Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Waar komen maden vandaan en hoe je de bron terugvindt

9 minuten lezen Maden & larven Bijgewerkt 13 september 2026

Maden komen altijd uit eitjes van een vlieg, en die eitjes liggen bijna altijd binnen een paar meter van de plek waar je de larven vindt. In huis dekken tien bronnen vrijwel elk geval: de afvalbak zelf, het gft-bakje, natvoer en de kattenbak, vlees of vis op het aanrecht, overrijp fruit, de luieremmer, de kliko buiten, een vogelnest in de gevel en een dood dier in de vloer, de spouw of het schoorsteenkanaal. Welke van de tien het is, lees je af aan de plek, de maat van de larven en het aantal dikke vliegen dat erbij hoort. Liggen er maden in een kamer waar niets te eten valt, dan is de bron niet weg maar zit hij boven je of achter een wand.

Waar maden vandaan komen als je ze vandaag vindt

Een made is geen eigen beestje maar een levensfase: de larve van een vlieg, wit tot crèmekleurig, pootloos, 5 tot 18 mm lang, met een spits kopeind en een bot achtereind. Zie je er vandaag een stuk of tien, dan is er een of twee dagen geleden een vlieg geweest die een trosje van 75 tot 200 eitjes heeft gelegd.

Daarmee is de zoekvraag kleiner dan hij voelt. Je zoekt geen vuil en geen vocht op zichzelf, maar één plek waar een vlieg bij kon en waar het materiaal zacht en nat genoeg was voor een pas uitgekomen larve van 2 mm. Hoe je ze vanaf daar herkent en wegkrijgt, staat bij maden en larven in en om het huis.

De afstand tussen larve en bron is klein. Zolang maden eten zitten ze in het materiaal zelf, en pas in het laatste stadium kruipen ze weg om te verpoppen. Dan leggen ze meters af, maar geen kamers vol.

De tijd is net zo kort. Bij 25 graden komen de eitjes binnen 8 tot 24 uur uit, dus de vlieg was er gisteren of eergisteren, en het raam of de deur waar zij doorheen kwam stond toen open. Welke vier voorwaarden een legsel nodig heeft voordat er iets uitkomt, staat bij hoe maden uit een legsel ontstaan.

Eén ding valt daarmee af: uit vuil, vocht of bedorven eten ontstaat niets vanzelf. Rottend materiaal is voedsel en een geursignaal, en meer heeft het met de herkomst niet te maken.

De tien bronnen op een rij, met de vlieg die erbij hoort

Bijna elk geval in een Nederlandse woning komt uit een van tien bronnen. Die lijst helpt omdat elke bron zijn eigen vlieg heeft, en die vlieg verraadt waar je moet kijken.

Op vlees, vis en dode dieren legt de bromvlieg, een dikke vlieg van 1 tot 1,5 cm met een blauwe of groene metaalglans die hoorbaar bromt en tegen het raam bonkt. De vleesvlieg doet hetzelfde maar slaat de eifase over en zet direct levende larven af, en juist daarom lijken de maden er bij haar in één keer te zijn.

Op gft-afval, natvoer en de kattenbak legt de huisvlieg, grijs met vier donkere lengtestrepen en 6 tot 8 mm lang. Op overrijp fruit legt het fruitvliegje van 2 tot 3 mm met rode ogen, en dat geeft veel kleinere, doorschijnende larfjes.

Lees de laatste kolom als je zoekopdracht. In negen van de tien gevallen ligt het legsel niet in het afval maar op de overgang van nat naar droog: onder een dekselrand, in een scharnier, in de plooi van een zak of onder de rand van een bak.

