Een sportkamer inrichten: vrije zones, vloer, spiegel en lucht
Een sportkamer richt je in vanaf de vrije zones en niet vanaf het toestel: 200 cm achter een loopband, 200 cm dwars op een halterbank en 60 cm rond een fiets. Daarna bepalen drie dingen of de kamer werkt: de plafondhoogte op de plek zelf (bij een lengte van 1,80 m is dat 230 tot 245 cm voor een loopband en 260 cm voor een stang boven je hoofd), een vloer die de klap opvangt (15 tot 20 mm rubber onder toestellen, 30 mm of een platform waar gewichten neerkomen) en lucht die de 600 tot 900 watt en het zweet van een training afvoert. De spiegel hangt aan een wand haaks op het raam en is minstens half zo hoog als jij.
Wat een sportkamer anders maakt dan een gewone kamer
Een sportkamer is een kamer waarin je beweegt, en dat verandert drie dingen ten opzichte van een kamer waarin je zit of slaapt. De toestellen vragen meer vloer dan ze zelf innemen, vloer en wanden krijgen bewegende last te verwerken, en je produceert warmte en vocht in een tempo waarop de ventilatie van een slaapkamer niet is berekend.

Die drie verschillen kent elke kamer met een eigen bezigheid, van thuissauna tot hobbyruimte, en het overzicht van kamers die een vaste functie krijgen zet ze naast elkaar. Voor sport wegen ze het zwaarst, omdat alle drie tegelijk spelen.
De volgorde van inrichten is dezelfde als bij elke kamer die je laag voor laag opbouwt: eerst wat vast zit, dan de routes, dan de functies. Het verschil zit in wat je als functie intekent. Een halterbank is 50 cm breed, maar met je armen gestrekt en een halter in elke hand beslaat hij 200 cm, en een loopband van 190 cm kost met de strook erachter 390 cm.
Reken daarom vanaf het begin met blokken inclusief die vrije zone, en kies het toestel pas als het blok past. Wie andersom werkt, koopt een roeitrainer van 240 cm voor een kamer van 300 cm en roeit daarna diagonaal.
Het tweede verschil is de last. Een kast staat stil, maar een halter die je neerzet geeft een klap die door een houten balklaag als dreun naar beneden gaat, en een optrekstang trekt bij elke herhaling harder aan de wand dan je eigen gewicht. Het derde verschil is de lucht: een hardlopend mens geeft 600 tot 900 watt aan warmte af, evenveel als een klein elektrisch kacheltje, en zweet daarbij een halve tot een hele liter per uur uit.
Welke ruimte in huis het best een sportkamer wordt
De ruimte kies je op drie vragen: wat de vloer aankan, hoe hoog het is op de plek van het toestel, en hoe warm of koud het er is als je traint. Geen enkele ruimte scoort op alle drie goed, dus de keuze hangt af van de training die je doet.
Voor zwaar krachtwerk met een stang wint de begane grond, en dan het liefst op beton. Een halter die daar neerkomt verdwijnt in de massa van de vloer, terwijl dezelfde klap op een houten verdiepingsvloer de hele balklaag laat meetrillen. Voor cardio en matwerk is een droge, verwarmde kamer op de verdieping juist prettiger dan een garage van 8 °C.
Kijk ook naar de weg naar binnen. Een loopband weegt 70 tot 120 kg en moet de trap op en om de hoek van de overloop; wat daar past, reken je uit zoals bij een smalle hal waar een groot meubel doorheen moet. Vergelijk dan de verpakkingsmaat met de trapbreedte en niet de opgestelde maat, want die doos is groter dan het toestel. Een steile vaste zoldertrap of een vlizotrap is voor zo'n toestel vaak het eindpunt.
Deel je het huis met anderen, zet de sportkamer dan liever niet boven of naast een slaapkamer die op dezelfde uren in gebruik is. Hoe zo'n verdeling over alle vertrekken uitpakt, staat bij het verdelen van functies over de kamers van een huis.
