Wat de lichtwijzer met je drie antwoorden doet
De hulp vraagt drie dingen: op welke kant de ramen liggen, wanneer je de ruimte het meest gebruikt en welke ruimte het is. Er wordt niets uitgerekend, er wordt opgezocht en afgewogen, net als bij de meeste andere rekenhulpen en opzoekhulpen op deze site.
De windrichting doet vrijwel al het werk. Daaraan hangen vier dingen vast: de omschrijving van het licht, de kleuren die standhouden, de kleuren die wringen en het advies over kunstlicht.
Het dagdeel verandert de uitkomst niet, alleen het bijschrift onder de kaart over verlichting. Daar staat wat ochtendlicht, middaglicht, avondlicht of een hele dag licht met pigment doet. Dat is een aanname die je moet kennen: de kleuren die je te zien krijgt horen bij de richting, niet bij het uur.
De ruimte voegt een vierde kaart toe met het advies voor die windrichting in die ruimte, met de uren directe zon eronder. Kies je een andere ruimte, dan wisselt alleen die kaart.
Zonder dat je iets aanklikt staat de hulp op de eerste keuze uit elke lijst: noorden, ochtend en woonkamer. Kies dus eerst je eigen richting, anders lees je het licht van een kamer die niet de jouwe is.
| Vraag in de hulp | Wat de hulp ermee doet | Wat er verandert als je iets anders kiest |
|---|---|---|
| Op welke kant liggen de ramen: acht windrichtingen | Haalt de beschrijving van het daglicht op, plus de kleuren die het aankunnen, de kleuren die grauw worden en de kelvinwaarde voor de lampen | Van noord naar zuidwest verandert de hele uitkomst, tot en met het advies om de lampen op 2700 K te houden |
| Wanneer gebruik je de ruimte: ochtend, middag, avond of de hele dag | Zet een regel onder de kaart over verlichting, over wat dat licht met warm en koel pigment doet | De drie andere kaarten blijven letterlijk gelijk; alleen die ene regel wisselt |
| Welke ruimte is het: woonkamer, slaapkamer, keuken, werkkamer, tuin of badkamer | Voegt een vierde kaart toe met het advies voor die ruimte en de uren dat er directe zon op het glas valt | Alleen de vierde kaart verandert; de kleuren en de kelvinwaarden blijven staan |
| Je ramen liggen op twee kanten, zoals in een doorzonkamer | De hulp rekent met één richting tegelijk en kent geen kamer met twee gezichten | Draai hem twee keer en leg de uitkomsten naast elkaar: de voorzijde en de achterzijde vragen elk een eigen lichtplan |
| Je weet de richting niet zeker | Er is geen keuze voor onbekend, dus de hulp neemt de richting aan die er staat | Zoek de richting eerst op, want een fout van één slag verschuift het advies van warm naar koel licht |
Welk licht elke windrichting geeft, en op welke kelvinwaarde
Het verschil tussen de richtingen zit in twee dingen: of er directe zon op het glas valt en hoe laat dat gebeurt. Directe zon levert buiten makkelijk 100.000 lux, terwijl een grijze winterdag op een paar duizend lux blijft. Een kamer met zon krijgt dus tientallen keren meer licht binnen dan een kamer met alleen hemellicht, en dat is de reden dat dezelfde verf op zuid en op noord twee kleuren lijkt.
De kleurtemperatuur van dat licht beweegt door de dag mee. In het eerste en het laatste uur van de dag staat de zon laag en is het licht langgolvig, 2000 tot 3000 K, dus oranje. Rond het middaguur zit directe zon op 5000 tot 5500 K en is hij bijna neutraal.
Hemellicht is het licht van de hele lucht zonder de zon zelf, en dat is juist koel: rond 6500 K bij bewolking en 9000 K of hoger onder een strakblauwe hemel. Een kamer zonder directe zon krijgt alleen dat, en daarom verandert een noordkamer nauwelijks tussen negen uur 's ochtends en drie uur 's middags.
