Iets aparts aan de muur: het formaat, het gewicht en het licht
Een muur wordt bijzonder van diepte en formaat, niet van het onderwerp van wat eraan hangt. Houd het object op 60 tot 75 procent van de breedte van het meubel eronder, leg de hartlijn op 145 cm en op 150 tot 165 cm boven een bank, en laat een groep als één vlak lezen door overal 6 cm tussenruimte aan te houden. Weeg daarna het object en kies de bevestiging op het wandtype: een gipsplaten wand houdt per punt ongeveer 10 kilo aan een metalen hollewandplug, waar in beton met een nylon plug 25 kilo kan. Reliëf werkt alleen als er licht langs strijkt, en op een noordmuur moet dat licht uit een lamp komen.
Dit heb je nodig
- Tijd
- een avond kiezen, een uur ophangen
- Moeilijkheid
- Goed zelf te doen
- Kosten
- vooral de prijs van het object zelf; aan pluggen, haken en vilt ben je weinig kwijt
Gereedschap
- Rolmaat en potlood
- Waterpas van minstens 40 cm
- Boormachine met steenboor van 6 en 8 mm
- Hollewandtang bij een gipsplaten wand
- Magneet of leidingzoeker om regels en buizen te vinden
- Personenweegschaal om het object te wegen
Materiaal
- Pluggen en schroeven die bij je wandtype horen, niet bij het object
- Oud papier of karton op ware grootte van het object
- Schilderstape om die proefvorm op de wand te plakken
- Viltdoppen of rubber nokjes voor achter de onderrand
Diepte maakt een muur bijzonder, het onderwerp veel minder
Een vlakke print van 40 bij 50 cm en een houten object van 40 bij 50 cm hangen even groot aan dezelfde haak. Alleen het tweede legt een schaduw op het stucwerk die door de dag meeschuift, en dat verschil zie je vanaf de bank eerder dan het onderwerp van een afbeelding.
Daar draait het bij wanddecoratie voor een lege wand op uit: reliëf, formaat en de richting waaruit het licht komt. Wat er precies op of in het object staat afgebeeld, telt in die volgorde het laatst.
Reken daarom met drie maten en niet met twee: breedte, hoogte en de diepte vanaf de wand. Die derde maat noemt bijna geen productomschrijving, terwijl juist die bepaalt of het een vlak blijft of een voorwerp wordt.
Vanaf ongeveer 3 cm diepte krijg je bij schuin licht een zichtbare schaduwrand. Vanaf 8 cm kijk je er ook langs en zie je de zijkant, en dan gedraagt het object zich als een klein meubel: in een gang van 90 cm breed gaat die 8 cm van je doorloop af.
Hoe je aan zulke objecten komt, is een andere vraag dan hoe ze hangen. Over de herkomst en de vondst gaat iets origineels voor aan de muur zoeken; hier houden we het bij wat het met de ruimte doet.
| Wat je ophangt | Hoe ver het van de wand komt | Wat het met licht doet | Waar dat goed uitpakt |
|---|---|---|---|
| Print of poster achter vlak glas | 1 tot 3 cm | Kaatst het licht in één vlak terug, dus je ziet vooral de spiegeling van het raam | Wanden waar geen raam of lamp recht tegenover ligt |
| Werk in een diepe baklijst | 4 tot 6 cm | De lijstrand legt zelf een smalle schaduw op de muur | Overal, want het reliëf zit in de lijst en niet in het werk |
| Geschilderd doek met dikke structuur | 3 tot 5 cm | De verfstructuur vangt strijklicht en verandert door de dag van uiterlijk | Een wand met licht van opzij, bijvoorbeeld haaks op het raam |
| Houten, metalen of keramisch wandobject | 5 tot 12 cm | Werpt een slagschaduw van enkele centimeters, het sterkst bij licht van boven of opzij | Grote wanden waar een vlak werk wegvalt |
| Lattenpaneel of geribd paneel | 2 tot 4 cm | Elke lat geeft een streep schaduw, dus het ritme loopt over de hele wand door | Lange wanden en de wand achter een televisie |
| Spiegel | 2 tot 5 cm | Geeft zelf geen schaduw maar verdubbelt wat ertegenover staat | Tegenover een raam of een zichtlijn, nooit tegenover een blinde wand |
| Geweven kleed of textiel aan een stok | 2 tot 4 cm | Kaatst nauwelijks licht terug en slikt vooral de hoge tonen uit de nagalm | Kale kamers met veel glas, tegels en gladde vloer |
| Verlicht object of een lichtlijn | 3 tot 8 cm | Is zelf de bron, dus de muur eromheen wordt de lichtvlek | Wanden die overdag weinig daglicht krijgen |
Knip de buitenmaat van het object uit oud papier en plak die met schilderstape op de wand. Laat het er twee dagen hangen en kijk er vanaf je eigen zitplek naar, want daar beoordeel je het straks ook vandaan.
Op welk formaat een object blijft werken
De meest voorkomende misser is niet een verkeerde keuze maar een te kleine. Het oog vergelijkt het object namelijk niet met zichzelf, maar met het wandvlak en met het meubel eronder.
Hang je iets boven een meubel, houd dan 60 tot 75 procent van de breedte van dat meubel aan. Boven een bank van 210 cm komt dat neer op 125 tot 160 cm, en dat mag één object zijn of een groep die samen die breedte haalt.

Op een vrije wand zonder meubel eronder ligt de verhouding anders: daar telt het object tegen het hele vlak en houd je 50 tot 60 procent van de wandbreedte aan. Dat is een vuistregel uit de praktijk en geen norm, maar hij verklaart wel waarom een lijst van 40 cm op een wand van 400 cm verdwijnt.
De hoogte ligt vaster. Wij hangen alles op een hartlijn van 145 cm, de ooghoogte van wie staat, met een marge van 140 tot 155 cm. Boven een bank schuift die hartlijn naar 150 tot 165 cm, want de onderrand moet 20 tot 30 cm boven de rugleuning blijven.
Twijfel je bij een andere opstelling over de hoogte, dan staat de maat per situatie in onze maattabel voor hoogtes in huis. Dezelfde hartlijn geldt voor een klok, een spiegel en een paneel, en juist dat maakt een wand met ongelijke formaten rustig.
| Waar het hangt | Breedte van het object | Hartlijn boven de vloer | Wat die maat bepaalt |
|---|---|---|---|
| Boven een bank van 210 cm | 125 tot 160 cm | 150 tot 165 cm | 60 tot 75 procent van de bankbreedte, met de onderrand 25 cm boven de rugleuning |
| Boven een dressoir van 180 cm | 110 tot 135 cm | 145 tot 155 cm | Onderrand 25 cm boven het blad, zodat er nog een lamp of een vaas voor past |
| Boven een bed van 160 cm | 95 tot 120 cm | 155 tot 170 cm | Onderrand minstens 25 cm boven het hoofdeinde, en boven het kussen niets van glas |
| Boven een eettafel die tegen de wand staat | 90 tot 120 cm | 145 cm | Een stoelrug komt tot 85 à 100 cm, dus blijft de onderrand daarboven |
| Vrije wand zonder meubel eronder | 50 tot 60 procent van de wandbreedte | 145 cm | Het object wordt tegen het hele wandvlak gelezen, dus kleiner valt weg |
| Smalle wand in de hal van 80 tot 120 cm | Verticaal, 40 tot 60 cm breed | 145 tot 155 cm | Bij een spiegel telt de bovenkant: die moet boven de kruin van de langste huisgenoot uitkomen |
| Wand langs de trap | Een rij gelijke formaten | 145 cm boven de neus van de trede | Loodrecht boven de voorkant van elke trede meten, anders loopt de rij scheef mee |
| Boven een deur of tussen twee ramen | Zo breed als het vlak min 15 cm aan beide zijden | Zo hoog als het vlak toelaat | Hier bepaalt het overgebleven vlak de maat en niet de ooghoogte |
Meet de breedte van het meubel en niet die van de wand als er een meubel onder komt. Een object dat op de wand goed uitkomt maar smaller is dan de helft van de kast eronder, leest als een lijstje dat per ongeluk boven een meubel is beland.
