Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Gietvloer kleuren: kiezen op licht, glans en wat je erop ziet

13 minuten lezen Gietvloer Bijgewerkt 12 september 2026

De kleur van een gietvloer zit in de gietlaag van 2 tot 3 mm; de doorzichtige toplaag daarboven bepaalt alleen hoeveel de vloer spiegelt. Omdat een gietvloer naadloos is, ligt die kleur als een onafgebroken vlak in de kamer en is er geen naad, nerf of print die onregelmatigheden opvangt. Grijzen met een lichtreflectie tussen ruwweg 25 en 40 laten van alle kleuren het minst zien, wit en antraciet het meest, en de glansgraad beslist of je krassen en strijklicht terugziet. Beoordeel een kleur daarom op een staal van minstens 30 bij 30 cm dat plat op de vloer ligt, op twee plekken in de kamer en op drie momenten van de dag.

Waar de kleur van een gietvloer precies in zit

Een gietvloer is geen gekleurde laag over een bestaande vloer, maar een pakket van vier dunne lagen, en de kleur zit in precies één daarvan. Wat je ziet is de gietlaag van 2 tot 3 mm, met het pigment er doorheen gemengd. Hoe die opbouw verder werkt, wat hij kost en waar hij op afknapt staat bij de gietvloer als vloerafwerking.

Boven die gekleurde laag komen een of twee doorzichtige toplagen van pu. Daar zit geen pigment in, dus ze verschuiven de tint niet, maar ze bepalen wel hoeveel licht de vloer spiegelt. Dezelfde kleur ziet er in mat vlakker en lichter uit en in zijdeglans dieper en donkerder.

Onder de gietlaag liggen een primer en een egaliseerlaag, en die zie je nooit terug. Ze bepalen wel of de kleur egaal oogt: een vloer die niet vlak ligt vangt schuin invallend licht ongelijk op, en dat lees je als kleurverschil terwijl het een hoogteverschil is.

Het pigment wordt per set aangemaakt en de vloer wordt nat in nat uitgevlakt en ontlucht. Daardoor is een gietvloer binnen één gietbeurt egaal van kleur, en is de overgang naar een tweede gietbeurt de enige plek waar een kleurverschil kan ontstaan.

Een kleur kiezen voor een gietvloer is daarom iets anders dan een vloer kiezen waarin de kleur per plank of per tegel zit. Er is geen printlaag die je kunt vervangen en geen strook die je los kunt wisselen. Wil je later een andere kleur, dan moet het hele vlak worden opgeschuurd en opnieuw gegoten.

Let op

Een kleurcode is geen bestelnummer voor een uiterlijk. Dezelfde ral 7016 in pu op de vloer, in lakverf op je kozijn en in poedercoating op een radiator komt er drie keer anders uit, omdat het bindmiddel en de glansgraad verschillen. Vergelijk daarom materiaal met materiaal en niet code met code.

De kleurfamilies waarin een gietvloer te krijgen is

Vrijwel elke pu gietvloer wordt op ral-nummer gemengd, en daarnaast heeft bijna elke leverancier een eigen kleurkaart met tinten die tussen de ral-nummers in liggen. Voor het gesprek met een vloerenbedrijf is de ral-code de bruikbaarste taal, want dat nummer betekent bij iedereen hetzelfde.

De matte gietvloer vormt één doorlopend vlak
De matte gietvloer vormt één doorlopend vlak. Kleine gebruikssporen zijn in het zijlicht zichtbaar.

De getallen in de derde kolom zijn lichtreflectiewaarden: 0 is zwart, 100 is wit. Een kleur met een waarde van 60 kaatst ruwweg zes keer zoveel licht terug als een kleur van 10, en dat verschil merk je in een kamer eerder dan het kleurverschil zelf.

Die waarden zijn benaderingen per familie. Vraag bij de kleur die je serieus overweegt de waarde van de leverancier op, want de matteringsmiddelen in een matte toplaag tillen hem een paar punten op en dezelfde kleur in zijdeglans komt een paar punten lager uit.

Het grootste deel van wat er in Nederlandse woonhuizen ligt zit tussen de grijzen, en de verschillen daarbinnen zijn niet klein. Een lichtgrijs rond de 55 houdt een kamer licht, een middengrijs van 30 leest al als een donkere vloer, en onder de 10 heb je een zwart vlak dat de kamer zijn licht van de wanden laat halen.

Een echte kleur, dus groen, blauw of roodbruin in plaats van een neutrale, komt in woonkamers weinig voor en in een werkkamer, hal of bijkeuken vaker. De reden is niet smaak maar dwang: een gekleurde vloer stuurt elke wandkleur en elk meubel dat erop komt, en die ruimte is in een woonkamer het duurst. Welke tinten met welke samengaan staat uitgewerkt in het overzicht van kleuren met hun ondertoon en lichtgedrag.