Met het deksel open zijn de rand en de binnenkant bereikbaar
Met het deksel open zijn de rand en de binnenkant bereikbaar. Daar kunnen resten achterblijven na het legen.
BronDe vlieg die erbij hoortWat je aantreftWaar je precies kijkt
Restafvalbak in de keukenHuisvlieg, bij vlees en vis de bromvliegWitte maden van 5 tot 18 mm op de bodem en in de plooi van de zakOnder de zak, langs de binnenrand en in het scharnier van het deksel
Gft-bakje op of naast het aanrechtHuisvlieg, met fruitvliegjes erbovenKleine maden in het vocht onderin, vaak met een zurige gistluchtDe naad onder het klepdeksel en de rand waar het bakje niet sluit
Kliko of container buitenBromvlieg en vleesvliegEen laag maden op de bodem, soms een kruipspoor richting de achterdeurDe bodemplooi, het scharnier van het deksel en de grond onder de bak
Natvoer van kat of hondHuisvliegMaden in de aangekoekte klontjes en onder de bakDe onderrand van de bak en de kier tussen bak en vloer
KattenbakHuisvliegMaden in de natte klonten, vooral bij warm weerDe hoeken van de bak en de rand onder de kap
Vlees of vis dat op het aanrecht ontdooitBromvlieg of vleesvliegEen legsel dat op gemorst zout lijkt, in de plooi van het folieDe plooi van de verpakking, het vleesnat op het bord en de snijplank
Overrijp of beschadigd zacht fruitFruitvliegjeDoorschijnende larfjes van 3 tot 4 mm in het zachte vruchtvleesDe onderkant van de schaal en het vocht dat eronder blijft staan
Luieremmer of poHuisvliegMaden in de emmer zelf en onder de rand van het dekselHet scharnier van het deksel en de bodemrand onder de zak
Vogelnest in de dakgoot, de gevel of achter de boeiboordBromvlieg, later de spekkeverMaden op zolder of langs een bovenraam, weken later kleine keversDe gootrand, de doorvoer onder het dak en de zolderhoek eronder
Dood dier in de vloer, de spouw of het schoorsteenkanaalBromvlieg en vleesvliegMaden op een plek zonder eten, plus tien of meer dikke vliegen bij het raamLangs een inbouwspot, een leidingdoorvoer, het kruipluik of de plint
Let op

Staat de bak al twee dagen leeg en zitten er toch maden in, dan lag het legsel in de bak en niet in de zak. Eitjes van een millimeter in het scharnier gaan met een leegbeurt niet mee naar buiten en komen daarna gewoon uit.

Waar komen maden in de keuken vandaan

In de keuken liggen de bronnen bijna allemaal onder kniehoogte en uit het licht. Dat is geen toeval: een vlieg legt in een donkere naad boven een natte laag, niet midden op een verlicht werkblad.

De vier plekken die je in deze volgorde afloopt zijn de afvalbak in de onderkast, de sleuf naast de vaatwasser, de vloer onder de koelkast en de rand onder de voerbak. Voor de eerste heb je alleen een zaklamp nodig, voor de andere drie ruimte om iets weg te trekken.

Reken daarbij op 60 cm vrije vloer om een koelkast of vaatwasser van 60 cm diep naar voren te halen. De sleuf tussen twee inbouwapparaten is maar 3 tot 5 cm breed, dus daar kom je alleen met een lamp en een spiegeltje bij, en juist in die spleet loopt gemorst vocht naar de vloer.

De vloer onder de koelkast is de warmste vloer van het huis, want de condensor geeft warmte af en het condenswater verdampt eronder. Warmte plus vocht plus een plek waar nooit iemand komt is precies de combinatie waaronder een legsel het snelst uitkomt.

Neem daarna de keukenplint van 10 cm los als je in de keuken niets vindt maar wel maden op de vloer ziet. Daarachter loopt een holle ruimte over de hele kastenrij door, en kruimels en vocht die langs de kastbodem zakken komen daar terecht. Welk middel je daarna op welk oppervlak kunt gebruiken, staat bij schoonmaken per materiaal en ondergrond.

De geleegde afvalbak staat naast een borstel en emmer
De geleegde afvalbak staat naast een borstel en emmer. Bodem en randen zijn vrij om schoon te maken.
Praktische tip

Til de voerbak op in plaats van eromheen te vegen. Onder de rand staat een dun laagje voer en vocht dat bij het dweilen steeds blijft zitten, en dat is de plek waar een huisvlieg haar eitjes kwijt kan zonder dat jij er ooit iets van ziet.

Hoe komen maden in huis en langs welke opening

Er zijn maar twee routes: een vlieg vliegt naar binnen en legt daar, of de larven kruipen zelf onder een deur door vanaf een bron buiten. De eerste route is veruit de gewoonste, de tweede zie je vooral in de zomer bij een kliko naast de achterdeur.

Bij de vliegroute gaat het om maaswijdte en niet om de grootte van de opening. Een hordoek met openingen van ongeveer 1,5 mm houdt vliegen tegen, terwijl gaas van 6 mm bedoeld is tegen muizen en vogels en voor een vlieg een open deur is.

