Laadpaal en de Consumentenbond: wat een test meet en wat je huis bepaalt
Een test van laadpalen, zoals je die bij de Consumentenbond zoekt, is sterk in wat per paal verschilt: bediening, app, afwerking, behuizing en slimme functies. De laadsnelheid bij jou thuis haal je er niet uit, want die ligt vast in je hoofdzekering en in de boordlader van je auto, en die zijn bij elke paal gelijk. Bepaal daarom eerst je vermogen en je harde eisen, zoals meeregelen per fase, gelijkstroomdetectie van 6 mA, OCPP, een MID-meter en fase-omschakeling voor zonnestroom. Leg pas daarna een uitslag naast de palen die dan nog overblijven.
Wat een test van laadpalen vergelijkt en wat hij niet kan weten
Wie op laadpaal en Consumentenbond zoekt, wil meestal weten welke paal in een onafhankelijke test het best uitkomt. Die vraag komt pas aan de beurt nadat twee andere beantwoord zijn: hoeveel vermogen je aansluiting overlaat en wat je auto aan boord kan. Die volgorde, en alles wat er verder bij een thuislader komt kijken, staat in de gids over een laadpaal thuis kiezen en laten plaatsen.
Een test vergelijkt palen onder dezelfde omstandigheden, en dat maakt hem sterk in alles wat per paal verschilt: de bediening, de app, de afwerking, hoe de behuizing tegen regen en stoten kan en hoe duidelijk de handleiding is. Wat een test niet kan weten, is hoe jouw meterkast, je auto en je oprit eruitzien.
Wij nemen geen testuitslagen over en noemen geen winnaar, want een uitslag die wij niet zelf hebben nagemeten presenteren we niet als feit. Wat we wel doen, is elke eigenschap uit zo'n vergelijking terugbrengen tot twee vragen: hoe zwaar weegt hij bij jou, en hoe trek je hem zelf na op het specificatieblad.
Lees de tabel daarom als een filter. De eerste kolom is wat een test kan vergelijken, de tweede zegt of dat in jouw situatie het verschil maakt, en de derde is wat je zelf opzoekt voordat je een uitslag serieus neemt.
| Wat een test kan vergelijken | Hoe zwaar het bij jou weegt | Hoe je het zelf natrekt |
|---|---|---|
| Laadsnelheid | Nauwelijks: elke paal levert wat je hoofdzekering en je boordlader toelaten, en die zijn bij elke paal gelijk | Hoofdzekering op de jaarnota, boordlader in het instructieboekje van de auto |
| Meeregelen met het huis | Zwaar op 1x25 A en 1x35 A; op 3x25 A hangt het af van hoe de zware groepen over de fasen verdeeld zijn | Dynamisch load balancing via de P1-poort of stroomtangen, gemeten per fase en niet alleen op het totaal |
| Beveiliging tegen gelijkstroomfouten | Bepaalt welke aardlekschakelaar er in je meterkast bij komt | Ingebouwde detectie van 6 mA gelijkstroom, vaak RDC-DD genoemd; zonder die detectie een aardlekschakelaar type B |
| Behuizing tegen regen en stoten | Zwaar aan een open oprit of een gevel op het zuidwesten waar de regen tegenaan slaat, licht in een garage | IP54 of hoger voor buiten, IK10 langs een smalle oprit |
| App en bediening | Zwaar bij een dynamisch energiecontract of laden op zonnestroom, licht bij 's nachts laden op een vast daltarief | Laadt de paal ook zonder internet en zonder account? |
| Open protocol voor een andere beheerder | Zwaar als een werkgever, leasemaatschappij of VvE meekijkt | OCPP 1.6J of 2.0.1 op het specificatieblad |
| Kilowattuurmeter | Alleen zwaar als de stroom je wordt vergoed | Een MID-gecertificeerde meter in de paal, of een tussenmeter in de laadgroep |
| Laden op zonne-overschot | Zwaar met panelen en een auto die overdag thuis staat | Automatisch terugschakelen van drie fasen naar één fase tijdens een sessie |
| Verbruik zonder te laden | Klein, maar elk jaar opnieuw: elke watt die de paal continu trekt is 8,8 kWh per jaar | Stand-byvermogen in watt op het blad, of navragen bij de leverancier |
| Installatiegemak en handleiding | Komt terug in de uren op de offerte van de installateur | Is de installatiehandleiding vooraf te downloaden, en noemt die de kerndoorsnede per kabellengte? |
Waarom de testwinnaar bij jou niet sneller laadt
Bij thuisladen gaat wisselstroom uit de meterkast naar de auto, en de lader die daar gelijkstroom voor de accu van maakt zit in de auto zelf. De paal is daarbij een beveiligde schakelaar die de auto vertelt hoeveel ampère er mag, en de auto neemt hoogstens dat. Een duurdere paal verandert niets aan de twee grenzen die daarboven liggen.
De eerste grens is je hoofdzekering. Op 1x35 A laat het net 8,05 kW toe en daar moet het huis ook nog van draaien, dus een paal van 22 kW laadt daar precies zo snel als een paal van 7,4 kW. De tweede grens is de boordlader: een auto die één fase van 16 A aankan, laadt aan elke paal op 3,7 kW.
Laat een test verschil in laadsnelheid zien, kijk dan waar dat vandaan komt. Komt het uit een zwaardere aansluiting of een andere auto in het testlab, dan neem je het niet mee naar huis; komt het doordat de ene paal na het insteken sneller begint of netter terugregelt, dan wel.
Het vermogen dat bij jou past reken je daarom uit voordat je een uitslag leest. Vul in de laadpaalkiezer je hoofdzekering, je kilometers en je auto in, dan zie je hoeveel kilowatt er overblijft en of dat binnen je uren aan de stekker past. Rond die uitkomst naar beneden af op 3,7, 7,4, 11 of 22 kW, want dat zijn de vermogens waarop palen worden ingesteld.
Rijd je tot ongeveer 60 km per dag, dan komt daar bijna altijd 3,7 kW uit. In 12 uur aan de stekker gaat er ruim 40 kWh in, goed voor meer dan 200 km, en elk verschil in laadsnelheid tussen twee palen valt weg tegen die marge.
Een paal die op 32 A is ingesteld op een aansluiting van 1x35 A laat tijdens het laden 3 A over voor het huis, minder dan een waterkoker vraagt. Zonder meeregelen loop je dan het risico dat de hoofdzekering doorslaat zodra de oven en de waterkoker tegelijk aangaan, en die zekering vervangt alleen de netbeheerder.
De regels op het specificatieblad die ertoe doen
Een specificatieblad van een laadpaal is lang, en de meeste regels zijn bij elke paal gelijk. Wat overblijft is een handvol regels die per paal verschillen en die bepalen of hij bij jouw huis past, los van hoe hij in een test scoort.