De hulp gebruikt de zonnestanden van Nederland, rond 52 graden noorderbreedte. Rond midzomer staat de zon om het middaguur ruim 60 graden hoog, midwinter nog geen 15 graden, en die hoogte bepaalt hoe ver het licht de kamer in komt en hoe lang een schaduw wordt.
Voor het kunstlicht volgt daaruit één regel die de hulp bij elke richting herhaalt. Op de kant waar het daglicht warm eindigt, sluit lamplicht van 2700 K er naadloos op aan. Blijft het daglicht koel, dan heb je juist meer lichtpunten nodig om het gebrek aan zon op te vangen. Welke lamp dat dan wordt, staat bij de verlichting per kamer en per lichtpunt.
| Windrichting | Wanneer er directe zon op het glas valt | Kleurtemperatuur door de dag | Wat dat voor de ruimte betekent |
|---|---|---|---|
| Noorden | Alleen kort bij zonsopkomst en zonsondergang tussen eind maart en eind september | 6500 K bij bewolking, 9000 K of hoger bij een blauwe lucht | Vlak licht zonder slagschaduw dat de hele dag gelijk blijft, prettig voor schermwerk en voor kunst aan de wand |
| Noordoosten | Van zonsopkomst tot een uur of tien, en alleen in het zomerhalfjaar | 2000 tot 3000 K in het eerste uur, daarna 6500 K | Een ontbijtkamer die zich de rest van de dag als een noordkamer gedraagt |
| Oosten | Van zonsopkomst tot het moment dat de zon pal zuid staat | 2000 tot 3000 K bij zonsopkomst, daarna 4000 tot 5000 K, en na het middaguur hemellicht | Twee gezichten op een dag: warm en zonnig tot de middag, vlak en koel daarna |
| Zuidoosten | Van zonsopkomst tot in de vroege middag, het hele jaar door | 2000 tot 3000 K vroeg, rond het middaguur 5000 tot 5500 K | De makkelijkste richting voor kleur, want het licht schuift van warm naar neutraal en niet naar grauw |
| Zuiden | In de winter de hele dag laag en diep, in de zomer van een uur of acht tot half acht | 5000 tot 5500 K rond het middaguur, met scherpe schaduwen ernaast | Elke kleur wordt voluit verzadigd en een wand lijkt uit twee kleuren te bestaan: zonvlek en schaduw |
| Zuidwesten | Van het midden van de dag tot zonsondergang | 5000 K aan het begin, in het laatste uur 2000 tot 3000 K | De warmste kant van het huis, waar elke kleur in het laatste zonuur naar oranje schuift |
| Westen | Vanaf het moment dat de zon pal zuid staat tot zonsondergang | Tot het middaguur hemellicht van 6500 K, daarna aflopend naar 2000 tot 3000 K | Lage zon die horizontaal tot achter in de kamer komt, dus recht in het scherm en op het werkblad |
| Noordwesten | Van het midden van de middag tot zonsondergang, alleen in het zomerhalfjaar | Overdag 6500 K, in het avonduur 2000 tot 3000 K | Een noordkamer met een half uur zon aan het eind, en dat verschil voelt groot omdat je oog op koel licht stond |
Welke kleuren standhouden en welke grauw worden
Een kleur maakt geen licht, hij kaatst terug wat er binnenkomt. Zit er in het licht weinig rood en geel, dan heeft warm pigment niets om mee te werken en blijft er een doffe versie van de kleur over. Dat is het hele mechanisme achter de twee kaarten met werkt en wringt.
In noordlicht zit weinig langgolvig licht en veel kortgolvig. Blauw pigment wordt daar opgetild en de rode onderlaag van een grijs valt weg, en juist dat maakt licht koel grijs op het noorden beton-grauw. Een kleur met een warme onderlaag doet het omgekeerde en houdt zich overeind, want hij leeft van het beetje geel dat er wel is.
In lamplicht en in avondzon van 2500 K gebeurt het spiegelbeeld. Daar is bijna geen blauw om terug te kaatsen, dus ijsblauw, lila en blauwgrijs kantelen naar vuilgrijs, terwijl terracotta en oker naar voren springen. Hoe blauw zich op de wand gedraagt staat uitgebreider bij blauw op de muur en in textiel.
