaag die op plafonds wordt gespoten, bij nieuwbouw de gangbare oplevering | Het verbergt kleine naden, maar een verplaatste lamp of rail laat een plek na die je moeilijk onzichtbaar bijwerkt |
| Glasvlies | Een overschilderbaar weefsel van glasvezel dat je op de wand plakt | Het overbrugt haarscheurtjes en krimpnaden die door een verflaag op glad stucwerk heen zouden tekenen |
| Koof | Een dichtgetimmerde kist langs wand of plafond om leidingen, een afvoer of een rolgordijn weg te werken | Onder een plafond van 250 cm maakt een koof van 15 cm de wand zichtbaar lager, dus houd hem zo smal als de leiding toelaat |
| Hollewandplug en kiepplug | Pluggen die achter een plaat openvouwen of omklappen en het gewicht over de achterkant verdelen | In gipsplaat houdt een metalen hollewandplug ongeveer 10 kilo en een kiepplug 12 kilo per punt, ruim onder de waarde op de verpakking |
| Chemisch anker | Tweecomponentenmortel in een schoongeblazen boorgat, met een draadstang of huls erin | De sterkste bevestiging in steen: tot 75 kilo per punt in beton, en in holle steen met een zeefhuls |
Elektraleidingen lopen in de meeste woningen recht boven of onder een schakelaar of stopcontact, en vaak horizontaal ernaast. Boor op die lijnen niet zonder eerst met een leidingzoeker te meten, en zet de groep uit als je in de buurt van een doos werkt.
De vloer en de lagen die eronder liggen
De meeste problemen met een nieuwe vloer zitten niet in de vloer, maar in wat eronder ligt. Een dekvloer die te nat is, een ondergrond die niet vlak is of een zwevende vloer die tegen de plint klemt, zie je terug als open naden, bolle stroken of glansplekken.
De termen hieronder komen in elk legvoorschrift terug. Welke vloer bij vloerverwarming, huisdieren of een natte ruimte past, zet de vloerwijzer met 13 vloeren en hun scores naast elkaar, en waar het leggen in de planning valt, staat bij de volgorde van een verbouwing met de wachttijden ertussen.
| Term | Wat het is | Waar het ertoe doet |
|---|---|---|
| Dekvloer | De laag zandcement of anhydriet die op de constructievloer wordt gestort, vaak met de vloerverwarming erin | Bij de oplevering van nieuwbouw is dit de kale vloer, en hij moet droog en vlak zijn voordat er iets op gaat |
| Restvocht | Het vocht dat na het storten nog in de dekvloer zit, gemeten in procenten | Met vloerverwarming gaat er gangbaar pas een verlijmde vloer op onder ongeveer 1,8 procent bij zandcement en 0,3 procent bij anhydriet; het voorschrift van de lijmfabrikant gaat voor |
| Opstookprotocol | Het schema waarmee de vloerverwarming een nieuwe dekvloer stap voor stap opwarmt | Wie het overslaat, legt op een vloer die nog krimpt en vocht afgeeft, met losse naden of een bolle vloer als gevolg |
| Egaline | Een vloeibare, zelfnivellerende mortel waarmee je een ondergrond vlak maakt | Onder een gietvloer of verlijmd pvc tekent elke oneffenheid door; met primer en egaline komt de opbouw op 5 tot 10 mm |
| Zwevend leggen | De vloer ligt los op een ondervloer en de planken houden elkaar vast met een kliksysteem | Hij zet uit en krimpt en heeft ruimte langs de wand nodig: ongeveer 5 mm bij pvc klik, 10 tot 15 mm bij laminaat |
| Verlijmd leggen of dryback | De vloer ligt volledig in de lijm op een geëgaliseerde ondergrond | Er zit geen luchtlaag tussen vloer en verwarming, daarom de keuze boven vloerverwarming; een strook vervangen kan alleen met warmte |
