Styling en accessoires: wat je neerzet, ophangt en opbergt
Styling loopt zelden vast op smaak en bijna altijd op maten: een pedaalemmer in de keuken houdt 20 tot 30 liter, een gewone prullenbak 45 tot 60 liter, een wasmand ongeveer 60 liter per machinevulling, en decoratie aan de wand hangt met zijn hartlijn op 145 cm boven de vloer. Wat een kamer rommelig maakt is niet het aantal spullen maar het ontbreken van een lijn waar die spullen aan hangen: een hoogte die terugkomt, een materiaal dat terugkomt, een kleur die terugkomt. De lastige plekken hebben elk hun eigen maat, van de 110 cm staanhoogte onder een schuin dak tot de 20 cm diepte van een gewone vensterbank.
Alle gidsen over styling & accessoires
Hoeveel liter is een normale prullenbak
Er is geen enkele maat die overal normaal heet, maar de gangbare inhouden liggen dicht bij elkaar: 3 tot 8…
Woonkamer stylen
Een woonkamer style je van groot naar klein: eerst de stofvlakken van meters groot, zoals het vloerkleed en de gordijnen,…
Prullenbak schoonmaken
Een prullenbak ruikt zelden door het afval en bijna altijd door wat er achterblijft: het vocht dat onder de zak…
Vier groepen accessoires, elk met een eigen maat
Alles wat in een kamer op een vlak staat of aan een wand hangt, valt uiteen in vier groepen. Die groepen vragen elk een ander besluit: de ene om een inhoud in liters, de andere om een hoogte in centimeters, en weer een andere om een plek waar hij elf maanden per jaar opgeborgen ligt.
De groep die het beeld het sterkst bepaalt is niet de decoratie maar het gebruiksgoed. Een pedaalemmer, een wasmand en een kapstok staan er altijd en staan op de plek waar ze handig zijn, en in de meeste huizen zijn ze groter dan de vaas ernaast. Hoe styling samenhangt met licht, groen en de rest van het aankleden staat bij decoreren en verlichten.
Begin je bij de vaas, dan blijft die grijze emmer gewoon staan en moet de decoratie hem verbergen. Begin je bij de emmer, dan hoeft de rest niets meer goed te maken.
De tweede groep is het duurst om terug te draaien, want daar zitten gaten in de muur aan vast. De derde groep is die van de losse objecten op een blad of een plank, en de vierde wisselt mee met het seizoen. Welke volgorde in een woonkamer werkt en wat je daar het eerst neerzet, staat bij het stylen van een woonkamer.
| Groep | Wat erin zit | De maat die telt | Wat er misgaat |
|---|---|---|---|
| Wat je elke dag gebruikt | Prullenbak, pedaalemmer, wasmand, kapstok, paraplubak, dienblad | De inhoud in liters, en de plek binnen handbereik | Te klein gekozen, dus er staat permanent een volle tas naast |
| Wat aan de wand hangt | Lijsten, spiegels, planken, klok, haken, ophangsystemen | Een hartlijn van 145 cm en het gewicht dat de wand houdt | Elke lijst op zijn eigen hoogte, waardoor de wand onrustig leest |
| Wat los op een vlak staat | Vazen, schalen, boeken, lantaarns, planten, kandelaars | Het hoogteverschil binnen een groep en hoe vol het vlak staat | Alles even hoog en gelijk verdeeld, dus het oog vindt geen begin |
| Wat per seizoen wisselt | Kerstversiering, kaarsen, takken, buitenkussens, plaids | Het opbergvolume in liters voor de maanden dat het niet staat | Geen vaste opbergplek, dus het blijft staan tot ver na het seizoen |
Hoeveel liter een prullenbak, pedaalemmer of vuilnisbak houdt
De vraag hoeveel liter een normale prullenbak heeft, kent twee antwoorden die allebei kloppen. In de keuken is 45 tot 60 liter gangbaar, in de badkamer 5 tot 12 liter, en een losse pedaalemmer zit daar met 20 tot 30 liter tussenin.
De maat volgt niet uit de kamer maar uit hoe vaak je hem wilt legen. Sinds gft, papier en pmd apart gaan, is de restafvalbak in de keuken langzamer vol dan vroeger en het gft-bakje juist sneller, dus twee kleine openingen werken daar beter dan een grote. Een bak die je pas na vijf dagen leegt, ruikt op dag drie.
Voor de zak geldt een rekenregel die je in de winkel kunt gebruiken: de zak past als zijn breedte ongeveer de halve omtrek van de bak is en hij 10 tot 15 cm langer is dan de bak hoog. Een huishoudzak van 60 liter is 60 cm breed en past daarmee om een bak met een omtrek tot ongeveer 120 cm, dus om een ronde emmer van 38 cm doorsnede of een vierkante van 30 bij 30 cm.
Reken verder nooit met de volle inhoud. Een bak vult zich tot ongeveer 80 procent voordat het deksel niet meer sluit, want het afval bovenin ligt los en veert terug. Van een pedaalemmer van 30 liter gebruik je in de praktijk dus 24 liter. De volledige maattabel en de terugrekening naar je eigen huishouden staan bij hoeveel liter een normale prullenbak heeft.
Geur komt zelden uit het afval zelf en bijna altijd uit het vocht dat onder de zak blijft staan. Dat laagje krijgt geen zuurstof, en juist daar maken bacteriën de zwavelverbindingen waar je last van hebt. Wat daartegen werkt staat bij het schoonmaken van een prullenbak.
| Waar hij staat | Gangbare inhoud | Zak die erom past | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Toilet | 3 tot 6 liter | Zakje van 10 liter, of uitkloppen zonder zak | Te groot gekozen: hij staat in de weg voor de deur en is maandenlang halfvol |
| Badkamer | 5 tot 12 liter | 10 tot 20 liter | Vochtige watjes en tissues in een gesloten bak zonder zak geven binnen een dag geur |
| Slaapkamer, werkkamer of kinderkamer | 10 tot 20 liter | 20 liter | Papier veert terug, dus hij lijkt vol terwijl hij halfleeg is |
| Keuken, losse pedaalemmer | 20 tot 30 liter | 20 tot 30 liter | Het deksel klapt 25 tot 40 cm boven de bak open en stoot tegen een vensterbank of kastje |
| Keuken, hoofdbak voor restafval | 45 tot 60 liter | 60 liter | Vol is hier ook zwaar: 60 liter huisafval weegt al gauw 6 tot 10 kilo |
| Keuken, inbouw in een kast van 60 cm | 2 bakken van 15 tot 20 liter, of 1 van 35 liter | 20 liter per bak | De lade komt 45 cm uit, dus voor de kast moet 75 cm vrij blijven |
| Gft op het aanrecht | 5 tot 10 liter | Composteerbaar zakje van 10 liter | Een gesloten bakje houdt het vocht vast; een geventileerd bakje laat het gft indrogen |
| Bijkeuken, garage of berging | 80 tot 120 liter | 120 liter | Zo groot dat je hem niet meer optilt als hij vol is |
| Rolcontainer buiten | 140 of 240 liter | Geen zak nodig | Een container van 240 liter is ongeveer 60 cm breed en 75 cm diep en past niet door elke poort |
Wasmanden en opbergmanden: inhoud, materiaal en plek
Een wasmand kies je op machinevulling en niet op het formaat van de badkamer. Een trommel van 7 tot 8 kilo katoen komt ongeveer overeen met 60 liter losse was, dus met een mand van 55 tot 60 liter draai je één keer per vulling. Was je voor drie of meer personen, dan werken twee manden van 40 liter beter dan een van 80, omdat je dan meteen op kleur of temperatuur scheidt.
Het materiaal bepaalt waar de mand kan staan. Riet, rotan en bamboe nemen vocht op, en in een badkamer die na het douchen een half uur nat blijft, wordt dat vocht in de vlechtnaden nooit helemaal droog. Daar verschijnen de zwarte stippen het eerst, en dat is schimmel in het vlechtwerk zelf en niet op de was.
Een gesloten kunststof mand met deksel heeft hetzelfde probleem in omgekeerde vorm: natte handdoeken houden hun vocht vast en beginnen binnen een dag muf te ruiken. Een mand met openingen of een frame met een uitneembare stoffen zak laat de lucht erdoor en lost dat op.
Wie zoekt op een wasmand van Riviera Maison of op een prullenbak in diezelfde stijl, zoekt geen maat maar een uiterlijk: vergrijsd of wit gelakt hout, gevlochten rotan, linnen en beugels van mat metaal. Datzelfde uiterlijk vind je bij veel merken terug, dus kies op inhoud, ventilatie en binnenzak in plaats van op het etiket. Een gevlochten mand zonder binnenzak trekt draden uit truien, want elke vlechtnaad heeft een uitstekend uiteinde.