Daarom staan er bij het noorden twee uitwegen en niet één. Kies een warme onderlaag, of ga juist helemaal donker in matte verf: zonder zonvlek en zonder glans blijft zo'n wand egaal in plaats van vlekkerig. Het halfslachtige midden, een licht koel grijs, is precies de tint die het niet redt.
Wil je weten welk palet bij je vloer, bank of kozijn hoort en wat de richting daarmee doet, gebruik dan de kleurmatcher die vanuit je bestaande vloer of bank werkt. De lichtwijzer zegt welk licht je hebt, de kleurmatcher welke drie kleuren daarbij horen.
| Kleur | Op noord en noordwest | Op zuid en zuidwest | Wat je ermee doet |
|---|---|---|---|
| Gebroken wit met een gele of roze onderlaag | Blijft romig en houdt het licht vast | Wordt in de zonvlek bijna zuiver wit, in de avondzon duidelijk geel | De rustigste keuze voor een kamer die je de hele dag gebruikt |
| Koel gebroken wit | Wordt blauwig en kil | Hard aan de belichte kant en grijs in de schaduw op dezelfde wand | Alleen waar je zelf veel warm kunstlicht bijzet |
| Greige | Houdt stand waar beige grauw wordt en grijs koud | Lichter en meer richting beige | De veiligste tint zolang je twijfelt over de ondertoon van vloer en bank |
| Licht koel grijs | Beton-grauw, want er is geen warm licht om de grijze onderlaag op te tillen | Licht en helder, met scherpe schaduwen langs de kozijnen | Op noord vervangen door greige, of juist een diepe matte tint nemen |
| IJsblauw en lila | Schuiven naar grijs en verliezen hun kleur | Op zuid helder, in de avondzon op west vuilgrijs met een paarse zweem | Houden in een kamer die je 's avonds gebruikt zelden stand |
| Olijfgroen en salie | Worden donkerder en bruiner dan op de kaart | Vol en licht, in de avondzon bijna goudgroen | Op noord beter op kastfronten en kozijnen dan op vier wanden |
| Terracotta | Trekt naar roze omdat het koele licht het oranje wegneemt | Warm en vol, op meer dan één wand snel te veel | Op noord een variant met meer bruin, op zuid een klein vlak |
| Okergeel | Blijft gedempt en gaat richting mosterd | Loopt op tot bijna goud in de zonvlek | Op noord meer oppervlak nodig voor hetzelfde effect, op zuid juist minder |
| Inktblauw en flessengroen | Worden bijna zwart en maken de kamer merkbaar donkerder | Helder en diep, en ze houden de kamer koel | Op noord bij één of twee wanden houden en er drie lichtpunten op ooghoogte bij zetten |
Wat een tuin op het noorden krijgt, en op welke uren
Bij de keuze tuin of terras gaat de uitkomst niet over kleur maar over zon, en daar is een harde rekenregel voor. De schaduw van je gevel is de hoogte gedeeld door de tangens van de zonshoogte, en in Nederland loopt die hoogte rond het middaguur van ruim 60 graden op midzomer tot nog geen 15 graden midwinter.
In gewone woorden: bij 60 graden is de schaduw ruim de helft van de gevelhoogte, bij 38 graden ruim één keer die hoogte en bij 15 graden bijna vier keer. Een achtergevel van 6 m legt op 21 juni dus zo'n 330 cm schaduw in de tuin, op 21 maart al 770 cm en in december ruim 20 m.
Een tuin op het noorden is daarmee geen tuin zonder licht, maar een tuin met zon op andere uren. Tussen eind maart en eind september komt de zon in het noordoosten op en gaat hij in het noordwesten onder, dus valt er vroeg in de ochtend en in de avond laag licht in, langs het huis heen. Dat maakt een noordtuin een ontbijt- en avondtuin en niet een middagterras.
