Een bijkeuken inrichten: eerst de aansluitingen, dan de kasten
Een bijkeuken richt je in vanaf de aansluitingen en de deuren, en pas daarna vanaf de kasten. De maten die de indeling maken of kraken zijn 60 bij 60 cm per machine, 65 cm diepte zodra de slangen erachter zitten, 100 cm vrije vloer voor een vuldeur die 55 tot 60 cm openzwaait, en een werkblad op 90 cm met 55 cm vrij tot de hangkast erboven. Een ruimte van 150 cm breed is genoeg voor apparatuur tegen één wand; twee rijen tegenover elkaar vragen 240 cm. Wie eerst de vaste punten intekent, koopt geen kast die voor het ventilatierooster of de meterkast belandt.
Handig bij het plannen
- Tijd
- een avond meten, een weekend inrichten
Gereedschap
- Rolmaat van minstens 5 m
- Waterpas van 60 cm om de machines te stellen
- Waterpomptang of steeksleutel voor de wateraansluiting
- Accuboormachine met steen- en houtboor
- Leidingdetector voor de wand achter de kasten
Materiaal
- Ruitjespapier van 5 mm, waarbij een hokje 10 cm is
- Karton van 60 bij 60 cm om de plek van een machine op de vloer uit te leggen
- Schilderstape van 25 tot 50 mm
Wat er in een bijkeuken al vastligt
Een bijkeuken is in de meeste Nederlandse woningen 2 tot 6 m², en die vierkante meters zijn al voor een deel vergeven voordat je iets neerzet. De kraan en de sifon zitten waar ze zitten, de deuren zwaaien waar ze zwaaien, en het ventilatierooster mag niet dicht.
Teken die punten eerst in en schuif pas daarna met kasten. Wat er na de vaste punten en de looproute overblijft, is de ruimte waarin je echt mag kiezen, en in een kleine bijkeuken is dat vaak niet meer dan één wand. Spullen die er dan niet meer bij passen horen thuis in de garage, de schuur of de berging, en die verdeling maak je liever nu dan nadat de kasten hangen.
De aansluitingen zijn het duurst om te verplaatsen. Een kraan en een sifon verzetten betekent hakken, opnieuw afwerken en een afvoer die met voldoende verval op de bestaande leiding moet uitkomen.
De tweede beperking is elektrisch. Een groep van 16 A levert bij 230 V ongeveer 3680 W, terwijl een wasmachine tijdens het verwarmen 2000 tot 2200 W trekt en een condensdroger op 2500 tot 2800 W zit.
Verwarmen ze tegelijk, dan schakelt de automaat af. Kijk de vermogens na op het typeplaatje van je eigen apparaten voordat je besluit dat beide op dezelfde groep kunnen; een warmtepompdroger blijft ruim onder de 1000 W en past er meestal wel bij.
| Vast punt | Wat het opeist | Wat dat voor de indeling betekent |
|---|---|---|
| Wasmachinekraan | Meestal op 60 tot 90 cm boven de vloer, plus 5 cm slangruimte achter de machine | Zit hij pal achter de machine, dan krijg je hem niet dicht zonder het apparaat naar voren te trekken |
| Afvoer, sifon of standpijp | Uitloop van de afvoerslang tussen 60 en 100 cm boven de vloer | Lager en de machine hevelt zichzelf leeg, hoger en de pomp haalt de hoogte niet |
| Groep in de meterkast | 16 A bij 230 V is ongeveer 3680 W voor alles wat op die groep zit | Een wasmachine en een condensdroger die samen verwarmen komen daarboven en schakelen de groep af |
| Ventilatierooster of afzuigventiel | Een vrij vlak van 10 tot 20 cm, meestal hoog in de wand of in het plafond | Een kast tot het plafond ervoor zet de afvoer van vochtige lucht dicht |
| Deur naar de keuken, dagmaat 83 cm | Kwartcirkel van ruim 80 cm de ruimte in | In dat vlak staat geen kast, geen wasmand en geen droogrek |
| Achterdeur naar de tuin | Naar buiten draaiend kost hij binnen niets, naar binnen draaiend 80 cm vloer | Een naar binnen draaiende achterdeur maakt de helft van een kleine bijkeuken onbruikbaar |
| Meterkast in de bijkeuken | 60 cm sta-ruimte ervoor en een deur die helemaal open kan | Deze wand telt niet mee als opstelwand, ook al ziet hij er op de tekening vrij uit |
| Cv-ketel aan de wand | 50 cm vrij eronder voor onderhoud en de voorgeschreven ruimte uit de handleiding | Hangkasten stoppen naast de ketel, en het droogrek hangt er niet onder |
Zit de meterkast in de bijkeuken, houd dan de volledige deurzwaai plus 60 cm sta-ruimte ervoor vrij. Daar hangt geen kast, staat geen droogrek en komt geen wasmand, ook niet tijdelijk.
De route van vuile was naar kast bepaalt de volgorde aan de wand
Een was doorloopt altijd dezelfde zes stappen: binnenbrengen, sorteren, wassen, drogen, vouwen en opbergen. Zet die volgorde van links naar rechts langs de wand, dan draag je een volle mand één keer en niet heen en weer.
Begin bij de deur waardoor het wasgoed binnenkomt. Daar staat de sorteermand, want die draag je met twee handen tegelijk en dan wil je niet eerst langs een uitstekende kast.
Vlak ernaast staan de machines en aan het eind ligt het blad waarop je vouwt. De kast met schoon beddengoed hangt boven dat blad, zodat de laatste stap een halve draai is in plaats van een tweede loopje.