Decoratie ophangen: wat de wand houdt en op welke hoogte
Ophangen begint bij de wand en niet bij het object. Tik met je knokkel: klinkt het hol en komt er bij een punaise wit poeder uit het gaatje, dan hang je aan gipsplaat van 12,5 mm en houdt die plaat zelf vrijwel niets. Achter zo'n wand zit elke 40 tot 60 cm een houten regel of een metalen profiel, en een schroef die daar 40 mm in grijpt draagt tot 15 kilo zonder plug.
In steen ligt het andersom: daar is het gat het probleem en niet het gewicht. Een nylon plug van 8 mm met een schroef van 5 bij 60 mm houdt in beton tot ongeveer 25 kilo en in kalkzandsteen tot 20 kilo, terwijl gasbeton zo zacht is dat je een lange gasbetonplug nodig hebt die zich over 60 tot 100 mm vastvreet.
Boor nooit blind. Boven en onder een stopcontact of schakelaar lopen de leidingen verticaal, dus die strook van ongeveer 20 cm breed laat je met rust.
De hoogte is daarna een kwestie van één lijn. Hang het midden van een werk op 145 cm boven de vloer, de ooghoogte van wie staat, en houd die hartlijn vast voor alle lijsten in de kamer, ook als ze in formaat verschillen. Boven een bank of een dressoir schuift die lijn omhoog naar 150 tot 165 cm, want de onderrand blijft 25 cm boven de rugleuning of het blad. Alle overige hoogtes in huis, van een wandklok op 180 cm tot een wandlamp op 160 cm, staan in de maatwijzer met hoogtes per onderdeel.

Binnen een groep lijsten is de tussenruimte het enige wat het oog ziet. Houd 6 cm aan tussen de lijsten, met een marge van 5 tot 8 cm: boven 10 cm valt de groep uiteen in losse lijstjes en leest de wand als rommel in plaats van als één vlak.
| Wat je ophangt | Reken op | In gipsplaat of een voorzetwand | In steen, beton of kalkzandsteen |
|---|---|---|---|
| Fotolijst van A4 tot A2 | 1 tot 3 kg | Kunststof hollewandplug tot 4 kg, of een spijkerhaakje tot ongeveer 2 kg | X-haak met een geharde nagel: een gaatje van 2 mm in plaats van een boorgat van 8 mm |
| Ingelijst werk van 70 bij 100 cm | 4 tot 8 kg | Metalen hollewandplug tot 10 kg, aangetrokken met een hollewandtang | Nylon plug van 6 of 8 mm met schroef, twee punten naast elkaar |
| Spiegel van 60 bij 160 cm | 10 tot 20 kg | Kiepplug tot 12 kg, of liever rechtstreeks in de regel erachter | Nylon plug van 8 mm met een schroef van 5 bij 60 mm, twee tot vier punten |
| Wandplank van 80 cm met boeken | 15 tot 25 kg | Alleen in twee regels; aan de plaat ertussen houdt geen enkele plug dit | Nylon plug van 8 mm per drager, of een chemisch anker bij een zwevende plank |
| Wandklok van 30 tot 40 cm | 1 tot 4 kg | Kunststof of metalen hollewandplug | Nylon plug van 6 mm, of een X-haak als je het stucwerk heel wilt houden |
| Gordijnrails boven een raam van 300 cm | 5 tot 10 kg plus de trekkracht bij het dichtdoen | Steunen in de regels of in de latei boven het kozijn, niet in de plaat | Nylon plug van 8 mm, steunen elke 60 tot 80 cm |
| Lichte decoratie op tegelwerk | tot 3 kg | Montagetape houdt op glad tegelwerk ongeveer 3 kg per set | Dezelfde tape, maar hij hangt aan de tegel en niet aan de steen erachter |
Een schuine wand of schuine muur aankleden
Decoratie op een schuine wand is een hoogtevraag en geen wandvraag. Meet niet in het midden van de kamer maar op de plek zelf, want onder een dakschild verandert de vrije hoogte per 10 cm die je opschuift.
Bij een dakhelling van 45 graden, een gangbare hoek in Nederlandse woningen, wint elke centimeter die je van de knielijn af loopt ook een centimeter hoogte. Dat maakt het rekenwerk kort: tegen een knielijn van 110 cm past een kast van 60 cm diep tot 170 cm hoog, want op 60 cm van de wand is het dak 170 cm boven de vloer. Bij een steiler dak gaat dat sneller, bij een flauwer dak langzamer.
Wat waar past, volgt daarna vanzelf uit de hoogte op die plek:
- Onder 60 cm: laden, kisten en bakken op wielen, want je komt er alleen bij door te trekken.
- 60 tot 110 cm: het bed, een bank, een lage kast of een bureau met de rug naar de schuinte.
- 110 tot 150 cm: een wandplank, haken en lijsten; hier kijk je er zittend recht tegenaan.
- Boven 190 cm: een gewone kledingkast, een deur of een staande spiegel.
Ophangen op het schuine vlak zelf gaat op één punt altijd mis. Een lijst aan één haak hangt loodrecht en het vlak staat schuin, dus de onderrand valt van de wand af en er ontstaat een spleet waar het licht zich in vangt. Twee vaste schroefpunten door de lijst, of een smalle plank waar je het werk tegenaan zet, halen dat probleem weg.
Voor kleur geldt op een schuine muur het omgekeerde van wat de meeste mensen verwachten. Geef je de schuinte dezelfde tint als het plafond, dan verdwijnt de knik en lijkt de kamer hoger; geef je hem een andere tint, dan wordt de knik de sterkste lijn in de ruimte en zie je pas goed hoe laag het dak komt.
De overloop, de hoek en de ruimte onder een open trap
De plekken waar decoratie het vaakst misgaat zijn de plekken waar je doorheen loopt. Op een overloop telt eerst de vrije doorloop: 100 cm is comfortabel en onder 90 cm kun je er niet meer met twee mensen of met een volle wasmand langs. Een overloop van 120 cm houdt met een kast van 30 cm diep dus nog 90 cm over, en dat is precies genoeg.
Langs het trapgat zit bovendien een norm. Het Besluit bouwwerken leefomgeving, dat sinds 2024 het Bouwbesluit vervangt, vraagt een vloerafscheiding van 100 cm bij nieuwbouw en 90 cm bij bestaande bouw, met openingen van hooguit 10 cm. Tussen 20 en 70 cm hoogte mag er niets zijn waar een kind op kan klimmen, dus een kist, een plantenbak of een krukje tegen de spijlen hoort daar niet.
Onder een open trap is de vrije hoogte de enige maat die telt, en die loopt schuin mee. Bij een gewone Nederlandse trap met treden van 20 cm hoog en 22 cm diep wint de ruimte eronder ongeveer 20 cm hoogte per 22 cm die je naar achteren gaat, dus op 110 cm vanaf de eerste trede zit je rond de 100 cm.
Wat een open trap oplevert is doorzicht, en dat is ook wat je er het makkelijkst mee verspeelt. Een dichte kast onder de trap maakt er weer een muur van; een lage kast, een rij manden of een plantengroep die de schuine lijn volgt houdt het doorkijkje heel. Reken wel op stof: bij treden zonder stootborden valt alles wat je van de trap veegt naar beneden op wat eronder staat.
Een hoek van de kamer vraagt om hoogte in plaats van vloer. Een ronde plantenbak van 40 cm doorsnede vult al 40 cm van allebei de wanden en steekt bijna 50 cm de kamer in, terwijl een vloerlamp met de onderkant van de kap op 140 cm nauwelijks vloer kost en de hoek uit het donker haalt. Dat laatste doet meer dan decoratie: een donkere hoek trekt de kamer aan alle kanten dicht.
De hoogtes die op deze plekken vastliggen, van een halspiegel tot een hanglamp boven de trap, hoef je niet uit het hoofd te kennen: ze staan bij elkaar in de maatwijzer voor trap, hal en deur.
| Plek | De maat die telt | Wat er past | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Overloop of bovenhal | Vrije doorloop van 100 cm, ondergrens 90 cm | Een console of kast van 25 tot 30 cm diep, een spiegel met de hartlijn op 155 cm | Een deur die op de overloop uitdraait pakt zelf al 80 cm, en die baan blijft leeg |
| Balustrade langs het trapgat | 90 cm bestaande bouw, 100 cm nieuwbouw (norm) | Iets aan de wand ertegenover, en licht dat de trap zelf verlicht | Alles tussen 20 en 70 cm hoogte waar een kind op kan stappen, mag daar niet staan |
| Onder een open trap | De vrije hoogte op de plek zelf, niet bij de onderste trede | Lage kast tot 90 cm, manden op een rij, een plantengroep die de schuine lijn volgt | Dichtzetten haalt precies weg wat de open trap opleverde, en het stof valt erdoorheen |
| Lege hoek van de kamer | De diagonaal: een pot van 40 cm vult 40 cm van beide wanden | Een vloerlamp met de kap op 140 cm, een smalle kast van 40 cm diep, een plant op hoogte | Een hoek zonder functie vult zich vanzelf met wat er nergens anders past |
| Nis naast de schouw of onder een raam | De diepte, meestal 25 tot 40 cm | Planken over de volle breedte, in dezelfde kleur als de wand erachter | Een los kastje laat aan drie kanten een naad zien en maakt de nis juist zichtbaar |
Een groot raam en de vensterbank eronder
Bij een groot raam is de vensterbank de moeilijkste plek van de kamer, want alles wat je erop zet staat tegen het licht in en wordt van buiten af een silhouet. Je ziet dus de vorm en niet de kleur, en dat betekent dat contouren en hoogteverschil hier meer doen dan patroon of tint.