Eén groot object of een groep die als één vlak leest
Op een wand breder dan ongeveer 300 cm heb je twee werkbare keuzes: één object dat de helft van het vlak pakt, of een groep die samen die maat haalt. Alles daartussen, drie middelgrote dingen los verspreid, is de opstelling die onrustig aanvoelt zonder dat je aan kunt wijzen waarom.
Het mechanisme zit in de tussenruimte. Wij houden 6 cm tussen de vlakken aan, met een marge van 5 tot 8 cm, omdat het oog een groep met zulke smalle naden als één vlak leest. Boven ongeveer 10 cm valt diezelfde groep uiteen in losse voorwerpen.
De tweede voorwaarde is een gedeelde eigenschap. Laat de objecten verschillen in formaat en onderwerp, maar houd één ding gelijk: de lijstkleur, het materiaal, of de kleurfamilie van wat erin zit.

Bij een gemengde groep, bijvoorbeeld een ronde spiegel naast een paneel en een geweven kleed, doet de gedeelde hartlijn dat werk. Alle middens op 145 cm betekent dat de bovenkanten en onderkanten juist verschillen, en dat is precies wat de groep levend houdt zonder rommelig te worden.
Begin bij het ophangen met het grootste stuk en werk van binnen naar buiten. Leg de hele groep eerst op de vloer op ware grootte, meet de totale breedte en hoogte op, en centreer die maat pas daarna op de wand.
Fotografeer de groep zoals hij op de vloer ligt en bekijk de foto op je telefoon. Op een klein scherm valt meteen op welk stuk te ver weg ligt of welke kleur eruit springt, want je ziet het vlak dan als geheel in plaats van als losse voorwerpen.
Wat het weegt, en waarom dat vooraf telt
Het gewicht van een wandobject volgt uit het materiaal en de dikte, en je kunt het van tevoren uitrekenen. Glas weegt 2,5 kilo per vierkante meter per millimeter dikte, dus een spiegel van 4 mm komt op 10 kilo per vierkante meter en een van 6 mm op 15.
Dat verschil van 2 mm bepaalt of je met een lijmset en een haakje uit de voeten kunt of dat er een plug in de steen moet. Vraag de dikte dus na voordat je iets bestelt, want grote spiegels zijn vaker 6 mm dan 4.
Aan de andere kant van de schaal staat textiel. Een geweven wandkleed weegt 0,3 tot 0,6 kilo per vierkante meter, dus een doek van 120 bij 180 cm blijft onder de anderhalve kilo inclusief de stok.
Daarmee is textiel de enige manier om twee vierkante meter muur te vullen zonder dat de bevestiging een vraag wordt. Dezelfde twee vierkante meter in spiegelglas van 6 mm weegt 30 kilo en hoort aan een chemisch anker.
Weeg een object dat je al hebt gewoon op een personenweegschaal: ga er zelf mee op staan en trek je eigen gewicht eraf. Weet je het gewicht en het wandtype, dan zoek je in de ophangwijzer op wat jouw wand per punt houdt.
| Materiaal | Per vierkante meter | Een vlak van 100 bij 70 cm weegt dan | Wat dat betekent |
|---|---|---|---|
| Spiegelglas 4 mm | 10 kg | 7 kg | Plus de lijst; boven 10 kilo hoort er ook een steun onder de onderrand |
| Spiegelglas 6 mm | 15 kg | 10,5 kg | De gangbare dikte bij grote spiegels, en meteen de grens van veel lijmsets |
| Massief eiken 20 mm | circa 14 kg | circa 10 kg | Een houten paneel weegt bijna net zo veel als spiegelglas van 6 mm |
| Mdf 18 mm | circa 13 kg | circa 9 kg | Geldt ook voor de meeste lattenpanelen, want daar zit een mdf-drager onder |
| Multiplex berken 12 mm | circa 8 kg | circa 6 kg | Bijna de stijfheid van massief hout bij ruim de helft van het gewicht |
| Staalplaat 2 mm | circa 16 kg | circa 11 kg | Bij een uitgesneden vorm gaat het gewicht mee omlaag met wat eruit is |
| Aluminium 2 mm | circa 5,4 kg | circa 4 kg | Oogt als staal en weegt een derde, wat op een gipsplaten wand het verschil maakt |
| Acrylaat 3 mm in plaats van glas | circa 3,6 kg | circa 2,5 kg | Scheelt in een grote lijst al gauw de helft van het totale gewicht |
| Doek op een houten spieraam | 1 tot 2 kg | 1 tot 1,5 kg | Licht genoeg voor een haakje in gipsplaat, ook op groot formaat |
| Geweven wandkleed van wol | 0,3 tot 0,6 kg | 0,3 tot 0,5 kg | De stok en het touw wegen hier meer dan het weefsel zelf |
Welke bevestiging jouw wand echt houdt
De bevestiging kies je op de wand en niet op het object. Een spiegel van 8 kilo hangt in beton aan één nylon plug en in gasbeton aan niets, want daar trekt een gewone plug als een kurk uit het poreuze materiaal.
Weet je niet wat je wand is, dan vertelt het boorgat het je. Tik eerst met je knokkel: hol met om de 40 tot 60 cm een massief punt is gipsplaat op een regelwerk. Boor daarna langzaam en kijk naar het gruis: wit poeder is gips, rood is baksteen, grijswit en fijn is kalkzandsteen, grof en wit is gasbeton.
De kilo's in de tabel gelden per bevestigingspunt en liggen bewust onder de waarden op de verpakking. Die fabriekswaarden komen uit een testplaat en niet uit een muur van veertig jaar oud met een stuclaag erop.
Verdeel het gewicht daarom over twee punten zodra je boven de helft van zo'n waarde uitkomt. Twee haken op 10 tot 20 cm uit elkaar hangen bovendien recht en blijven recht, terwijl één haak in het midden meedraait zodra de wand trilt.
Bij glas komt daar nog iets bij: een spiegel die valt wordt scherf. Boven ongeveer 10 kilo of een halve vierkante meter steunen fabrikanten hun lijmsets daarom met klemmen of een latje onder de onderrand, en die volgorde staat stap voor stap bij een spiegel aan de muur hangen.
| Wandtype | Hoe je hem herkent | Wat erin gaat | Wat één punt houdt |
|---|---|---|---|
| Gipsplaat of voorzetwand | Klinkt hol, om de 40 tot 60 cm massief, wit poeder uit het gat | Metalen hollewandplug of kiepplug, en liever nog een schroef in de houten regel erachter | 10 kg metaal, 12 kg kiepplug, 4 kg kunststof, 15 kg in de regel |
| Gestuukte steen | De boor gaat door 5 tot 15 mm zacht en stuit dan op iets hards | De plug van de steen erachter, voorbij de stuclaag gezet | 15 kg met een nylon plug, 50 kg met een chemisch anker |
| Beton | Een spijker gaat er niet in, fijn grijs gruis, de boor loopt warm | Nylon plug voor het gewone werk, keilbout of chemisch anker voor zwaar werk | 25 kg nylon plug, 50 kg keilbout, 75 kg chemisch anker |
| Kalkzandsteen | Grijswit en fijn gruis, de boor gaat gestaag maar niet makkelijk | Nylon plug, en bij zwaar werk een chemisch anker in plaats van een keilbout | 20 kg nylon plug, 50 kg chemisch anker |
| Baksteen | Rood tot roodbruin gruis, de boor voelt afwisselend hard en zacht | Nylon plug in de steen zelf en nooit in de voeg | 15 kg nylon plug, 40 kg chemisch anker |
| Gasbeton of cellenbeton | Wit en zo licht dat je er met een schroevendraaier een groef in krast | Gasbetonplug met grove draad, zonder klopstand geboord | 10 kg per punt, daarboven injectiemortel met een schroefhuls |
| Holle bouwsteen | De boor valt na een paar centimeter door in een holte | Kiepplug of injectiemortel met een zeefhuls | 10 kg kiepplug, 25 kg chemisch anker |
| Tegels | Je ziet de voegen; tik of het erachter hol of massief klinkt | De plug van de wand achter de tegel, met een tegelboor zonder klopstand erdoorheen | 12 kg nylon plug in steen, 10 kg kiepplug in een voorzetwand |
Boor nooit blind recht boven of onder een stopcontact of schakelaar. Daar lopen de leidingen verticaal naar het punt toe, en dat is de zone waar een boor van 8 mm een kabel of een waterleiding raakt.
