Wat de beestjeszoeker met je vier antwoorden doet
De hulp vraagt vier dingen: hoe groot het beestje is, welke kleur het heeft, waar je het vond en hoe het eruitziet. Meer heeft hij niet nodig, want die vier samen halen bijna elke soort uit de massa. Hij rekent niets uit maar vergelijkt, net als de andere opzoekhulpen en rekenhulpen op deze site.
Achter de hulp ligt een eigen lijst van 39 soorten die in Nederlandse woningen daadwerkelijk gemeld worden. Bij elke soort staat per veld welke antwoorden erbij horen, en een soort mag er meerdere hebben: een tapijtkever staat zowel onder bruin als onder gevlekt, en zowel onder kever als onder larve.
Voor elke soort telt de hulp hoeveel van jouw vier antwoorden in die lijstjes voorkomen. Dat getal staat op de kaart als 2/4, 3/4 of 4/4. Soorten met minstens twee treffers komen in beeld, de drie beste worden getoond, en vanaf drie treffers krijgt de kaart het oordeel Past in plaats van Kan, met een mits.
Op elke kaart staat daarna hetzelfde rijtje: waaraan je hem herkent, waar hij vandaan komt, wat hij aanvreet, hoeveel haast het heeft en wat er werkt. Die laatste regel is de reden om te determineren, want de aanpak verschilt per soort veel meer dan de beestjes zelf. De achtergrond per groep staat in de gidsen over een beestje in huis herkennen.
| Vraag in de hulp | Wat de hulp ermee doet | Wat er verandert als je iets anders kiest |
|---|---|---|
| Hoe groot is het: kleiner dan 2 mm, 2 tot 5 mm, 5 tot 10 mm of groter dan 1 cm | Kijkt of jouw maatklasse in het lijstje van de soort staat; soorten met een wisselende maat staan in twee klassen tegelijk | Ga je van 2 tot 5 mm naar kleiner dan 2 mm, dan verlaat je de voorraadkevers en kom je bij de mijten, stofluizen en springstaarten uit |
| Welke kleur: wit of crème, bruin, zwart, grijs of zilver, gevlekt, roodbruin | Telt de kleur als treffer; bruin en roodbruin staan los van elkaar en veel soorten staan onder allebei | Kies je zwart in plaats van bruin, dan schuiven de loopkever, de bromvlieg en de zwarte wegmier naar voren en zakken de voorraadkevers weg |
| Waar vond je het: keuken of voorraadkast, kledingkast of textiel, badkamer of kelder, hout, bij afval, door het hele huis | Dit veld filtert het scherpst, want elke soort zit bij zijn eigen voedselbron en nergens anders | Door het hele huis is een verzamelkeuze waar veel soorten onder staan, dus daarmee krijg je juist de breedste en minst scherpe lijst |
| Hoe ziet het eruit: hard schild, wormpje of pop, vliegt, langwerpig met sprieten, bol en grijs, heel veel poten | Dit is een vorm en geen soortengroep: mijten, bedwantsen en vlooien vallen hier ook onder hard schild, kruipt | Kies je wormpje of pop, dan komen de larven naar voren en verdwijnen de volwassen kevers uit beeld, terwijl het om dezelfde soort kan gaan |
Meet het lichaam en niet de poten
De maat is het antwoord dat de uitkomst het sterkst stuurt, en het is ook het antwoord dat het vaakst te groot wordt ingevuld. Dat komt doordat wij een beestje schatten op wat er beweegt, en dat zijn de poten en de sprieten.
De vier klassen in de hulp gaan over de lengte van het lichaam, van de kop tot het achtereind, zonder poten, sprieten en staartdraden. Een trilspin heeft een lichaam van 8 tot 10 mm en haalt met zijn poten een span van 5 tot 7 cm, en die twee getallen zetten je in twee verschillende klassen. Bij een huisduizendpoot van 2 tot 3 cm doen vijftien paar lange gestreepte poten hetzelfde.
Leg het beestje daarom naast een liniaal, of maak een foto met een bekende rand ernaast en zoom daarop in. Een balpen met een punt van 1 mm zet een stip die je zo als ijkpunt kunt gebruiken, en een sesamzaadje van ongeveer 3 mm werkt op het aanrecht net zo goed.
