Hexagon tegelen: uitzetten vanaf de middellijn
Hexagon tegels plaatsen begint niet in een hoek maar op een loodrechte middellijn, want op elk knooppunt komen drie tegels en drie voegen samen en daar zie je elke afwijking terug. Controleer bij het bestellen of de maat plat tot plat of punt tot punt is gemeten, want dat scheelt ruim vijftien procent, en reken 10 tot 15 procent snijverlies. Houd 2 tot 3 mm voeg aan bij strak porselein en 3 tot 5 mm bij handvormtegels, en kies de randafwerking voordat de eerste tegel op de wand zit.
Dit heb je nodig
- Tijd
- een weekend voor een spatwand
- Moeilijkheid
- Lastiger dan recht tegelwerk, met geduld zelf te doen
- Kosten
- 50 tot 100 euro aan primer, lijm, voeg en kit; de tegels bepalen de rest
Gereedschap
- Rolmaat, waterpas en bij voorkeur een kruislijnlaser
- Lijmkam van 6 mm, en van 8 mm boven 15 cm plat tot plat
- Tegelzaagmachine met diamantblad, per dag te huur
- Knabbeltang voor kleine uitsparingen
- Rubberen voegspaan, twee emmers en een spons
- Mengstaaf op de boormachine
Materiaal
- Hexagontegels met 10 tot 15 procent snijverlies erbij
- Voorstrijkmiddel passend bij de ondergrond
- Poedertegellijm klasse C2
- Tegelkruisjes van 2 of 3 mm
- Voegmiddel en sanitairkit in dezelfde kleur
- Tegelprofiel voor de rand, als het veld niet uitloopt in stucwerk
- Kimband en smeerbare waterdichting voor de douchezone
Waarom een hexagonwand om een andere start vraagt dan recht tegelwerk
Recht wandtegelwerk vergeeft veel: je start op een lat en de doorlopende horizontale voeg verdeelt elke kleine afwijking over de hele wand. Een hexagon heeft die doorlopende lijn niet. Van alle tegels aan de wand is dit daardoor het patroon met de minste correctieruimte.

Het mechanisme zit in de knooppunten. Op elk punt van het honingraat komen drie tegels en drie voegen samen, en die drie moeten op precies één punt uitkomen.
Bij een rechthoekige tegel smeer je twee millimeter afwijking uit over een voeg van meters lang, en dan ziet geen mens hem. Bij een hexagon komt diezelfde twee millimeter als een verspringend knooppunt terug, en het oog vindt zo'n knik feilloos.
Daarom begint hexagon tegelen op een middellijn en niet in een hoek. Muren staan zelden te lood, en omdat de rand van een hexagonveld een zigzag is, vertaalt een scheve hoek zich in zaagpunten die per rij groter of kleiner worden.
Zet de eerste tegel dus in het midden van het zicht en werk naar buiten. Al het zaagwerk schuift zo naar de hoeken en de randen, waar het wegvalt.
Formaat kiezen: van mozaïek op matten tot 25 centimeter
Hexagontegels worden op twee manieren gemeten: van vlakke kant naar vlakke kant, en van punt naar punt. Het verschil is ruim vijftien procent, en fabrikanten zetten vaak beide maten in de omschrijving, bijvoorbeeld 10 bij 11,5 cm.
Wie de puntmaat voor de platte maat aanziet, bestelt dus te weinig. Controleer bij de bestelling welke maat er bedoeld is en reken met de tabel na hoeveel stuks er in een vierkante meter gaan.
Tot ongeveer 8 cm plat tot plat zitten hexagons als mozaïek op matten van gaas, meestal rond 30 bij 30 cm. Dat werkt sneller, met één eigen valkuil: de voeg tussen twee matten moet exact even breed zijn als de voegen binnen de mat, anders blijft het matraster zichtbaar.

Het formaat kies je op de maat van het veld en op wat er in de wand zit. In een kleine ruimte met veel hoeken en leidingen zaagt een tegel van 10 of 15 cm makkelijker om alle obstakels heen dan een van 25 cm; hoe zo'n klein formaat in een krappe ruimte uitpakt, zie je bij de indeling van een kleine badkamer.