De kruiproute herken je aan het spoor. Maden kruipen langs een rechte lijn: de dorpel, de naad tussen tegel en muur, de rand van een drempel. Zie je ze op de bijkeukenvloer in een lijn die naar buiten wijst, kijk dan eerst achter de deur en pas daarna in huis.

Welke openingen je met welk materiaal dichtzet zonder dat de ventilatie eronder lijdt, staat bij insecten buiten houden zonder te spuiten.

OpeningMaat van de openingWat er langs binnenkomtWat het dichtzet
Kiepraam boven het aanrechtSpleet van 5 tot 10 cmHuisvlieg en bromvlieg, recht op de geur van de gft-bak afVast hordoek met een maaswijdte van ongeveer 1,5 mm
Achterdeur die tijdens het koken openstaatVolle doorgang van 73 tot 83 cmAlles wat vliegt, plus larven die over de dorpel kruipenHordeur of plisséhor, en de deur niet urenlang laten openstaan
Kier onder de achterdeur of de tuindeur5 tot 20 mmMaden die vanaf de kliko naar binnen kruipenBorstelprofiel of tochtstrip die tot op de dorpel doorloopt
Ventilatierooster in het kozijnSleuf van 10 tot 15 mmVliegen en muggen, ook als het raam dicht blijftFijn gaas aan de binnenzijde; het rooster zelf blijft open
Brievenbus in de deurKlep met 2 tot 3 cm spelingVliegen bij warm weer, vooral aan de zonzijdeBorstelrand of een binnenklep met veer
Muurdoorvoer van de afzuigkap of de drogerBuis van 125 of 150 mmVliegen die via de buitenroosters naar binnen lopenRooster met gaas of een terugslagklep die echt sluit
Schoorsteenkanaal zonder kapVrije openingKauwen en duiven, en daarna de vliegen en maden van een nestKauwenkap of gaas, geplaatst buiten het broedseizoen
Kruipluik dat niet sluitKier van 5 tot 10 mmVliegen uit de kruipruimte, vooral in het voorjaarLuik met rubberrand en een sluiting die aandrukt

Maden zonder afval in de buurt: dan zit de bron in de constructie

Liggen er maden in een slaapkamer, op zolder of in de gang, en valt er in die ruimte niets te eten, dan komt de bron uit de bouwkundige schil. Drie signalen komen dan samen: een zoetige, zware lucht die sterker wordt als de verwarming aanslaat, larven op een plek zonder voedsel, en een groepje dikke blauwglanzende vliegen dat steeds tegen hetzelfde raam bonkt.

Tien of meer bromvliegen in één kamer is het duidelijkste getal dat je hebt. Een enkele vlieg komt door een open raam naar binnen; een groep komt ergens uit, en dat punt is bijna altijd een naad in het plafond of langs een plint.

Kijk dan omhoog en niet omlaag. Een muis in de vloeropbouw, een vogel achter de boeiboord of een kauw in het rookkanaal ligt boven of naast de ruimte waar jij staat, en de larven volgen de kortste weg naar buiten.

Die weg is voorspelbaar: het gat van 68 mm van een inbouwspot, de doorvoer van een leiding, de kier langs een luik of de naad tussen plafond en wand. Zit er maar één spot in de kamer en komen ze daar allemaal uit, dan ligt het kadaver in het vak erboven.

Welke beestjes nog meer op een dood dier afkomen en in welke volgorde ze verschijnen, staat bij ongedierte in huis herkennen en aanpakken. Eerst de vliegen en de maden, weken later de spekkever en de tapijtkever op wat er droog van overblijft.

Let op

Een gevelopening of een gootuiteinde zet je pas dicht als je zeker weet dat er geen jongen meer in zitten. Bezette vogelnesten zijn beschermd, en een nest dat je inmetselt levert binnen twee weken precies het probleem op dat je wilde oplossen.

Wat de vindplaats zegt over de afstand tot de bron

De manier waarop de maden liggen vertelt je of je dichtbij bent. Larven die nog eten zitten in een kluit, half ingegraven in hun materiaal en dicht op elkaar. Losse larven die alleen over een vloer kruipen zijn klaar met eten en op zoek naar een droge, donkere plek om te verpoppen.

