Een uitbouw met openslaande deuren: maat, draairichting en dorpel
Openslaande deuren in een uitbouw zijn twee bladen van 70 tot 90 cm breed. Met bladen van 83 cm houd je ongeveer 156 cm doorgang als beide openstaan en 78 cm met alleen de loopdeur. Naar binnen draaien kost een strook vloer zo diep als het blad breed is, naar buiten draaien vraagt dievenklauwen, een windhaak en een vrij stuk gevel. Het lastigst te herstellen is de dorpel, want die beslist of er water binnenkomt en of je zonder een rand van meer dan 2 cm naar buiten loopt.
Handig bij het plannen
- Tijd
- een avond meten en tekenen, het plaatsen door een vakman
Gereedschap
- Rolmaat van minstens 5 m
- Waterpas of laser om het peil van vloer en terras te vergelijken
- Ruitjespapier van 5 mm, waarbij een hokje 10 cm is
- Schilderstape om het draaivlak van de bladen op de vloer af te plakken
- Kompas of kompas-app om de windrichting van de gevel te bepalen
Materiaal
- Plattegrond van de uitbouw met de inrichting en het terras erop
- Omschrijving van kozijn, glas per ruit, dorpel en sluitwerk voor de offertes
- Maat- en kleurvoorschrift van de fabrikant bij kunststof of aluminium
Openslaande deuren, schuifpui of vouwwand in de achtergevel
Openslaande deuren zijn twee draaiende bladen in één kozijn: een loopdeur met kruk en slot, en een standdeur die met grendels in de zijkant vaststaat. Bij een uitbouw komen ze in een nieuwe achtergevel, dus maat, draairichting en dorpel liggen nog helemaal open. Wat er voor elke buitendeur in huis geldt, van kieren tot cilinders, staat bij de basis van deuren, kieren en sloten.

De keuze tussen openslaande deuren en een schuifpui is een keuze tussen doorgang en vloer. Twee bladen die openstaan geven bijna de hele breedte tussen de kozijnstijlen vrij, maar ze draaien ergens heen. Een schuifpui draait nergens heen, maar het schuivende deel staat open altijd achter het vaste deel, dus je komt nooit verder dan ongeveer de helft van de breedte.
Een vouwwand, ook harmonicadeur genoemd, schuift vier of vijf smalle panelen tegen elkaar op. Die geeft de grootste opening, maar het pakket panelen staat open 35 tot 50 cm dik binnen of buiten, en elk paneel heeft eigen scharnieren en een eigen dichting die moet blijven kloppen.
Hoe diep en hoe breed de uitbouw zelf wordt, beslis je eerder, en die afwegingen staan bij het plannen van een uitbouw of aanbouw. De tabel hieronder gaat uit van een kozijn van 300 cm breed in de nieuwe achtergevel.
| Pui in een kozijn van 300 cm | Vrije doorgang als hij openstaat | Wat hij aan ruimte kost | Waar hij op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Openslaande deuren van twee keer 83 cm met vaste zijlichten van 60 cm | Ongeveer 156 cm met beide bladen open, 78 cm met alleen de loopdeur | Naar binnen een strook van 83 cm vloer, naar buiten 83 cm terras | De standdeur: staat die niet goed vergrendeld, dan sluit de loopdeur ook niet |
| Openslaande deuren met een vaste middenstijl | Twee losse openingen van ruim 70 cm, met een stijl van 7 tot 10 cm ertussen | Hetzelfde draaivlak als zonder middenstijl | Een tuinbank past niet tussen de stijlen door, al sluit elk blad wel op een eigen slot |
| Schuifpui in twee delen | Ongeveer 130 cm | Binnen alleen de kozijndiepte van 10 tot 20 cm | Het schuivende deel staat altijd achter het vaste, en de onderrail vraagt schoonhouden |
| Vouwwand van vier of vijf panelen | Ongeveer 250 cm | Een pakket panelen van 35 tot 50 cm dik tegen de zijkant, binnen of buiten | Eén verzakt paneel en de hele rij loopt aan |
| Eén tuindeur met een groot vast raam ernaast | Ongeveer 80 tot 85 cm | Een draaivlak zo breed als dat ene blad | Alles wat naar buiten moet, gaat door één blad |
Meet voordat je kiest het breedste dat ooit door de pui moet: de tuinbank, een barbecue op wielen, de kliko die door het huis naar voren gaat. Past dat niet door 78 cm, dan open je de standdeur geregeld mee, en dan zijn twee kantschuiven die soepel lopen meer waard dan een extra zijlicht.
Bladbreedte, doorgang en hoogte van het kozijn
Een tuindeurblad is 70 tot 90 cm breed, en daar is een mechanische reden voor. Het blad hangt aan één kant aan zijn scharnieren en werkt als een hefboom: hoe breder, hoe harder het bovenste scharnier wordt uitgetrokken en hoe sneller de sluitzijde zakt. Wie meer opening wil, kiest zijlichten of een schuifpui en geen bladen van 110 cm.