| Dilatatieprofiel | Een overgangsprofiel dat een zwevende vloer in een deuropening onderbreekt | De meeste fabrikanten vragen er een in elke deuropening, zodat twee ruimtes los van elkaar kunnen werken |
| Slijtlaag | De doorzichtige beschermlaag bovenop pvc, in tienden van millimeters | 0,3 mm is genoeg in een slaapkamer; in een gang of een woonkamer met een hond houd je 0,55 mm aan |
| Toplaag | Bij lamelparket de laag echt hout op een drager van multiplex of hdf, 2,5 tot 6 mm dik | Elke schuurbeurt kost ongeveer 1 mm: met 4 mm schuur je twee of drie keer, met 2,5 mm één keer |
| Messing en groef | De uitstekende lip aan de ene kant van een plank en de gleuf aan de andere kant waarin die valt | Bij massief hout telt het hout boven de messing: met 15 mm of meer schuur je de vloer vier tot zes keer |
| Slijtklasse | De AC-klasse die aangeeft hoeveel slijtage laminaat verdraagt: hoe hoger het cijfer, hoe slijtvaster | AC3 is bedoeld voor normaal wonen; voor een hal, gang of een huis met honden wil je AC4 of AC5 |
| Warmteweerstand | Hoe sterk een vloerafwerking warmte tegenhoudt, in m2K/W | Boven vloerverwarming blijft de afwerking met ondervloer als vuistregel onder 0,15 m2K/W; tapijt met ondertapijt komt daar ruim boven |
| Visgraat en Hongaarse punt | Twee legpatronen met stroken schuin tegen elkaar: bij visgraat haaks met rechte koppen, bij Hongaarse punt met schuin afgezaagde koppen | Bij Hongaarse punt lopen de koppen door in één rechte lijn per rij, en dat vraagt meer zaagwerk en snijverlies |
Wat er op een verfblik en een lampverpakking staat
Een kleur op de kaart en dezelfde kleur op je muur verschillen door drie dingen: de glansgraad van de verf, het licht dat erop valt en de ondertoon die in dat licht naar voren komt. De woorden op verfblikken en lampverpakkingen beschrijven precies die drie.
Hoeveel liter je nodig hebt, reken je uit met de verfcalculator die per ondergrond met een eigen rendement rekent. Hoe het licht van jouw windrichting een tint verschuift, zie je in de lichtwijzer voor acht windrichtingen en vier momenten van de dag, en welke kleur standhoudt naast een vloer of bank die blijft in de kleurmatcher voor wat je al hebt.
| Term | Wat het is | Waar het ertoe doet |
|---|---|---|
| Latex | De gangbare Nederlandse naam voor watergedragen muurverf voor wand en plafond | Bedoeld voor stucwerk, gipsplaat en glasvlies; voor kozijnen en deuren kies je lak die tegen stoten en afwassen kan |
| Rendement | Hoeveel vierkante meter je per laag met een liter verf dekt | De verfcalculator rekent met 10 m2 per liter latex op een gladde wand en 8 m2 op een grove; een kale ondergrond vraagt een extra grondlaag |
| Voorstrijk of primer | Een eerste laag die de zuiging van de ondergrond gelijktrekt en de hechting verbetert | Op kaal stucwerk of gipsplaat trekt de ondergrond anders de eerste laag verf op en krijg je vlekken in de glans |
| Glansgraad | Hoeveel licht de droge verf spiegelt, van mat via zijdemat en zijdeglans tot hoogglans | Mat strooit het licht en houdt een zonvlek egaal; zijdeglans spiegelt de zon en laat elke oneffenheid in de wand zien |
| Ondertoon | De kleur die onder een neutrale tint ligt, zoals geel of rood onder warm wit en blauw onder koel grijs | Leg een wit vel papier op je vloer: trekt het grijs naar blauw of naar bruin, dan weet je welke kant de muurkleur op moet |
| LRV | De lichtreflectiewaarde van een kleur, van 0 voor zwart tot 100 voor wit | Een plafond krijgt vooral indirect licht; met een LRV boven 70 blijft de kamer licht |