Die twee vragen om verschillend zoekwerk. Een kluit betekent: de bron is dit, of ligt er binnen een halve meter. Losse kruipers betekenen: de bron ligt ergens anders en je moet hun richting omdraaien.

Maden kruipen van hun voedsel af en niet ernaartoe, dus zoek je tegen de looprichting in. Een spoor langs een plint volg je terug naar de kast, de sleuf of de hoek waar het begon, en niet naar de hoek waar ze nu stilliggen.

Hoogte is de tweede aanwijzing. Larven hebben geen zuignappen en klimmen niet zomaar tegen glad stucwerk op, dus maden hoog tegen een wand of op een plafond zijn naar beneden gekomen en niet omhoog geklommen.

De maat geeft de tijd. Larven van 2 tot 3 mm horen bij een legsel van hooguit een dag oud, en larven van 8 tot 18 mm zijn bij kamertemperatuur vier tot zes dagen onderweg. Bij die laatste maat is het opruimen dringend, want ze staan op het punt te verpoppen; hoe je ze zonder bestrijdingsmiddel doodt, staat bij maden doden met kokend water.

Wormen in huis die geen maden zijn

Niet elk wit wormpje is een vliegenlarve, en dat onderscheid bepaalt waar je gaat zoeken. Drie kenmerken brengen je er in een paar seconden uit: poten, kop en spinsel.

Een made heeft geen poten, geen harde bruine kop en geen haren, en kruipt met het smalle eind vooruit. Zie je pootjes achter een duidelijke kop, dan is het een keverlarve en ligt de bron in textiel, hout of voorraad. Zie je spinseldraden of een rupsje, dan komt het uit een pak in de voorraadkast.

De vindplaats zegt daarna bijna alles. Wormen in huis die uit potgrond opduiken horen bij de varenrouwmug, wormpjes in de aanslag van het doucheputje bij het afvoervliegje, en een roodbruine geleedworm bij de tuin die na regen onder de deur door kwam.

Twijfel je over een larve die je niet kunt thuisbrengen, dan kun je hem op grootte, kleur en vindplaats naslaan en van daaruit verder zoeken. Gaat het om een larve met pootjes en een kopkapsel, dan helpt kevers en keverlarven in huis herkennen om de soort en dus de bron terug te vinden.

Wat je zietWaaraan je het herkentWaar het vandaan komtWaar je dan zoekt
Made, de larve van een vliegWit tot crème, 5 tot 18 mm, pootloos, geen harde kop, spits kopeindEitjes van een vlieg op rottend eiwit of gistend suikerAfvalbak, gft-bakje, voerbak, kliko, of een dood dier in de constructie
Rupsje met spinseldraden10 tot 15 mm, pootjes, bruine kop, klontjes die aan elkaar plakkenVoorraadmot, meegekomen in meel, muesli, noten of vogelvoerHet pak zelf, de naad van het legbord en de gaten van de legbordsteunen
Klein behaard larfje in textiel4 tot 5 mm, bruin, behaard, met een pluim aan het achtereindTapijtkever, op wol, dons, haren en dode insectenOnder het vloerkleed, langs de plint en achter in een kledingkast
Doorschijnend wormpje met zwarte kopOngeveer 5 mm, in de bovenste centimeters vochtige potgrondVarenrouwmug, meegekomen met verse potgrond of een nieuwe plantDe bovenste 2 cm potgrond en de schotel onder de pot
Grauw larfje in de badkamer4 tot 10 mm, glad, met een donkere ademplaat aan het uiteindeAfvoervliegje, uit de biofilm in de afvoerHet doucheputje, de overloop van de wastafel en een sifon die droog staat
Dikke behaarde larve op zolderTot 15 mm, bruin en behaard, met twee haakjes aan het eindSpekkever, op droge dierlijke restenEen dood dier of een oud vogelnest op zolder, in de goot of achter de gevel
Roodbruine geleedworm van enkele centimetersDuidelijke ringen, beweegt rekkend en krimpend, niet witRegenworm uit de tuin, na regen naar binnen gekropenOnder de tuindeur, in de garage en op de vloer van de bijkeuken

Waarom de bron in de zomer sneller ontstaat dan je hem vindt

In de zomer vallen twee dingen samen: er komen meer vliegen binnen en de cyclus loopt sneller. Bij 28 tot 30 graden komt een eitje binnen 8 tot 24 uur uit, bij 20 graden duurt dat een tot twee dagen, en onder ongeveer 15 graden gebeurt er vrijwel niets.

