Een urinoir thuis: eerst de afvoer, dan de hoogte

Een urinoir thuis past waar een vuilwaterafvoer van 40 of 50 mm ligt, en daardoor kan het op plekken waar een toilet met zijn afvoer van 110 mm niet komt. De voorrand hangt voor volwassenen op 60 tot 65 cm, het hart minstens 40 cm van een zijwand en je houdt 60 cm vrij om te staan, zodat toilet en urinoir naast elkaar samen ongeveer 160 cm breedte vragen. Met een spoeling van 1 liter of zonder water scheelt het tegenover de kleine toiletknop van 3 liter echt water, maar een urinoir dat op 3 liter spoelt scheelt niets. Het vervangt het toilet niet, en het gaat alleen ruiken als de sifon, de voegen of de afvoer het laten afweten.
Dit heb je nodig
- Tijd
- een dag, plus de droogtijd van lijm en voeg
- Moeilijkheid
- Ophangen zelf te doen, aansluiten vaak niet
Gereedschap
- Rolmaat en een waterpas van minstens 60 cm
- Boormachine met tegelboor en steenboor
- Steeksleutels of een waterpomptang voor de sifon
- Buizenzaag en ontbramer voor pvc
- Schilderstape en potlood om de strook en de hoogte uit te zetten
- Kitspuit
Materiaal
- Urinoir met dragers of montageset
- Sifon voor een urinoir, passend bij een afvoer van 40 of 50 mm
- Drukspoeler, inbouwspoeler, of afsluitvloeistof en patroon, afhankelijk van het systeem
- Pvc-afvoerbuis van 50 mm met bochten en lijm
- Epoxyvoeg voor de spatzone
- Sanitairkit
Wat een urinoir thuis oplost en waar het tekortschiet
Wie een urinoir thuis overweegt, wil meestal een van drie dingen: minder spatten rond het toilet, minder water per plasbeurt, of een tweede plek in een huis waar het toilet 's ochtends bezet is. Een urinoir levert die drie, maar alleen als het op de goede hoogte hangt en een afvoer heeft die het bijhoudt.
Het urinoir hoort bij de rest van de toiletruimte: de draairichting van de deur, de fontein en de plek van de afvoer bepalen samen wat er past, en die afwegingen staan bij het inrichten van het toilet. Wat een urinoir anders maakt dan een pot, is de manier waarop de straal de schaal raakt.
Bij staand plassen in een toilet valt de straal meer dan een halve meter en komt hij bijna haaks op het water in de pot. Een haakse inslag op water gooit druppels terug over de bril, de rand en de vloer.
In een urinoir raakt de straal van dichtbij een schuin aflopende achterwand en glijdt hij langs het keramiek naar de sifon. Er is minder valhoogte en een schuine hoek, en die twee samen houden de spatten grotendeels in de schaal.
Wat een urinoir niet doet, is het toilet vervangen. Zittend gebruik, kinderen die nog niet staand plassen en bezoek hebben een gewone pot nodig, dus een urinoir is altijd een tweede voorziening naast het toilet en nooit in plaats ervan.
Breek geen toilet weg om ruimte te maken voor een urinoir. Wat je wint aan water en spatten, verlies je aan een huis waarin niemand meer kan zitten, en een toiletafvoer van 110 mm terugleggen is meer werk dan hem laten liggen.
Welk spoelsysteem past bij de aansluitingen die er liggen
Een urinoir heeft altijd een afvoer nodig, maar niet altijd water en niet altijd stroom. Welk systeem je kiest, hangt daarom eerst af van wat er al in de wand zit en pas daarna van de vorm van de schaal.
Waterloze modellen werken op een van twee principes. Bij een afsluitvloeistof drijft een laag olieachtige vloeistof in de sifon; die is lichter dan urine, dus de urine zakt erdoorheen naar de afvoer terwijl de laag blijft liggen en de rioollucht tegenhoudt. Bij een membraan zit er een soepel slangetje of klepje in de afvoer dat onder het gewicht van de vloeistof opengaat en daarna vanzelf dichtvalt.
Een spoelend urinoir krijgt zijn water uit een drukspoeler op de koudwaterleiding, een inbouwspoeler achter een voorzetwand of een spoeler met een sensor. De hoeveelheid per spoeling ligt afhankelijk van model en instelling rond 1 tot 3 liter, en bij veel spoelers stel je die zelf in.

Moet er voor het urinoir een nieuwe leiding komen, dan werk je aan de drinkwaterinstallatie en de afvoer tegelijk. Wat daarbij komt kijken, van afsluiten tot afschot, staat bij het werken aan waterleidingen en afvoeren.
