Kunststof dat op leer moet lijken: vier soorten en hoe ze slijten
Kunststof dat op leer moet lijken bestaat in vier families: pu op een weefsel, pvc met weekmakers en meestal een schuimlaag, microvezel-pu waarbij een vlies van fijne vezels met polyurethaan is doortrokken, en siliconenleer. Aan de buitenkant lijken ze op elkaar, want bij alle vier wordt de nerf erin geperst of gegoten, maar ze gaan elk anders kapot: pu barst op de vouwen en breekt af door vocht, pvc wordt hard als de weekmakers eruit trekken, microvezel-pu slijt geleidelijk dof en siliconen houdt vlekken en ontsmettingsmiddel buiten. Kies daarom op de plek en het gebruik en niet op hoe echt het oogt: pu op een eetkamerstoel of hoofdbord, microvezel-pu of leer op de bank waar je elke avond zit, en pvc of siliconen waar vocht, zon of ontsmetten meespeelt.
Welke kunststoffen er op leer lijken en hoe ze zijn opgebouwd
Wat in de winkel kunstleer, imitatieleer of lederlook heet, is bijna altijd een van vier kunststoffen op een textiele drager. De kunststof bepaalt hoe het materiaal aanvoelt en hoe het kapotgaat, de drager bepaalt hoeveel het rekt en of het na een paar jaar gaat plooien.
Leer zelf is een huid die over de hele dikte uit vervlochten vezels bestaat, en elke imitatie doet daar een deel van na: de nerf, de glans of de vezelstructuur. Hoe die bekledingen zich tot echt leer, stof en hout verhouden, staat in het overzicht van meubelmaterialen.
Pu-kunstleer is de gangbaarste soort: een laag polyurethaan van 0,15 tot 0,4 mm op een gebreide of geweven stof, samen 0,8 tot 1,4 mm dik. Wie de opbouw van pu leer laag voor laag wil zien, vindt daar ook hoe elke laag het begeeft.
Pvc-kunstleer, ook vinyl genoemd, is polyvinylchloride dat met weekmakers soepel is gemaakt, meestal met een schuimlaag tussen de huid en de drager. Die schuimlaag maakt het zacht in de hand, en tegelijk dikker en zwaarder dan pu.
Microvezel-pu is anders opgebouwd: geen film op een weefsel, maar een vlies van zeer fijne vezels van polyamide of polyester dat helemaal met polyurethaan is doortrokken en een dunne toplaag krijgt. Siliconenleer heeft een laag siliconenrubber op een polyester drager en bevat geen weekmakers.

Plantaardig kunstleer en gebonden leer staan in de tabel als aparte rijen, omdat ze vaak als alternatief worden aangeboden. Bij allebei is de laag die je aanraakt nog steeds grotendeels polyurethaan.
| Materiaal | Opbouw | Hoe het leeruiterlijk erin komt | Waaraan je het herkent |
|---|---|---|---|
| Pu-kunstleer | Polyurethaan van 0,15 tot 0,4 mm op een gebreide of geweven stof | De nerf wordt in de laag gegoten of met een verwarmde wals geperst, daarna volgt een toplak voor de glans | Soepel en licht; op de snijkant een gladde laag met een breisel of weefsel eronder |
| Pvc-kunstleer of vinyl | Pvc met weekmakers, vaak een compacte huid op een schuimlaag, op een breisel | De nerf wordt met een verwarmde wals in de huid geperst | Zwaarder en koeler in de hand; op de snijkant vaak een fijne schuimlaag tussen huid en drager |
| Microvezel-pu | Vlies van zeer fijne vezels, doortrokken met polyurethaan, met een dunne toplaag | De vezelstructuur lijkt op die van een huid, de nerf zit in de toplaag | Op de snijkant vezelig over de hele dikte, maar in één kleur en overal even dicht |
| Siliconenleer | Siliconenrubber op een polyester drager, zonder weekmakers | De nerf wordt in de siliconenlaag gegoten | Glad en wat rubberachtig in de hand; water en koffie blijven erop liggen |
| Plantaardig kunstleer | Plantenvezel, plantenresten of plantaardige olie verwerkt in polyurethaan, meestal op polyester | Zoals bij pu-kunstleer | Gedraagt zich als pu; het plantaardige aandeel staat op de productkaart of ontbreekt |
| Gebonden leer | Vermalen leerresten met polyurethaan als bindmiddel, met een toplaag van pu | De nerf wordt in de toplaag geperst | Op de snijkant een samengeperste, kartonachtige vezellaag in plaats van een weefsel |
Staat er alleen kunstleer of vegan leer op de kaart, vraag dan welke van deze kunststoffen het is. Blijft het antwoord uit, reken dan op pu met een dunne laag, want dat is de goedkoopste uitvoering en ook de meest verkochte.