| Ruimte | Wat er goed aan is | Waar het op vastloopt | Welke training er past |
|---|---|---|---|
| Slaapkamer of logeerkamer op de verdieping | Droog, verwarmd, 240 tot 260 cm hoog en dicht bij de douche | Contactgeluid naar beneden; op een houten balklaag dreunt elke pas en elke halter | Cardio, matwerk en halters die je neerlegt in plaats van laat vallen |
| Zolder | Afgescheiden van het woongedeelte, en warme lucht kan via een dakraam weg | Hoogte onder de schuinte, in de zomer 30 °C of meer onder een matig geïsoleerd dak, en een steile trap | Matwerk en een fiets onder de schuinte; een loopband alleen waar je lengte plus 50 tot 65 cm vrij is |
| Garage | Betonvloer op de grond die een vallend gewicht opneemt, en geen kamer eronder | Zonder verwarming in de winter vaak onder 10 °C, condens op staal, een kanteldeur die lekt en vaak één groep | Zwaar krachtwerk met stang, rack en platform |
| Tuinhuis of schuur | Geen geluid door het huis, en de ruimte is helemaal voor de sport | Stroom via een ingegraven kabel, tegels op zand die onder een rack zakken, en condens zonder isolatie | Cardio en kracht, als er een betonvloer of een fundering onder ligt |
| Kelder of souterrain | Beton rondom, dus weinig geluid naar boven en de buren, en het blijft koel | Hoge luchtvochtigheid, een plafond dat vaak onder 230 cm blijft, en geen raam om te luchten | Kracht zonder armen boven je hoofd, en cardio met een ontvochtiger erbij |
| Hoek van de woonkamer | Geen extra kamer nodig, en de ruimte is al verwarmd | De vrije zone blijft niet vrij, en toestellen staan de hele dag in beeld | Matwerk, een inklapbare hometrainer en halters in een dichte kast, op een blok van 200 bij 250 cm |
Draai een kabelhaspel waarop een loopband of kachel in een schuur draait altijd helemaal af. Opgerold kan de warmte uit de kabel nergens heen, en bij zo'n belasting loopt de temperatuur op tot de isolatie zacht wordt. Een haspel is ook geen vaste aansluiting: voor een schuur die sportkamer wordt, hoort er een kabel in de grond.
Zo deel je de kamer in rond de vrije zones
Teken de kamer op schaal met de deur, het draaivlak, het raam en de radiator erin, op dezelfde manier als een plattegrond van je woonkamer op schaal. Zet daarna per toestel het blok met zijn vrije zone erop, en teken die zone gestippeld zoals je het draaivlak van een deur tekent.
Voor die zones geldt één regel die de puzzel een stuk makkelijker maakt. Twee zones mogen elkaar raken of overlappen, want je gebruikt twee toestellen niet tegelijk. Een toestel, een kast of een radiator mag nooit in een zone staan, want dat is precies de plek waar je arm, je voet of je halter terechtkomt.
Een zone mag ook over een looproute vallen die je niet gebruikt terwijl je traint. De strook naast de halterbank is in dit voorbeeld armruimte en de weg naar het raam tegelijk, en dat werkt omdat die route pas gelopen wordt als de halters weer in het rek liggen.
Houd de weg naar het raam wel altijd vrij van toestellen. Tijdens en na een training zet je het raam open, en een raam dat je alleen bereikt door over een bank te stappen, blijft in de praktijk dicht.
Zet het halterrek binnen één of twee stappen van de bank. Een paar halters van 20 kg draag je liever 1 meter dan 3 meter, en elke meter extra is een meter waarin je ze kunt laten vallen. Wil je de blokken slepen in plaats van knippen, zet ze dan met je eigen wandmaten in de kamerplanner, met elke vrije zone als apart blok.
Doe elke oefening een keer zonder gewicht op de getekende plek, met je armen zo ver uitgestrekt als tijdens de training. Raak je met je hand een kast, de spiegel of de radiator, dan is de zone op papier te krap, en dan schuif je in de tekening en niet met een toestel van 40 kg.
Hoeveel plafondhoogte elke training vraagt
De hoogte meet je op de plek van het toestel en niet in het midden van de kamer, en je meet vanaf de vloer zoals die straks is: met 20 tot 30 mm rubber erop ben je die centimeters kwijt. Voor nieuwbouw vraagt het Besluit bouwwerken leefomgeving minstens 260 cm in een verblijfsgebied, veel bestaande rijtjeshuizen hebben 240 tot 260 cm, en onder een schuin dak loopt het per stap terug.
De maten in de tabel gaan uit van een lengte van 1,80 m en zijn opgebouwd uit twee gegevens die je zelf kunt narekenen. Je reikhoogte met gestrekte armen is ongeveer 1,3 keer je lengte, dus 235 cm. Een olympische schijf van 20 kg heeft een doorsnede van 45 cm, dus steekt hij 22,5 cm boven de stang in je handen uit.
Daaruit volgt de grens die op de verdieping het vaakst knelt: een stang met schijven boven je hoofd past in een kamer van 250 cm niet. Met halters lukt dezelfde oefening wel, want de kop van een halter steekt maar ongeveer 10 cm boven je hand uit, en zittend op een bank zakt je reikhoogte nog eens 40 tot 50 cm.
Bij een loopband komt het loopvlak erbij. Dat ligt 20 tot 25 cm boven de vloer, en bij hardlopen gaat je hoofd bij elke pas nog een paar centimeter omhoog. Onder een schuinte zet je de band daarom met de console naar de lage kant: je loopt dan in een hoger deel dan de voorkant van de band, en de vrije strook erachter ligt nog hoger.