Een voortuin op het noorden valt meestal helemaal binnen die schaduw. Bij een diepte van 150 tot 300 cm blijft hij het hele jaar binnen de 330 cm van midzomer. Reken dus op een border die het van hemellicht moet hebben en op tegels die langer nat blijven en groen aanslaan.
Voor het planten betekent het schaduw, geen donker. Hosta, varens, hortensia en klimhortensia doen het op deze kant goed, en een lichte schutting of lichte bestrating kaatst terug wat er aan licht is. De rest van de indeling volgt dezelfde volgorde als bij het inrichten van een tuin met zones en routes, en welke soorten bij welke lichtplek horen staat bij een tuin inrichten met planten per lichtsituatie.
Reken ook de schutting mee, want die doet hetzelfde op kleinere schaal. Een schutting van 180 cm legt op 21 juni rond het middaguur ongeveer 100 cm schaduw en op 21 maart ruim 230 cm. Een border langs de oostkant van de tuin zit daardoor in het voorjaar nog lang in het donker.
| Datum | Zonshoogte rond het middaguur | Schaduw achter een gevel van 6 m | Wat er overblijft in een tuin van 9 m diep |
|---|---|---|---|
| 21 juni | Ruim 61 graden | Ongeveer 330 cm | 570 cm zon rond het middaguur, achterin de tuin |
| 1 mei en 12 augustus | Ongeveer 53 graden | Ongeveer 450 cm | 450 cm zon, genoeg voor een terras achter in de tuin |
| 21 maart en 23 september | 38 graden | Ongeveer 770 cm | Een strook van 130 cm tegen de achterste erfgrens |
| 21 februari en 21 oktober | Ongeveer 27 graden | Ongeveer 1150 cm | Niets; de hele tuin ligt rond het middaguur in de schaduw |
| 21 december | Bijna 15 graden | Ongeveer 2300 cm | Niets, en ook een lagere schutting verandert daar niets aan |
Waarom het advies per ruimte verschilt
De vierde kaart is er omdat dezelfde windrichting per ruimte een ander probleem oplevert. Een kamer op het oosten is fijn om in wakker te worden en lastig om in te werken, en dat komt door dezelfde lage ochtendzon.
In een slaapkamer telt vooral wanneer het licht er is. Op het noordoosten sta je in juni om half zes in de zon, dus daar scheelt een gordijn met dichte voering een uur slaap. Een slaapkamer op het noorden heeft dat probleem niet en houdt juist licht tekort: lampen op 2700 K, dimbaar, en meer punten dan je op de plattegrond zou intekenen.
In een werkkamer gaat het niet om de kleur maar om de hoek waaronder de zon binnenkomt. Lage zon van opzij komt recht in je scherm, dus het bureau staat met de zijkant naar het glas en niet ervoor of ermee mee. Hoe je dat met de rest van de kamer combineert staat bij een werkplek thuis inrichten.
In een keuken telt het werkblad en niet het raam. Bovenkastjes zetten je snijplank in de schaduw van je eigen kast, dus daar hangt licht van 4000 K onder, ongeacht de richting.
In een badkamer gaat het om je eigen gezicht. Licht dat van boven komt, zet je ogen en kin in de schaduw, dus twee lampen naast de spiegel op ooghoogte werken beter dan één spot erboven, met 3000 tot 4000 K en Ra 90 of hoger.
| Ruimte | Wat daar telt | De lastigste richting | Wat je daar doet |
|---|---|---|---|
| Woonkamer | Het uur waarop je er zit, meestal de avond | West en zuidwest | Lage zon in het scherm tussen vier en negen uur; verticale lamellen werken hier beter dan zonwering van boven |
| Slaapkamer | Wanneer het licht er is, niet hoeveel | Noordoost en oost | In juni zon op het glas om half zes, dus voering of verduistering; op noord juist meer lampen van 2700 K |
| Keuken | Het werkblad, dat zijn licht zelden uit het raam haalt | Zuidwest en west | Lage avondzon in je ogen tijdens het koken, plus 4000 K onder de bovenkastjes voor de rest van de dag |
| Werkkamer | De hoek waaronder de zon binnenkomt | Oost en west | Bureau met de zijkant naar het raam, en een screen dat het daglicht houdt en de zonvlek eruit haalt |
| Tuin of terras | Op welke uren er zon staat en hoe ver de schaduw komt | Noord | Ontbijt- en avondzon langs het huis, en een terras achter in de tuin in plaats van tegen de gevel |
| Badkamer | Het licht op je eigen gezicht bij de spiegel | Zuid en west | Harde spiegeling op tegel en spiegel; kies mat, en zet spiegellampen op ooghoogte met Ra 90 |
De aannames die onder de uitkomst zitten
De hulp kent je raam niet. Hij weet de richting, niet de grootte, niet het glas en niet wat er voor staat, en juist die drie bepalen hoeveel licht er werkelijk binnenkomt. Twee kamers op het zuiden kunnen daardoor volledig anders uitpakken.
