Een lang smal balkon inrichten: alles in één rij
Op een lang smal balkon zet je alles in één rij tegen één lange zijde en houd je de andere zijde vrij als doorloop van minstens 60 cm. De bruikbare breedte tussen gevel en balustrade bepaalt welke meubels er passen, de lengte verdeel je in zones van een halve tot twee meter. Staat de balkondeur in het midden, dan heb je twee doodlopende uiteinden die je tot aan de balustrade mag volzetten; staat hij aan een kop, dan blijft de route over de hele lengte vrij.
Handig bij het plannen
- Tijd
- een ochtend meten en tekenen, een middag inrichten
Gereedschap
- Rolmaat van minstens 5 m
- Schilderstape van 25 tot 50 mm
- Waterpas van 40 cm
- Ruitjespapier van 5 mm, waarbij een hokje 10 cm is
- Accuboormachine met steenboor van 6 of 8 mm
Materiaal
- Schroeven en pluggen van roestvast staal, buiten kwaliteit A2
- Railbeugels die passen bij de dikte van de bovenregel van je balustrade
- Rubberen onderzetters of wielen van 2 tot 3 cm onder potten en kisten
Wat een lang smal balkon anders maakt dan een klein balkon
Een lang smal balkon heeft twee maten die zich heel verschillend gedragen. De breedte tussen de gevel en de binnenkant van de balustrade bepaalt wat er past en ligt meestal tussen 100 en 150 cm. De lengte bepaalt hoeveel er past en loopt van 3 tot soms 7 m.

Daaruit volgt de enige indelingsregel die op zo'n strook overeind blijft: alles staat in één rij tegen één lange zijde, en de doorloop ligt tegen de andere. Zet je meubels tegen allebei de lange zijden, dan is wat er tussen overblijft geen doorloop meer maar een spleet. Diezelfde volgorde, eerst de route en dan de rij, werkt in elke kleine ruimte die veel langer is dan breed.
De tweede beslissing is al voor je genomen: de plek van de balkondeur. Staat die in het midden, dan heb je twee doodlopende uiteinden waar niemand langs hoeft, en die mag je tot aan de balustrade volzetten. Staat de deur aan een kop, dan loop je de hele lengte af en moet die route over het hele balkon open blijven.
Dat verschil weegt zwaarder dan de keuze van de meubels. Op een balkon van 480 bij 130 cm met de deur in het midden heb je twee zones van ruim anderhalve meter zonder doorloopeis. Ligt de deur aan de kop, dan gaat er over bijna vijf meter 60 tot 80 cm van de breedte op aan lopen, en houd je nog maar 50 tot 70 cm over voor de rij.
Voor de basisafwegingen die op elk smal balkon inrichten spelen, zoals de diepte van je meubels en het gewicht op de vloer, geldt hetzelfde. De lengte is wat deze situatie apart maakt.
Plak de diepte van de rij met tape op de vloer voordat je iets bestelt: een streep op 45 cm van de gevel voor een wandbank, op 75 cm voor een plank met een kruk ervoor. Wat er aan de andere kant overblijft, is je doorloop, en die meet je met je schouders en niet met je ogen.
Meet de bruikbare breedte en niet de balkonmaat
De maat die in de woningadvertentie staat, is de buitenmaat van de vloer. Bruikbaar is wat er overblijft tussen de gevel en de binnenkant van de balustrade, en daar gaan drie dingen vanaf.
Aan de voet van de balustrade zit vaak een opstand of een plint van 5 tot 10 cm hoog, waar een bank met een rechte rug niet overheen kan. Een railbak aan de binnenzijde kost nog eens 20 cm over de hele lengte. En draait je balkondeur naar buiten, dan legt het blad een kwartcirkel van ruim 80 cm op je vloer, precies op de plek waar je langs moet.
Meet de breedte op drie plekken over de lengte. Een uitkragend balkon is bij de koppen soms een paar centimeter smaller dan bij de deur, en de kleinste maat is de maat waarmee je meubel er langs moet.
Zet die maten daarna op schaal op papier of vul ze in de online kamerplanner in, zodat je met de rij schuift voordat er iets geleverd wordt. De tabel doet het rekenwerk: per voorziening staat hoeveel doorloop er overblijft bij drie gangbare breedtes, gerekend met de diepste maat uit de tweede kolom.