| Kelvin | De kleurtemperatuur van licht, afgekort als K: hoe lager het getal, hoe geler het licht | Een warme lamp is 2700 K, 4000 K is al koel wit en een bewolkte lucht zit rond 6500 K; zet binnen één zichtveld geen 2700 K naast 4000 K |
| Ra of CRI | De kleurweergave van een lamp, met 100 als maximum | Kies Ra 90 of hoger waar je kleur beoordeelt; bij Ra 80 ontbreekt vaak diep rood en zien hout en huid er vlak uit |
| Lumen | De hoeveelheid licht die een lamp geeft, los van hoeveel stroom hij verbruikt | Rond 800 lumen geeft evenveel licht als de oude gloeilamp van 60 watt |
| Dim to warm | Een ledlamp die bij dimmen geler wordt, zoals een gloeilamp dat deed | Een gewone led blijft gedimd op zijn kelvinwaarde staan en voelt daardoor kouder aan dan gedimd gloeilamplicht |
| Proefvlak | Een geschilderd stuk wand of karton om een kleur ter plekke te beoordelen | Minstens A3 en voor de laatste keuze 50 bij 50 cm, bekeken 's ochtends, rond het middaguur en 's avonds met alleen de lampen aan |
Termen bij meubels, stoffen en plaatmateriaal
Bij meubels gaan de termen over twee vragen: past het in de kamer, en houdt het het jaren vol. De eerste vraag beantwoorden de maten en loopruimtes, de tweede de stof, het schuim en het plaatmateriaal waar een productpagina alleen in de kleine letters iets over zegt.
Hoe loopruimtes en draaivlakken samen een indeling maken, staat bij een kamer indelen vanaf de vaste punten. Waar kunstleer van gemaakt is, lees je bij de uitleg over pu-leer en echt leer, en wanneer een versleten bank het opnieuw bekleden waard is bij wat een bank laten herstofferen kost.
| Term | Wat het is | Waar het ertoe doet |
|---|---|---|
| Zithoogte | De hoogte van de vloer tot de bovenkant van de zitting, gemeten op de ingezakte zitting | Een bank zit gangbaar op 44 cm en een eetstoel op 45 cm; het verschil met een tafelblad blijft 28 tot 32 cm |
| Zitdiepte | De afstand van de voorkant van de zitting tot de rugleuning | Rond 60 cm zit je rechtop met je voeten op de vloer; boven 70 cm zit je gedwongen onderuit |
| Loopruimte of doorloop | De vrije strook die je nodig hebt om langs of tussen meubels te lopen | Een hoofdroute houdt 90 cm vrij, want dan kom je met een wasmand langs; bij 120 cm passeren twee mensen elkaar |
| Draaivlak | De vloer die een deur, kastdeur of lade in beslag neemt als hij opengaat | Een binnendeur van 83 cm zwaait een kwartcirkel de kamer in, en in dat vlak zet je niets neer wat blijft staan |
| Couvert | De plek van één persoon aan tafel | Reken 60 cm breedte en 40 cm diepte per couvert, en 10 cm extra bij stoelen met armleuningen |
| Martindale | Een schuurtest voor meubelstof, uitgedrukt in het aantal toeren voordat de stof slijt | Voor een bank waar je elke dag op zit houd je minstens 20.000 toeren aan; stoffen voor hotels beginnen rond 40.000 |
| SG van schuim | Het soortelijk gewicht van polyetherschuim in kilo per kubieke meter | Schuim van SG 25 verliest zijn veerkracht merkbaar sneller dan schuim van SG 35 of hoger |
| Koudschuim of HR-schuim | Schuim met een onregelmatige, open celstructuur dat beter terugveert dan gewoon polyether | Het zit als draaglaag in de zitting en zakt bij hetzelfde gewicht minder snel in |
| Pu-leer | Een textieldrager met een laag polyurethaan erop, gemaakt om op leer te lijken | Makkelijk schoon te houden, maar de toplaag kan na jaren barsten of afbladderen en is dan niet te herstellen |
