Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Ophangen en boren: plug, schroef en het juiste gat

3 gidsen 14 minuten lezen

Wat je ophangt bepaalt het aantal punten, de wand bepaalt de plug en de boor. Een nylon plug van 8 mm houdt in gestuukte steen ongeveer 15 kilo per punt en in gipsplaat helemaal niets, terwijl een metalen hollewandplug daar tot 10 kilo doet. Alles wat breder is dan 40 cm hangt aan twee punten, en alles wat van de wand af steekt reken je op twee keer zijn gewicht. De hoogtes liggen vast in gewoontes: een schilderij met de hartlijn op 145 cm, een spiegel in de hal op 155 cm en een wandklok op 180 cm.

Alle gidsen over ophangen & boren

Haakjes zonder boren

Een haakje zonder boren houdt op een gestuukte, gesausde wand ongeveer 1 kg per punt, op een tegel 2 tot…

Ophangsysteem zonder boren

Een ophangsysteem zonder boren is zo sterk als zijn zwaarst belaste punt, niet als alle punten samen. Op een gesausde,…

Spiegel ophangen aan muur

Een spiegel zonder lijst zet je op klemmen: twee dragende klemmen onder de onderrand en twee schuifklemmen boven, met 1…

Wat je ophangt bepaalt de punten, de wand bepaalt de plug

Een ophangklus valt uiteen in twee vragen die los van elkaar staan: waaraan het gewicht blijft hangen, en op welke hoogte het ding komt. De eerste vraag gaat over de muur, de tweede over het voorwerp.

De volgorde die werkt loopt van de wand naar het gat. Eerst uitzoeken wat voor muur je voor je hebt, dan wegen wat eraan komt te hangen, dan tellen hoeveel punten dat nodig heeft, en pas daarna de boor en de plug kiezen. Bij de rest van het klussen in huis is de wand net zo goed de eerste vraag, want die bepaalt ook het gereedschap dat je erbij pakt.

Het aantal punten volgt uit de vorm en niet uit het gewicht. Alles wat breder is dan ongeveer 40 cm hangt aan twee punten: met één punt in het midden draait het scheef zodra de deur dichtslaat, en daarna blijft het scheef.

Alles wat van de wand af steekt telt dubbel. Een plank van 25 cm diep maakt een hefboom waarbij de bovenste schroef naar buiten wordt getrokken en de onderste tegen de wand wordt gedrukt, dus reken daar op ruwweg twee keer het gewicht dat erop komt te staan.

De tabel hieronder geeft per voorwerp het gewicht waar wij mee rekenen, het aantal punten en de hoogte. Weet je de wand en het gewicht, dan zet de ophangwijzer op een rij wat er in jouw muur houdt en wat er afvalt.

Wat je ophangtReken opPuntenWat erin gaat bij een gestuukte steenwandHoogte die wij aanhouden
Fotolijst van 30 bij 40 cm met glas1 tot 2 kg1, bij een brede lijst 2X-haak met geharde nagel of een spijkerhaakjeHartlijn op 145 cm
Ingelijst werk van 70 bij 100 cm4 tot 7 kg2, op 10 tot 20 cm uit elkaarNylon plug 8 mm met een schroef van 5 bij 60 mmHartlijn op 145 cm, boven een bank 150 tot 165 cm
Spiegel van 60 bij 80 cm, glas van 4 mm5 tot 7 kg met lijst2, of een doorlopende ophangrailTwee pluggen 8 mm met spiegelhakenHartlijn op 155 cm in de hal
Passpiegel van 60 bij 160 cm, glas van 5 mm12 tot 15 kg2 boven, plus een steun onder de onderrandNylon plug 8 mm, of leunend met een kantelbeveiligingOnderkant 15 tot 30 cm boven de vloer
Wandklok van 30 cm in kunststof0,5 tot 1,5 kg1X-haak, of een schroef met plug boven de 2 kgHartlijn op 180 cm
Zware klok met een slingerwerk3 tot 8 kg1, maar wel in de steenNylon plug 8 mm met een schroef van 5 bij 50 mmHartlijn 170 tot 200 cm
Wandplank van 80 cm op twee plankdragers8 tot 15 kg belast, met hefboom het dubbele2 dragers met elk 2 schroevenNylon plug 8 mm, bovenste schroef in het sterkste materiaalBoven een bureau 45 cm boven het blad
Hangkastje van 60 cm breed15 tot 30 kg gevuld4, verdeeld over een ophangrailPluggen 8 mm in steen, in een voorzetwand aan de regelOnderkant 55 cm boven het werkblad
Gordijnrails van 200 cm met gordijn3 kg stof, plus de ruk bij het dichttrekkenEen steun om de 60 tot 80 cmPlug 8 mm in de latei, of een schroef in het kozijnhout12 cm boven het kozijn
Kapstok van 80 cm10 tot 20 kg met natte jassen2, liefst allebei in een regelSchroef direct in het hout achter de plaatHaken op 170 cm
Televisie van 55 inch met wandbeugel15 tot 25 kg4, volgens het gatenpatroon van de beugelPlug 8 of 10 mm in steen, nooit in gipsplaat alleenMidden van het scherm op 105 cm

Het gat bepaalt wat de plug houdt

De plug draagt het gewicht niet. Een nylon plug klemt in de steen om het gat heen, en die klemming is zo goed als het gat zelf is: rond, op maat, diep genoeg en schoon.