Alles onder 60 cm is geen doorloop meer. Bij 60 cm draai je je schouders om erlangs te komen, bij 80 cm loop je er recht doorheen met een dienblad in je handen. Dat zijn dezelfde twee getallen die wij binnen aanhouden voor een smalle doorgang tussen twee meubels.
| Wat er in de rij staat | Diepte in gebruik | Doorloop bij 100 cm | Doorloop bij 130 cm | Doorloop bij 160 cm |
|---|---|---|---|---|
| Railbak aan de binnenzijde van de balustrade | 20 cm | 80 cm | 110 cm | 140 cm |
| Klaptafel aan de reling, blad omlaag | 8 tot 10 cm | 90 cm | 120 cm | 150 cm |
| Klapstoel ingeklapt tegen de gevel | 10 tot 12 cm | 88 cm | 118 cm | 148 cm |
| Plantenrek tegen de gevel | 25 tot 35 cm | 65 cm | 95 cm | 125 cm |
| Klaptafel aan de reling, blad open | 40 cm | 60 cm | 90 cm | 120 cm |
| Opbergkist die ook zitplek is | 40 tot 45 cm | 55 cm | 85 cm | 115 cm |
| Wandbank tegen de gevel | 45 cm | 55 cm | 85 cm | 115 cm |
| Klapstoel opengeklapt | 55 cm | 45 cm | 75 cm | 105 cm |
| Barplank op de balustrade met een kruk ervoor | 70 tot 75 cm | 25 cm | 55 cm | 85 cm |
| Loungebank voor buiten | 70 tot 80 cm | 20 cm | 50 cm | 80 cm |
| Wandbank met een klaptafel ervoor | 102 cm: 45 zitting, 17 knieruimte, 40 blad | past niet | 28 cm | 58 cm |
| Twee stoelen tegenover elkaar aan een tafeltje | 145 cm: 50 stoel, 45 tafel, 50 stoel | past niet | past niet | 15 cm |
Ligt er een vlonder of kliktegel, meet dan opnieuw. Van je breedte gaat er niets af, maar wel van de hoogte onder de balkondeur: een opbouw van 25 tot 30 mm is genoeg om een naar buiten draaiende deur over de vloer te laten schuren.
Verdeel de lengte in zones van een halve tot twee meter
De lengte is het enige waar je op zo'n strook ruim in zit, dus daar deel je mee. Geef elke zone één bezigheid en een eigen lengte, en houd er 20 tot 30 cm tussen leeg. Zonder die onderbrekingen leest de hele rij als één doorlopend meubel van vijf meter.
Reken per zone met de lengte langs de gevel en niet met het aantal meubels. Twee mensen naast elkaar hebben 120 cm nodig, want een zitplaats is 60 cm breed, precies zoals een couvert aan tafel 60 cm in beslag neemt.
De zone die de doorloop blokkeert, hoort aan een uiteinde. Een klapstoel die opengeklapt 55 cm diep is, laat op een balkon van 130 cm nog 75 cm over en die kan dus overal staan. Een plank met een kruk ervoor pakt 75 cm en laat 55 cm over: dat werkt alleen op een plek waar de route eindigt.
Zet de zone die je het vaakst gebruikt niet bij de deur maar verderop. Wie vlak naast de deur zit, staat in de doortocht en kijkt tegen het kozijn aan. Dezelfde afweging, het drukke werk bij de deur en het rustige deel achterin, maakt een lange smalle badkamer plattegrond ook bruikbaar.
| Zone | Lengte langs de gevel | Diepte in gebruik | De maat die bepaalt of het past |
|---|---|---|---|
| Doorloop naar het verste uiteinde | De hele lengte | 60 cm krap, 80 cm comfortabel | Bij 60 cm draai je je schouders, bij 80 cm loop je er recht doorheen met een dienblad |
| Zitplek voor één met een klapstoel | 60 tot 70 cm | 55 cm opengeklapt | De stoel staat open in de route, dus dit werkt aan een uiteinde of met een stoel die je daarna wegklapt |
| Wandbank voor twee | 140 tot 160 cm | 45 cm | 60 cm zitbreedte per persoon, dezelfde maat als een couvert aan tafel |
| Eetplek voor twee aan een plank op de balustrade | 140 cm | 70 tot 75 cm met de kruk erbij | Het blad ligt rond 105 cm en de kruk op 78 cm: in dat verschil van 25 tot 30 cm passen je bovenbenen |
| Eetplek voor twee aan een losse tafel | 80 tot 90 cm | 145 cm | Twee stoelen tegenover elkaar vragen 50 plus 45 plus 50 cm, en dat past op geen enkel smal balkon |
| Groen in de hoogte tegen de gevel | 60 tot 120 cm | 25 tot 35 cm | Hoe hoger het rek, hoe meer wind eraan trekt, dus niet op de hoek van het gebouw |
| Kruiden en bloeiers aan de reling | Over de hele lengte | 20 cm binnen de balustrade | De bak hangt aan de bovenregel, dus de dikte van die regel bepaalt welke beugel past |
| Opbergkist voor kussens en gereedschap | 100 tot 120 cm | 40 tot 45 cm | De klep moet open kunnen zonder de balustrade of het deurblad te raken |
| Droogrek op wasdag | 100 tot 140 cm opengeklapt | 55 tot 65 cm | Het staat in de doorloop, dus reken op een zone die je de rest van de week leeg laat |
Aan welke lange zijde de rij komt te staan
De rij kan tegen de gevel of tegen de balustrade. Die keuze lijkt willekeurig en is het niet, want de twee zijden kunnen verschillende dingen.