Reken bij een hexagonveld op 10 tot 15 procent snijverlies. Elke rand van het veld bestaat uit gezaagde passtukken, en een afgezaagde helft past aan de overkant zelden opnieuw, omdat de snede daar gespiegeld moet zijn.
| Plat tot plat | Punt tot punt | Zijde | Stuks per vierkante meter, zonder voeg | Waar dit formaat werkt |
|---|---|---|---|---|
| 5 cm, mozaïek op matten | 5,8 cm | 2,9 cm | ongeveer 460 | Nisjes, douchezone en kleine vlakken; de matten volgen een lichte welving |
| 8 cm, mozaïek op matten | 9,2 cm | 4,6 cm | ongeveer 180 | Spatwand en fonteinwand; veel voegoppervlak, dus meer schoonmaakwerk |
| 10 cm | 11,5 cm | 5,8 cm | ongeveer 115 | Spatwand tussen blad en bovenkast; met de punt omhoog stijgt elke rij 8,7 cm |
| 15 cm | 17,3 cm | 8,7 cm | ongeveer 51 | Badkamerwand: groot genoeg om rustig te blijven, klein genoeg voor zaagwerk rond leidingen |
| 20 cm | 23,1 cm | 11,5 cm | ongeveer 29 | Grote wandvlakken zonder obstakels |
| 25 cm | 28,9 cm | 14,4 cm | ongeveer 18 | Wand en vloer in één patroon doorgezet; elke zaagsnede is op dit formaat zichtbaar |
Leg voor het bestellen één rij droog op de vloer, met de kruisjes ertussen die je echt gaat gebruiken. Die gemeten rijlengte verdeelt de wand nauwkeuriger dan een rekensom met de fabrieksmaat, want de voeg telt per tegel mee.
Punt omhoog of plat omhoog bepaalt wat het oog volgt
Een hexagon kan met de punt omhoog of met de vlakke kant omhoog op de wand. Dat lijkt een detail, maar het bepaalt welke lijnen het oog volgt.
Met de vlakke kant boven lopen de doorlopende zigzaglijnen horizontaal en lees je de wand in rijen. Met de punt omhoog staan diezelfde lijnen verticaal, waardoor het veld de blik omhoog leidt en een laag vertrek iets aan hoogte wint.
Dit is een smaakkeuze en geen regel, en de techniek is voor beide gelijk. Wel verschilt de onderrand: met de punt omhoog zaag je van elke tegel op de onderste rij de punt af, terwijl met de vlakke kant omhoog om de andere kolom een hele tegel op het blad rust en je alleen de tussenliggende kolommen halveert.
Meng je kleuren, dan werkt een vaste verhouding beter dan lukraak pakken: bijvoorbeeld zeven tegels basiskleur, twee middentoon en één accent per greep. Leg minstens een vierkante meter droog om clusters van dezelfde kleur te zien, en meng ook de dozen door elkaar, want een latere bakgang kan een fractie in tint afwijken.
Voor de kleurkeuze zelf geldt wat overal in huis geldt: een tint gedraagt zich naar het licht in de ruimte. Hoe een kleur verschuift in een noordelijk of juist zonnig vertrek, staat bij het gedrag van kleuren per kamer, en dat verhaal gaat ook op voor geglazuurde tegels, die licht sterker terugkaatsen dan matte verf.
De ondergrond bepaalt de lijm, het gewicht en de voorbereiding
Een hexagonveld stelt geen andere eisen aan de wand dan recht tegelwerk, maar het vergeeft minder, omdat je een bult of holte niet langs een doorlopende voeg kunt wegwerken. Leg een rei of rechte lat van twee meter over de wand: holtes dieper dan 3 mm vul je eerst uit, want de lijmlaag van een 6 mm kam vangt maar enkele millimeters op.
Weeg ook mee wat de wand kan dragen. Een keramische wandtegel van 6 tot 8 mm dik weegt 12 tot 18 kilo per vierkante meter, met lijm erbij 15 tot 22, en fabrikanten van gipsplaat houden voor tegelwerk op enkele beplating rond de 25 kilo per vierkante meter aan.