Zonder het juiste licht blijft reliëf onzichtbaar
Reliëf bestaat alleen bij de gratie van schaduw, en schaduw ontstaat alleen bij licht dat van opzij of van boven komt. Valt het licht recht op de wand, dan ziet een object van 8 cm diep er even vlak uit als een poster.
Dat verklaart waarom hetzelfde object in de ene kamer werkt en in de andere niet. Op het noorden komt er vrijwel geen directe zon binnen en krijg je diffuus hemellicht van rond 6500 K zonder slagschaduw, dus daar moet het reliëf het van lamplicht hebben.
Op het oosten en westen valt er juist een paar uur per dag schuin licht naar binnen, en dan verandert zo'n object twee keer per dag van aanzicht. Welk licht jouw kamer krijgt, zoek je op in de lichtwijzer per uur en seizoen.
Voor lamplicht is de afstand tot de wand de knop waaraan je draait. Een spot op 60 tot 90 cm van de wand geeft een gelijkmatig verlicht vlak, wat je wilt bij een vlak werk. Zet je diezelfde spot op 20 tot 30 cm van de wand, dan strijkt het licht langs het oppervlak en wordt elke oneffenheid een schaduw.
Dat laatste is precies wat je bij een lattenpaneel, een keramische wand of grof pleisterwerk zoekt, en precies wat je bij een gladde gestuukte wand wilt vermijden. Een wandlamp met zijn hart op 160 cm doet hetzelfde werk vanaf de zijkant, mits de kap het licht naar de muur duwt en niet in de kamer.
Kleur speelt op dezelfde manier mee. Een mat object op een matte wand verdwijnt in het vlak, terwijl datzelfde object op een donkere wand alleen nog langs zijn belichte randen te zien is. Hoe donkere vlakken zich in een kamer gedragen, staat bij een donkere vloer en de muurkleur die daarbij past.
Per kamer verschilt wat er kan hangen
De woonkamer is de enige ruimte waar je op formaat mag winnen. Er is meestal een wand van 350 cm of meer, je kijkt er vanaf 250 tot 350 cm naar, en op die afstand valt alles onder de meter weg. Boven een bank van 210 cm is 125 tot 160 cm de maat die werkt, en dat kan één object zijn of een groep. Wat in een moderne inrichting op zo'n wand past, staat bij moderne muurdecoratie voor de woonkamer.
In de slaapkamer kijk je liggend en van dichtbij, en dan wint gewicht het van formaat. Boven een hoofdeinde hoort niets van glas of steen, en textiel, een doek op een spieraam of een licht paneel zijn hier de veilige materialen.
De hal en de gang vragen om verticaal werk, want de wand is smal en je loopt er langs in plaats van dat je ervoor zit. Een spiegel hangt hier met de hartlijn op 155 cm, iets hoger dan elders, omdat de bovenkant boven de kruin van de langste huisgenoot uit moet komen.
In de keuken en de badkamer bepalen vocht en vet de materiaalkeuze. Papier achter glas trekt krom zodra het vochtgehalte schommelt, en onbehandeld hout boven een fornuis wordt binnen een jaar dof en vlekkerig. Keramiek, glas, gelakt metaal en gelakt hout houden dat wel vol.
Voor een werkplek geldt nog één extra regel: hang niets reflecterends in de wand recht achter je scherm of recht achter je rug. Glas achter je rug spiegelt in het scherm, en glas achter het scherm trekt je blik elke keer dat je opkijkt.
Zelf iets maken zonder dat het geknutseld oogt
Het goedkoopste bijzondere vlak op een muur is geschilderd. Plak een rechthoek of een boog af, schilder twee lagen en hang er daarna een object voor: het vlak doet het werk van een grote lijst zonder dat er iets van hangt.
De hoeveelheid valt mee. Muurverf dekt ongeveer 8 tot 10 vierkante meter per liter per laag, dus een vlak van 120 bij 160 cm kost in twee lagen minder dan een halve liter. Werk je met een donkere tint, dan zijn twee lagen echt het minimum, want donkere pigmenten dekken slechter.
Een diepe kleur werkt hier beter dan een lichte, omdat het vlak zich juist van de rest van de wand moet onderscheiden. Welke tinten naast een donker vlak overeind blijven, staat bij een donkerblauwe muur combineren met de rest van de kamer.
Een tweede route is textiel aan een stok. Een strook stof van 100 bij 150 cm aan een houten rondstok van 18 tot 22 mm weegt onder de kilo en hangt aan twee haakjes, ook in gipsplaat. Zoom de onderrand of laat hem rafelen, maar kies één van de twee, want een half afgewerkte rand is wat een doek geknutseld laat ogen.
De derde route is een bestaand voorwerp opnieuw inzetten: een oud luik, een deel van een kozijn, een houten werkblad. Haal het vuil eraf, laat de sporen zitten en hang het aan twee punten in plaats van één. Meer ideeën voor de rest van het huis staan bij decoratie en licht per ruimte.
Teken het geschilderde vlak af met schilderstape en verf de rand eerst dicht met de bestaande wandkleur. Die laag kruipt onder de tape en sluit hem af, zodat de nieuwe kleur daarna een kaarsrechte rand geeft in plaats van een gerafelde.
Van een lege wand naar iets dat hangt en blijft hangen
Elke stap levert de grens waarbinnen de volgende stap nog mag kiezen.
-
Meet de wand en het meubel eronder op
Noteer de vrije wandbreedte tussen de kozijnen, de hoogte tot het plafond en de breedte van het meubel dat eronder staat. Die meubelbreedte is de maat waar je formaat uit volgt, niet de wandbreedte.
-
Bepaal het formaat en teken het op papier uit
Reken 60 tot 75 procent van de meubelbreedte, of 50 tot 60 procent van de wandbreedte als er niets onder staat. Knip die maat uit oud papier, want op een vel zie je meteen of het formaat klopt met de ruimte.
-
Plak de proefvorm op de hartlijn en laat hem hangen
Leg het midden van het papier op 145 cm boven de vloer, of op 150 tot 165 cm als er een bank onder staat. Kijk er twee dagen naar vanaf je zitplek en vanaf de deur, want die twee standpunten geven verschillende antwoorden.
-
Weeg het object en stel het wandtype vast
Zet het object met jezelf op de weegschaal en trek je eigen gewicht eraf. Tik daarna de wand af en boor één proefgat op een plek die straks achter het object verdwijnt, zodat je aan de kleur van het gruis ziet waarmee je te maken hebt.
-
Kies de bevestiging op de wand en verdeel het gewicht
Zoek in de tabel wat jouw wand per punt houdt en ga boven de helft van die waarde naar twee punten. Twee haken op 10 tot 20 cm uit elkaar houden het object bovendien waterpas zonder dat je het bijstelt.
-
Boor, hang en zet de onderrand vast
Boor de dikte van de stuclaag extra diep, blaas het gat leeg en zet de plug voorbij het stucwerk in de steen. Plak twee viltdoppen achter de onderrand, dan staat het object vrij van de muur en laat het geen streep na.
-
Zet er licht bij en kijk er 's avonds naar
Zet een lamp op 20 tot 30 cm van de wand als het object reliëf heeft en op 60 tot 90 cm als het vlak is. Beoordeel het resultaat een keer bij daglicht en een keer met alleen de lampen aan, want die twee verschillen sterker dan twee tinten uit dezelfde kleurkaart.
