De tuin inrichten: indeling, hoogteverschil, schermen en water

Een tuin richt je in vanuit het soort tuin: een smalle diepe tuin loopt vast op het ganggevoel, een aflopende tuin op water en niveaus, een kleine stadstuin op ruimte voor één functie. Deel hem daarna in als kamers, met een pad van 100 cm langs één zijde en een zichtlijn vanuit de kamer die eindigt op iets wat het hele jaar staat, zoals een boom, een bank of een waterbak. Verdeel een helling over niveaus van 30 tot 50 cm met treden van 15 op 35 cm en grind met drainage achter elke keerwand. Kies voor de rand een haag of een half open scherm als je wind wilt remmen, of plexiglas met ruime boorgaten als je het zicht wilt houden.
Alle gidsen over tuin inrichten
Fontein tuin zonder wateraansluiting
Een fontein zonder wateraansluiting is een gesloten circuit: je vult een schaal, bak of verzonken reservoir één keer met de…
Water in de tuin zonder vijver
Water in de tuin zonder vijver begint bij de vraag wat het water moet doen: vogels laten baden, insecten laten…
Waterbak in tuin
Een waterbak in de tuin is een vijver boven de grond: minder water, geen bodem eromheen die de temperatuur vasthoudt,…
Welke tuin je hebt, bepaalt waar je begint
Een tuin inrichten begint bij de vraag wat voor tuin er achter de deur ligt, niet bij wat je mooi vindt. Een smalle rijtjeshuistuin van 5 bij 10 meter, een aflopende tuin met een meter verval en een nieuwbouwtuin op dichtgereden klei lopen elk op iets anders vast, en dat knelpunt bepaalt welke beslissing als eerste valt.
De volgorde die voor elke tuin geldt, van opmeten en de zon volgen via water en verharding naar het groen, staat bij de aanpak van tuin, terras en balkon als geheel. Binnen die volgorde verschuift per tuin wat het zwaarst weegt, en de tabel laat per soort tuin zien waar dat zit.
Herken je je tuin in meer dan één rij, dan gaat de rij met de harde beperking voor. Een hoogteverschil of een bodem waarin het water blijft staan, los je niet op met een slimme indeling, een smalle vorm wel.
Een kleine ommuurde stadstuin volgt zijn eigen verhoudingen, omdat de muren daar zon wegnemen en elke vierkante meter vloer een functie moet dragen. Die situatie is uitgewerkt bij een kleine patiotuin inrichten als buitenkamer.

| Soort tuin | Waar het op vastloopt | Wat je als eerste beslist |
|---|---|---|
| Smalle diepe tuin, 4 tot 6 m breed en 8 tot 12 m diep | Alles langs de schuttingen maakt van het midden een gang, en vanuit de kamer kijk je in één blik tot de achterste schutting | Waar je de lengte onderbreekt: een dwarse haag, border of pergola op een derde tot de helft van de diepte |
| Brede ondiepe tuin, breder dan diep | Het terras neemt de hele diepte in en het groen blijft een smalle strook langs de achterkant | Het terras naar één kant schuiven, zodat aan de andere kant een blok beplanting van minstens 150 cm diep overblijft |
| Hoektuin langs twee kanten van het huis | De zijtuin grenst aan de straat of een pad, en vanaf daar kijkt iedereen mee | Waar de beschutting komt, en of die erfafscheiding daar tot 1 of tot 2 meter hoog mag |
| Aflopende tuin met meer dan 30 cm verval | Water loopt naar het laagste punt, en een tafel op een helling staat nooit recht | Hoeveel vlakke niveaus je maakt en waar het water van de helling naartoe gaat |
| Tuin op het noorden | Een achtergevel met de goot op 6 meter legt in juni rond het middaguur 330 cm schaduw de tuin in | Het terras achterin, en lichte bestrating en schermen die het licht terugkaatsen |
| Nieuwbouwtuin | Vaak een laag ophoogzand op aangereden klei, waarin water na een bui dagen blijft staan | Eerst de bodem: een gat van 30 cm diep vol water laten lopen voordat er iets gelegd of geplant wordt |
| Tuin met kinderen onder de vier | Open water, een regenton zonder vaste deksel en een keerwand zonder rand | Welk water er veilig kan, en of het speelvlak in de zichtlijn vanuit de keuken ligt |
| Kleine stadstuin onder 30 m² | Er past één functie goed, of twee half | Eten of loungen, want beide vragen met loopruimte al gauw 270 bij 270 cm |
| Tuin waar onderhoud het grootste bezwaar is | Veel tegels blijken geen werkarme tuin: de voegen groeien dicht en het water kan nergens heen | Welke vlakken dicht beplant worden, want gesloten bodembedekkers laten minder onkruid door dan een voeg |
Een tuin indelen in kamers, met een route en een zichtlijn
Een tuin deel je in zoals een kamer: eerst wat vastzit, dan de route, dan de functies, en elke functie krijgt een blok ruimte waarin de loopruimte al is meegeteld. Die methode staat voor binnen beschreven bij een kamer inrichten in de goede volgorde, en buiten werkt hij hetzelfde, met één toevoeging: het uitzicht vanuit het huis telt als functie.
Je kijkt het grootste deel van het jaar vanuit de kamer naar de tuin en zit er maar een paar maanden in. Bepaal daarom waar je binnen zit, meestal de bank of de eettafel, en trek vanaf daar een lijn door het midden van de pui de tuin in. Wat op die lijn staat, zie je elke dag.
De route legt daarna de rest vast. Een pad van 100 cm langs één zijde houdt de vlakken ernaast aan één stuk, terwijl een pad door het midden de tuin in twee stroken knipt die elk te smal zijn voor een zitplek. Stapstenen leg je hart op hart op 60 tot 65 cm, een gewone pas, want op 50 of 75 cm loop je naast de stenen.