Keramiek past daar dus binnen, natuursteen vaak niet. Het opgaveblad van de plaat gaat altijd voor op deze vuistregels.
De meeste losgelaten tegelvelden beginnen onder de lijm: een zuigende ondergrond trekt het aanmaakwater uit de lijm voordat die kan uitharden, waarna de lijm verpoedert. Eén laag voorstrijkmiddel op stuc of gips voorkomt dat.
| Ondergrond | Kun je erop tegelen | Voorbereiding | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Beton of kalkzandsteen | Ja | Stofvrij maken en voorstrijken tegen zuiging | Een vers gemetselde of gestorte wand moet eerst droog zijn; vraag de bouwer naar de termijn |
| Cementgebonden stucwerk | Ja | Voorstrijken; los stucwerk eerst weghakken | Klop de wand af: hol geluid betekent onthechte stuc en die neemt het tegelwerk mee |
| Gipsstuc of gipsplaat | Ja, tot ongeveer 25 kilo per vierkante meter | Voorstrijken, anders trekt het gips het water uit de lijm | Binnen de spatzone van een douche alleen met een smeerbare waterdichting eronder |
| Bestaande tegels | Ja | Ontvetten, opschuren of een hechtprimer zetten | Holklinkende tegels eerst verwijderen; de nieuwe laag is zo sterk als de oude |
| Geverfde wand | Ja, als de verf vastzit | Mat schuren en ontvetten | Bladderende verf komt met tegel en al naar beneden; eerst kaal maken |
| Multiplex of ander hout | Liever niet, en nooit in een natte ruimte | Alleen op een stijve, om de 20 cm geschroefde plaat met flexibele lijm | Hout werkt met vocht en temperatuur; voegen scheuren en de lijm laat los |
Tegel en voeg zijn samen niet waterdicht: vocht loopt via de voeg naar achteren. Binnen de sproeizone van een douche hoort daarom een smeerbare waterdichting op de wand, met kimband in de hoeken en manchetten rond de doorvoeren, voordat er ook maar één tegel hangt.
Het veld uitzetten op de zichtlijn, niet op het midden van de muur
Uitzetten begint met de vraag waar het oog het eerst kijkt, want daar hoort het patroon symmetrisch te zijn. Boven een aanrecht is dat het hart van de kookplaat of de kraan, boven een wastafel het midden van de spiegel, en dat punt valt bijna nooit samen met het midden van de muur.
Zet op die zichtlijn een loodrechte middellijn met een waterpas of kruislijnlaser en leg de eerste tegel met zijn hart op die lijn. Het honingraat spiegelt dan links en rechts vanzelf, ook in de rijen die verspringen, en de passtukken aan beide randen worden even groot.
Controleer de horizontale start apart. Een aanrechtblad oogt recht maar kan millimeters aflopen; ligt het scheef, laat dan de kitvoeg op het blad dat verschil opvangen en houd de tegelrijen zelf waterpas.
Teken vooraf stopcontacten, kranen en doorvoeren op de wand af en schuif het hele veld desnoods een halve tegel op, zodat een inbouwdoos in het vlak van één tegel valt en niet op een knooppunt. De gangbare hoogtes van blad, bovenkast en wastafel zoek je op in de maatwijzer met woonmaten.
Valt het tegelen binnen een grotere klus, dan zit het na het leidingwerk en het uitvlakken en voor het kitwerk en de montage. Waar die stap precies hoort, staat in het stappenplan voor een verbouwing.
De rand afwerken waar het veld ophoudt
Een hexagonveld eindigt zelden tegen een plafond of in een hoek; meestal stopt het ergens midden op de wand. Kies die afwerking voordat je begint, want twee van de drie opties bepalen hoe je de randtegels zaagt.
De eerste optie is een rechte zaaglijn met een tegelprofiel van aluminium of rvs. Zo'n profiel lijm je tijdens het tegelen mee in; het achteraf toevoegen kan niet zonder de randtegels weer los te halen.