Waarom kunststof er echt of juist nep uitziet
Leer krijgt zijn diepte doordat licht een klein stukje in het materiaal dringt en tussen de vezels verstrooit, zeker bij leer dat met een doorschijnende kleurstof is geverfd. Een kunststof met pigment weerkaatst het licht aan de buitenkant, en dat lees je als een egale, wat harde glans. Gepigmenteerd leer heeft datzelfde nadeel, en lijkt daardoor zelf al meer op kunststof.
Betere imitaties werken daarom met twee tinten. Over de basiskleur komt een tweede, donkerder kleur die van de toppen wordt geveegd en in de dalen van de nerf achterblijft, zodat het patroon diepte krijgt zoals leer dat is ingesleten.
De glansgraad doet de rest. Een matte toplak verbergt een herhalend patroon beter dan een glanzende, omdat strijklicht op een glanzend vlak elke porie apart laat oplichten.
Het tweede punt waarop kunststof zich verraadt, is de manier van plooien. Leer dat je naar binnen buigt vormt fijne rimpeltjes die weer wegtrekken, terwijl een kunststoffilm stijver is dan het breisel eronder en in minder, grovere plooien vouwt die langer blijven staan.
Het derde zijn de naden. Een huid heeft een onregelmatige vorm, dus een leren bank heeft naden waar het vel ophield, terwijl kunstleer van de rol komt en overal dezelfde baanbreedte laat zien.
Om een ronde armleuning getrokken rekt het geperste patroon mee, en bij pvc dat met warmte om die ronding is gevormd kan de nerf daar vlakker worden. Een glad stuk op de bolling is bij pvc dus eerder een gevolg van het vormen dan van slijtage.
| Wat het nep laat ogen | Waarom het gebeurt | Wat een betere imitatie anders doet |
|---|---|---|
| Een egale glans over het hele vlak | Pigment in een dichte laag weerkaatst het licht aan de buitenkant | Een matte toplak en een tweede tint die in de nerf achterblijft |
| Hetzelfde clustertje poriën dat op vaste afstand terugkomt | De nerf komt van een wals of een vel papier met een vaste omtrek | Een grote herhaling, of een fijne en onregelmatige nerf die het patroon verbergt |
| Grove plooien in de zitting na het opstaan | De film is stijver dan het breisel en vouwt over een kleine radius | Een dunne, soepele laag, of een vezelvlies dat met de zitting meebuigt |
| Kleur die aan de rand en in het midden precies gelijk is | Een rol wordt in één keer gekleurd en gecoat | Een veeglaag of een lichte kleurschaduw langs randen en naden |
| Een bies of rand waar wit weefsel doorheen schemert | De snijkant van een film op een drager heeft geen vezel in de kleur van de laag | Een omgevouwen rand, of een drager die in dezelfde kleur is geverfd |
| Een nerf die op de armleuning plat is getrokken | Pvc wordt met warmte om een ronding gevormd en het geperste reliëf zakt terug | Een naad op de bolling in plaats van één baan eroverheen |
Houd een staal onder een lamp die schuin over het vlak schijnt en draai het een kwartslag. Een herhalend poriepatroon en een egale glans zie je in strijklicht binnen een paar seconden, terwijl ze onder licht recht van boven wegvallen.
Hoe pu, pvc, microvezel en siliconen elk kapotgaan
Het uiterlijk zegt weinig over de levensduur, want die hangt aan het mechanisme waarmee een kunststof het begeeft. Wie weet welk mechanisme bij welk materiaal hoort, weet ook welke plek in huis het versnelt.