Onder de 2 mm houdt het schatten op. Daar zie je zonder loep van tien keer geen poten en geen sprieten meer, alleen een bewegend stipje. Kun je poten tellen, dan zit je dus al in de klasse van 2 tot 5 mm.
| Maatklasse | Wat je met het blote oog nog ziet | Soorten die hier thuishoren | Waar de maat misgaat |
|---|---|---|---|
| Kleiner dan 2 mm | Een bewegend stipje zonder zichtbare poten of sprieten | Huisstofmijt 0,2 tot 0,4 mm, meelmijt 0,3 tot 0,5 mm, vogelmijt 0,7 tot 1 mm, springstaart 1 tot 2 mm, stofluis 1 tot 2 mm, faraomier ongeveer 2 mm | Een huisstofmijt kun je niet zien; wat je over de vloer ziet lopen is dus altijd iets anders |
| 2 tot 5 mm | Vorm en kleur zijn te zien, details als sprieten en snuit alleen met een loep | Tapijtkever en museumkever 2 tot 3 mm, broodkever 2 tot 3,5 mm, tabakskever en rijstklander 2 tot 3 mm, rijstmeelkever 3 tot 4 mm, fruitvlieg 2 tot 3 mm, bedwants 4 tot 5 mm, kattenvlo 2 tot 3 mm | Dit is de drukste klasse van de lijst, dus hier bepalen de plek en het gedrag de uitkomst en niet de maat |
| 5 tot 10 mm | Alles is te zien, ook de tekening op de dekschilden of de vleugels | Spekkever 7 tot 9 mm, bonte knaagkever 5 tot 9 mm, kleermot 6 tot 9 mm, voorraadmot 7 tot 10 mm, huisvlieg 6 tot 8 mm, zilvervisje 8 tot 12 mm, trilspin 8 tot 10 mm lichaam | Een mot meet je met de vleugels dicht; opengeslagen lijkt hij bijna twee keer zo groot en kom je een klasse te hoog uit |
| Groter dan 1 cm | Je kunt het beestje benoemen zonder hulpmiddel | Meelkever 12 tot 18 mm, huisboktor en loopkever 10 tot 25 mm, pissebed en oorwurm 10 tot 15 mm, bromvlieg 10 tot 15 mm, Duitse kakkerlak 10 tot 15 mm, papiervisje 10 tot 15 mm, steenduizendpoot 15 tot 30 mm | Een papiervisje meet je zonder de staartdraden, en spinnen en duizendpoten zonder de poten; anders belandt bijna alles in deze klasse |
Kleur en vorm zijn de antwoorden die het vaakst misgaan
Kleur lijkt het makkelijkste veld en is het onbetrouwbaarste. Een bedwants is roodbruin en wordt na een bloedmaaltijd boller en donkerder, een vogelmijt is grijswit en kleurt na het steken rood tot zwartrood. Beide staan daarom in de lijst onder meer dan één kleur.
De ondergrond doet de rest. Hetzelfde kevertje leest op een witte vensterbank donkerder dan op een eiken vloer, en een dood exemplaar droogt in, verschrompelt en verbleekt. Beoordeel de kleur dus op een wit vel papier en het liefst op een levend beestje.
Larve en volwassen dier hebben bovendien vaak niets van elkaar weg. De meelworm is geelbruin en hard, de meelkever waar hij uit komt is zwart tot donkerbruin; een tapijtkeverlarve is een bruin harig wormpje en de kever zelf een mozaïek van gele, witte en zwarte schubjes. Vind je alleen huidjes of een wormpje, kies dan bij vorm ook echt voor wormpje of pop.
Vorm is in deze hulp een beschrijving en geen soortengroep. Hard schild, kruipt vangt ook mijten, bedwantsen en vlooien op, en heel veel poten telt acht spinnenpoten net zo goed mee als vijftien paar poten van een duizendpoot. Twijfel je tussen twee vormen, probeer ze dan allebei en kijk welke kaart bij de sporen past die je verder in huis vindt. Hoe je die sporen leest staat bij kevers in huis herkennen aan hun sporen.
Waar je hem vond wijst de haard aan
De vindplaats is het scherpste veld van de vier, omdat elk beestje bij zijn voedselbron zit en nergens anders. Toch is de plek waar jij hem zag lang niet altijd de plek waar hij vandaan komt.
Broodkevers en tabakskevers vliegen naar het licht, dus je vindt ze op de vensterbank terwijl het potje kerrie drie meter verderop staat. Rupsen van de voorraadmot kruipen juist ver van hun voedsel weg om te verpoppen, tot in de hoek van het legbord of achter de plint. Maden doen hetzelfde en eindigen daardoor op de badkamervloer, terwijl ze uit de afvalbak komen.