In een smalle, diepe tuin werkt een dwarse onderbreking op een derde tot de helft van de diepte. Dat is een ontwerpgewoonte en geen regel, maar het mechanisme is aanwijsbaar: het oog stopt bij die haag of border, en de kamer erachter zie je pas als je erdoor loopt, dus de tuin voelt langer. Laat in die onderbreking een opening van 100 tot 150 cm, precies in de zichtlijn.
Aan het eind van die lijn hoort iets wat het hele jaar staat: een meerstammige boom, een bank of water. Een losse waterbak als vast punt achter in de tuin werkt daar goed, omdat hij in de winter hetzelfde silhouet houdt en in de zomer de lucht weerspiegelt.
Maten die buiten ruimer uitvallen dan binnen
Buiten reken je met ruimere maten dan binnen, en daar zijn drie redenen voor. Je loopt er met een kruiwagen, een maaier of een container, meubels zijn dieper en zakken weg in een zachte ondergrond, en planten groeien over de rand van wat je hebt uitgezet.
De border langs een schutting laat dat het duidelijkst zien. Onder 60 cm diep past er één rij planten die tegen het hout aan groeit. Pas vanaf 120 tot 150 cm is er ruimte voor heesters achterin, vaste planten ervoor en een plek voor je voet als je de achterste rij snoeit.
Treden volgen buiten een andere stapmaat: binnen komt twee keer de optrede plus de aantrede rond 60 cm uit, buiten op 63 tot 66 cm. Je loopt in de tuin met een grotere pas, vaak met iets in je handen en op een trede die nat kan zijn. Een trede van 15 op 35 cm komt uit op 65 cm, een van 12 op 40 op 64 cm.
De maten in de tabel zijn gangbare maten en vuistregels uit de aanleg, geen voorschriften. Waar wel een regel geldt, zoals bij de afstand van een boom tot de erfgrens, staat de herkomst erbij.
| Onderdeel | Maat die werkt | Waarom juist die maat |
|---|---|---|
| Hoofdpad waar een kruiwagen over moet | 100 cm | Een kruiwagen is ongeveer 60 cm breed en je loopt er zelf naast; bij 80 cm rijd je in elke bocht de border in |
| Pad dat alleen naar de container of berging gaat | 80 cm | Een container van 240 liter is ongeveer 58 cm breed en je loopt erachter, niet ernaast |
| Stapstenen in gras of grind | Hart op hart 60 tot 65 cm, stenen van minstens 40 cm | Dat is een gewone pas; een steen kleiner dan je schoen plus marge laat je hak in het gras zakken |
| Tuintrede | Optrede 12 tot 16 cm, aantrede 33 tot 40 cm | Twee optredes plus een aantrede komen dan op 63 tot 66 cm, de pas waarmee je buiten loopt |
| Hoogteverschil in een pad | Liever twee of drie treden dan één, of een helling tot 10 procent | Eén losse trede zie je in de schemering of met blad erop niet, een trap van drie treden lees je wel |
| Vrije hoogte onder een pergola of boog | 220 tot 240 cm | Klimplanten hangen 20 tot 40 cm onder de ligger, en daaronder moet je nog rechtop door |
| Border langs een schutting | 60 cm voor één rij, 120 tot 150 cm voor heesters met vaste planten ervoor | Heesters groeien een meter of meer breed uit, en de achterste rij moet je kunnen bereiken zonder in de voorste te staan |
| Grasstrook | Minstens 100 cm breed, als vuistregel | Smaller maai je niet in rechte banen, en het gras slijt waar je steeds op dezelfde plek draait |
| Loungebank tot lage tafel | 40 tot 45 cm | Een loungebank is 80 tot 100 cm diep en je zit lager, dus je benen steken verder uit dan binnen |
| Barbecue tot schutting, haag of overkapping | Minstens 2 meter | Dichterbij blakert hout en verschroeit blad; de handleiding van het toestel kan meer voorschrijven |
| Boom tot de erfgrens | Minstens 2 meter, haag en heester 50 cm | Burgerlijk Wetboek; een gemeentelijke verordening, plaatselijke gewoonte of toestemming van de buren kan korter toestaan |
| Afschot van terras en pad | 1 tot 2 cm per meter, van de gevel af | Minder en er blijven plassen staan, meer en een tafel staat zichtbaar scheef; bovenkant tegel minstens 5 cm onder de dorpel |
| Berging of tuinhuis | 50 cm vrij aan de kanten die je onderhoudt | Hout moet om de paar jaar in de beits of verf, en tegen de schutting aan kom je er nooit meer bij |
| Buitenlamp naast de deur, hart | 190 cm, marge 170 tot 210 cm | Boven ooghoogte, zodat je bij het zoeken naar je sleutel niet in de lamp kijkt |
Een aflopende tuin: het verval meten en over niveaus verdelen
Een aflopende tuin begint met één getal: hoeveel centimeter het terrein zakt per meter die je loopt. Span een touw tussen een paal bij de gevel en een paal achterin, zet het waterpas met een lijnwaterpas en meet bij beide palen de afstand van touw tot grond. Het verschil gedeeld door de lengte in meters is het hellingspercentage, dus 60 cm verval over 12 meter is 5 procent.
Dat percentage bepaalt wat er kan. Tot ongeveer 2 procent merk je de helling alleen aan het water dat wegloopt, en dat is dezelfde maat die je een terras bewust als afschot geeft. Bij 5 procent staat een tafelblad van 90 cm diep al 4,5 cm scheef, en daarboven heeft elke plek waar je zit een eigen vlak niveau nodig.
