Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Kamer inrichten: de indeling, de maten en de stijl

3 gidsen 18 minuten lezen
Houten eettafel met vier groene stoelen en een hanglamp in een lichte woonkamer.

Elke ruimte inrichten begint bij de maat die de rest vastlegt: binnen is dat de kortste wandmaat, buiten de diepte onder het dak, op een balkon de doorloop die overblijft en achter een bar de werkgang. Pas als die maat bekend is, heeft een keuze voor een stijl zin. Op deze pagina staan de maten die in elke ruimte terugkomen, wat er per diepte onder een overkapping past, hoe elf inrichtingsstijlen zich van elkaar onderscheiden en waarom een grijs interieur koud blijft zolang je alleen accessoires verwisselt.

Alle gidsen over kamer inrichten

Kamer inrichten

Een kamer richt je laag voor laag in: eerst wat vast zit, dan de looproutes, dan de functies, dan het…

Zelf huis ontwerpen

Zelf je huis ontwerpen gaat van buiten naar binnen: eerst de bestaande tekening en je eigen metingen, dan wat vastligt…

Luxe inrichting

Een luxe inrichting herken je aan dingen die je kunt meten: lege vloer rond de meubels, lijnen die van vloer…

Elke ruimte vraagt eerst om één maat

Een ruimte inrichten begint niet bij een stijl maar bij de maat die al het andere vastlegt. In een woonkamer is dat de kortste wandmaat, onder een overkapping de strook die droog blijft, op een balkon de doorloop die overblijft als het meubel er staat, en achter een bar de gang waarin twee mensen elkaar passeren.

Zoek die maat als eerste op, dan weet je meteen wat er nog kan. De volgorde daarna is overal gelijk: eerst wat vast zit, dan de looproutes, dan de functies, dan het grootste meubel, en als laatste licht en kleur. Hoe dat binnen uitpakt staat stap voor stap bij het inrichten van een kamer van leeg tot af, en het overzicht van alle manieren van inrichten en stijl laat zien welke kant je daarna op kunt.

Wat de ruimtes hieronder van elkaar onderscheidt is niet hun oppervlakte maar hun vorm en hun grens. Een balkon van 3 m² en een hal van 3 m² vragen allebei om een doorloop, maar op het balkon zit die grens aan het hek en in de hal aan de deur die opengaat.

Lees de tabel van links naar rechts als je weet welke ruimte je aanpakt, en van rechts naar links als je vastloopt. Staat je probleem in de laatste kolom, dan ligt de oorzaak in de tweede.

De ruimteDe maat die de indeling bepaaltWaar je begint
Woonkamer van 20 tot 40 m²De kortste wandmaat, gemeten bij de vloer en bij het plafondBij de hoofdroute van 90 cm tussen de deur en de tuindeuren
Langwerpige kamer of loftDe verhouding tussen lengte en breedteBij de vraag of er twee zones achter elkaar passen of maar één
Hal of gangDe vrije doorloop, 90 cm krap en 120 cm ruimBij wat er langs één wand mag, en dat is niets dieper dan 35 cm
Veranda of overkappingDe diepte onder het dak, en daarbinnen de strook die bij regen droog blijftBij de zijde waar de wind en de regen vandaan komen
Balkon of patioDe diepte, niet het aantal vierkante metersBij de doorloop die overblijft zodra het meubel er staat
TuinHet hoogteverschil en de plek van de avondzonBij het terras, want dat is het enige deel met een vaste maat
KlaslokaalDe afstand tot het bord en de nagalm van de ruimteBij de plek van de leerkracht en de eerste rij tafels
Bar in de horecaDe werkgang achter de tap, 90 tot 120 cmBij de volgorde koelen, tappen, spoelen en afrekenen

De maten die in elke ruimte terugkomen

Een deel van de maatvoering hangt niet aan de ruimte maar aan het lichaam, en die maten veranderen dus niet als je van een woonkamer naar een veranda of een bar loopt. Je schouders zijn overal even breed, je bovenbenen even lang, en je ogen zitten staand op ongeveer 145 cm.

De rolmaat ligt langs de vloer bij de deuropening
De rolmaat ligt langs de vloer bij de deuropening. Zo neem je ook de doorgang mee bij het opmeten van de kamer.

Daarom komen dezelfde getallen steeds terug. Een doorgang van 60 cm dwing je om je schouders te draaien, bij 80 cm loop je er recht doorheen, en op een hoofdroute waar twee mensen elkaar passeren wil je 120 cm. Een blad om aan te zitten staat op 75 cm, een blad om aan te werken op 90 cm, en een blad om staand tegenaan te leunen op 105 tot 110 cm.

De tabel hieronder is de kortste versie daarvan. Wat er per meubel bij komt, zoals de diepte van een bank of de vloer die een eethoek opeist, reken je uit in de kamerplanner met je eigen wandmaten erin.

Twee rijen zijn geen vuistregel maar een eis. De hoogte van een vloerafscheiding staat in het Besluit bouwwerken leefomgeving, en de beveiliging van een stopcontact buiten in NEN 1010. De rest is gewoonte, en daar mag je van afwijken zolang je weet waarom die maat er stond.