Pu gaat op twee manieren kapot. Polyurethaan op een polyesterbasis neemt vocht op en de ketens breken langzaam af, waarna de laag kleverig wordt en afbladdert, en daarnaast barst de film op de lijnen waar hij steeds vouwt. Hoe die twee op een zitting samenkomen staat bij de levensduur van pu leer per meubel.
Pvc is ongevoelig voor vocht, maar verliest zijn weekmakers. Die trekken er met warmte en zon langzaam uit, naar de oppervlakte of naar het schuim eronder, waarna het materiaal krimpt, stijf wordt en langs de steekgaatjes van de naad scheurt.
Microvezel-pu heeft alleen een dunne toplaag op een vlies waar het polyurethaan doorheen zit, dus er is geen dikke film die kan barsten of in vellen loslaten. Het slijt geleidelijk: eerst gaat de glans eraf op de voorrand en de armleuningen, daarna wordt de plek donkerder en iets ruwer.
Siliconen breekt niet af door vocht en bevat geen weekmakers, en zon en ontsmettingsmiddel doen er weinig mee. Het zwakke punt zit elders: lijm en reparatiemiddelen hechten slecht op siliconen, dus een snee is lastig onzichtbaar te herstellen.
Voor de bank telt een verhouding die vaak over het hoofd wordt gezien. In onze eigen levensduurgegevens gaat een bank met veren 12 tot 20 jaar mee en een bank met een zitting van polyether 7 tot 10 jaar, terwijl pu-kunstleer op een dagelijks gebruikte zitting na 3 tot 7 jaar barst: de bekleding is dan het eerste onderdeel dat opgeeft.
| Materiaal | Hoe het slijt | Eerste symptoom | Wat het versnelt |
|---|---|---|---|
| Pu-kunstleer | Afbraak door vocht, en barsten op de vouwlijnen | Haarscheurtjes op de voorrand van de zitting, of een kleverige laag | Warmte met hoge luchtvochtigheid, huidvet, veel zituren op dezelfde plek |
| Pvc-kunstleer | De weekmakers trekken eruit, het materiaal verhardt en krimpt | Stijf aanvoelen, een plakkerige film, scheurtjes langs de naad | Zon achter glas, een radiator vlakbij, buigen in een koude ruimte |
| Microvezel-pu | Geleidelijke slijtage van de toplaag en de vezels erachter | Doffe, donkere plekken waar handen en knieën komen | Kleding met klinknagels of ritsen, schurende schoonmaakmiddelen |
| Siliconenleer | Langzame slijtage aan het oppervlak, nauwelijks veroudering | Een doffere plek op de zitting na lange tijd | Scherpe voorwerpen; een snee is slecht te herstellen |
| Plantaardig kunstleer | Zoals pu, afhankelijk van het bindmiddel | Barstjes of loslaten, zoals bij pu | Dezelfde omstandigheden als bij pu |
| Gebonden leer | De toplaag laat los van de samengeperste vezellaag | Schilfers langs de naden, ook zonder gebruik | Tijd, warmte en vocht; gebruik maakt het alleen sneller zichtbaar |
Wat de waarden op een stofkaart zeggen en welke je opvraagt
De naam op het etiket vertelt welke kunststof het is, de testwaarden vertellen hoe goed die kunststof is uitgevoerd. Twee stalen pu-kunstleer die in de winkel even echt ogen, kunnen in levensduur jaren uit elkaar liggen, en dat verschil staat alleen op de technische kaart.
Schuurvastheid is de bekendste waarde en wordt meestal gemeten met de Martindale-proef, waarbij een staal in een vast patroon tegen een wollen schuurdoek wordt gewreven tot er slijtage zichtbaar is. Voor huishoudelijk gebruik is 15.000 toeren het gangbare minimum, en voor een bank waarop elke dag twee mensen zitten houden wij 25.000 toeren of meer aan.
Bij kunstleer met een film zegt de buigvastheid meer, omdat de meeste bekledingen door vouwen en niet door schuren kapotgaan. Die proef buigt een strook duizenden keren over dezelfde lijn en kijkt wanneer de laag barst, en sommige leveranciers doen dat ook in de kou, waar een film eerder breekt.