Vul dus in waar je hem zag, en behandel de vraag waar de haard zit als een tweede vraag. De tabel hieronder geeft per ruimte de voedselbron, want daarmee zoek je gericht in plaats van overal. Over hoe snel dat in een afvalbak gaat, staat meer bij hoe maden ontstaan en bij het uitschrobben van de prullenbak zelf.
| Waar je het vond | Wat daar de voedselbron is | Soorten die daarbij horen | Wat je daar als eerste openmaakt |
|---|---|---|---|
| Keuken of voorraadkast | Droog zetmeel: meel, rijst, pasta, specerijen, noten en dierenvoer | Broodkever, tabakskever, rijstmeelkever, rijstklander, meelkever, voorraadmot, meelmijt | Het pak of potje dat je al een jaar niet hebt aangeraakt, en daarna de schroefgaten van de legbordsteunen |
| Kledingkast, tapijt of textiel | Keratine: wol, zijde, bont, dons, veren en haar | Kleermot, tapijtkever, museumkever, kattenvlo, huisstofmijt | De plooi onder de kraag van een wollen trui, en de rand van het kleed onder de bank die nooit verschuift |
| Badkamer, kelder of kruipruimte | Schimmelfilm, zeepresten en huidschilfers bij een luchtvochtigheid boven ongeveer 75 procent | Zilvervisje, springstaart, pissebed, afvoervliegje, steenduizendpoot, stofluis | Het doucheputje, de overloop van de wastafel en de naad achter de badrand |
| Hout, balken of meubels | Spinthout met een vochtgehalte boven ongeveer 12 procent | Houtworm, bonte knaagkever, huisboktor | De onderkant van de vloerdelen bij het kruipluik, en de balkkop waar hij de koude buitenmuur in gaat |
| Bij afval of de prullenbak | Rottend eiwit: vlees, vis, kattenvoer en gft | Bromvlieg, huisvlieg, maden, spekkever, fruitvlieg | De bodem onder de zak in de bak en de rand onder het deksel, waar het vocht blijft staan |
| Door het hele huis | Geen eigen bron; deze keuze betekent meestal dat de haard nog niet gevonden is | Loopkever, grote huisspin, papiervisje, bedwants, faraomier, zwarte wegmier | De route: waar liep hij vandaan, en waar wordt het in die richting warmer of vochtiger |
De keversoorten in huis die je echt tegenkomt
In het dagelijks spraakgebruik is alles met een hard schild een kever. De soorten kevers in huis die er werkelijk toe doen vallen uiteen in vier groepen, en die groep bepaalt de aanpak volledig.
De voorraadkevers leven van droog zetmeel en zitten in de keuken: broodkever, tabakskever, rijstmeelkever, rijstklander en meelkever. Hier draait alles om het vinden van het ene pak of potje waar het uit komt, want stofzuigen zonder die bron levert niets op.
De textielkevers leven van keratine, de stof in wol, zijde, veren en dons. Tapijtkever, museumkever en spekkever horen daarbij, en de aanpak is een haard opsporen, wassen op 60 graden of minstens 72 uur invriezen bij 18 graden onder nul.
De houtkevers vragen iets heel anders. Houtworm, bonte knaagkever en huisboktor hebben vochtig hout nodig, dus daar begin je bij de lekkage, de dichtgezette kruipruimteroosters of de koude balkkop, en niet bij een bus middel. Een spuitbus dringt maar een paar millimeter in het hout en doet bij een balk van 20 bij 20 cm dus vrijwel niets.
De vierde groep is de passant: de loopkever die onder de buitendeur door kwam en binnen niets te eten vindt. Welke kever je ook vindt, de verdieping per soort staat verzameld bij de kevers in huis en wat ze aanvreten.