Wat je meetDe maat die werktWaarom juist die maat
Hoofdroute door een ruimte90 cm, en 120 cm waar twee mensen elkaar passerenBij 90 cm kom je erlangs met een wasmand of een dienblad in je handen
Doorgang tussen twee meubels60 cm krap, 80 cm comfortabelBij 60 cm draai je je schouders, bij 80 cm loop je er recht doorheen
Achter een stoel om op te staan75 cm, en 100 cm om er ook achterlangs te lopenDe stoel is 50 tot 60 cm diep en gaat 25 cm achteruit voordat je opstaat
Breedte per persoon aan een tafel of aan de bar60 cmEen placemat is 45 cm breed, de rest is ruimte voor je ellebogen en je glas
Verschil tussen zitting en blad28 tot 32 cmDaar passen je bovenbenen; bij een blad van 75 cm hoort dus een zitting van 45 cm
Werkhoogte om staand te snijden of te schenken90 cmEllebooghoogte min 10 tot 15 cm, dezelfde maat als een aanrecht
Blad om staand tegenaan te leunen105 tot 110 cmHoger en je schouders gaan omhoog; de kruk blijft 25 tot 30 cm lager
Hanglamp boven een blad80 cm boven het bladLaag genoeg voor licht op het blad, hoog genoeg om elkaar aan te kijken
Hartlijn van wat je ophangt145 cmOoghoogte van wie staat; boven een bank schuift die lijn naar 150 tot 165 cm
Vloerafscheiding langs een balkon, vide of trapgat100 cm bij nieuwbouw, 90 cm in bestaande bouwNorm uit het Besluit bouwwerken leefomgeving, verplicht zodra het verval meer dan 1 m is
Stopcontact buiten of onder een overkappingIP44 of hoger, achter een aardlekschakelaar van 30 mABuiten komt er water bij, en NEN 1010 stelt die beveiliging verplicht

Een veranda of overkapping inrichten

Een veranda inrichten wijkt op één punt af van een kamer: er zijn geen wanden, dus regen, wind en zon bepalen mee waar een meubel kan staan. De droge strook is smaller dan het dak. Regen die met de wind mee onder 45 graden binnenkomt, valt vanaf een dakrand op 250 cm hoogte pas 250 cm verder op de vloer. Komt het van de open zijde, dan blijft onder een dak van 300 cm diep alleen de laatste 50 cm tegen de gevel echt droog.

Daarom staat het kwetsbaarste deel van de inrichting altijd tegen het huis: de bank met kussens, de kast, de bar, het stopcontact. Wat tegen water kan, mag naar voren.

De tweede vraag is de diepte. Een overkapping wordt vaak op de dakplaat gekocht en niet op wat eronder past, terwijl een eettafel van 90 cm diep met stoelen aan beide zijden al 240 cm vraagt en er dan nog geen doorloop is.

Een overkapping industrieel inrichten is vooral een keuze in materiaal en niet in indeling: stalen staanders met een zichtbare boutverbinding, een dak van staal of polycarbonaat, een blad van steigerhout of beton en verlichting met een open kap. Zwart staal buiten heeft wel een thermisch verzinkte of gepoedercoate laag nodig, want een kras tot op het staal roest binnen een seizoen door en die roestdruppel tekent zich af op de bestrating eronder.

Zet je er glas en een deur in, dan verandert de veranda in een tuinkamer en gelden binnenmaten. Voor een tuinkamer interieur dat als verlengde van de woonkamer leest, laat je de vloer doorlopen en houd je de drempel onder 2 cm; een hogere drempel knipt de twee ruimtes optisch in tweeën.

Diepte onder het dakWat erin pastWaar je op let
200 cmEen zitbank van 70 cm diep tegen de gevel met een bijzettafel ervoor, en 100 cm doorloopBij regen uit de open zijde blijft hier vrijwel niets droog
250 cmEen eettafel van 90 cm diep met 75 cm achter de stoelen aan één zijdeAchterlangs lopen kan niet meer, dus zet de tafel met de korte zijde naar de tuin
300 cmDezelfde tafel met 90 cm achter de stoelen aan beide zijden, of een loungebank van 85 cm diep met salontafelDe kamer achter de pui verliest merkbaar daglicht; houd de onderzijde van het dak licht van kleur
350 cmEen eethoek plus een doorloop van 100 cm langs de open zijdeHier past een bar van 60 cm diep tegen de gevel zonder dat de route knelt
400 cm en dieperTwee zones achter elkaar: eten bij de gevel, zitten aan de tuinzijdeEen doorzichtige dakplaat of een lichtstraat boven de achterste strook haalt een deel van het verloren daglicht terug

Een bar onder de overkapping of in de horeca

Een bar is een werkplek en een zitplek tegelijk, met een blad tussen degene die schenkt en degene die zit. Daardoor hangt de indeling niet aan de vorm maar aan de volgorde van het werk: koelen, tappen, spoelen, afrekenen. Leg die vier op een rij en de looplijnen kruisen elkaar niet meer.

Bij een inrichting van een overkapping met bar geldt dezelfde volgorde, alleen zijn de aantallen kleiner. Een blad van 220 cm biedt plaats aan drie krukken van 60 cm, met achter de bar 90 cm werkgang. Wil je met twee mensen achter de bar staan, dan is 120 cm de maat, want een openstaande koelkastdeur van 60 cm laat van die 90 cm niets over.

De hoogtes liggen vast omdat ze aan het lichaam hangen. Het blad aan de gastzijde staat op 105 tot 110 cm, het werkblad erachter op 90 cm, en dat verschil van 15 tot 20 cm is precies wat de vuile glazen en de bonnen uit het zicht houdt.

Een bar interieur in de horeca heeft daarnaast eisen die niets met smaak te maken hebben. Voor een zaak waar alcohol wordt geschonken stelt de Alcoholwet eisen aan de ruimte zelf: een horecalokaliteit moet ten minste 35 m² groot zijn, een hoogte van minstens 2,40 m hebben en mechanisch geventileerd worden. Vraag de actuele eisen en de vergunningen na bij de gemeente voordat de indeling vastligt, want ze bepalen mee hoeveel vloer er voor gasten overblijft.