KleurfamilieRal-nummers die hier vallenLichtreflectie, grofwegWat deze vloer laat zien
Wit en crèmewit9010 zuiver wit, 9016 verkeerswit, 9001 crèmewit75 tot 85Donkere haren, zand en zwarte strepen van schoenzolen; krassen vrijwel niet
Zand en warm licht grijs1015 licht ivoorkleurig, 7032 kiezelgrijs, 7044 zijdegrijs60 tot 75Iets minder dan wit, en in de avondzon loopt de kleur zelf op naar oker
Koel licht grijs7035 lichtgrijs, 7047 telegrijs 4, 7038 agaatgrijs50 tot 65Weinig; hier ligt de grens waarboven stof begint weg te vallen
Middengrijs7030 steengrijs, 7037 stofgrijs, 7042 verkeersgrijs A25 tot 40Van alles het minst, naar beide kanten; dit is de vergevingsgezindste band
Antraciet en zwart7016 antracietgrijs, 7021 zwartgrijs, 9005 gitzwartonder 10Stof, kalkstrepen van opgedroogd water en elke kras als lichte lijn
Een uitgesproken kleur6003 olijfgroen, 5008 grijsblauw, 3009 oxyderood8 tot 25Hetzelfde als een donker grijs, plus dat de kleur elke wand en elk meubel stuurt

Wat de lichtinval met je vloerkleur doet

Een gietvloer is het grootste onafgebroken vlak in de kamer en vangt daarmee het meeste daglicht op. Dat daglicht komt ongeveer twee tot tweeënhalf keer de hoogte van de bovenkant van het raam de kamer in: bij een pui die tot 220 cm doorloopt is dat 440 tot 550 cm. Verder naar achteren leeft de vloer op lamplicht, en daar ziet dezelfde kleur er anders uit.

Op het noorden komt vrijwel geen directe zon binnen. Wat je krijgt is diffuus hemellicht van 6500 K en hoger, de hele dag vrijwel gelijk, en daarin zit weinig rood en geel om terug te kaatsen. Een licht koel grijs wordt daardoor grauw als beton, terwijl een vloer met een warme onderlaag of juist een diep donkere matte vloer wel overeind blijft.

Op het zuiden en westen is het omgekeerde het probleem. Direct zonlicht levert tientallen keren meer licht dan hemellicht, dus wat op een grijze dag rustig ligt staat in de zonvlek op vol vermogen. Rond midwinter komt de zon om het middaguur nog geen 15 graden boven de horizon en strijkt het licht bijna vlak over de vloer.

Dat strijklicht is de zwaarste test die een gietvloer krijgt. Het verlicht elke oneffenheid en elke kras van opzij, en omdat er geen nerf of naad in de vloer zit die de blik onderbreekt, zie je ze alle tegelijk. Een lagere glansgraad en een kleur uit de middenband halen daar het meeste van weg.

Houd de kleurtemperatuur van je lampen binnen één zichtveld gelijk. Zet je 2700 K en 4000 K naast elkaar, dan ijkt je oog zich op het gemiddelde en lijkt de ene lamp oranje en de andere blauw, en de vloer verschuift twee keer mee. Dezelfde afweging speelt bij het kiezen van een kleur per kamer en per windrichting.

Waar het raam op ligtWat het licht doetVloerkleur die hier standhoudtWaar je op let
NoordenDiffuus hemellicht van 6500 K en hoger, de hele dag vrijwel gelijk, geen zonvlekEen warme zand- of taupetint, of juist antraciet in matLicht koel grijs wordt hier grauw, want er is geen warm licht om die grijze onderlaag mee op te tillen
OostenFelle zon tot het middaguur, daarna indirect en vlakMiddengrijs en zandtinten, die op beide momenten overeind blijvenBeoordeel het staal in de middag, want dan zie je het vlakste licht dat de kamer krijgt
ZuidenDirecte zon met scherpe schaduwen; in de winter strijkt het licht vlak over de vloerMiddengrijs tot antraciet in mat of zijdematWit wordt in de zonvlek verblindend, en zijdeglans spiegelt de zon als een lichtvlak terug
WestenOchtends vlak en koel, in de avondzon warm tot bijna oranjeNeutrale grijzen die de avondkleur niet versterkenEen zandkleurige vloer loopt in de avondzon op tot oker; dat kan precies zijn wat je wilt, maar je moet het weten

Mat, zijdemat of zijdeglans en wat dat met de kleur doet

De glansgraad zit in de doorzichtige toplaag en is een keuze naast de kleur, niet een gevolg ervan. Mat, zijdemat en zijdeglans zijn geen namen met een vaste betekenis: mat bij de ene leverancier is zijdemat bij de andere. Vraag daarom het aantal glanseenheden van het technische blad op en vergelijk dat getal tussen offertes.

Matte toplagen bevatten fijne matteringsdeeltjes die het licht alle kanten op strooien in plaats van het te spiegelen. Op een lichte vloer merk je daar weinig van, maar over een zwarte of antracieten kleur legt datzelfde strooilicht een grijze waas: de vloer wordt lichter en vlakker dan het staal dat je in de winkel vasthield.

Zijdeglans doet het omgekeerde. De vloer spiegelt een deel van het licht rechtstreeks terug, waardoor donkere kleuren verzadigder lijken en een antraciet bijna zwart wordt. Wat je erbij krijgt is dat elke golf in de ondervloer, elke kras en de zon zelf als lichtvlek terugkomen.

Er zit ook een praktisch verschil in. Een matte vloer laat huidvet van blote voeten en vingersporen als glanzende plekken achter, omdat het vet de ruwe toplaag plaatselijk glad maakt. Een gladdere toplaag heeft dat niet, maar laat strijklicht en krassen des te duidelijker zien.

