Energie besparen in huis: waar het echt weglekt
In een huis met een cv-ketel gaat grofweg driekwart van het gas naar verwarmen en ongeveer een vijfde naar warm water, dus de grootste winst zit in de schil en daarna in de installatie. Een douche van acht minuten kost ongeveer een kwart kubieke meter gas, elke 5 watt die 's nachts doorloopt ruim 43 kWh per jaar, en een zonnepaneel van 400 wattpiek levert op een zuiddak rond 360 kWh. Meet eerst: het gas per dag in de zomer is je post voor warm water, het gas per graaddag in de winter laat zien wat isoleren deed. Nu salderen op 1 januari 2027 stopt, telt bij zonnepanelen, ook op een flat, vooral hoeveel stroom je zelf gebruikt terwijl de zon schijnt.
Alle gidsen over energie besparen
Waar verlies je de meeste warmte in huis
In een ongeïsoleerde tussenwoning uit de jaren zestig gaat ongeveer 30 procent van de warmte door het dak, 19 procent…
Huisverwarming
Welke huisverwarming bij je huis past, volgt uit twee getallen: hoeveel watt het huis per graad verliest en hoe warm…
Energielabel 2024
Het energielabel vat in één letter samen hoeveel primaire fossiele energie een woning per vierkante meter per jaar nodig heeft,…
Waar de energie in een huis naartoe gaat
Wie energie wil besparen, begint bij de vraag waar die energie heen gaat, en in de meeste huizen is het antwoord warmte. In een huis met een cv-ketel gaat grofweg driekwart van het gas naar het verwarmen van de kamers, ongeveer een vijfde naar warm water en een paar procent naar koken.
Stroom voor apparaten komt daar pas achteraan, al valt die post meer op omdat je de apparaten ziet staan. Wat de koelkast, de droger en de laadpaal elk vragen, staat in het overzicht van apparaten en energie in huis.
Om gas en stroom naast elkaar te zetten, reken je alles om naar kilowattuur. Een kubieke meter aardgas bevat bijna 10 kWh en een hr-ketel maakt daar ongeveer 9 kWh warmte van, terwijl een kWh stroom in een kachel of boiler precies 1 kWh warmte oplevert.
Het mechanisme achter de rangorde is de duur. Warmte lekt weg zolang het binnen warmer is dan buiten, dus die post loopt het hele stookseizoen door, dag en nacht. Een douche van acht minuten kost 2,2 kWh en een wasbeurt op 40 graden 0,5 tot 0,9 kWh, maar een ongeïsoleerde tussenwoning verliest bij nul graden buiten 7,7 kW, elk uur opnieuw.
Hoe dat verlies zich over de vlakken van het huis verdeelt, staat bij de verdeling van het warmteverlies over dak, gevel, vloer en ramen. De tabel hieronder zet alle posten op één rij, met de som waarmee je ze voor je eigen huis narekent.
| Waar de energie heen gaat | Hoe groot de post is | Hoe je hem narekent | Waar de winst zit |
|---|---|---|---|
| Verwarmen van de kamers | Grofweg driekwart van het gas in een huis met een cv-ketel | Warmteverlies in watt per graad maal het verschil tussen binnen en buiten | De schil: dak, gevel, vloer, glas en kieren, daarna de aanvoertemperatuur |
| Warm water voor douche en bad | Ongeveer een vijfde van het gas | Liters maal de temperatuurstijging maal 1,16 Wh; een douche van 64 liter op 40 graden is 2,2 kWh | Minder liters per minuut, kortere douches en een douche-wtw |
| Koken | Een paar procent van het gas, of 0,6 tot 1,5 kWh per ovenbeurt | Vermogen van de pit of de plaat maal de tijd | Een deksel op de pan; inductie brengt meer van de energie in de pan dan een vlam, die ook de lucht eromheen verwarmt |
| Koelen en vriezen | 150 tot 300 kWh per jaar voor een koelvriescombinatie | Het jaarverbruik op het label, hoger als het apparaat warm staat | Een plek uit de zon en weg van de oven, stof van de condensor, en een tweede vriezer uit |
| Wassen en drogen | 0,5 tot 0,9 kWh per wasbeurt op het ecoprogramma, 3 tot 4 kWh per beurt in een condensdroger | Aantal beurten per week maal het verbruik per beurt | Lager wassen, hoger centrifugeren, of een warmtepompdroger van 1 tot 2 kWh per beurt |
| Sluimerverbruik en de basislast | Elke 5 watt die continu aan staat is ruim 43 kWh per jaar | Het vermogen op de slimme meter rond drie uur 's nachts, maal 8760 uur | Schakelbare stekkerdozen en apparaten die voor niets doordraaien |
| Verlichting | Een ledlamp van 6 tot 9 watt waar vroeger 40 tot 50 watt halogeen brandde | Watt maal branduren per dag maal 365 | Eerst de lampen die het langst branden, in de keuken en de hal |
| Elektrisch rijden | 18 tot 20 kWh per 100 km, plus ongeveer 10 procent laadverlies | Kilometers per jaar gedeeld door 100, maal 18 tot 20 kWh | Laden op eigen zonnestroom of in het daluur |
| Warmtepomp in plaats van ketel | Stroom in plaats van gas: 1 kWh stroom levert 2,5 tot 5 kWh warmte | De warmtevraag gedeeld door het seizoensrendement van de pomp | Een lage aanvoertemperatuur, want daar hangt dat rendement aan |
Meet eerst wat je huis nu verbruikt
Een maatregel zonder beginwaarde levert een gevoel op en geen getal. Noteer daarom een paar weken lang elke dag op hetzelfde tijdstip de standen van gas en stroom, of lees de dagwaarden uit de slimme meter of de app van je leverancier.
De zomer vertelt je wat warm water kost. Tussen juni en augustus staat de verwarming uit, dus is het gas dat je dan per dag verbruikt vrijwel alleen tapwater en koken; dat dagverbruik maal 365 is je jaarpost voor warm water, en wat er op de jaarnota bovenop komt is verwarming.
Voor verwarming zegt een kale jaarstand weinig, want een zachte winter drukt het verbruik zonder dat je iets hebt gedaan. Reken daarom met graaddagen: per dag 18 min de gemiddelde buitentemperatuur, en nul op een dag die warmer is dan 18 graden.
Met de daggemiddelden die het KNMI voor De Bilt publiceert, tel je die zelf op. Het gas voor verwarming gedeeld door het aantal graaddagen geeft een getal dat je tussen twee winters kunt vergelijken, en dat is de enige eerlijke manier om te zien wat een maatregel deed.
De basislast lees je 's nachts af. Kijk rond drie uur naar het actuele vermogen op de slimme meter: wat daar staat loopt het hele jaar door, en 100 watt continu is 876 kWh per jaar. Een koelkast die af en toe aanslaat, een router, een ventilatiebox en een paar apparaten op stand-by komen samen al snel boven 50 watt.