Drie dingen halen de helft van die klemming weg. Boorstof dat in het gat achterblijft werkt als glijmiddel, een te ruim gat laat de plug meedraaien, en een te ondiep gat zet de schroefpunt op de bodem waarna de plug naar buiten wordt geduwd.

Boor daarom 10 mm dieper dan de plug lang is en blaas of zuig het gat leeg voordat de plug erin gaat. Zit er stucwerk op de muur, tel die laag er dan bij op: bij een plug van 40 mm en 10 mm stuc boor je 55 mm, want de plug hoort in de steen te beginnen en niet in het stuc.

Die stuclaag is de meest onderschatte laag van de klus. Zit de plug half in het zachte stuc, dan trekt hij bij belasting een trechter uit de wand, en dan repareer je een gat van 5 cm in plaats van een gaatje van 8 mm.

De klopstand is het tweede dat vaak verkeerd staat. Klop is bedoeld om hard materiaal te verbrijzelen, dus hij helpt in beton en baksteen en verpest een tegel, kalkzandsteen, gasbeton en elke gipsplaat.

WandBoorKlopstandBoordiepteWaar het gat misgaat
Gipsplaat of voorzetwand8 mm voor een metalen hollewandplug, 10 tot 13 mm voor een kiepplugUit, en op lage snelheidNet door de plaat van 12,5 mm heenDe boor zakt er vanzelf doorheen en schiet de holte in, waar leidingen lopen
Gestuukte steen6 of 8 mm steenboorUit tot je door de stuclaag bent, daarna aanPluglengte plus de dikte van het stuc plus 10 mmMet de klop meteen aan klapt het stucwerk rond het gat eraf
Beton6 of 8 mm met een hardmetalen puntAanPluglengte plus 10 mmStuit je op wapening, verplaats het gat 3 tot 5 cm en boor niet door
Kalkzandsteen6 of 8 mm steenboorUit of op de lichtste standPluglengte plus 10 mmHet materiaal is bros en het gat wordt ruim; blijf 5 cm van een hoek en een voeg
Baksteen6 of 8 mm steenboorAan, maar met weinig drukIn oude zachte steen een plug van 50 tot 60 mmIn een buitenmuur zakt de boor na 100 mm weg in de spouw
Gasbeton of cellenbetonPrecies de maat die op de gasbetonplug staat, 8 of 10 mmUitDe volle lengte van de plug, meestal 60 tot 100 mmMet de klop erop maak je een krater in plaats van een gat
TegelsTegelboor, daarna wisselen naar een steenboorUit tot je door de tegel bent, daarna aan6 tot 12 mm tegel plus de diepte in de wand erachterHet glazuur springt eraf en de scheur loopt door tot de volgende voeg
Hout of multiplexHoutboor van ongeveer 70 procent van de schroefdiameter, 3,5 mm bij een schroef van 5 mmUitIets minder diep dan de schroef lang isBinnen 5 cm van een uiteinde splijt het hout als je niet voorboort
Holle bouwsteenDe maat van de kiepplug of de zeefhulsUit of op de lichtste standDoor het buitenwandje van 10 tot 20 mm heenMet de klop sla je de ribben binnenin stuk en is er niets meer om aan te verankeren

Hoeveel elke bevestiging per punt houdt

Op elke verpakking staat een aantal kilo's, en dat getal komt uit een testopstelling met een verse plaat of een blok beton. De waarden hieronder liggen daar bewust onder, want jouw muur is ouder, poederiger, gestuukt of geverfd.

De getallen gelden per bevestigingspunt in een droge, gezonde ondergrond. Twee punten verdubbelen dat niet: reken met anderhalf keer, want een last trekt zelden precies gelijk aan beide punten. Wat twee punten wel doen is het voorwerp meteen recht houden, en dat scheelt meer dan een zwaardere plug op één plek.

De richting van de kracht telt net zo zwaar als het gewicht. Een lijst trekt langs de wand naar beneden, een kapstok krijgt een ruk naar buiten en een plank maakt een hefboom. Bij alles waar getrokken of aan gehangen wordt, is de schok al gauw het dubbele van het stilstaande gewicht.

De grens tussen wel en niet boren ligt rond de vier kilo per punt op een gesausde of gestuukte wand. Blijft alles daaronder en wil je geen gat, dan is ophangen zonder boren tot ongeveer vier kilo per punt een reële route; daarboven houdt geen enkele lijmverbinding het meer.