De keuze hangt daarmee vooral aan het licht in de kamer en aan wie er loopt. Bij een grote pui op zuid of west is mat of zijdemat de rustigere keuze, en in een kamer zonder direct zonlicht kun je de spiegeling van zijdeglans gebruiken om het weinige licht door te geven.

GlansgraadWat het met de kleur doetWat je terugzietWaar dit zijn werk doet
MatLegt een grijze waas over donkere kleuren; de vloer oogt lichter en vlakker dan het staalWeinig strijklicht en weinig krassen, maar wel huidvet en vingersporen als glanzende plekkenKamers op zuid en west met veel strijklicht, en lichte vloeren waar het waaseffect wegvalt
ZijdematHoudt de kleur ongeveer zoals hij op het staal staatStrijklicht is zichtbaar, krassen blijven in de dagelijkse praktijk beperktDe gangbare keuze in een woonkamer en de veiligste als je twijfelt
ZijdeglansVerdiept en verzadigt de kleur; antraciet wordt bijna zwartElke kras, elke golf in de ondervloer en de zon als lichtvlakKamers zonder direct zonlicht, en ruimtes waar je de spiegeling juist wilt gebruiken
Praktische tip

Vraag je stalen in de glansgraad die je overweegt en niet alleen in de kleur. Twee stalen in dezelfde ral-kleur, het ene mat en het andere in zijdeglans, lijken naast elkaar op twee verschillende kleuren, en dat verschil is groter dan tussen twee naburige nummers uit dezelfde kleurkaart.

Welke kleur het minst laat zien

De vraag die na de kleurkaart komt is niet welke kleur mooi is, maar welke kleur je huishouden aankan. Bij een gietvloer ligt die vraag scherper dan bij een houten of gedessineerde vloer, want er zit geen nerf, geen naad en geen print in die iets opvangt.

Op een donkere vloer zie je alles wat licht is. Huisstof bestaat grotendeels uit huidschilfers en vezels en is licht van kleur, opgedroogd water laat witte kalkstrepen achter, en een kras is een vers spoor dat het licht strooit in plaats van spiegelt en daardoor als lichte lijn leest.

Op een lichte vloer draait dat om. Donkere haren, zand uit de tuin, zwarte strepen van schoenzolen en de kruimels onder de eettafel springen eruit, terwijl krassen vrijwel onzichtbaar blijven: een kras heeft op een lichte vloer ongeveer dezelfde helderheid als de vloer zelf.

Daartussen ligt een middengrijs met een lichtreflectie van ruwweg 25 tot 40, en dat is de reden dat die kleuren zo vaak in gangen en keukens liggen. Ze laten naar beide kanten het minst zien, en dat weegt zwaar op een vloer waar je een beschadiging niet per plank kunt vervangen.

Zand is daarbij de schuurkorrel die de meeste krassen maakt, veel meer dan hondennagels of stoelpoten. Een schoonloopmat van minstens twee stappen lang bij de deur waar het zand binnenkomt doet meer voor het aanzien van je vloer dan welke kleurkeuze ook.

Of een gietvloer in jouw situatie de juiste vloer is, met een hond, jonge kinderen of een bijkeuken erbij, zoek je op in de vloerwijzer die vloeren scoort op huisdieren, vocht en vloerverwarming. Een pu gietvloer scoort daar goed met kinderen en matig met honden en katten, en die score gaat over krassen en niet over kleur.

Wat er op de vloer terechtkomtOp wit en licht grijsOp middengrijsOp antraciet en zwart
Huisstof en pluizenValt wegZichtbaar bij strijklichtMeteen zichtbaar, ook zonder strijklicht
Zand en kruimelsDuidelijk zichtbaarZichtbaarValt grotendeels weg
Donkere haren van hond of katSpringt eruitZichtbaarValt weg
Lichte haren, zaagsel en kattenbakkorrelsValt wegZichtbaarSpringt eruit
Krassen van nagels, zand en stoelpotenVrijwel onzichtbaarZichtbaar bij strijklichtAls lichte lijnen, en in de zon alle tegelijk
Opgedroogd water en zeeprestenValt wegLichte waasWitte strepen, vooral bij de deur en de keuken
Voetsporen van blote voetenValt wegZichtbaar in zijdeglansGlanzende plekken, het sterkst op een matte vloer

De wandkleur die bij je vloerkleur hoort

De vloer is het grootste vlak in de kamer en het vlak dat je het lastigst verandert, dus de wandkleur volgt op de vloerkleur en niet andersom. Begin bij de ondertoon: leg een vel wit papier op de gietvloer en kijk of het grijs naar blauw of naar bruin trekt. Dat ene kijkje bepaalt de helft van je verdere keuzes.

De combinatie die het vaakst misgaat is een warme beige wand boven een koele grijze gietvloer. Het beige leest dan geel en de vloer wordt blauw, en het resultaat voelt als een verkeerde vloerkeuze terwijl het aan de wand ligt. Trekken vloer en wand dezelfde kant op, dan houden ze elkaar overeind.