De tweede optie laat de natuurlijke honingraatrand staan en laat de wand eromheen op tegeldikte bijwerken. Eerst tegelen, dan stukadoren: de stuclaag komt gelijk met het tegeloppervlak te liggen en de zigzagrand blijft als tekening staan. Hoe zo'n strak gezette wand tot stand komt, lees je bij stucwerk als wandafwerking.
Blijft de stuclaag dunner dan de tegel plus lijm, dan werpt elke randtegel een schaduwrand op de wand erachter. Dat is het detail waarop een uitlopend veld staat of valt.
De derde optie is het uitloopveld: losse tegels die steeds verder uit elkaar het geverfde vlak in lopen. Elke losse tegel vraagt daar zijn eigen strak bijgewerkte stukje wand, dus dit is meer stukadoorswerk dan het lijkt. Wat er op de rest van de wand komt, kies je uit alle manieren om een wand af te werken.
Voegen, kitten en de eerste schoonmaak
Voegen kan bij poederlijm na een dag. Pastalijm heeft achter dichte porseleintegels veel langer nodig, omdat die lijm alleen droogt door vocht af te geven en de tegel niets doorlaat; voor porselein kies je daarom poederlijm.
Houd 2 tot 3 mm voeg aan bij strak, gerectificeerd werk en 3 tot 5 mm bij handvormtegels. De voeg is de buffer die het maatverschil tussen tegels opvangt; kies je hem smaller dan dat verschil, dan lopen de knooppunten vast en zie je de scheefstand op de tegels zelf.
De voegkleur is na het formaat de grootste keuze. Een contrastvoeg, licht op donker of andersom, tekent het hele honingraat en daarmee ook elk knooppunt dat niet klopt; een voeg in de kleur van de tegel maakt het veld rustig en vergeeft klein zaagwerk.
Werk het voegmiddel met een rubberen spaan schuin over de knooppunten heen, in twee richtingen. Was het veld af met een klam uitgeknepen spons en ververs het water vaak.
De grijze waas die daarna opdroogt is cementsluier. Die haal je binnen een week weg met een sluierverwijderaar, maar niet op marmer of ander kalkhoudend natuursteen, want dat zure middel lost het steenoppervlak zelf op.
Alle aansluitingen op blad, bad, vloer en binnenhoeken krijgen geen voeg maar kit. Daar bewegen twee materialen ten opzichte van elkaar, en een cementvoeg scheurt op zo'n naad altijd.
Voegmiddel droogt een tot twee tinten lichter op dan het nat uit de emmer komt. Voeg eerst een paar losse tegels op een plank en beoordeel de kleur pas na een dag, voordat je de hele wand zet.
Zo zet je een hexagonwand van middellijn tot kitrand
Elke stap legt de maat vast waar de volgende stap binnen moet blijven.
-
Controleer de wand op vlakheid, draagkracht en zuiging
Leg een rei van twee meter over de wand en vul holtes dieper dan 3 mm eerst uit, want de lijmlaag vangt maar enkele millimeters op. Klop stucwerk af op holle plekken en vergelijk het gewicht van tegel plus lijm met wat de ondergrond mag dragen.
-
Breng voorstrijkmiddel aan en laat het drogen
Een zuigende wand trekt het aanmaakwater uit de lijm voordat die kan uitharden, en verbrande lijm verpoedert achter de tegel. Eén laag primer op stuc, gips of geschuurde verf sluit de zuiging af; houd de droogtijd van de verpakking aan.
-
Zet de middellijn op de zichtlijn en leg een proefrij
Zet een loodrechte lijn boven het hart van de kookplaat, kraan of wastafel en leg op de vloer een droge rij met de kruisjes ertussen. Teken vanaf die lijn de posities van stopcontacten en doorvoeren af en schuif het veld desnoods een halve tegel op.
-
Lijm in kleine vlakken en werk van het midden naar buiten
Kam de lijm in vlakken van een halve vierkante meter, want cementlijm vormt binnen 20 tot 30 minuten een huid. Trek een vinger door het lijmbed: blijft er geen natte rug staan, dan is het vlak te oud en haal je de lijm eraf.