Keramiek, rvs of kunststof
Sanitairkeramiek heeft een glazuurlaag waar urine en urinesteen slecht op hechten, en het blijft heel bij zure reinigers. Het is wel zwaar en breekbaar: een schaal die van de dragers valt, is weg.
Rvs is licht en onbreekbaar en wordt daarom vaak in een garage of werkplaats gekozen. Het verdraagt geen reinigers op basis van zoutzuur, want chloride tast rvs aan en laat putjes achter waarin vuil zich vastzet; bij rvs gebruik je citroenzuur.
Kunststof is het lichtst, maar het krast. In elke kras zet urinesteen zich eerder vast dan op glad glazuur, dus een kunststof schaal wordt met de jaren moeilijker schoon te krijgen.
| Systeem | Hoe het werkt | Wat het vraagt | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Waterloos met afsluitvloeistof | Een lichte vloeistof drijft op de urine in de sifon en sluit de afvoer af | Alleen een afvoer; vloeistof bijvullen of een patroon wisselen volgens de handleiding | Een emmer water of reiniger door de afvoer spoelt de laag weg, en dan komt de rioollucht terug |
| Waterloos met membraan of klep | Een siliconen slangetje of klep opent onder de vloeistof en sluit daarna weer | Alleen een afvoer; het membraan af en toe uitnemen en schoonmaken | Urinesteen op het membraan houdt het op een kier, en dan ruik je de afvoer |
| Drukspoeler op de koudwaterleiding | Een knop opent een klep die een afgemeten hoeveelheid water doorlaat | Een koudwaterleiding boven het urinoir en een spoeler die voor de drinkwaterleiding is goedgekeurd | Een lange, dunne leiding geeft te weinig doorstroming, en dan wordt de schaal niet helemaal nagespoeld |
| Inbouwspoeler achter een voorzetwand | Hetzelfde principe, met de klep in de wand en een bedieningsplaat ervoor | Een voorzetwand of montage-element van ongeveer 15 cm diep | Onderhoud gaat via de opening achter de bedieningsplaat, dus die moet bereikbaar blijven |
| Spoeler met sensor | Een infraroodsensor spoelt nadat je wegstapt | De waterleiding, plus batterijen of een voeding in de wand | Een lege batterij betekent geen spoeling; een voeding op netstroom vraagt een elektricien |
Op welke hoogte het urinoir hangt en hoeveel ruimte het vraagt
De maat die telt is de hoogte van de voorrand, de lip van de schaal waar de straal overheen gaat. Die rand hoort lager te liggen dan het punt waar de straal begint, zodat hij schuin naar beneden de schaal in gaat en niet recht tegen de achterwand slaat.
Voor volwassen mannen komt de voorrand op 60 tot 65 cm boven de afgewerkte vloer. Dat is een praktijkmaat en geen norm, en de montagehandleiding van het model zegt waar de dragers en de afvoer dan komen, want de afstand van voorrand tot afvoer verschilt per schaal.
Hang je hem lager voor kinderen, dan valt de straal van een volwassene verder, raakt hij de schaal harder en spat hij buiten de rand. Een opstapje van 10 tot 15 cm is daarom vaak een betere oplossing dan een urinoir dat voor niemand goed hangt.
In de breedte houd je het hart van het urinoir minstens 40 cm van een zijwand, want je schouders zijn al 45 tot 50 cm breed en je ellebogen steken nog verder uit. Ervoor blijft 60 cm vrij om te staan, dezelfde maat die voor je knieën bij een toilet geldt; de hoogtes van het toilet ernaast, van zitting tot toiletrolhouder, zoek je op in de toiletmaten van de maatwijzer.