Verdeel het verval over niveaus in plaats van één sprong, ook omdat een wand van 90 cm vier keer zoveel gronddruk krijgt als een van 45 cm. Twee keer 45 cm met een gazon ertussen voelt als een tuin met terrassen, één keer 90 cm als een muur met een tuin erachter. Elk niveau moet diep genoeg zijn voor zijn functie: 290 cm voor een eettafel met zes stoelen, ongeveer 200 cm voor een loungebank met een lage tafel.
Het water is de tweede helft van de som: loopt de tuin van het huis af, dan gaat een bui vanzelf de goede kant op. Loopt hij naar het huis toe, dan komt al het water van de helling bij de achtergevel uit. Daar hoort dan een lijngoot aan de voet van de helling, en krijgt het terras afschot van de gevel af naar die goot.
Laat dat water niet over de erfgrens verdwijnen. Water dat van nature van een hoger naar een lager erf stroomt, moet de lagere buur accepteren, maar water dat jij er met een nieuwe helling, verharding of goot naartoe stuurt niet. Een grindkoffer of een verlaagd stuk tuin op eigen grond is dan de uitweg, en hoe je een regentuin maakt die binnen twee dagen leegloopt, begint bij een percolatietest van 30 cm diep.
| Helling | Wat je ziet en merkt | Wat werkt | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| 0 tot 2 procent, tot 2 cm per meter | Alleen het water loopt merkbaar weg | Gewoon aanleggen, met het afschot van terras en pad de goede kant op | Wijst de helling naar de gevel, dan leg je het terras tegen de helling in en vang je het water op |
| 2 tot 5 procent | Een tafelblad van 90 cm staat 2 tot 4,5 cm scheef | Gazon en border volgen de helling, alleen het terras wordt vlak gelegd | Een vlak terras van 300 cm diep komt bij 5 procent aan de lage kant 15 cm boven de grond uit en krijgt daar een rand |
| 5 tot 10 procent | Een kruiwagen trekt naar beneden en een maaier loopt schuin | Twee of drie niveaus met lage keringen of treden; het gazon mag nog glooien | Een pad recht naar beneden wordt bij regen een goot, dus leg het schuin over de helling of met treden |
| 10 tot 33 procent, tot 1 op 3 | Lopen gaat nog, maaien met een duwmaaier wordt zwaar | Terrassen met keerwanden, en een beplant talud waar geen niveau nodig is | Tot 1 op 3 is gras nog te maaien; steiler plant je vol met bodembedekkers |
| Steiler dan 1 op 3 | Een onbeplant talud spoelt bij een hoosbui uit | Keerwanden voor elk stuk dat je wilt gebruiken, en een beplant talud tot hooguit 1 op 2 op stevige grond | Boven 1 op 2, of op natte klei, houdt alleen een constructie de grond tegen |
Keermuren, taluds en treden: wat een hoogteverschil tegenhoudt
Een keermuur houdt grond tegen die naar beneden wil, en die grond duwt zijwaarts met een kracht die met het kwadraat van de hoogte groeit. Een wand van 90 cm krijgt daardoor ongeveer vier keer zoveel duw als een wand van 45 cm, en daarom zijn twee lage wanden met een niveau ertussen bijna altijd eenvoudiger dan één hoge.
Water maakt die duw groter dan de grond alleen. Verzadigde grond achter een dichte wand weegt meer, en kan het water er niet uit, dan komt de waterdruk er nog bovenop. Achter elke kering hoort daarom een strook grof grind van ongeveer 30 cm breed, met onderin een drainagebuis naar een lager punt en een doek tussen grind en grond dat de fijne delen tegenhoudt.
Welke kering je kiest, hangt af van de hoogte en van wat er vlak achter komt te staan. Een L-element haalt zijn stabiliteit uit de grond die op zijn voet ligt, dus die voet ligt aan de hoge kant, en de fabrikant geeft per hoogte op welke belasting erachter mag. Een terras, een oprit of een tuinhuis vlak achter de rand telt als extra last en vraagt een zwaarder element.
Oude spoorbielzen passen qua uiterlijk, maar zijn vaak met creosoot behandeld, en hout met creosoot hoort niet in een tuin waar mensen en kinderen ermee in aanraking komen. Of een keermuur vergunningvrij is, hangt af van de hoogte, de plek op het erf en het omgevingsplan van je gemeente; doe de vergunningcheck in het Omgevingsloket voordat je bestelt.
Treden zet je in het verval en niet ervoor, want een trap die op het lage niveau uitsteekt, kost looproute. Leg de bovenste trede gelijk met het hoge niveau en reken terug: 45 cm verval met treden van 15 cm zijn drie optredes en twee aantredes van 35 cm, samen 70 cm lengte in de helling.