De diepte bepaalt de rest. Een gewone Nederlandse vensterbank is 20 cm diep, met een marge van 15 tot 30 cm, en pas vanaf 20 cm staat een plant er stabiel op. Houd daarbij minstens 3 cm vrij aan de raamzijde, want tegen koud glas wordt de potkluit klam en verkleuren de bladeren die het glas raken.
Reken ook de baan van het raam mee. Een draaikiepvleugel zwaait naar binnen over de volle diepte van de bank, dus onder dat deel van het raam blijft de bank leeg of staat er iets wat je met één hand verzet.
De gordijnen eromheen volgen een eigen rekensom. De rail komt 12 cm boven het kozijn en steekt 20 cm per zijde uit, dus bij een raam van 300 cm bestel je 340 cm rail. De stof is twee keer de railbreedte, dus 680 cm doek verdeeld over twee banen, en bij een wave-rail eerder 2,5 keer. Zo hangt het gordijn overdag naast het glas in plaats van ervoor, en dat scheelt bij een groot raam een halve meter daglicht aan elke kant.
De overige maten voor rail, vitrage en gordijnlengte staan naast elkaar in de opzoektabel met maten voor raam en gordijn.
| Diepte van de vensterbank | Wat er stabiel op staat | Maximale maat van wat je neerzet | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| 15 cm | Eén rij kleine potjes of kandelaars | Pot tot 10 cm doorsnede, object tot 25 cm hoog | Alles dieper dan 12 cm steekt over de rand en wordt er bij het openen van het raam af geveegd |
| 20 cm, de gangbare maat | Een plant, een lantaarn, twee boeken op elkaar | Pot tot 14 cm doorsnede, object tot 40 cm hoog | Een radiator eronder blaast droge lucht langs de bladeren en de plant droogt sneller uit |
| 30 cm | Een groep van drie in verschillende hoogtes, een schaal, een lampje | Pot tot 22 cm doorsnede, object tot 55 cm hoog | De onderste 40 cm van het raam verdwijnt achter je eigen spullen |
| 40 cm of meer, bijvoorbeeld in een erker | Een zitkussen, een grote plant, een leeslamp | Pot tot 28 cm doorsnede, met 12 cm vrij tot het glas | Bij enkel glas of een koude erker slaat condens neer en blijft de bank in de winter nat |
Veranda en buitenruimte: wat een seizoen buiten overleeft
Onder een veranda gelden andere regels dan binnen, en de meeste veranda decoratie ideeën gaan stuk op twee dingen: inslaande regen en ultraviolet licht. Een dichte overkapping houdt het verticale water tegen maar niet de regen die met de wind meekomt, dus reken op een strook van ongeveer een meter langs de open zijden die net zo nat wordt als de tuin.
Voor verlichting vertaalt zich dat in een code op de doos. IP44 is spatwaterdicht en volstaat midden onder een dichte overkapping, IP65 is stofdicht en bestand tegen een waterstraal en is wat je aan de randen en in de tuin nodig hebt. Kies er 2200 tot 2700 kelvin bij, want kortgolvig blauw en ultraviolet licht trekt meer insecten aan dan warm licht.
Het omgekeerde probleem wordt juist het vaakst vergeten: onder een overkapping valt geen regen. Planten in potten die daar staan krijgen de hele zomer geen druppel, ook niet in een natte week, dus die geef je even trouw water als kamerplanten.
Ga bij de maat uit van de eettafel en niet van de overkapping. Achter een stoel moet 90 cm vrij zijn om op te staan en langs te lopen, dus een tafel van 90 cm diep vraagt met twee zijden in gebruik een veranda van minstens 270 cm diep. Bij 250 cm schuif je met je stoel tegen de gevel of over de rand van de vlonder.
Open vuur hoort onder een houten overkapping alleen in een gesloten lantaarn. Een kaars in de wind brandt scheef, waardoor de was langs één kant wegloopt en de vlam een stuk hoger wordt dan binnen.
| Materiaal | Onder een dichte overkapping | In weer en wind | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Teak of acacia | Blijft jaren goed, vergrijst langzaam | Vergrijst binnen een seizoen, blijft verder heel | Wil je de honingkleur houden, dan olie je een tot twee keer per seizoen; overslaan is geen schade, wel kleurverlies |
| Naaldhout, geïmpregneerd | Goed, mits het niet in een plas staat | Werkt en scheurt, zeker op zon en regen | De kopse kanten zuigen water op, dus juist daar begint het rotten |
| Gepoedercoat aluminium | Roest niet en vraagt niets | Roest niet, verkleurt nauwelijks | Een kras tot op het aluminium geeft witte oxidevlekken die je er niet meer uit poetst |
| Onbehandeld of cortenstaal | Kan, mits er niets onder ligt wat vlekt | Vormt een roestlaag die het staal beschermt | Het roestwater loopt eraf en tekent bruine strepen op tegels, hout en beton |
| Polyrattan op een frame | Houdt het jaren vol | Uv-bestendig, maar het frame binnen roest wel | Natuurlijk rotan hoort hier niet: dat verweekt en breekt binnen een seizoen |
| Buitenkleed van polypropyleen | Kan blijven liggen | Laat water door en droogt snel | Eronder blijft het donker en vochtig, dus til het regelmatig op of de vlonder wordt groen en glad |
| Katoen en wol, binnenkleden en kussens | Alleen bij mooi weer, daarna naar binnen | Niet geschikt | Katoen verschiet in één zomer en houdt vocht vast, waarna het muf ruikt |
| Kussens van geverfd acryldoek | Blijven kleurvast | Blijven kleurvast, maar de vulling neemt water op | De stof kan tegen regen, de schuimvulling zelden; berg ze op in een kussenbox |
| Terracotta pot | Overleeft de winter als hij droog staat | Springt bij vorst | Water in de poreuze wand zet uit bij vorst en drukt de scherf eraf; zet hem op pootjes of leeg hem |
Accessoires per stijl: van marokkaans tot hotel chique
Een stijl herken je zelden aan één voorwerp en bijna altijd aan de herhaling van twee of drie materialen. Wie marokkaanse accessoires koopt zonder die herhaling, houdt losse souvenirs over; wie hetzelfde messing, hetzelfde wolvlechtwerk en hetzelfde kleiglazuur drie keer laat terugkomen, heeft de stijl te pakken met minder spullen.
Bij een marokkaans of oosters interieur zit de werking in het licht en niet in het object. Een geperforeerde lantaarn tekent alleen een patroon op de wand als hij in dat vlak de enige lichtbron is; zet je er een plafondlamp bij aan, dan verdwijnt het patroon volledig. Voor een slaapkamer met een oosterse inslag betekent dat één lage lichtbron van 2200 tot 2700 kelvin en verder niets aan het plafond.
Brocante decoratie ideeën draaien om verweerd oppervlak, en dat oppervlak is kwetsbaarder dan het eruitziet. Krijtverf is mat en poreus, dus vet en vingers trekken erin; een laag was of matte lak houdt het afwasbaar zonder dat de kalkachtige diepte verdwijnt.
De hotel chique stijl die naar Eric Kuster is genoemd, leunt op fluweel, gerookt glas, chroom en symmetrie. Wat daar het vaakst misgaat is het fluweel zelf: de pool heeft een richting, dus twee kussens uit dezelfde partij lijken van kleur te verschillen zodra ze een kwartslag draaien. Hoe je die stijl in een hele kamer opbouwt staat bij een woonkamer in Eric Kuster stijl.