Van de dagmaat, de opening tussen de kozijnstijlen, gaat bij het openen nog iets af. Een blad dat 90 graden openstaat, staat met zijn eigen dikte en het scharnier in de opening, en dat kost ongeveer 5 cm per blad. Met bladen van 83 cm houd je dus rond 78 cm over met de loopdeur open en rond 156 cm met allebei.
Voor nieuwbouw vraagt het Besluit bouwwerken leefomgeving een vrije doorgang van ten minste 85 cm breed en 230 cm hoog. Of die eis voor de tuindeuren van een uitbouw aan een bestaand huis geldt, hangt af van de verbouwing, maar als ondergrens is hij bruikbaar: met alleen de loopdeur open haal je 85 cm pas bij een blad van 90 cm. Moet er een rollator of rolstoel door, dan is dat de maat die telt, samen met een drempel van hooguit 2 cm.
In de hoogte zijn 201,5, 211,5 en 231,5 cm gangbare deurmaten. In een uitbouw met een plafond op 260 cm blijft boven een kozijn van 240 cm nog 20 cm over, en daar moeten de latei, de aftimmering en de gordijnrail samen in.
| Twee bladen van | Kozijn buitenwerks zonder zijlichten | Doorgang met de loopdeur open | Doorgang met beide bladen open | Wat daar doorheen past |
|---|---|---|---|---|
| 70 cm | ongeveer 155 cm | ruim 65 cm | ongeveer 130 cm | Een tuinstoel en een kliko door één blad, een tuinbank alleen met beide open |
| 80 cm | ongeveer 175 cm | ongeveer 75 cm | ongeveer 150 cm | Een kinderwagen door één blad, een tuintafel van 90 cm breed met beide open |
| 83 cm | ongeveer 180 cm | ongeveer 78 cm | ongeveer 156 cm | De maat uit het schema; een loungebank van 80 cm diep met beide bladen open |
| 90 cm | ongeveer 195 cm | ongeveer 85 cm | ongeveer 170 cm | Een rolstoel door één blad, en de doorgang die bij nieuwbouw de ondergrens is |
Een blad dat verder moet dan 90 graden, plat tegen de gevel of tegen de binnenmuur, kan dat alleen als het kozijn niet diep in de muur staat. Ligt het kozijn 10 cm terug in de gevel, dan loopt het blad bij ongeveer 90 graden tegen de neg aan; wil je het helemaal omslaan, dan komt het kozijn in het vlak van de gevel of krijgt het scharnieren met een grotere uitslag.
Naar binnen of naar buiten draaien in een uitbouw
In een ondiepe erker draaien de bladen bijna altijd naar buiten, omdat een strook van 80 cm daar de halve vloer is. In een uitbouw van 300 cm of dieper ligt dat anders: daar kun je die strook missen, en dan wegen regen, wind en inbraak zwaarder dan de vloer.
Naar binnen draaiend houd je de scharnieren binnen en staat een open blad uit de wind. De prijs is een strook vloer zo diep als het blad breed is, en in die strook kan geen stoel, plant of kast staan. In dit voorbeeld schuift de eettafel daardoor op tot 158 cm van het glas, want tussen de tafel en die strook moet nog 75 cm over zijn om een stoel uit te schuiven.
Naar buiten draaiend sluit beter tegen slagregen, omdat de wind het blad in de aanslag drukt in plaats van eruit. Daar staat tegenover dat een open blad buiten een windhaak nodig heeft, en dat er over de breedte van een blad naast het kozijn niets op de gevel mag zitten: geen buitenlamp, geen regenpijp, geen tuinkraan en geen geleider van een screen.
Het terras krijgt dan dezelfde strook. Voor de deuren blijft 83 cm vrij van potten en tuinmeubels, en een overkapping of pergola staat met zijn palen buiten de zwaai en met zijn balk hoger dan de bovenkant van het blad.
Aan de voorkant van het huis valt de keuze meestal de andere kant op. Een voordeur draait in Nederland bijna altijd naar binnen, en wat dat vraagt van de maat van de nieuwe hal staat bij een uitbouw aan de voorgevel met de voordeur erin.
Plak het draaivlak van beide bladen met schilderstape op de vloer van de kamer waar de uitbouw tegenaan komt, en zet de eettafel met uitgeschoven stoelen erbij. Dan zie je voordat het kozijn besteld is of een lege strook van 83 cm in je dagelijkse route past.
De dorpel, het terras en waar het water heen moet
De onderkant van een tuindeur is de enige naad die met zijn gezicht in het water staat. Regen loopt langs het glas naar beneden, spat van het terras terug en wordt door de wind tegen de onderkant van het blad gedrukt. Of dat binnenkomt, beslist de dorpel samen met het terras ervoor.