De gevel draagt. Beton, baksteen en gestuukte steen houden met een gewone nylon plug en een roestvaste schroef een wandbank, een klaptafel of een plantenrek, en alles wat daar hangt, kost geen vloer. Tegen de gevel sta je ook uit de wind, want de wind komt vrijwel altijd over de balustrade.
De balustrade draagt vooral zichzelf. Wat je daaraan hangt, hangt aan de bovenregel, en dat is licht werk: bakken, haken, een klaptafel met een blad van 40 cm. Daar staat tegenover dat de gevel de deur en het raam bevat, dus de rij mag daar nooit voor komen.
Er is één hoogteregel die alles vereenvoudigt. Wat hoger is dan de balustrade, ongeveer 100 tot 120 cm, gaat tegen de gevel en naast het raam. Wat lager blijft, mag aan de reling.
De reden is licht. De kamer achter een balkon krijgt zijn daglicht schuin van onderen en van opzij binnen, want het balkon erboven neemt de lucht recht boven je al weg. Een dicht plantenscherm van 180 cm over vier meter balustrade haalt de rest weg, en dan zit de kamer erachter de hele dag in de schemer. In welke volgorde je zoiets afweegt, staat bij het inrichten van een kamer: licht en kleur komen als laatste, maar wat je voor het raam zet, bepaalt ze allebei.

Hang de buitenlamp met het hart rond 190 tot 200 cm, net als naast een voordeur. Op ooghoogte kijk je er 's avonds recht in en zie je de rest van het balkon niet meer, en dat valt op een strook van vijf meter extra op omdat je langs de lamp heen kijkt.
Waar de zon langs de lengte kruipt
Op een gewoon balkon vraag je je af of er zon komt. Op een lang balkon is de vraag waar die zon staat, want hij verschuift over de lengte in plaats van dat hij aan of uit gaat.
De hoogste zon speelt daarbij nauwelijks een rol. Het balkon boven je hangt op ongeveer 260 cm en steekt even ver uit als het jouwe, en in Nederland komt de zon op midzomer rond het middaguur tot ruim 60 graden. Bij een breedte tot 140 cm schuift er dan nog net zon onder dat overstek door; bij 200 cm blijft de strook langs de gevel de hele middag in de schaduw.
Wat wel telt, is het zijschot. Zodra de zon schuin op de gevel staat, werpt dat schot een schaduw die niet omhoog maar langs de lengte loopt, en die schaduw wordt snel lang. De schaduwlengte is de breedte van je balkon gedeeld door de tangens van de hoek die de zon met de gevel maakt, en dat levert de tabel hieronder op. Uitgangspunt is een dicht zijschot dat tot aan de balustrade doorloopt.
Per windrichting pakt dat anders uit. Een balkon op het zuiden heeft de zon alleen rond het middaguur pal voor zich; twee uur eerder is de hoek in juni al 40 graden en ligt er ruim anderhalve meter schaduw. Een balkon op het oosten of het westen krijgt de zon juist altijd schuin binnen, en dan geldt de vuistregel dat het uiteinde waar de zon vandaan komt in de schaduw van zijn eigen schot ligt. Op het noorden blijft er alleen rond midzomer vroeg en laat een schuine streep zon over, meestal aan één kop.