| Onderdeel | Maat | Marge die werkt | Waar het van afhangt |
|---|---|---|---|
| Urinoir, voorrand voor volwassenen | 62 cm | 60 tot 65 cm | Lager dan het punt waar de straal begint, zodat hij schuin de schaal in gaat |
| Urinoir, voorrand als alleen jongens het gebruiken | 48 cm | 45 tot 50 cm | Bij gebruik door volwassenen liever op volwassenenhoogte met een opstapje |
| Urinoir, hart tot zijwand | 40 cm | 35 tot 45 cm | Onder 35 cm staat je elleboog tegen de muur |
| Urinoir, hart tot hart van het toilet | 80 cm | 70 tot 80 cm | Bij 80 cm heeft elk een eigen strook; bij 70 cm vallen ze 10 cm over elkaar, en dat kan omdat er nooit tegelijk iemand zit en staat |
| Vrije ruimte voor de schaal | 60 cm | 55 tot 75 cm | Je staat met je voeten 20 tot 30 cm van de voorrand en je lichaam neemt de rest |
| Uitsteek van het urinoir vanaf de afgewerkte wand | 32 cm | 25 tot 40 cm | Een diepere schaal vangt meer spetters op, maar kost vloer |
| Voorzetwand voor een inbouwspoeler | 15 cm | Volgens het montage-element | Dezelfde diepte als bij een hangtoilet, dus beide kunnen achter één wand |
| Afvoer van het urinoir | 50 mm | 40 of 50 mm | Urinesteen maakt de buis nauwer, dus met 50 mm blijft hij langer doorlopen |
| Toilet ernaast, zithoogte | 40 cm | 38 tot 48 cm | Bij een hangtoilet bepaal je de hoogte met het inbouwframe |
| Toilet ernaast, vrije ruimte voor de pot | 60 cm | 55 tot 70 cm | Daar staan je knieën en voeten |
| Toiletrolhouder | 70 cm hoog | 60 tot 75 cm | Zittend binnen bereik, 20 tot 30 cm voor de voorkant van de pot |
| Fontein om je handen te wassen, bovenkant | 85 cm | 80 tot 90 cm | Dezelfde hoogte als een wastafel |
Plak de hoogte van de voorrand met schilderstape op de wand en ga er met schoenen aan voor staan. Ligt de tape niet duidelijk onder je kruis, dan hangt het urinoir te hoog; zijn er meer volwassen gebruikers, meet dan bij de kleinste.
Een urinoir naast het toilet vraagt ongeveer 160 cm breedte
De meeste toiletruimtes in een rijtjeshuis zijn 90 tot 100 cm breed en 140 tot 160 cm diep. Daar past een pot met zijn strook van 80 cm, en naast die strook blijft hooguit 20 cm over: te weinig voor een schaal van 36 cm breed met 40 cm tot de wand.
Naast elkaar tegen dezelfde achterwand heb je twee stroken nodig. Het hart van het toilet komt op 40 cm van de ene wand, het hart van het urinoir 80 cm verder en dan nog 40 cm tot de andere wand, samen 160 cm; met 70 cm hart op hart en 35 cm tot de wand is ongeveer 145 cm de ondergrens.
In de diepte bepaalt het toilet de maat. Een hangtoilet kost 15 cm voorzetwand, 54 cm pot en 60 cm vrij voor je knieën, samen 129 cm, en dezelfde optelsom geeft de doorslag in een kleine smalle badkamer. Het urinoir steekt minder ver uit, dus die kant is nooit de beperking.
Is de ruimte smal maar lang, dan kan het urinoir op een zijwand bij de deur. Dat vraagt ongeveer 100 cm breedte, want de schaal steekt 30 tot 35 cm uit en je staat er met 60 cm ruimte voor, en ongeveer 210 cm lengte, zodat de strook van 80 cm voor het urinoir achter de knieruimte van het toilet valt.
Zo'n lengte heeft een los toilet zelden, een lange badkamer die je opdeelt wel. Hoe je daar alle leidingen in één installatiewand bundelt, staat bij de plattegronden voor een lange smalle badkamer.
De afvoer beslist waar het urinoir kan komen
Een toilet heeft een afvoer van 110 mm en blijft daarom meestal binnen een paar meter van de standleiding. Een urinoir loopt op 40 of 50 mm, dezelfde maat als een wastafel, en die dunne buis past in een voorzetwand of onder een verhoogde vloer waar een toiletafvoer niet in kan. Eerst de afvoer en dan het meubel: dat principe legt de indeling van elke keuken en badkamer vast.

Horizontaal heeft die afvoer afschot nodig, in de praktijk ongeveer 1 cm per meter. Op 3 m van de standleiding ligt de aansluiting achter het urinoir dus 3 cm hoger dan ernaast, en daar komen de sifon en de buis zelf nog bij.
Houd de leiding bij een urinoir kort en met zo weinig mogelijk bochten. Urine stroomt zonder spoelwater langzaam, en op elke plek waar de stroom stilvalt zet urinesteen zich af.
De afvoer moet op het vuilwaterriool uitkomen. Een urinoir aansluiten op een regenpijp of een put voor hemelwater mag niet, want in een gescheiden rioolstelsel loopt dat water ongezuiverd naar een sloot of de bodem.
