Gouden beeldjes: welk goud je hebt en waar het tot zijn recht komt
Een gouden beeldje is bijna nooit van goud, maar van messing, brons, verguld metaal of polyresin met goudkleurige lak, en die laag bepaalt hoe het veroudert en hoe je het schoonmaakt. Hoe het in de kamer oogt, hangt vooral af van wat het weerspiegelt: tegen een matte donkere wand en onder een spot van 2700 tot 3000 K op ongeveer 30 graden krijgt goud een lichtrand, tegen een witte wand in diffuus daglicht wordt het bleek. Op een dressoir van 80 cm past een hoogste stuk van 30 tot 45 cm, en een set horen, zien en zwijgen staat als één blok met 2 tot 5 cm tussen de figuren.
Wat een gouden beeldje werkelijk van goud heeft
Wie een gouden beeldje koopt, koopt bijna altijd een laag. Massief goud kom je in woondecoratie vrijwel niet tegen: wat er staat is messing of brons dat van zichzelf geel is, een ander materiaal met een flinterdun laagje echt goud, of iets zonder goud met een goudkleurige afwerking.

Die laag bepaalt drie dingen die je aan de buitenkant niet ziet: of het stuk verkleurt, of je het mag poetsen en of een kras te herstellen is. Hoe gouden beeldjes als decoratie samengaan met muurcirkels, zuilen en andere stukken, staat in het overzicht van objecten en beeldjes in huis.
De grootste scheidslijn loopt tussen metaal dat van zichzelf goud oogt en een goudlaag op iets anders. Messing en brons verouderen over hun hele oppervlak en zijn keer op keer terug te poetsen, terwijl een laag alleen veroudert waar hij slijt, en daar komt dan een ander materiaal tevoorschijn.
Echt goud verkleurt zelf niet, omdat het niet met zuurstof reageert. Bladgoud van 22 karaat en hoger houdt daardoor zijn kleur, terwijl imitatiebladgoud, dat van messing is, zonder vernislaag bruin of groenig aanloopt.
De tabel zet de afwerkingen naast elkaar die je bij beeldjes tegenkomt. Lees vooral de laatste kolom, want de meeste schade aan goud ontstaat bij het schoonmaken en niet door ouderdom.
| Afwerking | Hoe je het herkent | Wat er in de loop der jaren gebeurt | Zo maak je het schoon |
|---|---|---|---|
| Massief messing, ongelakt | Zwaar en koud in de hand, een magneet pakt niet, vingerafdrukken worden donker | Loopt gelijkmatig aan tot donker goudbruin; buiten wordt het groenig | Droog afnemen, of bewust terugpoetsen met koperpoets en daarna droogwrijven |
| Gelakt messing | Gelijkmatige glans tot in de holtes, vingerafdrukken blijven licht | De lak slijt op de aanraakplekken en precies daar loopt het metaal donker aan | Droog of licht vochtig afnemen; poetsmiddel schuurt de lak verder weg |
| Brons, meestal gepatineerd | Roder en donkerder dan messing, vaak bruin met opgepoetste hoogtepunten | De patina verdiept langzaam en de hoogtepunten worden vanzelf weer donker | Droog afnemen; poets alleen de hoogtepunten als je dat contrast wilt houden |
| Echt bladgoud op hout of gips | Zachte warme glans, fijne naden tussen de blaadjes, licht in gewicht | Verkleurt niet, maar slijt op randen en uitsteeksels tot de rode of okerkleurige grondlaag | Alleen een zachte kwast; vocht kan de lijmlaag onder het goud losweken |
| Imitatiebladgoud van messing | Grovere naden dan echt bladgoud en een iets groenere gele toon | Loopt zonder vernislaag in vlekken bruin tot groenig aan | Zachte kwast; is het gevernist, dan mag er een droge microvezeldoek over |
| Galvanisch verguld zinkgietwerk | Zwaar maar lichter dan messing, scherpe egale glans | De goudlaag is flinterdun en slijt op randen, waarna een zilvergrijze onderlaag doorkomt | Droge microvezeldoek; elke schuurbeweging haalt goud weg |
| Goudkleurige lak op polyresin | Licht, voelt snel lauw aan, gietnaad of vilt onder de voet | In direct zonlicht vergeelt de lak en wordt de glans doffer; een kras toont de kern | Droge microvezeldoek; geen allesreiniger, alcohol of poets |
| Opgedampt metaal op kunststof | Spiegelglans alsof het verchroomd is, maar geel getint, en heel licht | De spiegellaag schilfert waar hij krast en de gele toplaag wordt dof | Stof wegblazen of met een kwast verwijderen; een doek trekt krassen |
| Goudluster op porselein | Goudrand of goudaccenten op een glanzend geglazuurd beeldje | Het goud is ingebrand maar dun en slijt van schuren en afwasmiddel | Vochtige doek zonder middel, nooit in de vaatwasser |
| Goudkleurige PVD-laag op rvs | Strakke moderne vorm, zwaar, harde en egale glans | Blijft lang kleurvast en krast moeilijk, al slijten scherpe randen op den duur door | Vochtige doek met een druppel afwasmiddel; geen schuurspons |
Test een onbekend stuk nooit met een kras, een vijl of een druppel zuur. Wat je daarmee aantoont, heb je meteen ook beschadigd, terwijl gewicht, een magneet en de onderkant samen bijna altijd genoeg zeggen.
Zo herken je het materiaal zonder het te beschadigen
Vier waarnemingen vertellen samen wat je in handen hebt: het gewicht, een magneet, hoe snel het stuk op handtemperatuur komt en wat je aan de onderkant ziet. Geen van de vier is op zichzelf sluitend, maar drie die dezelfde kant op wijzen laten weinig twijfel.
Gewicht zegt het meest, omdat de dichtheid van de materialen zo ver uiteenloopt. Messing is bij dezelfde vorm vier tot vijf keer zo zwaar als polyresin, dus een beeldje van 20 cm dat licht aanvoelt is geen massief metaal. Grotere metalen beelden zijn wel vaak hol gegoten, en die wegen dan minder dan hun omvang doet vermoeden.
Een magneet scheidt de groepen verder. Messing, brons, zink en aluminium zijn niet magnetisch en staal en gietijzer wel, dus een verguld beeld waar een magneet aan blijft plakken heeft een ijzeren kern onder zijn goudlaag.
De temperatuur werkt via warmtegeleiding. Metaal voert de warmte van je hand honderden keren sneller af dan kunststof, waardoor messing seconden lang koud blijft terwijl polyresin bijna meteen lauw aanvoelt. Porselein zit daartussenin.
Draai het stuk daarna om. Een gietnaad, een vlakke bodem met vilt of een gat waardoor je in een holle kern kijkt verraadt gegoten kunststof, en een onbeglaasde witte voetrand verraadt porselein. Bij metaal zie je aan de onderkant vaak het kale materiaal, soms al donker aangelopen.
| Materiaal | Dichtheid in gram per cm³ | Massief blokje van 5 bij 5 bij 5 cm | Magneet | Hoe het aanvoelt en klinkt |
|---|---|---|---|---|
| Brons | 8,7 tot 8,9 | ongeveer 1,1 kg | Pakt niet | Koud; een hol beeld galmt na bij een tik |
| Messing | 8,4 tot 8,7 | ruim 1 kg | Pakt niet | Koud, heldere metalen tik |
| Staal of gietijzer onder een goudlaag | 7,0 tot 7,9 | 0,9 tot 1 kg | Pakt wel | Koud, metalen tik |
| Zinkgietwerk | 6,6 tot 6,7 | ongeveer 830 g | Pakt niet | Koud, kortere en doffere tik dan messing |
| Aluminium | 2,7 | ongeveer 340 g | Pakt niet | Koud, maar opvallend licht voor metaal |
| Porselein | 2,3 tot 2,5 | ongeveer 300 g | Pakt niet | Koel en glad, hoge heldere tik |
| Polyresin | 1,5 tot 2, afhankelijk van het steenpoeder erin | 190 tot 250 g | Pakt niet | Wordt snel lauw, korte doffe tik |
| Hout onder bladgoud | 0,4 tot 0,8 | 50 tot 100 g | Pakt niet | Warm en licht, doffe houten tik |
Leg een twijfelgeval op de keukenweegschaal. Weegt een beeldje dat in een doos van 10 bij 10 bij 20 cm past minder dan een halve kilo, dan is het geen massief metaal, want messing komt bij die maat ook met veel lucht om de vorm heen ruim boven dat gewicht uit.