| Hoek tussen de zon en de gevel | Schaduw langs het balkon bij 100 cm breed | Bij 130 cm breed | Wat je daarvan merkt |
|---|---|---|---|
| 90 graden, de zon staat pal op de gevel | geen | geen | De hele lengte ligt in de zon; alleen het balkon boven je houdt de hoogste middagzon nog tegen |
| 75 graden | 27 cm | 35 cm | Alleen de hoek tegen het schot blijft donker |
| 60 graden | 58 cm | 75 cm | De eerste halve meter valt af, verder merk je er weinig van |
| 45 graden | 100 cm | 130 cm | De schaduw is precies zo lang als je balkon breed is, en dat is de maat om te onthouden |
| 30 graden | 173 cm | 225 cm | Ruim twee meter van je lengte ligt in de schaduw; op een balkon van 4 m is dat de helft |
| 20 graden | 275 cm | 357 cm | Alleen het verste uiteinde vangt nog zon |
| 15 graden, de zon strijkt langs de gevel | 373 cm | 485 cm | Een balkon van 5 m ligt vrijwel helemaal in de schaduw van één zijschot |
Zet op een zaterdag om het uur een pot op de grens van zon en schaduw en maak er een foto van. Na één dag weet je welk uiteinde in de avond nog zon vangt, en dat is de plek voor de stoelen; de andere kop is beter geschikt voor planten die geen middagzon verdragen.
Wat de balustrade draagt en wat de gevel draagt
Op een smalle strook hangt bijna alles ergens aan, dus is de vraag wat elke zijde houdt. Dat hangt af van het type balustrade en van de wand erachter.
De bovenregel van een spijlenhek is de sterkste plek van de balustrade en vrijwel altijd de enige waar beugels op passen. Meet de dikte van die regel voordat je railbakken bestelt, want de gangbare beugels zijn instelbaar tot ongeveer 8 tot 10 cm en een bredere regel of een plat profiel valt daarbuiten.
De gevelwand is een ander verhaal. Beton en baksteen houden met een nylon plug en schroef het zware werk, gasbeton en beplating juist niet. Herken je de wand aan het boorgruis: fijn en grijs is beton, rood is baksteen, en gaat de boor er zonder klopstand zo in dan zit je in gasbeton of in een plaat en heb je een plug nodig die achter het materiaal grijpt.
Buiten kies je altijd roestvast staal. Gewoon verzinkt materiaal laat binnen een seizoen roestbruine strepen over je gevel lopen, en op een balkon staat dat vlak recht in het zicht van de buren. Voor het groen dat je daaraan gaat hangen staat bij een balkon inrichten met planten welke soorten de wind en de hitte tegen een gevel verdragen.
| Wat voor balustrade of wand | Wat je eraan kwijt kunt | Hoe je het vastzet | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Spijlenhek van staal, 100 tot 120 cm hoog | Railbakken, haken, een klaptafel, een doek met openingen | Beugels om de bovenregel, met een borgpen of een bandje tegen optillen door de wind | De dikte van de bovenregel: boven 8 tot 10 cm past de gangbare beugel niet meer |
| Glazen paneel in een klemprofiel | Aan het glas zelf niets; alleen aan een bovenregel als die er is | Hangbakken over de regel, de rest op de vloer of aan de gevel | Een doek tegen glas maakt van het paneel een zeil, en die kracht komt op het klemprofiel te staan |
| Dichte borstwering van beton of metselwerk | Bakken op de rand, een plank over de volle breedte | Klemmen of beugels aan de binnenzijde, en niet in de afdekband boren | In de afdekband zit de waterkering; een gat daarin laat water de muur in lopen |
| Beplating van hout of kunststof op een frame | Lichte dingen aan het frame, niets aan de platen zelf | Zoek de staanders, die zitten meestal om de 60 tot 100 cm | Een schroef in de plaat alleen trekt er bij de eerste najaarsstorm uit |
| Gevelwand van beton of baksteen | Het zware werk: wandbank, klaptafel, plantenrek, lamp | Nylon plug met schroef, boor 6 of 8 mm, alles in roestvast staal | Wapening in beton: stuit de boor op staal, verplaats het gat 3 tot 5 cm en boor niet door |
| Gevelwand van gasbeton of een voorzetplaat | Alleen licht werk, en verdeel dat over meer punten | Een plug die achter het materiaal grijpt, zoals een kiepplug of een gasbetonplug | Het materiaal brokkelt: één zware punt trekt een trechter uit de wand |
| De balkonvloer en de opstand | Niets | Los neerzetten op pootjes of wielen | Onder de tegels ligt de waterdichte laag; elk gat daarin komt uit bij de buren onder je |
In een appartement is de gevel, de balustrade en de balkonvloer bijna altijd gemeenschappelijk eigendom. Boren in die delen valt onder de regels van de vereniging van eigenaren of onder je huurovereenkomst, en er zijn gebouwen waar het helemaal niet mag. Vraag het na voordat je een bank aan de muur schroeft; klemmen, hangen en los neerzetten mag vrijwel altijd wel.