Dat verschil botst met het ophaalritme van het afval. Waar restafval eens per twee weken wordt opgehaald, staat vlees of vis in de kliko dus zo'n tien dagen langer dan de hele ontwikkeling van ei tot vlieg duurt.

De bak zelf helpt daaraan mee. Een kliko in de volle zon wordt vanbinnen warmer dan de buitenlucht, en een gft-bak met vers gemaaid gras gaat broeien en blijft dagenlang warm, ook als het buiten afkoelt.

Binnen zijn de warme plekken kleiner maar net zo constant: de vloer onder de koelkast, de sleuf naast de vaatwasser die tijdens een programma oploopt, en een kastje boven de oven. Daar loopt de klok het hele jaar door op zomersnelheid.

De maatregel die het meeste scheelt kost niets: vries vlees- en visresten in tot de ochtend van de ophaaldag. Dat haalt geur en vocht tegelijk weg, en dat zijn precies de twee dingen waarop een vlieg afkomt. Welke ronde je verder vast in de week zet, staat bij een vaste routine voor keuken en afval.

Praktische tip

Zet de kliko aan de noord- of oostzijde van het huis in plaats van tegen de zonzijde. Het verschil tussen een bak van 20 en een van 30 graden halveert de tijd van ei tot vlieg, en dat is bij een ophaalritme van twee weken het verschil tussen één en twee generaties.

Zo loop je de bronnen af, van de meest naar de minst waarschijnlijke

De volgorde loopt van de plek waar het in negen van de tien gevallen zit naar de plek die je alleen bij uitsluiting bereikt.

  1. Meet de grootste made en reken terug naar de dag van leggen

    Larven van 2 tot 3 mm zijn hooguit een dag oud, larven van 8 tot 18 mm zijn vier tot zes dagen onderweg. Met die leeftijd weet je welke dag je moet nalopen en welk raam of welke deur toen openstond.

  2. Leg de afvalbak open en kijk naar de bak, niet naar de zak

    Til de zak eruit en bekijk de binnenrand, de bodem en het scharnier van het deksel. Het vocht dat langs de plooi van de zak naar beneden loopt blijft op de bodem staan, en dat is het materiaal waar de larven van leven.

  3. Trek koelkast en vaatwasser 60 cm naar voren

    Schijn met een lamp in de sleuf van 3 tot 5 cm ertussen en kijk naar de vloer eronder. Onder de koelkast komen warmte en condens samen, en dat is de snelste broedplek in de keuken.

  4. Til de voerbak en de kattenbak op

    Kijk naar de onderrand, de kier tussen bak en vloer en het gemorste voer eromheen. Natvoer dat langer dan een uur staat is voor een huisvlieg een uitnodiging, en de rand eronder blijft bij dweilen altijd buiten schot.

  5. Ga naar buiten en leg de kliko open

    Controleer de bodemplooi, het dekselscharnier en de grond onder de bak, en kijk of er een kruipspoor naar de achterdeur loopt. Ligt de bron buiten, dan is de kier onder de deur de route waarlangs ze binnenkomen.

  6. Tel in elke kamer de dikke blauwglanzende vliegen

    Loop het huis rond, ruik in elke ruimte en let op het raam waar de vliegen samenkomen. Tien of meer bromvliegen in dezelfde kamer wijst op een dood dier in de vloer, de spouw of het kanaal, en het punt waar ze uitkomen is de plek om open te maken.

  7. Ruim de bron op en kijk een week later in dezelfde naden

    Doe de bron in twee zakken, breng die meteen naar de buitenbak en spoel de bak met kokend water uit. Kijk zeven dagen later opnieuw met een lamp in dezelfde naden naar harde bruine tonnetjes van 6 tot 9 mm, want dat zijn de poppen die anders alsnog vliegen worden.

Beestjeszoeker

Beschrijf wat je ziet: grootte, kleur, waar je het vond en hoeveel. Je krijgt de waarschijnlijke soort, waar hij vandaan komt en wat er werkt. Open de volledige beestjeszoeker

Nalopen tot je de bron gevonden hebt

Uit de praktijk

Wat hier misgaat

Er liggen maden in de gang en daar valt niets te eten

Het symptoom is een handvol losse larven op een tegelvloer, een deurmat of een badkamervloer, zonder dat er in die ruimte voedsel of afval staat. Dat is geen tweede bron maar het eindpunt van de eerste.