Twee daarvan gaan over buiten hangen. De IP-code bestaat uit twee cijfers: het eerste zegt hoe goed de paal tegen stof kan, het tweede hoe goed tegen water. IP54 houdt stof tegen dat de werking zou hinderen en spatwater uit alle richtingen, en dat is voor een paal aan de gevel de ondergrens.
De IK-code gaat over stoten. IK08 staat voor 5 joule en IK10 voor 20 joule, wat overeenkomt met een gewicht van 5 kg dat van 40 cm hoogte op de behuizing valt. Langs een smalle oprit, waar een bumper, een fietsstuur of een kliko de paal kan raken, is dat verschil geen detail.
De regel die het vaakst over het hoofd wordt gezien, is de gelijkstroomdetectie. De elektronica in de auto kan een gelijkstroomlek veroorzaken, en een lek van boven 6 mA kan de kern van een gewone aardlekschakelaar verzadigen, waarna die ook bij een gewone fout niet meer afschakelt.
Heeft de paal zelf een detectie van 6 mA, vaak RDC-DD genoemd, dan volstaat een aardlekschakelaar type A in de meterkast. Heeft hij die niet, dan hoort er een type B in je offerte, en dat is een duurder onderdeel dat het prijsverschil tussen twee palen snel kan omdraaien.
| Wat er op het blad staat | Wat het betekent | Waar je naar zoekt |
|---|---|---|
| Type 2-contactdoos, of vaste kabel met Type 2-stekker | De Europese standaardstekker voor laden met wisselstroom | Past op vrijwel elke elektrische auto die in Europa wordt verkocht; bij een contactdoos koop je de kabel los |
| 1 of 3 fasen, 16 of 32 A | De hoogste laadstroom die de paal aankan; de installateur stelt hem op jouw aansluiting in | Een paal die bij je aansluiting en je auto past, niet het hoogste getal |
| IP54, IP55, IP65 | Eerste cijfer stof (5 beschermd, 6 stofdicht), tweede cijfer water (4 spatwater, 5 waterstralen) | Buiten minstens IP54; vrij in de regen of naast een oprit die je schoonspuit IP55 of IP65 |
| IK08, IK10 | Slagvastheid van 5 of 20 joule; dat laatste is 5 kg die van 40 cm valt | IK10 waar een bumper, fietsstuur of kliko de paal kan raken |
| RDC-DD of DC-detectie 6 mA | De paal ziet zelf een gelijkstroomlek voordat dat de aardlekschakelaar kan verzadigen | Met deze detectie volstaat type A in de meterkast, zonder hoort er type B in de offerte |
| MID | Een meter die volgens de Europese meetinstrumentenrichtlijn is goedgekeurd | Alleen nodig als een werkgever of leasemaatschappij de stroom vergoedt; vraag dan welke eis zij stellen |
| OCPP 1.6J of 2.0.1 | De open taal waarin de paal met een app of beheersysteem praat | De vrijheid om een andere beheerder te kiezen dan die van de fabrikant |
| Fase-omschakeling | De paal kan tijdens een sessie van drie fasen naar één fase gaan | Laden op zonne-overschot vanaf ongeveer 1,4 kW in plaats van vanaf 4,1 kW |
| P1-poort of stroomtangen | Hoe de paal het verbruik van het huis meet om mee te regelen | Meting per fase, en een veilige terugvalstand als de meting wegvalt |
| Bedrijfstemperatuur | Het bereik waarin de paal werkt, en vaak de temperatuur waarboven hij terugregelt | Een ondergrens van -25 °C of lager, en een bovengrens die een zomermiddag in de zon aankan |
| Stand-byvermogen | Wat de paal trekt als hij niet laadt | Zo laag mogelijk: 2 W is ruim 17 kWh per jaar, 8 W is 70 kWh |
| Kabellengte | De lengte van een vaste kabel, stekker inbegrepen | De gemeten route naar de laadklep plus een meter, in beide parkeerrichtingen |
Zoek naast het specificatieblad ook de installatiehandleiding op. Daarin staan de montagehoogte, de kerndoorsnede die de fabrikant bij een bepaalde kabellengte aanhoudt en de aardlekschakelaar die hij voorschrijft, en dat zijn precies de punten die een installateur straks op de offerte zet.
Hoe je meeregelen met de meterkast vergelijkt
Meeregelen, of dynamisch load balancing, is op een krappe aansluiting het verschil tussen gewoon laden en een hoofdzekering die doorslaat. De paal meet wat het huis op dat moment trekt en stelt zijn laadstroom zo in dat huis en auto samen onder de zekering blijven. Op 1x25 A en 1x35 A heb je het vrijwel altijd nodig; op 3x25 A met een paal op 3x16 A blijft er 9 A per fase over, en of dat genoeg is hangt af van hoe je zware groepen verdeeld zijn.
Palen meten op twee manieren. Via de P1-poort lezen ze de slimme meter uit: een meter volgens DSMR 5 geeft elke seconde een nieuwe waarde, een oudere volgens DSMR 4 elke tien seconden, en op het typeplaatje van de meter staat welke je hebt. Met stroomtangen om de hoofdkabels meet de paal zelf en vrijwel zonder vertraging, maar die tangen zitten achter de hoofdzekering en worden door een installateur geplaatst.
Het verschil dat in een vergelijking snel wegvalt, is of de paal per fase regelt of alleen op het totaal. In een huis met drie fasen hangt een inductiekookplaat vaak op twee fasen en de wasdroger op de derde, dus één fase kan vol zitten terwijl het totaal nog ruimte laat. Een paal die alleen het totaal ziet, laadt dan door op een fase die al aan zijn grens zit.
Kijk ook wat de paal doet als de meting wegvalt, bijvoorbeeld omdat de verbinding met de P1-poort hapert. Veel palen hebben daarvoor een terugvalstand met een lage, veilige laadstroom, en die hoort aan te staan in plaats van doorladen op het maximum. Dat lees je zelden in een testoordeel en wel in de installatiehandleiding.
De ondergrens is voor elke paal gelijk: onder 6 A per fase gaat een laadsessie niet door. Op één fase is dat ongeveer 1,4 kW en op drie fasen ongeveer 4,1 kW, dus op een drukke avond ligt het laden soms een uur stil en haalt de paal dat later in.
Wil je weten of het meeregelen echt werkt, zet dan bij de oplevering de oven, de waterkoker en de wasmachine tegelijk aan terwijl de auto laadt. In de app of op het display moet de laadstroom binnen een halve minuut zakken en weer oplopen zodra je ze uitzet.