Waarom goud in de ene kamer glanst en in de andere dof oogt
Een glanzend metalen oppervlak heeft geen eigen kleur zoals verf die heeft. Het werkt als een spiegel, en wat je ziet is de omgeving, weerspiegeld in de vorm en gekleurd door het metaal.
Die kleuring is het mechanisme achter goud. Goud kaatst rood en geel bijna volledig terug en blauw voor minder dan de helft, en messing doet hetzelfde met iets meer groen erin. Onder lamplicht van 2700 K, dat veel rood en geel bevat, wordt goud daardoor diep en warm, terwijl hetzelfde stuk in diffuus noorderlicht van rond 6500 K, met veel blauw, bleker en groeniger oogt.
Het tweede effect is wat er tegenover het beeldje staat. Een hoogglanzend stuk in een kamer met witte muren en een wit plafond weerspiegelt vooral wit en oogt bleekgeel; in een donkere hoek met één lamp spiegelt het vooral donker met een paar felle lichtpunten, en dat lezen we als glans.
Geborsteld of mat goud gedraagt zich anders. De fijne groefjes strooien de weerkaatsing over het hele oppervlak, zodat het stuk vanuit elke hoek ongeveer dezelfde goudkleur houdt en minder afhangt van wat er tegenover staat.
Voor een spot werkt een hoek van ongeveer 30 graden ten opzichte van de loodlijn. De weerkaatsing van de lamp schiet dan onder dezelfde hoek naar beneden weg, voor je voeten in plaats van in je ogen, terwijl randen en rondingen wel lichtpunten vangen. Bij een plafond van 260 cm en een beeld op 120 cm hoogte hangt de spot daarmee ongeveer 80 cm voor het beeld.
Kies voor die spot 2700 tot 3000 K en een kleurweergave van Ra 90 of hoger. Bij Ra 80 wordt vaak bezuinigd op het diepe rood, en dat rood is precies wat goud zijn warmte geeft. Hoe spots, lampen en objecten in een kamer op elkaar aansluiten, lees je bij woondecoratie en verlichting.
Een smalle bundel van 15 tot 25 graden geeft op de ruim anderhalve meter tussen plafondspot en beeld een lichtvlek van ongeveer 40 tot 70 cm doorsnede. Dat is genoeg voor een beeld van 35 cm met wat licht op de wand erachter, zonder dat de hele kast meelicht.
Welke wandkleur goud laat uitkomen en welke het wegdrukt
Goud is een lichte gele kleur met glans, en het valt op door verschil in lichtheid, in kleur of in allebei. Een achtergrond die op beide punten dicht bij goud ligt, zoals oker of zandbeige, laat het beeldje erin opgaan, terwijl een achtergrond die op beide punten verschilt het silhouet scherp maakt.
Het sterkste contrast geven donkere blauwen en violetten, want die liggen op het kleurenwiel tegenover geel en oranje. Een mat inktblauw of petrolblauw achter messing geeft verschil in kleur en in lichtheid tegelijk, en het goud leest er als een lijn van licht.
Donkergroen werkt rustiger. Mosgroen en flessengroen zijn donker genoeg voor het verschil in lichtheid, maar delen de gele component met goud, dus het geheel oogt warmer en minder hard dan bij blauw.
Let ook op de glansgraad van de wand. Zijdeglans of hoogglans verf weerspiegelt de lamp en het beeldje zelf, en dan staan er twee lichtvlekken naast elkaar; matte verf houdt de achtergrond egaal en laat het beeldje het enige glanzende vlak zijn.
Het gaat om de wand direct achter het stuk en niet om de hele kamer. Een donkere kastachterwand, een paneel van 40 bij 60 cm of een donker gebeitste boekenkast doet hetzelfde werk als een geschilderde muur.
| Achtergrond | Wat goud ervoor doet | Waar je op let |
|---|---|---|
| Inktblauw of petrolblauw, mat | Groot verschil in kleur en lichtheid; het silhouet krijgt een lichtrand | Hoogglans goud komt hier het best uit, omdat het vooral donker weerspiegelt met een paar lichtpunten |
| Aubergine | Violet ligt tegenover geel, dus goud oogt nadrukkelijk warm | Zonder lamp verdwijnt de wand en hangt het goud in het donker |
| Flessengroen of mosgroen | Warm en rustig, omdat goud en groen de gele ondertoon delen | Kies warm goud; licht messing met veel groen erin kan hier vaal ogen |
| Antraciet of zacht zwart | Het grootste verschil in lichtheid; goud leest als tekening | Houd de verf mat, anders spiegelt de lamp mee in het donkere vlak |
| Chocoladebruin | Goud leest als het lichtste punt in dezelfde warme familie | Het contrast is zachter, dus een groter stuk of een spot erop helpt |
| Okergeel of zandbeige | Goud valt weg, want kleur en lichtheid liggen te dicht bij elkaar | Alleen met een donkere sokkel of schaal eronder komt het los |
| Warm wit of linnen | Rustig en bleek, omdat hoogglans vooral het wit weerspiegelt | Mat, geborsteld of antiek goud houdt hier meer eigen kleur |
| Koel wit of grijsblauw | Het geel springt nadrukkelijk naar voren en messing kan groenig lijken | De wand kan er vaal naast ogen; warm spotlicht van 2700 K trekt het goud terug naar warm |
| Spiegel of glas direct erachter | Het beeldje staat er twee keer en de reflecties lopen door elkaar | Kies een dichte achterwand of zet het stuk ruim een handbreedte voor de spiegel |
| Een rij boekruggen | Het silhouet gaat op in de kleuren en lijnen van de ruggen | Gebruik een leeg vak of leg een paar boeken plat als voet |
Welke maat beeldje bij welke plek hoort
De maat van een beeldje kies je vanaf het meubel eronder en niet vanaf het beeldje zelf. Op een dressoir van 80 cm werkt een hoogste stuk van 30 tot 45 cm, omdat de bovenkant dan op 110 tot 125 cm uitkomt, onder de hartlijn van 145 cm die voor alles aan de wand geldt.
Op afstand telt het silhouet. Vanaf ongeveer 3 m verdwijnt een los stuk onder 15 cm tussen de meubels, dus een klein beeldje hoort in een groep of op een vlak waar verder niets staat.
Werk je met meer stukken, houd dan 5 tot 8 cm tussen de stukken in één groep en minstens 25 cm tot de volgende groep. Een duidelijk hoogteverschil, bijvoorbeeld 45, 30 en 20 cm, laat de groep als één vorm lezen in plaats van als een rij.
In een vakkenkast met vakken van ongeveer 33 cm houd je het beeldje op hoogstens 22 cm, zodat er boven de kop ongeveer een derde lucht blijft. Staat het tot vlak onder het legbord, dan leest het vak als een doos waar iets in geschoven is.