Een dorpel met een hoge aanslag keert het meeste water, omdat het blad er aan de binnenkant tegenaan valt en het water eerst omhoog moet. Een lage dorpel van hooguit 2 cm loopt prettiger en is nodig voor een rollator of rolstoel, maar keert alleen water als de dichting, de waterslag op het blad en de afvoer eromheen kloppen.
Bij een naar binnen draaiende deur weegt dat het zwaarst. De wind drukt het blad daar van de aanslag af, dus een lage dorpel onder zo'n deur op het zuidwesten, waar in Nederland de meeste slagregen vandaan komt, vraagt de beste afdichting die er te krijgen is.
Het terras doet de rest. Laat de bestrating 1 tot 2 procent van de gevel af aflopen, dus 1 tot 2 cm per meter, en laat geen tegel tot tegen de dorpel doorlopen zonder dat het water ergens heen kan. Een lijngoot pal voor de deuren vangt op wat er toch naar de gevel stroomt.
Binnen hoort de afgewerkte vloer op de hoogte te liggen die de dorpel verwacht. Een tegelvloer of gietvloer die 1 cm hoger uitkomt dan gepland, maakt van een vlakke dorpel alsnog een rand waar je met een kinderwagen tegenaan rijdt.

| Dorpel | Hoogte boven de vloer binnen | Hoe hij water keert | Waar hij past |
|---|---|---|---|
| Hardhouten of kunststenen onderdorpel met aanslag | Een paar centimeter, meestal meer dan 2 cm | Het blad valt binnen tegen de aanslag en het water moet eerst omhoog | Naar binnen draaiende deuren op de slagregenkant, waar geen rolstoel over hoeft |
| Lage aluminium of kunststof dorpel | Tot ongeveer 2 cm | Met een dichting op het blad en een waterslag die het water naar buiten afvoert | Een uitbouw waar binnen en buiten zonder rand in elkaar moeten overlopen |
| Vlakke dorpel met een valdorpel in het blad | Vrijwel gelijk met de vloer | Een strip zakt bij het sluiten uit het blad op de dorpel; het terras moet het water al wegvoeren | Een beschutte gevel onder een overkapping of op het noordoosten |
| Dorpel onder een naar buiten draaiende deur | Vaak laag, afhankelijk van het systeem | De wind drukt het blad in de aanslag, dus de dichting werkt mee in plaats van tegen | De slagregenkant, als je binnen een lage overgang wilt |
| Elke dorpel zonder afschot en afvoer ervoor | Maakt niet uit | Niet: water dat op het terras tegen de gevel blijft staan, komt er bij harde wind onderdoor | Nergens; los dit buiten op met afschot of een lijngoot |
Welk glas er in de bladen hoort en wat het weegt
Glas in een deur loopt tot onder de kruk en vaak tot vlak boven de dorpel, dus op de hoogte waar je er met een knie, een fiets of een vallend kind tegenaan komt. NEN 3569 beschrijft waar letselveilig glas hoort, en glas in een deur valt daaronder. Vraag in de offerte dus naar de glasopbouw, want de term dubbel glas zegt niets over hoe het breekt.
Letselveilig glas bestaat in twee soorten, en ze breken verschillend. Gehard glas valt in kleine korrels uiteen die weinig snijden, maar laat na één klap een open gat achter. Gelaagd glas bestaat uit twee ruiten met een folie ertussen die de scherven vasthoudt, en blijft na een klap in de sponning staan; P4A is de inbraakwerende klasse die je in buitendeuren het vaakst tegenkomt.
Isolatie en gewicht hangen aan elkaar. Glas weegt 2,5 kg per vierkante meter per millimeter dikte, dus dubbelglas met twee ruiten van 4 mm weegt 20 kg per vierkante meter en drievoudig glas 30 kg.
Reken het na voor een blad van 83 bij 212 cm met ongeveer 1,35 m² glas. Dubbelglas voegt 27 kg toe en drievoudig glas 40 kg, dus met het houten frame erbij hangt er ongeveer 50 kg aan de scharnieren, of 60 tot 65 kg met drievoudig glas. Kies bij drievoudig of gelaagd glas vier scharnieren per blad of scharnieren die voor dat gewicht zijn opgegeven, want een blad dat 2 mm zakt, laat de meerpuntsluiting al aanlopen.