Wie langer is dan 1,80 m, telt het verschil er gewoon bij op, en voor reikhoogte vermenigvuldig je dat verschil met 1,3. Bij 1,90 m wordt 235 cm reikhoogte dus 247 cm, en schuift de stang boven je hoofd naar 270 cm.
| Wat je doet | Vrije hoogte bij 1,80 m | Hoe die maat ontstaat |
|---|---|---|
| Lopen en hardlopen op een loopband | 230 tot 245 cm | Loopvlak van 20 tot 25 cm, je lengte, en 30 tot 40 cm voor de pas die je hoofd optilt |
| Crosstrainer | Vaak rond 240 cm | Je lengte plus de staphoogte uit de handleiding plus 20 cm boven je hoofd |
| Spinfiets of hometrainer, staand op de pedalen | Ongeveer 220 cm | Je staat 25 tot 35 cm boven de vloer met licht gebogen knieën, en beweegt op en neer |
| Schouderpers met halters, staand | 245 cm | Reikhoogte van 235 cm plus de kop van de halter boven je hand |
| Schouderpers met halters, zittend op een bank | 200 cm | Zittend ligt je reikhoogte 40 tot 50 cm lager dan staand |
| Stang met schijven boven je hoofd | 260 cm | 235 cm reikhoogte plus 22,5 cm schijf boven de stang, plus het rubber op de vloer |
| Optrekken aan een stang | 260 cm of meer | De stang op reikhoogte en je hoofd ongeveer 25 cm erboven als je kin over de stang komt |
| Bokszak aan het plafond | 220 tot 240 cm | Een zak van 120 cm met de bovenkant rond hoofdhoogte, plus 40 tot 60 cm aan ketting, veer en haak |
| Yoga en rekken met je armen omhoog | 235 cm staand, 150 cm zittend | Reikhoogte; wat je zittend of liggend doet, past onder een schuinte vanaf 150 cm |
Wat de vloer moet opvangen en hoe dik het rubber wordt
Een woningvloer wordt in Nederland berekend op een verdeelde belasting van 1,75 kN/m², ongeveer 175 kg per vierkante meter. Een loopband met een loper erop blijft daar ruim onder. Een rack met 150 kg aan schijven, de stang en een sporter van 90 kg op anderhalve vierkante meter komt er al boven, en op een houten vloer hoort daar het oordeel van een constructeur bij.
Het beschreven platform verdeelt die last en dempt de klap. De onderste rubberlaag ontkoppelt het platform van de vloer, de doorgaande plaat multiplex spreidt een klap over het hele vlak, en de bovenste laag vangt het gewicht op. Leg het platform haaks op de balken: bij een lengte van 240 cm rust het dan op vier tot zes balken, in de lengterichting op één of twee.
Hoeveel rubber je elders nodig hebt, hangt af van wat er op de vloer komt. Onder een loopband, fiets of crosstrainer is 15 tot 20 mm genoeg om het getik te dempen en de vloer tegen de voeten te beschermen. Waar je halters neerzet is 30 mm een betere maat, en waar een stang valt het platform.
Puzzelmatten van schuim van 1 tot 2 cm lijken op rubber maar werken anders. Schuim veert in en weer terug, dus een halter drukt er dwars doorheen tot op de vloer, en onder je voeten geeft het mee op het moment dat je stabiliteit nodig hebt.
Kijk ook naar de deur. Onder een binnendeur zit meestal een spleet van 1 tot 2 cm, waardoor lucht naar de afzuiging in keuken en badkamer stroomt. Met 20 mm rubber schuurt de deur, en kort je hem in, houd dan dezelfde spleet boven het nieuwe vloerniveau aan.
Welke vaste vloer eronder ligt, telt ook mee, want rubber, zweet en puntlast doen op elke vloer iets anders. De tabel zet dat per vloer op een rij, en hoe die vloeren zich verder per situatie gedragen, vind je in de vloerwijzer, die elke vloer per ruimte beoordeelt.