Voor de route zelf gelden drie maten. Een doorloop van 90 cm is de ondergrens om er met een volle mand langs te komen, 100 cm heb je nodig om voor een openstaande vuldeur te hurken, en 60 cm is de smalste doorgang waarvoor je je schouders nog draait.
Loopt de achterdeur naar de tuin door de bijkeuken heen, dan is die strook van 90 cm geen vloer meer waar iets op kan. Dezelfde afweging tussen doorlopen en opbergen speelt in een smalle hal waar je langs de kasten moet: langs elkaar passen gaat voor tegen elkaar aan staan.
Welke opstelling past bij welke maat
De vorm van de opstelling volgt uit twee getallen: de breedte van de ruimte en de lengte van de langste vrije wand. Een blok met apparatuur is 60 cm diep, dus onder 150 cm breedte blijft er na de doorloop van 90 cm niets over voor een tweede rij.
Reken de wandlengte vervolgens op in blokken van 60 cm. Een kolom met wasmachine en droger is 60 cm, een werkblad waar een mand op past 100 tot 120 cm, en een hoge kast 60 cm, dus een complete washoek vraagt 220 tot 240 cm aaneengesloten wand.

Past die optelsom niet, dan valt hier het besluit wat er uit de bijkeuken gaat. De stofzuiger blijft, maar gereedschap, tuinspullen en verfblikken kunnen vaak naar een kleine schuur die je in zones indeelt, en dat scheelt al gauw 60 cm kastwand.
Twee rijen tegenover elkaar vragen 240 cm breedte: 60 plus 120 plus 60. Die 120 cm ertussen is geen luxemaat, want een vuldeur en een kastdeur die tegenover elkaar openstaan pakken allebei 55 tot 60 cm.
Een L-opstelling is de vorm die in een smalle bijkeuken het meeste oplevert. Je gebruikt de korte wand voor de machines en de lange wand voor blad en kasten, en de hoek ertussen vult een uittrekbaar element of een kast met schuifdeuren, want een draaideur in een binnenhoek loopt tegen het andere blok aan.
| Opstelling | Minimale ruimte | Wat erin past | Waar het op knelt |
|---|---|---|---|
| Alles tegen één wand | 150 cm breed, 220 cm wandlengte | Kolom van 60 cm, blad van 100 cm en een hoge kast van 60 cm | De doorloop van 90 cm is meteen ook de plek waar de vuldeur in zwaait |
| Één wand in een smalle ruimte | 150 cm breed, 120 cm wandlengte | Kolom van 60 cm plus een opklapbaar blad van 40 cm diep | Geen vaste vouwplek, dus het blad klapt elke keer op en neer |
| L-opstelling in de hoek | 150 bij 210 cm | Machines op de korte wand, blad en kasten op de lange wand | De binnenhoek: een draaideur botst daar op het andere blok, dus kies schuiven of uittrekken |
| Twee rijen tegenover elkaar | 240 cm breed | Machines en werkblad tegenover een volle kastwand van 60 cm diep | Twee deuren die tegenover elkaar opengaan hebben allebei 55 tot 60 cm nodig |
| U-opstelling langs drie wanden | 240 cm breed, 240 cm diep | Machines, blad, spoelbak en voorraad zonder dat iets dubbel gebruikt wordt | De derde wand is bijna altijd de wand met de deur, dus de zwaai kost een kastblok |
| Bijkeuken als doorloop naar de tuin | 90 cm vrije strook over de hele lengte | Apparatuur en kasten aan één zijde van die strook | Alles wat in de looproute steekt, van een uitstekende greep tot een mand, staat dagelijks in de weg |
Wasmachine en droger: naast elkaar, op elkaar of onder het blad
Een vrijstaande wasmachine meet 60 bij 60 cm en is 85 cm hoog. Met de slangen en de kraan erachter wordt de benodigde diepte 65 cm, en de vuldeur zwaait 55 tot 60 cm de ruimte in.
Die drie maten regelen elk iets anders: de 60 cm de wandlengte, de 65 cm hoe ver de machine uit de wand komt, en de deurzwaai hoeveel doorloop er tijdens het laden overblijft. Vergeet je de tweede maat, dan sluit het werkblad straks niet aan op de kast ernaast.
Stapelen levert 60 cm wand op en kost niets extra aan vloer. Gebruik daarvoor een tussenstuk dat bij de maat van beide apparaten past, want een droger die los op een wasmachine staat, wandelt tijdens het centrifugeren van de kuip af.
Gestapeld komt de bovenkant op ongeveer 170 cm en de vulopening van de bovenste machine rond 130 cm. Dat laadt staand prettig, maar boven zo'n kolom is geen hangkast meer kwijt.
Wil je een doorlopend werkblad over beide machines, dan moeten ze eronder passen. Een blad op 90 cm met een dikte van 3 tot 4 cm laat 86 tot 87 cm vrij, en daar gaat een vrijstaand model van 85 cm maar net onder: meet de nis en het apparaat allebei na, want onderbouwmodellen zijn met ongeveer 82 cm lager dan vrijstaande.