Waarom een lange strook als een gang aanvoelt
Het symptoom herken je meteen: het balkon is netjes ingericht en toch loop je er alleen doorheen. Dat komt doordat twee evenwijdige lijnen van vijf meter, de gevel en de balustrade, over de volle lengte niets tegenkomen wat ze onderbreekt. Je oog volgt de langste ononderbroken lijn die het kan vinden en komt dan uit bij het schot aan het eind.
Er zijn vier dingen die die lijn breken, en ze werken alle vier op dezelfde manier: ze zetten er iets dwars overheen.
De richting van de vloer is de goedkoopste. Vlonderplanken of kliktegels die je dwars op de lengte legt, zetten om de 10 tot 14 cm een lijn over de breedte, en daarmee lees je de breedte in plaats van de lengte. Leg je ze in de lengte, dan lopen dezelfde lijnen vijf meter door en rekt de strook verder op.
Verschil in hoogte is de tweede. Een rij waarin alles op 80 cm eindigt, is een lange balk; een rij van 45, 105 en 170 cm is drie plekken. Zet het hoogste element aan het verste uiteinde, dan stopt je blik daar in plaats van bij het schot.
De derde is de onderbreking zelf: 20 tot 30 cm leeg tussen twee zones. En de vierde is het uiteinde: een spiegelende of lichte plaat op het verste schot geeft het oog iets om op te eindigen. Dat is precies de aanpak die ook een smalle hal en een smalle slaapkamer leefbaar maakt.
Beschutting zonder de strook helemaal dicht te zetten
Een doek over de volle vijf meter is de eerste ingeving en zelden de goede. Wind die eerst tussen de spijlen door ging, duwt daarna tegen een gesloten vlak van vier tot vijf vierkante meter, en die kracht komt uit op de bevestiging van het hek. Op de vierde verdieping waait het bovendien harder dan op straat, want de wind wordt lager afgeremd door gebouwen en bomen.
Beter is schermen per zone. Anderhalve meter doek achter je stoelen doet voor je privacy hetzelfde als vijf meter, want wat je afschermt is de zichtlijn vanaf één punt. De rest van de balustrade blijft open en laat de wind en het licht door.
Voor de wind langs de lengte werkt hetzelfde. Staat je balkon op de hoek van een gebouw, dan trekt de wind er in de lengte doorheen en versnelt hij tussen de zijschotten; een halfopen scherm van 120 cm aan de windzijde breekt die stroom zonder hem tegen te houden. Een dicht scherm verplaatst het probleem alleen maar naar boven.
Houd bij het gewicht rekening met de bouw van het balkon. Een uitkragend balkon draagt het meest vlak bij de gevel, dus daar staan de zware potten en de kist, en langs de balustrade blijft het licht. Natte potgrond weegt ongeveer een kilo per liter, dus een bak van 80 cm is na een bui al gauw 30 kg. Dezelfde verdeling, zwaar bij de muur en licht bij de rand, komt terug bij het inrichten van een kleine patio, alleen speelt daar de ondergrond en niet de constructie.
Zo kom je in één dag tot een indeling die past
De volgorde loopt van wat vastligt naar wat je nog kunt kiezen, zodat je geen meubel koopt dat 10 cm te diep blijkt.
-
Meet de bruikbare breedte op drie plekken
Meet van de gevel tot de binnenkant van de balustrade, bij beide koppen en bij de deur. Trek er de opstand aan de voet van het hek vanaf en noteer de kleinste maat, want daar moet je meubel langs.
-
Teken de deur met zijn draaivlak en de afvoerput erbij
Draait de deur naar buiten, teken dan de kwartcirkel van ruim 80 cm; die strook blijft leeg. Zet ook de put en de richting van het afschot op de tekening, want daar mag niets met een dichte bodem overheen.
-
Kies de kant waar de rij komt te staan
Alles hoger dan de balustrade tegen de gevel, alles lager aan de reling. Leg de doorloop aan de andere zijde en houd daar 60 cm aan als minimum, 80 cm als je er met twee handen vol langs wilt.
-
Verdeel de lengte in twee of drie zones
Geef elke zone een bezigheid en een lengte: 140 tot 160 cm voor zitten met twee personen, 140 cm voor eten aan een plank, 60 tot 120 cm voor groen. Laat er 20 tot 30 cm tussen leeg en leg de zone die de doorloop blokkeert aan een uiteinde.