Het energielabel is geen vervanging voor die meting. Het rekent met gemiddeld gebruik en gemiddelde bewoners, en wat het label wel vastlegt over dak, glas en installatie staat daardoor los van wat er op jouw meter verschijnt.
| Wat je meet | Hoe en wanneer | Wat het getal zegt |
|---|---|---|
| Gas per dag in de zomer | Twee weken meterstanden in juli of augustus, met de verwarming uit | Warm water en koken; maal 365 is je jaarpost voor tapwater |
| Gas per graaddag in de winter | Het gas van een koude maand min het zomerverbruik, gedeeld door de graaddagen van die maand | Hoe goed het huis de warmte vasthoudt; daalt dit getal na isoleren, dan werkte de maatregel |
| Basislast van de stroom | Het actuele vermogen op de slimme meter rond drie uur 's nachts | Alles wat altijd aan staat; elke 100 watt is 876 kWh per jaar |
| Stroom overdag tegenover 's avonds | Uurwaarden uit de slimme meter of de app van de leverancier | Hoeveel van je verbruik samenvalt met de uren waarop zonnepanelen opwekken |
| Verbruik per apparaat | Een tussenstekker met kWh-meter een week lang tussen apparaat en stopcontact | Welk apparaat de basislast of de avondpiek maakt |
| Warmteverlies van het huis | Per vlak het oppervlak maal de U-waarde, plus kieren en ventilatie | Het vermogen dat de verwarming bij vorst moet leveren, en welk vlak het eerst aan de beurt is |
Welke maatregel eerst: schil, installatie, warm water of stroom
De volgorde volgt uit twee getallen per maatregel: hoe groot de post is waarop hij ingrijpt, en welk deel van die post hij weghaalt. Het dak van een ongeïsoleerde tussenwoning van Rc 0,4 naar 4,0 brengen haalt ruim 100 watt per graad van het warmteverlies af, en over een stookseizoen is dat meer energie dan alle apparaten in dat huis samen verbruiken.
Daarom komt de schil voor de installatie. Een ketel of warmtepomp kies je op het warmteverlies van het huis, en wie eerst het toestel vervangt en daarna isoleert, houdt een toestel over dat te groot is en steeds kort aan- en afslaat. Welk vlak in welk woningtype voorgaat, staat bij waar een huis zijn warmte kwijtraakt.
Op die volgorde zijn twee uitzonderingen. Instellingen kosten niets en werken meteen, dus de aanvoertemperatuur van de ketel naar 60 graden of lager zetten doe je vandaag al, en een apparaat vervang je als het kapotgaat en niet eerder.
Warm water staat grotendeels los van de schil. Een huishouden dat per dag vier douches van acht minuten neemt, verbruikt daar ruim 350 kubieke meter gas per jaar aan, hoe goed het dak ook is, en daar grijp je in met liters en minuten.
De getallen in de derde kolom komen uit het rekenvoorbeeld van een tussenwoning uit de jaren zestig en gelden dus niet één op één voor jouw huis. De volgorde die eruit komt is wel stabiel: de verwarming stem je af op de kleinere warmtevraag nadat de schil klaar is, en een warmtepomp hoort pas in het rijtje als de radiatoren het huis met 55 graden of lager warm krijgen.
| Maatregel | Waar hij op ingrijpt | Wat hij ongeveer oplevert | Wanneer hij voorgaat | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|---|
| Ketel lager zetten, naar 60 graden aanvoer of lager | Het rendement van de hr-ketel | De ketel condenseert bij retourwater onder ongeveer 55 graden en haalt dan meer warmte uit dezelfde kubieke meter | Altijd eerst, want het kost niets | Eén kamer met een te kleine radiator die dan koud blijft |
| Thermostaat een graad lager | Het verschil tussen binnen en buiten | Ongeveer 6 procent van het gas voor verwarming | Direct, naast alles hieronder | Koude voeten door koudeval en kieren, waarna de graad er weer bij gaat |
| Kieren en naden dichten | Lucht die ongemerkt wordt ververst | In het rekenvoorbeeld van 41 naar 12 watt per graad | Vroeg, omdat het weinig kost en je het meteen voelt | Ventilatieroosters die mee dichtgaan, waarna het vocht binnenblijft |
| Dak of vlieringvloer isoleren | Het grootste vlak van een tussenwoning | Van 117 naar 16 watt per graad | Als eerste grote klus bij een tussenwoning of bungalow | De dampremmende laag en de aansluiting bij de dakvoet |
| Spouwmuur vullen | De gevel, bij een lege spouw | Van 72 naar 21 watt per graad, bij een hoekwoning ruim twee keer zoveel | Bij een hoekwoning of een vrijstaand huis vaak voor het dak | Een spouw smaller dan 4 cm, speciebaarden of doorslaand vocht |
| Vloer boven de kruipruimte isoleren | Koude voeten en kruipruimtelucht | Van 60 naar 8 watt per graad | Na dak en spouw, of eerder in een benedenwoning | Een kruiphoogte onder 50 cm of water in de kruipruimte |
| Oud dubbel glas vervangen door HR++ | De ramen en de koudeval ernaast | Van 49 naar 26 watt per graad | Eerder bij enkel glas, of bij een grote pui waar je naast zit | De sponning van het kozijn |
| Douchekop van 6 liter per minuut | Warm water | Een kwart van het douchewater, als de oude kop 8 liter per minuut gaf | Direct, los van de schil | Een oude combiketel die bij weinig doorstroming wisselend aanslaat |
| Douche-wtw | Warmte uit het afvoerwater van de douche | Ruwweg 40 tot 60 procent van de douchewarmte met een verticale pijp, minder met een vlakke uitvoering onder de douchebak | Bij een verbouwing van de badkamer, als de afvoer toch open ligt | Een verticale pijp vraagt een verdieping eronder waar hij doorheen kan |
| Hybride of volledige warmtepomp | Gas voor verwarming wordt stroom | 2,5 tot 5 kWh warmte per kWh stroom, afhankelijk van de aanvoertemperatuur | Na de schil, op het moment dat de ketel aan vervanging toe is | Radiatoren die meer dan 55 graden nodig hebben |
| Zonnepanelen | Stroom die je inkoopt | Rond 0,9 kWh per wattpiek per jaar bij de gunstigste stand | Als het dak vrij is en de dakbedekking nog lang meegaat | Weinig verbruik overdag, nu salderen op 1 januari 2027 stopt |
Warm water: liters, graden en de leiding naar de kraan
Water opwarmen kost 1,16 wattuur per liter per graad, en met die som is elk tapmoment na te rekenen. Een douche van acht minuten met 8 liter per minuut is 64 liter die van 10 naar 40 graden gaat, en dat is 2,2 kWh, ongeveer een kwart kubieke meter gas.
Daarmee zie je meteen waar de knoppen zitten: de liters per minuut, het aantal minuten en de temperatuur. Een douchekop van 6 liter per minuut scheelt een kwart, en een minuut korter douchen scheelt per persoon ruim 10 kubieke meter gas per jaar.
Een bad is de grootste losse post. Een ligbad met 120 liter van 40 graden kost 4,2 kWh, bijna twee douches, en wie onderweg heet water bijvult telt daar nog een deel van een douche bij op.
Tussen de ketel en de kraan zit een leiding die na elk tapmoment weer afkoelt. Een koperen leiding van 15 mm houdt ongeveer 0,13 liter per meter vast, dus bij 12 meter naar de badkamer loopt er 1,6 liter koud weg voordat het warm wordt, en het warme water dat na afloop in de leiding blijft staan koelt voor niets af.