Kijk in de tabel ook naar de lege vakjes. Een nylon plug in gipsplaat en een hollewandplug in massieve steen staan er niet voor niets als ongeschikt: ze hebben allebei precies het materiaal nodig dat de ander niet heeft.

BevestigingBoren nodigPer punt in gestuukte steenPer punt in gipsplaatWaarvoor je hem pakt
Plakstrip met klittenbandNee1 kg1 kgLijstjes en tegeltjes die je regelmatig wisselt
Montagetape van dubbelzijdig foamNee1 kg1 kgVlakke dingen die strak tegen de wand liggen, op tegel tot 3 kg
SpijkerhaakjeNee2,5 kg2 kgFotolijsten op stucwerk, gipsplaat of hout
X-haak met geharde nagelNee4 kg3 kgDe sterkste keuze zonder boormachine, niet in tegel of gasbeton
MontagekitNee3 kg2 kgVaste decoratie die er nooit meer schadevrij af hoeft
SpiegellijmsetNee4 kg3 kgSpiegels en vlakke panelen, op tegel en glad beton tot 8 kg
Nylon plug met schroefJa15 kg, in beton 25 kgOngeschikt, hij draait rond in zijn eigen gatDe standaard voor bijna alles in steen en beton
Kunststof hollewandplugJaOngeschikt4 kgEen klok, een rookmelder of een lijst in een voorzetwand
Metalen hollewandplugJaOngeschikt10 kgGipsplaat waar geen regel achter zit, niet voor kast of televisie
Kiepplug of tuimelplugJaOngeschikt12 kgHet sterkste in een holle wand of een holle bouwsteen
Schroef direct in de houten regelJaAlleen in houten delen15 kgKapstok, hangkast en wandbeugel achter een voorzetwand
GasbetonplugJaAlleen in gasbeton, 10 kgOngeschiktCellenbeton, met een grove draad over 60 tot 100 mm
Keilbout of doorsteekankerJa25 kg, in beton 50 kgOngeschiktBeugels en consoles in beton, niet in kalkzandsteen of gasbeton
Chemisch anker met injectiemortelJa50 kg, in beton 75 kgOngeschiktZonwering, constructief werk en bros materiaal dat van spreidkracht scheurt

Spijker, schroef of haakje: wat waar in gaat

Een gewone draadnagel in een gestuukte muur is de bevestiging waar de meeste dingen van afvallen. Hij maakt een rond gat in bros materiaal, hij zit er recht in, en het gewicht trekt hem langs diezelfde lijn weer naar buiten.

Het haakje dat wel werkt zet de nagel onder ongeveer 45 graden. Die schuine stand is het hele mechanisme: het gewicht duwt de nagel de wand in in plaats van eruit, en de klemming zit over 20 tot 30 mm materiaal in plaats van alleen in de punt.

Een X-haak met een geharde nagel gaat dwars door de stuclaag tot in de steen erachter en houdt daar tot ongeveer 4 kilo. Hij laat een gaatje van 2 mm achter in plaats van een boorgat van 8 mm, dus de reparatie is een likje verf. In hard beton of harde kalkzandsteen buigt die nagel of springt hij terug, en dan is dit niet je bevestiging.

Een schroef met plug is de enige van de drie die tegen trekken kan. Alles waar aan gerukt wordt, een kapstok, een handdoekhouder, een gordijnrails, hoort daarom aan een schroef en niet aan een nagel, ook als het stilhangende gewicht laag is.

Wie wil ophangen zonder spijkers en zonder gaatje, komt uit bij plaksystemen en klemsystemen. Wat daarvan per soort houdt staat bij haakjes die zonder boren aan de muur blijven, en voor lijstwerk bij een schilderij ophangen zonder spijker of boorgat.

Tik een haakje altijd recht van voren in en houd het met een tang vast in plaats van met je vingers. Een schuine tik buigt de nagel krom, en een kromme nagel maakt het gaatje wijder dan het hoort te zijn.

Op welke hoogte alles aan de muur komt

De hoogtes in huis zijn gewoontes en geen voorschriften, maar ze komen ergens vandaan: uit ooghoogte, uit de hoogte van het meubel eronder of uit de maat van het kozijn. Wie ze aanhoudt, krijgt een wand die rustig oogt zonder dat je kunt aanwijzen waarom.

De maat die het meest oplevert is de hartlijn van 145 cm voor een schilderij, het midden van het werk op ooghoogte van wie staat. Hang alles in dezelfde kamer op die ene hartlijn, ook lijsten van verschillend formaat, dan loopt er een onzichtbare lijn door de ruimte.

Boven een meubel telt de afstand tot dat meubel zwaarder dan de hartlijn. Houd 25 cm tussen de rugleuning of het blad en de onderrand aan, waardoor de hartlijn omhoog schuift naar 150 tot 165 cm.

Een spiegel volgt het gezicht en niet de ooghoogte van een schilderij. In de hal komt de hartlijn op 155 cm, zodat de bovenrand boven het hoofd van de langste huisgenoot uitkomt. Boven een wastafel gaat de onderkant 20 cm boven het blad, want dan kijk je in je gezicht en niet tegen je hals.