De hartlijn van 145 cm en de andere maten aan de muur, van het schilderij boven het dressoir tot de wandklok, kun je per onderdeel nazoeken in de maatwijzer. Controleer of de lage kast, de groep en de sokkel samen onder die lijn blijven.
| Plek | Hoogte van het beeldje | Wat je verder aanhoudt | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Dressoir van 80 cm | Hoogste stuk 30 tot 45 cm | Bovenkant op 110 tot 125 cm, groep van twee of drie | Losse stukken over de hele lengte lezen als een rij |
| Lage kast van 60 cm | Hoogste stuk 45 tot 55 cm | Bovenkant rond 105 tot 115 cm | Alleen kleine stukken laten de wand boven de kast leeg ogen |
| Salontafel | Tot 25 cm | Liever breed en laag dan hoog en smal | Daarboven kijk je vanaf de bank tegen het beeldje aan in plaats van eroverheen |
| Vak van een vakkenkast, ongeveer 33 cm | Hoogstens 22 cm | Eén stuk of één set per vak, verspringend over de diagonaal | Elk vak gevuld maakt van de kast een raster zonder rustpunt |
| Boekenplank van 30 cm diep | 15 tot 25 cm | De voet minstens 5 cm van de voorrand | Voor een rij boekruggen valt het silhouet weg |
| Vensterbank van 15 tot 30 cm diep | 10 tot 30 cm, met een voet die in de diepte past | Een vorm met een duidelijke omtrek, want alles wordt silhouet | Tegenlicht haalt de glans weg en goudlak vergeelt in de zon op het zuiden |
| Sokkel of zuil van 100 cm | 20 tot 35 cm | Bovenkant rond 135 cm, net onder de hartlijn | Een smalle zuil met een zwaar stuk erop kantelt, dus verzwaar de voet |
| Op de vloer | Vanaf 40 cm | 50 tot 70 cm vrije vloer rondom en een rustige wand erachter | In een looproute staat het in de weg en vangt het stoten |
| Nachtkastje | 15 tot 25 cm | Aan de muurkant, weg van de lamp en het glas water | Een zwaar stuk op de rand gaat mee met een hand die in het donker zoekt |
Beeldjes horen, zien en zwijgen in goud neerzetten
De bekendste set onder de gouden beeldjes is die van de drie aapjes: één met zijn handen op zijn oren, één met zijn handen voor zijn ogen en één met zijn handen voor zijn mond. Het hele verhaal zit in die drie gebaren, en daardoor weegt de afwerking bij deze set zwaarder dan bij een dier of een vaas.
Hoogglans goud werkt hier tegen je. De spiegelende vlakken van handen en gezicht lopen op een paar meter afstand in elkaar over, zodat je drie glimmende klompjes ziet in plaats van drie gebaren. Mat, geborsteld of antiek goud met donkere patina in de holtes tekent de handen juist af, omdat het donker tussen vingers en gezicht de omtrek geeft.
Zet losse figuren in de volgorde van de zin die je uitspreekt, van links naar rechts gezien vanaf de kant waar je kijkt: horen, zien, zwijgen. Houd 2 tot 5 cm tussen de figuren, zodat de set als één blok leest, en laat links en rechts minstens 15 cm vrij als hij los op een plank staat.
Een set op één gezamenlijke voet behandel je als één beeldje met de maat van die voet. Staan de aapjes op elkaar gestapeld, dan ligt het zwaartepunt hoog en hoort het stuk op een vlak waar niemand langs strijkt.
In sommige uitvoeringen zit er een vierde aap bij, met zijn handen voor zijn buik of zijn armen over elkaar, die voor geen kwaad doen staat. De drie gebaren zelf staan voor het niet horen, niet zien en niet zeggen van kwaad, en die uitleg loopt twee kanten op: je verre houden van kwaad, of er juist bewust van wegkijken.
Waar de beeldjes vandaan komen en hoe die twee lezingen zich tot elkaar verhouden, staat bij de herkomst en de betekenis van de drie aapjes. Voor het neerzetten telt vooral dat de set rond 110 cm hoog staat, waar je de gezichten staand en zittend van voren ziet.
Combineer geen figuren uit verschillende goudsoorten in één set. Onder lamplicht van 2700 K lijken messing en goudkleurig verguld zinkgietwerk gelijk, maar bij daglicht schuift het ene naar groen en het andere naar geel, en dan staat er een set die niet bij elkaar hoort.
Een gouden dier kiezen op silhouet en stabiliteit
Een gouden beeld dier wordt op afstand gelezen aan zijn omtrek, want de glans slikt vacht, veren en ogen op. Hoe herkenbaarder de vorm in silhouet, hoe beter het stuk werkt: een hert met gewei, een zittende haas met rechte oren of een olifant met slurf herken je als donkere vorm tegen het licht nog meteen.
Test dat door het beeldje voor een raam te houden. Herken je het dier in tegenlicht nog, dan werkt het ook op een vensterbank en vanaf de andere kant van de kamer; zie je alleen een klont, dan hoort het stuk dichtbij, op een salontafel of een nachtkastje, waar je de details wel ziet.
De vorm bepaalt ook of het blijft staan. Een stuk kantelt zodra het zwaartepunt voorbij de rand van de voet komt, en bij een gelijkmatige vorm die drie keer zo hoog is als zijn voet breed gebeurt dat al bij een helling van ongeveer 18 graden. Een vorm die even hoog is als zijn voet breed, kantelt pas bij 45 graden.
Staande dieren op dunne poten zijn in polyresin kwetsbaar, want de poten zijn het dunste deel van een bros materiaal en breken bij de eerste val. In messing of brons buigen dezelfde poten eerder dan dat ze breken.
Gewicht speelt vooral op een zwevende wandplank. Zo'n plank draagt aan de wandzijde, dus elke centimeter die een zwaar messing stuk naar voren staat vergroot de hefboom op de bevestiging, en het zwaartepunt hoort daarom tegen de wand. Hoe je zo'n dier met andere stukken tot één geheel maakt, staat bij objecten in groepen van twee of drie neerzetten.
Een ring museumwas onder de voet houdt een hoog, smal beeldje op zijn plek zonder het meubel te beschadigen, en laat met een draaiende beweging weer los. Op een glazen plank werkt de heldere gelvariant beter, omdat was op glas een zichtbare vlek achterlaat.
Stof, vingers en krassen: onderhoud per afwerking
Bij goud ontstaat de meeste schade niet door ouderdom maar door schoonmaken. Stof bevat fijne harde deeltjes, en wie die met een droge doek over hoogglanzende lak of een opgedampte metaallaag wrijft, schuurt er haarkrassen in die je in strijklicht als een waas ziet.

Blaas of kwast het stof daarom eerst weg, met een zachte verfkwast van 3 cm of een blaasbalgje, en neem pas daarna een droge microvezeldoek. Bij echt bladgoud stop je na de kwast, want de lijmlaag eronder kan bij het minste vocht loslaten.
Vingers zijn het tweede probleem. Huidvet en zweet bevatten zout en zuren, waardoor vingerafdrukken op ongelakt messing en brons binnen dagen tot weken donkere vlekken worden die zich in het metaal zetten. Pak zulke stukken bij de voet of met katoenen handschoenen, en veeg afdrukken dezelfde dag weg.
Een kras in goudkleurige lak werk je bij met goudpasta op wasbasis, die je met een vinger inwrijft en na het drogen oppoetst. De tint klopt zelden exact, dus probeer hem eerst aan de onderkant; op hoogglans blijft een bijgewerkte plek altijd iets matter.
Goud op porselein en glas verdraagt geen vaatwasser, omdat heet en sterk alkalisch afwaswater de dunne goudlaag in een paar beurten dof maakt. Datzelfde afwasregime maakt op den duur ook gewoon glas dof, en daarom verdient een glazen karaf die dagelijks op tafel staat net zo goed de handwas.
Metaalpoets hoort alleen op ongelakt messing en brons. Op gelakt messing, galvanisch verguld zinkgietwerk, bladgoud en goudkleurige lak schuurt het de goudlaag weg, en de plek die dan ontstaat is niet meer terug te poetsen.