Maatwijzer
De hoogtes en maten die in een huis kloppen: bar, eettafel, tv, schilderij, wandlamp, kapstok en gordijnrails, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Onderdeel | Wat | Maat | Marge die werkt | Waar het van afhangt |
|---|---|---|---|---|
| Zitten | Bank, zithoogte | 44 cm | 40 tot 48 cm | Meet tot de ingezakte zitting, niet tot het bolle kussen. Hoger kom je makkelijker op en af, lager zit je meer achterover. |
| Zitten | Bank, zitdiepte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Boven 70 cm hangen je voeten vrij en zit je gedwongen onderuit. Loungebanken gaan tot 100 cm en zijn bedoeld om op te liggen. |
| Zitten | Bank, totale hoogte met rugleuning | 80 cm | 75 tot 90 cm | Staat de bank voor een raam, dan blijft hij onder de vensterbank als hij niet hoger is dan 80 cm. |
| Zitten | Fauteuil, zithoogte | 45 cm | 42 tot 48 cm | Een paar centimeter hoger dan de bank scheelt bij het opstaan. Een lage lounge-fauteuil zakt naar 38 cm. |
| Zitten | Salontafel, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Vuistregel: gelijk aan of net onder de zithoogte van de bank. Dan zet je je kopje neer zonder voorover te buigen. |
| Zitten | Salontafel, afstand tot de bank | 40 cm | 35 tot 45 cm | Minder en je knieën stoten tegen de rand, meer en je moet opstaan om je glas te pakken. |
| Zitten | Bijzettafel naast de bank, hoogte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Gelijk met de armleuning, dan pak je je glas zonder te kijken. |
| Zitten | Poef of voetenbank, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Iets lager dan de zitting waar je op zit, anders drukt de rand in je kuiten. |
| Zitten | Doorloop tussen bank en meubel | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm loop je er met een volle wasmand langs. 60 cm is te krap om elkaar te passeren. |
| Zitten | Tv-meubel, hoogte | 45 cm | 40 tot 55 cm | Hierop komt het midden van een 55 inch scherm op ongeveer 80 cm. Wil je het midden op ooghoogte, dan hang je de tv aan de wand. |
| Eten en bar | Barblad, hoogte | 105 cm | 100 tot 110 cm | De barkruk moet 25 tot 30 cm lager zijn dan het blad. |
| Eten en bar | Barblad, diepte | 40 cm | 30 tot 60 cm | 40 cm is een bord plus een glas. Wil je er ook snijden of een laptop neerzetten, dan 60 cm. |
| Eten en bar | Barblad, overstek voor je knieën | 25 cm | 20 tot 30 cm | Zonder overstek zitten je knieën tegen het kastje. Boven 30 cm moet het blad onderstut worden, anders kantelt het als iemand erop leunt. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij een blad van 105 cm | 78 cm | 75 tot 82 cm | Het verschil tussen zitting en blad blijft 25 tot 30 cm, want daar passen je bovenbenen. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij aanrechthoogte (90 cm) | 63 cm | 60 tot 67 cm | Hetzelfde verschil van 25 tot 30 cm. Een gewone barkruk van 78 cm is hier te hoog en je zit met je knieën omhoog. |
| Eten en bar | Bar, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Met 60 cm stoot je je elleboog niet tegen je buurman. Onder 55 cm zit je schouder aan schouder. |
| Eten en bar | Eettafel, hoogte blad | 75 cm | 72 tot 78 cm | Vaste maat in de meubelbranche, geen norm. Een dik hardstenen of houten blad telt mee, dus meet de bovenkant. |
| Eten en bar | Eettafel, vrije hoogte onder het blad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Hier zitten je bovenbenen. Een dikke tafelrand, een schuiflade of een dwarsbalk eet die ruimte op. |
| Eten en bar | Eetstoel, zithoogte | 45 cm | 44 tot 47 cm | Het verschil met het tafelblad moet 28 tot 32 cm zijn. Bij een tafel van 78 cm hoort dus een stoel van 46 tot 48 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Een placemat is 45 cm breed, de rest is ruimte voor je ellebogen en je glas. Aan de kopse kant reken je een extra plek van 60 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, diepte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Bij 80 cm raken de borden tegenover elkaar bijna. Bij 90 cm past er een schaal of een kaars in het midden. |
| Eten en bar | Ronde eettafel, diameter | 120 cm voor 4 personen | 110 tot 150 cm | Reken 60 cm omtrek per persoon en houd het midden vrij voor de schalen. Vanaf 140 cm zitten er zes mensen omheen. |
| Eten en bar | Ruimte achter een eetstoel | 100 cm | 75 tot 110 cm | 75 cm om de stoel achteruit te schuiven en op te staan, 100 cm om er ook achterlangs te lopen met een schaal. |
| Aan de muur | Schilderij, hartlijn boven de vloer | 145 cm | 140 tot 155 cm | Vuistregel, geen norm: het midden van het werk op ooghoogte van iemand die staat. Hang alles in de kamer op dezelfde hartlijn, dan loopt de wand rustig. |
| Aan de muur | Schilderij boven een bank, onderrand | 25 cm boven de rugleuning | 20 tot 30 cm | Lager en het lijkt of het werk op de bank leunt. Door de bank schuift de hartlijn omhoog naar 150 tot 165 cm, en dat mag hier. |
| Aan de muur | Schilderij boven een dressoir, onderrand | 25 cm boven het blad | 20 tot 30 cm | Genoeg om er een lamp of een vaas voor te zetten zonder dat die de lijst raakt. |
| Aan de muur | Wandcollage, ruimte tussen de lijsten | 6 cm | 5 tot 8 cm | Gelijke tussenruimte laat de groep als een vlak lezen. Boven 10 cm valt de groep uiteen in losse lijstjes. |
| Aan de muur | Schilderij in een trapgat, hartlijn | 145 cm boven de neus van de trede | 140 tot 150 cm | Meet loodrecht boven de voorkant van de trede waar je staat. Dan loopt de rij lijsten mee met de trap in plaats van scheef te lijken. |
| Aan de muur | Spiegel in de hal, hartlijn | 155 cm | 150 tot 165 cm | De bovenkant moet boven het hoofd van de langste huisgenoot uitkomen, anders ziet die zijn kruin niet. |
| Aan de muur | Spiegel boven de wastafel, onderkant | 20 cm boven het blad | 15 tot 25 cm | Ruimte voor de kraan en een zeeppompje. Bij 20 cm kijk je nog recht in je gezicht in plaats van tegen je hals. |
| Aan de muur | Wandklok, hartlijn | 180 cm | 170 tot 200 cm | Boven ooghoogte en boven de meubels, zodat je hem van de andere kant van de kamer ziet en er niemand voor staat. |
| Aan de muur | Tv, midden van het scherm | 105 cm | 100 tot 115 cm | Op ooghoogte als je op de bank zit: bij een zitting van 44 cm zit je oog op ongeveer 115 cm. Boven een schouw kijk je omhoog en dat voel je na een film in je nek. |
| Aan de muur | Tv, kijkafstand | 2 keer de schermdiagonaal | 1,5 tot 2,5 keer | Een 55 inch scherm is 140 cm diagonaal, dus 2 tot 3,5 m. Bij 4K mag je dichterbij zitten omdat je de pixels niet meer ziet. |
| Aan de muur | Stopcontact, hart boven de vloer | 30 cm | 25 tot 35 cm | Gewoonte, geen norm: NEN 1010 schrijft geen hoogte voor, alleen de zones in de badkamer. Achter een dressoir zet je hem net zo goed op 15 cm, boven een werkblad juist hoog. |
| Aan de muur | Schakelaar, hart boven de vloer | 105 cm | 90 tot 110 cm | Ook een gewoonte. 105 cm is de oude Nederlandse standaard: je vindt hem in het donker met je hand op heuphoogte. Voor kinderen en vanuit een rolstoel werkt 90 tot 100 cm beter. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, onderkant | 80 cm boven het blad | 75 tot 90 cm | Laag genoeg om het blad te verlichten, hoog genoeg om iemand tegenover je aan te kijken. Bij een plafond boven 280 cm mag hij iets hoger. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, breedte | 30 cm binnen de rand van het blad | 30 tot 40 cm binnen de rand | Anders stoot je je hoofd als je langs de tafel loopt of een stoel aanschuift. |