Bij een antracieten gietvloer komt de lichtbalans erbij. Antraciet geeft grofweg minder dan tien procent van het licht terug dat erop valt, dus het werk moet van de wanden en het plafond komen. Kalkwit houdt het daar neutraal zonder de vloer naar blauw of bruin te trekken, en een accent in okergeel brengt de warmte terug die de vloer wegneemt.

Wat je bij een donkere vloer vermijdt, is een tweede donker vlak op de wand in een kamer op het noorden. Er komt dan te weinig licht terug om de kamer overdag te laten werken, en je merkt het niet aan de vloer maar aan het feit dat de lampen om drie uur 's middags al aan moeten.

Twijfel je over de wand boven een donkere vloer, dan staan de combinaties uitgewerkt bij welke muurkleur bij een donkere vloer werkt. Voor een zand- of taupekleurige gietvloer is de ondertoon van licht taupe het startpunt, en voor de rest van de kamer helpt een overzicht van kleurcombinaties voor de woonkamer.

VloerkleurWand en plafondAccent in textiel of meubelsWat hier wringt
Antraciet, ral 7016 of donkerderKalkwit, met betongrijs op een deel van de wand of op stalen kozijnenOkergeel in een bank, kussens of een lampEen warme beige wand: het beige leest geel en de vloer wordt blauw
Licht tot middengrijs met een koele ondertoonGreige, met kalkwit op plafond en plintenPetrolblauw in textiel of een fauteuilEen tweede grijs met net een andere ondertoon dan de vloer
Zand, taupe of beigegrijsWarm wit, met linnen op een groot wandvlakOlijfgroen in textiel en plantenKoel wit en grijsblauw, die het warme deel geler laten lijken dan het is
Wit en crèmewitKalkwit op wanden en plafondZacht zwart in kozijnen en binnendeurenDrie verschillende witten in één zichtveld, want dan zie je alleen nog het verschil
Praktische tip

Leg het vloerstaal op de grond en zet de proefkleur van de wand er rechtop naast, op een stuk karton van 50 bij 50 cm. Een wand vangt het licht verticaal op en een vloer horizontaal, dus twee vlakken die plat naast elkaar kloppen, kunnen in de kamer alsnog uiteenlopen.

Plinten, kozijnen en de plek waar de kleur stopt

De plint is de lijn waarmee de vloer eindigt, en daar wordt vaak te snel over besloten. Een helder witte plint tegen een antracieten gietvloer trekt een harde streep rondom de hele kamer en maakt het donkere vlak zwaarder. Met de wandkleur zelf, of met een betongrijs dat aansluit bij het koele karakter van de vloer, valt die lijn weg.

Bij een gietvloer kan de plint ook helemaal vervallen. De vloer loopt dan in een kitvoeg tegen het stucwerk aan, en dat is dezelfde onafgebroken lijn die de vloer zelf heeft. Die voeg beweegt mee met de ondergrond en moet na verloop van jaren opnieuw, dus kies een kitkleur die je kunt navragen en noteer hem.

Schilder plinten, kozijnen en binnendeuren pas nadat de vloerkleur vastligt. Wit is geen kleur maar een familie, en welk wit klopt hangt aan de ondertoon van de vloer: hetzelfde kozijnwit leest blauw boven een warme zandkleur en geel boven een koel grijs.

De tweede lijn is de plek waar de kleur stopt. Een gietvloer wordt per ruimte in één keer gegoten en de natuurlijke stop ligt in de dagmaat van het kozijn, onder het gesloten deurblad. Daar zie je de overgang vanuit geen van beide kamers.

Laat je meerdere ruimtes doen, spreek dan af welke ruimtes in dezelfde gietbeurt meegaan. Twee sets pigment die niet uit dezelfde productiepartij komen kunnen net iets uiteenlopen: in één doorlopend vlak zie je dat als een baan, met een deur ertussen niet. Loopt de vloer door naar een slaapkamer, leg de vloerkleur dan naast de warme wandkleuren die in een slaapkamer standhouden, want het licht en het gebruik zijn daar anders dan in de woonkamer.

Let op

Een gietvloer die over een drempel doorloopt naar een natte ruimte vraagt een andere afweging dan een kleurkeuze. Een pu gietvloer scoort matig in een badkamer of kelder, en de kleur verandert daar niets aan. Los dat op met het materiaal en de afwerking van de randen, niet met een donkerder tint die de vlekken moet verbergen.

Pu of epoxy, en wat dat op termijn met je kleur doet

Een gietvloer in huis is bijna altijd pu, en epoxy ligt meestal in een garage, berging of kelder. Voor de kleur is dat onderscheid zwaarder dan voor het loopgevoel: epoxy wordt geel onder uv en pu niet of veel minder.

Die vergeling zie je het eerst op de lichte kleuren. In wit en crèmewit zit geen pigment dat de gele verschuiving maskeert, dus na een paar jaar staat de vorm van de zonvlek bij de pui in de vloer. In antraciet duurt het langer voordat het opvalt, maar dan is de kleur wel veranderd.

Vraag daarom bij elke offerte wat de toplaag is en niet alleen wat de gietlaag kost. Zonder pu-laag erover is een kleurverandering door uv niet bij te werken en moet de vloer worden opgeschuurd en opnieuw gegoten.