-
Controleer om de drie rijen de knooppunten
Meet vanaf de middellijn en een horizontale peillijn terug, want de maattolerantie van de tegels stapelt zich in het patroon op. Vind je een paar millimeter verschil, verdeel de correctie dan over alle voegen van de volgende rij in plaats van hem in één voeg te proppen.
-
Zaag de passtukken en zet de randafwerking
Zaag randtegels op een natte tegelzaag; een hexagon breekt niet strak op een tegelsnijder omdat de sneden kort zijn en onder wisselende hoeken staan. Lijm een tegelprofiel direct mee in, of houd de honingraatrand aan als de wand er later op dikte omheen gestuukt wordt.
-
Voeg na een dag en kit alle aansluitingen
Voeg schuin over de knooppunten in twee richtingen, was af met een klamme spons en verwijder de cementsluier binnen een week. Alle naden op blad, vloer, bad en binnenhoeken krijgen kit in de voegkleur, want daar bewegen materialen en scheurt een cementvoeg.
Nalopen voordat de eerste tegel op de wand gaat
Uit de praktijk
De knooppunten lopen na een meter uit het lood
Het symptoom: de eerste rijen ogen strak, maar een meter verder staan de voegen op de knooppunten niet meer recht boven elkaar en wordt het beeld onrustig. De oorzaak is de maattolerantie van de tegel: een halve millimeter per stuk telt bij tien tegels op rij op tot een halve centimeter.
Een rechte tegelwand verdeelt dat verschil onzichtbaar over de doorlopende voegen; een honingraat stapelt het op de knooppunten. De remedie is meten in plaats van duwen: zet om de drie rijen een verse loodlijn en peillijn vanaf de middellijn en verdeel de correctie over alle voegen van de volgende rij.
Het matraster blijft zichtbaar in een mozaïekwand
Bij hexagonmozaïek op matten tekent zich na het voegen soms een raster van zo'n 30 bij 30 cm af, alsof er grote tegels op de wand zitten. Dat raster ontstaat doordat de voeg tussen twee matten net breder of smaller uitvalt dan de voegen binnen de mat.
De oplossing zit in het leggen: houd de matvoeg met kruisjes op exact dezelfde breedte als de binnenvoeg, en knip langs de matranden een paar tegels los om ze om te wisselen met tegels uit het veld. Dan verspringt de overgang en heeft het oog geen lijn meer om te volgen.
Bij strijklicht staat elke tegelrand in de schaduw
Een hexagonwand naast een raam kan er overdag hobbelig uitzien terwijl elke tegel op zichzelf vlak ligt. Licht dat vrijwel evenwijdig langs de wand strijkt, legt achter elke rand die een millimeter uitsteekt een schaduwlijn, en een honingraat heeft per vierkante meter veel meer randlengte dan recht tegelwerk.
Dit voorkom je tijdens het lijmen: druk elke tegel gelijk met zijn buren af en controleer het vlak op de tast met de vlakke hand, niet op het oog. Bij glanzend glazuur valt een hoogteverschil dubbel op, omdat ook de spiegeling verspringt; mat glazuur verbergt een deel.
Veelgemaakte fouten
In een hoek beginnen omdat daar de eerste hele tegel past
Een binnenhoek staat zelden te lood, en de zigzagrand van het honingraat maakt elke afwijking per rij groter. Wie in de hoek start, ziet de zaagpunten naar het midden van de wand toe scheefgroeien, precies waar het oog kijkt.
Start op de middellijn van de zichtlijn en laat de gezaagde passtukken aan beide uiteinden eindigen. Daar vallen ze weg tegen kast, hoek of kitrand.
Tegelen op multiplex in een natte ruimte
Hout neemt vocht op en geeft het weer af, en bij elke slag krimpt of zwelt de plaat onder het starre tegelveld. Eerst scheuren de voegen, daarna laat de lijm los.