Een elektrische boiler rekent anders dan een combiketel, want hij houdt de hele dag een voorraad op temperatuur. Die voorraad hoort op minstens 60 graden te staan tegen legionella, en de warmte die het vat door zijn mantel verliest betaal je ook op dagen dat niemand doucht.
Kalk op het element en een opgeloste magnesiumanode bepalen hoe lang zo'n boiler meegaat. In de levensduurtabel voor boilers, ketels en kokendwaterkranen staat per toestel wat die termijn korter maakt en tot welke leeftijd repareren nog zin heeft.
Een douche-wtw haalt de warmte uit het afvoerwater terug en geeft die mee aan het koude water op weg naar de mengkraan. Het water gaat met ruim 30 graden het putje in, dus er is genoeg te oogsten, maar de pijp moet op een plek zitten waar je hem bij een verbouwing kwijt kunt.
| Tapmoment | Liters op mengtemperatuur | Warmte | Gas uit een hr-ketel | Waar je op kunt sturen |
|---|---|---|---|---|
| Douche van 8 minuten, 8 liter per minuut | 64 liter op 40 graden | 2,2 kWh | 0,25 m³ | Met een douchekop van 6 liter per minuut wordt het 1,7 kWh |
| Douche van 5 minuten, 6 liter per minuut | 30 liter op 40 graden | 1,0 kWh | 0,12 m³ | Wat overblijft als tijd en doorstroming allebei omlaag gaan |
| Regendouche van 8 minuten, 12 liter per minuut | 96 liter op 40 graden | 3,3 kWh | 0,37 m³ | Anderhalf keer een gewone douche, door de grote kop en niet door de tijd |
| Ligbad | 120 liter op 40 graden | 4,2 kWh | 0,47 m³ | Heet water bijvullen komt er apart bovenop |
| Afwas met de hand | 10 liter op 50 graden | 0,5 kWh | 0,05 m³ | Een volle vaatwasser op het ecoprogramma gebruikt 0,6 tot 1,0 kWh stroom |
| Handen wassen met warm water | 1 tot 2 liter op 35 graden | 0,03 tot 0,06 kWh | Minder dan 0,01 m³ | Bij een lange leiding komt het warme water pas als je al klaar bent |
| Een kopje uit de waterkoker | 0,25 liter van 10 naar 100 graden | 0,03 kWh | Geen, dit is stroom | Alleen koken wat in de kop gaat |
Elektrisch verwarmen, koken en laden: wat de aansluiting aankan
Wie van het gas af gaat, verplaatst energie van de gasmeter naar de meterkast, en dan telt naast het jaarverbruik ook wat er tegelijk aan staat. Een aansluiting van 1 fase 35 ampère levert ongeveer 8 kW voor het hele huis, een aansluiting van 3 fasen 25 ampère ongeveer 17 kW, verdeeld over drie fasen van elk bijna 6 kW.
Een inductiekookplaat trekt in één keer 3 tot 7 kW en een waterkoker ruim 2 kW. Een laadpaal op 16 ampère voegt daar 3,7 kW aan toe, uren achter elkaar, en een warmtepomp met een elektrisch bijverwarmingselement kan bij vorst een paar kW tegelijk vragen, precies op de koude avond dat er ook gekookt wordt.
Zet die apparaten naast je hoofdzekering voordat je ze koopt. Op 3x25 ampère laat een paal van 11 kW per fase nog 9 ampère over en op 3x35 ampère 19 ampère, en met de laadpaalkiezer reken je per aansluiting uit hoeveel er naast het laden overblijft.
Past het niet, dan zijn er twee routes. Een laadpaal met dynamisch load balancing meet wat het huis trekt en zakt terug tot 6 ampère als de oven en de waterkoker aan staan; verzwaren is een aanvraag bij de netbeheerder, met eenmalige kosten, hogere vaste netbeheerkosten per jaar en in gebieden met netcongestie maanden wachttijd.
Voor het jaarverbruik rekent een warmtepomp gunstig. Een huis dat 1.200 kubieke meter gas per jaar voor verwarming gebruikt, vraagt ongeveer 10.800 kWh warmte, en een warmtepomp met een seizoensrendement van 3,5 maakt die uit ruim 3.000 kWh stroom. Welk rendement jouw huis haalt hangt aan de aanvoertemperatuur, dus welk toestel bij welke radiatoren en welke schil past reken je eerst na.

Losse elektrische kachels volgen een eenvoudiger som: 2.000 watt die een uur aan staat is 2 kWh, welk apparaat het ook is. Op een groep van 16 ampère past 3.680 watt, dus een kachel en een waterkoker op dezelfde groep zitten daar al boven.
| Apparaat | Vermogen als het aan staat | Hoe lang achter elkaar | Wat het van de aansluiting vraagt |
|---|---|---|---|
| Inductiekookplaat | 3 tot 7 kW met alle zones vol | Minuten tot een half uur | Een eigen aansluiting, bij een zware plaat vaak verdeeld over twee groepen of fasen |
| Waterkoker | Ruim 2 kW | Twee tot drie minuten | Niets bijzonders, maar hij telt mee op de groep in de keuken |
| Laadpaal op 1 fase, 16 A | 3,7 kW | Uren, vaak de hele avond en nacht | Een eigen groep met een aardlekbeveiliging die ook gelijkstroomfouten ziet |
| Laadpaal op 3 fasen, 16 A | 11 kW | Uren | Een driefasenaansluiting en een auto die 11 kW aan boord aankan |
| Lucht-water warmtepomp | De compressor een paar kW, met het bijverwarmingselement meer | Bij vorst urenlang | Een eigen groep; het element bepaalt de piek |
| Elektrische boiler | Rond 2 kW voor het element | Een tot enkele uren na het tappen | Opwarmen in het daluur of op zonnestroom, zodat hij niet samenvalt met koken |
| Elektrische kachel of infraroodpaneel | 0,4 tot 2 kW | Zolang de kamer warm moet blijven | Rechtstreeks in de wandcontactdoos, niet op een groep met de waterkoker |
Zonnepanelen: stand, opbrengst en wat je met de stroom doet
Een zonnepaneel wekt in Nederland bij de gunstigste stand ongeveer 0,9 kWh per wattpiek per jaar op. Een paneel van 400 wattpiek levert dan rond 360 kWh, en tien van die panelen komen in de buurt van het stroomverbruik van een huishouden van drie of vier personen zonder elektrische auto of warmtepomp.
De richting en de helling maken minder uit dan vaak gedacht. Een dak op het oosten of westen haalt 80 tot 85 procent van een zuiddak, en panelen in een lage oost-westopstelling op een plat dak halen per paneel 85 tot 90 procent.
Schaduw weegt zwaarder dan richting. Panelen in een string hangen elektrisch achter elkaar, dus een schoorsteen of dakkapel die één paneel beschaduwt, trekt zonder optimizers of micro-omvormers de opbrengst van de hele string omlaag.
Over het jaar is de opbrengst scheef verdeeld. Mei tot en met augustus leveren samen ongeveer de helft, december en januari samen een paar procent, want midwinter staat de zon om het middaguur nog geen 15 graden boven de horizon.