Dubbelglas zit rond een U-waarde van 1,1 en drievoudig glas rond 0,6 tot 0,8. Met twee bladen, twee zijlichten en een bovenlicht gaat dat over ongeveer 5 m², en hoe lager die waarde, hoe minder koude lucht er langs het glas naar beneden valt en als tocht over de vloer loopt.
| Glasopbouw | Gewicht per m² | Wat het doet | Waar het in de pui hoort |
|---|---|---|---|
| Dubbelglas met twee gewone ruiten van 4 mm | 20 kg | U-waarde rond 1,1; breekt in lange scherven | Alleen in een bovenlicht; in een blad of een zijlicht tot de vloer hoort letselveilig glas |
| Dubbelglas met een geharde ruit | 20 kg | Breekt in korrels, maar na een klap zit er een gat | Binnenruit van blad of zijlicht, waar het om letsel gaat en niet om inbraak |
| Dubbelglas met een gelaagde ruit, bijvoorbeeld 33.1 of 44.2 | 26 tot 32 kg | De folie houdt de scherven vast en de ruit blijft staan | Blad en zijlichten, met de gelaagde ruit aan de kant waar de klap vandaan komt |
| Gelaagd inbraakwerend glas in klasse P4A | ruim 30 kg | Houdt herhaalde klappen op één plek een tijd tegen | Buitenruit van de bladen en van een zijlicht waardoor je bij de kruk kunt |
| Drievoudig glas | 30 kg | U-waarde rond 0,6 tot 0,8; vraagt een dieper kozijn en zwaarder beslag | Een uitbouw op het noorden of met veel glas, waar koude lucht langs de ruiten het meest merkbaar is |
| Zonwerend glas | Gelijk aan de opbouw eronder | Een coating houdt een deel van de zonnewarmte buiten en laat ook iets minder licht door | Een uitbouw op het zuiden of westen zonder buitenzonwering |
Hout, kunststof of aluminium voor een blad in de zon
Een draaiend blad hangt aan één kant vast en is aan de andere drie kanten vrij. Een vast raam wordt door het kozijn rondom recht gehouden, een deurblad niet. Vervorming door warmte of vocht zie je daarom het eerst aan de sluitzijde, en bij openslaande deuren precies in het midden, waar twee bladen op elkaar moeten sluiten.
Bij kunststof is warmte het mechanisme. Een donker profiel in de volle zon wordt aan de buitenkant ruim 60 graden, terwijl de binnenkant op kamertemperatuur blijft. De buitenhuid zet meer uit dan de binnenhuid, het blad trekt hol, en op een zonnige middag sluiten de bovenhoeken van de twee bladen niet meer op elkaar.
Fabrikanten beperken daarom de bladmaat bij donkere kleuren of schrijven een stalen versterking of een folie voor die de warmte terugkaatst. Lees dat voorschrift voordat je antraciet kiest op het zuiden of westen.
Bij hout is vocht het mechanisme. Het blad neemt aan de buitenkant meer vocht op dan aan de binnenkant, vooral waar de verf op de onderregel dun is geworden, en zet daar uit. Een goed geschilderd hardhouten blad blijft recht, een blad met kale plekken onderaan trekt krom en rot van onderaf.
Aluminium vervormt nauwelijks, maar geleidt warmte zo goed dat een profiel zonder thermische onderbreking in de winter aan de binnenkant koud wordt. Daar slaat condens op neer die naar de onderdorpel loopt. Kies aluminium en staal daarom met een onderbreking: een isolerende strip die de binnen- en buitenschaal van het profiel scheidt.
| Materiaal van kozijn en bladen | Wat het in zon en regen doet | Onderhoud | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Hardhout, geschilderd | Werkt met vocht, blijft recht zolang de verflaag dicht is | Schilderwerk om de vijf tot acht jaar, onderregel en dorpel het eerst | Kale plekken onderaan het blad, waarna het krom trekt en van onderaf rot |
| Gemodificeerd hout | Neemt minder vocht op dan gewoon hout en werkt daardoor minder | Schilderwerk met langere tussenpozen | Een kleiner aanbod in tuindeuren met smalle profielen |
| Kunststof, wit of licht | Zet uit in de warmte, maar een lichte kleur blijft koel genoeg | Schoonmaken en de dichtingen nalopen | Brede profielen van 70 tot 120 mm die zichtbaar glas kosten |
| Kunststof met donkere folie | Wordt in de zon aan de buitenkant ruim 60 graden en trekt het blad hol | Als wit kunststof | Bladen die op een zonnige middag in het midden niet meer sluiten |
| Aluminium met thermische onderbreking | Vervormt nauwelijks, ook niet bij grote bladen | Schoonmaken, de poedercoating niet schuren | Zonder onderbreking condens aan de binnenkant in de winter |
| Staal met thermische onderbreking | Slanke profielen die veel glas laten zien | Beschadigd lakwerk meteen bijwerken, anders roest het | Het gewicht, dat zwaardere scharnieren en een stevige latei vraagt |
Slot, grendels en scharnieren: de standdeur is de zwakke kant
Openslaande deuren zijn zo sterk als het blad dat niet op slot gaat. De loopdeur sluit met een meerpuntsluiting of een insteekslot in de standdeur, en de standdeur zelf staat alleen vast met twee kantschuiven: grendels in de zijkant van het blad die boven in het kozijn en onder in de dorpel schieten. Wrikt een inbreker de standdeur los, dan gaat de loopdeur met slot en al mee.