Hoe lang de apparaten meegaan en wanneer repareren nog zin heeft, staat in de levensduurtabel voor apparaten in huis. Een wasmachine houdt het 8 tot 12 jaar vol, een condensdroger 10 tot 14 jaar en een warmtepompdroger 8 tot 12 jaar, en dat laatste hangt vooral op de warmtewisselaar die schoongemaakt moet worden.
| Manier van plaatsen | Wat het aan ruimte kost | Wat het oplevert | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|
| Gestapeld in een kolom | 60 cm wand, 65 cm diep, 170 cm hoog, 100 cm vloer ervoor | 60 cm wandlengte over voor een kast of een blad | Een tussenstuk dat bij beide modellen past is nodig, anders schuift de bovenste machine bij het centrifugeren |
| Naast elkaar onder één werkblad | 120 cm wand, 100 cm vloer ervoor | Doorlopend blad van 120 cm om op te sorteren en te vouwen | De machines moeten onder 86 cm blijven; een vrijstaand model van 85 cm past er maar net onder |
| Naast elkaar los tegen de wand | 120 cm wand, 100 cm vloer ervoor | Geen blad, geen kast en geen inbouwwerk nodig | De bovenkant wordt een stortplek, en alles wat erop ligt danst mee tijdens het centrifugeren |
| In een kast met deuren | 130 cm wand als de deuren 60 cm zwaaien | De machines verdwijnen uit het zicht vanuit de keuken | Een condensdroger geeft warmte en damp af, dus de kast heeft een ventilatieopening nodig |
| In een nis onder het werkblad | Nis van 60 cm breed en minstens 86 cm hoog | Machines op één lijn met de kasten, blad doorlopend | Meet de nis op drie punten; stucwerk en een plint maken hem vaak 1 tot 2 cm smaller dan gedacht |
Stel de machine waterpas voordat je hem aanschuift en zet de contramoeren van de poten daarna vast. Een apparaat dat op drie poten staat, loopt bij 1400 toeren tegen de kast aan, en dat hoor je aan het bonken en zie je aan de krassen op de zijkant.
Hoogtes die in een bijkeuken op elkaar aansluiten
In een bijkeuken hangen de hoogtes net zo aan elkaar vast als in een keuken. Het werkblad ligt op 90 cm, de hangkast begint 55 cm daarboven op 145 cm, en het stopcontact zit daartussen met het hart op 115 cm.
Die 55 cm tussen blad en kast is geen smaakkwestie. Onder 50 cm past een volle wasmand of een strijkijzer er niet meer onder en sta je met je hoofd tegen de deur, boven 60 cm kom je niet meer bij het bovenste schap.
Het hoogste bruikbare schap zit op ongeveer 200 cm. Wat daarboven staat, pak je twee keer per jaar, dus daar horen de reservekussens en de koffer en niet het wasmiddel.
Voor de aansluitingen geldt een andere logica dan voor de kasten. De uitloop van de afvoerslang hoort volgens de meeste handleidingen tussen 60 en 100 cm boven de vloer: hangt hij lager, dan loopt de trommel tijdens het programma leeg en neemt de machine steeds opnieuw water in.
Zet het stopcontact van een machine niet achter het apparaat maar ernaast of boven het blad, want een stekker die je niet kunt pakken, trek je er ook niet uit als er water op de vloer staat. Deze hoogtes en de marges eromheen staan met hun achtergrond in de maatwijzer, zodat je ze bij het aftekenen op de wand niet uit je hoofd hoeft te halen.
| Onderdeel | Maat | Marge die werkt | Waar het van afhangt |
|---|---|---|---|
| Werkblad, bovenkant | 90 cm | 85 tot 95 cm | Vuistregel: ellebooghoogte min 10 tot 15 cm, en de verstelbare poten van de onderkast doen de rest |
| Werkblad, diepte | 60 cm | 57 tot 65 cm | Een machine is 60 cm diep en met de slangen 65 cm, dus een ondieper blad sluit niet aan op de kolom |
| Hangkast, onderkant boven het blad | 55 cm | 50 tot 60 cm | Onder 50 cm past er geen wasmand onder, boven 60 cm kom je niet bij het bovenste schap |
| Hangkast, diepte | 35 cm | 32 tot 40 cm | Ondieper dan het blad, anders stoot je je hoofd als je over het blad buigt om te vouwen |
| Hoogste bruikbare schap | 200 cm | 190 tot 210 cm | Daarboven heb je een trapje nodig, dus dat is opslag en geen voorraad |
| Stopcontact boven het blad, hart | 115 cm | 110 tot 120 cm | 20 tot 30 cm boven het blad, vrij van spetters; houd 30 cm afstand tot een spoelbak |
| Wasmachinekraan, hart | 80 cm | 60 tot 90 cm | Hij moet te bedienen zijn zonder de machine te verplaatsen, dus liever naast de nis dan erachter |
| Uitloop van de afvoerslang | 80 cm | 60 tot 100 cm | Aanhouden wat de handleiding van de machine zegt: te laag hevelt leeg, te hoog haalt de pomp niet |
| Gestapelde machines, totale hoogte | 170 cm | 165 tot 175 cm | Twee apparaten van 85 cm plus het tussenstuk; de vulopening van de bovenste komt rond 130 cm |
| Haken voor bezems en trapje | 170 cm | 160 tot 180 cm | Een bezemsteel is 120 tot 130 cm, dus eronder blijft de vloer vrij om te dweilen |
| Wandplank, vrije overspanning | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 18 mm plaatmateriaal; voorraad in glas weegt meer dan boeken, dus daar een drager per 60 cm |
| Droogrek aan de wand, onderkant | 140 cm | 130 tot 160 cm | Een laken hangt 100 tot 120 cm af, en eronder moet je nog kunnen lopen of een mand kunnen zetten |
Welke vloer in een bijkeuken tegen water kan
Een bijkeuken is een natte ruimte zonder dat hij eruitziet als een badkamer. Er komt geen douchewater, maar wel een afvoerslang die kan losschieten, een aansluiting die druppelt en modderige schoenen bij de achterdeur.