Bij een buitenbar is de winter de maat die telt. Leidingwater dat onder de overkapping blijft staan vriest, dus leg de aanvoer met afschot naar een aftappunt en zet er een afsluiter binnen bij.

Onderdeel van de barMaatWaarom die maat
Blad aan de gastzijde105 tot 110 cmStaand leun je er met je onderarmen op; boven 110 cm gaan je schouders omhoog
Werkblad achter de bar90 cmAanrechthoogte, want hier wordt gesneden, geschonken en gespoeld
Hoogteverschil tussen front en werkblad15 tot 20 cmHet opstaande front houdt flessen, bonnen en vuile glazen uit het zicht
Overstek van het blad voor je knieën25 cmZonder overstek zitten je knieën tegen het kastje; boven 30 cm moet het blad onderstut worden
Zithoogte van de barkruk78 cm bij een blad van 105 cmHet verschil tussen zitting en blad blijft 25 tot 30 cm
Breedte per gast aan de bar60 cmOnder 55 cm zitten de gasten schouder aan schouder
Diepte van het blad40 cm voor een bord en een glas, 60 cm om er ook op te werkenBij 40 cm past er een bord met een glas ernaast en verder niets
Werkgang achter de bar90 cm voor één persoon, 120 cm als er iemand langs moetEen open koelkastdeur neemt 60 cm van die gang af
Reikafstand vanaf de tapplek60 cmAlles wat per bestelling nodig is blijft binnen één armlengte: glazen, ijs, spoelbak
Ventilatie rond een onderbouwkoeling10 cm vrij rondomEen koelunit blaast zijn warmte opzij weg en slaat af als die warmte blijft hangen
Verlichting4000 K boven het werkblad, 2700 K aan de gastzijdeOp het werkblad moet je kleur en vuil zien, aan de gastzijde wil je weinig contrast

Balkon, patio en een tuin met hoogteverschil

Op een balkon telt de diepte en niet de oppervlakte. Een eetstoel is 50 cm diep en gaat 25 cm achteruit voordat je opstaat, dus op een balkon van 110 cm diep blijft er naast die stoel 35 cm over en is de doorloop dicht. Een hoekbank van 60 cm diep beweegt helemaal niet naar achteren, en in één hoek gezet laat die de hele strook bij de deur vrij.

Dat is de hele truc van een mini balkon inrichten: kies meubels die niet naar achteren bewegen. Een klaptafel aan het hek, een bank met opbergruimte eronder en krukken zonder rugleuning kosten alle drie minder vloer dan hetzelfde zitje met losse stoelen.

De tape markeert de buitenmaat van een bank
De tape markeert de buitenmaat van een bank. Je kunt zo eerst kijken hoeveel vloer er voor de doorgang overblijft.

Let bij het hek op twee dingen. De vloerafscheiding is 100 cm hoog bij nieuwbouw en 90 cm in bestaande bouw, en tussen 20 en 70 cm boven de vloer mag er niets zitten waar een kind op kan klimmen. Een plantenbak op die hoogte aan de binnenzijde maakt van het hek een trap.

Een patio inrichten is een som met schaduw. De schaduw van een muur is zijn hoogte gedeeld door de tangens van de zonshoogte. Een muur van 300 cm geeft bij een zon van 30 graden dus een schaduw van ruim 5 m, en bij een zon van 60 graden nog maar 1,7 m. In een patio tuin van 4 bij 4 m met muren rondom valt de zon daardoor alleen rond het middaguur in de zomer op de vloer. De rest van het jaar komt hij vrijwel alleen op de bovenste helft van de muren.

Wie zijn eigen tuin gaat ontwerpen, begint bij het terras en niet bij de beplanting, want dat is het enige deel met een harde maat. Een tafel voor zes vraagt 180 bij 240 cm en met een doorloop erlangs kom je op een terras van ongeveer 400 bij 300 cm. Paden houd je op 100 tot 120 cm, zodat twee mensen naast elkaar lopen en een kruiwagen erdoor kan. Een balkon, een patio of een terras op schaal natekenen met de loopruimtes erbij werkt daarbij net zo goed als binnen.

Bij een aflopende tuin inrichten vang je het hoogteverschil op in twee of drie vlakke vlakken in plaats van in één helling. Buitentreden lopen flauwer dan binnen: een optrede van 15 cm met een aantrede van 35 cm loopt rustig. De vuistregel van twee keer de optrede plus de aantrede komt daarmee op 65 cm uit, iets ruimer dan de 60 cm die binnen gangbaar is. Een talud zonder keerwand houdt het tot ongeveer 1 op 3; wordt het steiler, dan hoort er een keermuur. Boven 1 m hoogte hoort daar een berekening onder en vraag je bij de gemeente na wat er nodig is.

Elf stijlen en waaraan je ze herkent

Een stijl is geen smaakoordeel maar een verzameling keuzes in materiaal, kleur en lijn. Zodra je die drie kunt benoemen, weet je ook of een stijl in jouw huis kan: een lambrisering vraagt hoogte, een loft vraagt ruwbouw die er al is, en een brocante inrichting vraagt stukken die echt geleefd hebben.

Wat een mooie inrichting maakt, zit vooral in herhaling. Drie materialen die terugkomen, twee of drie kleuren uit dezelfde familie en één hartlijn waarop alles hangt, doen meer dan tien losse aankopen die elk voor zich goed zijn.

De tabel hieronder zet de stijlen naast elkaar die het vaakst gezocht worden, met in de laatste kolom waar elke stijl op vastloopt. Die laatste kolom is de bruikbaarste: bijna elke stijl mislukt op dezelfde manier als de ruimte de voorwaarde niet levert.