Maatwijzer
De hoogtes en maten die in een huis kloppen: bar, eettafel, tv, schilderij, wandlamp, kapstok en gordijnrails, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Onderdeel | Wat | Maat | Marge die werkt | Waar het van afhangt |
|---|---|---|---|---|
| Zitten | Bank, zithoogte | 44 cm | 40 tot 48 cm | Meet tot de ingezakte zitting, niet tot het bolle kussen. Hoger kom je makkelijker op en af, lager zit je meer achterover. |
| Zitten | Bank, zitdiepte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Boven 70 cm hangen je voeten vrij en zit je gedwongen onderuit. Loungebanken gaan tot 100 cm en zijn bedoeld om op te liggen. |
| Zitten | Bank, totale hoogte met rugleuning | 80 cm | 75 tot 90 cm | Staat de bank voor een raam, dan blijft hij onder de vensterbank als hij niet hoger is dan 80 cm. |
| Zitten | Fauteuil, zithoogte | 45 cm | 42 tot 48 cm | Een paar centimeter hoger dan de bank scheelt bij het opstaan. Een lage lounge-fauteuil zakt naar 38 cm. |
| Zitten | Salontafel, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Vuistregel: gelijk aan of net onder de zithoogte van de bank. Dan zet je je kopje neer zonder voorover te buigen. |
| Zitten | Salontafel, afstand tot de bank | 40 cm | 35 tot 45 cm | Minder en je knieën stoten tegen de rand, meer en je moet opstaan om je glas te pakken. |
| Zitten | Bijzettafel naast de bank, hoogte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Gelijk met de armleuning, dan pak je je glas zonder te kijken. |
| Zitten | Poef of voetenbank, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Iets lager dan de zitting waar je op zit, anders drukt de rand in je kuiten. |
| Zitten | Doorloop tussen bank en meubel | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm loop je er met een volle wasmand langs. 60 cm is te krap om elkaar te passeren. |
| Zitten | Tv-meubel, hoogte | 45 cm | 40 tot 55 cm | Hierop komt het midden van een 55 inch scherm op ongeveer 80 cm. Wil je het midden op ooghoogte, dan hang je de tv aan de wand. |
| Eten en bar | Barblad, hoogte | 105 cm | 100 tot 110 cm | De barkruk moet 25 tot 30 cm lager zijn dan het blad. |
| Eten en bar | Barblad, diepte | 40 cm | 30 tot 60 cm | 40 cm is een bord plus een glas. Wil je er ook snijden of een laptop neerzetten, dan 60 cm. |
| Eten en bar | Barblad, overstek voor je knieën | 25 cm | 20 tot 30 cm | Zonder overstek zitten je knieën tegen het kastje. Boven 30 cm moet het blad onderstut worden, anders kantelt het als iemand erop leunt. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij een blad van 105 cm | 78 cm | 75 tot 82 cm | Het verschil tussen zitting en blad blijft 25 tot 30 cm, want daar passen je bovenbenen. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij aanrechthoogte (90 cm) | 63 cm | 60 tot 67 cm | Hetzelfde verschil van 25 tot 30 cm. Een gewone barkruk van 78 cm is hier te hoog en je zit met je knieën omhoog. |
| Eten en bar | Bar, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Met 60 cm stoot je je elleboog niet tegen je buurman. Onder 55 cm zit je schouder aan schouder. |
| Eten en bar | Eettafel, hoogte blad | 75 cm | 72 tot 78 cm | Vaste maat in de meubelbranche, geen norm. Een dik hardstenen of houten blad telt mee, dus meet de bovenkant. |
| Eten en bar | Eettafel, vrije hoogte onder het blad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Hier zitten je bovenbenen. Een dikke tafelrand, een schuiflade of een dwarsbalk eet die ruimte op. |
| Eten en bar | Eetstoel, zithoogte | 45 cm | 44 tot 47 cm | Het verschil met het tafelblad moet 28 tot 32 cm zijn. Bij een tafel van 78 cm hoort dus een stoel van 46 tot 48 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Een placemat is 45 cm breed, de rest is ruimte voor je ellebogen en je glas. Aan de kopse kant reken je een extra plek van 60 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, diepte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Bij 80 cm raken de borden tegenover elkaar bijna. Bij 90 cm past er een schaal of een kaars in het midden. |
| Eten en bar | Ronde eettafel, diameter | 120 cm voor 4 personen | 110 tot 150 cm | Reken 60 cm omtrek per persoon en houd het midden vrij voor de schalen. Vanaf 140 cm zitten er zes mensen omheen. |
| Eten en bar | Ruimte achter een eetstoel | 100 cm | 75 tot 110 cm | 75 cm om de stoel achteruit te schuiven en op te staan, 100 cm om er ook achterlangs te lopen met een schaal. |
| Aan de muur | Schilderij, hartlijn boven de vloer | 145 cm | 140 tot 155 cm | Vuistregel, geen norm: het midden van het werk op ooghoogte van iemand die staat. Hang alles in de kamer op dezelfde hartlijn, dan loopt de wand rustig. |
| Aan de muur | Schilderij boven een bank, onderrand | 25 cm boven de rugleuning | 20 tot 30 cm | Lager en het lijkt of het werk op de bank leunt. Door de bank schuift de hartlijn omhoog naar 150 tot 165 cm, en dat mag hier. |
| Aan de muur | Schilderij boven een dressoir, onderrand | 25 cm boven het blad | 20 tot 30 cm | Genoeg om er een lamp of een vaas voor te zetten zonder dat die de lijst raakt. |
| Aan de muur | Wandcollage, ruimte tussen de lijsten | 6 cm | 5 tot 8 cm | Gelijke tussenruimte laat de groep als een vlak lezen. Boven 10 cm valt de groep uiteen in losse lijstjes. |
| Aan de muur | Schilderij in een trapgat, hartlijn | 145 cm boven de neus van de trede | 140 tot 150 cm | Meet loodrecht boven de voorkant van de trede waar je staat. Dan loopt de rij lijsten mee met de trap in plaats van scheef te lijken. |
| Aan de muur | Spiegel in de hal, hartlijn | 155 cm | 150 tot 165 cm | De bovenkant moet boven het hoofd van de langste huisgenoot uitkomen, anders ziet die zijn kruin niet. |
| Aan de muur | Spiegel boven de wastafel, onderkant | 20 cm boven het blad | 15 tot 25 cm | Ruimte voor de kraan en een zeeppompje. Bij 20 cm kijk je nog recht in je gezicht in plaats van tegen je hals. |
| Aan de muur | Wandklok, hartlijn | 180 cm | 170 tot 200 cm | Boven ooghoogte en boven de meubels, zodat je hem van de andere kant van de kamer ziet en er niemand voor staat. |
| Aan de muur | Tv, midden van het scherm | 105 cm | 100 tot 115 cm | Op ooghoogte als je op de bank zit: bij een zitting van 44 cm zit je oog op ongeveer 115 cm. Boven een schouw kijk je omhoog en dat voel je na een film in je nek. |
| Aan de muur | Tv, kijkafstand | 2 keer de schermdiagonaal | 1,5 tot 2,5 keer | Een 55 inch scherm is 140 cm diagonaal, dus 2 tot 3,5 m. Bij 4K mag je dichterbij zitten omdat je de pixels niet meer ziet. |
| Aan de muur | Stopcontact, hart boven de vloer | 30 cm | 25 tot 35 cm | Gewoonte, geen norm: NEN 1010 schrijft geen hoogte voor, alleen de zones in de badkamer. Achter een dressoir zet je hem net zo goed op 15 cm, boven een werkblad juist hoog. |