Vaste kabel of losse kabel, en welke lengte
Een paal met een vaste kabel hangt altijd klaar, dus je steekt de stekker in de auto en loopt door. Een paal met een contactdoos vraagt een losse kabel die je elke keer uit de auto pakt, maar laat ook een tweede auto of een bezoeker laden. Wat in een test als gebruiksgemak scoort, hangt dus af van hoeveel auto's er aan de paal komen.

De lengte is waar het echt op vastloopt, en die hangt af van waar de laadklep van jouw auto zit. Die kan links of rechts zitten, voor of achter, of in de neus, en een route om de auto heen is al snel twee keer zo lang als de afstand in rechte lijn. Reken bovenop de gemeten route ongeveer een meter voor de kabel die van de paal omlaag en weer omhoog naar de klep hangt.

Gangbaar zijn vaste kabels van 5 en 7,5 meter. Een langere kabel is zwaarder en ligt vaker op de grond waar je eroverheen rijdt, en een kabel voor 32 A is dikker en stugger dan een voor 16 A, dus kies de kortste lengte waarmee je in beide parkeerrichtingen bij de klep komt.
Let bij buiten hangen ook op de mantel. Een kabel met een pvc-mantel wordt bij vorst stug en blijft in een krul liggen, terwijl een mantel van rubber of polyurethaan soepel blijft. Staat het materiaal niet op het blad, vraag het dan na, want je merkt het verschil pas in januari.
Aan de straatkant speelt nog iets. Een vaste kabel hangt er ook als je weg bent, en een paal die niet vergrendeld is laadt elke auto die er een stekker in steekt, dus kies daar een paal die je met een laadpas of een app op slot zet.
Software, een open protocol en wat er gebeurt als de app verdwijnt
Een laadpaal hangt jaren aan de gevel, en de app en de servers waarmee hij praat zijn in die tijd de kwetsbaarste onderdelen. Een testoordeel over de app is daarom een momentopname: na een paar updates is de beoordeelde software een andere, en dat kan beide kanten op uitvallen.
Kijk eerst wat de paal zonder internet doet. Een paal die laadt zodra je de stekker insteekt, ook zonder account en zonder verbinding, blijft bruikbaar als de app ooit verdwijnt. Een paal die alleen na autorisatie via een app of laadpas start, staat dan stil tot iemand de instelling aanpast.
Het tweede is OCPP, het Open Charge Point Protocol. Dat is de open taal waarin een paal met een beheersysteem praat, en een paal die OCPP 1.6J of 2.0.1 spreekt kun je aan een andere app of beheerder koppelen dan die van de fabrikant. Een werkgever die de stroom vergoedt of een VvE met een eigen beheerder vraagt daar vaak naar.
Het derde is de verbinding zelf. Een paal op wifi hangt aan je eigen router, en een buitenmuur van baksteen of glas met een isolerende coating dempt het signaal flink, dus meet bij de gevel met je telefoon voordat je bestelt of trek een netwerkkabel in een eigen buis mee in de sleuf. Een paal met een simkaart hangt aan een mobiel netwerk, en in Nederland is 3G al uitgezet: vraag dus op welk netwerk hij werkt.
Laad je op een dynamisch energiecontract, dan weegt de app wel zwaar, want dan wil je dat de paal de goedkoopste uren kiest. Voor een vast daltarief vanaf 21.00 of 23.00 uur tot 07.00 uur is de laadtimer die de meeste elektrische auto's aan boord hebben genoeg. Een paal voegt pas iets toe als hij op de actuele prijs of op je zonne-overschot moet reageren.
Welke eigenschap per situatie zwaarder weegt dan de testscore
Hoe een paal in een test scoort, is meestal een samengesteld cijfer over alle eigenschappen, gewogen zoals de testers dat kiezen. Voor jouw huis wegen er meestal één of twee eigenschappen veel zwaarder dan de rest, en een paal die daar niet aan voldoet valt af, hoe hoog zijn totaalcijfer ook is.
Zoek in de tabel je eigen situatie op. De tweede kolom is de eigenschap die je als harde eis op je lijst zet, de derde is waar het in die situatie het vaakst op vastloopt.
Twee situaties vragen iets meer uitleg. Met twee auto's op één aansluiting telt niet het vermogen van twee palen bij elkaar, maar het plafond dat ze samen delen: twee palen op 3x16 A vragen 32 A per fase, en dat past alleen als ze onderling verdelen wie wat krijgt.
In een appartementengebouw heb je voor alles aan de gemeenschappelijke delen toestemming van de VvE nodig, en in een parkeergarage verdeelt meestal één beheersysteem de aansluiting van het gebouw over alle palen. Een losse paal met een eigen app past daar vaak niet in, ook niet als hij in een test goed uitkomt.
Staat er naast de auto al een warmtepomp of een inductiekookplaat op dezelfde aansluiting, dan is meeregelen per fase in bijna elke rij van de tabel een eis. Hoe die installaties samen op je meter drukken, staat in het overzicht van apparaten en energie in huis.
| Jouw situatie | Wat zwaarder weegt dan de testscore | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|
| Eén auto, eigen oprit, aansluiting van 1x35 A | Meeregelen met de meterkast als je op 32 A wilt laden | Zonder meeregelen blijft er bij 32 A laden 3 A over voor het huis; op 16 A is dat 19 A en genoeg tot ongeveer 60 km per dag |
| Drie fasen en een auto met 11 kW aan boord | Een paal op 3x16 A die per fase meet | Kan een volgende auto maar één fase, dan laadt die aan dezelfde paal op 3,7 kW |
| Twee auto's op één aansluiting | Twee palen of twee aansluitpunten die samen één plafond delen | Twee palen op 3x16 A vragen 32 A per fase, en op 3x35 A blijft er dan 3 A per fase over |
| Stroom vergoed door werkgever of leasemaatschappij | Een MID-gecertificeerde meter en OCPP | De eis staat vaak in de voorwaarden van hun laadpasbeheerder: vraag die op voordat je bestelt |
| Zonnepanelen en een auto die overdag thuis staat | Fase-omschakeling en uitlezen van de meter | Op drie fasen stopt het laden onder ongeveer 4,1 kW overschot |
| Paal aan de straatkant of aan een open oprit | Vergrendeling met laadpas of app, en IK10 | Een onvergrendelde paal is voor elke voorbijganger met een elektrische auto een laadpunt op jouw rekening |
| Garage of carport | Kabellengte en de plek van de klep | Een paal op de verkeerde wand haalt de klep niet als de auto andersom binnenstaat |
| Appartement met een gezamenlijke parkeergarage | OCPP en afstemming met het beheersysteem van de VvE | De aansluiting van het gebouw wordt over alle palen verdeeld, dus een losse paal met eigen app past er vaak niet in |
| Huurwoning | Schriftelijke toestemming van de verhuurder | Leg vast wat er met de paal en de groep gebeurt als je verhuist |
| Weinig kilometers, of wachten op de installatie | Een mobiele laadkabel op een nagekeken, geaard stopcontact | Laadt met 8 tot 10 A, ongeveer 10 tot 12 km per uur, en nooit via een verlengsnoer of haspel |
Hoe lang een laadpaal meegaat en wat er het eerst aan slijt
Voor een laadpaal staat er geen regel in onze eigen levensduurtabel, dus noemen we geen getal dat we niet kunnen onderbouwen. Het onderdeel dat er technisch het dichtst bij ligt, is de omvormer van zonnepanelen: elektronica in een kast, vaak in een warme ruimte of buiten. Die gaat volgens de levensduurtabel van apparaten en installaties 10 tot 15 jaar mee.