Een stijl doorvoeren tot in het maatwerk, met inbouwkasten tot het plafond en verlichting die in de architectuur zit, vraagt een andere aanpak dan losse meubels kopen. Wat daarbij komt kijken staat bij een luxere inrichting opbouwen. Welke wandkleur bij een stijl en bij jouw lichtinval past, zoek je op bij de muurkleur per ruimte.

StijlWaaraan je hem herkentWaar hij op vastloopt
Klassiek en EngelsSymmetrie rond de schouw, paneeldeuren, lambrisering tot 90 of 100 cm, donker hout, flessengroen en bordeaux, gordijnen tot op de vloerEen klassieke inrichting vraagt hoogte: onder een plafond van 250 cm drukt de lambrisering de wand omlaag in plaats van hem te verdelen
Frans en brocanteKalkverf, geleefd hout, grijsblauw en vuilroze, losse stoelen die niet bij elkaar horen, marmer, een spiegel met een brede lijstDe kenmerken van een Frans interieur komen uit slijtage; een nieuw meubel met aangebrachte slijtage valt er direct uit
Landelijk en boerderijPlavuizen of geolied eiken, zichtbare balken, linnen, een lange tafel, gesloten kastjesDe inrichting van een boerderij leunt op grote maten, dus in een kamer van 3,5 m breed past de tafel wel maar de loopruimte niet
ChaletNaaldhout op wand en plafond, wol en schapenvacht, leer, donkere vloer, ingebouwde banken, weinig losse kleine spullenHout op alle zes de vlakken slikt licht; houd één wand en het plafond licht, anders wordt het een kist
Loft en industrieelMetselwerk in het zicht, stalen kozijnen, beton, hoge ruimte, zichtbare leidingen, weinig binnenwandenEen loft inrichten stuit op akoestiek: harde vlakken zonder binnenwanden geven een galm die je in gesprekken hoort
Strak modernGreeploze fronten, één doorlopende vloer, één materiaal per vlak, vlakke plinten, alles uit het zichtEen strakke inrichting laat niets weg te leggen, dus alles wat los ligt vraagt een dichte kast die er dan ook moet zijn
Modern warmRechte lijnen met zachte stoffen: bouclé en wol, eiken, ronde tafelbladen, kleuren uit de beige- en greigefamilieZonder één ruw of donker vlak blijft het vlak; de warmte komt van textuur en licht, niet van de kleurnaam
BotanischGroen als hoofdkleur, veel planten op verschillende hoogtes, rotan, terracotta potten, linnen gordijnenEen botanische inrichting hangt aan lichtinval; op de plek waar de planten mooi staan is het licht meestal te laag
Naturel en natuurlijkOngeverfd of geolied hout, linnen, wol, jute, kalkverf, alle kleuren uit één familieEen naturel interieur zonder contrast wordt vaag; zet er één donker vlak of één zwarte lijn tegenover
Oud herenhuisStucplafond met rozet, plinten van 15 tot 20 cm, paneeldeuren, en suite met schuifdeuren, marmeren schouwHet interieur van een oud herenhuis verdraagt geen lage meubels tegen hoge wanden; boven de bank blijft anders 150 cm leeg
Stoer en donkerDonkere tinten, leer, staal, weinig dessin, grotere zitmaten, weinig maar zware objectenEen mannen interieur wordt vaak op kleur alleen gebouwd; zonder verschil in materiaal blijft een donkere kamer plat

Wat een strakke kamer warm maakt

Een modern warm interieur is geen kleurkeuze maar een combinatie van vier dingen: de ondertoon van de grote vlakken, de kleurtemperatuur van het licht, de hoeveelheid textiel en het contrast tussen de vlakken. Verander je er maar één, dan gebeurt er weinig.

Dat verklaart waarom een grijs interieur warmer maken met kussens en een plaid meestal mislukt. Grijs komt in twee families: betongrijs heeft een blauwe ondertoon, flanelgrijs en greige hebben een beige kern. Zet je een cognackleurig kussen tegen een blauwgrijze wand, dan beoordeelt je oog die wand tegen het warme vlak ernaast en leest hij juist blauwer dan daarvoor.

De ingreep die wel werkt, zit in het grootste vlak. Een wand in greige of flanelgrijs blijft grijs, ook in een kamer op het noorden waar koel hemellicht de hele dag binnenvalt en blauwe pigmenten juist optilt. Een grijs wit interieur wordt op dezelfde manier warmer: vervang het koelste wit uit de kaart door warm wit of kalkwit, dan komen wand en eiken vloer in dezelfde familie te liggen.

Licht is het tweede deel van het antwoord. Dezelfde verf ziet er onder 2700 K anders uit dan onder 4000 K, want koel licht haalt het rode en gele pigment eruit. Houd binnen één zichtveld één kleurtemperatuur aan, anders ijkt je oog zich op het gemiddelde en lijkt de warme lamp oranje en de koele lamp blauw.

Het derde deel wordt het vaakst overgeslagen, en dat is geluid. Een kamer met een gietvloer, glas en glad stucwerk heeft een lange nagalm, waardoor stemmen scherp klinken en de ruimte als hard wordt ervaren. Een wollen kleed, gordijnen op twee keer de railbreedte en een gestoffeerde bank halen die nagalm eruit. Welke tint in jouw lichtinval standhoudt, staat per kleur uitgewerkt bij een kamer per kleur en per windrichting.