| Vloer die er al ligt | Wat je erop legt | Waar het misgaat |
|---|---|---|
| Beton of een kale dekvloer | Rubbertegels direct erop, 30 mm of een platform waar gewichten neerkomen | Weinig; een onvlakke dekvloer laat losse tegels wel wiebelen |
| Keramische tegel | Rubber van 20 mm onder toestellen, 30 mm onder halters | Een halter die zonder rubber valt, laat de tegel barsten tot aan de voeg |
| Pvc, klik of verlijmd, en vinyl op rol | Een scheidingslaag en dan rubber, of tegels die de fabrikant geschikt noemt voor kunststof vloeren | Rubber kan de toplaag blijvend geel of bruin kleuren, en toestelvoeten drukken kuilen in dunne vinyl |
| Laminaat | Rubber, met een doorgaande plaat onder zware toestellen zodat de last over meer planken gaat | Zweet dat in een naad trekt, laat de hdf-kern opzwellen, en die zwelling gaat niet meer weg |
| Houten vloer, massief of lamelparket | Rubber van 20 mm onder alles wat staat en alles wat je neerzet | Een halter van 10 kg die van heuphoogte valt, laat in eiken een deuk; bij een toplaag van 2,5 mm is die niet weg te schuren |
| Tapijt | Liefst eruit; anders een plaat onder elk toestel | Toestellen wiebelen op de pool, en zweet trekt erin door tot in de rug |
| Gietvloer van pu of epoxy | Rubber onder de toestellen | Pu krast onder voeten die schuiven en je ziet dat bij strijklicht; epoxy is harder en ligt daarom vaker in een garage |
Koop de plaat voor het platform in de gangbare maat van 122 bij 244 cm of 125 bij 250 cm. Dan hoef je niet te zagen, en ligt er geen naad onder de plek waar het gewicht neerkomt.
Hoe groot de spiegel moet zijn en aan welke wand hij hangt
Een spiegel in een sportkamer is een meetinstrument voor je houding, en daarvoor hoeft hij kleiner te zijn dan je denkt. Om jezelf van kruin tot voeten te zien, heb je een spiegel nodig die half zo hoog is als jij, ongeacht de afstand. Dat komt doordat de spiegel precies halverwege tussen jou en je spiegelbeeld staat.
Voor een sportkamer is dat de ondergrens, want je staat lang niet altijd rechtop. Bij een squat zakken je ogen naar ongeveer 110 cm en op de mat nog lager, en de onderrand van de spiegel moet op de helft van je ooghoogte liggen om je voeten te zien. Een onderkant op 30 tot 40 cm houdt dat werk in beeld en blijft boven de kop van een halter die wegrolt.
Voor de bovenkant geldt hetzelfde omgekeerd: halverwege je ogen en je kruin, bij 1,80 m rond 175 cm. Wil je ook je handen boven je hoofd zien, dan ga je naar 190 tot 200 cm. De breedte volgt dezelfde regel: je armen gespreid zijn ongeveer even breed als je lang bent, dus 90 cm spiegel is genoeg, en voor een stang van 220 cm heb je 110 cm nodig.
Hang de spiegel aan een wand haaks op het raam en niet ertegenover. Staat het raam achter je, dan zie je jezelf als donkere vorm tegen een lichte achtergrond en valt juist de houding weg die je wilt controleren. Licht van opzij tekent de contouren van je rug en je knieën.
Glas weegt 2,5 kg per vierkante meter per millimeter dikte, dus een spiegel van 120 bij 180 cm in 4 mm weegt ruim 21 kg. Die hoort in een sportkamer mechanisch aan de wand, met spiegelclips of een rail onder de onderrand, en nooit op tape of lijm alleen. Hoeveel een punt in jouw wand houdt, zoek je op in de ophangwijzer voor steen, beton en gipsplaat.

Kies spiegelglas met veiligheidsfolie op de achterkant. Raakt een halter of kettlebell de spiegel, dan blijft het gebarsten glas aan de folie hangen in plaats van in scherven op de vloer te vallen waar je op blote voeten of op een mat traint.
Warmte, lucht en vocht tijdens en na een training
De ventilatie van een slaapkamer is berekend op mensen die liggen of zitten. Een training draait dat om: 600 tot 900 watt aan lichaamswarmte, een halve tot een hele liter zweet per uur die grotendeels in de kamerlucht verdampt, en een veelvoud van het koolzuur dat je in rust uitademt.
Een temperatuur van 16 tot 18 °C traint voor de meeste mensen prettig bij cardio en kracht, en boven 22 °C wordt een half uur op de loopband merkbaar zwaarder. Dat zijn vuistregels en geen normen: voor yoga en rekken zit je juist liever warmer.
Luchten werkt het best met twee openingen, het raam open en de deur naar de overloop op een kier, zodat er een stroming door de kamer ontstaat. Een ventilator koelt jou, omdat hij het verdampen van zweet op je huid versnelt, maar voert geen warmte of vocht de kamer uit.
Een CO2-meter laat zien of de lucht ververst. Blijft hij tijdens de training boven 1200 ppm hangen, dan komt er te weinig verse lucht binnen; die grens is een vuistregel die in Nederland ook voor klaslokalen wordt aangehouden.
Wordt een zolder of een kamer op het zuiden in de zomer te warm, dan is de soort airco het verschil. Een mobiele airco met één slang blaast warme lucht naar buiten en zuigt daardoor via kieren en de raamopening evenveel warme buitenlucht weer naar binnen, dus hij koelt veel minder dan het vermogen op de doos. Een split-unit met een buitendeel heeft dat nadeel niet, maar hoort bij een installateur met F-gassencertificaat.