De belangrijkste stilzwijgende aanname is een vrij uitzicht. Staat er op 4 m een schuur of een blinde muur van 6 m hoog, dan reikt de schaduw daarvan bij een winterzon van 15 graden tot bijna 5 m hoog op jouw gevel. De kamer gedraagt zich die maanden als een noordkamer, hoe zuidelijk hij op de kaart ook ligt.
De tweede is de diepte van de kamer. Daglicht komt als vuistregel ongeveer twee tot tweeënhalf keer de hoogte van de bovenkant van het raam naar binnen, dus bij een kozijn tot 220 cm zo'n 4,5 tot 5,5 m. De achterwand van een diepere kamer leeft op lamplicht, ook op het zuiden, en die kleur kies je dus onder de lampen.
De derde is wat er buiten staat. Een groene heg, een rode bakstenen muur of een groot grasveld kaatst gekleurd licht naar binnen en schuift een witte wand zichtbaar naar groen of roze. Bij loofbomen gebeurt dat alleen van mei tot oktober, dus zo'n kamer verandert met het seizoen.
Zonwering en raamdecoratie staan ook niet in de hulp, terwijl ze het licht van richting veranderen. Een screen houdt het daglicht en haalt de zonvlek eruit, een dik gordijn haalt allebei weg; welke oplossing bij welk raam past staat bij de raamdecoratie per raamtype.
| Waar de hulp niet naar vraagt | Wat hij stilzwijgend aanneemt | Wanneer dat niet klopt | Wat je dan doet |
|---|---|---|---|
| De grootte van het raam | Genoeg glas om het daglicht van die richting binnen te laten | Bij één klein raam in een diepe kamer, of juist bij een pui over de hele gevel | Voor nieuwbouw geldt een daglichteis van minstens 10 procent van de vloeroppervlakte; ligt je raam daar ver onder, reken dan op kunstlicht overdag |
| Wat er voor het raam staat | Vrij uitzicht op de hemel | Bij een schuur, een muur of bomen dichtbij | Behandel de kamer als een noordkamer zodra het obstakel de winterzon wegneemt |
| Het soort glas | Helder glas dat het meeste licht doorlaat | Bij isolatieglas met coating, driedubbel glas of matglas, die elk minder licht doorlaten | Kijk naar de lichtdoorlatendheid, de LTA-waarde, in de productgegevens van het glas |
| Een overstek, balkon of dakrand | Niets boven het raam dat de hoge zon tegenhoudt | Bij een balkon van de buren of een diepe dakrand boven een zuidraam | Juist in de zomer, als de zon ruim 60 graden staat, valt de zon dan weg en houd je alleen hemellicht over |
| Wat er buiten het raam staat | Neutrale omgeving zonder gekleurde weerkaatsing | Bij een groene heg, een rode bakstenen muur of een groot grasveld | Beoordeel je proefvlak op de wand die dat licht opvangt, en bij loofbomen ook in de winter |
| Gordijnen, screens en lamellen | Een raam zonder zonwering | Zodra je overdag iets dichtdoet tegen zon of inkijk | Kies zonwering die het daglicht houdt en de zonvlek wegneemt, in plaats van allebei weg te halen |
Als je de kamer op andere uren gebruikt of ramen op twee kanten hebt
Wijk af zodra het uur waarop je de ruimte gebruikt niet het uur is waarop de zon er staat. Een woonkamer op het oosten heeft ochtendzon die je op werkdagen nooit meemaakt, dus kies de kleur daar bij lamplicht en niet op een zaterdagochtend.