| Kering | Hoogte waarvoor hij gangbaar is | Wat erachter en eronder nodig is | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Beplant talud | Geen kering; tot 1 op 2 op stevige grond | Een dicht wortelnet, en tot die tijd een jutemat die de grond vasthoudt | De eerste twee seizoenen, zolang de planten nog niet gesloten staan |
| Opsluitband op zijn kant | Tot ongeveer 20 cm | Een rug van aardvochtige beton aan beide zijden | Hoger kantelt de band naar het lage niveau |
| Cortenstalen of verzinkte stalen rand | Tot ongeveer 30 tot 40 cm | Grondpennen of verankering volgens de leverancier | Dun staal buigt bij natte grond uit, en roestwater van cortenstaal kleurt tegels eronder bruin |
| Stapelblokken of keerwandblokken | Laag tot middelhoog; de grens per systeem staat in de verwerkingsrichtlijn | Een verdichte fundering van menggranulaat, en grind met drainage achter de blokken | Elke laag springt een paar centimeter terug; zonder die terugsprong kiept de wand |
| L-element van beton | In vaste hoogtes vanaf ongeveer 40 cm | De voet aan de hoge kant op een verdicht zandbed, grind met drain erachter | Een oprit of tuinhuis erachter vraagt een zwaarder element, en boven een meter hoog weegt een element honderden kilo's |
| Schanskorf met steen | Van ongeveer 50 cm tot boven 150 cm, bij grotere hoogte getrapt | Een vlakke, verdichte fundering; de korf zelf laat water door | Hij werkt op eigen gewicht en is dus diep: reken op ongeveer de helft van de hoogte, en die gaat van je bovenste niveau af |
| Gemetselde of betonnen keermuur | Elke hoogte, boven ongeveer 1 meter met berekening | Een gewapende fundering, drainage en een waterkerende laag aan de grondzijde | Metselwerk zonder wapening scheurt onder zijdelingse druk; dit is constructiewerk |
| Hardhouten of eiken bielzen | Tot ongeveer 60 cm, gestapeld of rechtop ingegraven | Grind en doek erachter; rechtop geplaatst minstens een derde in de grond | Hout rot waar het de grond raakt, en oude bielzen met creosoot horen niet in een tuin |
De rand van de tuin: schutting, scherm of haag
De rand van een tuin bepaalt drie dingen tegelijk: hoeveel je van de buren ziet, hoeveel zon er in de border ernaast valt en wat de wind op je zitplek doet. Een dichte schutting van 180 cm doet het op het eerste punt het best en op de andere twee het slechtst.
De schaduw is het makkelijkst te voorspellen: een schutting van 180 cm die van oost naar west loopt, legt aan zijn noordkant in juni rond het middaguur ongeveer 100 cm schaduw en in maart 230 cm. Een border van 120 cm diep krijgt daar in het voorjaar dus geen middagzon, terwijl helder glas of plexiglas, gaas met een klimplant of open latwerk een deel van dat licht doorlaat.
De wind gedraagt zich anders dan je verwacht. Een dichte schutting stopt de wind niet maar tilt hem eroverheen, waarna hij vlak erachter in een wervel neervalt, precies waar je zit. Een scherm dat ongeveer half open is, remt de wind tot zo'n tien keer zijn eigen hoogte verderop, omdat de lucht erdoorheen gaat in plaats van eroverheen.
Voor de hoogte geldt voor elk materiaal dezelfde hoofdregel: tot 1 meter vrijwel overal zonder vergunning, tot 2 meter achter de voorgevelrooilijn en op meer dan 1 meter van openbaar toegankelijk gebied. Het omgevingsplan van je gemeente kan daarvan afwijken, en een schutting precies op de grens is van jou en de buren samen.
Een haag remt wind, laat vogels nestelen en neemt geen zon weg die een schutting wel wegneemt, maar vraagt een paar seizoenen geduld en een tot twee knipbeurten per jaar. Beuk en haagbeuk houden hun bruine blad tot het voorjaar en blijven zo ook in de winter dicht, en het moment om te knippen zoek je per soort op in de snoeikalender per haagsoort.
| Afscheiding | Zicht en licht | Wat het met wind doet | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Dichte houten schutting, 180 cm | Geen zicht, volle slagschaduw | Tilt de wind op en laat hem er vlak achter in een wervel neervallen | De palen vangen de volle windlast op en rotten het eerst op de grondlijn |
| Schutting met open latwerk bovenin | Onderin dicht, bovenin licht erdoor | Remt de wind in het open deel in plaats van hem op te tillen | Het dichte deel moet boven de ooghoogte van wie zit uitkomen, rond 120 cm, anders kijk je vanaf je stoel de buurtuin in |
| Helder plexiglas | Volledig zicht, ongeveer 90 procent van het licht komt erdoor | Houdt de wind tegen als een dichte schutting | Krassen en vuil zie je in tegenlicht meteen, en de plaat zet in de zon merkbaar uit |
| Melkwit of gesatineerd plexiglas | Geen scherp beeld, wel licht; hoeveel staat op het productblad | Als een dichte schutting | Wie aan de andere kant staat, blijft als silhouet zichtbaar zodra de zon erachter staat |
| Polycarbonaat | Helder of mat, iets minder helder dan acrylaat | Als een dichte schutting | Krast sneller dan acrylaat en vergeelt zonder UV-laag aan de zonkant |
| Gehard of gelaagd glas | Volledig zicht, krast nauwelijks | Als een dichte schutting | Zwaar, dus zware palen en een stevige fundering; vogels vliegen ertegenaan |
| Gaas of draad met een klimplant | Het eerste jaar open, na een paar seizoenen dicht | Remt de wind zonder wervel | Tot de plant dicht is, is het een hek, en een groenblijvende klimplant maakt het geheel zwaar |
| Haag van beuk, haagbeuk, taxus of liguster | Dicht na een paar seizoenen, afhankelijk van de plantmaat | Remt de wind over een grote afstand | Neemt 40 tot 60 cm breedte in en hoort op minstens 50 cm van de erfgrens |
| Rietmat of wilgenscherm | Grotendeels dicht | Laat een beetje wind door | Vergrijst en rafelt binnen een paar jaar, dus eerder een tijdelijke oplossing |
Een schutting of scherm van plexiglas: wat de plaat buiten doet
Plexiglas is de gangbare naam voor acrylaat, een kunststof plaat die minstens zo helder is als glas en minder dan de helft weegt. Buiten houdt hij het jarenlang uit, zolang je rekening houdt met drie dingen waarin hij van glas verschilt: hij zet uit in de warmte, hij krast, en hij breekt bij een harde klap met een scherpe rand.
De uitzetting is waar de meeste schermen op stuklopen. Acrylaat zet ongeveer 0,07 mm per meter per graad uit, en tussen een vorstnacht en een zomermiddag in de zon zit al gauw 60 graden, dus een plaat van 1 meter groeit en krimpt ruim 4 mm. Zit hij met strakke schroeven in krappe gaten, dan scheurt hij vanuit die gaten.