Een wandklok hangt hoger dan al het andere, met de hartlijn op 180 cm en een marge van 170 tot 200 cm. Dat is boven ooghoogte en boven de meubels, zodat je hem van de andere kant van de kamer leest zonder dat er iets voor staat.

Meet elke hoogte vanaf de afgewerkte vloer. Ligt die er nog niet, tel de opbouw dan bij je potloodstreep op, want 20 mm ondervloer met tegel verschuift elke hartlijn met precies diezelfde 20 mm.

Wat je ophangtHoogte die wij aanhoudenMarge die werktWaar de maat vandaan komt
Schilderij, hartlijn boven de vloer145 cm140 tot 155 cmOoghoogte van wie staat; alles in de kamer op dezelfde lijn
Schilderij boven een bank, onderrand25 cm boven de rugleuning20 tot 30 cmLager lijkt het werk op de bank te leunen
Schilderij boven een dressoir, onderrand25 cm boven het blad20 tot 30 cmEr past nog een lamp of een vaas voor zonder de lijst te raken
Lijsten in een wandcollage, tussenruimte6 cm5 tot 8 cmBoven 10 cm valt de groep uiteen in losse lijstjes
Lijst in een trapgat, hartlijn145 cm boven de neus van de trede140 tot 150 cmMeet loodrecht boven de trede waar je staat, dan loopt de rij mee met de trap
Spiegel in de hal, hartlijn155 cm150 tot 165 cmDe bovenrand moet boven het hoofd van de langste huisgenoot uitkomen
Spiegel boven de wastafel, onderkant20 cm boven het blad15 tot 25 cmRuimte voor de kraan en het zeeppompje
Wandklok, hartlijn180 cm170 tot 200 cmBoven ooghoogte en boven de meubels, zodat niemand ervoor staat
Televisie, midden van het scherm105 cm100 tot 115 cmOoghoogte van wie op de bank zit, bij een zitting van 44 cm
Wandlamp, hart160 cm150 tot 170 cmOoghoogte; in een open lamp kijk je anders recht in de bron
Kapstok, hoogte van de haken170 cm160 tot 180 cmEen lange jas hangt 100 cm af en blijft zo vrij van de vloer
Handdoekhaak naast de wastafel140 cm120 tot 160 cmBinnen handbereik met natte handen
Wandplank boven een bureau, onderkant45 cm boven het blad40 tot 60 cmEen ordner van 32 cm past eronder en je stoot je hoofd niet
Gordijnrails, hoogte boven het kozijn12 cm10 tot 15 cmHet raam lijkt hoger en het gordijn blijft van het glas
Gordijnrails, uitloop naast het kozijn20 cm per zijde15 tot 25 cmDaar parkeert het opzij geschoven gordijn, buiten het daglicht
Hangkastje, onderkant boven het werkblad55 cm50 tot 60 cmOnder 50 cm past de keukenmachine er niet onder

De haak uitrekenen in plaats van de lijst verschuiven

Een lijst hangt niet op de hoogte van zijn haak, want tussen die haak en de bovenrand zit de zakking van het draad of de diepte van het beslag. Reken die mee, dan klopt de hoogte in één keer en hoef je geen tweede gaatje te maken.

De som heeft drie getallen: de hartlijn, de halve hoogte van het werk en de zakking. Span het draad met een vinger omhoog alsof het al aan de haak hangt, en meet hoeveel centimeter er dan tussen dat punt en de bovenrand zit.

Een werk van 80 cm hoog op een hartlijn van 145 cm heeft zijn bovenrand op 185 cm. Zakt het gespannen draad 5 cm onder die rand, dan komt de haak op 180 cm, en 35 cm boven de hartlijn die je had afgetekend.

Hang alles boven de 40 cm breed aan twee punten. Twee haken op 10 tot 20 cm uit elkaar, symmetrisch om het midden, houden het werk recht ook als de wand dat niet is, en ze verdelen het gewicht over twee plekken steen of gips.

Meet de hoogte van beide haken vanaf de vloer en niet vanaf het plafond. Plafonds lopen af en vloeren ook, maar je oog vergelijkt een lijst met de vloer en met de kozijnen ernaast.

Gebruik bij twee punten liever twee D-ringen op de zijlatten dan één gespannen draad. Een draad laat het werk om zijn ophangpunt kantelen bij elke trilling, en twee vaste ringen kunnen dat niet.

Een spiegel ophangen begint bij het gewicht van het glas

Bij een spiegel is het gewicht geen schatting maar een som. Spiegelglas weegt ongeveer 2,5 kilo per vierkante meter per millimeter dikte, dus 4 mm komt uit op 10 kilo per vierkante meter en 6 mm op 15 kilo.

Een spiegel van 60 bij 80 cm in 4 mm beslaat 0,48 vierkante meter en weegt dus bijna 5 kilo. Dezelfde maat in 6 mm met een houten lijst eromheen zit al boven de 8 kilo, en dat is het verschil tussen twee X-haken en twee pluggen in de steen.