Wat de kamer koel maaktWat het omdraaitWat er dan gebeurt
Grijs met een blauwe ondertoon op alle wandenEén grijs met een beige kern, zoals greige of flanelgrijsHet grijs blijft grijs in plaats van blauw te worden, ook in een kamer op het noorden
Koel gebroken wit naast een eiken vloerWarm wit of kalkwitWand en vloer liggen in dezelfde kleurfamilie en het hout lijkt minder geel
Lampen van 4000 K in de avond2700 K in alles wat na zonsondergang aangaatHet rode en gele pigment in de verf komt terug in plaats van weggefilterd te worden
Eén lichtpunt in het midden van het plafondDrie punten per zone: hoog, op ongeveer 160 cm en laag bij het zittenDe hoeken lopen mee in het licht, waardoor de kamer groter en minder hard leest
Alleen harde vlakken: gietvloer, glas, spiegel, glad stucwerkEen wollen kleed, gordijnen op twee keer de railbreedteDe nagalm zakt, stemmen klinken lager en de ruimte voelt rustiger
Maximaal contrast tussen wit stucwerk en zwarte kozijnenEen middentoon ertussen: taupe, greige of houtHet oog springt niet meer van zwart naar wit en de kamer oogt dieper
Alles glad en gelijk van structuurEén ruw vlak: ongeschuurd hout, wol, bouclé of kalkverfMat materiaal verstrooit het licht, waardoor er geen harde glanspunten meer zijn

Botanisch en naturel beginnen bij het licht

Een botanische inrichting valt of staat bij de vraag hoeveel licht er op de plek van de plant komt, en dat is bijna altijd minder dan het lijkt. Je oog past zich aan en meet niet; de verlichtingssterkte doet dat wel.

Buiten haal je op een bewolkte dag 5.000 tot 20.000 lux. Vlak bij het glas is dat binnen nog zo'n 1.000 tot 2.000 lux. Drie meter verderop blijft er vaak niet meer dan 100 tot 300 lux over, omdat je vanaf die plek nog maar een klein stuk van de hemel ziet. Dat is de reden dat planten in de hoek achterin het langzaamst groeien en als eerste hun onderste blad laten vallen.

Zet planten daarom op de plek waar het licht is en niet op de plek waar ze mooi staan. Wil je die donkere hoek toch vullen, wissel de plant daar dan af met eentje die een paar weken bij het raam heeft gestaan.

De materialen doen het tweede deel van het werk. Rotan, jute, terracotta en linnen liggen alle vier in dezelfde warme hoek van het kleurenwiel als olijfgroen en mosgroen, en daarom houden die combinaties elkaar overeind. Een natuurlijke inrichting met koel grijsblauw ernaast trekt het geel uit het groen en laat het modderig worden.

Een naturel interieur is de kalere variant van hetzelfde idee: ongeverfd hout, wol, linnen en kalkverf, met alle kleuren uit één familie. Het risico daarvan is dat alles op elkaar gaat lijken. Eén donker vlak, een zwarte lijn of een ruw oppervlak geeft het oog een punt om aan af te lezen hoe licht de rest is.

Plek in de kamerWat het licht daar doetWat daar werkt
Direct voor een raam op het zuidenDirect zonlicht met een zonvlek die over het blad trektSoorten die volle zon verdragen, zoals vetplanten; een plant die er plotseling neerkomt verbrandt op het blad
Een meter van een raam op het zuiden of westenEen deel van de dag direct licht, de rest helder strooilichtDe meeste kamerplanten; hier groeit een plant recht omhoog in plaats van naar het raam toe
Bij een raam op het noordenConstant hemellicht zonder zonvlek, koel van kleurtemperatuurVarens en andere soorten uit de onderlaag van een bos, en wandkleuren met een warme ondertoon
Drie meter van het raamEen fractie van het licht bij het glas, want je ziet daar nog maar een klein stuk hemelWeinig soorten houden dit vol; wissel de plant hier af of hang er een lamp boven
Een hoek zonder zicht op het raamVrijwel geen daglicht, ook niet op een heldere dagGeen plant, maar een lichtpunt op ongeveer 160 cm en een kast of een kleed

Een klaslokaal voor dertig mensen tegelijk

De inrichting van scholen wijkt op één punt af van een woning: er zitten dertig mensen in een ruimte van 55 tot 60 m² en die verplaatsen zich allemaal op hetzelfde moment. Daardoor wegen doorloop, akoestiek en luchtkwaliteit zwaarder dan meubelkeuze.

Begin bij het meubilair, want dat is het enige wat aan het lichaam hangt. De maatreeks uit NEN-EN 1729 koppelt lichaamslengte aan zithoogte en tafelhoogte, binnen één basisschool lopen de maten 1 tot en met 5 door elkaar en zitten in dezelfde groep meestal twee opeenvolgende maten. Een kind op een stoel die 5 cm te hoog is, hangt met zijn voeten los en verschuift elke paar minuten.

De tweede laag is de akoestiek. Een lokaal met een harde vloer, glad plafond en veel glas heeft een nagalmtijd van ruim een seconde, waardoor de leerkracht harder gaat praten en de klas mee omhoog gaat. Met een geluidsabsorberend plafond kom je onder 0,6 seconde en zakt het stemvolume vanzelf.

De derde laag is lucht. Voor onderwijsruimtes wordt gerekend met ongeveer 8,5 dm³ per seconde per aanwezige persoon en met een CO2-waarde die onder 950 ppm blijft. Boven die waarde neemt het concentratievermogen meetbaar af, en dat zie je aan de klas eerder dan aan de meter.