| Fineer | Een dun laagje echt hout dat op plaatmateriaal is gelijmd | Je ziet echt hout, maar diep schuren kan niet: een kras tot door het fineer blijft zichtbaar |
| Mdf en spaanplaat | Plaat van geperste houtvezels en lijm, of van houtspaanders en lijm | Mdf is glad en laat zich strak lakken; beide zwellen op waar water bij een onafgewerkte rand komt |
| Multiplex | Plaat van dunne houtlagen die kruislings op elkaar zijn gelijmd | Werkt nauwelijks met vocht en houdt een schroef in de kant beter vast dan spaanplaat |
| Hpl | Hogedruklaminaat: lagen papier en hars die onder hoge druk tot een harde plaat zijn geperst | Bestand tegen zuur uit wijn en citroen, dus je krijgt er geen doffe etsringen op zoals op gepolijst marmer |
| Bezorgmaat | De maat van een meubel zoals het verpakt wordt geleverd | Die wijkt af van de opgestelde maat en is de maat die door je deur, gang en trap moet |
Elektra en installatie, en waar de vakman begint
Bij elektra bepalen de woorden ook wat je zelf doet en wat niet. Een lamp op een bestaand lichtpunt aansluiten of een schakelaar vervangen kun je zelf, met de groep uitgeschakeld en na controle met een spanningszoeker. Werk in de groepenkast achter de hoofdzekering en het aanleggen van een nieuwe groep laat je aan een erkend elektricien.
Hoe twee schakelaars samen één lamp bedienen en welke ader op welke klem komt, staat bij het schema van een hotelschakeling.
| Term | Wat het is | Waar het ertoe doet |
|---|---|---|
| Meterkast en groepenkast | De meterkast bevat de aansluiting en de meters; de groepenkast daarin verdeelt de stroom over de groepen in huis | De kabel, de hoofdzekering en de meter zijn van de netbeheerder en blijven dicht |
| Hoofdzekering | De verzegelde zekering waarmee de netbeheerder de hele aansluiting afschermt | Alles direct daarachter, in de groepenkast, is werk voor een elektricien |
| Groep | Een eigen stroomkring met een eigen automaat, die een deel van de stopcontacten en lampen voedt | Een kookplaat of droger krijgt een eigen groep, anders slaat de automaat af zodra twee zware apparaten tegelijk aanstaan |
| Aardlekschakelaar | Een schakelaar die de stroom afsluit zodra er stroom weglekt, bijvoorbeeld via een lichaam naar de aarde | Wandcontactdozen horen achter een aardlekschakelaar van 30 mA |
| Wandcontactdoos | Het vakwoord voor een stopcontact | Een hoogte van 30 cm is gewoonte en geen norm; boven een werkblad komt hij gangbaar op 115 cm |
| Wisselschakeling | Twee wisselschakelaars die samen dezelfde lamp bedienen | In de winkel heet dit een hotelschakeling, en je vindt hem vooral in een hal met trap |
| Kruisschakeling | Een of meer kruisschakelaars tussen twee wisselschakelaars, voor drie of meer bedienpunten | Een kruisschakelaar herken je aan vier klemmen, een wisselschakelaar aan drie |
| Badkamerzones | De indeling die NEN 1010 maakt van de ruimte rond bad en douche | Binnen 60 cm van de rand van bad of douche komt geen wandcontactdoos |
| IP-waarde | Twee cijfers die zeggen hoe goed een armatuur beschermd is tegen stof en tegen water | IP44 is spatwaterdicht en de gangbare keuze voor een lamp of spiegel bij de wastafel |
In een woning die voor 1994 is gebouwd of verbouwd kan asbest zitten in vloerzeil, plaatmateriaal in en rond de meterkast, kit of een oude rookgasafvoer. Twijfel je, boor, schuur of breek er dan niet in en laat het materiaal eerst onderzoeken.