Boven ongeveer 10 kilo of een halve vierkante meter hoort een spiegel niet alleen aan lijm. Fabrikanten van spiegellijm adviseren dan een mechanische steun onder de onderrand, een latje of twee klemmen. Dat is een advies en geen norm, maar het scheelt wel of glas dat loslaat naar beneden schuift of op de vloer uiteenvalt.

Een metalen klem ondersteunt de onderrand van de spiegel
Een metalen klem ondersteunt de onderrand van de spiegel. Tussen glas en metaal zit een beschermend tussenstuk.

Gebruik neutraal uithardende spiegellijm en geen gewone siliconenkit. Kit die azijnzuur afgeeft tast de zilverlaag aan de achterkant aan, en dat zie je een half jaar later terug als zwarte vlekken langs de randen.

Breng de lijm aan in verticale rupsen en niet in een gesloten rechthoek. Vocht achter de spiegel moet naar beneden weg kunnen, en in een badkamer bepaalt dat of de onderrand na twee jaar blind slaat.

Draai een spiegelklem of een haak nooit strak tegen het glas. Glas verdraagt geen puntdruk: een klem die klemt in plaats van draagt zet spanning in de rand, en daar begint de scheur. Hoe je de klemmen uitlijnt en hoeveel speling ze houden staat bij een spiegel aan de muur bevestigen met klemmen of haken. Moet er geen gat in de tegels, dan kan een spiegel ophangen zonder boren tot ongeveer 8 kilo op glad glazuur.

SpiegelmaatOppervlakDikte van het glasGewicht van het glasWat die maat vraagt
40 bij 60 cm0,24 m24 mm2,4 kgEén punt volstaat op stucwerk, een X-haak houdt dit
60 bij 80 cm0,48 m24 mm4,8 kgTwee punten, of een spiegellijmset op tegel
70 bij 100 cm0,70 m25 mm8,8 kgTwee pluggen van 8 mm en een steun onder de onderrand
80 bij 120 cm0,96 m25 mm12 kgPluggen met spiegelhaken, lijm alleen is hier te weinig
60 bij 160 cm, passpiegel0,96 m25 mm12 kgVast aan twee punten, of leunend met een kantelbeveiliging
100 bij 200 cm2,0 m26 mm30 kgSpiegelklemmen in massieve steen of een chemisch anker, nooit in gipsplaat

Een wandklok ophangen, van licht tot zwaar

Een wandklok hangt bijna altijd aan één punt, want achterop zit één sleutelgat. Datzelfde sleutelgat is de reden dat een klok scheef gaat hangen: het gat is ruimer dan de schroefkop, dus de klok zoekt zelf zijn plek.

Draai de schroef daarom niet helemaal aan. Laat 3 tot 5 mm tussen de kop en de wand, zodat de klok over de hals van de schroef zakt en vlak tegen de wand komt in plaats van op de kop te balanceren.

Tot anderhalve kilo volstaat op een gestuukte wand een X-haak of een spijkerhaakje. De vraag of je een klok ophangt met een spijker of met een schroef wordt beslist door het gewicht: boven de 2 kilo gaat er een schroef met een plug in, want een nagel in bros stucwerk wordt langzaam uit zijn gat getrokken.

Een zware klok ophangen is een ander verhaal. Een stationsklok of een klok met een slingerwerk weegt 3 tot 8 kilo en hoort met een plug van 8 mm in de steen te zitten, niet aan de gipsplaat van een voorzetwand. Zit daar geen steen achter, zoek dan de houten regel.

Een klok met een slinger stelt nog een eis die niets met gewicht te maken heeft: de kast moet loodrecht hangen en de slinger moet naar beide kanten even ver uitslaan. Hangt hij scheef, dan tikt hij ongelijk en staat hij binnen een dag stil, en dat is geen mankement maar een kwestie van de kast rechtzetten.

Kies de hoogte naar waar je hem leest en niet naar waar de wand leeg is. Op 180 cm kijk je over de meubels heen; boven een deurkozijn op 210 cm kijk je er zo steil tegenaan dat je de wijzers slechter onderscheidt, en je moet er met een opstapje bij kunnen om de batterij te wisselen.

Gordijnrails ophangen, en wat een erker anders maakt

Een gordijnrails bezwijkt niet onder het gewicht maar onder de ruk. Het gordijn zelf is licht, maar wie het elke avond met een zwaai dichttrekt, belast de buitenste steun met een veelvoud van dat gewicht.

Reken het gewicht toch uit, want daar volgt het aantal steunen uit. Verduisterende stof weegt 250 tot 350 gram per vierkante meter, en met tweemaal de railbreedte aan stof kom je bij een raam van 200 bij 250 cm op ongeveer 10 vierkante meter en dus op zo'n 3 kilo.