Boor daarom elk gat een paar millimeter ruimer dan de schroef, bij een plaat van 1 meter breed bijvoorbeeld 10 mm voor een schroef van 6 mm, en gebruik een brede ring met rubber die klemt zonder vast te trekken. Nog beter is een aluminium profiel waarin de plaat over de volle hoogte in een sponning ligt, met een paar millimeter speling aan de kopse kanten.
Voor een scherm van 180 cm hoog tussen palen is 8 tot 10 mm de gangbare dikte; dunner buigt bij harde wind zichtbaar door en tikt in het profiel. Een plaat vangt net zoveel wind als een dichte houten schutting, dus de palen horen even diep en even stevig in de grond.
Acrylaat is slagvaster dan gewoon glas, maar een voetbal op een koude dag of een omwaaiende parasol kan er een barst in slaan. Langs een speelgazon is polycarbonaat de logischere plaat, omdat dat vrijwel niet breekt, met als nadeel dat het sneller krast en zonder UV-laag aan de zonkant vergeelt.
Een helder scherm heeft nog een gevolg: vogels zien het niet en vliegen op het groen af dat ze erachter zien. Markeringen met tussenruimtes van hooguit 10 cm, of een gesatineerde of melkwitte plaat, voorkomen dat; een enkel silhouet van een roofvogel werkt nauwelijks.
Helder plexiglas houdt wind tegen maar geen blikken. Het past tussen terras en tuin of op een plek met uitzicht, en voor privacy naar de buren is een melkwitte plaat of een haag de betere keuze.
Water in de tuin: welke vorm bij welke tuin past
Water in de tuin valt uiteen in vier vormen die elk iets anders vragen: water dat een pomp laat rondgaan, water dat stilstaat, een losse bak met veel water, en water dat alleen na een bui even blijft staan. Het verschil zit minder in hoe het eruitziet dan in stroom, werk en gewicht.
Een fontein met een pomp heeft geen kraan nodig, omdat hij hetzelfde water rond laat gaan en alleen verliest wat verdampt en spat. Wat hij wel nodig heeft is stroom, uit een buitenstopcontact, een transformator van 12 volt of een zonnepaneel, en hoe je die kiest en hoe vaak je bijvult, staat bij een fontein zonder wateraansluiting.
Stilstaand water, zoals een vogelbad, een drinkschotel of een teil met waterplanten, heeft geen stroom nodig maar wel een ritme. In de zomer spoel je een vogelbad elke dag of om de dag om en giet je een schaal zonder planten wekelijks leeg, omdat muggenlarven er een tot twee weken over doen. Die vormen staan naast elkaar bij water zonder vijver, van vogelbad tot regentuin.
Een losse waterbak houdt de grootste voorraad vast zonder graafwerk: een bak van 120 bij 50 cm met 35 cm water bevat 210 liter en weegt gevuld dus ruim 210 kilo. Op tegels in zand is dat geen punt, op een vlonder of balkon wel, en diepte, materiaal en ondergrond staan bij een waterbak kiezen en neerzetten.
De plek volgt voor alle vormen dezelfde logica: halfschaduw met zon tot het middaguur geeft de minste algen en verdamping, en een boom erboven geeft blad in het water. Zet het water in de zichtlijn vanuit het raam waar je het vaakst zit, want water dat je niet ziet, ververs je ook niet.
| Vorm | Stroom | Werk in de zomer | Gewicht en graafwerk | Met een peuter in huis |
|---|---|---|---|---|
| Schaal of muurfontein met pomp | Ja: 230 volt, 12 volt of zon | Bijvullen na 5 tot 30 warme dagen, afhankelijk van de voorraad; maandelijks de pomp schoon | Een schaal is licht, een muurfontein met gevulde opvangbak weegt bijna 100 kilo | Elke hoeveelheid open water vraagt toezicht, een ondiepe schaal het minst |
| Bronsteen op een verzonken reservoir | Ja | Weinig, want er ligt bijna geen water open | Een ingegraven kuip van 40 tot 100 liter, een steen van tientallen kilo's | De veiligste vorm met een pomp, mits het rooster een volwassene draagt |
| Vogelbad of drinkschotel | Nee | Elke dag of om de dag omspoelen, wekelijks schrobben | Licht, maar een betonnen schaal op een voet kan kiepen | 2 tot 5 cm water; zet de voet vast zodat hij niet omvalt |
| Teil of pot met waterplanten, 60 cm | Nee | Bijvullen met regenwater en blad eruit scheppen, niet verversen | Rond 100 liter, dus 100 kilo op een klein vlak | Alleen met een vastgezet rooster op of net onder de waterlijn |
| Losse waterbak, 120 bij 50 cm | Alleen voor een borrelaar | Blad eruit, bij een pomp maandelijks het filter | 210 kilo gevuld; op een vlonder of balkon eerst navragen | Rooster of afdekking, want 35 cm water is diep genoeg om in te verdrinken |
| Regentuin of grindkoffer | Nee | Na een stevige bui kijken of hij binnen 24 tot 48 uur leeg is | Graafwerk, op minstens 2 tot 3 meter van de gevel | Alleen tijdens en vlak na een bui water |
| Regenton van 200 liter | Nee | In het najaar voor de helft legen | 200 kilo op een vaste tegel of voet | Een deksel die vastklikt, want er staat 80 tot 90 cm water in |
Een fontein maken zonder pomp: wat zwaartekracht wel en niet kan
Water beweegt in een tuin alleen vanzelf van hoog naar laag, en daar ligt de grens van elke fontein zonder pomp. Wat onderaan uitkomt, gaat niet vanzelf terug naar boven, dus zo'n fontein loopt altijd leeg en is een tijdelijke straal, geen circuit.