De vloer moet dus tegen staand water kunnen, ook als die plas een dag blijft liggen voordat iemand hem ziet. Dat sluit hout, laminaat en tapijt uit: de kern van laminaat is hdf, en die zwelt onherstelbaar op zodra er water in een naad komt.
Keramiek, natuursteen, epoxy en vinyl op rol hebben daar geen last van. Bij vinyl zit het verschil in de manier van leggen: los gelegd met de rand tegen de plint kruipt water er bij de dorpel onder en blijft het daar staan, verlijmd en met de rand een paar centimeter omhoog langs de wand gebeurt dat niet.
Pvc en een pu gietvloer zitten ertussenin. Ze kunnen een plas hebben, maar niet de combinatie van staand water en een naad of een rand, dus in een bijkeuken waar de machine draait is de afwerking langs de wanden belangrijker dan het materiaal zelf.
Wat in jouw situatie past, hangt ook af van vloerverwarming, huisdieren en wat je kwijt wilt zijn per vierkante meter. Dat zoek je uit met de vloerwijzer die per situatie scoort, waarin een bijkeuken onder dezelfde noemer valt als een badkamer.
| Vloer | In een bijkeuken | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|
| Keramische tegel of keramisch parket | Goed | De voeg is het onderdeel dat opgaat; met tegel plus lijm kom je op 15 tot 20 mm opbouw, dus de deuren moeten er vrijwel altijd af |
| Vinyl op rol | Goed, mits verlijmd | Los gelegd met de rand tegen de plint kruipt water bij de dorpel eronder en gaat het daar ruiken |
| Epoxy gietvloer | Goed | Zonder pu-toplaag verkleurt hij in zonlicht, en die verkleuring is niet bij te werken |
| Natuursteen | Goed | Azijnreiniger, citroenreiniger en ontkalker maken een kalksteenvloer blijvend mat op de plek waar ze staan |
| Pvc verlijmd | Redelijk | Staat op een ondervloer die niet vlak is, dan zie je dat terug als glans- en schaduwplekken |
| Pvc klik | Redelijk | Hij werkt met temperatuur en moet los blijven: 5 mm langs elke wand, en nooit vastgeklemd onder een kast of een machine |
| Pu gietvloer of betonlook | Redelijk | Zuur etst een cementgebonden toplaag weg, en juist in een bijkeuken staat de ontkalker |
| Linoleum | Niet in de natte hoek | Het materiaal zelf gaat lang mee, maar staand water en de naden langs de wand zijn er niet voor gemaakt |
| Laminaat | Nee | De hdf-kern zwelt op zodra er water in de naad komt, en dat is niet terug te draaien |
| Houten vloer | Nee | Hout werkt met vocht: onder de machine krijg je naden, boven de machine krijg je kromme planken |
| Tapijt | Nee | Het houdt vocht vast op de plek waar het langst nat blijft, en dat is precies achter de machine |
Werk de naad tussen vloer en wand af met een kitrand of een plint die tegen vocht kan, en niet met een houten plint op de vloer. Water dat achter een houten plint komt, trekt in het kopse hout en gaat binnen een seizoen ruiken.
Vocht, ventilatie en was die binnen droogt
Een was van 5 kg die op 1400 toeren is gecentrifugeerd, houdt nog 2 tot 3 liter water vast. Droogt die was binnen, dan komt dat water in de lucht van de bijkeuken terecht en gaat het er alleen uit door ventilatie.
Daar gaat het mis in bijna elke bijkeuken zonder rooster. Bij 20 °C en 60 procent relatieve vochtigheid ligt het dauwpunt rond 12 °C, en een ongeïsoleerde buitenmuur in een aanbouw komt in de winter makkelijk onder die temperatuur.
Op dat koude vlak slaat het vocht neer, en vanaf ongeveer 80 procent vochtigheid aan het oppervlak begint schimmel te groeien. Achter een kast tegen die buitenmuur staat de lucht bovendien stil, dus daar zie je de eerste zwarte stippen.
Houd daarom 3 tot 5 cm lucht tussen een kast en een koude buitenmuur en zet een rooster of een afzuigventiel nooit dicht. Een condensdroger geeft warmte en een deel van de damp aan de ruimte af, een luchtafvoerdroger heeft een slang van 100 mm naar buiten nodig, en een warmtepompdroger houdt het water in een opvangbak.
Glas gedraagt zich als een koude muur, alleen sterker: in een kleine serre is de ruit in de winter het koudste vlak van de hele ruimte, en daar slaat het vocht van drogende was als eerste op neer.
Houd de deur naar de keuken dicht zolang er was hangt, anders verplaatst het vocht zich door het huis en condenseert het in de koudste hoek van een slaapkamer. Welke vertrekken vochtig mogen worden en welke droog moeten blijven, hoort bij de indeling van het huis als geheel.
Hang een eenvoudige hygrometer in de bijkeuken en kijk wat er gebeurt terwijl de was hangt. Blijft de meter na een uur ventileren boven de 70 procent staan, dan gaat het vocht niet weg en heeft de ruimte mechanische afvoer nodig in plaats van een raam op een kier.