In een badkamer hoort onder tegelwerk een steenachtige of cementgebonden ondergrond. Is een houten wand het enige wat er staat, schroef er dan eerst een cementgebonden bouwplaat op en tegel daarop.
De puntmaat en de platte maat door elkaar halen
Een hexagon van 15 cm plat tot plat meet 17,3 cm over de punten, en dat scheelt ruim vijftien procent in het aantal stuks per vierkante meter. Wie op de verkeerde maat rekent, komt aan het eind van de wand tegels tekort.
Nabestellen is dan geen formaliteit: een latere bakgang kan een fractie in tint afwijken, en dat verschil zie je in een aaneengesloten veld terug.
Een voeg kiezen die smaller is dan de maattolerantie
Handvormtegels en zachtgebakken hexagons verschillen onderling makkelijk een millimeter of meer. Met een voeg van 2 mm is die speling nergens kwijt te raken: de knooppunten lopen vast en de tegels zelf komen scheef te liggen.
Houd bij zulke tegels 3 tot 5 mm aan. De bredere voeg absorbeert het maatverschil en hoort bij het handgemaakte beeld.
De randafwerking pas na het tegelen bedenken
Een tegelprofiel moet met zijn bevestigingsflens onder de randtegels door en gaat dus tijdens het lijmen mee de wand op. Achteraf blijft alleen een geplakte hoeklijst over, en die verhoudt zich slecht tot de zigzagrand van een honingraat.
Kies daarom voor de eerste tegel al tussen een profiel op een rechte zaaglijn, een honingraatrand die wordt ingestuukt, of een uitloopveld.
Te vroeg voegen of de cementsluier laten zitten
Voeg je terwijl de lijm nog nat is, dan duwt het achtergebleven vocht kalk en pigment naar buiten en droogt de voeg vlekkerig op. Wacht bij poederlijm een dag, bij pastalijm langer.
De grijze sluier na het voegen hecht per week harder aan het glazuur. Haal hem binnen enkele dagen weg, en gebruik op kalkhoudend natuursteen geen zure sluierverwijderaar maar een middel dat de fabrikant van de steen zelf opgeeft.
Veelgestelde vragen
Is hexagon tegels plaatsen moeilijker dan rechte tegels zetten?
Het plakken zelf niet: lijmen, aandrukken en voegen gaan hetzelfde. Het verschil zit in het uitzetten en het zagen. Je start op een middellijn in plaats van op een lat, elk knooppunt moet kloppen en elke rand van het veld bestaat uit passtukken met twee of drie sneden per tegel.
Reken dus vooral extra tijd voor de randen, en huur een natte tegelzaag: een hexagon breekt niet strak op een gewone tegelsnijder.
Waar begin je met hexagon tegelen op een wand?
Op een loodrechte middellijn door het punt waar het oog het eerst kijkt: het hart van de kookplaat, de kraan of de spiegel. Leg de eerste tegel met zijn hart op die lijn en werk naar buiten, dan spiegelt het patroon vanzelf en worden de passtukken links en rechts even groot.
In een hoek beginnen gaat bijna altijd mis, omdat hoeken zelden te lood staan en de afwijking per rij groeit.
Welke voegbreedte houd je aan bij hexagontegels?
Bij strak, gerectificeerd porselein 2 tot 3 mm, bij handvorm- en zachtgebakken tegels 3 tot 5 mm. De voeg is de buffer die het maatverschil tussen de tegels opvangt; is hij smaller dan dat verschil, dan lopen de knooppunten vast en komt de scheefstand op de tegels zelf terecht.
Gebruik kruisjes in de gekozen maat en houd één breedte aan over het hele veld, ook tussen mozaïekmatten onderling.
Welke voegkleur past bij hexagontegels?
Dat hangt af van wat je wilt laten zien. Een contrastvoeg, bijvoorbeeld donkergrijs bij witte tegels, tekent het hele honingraatpatroon, en dus ook elk knooppunt dat niet helemaal klopt. Een voeg in de kleur van de tegel maakt het veld rustig en vergeeft zaagwerk en kleine afwijkingen.