In een koude garage of schuur is vocht het probleem en niet de warmte. Een ontvochtiger die de relatieve luchtvochtigheid onder 60 procent houdt, beschermt stang en schijven tegen roest, en onder 15 °C kies je een adsorptiedroger, want een compressordroger haalt in de kou nauwelijks water uit de lucht.
Licht, stroom en wanden die tegen een stootje kunnen
Op een halterbank lig je met je gezicht naar het plafond, en een spot recht boven de bank schijnt dan in je ogen op het moment dat je een gewicht boven je gezicht houdt. Zet de lichtpunten daarom naast de bankzone, langs de lange zijde, of kies een armatuur dat het licht via het plafond verspreidt.
Voor de hoeveelheid houden wij als vuistregel 500 lumen per vierkante meter aan, en dat geeft in een kamer met lichte wanden ongeveer 300 lux op de vloer. Een kamer van 12 m² komt dan op 6000 lumen, verdeeld over drie of vier punten zodat je geen harde schaduw van jezelf in de spiegel ziet. Kies één kleurtemperatuur, 3000 of 4000 K, en bij de spiegel Ra 90 of hoger, want bij Ra 80 zien huid en spieren er vlak uit.
Het stopcontact voor een loopband hoort aan de voorkant, want daar zit bij vrijwel elke band het snoer. Een verlengsnoer door de vrije zone erachter ligt precies op de plek waar je bij een misstap terechtkomt. Sluit de band direct op de wandcontactdoos aan en niet via een verdeelstekker met een kachel erop: een groep van 16 A levert 3680 watt, en een kachel van 2000 watt plus een band die bergop draait komen daar dicht bij.
Voor de wanden werkt muurverf in schrobklasse 1 of 2 volgens NEN-EN 13300, want die kun je afnemen waar zweet, krijt of een rubber schijf een streep heeft achtergelaten. Een schijf van 45 cm die tegen de wand wordt gezet, raakt die tot 45 cm hoogte, en een strook multiplex of een hoge plint achter het rek spaart daar de verf.
Een plafond met een lichtreflectiewaarde boven 70 houdt het licht in de kamer, en een lichte wand achter de spiegel doet hetzelfde. Hang een bord met je schema met het hart rond 155 cm naast de deur, zodat je het ziet als je binnenkomt. Een scherm voor de loopband komt met het midden rond de ooghoogte van wie op de band staat, bij 1,80 m op 180 tot 190 cm.
Opbergen, afkoelen en een kamer die ook iets anders moet kunnen
Gewichten horen tussen knie- en heuphoogte, ruwweg 50 tot 90 cm, want dan pak je ze met een rechte rug en til je een halter van 20 kg niet vanaf de vloer op. Een staand halterrek van 45 tot 60 cm diep met twee of drie planken doet dat vanzelf, en een schijvenboom met pinnen op verschillende hoogtes ook.
Een wandplank met halters werkt anders. Twintig kilo op 40 cm uit de wand is een hefboom die aan de bovenste schroeven trekt met twee keer dat gewicht of meer, afhankelijk van de afstand tussen de schroeven, en in gipsplaat zonder regel erachter houdt dat geen stand.
Matten, elastieken en een stepbank gaan in een dichte kast of een bak waarin de matten rechtop staan. Is de kamer te klein, dan past dat soort lichte spullen vaak in de ruimte onder de trap, met een lade in de lage punt. Natte sportkleding gaat meteen naar de wasmachine en niet in een wasmand in de sportkamer, en staat die machine in een bijkeuken met een eigen droogplek, dan loopt die route vanzelf.
Voor het afkoelen is een vrije mat van 200 bij 250 cm genoeg om te rekken met je armen gestrekt. Wil je er een relaxstoel of massagestoel neerzetten, reken dan op de kanteling: de rug van zo'n stoel gaat 40 tot 50 cm naar achteren, en een wandvrij model schuift juist met de zitting naar voren.
Moet de sportkamer ook logeerkamer zijn, dan valt de vrije zone van een fiets of de matplek samen met de strook die een uitgeklapte slaapbank vraagt, 140 tot 200 cm diep. Dat werkt zolang het bed alleen open is wanneer er niet getraind wordt.
Spelen er kinderen in dezelfde kamer, dan is de loopband het grootste risico, want de band trekt een hand of een voet mee in de spleet bij de achterste rol. Trek na elke training de veiligheidssleutel eruit en berg die hoog op, en lees bij het inrichten van een speelhoek hoe je een speelvlak afbakent van de rest van de kamer.
Zo richt je een sportkamer in, van meten tot eerste training
Elke stap legt een maat vast waarbinnen de volgende stap mag kiezen.