Bij kamer decoratie voor mannen en heren gaat het in de praktijk om verzadiging en niet om onderwerp. Donkere, matte vlakken kaatsen 5 tot 10 procent van het licht terug tegen 80 procent bij wit, dus een slaapkamer in antraciet en leer vraagt meer lichtpunten dan dezelfde kamer in linnen. Reken op drie per zone in plaats van één plafondlamp, anders wordt donker gewoon somber.
| Stijl | Materialen die het dragen | Kleuren | De drie dingen die het beeld maken |
|---|---|---|---|
| Marokkaans | Messing, tadelakt, handgevormde kleitegels, wol, leer | Terracotta, oker, saffraan, kalkwit, diep groen | Een geperforeerde lantaarn, een wollen vloerkleed met vlechtwerk, een lage poef van leer |
| Oosters in bredere zin | Onbewerkt hout, papier, zijde, keramiek, riet | Gedempte aardtinten met één diepe kleur | Een lage zitting, een papieren of rieten lichtkap, gelaagd textiel op het bed |
| Brocante | Verweerd hout, smeedijzer, linnen, kant, oud glas | Oudroze, pastelblauw, lavendel, gebroken wit | Een spiegel met vlekken in het glas, een emaillen kan, een verweerde houten ladekast |
| Hotel chique | Fluweel, gerookt glas, chroom, messing, marmer, hoogpolig tapijt | Antraciet, taupe, zacht zwart met metaal | Een grote spiegel, symmetrische lampen naast de bank, gestapelde boeken op een dienblad |
| Donker en industrieel, vaak gezocht als herenkamer | Leer, staal, massief hout, beton, canvas | Antraciet, olijfgroen, cognac, roestbruin | Een leren fauteuil, een zwarte wandlamp op een scharnierarm, een ingelijste kaart of print |
| Landelijk chic, de stijl van vergrijsd hout en rotan | Wit gelakt en vergrijsd hout, rotan, linnen, mat metaal | Wit, zand, greige, zacht grijsblauw | Een gevlochten mand, een houten dienblad, linnen kussens in twee maten |
Kaarsen, kerst en alles wat per seizoen wisselt
Seizoensdecoratie is de enige groep waar je echt vrij in bent, en precies daarom loopt hij het snelst uit de hand. De maat die telt is niet wat er staat, maar hoeveel liter opbergruimte je hebt voor de elf maanden dat het niet staat.
Wie zelf kaarsen wil maken, heeft aan drie temperaturen genoeg. Sojawas smelt tussen 45 en 55 graden, je giet rond 55 tot 60 graden, en geurolie roer je er rond 60 graden doorheen in 6 tot 10 procent van het gewicht van de was. Giet je heter, dan trekt de was bij het afkoelen van het glas af en houd je grijze vlekken langs de wand over.
De lont bepaalt daarna of de kaars bruikbaar is. Te dun en hij brandt een tunnel in het midden, te dik en hij roet. De vuistregel bij het eerste branden is een uur per 2,5 cm doorsnede, want de plas gesmolten was moet in die eerste beurt de hele diameter halen; doet hij dat niet, dan blijft de kaars dat de rest van zijn leven doen. Knip de lont voor elke beurt terug tot 5 mm en verwarm was altijd au bain-marie, want was ontbrandt rond 200 graden.
Hoe je kerst viert bepaalt vooral hoeveel er tijdelijk weg moet. Een boom van 180 cm heeft onderaan een doorsnede van 110 tot 120 cm en vraagt dus ruim een vierkante meter vloer die er nu waarschijnlijk niet is. Reken op ongeveer 100 lampjes per 30 cm boomhoogte, dus 500 tot 600 voor een boom van 180 cm, en houd minstens een meter afstand tot de radiator of de kachel: een verse boom in een warme luchtstroom droogt binnen twee weken uit en naalt dan in één keer.
Een slaapkamer sfeervol maken vraagt daarna weinig. Een bedlamp met het hart op 65 cm boven de matras, dimbaar en warm van kleur, doet meer dan welk object ook, want daarmee verdwijnt de plafondlamp recht boven je hoofd uit het beeld. Wat kaarslicht, lampen en daglicht onderling met een kamer doen, staat bij licht en verlichting per ruimte.
Hoeveel is genoeg: planken, groepen en één doorgaande lijn
Planken decoratie wordt onrustig op het moment dat de plank vol is, en niet eerder. Vul een plank voor ongeveer twee derde en laat de rest leeg, want het lege deel is wat de gevulde delen leesbaar maakt. Lijn boeken en dozen uit op de voorrand in plaats van tegen de achterwand: dan loopt er één rechte lijn over de plank en blijft de stofrand die voor teruggeschoven boeken ontstaat uit het zicht.
Groepeer in oneven aantallen en met echt hoogteverschil. Drie objecten waarvan de hoogste minstens een derde boven de laagste uitkomt, lezen als een groep; drie objecten van vrijwel gelijke hoogte lezen als een rij. Hetzelfde geldt op een dressoir, een vensterbank en een salontafel.

Houd rekening met de kijkafstand, want die is in een woonkamer vier tot vijf meter. Decoratie kleiner dan ongeveer 20 cm verdwijnt op die afstand en telt alleen nog mee als onderdeel van een groep. Dat is de reden dat één grote schaal rustiger oogt dan zeven kleine voorwerpen, ook al nemen ze evenveel plek in.
De bekendste verdeling in de interieurwereld is één hoofdkleur op ongeveer 60 procent van het oppervlak, een bijkleur op 30 procent en een accent op 10 procent. Dat is een gewoonte en geen wet, maar hij werkt omdat het oog een duidelijke hoofdrol nodig heeft om de rest als accent te kunnen lezen. Hoe je die verdeling in een hele kamer opbouwt, van vloer tot kussen, staat bij het stylen van de woonkamer in lagen.
Er is één toets die de meeste discussies beslist: haal de helft van een vlak weg en kijk een dag later of je mist wat er weg is. Wat je niet mist, hoeft niet terug, en wat je wel mist verdient een betere plek dan het had.
Maatwijzer
De hoogtes en maten die in een huis kloppen: bar, eettafel, tv, schilderij, wandlamp, kapstok en gordijnrails, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Onderdeel | Wat | Maat | Marge die werkt | Waar het van afhangt |
|---|---|---|---|---|
| Zitten | Bank, zithoogte | 44 cm | 40 tot 48 cm | Meet tot de ingezakte zitting, niet tot het bolle kussen. Hoger kom je makkelijker op en af, lager zit je meer achterover. |
| Zitten | Bank, zitdiepte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Boven 70 cm hangen je voeten vrij en zit je gedwongen onderuit. Loungebanken gaan tot 100 cm en zijn bedoeld om op te liggen. |
| Zitten | Bank, totale hoogte met rugleuning | 80 cm | 75 tot 90 cm | Staat de bank voor een raam, dan blijft hij onder de vensterbank als hij niet hoger is dan 80 cm. |
| Zitten | Fauteuil, zithoogte | 45 cm | 42 tot 48 cm | Een paar centimeter hoger dan de bank scheelt bij het opstaan. Een lage lounge-fauteuil zakt naar 38 cm. |
| Zitten | Salontafel, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Vuistregel: gelijk aan of net onder de zithoogte van de bank. Dan zet je je kopje neer zonder voorover te buigen. |
| Zitten | Salontafel, afstand tot de bank | 40 cm | 35 tot 45 cm | Minder en je knieën stoten tegen de rand, meer en je moet opstaan om je glas te pakken. |
| Zitten | Bijzettafel naast de bank, hoogte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Gelijk met de armleuning, dan pak je je glas zonder te kijken. |
| Zitten | Poef of voetenbank, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Iets lager dan de zitting waar je op zit, anders drukt de rand in je kuiten. |
| Zitten | Doorloop tussen bank en meubel | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm loop je er met een volle wasmand langs. 60 cm is te krap om elkaar te passeren. |
| Zitten | Tv-meubel, hoogte | 45 cm | 40 tot 55 cm | Hierop komt het midden van een 55 inch scherm op ongeveer 80 cm. Wil je het midden op ooghoogte, dan hang je de tv aan de wand. |
| Eten en bar | Barblad, hoogte | 105 cm | 100 tot 110 cm | De barkruk moet 25 tot 30 cm lager zijn dan het blad. |
| Eten en bar | Barblad, diepte | 40 cm | 30 tot 60 cm | 40 cm is een bord plus een glas. Wil je er ook snijden of een laptop neerzetten, dan 60 cm. |
| Eten en bar | Barblad, overstek voor je knieën | 25 cm | 20 tot 30 cm | Zonder overstek zitten je knieën tegen het kastje. Boven 30 cm moet het blad onderstut worden, anders kantelt het als iemand erop leunt. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij een blad van 105 cm | 78 cm | 75 tot 82 cm | Het verschil tussen zitting en blad blijft 25 tot 30 cm, want daar passen je bovenbenen. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij aanrechthoogte (90 cm) | 63 cm | 60 tot 67 cm | Hetzelfde verschil van 25 tot 30 cm. Een gewone barkruk van 78 cm is hier te hoog en je zit met je knieën omhoog. |