Wat in een woonkamer opgaat is niet de vloer maar de toplaag. Reken op ongeveer tien jaar in een druk gebruikte kamer, waarna de vloer kan worden opgeschuurd en opnieuw gecoat zonder dat het hele pakket eruit hoeft. Bij die beurt kun je de glansgraad veranderen, de kleur niet, want die zit eronder.

Een plaatselijke reparatie valt daarom altijd op. Kleur en glans van een verse partij sluiten nooit precies aan op een vloer die jaren licht en slijtage heeft gehad, dus de nette oplossing is een hele kamer opnieuw coaten. Hoe dat met meubels en vloerverwarming uitpakt staat bij de gietvloer in de woonkamer, en het bredere vergelijk met andere vloerafwerkingen staat op de pagina over vloeren kiezen en leggen.

Hoe je een kleur beoordeelt voordat er gegoten wordt

Een kleurkaart en een staaltje van een paar centimeter houd je rechtop, met wit eromheen, en daardoor zie je de kleur lichter en koeler dan hij op je vloer wordt. Vraag stalen van minstens 30 bij 30 cm en leg ze plat neer, in de kamer waar de vloer komt.

De materiaalstalen liggen naast het bestaande hout
De materiaalstalen liggen naast het bestaande hout. Kleur, glans en structuur zijn zo in dezelfde omgeving te vergelijken.

Leg er twee: een op ongeveer een meter van de pui en een op de plek die het verst van het raam af ligt. Op de eerste plek zie je de kleur in direct en strijkend licht, op de tweede zie je wat de kleur doet waar de kamer het van de lampen moet hebben. Dat zijn in de praktijk twee verschillende kleuren van hetzelfde staal.

Beoordeel ze op drie momenten: 's ochtends, rond het middaguur en 's avonds met alleen de lampen aan. Tussen lamplicht van 2700 K en hemellicht van 6500 K zit meer verschil dan tussen twee naburige nummers uit dezelfde kleurkaart, en de kamer hoort te kloppen op het moment dat je hem het meest gebruikt.

Leg het staal daarna tegen de plint, het kozijn en de keukenfronten aan, met een vel wit papier ernaast als ijkpunt. Zonder dat ijkpunt vergelijk je twee kleuren met elkaar, en dan schuift je oog ze allebei de verkeerde kant op.

Wat er buiten het raam staat telt mee. Een groene heg, een rode bakstenen muur aan de overkant of een groot grasveld kaatst gekleurd licht naar binnen en schuift een neutrale grijze vloer zichtbaar naar groen of roze. Bij loofbomen gebeurt dat alleen van mei tot oktober, dus zo'n kamer verandert met het seizoen.

Praktische tip

Laat de stalen een week liggen en loop er elke dag overheen. Een kleur die je op dag een mooi vindt maar waarop je elke ochtend de kruimels van gisteren ziet, is de verkeerde kleur voor die kamer.

Van kleurkaart naar gegoten vloer

De volgorde die voorkomt dat je een kleur kiest voordat je weet wat de kamer aankan.

  1. Leg vast wat er blijft liggen

    Noteer de kleur van de kozijnen, de binnendeuren, de keukenfronten en de trap, en stel van elk de ondertoon vast met een vel wit papier ernaast. De vloer komt straks naast al die vlakken te liggen en is het enige dat je daarna niet meer verandert.

    Staat er nog niets, kies dan eerst de vloer. Hij is het grootste vlak en de duurste vergissing, dus hij hoort bovenaan in de volgorde te staan.

  2. Meet hoeveel daglicht de kamer krijgt

    Kijk waar het raam op ligt en meet hoe hoog de bovenkant van het glas zit. Daglicht komt ongeveer twee tot tweeënhalf keer die hoogte de kamer in, dus bij 220 cm reikt het 440 tot 550 cm ver. De rest van de kamer beoordeel je bij lamplicht.

    Op het noorden houd je een warme onderlaag aan of ga je juist diep donker in mat. Het halfslachtige midden, een licht koel grijs, is precies de kleur die in diffuus licht grauw wordt.

  3. Kies eerst de band lichtreflectie, dan pas de tint

    Bepaal of je een vloer wilt rond de 80, rond de 55, rond de 30 of onder de 10. Dat getal beslist hoe licht de kamer blijft en hoeveel de wanden moeten compenseren, en het is een grovere en belangrijkere keuze dan het verschil tussen twee naburige grijzen.

    Binnen die band kies je daarna de ondertoon: koel, neutraal of warm. Dan zijn er nog maar een handvol nummers over die je serieus hoeft te bekijken.

  4. Weeg mee wat er dagelijks op de vloer komt

    Loop na wie er over de vloer gaat: een hond die nat uit de tuin komt, kinderen met zand in hun schoenen, blote voeten in de zomer. Donkere vloeren tonen stof en kalkstrepen, lichte vloeren tonen haren en zand, en het middengrijs zit daar tussenin.

    Reken ook mee dat je een beschadiging op een gietvloer niet per plank vervangt. Een kleur die een gebruikssporen wegneemt is op deze vloer meer waard dan op een vloer die je in stukken kunt herstellen.

  5. Vraag stalen aan in de kleur en in de glansgraad

    Vraag twee of drie stalen van minstens 30 bij 30 cm, en vraag dezelfde kleur in twee glansgraden. Het verschil tussen mat en zijdeglans in één kleur is groter dan het verschil tussen twee nummers uit dezelfde familie.