De eenvoudigste vorm is een regenton op een verhoging met een kraantje en een opvang eronder. De druk hangt af van het hoogteverschil tussen de waterspiegel in de ton en de uitloop, en omdat dat verschil zakt naarmate de ton leegloopt, wordt de straal in de loop van de dag zwakker. Zelfs een opening van een paar millimeter laat tientallen liters per uur door, zodat een ton van 200 liter binnen een dag leeg is.
Een regenketting is de tweede vorm: die beweegt alleen als het regent, maar dan zonder dat er iets aan te zetten valt. De derde is een fontein van Heron, een opstelling van drie afgesloten bakken waarin het water dat naar beneden valt lucht samenperst, die op zijn beurt water uit een tweede bak omhoog door een mondstuk duwt. Hij spuit zonder stroom zolang die tweede bak water heeft, bij een zelfgebouwde versie met flessen een paar minuten, en daarna wissel je de bakken om.
Wie water wil dat de hele middag beweegt zonder snoer naar het huis, komt uit bij een klein pompje op een zonnepaneel. Dat is technisch nog steeds een pomp, maar zonder kabel en stopcontact, en hij stopt zodra er een wolk voor de zon schuift. Wat er bij bewolking van zo'n paneel overblijft, staat bij de stroomkeuze voor een fontein zonder kraan.
Wil je het geluid van water zonder elektriciteit en zonder ton die leegloopt, laat dan de regen van een klein dak via een ketting of spuwer in een zware stenen schaal vallen. Het klinkt alleen als het regent, maar er is niets wat droogloopt, verstopt raakt of in de winter binnen moet, behalve een schaal die niet vorstbestendig is.
Licht en stroom plan je voordat de tegels liggen
Een kabel gaat in dezelfde sleuf als de rest van het graafwerk, of hij komt er nooit meer netjes in. Beslis daarom bij de indeling waar je 's avonds licht wilt, waar een pomp komt en waar een buitenstopcontact nodig is, ook als de lampen er pas een jaar later hangen.
Voor spots in de border en lampen langs een pad ligt 12 volt voor de hand: een kabel die je later met een spade raakt, voert dan geen netspanning. Een kabel op 230 volt naar achter in de tuin ligt gangbaar op ongeveer 60 cm diepte, als gepantserde grondkabel of in een mantelbuis, op een groep met een aardlekschakelaar van 30 mA.
De hoogte van een lamp volgt uit waar je ogen zijn. In onze eigen maattabel staat de buitenlamp naast de voordeur met het hart op 190 cm, met een marge van 170 tot 210 cm, zodat hij boven je ooghoogte blijft terwijl je je sleutel zoekt. Langs een pad werken paaltjes van 40 tot 80 cm die op de tegels schijnen in plaats van in je gezicht.
Licht raakt ook de dieren die er 's nachts leven: koel, fel licht trekt nachtvlinders aan en houdt veel vleermuizen weg. Kies daarom warm wit van 2700 K of lager, laat elke lamp naar beneden schijnen en zet hem op een tijdklok of bewegingsmelder. De buren hebben daar ook baat bij, want een spot die omhoog in een boom schijnt, schijnt ook in hun slaapkamer.
Drie lichtpunten tekenen de indeling 's avonds opnieuw: een op het eindpunt van de zichtlijn, een bij de treden en een bij de zitplek. Vanuit de kamer zie je dan in december dezelfde tuin als in juni, en een trede is in het donker geen struikelrand meer.
Onderhoud: welke vlakken werk geven en welke niet
Hoeveel werk een tuin geeft, beslis je bij de indeling en niet bij het onderhoud. Elk vlak heeft zijn eigen ritme: gras vraagt van april tot oktober elke week, een haag een of twee keer per jaar, en een dicht geplante border na twee of drie jaar vooral een ronde in het voorjaar en een in het najaar.
De verwachting dat meer tegels minder werk betekenen, klopt maar half. Onkruid tussen tegels komt uit de vuillaag bovenin de voeg en niet uit de grond eronder, dus ook een volledig bestrate tuin wil twee keer per jaar geveegd en een paar keer per seizoen bijgewerkt worden. Grind laat blad en stof tussen de stenen zakken, en na twee jaar kiemt daar net zo goed onkruid als in een voeg.
Wat wel werk scheelt, is grond die dicht begroeid is. Vaste planten met 5 tot 9 en bodembedekkers met 8 tot 12 stuks per vierkante meter laten na een paar seizoenen weinig licht op de grond vallen, en zonder licht kiemt zaad niet. Welke soorten bij welke standplaats horen, staat bij de tuin inrichten met planten per standplaats.
Zout en azijn horen in geen van die rondes thuis, omdat ze niet als onkruidbestrijder zijn toegelaten en de bodem jarenlang dichtslaan. Welke methode op tegels, grind of in de border wel werkt en hoe lang die helpt, zoek je op met de onkruidwijzer voor tegels, grind en border.
Een stijl met weinig soorten en veel herhaling geeft ook minder werk, omdat je elke plant op hetzelfde moment dezelfde behandeling geeft. Een uitgewerkt voorbeeld met grijs split, berken en een beperkt palet is een sobere tuin in Baltische stijl.