| Eten en bar | Bar, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Met 60 cm stoot je je elleboog niet tegen je buurman. Onder 55 cm zit je schouder aan schouder. |
| Eten en bar | Eettafel, hoogte blad | 75 cm | 72 tot 78 cm | Vaste maat in de meubelbranche, geen norm. Een dik hardstenen of houten blad telt mee, dus meet de bovenkant. |
| Eten en bar | Eettafel, vrije hoogte onder het blad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Hier zitten je bovenbenen. Een dikke tafelrand, een schuiflade of een dwarsbalk eet die ruimte op. |
| Eten en bar | Eetstoel, zithoogte | 45 cm | 44 tot 47 cm | Het verschil met het tafelblad moet 28 tot 32 cm zijn. Bij een tafel van 78 cm hoort dus een stoel van 46 tot 48 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Een placemat is 45 cm breed, de rest is ruimte voor je ellebogen en je glas. Aan de kopse kant reken je een extra plek van 60 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, diepte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Bij 80 cm raken de borden tegenover elkaar bijna. Bij 90 cm past er een schaal of een kaars in het midden. |
| Eten en bar | Ronde eettafel, diameter | 120 cm voor 4 personen | 110 tot 150 cm | Reken 60 cm omtrek per persoon en houd het midden vrij voor de schalen. Vanaf 140 cm zitten er zes mensen omheen. |
| Eten en bar | Ruimte achter een eetstoel | 100 cm | 75 tot 110 cm | 75 cm om de stoel achteruit te schuiven en op te staan, 100 cm om er ook achterlangs te lopen met een schaal. |
| Aan de muur | Schilderij, hartlijn boven de vloer | 145 cm | 140 tot 155 cm | Vuistregel, geen norm: het midden van het werk op ooghoogte van iemand die staat. Hang alles in de kamer op dezelfde hartlijn, dan loopt de wand rustig. |
| Aan de muur | Schilderij boven een bank, onderrand | 25 cm boven de rugleuning | 20 tot 30 cm | Lager en het lijkt of het werk op de bank leunt. Door de bank schuift de hartlijn omhoog naar 150 tot 165 cm, en dat mag hier. |
| Aan de muur | Schilderij boven een dressoir, onderrand | 25 cm boven het blad | 20 tot 30 cm | Genoeg om er een lamp of een vaas voor te zetten zonder dat die de lijst raakt. |
| Aan de muur | Wandcollage, ruimte tussen de lijsten | 6 cm | 5 tot 8 cm | Gelijke tussenruimte laat de groep als een vlak lezen. Boven 10 cm valt de groep uiteen in losse lijstjes. |
| Aan de muur | Schilderij in een trapgat, hartlijn | 145 cm boven de neus van de trede | 140 tot 150 cm | Meet loodrecht boven de voorkant van de trede waar je staat. Dan loopt de rij lijsten mee met de trap in plaats van scheef te lijken. |
| Aan de muur | Spiegel in de hal, hartlijn | 155 cm | 150 tot 165 cm | De bovenkant moet boven het hoofd van de langste huisgenoot uitkomen, anders ziet die zijn kruin niet. |
| Aan de muur | Spiegel boven de wastafel, onderkant | 20 cm boven het blad | 15 tot 25 cm | Ruimte voor de kraan en een zeeppompje. Bij 20 cm kijk je nog recht in je gezicht in plaats van tegen je hals. |
| Aan de muur | Wandklok, hartlijn | 180 cm | 170 tot 200 cm | Boven ooghoogte en boven de meubels, zodat je hem van de andere kant van de kamer ziet en er niemand voor staat. |
| Aan de muur | Tv, midden van het scherm | 105 cm | 100 tot 115 cm | Op ooghoogte als je op de bank zit: bij een zitting van 44 cm zit je oog op ongeveer 115 cm. Boven een schouw kijk je omhoog en dat voel je na een film in je nek. |
| Aan de muur | Tv, kijkafstand | 2 keer de schermdiagonaal | 1,5 tot 2,5 keer | Een 55 inch scherm is 140 cm diagonaal, dus 2 tot 3,5 m. Bij 4K mag je dichterbij zitten omdat je de pixels niet meer ziet. |
| Aan de muur | Stopcontact, hart boven de vloer | 30 cm | 25 tot 35 cm | Gewoonte, geen norm: NEN 1010 schrijft geen hoogte voor, alleen de zones in de badkamer. Achter een dressoir zet je hem net zo goed op 15 cm, boven een werkblad juist hoog. |
| Aan de muur | Schakelaar, hart boven de vloer | 105 cm | 90 tot 110 cm | Ook een gewoonte. 105 cm is de oude Nederlandse standaard: je vindt hem in het donker met je hand op heuphoogte. Voor kinderen en vanuit een rolstoel werkt 90 tot 100 cm beter. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, onderkant | 80 cm boven het blad | 75 tot 90 cm | Laag genoeg om het blad te verlichten, hoog genoeg om iemand tegenover je aan te kijken. Bij een plafond boven 280 cm mag hij iets hoger. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, breedte | 30 cm binnen de rand van het blad | 30 tot 40 cm binnen de rand | Anders stoot je je hoofd als je langs de tafel loopt of een stoel aanschuift. |
| Licht | Hanglamp boven een kookeiland, onderkant | 75 cm boven het blad | 70 tot 85 cm | Boven een blad van 90 cm kom je dan op 165 cm, ongeveer ooghoogte. Kies dus een kap die de lamp van onderaf afschermt. Bij twee of drie lampen reken je 70 tot 90 cm hart op hart. |
| Licht | Hanglamp in de hal of boven de trap, onderkant | 210 cm boven de vloer | 200 tot 230 cm | Vrije doorloop, niemand stoot zijn hoofd. Boven een trap meet je vanaf de hoogste trede die onder de lamp ligt. |
| Licht | Wandlamp, hart | 160 cm | 150 tot 170 cm | Ooghoogte. Schijnt de lamp opzij of omhoog, dan mag hij lager hangen. In een open lamp op ooghoogte kijk je recht in de bron. |
| Licht | Leeslamp naast een stoel, onderkant van de kap | 110 cm | 100 tot 125 cm | Net boven je schouder als je zit, dan valt het licht op de pagina en niet in je ogen. |
| Licht | Vloerlamp naast de bank, onderkant van de kap | 140 cm | 130 tot 150 cm | Je hoofd zit op de bank op ongeveer 130 cm. Blijft de kap daarboven, dan kijk je niet in het lampje. |
| Licht | Bedlamp aan de wand, hart | 65 cm boven de matras | 55 tot 75 cm | Op zithoogte in bed, zodat het licht op je boek valt. Meet vanaf de matras en niet vanaf de vloer, want een boxspring scheelt 20 cm. |
| Licht | Spiegellamp badkamer, twee lampen naast de spiegel | 160 cm hart | 155 tot 170 cm | Licht van de zijkant geeft geen schaduw onder je ogen en je kin. Een enkele lamp boven de spiegel doet dat wel. |
| Licht | Inbouwspot, afstand tot de wand | 70 cm | 60 tot 90 cm | Dichterbij krijg je een felle boog op het stucwerk, verder weg blijft de wand donker. Onderling 100 tot 150 cm, afhankelijk van de stralingshoek. |
| Licht | Buitenlamp naast de voordeur, hart | 190 cm | 170 tot 210 cm | Boven je hoofd, zodat je niet in de lamp kijkt terwijl je het slot zoekt. Op ooghoogte ben je juist blind. |
| Keuken | Aanrecht, hoogte bovenkant blad | 90 cm | 85 tot 95 cm | De Nederlandse standaard: onderkast, verstelbare poten en een blad van 3 tot 4 cm samen. Vuistregel: ellebooghoogte min 10 tot 15 cm, dus ben je langer dan 1,85 m, draai de poten dan uit. |
| Keuken | Werkblad, diepte | 60 cm | 57 tot 65 cm | Kookplaten en spoelbakken zijn op 60 cm gemaakt. Een diep blad van 70 cm geeft ruimte achter de kookplaat, maar je reikt verder naar de bovenkastjes. |
| Keuken | Bovenkastjes, onderkant boven het werkblad | 55 cm | 50 tot 60 cm | Onder 50 cm past je keukenmachine er niet onder en sta je met je hoofd tegen de deur. Boven 60 cm kom je niet bij het bovenste schap. |
| Keuken | Bovenkastjes, diepte | 35 cm | 32 tot 40 cm | Ondieper dan het werkblad, zodat je er niet tegenaan stoot als je over het blad buigt om te snijden. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaskookplaat, onderkant | 70 cm | 65 tot 75 cm | De vlam en de hete lucht moeten weg kunnen: onder 65 cm boven de pannendrager wordt het vetfilter te heet. Houd altijd de minimummaat uit de handleiding aan, dat is een eis van de fabrikant. |
| Keuken | Afzuigkap boven inductie, onderkant | 60 cm | 55 tot 65 cm | Geen vlam, dus hij mag lager, en lager hangen vangt meer damp. Ook hier is de handleiding leidend, want die maat hoort bij het apparaat. |