Het mechanisme is bij beide hetzelfde. Condensatoren in de elektronica gaan bij hoge temperatuur sneller achteruit, dus een paal op een zuid- of westgevel in de volle middagzon veroudert sneller dan een paal in een carport of aan een noordgevel. Veel palen regelen in de hitte ook hun laadstroom terug om binnen hun temperatuurgrens te blijven, en dat zie je op een zomermiddag als een tragere sessie.
Wat mechanisch het eerst slijt, is de kabel. Een vaste kabel die op de grond ligt wordt overreden, geknikt en in de winter stug opgerold, en een beschadigde mantel is een reden om niet meer te laden tot hij vervangen is. Een kabelhouder aan de paal of de gevel, op een hoogte waar de kabel niet over de grond sleept, voorkomt de meeste schade.
De derde factor is software. Een paal die geen updates meer krijgt blijft laden, maar kan zijn slimme functies verliezen zodra er aan de kant van de app, de laadpasbeheerder of het mobiele netwerk iets verandert. Vraag daarom naar de garantietermijn, naar hoe lang de fabrikant updates belooft en of de paal via OCPP bij een andere beheerder terechtkan.
Tel ook het verbruik zonder laden mee over al die jaren. Elke watt die een paal dag en nacht trekt, is 8,8 kWh per jaar, dus tussen een paal van 2 W en een van 8 W zit ruim 50 kWh per jaar, elk jaar dat hij hangt.
Zo kom je van een testuitslag naar een paal die bij je huis past
Elke stap streept palen weg, zodat je een uitslag pas leest als alleen de passende palen nog over zijn.
-
Zoek je hoofdzekering en het aantal fasen op
Op de jaarnota staat je aansluiting als 1x25A, 1x35A of 3x25A, en dezelfde waarde staat op de hoofdzekering in de meterkast. Die ene waarde bepaalt hoeveel vermogen er voor huis en auto samen is, en daarmee of meeregelen een harde eis wordt.
-
Zoek op wat de auto aan boord kan
In het instructieboekje staat onder boordlader of wisselstroomladen of de auto op één of op drie fasen laadt, en met hoeveel kilowatt. Dat getal is de bovengrens, dus een paal die meer kan dan de auto levert thuis geen kilometer extra op.
-
Reken het vermogen uit en rond naar beneden af
Zet je aansluiting, je kilometers per dag en je uren aan de stekker in de rekenhulp die laadvermogen en laadtijd voor je uitrekent. Rond de uitkomst af op 3,7, 7,4, 11 of 22 kW, want daarop worden palen ingesteld, en kies bij twijfel de lagere stap met meeregelen.
-
Meet de kabelroute in beide parkeerrichtingen
Meet vanaf de plek van de paal langs de auto naar de laadklep, één keer vooruit en één keer achteruit geparkeerd, en tel er een meter bij voor het hangen. Die maat bepaalt of je een vaste kabel van 5 of 7,5 meter kiest, of een contactdoos met een losse kabel.
-
Schrijf je harde eisen op
Zet op papier wat bij jouw situatie niet onderhandelbaar is: meeregelen per fase, gelijkstroomdetectie van 6 mA, OCPP, een MID-meter, fase-omschakeling voor zonnestroom, IP54 of hoger en de kabellengte. Een paal die op één van die regels afvalt, hoef je niet meer te vergelijken.
-
Leg nu pas een test of vergelijking naast je lijst
Tussen de palen die overblijven kies je op wat een test goed kan vergelijken: bediening, app, afwerking en wat er over garantie en updates bekend is. Kijk daarbij naar de testdatum en of het geteste model nog in dezelfde uitvoering wordt geleverd.
-
Laat de installateur de details op de offerte zetten
Vraag welk type aardlekbeveiliging er komt, welke kerndoorsnede en lengte de leiding krijgt, hoe het meeregelen wordt aangesloten en op welke laadstroom de paal wordt ingesteld. Twee offertes zijn pas te vergelijken als die vier punten op allebei staan.
-
Controleer bij de oplevering de instelling en het meeregelen
Laat de ingestelde maximale laadstroom zien en druk op de testknop van de aardlekschakelaar van de laadgroep. Zet daarna de oven, de waterkoker en de wasmachine aan terwijl de auto laadt, en kijk of de laadstroom binnen een halve minuut zakt.