In een badkamer is de afvoer van de wastafel vaak het makkelijkste aansluitpunt, via een eigen aftakking en niet door de sifon van de wastafel. Of er naast de wastafel plaats is voor een schaal met zijn strook, reken je uit zoals bij het indelen van een kleine badkamer.
| Plek | Wat er moet liggen | Waar het knelt |
|---|---|---|
| Naast het toilet in de toiletruimte | De standleiding ligt vlakbij, en de koudwaterleiding van de fontein ook | De breedte: onder ongeveer 145 cm past het niet naast de pot |
| In de badkamer naast de wastafel | Een afvoer van 40 of 50 mm en een koudwaterleiding in dezelfde wand | De spatzone moet dicht afgewerkt zijn en de schaal mag niet in de doorloop naar de douche hangen |
| Op de slaapverdieping, ver van de standleiding | Een afvoer met afschot onder de vloer of in een voorzetwand | Elke meter kost 1 cm hoogte; lukt dat niet, dan een pompunit die de fabrikant uitdrukkelijk voor urinoirs vrijgeeft |
| In de garage of werkplaats | Een aansluiting op het vuilwaterriool en een kraan om je handen te wassen | Vorst in de sifon, geen ventilatie, en vaak alleen een regenpijp in de buurt |
| In het tuinhuis | Een vuilwaterafvoer die onder de tuin naar het riool loopt | De lengte en diepte van die leiding, en vorst in een onverwarmde ruimte |
| In een appartement | Een aansluiting op de afvoer binnen je eigen appartement | Een nieuwe aftakking op de standleiding is werk aan een gemeenschappelijk deel en gaat via de vereniging van eigenaars |
Hoeveel water een urinoir scheelt tegenover het toilet
De besparing hangt aan één vergelijking: hoeveel liter het urinoir per keer gebruikt tegenover wat je nu per plasbeurt doorspoelt. Een toilet met een dubbele spoelknop gebruikt 6 liter op de grote en 3 liter op de kleine knop, een ouder reservoir zonder spaarknop vaak 9 liter.
De tabel rekent met 8 plasbeurten per dag in huis, bijvoorbeeld twee mannen die er elk vier keer gebruik van maken. Dat is een aanname: tel je eigen aantal en schaal de derde kolom mee.
Wat eruit springt, is de onderste helft. Een urinoir dat op 3 liter spoelt, gebruikt evenveel als de kleine knop van een toilet en scheelt dus niets; de winst begint pas bij een spoeler die je op 1 of 2 liter zet, of bij een waterloos model.
Wordt nu uit gewoonte de grote knop ingedrukt, dan is de winst van een urinoir groter. Een groot deel van dat verschil haal je dan ook door de kleine knop te gebruiken, zonder dat er iets aan de wand verandert.
Een waterloos urinoir gebruikt alleen water bij het schoonmaken. Met een spuitfles en een doek is dat weinig, en je giet er juist geen emmer doorheen, omdat die de afsluitlaag in de sifon wegspoelt.
| Hoe je plast | Liter per keer | Per jaar bij 8 keer per dag | Wat je daarbij moet weten |
|---|---|---|---|
| Ouder toilet zonder spaarknop | 9 liter | 26,3 m³ | Een reservoir met een kleine knop van 3 liter haalt al driekwart van wat een urinoir op 1 liter oplevert |
| Toilet, grote knop | 6 liter | 17,5 m³ | Wordt vaak uit gewoonte gebruikt, ook bij plassen |
| Toilet, kleine knop | 3 liter | 8,8 m³ | Het vergelijkingspunt voor een urinoir |
| Urinoir met spoeler op 3 liter | 3 liter | 8,8 m³ | Geen besparing tegenover de kleine knop |
| Urinoir met spoeler op 2 liter | 2 liter | 5,8 m³ | 2,9 m³ per jaar minder dan de kleine knop |
| Urinoir met spoeler op 1 liter | 1 liter | 2,9 m³ | 5,8 m³ per jaar minder; kijk of de schaal dan nog helemaal wordt nagespoeld |
| Waterloos urinoir | 0 liter | 0 m³ | 8,8 m³ per jaar minder, plus wat je bij het schoonmaken gebruikt; wel vloeistof of patronen volgens de handleiding |
Waarom een urinoir gaat ruiken en waar urinesteen vandaan komt
Verse urine ruikt nauwelijks. De scherpe lucht ontstaat pas als bacteriën het ureum in de urine afbreken tot ammoniak, en dat gebeurt overal waar urine blijft staan of opdroogt: in de sifon, op de rand, in een voeg of op de vloer ervoor.