| Keuken | Kookeiland, loopruimte rondom | 120 cm | 100 tot 150 cm | Bij 100 cm kun je de vaatwasser openen en er nog langs. Bij 120 cm passeren twee mensen elkaar terwijl er een lade open staat. |
| Keuken | Twee keukenrijen tegenover elkaar, afstand | 120 cm | 110 tot 140 cm | Een ovendeur en een lade die tegenover elkaar open staan hebben allebei ongeveer 60 cm nodig. |
| Keuken | Oven op werkhoogte, bodem van de ovenruimte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Je tilt een hete bakplaat er recht uit in plaats van gebogen. Boven 100 cm til je een schaal boven je middel en zie je niet meer wat erin staat. |
| Keuken | Vaatwasser, nismaat | 60 cm breed, 82 cm hoog | 60 tot 60,5 cm breed | Een onderbouwmodel schuift onder een blad van 90 cm. Een vrijstaand model heeft zijn eigen bovenblad en is ongeveer 85 cm hoog. |
| Keuken | Inbouwkoelkast, nishoogte | 88, 122 of 178 cm | vaste maten per model | De kast volgt de nismaat, dus meet de nis en niet het apparaat. Achter en boven het apparaat moet ventilatieruimte vrij blijven. |
| Keuken | Stopcontact boven het werkblad, hart | 115 cm | 110 tot 120 cm | Dat is 20 tot 30 cm boven het blad, dus vrij van spetters en niet weggewerkt achter de waterkoker. Houd minstens 30 cm afstand tot de spoelbak. |
| Keuken | Keukenplint, hoogte | 10 cm | 10 tot 15 cm | De poten zijn verstelbaar en met de plint stel je de aanrechthoogte fijn in. De plint staat 5 cm terug, zodat je met je tenen onder het kastje kunt. |
| Trap, hal en deur | Trapleuning, hoogte | 90 cm | 80 tot 100 cm (norm) | Norm: het Bouwbesluit, sinds 2024 het Besluit bouwwerken leefomgeving, eist een leuning tussen 80 en 100 cm, gemeten vanaf de voorkant van de trede. Een leuning is verplicht als je over de trap meer dan 1 m stijgt. |
| Trap, hal en deur | Optrede, hoogte van een trede | maximaal 18,8 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw tot 22 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl, voor een woning. Oude trappen zijn vaak 20 tot 21 cm en dat mag blijven zolang je de trap niet vernieuwt. |
| Trap, hal en deur | Aantrede, diepte van een trede | minimaal 22 cm bij nieuwbouw | 22 cm is de ondergrens (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Bij een draaiende trap geldt die maat op de looplijn, dus in de punt van een kwartdraai mag de trede smaller zijn. |
| Trap, hal en deur | Trap, vuistregel voor comfortabel lopen | 2 x optrede + aantrede = 60 cm | 58 tot 64 cm | Geen norm maar een oude vuistregel. 17 op en 26 aan loopt rustig (60), 20 op en 22 aan is een gewone Nederlandse trap (62). Daarbuiten struikel je op de maat. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije breedte | 80 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 70 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Onder 80 cm krijg je een matras of een bank niet naar boven. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije hoogte erboven | 230 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 190 cm (norm) | Norm, gemeten loodrecht boven de voorkant van de trede. Bij een dichtgezette zoldertrap is dit de maat waar je tegen de balk loopt. |
| Trap, hal en deur | Vloerafscheiding langs een trapgat of vide | 100 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 90 cm (norm) | Norm: verplicht zodra het verval meer dan 1 m is. Openingen mogen niet groter zijn dan 10 cm en tussen 20 en 70 cm boven de vloer mag er niets zijn waar een kind op kan klimmen. |
| Trap, hal en deur | Binnendeur, dagmaat van het kozijn | 83 x 201,5 cm | 78, 83, 88 of 93 cm breed; 201,5, 211,5 of 231,5 cm hoog | Industriestandaard, geen norm. Na montage houd je ongeveer 3 cm minder vrije doorgang over, dus voor een rolstoel of rollator kies je een blad van 93 cm. |
| Trap, hal en deur | Deurkruk, hoogte | 100 cm | 95 tot 105 cm | Gewoonte: het slot zit in een standaardkozijn op die hoogte. Verplaatsen kan alleen als je het slotgat in het blad meeverhuist. |
| Trap, hal en deur | Kapstok, hoogte van de haken | 170 cm | 160 tot 180 cm | Een lange jas hangt ongeveer 100 cm af, dus op 170 cm blijft hij vrij van de vloer. Een kinderkapstok komt op 110 tot 120 cm. |
| Trap, hal en deur | Hal, vrije loopruimte | 100 cm | 90 tot 120 cm | Onder 90 cm kun je niet met twee mensen langs elkaar en past er geen kinderwagen naast de kapstok. |
| Trap, hal en deur | Drempel, hoogte | maximaal 2 cm | 0 tot 2 cm | Boven 2 cm struikel je eroverheen en kom je er met een rollator of rolstoel niet zonder helling over. Een schuine aanloop haalt de rand eraf. |
| Slapen | Bed, bovenkant matras | 55 cm | 45 tot 65 cm | Zit je op de rand met je voeten plat op de vloer en je knieën in een hoek van 90 graden, dan is de hoogte goed. Een boxspring komt vaak op 60 tot 65 cm, een laag frame op 45. |
| Slapen | Matras, standaardmaten | 140 x 200 cm | 80, 90, 120, 140, 160 of 180 cm breed; 200 of 210 cm lang | Ben je langer dan 1,90 m, neem dan 210 cm. Twee losse matrassen van 90 x 210 vullen samen een bed van 180 x 210. |
| Slapen | Nachtkast, hoogte bovenblad | 60 cm | 55 tot 70 cm | Gelijk met of iets boven de matras, dan zet je liggend je glas neer zonder te kijken. Bij een boxspring van 65 cm hoort dus een hoge nachtkast. |
| Slapen | Loopruimte naast het bed | 70 cm | 60 tot 90 cm | 60 cm is genoeg om langs te lopen, 70 cm om het bed op te maken zonder tegen de kast te stoten. |
| Slapen | Kledingroede voor lange kleding | 160 cm | 150 tot 170 cm | Een jas of lange jurk hangt 120 tot 140 cm af, dus eronder blijft nog ruimte voor een lade of een schoenenbak. |
| Slapen | Kledingroede voor korte kleding | 100 cm | 95 tot 110 cm | Hemden en dubbelgevouwen broeken hangen 70 tot 90 cm af. Met twee roedes boven elkaar, op 100 en 195 cm, verdubbel je de hangruimte. |
| Slapen | Kast, diepte voor hangende kleding | 60 cm | 55 tot 65 cm | Een hanger is 45 cm breed en met 60 cm diepte sluit de deur zonder dat de mouwen klem zitten. Is de kast ondieper dan 55 cm, zet de roede dan in de lengte. |
| Slapen | Kast, legborddiepte voor truien en broeken | 40 cm | 35 tot 45 cm | Een opgevouwen trui is ongeveer 30 cm breed. Met 40 cm valt de stapel niet naar voren als je de deur opent. |
| Slapen | Kast, hoogste bruikbare schap | 200 cm | 190 tot 210 cm | Verder reik je niet zonder trapje. Wat boven 210 cm staat, is opslag voor koffers die je twee keer per jaar pakt. |
| Slapen | Hoogslaper, vrije hoogte boven de matras | 100 cm | 90 tot 110 cm | Genoeg om rechtop in bed te zitten. Meet van de bovenkant van de matras tot het plafond, niet tot de bodem van het bed. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, hoogte boven het kozijn | 12 cm | 10 tot 15 cm | Boven het kozijn laat het raam groter lijken en houdt de rail het gordijn uit het glas. Zit het plafond dichtbij, monteer de rail dan 5 tot 10 cm onder het plafond of direct tegen het plafond. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, uitloop naast het kozijn | 20 cm per zijde | 15 tot 25 cm | Daar staat het opzij geschoven gordijn geparkeerd, zodat het niet voor het glas blijft hangen en je het daglicht niet inlevert. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vloer | 1 cm boven de vloer | 0 tot 2 cm | Net vrij van de vloer: het sleept niet en hangt toch recht. Wil je het gordijn op de vloer laten vallen, maak het dan 5 tot 10 cm langer dan de maat tot de vloer. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vensterbank | 2 cm boven de bank | 1 tot 3 cm | Vrij van de bank, zodat het gordijn niet omkrult op de plank en de warmte van de radiator eronder langs kan. |
| Raam en gordijn | Gordijn, stofbreedte | 2 keer de railbreedte | 1,5 tot 2,5 keer | Bij 1,5 keer hangt de stof vlak, bij 2,5 keer krijg je volle plooien. Een wave-rail vraagt 2 tot 2,5 keer, anders staat de golf niet. |
| Raam en gordijn | Rolgordijn of plissé in de dag, speling | 0,5 cm per zijde | 0,3 tot 1 cm | Meet de dagmaat op drie hoogtes en neem de kleinste maat, want een kozijn staat zelden haaks. |