Wat een kWh zonnestroom waard is, verandert. De salderingsregeling stopt op 1 januari 2027, daarna levert stroom die je teruglevert minder op dan stroom die je zelf gebruikt, en veel leveranciers rekenen nu al terugleverkosten.
De vraag verschuift daarmee van hoeveel panelen er op het dak passen naar hoeveel van de opbrengst je zelf gebruikt. Een wasmachine en vaatwasser met uitgestelde start, een boiler die overdag opwarmt en een laadpaal die met het overschot meeschakelt halen dat deel omhoog; zo'n paal laadt niet onder 6 ampère en moet bij een wolk naar één fase kunnen terugvallen, dus welke paal bij zonnepanelen en jouw aansluiting past zoek je vooraf op.
Panelen en omvormer verouderen in een ander tempo. De panelen gaan 25 tot 30 jaar mee en verliezen ongeveer een half procent opbrengst per jaar, de omvormer 10 tot 15 jaar, dus reken op één nieuwe omvormer onder hetzelfde dak. Op het energielabel tellen ze direct mee, omdat de labelberekening eigen opwekking aftrekt van het fossiele gebruik.
| Stand van de panelen | Opbrengst tegenover het gunstigste zuiddak | Een paneel van 400 wattpiek per jaar | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Zuid, helling 30 tot 40 graden | 100 procent | Rond 360 kWh | De piek valt rond het middaguur, als er vaak niemand thuis is |
| Zuidoost of zuidwest, 30 tot 40 graden | Ongeveer 95 procent | Rond 340 kWh | Nauwelijks: het verschil met zuid valt weg tussen een zonnig en een somber jaar |
| Oost of west, 30 tot 40 graden | 80 tot 85 procent | 290 tot 305 kWh | Opbrengst in de ochtend of de avond, wat vaak beter aansluit op het verbruik |
| Plat dak, oost-west op 10 tot 15 graden | 85 tot 90 procent per paneel | 305 tot 325 kWh | De ballast en de draagkracht van het dak |
| Plat dak, zuid op 30 graden | 100 procent per paneel | Rond 360 kWh | De rijen moeten bijna 5 meter uit elkaar, dus er passen veel minder panelen op het dak |
| Plat, zonder helling | Ongeveer 85 procent | Rond 305 kWh | Vuil en water blijven op het glas liggen en drukken de opbrengst verder |
| Noord, 30 tot 40 graden | 55 tot 65 procent | 200 tot 235 kWh | Op een steil noorddak levert een ander dakvlak of een gevel meestal meer op |
| Verticaal op een zuidgevel of balkonhek | Ongeveer 70 procent | Rond 250 kWh | Schaduw van balkons erboven en de regels voor de gevel |
Zonnepanelen op een flat: het dak, de VvE en de kabel naar je meterkast
Bij zonnepanelen op een flat is het dak meestal gemeenschappelijk eigendom, dus beslist de vergadering van eigenaars en niet de bewoner van de bovenste verdieping. Welke meerderheid daarvoor nodig is, hangt af van het splitsingsreglement en van wat de vergadering eerder heeft vastgelegd, dus lees dat na voordat er een voorstel op de agenda komt.
Technisch zijn er drie routes, en ze verschillen vooral in de kabel. Panelen op de algemene meter voeden de lift, de verlichting in het trappenhuis en eventuele pompen, en drukken zo de servicekosten van iedereen; ze vragen één aansluiting en één omvormer, maar het algemene verbruik overdag is vaak klein.
Panelen per appartement vragen per woning een eigen kabel van het dak naar de eigen meterkast. In een portiek met acht woningen past dat door een schacht of langs het trappenhuis, in een galerijflat met zestig woningen wordt het een bundel kabels over tientallen meters, en elke meter kabel kost ruimte in de schacht en een beetje opbrengst.
De derde route is een energiecoöperatie die panelen op het dak of elders legt en de opbrengst over de deelnemers verdeelt. Daarvoor bestaat de subsidieregeling coöperatieve energieopwekking, waarvan de voorwaarden per jaar veranderen.
Op een plat dak bepaalt de opstelling hoeveel panelen er passen. Een paneel van 172 cm op 30 graden naar het zuiden staat 86 cm hoog en werpt midwinter om het middaguur een schaduw van 330 cm, dus komen de rijen bijna 5 meter uit elkaar; rug aan rug op 12 graden naar oost en west passen er op hetzelfde stuk dak 40 panelen in plaats van 16, samen ongeveer 12.600 tegenover 5.800 kWh per jaar.
Het dak moet dat gewicht dragen. Panelen wegen ongeveer 11 kilo per vierkante meter, en een ballastsysteem dat zonder boren op de dakbedekking ligt komt daar met betonblokken bovenop; hoeveel ballast er nodig is volgt uit een windberekening, want op een hoog gebouw zuigt de wind aan de randen en hoeken van het dak harder dan in het midden. NEN 7250 beschrijft hoe zo'n systeem bouwkundig op het dak hoort te staan.
Kijk ook naar de leeftijd van de dakbedekking. Panelen liggen er 25 tot 30 jaar, en moet de bedekking over tien jaar vervangen worden, dan gaan alle panelen er tussendoor af en weer op, dus bij een dak dat binnenkort aan de beurt is gaat de nieuwe bedekking eerst.
Voor balkonpanelen geldt een andere grens. Een paneel aan het balkonhek hangt aan de gevel en wat daar mag hangen bepaalt de VvE, en elke installatie die stroom kan terugleveren meld je aan bij de netbeheerder via energieleveren.nl.
Energie besparen in een huurwoning of appartement: wat je zelf regelt
Welke maatregel je kunt nemen, hangt minder af van het huis dan van wie over welk deel beslist. In een huurwoning horen glas, kozijnen, dak, gevel en de cv-ketel bij de verhuurder, en in een appartement met een VvE horen gevel, dak en vaak ook de kozijnen bij het gemeenschappelijke deel.
Wat overblijft is het gebruik en alles wat je bij een verhuizing meeneemt. Tochtstrips, een brievenbusborstel, een douchekop van 6 liter per minuut, thermostaatkranen op stand 2 in de slaapkamer en een ketel die op 60 graden aanvoer staat, vragen geen toestemming en werken dezelfde week.
De verhuurder heeft sinds 1 juli 2024 een eigen reden om de schil aan te pakken. Het energielabel telt mee in de puntentelling van de maximale huur, labels E, F en G kosten punten, en hoe het label in de huurprijs doorwerkt reken je voor je eigen adres na omdat het label openbaar in EP-Online staat.
In een VvE loopt elke maatregel aan de buitenkant via de vergadering, en die werkt met een meerjarenonderhoudsplan. Het goedkoopste moment om isolatie of panelen voor te stellen is het jaar waarin dak, gevel of kozijnen toch al op de planning staan, want de steiger en de dakdekker zijn dan al betaald.