Wijk ook af bij ramen op twee kanten. Een doorzonkamer heeft een voorzijde en een achterzijde die precies tegenover elkaar liggen, en die twee helften vragen elk een eigen beoordeling; hoe je zo'n kamer indeelt staat bij de doorzonkamer met licht van twee kanten.
Een derde geval is de zolder met een dakraam. Een schuin dakraam kijkt tegen een veel groter stuk hemel aan dan een gevelraam van dezelfde maat, dus zelfs op het noorden valt er meer licht binnen dan de richting doet vermoeden.
Gaat het je niet om de kleur maar om waar de bank, het bed of het bureau komt te staan, dan werk je verder met de kamerplanner waarin je meubels op schaal rondschuift. Zet daar de raamzijde van de kamer aan de goede kant, dan zie je meteen welk meubel in de zonvlek belandt.
En wijk af zodra je hele kamer al een kleur heeft die niet meer weggaat. Ligt er een gedessineerd kleed of hangt er een gordijn over twee wanden, dan bepaalt dat meer van het beeld dan de windrichting; welke wandkleur per vertrek gangbaar is, staat bij de keuze van een muurkleur.
De fouten die met deze uitkomst worden gemaakt
De eerste is de richting van het huis aanhouden in plaats van die van de kamer. Een woning waarvan de voordeur op het noorden ligt, heeft een achterkamer op het zuiden, en dat is de kamer waar je zit. Kijk dus naar het raam van de ruimte zelf.
De tweede is een te klein proefvlak. Een kaartje uit de winkel wordt door het wit eromheen lichter en koeler gezien dan de kleur is, en je mist het licht dat vloer en plafond op de wand terugkaatsen. Zet twee vlakken van minstens A3 op: één bij het raam en één op de wand die er het verst vanaf ligt.
De derde is beoordelen op één moment. Tussen lamplicht van 2700 K en hemellicht van 6500 K zit meer verschil dan tussen twee naburige kleuren uit dezelfde kaart, dus kijk 's ochtends, rond het middaguur en 's avonds met alleen de lampen aan.
De vierde is twee kelvinwaarden in één zichtveld. Zet je 2700 K en 4000 K naast elkaar, dan ijkt je oog zich op het gemiddelde en lijkt de warme lamp oranje en de koele lamp blauw. Maak verschil in helderheid en in richting van het licht, niet in kleurtemperatuur.
De vijfde is een sterkere lamp kopen waar meer lampen nodig zijn. Op het noorden en in de avond gaat het om het aantal lichtpunten op ooghoogte, want één felle lamp aan het plafond maakt vooral schaduwen onder de kastjes en in de hoeken.
De zesde gaat over kleurweergave. Bij Ra 80 wordt vaak bezuinigd op het diepe rood in het spectrum, de R9-waarde, en dan zien hout, huid en alles met rood pigment er vlak uit. In een kast merk je dat niet, boven een spiegel of een eettafel wel.
Veelgestelde vragen
Is een tuin op het noorden echt zo somber als hij heet?
Een tuin op het noorden ligt rond het middaguur in de schaduw van het huis. In het zomerhalfjaar krijgt hij wel zon in de vroege ochtend en in de avond, omdat de zon dan in het noordoosten opkomt en in het noordwesten ondergaat. Achter een gevel van 6 m reikt de middagschaduw op 21 juni tot 330 cm en op 21 maart tot 770 cm, dus hoe verder achter in de tuin, hoe meer zonuren je overhoudt. Het is daarmee eerder een avondtuin dan een middagterras.
Hoe kun je een tuin op het noorden inrichten zodat je er toch zit?