Aan het eind van het derde larvestadium verlaat een made haar voedsel en zoekt een droge, donkere plek om te verpoppen. Daarbij legt ze meters af, kruipt ze onder een deur door en komt ze op gladde vloeren terecht waar ze verder zichtbaar is dan haar bedoeling was.

De correctie zit in de richting. Volg het spoor tegen de looprichting in langs de plint of de dorpel, want dat eindigt bij de kast, de bak of de sleuf waar het legsel lag. Dweilen ruimt op wat er ligt en verandert niets aan de aanvoer.

Waar dit op vastloopt

De bak is elke dag leeg en toch kruipen er maden over de keukenvloer

Wie de bak dagelijks leegt en toch larven blijft vinden, zoekt meestal in het afval terwijl de bron eronder of ernaast ligt. Een leegbeurt haalt de inhoud weg en laat de bak zelf, de vloer eronder en de plint erachter ongemoeid.

Het vocht loopt langs de plooi van de zak naar de bodem van de bak, langs de kastbodem naar de holle ruimte achter de plint van 10 cm, en dat blijft daar staan. Een legsel in het dekselscharnier gaat bovendien nooit met de zak mee.

Wat hier werkt is de bak uitwassen in plaats van legen: kokend water over de binnenrand en het scharnier, schrobben met een flessenborstel en de bak omgekeerd laten drogen. Neem de plint los als er na twee ronden nog larven opduiken.

Waar dit op vastloopt

In de voorraadkast kruipen witte wormpjes zonder dat er een vlieg is

Zitten er wormpjes in meel, rijst, muesli, noten of hondenbrokken en vliegt er nergens een vlieg rond, dan zijn het vrijwel zeker geen maden. Rupsen van de voorraadmot hebben pootjes, een bruine kop en laten spinseldraden achter waardoor korrels aan elkaar klonteren.

De herkomst is dan een heel andere: de eitjes kwamen mee in een pak uit de winkel en niet door een openstaand raam. De rupsen kruipen ver van hun voedsel weg om te verpoppen, tot in de naad van het legbord en de gaten van de legbordsteunen.

Zoeken in de afvalbak levert hier dus niets op. De kast moet leeg, elk pak wordt nagelopen op klontjes en spinsel, en de lege kast gaat met het smalle mondstuk uit tot in de naden.

Veelgemaakte fouten

Zoeken op de plek waar de larven liggen

De plek waar je maden vindt is vaak het eindpunt van hun tocht en niet het begin. Wie daar schoonmaakt, ruimt op wat weg wilde en laat het legsel en het rottende materiaal staan.

Kijk daarom eerst of ze in een kluit liggen of los verspreid. Een kluit is de bron, losse kruipers zijn een spoor dat je tegen de looprichting in moet volgen.

Alleen binnen zoeken terwijl de bak buiten staat

Een kliko naast de achterdeur is in de zomer de grootste broedplek van het hele erf, en de larven kruipen onder een kier van 5 tot 20 mm zo naar binnen. Binnen vind je dan niets, omdat er binnen ook niets is.

Kijk naar de richting van het spoor voordat je de keuken uit elkaar haalt. Wijst het naar de dorpel, dan ligt het werk buiten en helpt een borstelprofiel onder de deur meer dan een schoonmaakronde.

De zoetige lucht wegluchten in plaats van hem volgen

Die lucht is het enige gereedschap dat je hebt om een dood dier in een vloer of spouw te lokaliseren, en hij wordt sterker naarmate je dichterbij komt en als de verwarming aanslaat. Wie de ramen openzet en een geurverdrijver neerzet, gooit dat spoor weg.

Loop in plaats daarvan elke kamer langs en let op waar de lucht het sterkst is en waar de vliegen uitkomen. Pas als je het punt hebt, is luchten aan de beurt.

Aannemen dat maden uit de afvoer omhoog komen

Uit een sifon met water erin komt geen made omhoog: die waterslot van 5 cm is een barrière waar een larve niet doorheen kruipt. Wat er wel uit een afvoer komt zijn de larfjes van het afvoervliegje, en die leven in de biofilm in de eerste centimeters van de buis.