    Vraag er meteen de lichtreflectiewaarde en het aantal glanseenheden bij, want dat zijn de twee getallen waarmee je offertes eerlijk vergelijkt.

  6. Leg de stalen plat en bekijk ze op drie momenten

    Leg een staal op ongeveer een meter van het raam en een op de plek die het verst van het raam ligt. Bekijk ze 's ochtends, rond het middaguur en 's avonds met alleen de lampen aan.

    Leg ze daarna tegen de plint en het kozijn aan, met een vel wit papier ernaast. Dan zie je of de ondertonen dezelfde kant op trekken of tegen elkaar in gaan.

  7. Zet kleur, glans en stoplijn in de offerte

    Laat het ral-nummer, het aantal glanseenheden en het soort toplaag in de offerte opnemen, plus welke ruimtes in één gietbeurt meegaan en op welke plek de vloer stopt. De nette stop ligt in de dagmaat van het kozijn, onder het gesloten deurblad.

    Vraag daarbij om een staal uit de partij die voor jouw vloer wordt gemengd, niet uit de showroomdoos.

  8. Laat de dekvloer meten voordat er gegoten wordt

    De dekvloer moet droog zijn en vloerverwarming moet eerst volgens het opstookprotocol zijn opgestookt en teruggekoeld. Gaat dat mis, dan drukt restvocht de vloer los of scheurt hij mee met de eerste keer opwarmen, en dan is de kleurkeuze het minste probleem.

    Beoordeel de vloer ook niet op de dag dat hij gegoten is. Pu bereikt zijn eindhardheid en eindglans pas na dagen, en de kleur oogt tot die tijd anders dan hij wordt.

Vloerwijzer

Geef aan wat er in de ruimte gebeurt: vloerverwarming, huisdieren, kinderen, vocht en budget. Je ziet welke vloeren afvallen en waarom. Open de volledige vloerwijzer

Voordat je de kleur vastlegt

Uit de praktijk

Wat hier misgaat

De vloer lijkt bij het raam een andere kleur dan achter in de kamer

Het symptoom is een vloer die bij de pui lichter en warmer oogt en achterin grauw. Dat is geen fout in de partij maar het verloop van het daglicht: dat komt ongeveer twee tot tweeënhalf keer de hoogte van de bovenkant van het raam naar binnen, en daarachter neemt het lamplicht het over.

Bij een houten of gedessineerde vloer valt zo'n verloop weg tussen de planken en de tekening. Een gietvloer is één onafgebroken vlak zonder naad of nerf, dus er is niets dat het verloop opbreekt en je ziet het als een geleidelijke overgang.

Wat hieraan te doen is zit in het licht en niet in de vloer. Zet in het achterste deel van de kamer twee of drie lichtpunten bij op dezelfde kleurtemperatuur als de rest, en kies de vloerkleur mede op wat hij bij lamplicht doet, want daar leeft dat deel van de kamer van.

Waar dit op vastloopt

Elke kras is een lichte lijn en je ziet ze alle tegelijk

Een kras in een gietvloer is een vers, ongepolijst spoor dat het licht strooit in plaats van spiegelt, en daardoor leest hij als een lichte lijn. Op een antracieten vloer is dat contrast groot; op een lichte vloer valt hetzelfde spoor vrijwel weg.

Dat je ze allemaal tegelijk ziet komt door de stand van de zon. Strijkt het licht vlak over de vloer, bij een pui op zuid of west en vooral in de winter, dan wordt elk spoor van opzij verlicht en licht het op. Op een grijze dag liggen dezelfde krassen er ook, alleen zie je ze dan niet.

De maatregelen liggen voor de keuze en niet erna: een lagere glansgraad, een kleur uit de middenband, vilt onder elke stoelpoot en een schoonloopmat bij de deur waar het zand binnenkomt. Zand is de schuurkorrel; nagels en stoelpoten alleen maken veel minder krassen.

Wat hier misgaat

De wand leest geel terwijl vloer en wand allebei neutraal heten

Het symptoom is een wand die naar geel of roze trekt boven een vloer die opeens blauw lijkt, terwijl beide kleuren op zichzelf neutraal heten. Wat je ziet is het verschil tussen twee ondertonen, en je oog vergroot dat verschil doordat het de twee vlakken met elkaar vergelijkt.

Een koele grijze gietvloer met een warme beige wand is de combinatie waarin dit het sterkst optreedt. De vloer duwt de wand naar geel, de wand duwt de vloer naar blauw, en het gevolg is dat de vloer als een verkeerde keuze voelt terwijl het aan de wand ligt.

De ingang is de ondertoon en niet de kleur. Leg een vel wit papier op de vloer om te zien of het grijs naar blauw of naar bruin trekt, en kies daarna een wandkleur die dezelfde kant op gaat. Greige overbrugt een koele vloer en warm meubilair omdat het beide ondertonen in zich heeft.

Waar dit op vastloopt

Na een reparatie blijft de plek zichtbaar

Het symptoom is een bijgewerkte plek die in kleur net iets afwijkt en bij strijklicht ook in glans. Dat komt doordat de vloer eromheen jaren licht en slijtage heeft gehad, terwijl de nieuwe partij vers pigment en een verse toplaag heeft.