| Aan de muur | Schakelaar, hart boven de vloer | 105 cm | 90 tot 110 cm | Ook een gewoonte. 105 cm is de oude Nederlandse standaard: je vindt hem in het donker met je hand op heuphoogte. Voor kinderen en vanuit een rolstoel werkt 90 tot 100 cm beter. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, onderkant | 80 cm boven het blad | 75 tot 90 cm | Laag genoeg om het blad te verlichten, hoog genoeg om iemand tegenover je aan te kijken. Bij een plafond boven 280 cm mag hij iets hoger. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, breedte | 30 cm binnen de rand van het blad | 30 tot 40 cm binnen de rand | Anders stoot je je hoofd als je langs de tafel loopt of een stoel aanschuift. |
| Licht | Hanglamp boven een kookeiland, onderkant | 75 cm boven het blad | 70 tot 85 cm | Boven een blad van 90 cm kom je dan op 165 cm, ongeveer ooghoogte. Kies dus een kap die de lamp van onderaf afschermt. Bij twee of drie lampen reken je 70 tot 90 cm hart op hart. |
| Licht | Hanglamp in de hal of boven de trap, onderkant | 210 cm boven de vloer | 200 tot 230 cm | Vrije doorloop, niemand stoot zijn hoofd. Boven een trap meet je vanaf de hoogste trede die onder de lamp ligt. |
| Licht | Wandlamp, hart | 160 cm | 150 tot 170 cm | Ooghoogte. Schijnt de lamp opzij of omhoog, dan mag hij lager hangen. In een open lamp op ooghoogte kijk je recht in de bron. |
| Licht | Leeslamp naast een stoel, onderkant van de kap | 110 cm | 100 tot 125 cm | Net boven je schouder als je zit, dan valt het licht op de pagina en niet in je ogen. |
| Licht | Vloerlamp naast de bank, onderkant van de kap | 140 cm | 130 tot 150 cm | Je hoofd zit op de bank op ongeveer 130 cm. Blijft de kap daarboven, dan kijk je niet in het lampje. |
| Licht | Bedlamp aan de wand, hart | 65 cm boven de matras | 55 tot 75 cm | Op zithoogte in bed, zodat het licht op je boek valt. Meet vanaf de matras en niet vanaf de vloer, want een boxspring scheelt 20 cm. |
| Licht | Spiegellamp badkamer, twee lampen naast de spiegel | 160 cm hart | 155 tot 170 cm | Licht van de zijkant geeft geen schaduw onder je ogen en je kin. Een enkele lamp boven de spiegel doet dat wel. |
| Licht | Inbouwspot, afstand tot de wand | 70 cm | 60 tot 90 cm | Dichterbij krijg je een felle boog op het stucwerk, verder weg blijft de wand donker. Onderling 100 tot 150 cm, afhankelijk van de stralingshoek. |
| Licht | Buitenlamp naast de voordeur, hart | 190 cm | 170 tot 210 cm | Boven je hoofd, zodat je niet in de lamp kijkt terwijl je het slot zoekt. Op ooghoogte ben je juist blind. |
| Keuken | Aanrecht, hoogte bovenkant blad | 90 cm | 85 tot 95 cm | De Nederlandse standaard: onderkast, verstelbare poten en een blad van 3 tot 4 cm samen. Vuistregel: ellebooghoogte min 10 tot 15 cm, dus ben je langer dan 1,85 m, draai de poten dan uit. |
| Keuken | Werkblad, diepte | 60 cm | 57 tot 65 cm | Kookplaten en spoelbakken zijn op 60 cm gemaakt. Een diep blad van 70 cm geeft ruimte achter de kookplaat, maar je reikt verder naar de bovenkastjes. |
| Keuken | Bovenkastjes, onderkant boven het werkblad | 55 cm | 50 tot 60 cm | Onder 50 cm past je keukenmachine er niet onder en sta je met je hoofd tegen de deur. Boven 60 cm kom je niet bij het bovenste schap. |
| Keuken | Bovenkastjes, diepte | 35 cm | 32 tot 40 cm | Ondieper dan het werkblad, zodat je er niet tegenaan stoot als je over het blad buigt om te snijden. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaskookplaat, onderkant | 70 cm | 65 tot 75 cm | De vlam en de hete lucht moeten weg kunnen: onder 65 cm boven de pannendrager wordt het vetfilter te heet. Houd altijd de minimummaat uit de handleiding aan, dat is een eis van de fabrikant. |
| Keuken | Afzuigkap boven inductie, onderkant | 60 cm | 55 tot 65 cm | Geen vlam, dus hij mag lager, en lager hangen vangt meer damp. Ook hier is de handleiding leidend, want die maat hoort bij het apparaat. |
| Keuken | Kookeiland, loopruimte rondom | 120 cm | 100 tot 150 cm | Bij 100 cm kun je de vaatwasser openen en er nog langs. Bij 120 cm passeren twee mensen elkaar terwijl er een lade open staat. |
| Keuken | Twee keukenrijen tegenover elkaar, afstand | 120 cm | 110 tot 140 cm | Een ovendeur en een lade die tegenover elkaar open staan hebben allebei ongeveer 60 cm nodig. |
| Keuken | Oven op werkhoogte, bodem van de ovenruimte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Je tilt een hete bakplaat er recht uit in plaats van gebogen. Boven 100 cm til je een schaal boven je middel en zie je niet meer wat erin staat. |
| Keuken | Vaatwasser, nismaat | 60 cm breed, 82 cm hoog | 60 tot 60,5 cm breed | Een onderbouwmodel schuift onder een blad van 90 cm. Een vrijstaand model heeft zijn eigen bovenblad en is ongeveer 85 cm hoog. |
| Keuken | Inbouwkoelkast, nishoogte | 88, 122 of 178 cm | vaste maten per model | De kast volgt de nismaat, dus meet de nis en niet het apparaat. Achter en boven het apparaat moet ventilatieruimte vrij blijven. |
| Keuken | Stopcontact boven het werkblad, hart | 115 cm | 110 tot 120 cm | Dat is 20 tot 30 cm boven het blad, dus vrij van spetters en niet weggewerkt achter de waterkoker. Houd minstens 30 cm afstand tot de spoelbak. |
| Keuken | Keukenplint, hoogte | 10 cm | 10 tot 15 cm | De poten zijn verstelbaar en met de plint stel je de aanrechthoogte fijn in. De plint staat 5 cm terug, zodat je met je tenen onder het kastje kunt. |
| Trap, hal en deur | Trapleuning, hoogte | 90 cm | 80 tot 100 cm (norm) | Norm: het Bouwbesluit, sinds 2024 het Besluit bouwwerken leefomgeving, eist een leuning tussen 80 en 100 cm, gemeten vanaf de voorkant van de trede. Een leuning is verplicht als je over de trap meer dan 1 m stijgt. |
| Trap, hal en deur | Optrede, hoogte van een trede | maximaal 18,8 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw tot 22 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl, voor een woning. Oude trappen zijn vaak 20 tot 21 cm en dat mag blijven zolang je de trap niet vernieuwt. |
| Trap, hal en deur | Aantrede, diepte van een trede | minimaal 22 cm bij nieuwbouw | 22 cm is de ondergrens (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Bij een draaiende trap geldt die maat op de looplijn, dus in de punt van een kwartdraai mag de trede smaller zijn. |
| Trap, hal en deur | Trap, vuistregel voor comfortabel lopen | 2 x optrede + aantrede = 60 cm | 58 tot 64 cm | Geen norm maar een oude vuistregel. 17 op en 26 aan loopt rustig (60), 20 op en 22 aan is een gewone Nederlandse trap (62). Daarbuiten struikel je op de maat. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije breedte | 80 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 70 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Onder 80 cm krijg je een matras of een bank niet naar boven. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije hoogte erboven | 230 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 190 cm (norm) | Norm, gemeten loodrecht boven de voorkant van de trede. Bij een dichtgezette zoldertrap is dit de maat waar je tegen de balk loopt. |
| Trap, hal en deur | Vloerafscheiding langs een trapgat of vide | 100 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 90 cm (norm) | Norm: verplicht zodra het verval meer dan 1 m is. Openingen mogen niet groter zijn dan 10 cm en tussen 20 en 70 cm boven de vloer mag er niets zijn waar een kind op kan klimmen. |