Een appartement tussen andere woningen verliest zijn warmte vooral via glas, kozijnaansluitingen en ventilatie, omdat vloer, plafond en zijmuren aan verwarmde buren grenzen. Kieren en ventileren schuiven daar dus naar de top van het rijtje, en die liggen precies in het deel dat je zelf in handen hebt.
| Situatie | Wat je zelf regelt | Wat via de verhuurder of de VvE loopt | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Huurwoning met eigen cv-ketel | Aanvoertemperatuur, thermostaat, radiatorkranen, tochtstrips, douchekop en gordijnen | Glas, isolatie, ketelvervanging en ventilatie | Een verzoek zonder onderbouwing; noem het label en de plekken waar het tocht of condenseert |
| Huurappartement met collectieve verwarming | De kranen per radiator en het ventileren | De stooklijn en de ketel van het complex | Stookkosten die over het complex worden verdeeld, waardoor je eigen besparing weinig zichtbaar is |
| Koopappartement in een VvE | Alles binnen: installatie, apparaten en de binnenkant van de kozijnen | Dak, gevel, kozijnen en panelen op het dak | Het meerjarenonderhoudsplan en de meerderheid in de vergadering |
| Bovenste appartement | Isolatie tegen het plafond aan de binnenkant, als de hoogte het toelaat | Isolatie op het platte dak bij vervanging van de bedekking | De vrije hoogte die je met een laag aan de binnenkant verliest |
| Benedenwoning boven een berging of kruipruimte | Tochtstrips langs plinten en rond het kruipluik | Vloerisolatie van onderaf als de ruimte eronder gemeenschappelijk is | Een berging van een ander, waar je niet zomaar mag werken |
| Eigen tussenwoning of hoekwoning | Alles, in de volgorde van schil naar installatie | Niets, behalve een vergunning bij een monument of in een beschermd stadsgezicht | De planning rond het vervangmoment van de ketel |
Wanneer de installatie aan de beurt is
Een ketel, boiler, omvormer of ventilatiebox vervang je liever niet op de dag dat hij het opgeeft, maar plan je op zijn verwachte levensduur. Wie op dat moment al weet wat erna komt, kiest niet onder tijdsdruk opnieuw hetzelfde toestel.
De tabel zet de installaties naast elkaar die met energie te maken hebben, met de termijnen uit onze levensduurtabel voor installaties en apparaten. De derde kolom is het werk dat je het best in dezelfde ronde meeneemt, omdat het dan toch open ligt of stilstaat.
Een hr-combiketel van onder de 12 jaar repareer je en laat je hangen terwijl de schil wordt aangepakt. Is hij ouder dan 15 jaar, zet ketel en isolatie dan in één plan, zodat de keuze tussen ketel, hybride en volledige warmtepomp op de nieuwe warmtevraag wordt gemaakt en niet op de oude.
Bij zonnepanelen is de omvormer het onderdeel dat het eerst aan de beurt is. Hij hangt het liefst koel en droog, want in een warme, dichte meterkast of op een zolder onder de pannen gaan de condensatoren erin sneller achteruit.
Een mechanische ventilatiebox draait 8760 uur per jaar. Een oude box met een wisselstroommotor verbruikt daarbij merkbaar meer dan een met een gelijkstroomventilator, en een box die tegen dichtgedraaide ventielen in werkt verbruikt meer en ververst minder, dus bij dit apparaat levert vervangen voor het verbruik zelf al iets op.
| Installatie | Gaat gemiddeld mee | Wat je bij vervanging meeneemt | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Cv-ketel, hr-combi | 15 tot 20 jaar | Het warmteverlies per kamer laten uitrekenen en de radiatoren testen op 55 graden | Een nieuwe ketel met hetzelfde vermogen, gekozen op de douche en niet op de kamers |
| Lucht-water warmtepomp | 15 tot 20 jaar | De stooklijn, een buffervat en de plek van het buitendeel opnieuw bekijken | Een pomp die pendelt omdat hij te groot is voor de afgifte |
| Elektrische boiler | 10 tot 15 jaar | Een warmtepompboiler of een vat dat past bij het werkelijke tapverbruik | Een vat dat groter is dan nodig en de hele dag warmte verliest |
| Zonnepanelen | 25 tot 30 jaar | De dakbedekking eronder, die minstens even lang moet meegaan | Panelen die tussentijds af moeten voor dakwerk |
| Omvormer van de zonnepanelen | 10 tot 15 jaar | Een koelere plek, en optimizers als een deel van het dak in de schaduw ligt | Een warme meterkast of een zolder onder de pannen |
| Mechanische ventilatiebox | 15 tot 20 jaar | Kanalen reinigen en de ventielen opnieuw inregelen | Een box die tegen dichtgedraaide ventielen in werkt |
| Ledlamp | 15.000 tot 50.000 branduren | Een dimmer die voor led bedoeld is | Een inbouwspot in een dicht, geïsoleerd plafond waar de warmte niet weg kan |
Levensduurtabel
Per apparaat de gemiddelde levensduur, wat hem verkort, en het punt waarop repareren duurder is dan vervangen. Bekijk alle gegevens
| Soort | Apparaat of onderdeel | Gaat gemiddeld mee | Wat hem korter maakt | Repareren of vervangen |
|---|---|---|---|---|
| Wassen en drogen | Wasmachine | 8 tot 12 jaar | Te vol laden, te lage wastemperaturen waardoor er biofilm ontstaat, hard water zonder ontkalken | Onder de 6 jaar bijna altijd repareren; boven de 10 jaar is een reparatie boven 250 euro zelden de moeite |
| Wassen en drogen | Wasdroger, condens | 10 tot 14 jaar | Pluis dat achter het filter in de behuizing komt, drogen in een klein halletje zonder ventilatie, en de trommel vol laden in plaats van driekwart | Verwarmingselement, thermostaat en riem zijn losse onderdelen en meestal de moeite; onder de 8 jaar repareren |
| Wassen en drogen | Wasdroger, warmtepomp | 8 tot 12 jaar | De warmtewisselaar achter de klep niet schoonmaken, waardoor de compressor tegen een dichtgeslibde wisselaar aan blijft werken | Ventilator, sensoren en pomp zijn te repareren; een defecte compressor betekent vervangen, want het koudemiddelcircuit zit dicht |
| Koken | Oven, inbouw en elektrisch | 10 tot 15 jaar | Vet dat op het element inbrandt, pyrolyse op 500 graden vaker dan een paar keer per jaar, en een deur die je dichtslaat waardoor het scharnier verzakt | Element, thermostaat, scharnier en deurglas zijn los te krijgen: bijna altijd repareren, ook omdat een nieuwe oven in dezelfde inbouwmaat moet passen |
| Koken | Combimicrowave | 8 tot 10 jaar | Leeg of met heel weinig eten aanzetten, vet op het micaplaatje voor de golfgeleider, en met de deur rammelen waardoor de deurschakelaars het opgeven | De deurschakelaar is de meest voorkomende storing en een goedkope reparatie; onder de 5 jaar repareren, daarboven wegen een nieuwe magnetronbuis plus arbeid zelden op |