Woningtypen en de ruimtes die erbij horen
Veel gidsen gaan uit van het soort huis waarin je woont, want elk woningtype heeft zijn eigen maten en knelpunten. Een doorzonwoning heeft een smalle hal met de trap erin, en een jaren dertig woning heeft vaak een erker en een kamer en suite.
Wat een woonkamer die van voor naar achter doorloopt voor de indeling betekent, staat bij het inrichten van een doorzonwoning. De afwegingen bij een extra stuk huis, van fundering tot dak, vind je bij de keuzes bij een uitbouw of aanbouw.
| Term | Wat het is | Waar het ertoe doet |
|---|---|---|
| Doorzonwoning | Een rijtjeshuis, vooral gebouwd tussen 1950 en 1980, waarin de woonkamer van voorgevel tot achtergevel doorloopt | De kamer krijgt licht van twee kanten, maar de route van hal naar tuin loopt dwars door de indeling |
| Kamer en suite | Twee kamers achter elkaar, verbonden door een brede opening met schuifdeuren, vaak met kasten aan weerszijden | De wand met de schuifdeuren is dikker dan een gewone wand, dus meet hem apart op met de kasten erbij |
| Erker | Een uitbouw met veel glas die een bestaande kamer aan de gevel vergroot | Veel woningen uit de jaren twintig en dertig hebben er een; het glas bepaalt hoeveel warmte je daar verliest |
| Serre | Een glazen ruimte aan de achterkant van het huis, vaak met deuren tussen serre en kamer | Zonder isolatieglas wordt hij op het zuiden 's zomers heet en 's winters koud, en blijft het een kamer voor een deel van het jaar |
| Uitbouw | Een vergroting van een bestaande ruimte, meestal de woonkamer of keuken, zonder muur ertussen | De achtergevel die eruit gaat is vaak dragend, en de nieuwe vloer moet op peil aansluiten op de kamer |
| Aanbouw | Een aparte ruimte tegen het huis, zoals een bijkeuken, berging of garage, met een wand of deur naar de woning | Omdat er een wand tussen blijft, hoeft de gevel van het huis er niet uit |
| Dakkapel | Een uitbouw in het dakvlak met een verticale voorkant en een raam | Hij geeft over de breedte van de kapel stahoogte op een zolder waar onder het schuine dak eerst geen kast of bureau paste |
| Vliering | De bergruimte boven de zolder, onder de nok van het dak | Meestal bereikbaar met een luik en een schuiftrap en te laag om te staan, dus alleen geschikt voor opslag |
| Kruipruimte | De lage ruimte onder de begane grondvloer, boven de grond | Via het luik kom je bij leidingen en vloerisolatie; een vochtige kruipruimte zonder ventilatie brengt vocht en muffe lucht in huis |
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen de dagmaat en de buitenmaat van een kozijn?
De dagmaat is de vrije opening binnen het kozijn, van stijl tot stijl en van vloer of dorpel tot de bovendorpel. De buitenmaat meet over de stijlen heen en is de maat die het kozijn in de muuropening inneemt.
Voor een meubel dat naar binnen moet, telt de vrije doorgang. Met de deur open blijft er bij een binnendeur ongeveer 3 cm minder over dan de dagmaat, dus bij 83 cm reken je met ongeveer 80 cm.
Wat betekenen behangklaar en sausklaar?
Het zijn afwerkingsgraden van stucwerk. Behangklaar is vlak genoeg voor behang met enige dikte, maar er zitten nog kleine oneffenheden en gaatjes in. Sausklaar is glad genoeg om direct te verven.
Staat er in de technische omschrijving van een nieuwbouwwoning behangklaar, dan laat een laag latex elke oneffenheid zien. Daar gaat eerst glasvlies, renovlies of een extra laag stucwerk op voordat verf er strak uitziet.