Levensduurtabel
Per apparaat de gemiddelde levensduur, wat hem verkort, en het punt waarop repareren duurder is dan vervangen. Bekijk alle gegevens
| Soort | Apparaat of onderdeel | Gaat gemiddeld mee | Wat hem korter maakt | Repareren of vervangen |
|---|---|---|---|---|
| Wassen en drogen | Wasmachine | 8 tot 12 jaar | Te vol laden, te lage wastemperaturen waardoor er biofilm ontstaat, hard water zonder ontkalken | Onder de 6 jaar bijna altijd repareren; boven de 10 jaar is een reparatie boven 250 euro zelden de moeite |
| Wassen en drogen | Wasdroger, condens | 10 tot 14 jaar | Pluis dat achter het filter in de behuizing komt, drogen in een klein halletje zonder ventilatie, en de trommel vol laden in plaats van driekwart | Verwarmingselement, thermostaat en riem zijn losse onderdelen en meestal de moeite; onder de 8 jaar repareren |
| Wassen en drogen | Wasdroger, warmtepomp | 8 tot 12 jaar | De warmtewisselaar achter de klep niet schoonmaken, waardoor de compressor tegen een dichtgeslibde wisselaar aan blijft werken | Ventilator, sensoren en pomp zijn te repareren; een defecte compressor betekent vervangen, want het koudemiddelcircuit zit dicht |
| Koken | Oven, inbouw en elektrisch | 10 tot 15 jaar | Vet dat op het element inbrandt, pyrolyse op 500 graden vaker dan een paar keer per jaar, en een deur die je dichtslaat waardoor het scharnier verzakt | Element, thermostaat, scharnier en deurglas zijn los te krijgen: bijna altijd repareren, ook omdat een nieuwe oven in dezelfde inbouwmaat moet passen |
| Koken | Combimicrowave | 8 tot 10 jaar | Leeg of met heel weinig eten aanzetten, vet op het micaplaatje voor de golfgeleider, en met de deur rammelen waardoor de deurschakelaars het opgeven | De deurschakelaar is de meest voorkomende storing en een goedkope reparatie; onder de 5 jaar repareren, daarboven wegen een nieuwe magnetronbuis plus arbeid zelden op |
| Koken | Inductiekookplaat | 10 tot 15 jaar | De ruimte onder de plaat dichtzetten met een volle lade, zodat de elektronica zijn warmte niet kwijt kan; overkoken tot er vocht onder het glas komt; een zware pan die valt | Een vermogensmodule of de touchbediening is per zone te vervangen; gebarsten glas betekent bijna altijd een nieuwe plaat |
| Koken | Gasfornuis | 15 tot 20 jaar | Overkoken in de branders, een vuile vonkontsteking en een dichtgeslibd thermokoppel, waardoor de vlam niet blijft staan | Branderdeksels, thermokoppel en gaskraantjes zijn goedkope onderdelen: repareren. Nieuwbouw krijgt sinds 1 juli 2018 geen gasaansluiting meer (Wet VET), dus daar is elektrisch koken de reden om te vervangen |
| Koken | Afzuigkap | 10 tot 15 jaar | Vetfilters die niet in een sopje of de vaatwasser gaan en een verzadigd koolstoffilter bij recirculatie, waardoor de motor tegen weerstand in blijft draaien | Motor, schakelaar en verlichting zijn te vervangen: onder de 8 jaar repareren. Filters zijn onderhoud en geen reparatie: koolstof elk half jaar tot jaar |
| Koken | Airfryer | 3 tot 5 jaar | De korf in de vaatwasser, waardoor de antiaanbaklaag eraf gaat, en de uitblaas aan de achterkant tegen een wand of onder een keukenkastje | Niet repareren: de behuizing zit geklonken of geplakt en het arbeidsloon komt boven de prijs van een nieuwe uit |
| Koken | Waterkoker | 3 tot 6 jaar | Kalk op het verwarmingselement bij hard water, en koken met minder water dan de onderste streep waardoor het element droogloopt | Niet repareren. Ontkalken is het onderhoud: bij hard water ongeveer maandelijks, bij zacht water een paar keer per jaar |
| Koken | Koffiemachine, volautomaat | 5 tot 10 jaar | Niet ontkalken, de zetgroep nooit uitnemen en invetten, en melkleidingen die na het schuimen niet worden doorgespoeld | Zetgroep, pomp en aftapventiel zijn losse onderdelen en revisie bij een reparateur is gangbaar; onder de 6 jaar bijna altijd repareren |
| Koken | Kokendwaterkraan | 7 tot 10 jaar | Hard water zonder filter, waardoor het reservoir onder de gootsteen verkalkt, en een filterpatroon dat langer dan een jaar blijft zitten | Reservoir en kraan zijn losse onderdelen: bij een defect reservoir hoeft de kraan niet mee, en omgekeerd ook niet |
| Koelen | Koelkast met vriesvak | 10 tot 15 jaar | Naast de oven of in de zon staan, stof op de condensor aan de achterkant, en een deurrubber dat hard is geworden waardoor de compressor blijft doorlopen | Thermostaat, ventilator en deurrubber zijn te vervangen; een lek in het koudemiddelcircuit of een defecte compressor betekent vervangen |
| Koelen | Vrieskist of losse vriezer | 15 tot 20 jaar | Een ijslaag dikker dan een halve centimeter, die merkbaar stroom kost, en een plek in een onverwarmde garage die kouder wordt dan zijn klimaatklasse (SN, N of T) toestaat | Thermostaat en deurrubber zijn losse onderdelen en de mechaniek is eenvoudig; bij een kist zit de winst vooral in ontdooien, niet in repareren |
| Schoonmaken | Vaatwasser | 8 tot 12 jaar | Geen zout of een verkeerd ingestelde waterhardheid bij hard water, de zeef onderin nooit uithalen, en glasscherven of pitten die in de pomp komen | Pomp, aquastop en element zijn losse onderdelen; vuistregel: boven de 8 jaar en een reparatie boven een derde van de prijs van een nieuwe, dan vervangen |
| Schoonmaken | Stofzuiger met sleepslang | 8 tot 12 jaar | Doorzuigen met een volle zak of een dichtgeslibd motorfilter, want de motor koelt op de lucht die erdoor gaat en loopt dan warm | Motorkolen, snoerhaspel en slang zijn te vervangen; zolang de motor goed is, is repareren bijna altijd goedkoper dan een nieuwe |
| Schoonmaken | Steelstofzuiger op accu | 4 tot 7 jaar | De accu bepaalt de leeftijd: na ongeveer 500 tot 1000 laadcycli merk je het. Continu in de lader hangen en zuigen tot hij uitvalt maakt dat sneller | De accu vervangen is de reparatie. Kun je de accu er niet uit halen zonder de behuizing te breken, dan is het apparaat ten einde |
| Schoonmaken | Robotstofzuiger | 4 tot 6 jaar | Haren om de zijborstel en de wielassen, een volle stofbak in het dokstation, en drempels waar hij zich elke ronde op stukdraait | Accu, borstels, wielen en filters zijn onderdelen: een nieuwe accu na 2 tot 4 jaar is bijna altijd goedkoper dan een nieuwe robot |
| Klimaat en water | Luchtreiniger | 8 tot 10 jaar | Een hepa-filter dat te lang blijft zitten: de ventilator draait dan tegen weerstand in en er gaat minder lucht door | Ventilator en sensoren zijn te vervangen, maar de kosten zitten in de filters: reken op een filterwissel elk half jaar tot jaar |
| Klimaat en water | Ventilator, staand of plafond | Staand 5 tot 10 jaar, plafond 15 tot 20 jaar | Stof op de bladen, want dat brengt ze uit balans en dat kost het lager; een staande ventilator die de winter buiten doorstaat | Een staande ventilator repareer je niet; bij een plafondventilator zijn de motor en de aanloopcondensator wel te vervangen |
| Klimaat en water | Airco, vaste split | 10 tot 15 jaar | Filters die niet elke paar maanden schoon worden gemaakt, een buitendeel in de volle zon of tegen een schutting, en koudemiddelverlies dat je laat lopen | Ventilator, print en sensoren zijn te repareren; aan het koudemiddel mag alleen een bedrijf met F-gassencertificaat werken, dat is wettelijk verplicht |