Een schoolinrichting voor een basisschool die daarna nog ruimte wil hebben voor groepswerk, lost dat op met meubels die verrijdbaar zijn en met een vaste plek voor alles wat blijft staan. Houd tussen de rijen 60 cm vrij en achter een stoel 75 cm. Zet de eerste rij minstens 200 cm van het bord, want daarbinnen kijkt een kind onder een hoek waaronder hij de rand van het beeld niet meer leest.

Maat volgens NEN-EN 1729LichaamslengteZithoogteTafelhoogte
193 tot 116 cm26 cm46 cm
2108 tot 121 cm31 cm53 cm
3119 tot 142 cm35 cm59 cm
4133 tot 159 cm38 cm64 cm
5146 tot 176 cm43 cm71 cm
6159 tot 188 cm46 cm76 cm

Ruimtes op elkaar laten aansluiten

Een huis inrichten is iets anders dan tien keer een ruimte inrichten, want de kamers delen hun grenzen. De vloer die doorloopt, de zichtlijn door twee deuropeningen en de kleur die je in de hal ziet terwijl je in de woonkamer staat, doen meer voor de samenhang dan welk meubel ook.

De hal is daarin de spil, en tegelijk de ruimte met de minste maat. In een gang van 110 cm blijft er na een kapstok van 35 cm diep 75 cm doorloop over, en dat is net genoeg. Een goede halinrichting houdt alles binnen 35 cm diepte langs één wand, met de haken op 170 cm, de spiegel met zijn hartlijn op 155 cm en een opbergbank van niet meer dan 40 cm diep. De uitwerking daarvan staat bij een smalle hal met doorloop inrichten.

Een loft indeling werkt volgens dezelfde logica, alleen ontbreken de wanden. Zones maak je daar met kasten van ongeveer 200 cm hoog die aan twee kanten bruikbaar zijn, met een vloerkleed dat de zithoek begrenst en met licht dat per zone apart aan kan. Houd langs de raamzijde een doorloop van 120 cm vrij, anders wordt de mooiste strook van de ruimte een gang.

Een huis met een U-vormige plattegrond heeft één plek waar alles samenkomt, en dat is de binnenhoek. Die hoek ligt uit de wind en vangt de zon van twee kanten, dus daar hoort de buitenruimte en niet de berging.

De keerzijde is de loopafstand: van de ene punt van de U naar de andere loop je ongeveer het dubbele van de gevelbreedte. Leg de ruimtes die je op hetzelfde moment gebruikt daarom in dezelfde vleugel, en houd er rekening mee dat de twee vleugels bij elkaar naar binnen kijken.

Wie een hele plattegrond opnieuw indeelt of een aanbouw tekent, werkt van de vaste punten naar buiten: leidingen, trap, dragende wanden. De aanpak daarvoor staat bij zelf je huis ontwerpen met de plattegrond als basis, en de volgorde waarin je de kamers aanpakt bij een heel huis inrichten. Voorraad, wasgoed en schoenen horen in geen van die plannen in de woonkamer thuis; waar ze wel terechtkunnen staat bij het indelen van een bijkeuken.

Kamerplanner

Vul de maten van je kamer in, zet deuren en ramen op de juiste plek en schuif meubels op schaal rond. Je ziet meteen of het past en hoeveel loopruimte er overblijft. Open de volledige kamerplanner

Veelgestelde vragen

Hoe richt je een veranda in zodat je hem ook in het voorjaar gebruikt?

Maak eerst de windzijde dicht, want daar zit het verschil. Een zijwand of een glazen schuifelement aan de kant waar de wind vandaan komt, houdt zowel de tocht als de inwaaiende regen tegen, en dat scheelt in gevoelstemperatuur meer dan een deken.

Zet daarna de zithoek in de laatste meter tegen de gevel, waar het bij regen droog blijft, en hang een infraroodpaneel op 220 tot 250 cm gericht op die plek. Infraroodwarmte verwarmt wat hij raakt en niet de lucht, dus buiten de bundel merk je er niets van en binnen de bundel meteen.

Welke veranda indeling past onder een dak van 250 cm diep?

Bij een diepte van 250 cm past een eettafel van 90 cm diep met 75 cm achter de stoelen aan één zijde, of een loungebank van 85 cm diep met een salontafel ervoor. Wat er niet bij past is een doorloop achterlangs, want daarvoor heb je 100 cm nodig.

De indeling die op een veranda van deze diepte werkt, is dus: de tafel met de korte zijde naar de tuin, twee stoelen aan de open zijde en een bank tegen de gevel. Zo lopen mensen erlangs in plaats van erachter en blijft de natte strook vrij van meubels.

Wat maakt de inrichting van een overkapping industrieel?

Een overkapping industrieel inrichten zit in het materiaal en in de zichtbaarheid van de constructie: stalen staanders met een zichtbare boutverbinding, een dak van staal of polycarbonaat, bladen van steigerhout of beton en lampen met een open kap boven de tafel.

Let bij die keuze op de afwerking van het staal. Thermisch verzinkt of gepoedercoat staal houdt het buiten jaren vol, terwijl gelakt staal bij elke kras tot op het metaal gaat roesten en die roest zich aftekent op de bestrating eronder.

Wat heb je nodig voor de inrichting van een overkapping met bar?

Een blad van 220 cm met drie krukken, een werkblad erachter op 90 cm, een spoelbak met afvoer, een koeling met 10 cm vrije ruimte rondom en stopcontacten van IP44 of hoger achter een aardlekschakelaar van 30 mA. Reken achter de bar op 90 cm werkgang voor één persoon en 120 cm als er iemand langs moet.

Zet de bar tegen de gevel. Dat is de droogste strook onder het dak en tegelijk de plek waar water en elektra de kortste weg naar binnen hebben, wat de aanleg eenvoudiger en de aftapleiding in de winter korter maakt.