Opbergen: hoe diep de kast mag zijn en wat de wand houdt
De bruikbare diepte van een kast is de diepte waarop nog één rij past. Voor voorraad is dat 30 tot 35 cm: een pak rijst, een fles van 1 liter en een blik staan dan naast elkaar in plaats van achter elkaar.
Op 60 cm diepte past het dubbele, maar wat achter de eerste rij staat gebruik je niet meer. Wil je die diepte toch benutten, dan moet de inhoud naar je toe komen met een uittrekbaar element of een lade op geleiders die de volle diepte uitrolt.
Dat is dezelfde redenering als bij een kast onder de trap waar je achterin niet bij komt, alleen staat er hier zwaarder spul in.
Gewicht is in een bijkeuken het tweede punt. Een plank van 18 mm zakt boven 80 cm overspanning zichtbaar door, en voorraad in glas weegt per strekkende meter meer dan boeken, dus zet bij flessen en potten een drager per 60 cm.
Een hangkast van 120 cm vol voorraad haalt zo 40 kg, en die hangt aan de wand en niet aan de bodem van de kast. Staat er een voorzetwand van gipsplaat, dan houdt de plaat zelf bijna niets: de houten regels zitten om de 40 tot 60 cm, een schroef in zo'n regel houdt ongeveer 15 kg per punt, terwijl een metalen hollewandplug rond 10 kg zit en niet voor kasten bedoeld is.
Wat jouw wand echt houdt, zoek je op in de ophangwijzer per wandtype en gewicht. Gasbeton, kalkzandsteen en een voorzetwand vragen alle drie een ander bevestigingsmiddel, en daartussen zit een factor twee tot vier in kilo's per punt.
De laatste centimeters zitten op plekken die geen vloer kosten. Achter een deur is 5 tot 8 cm bruikbaar voor haken, een strijkplank van 140 tot 160 cm hangt verticaal aan twee haken, en een rail met losse haken houdt bezem, stoffer en trapje van de vloer af.
Zet schoonmaakmiddelen niet op ooghoogte maar op de onderste plank, en zet ze in een bak met een opstaande rand. Een fles die omvalt lekt dan in die bak leeg en niet over drie planken met wasgoed eronder.
Een kleine bijkeuken van 2 tot 4 vierkante meter
Onder de 4 m² is de vraag niet hoe je meer kwijt kunt, maar wat er weg mag. Een bijkeuken van 160 bij 240 cm houdt na de deurzwaai en de doorloop precies één werkbare wand van 240 cm over, en daar past een kolom, een blad van 100 cm en een kast van 60 cm.
De grootste winst in een kleine bijkeuken zit in de deur. Een binnendeur van 83 cm legt beslag op een kwartcirkel van ruim 80 cm, en een schuifdeur langs de wand geeft die vloer terug voor ongeveer 10 cm wanddikte.
Ideeën die hier echt iets opleveren, gaan allemaal over verticaal werken: machines op elkaar, kasten door tot het plafond, een opklapbaar blad van 40 cm diep en haken aan een rail in plaats van spullen op de vloer. Een smalle bijkeuken klein maken werkt averechts zodra je er losse meubels in zet die je niet kunt stapelen.
Wat je met verticaal werken niet wint, is licht. Een bijkeuken heeft vaak geen raam of een klein raam, en één plafondlamp midden in de ruimte zet je eigen schaduw op het werkblad; een spot of een strip op 70 cm van de wand boven het blad haalt die schaduw weg.
Kies daarbij lampen van ongeveer 4000 K met een hoge kleurweergave. Bij 2700 K zie je een vlek of een vergeeld wit overhemd niet, en juist dat moet je hier kunnen beoordelen.
Grote apparaten die je niet dagelijks gebruikt, staan een deur verderop beter. Een tweede vriezer past in een garage waarin je de wanden per functie verdeelt, al moet je dan op de klimaatklasse letten: een gewone vriezer koelt in een onverwarmde garage bij lage buitentemperaturen niet meer goed.
Welke functie in welk vertrek hoort, is de vraag die onder de hele indeling ligt. Het overzicht van de ruimtes in huis zet die verdeling naast elkaar, en de volgorde waarin je een vertrek aanpakt staat bij het inrichten van een kamer in lagen.
| Oppervlak | Voorbeeldmaat | Wat erin past | Wat elders moet |
|---|---|---|---|
| 1,5 tot 2 m² | 120 bij 160 cm | Gestapelde kolom, één wandplank en een rail met haken | Voorraad, stofzuiger en strijkplank; hier is geen vouwplek |
| 2 tot 3 m² | 150 bij 190 cm | Kolom, opklapbaar blad van 40 cm en een hangkast van 60 cm | Bulkvoorraad en tuingereedschap |
| 3 tot 4,5 m² | 160 bij 240 cm | Kolom, blad van 100 cm, hoge kast van 60 cm en een sorteermand eronder | Gereedschap, verf en fietsspullen |
| 4,5 tot 6 m² | 200 bij 280 cm | L-opstelling met machines naast elkaar onder een doorlopend blad plus een spoelbak | Alleen wat buiten hoort, zoals tuinmeubelkussens |
| Meer dan 6 m² | 240 bij 300 cm | Twee rijen tegenover elkaar met 120 cm ertussen, inclusief een tweede koelkast | Niets, mits de doorloop van 120 cm vrij blijft |
Zo kom je van een lege bijkeuken naar een indeling die klopt
Elke stap levert de grens waarbinnen de volgende stap nog mag kiezen.