| Kever | Grootte | Waar je hem vindt | Waaraan je hem herkent | Wat hij aanvreet |
|---|---|---|---|---|
| Tapijtkever | 2 tot 3 mm | Kledingkast, wollen kleed, langs de plint | Rond kevertje met een mozaïek van gele, witte en zwarte schubjes; vaker vind je het bruine harige larfje van 4 tot 5 mm plus lege huidjes | Wol, zijde, veren en dons; katoen en polyester laat hij liggen |
| Museumkever | 2 tot 3 mm | Vensterbank, zolder, kledingkast | Ovaal en donker met een paar lichte schubbenbandjes, duidelijk minder bont dan de tapijtkever | Wol, veren en opgezette dieren, en de dode insecten die op de vensterbank blijven liggen |
| Spekkever | 7 tot 9 mm | Zolder, dakgoot, voorraad | Zwart met over de voorste helft van de dekschilden een geelgrijze band met donkere puntjes; de larve wordt tot 15 mm | Droge dierlijke waar; de larve boort zich voor de verpopping in zacht hout en isolatie |
| Meelkever met de meelworm | 12 tot 18 mm | Bijkeuken, schuur, garage | Langwerpig zwart tot donkerbruin met een dof gestreept dekschild; de larve is de bekende meelworm van wel 3 cm | Meel, graan, vogelvoer en hondenbrokken |
| Rijstmeelkever | 3 tot 4 mm | Bloem, muesli, pasta, paneermeel | Plat en langwerpig, egaal roodbruin, loopt hard weg als je het pak optilt; in aantal ruikt hij scherp en muf | Gebroken graan en meel; hele korrels kan hij niet aan |
| Broodkever | 2 tot 3,5 mm | Vensterbank, lamp, voorraadkast | Bol en roodbruin met een naar beneden gebogen kop, waardoor hij van boven bijna geen kop lijkt te hebben | Beschuit, meel, specerijen en droogboeketten; de larve boort gaatjes van 1 mm door karton |
| Tabakskever | 2 tot 3 mm | Specerijenrek, thee, hondensnacks | Lijkt sterk op de broodkever; het verschil zit in de gladde dekschilden en de zaagvormige sprieten en is alleen met een loep te zien | Specerijen, thee, gedroogde kruiden en dierenvoer |
| Rijstklander | 2 tot 3 mm | Rijst, pasta, tarwe, mais | Donker roodbruin met een duidelijke snuit, van opzij een miniatuur olifantje; in de korrels zitten ronde uitvlieggaatjes | De kern van hele korrels, die daardoor hol worden en muf gaan ruiken |
| Houtworm, de kleine klopkever | 3 tot 5 mm | Kruipruimte, kelder, vloerbalken, een meubel dat in de schuur stond | De kever zie je zelden; wel ronde uitvlieggaatjes van 1 tot 2 mm met een hoopje boormeel zo fijn als zand | Spinthout van meubels, vloerdelen en balken, alleen boven ongeveer 12 procent houtvocht |
| Bonte knaagkever | 5 tot 9 mm | Oude eiken balken en kapconstructies | Bruin met grijsgele haarplekjes; gaten van 3 tot 4 mm met korrelig boormeel, en in het voorjaar een kort tikkend geluid uit de balk | Vochtig loofhout dat al door schimmel is aangetast, tot in de draagkracht |
| Huisboktor | 10 tot 25 mm | Dakbeschot, gordingen en sporen van vuren of grenen | Ovale uitvlieggaten van 6 tot 10 mm; alle andere houtkevers in huis maken ronde gaten | Het spinthout van naaldhout, van binnenuit uitgehold |
| Loopkever | 10 tot 25 mm | Vloer bij een buitendeur, kelderraam, kruipluik | Glanzend zwart met lange poten, rent weg van het licht in plaats van ernaartoe | Niets in huis; in de tuin eet hij slakken, rupsen en larven |
Hele kleine bruine beestjes in huis: de groep waar het vastloopt
Bruin en kleiner dan 5 mm is de grootste groep van de hele lijst. Daarom komt de hulp op die combinatie vaak met drie kaarten die alle drie kunnen kloppen, en daarom helpt een vierde antwoord meer dan een betere beschrijving van de kleur.
Wat wel beslist is gedrag, en dat kost je niets om te bekijken. Een springstaart springt, en geen enkel kevertje van dat formaat doet dat. Een stofluis kruipt juist traag over papier of een kozijn. Een broodkever vliegt naar de lamp, een loopkever rent er hard vandaan.
De tweede beslisser is de plek waar het beestje verschijnt als je het licht aandoet. Kleine bruine insecten in huis die alleen in de badkamer en op een natte vloer opduiken horen bij vocht, en die in de voorraadkast zitten bij een pak dat open staat.
De tabel hieronder vertaalt gedrag naar een waarschijnlijke soort en noemt erbij waar je die bevestigt. Loop je er niet uit, dan geven de kenmerken van een klein bruin insect in huis en het overzicht van de kleine kevertjes die binnen voorkomen de volgende stap. Zit het beestje duidelijk in het bruine tot roodbruine bereik, kijk dan bij een bruine kever in huis en waar die vandaan komt.