Hoeveel ruimte heeft iemand achter de bar nodig in de horeca?

Voor één persoon is 90 cm werkgang genoeg, voor twee personen die elkaar moeten passeren 120 cm. Die maat wordt in de praktijk kleiner dan hij op de tekening is, want een openstaande koelkastdeur of een geopende vaatwasser neemt er 60 cm van af.

Belangrijker dan de breedte is de volgorde. Een bar indeling in de horeca die uitgaat van koelen, tappen, spoelen en afrekenen op een rij, met alles voor één bestelling binnen 60 cm reikafstand, heeft aan 90 cm genoeg. Een bar met de spoelbak in het midden blijft ook bij 120 cm klemmen.

Hoe richt je een mini balkon van minder dan 3 m² in?

Kies meubels die niet naar achteren bewegen. Een eetstoel heeft 50 cm diepte plus 25 cm uitschuifruimte nodig en blokkeert daarmee een balkon van 110 cm diep. Een bank van 60 cm diep tegen het hek beweegt niet naar achteren, en een klaptafel aan het hek kost pas vloer op het moment dat hij openklapt.

Werk verder omhoog in plaats van opzij: een plantenbak aan de binnenzijde van het hek, een smal rek tegen de muur en een barplank van 30 cm diep op 105 cm hoogte. Let er wel op dat tussen 20 en 70 cm boven de vloer niets komt te staan waar een kind op kan klimmen.

Hoe richt je een patio in die maar een paar uur zon krijgt?

Reken eerst uit waar de zon komt. De schaduw van een muur is zijn hoogte gedeeld door de tangens van de zonshoogte. Een muur van 300 cm geeft bij een zonshoogte van 30 graden dus ruim 5 m schaduw en bij 60 graden nog 1,7 m. In een patio tuin van 4 bij 4 m betekent dat: zon op de vloer rond het middaguur in de zomer, en de rest van het jaar alleen op de bovenkant van de muren.

Richt de patio daarom in op strooilicht. Lichte bestrating en een lichte muur kaatsen terug wat er aan licht binnenkomt. Beplanting kies je uit het assortiment voor schaduw, en de zitplek leg je op de plek waar de zon het laatst staat in plaats van in het midden.

Hoe kun je je eigen tuin ontwerpen zonder tekenprogramma?

Teken de tuin op ruitjespapier van 5 mm waarbij één hokje 10 cm is, met de gevel, de erfgrens, de bomen en de plek waar de zon in de avond staat erin. Begin daarna bij het terras, want dat is het enige deel met een harde maat: een tafel voor zes vraagt 180 bij 240 cm, dus met een doorloop erlangs kom je op ongeveer 400 bij 300 cm.

Trek daarna de paden van 100 tot 120 cm en verdeel wat overblijft in borders van minstens 80 cm diep, want ondieper krijg je geen opbouw in hoogte. Wat je eigen tuin ontwerpen vooral makkelijker maakt, is dezelfde volgorde als binnen: vaste punten, routes, functies, en pas daarna de invulling.

Wat doe je met een aflopende tuin?

Een aflopende tuin inrichten lukt het best door het hoogteverschil op te vangen in twee of drie vlakke vlakken in plaats van in één doorlopende helling. Op een vlak terras staat een tafel stabiel en blijft water niet in één hoek staan, terwijl een helling van meer dan ongeveer 1 op 20 al voelbaar is onder je stoel.

Buitentreden lopen flauwer dan binnentreden: een optrede van 15 cm met een aantrede van 35 cm loopt rustig. Een talud zonder keerwand houdt het tot ongeveer 1 op 3, en wordt het steiler dan hoort er een keermuur. Boven 1 m hoogte hoort daar een berekening bij en vraag je bij de gemeente na wat er nodig is.

Hoe maak je een grijs interieur warmer?

Verander de ondertoon van het grootste vlak en niet de accessoires. Grijs met blauw erin, zoals betongrijs, blijft koel; grijs met een beige kern, zoals greige of flanelgrijs, blijft grijs zonder blauw te worden, ook in een kamer op het noorden. In een grijs wit interieur vervang je daarnaast het koelste wit door warm wit of kalkwit.

Zet daarna het licht om naar 2700 K voor alles wat na zonsondergang aangaat, en breng textiel terug: een wollen kleed en gordijnen op twee keer de railbreedte halen de nagalm uit de kamer. Een wit grijs interieur dat hard klinkt, wordt door die twee ingrepen merkbaar zachter voordat er één kussen bij komt.

Wat is een modern warm interieur precies?

Een warm modern interieur combineert de rechte lijn van een strakke inrichting met materiaal dat licht en geluid opneemt in plaats van terugkaatst: bouclé en wol, geolied eiken, kalkverf, ronde tafelbladen en kleuren uit de beige- en greigefamilie.

Het verschil met een gewoon modern interieur zit dus niet in de vorm maar in het oppervlak. Een mat vlak verstrooit het licht en geeft geen harde glanspunten, en een zachte vloer verkort de nagalm. Wie interieur warm modern wil maken zonder de strakke lijn los te laten, verandert daarom eerst de afwerking en pas daarna de meubelvorm.

Waaraan herken je een klassieke of Engelse inrichting?

Aan symmetrie en aan lijstwerk. Een klassieke inrichting bouwt de kamer op rond een middelpunt, meestal de schouw, met aan weerszijden hetzelfde: dezelfde kast, dezelfde lamp, dezelfde hoogte. Daarbij horen paneeldeuren, plinten van 15 tot 20 cm, lambrisering tot 90 of 100 cm en gordijnen die tot op de vloer vallen.