Achter een fornuis is een middengrijze of donkere voeg praktischer dan een witte, omdat kookdamp en vet een lichte voeg binnen een paar jaar ongelijk verkleuren.
Hoeveel hexagontegels heb je per vierkante meter nodig?
Dat hangt van het formaat af: rond de 115 stuks bij 10 cm plat tot plat, 51 bij 15 cm en 29 bij 20 cm, steeds zonder voeg gerekend. Controleer op de doos hoeveel vierkante meter erin zit, want verkopen gaat per doos en niet per stuk.
Tel er 10 tot 15 procent snijverlies bij op, en bij een veld met veel randen of obstakels eerder 15. Een gezaagde helft is zelden aan de overkant herbruikbaar.
Kun je hexagontegels over bestaande tegels heen zetten?
Ja, als de oude laag vastzit. Klop de wand af en verwijder holklinkende tegels, ontvet het glazuur, schuur het op of zet een hechtprimer, en gebruik een lijm die voor tegel op tegel is opgegeven.
Houd rekening met de extra dikte: de wand komt ongeveer een centimeter naar voren, inbouwdozen van stopcontacten komen te diep te liggen en hebben verlengringen nodig, en het gewicht van twee tegellagen moet binnen wat de wand draagt blijven.
Kun je dezelfde hexagontegels op de vloer en de wand doorzetten?
Een vloertegel mag aan de wand, zolang de ondergrond het gewicht draagt; een wandtegel hoort niet op de vloer, want het biscuit is zachter en het glazuur is niet op belopen en krassen gemaakt. Kies dus één vloerwaardige serie voor beide vlakken.
Wil je de voeglijnen laten doorlopen, zet de wand dan uit vanaf het vloerpatroon in plaats van vanaf een eigen middellijn. Of een tegelvloer in jouw situatie past, staat bij het kiezen van een vloer.
Hoe zaag je een hexagontegel rond een stopcontact of kraan?
Voor een ronde doorvoer gebruik je een diamantgatzaag, nat en op laag toerental, met het gat een centimeter ruimer dan de buis: de rozet dekt de rand af. Voor een rechthoekige inbouwdoos zaag je twee sneden op de natte zaag en knabbel je het middenstuk weg met een knabbeltang.
Makkelijker is het gat vermijden: schuif het veld bij het uitzetten een halve tegel op, zodat de doos in het vlak van één tegel valt en niet op een knooppunt of voeg.
Wanneer kies je in de badkamer voor iets anders dan hexagontegels?
Als er weinig tijd of tegelervaring is en de wand groot en vlak: dan zijn grootformaat tegels of wandpanelen sneller klaar en zit het risico van de knooppunten er niet in. Panelen hebben wel hun eigen beperkingen bij doorvoeren, hoeken en reparatie; die staan op een rij bij de nadelen van wandpanelen in de badkamer.
Een honingraat loont vooral op een vlak dat je van dichtbij ziet, zoals een wastafelwand of een nis.
Hoe hoog maak je een hexagonveld achter het aanrecht of de wastafel?
Tussen een aanrechtblad op 90 cm en de onderkant van de bovenkasten op 145 cm zit een veld van 55 cm, en dat betegel je van blad tot kast zodat er geen smalle geverfde strook overblijft. Zonder bovenkasten is 60 tot 70 cm boven het blad gangbaar, of doorlopen tot de onderkant van de afzuigkap.
Achter een wastafel met de bovenkant op 85 cm dekt een veld tot ongeveer 120 tot 130 cm het spatwater, en de spiegel begint daar met zijn onderkant rond 105 cm net boven het blad.
Wanneer je beter een vakman belt
Het tegelwerk zelf is met geduld goed zelf te doen, maar wat er achter de wand verdwijnt niet altijd. Een kraan of afvoer verleggen betekent leidingwerk dat na het tegelen onbereikbaar is; laat een installateur dat aanleggen en op druk beproeven voordat de wand dichtgaat.
Voor een extra stopcontact in de spatwand geldt hetzelfde principe: de doos inbouwen en de sleuf frezen kan zelf, maar het werk in de groepenkast achter de hoofdzekering is voor een elektricien.