-
Controleer elk klapmeubel twee keer
Teken elk klapmeubel dicht en open in. Een klapstoel gaat van 10 naar 55 cm en een hangtafel van 8 naar 40 cm, en de open maat is de maat die over je doorloop beslist.
-
Plak de rij met tape op de vloer en laat hem een week liggen
Loop er een week langs met boodschappen, was en een volle kan. Stap je steeds op dezelfde plek opzij, dan verleg je een streep tape en niet een bank die al besteld is.
-
Hang pas daarna vast wat vast moet
Meet de bovenregel van je balustrade op voordat je beugels koopt en gebruik buiten alleen roestvast staal. Boor je in de gevel, controleer dan eerst of dat van de vereniging van eigenaren of je verhuurder mag.
Kamerplanner
Vul de maten van je kamer in, zet deuren en ramen op de juiste plek en schuif meubels op schaal rond. Je ziet meteen of het past en hoeveel loopruimte er overblijft. Open de volledige kamerplanner
Nalopen voordat je iets bestelt
Uit de praktijk
De doorloop klopt op papier en niet in het gebruik
Het symptoom is dat je zijdelings langs je eigen stoel schuift om bij het andere uiteinde te komen. De oorzaak zit in de maat die op de tekening is beland: een klapstoel is ingeklapt 10 cm dik en opengeklapt 55 cm diep, en een klaptafel aan de reling gaat van 8 naar 40 cm.
Op een balkon van 130 cm is dat het verschil tussen 120 cm en 75 cm doorloop, en met een plank plus kruk blijft er 55 cm over. Teken daarom elk klapmeubel twee keer en reken met de open maat zodra dat meubel op de route staat. Alleen aan een doodlopend uiteinde mag je de opgeborgen maat aanhouden.
De zitplek ligt juist in de avond in de schaduw
De stoelen staan op de plek die om drie uur 's middags het zonnigst is, en precies op het uur dat je er gaat zitten, is de zon eraf. Die schaduw komt niet van boven maar van opzij: het zijschot werpt hem over de lengte van het balkon.
Hoe schuiner de zon op de gevel staat, hoe verder die schaduw doorloopt. Bij 45 graden is hij even lang als het balkon breed is, bij 20 graden haalt hij op een balkon van 130 cm al drie en een halve meter. Het uiteinde waar de zon vandaan komt, ligt dus het eerst in het donker. Zet de stoelen aan de kop waar de avondzon niet vandaan komt, en gebruik de andere kop voor planten die geen felle zon willen.
Na een bui blijft er een natte rand staan aan één kop
Het water op een balkon loopt met 1 tot 2 cm afschot per meter naar één put, en op een lange strook legt het dus meters af voordat het weg is. Alles wat dwars op die weg staat, houdt het tegen: de dichte onderregels van een vlonder, een kist die met de bodem op de tegels staat, een mat met een gesloten rug.
Het resultaat is een donkere rand die niet meer opdroogt, en op een balkon zonder zon groeit daar binnen een seizoen een groene film op die glad wordt. Leg de onderregels van een vlonder in de richting van het afschot, zet kisten en potten op pootjes of wielen van 2 tot 3 cm en houd 20 cm rondom de put vrij.
Veelgemaakte fouten
Tegen allebei de lange zijden iets zetten
Een plantenrek van 30 cm tegen de gevel en railbakken van 20 cm aan de reling kosten samen 50 cm. Op een balkon van 120 cm blijft er 70 cm over, en dat lijkt genoeg tot er ook nog een stoel opengaat.
Alles wat blijft staan, hoort in dezelfde rij. De andere lange zijde is route, en die houd je leeg over de volle lengte.
De balkonmaat aanhouden in plaats van de bruikbare breedte
Tussen de opgegeven maat en wat je echt kunt indelen zit de opstand aan de voet van de balustrade, de drempel van de deur en soms een paar centimeter taps toelopende vloer bij de kop.
Dat scheelt 10 tot 25 cm, en op een breedte van 120 cm is dat een vijfde van je ruimte. Meet daarom tot de binnenkant van het hek en op drie plekken over de lengte.
De zitplek naast de balkondeur zetten
Bij de deur is de plek waar je staat, uitstapt en langs moet, en bovendien kijk je daar tegen het kozijn en het glas aan. Het rustigste punt van een lang balkon ligt juist het verst van de deur.
Draai het om: de zone die je het vaakst gebruikt komt aan een uiteinde, en wat je alleen aanloopt, zoals kruiden of een kist, staat bij de deur.