Leg het terras niet tegen de achtergevel maar achter in de tuin, voorbij de schaduwlijn van de gevel. Bij een huis van 6 m hoog ligt die lijn op 21 juni op 330 cm en begin mei op 450 cm, dus vanaf ongeveer 5 m achter het huis zit je in de zomer in de zon. Houd de schutting en de bestrating licht, want die kaatsen het hemellicht terug, en kies planten die halfschaduw verdragen zoals hosta, varens, hortensia en klimhortensia. Een tweede zitplek dicht bij de gevel is dan de ontbijtplek voor de vroege ochtendzon.
Wat kun je met een voortuin op het noorden?
Een voortuin op het noorden is meestal 150 tot 300 cm diep en valt daarmee het hele jaar binnen de schaduw van de gevel. Zelfs op midzomer is die schaduw bij een huis van 6 m nog 330 cm. Reken dus op een schaduwborder en niet op bloeiers die volle zon vragen. Tegels blijven er langer nat en slaan groen aan, dus een open verharding met voegen of grind die het water doorlaat gaat langer mee. Een lichte gevelkleur of een lichte muur helpt het weinige hemellicht terug de border in te kaatsen.
Hoe kun je een slaapkamer op het noorden inrichten?
Een slaapkamer op het noorden krijgt vrijwel nooit directe zon, dus je wordt er niet wakker van het licht en je hebt aan een dun gordijn genoeg. Het gebrek vang je op met kunstlicht: meer lichtpunten dan je op de plattegrond zou intekenen, allemaal op 2700 K en dimbaar, met leeslampen naast het bed op ooghoogte. Voor de wandkleur kies je een warme onderlaag zoals zandkleur, greige of gedempt roze, of je gaat juist diep en mat, want het licht koele grijs daartussen wordt in dit licht grauw. Zie ook een donkere slaapkamer die zonder veel daglicht moet werken.
Hoe weet ik op welke kant mijn kamer ligt?
De kompasfunctie van je telefoon is nauwkeurig genoeg, zolang je hem niet vlak naast een radiator of een stalen kozijn houdt. Zonder telefoon kun je het aan de zon aflezen: in de zomertijd staat de zon rond half twee pal zuid, in de wintertijd rond half een. De schaduw van een paal wijst op dat moment recht naar het noorden. Op een bouwtekening of een kadastrale kaart staat bijna altijd een noordpijl. Kijk daarbij naar het raam van de kamer zelf en niet naar de voordeur, want die liggen in een rijtjeshuis precies tegenover elkaar.
Welke muurkleur werkt in een kamer op het noorden?
Twee richtingen werken en het midden ertussen niet. Een kleur met een warme onderlaag houdt stand: gebroken wit dat naar geel of roze trekt, zandkleur, greige, terracotta en olijfgroen kaatsen het beetje rood en geel terug dat er is. De andere uitweg is juist een diepe donkere tint in matte verf, want zonder zonvlek en zonder glans blijft zo'n wand egaal. Wat het niet redt is licht koel grijs, ijsblauw en het koelste wit uit de kaart: die missen in diffuus licht van 6500 K precies de warmte die ze op de kaart nog leken te hebben.
Waarom veranderen de kleuren niet als ik een ander dagdeel kies?
Dat is een keuze in de opbouw van de hulp. De kleuren die standhouden en de kleuren die wringen hangen aan de windrichting, want die bepaalt over de hele dag welk licht er binnenkomt. Het dagdeel voegt daar één regel aan toe onder het advies over verlichting, over wat ochtendlicht, middaglicht of avondlicht met warm en koel pigment doet. Gebruik je een kamer maar op één moment van de dag, lees dan die regel als de belangrijkste van de uitkomst en kies je kleur op dat uur.
Welke kleurtemperatuur kies je per ruimte?
Voor zitten en slapen 2700 K en dimbaar, voor werkblad, bureau en spiegel 3000 tot 4000 K met Ra 90 of hoger. De regel die daarbij hoort is één kleurtemperatuur per zichtveld: staan 2700 K en 4000 K naast elkaar, dan ijkt je oog zich op het gemiddelde en lijkt de ene lamp oranje en de andere blauw. Op de warme kanten, zuidwest en west, sluit 2700 K naadloos aan op het daglicht dat net wegging; op het noorden mag er één koelere lamp bij waar je kleur beoordeelt.