| Wat het doet of waar het zit | Waarschijnlijke soort | Waaraan je het bevestigt |
|---|---|---|
| Springt weg zodra je erbij komt, op een vochtige vloer of aan de rand van een plantenpot | Springstaart van 1 tot 2 mm | Geen kevertje van dat formaat springt; kijk of er bouwvocht, een natte hoek of een altijd natte pot in de buurt is |
| Kruipt langzaam over papier, een kozijn of de vensterbank en springt niet | Stofluis van 1 tot 2 mm | Lichtbruin en doorschijnend met een dikke kop en lange sprieten; hij hoort bij een luchtvochtigheid boven ongeveer 60 procent |
| Vliegt naar de lamp of zit op de vensterbank, bol en roodbruin | Broodkever of tabakskever van 2 tot 3,5 mm | Zoek de bron in het specerijenrek of in een pak dat je nooit gebruikt, ook als dat meters verderop staat |
| Loopt in een vast spoor langs een naad of plint, ook midden in de winter | Faraomier van ongeveer 2 mm | Geelbruin en deels doorschijnend, en actief bij warme leidingen; de zwarte wegmier is groter en loopt in de zomer |
| Plat en ovaal als een appelpit, binnen twee meter van de slaapplek | Bedwants van 4 tot 5 mm | Zwarte stipjes ter grootte van een balpenpunt in de matrasnaad, plus lege huidjes en soms bloedvlekjes op het laken |
| Springt over tientallen centimeters, rond enkels of bij de mand | Kattenvlo van 2 tot 3 mm | Zwarte korreltjes in de vacht die roodbruin uitlopen als je ze op vochtig wit papier legt |
| Zit plat en snel tussen bloem, muesli of paneermeel | Rijstmeelkever van 3 tot 4 mm | Een scherpe muffe geur in het meel, en huidjes tussen het poeder |
| Hangt boven de fruitschaal en heeft rode ogen | Fruitvlieg van 2 tot 3 mm | Hij reageert op gisting en niet op licht; een zwart muggetje dat uit de potgrond opvliegt is een varenrouwmug |
| Rent op de vloer weg van het licht, glanzend en groter dan 1 cm | Loopkever | Hij eet binnen niets en droogt in een paar dagen uit; zet hem buiten en kijk waar de naad onder de deur zit |
Waarom de ene soort haast heeft en de andere niet
De regel Haast op elke kaart komt uit twee dingen: of het beestje iets aantast dat je niet terugkrijgt, en hoe snel de populatie zichzelf verdubbelt. Beide zijn eigenschappen van de soort en niet van hoeveel exemplaren je toevallig ziet.
Een pissebed, een loopkever en een trilspin vreten niets aan. Ze zijn een signaal: er staat ergens een luik open, er zit een naad onder de buitendeur of het is te vochtig. Bestrijden heeft daar geen zin, want de volgende komt door dezelfde kier binnen. Hoe je die route dichtzet staat bij insecten buiten houden zonder te spuiten.
Bij Rustig aanpakken is er schade, maar die blijft bij de partij of de plek waar het beestje zit. Je hebt weken de tijd, al werkt de klok wel door: bij 25 tot 30 graden is een generatie rijstmeelkevers in ongeveer een maand rond.
Nu aanpakken staat er als er iets onherstelbaars gebeurt of als wachten de klus veel groter maakt. Gaten in een wollen trui komen er niet meer uit, een huisboktorlarve zit 3 tot 10 jaar in het hout, en uit een ei van een bromvlieg komt bij warm weer binnen 8 tot 24 uur een made. Wat er dan wel werkt staat bij maden weghalen en de bron dichtzetten.
| Hoeveel haast | Wat dat betekent | Soorten | Wat er gebeurt als je wacht |
|---|---|---|---|
| Geen haast | Hij tast niets aan en verdwijnt vanzelf zodra de omstandigheden veranderen | Pissebed, loopkever, oorwurm, grote huisspin, trilspin, steenduizendpoot, huisduizendpoot, springstaart, boekenschorpioen | Niets, behalve dat het vocht of de kier waar hij door binnenkwam blijft bestaan en de volgende dezelfde weg neemt |
| Rustig aanpakken | Er gaat iets kapot of vuil, maar het blijft beperkt tot de partij of de plek | Broodkever, tabakskever, rijstmeelkever, rijstklander, meelkever, museumkever, houtworm, zilvervisje, papiervisje, stofluis, fruitvlieg, huisvlieg, varenrouwmug, afvoervliegje | De haard groeit door en de voorraad ernaast raakt besmet; bij warm weer is een generatie voorraadkevers in ongeveer een maand rond |
| Nu aanpakken | Hij vreet iets aan dat je niet terugkrijgt, of hij vermeerdert sneller dan je opruimt | Tapijtkever, kleermot, voorraadmot, spekkever, bedwants, kattenvlo, Duitse kakkerlak, faraomier, vogelmijt, maden, bonte knaagkever, huisboktor | Gaten in wol en zijde zijn blijvend, aangetast draaghout wordt niet weer sterk, en een enkele made in de bak is twee dagen later een bak vol |
Wat de hulp niet weet, en de fouten die daaruit volgen
De hulp kent vier kenmerken en verder niets. Vijf dingen weet hij niet, en die zijn vaak doorslaggevend: met hoeveel ze zijn, welke sporen er liggen, of er een geur bij hoort, in welke maand je het vond en hoe het huis eronder is gebouwd.