Het onderscheid is te zien: een made is wit met een spits kopeind, een afvoerlarve is grauw en glad met een donkere plaat aan het uiteinde. Verwissel je die twee, dan ga je de verkeerde kant op zoeken.

Een dichtgeknoopte zak of een gesloten pak als bewijs nemen

Een zak die dicht zit houdt niets tegen als het legsel er al in zat, want binnen in die zak zitten juist de vier dingen waar een larve op groeit: eiwit, vocht, warmte en rust. Eitjes van een millimeter zie je bij het dichtknopen niet.

Een pak rijst of muesli is net zo min een garantie. Rupsen van de voorraadmot en larven van voorraadkevers werken zich door dun plastic en karton heen, dus een ongeopend pak sluit een bron niet uit.

De kliko omspoelen en de bodemplooi overslaan

Bij het uitspoelen gaat het water over het gladde midden van de bodem en niet in de plooi langs de rand, en juist daar blijft een laagje vocht en vuil staan. Dat laagje is de voedingsbodem waar de volgende generatie op draait.

Schrob de bodemrand en het dekselscharnier met een borstel, spoel na met heet water en zet de bak schuin te drogen. Een bak die vanbinnen echt droog is levert zelden nog maden op.

Veelgestelde vragen

Waar komen maden vandaan in huis?

Uit eitjes die een vlieg een of twee dagen eerder heeft gelegd op rottend eiwit of gistend suiker. In huis zijn dat vrijwel altijd de afvalbak, het gft-bakje, natvoer of de kattenbak, vlees of vis op het aanrecht, overrijp fruit, een luieremmer, de kliko buiten of een dood dier in de constructie.

De larven zelf kruipen hooguit een paar meter, dus de bron ligt dicht bij de plek waar je ze vindt. Alleen bij een dood dier zit die bron boven of achter je in plaats van naast je.

Hoe komen maden in huis als alle ramen dicht zijn?

Langs een opening die je niet als opening ziet. Een ventilatierooster in het kozijn heeft een sleuf van 10 tot 15 mm, een brievenbusklep 2 tot 3 cm speling, en de muurdoorvoer van de afzuigkap of de droger is een buis van 125 of 150 mm.

De tweede route is kruipen. Larven die buiten in de kliko zijn opgegroeid gaan onder een deurkier van 5 tot 20 mm door, vooral als de bak vlak naast de achterdeur staat.

Waar komen maden in de keuken vandaan?

Uit vier plekken die allemaal laag en donker liggen: de afvalbak in de onderkast, de sleuf van 3 tot 5 cm naast de vaatwasser, de vloer onder de koelkast en de rand onder de voerbak. Op het verlichte werkblad legt een vlieg zelden.

Reken op 60 cm vrije vloer om de koelkast en de vaatwasser naar voren te trekken. Vind je daar niets, neem dan de keukenplint van 10 cm los, want daarachter loopt een holle ruimte waar kruimels en vocht in terechtkomen.

Wormen in huis, waar komen ze vandaan?

Dat hangt af van wat je precies ziet. Witte, pootloze wormpjes zonder harde kop zijn maden en horen bij rottend eiwit binnen een paar meter. Wormpjes met pootjes en een bruine kop komen uit voorraad of textiel, en een roodbruine geleedworm van enkele centimeters is een regenworm die na regen onder de deur door kwam.

Doorschijnende wormpjes van 5 mm met een zwarte kop horen bij de potgrond van een kamerplant, en grauwe larfjes bij het doucheputje bij de aanslag in de afvoer.

Waar komen larven vandaan die ik niet kan thuisbrengen?

Begin bij drie kenmerken: poten, kop en spinsel. Een vliegenlarve heeft geen van de drie en kruipt met het smalle eind vooruit, een keverlarve heeft pootjes en een harde bruine kop, en een motrups laat spinseldraden achter waardoor korrels aan elkaar klonteren.

Die drie wijzen naar heel verschillende bronnen: afval en kadavers, textiel en hout, of een pak in de voorraadkast. Kom je er niet uit, dan helpt zoeken op grootte, kleur en vindplaats om de soort en daarmee de bron te vinden.

Waar komen maden vandaan als er nergens afval in de buurt ligt?