Een dicht doek over de hele balustrade spannen
Een gesloten scherm van vijf meter vangt alle wind die er eerst doorheen ging, en die kracht komt op de bevestiging van het hek uit. Op hoogte waait het harder dan op straat, want daar remmen gebouwen en bomen de wind niet meer af.
Scherm alleen af waar je zit, in stukken van anderhalve meter, of kies een doek met openingen. Voor je privacy verandert dat niets, want je schermt een zichtlijn af en geen oppervlak.
Alles even hoog houden
Een rij waarin de bank, de kist en het rek allemaal rond 80 cm eindigen, leest over vijf meter als één lange balk en maakt het balkon tot een gang. Je oog heeft niets om op te stoppen.
Wissel de hoogtes: een zitting op 45 cm, een plank op 105 cm en een rek van 170 cm aan het verste uiteinde. Dan lees je drie plekken in plaats van één strook.
Boren in de balkonvloer of de opstand
Onder de tegels of de toplaag ligt de waterdichte laag van het balkon. Een schroef voor een windscherm of een parasolvoet gaat daar dwars doorheen, en het water dat daarna in de constructie loopt, komt bij de buren onder je tevoorschijn.
Zet schermen en potten los neer met voldoende gewicht, of bevestig ze aan de gevel of aan het hek. Een gat in de vloer herstel je niet met kit.
Railbakken bestellen zonder de bovenregel te meten
De gangbare beugels zijn instelbaar tot ongeveer 8 tot 10 cm regeldikte. Een brede bovenregel, een plat profiel of een glaspaneel met een kapje valt daarbuiten, en dan hangt de bak scheef of helemaal niet.
Meet de regel met een rolmaat op twee plekken en kijk of hij rond of hoekig is. Past er geen beugel, dan blijft er een staand rek tegen de gevel over.
Veelgestelde vragen
Hoe kun je een lang smal balkon inrichten als het maar een meter breed is?
Bij 100 cm bruikbare breedte past er één rij van maximaal 40 cm diep, want daaronder zakt de doorloop onder de 60 cm. Dat betekent een klaptafel aan de reling, klapstoelen die je na gebruik tegen de gevel hangt en bakken aan de bovenregel in plaats van potten op de vloer.
De winst zit in de lengte: verdeel die in twee of drie zones en zet alles wat opengaat aan een uiteinde, waar de route toch eindigt.
Hoeveel doorloop moet je op een smal balkon vrijhouden?
Reken 60 cm als minimum en 80 cm als je er met een dienblad of een wasmand langs wilt. Bij 60 cm draai je je schouders om ergens langs te komen, bij 80 cm loop je er recht doorheen.
Die maat geldt alleen voor de route die je echt loopt. Ligt de balkondeur in het midden, dan zijn beide uiteinden doodlopend en mag je die tot aan de balustrade volzetten.
Welke meubels werken het beste op een lang en smal balkon?
Alles wat ondiep is of wat wegklapt: een wandbank van 45 cm, een klaptafel aan de reling van 40 cm open en 8 cm dicht, klapstoelen van 10 cm ingeklapt en een opbergkist van 40 tot 45 cm die ook zitplek is.
Een plank op de balustrade met twee krukken vervangt een eettafel, want die pakt 70 tot 75 cm in plaats van de 145 cm die twee stoelen tegenover elkaar vragen. Het blad ligt dan rond 105 cm en de kruk op 78 cm.
Hoe deel je een klein balkon in dat lang en smal is?
Werk in zones over de lengte in plaats van in meubels. Twee zitplaatsen vragen 140 tot 160 cm langs de gevel, een eetplek aan een plank 140 cm en een plantenrek 60 tot 120 cm, met 20 tot 30 cm leeg ertussen.
Leg de zone die de doorloop blokkeert aan een uiteinde en de zone die je het vaakst gebruikt zo ver mogelijk van de balkondeur. Bij de deur staat alleen wat je in het voorbijgaan pakt.
Kun je met twee personen eten op een balkon van 120 cm breed?
Niet aan een losse tafel met stoelen tegenover elkaar, want dat vraagt 50 plus 45 plus 50 cm en komt uit op 145 cm. Wel naast elkaar aan een plank op de balustrade: die pakt met de krukken erbij 70 tot 75 cm en laat 45 tot 50 cm over.
Reken 60 cm bladbreedte per persoon, dus een plank van 140 cm is genoeg voor twee. Houd 25 tot 30 cm verschil tussen het blad en de zitting van de kruk aan, anders zit je met je knieën omhoog.
Waar zet je de zitplek op een lang balkon, bij de deur of aan het uiteinde?