Zet de steunen om de 60 tot 80 cm en altijd binnen 10 cm van elk uiteinde. Bij zware of dicht geplooide stof ga je naar 50 cm, want een rail die tussen twee steunen doorzakt laat de runners stroef lopen, en dan trekt iedereen er harder aan.

De rail komt 12 cm boven het kozijn, met 10 tot 15 cm marge, en loopt 20 cm per zijde door naast het kozijn. Die uitloop is de parkeerplek van het opengeschoven gordijn; zonder die 20 cm hangt je stof overdag voor het glas.

Boven het kozijn zit vaak een betonnen latei van ongeveer 10 cm hoog. Die is hard om in te boren maar houdt uitstekend: een plug van 8 mm met een schroef van 5 bij 60 mm zit er muurvast in. Zit de rail in het houten kozijn zelf, dan gaat er een houtschroef in zonder plug.

In een erker geldt dit alles ook, behalve bij de hoeken. Erker gordijnrails bestaan uit één gebogen rail of uit rechte stukken met hoekverbinders, en het verschil zit in de vraag of de runners de bocht door kunnen of dat je elke haak met de hand om de hoek duwt.

Meet in een erker eerst alle hoeken na. Een erker die op de bouwtekening 135 graden is, staat in het echt zelden precies zo, en een rail die op 135 graden is gebogen sluit dan aan één kant niet aan tegen de muur. Leg er een sjabloon van karton tegenaan en teken de werkelijke hoek over.

Soort erkerWat erin komtWaar het op vastloopt
Rechthoekige erker met twee hoeken van 90 gradenDrie rechte railstukken met twee gebogen hoekdelenEen scherpe hoekverbinder stopt de runners; alleen een ruime bocht laat de haken passeren
Schuine erker met drie vlakken en stompe hoekenEén rail, op maat gebogen naar de gemeten hoekenDe hoek wijkt af van de tekening; meet met een kartonnen sjabloon en niet met de plattegrond
Ronde of getoogde erkerRail uit één stuk, door de leverancier op de straal gebogenIn de bocht staan de steunen dichter, om de 40 tot 50 cm, anders wringt de rail zich krom
Erker met het kozijn tot tegen het plafondPlafondmontage, met de rail 5 tot 10 cm uit het glasIn een betonnen plafond een plug van 6 mm; onder een houten verdiepingsvloer schroef je in de balk
Erker met een radiator onder het raamGordijn tot 2 cm boven de vensterbankStof die voor de radiator valt houdt de warmte achter het gordijn en laat die tegen het koude glas weglopen
Erker in een huurwoning waar niet geboord mag wordenKlemmende of spannende ophangsystemen in de dag van het kozijnDie dragen weinig en hangen in het raamvlak, dus ze werken voor vitrage en niet voor verduistering

Planken, plankdragers en alles wat van de wand af steekt

Een plank belast zijn bevestiging anders dan een lijst. Het gewicht hangt niet langs de wand naar beneden maar staat een stuk ervoor, en dat verschil maakt van elke schroef een hefboom.

De plank rust op twee zichtbare dragers
De plank rust op twee zichtbare dragers. Het gewicht van de plank en de spullen komt via die dragers op de wand terecht.

De som is eenvoudig. Zitten de twee schroeven van een plankdrager 15 cm boven elkaar en ligt het zwaartepunt van wat erop staat 12 cm uit de wand, dan trekt 10 kilo op de plank met ongeveer 8 kilo aan de bovenste schroef. Die bovenste schroef hoort daarom in het sterkste materiaal dat de wand te bieden heeft.

In een voorzetwand zoek je daarvoor de houten regel. Een metalen hollewandplug houdt statisch tien kilo, maar die trek scheurt op termijn een halve maan uit het gips, en dat gaat langzaam genoeg om onopgemerkt te blijven.

De plank zelf is de tweede grens. Massief hout van 18 mm buigt boven een overspanning van 80 tot 90 cm zichtbaar door met boeken erop, en recht wordt dat niet meer. Zet er een derde drager tussen of neem 27 mm.

Bij blinde plankdragers, de pennen die in de plank verdwijnen, loopt de hele hefboom door één pen in het hout. Dat type vraagt dus een massieve plank en een massieve wand, en in gipsplaat is het niet op zijn plek.

Plankdragers zonder boren bestaan, maar ze verschuiven die grens niet: een plakverbinding houdt op stucwerk vier kilo per punt, en met de hefboom erbij blijft daar een plankje voor een plant van over. Wat er dan wel kan staat bij een plank ophangen zonder boren.

Wil je in huis helemaal schroefloos werken, dan kom je uit bij klemmen tussen vloer en plafond, haken over een deurblad en railsystemen die op het kozijn steunen. Welke daarvan wat draagt staat bij een ophangsysteem zonder boren kiezen.

Ophangwijzer

Kies je wandtype en het gewicht van wat je wilt ophangen. Je ziet welke bevestiging het houdt, tot hoeveel kilo, en wat je beter niet doet. Open de volledige ophangwijzer

Veelgestelde vragen

Hoe hang je een spiegel op aan de muur?