| Klimaat en water | Waterontharder | 10 tot 15 jaar | Het zoutvat laten leeglopen, waardoor het harsbed niet meer regenereert, en ijzer of mangaan in het water dat het hars dichtzet | Het harsbed en het regelventiel zijn los te vervangen, dus een storing is zelden het einde van het toestel; het hars zelf gaat 8 tot 12 jaar mee |
| Klimaat en water | Mechanische ventilatiebox | 15 tot 20 jaar | Een ventilatorwiel en kanalen die nooit worden schoongemaakt, en ventielen die dichtgedraaid blijven staan zodat de box tegen een dicht systeem aan draait | Motor en print zijn per merk los te krijgen; laat bij twijfel eerst meten, het Besluit bouwwerken leefomgeving vraagt voor een badkamer 14 dm³/s, ongeveer 50 m³ per uur |
| Installatie | Cv-ketel, hr-combi | 15 tot 20 jaar | Waterdruk die koud onder 1 bar zakt, jaren geen onderhoud, kalk op de tapwaterwisselaar, en steeds bijvullen: dat brengt zuurstof in het water en dat geeft roest | Onder de 12 jaar repareren, onderdelen zijn gangbaar; boven de 15 jaar is een reparatie die richting een kwart van een nieuwe ketel gaat zelden de moeite |
| Installatie | Boiler, elektrisch | 10 tot 15 jaar | Kalk op het element, en een magnesiumanode die nooit is nagekeken: die beschermt de binnenketel en is na een paar jaar opgelost | Element en anode vervangen is normaal onderhoud; een lekkende binnenketel is niet te repareren. Houd het water op minstens 60 graden tegen legionella |
| Installatie | Zonnepanelen | 25 tot 30 jaar | Schaduw van een dakkapel, schoorsteen of boom over één paneel, wat de hele string meetrekt, en over de panelen lopen: dat geeft microscheurtjes in de cellen | Een paneel is per stuk te vervangen. Reken op ongeveer een half procent opbrengstverlies per jaar; dat is veroudering en geen defect |
| Installatie | Omvormer van de zonnepanelen | 10 tot 15 jaar | Een warme, dichte meterkast of zon op de kast: de condensatoren binnenin gaan bij hoge temperatuur sneller achteruit | Bijna altijd vervangen in plaats van repareren, en per stuk. Ga ervan uit dat je er in de looptijd van de panelen één keer een nieuwe onder zet |
| Installatie | Warmtepomp, lucht-water | 15 tot 20 jaar | Pendelen: een pomp die te groot is voor de afgifte slaat kort aan en uit, en dat kost de compressor. Een buitendeel dat is ingebouwd krijgt zijn lucht niet weg | Ventilator, sensoren, expansieventiel en circulatiepomp zijn onderdelen; een defecte compressor betekent meestal een nieuw buitendeel, en aan het koudemiddel mag alleen een F-gassengecertificeerd bedrijf werken |
| Installatie | Led-lamp | 15.000 tot 50.000 branduren | Een inbouwspot in een dicht, geïsoleerd plafond waar de warmte niet weg kan, en een dimmer die niet voor led is bedoeld: de elektronica in de voet gaat kapot, niet de led zelf | Niet repareren, wel gericht kopen: op de verpakking staan de branduren en het aantal schakelcycli. 25.000 uur is bij 3 uur per dag ruim 20 jaar |
| Interieur | Matras, pocketvering | 8 tot 10 jaar | Vocht, want je verliest per nacht een derde tot een halve liter, en een bodem met latten verder dan 6 centimeter uit elkaar waardoor de vering plaatselijk doorzakt | Niet te repareren. Een blijvende kuil is het signaal; een topper erop maskeert die maar haalt hem er niet uit |
| Interieur | Topper | 3 tot 6 jaar | Altijd dezelfde kant boven laten liggen, en polyether onder een zwaarder gewicht; koudschuim en latex houden hun veerkracht langer | Niet te repareren, wel los te vervangen. Dat is ook de reden om er een op te leggen: je vernieuwt de bovenste laag zonder een nieuw matras |
| Interieur | Bank met polyether zitting | 7 tot 10 jaar | Altijd op dezelfde plek zitten. Polyether zakt de eerste jaren wat in en daarna blijft de kuil; een zitting van SG 35 of hoger houdt zijn vorm langer dan SG 25 | De kussens zijn opnieuw te vullen met nieuw schuim en dat scheelt de halve bank; een doorgezakt frame van plaatmateriaal is het einde |
| Interieur | Bank met veren | 12 tot 20 jaar | Op de armleuning of de voorrand zitten, waar geen vering onder zit, en nagels van huisdieren op de stof: de vering gaat langer mee dan de bekleding | Opnieuw stofferen en veren vervangen is gangbaar bij een massief houten frame, en dan gaat hij nog een ronde mee |
| Interieur | Laminaat | 10 tot 20 jaar | Water in de naden, want de kern is hdf en die zwelt onherstelbaar op, en zand dat als schuurpapier werkt als er geen mat bij de voordeur ligt | Niet te schuren. Een beschadigde plank is te vervangen door de klikvloer vanaf de wand open te leggen; koop op slijtageklasse, AC4 voor een gang |
| Interieur | Pvc, klik of verlijmd | 15 tot 25 jaar | Een toplaag van 0,3 mm in een gang waar 0,55 mm hoort, zware meubels zonder viltjes, en een ondervloer die niet vlak is | Een verlijmde plank is er per stuk uit te halen; bij klik moet je openleggen tot die plank. Houd daarom een paar planken over |
| Interieur | Gietvloer | 20 tot 30 jaar | Scheuren in de ondervloer, die door de gietvloer heen doortrekken, en te veel restvocht in de zandcement of anhydriet op het moment van gieten | De toplaag is opnieuw aan te brengen, als vuistregel elke 10 jaar; een scheur is te vullen maar blijft meestal zichtbaar |
| Interieur | Houten vloer, massief of meerlaags | 40 jaar of langer | Te droge lucht in de winter: hout wil 45 tot 60 procent luchtvochtigheid en krimpt daaronder tot naden. Water en hondennagels doen de rest | Schuren en opnieuw afwerken is de reparatie. Massief kan dat vaak vijf keer of meer, een meerlaagse vloer met een toplaag van 3 tot 4 mm twee tot drie keer |
| Interieur | Behang | 10 tot 15 jaar | Zon die op één wand de kleur eruit trekt, vocht in keuken en badkamer, en een wand die niet is voorgestreken: bij het strippen komt het gips mee | Niet te repareren. Een hele baan vervangen kan als je een rol met hetzelfde batchnummer hebt overgehouden, anders zie je kleurverschil |
| Interieur | Binnenmuurverf | 5 tot 10 jaar | Matte verf schoonmaken, want die is niet schrobvast; condens in de badkamer; en niet ontvetten of schuren voor het verven, waardoor de laag niet pakt | Bijwerken kan, maar bij mat blijven de aanzetten zichtbaar: rol een wand in één keer nat in nat, van boven naar beneden |
| Interieur | Kitrand in de douche | 2 tot 5 jaar | Zeepresten waarin schimmel groeit, schoonmaakmiddel met chloor, en niet ventileren na het douchen; de schimmeldoder in de kit wast er in de loop van jaren uit | Niet te repareren: snij hem eruit, maak de naad vetvrij en droog, en zet nieuwe sanitairkit op siliconenbasis. Acrylaatkit hoort niet in een natte ruimte |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nalopen voordat je een paal bestelt
Uit de praktijk
De paal laadt op 3,7 kW terwijl er 11 kW op de doos staat
Laat de app of het display 16 A op één fase zien terwijl de paal op 3x16 A is ingesteld, dan is de boordlader van de auto de grens. Een auto die maar één fase kan laden, pakt van een driefasenpaal alleen de eerste fase, en de andere twee liggen er ongebruikt naast.