-
Schrijf op hoe je traint en zet per toestel het blok op papier
Reken met de blokken inclusief vrije zone: een loopband 390 bij 185 cm, een spinfiets rond 175 bij 240 cm, een halterbank 200 bij 130 cm en een matplek 200 bij 250 cm. Die optelsom vertelt je hoeveel vloer je zoekt, en dus welke ruimte in aanmerking komt.
-
Meet hoogte en vloer in de ruimtes die in aanmerking komen
Meet de plafondhoogte op de plek van elk toestel, trek de dikte van het rubber eraf en leg de uitkomst naast de tabel met hoogtes. Stel ook vast of de vloer van hout of beton is; bij het trapgat zie je vaak de kopse kant, en die bepaalt of er zwaar krachtwerk kan.
-
Meet de weg van de voordeur tot de kamer
Noteer de breedte van de trap, de draai op de overloop en de dagmaat van de kamerdeur, en vergelijk die met de verpakkingsmaat van het toestel. Een toestel dat niet naar binnen kan, is geen keuze meer, hoe goed het ook in de kamer past.
-
Teken de indeling met de weg naar raam en deur vrij
Zet deur, draaivlak, raam en radiator erin, en daarna de blokken. Laat zones elkaar raken maar zet geen toestel in een zone, en houd een route naar het raam over die je tijdens de training kunt lopen zonder over een bank te stappen.
-
Leg de vloer voordat er een toestel binnenkomt
Eerst een scheidingslaag op pvc of vinyl, dan het rubber, en het platform op de plek waar gewichten neerkomen. Controleer daarna of de deur nog vrij draait met 1 tot 2 cm spleet boven het rubber, want een toestel van 100 kg schuif je niet even opzij om de vloer alsnog te leggen.
-
Bevestig spiegel en rekken in steen of in de regel
Hang de spiegel met de onderkant op 30 tot 40 cm aan een wand haaks op het raam, op clips of een rail. Een wandrek komt aan beton, kalkzandsteen of de houten regel achter de gipsplaat, nooit alleen aan de plaat.
-
Zet licht en stroom bij de toestellen
Plaats de lichtpunten naast de bankzone en niet erboven, en het stopcontact voor de loopband aan de voorkant van de band. Staat er verder veel op dezelfde groep, kijk dan in de handleiding of de band een eigen groep vraagt.
-
Train een week en stel bij
Let op drie signalen: beslaat het raam, hoor je beneden een dreun, en kom je steeds met je hand of voet tegen hetzelfde meubel aan. Elk signaal wijst naar een eerdere stap waar je terug moet: de ventilatie, de vloer of de indeling.
Nalopen voordat de eerste training begint
Uit de praktijk
De stang roest in de garage terwijl er geen water bij komt
Verschijnen er na een paar weken roestvlekken op de stang en de schijven in een garage of schuur, dan komt het water uit de lucht. Staal koelt 's nachts af met de ruimte en warmt overdag veel trager op dan de lucht, zodat het metaal kouder blijft dan het dauwpunt.
Bij lucht van 15 °C en 80 procent relatieve vochtigheid ligt het dauwpunt rond 11,5 °C. Is de stang nog 8 °C van de nacht, dan slaat er een dunne waterfilm op neer, en een training met de kanteldeur open op een zachte, vochtige dag maakt dat erger doordat je juist die lucht binnenhaalt.
De correctie: houd de luchtvochtigheid onder 60 procent met een adsorptiedroger, laat de deur dicht als de buitenlucht warmer en vochtiger is dan binnen, en berg de stang op in een rek in plaats van op de koude betonvloer.
In de spiegel zie je vooral een donkere vorm
Zie je in de spiegel wel dat je beweegt, maar niet of je rug recht blijft of je knieën naar binnen zakken, dan hangt de spiegel tegenover het raam. Je staat dan met je rug naar het daglicht, en de spiegel toont een lichte achtergrond met jou als donkere vorm ervoor.
Je ogen stellen zich in op het heldere deel van het beeld, waardoor de schaduwkant van je lichaam wegvalt. Precies de lijnen die je wilt controleren, zoals de ronding van je rug en de stand van je knieën, liggen in die schaduw.
Hang de spiegel aan een wand haaks op het raam, of zet 's avonds de lampen naast je in plaats van achter je. Licht van opzij legt een schaduwrand langs je contour, en die rand is wat je in de spiegel leest.
Onder de toestellen zitten kuilen of verkleurde plekken in de vloer
Blijven er na het verplaatsen van een toestel kuilen of drukplekken in de vloer achter, dan was de druk per vierkante centimeter te hoog. Een rack van 200 kg op vier voeten van 5 bij 5 cm zet 2 kg op elke vierkante centimeter, en dunne vinyl of pvc geeft daaronder blijvend mee.