Reken eerst het gewicht uit: spiegelglas weegt ongeveer 10 kilo per vierkante meter bij 4 mm dikte en 15 kilo bij 6 mm. Een spiegel van 60 bij 80 cm in 4 mm komt daarmee op bijna 5 kilo en hangt aan twee punten, op een gestuukte wand met pluggen van 8 mm en spiegelhaken.

Boven de 10 kilo komt er altijd een mechanische steun onder de onderrand bij, ook als je lijmt. Hoe je de klemmen uitlijnt en hoeveel speling glas nodig heeft, staat bij een spiegel bevestigen aan de muur.

Hoe hoog moet je een klok ophangen?

Wij houden de hartlijn van een wandklok op 180 cm boven de vloer aan, met een marge van 170 tot 200 cm. Dat is boven ooghoogte en boven de meubels, zodat je hem van de andere kant van de kamer leest zonder dat er een kast of een lamp voor staat.

Ga niet hoger dan 200 cm, want dan kijk je er te steil tegenaan en onderscheid je de wijzers slechter. Houd de klok ook bereikbaar met een opstapje, want een uurwerk op batterijen vraagt een paar keer per jaar aandacht.

Hang je een klok op met een spijker of met een schroef?

Het gewicht beslist. Tot ongeveer anderhalve kilo houdt een X-haak met een geharde nagel of een spijkerhaakje het prima op stucwerk, gipsplaat of hout, en dat laat een gaatje van 2 mm achter in plaats van een boorgat.

Boven de 2 kilo gaat er een schroef met een plug in. Een nagel in bros stucwerk wordt namelijk langzaam uit zijn gat getrokken, en dat merk je pas als de klok een keer op de vloer ligt. In beton en harde kalkzandsteen buigt zo'n nagel sowieso, dus daar begin je er niet aan.

Hoe hang je een zware klok op zonder dat hij scheef zakt?

Een zware klok van 3 tot 8 kilo hangt aan één schroef met een nylon plug van 8 mm in de steen, en niet aan de gipsplaat van een voorzetwand. Zit daar geen steen achter, zoek dan met een magneet de houten regel en schroef daarin.

Laat 3 tot 5 mm tussen de schroefkop en de wand, zodat de klok over de hals zakt en vlak tegen de muur ligt. Heeft de klok een slinger, dan moet de kast loodrecht hangen en moet de slinger naar beide kanten even ver uitslaan, anders staat het uurwerk binnen een dag stil.

Welke plug heb je nodig in een gipsplaten wand?

Voor tot vier kilo volstaat een kunststof hollewandplug. Tot tien kilo pak je een metalen hollewandplug met een gat van 8 mm, die je met een hollewandtang aantrekt, want met alleen een schroevendraaier draait hij rond zonder open te vouwen. Een kiepplug doet tot twaalf kilo en vraagt een gat van 10 tot 13 mm.

Alles daarboven hangt niet aan de plaat maar aan het frame. Zoek de houten regel, die om de 40 tot 60 cm zit, en schroef daar minstens 40 mm in. Een nylon plug heeft in gipsplaat geen zin, want er is niets om in te klemmen.

Hoe diep moet je boren voor een plug?

Tien millimeter dieper dan de plug lang is. Die extra ruimte vangt het boorstof op dat je er niet uit krijgt en voorkomt dat de schroefpunt tegen de bodem komt en de plug naar buiten duwt.

Zit er stucwerk op de wand, tel die laag er dan bij op. Bij een plug van 40 mm en 10 mm stuc boor je dus 55 mm, want de plug hoort voorbij het zachte stuc in de steen te beginnen. Plak een streepje tape op de boor op die maat, zodat je niet dwars door een binnenmuur van 70 mm heen gaat.

Kun je iets ophangen zonder te boren?

Tot ongeveer vier kilo per punt op een gladde, gesausde of gestuukte wand, en tot acht kilo op glad glazuur. Niet boren maar plakken werkt met plakstrips, montagetape, montagekit of een spiegellijmset, en de grens ligt niet in de lijm maar in de verf- of stuclaag waar die lijm op zit.

Op kale baksteen, kalkzandsteen en gasbeton hecht geen enkele plakoplossing, want die ondergronden zijn poreus en stoffig. Wat er in jouw geval overblijft, rolt uit de ophangwijzer als je de wand, het gewicht en het voorwerp invult.

Welke ophangsystemen zonder boren zijn er?

Er zijn er grofweg drie soorten. Plaksystemen zoals strips, tape en kit hangen aan de verflaag en houden één tot vier kilo per punt. Kleefhaken en X-haken laten een gaatje van hooguit 2 mm achter en komen tot vier kilo. Klem- en spansystemen dragen het gewicht helemaal niet aan de wand over, maar tussen vloer en plafond, over een deurblad of op het kozijn.

Welke van de drie past hangt af van de wand en van wat je ophangt. De onderlinge verschillen en de kilo's per systeem staan bij ophangsystemen die zonder boren werken.