Voor pu weegt de verouderingsproef met warmte en vocht het zwaarst. Bij deze hydrolysetest, op Engelstalige kaarten jungle test genoemd, ligt een staal weken lang bij 70 °C en ongeveer 95 procent luchtvochtigheid, en de uitkomst staat in weken zonder schade: van twee verder gelijke stalen hoort het hogere getal bij de langere levensduur.
Lichtechtheid staat op een blauwschaal van 1 tot 8 en meet hoeveel de kleur verschiet onder kunstmatig daglicht. Wrijfechtheid staat op een grijsschaal van 1 tot 5 en meet hoeveel kleur de bekleding aan een witte doek afgeeft, en bij beide is hoger beter.
Krijg je bij een meubel geen enkele van deze waarden, dan is dat ook informatie. Zet zo'n bekleding op een plek waar hij weinig buigt en weinig zon krijgt, zodat een tegenvallende kwaliteit er weinig toe doet.
| Waarde op de kaart | Wat er gemeten wordt | Wat wij voor thuis aanhouden | Wat het getal niet zegt |
|---|---|---|---|
| Schuurvastheid in toeren | Hoe lang de bekleding schuren verdraagt voordat hij zichtbaar slijt | 15.000 voor stoelen en een hoofdbord, 25.000 of meer voor een dagelijkse bank | Niets over barsten op een vouw of over afbraak door vocht |
| Buigvastheid in aantal buigingen | Hoe vaak de laag over dezelfde lijn vouwt voordat hij barst | Vraag of de proef is gedaan, en ook bij kou als het meubel in een onverwarmde ruimte staat | Niets over schuren of over de kleur |
| Hydrolysetest in weken | Hoe lang pu bij 70 °C en ongeveer 95 procent luchtvochtigheid heel blijft | Van twee stalen het hogere aantal weken, zeker voor een bank of een serre | Weinig bij pvc en siliconen, want die breken niet op deze manier af |
| Lichtechtheid, blauwschaal 1 tot 8 | Hoeveel de kleur verschiet onder kunstmatig daglicht | 5 of hoger bij een raam, 6 of hoger achter glas op het zuiden | Of de laag door zon ook harder of brozer wordt, of geel trekt |
| Wrijfechtheid, grijsschaal 1 tot 5, droog en nat | Hoeveel kleur de bekleding aan een witte doek afgeeft | 4 of hoger, zeker bij een donkere bekleding en lichte kleding | Of kleur uit jouw kleding in de bekleding trekt; dat is een andere proef |
| Dikte in millimeters | Het hele pakket van toplaag tot drager | Bij pu 0,8 tot 1,4 mm, en op een zitting liever het dikkere eind | Hoe dik de slijtlaag zelf is; die kan bij gelijke totale dikte verschillen |
Vraag de technische kaart van twee meubels op en leg ze naast elkaar voordat je de prijs vergelijkt. Een verschil van een paar tientjes is snel terugverdiend als de ene bekleding een hydrolysetest en een buigtest heeft doorstaan en de andere alleen een naam heeft.
Welke imitatie bij welk meubel en welke plek past
De keuze wordt overzichtelijk als je per meubel twee dingen vaststelt: hoe vaak de bekleding op dezelfde lijn vouwt, en wat er van buitenaf op inwerkt. Buigen, huidvet, zon, vocht, nagels en ontsmettingsmiddel werken op elke kunststof anders in.
Een zitting die elke avond uren doorveert, vraagt een materiaal dat niet op een vouw barst, en dat is microvezel-pu of leer. Op een eetkamerstoel of een hoofdbord buigt er weinig en is vegen het belangrijkste onderhoud, en daar doet gewoon pu-kunstleer het jarenlang goed.
Bij een barkruk komt de hele last op de voorrand bij het op- en afglijden, dus daar telt de buigvastheid mee. Kijk bij zo'n kruk eerst of hij past: bij een blad van 105 cm hoort een zitting van ongeveer 78 cm, en de zithoogtes voor een bar en een aanrecht staan per bladhoogte in de maatwijzer.
Waar vocht en warmte samenkomen, zoals in een serre of een badkamer, is pu de zwakste keuze, omdat precies die combinatie de afbraak versnelt. Pvc en siliconen hebben daar geen last van, al houdt pvc niet van felle zon.