Wat is het verschil tussen een uitbouw en een aanbouw?
Een uitbouw maakt een bestaande ruimte groter: de achtergevel gaat eruit en de woonkamer of keuken loopt door in het nieuwe deel. Een aanbouw is een aparte ruimte tegen het huis, zoals een bijkeuken, berging of garage, met een wand of deur tussen de aanbouw en de woning.
Het verschil zit vooral in de constructie. Bij een uitbouw verdwijnt een stuk gevel dat vaak dragend is, en daar hoort een berekening van een constructeur bij.
Hoe herken je of een muur dragend is?
Er zijn tekenen, maar geen zekerheid. Een dragende wand staat meestal op elke verdieping recht boven een andere wand, is dikker dan 10 cm, klinkt massief en heeft een latei of zichtbare balk boven de deuropening. Vloerbalken die haaks op een wand liggen, rusten er vaak op.
Een holle klank sluit niets uit, want een houten stijlwand kan ook dragen. Wil je een wand weghalen of een opening groter maken, dan beslist een constructeur met een berekening, en bij de gemeente vraag je na of er een vergunning of melding nodig is.
Wat betekenen kelvin, lumen en Ra op de verpakking van een lamp?
Kelvin is de kleur van het licht: 2700 K is warm geel lamplicht, 4000 K al koel wit. Lumen is de hoeveelheid licht, en rond 800 lumen geeft een lamp evenveel licht als de oude gloeilamp van 60 watt.
Ra zegt hoe natuurgetrouw kleuren eruitzien onder de lamp, met 100 als maximum. Boven een eettafel, bij een spiegel of op een wand waarvan je de kleur beoordeelt kies je Ra 90 of hoger, en in een gang of kast volstaat Ra 80.
Wat is het verschil tussen zwevend en verlijmd leggen?
Een zwevende vloer ligt los op een ondervloer en de planken klikken in elkaar. Hij zet uit en krimpt, dus hij krijgt ruimte langs de wand en meestal een profiel in elke deuropening, en hij kan er zonder sloopwerk weer uit.
Een verlijmde vloer zit volledig in de lijm op een geëgaliseerde ondergrond. Er zit geen luchtlaag onder en daarom kies je hem boven vloerverwarming; wat beide varianten kosten, staat bij de prijs van een pvc-vloer, geklikt of verlijmd.
Waarom heet een hotelschakeling in het vak een wisselschakeling?
Hotelschakeling is de naam uit de winkel en van de verpakking. In het vak heet een lamp die je vanaf twee plekken bedient een wisselschakeling, met twee wisselschakelaars van drie klemmen elk.
Wil je de lamp vanaf drie of meer plekken bedienen, dan komt er tussen die twee een kruisschakelaar met vier klemmen, en dat heet een kruisschakeling. Andere klussen aan schakelaars en lichtpunten staan bij elektra in huis zelf aanpakken.
Welke maten in huis zijn wettelijk vastgelegd?
Minder dan je zou denken. Het Besluit bouwwerken leefomgeving legt de trap vast met optrede, aantrede, breedte en vrije hoogte, en verder de trapleuning, de vloerafscheiding langs een vide en voor nieuwbouw de vrije doorgang van een deur en het daglicht per verblijfsgebied.
Voor de elektrische installatie geldt NEN 1010, met onder meer de zones in de badkamer en de aardlekschakelaar. De hoogte van een stopcontact, schakelaar, aanrecht of eettafel is een industriestandaard of gewoonte, en daarvan mag je afwijken.
Ik mis een term of een uitleg klopt niet. Waar meld ik dat?
Mail naar info@21wonen.nl en noem de term, of bij een fout de zin of maat waar het om gaat. Zet erbij in welke gids je het woord tegenkwam, dan komt de uitleg op de plek waar lezers hem nodig hebben.
Het adres en hoe je de redactie verder bereikt, staan op de contactpagina van 21wonen.nl.