Bij een vloer van planken of tegels los je dat op door het beschadigde element te vervangen. Een gietvloer is één vlak, dus er is geen element om te wisselen en elke reparatie is per definitie een plek in een groter geheel.

Wat wel werkt is de hele kamer opschuren en opnieuw coaten. Dat kan zonder het pakket te verwijderen en het herstelt ook de glans, maar het is een klus waarvoor de kamer leeg moet en het verandert de kleur niet, want die zit in de laag eronder.

Veelgemaakte fouten

De kleur kiezen van een staaltje dat je rechtop houdt

Een klein staal met wit eromheen wordt lichter en koeler gezien dan hij is, en rechtop vangt hij het licht uit een heel andere hoek dan een vloer. Een grijs dat in je hand neutraal lijkt kan plat op de grond duidelijk naar blauw trekken. Leg het staal daarom neer in de kamer waar de vloer komt.

Het plint- en kozijnwit vastzetten voordat de vloer er ligt

Wit is geen kleur maar een familie, en welk wit klopt hangt aan de ondertoon van de vloer. Wordt er eerst geschilderd in een koel wit en komt daarna een warme zandkleurige gietvloer, dan leest het kozijn blauw tegen die vloer. Schilderwerk dat de vloer moet volgen, doe je ook na de vloer.

Zwart kiezen en er mat bij bestellen omdat dat rustiger klinkt

Matteringsdeeltjes strooien licht, en over een zwarte of antracieten kleur legt dat een grijze waas: de vloer wordt lichter en vlakker dan het staal. Daar komt bij dat een matte toplaag huidvet en vingersporen als glanzende plekken laat zien. Wil je echt diep zwart, dan hoort daar een hogere glansgraad bij, met alles wat die glans terugkaatst.

Epoxy nemen in een kamer met veel zon omdat het goedkoper is

Epoxy is harder en goedkoper dan pu, maar hij wordt geel onder uv. Bij een grote pui op zuid of west staat na een paar jaar de vorm van de zonvlek in de vloer, en dat is niet bij te werken: de vloer moet dan worden opgeschuurd en opnieuw gegoten. Vraag bij elke offerte wat de toplaag is.

Meerdere ruimtes laten gieten zonder afspraak over de overgang

Twee sets pigment die niet uit dezelfde productiepartij komen kunnen net iets uiteenlopen. In één doorlopend vlak zie je dat verschil als een baan in de vloer, en die baan ligt er voorgoed. Spreek af welke ruimtes in één beurt meegaan en leg de stoplijn in de dagmaat van een kozijn, onder het gesloten deurblad.

Denken dat een donkere vloer de kamer kleiner maakt

Een donkere vloer maakt de kamer niet kleiner maar donkerder: hij geeft minder licht terug aan de wanden en het plafond. Wie dat opvangt met lichte wanden, een plafond dat een tint lichter is dan de wand en meer lichtpunten dan gebruikelijk, houdt de ruimte gewoon. Het misverstand kost mensen vaak de kleur die ze eigenlijk wilden.

De vloer beoordelen op de dag dat hij gegoten is

Pu bereikt zijn eindhardheid en zijn eindglans pas na dagen, en tot die tijd oogt de kleur anders dan hij wordt. Wie op dag een oordeelt, ziet een vloer die nog uithardt en soms nog licht wolkt. Loop er pas op wanneer de vloerenlegger dat zegt en beoordeel de kleur een week later, bij daglicht en bij lamplicht.

Veelgestelde vragen

Welke kleur gietvloer laat het minst vuil en krassen zien?

Een middengrijs met een lichtreflectie van ruwweg 25 tot 40, dus in de buurt van ral 7030, 7037 of 7042. Op een donkere vloer zie je alles wat licht is: stof, kalkstrepen van opgedroogd water en krassen. Op een lichte vloer zie je alles wat donker is: haren, zand en strepen van schoenzolen. In de middenband is het contrast naar beide kanten het kleinst, en een lagere glansgraad helpt daar nog eens bovenop.

Kun je een gietvloer in elke ral-kleur laten gieten?

Vrijwel elke pu gietvloer wordt op ral-nummer gemengd, dus het aanbod is breed, maar er zitten twee dingen aan vast. Sterk verzadigde kleuren vragen veel pigment en dat kan de eigenschappen van de gietlaag veranderen, en dezelfde ral-code komt in pu anders uit dan in lakverf omdat het bindmiddel en de glansgraad verschillen. Vraag daarom een staal uit de partij die voor jouw vloer wordt gemengd en ga niet af op een nummer alleen.

Wordt een kamer met een antracieten gietvloer donker?

Donkerder wel, kleiner niet. Antraciet geeft grofweg minder dan tien procent van het licht terug dat erop valt, terwijl een witte vloer rond de 80 procent teruggeeft, en dat licht komt normaal gesproken via de vloer op je wanden en plafond terecht. Vang dat op met lichte wanden, een plafond dat een tint lichter is dan de wand, en meer lichtpunten dan je bij een lichte vloer nodig zou hebben.

Welke muurkleur past bij een grijze gietvloer?