Moet een meubel geregeld ontsmet worden, bijvoorbeeld bij thuiszorg of een gastouderopvang aan huis, dan is siliconenleer de bekleding die alcohol en chloor het langst verdraagt. Hoe de afweging voor elk type meubel verder uitvalt, staat per stuk in de gidsen over meubels kiezen.
| Meubel of situatie | Wat past | Waar je op let |
|---|---|---|
| Bank waarop elke avond twee mensen zitten | Microvezel-pu, of leer | Schuurvastheid van 25.000 toeren of meer; bij pu-kunstleer ook de hydrolysetest en de buigtest opvragen |
| Eetkamerstoelen | Pu-kunstleer | Een vlakke zitting op een plaat die weinig doorveert, los te schroeven zodat hij later opnieuw te bekleden is |
| Barkruk aan een eiland of bar | Pu-kunstleer met een opgegeven buigvastheid, of microvezel-pu | De voorrand krijgt de last; een naad op de rand gaat langer mee dan één baan eroverheen |
| Bureaustoel voor een hele werkdag | Microvezel-pu, of een geperforeerde uitvoering | Een dichte film wordt na een kwartier klam, en zweet met warmte versnelt de afbraak van pu |
| Huis met een kat of hond | Microvezel-pu, of een dicht geweven stof | Een nagel gaat door een film van tienden van millimeters, en het gaatje groeit vanaf de rand |
| Plek achter glas op het zuiden | Siliconenleer, of pu met een hoge lichtechtheid | Pvc verliest in de zon sneller zijn weekmakers; kies een lichtechtheid van 6 of hoger |
| Serre, badkamer of tuinkamer | Siliconenleer of pvc | Pu breekt af waar warmte en vocht samenkomen, ook als er weinig op gezeten wordt |
| Meubel dat geregeld ontsmet wordt | Siliconenleer, of pvc waarvoor de fabrikant het middel opgeeft | Alcohol en chloor tasten de toplak van pu bij elke beurt een beetje aan |
| Hoofdbord van een bed | Pu-kunstleer | Haarproducten en huidvet op ooghoogte; wekelijks afnemen is hier het hele onderhoud |
| Tuinstoel of kussen buiten | Pvc of siliconenleer dat voor buiten is gemaakt | Een drager die niet rot en garen dat tegen zonlicht kan, anders gaat de naad eerder dan de bekleding |
Een bank van pu-kunstleer op de plek waar een kat gewend is te krabben, houdt het korter vol dan welke andere zitting ook. Eén haal met een nagel gaat door de laag heen, en het gaatje groeit vanaf de rand verder omdat de film daar geen samenhang meer heeft.
Waarom kunstleer koud aanvoelt en daarna klam wordt
Een dichte kunststof trekt bij de eerste aanraking sneller warmte uit je huid dan leer, dat tussen zijn vezels lucht vasthoudt. Daarom voelt pvc, dat zwaar en compact is, bij het gaan zitten het koudst aan en pu iets minder.
Na een paar minuten draait dat om. Leer neemt het vocht op dat je huid afgeeft en laat het later weer los, terwijl een dichte film het tussen jou en de laag vasthoudt, zodat de plek waar je zit na een kwartier klam aanvoelt.
Microvezel-pu zit daartussenin, omdat de open vezelstructuur onder de toplaag wat vocht kan bergen. Een geperforeerde uitvoering, met rijen gaatjes in zitting en rug, laat lucht door en werkt op een bureaustoel beter dan een gesloten vlak.
Pvc wordt in de kou bovendien stijver, omdat de weekmakers bij lage temperatuur minder soepelheid geven. In een onverwarmde serre of een koude berging voelt hetzelfde materiaal harder aan, en daar barst het eerder als je erop gaat zitten.
Nieuw kunstleer heeft ook een eigen geur. Die komt van vluchtige resten uit de productie die er de eerste weken uit dampen, en ventileren bij een gewone kamertemperatuur laat dat sneller gaan dan het meubel ingepakt laten staan.