| Vlak | Wat het vraagt | Hoe vaak | Waar het werk vandaan komt |
|---|---|---|---|
| Gazon | Maaien, kanten steken, verticuteren waar mos staat | Van april tot oktober wekelijks, zo'n 25 tot 30 keer | De randen: een maairand van tegels gelijk met het gras scheelt het knippen langs de border |
| Tegels of klinkers | Vegen en de voegen bijwerken | Twee keer vegen, in het voorjaar en eind augustus, en een paar rondes op jong onkruid | De vuillaag in de voeg, niet de grond eronder |
| Grind of split | Blad eruit harken, jong onkruid weghalen | In de herfst wekelijks blad, verder drie tot vier rondes per seizoen | Blad dat tussen de stenen verteert tot een kiembed |
| Border met vaste planten | Wieden tot hij dicht staat, afknippen in het voorjaar | De eerste twee jaar elke paar weken, daarna twee rondes per jaar | Open grond: elke plek waar licht op de aarde valt, kiemt |
| Haag | Knippen | Een of twee keer per jaar, buiten de broedtijd | De hoogte: boven 180 cm sta je op een trap of werk je met een heggenschaar op een steel |
| Heesters en bomen | Snoeien | Meestal een keer per jaar, in de maand die bij de soort hoort | De verkeerde maand kost een bloeiseizoen of een wond die blijft bloeden |
| Houten schutting of vlonder | Reinigen en beitsen of oliën | Om de paar jaar, vaker aan de zonkant | De zuidkant en de kopse kanten verweren het eerst |
| Plexiglas of glazen scherm | Afspoelen en wassen met water en afwasmiddel | Een paar keer per jaar, vaker onder een boom | Stuifmeel en vogelpoep die in de zon vastbakken |
| Water: schaal, bak of fontein | Verversen, bijvullen, pomp schoonmaken | Van dagelijks bij een vogelbad tot maandelijks bij een bak met borrelaar | Licht en voeding in het water, dus vooral de plek |
Onkruidwijzer
Kies de plek en het soort onkruid. Je ziet welke aanpak werkt, wat er wettelijk mag op verharding en in de tuin, en wat zout en azijn echt doen met je bodem. Open de volledige onkruidwijzer
Veelgestelde vragen
Waar begin je met een tuin inrichten als alles nog open ligt?
Bij meten en kijken. Zet de tuin op schaal met de erfgrens, de schuur, de put en de bomen die blijven, volg een zonnige dag waar de schaduw staat en zoek uit welke kant het water op loopt. De volgorde van opmeten tot planten staat in het overzicht van tuin en buitenruimte.
Daarna leg je de route en de zichtlijn vanuit de kamer vast, en pas dan de functies: eten, zitten, spelen, opbergen. Planten en meubels komen als laatste, binnen de vlakken die dan overblijven.
Hoe richt je een smalle, diepe tuin in zonder dat het een gang wordt?
Onderbreek de lengte. Een dwarse haag, border of pergola op een derde tot de helft van de diepte maakt van één lange baan twee kamers, en een opening van 100 tot 150 cm in de zichtlijn vanuit de kamer houdt de diepte zichtbaar.
Leg het pad van 100 cm langs één zijde en niet door het midden, zodat de vlakken ernaast breed genoeg blijven voor een zitplek of een gazon. Zet aan het eind van de zichtlijn iets wat het hele jaar staat, zoals een boom of een waterbak.
Hoe richt je een aflopende tuin in?
Meet eerst het verval en reken het om naar een percentage: centimeters verval gedeeld door de lengte in meters. Tot 2 procent leg je gewoon aan, tussen 2 en 5 procent krijgt alleen het terras een vlak niveau, en daarboven verdeel je de tuin in niveaus van 30 tot 50 cm met treden of lage keerwanden.
Regel daarna het water: loopt de tuin naar het huis toe, dan hoort er een lijngoot aan de voet van de helling en een terras met afschot van de gevel af. Elk niveau moet diep genoeg zijn voor wat erop komt, 290 cm voor een eettafel voor zes.
Vanaf hoeveel hoogteverschil heb je een keermuur nodig?
Dat hangt minder af van de hoogte dan van de ruimte voor de overgang. Op stevige grond blijft een beplant talud liggen tot ongeveer 1 op 2, dus 50 cm stijgen over 100 cm, en voor 45 cm verval heb je dan zo'n 90 cm tuin nodig.
Is die ruimte er niet, of wil je vlakke niveaus tot aan de rand, dan komt er een kering. Tot ongeveer 20 cm volstaat een opsluitband, tot 30 of 40 cm een stalen rand, en daarboven een L-element, stapelblokken of een schanskorf met grind en drainage erachter.
Heb je een vergunning nodig voor een keermuur of grondkering?
Dat verschilt per situatie. Of een keermuur vergunningvrij is, hangt af van de hoogte, de plek op het erf, de afstand tot de erfgrens en het omgevingsplan van je gemeente. De vergunningcheck in het Omgevingsloket geeft voor jouw adres antwoord.
Los van de vergunning geldt het burenrecht: water dat jij met een nieuwe helling of wand naar de buren stuurt, hoeven zij niet te ontvangen, en graven langs hun erfgrens kan hun grond laten zakken. Overleg daarom voordat de graver komt.
Hoe maak je traptreden in de tuin die prettig lopen?
Buiten maak je treden lager en dieper dan binnen: een optrede van 12 tot 16 cm en een aantrede van 33 tot 40 cm, zodat twee optredes plus een aantrede op 63 tot 66 cm uitkomen. Een trede van 15 op 35 cm is een goede standaard.
Maak alle treden in één trap precies even hoog, want een verschil van een centimeter merk je pas als je struikelt. Geef elke trede een lichte helling naar voren zodat er geen water op blijft staan, en kies een ruw oppervlak in plaats van gladde of gepolijste steen.
Is een plexiglas schutting sterk genoeg voor buiten?
Ja, als de plaat dik genoeg is en ruim bevestigd wordt. Voor een scherm van 180 cm hoog tussen palen is 8 tot 10 mm de gangbare dikte, in een aluminium profiel of met ruime boorgaten. Acrylaat zet tussen vorst en zon ruim 4 mm per meter uit, en strak vastgeschroefd scheurt het vanuit de gaten.
Acrylaat is goed bestand tegen UV en vergeelt nauwelijks, maar het krast en breekt bij een harde klap met een scherpe rand. Langs een speelgazon of een plek waar fietsen staan, is polycarbonaat of gelaagd glas daarom de betere keuze.