Aan de paal is dat niet te verhelpen, en een andere paal lost het ook niet op. 3,7 kW is ongeveer 20 km per uur, dus in 10 uur staat er 200 km in, en dat is voor een gewone dag ruim genoeg. Zoek bij een volgende auto eerst de boordlader op voordat je aan een zwaardere paal denkt.
Het laden op zonnestroom valt steeds uit als er een wolk voorbijkomt
Stopt en start een sessie op een halfbewolkte dag telkens opnieuw, dan zakt het overschot onder wat de paal minimaal nodig heeft. Een laadsessie gaat niet door onder 6 A per fase, op drie fasen is dat ongeveer 4,1 kW, en een wolk voor de zon haalt dat overschot binnen een minuut weg.
Een paal die tijdens de sessie naar één fase kan terugschakelen, zakt dan naar ongeveer 1,4 kW en laadt door. Kan hij dat niet, dan wordt elke wolk een stop en een nieuwe start, en haal je van een wisselende dag weinig kilowattuur. Zet fase-omschakeling daarom op je eisenlijst als je op overschot wilt laden, en kijk of je een wachttijd kunt instellen voordat de paal stopt.
De app blijft hangen en de paal start niet meer
Start de paal niet als je de stekker insteekt en blijft de app op verbinden hangen, dan wacht het laden op een verbinding die er niet is: de wifi bij de gevel is weggevallen, de simkaart vindt geen netwerk of de server achter de app is niet bereikbaar. Een paal die alleen na autorisatie via app of laadpas laadt, krijgt zonder die verbinding geen toestemming.
Veel palen kennen een stand waarin ze direct laden bij het insteken, of een laadpas die ook offline werkt. Laat die stand bij de oplevering instellen en test hem door de router een kwartier uit te zetten. Een paal met OCPP kun je bovendien aan een andere beheerder koppelen als de dienst van de fabrikant stopt.
Veelgemaakte fouten
Een testwinnaar bestellen voordat je je aansluiting kent
Een paal die in een vergelijking hoog scoort, kan bij jou zonder meeregelen op een krappe aansluiting komen te hangen, of drie fasen hebben terwijl je meterkast er één heeft. Het totaalcijfer weegt die eigenschappen mee naast de app en de afwerking, terwijl ze in jouw situatie een harde eis zijn.
Houd de volgorde aan: eerst hoofdzekering en boordlader, dan de eisenlijst, en pas daarna de uitslag.
Het hoogste vermogen lezen als het beste model
Een paal van 22 kW is niet beter dan een van 11 kW; hij kan alleen meer leveren als je aansluiting en je auto dat allebei toelaten. Weinig auto's kunnen 22 kW aan boord aan, dus meestal koop je vermogen dat je nooit gebruikt, met een zwaardere groep en een dikkere leiding op de offerte.
Een vaste kabel bestellen zonder de route te meten
De afstand in rechte lijn van paal naar klep is niet de lengte die de kabel aflegt. Om de neus of de achterkant van de auto heen is die route al snel twee keer zo lang, en er komt ongeveer een meter bij voor het hangen tussen paal en klep.
Meet in beide parkeerrichtingen, en bij twee auto's voor allebei.
Meeregelen kiezen dat alleen het totaal meet
In een huis met drie fasen staan de zware verbruikers zelden gelijk verdeeld: de kookplaat op twee fasen, de wasdroger en de vaatwasser op de derde. Een paal die alleen het totale verbruik ziet, laadt door op een fase die al vol zit, en juist die fase belast de hoofdzekering boven zijn waarde.
De MID-meter pas regelen als de paal al hangt
Vergoedt je werkgever of leasemaatschappij de stroom, dan geldt er vaak een eis aan de meter en aan de koppeling met hun laadpasbeheerder. Een paal zonder MID-gecertificeerde meter is achteraf alleen te redden met een aparte tussenmeter in de meterkast, en dat is een tweede bezoek van de installateur.
Een oud testoordeel lezen als oordeel over de paal van nu
Een test beoordeelt een paal met de software die hij op dat moment had. Na updates kan de app beter of slechter zijn, kan laden op zonne-overschot erbij gekomen zijn, of is het model vervangen door een opvolger met bijna dezelfde naam. Kijk dus naar de testdatum en vergelijk de uitvoering met wat er nu geleverd wordt.
Veelgestelde vragen
Wat is de beste laadpaal volgens de Consumentenbond?
Wij noemen hier geen winnaar, omdat wij geen testuitslag overnemen die wij niet zelf hebben nagemeten, en omdat een uitslag verandert met elke nieuwe test en elke software-update. Of en wanneer de Consumentenbond laadpalen heeft getest, zie je op hun eigen site.
Wat je daar ook leest: de beste paal voor jou past bij je hoofdzekering en je boordlader, regelt mee als je aansluiting krap is en heeft de eigenschappen die in jouw situatie een harde eis zijn. Leg een uitslag pas naast die lijst als je hem hebt.
Hoe lees je een laadpaaltest als je de uitslag voor je hebt?
Begin bij de testdatum en de geteste uitvoering, want een app kan sindsdien veranderd zijn. Kijk daarna niet naar het totaalcijfer maar naar de losse onderdelen, en streep eerst de palen weg die niet aan je harde eisen voldoen: meeregelen per fase, gelijkstroomdetectie, en OCPP of een MID-meter als je die nodig hebt.
Tussen de palen die overblijven zijn bediening, afwerking en app een goede reden om te kiezen. Een verschil in laadsnelheid neem je alleen mee als het niet uit de aansluiting in het testlab komt.
Is een duurdere laadpaal veiliger?