Losse rubbertegels verdelen die druk minder dan je zou verwachten, want rubber veert in en geeft de puntlast voor een deel door. Een doorgaande plaat multiplex onder het rubber doet dat wel: 200 kg op 3 m² plaat is nog ongeveer 7 gram per vierkante centimeter.
Gele of bruine plekken zijn een ander verschijnsel. Die ontstaan waar rubber lang op kunststof ligt en stoffen uit het rubber in de toplaag trekken, en die verkleuring poets je er niet uit. Een scheidingslaag voorkomt allebei.
Veelgemaakte fouten
Een toestel bestellen voordat de hoogte op die plek is gemeten
Een loopband past op de vloer van bijna elke zolder, maar met het loopvlak van 20 tot 25 cm eronder en 30 tot 40 cm boven je hoofd heb je bij 1,80 m al 230 tot 245 cm nodig. Onder een schuinte is die hoogte er vaak alleen in het midden van de kamer, en juist daar moet de looproute langs.
Puzzelmatten van schuim onder halters leggen
Schuim van 1 tot 2 cm veert in en weer terug, dus een halter die neerkomt drukt er dwars doorheen en raakt de vloer alsnog. Onder je voeten geeft het mee bij een squat of een lunge, precies wanneer je een vaste ondergrond nodig hebt. Schuim is prima voor matwerk, maar onder gewichten hoort rubber.
De spiegel alleen met lijm of tape ophangen
Spiegellijm draagt pas na 24 tot 48 uur, en het gewicht hangt daarna aan de verflaag of het stucwerk waar de lijm op zit. In een sportkamer komen daar de trilling van toestellen en de kans op een stoot bij, en een spiegel boven 10 kg hoort daarom op clips of een rail.
Rubber tot tegen de deur leggen zonder naar de spleet te kijken
Met 20 tot 30 mm rubber schuurt een binnendeur over de vloer of gaat hij niet meer open. Kort je hem in tot net boven het rubber, dan verdwijnt de spleet waardoor lucht naar de afzuiging stroomt, en blijven vocht en koolzuur van de training in de kamer hangen. Houd 1 tot 2 cm vrij boven het nieuwe vloerniveau.
Een ventilator aanzetten in plaats van te luchten
Een ventilator voelt koel omdat hij zweet op je huid sneller laat verdampen, maar dat vocht en je lichaamswarmte blijven in de kamer. Na een uur is de lucht warmer en vochtiger dan zonder training, en beslaat het raam alsnog. Alleen een open raam met een tweede opening voert af wat je produceert.
Een halterrek aan een gipsplaten wand hangen
Een metalen hollewandplug houdt in gipsplaat hooguit ongeveer 10 kg per punt, en een rek met 40 kg aan halters trekt als hefboom harder aan de bovenste pluggen dan dat gewicht. Het gips scheurt dan eerder dan de plug bezwijkt. Zet het rek op de vloer, of schroef het in de houten regel of de steen achter de plaat.
Veelgestelde vragen
Waar begin je met het inrichten van een sportkamer?
Begin bij de training en niet bij het toestel. Schrijf op wat je doet, zet per toestel het blok met vrije zone op papier en tel die blokken op. Pas dan kies je de ruimte, op vloer, hoogte en temperatuur.
Daarna komen de indeling, de vloer, de spiegel en het licht, in die volgorde. Een toestel kopen voordat de hoogte en de vloer vaststaan, is de volgorde omdraaien.
Hoe groot moet een sportkamer zijn?
Dat hangt af van de toestellen, want je rekent met blokken inclusief vrije zone. Een matplek met halters past in 200 bij 250 cm, een spinfiets met 60 cm rondom in ongeveer 175 bij 240 cm, en een loopband met 200 cm erachter in een strook van 390 bij 185 cm.
Een kamer van 300 bij 420 cm biedt ruimte voor een fiets, een halterbank en een rek. Een loopband erbij past daar alleen als een van de andere toestellen verdwijnt.
Wat is de beste vloer voor een sportkamer?
Beton op de begane grond met rubbertegels erop, omdat een vallend gewicht daar in de massa van de vloer verdwijnt. Leg 15 tot 20 mm rubber onder toestellen en 30 mm waar je halters neerzet; waar een stang valt, hoort een platform van rubber, multiplex en weer rubber.
Ligt er al pvc of vinyl, dan komt er eerst een scheidingslaag tussen, want rubber kan die toplaag blijvend verkleuren.
Kun je een sportkamer op zolder maken?
Ja, voor matwerk, halters en een fiets vaak prima, maar controleer drie dingen. De hoogte op de plek van het toestel: een loopband vraagt bij 1,80 m al 230 tot 245 cm. De vloer: een zoldervloer is meestal van hout, dus elke pas en elke halter dreunt door naar de kamer eronder.
En de zomer: onder een matig geïsoleerd dak wordt het 30 °C of meer, dus reken op een dakraam dat open kan of op koeling.