| Raam en gordijn | Vitrage, afstand tot het glas | 5 cm | 3 tot 10 cm | Tegen koud glas wordt de stof vochtig en krijg je vlekken. Verder naar binnen botst hij op de vensterbank of de raamkruk. |
| Raam en gordijn | Vensterbank binnen, diepte | 20 cm | 15 tot 30 cm | Volgt de dikte van de muur plus een overstek van 2 tot 3 cm. Vanaf 20 cm staat een plant er stabiel op. |
| Raam en gordijn | Vensterbank buiten, overstek | 4 cm | 3 tot 5 cm | Met een waterhol aan de onderkant. Zonder dat overstek loopt regenwater terug over de gevel en krijg je vuilstrepen onder het raam. |
| Raam en gordijn | Radiator onder het raam, onderkant | 12 cm boven de vloer | 10 tot 15 cm | Er moet lucht onderlangs kunnen, daar begint de convectie. Houd ook 3 tot 5 cm tussen radiator en wand en 10 cm vrij onder de vensterbank. |
| Werken | Bureau, hoogte blad zittend | 74 cm | 72 tot 76 cm | Je onderarmen liggen horizontaal op het blad en je schouders blijven laag. Kun je het blad niet verstellen, zet dan de stoel hoger en je voeten op een steun. |
| Werken | Zit-stabureau, stahoogte | 105 cm | 95 tot 120 cm | Ellebooghoogte staand. Vuistregel: je lichaamslengte min 75 cm, dus bij 1,80 m kom je op 105 cm. |
| Werken | Bureaustoel, zithoogte | 45 cm | 40 tot 52 cm | Voeten plat op de vloer, knieën iets lager dan je heupen. De gasveer van een bureaustoel dekt dat bereik zelf. |
| Werken | Vrije hoogte onder het bureaublad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Je bovenbenen moeten eronder passen, ook met een lade of een kabelgoot. Houd daarnaast 60 cm breed en 60 cm diep beenruimte vrij. |
| Werken | Bureaublad, diepte | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm staat het scherm op armlengte, 50 tot 80 cm van je ogen, en ligt je toetsenbord er nog voor. |
| Werken | Beeldscherm, bovenrand | op ooghoogte of iets lager | 110 tot 125 cm boven de vloer | Je kijkt dan licht naar beneden en dat is de rustpositie van je ogen. Een laptop op het blad zit ongeveer 20 cm te laag, dus zet hem op een standaard met een los toetsenbord. |
| Werken | Toetsenbord, afstand tot de bladrand | 10 cm | 8 tot 15 cm | Daar rusten je handpalmen. Zonder die strook hangen je armen in de lucht en trekt het in je schouders. |
| Werken | Wandplank boven het bureau, onderkant | 45 cm boven het blad | 40 tot 60 cm | Een A4-ordner is 32 cm hoog, dus die past er nog onder, en je stoot je hoofd niet als je opstaat. |
| Werken | Boekenschap, diepte | 25 cm | 20 tot 30 cm | Een pocket is 12 cm diep, een gebonden boek 16 tot 20 cm. Bij 25 cm staan ze allemaal binnen de rand. |
| Werken | Boekenschap, overspanning zonder steun | 80 cm | 70 tot 90 cm | Boeken wegen al snel 25 kg per meter schap. Bij 18 mm plaatmateriaal blijf je onder 80 cm, anders zakt het schap zichtbaar door. |
| Keuken | Schap voor borden, diepte | 32 cm | 30 tot 35 cm | Een plat bord is 26 tot 28 cm in doorsnee. Met 32 cm houd je een vinger ruimte om de stapel te pakken zonder te schuiven. |
| Badkamer | Wastafel, bovenkant | 85 cm | 80 tot 95 cm | Vuistregel: heuphoogte, dan buig je niet voorover om je handen te wassen. Gebruiken kinderen de wastafel, dan is 80 cm prettiger. |
| Badkamer | Opzetkom, hoogte van het meubel | 75 cm | 70 tot 80 cm | Tel de kom van 10 tot 15 cm erbij op, dan komt de bovenrand op 85 tot 95 cm. Vergeet die optelsom en je wast je handen op keukenhoogte. |
| Badkamer | Handdoekhaak naast de wastafel | 140 cm | 120 tot 160 cm | Binnen handbereik met natte handen, dus naast de wastafel en niet aan de andere kant van de ruimte. |
| Badkamer | Handdoekradiator, onderkant | 20 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Daar zitten de aansluitingen en je kunt eronder dweilen. Hang de bovenkant niet hoger dan 180 cm, anders kom je niet bij de handdoek. Een smalle handdoekradiator geeft weinig vermogen, dus reken hem niet als enige verwarming. |
| Badkamer | Douchekraan, hart | 100 cm | 95 tot 110 cm | Heuphoogte, zodat je de kraan kunt bedienen zonder onder de koude straal te gaan staan. |
| Badkamer | Badkraan, hart | 65 cm | 60 tot 75 cm | Ongeveer 20 cm boven de badrand, dan kun je bijmengen terwijl je in bad zit. |
| Badkamer | Regendouchekop | 210 cm | 200 tot 225 cm | Minstens 20 cm boven het hoofd van de langste gebruiker, want je staat er recht onder. Bij een schuin dak meet je op het punt waar je echt staat. |
| Badkamer | Handdouche aan een glijstang, bovenste stand | 190 cm | 180 tot 200 cm | De stang is 60 tot 90 cm lang, dus de onderste stand komt rond 110 cm. Daarmee spoel je het bad, een kind of de hond af. |
| Badkamer | Toilet, zithoogte | 40 cm | 38 tot 48 cm | Standaard is 40 cm. Een verhoogd toilet van 45 tot 48 cm zit op stoelhoogte en daar sta je makkelijker van op. Bij een hangend toilet bepaal je de hoogte zelf met het inbouwframe. |
| Badkamer | Toilet, vrije ruimte voor de pot | 60 cm | 55 tot 70 cm | Daar staan je knieën en voeten. Zijwaarts wil je 80 cm breedte, anders zit je met je schouder tegen de muur. |
| Badkamer | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 75 cm hoog; 20 tot 30 cm voor de voorkant van de pot | Zittend pak je de rol zo zonder te draaien. Hang je hem naast of achter je, dan verdraai je je rug elke keer. |
| Badkamer | Fonteintje in het toilet, bovenkant | 85 cm | 80 tot 90 cm | Dezelfde hoogte als een wastafel. Let op de draairichting van de deur, want een fonteintje van 40 cm breed vraagt een vrije hoek. |
| Badkamer | Stopcontact in de badkamer | buiten 60 cm van bad of douche | norm, geen gewoonte | NEN 1010 verdeelt de badkamer in zones: binnen 60 cm van de rand van een bad of douche mag geen wandcontactdoos. Alle wandcontactdozen moeten achter een aardlekschakelaar van 30 mA. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Veelgestelde vragen
Hoeveel liter is een normale prullenbak?
In de keuken is 45 tot 60 liter de gangbare maat voor restafval, in de badkamer 5 tot 12 liter en op het toilet 3 tot 6 liter. Een losse pedaalemmer in de keuken zit meestal op 20 tot 30 liter.
Reken met ongeveer 80 procent van de opgegeven inhoud, want los afval veert terug en het deksel sluit eerder niet dan dat de bak echt vol is. De maattabel per huishouden en per soort afval staat bij de gids over de inhoud van een prullenbak.
Hoeveel liter is een pedaalemmer?
Een pedaalemmer voor de keuken is meestal 20 of 30 liter, voor de badkamer 3 tot 6 liter en voor een bijkeuken of kantoorruimte 45 tot 60 liter. Het pedaalmechanisme zelf zegt niets over de inhoud, alleen over de manier waarop het deksel opengaat.
Let bij een pedaalemmer vooral op de ruimte erboven. Het deksel zwaait 25 tot 40 cm open, dus onder een vensterbank, een wandkastje of een schuin dak loopt hij vast terwijl hij op de vloer prima past.
Hoeveel liter is een vuilnisbak of een vuilniszak?
De standaard huishoudzak is 60 liter en meet ongeveer 60 bij 80 cm; pedaalemmerzakken zijn er in 20 en 30 liter. Buiten werk je met een rolcontainer van 140 of 240 liter, en die van 240 liter is ongeveer 60 cm breed, 75 cm diep en ruim een meter hoog.
Een zak past om een bak als zijn breedte ongeveer de halve omtrek van de bak is en hij 10 tot 15 cm langer is dan de bak hoog. Klopt dat niet, dan zakt de zak er bij de eerste volle lading in en loopt het vocht langs de binnenrand naar de bodem.
Welke wasmand past bij een huishouden van twee personen?
Een mand van 55 tot 60 liter komt ongeveer overeen met één machinevulling van 7 tot 8 kilo katoen, en dat is voor twee personen een was per twee tot drie dagen. Voor drie personen of meer werken twee manden van 40 liter beter, omdat je dan meteen op kleur of wastemperatuur scheidt.
Kies daarnaast op ventilatie. Een gesloten mand met een strak deksel houdt het vocht van handdoeken vast, en dan ruikt de was al muf voordat de machine draait.
Wat maakt een Riviera Maison prullenbak of wasmand anders dan een gewone?