-
Meet de ruimte op en teken de aansluitingen in
Meet elke wand bij de vloer en op 100 cm hoogte, en noteer de hoogte van de kraan, de sifon, de stopcontacten en het ventilatierooster. Teken de deuren met hun draaivlak erbij, ook de achterdeur, want die bepaalt of de wand ernaast nog bruikbaar is.
-
Leg de looproute vast van de deur naar de achterdeur
Trek een strook van 90 cm tussen de twee deuren en beschouw die vanaf nu niet meer als vloer. Blijft er na die strook minder dan 60 cm over aan de andere zijde, dan gaat alles tegen één wand.
-
Kies de opstelling op de langste vrije wand
Tel de blokken op: 60 cm voor de kolom, 100 tot 120 cm voor het blad en 60 cm voor een hoge kast. Past die 220 tot 240 cm niet op één wand, kies dan de L-vorm en zet de machines op de korte wand.
-
Zet de machines uit op de vloer voordat je iets koopt
Leg karton van 60 bij 60 cm neer op de plek van elk apparaat en teken de deurzwaai van 60 cm erbij. Loop de route een paar keer met een volle wasmand; blijf je haken aan dezelfde hoek, dan schuif je nu karton en straks geen machine.
-
Werk de aansluitingen af voordat de kasten komen
Zorg dat de kraan naast de machine te bedienen is en dat de uitloop van de afvoerslang tussen 60 en 100 cm hangt. Zet het stopcontact ernaast of boven het blad op 115 cm, zodat je de stekker kunt pakken zonder het apparaat te verplaatsen.
-
Leg de vloer en werk de randen af
Kies een vloer die tegen staand water kan en laat de rand langs de wand omhoog lopen of afkitten. Leg de vloer door tot achter de machines, want een vloer die bij de nis stopt geeft een naad op precies de plek waar het water komt.
-
Hang de kasten en verdeel de inhoud op looproute
Hang de hangkast met de onderkant op 145 cm en schroef hem in de regels of in massief metselwerk. Vul daarna van links naar rechts: sorteren bij de deur, wassen in het midden, vouwen en opbergen aan het eind.
-
Regel het licht en controleer de ventilatie
Zet een lichtpunt op 70 cm van de wand boven het blad in plaats van midden in de ruimte, zodat je niet in je eigen schaduw werkt. Draai daarna een was en kijk een uur later of het rooster het vocht echt afvoert.
Nalopen voordat je kasten of apparaten bestelt
Uit de praktijk
De machine bonkt bij het centrifugeren tegen de kast
Het symptoom is een apparaat dat tijdens het centrifugeren een stukje opzij wandelt en tegen de kastwand slaat. In bijna alle gevallen staat het op drie van de vier poten, of zijn de transportbouten na de bezorging blijven zitten.
De trommel draait bij 1400 toeren ongeveer 23 keer per seconde rond, en elke onbalans in de was wordt door een losse poot vertaald in een zijwaartse beweging. Een rubber matje eronder dempt het geluid maar houdt het apparaat niet op zijn plek.
Wat wel werkt: de transportbouten eruit, de machine met een waterpas op het blad van de kast stellen, de poten aandraaien tot er geen wiebel meer in zit en de contramoeren vastzetten. Houd daarnaast 1 tot 2 cm tussen het apparaat en een kast, want strak ertegenaan schuiven geeft juist contact bij elke onbalans.
Het programma duurt eindeloos en de was komt er lauw uit
Hangt de uitloop van de afvoerslang lager dan de waterstand in de trommel, dan hevelt de machine zichzelf leeg terwijl het programma loopt. Hij neemt dan opnieuw water in, verwarmt dat opnieuw en komt aan zijn temperatuur nooit toe.
De ingang is dus niet de machine maar de hoogte van de slang. De meeste handleidingen vragen een uitloop tussen 60 en 100 cm boven de vloer, met een lus die voorkomt dat het water terugzakt.
Zit de slang te hoog, dan ontstaat het omgekeerde beeld: de pomp haalt de hoogte niet en het water blijft in de trommel staan. Meet daarom de hoogte van de uitloop na voordat je naar het apparaat kijkt.
Het ruikt muf en achter de kast zitten zwarte stippen
Muffe lucht en zwarte stippen op de buitenmuur wijzen op condens en niet op vuil. Een was van 5 kg geeft bij binnen drogen 2 tot 3 liter water af aan de lucht, en dat vocht zoekt het koudste vlak in de ruimte.
Bij 20 °C en 60 procent luchtvochtigheid ligt het dauwpunt rond 12 °C, en een ongeïsoleerde buitenmuur haalt die temperatuur in de winter zonder moeite. Achter een kast staat de lucht stil, dus daar blijft het vlak nog kouder en droogt het niet op.
Schoonmaken helpt een paar weken en daarna komt het terug, want de oorzaak is de combinatie van vocht en een koud oppervlak. Zet de kast 3 tot 5 cm van de muur, voer het vocht mechanisch af en droog de was liever buiten of in een droger met een afvoer naar buiten.
Veelgemaakte fouten
Beginnen bij de kastjes in plaats van bij de aansluitingen
Kasten kies je binnen een halve dag, een afvoer verplaatsen kost hakwerk en een nieuwe aansluiting op de leiding met genoeg verval. Wie eerst de kasten bestelt, komt erachter dat de spoelbak aan de verkeerde kant zit.
Teken daarom eerst de kraan, de sifon, de groep en het rooster in, en pas daarna de indeling. De aansluitingen bepalen waar de machine staat, en de machine bepaalt de rest van de wand.