Dat hangt aan de ondertoon van het grijs. Leg een vel wit papier op de vloer: trekt het grijs naar blauw, dan werkt een neutraal wit als kalkwit of een greige die beide kanten in zich heeft. Trekt het naar bruin, dan kun je warmer worden met linnen of zandbeige. Wat vrijwel altijd wringt is een uitgesproken warme beige wand boven een koel grijze vloer. Meer combinaties staan bij de kleuren met hun ondertoon en waar ze mee wringen.

Kun je de kleur van een bestaande gietvloer veranderen?

Niet met een nieuwe toplaag, want die is doorzichtig en verandert alleen de glansgraad. De kleur zit in de gietlaag daaronder, dus een andere kleur betekent dat de vloer wordt opgeschuurd en dat er een nieuwe gekleurde laag overheen gaat. Dat kan meestal zonder de hele opbouw te verwijderen, maar het is een klus van dezelfde orde als de eerste keer gieten en de kamer moet ervoor leeg.

Verkleurt een gietvloer in de zon?

Een pu gietvloer is uv-stabiel en verandert nauwelijks. Epoxy wordt wel geel onder uv, en dat zie je het eerst op wit en crèmewit omdat daar geen pigment in zit dat de verschuiving maskeert. Bij een grote pui op zuid of west staat de vorm van de zonvlek er dan na een paar jaar in. Vraag bij een offerte dus expliciet of de toplaag pu is en laat dat opschrijven.

Wat is het verschil tussen mat en zijdeglans bij een gietvloer?

De glansgraad zit in de doorzichtige toplaag en bepaalt hoeveel licht de vloer spiegelt. Mat strooit het licht, maakt donkere kleuren lichter en vlakker dan het staal, en toont huidvet en vingersporen als glanzende plekken. Zijdeglans spiegelt en maakt dezelfde kleur dieper, maar laat krassen, golvingen in de ondervloer en de zonvlek zien. De namen liggen niet vast, dus vraag het aantal glanseenheden van het technische blad op.

Kun je in hetzelfde huis twee kleuren gietvloer leggen?

Dat kan, en de nette plek om van kleur te wisselen is in de dagmaat van een kozijn, onder het gesloten deurblad. Daar zie je de overgang vanuit geen van beide kamers. Binnen één doorlopende ruimte is een kleurwissel lastiger, want een gietvloer wordt nat in nat uitgevlakt en een strakke scheiding vraagt dan een profiel of een tweede gietbeurt met afplakwerk.

Waarom ziet mijn gietvloer er bij het raam anders uit dan achter in de kamer?

Omdat daglicht ongeveer twee tot tweeënhalf keer de hoogte van de bovenkant van het raam de kamer in komt en daarachter het lamplicht het overneemt. Bij een pui tot 220 cm is dat 440 tot 550 cm. Een gietvloer heeft geen naad of nerf die dat verloop opbreekt, dus je ziet het als een geleidelijke overgang. Extra lichtpunten in het achterste deel halen het verschil er grotendeels uit.

Hoe groot moet een staal zijn om de kleur te kunnen beoordelen?

Minstens 30 bij 30 cm, en liever groter. Een klein staal met wit eromheen wordt lichter en koeler gezien dan hij is, en je mist het licht dat de wanden op de vloer terugkaatsen. Leg het staal plat in de kamer waar de vloer komt en op twee plekken: een op ongeveer een meter van het raam en een op de plek die het verst van het raam af ligt.

Past een witte gietvloer in een woonkamer?

Dat kan, en het is de kleur die het meeste licht teruggeeft, rond de 80 procent. De prijs betaal je in onderhoud: donkere haren, zand en zwarte strepen van schoenzolen vallen op wit meteen op, en een witte vloer in epoxy vergeelt onder uv. Kies je toch wit, neem dan pu met een lage glansgraad, leg een schoonloopmat bij de deur en houd er rekening mee dat je vaker stofzuigt dan bij een middengrijs.

Maakt de kleur van een gietvloer uit voor vloerverwarming?

Voor de werking niet. De warmte komt van onderaf door een laag van 2 tot 3 mm en het pigment verandert daar niets aan; een gietvloer is juist dun en naadloos en geeft die warmte goed door. Wat wel verschilt is de zon: een donkere vloer neemt meer zonnewarmte op dan een lichte, dus in een zonvlek bij een grote pui wordt hij voelbaar warmer. In de zomer merk je dat, in de winter is het meegenomen.

Wanneer je beter een vakman belt

Een gietvloer is geen klus die je zelf doet. De twee componenten worden op gewicht en op tijd gemengd, de vloer moet binnen de verwerkingstijd in één keer worden uitgevlakt en ontlucht, en een fout in die volgorde zit voorgoed in het vlak. Ook het voorwerk is vakwerk: het meten van restvocht in de dekvloer en het opstoken en terugkoelen van vloerverwarming volgens protocol bepalen of de vloer hecht.

Waar je zelf over gaat is de kleur, de glansgraad en de afspraken eromheen. Laat het ral-nummer, het aantal glanseenheden, het soort toplaag, de ruimtes die in één gietbeurt meegaan en de plek waar de vloer stopt in de offerte zetten. Welke vloer in jouw huis het verstandigst is, staat naast de andere opties in de vloerwijzer met scores per situatie.

Verder lezen over dit onderwerp