Diezelfde afbraak maakt de urine basischer, en bij een hogere pH slaan calcium- en magnesiumfosfaten neer als een harde, grijsbruine laag. Dat is urinesteen, en die groeit het snelst in de sifon en het eerste stuk afvoer, waar weinig of geen spoelwater komt om de urine te verdunnen.
Bij een waterloos urinoir moet de sifon of het patroon daarom op tijd gereinigd of vervangen worden: er is geen water dat de afzetting meeneemt. Bij een spoeler op 1 liter speelt hetzelfde in mindere mate, omdat het water de urine maar voor een deel verdunt.
Ruikt het terwijl de schaal schoon is, zoek de oorzaak dan buiten de schaal. Een leeggezogen sifon laat rioollucht door, een weggespoelde afsluitlaag ook, en een cementvoeg onder de voorrand zuigt opgedroogde spetters op en blijft ruiken, hoe vaak je er ook overheen veegt.
Urinesteen los je op met een zuur: citroenzuur of een urinesteenoplosser die je laat inwerken en daarna verwijdert. Draag handschoenen, zet de afzuiging aan en volg bij een waterloos model eerst de handleiding, want bij veel modellen haal je het patroon eruit voordat er reiniger door de afvoer mag.
Gebruik geen chloor of bleekmiddel in een urinoir. Chloor vormt met de ammoniak uit urine prikkelende chlooramines en met een zure urinesteenoplosser chloorgas, dus gebruik nooit twee middelen kort na elkaar en zet bij het schoonmaken de afzuiging aan.
Wand en vloer in de spatzone rond het urinoir
Ook een goed hangend urinoir geeft kleine druppels buiten de schaal, vooral aan het begin en het einde van de straal, als de druk laag is en de straal de schaal net niet haalt. Die druppels komen op de vloer direct voor de voorrand terecht en op de wand naast en onder de schaal.
Wij houden als spatzone de wand vanaf de vloer tot 20 cm boven de bovenkant van de schaal aan, met 30 cm aan weerszijden, en op de vloer een strook van 60 cm ervoor. Dat is geen norm maar het vlak waar je bij het schoonmaken steeds overheen gaat, en daar hoort een dichte, afwasbare afwerking.
Keramische tegels werken daar goed, maar de voeg is het zwakke punt. Een cementvoeg is poreus: urine trekt erin en zure reinigers maken hem ruwer, waardoor hij nog meer opneemt, terwijl een epoxyvoeg dicht is en die middelen verdraagt. Welke tegel en welk formaat je daarvoor kiest, lees je bij het tegelen van een wand.
Wandpanelen met naden en een vloer van laminaat of pvc met open naden horen niet in deze strook. Vocht dat in een naad trekt, droogt daar niet meer uit en blijft ruiken; waar panelen in een natte ruimte nog meer tekortschieten, staat bij de nadelen van wandpanelen in de badkamer.
Laat de voeg rond het urinoir en in de strook ervoor in epoxy uitvoeren, ook als de rest van de ruimte een cementvoeg krijgt. Het is een klein vlak, en precies het vlak dat anders als eerste verkleurt.
Een urinoir in de garage, het tuinhuis of bij een werkruimte aan huis
Een garage of werkplaats is de plek waar een urinoir het vaakst wordt overwogen, omdat je daar met vuile handen of schoenen niet door het huis wilt. Er gelden dezelfde drie eisen als binnen: een vuilwaterafvoer, een plek om je handen te wassen en luchtverversing.
In een onverwarmde ruimte komt daar vorst bij. De vloeistof in de sifon bevriest onder nul, zet uit en kan een kunststof sifon of een keramische schaal laten scheuren, en een waterleiding naar een spoeler loopt hetzelfde risico, dus die moet je kunnen afsluiten en aftappen.
Een toiletruimte in een nieuwbouwwoning moet volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving een luchtafvoer van minstens 7 dm³ per seconde hebben. Voor een garage geldt die eis niet, maar het mechanisme wel: zonder luchtverversing blijft de ammoniaklucht hangen, dus een rooster naar buiten of een kleine afzuiging hoort bij het plan. Hoe je de rest van die ruimte verdeelt, van werkbank tot looproute, staat bij de indeling van een garage.
Een urinoir in de tuin zonder aansluiting op het riool is geen alternatief. Urine op één vaste plek brengt een hoge concentratie stikstof en zouten in de grond, en daar verbrandt het gras en gaat het ruiken, net als op de plek waar een hond steeds plast.