| Trap, hal en deur | Binnendeur, dagmaat van het kozijn | 83 x 201,5 cm | 78, 83, 88 of 93 cm breed; 201,5, 211,5 of 231,5 cm hoog | Industriestandaard, geen norm. Na montage houd je ongeveer 3 cm minder vrije doorgang over, dus voor een rolstoel of rollator kies je een blad van 93 cm. |
| Trap, hal en deur | Deurkruk, hoogte | 100 cm | 95 tot 105 cm | Gewoonte: het slot zit in een standaardkozijn op die hoogte. Verplaatsen kan alleen als je het slotgat in het blad meeverhuist. |
| Trap, hal en deur | Kapstok, hoogte van de haken | 170 cm | 160 tot 180 cm | Een lange jas hangt ongeveer 100 cm af, dus op 170 cm blijft hij vrij van de vloer. Een kinderkapstok komt op 110 tot 120 cm. |
| Trap, hal en deur | Hal, vrije loopruimte | 100 cm | 90 tot 120 cm | Onder 90 cm kun je niet met twee mensen langs elkaar en past er geen kinderwagen naast de kapstok. |
| Trap, hal en deur | Drempel, hoogte | maximaal 2 cm | 0 tot 2 cm | Boven 2 cm struikel je eroverheen en kom je er met een rollator of rolstoel niet zonder helling over. Een schuine aanloop haalt de rand eraf. |
| Slapen | Bed, bovenkant matras | 55 cm | 45 tot 65 cm | Zit je op de rand met je voeten plat op de vloer en je knieën in een hoek van 90 graden, dan is de hoogte goed. Een boxspring komt vaak op 60 tot 65 cm, een laag frame op 45. |
| Slapen | Matras, standaardmaten | 140 x 200 cm | 80, 90, 120, 140, 160 of 180 cm breed; 200 of 210 cm lang | Ben je langer dan 1,90 m, neem dan 210 cm. Twee losse matrassen van 90 x 210 vullen samen een bed van 180 x 210. |
| Slapen | Nachtkast, hoogte bovenblad | 60 cm | 55 tot 70 cm | Gelijk met of iets boven de matras, dan zet je liggend je glas neer zonder te kijken. Bij een boxspring van 65 cm hoort dus een hoge nachtkast. |
| Slapen | Loopruimte naast het bed | 70 cm | 60 tot 90 cm | 60 cm is genoeg om langs te lopen, 70 cm om het bed op te maken zonder tegen de kast te stoten. |
| Slapen | Kledingroede voor lange kleding | 160 cm | 150 tot 170 cm | Een jas of lange jurk hangt 120 tot 140 cm af, dus eronder blijft nog ruimte voor een lade of een schoenenbak. |
| Slapen | Kledingroede voor korte kleding | 100 cm | 95 tot 110 cm | Hemden en dubbelgevouwen broeken hangen 70 tot 90 cm af. Met twee roedes boven elkaar, op 100 en 195 cm, verdubbel je de hangruimte. |
| Slapen | Kast, diepte voor hangende kleding | 60 cm | 55 tot 65 cm | Een hanger is 45 cm breed en met 60 cm diepte sluit de deur zonder dat de mouwen klem zitten. Is de kast ondieper dan 55 cm, zet de roede dan in de lengte. |
| Slapen | Kast, legborddiepte voor truien en broeken | 40 cm | 35 tot 45 cm | Een opgevouwen trui is ongeveer 30 cm breed. Met 40 cm valt de stapel niet naar voren als je de deur opent. |
| Slapen | Kast, hoogste bruikbare schap | 200 cm | 190 tot 210 cm | Verder reik je niet zonder trapje. Wat boven 210 cm staat, is opslag voor koffers die je twee keer per jaar pakt. |
| Slapen | Hoogslaper, vrije hoogte boven de matras | 100 cm | 90 tot 110 cm | Genoeg om rechtop in bed te zitten. Meet van de bovenkant van de matras tot het plafond, niet tot de bodem van het bed. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, hoogte boven het kozijn | 12 cm | 10 tot 15 cm | Boven het kozijn laat het raam groter lijken en houdt de rail het gordijn uit het glas. Zit het plafond dichtbij, monteer de rail dan 5 tot 10 cm onder het plafond of direct tegen het plafond. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, uitloop naast het kozijn | 20 cm per zijde | 15 tot 25 cm | Daar staat het opzij geschoven gordijn geparkeerd, zodat het niet voor het glas blijft hangen en je het daglicht niet inlevert. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vloer | 1 cm boven de vloer | 0 tot 2 cm | Net vrij van de vloer: het sleept niet en hangt toch recht. Wil je het gordijn op de vloer laten vallen, maak het dan 5 tot 10 cm langer dan de maat tot de vloer. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vensterbank | 2 cm boven de bank | 1 tot 3 cm | Vrij van de bank, zodat het gordijn niet omkrult op de plank en de warmte van de radiator eronder langs kan. |
| Raam en gordijn | Gordijn, stofbreedte | 2 keer de railbreedte | 1,5 tot 2,5 keer | Bij 1,5 keer hangt de stof vlak, bij 2,5 keer krijg je volle plooien. Een wave-rail vraagt 2 tot 2,5 keer, anders staat de golf niet. |
| Raam en gordijn | Rolgordijn of plissé in de dag, speling | 0,5 cm per zijde | 0,3 tot 1 cm | Meet de dagmaat op drie hoogtes en neem de kleinste maat, want een kozijn staat zelden haaks. |
| Raam en gordijn | Vitrage, afstand tot het glas | 5 cm | 3 tot 10 cm | Tegen koud glas wordt de stof vochtig en krijg je vlekken. Verder naar binnen botst hij op de vensterbank of de raamkruk. |
| Raam en gordijn | Vensterbank binnen, diepte | 20 cm | 15 tot 30 cm | Volgt de dikte van de muur plus een overstek van 2 tot 3 cm. Vanaf 20 cm staat een plant er stabiel op. |
| Raam en gordijn | Vensterbank buiten, overstek | 4 cm | 3 tot 5 cm | Met een waterhol aan de onderkant. Zonder dat overstek loopt regenwater terug over de gevel en krijg je vuilstrepen onder het raam. |
| Raam en gordijn | Radiator onder het raam, onderkant | 12 cm boven de vloer | 10 tot 15 cm | Er moet lucht onderlangs kunnen, daar begint de convectie. Houd ook 3 tot 5 cm tussen radiator en wand en 10 cm vrij onder de vensterbank. |
| Werken | Bureau, hoogte blad zittend | 74 cm | 72 tot 76 cm | Je onderarmen liggen horizontaal op het blad en je schouders blijven laag. Kun je het blad niet verstellen, zet dan de stoel hoger en je voeten op een steun. |
| Werken | Zit-stabureau, stahoogte | 105 cm | 95 tot 120 cm | Ellebooghoogte staand. Vuistregel: je lichaamslengte min 75 cm, dus bij 1,80 m kom je op 105 cm. |
| Werken | Bureaustoel, zithoogte | 45 cm | 40 tot 52 cm | Voeten plat op de vloer, knieën iets lager dan je heupen. De gasveer van een bureaustoel dekt dat bereik zelf. |
| Werken | Vrije hoogte onder het bureaublad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Je bovenbenen moeten eronder passen, ook met een lade of een kabelgoot. Houd daarnaast 60 cm breed en 60 cm diep beenruimte vrij. |
| Werken | Bureaublad, diepte | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm staat het scherm op armlengte, 50 tot 80 cm van je ogen, en ligt je toetsenbord er nog voor. |
| Werken | Beeldscherm, bovenrand | op ooghoogte of iets lager | 110 tot 125 cm boven de vloer | Je kijkt dan licht naar beneden en dat is de rustpositie van je ogen. Een laptop op het blad zit ongeveer 20 cm te laag, dus zet hem op een standaard met een los toetsenbord. |
| Werken | Toetsenbord, afstand tot de bladrand | 10 cm | 8 tot 15 cm | Daar rusten je handpalmen. Zonder die strook hangen je armen in de lucht en trekt het in je schouders. |
| Werken | Wandplank boven het bureau, onderkant | 45 cm boven het blad | 40 tot 60 cm | Een A4-ordner is 32 cm hoog, dus die past er nog onder, en je stoot je hoofd niet als je opstaat. |