Vraag daarom naar inbraakwerend sluitwerk voor beide bladen; een cilinder met sterren in de loopdeur dekt maar de helft van de pui. Het Politiekeurmerk Veilig Wonen en veel verzekeraars vragen op bereikbare buitendeuren minstens twee sterren van SKG, en bij openslaande deuren hoort daar sluitwerk in de standdeur bij dat die klasse ook haalt.
Draaien de bladen naar buiten, dan zitten de scharnieren buiten. Een blad met dievenklauwen, pennen aan de scharnierzijde die bij een gesloten deur in het kozijn grijpen, til je ook met de pennen uit de scharnieren niet uit het kozijn.
De cilinder mag aan de buitenkant hooguit 3 mm buiten het beslag uitsteken. Draait de sleutel zwaar, dan ligt dat zelden aan het slot en bijna altijd aan een gezakt blad dat de schoten tegen de sluitplaten laat lopen. Wie dan doordraait, breekt de sleutel af, en een afgebroken sleutel uit de cilinder halen is een ander werk dan een scharnier bijstellen.
Laat de sleutel ook niet binnen in de cilinder zitten. Een ruit van een zijlicht intikken en de sleutel omdraaien gaat sneller dan welk slot ook openbreken. Geef de sleutels van de tuindeuren daarom een vaste plek uit het zicht van het glas, bijvoorbeeld in een sleutelbak die je van buiten niet ziet hangen.
Laat een meerpuntsluiting die zwaar gaat niet inlopen. De stangen slijten dan op de sluitplaten en de kruk of het slot geeft het op den duur op; stel eerst het blad bij zodat de schoten weer vrij in de sluitplaten vallen.
Daglicht, zon en gordijnen bij tuindeuren in een uitbouw
Een uitbouw schuift het glas van de achtergevel naar achteren, en het daglicht schuift mee. Als vuistregel komt daglicht 2 tot 2,5 keer de hoogte van de bovenkant van het raam de kamer in. Bij een kozijn tot 240 cm is dat 4,8 tot 6 m, gemeten vanaf de nieuwe pui.
Reken dat door naar de kamer erachter. Een uitbouw van 300 cm diep voor een woonkamer van 600 cm diep legt het deel aan de straatkant op 900 cm van het glas, en dat deel leeft dan op lamplicht en op de ramen aan de voorgevel. Een kozijn dat doorloopt tot vlak onder het plafond, of een lichtstraat in het dak van de uitbouw vlak achter de oude gevel, haalt daar meer uit dan een breder kozijn.
Op het zuiden en westen staat de zon laag en recht op het glas van de deuren. Buitenzonwering houdt de warmte tegen voordat die door het glas is, maar bij bladen die naar buiten draaien kan een screen alleen omlaag als de deuren dicht zijn. Een knikarmscherm dat hoog genoeg boven het kozijn hangt, laat de deuren wel open.
Binnen hangt een gordijnrail 10 tot 15 cm boven het kozijn met 20 cm uitloop aan elke kant, zodat het opzij geschoven gordijn niet voor het glas blijft hangen. Bij bladen die naar binnen draaien is die uitloop harder nodig, want een gordijnpakket in de zwaai houdt het blad tegen voordat het 90 graden openstaat.
Boven de pui van een uitbouw zit meestal een stalen of betonnen latei achter een aftimmering van gipsplaat, en in die ondergrond houdt niet elke plug. Welke bevestiging in beton, gipsplaat of een houten regel een rail met zware gordijnen draagt, zoek je op in de ophangwijzer, die per ondergrond het gewicht per punt geeft.
Hang de rail bij een pui van 300 cm op 340 cm breed en schroef de steunen in de regels achter de gipsplaat of in de latei, niet los in de plaat. Een rail van die lengte met gevoerde gordijnen trekt bij elke keer opzij schuiven aan de buitenste steun.
Zo leg je de pui vast voordat het kozijn besteld wordt
Elke stap levert een maat of een keuze op die de volgende stap nodig heeft, dus de volgorde ligt vast.
-
Meet wat er door de deuren moet
Meet het breedste dat ooit naar buiten of naar binnen moet: de tuinbank, de barbecue, een kinderwagen of een rolstoel. Past dat door ongeveer 5 cm minder dan één blad, dan volstaat de loopdeur; zo niet, dan kies je de bladbreedte op de doorgang van beide bladen samen.
-
Teken de inrichting van uitbouw en terras op schaal
Zet binnen de eettafel met uitgeschoven stoelen, de bank en de looproute op papier, en buiten de potten, de tuinset en de palen van een overkapping. Pas met die tekening zie je aan welke kant een lege strook van 80 tot 90 cm te missen is.