| Licht | Hanglamp boven een kookeiland, onderkant | 75 cm boven het blad | 70 tot 85 cm | Boven een blad van 90 cm kom je dan op 165 cm, ongeveer ooghoogte. Kies dus een kap die de lamp van onderaf afschermt. Bij twee of drie lampen reken je 70 tot 90 cm hart op hart. |
| Licht | Hanglamp in de hal of boven de trap, onderkant | 210 cm boven de vloer | 200 tot 230 cm | Vrije doorloop, niemand stoot zijn hoofd. Boven een trap meet je vanaf de hoogste trede die onder de lamp ligt. |
| Licht | Wandlamp, hart | 160 cm | 150 tot 170 cm | Ooghoogte. Schijnt de lamp opzij of omhoog, dan mag hij lager hangen. In een open lamp op ooghoogte kijk je recht in de bron. |
| Licht | Leeslamp naast een stoel, onderkant van de kap | 110 cm | 100 tot 125 cm | Net boven je schouder als je zit, dan valt het licht op de pagina en niet in je ogen. |
| Licht | Vloerlamp naast de bank, onderkant van de kap | 140 cm | 130 tot 150 cm | Je hoofd zit op de bank op ongeveer 130 cm. Blijft de kap daarboven, dan kijk je niet in het lampje. |
| Licht | Bedlamp aan de wand, hart | 65 cm boven de matras | 55 tot 75 cm | Op zithoogte in bed, zodat het licht op je boek valt. Meet vanaf de matras en niet vanaf de vloer, want een boxspring scheelt 20 cm. |
| Licht | Spiegellamp badkamer, twee lampen naast de spiegel | 160 cm hart | 155 tot 170 cm | Licht van de zijkant geeft geen schaduw onder je ogen en je kin. Een enkele lamp boven de spiegel doet dat wel. |
| Licht | Inbouwspot, afstand tot de wand | 70 cm | 60 tot 90 cm | Dichterbij krijg je een felle boog op het stucwerk, verder weg blijft de wand donker. Onderling 100 tot 150 cm, afhankelijk van de stralingshoek. |
| Licht | Buitenlamp naast de voordeur, hart | 190 cm | 170 tot 210 cm | Boven je hoofd, zodat je niet in de lamp kijkt terwijl je het slot zoekt. Op ooghoogte ben je juist blind. |
| Keuken | Aanrecht, hoogte bovenkant blad | 90 cm | 85 tot 95 cm | De Nederlandse standaard: onderkast, verstelbare poten en een blad van 3 tot 4 cm samen. Vuistregel: ellebooghoogte min 10 tot 15 cm, dus ben je langer dan 1,85 m, draai de poten dan uit. |
| Keuken | Werkblad, diepte | 60 cm | 57 tot 65 cm | Kookplaten en spoelbakken zijn op 60 cm gemaakt. Een diep blad van 70 cm geeft ruimte achter de kookplaat, maar je reikt verder naar de bovenkastjes. |
| Keuken | Bovenkastjes, onderkant boven het werkblad | 55 cm | 50 tot 60 cm | Onder 50 cm past je keukenmachine er niet onder en sta je met je hoofd tegen de deur. Boven 60 cm kom je niet bij het bovenste schap. |
| Keuken | Bovenkastjes, diepte | 35 cm | 32 tot 40 cm | Ondieper dan het werkblad, zodat je er niet tegenaan stoot als je over het blad buigt om te snijden. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaskookplaat, onderkant | 70 cm | 65 tot 75 cm | De vlam en de hete lucht moeten weg kunnen: onder 65 cm boven de pannendrager wordt het vetfilter te heet. Houd altijd de minimummaat uit de handleiding aan, dat is een eis van de fabrikant. |
| Keuken | Afzuigkap boven inductie, onderkant | 60 cm | 55 tot 65 cm | Geen vlam, dus hij mag lager, en lager hangen vangt meer damp. Ook hier is de handleiding leidend, want die maat hoort bij het apparaat. |
| Keuken | Kookeiland, loopruimte rondom | 120 cm | 100 tot 150 cm | Bij 100 cm kun je de vaatwasser openen en er nog langs. Bij 120 cm passeren twee mensen elkaar terwijl er een lade open staat. |
| Keuken | Twee keukenrijen tegenover elkaar, afstand | 120 cm | 110 tot 140 cm | Een ovendeur en een lade die tegenover elkaar open staan hebben allebei ongeveer 60 cm nodig. |
| Keuken | Oven op werkhoogte, bodem van de ovenruimte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Je tilt een hete bakplaat er recht uit in plaats van gebogen. Boven 100 cm til je een schaal boven je middel en zie je niet meer wat erin staat. |
| Keuken | Vaatwasser, nismaat | 60 cm breed, 82 cm hoog | 60 tot 60,5 cm breed | Een onderbouwmodel schuift onder een blad van 90 cm. Een vrijstaand model heeft zijn eigen bovenblad en is ongeveer 85 cm hoog. |
| Keuken | Inbouwkoelkast, nishoogte | 88, 122 of 178 cm | vaste maten per model | De kast volgt de nismaat, dus meet de nis en niet het apparaat. Achter en boven het apparaat moet ventilatieruimte vrij blijven. |
| Keuken | Stopcontact boven het werkblad, hart | 115 cm | 110 tot 120 cm | Dat is 20 tot 30 cm boven het blad, dus vrij van spetters en niet weggewerkt achter de waterkoker. Houd minstens 30 cm afstand tot de spoelbak. |
| Keuken | Keukenplint, hoogte | 10 cm | 10 tot 15 cm | De poten zijn verstelbaar en met de plint stel je de aanrechthoogte fijn in. De plint staat 5 cm terug, zodat je met je tenen onder het kastje kunt. |
| Trap, hal en deur | Trapleuning, hoogte | 90 cm | 80 tot 100 cm (norm) | Norm: het Bouwbesluit, sinds 2024 het Besluit bouwwerken leefomgeving, eist een leuning tussen 80 en 100 cm, gemeten vanaf de voorkant van de trede. Een leuning is verplicht als je over de trap meer dan 1 m stijgt. |
| Trap, hal en deur | Optrede, hoogte van een trede | maximaal 18,8 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw tot 22 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl, voor een woning. Oude trappen zijn vaak 20 tot 21 cm en dat mag blijven zolang je de trap niet vernieuwt. |
| Trap, hal en deur | Aantrede, diepte van een trede | minimaal 22 cm bij nieuwbouw | 22 cm is de ondergrens (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Bij een draaiende trap geldt die maat op de looplijn, dus in de punt van een kwartdraai mag de trede smaller zijn. |
| Trap, hal en deur | Trap, vuistregel voor comfortabel lopen | 2 x optrede + aantrede = 60 cm | 58 tot 64 cm | Geen norm maar een oude vuistregel. 17 op en 26 aan loopt rustig (60), 20 op en 22 aan is een gewone Nederlandse trap (62). Daarbuiten struikel je op de maat. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije breedte | 80 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 70 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Onder 80 cm krijg je een matras of een bank niet naar boven. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije hoogte erboven | 230 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 190 cm (norm) | Norm, gemeten loodrecht boven de voorkant van de trede. Bij een dichtgezette zoldertrap is dit de maat waar je tegen de balk loopt. |
| Trap, hal en deur | Vloerafscheiding langs een trapgat of vide | 100 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 90 cm (norm) | Norm: verplicht zodra het verval meer dan 1 m is. Openingen mogen niet groter zijn dan 10 cm en tussen 20 en 70 cm boven de vloer mag er niets zijn waar een kind op kan klimmen. |
| Trap, hal en deur | Binnendeur, dagmaat van het kozijn | 83 x 201,5 cm | 78, 83, 88 of 93 cm breed; 201,5, 211,5 of 231,5 cm hoog | Industriestandaard, geen norm. Na montage houd je ongeveer 3 cm minder vrije doorgang over, dus voor een rolstoel of rollator kies je een blad van 93 cm. |