Let ook op dit: de hulp geeft altijd antwoord. Haalt geen enkele soort twee treffers, dan toont hij alsnog de twee die het dichtst in de buurt komen. Een kaart met 1/4 of 0/4 is dus geen determinatie maar een suggestie, en dan is opnieuw kijken met een ander antwoord beter dan doorpakken.
Een aantal paren is zonder loep niet te scheiden, en bij sommige hoeft dat ook niet. Tapijtkever en museumkever krijgen dezelfde aanpak, net als broodkever en tabakskever. Bij zilvervisje en papiervisje ligt dat anders, want de een hoort bij vocht en de ander loopt door een droge kamer. En bij houtworm tegenover huisboktor bepaalt de vorm van het gat, rond of ovaal, of je zelf een meubel behandelt of een bouwkundige belt.
Dit zijn de fouten die met deze uitkomst het vaakst worden gemaakt.
- Spuiten voordat de haard bekend is. Een bus over een kleed doodt de larven die je ziet en niet de eieren diep in het weefsel. Zonder bron is het werk twee weken later opnieuw nodig.
- Bij een voorraadmot alleen de pakken weggooien. De rupsen kruipen ver weg om te verpoppen, tot in een schroefgat van de legbordsteun of achter de plint. Stofzuig die gaten en naden mee, anders staat de kast over drie weken weer vol.
- De gaatjes van houtworm dichtmaken. Daarna kun je niet meer zien of hij nog actief is. Veeg eerst het boormeel weg en kijk twee weken later of er nieuw bij ligt.
- De stofzuigerzak binnen laten staan. Eieren en larven overleven de zuigslang gewoon. Gooi zak of reservoir buiten weg, in de restafvalbak.
- Een ingedroogd beestje van de vensterbank als maatstaf nemen. Dood materiaal krimpt en verbleekt, dus je vult een te kleine maat en een te lichte kleur in.
- Eén bromvlieg en tien bromvliegen door elkaar halen. Eén komt door een open raam; een groep die uit een plafondlamp of achter een plint komt, betekent iets doods in de vloer, het dak of de schoorsteen.
- Beten als bewijs gebruiken. Niet iedereen reageert op een steek, en jeukende bultjes passen bij bedwants, vlo en vogelmijt tegelijk. Zoek de sporen in de matrasnaad in plaats van op je arm.
- De hulp op een huisstofmijt loslaten. Die is 0,2 tot 0,4 mm en dus onzichtbaar, dus wat je ziet lopen is altijd een andere soort.
Voor de meeste soorten uit de lijst is de klus daarna huiswerk: bron weg, stofzuigen, drogen en dichtzetten, zoals ook in de rest van de gidsen over ongedierte en huishouden staat. Bij huisboktor en bonte knaagkever gaat het om draagconstructie, en bij bedwants, Duitse kakkerlak en faraomier om een kolonie die je met een winkelmiddel niet uitroeit. Een gas of warmtebehandeling van een kap mag alleen worden uitgevoerd door een bedrijf met de vakbekwaamheidscertificaten die de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden voorschrijft.
Veelgestelde vragen
Welke soorten kevers in huis kom je het vaakst tegen?
In Nederlandse woningen draait het om vier groepen. De voorraadkevers zitten in de keuken: broodkever, tabakskever, rijstmeelkever, rijstklander en meelkever. De textielkevers leven van wol, veren en dons: tapijtkever, museumkever en spekkever. De houtkevers vragen vochtig hout: houtworm, bonte knaagkever en huisboktor. De vierde groep is de passant uit de tuin, zoals de loopkever, die binnen niets te eten vindt en binnen een paar dagen uitdroogt. Welke groep het is bepaalt de aanpak volledig, want een pak weggooien, een trui invriezen en een lekkage verhelpen hebben niets met elkaar te maken.
Wat zijn die kleine bruine insecten in huis die overal lijken te zitten?