Hoe hang je een schilderij op zonder spijkers?

Voor een lijst tot twee kilo werken twee plakstrips met klittenband, verdeeld over een strook boven en een strook onder, zodat de lijst niet aan de bovenrand van de wand af kantelt. Ontvet de plek eerst met spiritus en niet met een allesreiniger, want die laat een filmpje achter waar lijm niet op pakt.

Tot vier kilo is een X-haak de sterkste keuze die geen boormachine vraagt. Verse latex die nog geen vier weken hard is, laat met lijm en al los; wacht dan liever of kies een haak. De volledige afweging per gewichtsklasse staat bij een schilderij ophangen zonder boren.

Kun je plankdragers zonder boren monteren?

Alleen voor heel lichte planken. Een plakverbinding houdt op stucwerk vier kilo per punt, en omdat een plank uitsteekt, telt de last die erop komt ongeveer dubbel. Praktisch blijft er dan een plankje voor een lijstje of een plant over.

Wie een plank met boeken of serviesgoed wil dragen, ontkomt niet aan schroeven met pluggen, en in een voorzetwand aan de houten regel erachter. Wat er wel kan zonder gaten, en welke klemsystemen dan in beeld komen, staat bij een plank ophangen zonder boren.

Hoe reken je uit op welke hoogte de haak komt?

Neem de hartlijn, tel de halve hoogte van het werk erbij op en trek daar de zakking van het ophangdraad vanaf. Span dat draad met een vinger omhoog alsof het aan de haak hangt en meet hoeveel centimeter er dan tussen het draad en de bovenrand zit.

Een werk van 80 cm hoog op een hartlijn van 145 cm heeft zijn bovenrand op 185 cm; zakt het draad 5 cm door, dan komt de haak op 180 cm. Meet die hoogte vanaf de vloer, want het plafond loopt vaak af en je oog vergelijkt de lijst met de vloer en de kozijnen.

Hoe krijg je meer lijsten naast elkaar op één lijn?

Kies één horizontale lijn en houd die vast voor alle lijsten, ook als ze verschillen in formaat. Meestal is dat de hartlijn van 145 cm; hangt de groep boven een bank of een dressoir, dan wordt het de onderrand die 25 cm boven het meubel blijft.

Houd tussen de lijsten 6 cm aan, met een marge van 5 tot 8 cm. Boven de 10 cm valt de groep uiteen in losse lijstjes en leest het oog geen vlak meer. Leg de hele indeling eerst op de vloer en teken de maten pas daarna op de wand af.

Op welke hoogte komen gordijnrails?

Twaalf centimeter boven het kozijn, met een marge van 10 tot 15 cm. Hoger monteren laat het raam langer lijken en houdt het gordijn van het glas. Zit het plafond er vlak boven, hang de rail dan 5 tot 10 cm onder het plafond of direct tegen het plafond.

Laat de rail aan beide zijden 20 cm naast het kozijn doorlopen, met een marge van 15 tot 25 cm. Daar parkeert het opengeschoven gordijn, en zonder die uitloop hangt de stof overdag voor het glas en lever je daglicht in.

Hoe hang je gordijnrails in een erker op?

Meet eerst elke hoek na met een sjabloon van karton in plaats van met de bouwtekening, want een erker staat zelden precies op 90 of 135 graden. Kies daarna tussen één rail die op maat is gebogen en rechte stukken met hoekdelen, en let erop of de runners de bocht door kunnen.

Zet de steunen om de 60 tot 80 cm en in de bochten om de 40 tot 50 cm, want daar wringt de rail het meest. Is er boven het kozijn te weinig muur, dan gaat de rail aan het plafond, 5 tot 10 cm uit het glas.

Hoe boor je in een tegel zonder dat hij scheurt?

Plak twee stukjes tape kruislings op de plek en teken daarop af, dan wandelt de boorpunt niet weg over het glazuur. Gebruik een tegelboor of een boor met een gladde hardmetalen punt, zet de klopstand uit en begin op lage snelheid met weinig druk.

Wissel pas naar een steenboor met klop als je door de tegel van 6 tot 12 mm heen bent. Met de klop erop springt het glazuur eraf en loopt de scheur door tot de volgende voeg. Boor ook nooit in een voeg: daar zit lijm en soms lucht, en daar grijpt geen plug in.

Wat doe je als je bij het boren een kabel of een leiding raakt?

Bij een kabel gaan eerst de groep en de aardlekschakelaar eruit, voordat je gaat kijken. Bij water gaat de hoofdkraan dicht, want het water loopt binnen de wand naar beneden en komt vaak een kamer verder tevoorschijn.

Boor daarom niet blind recht boven of onder een wandcontactdoos of een schakelaar, want daar loopt de bedrading verticaal naartoe. In een keuken of badkamer zit er bijna altijd een waterleiding recht onder of boven een tappunt, en een leidingzoeker vindt een kunststof leiding zonder druk niet.