| Trap, hal en deur | Deurkruk, hoogte | 100 cm | 95 tot 105 cm | Gewoonte: het slot zit in een standaardkozijn op die hoogte. Verplaatsen kan alleen als je het slotgat in het blad meeverhuist. |
| Trap, hal en deur | Kapstok, hoogte van de haken | 170 cm | 160 tot 180 cm | Een lange jas hangt ongeveer 100 cm af, dus op 170 cm blijft hij vrij van de vloer. Een kinderkapstok komt op 110 tot 120 cm. |
| Trap, hal en deur | Hal, vrije loopruimte | 100 cm | 90 tot 120 cm | Onder 90 cm kun je niet met twee mensen langs elkaar en past er geen kinderwagen naast de kapstok. |
| Trap, hal en deur | Drempel, hoogte | maximaal 2 cm | 0 tot 2 cm | Boven 2 cm struikel je eroverheen en kom je er met een rollator of rolstoel niet zonder helling over. Een schuine aanloop haalt de rand eraf. |
| Slapen | Bed, bovenkant matras | 55 cm | 45 tot 65 cm | Zit je op de rand met je voeten plat op de vloer en je knieën in een hoek van 90 graden, dan is de hoogte goed. Een boxspring komt vaak op 60 tot 65 cm, een laag frame op 45. |
| Slapen | Matras, standaardmaten | 140 x 200 cm | 80, 90, 120, 140, 160 of 180 cm breed; 200 of 210 cm lang | Ben je langer dan 1,90 m, neem dan 210 cm. Twee losse matrassen van 90 x 210 vullen samen een bed van 180 x 210. |
| Slapen | Nachtkast, hoogte bovenblad | 60 cm | 55 tot 70 cm | Gelijk met of iets boven de matras, dan zet je liggend je glas neer zonder te kijken. Bij een boxspring van 65 cm hoort dus een hoge nachtkast. |
| Slapen | Loopruimte naast het bed | 70 cm | 60 tot 90 cm | 60 cm is genoeg om langs te lopen, 70 cm om het bed op te maken zonder tegen de kast te stoten. |
| Slapen | Kledingroede voor lange kleding | 160 cm | 150 tot 170 cm | Een jas of lange jurk hangt 120 tot 140 cm af, dus eronder blijft nog ruimte voor een lade of een schoenenbak. |
| Slapen | Kledingroede voor korte kleding | 100 cm | 95 tot 110 cm | Hemden en dubbelgevouwen broeken hangen 70 tot 90 cm af. Met twee roedes boven elkaar, op 100 en 195 cm, verdubbel je de hangruimte. |
| Slapen | Kast, diepte voor hangende kleding | 60 cm | 55 tot 65 cm | Een hanger is 45 cm breed en met 60 cm diepte sluit de deur zonder dat de mouwen klem zitten. Is de kast ondieper dan 55 cm, zet de roede dan in de lengte. |
| Slapen | Kast, legborddiepte voor truien en broeken | 40 cm | 35 tot 45 cm | Een opgevouwen trui is ongeveer 30 cm breed. Met 40 cm valt de stapel niet naar voren als je de deur opent. |
| Slapen | Kast, hoogste bruikbare schap | 200 cm | 190 tot 210 cm | Verder reik je niet zonder trapje. Wat boven 210 cm staat, is opslag voor koffers die je twee keer per jaar pakt. |
| Slapen | Hoogslaper, vrije hoogte boven de matras | 100 cm | 90 tot 110 cm | Genoeg om rechtop in bed te zitten. Meet van de bovenkant van de matras tot het plafond, niet tot de bodem van het bed. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, hoogte boven het kozijn | 12 cm | 10 tot 15 cm | Boven het kozijn laat het raam groter lijken en houdt de rail het gordijn uit het glas. Zit het plafond dichtbij, monteer de rail dan 5 tot 10 cm onder het plafond of direct tegen het plafond. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, uitloop naast het kozijn | 20 cm per zijde | 15 tot 25 cm | Daar staat het opzij geschoven gordijn geparkeerd, zodat het niet voor het glas blijft hangen en je het daglicht niet inlevert. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vloer | 1 cm boven de vloer | 0 tot 2 cm | Net vrij van de vloer: het sleept niet en hangt toch recht. Wil je het gordijn op de vloer laten vallen, maak het dan 5 tot 10 cm langer dan de maat tot de vloer. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vensterbank | 2 cm boven de bank | 1 tot 3 cm | Vrij van de bank, zodat het gordijn niet omkrult op de plank en de warmte van de radiator eronder langs kan. |
| Raam en gordijn | Gordijn, stofbreedte | 2 keer de railbreedte | 1,5 tot 2,5 keer | Bij 1,5 keer hangt de stof vlak, bij 2,5 keer krijg je volle plooien. Een wave-rail vraagt 2 tot 2,5 keer, anders staat de golf niet. |
| Raam en gordijn | Rolgordijn of plissé in de dag, speling | 0,5 cm per zijde | 0,3 tot 1 cm | Meet de dagmaat op drie hoogtes en neem de kleinste maat, want een kozijn staat zelden haaks. |
| Raam en gordijn | Vitrage, afstand tot het glas | 5 cm | 3 tot 10 cm | Tegen koud glas wordt de stof vochtig en krijg je vlekken. Verder naar binnen botst hij op de vensterbank of de raamkruk. |
| Raam en gordijn | Vensterbank binnen, diepte | 20 cm | 15 tot 30 cm | Volgt de dikte van de muur plus een overstek van 2 tot 3 cm. Vanaf 20 cm staat een plant er stabiel op. |
| Raam en gordijn | Vensterbank buiten, overstek | 4 cm | 3 tot 5 cm | Met een waterhol aan de onderkant. Zonder dat overstek loopt regenwater terug over de gevel en krijg je vuilstrepen onder het raam. |
| Raam en gordijn | Radiator onder het raam, onderkant | 12 cm boven de vloer | 10 tot 15 cm | Er moet lucht onderlangs kunnen, daar begint de convectie. Houd ook 3 tot 5 cm tussen radiator en wand en 10 cm vrij onder de vensterbank. |
| Werken | Bureau, hoogte blad zittend | 74 cm | 72 tot 76 cm | Je onderarmen liggen horizontaal op het blad en je schouders blijven laag. Kun je het blad niet verstellen, zet dan de stoel hoger en je voeten op een steun. |
| Werken | Zit-stabureau, stahoogte | 105 cm | 95 tot 120 cm | Ellebooghoogte staand. Vuistregel: je lichaamslengte min 75 cm, dus bij 1,80 m kom je op 105 cm. |
| Werken | Bureaustoel, zithoogte | 45 cm | 40 tot 52 cm | Voeten plat op de vloer, knieën iets lager dan je heupen. De gasveer van een bureaustoel dekt dat bereik zelf. |
| Werken | Vrije hoogte onder het bureaublad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Je bovenbenen moeten eronder passen, ook met een lade of een kabelgoot. Houd daarnaast 60 cm breed en 60 cm diep beenruimte vrij. |
| Werken | Bureaublad, diepte | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm staat het scherm op armlengte, 50 tot 80 cm van je ogen, en ligt je toetsenbord er nog voor. |
| Werken | Beeldscherm, bovenrand | op ooghoogte of iets lager | 110 tot 125 cm boven de vloer | Je kijkt dan licht naar beneden en dat is de rustpositie van je ogen. Een laptop op het blad zit ongeveer 20 cm te laag, dus zet hem op een standaard met een los toetsenbord. |
| Werken | Toetsenbord, afstand tot de bladrand | 10 cm | 8 tot 15 cm | Daar rusten je handpalmen. Zonder die strook hangen je armen in de lucht en trekt het in je schouders. |
| Werken | Wandplank boven het bureau, onderkant | 45 cm boven het blad | 40 tot 60 cm | Een A4-ordner is 32 cm hoog, dus die past er nog onder, en je stoot je hoofd niet als je opstaat. |
| Werken | Boekenschap, diepte | 25 cm | 20 tot 30 cm | Een pocket is 12 cm diep, een gebonden boek 16 tot 20 cm. Bij 25 cm staan ze allemaal binnen de rand. |
| Werken | Boekenschap, overspanning zonder steun | 80 cm | 70 tot 90 cm | Boeken wegen al snel 25 kg per meter schap. Bij 18 mm plaatmateriaal blijf je onder 80 cm, anders zakt het schap zichtbaar door. |
| Keuken | Schap voor borden, diepte | 32 cm | 30 tot 35 cm | Een plat bord is 26 tot 28 cm in doorsnee. Met 32 cm houd je een vinger ruimte om de stapel te pakken zonder te schuiven. |