Bruin en klein is de drukste hoek van de lijst, dus de kleur brengt je niet verder. Kijk naar gedrag. Springt het weg, dan is het een springstaart en hoort het bij vocht. Kruipt het traag over papier, dan is het een stofluis, die bij een luchtvochtigheid boven ongeveer 60 procent hoort. Vliegt het bol en roodbruin naar de lamp, dan is het een broodkever of tabakskever en staat er ergens een pak of potje open. Loopt het in een vast spoor langs een plint, dan zit je bij de mieren. Gedrag kost niets om te bekijken en scheelt meer dan een betere beschrijving van de kleur.
Wat zijn die hele kleine bruine beestjes in huis bij de vensterbank?
De vensterbank is een verzamelplek en meestal niet de haard. Bolle roodbruine kevertjes van 2 tot 3 mm die daar liggen zijn vrijwel altijd broodkevers of tabakskevers: ze vliegen naar het licht en verlaten daarmee de kast waar ze uit komen. Een matter, doorschijnend beestje van 1 tot 2 mm dat langzaam over het kozijn kruipt is eerder een stofluis, die van microscopische schimmel op stucwerk en hout leeft. Dode insecten die op de vensterbank blijven liggen zijn bovendien voer voor de larve van de museumkever, dus die regelmatig wegruimen haalt een voedselbron weg.
Hoe herken je keversoorten in huis zonder loep?
Met drie dingen die je wel kunt zien: de plek, het gedrag en de sporen. De plek vertelt de voedselbron, want een kever in de voorraadkast eet zetmeel en een kever in de kledingkast eet keratine. Het gedrag scheidt de groepen: naar het licht vliegen hoort bij voorraadkevers, weg van het licht rennen bij de loopkever. De sporen zijn het sterkste bewijs: ronde gaatjes van 1 tot 2 mm met fijn boormeel horen bij houtworm, ovale gaten van 6 tot 10 mm bij huisboktor, en lege harige huidjes langs de plint bij de tapijtkever.
Hoe betrouwbaar is de uitkomst van de beestjeszoeker?
Het getal op de kaart zegt precies hoeveel van je vier antwoorden bij die soort passen. Bij 4/4 komen grootte, kleur, vindplaats en vorm alle vier uit, en dan is de richting sterk. Bij 2/4 passen er maar twee en staat er niet voor niets Kan, met een mits boven. De hulp geeft bovendien altijd antwoord: haalt geen enkele soort twee treffers, dan toont hij alsnog de twee dichtstbijzijnde. Het blijft een richting en geen determinatie, want een aantal soorten is zonder loep niet met zekerheid te onderscheiden.
Wat is het verschil tussen een tapijtkever en een museumkever?
De tapijtkever is rond en draagt een mozaïek van gele, witte en zwarte schubjes, de museumkever is ovaal en donker met een paar lichte schubbenbandjes en oogt minder bont. Allebei zijn ze 2 tot 3 mm, en zonder loep is dat verschil niet te zien. Voor de praktijk maakt het ook niet uit, want de aanpak is dezelfde: haard zoeken, naden en plinten stofzuigen, de zak buiten weggooien en wol wassen op 60 graden of minstens 72 uur invriezen. Wat wel verschilt is de bron: bij de museumkever gaat het vaak om dode insecten of een vogelnest, bij de tapijtkever om wol en dons.
Waarom vind ik steeds kevertjes op de vensterbank terwijl de kast schoon lijkt?
Omdat de volwassen kever het licht opzoekt en zijn voedselbron verlaat. Broodkevers en tabakskevers vliegen naar het raam en naar de lamp, dus wat je ziet zijn de dieren die de kast al uit zijn. De bron is bijna altijd een pot of pak dat er goed uitziet en dat je nooit gebruikt: een oude kerrie, een zak paneermeel achterin, een droogboeket of de zak vogelvoer in de schuur. Controleer alles op ronde gaatjes van ongeveer 1 mm en op poeder dat eruit gelopen is, en stofzuig ook de schroefgaten van de legbordsteunen mee.
Hoe weet ik of houtworm nog actief is?
Aan het boormeel en niet aan de gaatjes. Verse uitvlieggaatjes hebben scherpe lichte randen, oude gaatjes zijn donker en stoffig. Veeg het hout schoon, leg er desnoods een vel papier onder en kijk twee weken later of er nieuw lichtbruin poeder ligt dat zo fijn is als zand. Ligt er niets, dan is de aantasting oud en hoef je niets te doen. Vul de gaatjes pas als je dat zeker weet, want daarna kun je het niet meer zien. De kever vliegt van mei tot augustus, dus in die maanden zie je het snelst of hij nog rondgaat.