| Koken | Inductiekookplaat | 10 tot 15 jaar | De ruimte onder de plaat dichtzetten met een volle lade, zodat de elektronica zijn warmte niet kwijt kan; overkoken tot er vocht onder het glas komt; een zware pan die valt | Een vermogensmodule of de touchbediening is per zone te vervangen; gebarsten glas betekent bijna altijd een nieuwe plaat |
| Koken | Gasfornuis | 15 tot 20 jaar | Overkoken in de branders, een vuile vonkontsteking en een dichtgeslibd thermokoppel, waardoor de vlam niet blijft staan | Branderdeksels, thermokoppel en gaskraantjes zijn goedkope onderdelen: repareren. Nieuwbouw krijgt sinds 1 juli 2018 geen gasaansluiting meer (Wet VET), dus daar is elektrisch koken de reden om te vervangen |
| Koken | Afzuigkap | 10 tot 15 jaar | Vetfilters die niet in een sopje of de vaatwasser gaan en een verzadigd koolstoffilter bij recirculatie, waardoor de motor tegen weerstand in blijft draaien | Motor, schakelaar en verlichting zijn te vervangen: onder de 8 jaar repareren. Filters zijn onderhoud en geen reparatie: koolstof elk half jaar tot jaar |
| Koken | Airfryer | 3 tot 5 jaar | De korf in de vaatwasser, waardoor de antiaanbaklaag eraf gaat, en de uitblaas aan de achterkant tegen een wand of onder een keukenkastje | Niet repareren: de behuizing zit geklonken of geplakt en het arbeidsloon komt boven de prijs van een nieuwe uit |
| Koken | Waterkoker | 3 tot 6 jaar | Kalk op het verwarmingselement bij hard water, en koken met minder water dan de onderste streep waardoor het element droogloopt | Niet repareren. Ontkalken is het onderhoud: bij hard water ongeveer maandelijks, bij zacht water een paar keer per jaar |
| Koken | Koffiemachine, volautomaat | 5 tot 10 jaar | Niet ontkalken, de zetgroep nooit uitnemen en invetten, en melkleidingen die na het schuimen niet worden doorgespoeld | Zetgroep, pomp en aftapventiel zijn losse onderdelen en revisie bij een reparateur is gangbaar; onder de 6 jaar bijna altijd repareren |
| Koken | Kokendwaterkraan | 7 tot 10 jaar | Hard water zonder filter, waardoor het reservoir onder de gootsteen verkalkt, en een filterpatroon dat langer dan een jaar blijft zitten | Reservoir en kraan zijn losse onderdelen: bij een defect reservoir hoeft de kraan niet mee, en omgekeerd ook niet |
| Koelen | Koelkast met vriesvak | 10 tot 15 jaar | Naast de oven of in de zon staan, stof op de condensor aan de achterkant, en een deurrubber dat hard is geworden waardoor de compressor blijft doorlopen | Thermostaat, ventilator en deurrubber zijn te vervangen; een lek in het koudemiddelcircuit of een defecte compressor betekent vervangen |
| Koelen | Vrieskist of losse vriezer | 15 tot 20 jaar | Een ijslaag dikker dan een halve centimeter, die merkbaar stroom kost, en een plek in een onverwarmde garage die kouder wordt dan zijn klimaatklasse (SN, N of T) toestaat | Thermostaat en deurrubber zijn losse onderdelen en de mechaniek is eenvoudig; bij een kist zit de winst vooral in ontdooien, niet in repareren |
| Schoonmaken | Vaatwasser | 8 tot 12 jaar | Geen zout of een verkeerd ingestelde waterhardheid bij hard water, de zeef onderin nooit uithalen, en glasscherven of pitten die in de pomp komen | Pomp, aquastop en element zijn losse onderdelen; vuistregel: boven de 8 jaar en een reparatie boven een derde van de prijs van een nieuwe, dan vervangen |
| Schoonmaken | Stofzuiger met sleepslang | 8 tot 12 jaar | Doorzuigen met een volle zak of een dichtgeslibd motorfilter, want de motor koelt op de lucht die erdoor gaat en loopt dan warm | Motorkolen, snoerhaspel en slang zijn te vervangen; zolang de motor goed is, is repareren bijna altijd goedkoper dan een nieuwe |
| Schoonmaken | Steelstofzuiger op accu | 4 tot 7 jaar | De accu bepaalt de leeftijd: na ongeveer 500 tot 1000 laadcycli merk je het. Continu in de lader hangen en zuigen tot hij uitvalt maakt dat sneller | De accu vervangen is de reparatie. Kun je de accu er niet uit halen zonder de behuizing te breken, dan is het apparaat ten einde |
| Schoonmaken | Robotstofzuiger | 4 tot 6 jaar | Haren om de zijborstel en de wielassen, een volle stofbak in het dokstation, en drempels waar hij zich elke ronde op stukdraait | Accu, borstels, wielen en filters zijn onderdelen: een nieuwe accu na 2 tot 4 jaar is bijna altijd goedkoper dan een nieuwe robot |
| Klimaat en water | Luchtreiniger | 8 tot 10 jaar | Een hepa-filter dat te lang blijft zitten: de ventilator draait dan tegen weerstand in en er gaat minder lucht door | Ventilator en sensoren zijn te vervangen, maar de kosten zitten in de filters: reken op een filterwissel elk half jaar tot jaar |
| Klimaat en water | Ventilator, staand of plafond | Staand 5 tot 10 jaar, plafond 15 tot 20 jaar | Stof op de bladen, want dat brengt ze uit balans en dat kost het lager; een staande ventilator die de winter buiten doorstaat | Een staande ventilator repareer je niet; bij een plafondventilator zijn de motor en de aanloopcondensator wel te vervangen |
| Klimaat en water | Airco, vaste split | 10 tot 15 jaar | Filters die niet elke paar maanden schoon worden gemaakt, een buitendeel in de volle zon of tegen een schutting, en koudemiddelverlies dat je laat lopen | Ventilator, print en sensoren zijn te repareren; aan het koudemiddel mag alleen een bedrijf met F-gassencertificaat werken, dat is wettelijk verplicht |
| Klimaat en water | Waterontharder | 10 tot 15 jaar | Het zoutvat laten leeglopen, waardoor het harsbed niet meer regenereert, en ijzer of mangaan in het water dat het hars dichtzet | Het harsbed en het regelventiel zijn los te vervangen, dus een storing is zelden het einde van het toestel; het hars zelf gaat 8 tot 12 jaar mee |
| Klimaat en water | Mechanische ventilatiebox | 15 tot 20 jaar | Een ventilatorwiel en kanalen die nooit worden schoongemaakt, en ventielen die dichtgedraaid blijven staan zodat de box tegen een dicht systeem aan draait | Motor en print zijn per merk los te krijgen; laat bij twijfel eerst meten, het Besluit bouwwerken leefomgeving vraagt voor een badkamer 14 dm³/s, ongeveer 50 m³ per uur |
| Installatie | Cv-ketel, hr-combi | 15 tot 20 jaar | Waterdruk die koud onder 1 bar zakt, jaren geen onderhoud, kalk op de tapwaterwisselaar, en steeds bijvullen: dat brengt zuurstof in het water en dat geeft roest | Onder de 12 jaar repareren, onderdelen zijn gangbaar; boven de 15 jaar is een reparatie die richting een kwart van een nieuwe ketel gaat zelden de moeite |