| Badkamer | Wastafel, bovenkant | 85 cm | 80 tot 95 cm | Vuistregel: heuphoogte, dan buig je niet voorover om je handen te wassen. Gebruiken kinderen de wastafel, dan is 80 cm prettiger. |
| Badkamer | Opzetkom, hoogte van het meubel | 75 cm | 70 tot 80 cm | Tel de kom van 10 tot 15 cm erbij op, dan komt de bovenrand op 85 tot 95 cm. Vergeet die optelsom en je wast je handen op keukenhoogte. |
| Badkamer | Handdoekhaak naast de wastafel | 140 cm | 120 tot 160 cm | Binnen handbereik met natte handen, dus naast de wastafel en niet aan de andere kant van de ruimte. |
| Badkamer | Handdoekradiator, onderkant | 20 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Daar zitten de aansluitingen en je kunt eronder dweilen. Hang de bovenkant niet hoger dan 180 cm, anders kom je niet bij de handdoek. Een smalle handdoekradiator geeft weinig vermogen, dus reken hem niet als enige verwarming. |
| Badkamer | Douchekraan, hart | 100 cm | 95 tot 110 cm | Heuphoogte, zodat je de kraan kunt bedienen zonder onder de koude straal te gaan staan. |
| Badkamer | Badkraan, hart | 65 cm | 60 tot 75 cm | Ongeveer 20 cm boven de badrand, dan kun je bijmengen terwijl je in bad zit. |
| Badkamer | Regendouchekop | 210 cm | 200 tot 225 cm | Minstens 20 cm boven het hoofd van de langste gebruiker, want je staat er recht onder. Bij een schuin dak meet je op het punt waar je echt staat. |
| Badkamer | Handdouche aan een glijstang, bovenste stand | 190 cm | 180 tot 200 cm | De stang is 60 tot 90 cm lang, dus de onderste stand komt rond 110 cm. Daarmee spoel je het bad, een kind of de hond af. |
| Badkamer | Toilet, zithoogte | 40 cm | 38 tot 48 cm | Standaard is 40 cm. Een verhoogd toilet van 45 tot 48 cm zit op stoelhoogte en daar sta je makkelijker van op. Bij een hangend toilet bepaal je de hoogte zelf met het inbouwframe. |
| Badkamer | Toilet, vrije ruimte voor de pot | 60 cm | 55 tot 70 cm | Daar staan je knieën en voeten. Zijwaarts wil je 80 cm breedte, anders zit je met je schouder tegen de muur. |
| Badkamer | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 75 cm hoog; 20 tot 30 cm voor de voorkant van de pot | Zittend pak je de rol zo zonder te draaien. Hang je hem naast of achter je, dan verdraai je je rug elke keer. |
| Badkamer | Fonteintje in het toilet, bovenkant | 85 cm | 80 tot 90 cm | Dezelfde hoogte als een wastafel. Let op de draairichting van de deur, want een fonteintje van 40 cm breed vraagt een vrije hoek. |
| Badkamer | Stopcontact in de badkamer | buiten 60 cm van bad of douche | norm, geen gewoonte | NEN 1010 verdeelt de badkamer in zones: binnen 60 cm van de rand van een bad of douche mag geen wandcontactdoos. Alle wandcontactdozen moeten achter een aardlekschakelaar van 30 mA. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nalopen voordat je gaat boren
Uit de praktijk
Het hangt er en toch oogt de muur nog leeg
Het symptoom is dat de wand na het ophangen nog steeds kaal aanvoelt, terwijl het object van dichtbij groot genoeg leek. De verklaring is dat het oog het object niet met zichzelf vergelijkt maar met het vlak eromheen en met het meubel eronder.
Onder ongeveer de helft van de meubelbreedte kantelt die vergelijking: het object wordt dan gelezen als een stip op een vlak in plaats van als de vulling ervan. Hetzelfde stuk aan een smalle halwand van 90 cm doet het wel, want daar is het vlak kleiner.
De meetbare correctie is opschalen naar 60 tot 75 procent van de meubelbreedte, of de bestaande stukken bij elkaar brengen tot één groep die samen die maat haalt met 6 cm ertussen.
De plakstrips laten na een paar weken los
Het object zakt eerst een paar millimeter scheef en valt daarna in één keer, met de strip nog netjes vastgeplakt aan een schilfer verf. Dat laat zien waar de zwakke schakel zat: niet in de lijm, maar in de laag waarop hij zat.
Op latex houdt zo'n strip redelijk, op kalkverf, spuitwerk of behang komt de verflaag zelf mee. Op poreuze ondergronden als kale baksteen, kalkzandsteen en gasbeton verkleeft hij helemaal niet, hoe hard je ook drukt.
Houd daarom per punt niet meer dan 1 tot 2 kilo aan op een gesausde wand, ontvet de plek met spiritus in plaats van met allesreiniger, en kies voor alles wat zwaarder is of wat je aan trekt een plug in de wand zelf.
Het reliëf is alleen in de avond te zien
Een paneel of een object met diepte dat overdag vlak oogt en pas onder de lamp gaat leven, hangt bijna altijd op een wand die alleen diffuus licht krijgt. Op het noorden komt er geen directe zon binnen, dus is er geen slagschaduw en blijft elk reliëf een egaal vlak.
Ook op een zuidwand gebeurt dat als het licht recht op de wand valt in plaats van erlangs. Schaduw ontstaat door de hoek en niet door de hoeveelheid licht.
De oplossing is een lichtbron dicht bij de wand: een spot op 20 tot 30 cm van het vlak of een wandlamp op 160 cm die het licht langs het oppervlak stuurt. Lukt dat niet, kies dan een object dat het van kleur en contrast moet hebben in plaats van van diepte.
Veelgemaakte fouten
Te klein kopen omdat het in de winkel groot leek
In een winkel hangt een werk op ooghoogte tussen andere werken, thuis hangt het op een wand van vier meter. Dezelfde 50 bij 70 cm is daar een formaat en hier een postzegel.
Neem daarom de maat van je meubel mee in plaats van de maat van het werk. Twijfel je tussen twee formaten, dan is het grotere vrijwel altijd het juiste.
Te hoog hangen omdat de wand hoog is
Een hoog plafond verleidt je om het object mee omhoog te schuiven, maar je ooghoogte verandert niet mee. Boven een hartlijn van 155 cm kijk je op, en het object verliest zijn verband met het meubel eronder.
Houd 145 cm aan, of 150 tot 165 cm boven een bank. De lege strook die dan boven het werk overblijft, hoort erbij en is geen fout.
De onderdelen van een groep te ver uit elkaar hangen
Bij meer dan ongeveer 10 cm tussenruimte leest het oog de stukken niet meer als één vlak maar als losse lijstjes. De groep valt uiteen en de wand oogt drukker in plaats van voller.
Houd 5 tot 8 cm aan en maak die maat overal gelijk. Een ongelijke tussenruimte doet meer kwaad dan een ongelijk formaat.
Glas ophangen op de wand recht tegenover het raam
Vlak glas kaatst het raam terug als een spiegel, en op de wand recht tegenover een raam zie je overdag vooral dat raam. De afbeelding eronder verdwijnt achter de weerspiegeling.
Hang daar liever iets zonder glas, kies ontspiegeld glas of acrylaat, of verplaats het werk naar een wand haaks op het raam. Daar valt het licht schuin en werkt het juist mee.
De bevestiging kiezen op het gewicht en niet op de wand
De kilo's op de verpakking zijn gemeten in een testplaat en zeggen niets over jouw muur. Een plug die in beton 25 kilo houdt, houdt in gipsplaat niets, want daar draait hij rond in zijn eigen gat.
Stel eerst het wandtype vast en kies daarna pas de plug. Boor bij twijfel één proefgat op een plek die straks achter het object verdwijnt.
Een spiegel ophangen tegenover een blinde wand
Een spiegel toont wat er recht tegenover hangt en niets anders. Tegenover een dichte wand verdubbelt hij dus een leeg vlak, en dan maakt hij de kamer donkerder in plaats van lichter.
Ga op de plek staan waar je normaal zit en kijk naar de muur waar de spiegel komt. Wat je daar achter je ziet, komt straks in het glas.