-
Kies de draairichting en loop de gevel naast het kozijn na
Draaien de bladen naar buiten, kijk dan of er binnen de breedte van een blad een buitenlamp, regenpijp of tuinkraan op de gevel zit. Draaien ze naar binnen, houd dan binnen dezelfde strook vrij van een radiator, een kast en een gordijnpakket.
-
Leg het peil van vloer, dorpel en terras vast
Schrijf op de tekening hoe hoog de afgewerkte vloer binnen komt, welke dorpel daarop aansluit en hoeveel lager de bestrating buiten ligt. Geef het terras 1 tot 2 cm afschot per meter van de gevel af, of teken een lijngoot voor de deuren, want dat is na het leggen van de tegels niet meer te verhelpen.
-
Kies het glas en de scharnieren in één keer
Leg de glasopbouw per ruit vast: letselveilig in de bladen en in zijlichten tot de vloer, gelaagd aan de buitenkant waar je via het glas bij de kruk kunt. Reken daarna het gewicht per blad uit en vraag bij drievoudig of gelaagd glas om vier scharnieren of scharnieren die voor dat gewicht zijn opgegeven.
-
Stem materiaal en kleur af op de windrichting
Bepaal met een kompas op welke kant de pui komt. Kies je kunststof in een donkere kleur op het zuiden of westen, vraag dan het maatvoorschrift van de fabrikant op; kies je hout, spreek dan de verfopbouw van onderregel en dorpel af, want daar begint het onderhoud.
-
Vraag offertes aan op één omschrijving
Geef elke leverancier dezelfde kozijnmaat, draairichting, bladbreedte, glasopbouw per ruit, dorpel, kleur binnen en buiten en de SKG-klasse voor beide bladen. Zonder die lijst vergelijk je de prijzen van verschillende deuren en niet van dezelfde.
-
Test de deuren bij de oplevering
Open en sluit elk blad een paar keer, zet de standdeur vast en kijk of de loopdeur zonder duwen in het slot valt. Zet daarna een paar minuten een tuinslang op de onderkant van de dichte deuren en voel binnen langs de dorpel of het droog blijft.
Ophangwijzer
Kies je wandtype en het gewicht van wat je wilt ophangen. Je ziet welke bevestiging het houdt, tot hoeveel kilo, en wat je beter niet doet. Open de volledige ophangwijzer
Nalopen voordat de pui besteld wordt
Uit de praktijk
De bladen sluiten 's middags niet meer op elkaar
Sluiten de deuren 's ochtends goed en blijft op een zonnige middag de bovenhoek van de loopdeur een centimeter voor de standdeur staan, dan trekt het blad hol in de zon. Bij kunststof met een donkere kleur wordt de buitenkant veel warmer dan de binnenkant en zet die huid meer uit; bij hout doet vocht aan de buitenkant hetzelfde.
De scharnieren bijstellen helpt hier niet, want 's avonds staat het blad weer recht en klemt het dan de andere kant op. Wat wel werkt is de warmte van het blad houden met buitenzonwering, en bij een nieuw kozijn een lichtere kleur, een versterkt profiel of een kleinere bladmaat volgens het voorschrift van de fabrikant.
Na regen met wind ligt er water binnen achter de dorpel
Water achter de dorpel komt zelden door een lekke ruit. Het komt onder het blad door als drie dingen samenvallen: een naar binnen draaiende deur die de wind van zijn aanslag drukt, een lage dorpel en een terras dat naar de gevel toe loopt of vlak tegen de dorpel ligt.
Kijk na een bui waar het water op het terras blijft staan. Staat er een plas tegen de gevel, dan los je het buiten op met afschot of een lijngoot. Is het terras droog en komt het water toch binnen, kijk dan naar de dichting onderaan het blad en naar de afvoeropeningen in de dorpel, die vaak vol zand zitten.
De loopdeur valt pas in het slot als je de standdeur aandrukt
Moet je tegen de standdeur duwen voordat de loopdeur dichtgaat of de sleutel draait, dan staat de standdeur niet meer vast. De kantschuiven vallen niet diep genoeg in hun gaten in kozijn en dorpel, meestal omdat die gaten vol vuil zitten of omdat het blad een paar millimeter is gezakt, en dan beweegt de standdeur mee met de loopdeur.
Maak de sluitgaten schoon en kijk of de schuif er met de deur dicht helemaal in gaat. Is de naad tussen de bladen bovenaan wijder dan onderaan, dan is een blad gezakt en stel je eerst de scharnieren bij; de sleutel forceren verplaatst het probleem alleen naar de cilinder.
Veelgemaakte fouten
De draairichting kiezen zonder de inrichting ernaast
Wie de pui bestelt voordat de eettafel en de looproute op papier staan, ziet pas bij de oplevering dat een strook van 83 cm voor de deuren leeg moet blijven. In een uitbouw van 300 cm diep met een eettafel voor zes is dat precies de ruimte waar de stoelen aan de tuinkant hadden moeten staan, want tafel en stoelen vragen samen al 240 cm.