Wat je bij een wasmand van Riviera Maison koopt is een uiterlijk en geen andere maat: vergrijsd of wit gelakt hout, gevlochten rotan, linnen en beugels van mat metaal, in de landelijk chique lijn die bij dat merk hoort. De inhoud in liters is dezelfde als bij elke andere mand van dat formaat.
Zoek je die look, let dan op drie praktische punten: een uitneembare binnenzak, zodat er geen draden uit truien worden getrokken, openingen in het vlechtwerk voor de ventilatie, en een bodem die niet permanent op een natte badkamervloer staat.
Welke accessoires horen bij een Eric Kuster style woonkamer?
De hotel chique stijl leunt op fluweel, gerookt glas, chroom of messing, marmer en symmetrie: twee gelijke lampen naast de bank, een grote spiegel, een dienblad met gestapelde boeken, hoogpolig tapijt en gedimd licht. De accessoires zijn er weinig in aantal en groot van formaat.
Houd bij velours rekening met de poolrichting: twee kussens uit dezelfde partij lijken van kleur te verschillen zodra je er een draait. De opbouw van zo'n kamer staat bij de woonkamer in Eric Kuster stijl.
Hoe pak je decoratie op een schuine wand aan?
Meet eerst de vrije hoogte op de plek zelf. Bij een dakhelling van 45 graden wint elke centimeter die je van de knielijn af loopt ook een centimeter hoogte, dus tegen een knielijn van 110 cm past een kast van 60 cm diep tot 170 cm hoog.
Hang op het schuine vlak nooit aan één haak, want de lijst valt dan met zijn onderrand van de wand af. Schroef op twee punten vast of zet het werk op een smalle plank, dan kun je het ook verschuiven zonder nieuwe gaten in het dakbeschot.
Wat kun je kwijt met decoratie onder een open trap?
Meet de vrije hoogte op de plek waar het object komt en niet bij de onderste trede. Bij treden van 20 cm hoog en 22 cm diep wint de ruimte ongeveer 20 cm hoogte per 22 cm die je naar achteren gaat, dus op 110 cm vanaf de trap heb je rond de 100 cm.
Houd het doorzicht heel, want dat is wat een open trap oplevert. Een lage kast tot 90 cm, een rij manden of een plantengroep die de schuine lijn volgt werkt beter dan een dichte kast. Reken wel op stof dat tussen de treden door naar beneden valt.
Hoe richt je de overloop in zonder dat hij te smal wordt?
Houd 100 cm vrije doorloop aan en ga niet onder 90 cm, want daaronder kom je er niet meer met een wasmand of met twee mensen langs. Op een overloop van 120 cm past dus een kast of console van 25 tot 30 cm diep.
Zet die aan de wandzijde en houd de strook langs het trapgat vrij. Een spiegel met de hartlijn op 155 cm en een hanglamp met de onderkant op 210 cm boven de hoogste trede maken de overloop bruikbaar zonder dat er een centimeter vloer af gaat.
Wat zet je in een lege hoek van de kamer?
Kies eerst een functie en reken daarna terug naar de maat. Een fauteuil met een leeslamp, een smalle kast van 40 cm diep of een plant op een verhoging vragen alle drie een ander stuk vloer, en een hoek zonder functie vult zich vanzelf met wat er nergens anders past.
Reken bij ronde objecten met de diagonaal: een plantenbak van 40 cm doorsnede vult 40 cm van allebei de wanden en steekt bijna 50 cm de kamer in. Licht doet in een hoek meer dan decoratie, want een donkere hoek trekt de hele kamer visueel dicht.
Welke decoratie past bij een groot raam?
Alles wat voor een groot raam staat, zie je als silhouet, dus werk met vorm en hoogteverschil in plaats van met kleur of patroon. Drie groepjes van elk een hoog, een middel en een laag element lezen als ritme, een rij losse voorwerpen op gelijke afstand leest als een etalage.
Houd de onderste 40 cm van het glas zoveel mogelijk vrij en reken de baan van een draaikiepvleugel mee. Voor de gordijnen geldt: rail 12 cm boven het kozijn, 20 cm uitloop per zijde en twee keer de railbreedte aan stof.
Welke veranda decoratie ideeën houden het buiten een heel seizoen vol?
Werk met geweven polypropyleen op de vloer, geverfd acryldoek voor kussens, polyrattan of geolied hardhout voor meubels en vorstbestendig keramiek voor potten. Katoen, wol en natuurlijk rotan gaan onder een overkapping niet langer dan een zomer mee, want de luchtvochtigheid komt 's nachts op honderd procent.
Kies verlichting op IP-waarde: IP44 midden onder een dichte overkapping, IP65 aan de open randen. Onder de overkapping valt geen regen, dus potplanten die daar staan hebben de hele zomer water nodig, ook in een natte week.
Welke marokkaanse accessoires maken een oosterse sfeer in de slaapkamer?
Drie dingen dragen het beeld: een geperforeerde lantaarn van messing, een wollen kleed met vlechtwerk en textiel in lagen op het bed. De herhaling van messing, wol en klei doet meer dan het aantal voorwerpen.
De lantaarn werkt alleen als hij in dat vlak de enige lichtbron is, want een patroon van licht een donkere omgeving nodig heeft om zichtbaar te zijn. Kies er lampen van 2200 tot 2700 kelvin bij en laat het plafondlicht uit; dat maakt een oosters interieur meteen herkenbaar.
Welke accessoires passen bij kamer decoratie voor mannen en heren?
In de praktijk gaat het bij mannen accessoires in huis om lage verzadiging en stevige materialen: leer, staal, massief hout, canvas en donkere kleuren als antraciet, olijfgroen en cognac. Een leren fauteuil, een zwarte wandlamp op een scharnierarm en een ingelijste print of kaart dragen zo'n kamer.
Reken wel op meer licht. Donkere matte vlakken kaatsen 5 tot 10 procent van het licht terug tegen ongeveer 80 procent bij wit, dus een slaapkamer met veel antraciet vraagt drie lichtpunten per zone in plaats van één plafondlamp.
Hoe kun je zelf kaarsen maken die goed branden?
Smelt sojawas au bain-marie tot 45 tot 55 graden, roer geurolie door bij ongeveer 60 graden in 6 tot 10 procent van het gewicht, en giet rond 55 tot 60 graden. Giet je heter, dan trekt de was bij het afkoelen van het glas af en houd je grijze vlekken langs de wand.
Laat een gegoten kaars een dag of twee staan voordat je hem aansteekt, en reken bij het eerste branden op ongeveer een uur per 2,5 cm doorsnede. Haalt de plas gesmolten was die eerste keer de rand niet, dan brandt de kaars de rest van zijn leven een tunnel in het midden.
Hoe vier je kerst zonder dat de kamer vol komt te staan?
Begin bij de vloer die je hebt. Een boom van 180 cm meet onderaan 110 tot 120 cm in doorsnede en vraagt dus ruim een vierkante meter die er normaal niet vrij is. Bepaal daarom eerst welk meubel er tijdelijk weg gaat.
Reken op ongeveer 100 lampjes per 30 cm boomhoogte en houd minstens een meter afstand tot de radiator of de kachel, want een verse boom in een warme luchtstroom droogt in twee weken uit. Kies verder één kleur naast groen en goud, dan blijft de rest van de kamer zichtbaar naast de boom.
Hoe hang je gouden muurdecoratie op zonder dat hij goedkoop oogt?
Het verschil zit in de afwerking en in het licht. Gepolijst goud spiegelt zijn omgeving, dus boven een grijze muur onder koel licht wordt het grijsgroen; geborsteld of mat goud verstrooit het licht en houdt zijn eigen kleur.
Hang gouden decoratie daarom waar licht er schuin op valt en niet recht van voren, en kies lampen van 2700 kelvin. Gebruik in dezelfde kamer verder één metaal, want vier soorten metaal door elkaar leest als toeval en niet als keuze.
Welke brocante decoratie ideeën werken in een moderne kamer?
Eén verweerd stuk tegen strakke vlakken werkt beter dan een kamer vol brocante. Een oude spiegel met vlekken in het glas, een emaillen kan of een houten ladekast met afgesleten verf geeft een moderne kamer een tweede tijdlaag zonder dat het geheel nostalgisch wordt.
Let bij krijtverf op het oppervlak: het is mat en poreus, dus vet en vingers trekken erin. Een laag was of matte lak maakt het meubel afwasbaar en houdt het kalkachtige uiterlijk overeind.
Hoeveel decoratie is te veel op een plank of een dressoir?
Een plank die voor ongeveer twee derde gevuld is, leest rustig; boven die verhouding ziet het oog geen begin en geen eind meer. Lijn boeken en dozen uit op de voorrand in plaats van tegen de achterwand, dan loopt er één rechte lijn over de plank.
Houd verder de kijkafstand in de gaten: in een woonkamer kijk je van vier tot vijf meter, en alles kleiner dan ongeveer 20 cm verdwijnt op die afstand. Eén grote schaal oogt daardoor rustiger dan zeven kleine voorwerpen die evenveel ruimte innemen.