Aan het uiteinde, en het liefst aan de kop die in de avond nog zon vangt. Bij de deur sta je in de doortocht, kijk je tegen het kozijn aan en moet er telkens iemand langs.
Welk uiteinde de avondzon krijgt, hangt af van de richting van je gevel en van het zijschot: het uiteinde waar de zon vandaan komt, ligt het eerst in de schaduw van dat schot.
Hoe krijg je privacy op een smal balkon zonder het donker te maken?
Scherm de zichtlijn af en niet de hele lengte. Anderhalve meter doek of riet achter de zitplek doet hetzelfde als vijf meter, omdat je vanaf één zitpositie kijkt, en de rest van de balustrade blijft licht doorlaten.
Houd verticaal groen en schermen tot ongeveer de hoogte van de balustrade bij de reling, en zet wat hoger is tegen de gevel naast het raam. Een dicht scherm van 180 cm over de volle lengte haalt het daglicht uit de kamer erachter.
Welke planten kun je kwijt op een balkon van 120 cm breed?
Alles wat aan de reling hangt of tegen de gevel staat, want vloerruimte heb je niet. Railbakken van 20 cm diep aan de bovenregel dragen kruiden en eenjarige bloeiers, en een rek van 25 tot 35 cm diep tegen de gevel neemt de rest.
Kies per kop van het balkon op de zon: het uiteinde dat het langst in de schaduw van het zijschot ligt, is de plek voor soorten die geen middagzon verdragen.
Mag je boren in de balustrade of de gevel van een appartement?
Dat hangt af van je gebouw. De gevel, de balustrade en de balkonvloer zijn in een appartementencomplex meestal gemeenschappelijk, en dan bepalen de splitsingsakte en het huishoudelijk reglement van de vereniging van eigenaren wat mag; huur je, dan staat het in je huurovereenkomst.
In de balkonvloer en de opstand boor je sowieso niet, want daar zit de waterdichte laag. Klemmen, hangen aan de bovenregel en los neerzetten mag vrijwel altijd wel.
Hoe voorkom je dat een lang balkon als een gang aanvoelt?
Breek de twee evenwijdige lijnen die over de volle lengte doorlopen. Leg vlonderplanken of kliktegels dwars op de lengte, zodat er om de 10 tot 14 cm een lijn over de breedte ligt.
Wissel daarnaast de hoogtes binnen de rij, met een zitting op 45 cm, een plank op 105 cm en het hoogste element aan het verste uiteinde. Laat tussen de zones 20 tot 30 cm leeg, dan lees je drie plekken in plaats van één strook.
In welke richting leg je een vlonder op een smal balkon?
De planken leg je bij voorkeur dwars op de lengte, want dat maakt de strook optisch breder. De onderregels moeten dan wel in de richting van het afschot liggen, anders houden ze het water tegen dat naar de put loopt.
Let ook op de hoogte: een opbouw van 25 tot 30 mm kan al genoeg zijn om een naar buiten draaiende balkondeur over de vloer te laten schuren. Meet de vrije ruimte onder het deurblad voordat je begint.
Hoeveel gewicht kun je op een lang smal balkon kwijt?
Meer dan je denkt, mits je het goed verdeelt. Een uitkragend balkon draagt het meest vlak bij de gevel, dus daar horen de zware potten, de kist en het rek; langs de balustrade blijft het licht.
Reken met natte grond: potgrond weegt na een bui ongeveer een kilo per liter, dus een bak van 80 cm komt al snel op 30 kg. Twijfel je over de staat van de constructie, vraag het dan na bij de vereniging van eigenaren of je verhuurder. Hoe de indeling van een buitenruimte doorwerkt in de rest van je woning, staat bij inrichten en stijl.
Wanneer je beter een vakman belt
Drie dingen op een balkon zijn geen doe-het-zelfwerk. De balustrade is constructie: wiebelt een spijl, zit een voetplaat los of zie je roestbruine strepen of afgebrokkeld beton onder de vloerrand, dan meld je dat bij de vereniging van eigenaren of de verhuurder en hang je er niets aan tot het nagekeken is.
De waterdichte laag in de vloer en de opstand is het tweede punt: daar boor je niet in, en een lek naar de woning eronder is werk voor een dakdekker of een aannemer. Een vast stopcontact of lichtpunt buiten is het derde: het armatuur ophangen mag je zelf, maar de leiding vanaf de groepenkast en de aardlekbeveiliging horen bij een elektricien.
Verder lezen over dit onderwerp
Kleine patio tuin inrichten
Smal balkon inrichten

Smalle hal inrichten
Smalle kinderkamer inrichten