Betekenen beestjes in huis dat je slecht schoonmaakt?
Meestal niet. Bedwantsen liften mee in een koffer of een tweedehands meubel en hebben met vuil niets te maken. Rijstklanders en voorraadmotten komen als ei al mee in een pak uit de winkel. Zilvervisjes, springstaarten en stofluizen horen bij vocht, en houtworm bij hout dat te nat staat. Wat schoonmaken wel doet, is voorkomen dat een enkel dier een haard wordt: een open pak, een kruimel achter de plint of een laag aanslag in het doucheputje is het verschil tussen een passant en een populatie.
Welk beestje maakt gaten in een wollen trui?
De larve van de kleermot of die van de tapijtkever. Bij de kleermot zie je een wit rupsje van 8 tot 10 mm onder een spinseldraadje, vaak in de plooi onder de kraag en juist op de plek waar de trui gedragen en dus vuil is. Bij de tapijtkever vind je een bruin harig wormpje en lege huidjes langs de plint of onder een kast. Katoen en polyester blijven in beide gevallen heel, want ze eten keratine. Wassen op 60 graden helpt, en voor wat niet in de machine mag werkt minstens 72 uur in de vriezer bij 18 graden onder nul in een dichte zak.
Wat is dat witte wormpje op de badkamervloer of in de gang?
Een pootloos wit tot crèmekleurig wormpje van 5 tot 18 mm met een spits kopeind is een made, en maden zijn altijd larven van vliegen. Ze kruipen ver van hun voedsel weg om te verpoppen, dus de vindplaats is zelden de bron. Zoek in de afvalbak, het gft-bakje, een vergeten stuk vlees of vis, de kattenbak of een dood dier achter een plint. Meer over de herkomst staat bij waar maden vandaan komen. Een doorschijnend wormpje van ongeveer 5 mm met een zwarte kop in de bovenlaag van een plantenpot is iets anders: dat is de larve van de varenrouwmug.
Ik zie een groot zwart insect over de vloer rennen, wat is dat?
Rent het weg van het licht en is het glanzend zwart met lange poten en 1 tot 2,5 cm lang, dan is het vrijwel zeker een loopkever die van buiten binnenkwam. Hij vreet in huis niets aan en droogt er binnen een paar dagen uit, dus veeg hem in een beker en zet hem in de tuin. Een lichtbruine, snelle nachtactieve kakkerlak met twee donkere strepen op het halsschild is een heel ander verhaal en hoort bij warmte achter apparatuur. Het onderscheid staat uitgewerkt bij een groot zwart insect in huis herkennen.
Wanneer bel ik een plaagdierbedrijf in plaats van het zelf te doen?
Bij drie soorten situaties. De eerste is alles wat aan de constructie zit: huisboktor in dakbeschot of gordingen en bonte knaagkever in oude eiken balken, want daar gaat het om draagkracht en moet eerst iemand vaststellen hoever de aantasting reikt. Een kolonie die zichzelf binnen in stand houdt, laat je ook aan een bedrijf over: bedwants, Duitse kakkerlak en faraomier krijg je met een winkelmiddel niet weg en verspreid je er eerder mee. Moet het met een gas of warmtebehandeling, dan mag alleen een bedrijf met de vakbekwaamheidscertificaten uit de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden het uitvoeren.
Gidsen waarbij je deze rekenhulp gebruikt
Maden & larven
Maden zijn larven van vliegen en verschijnen nooit uit zichzelf: er is altijd een vlieg geweest die op vlees, vis,…
Kevers in huis
Een kever in huis hoort bijna altijd bij een van vier groepen: een voorraadkever uit een pak of een potje,…
Opruimen & huishouden
Een huishouden is geen hoeveelheid werk maar een doorstroom: er komt elke dag iets binnen dat naar buiten, in de…
Kleine kevertjes in huis
Een kevertje van 2 tot 5 mm in huis hoort bijna altijd bij een van zeven soorten, en welke het…
Bruine kever in huis
Bruin is de kleur van bijna elke kever die binnen opduikt, dus met kleur alleen kom je er niet. De…
Hoe ontstaan maden
Maden ontstaan nooit uit vuil, vocht of bedorven eten zelf: er is altijd een vlieg geweest die op rottend eiwit…
Waar komen maden vandaan
Maden komen altijd uit eitjes van een vlieg, en die eitjes liggen bijna altijd binnen een paar meter van de…
Maden doden
Maden doden gaat het snelst met kokend water uit de waterkoker: het eiwit in de larve stolt zodra het water…