Een Engelse inrichting gaat verder in kleur en dessin: diepe tinten als flessengroen en bordeaux, bloemmotieven, boekenkasten tot het plafond en meubels die niet uit één serie komen. Beide vragen hoogte; onder een plafond van 250 cm drukt een lambrisering de wand omlaag en werkt een lagere variant van 90 cm beter.

Wat zijn de kenmerken van een Frans interieur en hoe begin je met brocante?

De kenmerken van een Franse inrichting zijn kalkverf op de wanden, geleefd hout, marmer, grijsblauw en vuilroze, een spiegel met een brede lijst en stoelen die niet bij elkaar horen. Het verschil met klassiek zit in de losheid: de symmetrie mag hier gebroken worden.

Voor een brocante inrichting begin je bij één groot stuk dat echt oud is, bijvoorbeeld een kast of een tafel, en bouw je daaromheen verder met kleinere vondsten. Nieuwe meubels met aangebrachte slijtage vallen tussen echte stukken direct op, omdat slijtage in het echt op de plekken zit waar handen en voeten komen en niet gelijkmatig over het hele oppervlak.

Hoe deel je een loft in zonder binnenmuren?

Een loft indeling maak je met meubels op ooghoogte in plaats van met wanden: kasten van ongeveer 200 cm hoog die van twee kanten bruikbaar zijn, een vloerkleed dat de zithoek begrenst en verlichting die per zone apart aan kan. Een loft inrichten met alles langs de gevels maakt van het midden een lege vlakte.

Houd langs de raamzijde een doorloop van 120 cm vrij en reken op akoestiek als tweede opgave: zonder binnenwanden en met harde vloeren en hoge plafonds hoor je de galm in elk gesprek. Een groot kleed, gordijnen en een gestoffeerde bank doen daar meer dan welk akoestisch paneeltje ook.

Wat maakt een chalet inrichting anders dan een landelijke woonkamer?

De inrichting van een chalet gaat uit van een klein volume met veel hout: naaldhout op wand en plafond, een donkere vloer, wol en schapenvacht, leer en ingebouwde banken langs de wand. Landelijk werkt met lichtere kleuren, losse meubels en meer ruimte tussen de stukken.

Het risico van hout op alle zes de vlakken is dat de ruimte licht slikt en als een kist gaat aanvoelen. Houd daarom één wand en het plafond licht, en werk met ingebouwde zitbanken en lades onder de bedden, want in een vakantieverblijf is opbergruimte schaarser dan zitplaats.

Waar begin je bij de schoolinrichting van een basisschool?

Bij het meubilair per maat, want dat is het enige wat aan het kind hangt. De maatreeks uit NEN-EN 1729 koppelt lichaamslengte aan zithoogte en tafelhoogte, en in één groep op een basisschool lopen meerdere maten door elkaar. Koop stoelen en tafels per maat samen, want het verschil tussen zitting en blad loopt op van ongeveer 22 naar 30 cm.

Daarna komt de akoestiek en pas dan de aankleding. Een lokaal met harde vlakken heeft een nagalmtijd van ruim een seconde en dwingt de leerkracht om harder te praten; met een absorberend plafond kom je onder 0,6 seconde. Voor de inrichting van een basisschool telt verder de doorloop: 60 cm tussen de rijen, 75 cm achter een stoel en de eerste rij minstens 200 cm van het bord.

Hoe maak je een halinrichting in een gang van 110 cm?

Houd alles binnen 35 cm diepte en langs één wand, dan blijft er 75 cm doorloop over. Dat is genoeg om erlangs te lopen met een tas, en te weinig om elkaar te passeren, dus reserveer de andere wand voor de spiegel en voor niets anders.

De hoogtes doen in een hal het meeste werk: haken op 170 cm zodat een lange jas vrij van de vloer hangt, een kinderkapstok op 110 tot 120 cm, de hartlijn van de spiegel op 155 cm en een opbergbank van hooguit 40 cm diep. Een hanglamp hangt met zijn onderkant op minstens 210 cm, anders stoot iemand zijn hoofd. Wat er in een hal niet meer bij past, gaat vaak naar de ruimte onder de trap, ingedeeld op diepte.

Hoe deel je de plattegrond van een huis met een U-vorm in?

Bij een plattegrond van een huis in U-vorm liggen de winst en het probleem in de binnenhoek. De twee vleugels kijken op elkaar uit, dus ramen die tegenover elkaar liggen geven licht maar geen privacy, en de loopafstand van de ene punt naar de andere is ongeveer het dubbele van de gevelbreedte.

Leg daarom de ruimtes die je op hetzelfde moment gebruikt bij elkaar in dezelfde vleugel, zet de natte ruimtes rug aan rug zodat de leidingen kort blijven en gebruik de binnenhoek als beschutte buitenruimte. Zet in de vleugels die op elkaar uitkijken de ramen bij voorkeur niet recht tegenover elkaar.

Wat maakt een inrichting mooi in plaats van alleen vol?

Herhaling en één maatlijn. Een mooie inrichting gebruikt drie materialen die terugkomen, twee of drie kleuren uit dezelfde familie, en hangt alles wat aan de wand komt op dezelfde hartlijn van ongeveer 145 cm. Het oog leest die onzichtbare lijn en niet de losse lijstjes.

Wat een kamer daarnaast rustig maakt, is het verschil in hoogte tussen de meubels. Een kast van 200 cm naast een bank van 80 cm en een tafel van 42 cm geeft de kamer een lijn om te lezen, terwijl alles op dezelfde hoogte vlak blijft. Dat werkt in elke stijl, want het is een verhouding en geen smaak.