Waarom ziet mijn witte muur er groenig of roze uit?
Omdat wat buiten staat mee naar binnen komt. Een groene heg, een grasveld of een rode bakstenen muur kaatst gekleurd licht door het raam. Een witte wand geeft dat gewoon door en leest dan groen of roze, zonder dat er iets mis is met de verf. Bij loofbomen gebeurt het van mei tot oktober, dus de kamer verandert met het seizoen. Beoordeel het proefvlak daarom op de wand die dat licht opvangt, en kijk er ook een keer naar als de bomen kaal zijn.
Kun je een kamer op het noorden met verf of een spiegel lichter maken?
Deels. Een lichte kleur kaatst meer terug, en de lichtreflectiewaarde die fabrikanten per kleur geven zegt hoeveel: 0 is zwart, 100 is wit. Boven de 60 op de wand en boven de 70 op het plafond houdt de kamer zijn licht. Zijdeglans op kozijn en deur kaatst in een kamer zonder directe zon het weinige licht door de ruimte, terwijl mat het juist wegstrooit. Een spiegel tegenover of naast het raam kaatst een stuk hemel terug de kamer in en werkt daarmee als een tweede lichtvlak. Hoe je hem op de goede hoogte krijgt, staat bij een spiegel ophangen op de juiste hoogte.
Werkt de lichtwijzer ook voor een balkon of een dakterras?
Ja, kies dan tuin of terras als ruimte, want het gaat om dezelfde vraag: op welke uren staat er zon en hoe ver reikt de schaduw. Boven de begane grond valt er één ding weg en komt er één bij: je zit hoger dan de meeste schuttingen en bomen, maar het balkon van de buren boven je snijdt het bovenste stuk zon weg. Meet de diepte van dat overstek. Bij een zonshoogte van ruim 60 graden houdt een balkon van 150 cm diep de zon tegen tot bijna 2,7 m onder de rand, en eind maart nog maar tot ruim 1 m. Juist in de zomer ligt de gevel eronder dus in de schaduw. Zie ook het inrichten van een balkon per ligging.
Welke windrichting is het beste voor een woonkamer?
Dat hangt af van wanneer je er bent en niet van de richting zelf. Zuidoost geeft het makkelijkste licht voor kleur, want het schuift van warm naar neutraal zonder ergens grauw te worden. Zuidwest en west zijn de fijnste kanten voor een avondkamer, met als prijs lage zon in het scherm tussen vier en negen uur. Noord is de rustigste richting voor beeldschermwerk en voor kunst aan de wand, omdat er geen tegenzon en geen wandelende zonvlek is, maar vraagt meer lichtpunten dan mensen intekenen.
Gidsen waarbij je deze rekenhulp gebruikt
Kamer per kleur
Welke kleur in jouw kamer werkt, hangt aan drie dingen: de richting waar het raam op ligt, hoeveel van het…
Trendkleuren
Taupe, greige, linnen, olijfgroen, saliegroen, okergeel en cognac horen bij elkaar omdat ze alle een lage verzadiging en een aardpigment…
Kleuren op een rij
Onder elke kleur zit een restje van een andere kleur, en die ondertoon bepaalt wat ernaast kan staan: warm wit,…
Bruine bank
Bij een bruine bank hangt alles aan de vraag of het bruin naar rood, naar geel of naar grijs trekt.…
Muurkleur per kamer
Welke muurkleur werkt, hangt aan drie dingen die de kamer al heeft vastgelegd: de windrichting van het raam, het uur…
Okergeel
Okergeel is aards geel met bruin erin, en juist dat bruin maakt de kleur draagbaar op een groot vlak waar…
Warme kleuren slaapkamer
Een warme kleur heeft rood, oranje of geel pigment in zijn basis, en dat pigment kan alleen terugkaatsen wat er…
Slaapkamer inspiratie groen
Groen in een slaapkamer valt of staat bij de ondertoon van de tint en bij het licht dat de kamer…