Dan zijn het bijna altijd larven die zijn weggekropen om te verpoppen, of er ligt een dood dier in de vloer, de spouw of een schoorsteenkanaal. Het onderscheid maak je op aantal en gezelschap: een paar losse kruipers horen bij een bron in een aangrenzende ruimte.

Zitten er tien of meer dikke blauwglanzende vliegen in dezelfde kamer en hangt er een zoetige lucht die sterker wordt bij warmte, dan is het kadaver de klus en niet de larven op de vloer.

Kunnen maden uit de afvoer of het riool omhoog komen?

Nee. Een sifon staat vol water over een hoogte van ongeveer 5 cm, en daar kruipt een made niet doorheen. Wat er uit een afvoer komt zijn de larven van het afvoervliegje, en die leven in de slijmlaag in de eerste centimeters van de buis.

Zie je die grauwe, gladde larfjes bij het doucheputje of de overloop van de wastafel, dan borstel je de rand en de eerste 10 cm van de buis schoon. Kokend water alleen spoelt de biofilm niet weg.

Waarom zitten er maden in de prullenbak terwijl er geen vlees in zat?

Een huisvlieg heeft geen vlees nodig. Groenteafval, een leeg blik natvoer, een pizzadoos met vet en het vocht dat onderin de bak staat zijn genoeg, zolang het materiaal rot en nat is.

Het legsel ligt daarbij zelden in het afval zelf maar op de overgang van nat naar droog: in het scharnier van het deksel, langs de binnenrand of in de plooi van de zak vlak boven het vocht. Die plekken gaan bij een leegbeurt niet mee naar buiten.

Waar komen maden in kattenvoer of hondenvoer vandaan?

Van natvoer dat langer dan een uur blijft staan. De geur trekt de huisvlieg aan en zij legt op de resten in de bak of op de rand eromheen, waarna je de larven vindt in de aangekoekte klontjes en onder de bak.

Haal restjes na een uur weg, spoel de bak dagelijks om en til hem daarbij op, want de plek onder de rand blijft bij dweilen altijd zitten. Droogvoer geeft zelden maden omdat er voor de larve geen vocht in zit.

Hoe weet ik hoe oud de maden zijn en wanneer de vlieg er dus was?

Meet de grootste larve. Bij 2 tot 3 mm is het legsel hooguit een dag oud, bij 8 tot 18 mm zijn ze bij kamertemperatuur vier tot zes dagen onderweg en staan ze op het punt te verpoppen.

Tel daar de tijd van ei tot uitkomen bij op: 8 tot 24 uur bij 25 graden en een tot twee dagen bij 20 graden. Zo weet je welke dag je moet nalopen, en welk raam of welke deur toen openstond.

Waar komen maden in de winter vandaan?

Van binnen. Een verwarmde keuken van 22 graden is voor de ontwikkeling geen winter, en een vlieg die in de herfst binnenkwam en in een kier heeft overwinterd kan gewoon leggen zodra ze een geschikte plek vindt.

Duiken er in januari maden op zonder afval in de buurt, kijk dan naar de vloeropbouw, de spouw en het schoorsteenkanaal. In het koude seizoen zoeken muizen en vogels juist die plekken op, en wat daar sterft blijft liggen.

Hoe voorkom ik dat de bron opnieuw ontstaat?

Neem de twee dingen weg waar een vlieg op afkomt: geur en vocht. Vlees- en visresten in de vriezer tot de ochtend van de ophaaldag, het gft-bakje elke dag legen en omgekeerd laten drogen, en de kliko uit de zon met een deksel dat sluit.

Zet daarna de aanvoer dicht met hordoek van ongeveer 1,5 mm voor de ramen die je openzet, en met een borstelprofiel onder de achterdeur. Die twee samen dekken de vliegroute en de kruiproute.

Wanneer je beter een vakman belt

Het zoeken en opruimen doe je zelf, maar er is één grens. Ligt het kadaver in een vloeropbouw, in de spouw, achter een boeiboord of in een schoorsteenkanaal, dan moet er een plafondplaat, een luik of een deel van de constructie open, en dat is werk voor een ongediertebestrijder of een timmerman.

Datzelfde geldt als de aanvoer van larven doorgaat terwijl je binnen alles hebt nagelopen. De bron ligt dan vaak in de kruipruimte of bij een gebroken rioolaansluiting, en daar hoort een inspectie bij en geen extra schoonmaakronde.

Verder lezen over dit onderwerp