| Werken | Boekenschap, diepte | 25 cm | 20 tot 30 cm | Een pocket is 12 cm diep, een gebonden boek 16 tot 20 cm. Bij 25 cm staan ze allemaal binnen de rand. |
| Werken | Boekenschap, overspanning zonder steun | 80 cm | 70 tot 90 cm | Boeken wegen al snel 25 kg per meter schap. Bij 18 mm plaatmateriaal blijf je onder 80 cm, anders zakt het schap zichtbaar door. |
| Keuken | Schap voor borden, diepte | 32 cm | 30 tot 35 cm | Een plat bord is 26 tot 28 cm in doorsnee. Met 32 cm houd je een vinger ruimte om de stapel te pakken zonder te schuiven. |
| Badkamer | Wastafel, bovenkant | 85 cm | 80 tot 95 cm | Vuistregel: heuphoogte, dan buig je niet voorover om je handen te wassen. Gebruiken kinderen de wastafel, dan is 80 cm prettiger. |
| Badkamer | Opzetkom, hoogte van het meubel | 75 cm | 70 tot 80 cm | Tel de kom van 10 tot 15 cm erbij op, dan komt de bovenrand op 85 tot 95 cm. Vergeet die optelsom en je wast je handen op keukenhoogte. |
| Badkamer | Handdoekhaak naast de wastafel | 140 cm | 120 tot 160 cm | Binnen handbereik met natte handen, dus naast de wastafel en niet aan de andere kant van de ruimte. |
| Badkamer | Handdoekradiator, onderkant | 20 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Daar zitten de aansluitingen en je kunt eronder dweilen. Hang de bovenkant niet hoger dan 180 cm, anders kom je niet bij de handdoek. Een smalle handdoekradiator geeft weinig vermogen, dus reken hem niet als enige verwarming. |
| Badkamer | Douchekraan, hart | 100 cm | 95 tot 110 cm | Heuphoogte, zodat je de kraan kunt bedienen zonder onder de koude straal te gaan staan. |
| Badkamer | Badkraan, hart | 65 cm | 60 tot 75 cm | Ongeveer 20 cm boven de badrand, dan kun je bijmengen terwijl je in bad zit. |
| Badkamer | Regendouchekop | 210 cm | 200 tot 225 cm | Minstens 20 cm boven het hoofd van de langste gebruiker, want je staat er recht onder. Bij een schuin dak meet je op het punt waar je echt staat. |
| Badkamer | Handdouche aan een glijstang, bovenste stand | 190 cm | 180 tot 200 cm | De stang is 60 tot 90 cm lang, dus de onderste stand komt rond 110 cm. Daarmee spoel je het bad, een kind of de hond af. |
| Badkamer | Toilet, zithoogte | 40 cm | 38 tot 48 cm | Standaard is 40 cm. Een verhoogd toilet van 45 tot 48 cm zit op stoelhoogte en daar sta je makkelijker van op. Bij een hangend toilet bepaal je de hoogte zelf met het inbouwframe. |
| Badkamer | Toilet, vrije ruimte voor de pot | 60 cm | 55 tot 70 cm | Daar staan je knieën en voeten. Zijwaarts wil je 80 cm breedte, anders zit je met je schouder tegen de muur. |
| Badkamer | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 75 cm hoog; 20 tot 30 cm voor de voorkant van de pot | Zittend pak je de rol zo zonder te draaien. Hang je hem naast of achter je, dan verdraai je je rug elke keer. |
| Badkamer | Fonteintje in het toilet, bovenkant | 85 cm | 80 tot 90 cm | Dezelfde hoogte als een wastafel. Let op de draairichting van de deur, want een fonteintje van 40 cm breed vraagt een vrije hoek. |
| Badkamer | Stopcontact in de badkamer | buiten 60 cm van bad of douche | norm, geen gewoonte | NEN 1010 verdeelt de badkamer in zones: binnen 60 cm van de rand van een bad of douche mag geen wandcontactdoos. Alle wandcontactdozen moeten achter een aardlekschakelaar van 30 mA. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nalopen voordat het beeldje zijn plek krijgt
Uit de praktijk
Het beeldje wordt donker precies waar je het vastpakt
Het symptoom is een donkere plek op de kop, de rug of de rand van de voet, precies waar een hand het stuk optilt. Welke oorzaak erachter zit, lees je af aan de rand van die plek.
Loopt de verkleuring zacht uit en is het hele stuk van messing of brons, dan is het aanslag door huidvet en zweet, en die poets je met koperpoets weg. Heeft de plek een scherpe rand met eromheen een gelijkmatige glans, dan is de lak doorgesleten en loopt het messing daaronder aan; poetsen maakt de kale plek dan alleen groter.
Is de plek grijs, zilverachtig of wit in plaats van donker, dan is een goudlaag doorgesleten tot de onderlaag of de kunststof kern. Dat is niet te poetsen en alleen bij te werken met goudpasta, en wie het stuk voortaan bij de voet optilt, voorkomt dat de plek groeit.
Het beeld glanst in de winkel en staat thuis grauw
Een gouden beeld dat in de winkel straalde en thuis vlak en geelgrijs oogt, is niet veranderd. Het staat in ander licht en weerspiegelt een andere omgeving.
In een winkel valt het licht meestal uit smalle spots van boven en opzij, met een rustige of donkere omgeving erachter. Thuis komt het licht diffuus van een raam en een plafondlamp, en dan weerspiegelt een glanzend oppervlak vooral witte muren en een wit plafond, met blauwig daglicht erbij dat goud slecht terugkaatst.
De meetbare correctie: één spot van 2700 tot 3000 K en Ra 90 op ongeveer 30 graden van de loodlijn, een matte donkere achtergrond die aan weerszijden minstens de breedte van het beeld uitsteekt, en het stuk uit de lijn van het raam. Helpt dat onvoldoende, dan past een geborstelde of antieke afwerking beter bij de kamer dan hoogglans.
Veelgemaakte fouten
Metaalpoets gebruiken op alles wat goud oogt
Metaalpoets bevat schuurmiddel en is gemaakt voor massief metaal dat je terug wilt brengen tot kaal. Op gelakt messing, verguld zinkgietwerk, bladgoud en goudlak schuurt het in een paar halen door de laag heen.
Stel daarom eerst vast wat je in handen hebt. Blijkt het ongelakt messing of brons, dan mag poetsen; bij elke andere afwerking blijft het bij een kwast en een droge doek.
Een hoogglanzend beeldje tegen een witte wand zetten
Hoogglans goud heeft weinig eigen kleur en toont vooral wat het weerspiegelt. Tegen een witte wand onder een wit plafond is dat wit, en dan staat er een bleekgeel stuk zonder lichtrand.
Zet het tegen een matte donkere achtergrond, al is het maar een kastachterwand of een paneel van 40 bij 60 cm. Blijft de wand wit, kies dan mat of geborsteld goud, dat zijn kleur zelf meebrengt.
Een beeldje met goudlak in de zonvlek zetten
Ultraviolet breekt het bindmiddel in lak af, en dat zie je aan vergeling en een doffere glans. Op een vensterbank op het zuiden of westen gebeurt dat aan de raamzijde het eerst, zodat het beeldje na verloop van tijd aan twee kanten een andere kleur heeft.
Messing en brons verdragen de zon wel. Zet goudlak en polyresin waar de zon niet rechtstreeks komt, of filter het licht met vitrage of zonwering.
Eén gouden stuk als enige metaal in de kamer laten staan
Een materiaal dat maar op één plek voorkomt, leest als toeval. Een gouden beeldje dat verder nergens terugkomt, trekt de blik naar zich toe zonder dat het oog een verband vindt met de rest van de kamer.
Laat goud of messing op twee of drie plekken in hetzelfde zichtveld terugkomen, bijvoorbeeld in een lijst, een lampvoet of een paar grepen. Dan leest het beeldje als deel van een lijn en niet als los voorwerp.
De drie aapjes verspreid over een plank zetten
De set vertelt alleen iets zolang de drie gebaren naast elkaar staan. Met 20 cm of meer tussen de figuren leest het oog drie losse aapjes en verdwijnt de zin die ze samen vormen.