Bladen breder dan 90 cm voor een grotere opening
Een blad van 110 cm werkt als een langere hefboom aan hetzelfde bovenste scharnier en zakt eerder, zeker met drievoudig glas erin. Wil je meer opening, kies dan vaste zijlichten, een schuifpui of een vouwwand, en houd de draaiende bladen op 70 tot 90 cm.
Het terras tot tegen de dorpel doortegelen
Zonder afschot en zonder afvoer blijft regenwater tegen de gevel staan, en een lage dorpel keert dat niet. Houd 1 tot 2 cm afschot per meter van de gevel af aan en leg bij een vlakke dorpel een lijngoot voor de deuren.
Een donkere kunststof deur bestellen zonder het voorschrift te lezen
Donkere folie wordt in de zon aan de buitenkant ruim 60 graden en trekt het blad hol. Fabrikanten leggen daarom per kleur een grens aan de bladmaat of een eis aan de versterking vast, en wie daarbuiten bestelt, houdt een deur over die op zomermiddagen niet sluit.
Alleen de loopdeur inbraakwerend maken
Een cilinder met drie sterren in de loopdeur zegt weinig als de standdeur met twee eenvoudige grendels vaststaat. Wrik je de standdeur los, dan gaan beide bladen open, dus hoort het sluitwerk in de standdeur bij dezelfde klasse.
Gewoon dubbelglas in de bladen laten zetten
Dubbelglas zonder geharde of gelaagde ruit breekt in lange scherven, en in een deur zit dat glas op knie- en heuphoogte. Vraag de glasopbouw per ruit op, zodat vastligt dat er letselveilig glas in de bladen en in de zijlichten tot de vloer komt.
Veelgestelde vragen
Wat kost een uitbouw met openslaande deuren?
Bij de uitbouw zelf bepalen de diepte, de fundering, het dak en de afwerking de prijs, en de pui is daar een deel van. Bij de openslaande deuren tellen vooral de kozijnmaat, het materiaal, de glasopbouw, het sluitwerk en de dorpel, en een hardhouten pui met drievoudig gelaagd glas is een ander product dan een wit kunststof kozijn met dubbelglas.
Vergelijk daarom alleen offertes op dezelfde omschrijving: bladbreedte, draairichting, glas per ruit, SKG-klasse voor beide bladen, dorpel en kleur binnen en buiten. Welke onderdelen de prijs van het bouwwerk als geheel sturen, staat bij wat een uitbouw aan de achterkant vraagt.
Heb je een vergunning nodig voor een uitbouw met openslaande deuren?
Een uitbouw aan de achterkant is vaak vergunningvrij binnen de landelijke maten, waarvan de bekendste een diepte van 4 m vanaf de oorspronkelijke achtergevel is. Het omgevingsplan van je gemeente kan daar eigen regels naast zetten, dus doe de vergunningcheck in het Omgevingsloket voor je eigen adres.
De deuren maken daarbij geen verschil zolang ze in de achtergevel zitten. Bij een monument, in een beschermd stadsgezicht of aan de voorgevel ligt dat anders, en daar kan zelfs een ander kozijn al vergunningplichtig zijn.
Hoe breed zijn openslaande tuindeuren?
Elk blad is meestal 70 tot 90 cm breed, dus een kozijn met twee bladen komt zonder zijlichten uit op ongeveer 155 tot 195 cm buitenwerks. Met bladen van 83 cm houd je ongeveer 78 cm doorgang met alleen de loopdeur open en 156 cm met allebei.
Breder dan 90 cm per blad raden wij af, omdat het blad als een langere hefboom aan zijn bovenste scharnier hangt en sneller zakt. Meer opening krijg je met vaste zijlichten, een schuifpui of een vouwwand.
Kunnen openslaande deuren in een uitbouw naar buiten draaien?
Ja, en tegen slagregen sluiten ze dan zelfs beter, omdat de wind het blad in de aanslag drukt. Binnen blijft de vloer voor de deuren vrij, en in een ondiepe uitbouw of een erker is dat het grootste voordeel.
Reken wel op scharnieren met dievenklauwen, een windhaak om het open blad vast te zetten en een stuk gevel zo breed als het blad zonder lamp, regenpijp of kraan. Wil je het blad plat tegen de gevel kunnen zetten, dan moet het kozijn in het vlak van de gevel staan en niet een eind terug in de muur.
Kun je openslaande deuren zonder drempel maken?
Met een lage dorpel van hooguit 2 cm, of een vlakke dorpel met een valdorpel in het blad, kom je er met een rollator of rolstoel overheen. Zulke dorpels keren water met hun dichting en een waterslag en niet met hoogte, dus de afvoer eromheen moet kloppen.