Een wasmachine en een condensdroger op dezelfde groep zetten
Een groep van 16 A levert bij 230 V ongeveer 3680 W. Een wasmachine die verwarmt trekt 2000 tot 2200 W en een condensdroger 2500 tot 2800 W, dus samen komen ze daar tijdens het verwarmen overheen en schakelt de automaat af.
Kijk de vermogens na op het typeplaatje en verdeel de apparaten over twee groepen, of kies een warmtepompdroger die ruim onder de 1000 W blijft. Wandcontactdozen horen daarnaast achter een aardlekschakelaar van 30 mA.
De kraan pal achter de machine laten zitten
Een kraan achter het apparaat kun je niet dichtdraaien zonder 60 kilo naar voren te trekken, en dan staat hij dus altijd open. Dat is precies de situatie waarin een oude toevoerslang een vloer onder water zet.
Verplaats de kraan naar de zijkant van de nis of naar de kast ernaast, op 60 tot 90 cm hoogte. Reken bovendien met 65 cm in plaats van 60 cm diepte, want de slangen en de koppeling vragen die extra 5 cm.
Een doorlopend werkblad tekenen over een vrijstaande machine
Een blad op 90 cm met een dikte van 3 tot 4 cm laat 86 tot 87 cm vrije nishoogte over, en een vrijstaand apparaat van 85 cm past daar maar net onder. Met een plint of een niet vlakke vloer erbij blijkt het in de praktijk vaak 1 cm te weinig.
Meet daarom de nis op drie punten en het apparaat inclusief de verstelbare poten. Kies een onderbouwmodel van ongeveer 82 cm, of leg het blad een paar centimeter hoger en houd dat over de hele wand door.
Laminaat of een houten vloer doorleggen tot in de bijkeuken
Het loopt mooi door vanuit de keuken, maar de kern van laminaat is hdf en zwelt onherstelbaar op zodra er water in de naad komt. Bij een houten vloer krijg je naden in de zomer en kromme planken bij de machine.
Kies in deze ruimte een vloer die tegen staand water kan en maak bij de dorpel een nette overgang. Een strip of een drempelprofiel van 2 cm hoog is nog te belopen en houdt water aan de goede kant.
Voorraad in kasten van 60 cm diep zetten
Op 60 cm diepte staat alles in twee rijen, en de achterste rij zie je niet meer. Zo koop je dubbel in en vind je het geopende pak pas terug als het al over datum is.
Houd voor voorraad 30 tot 35 cm diepte aan, of maak de diepe kast uittrekbaar zodat de inhoud naar je toe komt. Wat je in de volle 60 cm wel kwijt kunt, zijn spullen in één stuk: een stofzuiger, een emmer, een trapje.
Het droogrek onder het ventilatierooster weghangen
Een droogrek pal voor een rooster of een afzuigventiel blokkeert de afvoer van precies het vocht dat er vanaf komt. De lucht kan er niet meer langs en het rek staat in de dampstroom te wachten.
Hang het rek op een plek waar de lucht eromheen kan, met de afvoer vrij, en zet de deur naar de keuken dicht. Een rek voor een raam met een rooster erboven werkt beter dan een rek tegen de koudste buitenmuur.
Veelgestelde vragen
Hoe pak je het inrichten van een bijkeuken aan?
Begin bij wat je niet verschuift: de kraan, de sifon, de groep, het ventilatierooster en de draaivlakken van beide deuren. Trek daarna een looproute van 90 cm tussen de deur naar de keuken en de achterdeur.
Wat er dan overblijft is je werkwand, en die deel je op in blokken van 60 cm: een kolom, een blad van 100 tot 120 cm en een hoge kast. Kasten en kleuren kies je pas als die verdeling klopt.
Hoe kun je een kleine bijkeuken inrichten zonder dat hij volstaat?
Werk verticaal en houd de vloer leeg. Zet de wasmachine en de droger in een kolom, laat kasten doorlopen tot het plafond, hang bezems en trapje aan een rail en gebruik een opklapbaar blad van 40 cm diep als er geen ruimte is voor een vast blad.
Kijk daarnaast naar de deur: een binnendeur legt beslag op een kwartcirkel van ruim 80 cm, en een schuifdeur geeft die vloer terug. Alles wat je niet wekelijks gebruikt, gaat naar de schuur of de garage.
Wat zijn goede ideeën voor een kleine bijkeuken?
De ideeën die in een kleine bijkeuken echt ruimte opleveren zijn allemaal maatvast: machines stapelen scheelt 60 cm wand, een uittrekbare kast van 30 cm breed vervangt een deur die 60 cm zwaait, en een rail met haken achter de deur benut 5 tot 8 cm die anders leeg blijft.
Sorteermanden onder het werkblad schelen vloeroppervlak, en een plank op 200 cm hoogte is prima voor spullen die je twee keer per jaar pakt. Wat niet werkt, zijn losse meubels die je niet kunt stapelen.
Hoe richt je een wasruimte in de bijkeuken in?
Volg de volgorde van de was: sorteermand bij de deur waardoor het wasgoed binnenkomt, dan de machines, dan het blad om te vouwen en daarboven de kast met schoon beddengoed. Zo draag je een volle mand één keer in één richting.
Reken op 100 cm vrije vloer voor elke machine, want de vuldeur zwaait 55 tot 60 cm open en je moet ervoor kunnen hurken. Een wasruimte heeft verder afvoer van vocht nodig, dus een rooster of een afzuigventiel dat je niet dichtzet met een kast.