Bij zacht pvc gaat de gezondheidsvraag vooral over de weekmakers. Vier veelgebruikte ftalaten zijn in de Europese Unie via de chemicaliënwet REACH boven 0,1 procent in zulke producten beperkt, en een verkoper hoort op jouw vraag te kunnen zeggen of zijn materiaal zulke stoffen boven die grens bevat.
Wat plantaardig kunstleer is en hoe je de milieuvraag eerlijk stelt
Plantaardig kunstleer is in de meeste gevallen polyurethaan waarin een deel van de grondstof uit planten komt: als vezel, als poeder van plantenresten of als plantaardige olie in het polyurethaan zelf. De drager is vaak polyester, dus in gebruik gedraagt het zich als pu en slijt het ook zo.
Het percentage op de kaart verdient een tweede blik. Soms gaat het over het aandeel in de deklaag en niet over het hele materiaal, dus vraag welk deel van het totale gewicht plantaardig is en waar de drager van gemaakt is.
Bij alle vier de kunststoffen zitten laag en drager onlosmakelijk aan elkaar vast, en daardoor is hergebruik van een versleten bekleding in de praktijk onhaalbaar. Het verschil in milieulast zit dan vooral in hoe vaak je vervangt.
Reken het daarom per jaar gebruik uit. Een bankbekleding die na vijf jaar barst, betekent over twintig jaar vier keer nieuw materiaal, vier keer transport en vier keer afval, en een bekleding die twee keer zo lang meegaat halveert die rekening, ongeacht waar de grondstof vandaan komt.
Diezelfde rekensom, waarin de levensduur zwaarder weegt dan de grondstof, geldt voor hout met een groen verhaal. Hoe dat uitpakt als je de claim uit elkaar haalt, laat de afweging rond mangohout en zijn herkomst goed zien.
Kunstleer schoonhouden verschilt per kunststof
Voor elke kunststof is lauw water met een paar druppels pH-neutrale zeep het basisonderhoud, en geen enkele verdraagt schuurmiddel of leervet. Daarbuiten lopen de materialen uiteen, vooral in wat ze tegen ontsmetten en oplosmiddelen kunnen.
Pu is het gevoeligst. Alcohol, allesreiniger en vochtige doekjes weken de toplak bij elke beurt een beetje op, en wat bij pu leer schoonmaken zonder de toplak aan te tasten wel en niet mag, geldt ook voor plantaardig kunstleer en gebonden leer.

Pvc verdraagt water en milde ontsmetting beter, maar oplosmiddelen trekken er weekmakers uit. Een plek die je met terpentine of aceton behandelt, wordt later hard en dof, ook als hij direct na het poetsen goed lijkt.
Microvezel-pu met een gladde toplaag onderhoud je zoals pu. De uitvoering met een suède-achtig oppervlak borstel je met een zachte borstel met de vleug mee, en een vlek dep je met een vochtige doek, omdat wrijven de vezels platlegt en een glimmende plek achterlaat.
Siliconenleer is het makkelijkst: koffie, rode wijn en balpeninkt blijven er meestal op liggen en gaan eraf met water en zeep. Ook alcohol en verdund chloor kan het hebben, maar houd voor ontsmetten de verdunning aan die de fabrikant opgeeft.