| Installatie | Boiler, elektrisch | 10 tot 15 jaar | Kalk op het element, en een magnesiumanode die nooit is nagekeken: die beschermt de binnenketel en is na een paar jaar opgelost | Element en anode vervangen is normaal onderhoud; een lekkende binnenketel is niet te repareren. Houd het water op minstens 60 graden tegen legionella |
| Installatie | Zonnepanelen | 25 tot 30 jaar | Schaduw van een dakkapel, schoorsteen of boom over één paneel, wat de hele string meetrekt, en over de panelen lopen: dat geeft microscheurtjes in de cellen | Een paneel is per stuk te vervangen. Reken op ongeveer een half procent opbrengstverlies per jaar; dat is veroudering en geen defect |
| Installatie | Omvormer van de zonnepanelen | 10 tot 15 jaar | Een warme, dichte meterkast of zon op de kast: de condensatoren binnenin gaan bij hoge temperatuur sneller achteruit | Bijna altijd vervangen in plaats van repareren, en per stuk. Ga ervan uit dat je er in de looptijd van de panelen één keer een nieuwe onder zet |
| Installatie | Warmtepomp, lucht-water | 15 tot 20 jaar | Pendelen: een pomp die te groot is voor de afgifte slaat kort aan en uit, en dat kost de compressor. Een buitendeel dat is ingebouwd krijgt zijn lucht niet weg | Ventilator, sensoren, expansieventiel en circulatiepomp zijn onderdelen; een defecte compressor betekent meestal een nieuw buitendeel, en aan het koudemiddel mag alleen een F-gassengecertificeerd bedrijf werken |
| Installatie | Led-lamp | 15.000 tot 50.000 branduren | Een inbouwspot in een dicht, geïsoleerd plafond waar de warmte niet weg kan, en een dimmer die niet voor led is bedoeld: de elektronica in de voet gaat kapot, niet de led zelf | Niet repareren, wel gericht kopen: op de verpakking staan de branduren en het aantal schakelcycli. 25.000 uur is bij 3 uur per dag ruim 20 jaar |
| Interieur | Matras, pocketvering | 8 tot 10 jaar | Vocht, want je verliest per nacht een derde tot een halve liter, en een bodem met latten verder dan 6 centimeter uit elkaar waardoor de vering plaatselijk doorzakt | Niet te repareren. Een blijvende kuil is het signaal; een topper erop maskeert die maar haalt hem er niet uit |
| Interieur | Topper | 3 tot 6 jaar | Altijd dezelfde kant boven laten liggen, en polyether onder een zwaarder gewicht; koudschuim en latex houden hun veerkracht langer | Niet te repareren, wel los te vervangen. Dat is ook de reden om er een op te leggen: je vernieuwt de bovenste laag zonder een nieuw matras |
| Interieur | Bank met polyether zitting | 7 tot 10 jaar | Altijd op dezelfde plek zitten. Polyether zakt de eerste jaren wat in en daarna blijft de kuil; een zitting van SG 35 of hoger houdt zijn vorm langer dan SG 25 | De kussens zijn opnieuw te vullen met nieuw schuim en dat scheelt de halve bank; een doorgezakt frame van plaatmateriaal is het einde |
| Interieur | Bank met veren | 12 tot 20 jaar | Op de armleuning of de voorrand zitten, waar geen vering onder zit, en nagels van huisdieren op de stof: de vering gaat langer mee dan de bekleding | Opnieuw stofferen en veren vervangen is gangbaar bij een massief houten frame, en dan gaat hij nog een ronde mee |
| Interieur | Laminaat | 10 tot 20 jaar | Water in de naden, want de kern is hdf en die zwelt onherstelbaar op, en zand dat als schuurpapier werkt als er geen mat bij de voordeur ligt | Niet te schuren. Een beschadigde plank is te vervangen door de klikvloer vanaf de wand open te leggen; koop op slijtageklasse, AC4 voor een gang |
| Interieur | Pvc, klik of verlijmd | 15 tot 25 jaar | Een toplaag van 0,3 mm in een gang waar 0,55 mm hoort, zware meubels zonder viltjes, en een ondervloer die niet vlak is | Een verlijmde plank is er per stuk uit te halen; bij klik moet je openleggen tot die plank. Houd daarom een paar planken over |
| Interieur | Gietvloer | 20 tot 30 jaar | Scheuren in de ondervloer, die door de gietvloer heen doortrekken, en te veel restvocht in de zandcement of anhydriet op het moment van gieten | De toplaag is opnieuw aan te brengen, als vuistregel elke 10 jaar; een scheur is te vullen maar blijft meestal zichtbaar |
| Interieur | Houten vloer, massief of meerlaags | 40 jaar of langer | Te droge lucht in de winter: hout wil 45 tot 60 procent luchtvochtigheid en krimpt daaronder tot naden. Water en hondennagels doen de rest | Schuren en opnieuw afwerken is de reparatie. Massief kan dat vaak vijf keer of meer, een meerlaagse vloer met een toplaag van 3 tot 4 mm twee tot drie keer |
| Interieur | Behang | 10 tot 15 jaar | Zon die op één wand de kleur eruit trekt, vocht in keuken en badkamer, en een wand die niet is voorgestreken: bij het strippen komt het gips mee | Niet te repareren. Een hele baan vervangen kan als je een rol met hetzelfde batchnummer hebt overgehouden, anders zie je kleurverschil |
| Interieur | Binnenmuurverf | 5 tot 10 jaar | Matte verf schoonmaken, want die is niet schrobvast; condens in de badkamer; en niet ontvetten of schuren voor het verven, waardoor de laag niet pakt | Bijwerken kan, maar bij mat blijven de aanzetten zichtbaar: rol een wand in één keer nat in nat, van boven naar beneden |
| Interieur | Kitrand in de douche | 2 tot 5 jaar | Zeepresten waarin schimmel groeit, schoonmaakmiddel met chloor, en niet ventileren na het douchen; de schimmeldoder in de kit wast er in de loop van jaren uit | Niet te repareren: snij hem eruit, maak de naad vetvrij en droog, en zet nieuwe sanitairkit op siliconenbasis. Acrylaatkit hoort niet in een natte ruimte |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Veelgestelde vragen
Waar verlies je de meeste warmte in huis?
In een ongeïsoleerde tussenwoning gaat de meeste warmte door het dak, met ongeveer 30 procent, gevolgd door de gevel, de vloer en de ramen, en samen nog bijna een vijfde door kieren en ventilatie. Bij een hoekwoning wint de gevel en in een appartement tussen buren het glas en de lucht.
Die volgorde verschuift met elke maatregel, en het warmteverlies per vlak en per woningtype laat zien hoe.
Kun je zonnepanelen op een flat leggen?
Ja, maar het dak is meestal gemeenschappelijk eigendom, dus de vergadering van eigenaars beslist. Er zijn drie routes: panelen op de algemene meter die de servicekosten drukken, panelen per appartement met een eigen kabel naar elke meterkast, of een energiecoöperatie die de opbrengst verdeelt.
Op een plat dak passen in een oost-westopstelling ruim twee keer zoveel panelen als in rijen op het zuiden. Laat de draagkracht, de ballast en de leeftijd van de dakbedekking vooraf beoordelen.