Werk je aan huis en ontvang je klanten, dan lost een urinoir hun toiletbezoek niet op. Bezoek heeft een gewone pot met fontein nodig die bereikbaar is zonder door je privédeel te lopen, en waar die het best komt, staat bij het inrichten van een kantoor thuis.
Zo plan je een urinoir thuis, van afvoer tot ophangen
Elke stap legt iets vast waar je in de volgende stap niet meer aan kunt schuiven.
-
Zoek de afvoer en meet de afstand
Zoek de dichtstbijzijnde vuilwaterafvoer: de standleiding, de afvoer van een wastafel of die van de wasmachine. Meet de afstand tot de plek van het urinoir en reken 1 cm hoogte per meter afschot, want daarmee weet je of de afvoer in de wand past of de vloer omhoog moet.
-
Kies het spoelsysteem bij wat er ligt
Ligt er een koudwaterleiding in dezelfde wand, dan kan een spoeler; ligt er alleen een afvoer, dan wordt het een waterloos model. Een sensor op netstroom vraagt ook een voeding, en dat moet bekend zijn voordat de wand dichtgaat.
-
Plak de strook en de hoogte af
Plak op de vloer een strook van 80 cm breed en ongeveer 90 cm diep uit: 30 cm voor de schaal en 60 cm om te staan. Zet de voorrand op 60 tot 65 cm met tape op de wand en controleer of de deur, het toilet en de fontein buiten die strook blijven.
-
Bouw de voorzetwand met afvoer en eventueel waterleiding
Zet het montage-element of de dragers op de hoogte uit de handleiding van het gekozen model, met de afvoer en de waterleiding erin. Laat de leidingen afpersen of op lekkage controleren voordat de wand dichtgaat, want daarna zit er tegelwerk voor.
Hoort het urinoir bij een grotere verbouwing, dan komt deze stap vóór het tegelen, net als in het stappenplan voor een verbouwing.
-
Tegel de spatzone met een epoxyvoeg
Tegel de wand tot 20 cm boven de schaal en 30 cm aan weerszijden, en de vloer 60 cm ervoor, en voeg die zone met epoxy. Boor de gaten voor de dragers met een tegelboor zonder klop, zodat het glazuur niet springt.
-
Hang de schaal waterpas en sluit de sifon aan
Hang het urinoir aan de dragers, controleer met de waterpas en sluit de sifon aan met de rubbers die bij het model horen. Vul bij een waterloos model de afsluitvloeistof of plaats het patroon, en kit de naad tussen schaal en tegel af.
-
Controleer na een week de sifon en de naden
Kijk na een week of er vocht onder de schaal of bij de sifon zit, en of de schaal bij het spoelen helemaal wordt nagespoeld. Ruik je rioollucht, dan is de sifon niet gevuld of de afsluitlaag weg, en dat los je nu op en niet pas als de voeg eronder is gaan ruiken.
Nalopen voordat het urinoir aan de wand gaat
Uit de praktijk
Het urinoir ruikt terwijl de schaal schoon is
Het symptoom is een ammoniaklucht die terugkomt, hoe vaak de schaal ook wordt gepoetst. De bron zit dan onder of naast de schaal: een cementvoeg die spetters heeft opgezogen, een kitnaad die loslaat, of een sifon zonder afsluiting.
Ruik eerst dicht bij de voeg onder de voorrand en daarna bij de afvoer. Zit het in de voeg, dan helpt alleen uitkrabben en opnieuw voegen met epoxy; zit het in de afvoer, dan is bij een waterloos model de afsluitvloeistof weggespoeld of het patroon op, en bij een spoelend model trekt een lange afvoer zonder ontspanning de sifon leeg als er water doorheen stroomt.
De schaal loopt steeds trager leeg
Blijft er na gebruik een laagje in de schaal staan dat pas na een tijd wegzakt, dan groeit de doorgang dicht met urinesteen. Dat begint in de sifon en in de eerste bocht, waar de stroom het langzaamst is.
Een ontstopper voor haar en vet helpt hier niet, want urinesteen is mineraal en geen vet, en die ontstoppers zijn basisch terwijl urinesteen alleen in zuur oplost. Neem de sifon uit, laat hem in een zure oplosser weken en kijk met een zaklamp in de afvoer: zit daar een korst in een buis van 40 mm, dan is vervangen door 50 mm een betere oplossing dan steeds opnieuw oplossen.
Op de vloer voor het urinoir liggen steeds druppels
Liggen er na gebruik kleine druppels op de vloer vlak voor de voorrand, dan hangt de schaal meestal te hoog. Een voorrand boven het punt waar de straal begint, dwingt je naar voren te leunen, en de laatste druppels vallen dan voor de rand in plaats van erin.