Houd 2 tot 5 cm tussen de figuren, zet ze in de volgorde van de zin en geef de set als geheel lucht aan weerszijden in plaats van de figuren onderling.
Een hoog en smal beeld op de voorrand van een plank zetten
Een smal beeld kantelt zodra het zwaartepunt voorbij de rand van de voet schuift, en op de voorrand is daar een stoot of een mouw genoeg voor. Op een zwevende plank vergroot het gewicht vooraan bovendien de hefboom op de bevestiging.
Zet zulke stukken minstens 5 cm van de rand, met het zwaartepunt richting wand, en leg een ring museumwas onder de voet.
Veelgestelde vragen
Zijn gouden beeldjes van echt goud?
Bijna nooit. De meeste gouden beeldjes zijn van messing of brons, van zinkgietwerk met een dun laagje goud, of van polyresin met goudkleurige lak. Echt goud kom je vooral tegen als bladgoud op hout of gips, en dan gaat het om een laag van ongeveer een tienduizendste millimeter.
Dat verschil telt bij het onderhoud. Echt goud verkleurt niet maar slijt bij de minste schuurbeweging, messing kleurt donker maar is terug te poetsen, en goudlak is na een kras niet meer gelijk te krijgen.
Hoe zie je of een gouden beeldje van messing is?
Messing is ruim acht keer zo zwaar als water en een magneet blijft er niet aan hangen. Het blijft seconden lang koud in je hand en geeft bij een tik met je nagel een heldere metalen klank.
Kijk daarna naar de onderkant. Daar is messing vaak ongelakt en al wat donker aangelopen, terwijl polyresin een gietnaad, vilt of een holle kern laat zien. Is een stuk zwaar en blijft er wel een magneet aan plakken, dan zit er een ijzeren kern onder een goudlaag.
Wat is de betekenis van de beeldjes horen, zien en zwijgen?
De drie aapjes staan voor het niet horen, niet zien en niet zeggen van kwaad: de een houdt zijn handen op zijn oren, de tweede voor zijn ogen en de derde voor zijn mond. De set komt uit Japan, en de uitleg loopt twee kanten op, van je verre houden van kwaad tot er bewust van wegkijken.
Waar die twee lezingen vandaan komen, lees je in de volledige uitleg over horen, zien en zwijgen.
In welke volgorde zet je horen zien en zwijgen beeldjes neer?
In de volgorde van de zin, van links naar rechts gezien vanaf de kant waar je kijkt: eerst het aapje met de handen op de oren, dan dat met de handen voor de ogen, dan dat met de handen voor de mond. Zeg je zelf liever zien, horen, zwijgen, zet ze dan in die volgorde, want het gaat erom dat de rij de zin volgt.
Houd 2 tot 5 cm tussen de figuren en laat links en rechts minstens 15 cm vrij als de set los op een plank staat.
Welke muurkleur past bij gouden beeldjes als decoratie?
Goud komt het sterkst uit tegen een matte donkere wand die in kleur verschilt: inktblauw, petrolblauw of aubergine. Die kleuren liggen tegenover geel op het kleurenwiel en zijn veel donkerder dan goud, dus het silhouet krijgt een lichtrand.
Mosgroen, flessengroen en antraciet werken rustiger. Tegen okergeel en zandbeige valt goud weg, en tegen wit wordt hoogglans goud bleek omdat het vooral die witte wand weerspiegelt; kies daar mat of geborsteld goud.
Welke lamp laat een gouden beeldje het mooist uitkomen?
Een spot met een smalle bundel van 15 tot 25 graden, 2700 tot 3000 K en Ra 90 of hoger, gericht onder ongeveer 30 graden van de loodlijn. Warm licht bevat veel rood en geel, en dat kaatst goud bijna volledig terug.
Bij een plafond van 260 cm en een beeld op 120 cm komt de spot ongeveer 80 cm voor het beeld te hangen, zodat de weerkaatsing naar de vloer wegschiet in plaats van in je ogen. Houd binnen hetzelfde zichtveld één kleurtemperatuur aan, anders oogt het goud onder de ene lamp oranje en onder de andere groenig.
Hoe maak je een gouden beeldje schoon zonder de goudlaag te beschadigen?
Begin met een zachte kwast of een blaasbalgje, want stof bevat harde deeltjes die in glanzende lak krassen trekken. Neem daarna een droge microvezeldoek, en gebruik geen allesreiniger, alcohol of metaalpoets.
Alleen ongelakt messing en brons mag je poetsen, en dan haal je bewust de patina weg. Echt bladgoud raak je met niets anders aan dan een kwast, omdat de lijmlaag eronder van vocht loslaat.
Verkleurt een goudkleurig beeldje in de zon?
Dat hangt af van de afwerking. Goudkleurige lak op polyresin vergeelt onder het ultraviolet in direct zonlicht en wordt doffer, dus zo'n stuk hoort niet in de zonvlek op een vensterbank op het zuiden of westen.
Messing en brons verkleuren door lucht en vocht en niet door de zon, en lopen overal gelijkmatig aan. Echt bladgoud en een PVD-laag houden hun kleur, al kan de vernis over imitatiebladgoud in de zon wel vergelen.
Hoe groot moet een gouden beeldje zijn voor een dressoir?
Op een dressoir van 80 cm werkt een hoogste stuk van 30 tot 45 cm, zodat de bovenkant op 110 tot 125 cm uitkomt. Maak er liefst een groep van twee of drie van, met het tweede stuk rond twee derde en het derde rond de helft van het hoogste, en 5 tot 8 cm ertussen.
Hangt er iets boven het dressoir, dan hoort de onderrand daarvan 20 tot 30 cm boven het blad. Die en andere hoogtes kun je voor dressoir, bank en wand opzoeken.
Kun je goud combineren met zilver, chroom of zwart metaal?
Dat kan, zolang elk metaal meer dan één keer terugkomt. Eén goudkleurig beeldje tussen chroom en rvs leest als een vergissing, terwijl hetzelfde goud op twee of drie plekken in hetzelfde zichtveld leest als een gekozen lijn.
Zwart metaal is de makkelijkste partner, omdat het nauwelijks glans heeft en goud er het lichtste punt naast wordt. Tussen goud en zilver maakt het licht het verschil: zilver neemt de kleur van de lamp over en oogt onder 2700 K warm grijs, bij daglicht blauwig naast een geler goud.
Kun je een kras of kale plek op een gouden beeldje herstellen?
Op goudkleurige lak en op galvanisch verguld metaal werk je een kras bij met goudpasta op wasbasis, die je inwrijft en na het drogen oppoetst. De tint klopt zelden precies, dus probeer eerst aan de onderkant, en reken erop dat een bijgewerkte plek op hoogglans iets matter blijft.
Ongelakt messing en brons poets je gewoon terug. Echt bladgoud herstel je niet met pasta of verf, want dat maakt een latere restauratie door een vergulder lastiger.
Hoe voorkom je dat een gouden beeldje omvalt?
Kijk naar de verhouding tussen hoogte en voet. Een gelijkmatige vorm die drie keer zo hoog is als zijn voet breed, kantelt al bij een helling van ongeveer 18 graden, en een smalle vorm met een zware kop nog eerder.
Zet zulke stukken op een vlak waar niemand langs strijkt, minstens 5 cm van de rand en met een ring museumwas onder de voet. Op een zwevende plank hoort het zwaartepunt tegen de wand, omdat de plank daar draagt.
Wanneer je beter een vakman belt
Echt bladgoud op een oud houten of gipsen beeld herstel je niet zelf. Het goud ligt meestal op een lijmlaag die met water oplost, en bijwerken met goudpasta of verf maakt een latere restauratie door een vergulder of restaurator lastiger.
Hetzelfde geldt voor antieke bronzen met een goudlaag. Vuurverguld brons is met kwik verguld en kan daar nog resten van bevatten, dus schuren, verhitten of werken met oplosmiddel laat je aan een restaurator over.