Hoe hoog moet het plafond in een sportkamer zijn?
Voor iemand van 1,80 m is 220 cm genoeg voor een fiets, 230 tot 245 cm voor een loopband en 245 cm voor een schouderpers met halters. Een stang met schijven boven je hoofd en optrekken vragen 260 cm of meer.
Die maten volgen uit je reikhoogte van ongeveer 1,3 keer je lengte, plus 22,5 cm voor een schijf van 45 cm boven de stang. Meet vanaf de vloer met het rubber erop.
Hoe groot moet een spiegel in een thuisgym zijn?
Minstens half zo hoog als jij om jezelf staand helemaal te zien, en dat geldt op elke afstand. Voor squats en matwerk hang je de onderkant op 30 tot 40 cm en de bovenkant op 190 tot 200 cm.
In de breedte volstaat 90 cm voor je gespreide armen en 110 cm voor een stang van 220 cm. Hang hem aan een wand haaks op het raam, anders zie je vooral een silhouet.
Heb je een airco nodig in een sportkamer?
In een kamer op de verdieping of in de kelder meestal niet, als je kunt luchten met een raam en een tweede opening. Op een zolder of een kamer op het zuiden kan het in de zomer zo warm worden dat trainen zwaar wordt.
Kies dan geen mobiele airco met één slang, want die zuigt evenveel warme lucht terug naar binnen als hij uitblaast. Een split-unit koelt wel effectief, maar laat je installeren door een bedrijf met F-gassencertificaat.
Welke verlichting werkt in een sportkamer?
Reken als vuistregel op 500 lumen per vierkante meter, verdeeld over drie of vier punten, dus rond 6000 lumen in een kamer van 12 m². Zet geen lamp recht boven een halterbank, want daar lig je met je gezicht naar het plafond.
Houd één kleurtemperatuur aan, 3000 of 4000 K, en kies bij de spiegel Ra 90 of hoger zodat huid en spieren niet vlak ogen.
Kan een loopband op een gewoon stopcontact?
Meestal wel, op een wandcontactdoos in een groep waar verder weinig op staat. Sluit hem direct aan en niet via een verdeelstekker, en zeker niet samen met een elektrische kachel, want een groep van 16 A levert 3680 watt.
Kijk in de handleiding of de fabrikant een eigen groep vraagt. Een nieuwe groep in de meterkast laat je aanleggen door een elektricien.
Hoe voorkom je dat de buren last hebben van je sportkamer?
Scheid het getik van de dreun. Het hoge geluid van een toestel dempt 15 tot 20 mm rubber, maar een halter die neerkomt gaat via de vloer en vraagt een platform van rubber, multiplex en rubber, haaks op de balken.
Zet toestellen niet tegen de gedeelde muur, doe zwaar werk met losse gewichten op een betonvloer op de begane grond, en train niet op de uren dat de kamer eronder een slaapkamer is.
Kun je een sportkamer combineren met een logeerkamer of werkkamer?
Ja, zolang de functies elkaar in de tijd niet raken. De vrije zone van een fiets of een matplek kan dezelfde strook zijn als die van een uitgeklapte slaapbank, 140 tot 200 cm diep, of de ruimte achter een bureaustoel.
Berg matten en halters op in een dichte kast, zodat de kamer ook als logeerkamer werkt. Hoe andere vertrekken zo'n tweede functie krijgen, staat bij de verschillende ruimtes in huis en wat ze kunnen.
Welke kleur geef je de muren van een sportkamer?
Een lichte kleur op plafond en de wand achter de spiegel houdt het licht in de kamer; boven een lichtreflectiewaarde van 70 blijft een plafond licht. Een donkere accentwand kan, maar niet achter de toestellen waar je goed moet zien.
Belangrijker dan de tint is de verf: schrobklasse 1 of 2 volgens NEN-EN 13300, zodat zweet en rubberstrepen eraf gaan. Hoe kleur en materiaal in de rest van het huis aansluiten, vind je bij het inrichten van een kamer als geheel.
Wanneer je beter een vakman belt
Een sportkamer inrichten doe je grotendeels zelf, maar vier onderdelen niet. Komt er een rack met zware schijven of een platform voor vallende gewichten op een houten verdiepingsvloer, laat dan een constructeur beoordelen of de balklaag die last kan dragen, want de verdeelde belasting van 175 kg per vierkante meter is dan snel bereikt.
Een nieuwe groep in de meterkast voor een loopband of airco en een ingegraven kabel naar een tuinhuis of schuur zijn werk voor een elektricien. Een split-airco waarbij koelleidingen worden aangesloten, installeert een bedrijf met F-gassencertificaat.
Verder lezen over dit onderwerp
Plattegrond woonkamer maken
Speelhoek inspiratie

Kamer inrichten

Kamer inrichten