Meet de voorrand na en vergelijk met 60 tot 65 cm. Hangt hij hoger, dan is lager hangen de enige echte correctie, en dat betekent nieuwe gaten voor de dragers en een aangepaste aansluiting op de afvoer; daarom tape je de hoogte af voordat er geboord wordt.
Veelgemaakte fouten
Het urinoir zien als vervanging van het toilet
Een urinoir is een aanvulling voor staand plassen. Zittend gebruik, kinderen en bezoek hebben een pot nodig, en wie het toilet weghaalt om plaats te maken voor een urinoir, houdt een huis zonder bruikbaar toilet over.
Aansluiten op de regenwaterafvoer
In de garage of het tuinhuis ligt de regenpijp vaak het dichtst bij. In een gescheiden rioolstelsel gaat dat water ongezuiverd naar sloot of bodem, dus urine hoort daar niet in, en een foute aansluiting moet je op verzoek van de gemeente weer ongedaan maken.
De hoogte afstemmen op de kleinste gebruiker
Een urinoir met de voorrand op 45 cm past een kind van zes en niet een volwassene: de straal valt verder, raakt de schaal harder en spat buiten de rand. Hang op volwassenenhoogte en geef kinderen een opstapje, dat je weghaalt zodra ze gegroeid zijn.
Een cementvoeg in de spatzone
Cement is poreus en wordt door zure reinigers aangetast. Elke schoonmaakbeurt met een urinesteenoplosser maakt de voeg ruwer, waardoor hij meer opneemt en verkleurt, en vanaf dat moment ruikt de voeg in plaats van de schaal.
Chloor gebruiken of middelen mengen
Chloor reageert met de ammoniak uit urine tot prikkelende chlooramines en met een zure urinesteenoplosser tot chloorgas. Bij een waterloos urinoir spoelt een scherp middel bovendien de afsluitlaag weg, dus gebruik één middel tegelijk en het middel dat in de handleiding staat.
Een dunne afvoer die over meters bijna vlak loopt
Een buis van 32 of 40 mm die over een paar meter nauwelijks afschot heeft, is precies de plek waar urinesteen groeit: de stroom valt stil en de afzetting maakt de buis steeds nauwer. Kies 50 mm, houd de leiding kort en geef hem minstens 1 cm afschot per meter.
Een urinoir in een ruimte zonder luchtafvoer
In een garage of berging zonder rooster of afzuiging ruikt een urinoir ook als alles schoon lijkt, omdat de ammoniak uit opgedroogde spetters nergens heen kan. Een rooster naar buiten of een kleine afzuigventilator lost dat op zonder dat er iets aan het urinoir verandert.
Veelgestelde vragen
Mag je zelf een urinoir thuis plaatsen?
In een eengezinswoning is een urinoir plaatsen in de regel vergunningvrij, zolang je geen dragende muur aanpast en het pand geen monument is. Het ophangen en tegelen kun je zelf doen.
De aansluiting op de drinkwaterleiding en het riool moet voldoen aan de regels voor drinkwaterinstallaties en afvoeren. In een appartement vraag je toestemming aan de vereniging van eigenaars zodra je aan de standleiding komt.
Hoeveel water bespaart een urinoir thuis?
Tegenover de kleine knop van een toilet, 3 liter, scheelt een urinoir op 1 liter 2 liter per keer en een waterloos model 3 liter. Bij 8 plasbeurten per dag is dat 5,8 of 8,8 m³ per jaar.
Een urinoir dat op 3 liter spoelt, scheelt tegenover die kleine knop niets. De grootste winst zit in huizen waar nu bij elke plasbeurt de grote knop van 6 liter wordt gebruikt.
Stinkt een waterloos urinoir?
Niet zolang de afsluiting werkt. De vloeistof of het membraan houdt de rioollucht tegen, en verse urine ruikt nauwelijks; de lucht komt pas als urine blijft staan of opdroogt.
Een waterloos urinoir gaat ruiken als de afsluitvloeistof is weggespoeld, het patroon op is of het membraan door urinesteen op een kier staat. Opgedroogde spetters in een cementvoeg onder de schaal zijn de andere bekende bron.
Op welke hoogte hang je een urinoir voor kinderen?
Een urinoir dat alleen jongens gebruiken, hang je met de voorrand op 45 tot 50 cm. Gebruiken volwassenen hem ook, dan hang je op 60 tot 65 cm en zet je een stevig opstapje van 10 tot 15 cm neer.