Aan één punt hangen wat aan twee punten hoort
Eén haak in het midden laat een breed object meedraaien zodra de wand trilt, bijvoorbeeld door een deur die dichtvalt. Je hangt het dan elke maand opnieuw recht.
Twee punten op 10 tot 20 cm uit elkaar halveren de belasting per punt en houden het object vanzelf waterpas. Bij een breedte boven 100 cm is dat geen keuze meer.
Veelgestelde vragen
Wat kun je als iets aparts aan de muur in de woonkamer hangen?
In de woonkamer kijk je vanaf 250 tot 350 cm afstand, en op die afstand valt alles onder de meter weg. Kies daarom één object van 125 tot 160 cm boven een bank van 210 cm, of een groep die samen die breedte haalt met 6 cm tussenruimte.
Wat het wordt, hangt af van de wand: op een wand met licht van opzij werkt reliëf, en op een wand recht tegenover het raam werkt juist iets zonder glas. De hartlijn ligt boven een bank op 150 tot 165 cm.
Hoe hang je iets aparts aan de muur zonder te boren?
Zonder boren blijf je op een gesausde wand bij 1 tot 2 kilo per punt met plakstrips of montagetape, want het gewicht hangt dan aan de verflaag en niet aan de muur. Een X-haak met een geharde nagel gaat verder: die maakt een gaatje van 2 mm en houdt in stucwerk ongeveer 4 kilo.
Kies in dat geval lichte materialen: een doek op een spieraam weegt 1 tot 2 kilo per vierkante meter en een geweven wandkleed nog geen kilo. Voor een spiegel of een plank is niet boren geen optie.
Wat is een goed idee voor wanddecoratie in een kleine ruimte?
In een kleine ruimte werkt één object beter dan een verzameling, omdat elke extra rand het vlak verder opknipt. Kies verticaal werk van 40 tot 60 cm breed op een smalle wand, met de hartlijn op 145 cm.
Een spiegel kan hier dubbel werk doen, mits er iets tegenover hangt dat het waard is om te verdubbelen: een raam, een doorkijk of een verlichte hoek. Tegenover een dichte wand levert hij niets op.
Op welke hoogte hang je muurdecoratie precies?
Wij houden een hartlijn van 145 cm aan, met een marge van 140 tot 155 cm. Dat is de ooghoogte van wie staat, en het is een vuistregel uit de praktijk en geen voorschrift.
Boven een meubel telt de onderrand zwaarder dan de hartlijn: houd 20 tot 30 cm boven een rugleuning, een dressoirblad of een hoofdeinde aan. Boven een bank komt de hartlijn daardoor vanzelf op 150 tot 165 cm uit.
Hoe zwaar mag een spiegel op een gipsplaten wand zijn?
Aan een metalen hollewandplug houdt gipsplaat ongeveer 10 kilo per punt, aan een kiepplug 12 kilo en aan een kunststof exemplaar maar 4. Dat is inclusief marge, want het gips scheurt eerder dan dat het metaal bezwijkt.
Een spiegel van 4 mm weegt 10 kilo per vierkante meter en van 6 mm 15 kilo, dus een spiegel van 80 bij 120 cm in 6 mm zit met 14 kilo al boven wat twee hollewandpluggen comfortabel dragen. Schroef in dat geval in de houten regel achter de plaat, want daar houdt een schroef tot ongeveer 15 kilo.
Wat is goedkoop maar toch bijzonder aan de muur?
Een geschilderd vlak is de goedkoopste ingreep met het grootste effect: een rechthoek of boog van 120 bij 160 cm kost in twee lagen minder dan een halve liter muurverf, en je hangt er daarna iets kleins voor.
Daarna komt textiel: een strook stof aan een houten rondstok van 18 tot 22 mm weegt onder de kilo, vult twee vierkante meter en hangt aan twee haakjes. Een derde route is een bestaand voorwerp hergebruiken, zoals een oud luik of een deel van een kozijn.
Hoe zorg je dat iets aparts aan de muur bij je interieur past?
Herhaal één eigenschap die de kamer al heeft en laat de rest verschillen. Dat kan het materiaal zijn, de kleurfamilie of de vorm van de lijnen, maar één herhaling is genoeg.
Wat niet werkt, is alles laten aansluiten: dan wordt het object onderdeel van de achtergrond en valt het weg. Het verschil in formaat of in diepte doet vervolgens het werk, en de gedeelde eigenschap houdt het geheel bij elkaar.
Wat werkt het best op een grote lege muur?
Op een wand breder dan 300 cm werkt één object dat 50 tot 60 procent van het vlak pakt, of een groep die samen op die breedte uitkomt. Alles daartussen leest als losse voorwerpen op een groot vlak.
Reliëf wint het hier van een vlakke afbeelding, omdat een groot vlak snel dood oogt als er geen schaduw op valt. Een lattenpaneel, een houten of keramisch object of een geweven kleed vullen zo'n wand met veel minder gewicht dan een even grote lijst met glas.
Welke wanddecoratie past bij een modern interieur?
In een strak interieur werkt één groot vlak beter dan een verzameling, en materiaal beter dan afbeelding. Gelakt metaal, aluminium, glad hout en effen textiel sluiten aan bij de rechte lijnen die er al zijn.
Let daarbij op gewicht: aluminium van 2 mm weegt met 5,4 kilo per vierkante meter een derde van staalplaat van dezelfde dikte, terwijl het er van een meter afstand hetzelfde uitziet. Dat verschil bepaalt of je in een gipsplaten wand uit de voeten kunt.
Kun je zware objecten veilig aan elke muur hangen?
Nee, en het wandtype bepaalt de grens. In beton houdt een nylon plug 25 kilo per punt en een chemisch anker 75, in kalkzandsteen 20 en 50, in gasbeton blijft het bij 10 kilo aan een speciale gasbetonplug.
Gipsplaat is de strengste: daar hangt alles boven een tiental kilo aan de houten regel erachter of aan de steen achter de voorzetwand. Verdeel het gewicht over twee punten zodra je boven de helft van de genoemde waarde komt.
Wat hang je in een smalle hal of gang?
Een smalle wand vraagt verticaal werk van 40 tot 60 cm breed, want je loopt er langs in plaats van dat je ervoor zit. Houd de diepte onder 8 cm, anders gaat het object van je doorloop af.
Een spiegel hangt hier hoger dan elders: de hartlijn op 155 cm, met de bovenkant boven de kruin van de langste huisgenoot. Een kapstok of wandhaak op diezelfde wand hoort aan een plug in de steen, omdat je eraan trekt en die schok al snel het dubbele van het gewicht is.
Hoe voorkom je dat een groep lijsten rommelig wordt?
Drie dingen houden een groep bij elkaar: overal dezelfde tussenruimte van 5 tot 8 cm, één gedeelde hartlijn van 145 cm en één eigenschap die alle stukken delen. Dat laatste kan de lijstkleur zijn, het materiaal of de kleurfamilie van de inhoud.
Leg de groep eerst op de vloer, meet de totale breedte en hoogte op en centreer die maat pas daarna op de wand. Hang vervolgens het grootste stuk als eerste en werk van binnen naar buiten, want dan lopen afwijkingen naar de randen weg in plaats van naar het midden.
Wanneer je beter een vakman belt
Het ophangen doe je zelf, maar twee dingen liggen bij een vakman. Een lichtpunt of een wandcontactdoos bijplaatsen voor een verlicht object mag je zelf aansluiten, maar het werk in de groepenkast achter de hoofdzekering is voor een elektricien.
Loopt er een leiding op de plek waar je moet boren, ga dan niet uitwijken tot het net past: laat een installateur de leiding verleggen of kies een andere wand. Bij een zwaar object aan gasbeton, een holle bouwsteen of een voorzetwand zonder bereikbare regel is een chemisch anker of een doorgezette bevestiging naar de achterliggende muur de enige veilige route, en dat is werk waarbij meekijken loont.
Verder lezen over dit onderwerp
Muurdecoratie woonkamer modern
Iets origineels aan de muur

Donkere vloer welke kleur muur
Spiegel ophangen aan muur