Wat is het verschil tussen plexiglas en polycarbonaat voor een tuinscherm?
Plexiglas, of acrylaat, is harder en helderder, krast minder snel en blijft ook zonder extra laag helder in de zon. Het breekt bij een harde klap wel, met scherpe randen.
Polycarbonaat buigt mee en breekt vrijwel niet, waardoor het de keuze is waar ballen en fietsen tegenaan komen. Het krast sneller en vergeelt of wordt dof als de zonkant geen UV-laag heeft, dus die kant hoort bij montage naar buiten te wijzen; welke kant dat is, staat meestal op de beschermfolie.
Hoe maak je een plexiglas scherm schoon zonder krassen?
Spoel het eerst met ruim water om zand en stof eraf te krijgen, want droog vegen trekt die korrels over het oppervlak. Was daarna met lauw water, een scheut afwasmiddel en een zachte microvezeldoek, en dep het droog.
Gebruik geen glasreiniger, spiritus, ammoniak of schuurmiddel: alcohol en ammoniak veroorzaken haarscheurtjes rond boorgaten en randen, en schuurmiddel maakt het oppervlak mat. Fijne krassen zijn met een polijstmiddel voor acrylaat weg te werken, diepe krassen niet.
Hoe hoog mag een tuinscherm van glas of plexiglas zijn?
Een scherm van glas of kunststof valt onder dezelfde regels als een houten schutting. Tot 1 meter mag een erfafscheiding vrijwel overal zonder vergunning, en tot 2 meter als hij achter de voorgevelrooilijn staat en meer dan 1 meter van openbaar toegankelijk gebied.
Het omgevingsplan van je gemeente kan strenger zijn. Staat het scherm op de erfgrens, dan is het van jou en de buren samen en overleg je over hoogte, materiaal en wie het schoonhoudt.
Kun je een fontein maken zonder pomp?
Wel een straal, geen fontein die blijft lopen. Zonder pomp beweegt water alleen van hoog naar laag, dus een regenton op een verhoging met een kraantje spuit tot hij leeg is, en dat is bij een opening van een paar millimeter binnen een dag. Een fontein van Heron spuit zonder stroom op luchtdruk, maar alleen zolang de middelste bak water heeft.
Voor water dat de hele middag beweegt zonder kabel naar het huis, is een klein pompje op een zonnepaneel de gangbare oplossing. De afweging tussen zon, 12 volt en een stopcontact staat bij een fontein die zonder kraan werkt.
Welk water past in een kleine tuin of op een terras?
Water dat de vloer vrijlaat, of veel water op weinig vloer. Een muurfontein met een opvangbak van 80 bij 40 cm staat tegen de wand, en een losse bak van 100 bij 40 cm met 35 cm water houdt 140 liter vast op minder dan een halve vierkante meter.
Let op het gewicht: die 140 liter is 140 kilo, en op een vlonder of balkon is dat een vraag voor wie de constructie kent. Diepte, materiaal en ondergrond staan uitgewerkt bij de maten en de plek van een waterbak.
Hoe richt je een onderhoudsarme tuin in zonder dat het een stenen vlakte wordt?
Door grond dicht te beplanten in plaats van te verharden. Onkruid kiemt waar licht op open grond of in een vuile voeg valt, dus een border met bodembedekkers die na twee seizoenen gesloten is, vraagt minder dan een terras met veel voegen.
Beperk het gazon tot één vlak met een maairand van tegels, kies een haag van één soort en houd het aantal plantensoorten klein, zodat elk vlak één keer per seizoen dezelfde behandeling krijgt. Grind is geen onderhoudsvrije vloer, want blad verteert tussen de stenen tot een kiembed.
Hoe verlicht je een tuin zonder dat de buren of dieren er last van hebben?
Kies warm licht van 2700 K of lager, laat elke lamp naar beneden schijnen en zet hem op een tijdklok of bewegingsmelder. Koel en fel licht trekt nachtvlinders aan en houdt veel vleermuizen weg, en een spot die omhoog in een boom schijnt, verlicht ook de slaapkamer van de buren.
Gebruik lage paaltjes van 40 tot 80 cm langs een pad en een lamp met het hart op ongeveer 190 cm bij de deur. Voor spots in de border is 12 volt de veilige keuze, omdat een kabel die je met de spade raakt dan geen netspanning voert.
Waar zet je een tuinhuis of berging in de tuin?
Op de plek die voor zitten het minst oplevert. In een tuin op het noorden is dat de strook die toch in de schaduw van het huis ligt, in een tuin op het zuiden meestal een achterhoek buiten de zichtlijn vanuit de kamer. Houd er een pad van 80 tot 100 cm naartoe en 50 cm vrij aan de kanten die je moet schilderen.
Of hij vergunningvrij mag, hangt af van de oppervlakte, de hoogte en de afstand tot de erfgrens en het openbaar gebied, en de vergunningcheck in het Omgevingsloket geeft daar per adres antwoord op. Een regenton onder de goot vangt meteen het water van dat dak op.
Hoe richt je een tuin in als er kleine kinderen zijn?
Begin bij het water. Een peuter kan in een paar centimeter water verdrinken, dus een regenton krijgt een deksel die vastklikt, een bak of teil een vastgezet rooster, en een bronsteen op een verzonken reservoir is de veiligste vorm met een pomp. Vogelbaden, regentuinen en andere vormen zonder diep water staan bij water in een tuin zonder vijver aanleggen.
Leg het speelvlak in de zichtlijn vanuit de keuken, zet een vogelbad of zware schaal vast zodat hij niet kiept, en maak treden met een ruw oppervlak en gelijke hoogtes. Een keerwand waar een kind vanaf kan vallen, krijgt aan de hoge kant een rand of een strook beplanting.