Dat opstapje haal je weg als de kinderen gegroeid zijn, terwijl een laag gehangen urinoir voor volwassenen blijft spatten en alleen met nieuw boorwerk hoger komt.
Kun je een urinoir aansluiten op de afvoer van de wastafel?
Ja, via een eigen aftakking op dezelfde afvoerleiding en niet door de sifon van de wastafel heen. Beide lopen op 40 of 50 mm, en urine die in de sifon van de wastafel blijft staan, ruik je aan de wastafel.
Kies voor het gezamenlijke deel van de leiding liever 50 mm met voldoende afschot, want urinesteen maakt de buis na verloop van tijd nauwer.
Past een urinoir in een klein toilet?
In een toiletruimte van 90 tot 100 cm breed past een urinoir niet naast de pot: daarvoor heb je ongeveer 145 cm breedte nodig, comfortabel 160 cm. Op een zijwand kan het wel als de ruimte ongeveer 100 cm breed en 210 cm lang is en de deur naar buiten draait.
Hoe de rest van zo'n kleine ruimte past, van deur tot fontein, staat bij de indeling van een toiletruimte.
Welke afvoer heeft een urinoir nodig?
Een afvoer van 40 of 50 mm op het vuilwaterriool, met ongeveer 1 cm afschot per meter. Dat is dunner dan de 110 mm van een toilet, en daardoor past een urinoir op plekken waar een toilet niet kan.
Wij kiezen 50 mm, omdat urinesteen de binnenkant van de buis langzaam dichtgroeit en een dikkere buis dat langer verdraagt.
Hoe verwijder je urinesteen uit een urinoir?
Met een zuur: citroenzuur of een urinesteenoplosser die je laat inwerken en daarna verwijdert. Voor rvs gebruik je citroenzuur en geen middel op basis van zoutzuur, want dat tast het staal aan.
Zit de korst in de sifon, neem die dan uit en laat hem weken. Bij een waterloos model volg je de handleiding, want vaak moet het patroon eruit voordat er reiniger door de afvoer mag.
Kan een urinoir in het tuinhuis of de garage?
Ja, als er een aansluiting op het vuilwaterriool is, een plek om je handen te wassen en luchtverversing. De regenpijp is geen afvoer voor een urinoir.
In een onverwarmde ruimte kan de sifon bevriezen en scheuren, en een waterleiding naar een spoeler moet je voor de winter kunnen afsluiten en aftappen. Een waterloos model scheelt die waterleiding, maar de sifon blijft gevoelig voor vorst.
Heeft een urinoir een waterleiding nodig?
Alleen een spoelend urinoir. Een drukspoeler of inbouwspoeler zit op de koudwaterleiding en moet voor aansluiting op drinkwater zijn goedgekeurd, met een terugstroombeveiliging zodat er nooit water uit de schaal de leiding in kan.
Een waterloos urinoir heeft alleen een afvoer nodig, en is daarmee de enige keus op een plek waar geen waterleiding ligt.
Is een urinoir thuis schoner dan staand plassen in het toilet?
Rond de pot wel. In een toilet valt de straal meer dan een halve meter en raakt hij het water bijna haaks, waardoor druppels op bril, rand en vloer komen; in een urinoir raakt de straal van dichtbij een schuine wand.
De spatten die overblijven, komen in een kleinere zone voor het urinoir terecht, en die blijft alleen schoon met een dichte wand en een epoxyvoeg.
Hoe vaak vervang je het patroon of de afsluitvloeistof?
Dat hangt af van het model en van het aantal keren dat het urinoir wordt gebruikt, en de fabrikant geeft het op in de handleiding. Thuis met één of twee gebruikers gaat een patroon veel langer mee dan in een kantoor.
Het signaal dat het op is: de schaal loopt trager leeg of er komt rioollucht uit de afvoer. Houd daarom een reservepatroon of een fles vloeistof in huis.
Wanneer je beter een vakman belt
Het urinoir ophangen en de spatzone tegelen doe je zelf. De afvoer aansluiten op de standleiding en een nieuwe koudwaterleiding naar een spoeler laat je aanleggen door een installateur, want de afvoer vraagt afschot en ontspanning, en een aansluiting op drinkwater moet een goedgekeurde terugstroombeveiliging hebben.
Komt er een sensor op netstroom, dan hoort de voeding in de wand bij een elektricien. In een appartement gaat elke nieuwe aansluiting op de standleiding eerst langs de vereniging van eigenaars.
Verder lezen over dit onderwerp