Mag je zonnepanelen aan het balkon van een appartement hangen?
Een paneel aan het balkonhek hangt aan de gevel, en wat daar mag hangen bepaalt in een koopappartement de VvE en in een huurwoning de verhuurder. Vraag dat na voordat je iets koopt.
Verticaal op het zuiden levert zo'n paneel ongeveer 70 procent van een paneel op een zuiddak, minder als er een balkon boven je schaduw geeft. Elke installatie die kan terugleveren meld je aan bij de netbeheerder via energieleveren.nl.
Hoeveel zonnepanelen heb je nodig?
Deel je jaarverbruik aan stroom door de opbrengst per paneel. Een paneel van 400 wattpiek levert op een zuiddak rond 360 kWh en op een oost- of westdak 290 tot 305 kWh, dus bij 3.000 kWh kom je op een zuiddak op acht à negen panelen.
Nu salderen op 1 januari 2027 stopt, is dat getal een bovengrens. Hoeveel panelen er echt opleveren, hangt af van hoeveel stroom je overdag zelf gebruikt.
Wat leveren zonnepanelen op in de winter?
Weinig. December en januari leveren samen maar een paar procent van de jaaropbrengst, omdat de zon midwinter om het middaguur nog geen 15 graden boven de horizon komt en de dagen kort zijn. Mei tot en met augustus leveren samen ongeveer de helft.
Een paneel van 400 wattpiek dat over een jaar 360 kWh maakt, levert in een donkere decemberweek dus maar een paar kWh. Reken je verbruik in de winter daarom niet af op je panelen.
Wat verandert er voor zonnepanelen als salderen stopt?
Tot en met 2026 mag je teruggeleverde stroom wegstrepen tegen stroom die je van het net haalt. Vanaf 1 januari 2027 kan dat niet meer, en krijg je voor teruggeleverde stroom een lagere vergoeding dan je voor ingekochte stroom betaalt; veel leveranciers rekenen daarnaast terugleverkosten.
De winst verschuift daarmee naar eigen verbruik overdag. Apparaten met een uitgestelde start, een boiler die op de middag opwarmt en een laadpaal die met het overschot meeschakelt, halen dat aandeel omhoog.
Hoeveel gas kost een douche?
Een douche van acht minuten met 8 liter per minuut is 64 liter op 40 graden en kost 2,2 kWh warmte, ongeveer een kwart kubieke meter gas. Met een regendouche van 12 liter per minuut wordt dat 0,37 kubieke meter, met een kop van 6 liter per minuut 0,19.
Een minuut korter douchen scheelt per persoon ruim 10 kubieke meter gas per jaar. Een douche-wtw haalt daarbovenop een groot deel van de warmte uit het afvoerwater terug.
Wat is de basislast en hoeveel is normaal?
De basislast is het vermogen dat in huis altijd aan staat: koelkast, router, ventilatiebox, apparaten op stand-by. Je leest hem rond drie uur 's nachts af op de slimme meter, en elke 100 watt die daar staat is 876 kWh per jaar.
Onder 100 watt is voor een huishouden met koelkast, router en ventilatiebox niet vreemd. Staat er meer dan 200 watt, schakel dan één voor één de groepen uit en kijk bij welke groep het vermogen het meest zakt.
Hoe vergelijk je je gasverbruik tussen twee winters?
Met graaddagen. Tel per dag 18 min de gemiddelde buitentemperatuur op, met nul voor dagen boven 18 graden, en deel het gas voor verwarming door dat totaal. Het gas voor verwarming is je verbruik min wat je in de zomer per dag aan tapwater en koken gebruikt.
Het getal dat eruit komt, in kubieke meter per graaddag, is tussen jaren te vergelijken. Daalt het na een maatregel, dan deed die maatregel iets, los van hoe koud het was.
Hoeveel scheelt een graad lager op de thermostaat?
Ongeveer 6 procent van het gas dat naar verwarmen gaat, dus niet van je hele rekening: warm water en koken tellen niet mee. Het verlies loopt recht op met het verschil tussen binnen en buiten, en bij gemiddeld 5 tot 6 graden buiten in het stookseizoen is één graad binnen ongeveer een vijftiende van dat verschil.
Voelt 19 graden koud aan, kijk dan eerst naar koudeval langs het glas en tocht langs de plinten, want die maken dat je de thermostaat hoger zet.
Heeft het zin de verwarming uit te zetten als je een weekend weg bent?
Zet hem bij radiatoren en een hr-ketel op 15 graden in plaats van uit. Het huis verliest minder warmte zolang het koeler is, en radiatoren hebben het binnen een uur weer warm, terwijl 15 graden voorkomt dat koude hoeken gaan condenseren of leidingen bij strenge vorst te koud worden.
Bij vloerverwarming en een warmtepomp is een grote sprong minder gunstig, omdat het opwarmen lang op hoger water gebeurt. Hoe je dat per systeem instelt, staat bij de nachtverlaging per verwarmingssysteem.
Wat kun je als huurder doen om energie te besparen?
Alles wat je bij een verhuizing meeneemt of zonder toestemming instelt: tochtstrips, een brievenbusborstel, een douchekop van 6 liter per minuut, radiatorkranen per kamer, en de ketel op 60 graden aanvoer of lager. Dat werkt dezelfde week.
Glas, isolatie en de ketel zijn van de verhuurder. Het energielabel telt sinds 1 juli 2024 mee in de maximale huur, en wat de letter voor de huurprijs betekent geeft je verzoek om verbetering een onderbouwing.
Is koken op inductie zuiniger dan koken op gas?
In energie die in de pan terechtkomt wel. Een gasvlam verwarmt ook de lucht rond de pan en de pannendrager, terwijl inductie de warmte in de bodem van de pan zelf opwekt, zodat er per kWh meer in het eten gaat.
Of het in euro's goedkoper is, hangt af van je tarieven voor stroom en gas. Koken is in de meeste huizen maar een paar procent van het gas, dus de keuze voor inductie hangt vaker aan het van het gas af gaan dan aan de besparing zelf.
Hoeveel stroom verbruikt een warmtepomp per jaar?
De warmtevraag gedeeld door het seizoensrendement. Een huis dat 1.200 kubieke meter gas per jaar voor verwarming gebruikt, vraagt ongeveer 10.800 kWh warmte, en een pomp met een seizoensrendement van 3,5 maakt die uit ruim 3.000 kWh stroom.
Dat rendement zakt naarmate de aanvoertemperatuur hoger is: bij 35 graden haalt een lucht-water pomp over een seizoen 3,5 tot 4,5, bij 55 graden 2,5 tot 3. Warm tapwater komt er bij een volledig elektrische pomp nog bovenop.
Hoe lang gaan zonnepanelen en de omvormer mee?
Zonnepanelen gaan 25 tot 30 jaar mee en verliezen ongeveer een half procent opbrengst per jaar, wat veroudering is en geen defect. De omvormer haalt 10 tot 15 jaar, dus reken op één nieuwe binnen de levensduur van de panelen.
Een warme meterkast of zolder maakt die termijn korter. Wat verder meetelt en wanneer repareren nog zin heeft, staat in de tabel met levensduren van panelen, omvormers en ketels.