De veiligheid van thuisladen zit vooral in de installatie: een eigen eindgroep, een aardlekbeveiliging die gelijkstroomfouten ziet, een leiding met de juiste kerndoorsnede en een laadstroom die zo is ingesteld dat huis en paal samen onder de hoofdzekering blijven. Dat is bij een goedkope en een dure paal hetzelfde werk.
Wat de paal zelf bijdraagt, trek je op het blad na: ingebouwde detectie van 6 mA gelijkstroom, een behuizing van minstens IP54 voor buiten en een temperatuurbewaking die de laadstroom terugregelt. De prijs zegt daar niets over.
Heb ik een laadpaal met app nodig?
Laad je 's nachts op een vast daltarief, dan meestal niet: de meeste elektrische auto's hebben een laadtimer aan boord, en een paal die bij het insteken laadt is dan genoeg. Een app voegt pas iets toe als de paal op een wisselende prijs of op je zonne-overschot moet reageren, of als een werkgever je sessies moet kunnen zien.
Kies je een paal met app, controleer dan of hij ook zonder internet en zonder account laadt, zodat een haperende verbinding je niet met een lege accu laat staan.
Wat betekenen IP54 en IK10 bij een laadpaal?
Het eerste cijfer van de IP-code gaat over stof en het tweede over water. IP54 houdt stof tegen dat de werking hindert en spatwater uit alle richtingen, IP55 ook waterstralen, en IP65 is daarbij helemaal stofdicht. Voor een paal aan de gevel is IP54 de ondergrens; vrij in de regen of naast een oprit die je schoonspuit is IP55 of IP65 de betere keuze.
IK gaat over stoten: IK08 is 5 joule en IK10 20 joule, een gewicht van 5 kg dat van 40 cm valt. Langs een smalle oprit kies je IK10.
Wat is OCPP en heb ik het thuis nodig?
OCPP staat voor Open Charge Point Protocol, de open taal waarin een laadpaal met een beheersysteem communiceert. Met OCPP 1.6J of 2.0.1 kun je de paal koppelen aan een andere app of beheerder dan die van de fabrikant.
Thuis heb je het nodig als je werkgever of leasemaatschappij de stroom vergoedt via een eigen laadpasbeheerder, als een VvE de palen in een garage centraal beheert, of als je niet afhankelijk wilt zijn van de app van één fabrikant. Laad je gewoon op eigen rekening, dan is het vooral een verzekering voor later.
Is een vaste kabel of een losse kabel handiger?
Een vaste kabel is handiger als één auto elke dag op dezelfde plek laadt: je hoeft niets uit de kofferbak te halen en de stekker hangt klaar. Een contactdoos met losse kabel is handiger als er meer auto's aan de paal komen, als de paal aan de straatkant hangt en je liever niets laat hangen, of als je de kabel ook onderweg wilt gebruiken.
Bij een losse kabel kies je per auto een lengte. Bij een vaste kabel ligt de lengte vast, dus meet eerst de route naar de laadklep in beide parkeerrichtingen.
Hoe lang moet de kabel van een laadpaal zijn?
Meet de route die de kabel om de auto heen aflegt, niet de afstand in rechte lijn, en tel er ongeveer een meter bij voor het hangen tussen paal en klep. Zit de klep aan de kant van de paal, dan is 5 meter meestal genoeg; moet de kabel om de neus of de achterkant heen, dan kom je al snel boven 7,5 meter uit.
Meet in beide parkeerrichtingen, want een auto die je achteruit de oprit op rijdt, heeft zijn klep ineens aan de andere kant en aan het andere eind.
Hoeveel stroom verbruikt een laadpaal als hij niet laadt?
Dat verschilt per paal en staat als stand-byvermogen in watt op het specificatieblad, of je vraagt het na. Reken het om met de vuistregel dat elke watt die de paal dag en nacht trekt 8,8 kWh per jaar is: tussen 2 W en 8 W zit ruim 50 kWh per jaar.
Een scherm, een simkaart en een verbinding die altijd openstaat tellen daarbij het zwaarst. Hoe dat zich verhoudt tot wat er verder aan je meter trekt, zie je bij de apparaten en installaties die in huis stroom gebruiken.
Hoe lang gaat een laadpaal mee?
Voor een laadpaal houden wij geen eigen bandbreedte bij. Het onderdeel dat er technisch het dichtst bij ligt, de omvormer van zonnepanelen, gaat 10 tot 15 jaar mee, en bij allebei versnelt warmte de veroudering van de elektronica.
Wat het eerst slijt is meestal de kabel, door overrijden, knikken en vorst, en daarna de software: een paal zonder updates laadt door, maar kan zijn slimme functies verliezen. Een plek uit de middagzon en een kabelhouder die de kabel van de grond houdt maken het meeste verschil.
Mag ik een laadpaal zelf ophangen?
Het ophangen van de behuizing is het kleinste deel van het werk. Alles wat daarna komt zit achter de hoofdzekering: een eigen eindgroep, een aardlekbeveiliging die gelijkstroomfouten ziet, de leiding en eventueel stroomtangen om de hoofdkabels. Dat is werk voor een erkend installateur, die ook de laadstroom op je aansluiting instelt.
Fabrikanten stellen voor hun garantie vaak een installatie door een installateur als voorwaarde. Hoe de hele route van meterkast tot oplevering loopt, staat in de uitleg over thuisladen van begin tot eind.
Welke laadpaal past naast een warmtepomp en een inductiekookplaat?
Een paal die per fase meeregelt met de meterkast. Een inductiekookplaat trekt in één keer 3 tot 7 kW en een warmtepomp draait op koude avonden juist op de uren dat de auto laadt, dus de vaste ruimte die je voor het huis overlaat wordt dan krap.
Houd als vuistregel minstens 10 A per fase over voor de rest van het huis. Lukt dat niet met 16 A laden, kijk dan eerst naar een paal die via de P1-poort of stroomtangen per fase meet en pas daarna naar verzwaren, want dat betekent eenmalige kosten, hogere vaste netbeheerkosten en in gebieden met netcongestie maanden wachten.
Wanneer je beter een vakman belt
Een paal kiezen, de route meten en de specificaties naast elkaar leggen doe je zelf. De eigen eindgroep, de aardlekbeveiliging, de leiding naar de paal en de stroomtangen om de hoofdkabels zitten achter de hoofdzekering en zijn werk voor een erkend installateur, die ook de laadstroom zo instelt dat huis en paal samen onder de zekering blijven.
Moet de aansluiting van één naar drie fasen of naar een zwaardere hoofdzekering, dan vraag je dat aan bij de netbeheerder. Die vervangt de zekering achter het zegel en rekent eenmalige kosten en hogere vaste netbeheerkosten per jaar, en in gebieden met netcongestie duurt dat maanden.