Geef het terras 1 tot 2 cm afschot per meter van de gevel af en leg bij een vlakke dorpel een lijngoot voor de deuren. Draaien de deuren naar binnen en staan ze op de slagregenkant, dan is een dorpel met een hogere aanslag de veiligere keuze.
Zijn openslaande deuren of een schuifpui beter in een uitbouw?
Openslaande deuren geven met beide bladen open bijna de volle breedte tussen de stijlen, bij twee bladen van 83 cm ongeveer 156 cm, maar vragen binnen of buiten een strook zo diep als het blad breed is. Een schuifpui van 300 cm kost geen draaivlak, maar opent in twee delen hooguit ongeveer 130 cm.
Kies openslaande deuren als je vaak grote spullen naar buiten brengt of de pui in de zomer helemaal open wilt. Kies een schuifpui als de vloer voor de pui krap is, bijvoorbeeld met een eettafel dicht bij het glas.
Welk glas hoort er in openslaande tuindeuren?
Letselveilig glas in de bladen en in zijlichten die tot de vloer lopen, zoals NEN 3569 beschrijft: gehard of gelaagd. Aan de buitenkant is gelaagd glas de betere keuze, want dat blijft na een klap in de sponning staan, en klasse P4A houdt ook herhaalde klappen een tijd tegen.
Voor isolatie zit dubbelglas rond een U-waarde van 1,1 en drievoudig glas rond 0,6 tot 0,8. Drievoudig glas weegt 30 kg per m² tegen 20 kg voor dubbelglas, dus reken dan op vier scharnieren per blad.
Hoe maak je openslaande tuindeuren inbraakwerend?
Door beide bladen mee te nemen. De loopdeur krijgt een meerpuntsluiting of insteekslot met een cilinder van minstens twee sterren van SKG en beslag met kerntrekbeveiliging, en de standdeur kantschuiven of sluitwerk dat dezelfde klasse haalt.
Draaien de bladen naar buiten, dan horen er dievenklauwen aan de scharnierzijde bij. Zet gelaagd glas aan de buitenkant en laat de sleutel niet binnen in de cilinder zitten, want een ingetikte ruit en een omgedraaide sleutel omzeilen elk slot.
Waarom sluiten openslaande deuren niet meer goed?
Kijk eerst naar de naad tussen de bladen. Is die bovenaan wijder dan onderaan, dan is een blad gezakt en stel je de scharnieren bij of zet je langere schroeven in het bovenste scharnier; hoe je met krijt of een strook papier vindt waar het aanloopt, staat bij het verhelpen van een deur die klemt of sleept.
Sluiten de deuren alleen op warme middagen slecht, dan trekt het blad hol in de zon en helpt bijstellen niet. Valt de loopdeur pas in het slot als je de standdeur aandrukt, maak dan de sluitgaten van de kantschuiven schoon.
Kun je de oude tuindeuren in de nieuwe uitbouw hergebruiken?
Dat kan als ze in maat en staat passen, maar meestal is het een slechte ruil. Het oude kozijn is gemaakt voor de dikte van de oude gevel, terwijl de nieuwe achtergevel door de isolatie dikker is, en oud glas haalt zelden de isolatiewaarde van nieuw dubbelglas.
Een oud blad op een nieuwe dorpel en in een nieuw kozijn sluit bovendien zelden meteen goed. Hergebruik de oude deuren liever binnen, bijvoorbeeld als glazen scheiding tussen de uitbouw en de kamer erachter, waar isolatie en slagregen niet meetellen.
Hoe hang je gordijnen voor tuindeuren die naar binnen draaien?
Hang de rail 10 tot 15 cm boven het kozijn en laat hem aan elke kant 20 cm voorbij het kozijn doorlopen, bij een pui van 300 cm dus een rail van 340 cm. Het opzij geschoven gordijn hangt dan naast het glas en niet in de zwaai van het blad.
Is de stof zwaar of ruim geplooid, neem dan meer uitloop, want een dik pakket houdt een blad dat naar binnen draait tegen voordat het 90 graden openstaat. Een plissé of rolgordijn op het blad zelf draait mee en heeft dat probleem niet.
Wanneer je beter een vakman belt
De keuzes op deze pagina maak je zelf, het plaatsen niet. Het kozijn in de nieuwe achtergevel hangt onder een latei die een constructeur berekent, en een pui van 300 cm met 5 m² glas stel je niet haaks, waterdicht en luchtdicht af zonder ervaring met stellen, kitten en aansluiten op de spouw.
Glas van 30 kg per m² in een blad zetten is werk voor een glaszetter, want een ruit die niet op de juiste stelblokjes staat, laat het blad zakken. Scharnieren bijstellen, kantschuiven schoonmaken en een dichting vervangen doe je wel zelf, en zulke klussen staan tussen de andere klussen in en om het huis.