Hoe breed moet een bijkeuken minimaal zijn?
Apparatuur en kasten zijn 60 cm diep en een doorloop is minimaal 90 cm, dus 150 cm breedte is de ondergrens voor een opstelling tegen één wand. Wil je twee rijen tegenover elkaar, dan kom je op 60 plus 120 plus 60 en dus op 240 cm.
Die 120 cm tussen twee rijen is nodig omdat een vuldeur en een kastdeur die tegenover elkaar openstaan allebei 55 tot 60 cm pakken. Bij 110 cm lukt het nog, maar dan kan er niemand achter je langs.
Kun je een wasmachine en een droger op elkaar zetten?
Ja, met een tussenstuk dat bij de maat van beide apparaten past. De droger gaat boven omdat hij lichter is, en zonder tussenstuk wandelt hij bij het centrifugeren van de kuip af, want er zit niets dat hem tegenhoudt.
Gestapeld kom je op ongeveer 170 cm hoog en zit de vulopening van de bovenste machine rond 130 cm. Reken op 60 cm wandlengte, 65 cm diepte met de slangen erachter en 100 cm vrije vloer ervoor.
Welke vloer kun je het beste in een bijkeuken leggen?
Een vloer die tegen staand water kan, want een losgeschoten afvoerslang leegt een hele trommel op de vloer. Keramische tegels, natuursteen, epoxy en verlijmd vinyl op rol kunnen dat hebben; laminaat, hout en tapijt niet.
Even belangrijk als het materiaal is de rand: laat vinyl een paar centimeter omhoog lopen langs de wand of kit de naad af, en leg de vloer door tot achter de machines. Een naad precies onder de machine is de plek waar het water wegloopt.
Hoe voorkom je dat het in de bijkeuken muf gaat ruiken?
Muffe lucht komt van vocht dat nergens heen kan. Een was van 5 kg geeft bij binnen drogen 2 tot 3 liter water af, en dat slaat neer op het koudste vlak in de ruimte, meestal een ongeïsoleerde buitenmuur achter een kast.
Voer het vocht mechanisch af of zet een raam met rooster open terwijl de was hangt, houd 3 tot 5 cm lucht tussen een kast en de buitenmuur en laat de deur naar de keuken dicht. Controleer ook de sifon: een droge sifon laat rioollucht door.
Waar komen de stopcontacten in een bijkeuken?
Niet achter een machine, want dan kun je de stekker er niet uit trekken als er water op de vloer staat. Zet ze naast de nis of boven het werkblad met het hart op 115 cm, dat is 20 tot 30 cm boven het blad en dus vrij van spetters.
Houd minstens 30 cm afstand tot een spoelbak en verdeel de apparaten over meer dan één groep als een wasmachine en een condensdroger tegelijk kunnen draaien. Wandcontactdozen horen achter een aardlekschakelaar van 30 mA.
Hoe diep moet een voorraadkast in de bijkeuken zijn?
Voor voorraad werkt 30 tot 35 cm diepte het beste, want dan staat alles in één rij en zie je in één blik wat er is. Een fles van 1 liter, een pak rijst en een blik passen daar naast elkaar.
Kasten van 60 cm diep leveren twee rijen op en de achterste rij vergeet je, tenzij de inhoud naar je toe komt met een uittrekbaar element of een lade op volledig uittrekbare geleiders. Die volle diepte is wel handig voor een stofzuiger, een emmer of een trapje.
Kan de vriezer in de bijkeuken of in de garage staan?
In een verwarmde bijkeuken kan dat prima, mits er achter en boven het apparaat ventilatieruimte vrij blijft. Zet hem niet klem tussen twee kasten, want de condensor aan de achterkant moet zijn warmte kwijt.
In een onverwarmde garage let je op de klimaatklasse van het apparaat: valt de temperatuur onder het bereik waarvoor het is gemaakt, dan slaat de compressor te weinig aan en loopt de temperatuur in het vriesvak op. Kijk daarvoor op het typeplaatje welke klasse erop staat.
Wat hoort er niet thuis in een bijkeuken klein van formaat?
Alles wat je niet wekelijks gebruikt en wat niet met wassen, schoonmaken of voorraad te maken heeft. Gereedschap, verfblikken, fietsspullen en tuinmeubelkussens kosten in een ruimte van 2 tot 4 m² precies de wand die je voor een kast of een blad nodig hebt.
Houd ook chemische middelen en wasmiddel gescheiden van voedselvoorraad, en zet schoonmaakmiddelen op de onderste plank in een bak met opstaande rand. Dan lekt een omgevallen fles in die bak leeg en niet over de planken eronder.
Wanneer je beter een vakman belt
Een kraan, een sifon en een wasmachineaansluiting koppelen doe je zelf, maar drie dingen niet. Een nieuwe afvoer op de riolering aansluiten vraagt voldoende verval en een ontluchting, en gaat dat mis, dan ruikt de hele bijkeuken naar riool.
Een extra groep bijplaatsen of een aardlekschakelaar vervangen is werk in de groepenkast achter de hoofdzekering, en dat is voor een elektricien. Datzelfde geldt voor een gasleiding die in de weg zit en voor een doorvoer door de gevel voor een luchtafvoerdroger, want daar komt isolatie en een dampdichte afwerking bij kijken.
Verder lezen over dit onderwerp
Garage indeling
Kleine schuur inrichten

Kamer inrichten

Kamer inrichten