| Middel | Pu en plantaardig kunstleer | Pvc | Microvezel-pu | Siliconenleer |
|---|---|---|---|---|
| Lauw water met pH-neutrale zeep | Ja, daarna droogwrijven | Ja | Ja, deppen bij een suède-achtig oppervlak | Ja |
| Alcohol of ontsmettingsdoekjes | Nee, tast de toplak aan | Af en toe, daarna nawissen met water | Nee, zoals bij pu | Ja |
| Verdund chloor | Nee | Alleen als de fabrikant het opgeeft | Nee | Ja, in de opgegeven verdunning |
| Aceton, terpentine of wasbenzine | Nee | Nee, trekt de weekmakers eruit | Nee | Nee, de laag zwelt op |
| Leervet, balsem of olie | Nee, blijft plakkerig liggen | Nee | Nee | Nee |
| Melaminespons of schuurmiddel | Nee, schuurt de glans weg | Nee | Nee, legt de vezels plat | Nee |
Maatwijzer
De hoogtes en maten die in een huis kloppen: bar, eettafel, tv, schilderij, wandlamp, kapstok en gordijnrails, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Onderdeel | Wat | Maat | Marge die werkt | Waar het van afhangt |
|---|---|---|---|---|
| Zitten | Bank, zithoogte | 44 cm | 40 tot 48 cm | Meet tot de ingezakte zitting, niet tot het bolle kussen. Hoger kom je makkelijker op en af, lager zit je meer achterover. |
| Zitten | Bank, zitdiepte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Boven 70 cm hangen je voeten vrij en zit je gedwongen onderuit. Loungebanken gaan tot 100 cm en zijn bedoeld om op te liggen. |
| Zitten | Bank, totale hoogte met rugleuning | 80 cm | 75 tot 90 cm | Staat de bank voor een raam, dan blijft hij onder de vensterbank als hij niet hoger is dan 80 cm. |
| Zitten | Fauteuil, zithoogte | 45 cm | 42 tot 48 cm | Een paar centimeter hoger dan de bank scheelt bij het opstaan. Een lage lounge-fauteuil zakt naar 38 cm. |
| Zitten | Salontafel, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Vuistregel: gelijk aan of net onder de zithoogte van de bank. Dan zet je je kopje neer zonder voorover te buigen. |
| Zitten | Salontafel, afstand tot de bank | 40 cm | 35 tot 45 cm | Minder en je knieën stoten tegen de rand, meer en je moet opstaan om je glas te pakken. |
| Zitten | Bijzettafel naast de bank, hoogte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Gelijk met de armleuning, dan pak je je glas zonder te kijken. |
| Zitten | Poef of voetenbank, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Iets lager dan de zitting waar je op zit, anders drukt de rand in je kuiten. |
| Zitten | Doorloop tussen bank en meubel | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm loop je er met een volle wasmand langs. 60 cm is te krap om elkaar te passeren. |
| Zitten | Tv-meubel, hoogte | 45 cm | 40 tot 55 cm | Hierop komt het midden van een 55 inch scherm op ongeveer 80 cm. Wil je het midden op ooghoogte, dan hang je de tv aan de wand. |
| Eten en bar | Barblad, hoogte | 105 cm | 100 tot 110 cm | De barkruk moet 25 tot 30 cm lager zijn dan het blad. |
| Eten en bar | Barblad, diepte | 40 cm | 30 tot 60 cm | 40 cm is een bord plus een glas. Wil je er ook snijden of een laptop neerzetten, dan 60 cm. |
| Eten en bar | Barblad, overstek voor je knieën | 25 cm | 20 tot 30 cm | Zonder overstek zitten je knieën tegen het kastje. Boven 30 cm moet het blad onderstut worden, anders kantelt het als iemand erop leunt. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij een blad van 105 cm | 78 cm | 75 tot 82 cm | Het verschil tussen zitting en blad blijft 25 tot 30 cm, want daar passen je bovenbenen. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij aanrechthoogte (90 cm) | 63 cm | 60 tot 67 cm | Hetzelfde verschil van 25 tot 30 cm. Een gewone barkruk van 78 cm is hier te hoog en je zit met je knieën omhoog. |
| Eten en bar | Bar, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Met 60 cm stoot je je elleboog niet tegen je buurman. Onder 55 cm zit je schouder aan schouder. |
| Eten en bar | Eettafel, hoogte blad | 75 cm | 72 tot 78 cm | Vaste maat in de meubelbranche, geen norm. Een dik hardstenen of houten blad telt mee, dus meet de bovenkant. |
| Eten en bar | Eettafel, vrije hoogte onder het blad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Hier zitten je bovenbenen. Een dikke tafelrand, een schuiflade of een dwarsbalk eet die ruimte op. |
| Eten en bar | Eetstoel, zithoogte | 45 cm | 44 tot 47 cm | Het verschil met het tafelblad moet 28 tot 32 cm zijn. Bij een tafel van 78 cm hoort dus een stoel van 46 tot 48 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Een placemat is 45 cm breed, de rest is ruimte voor je ellebogen en je glas. Aan de kopse kant reken je een extra plek van 60 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, diepte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Bij 80 cm raken de borden tegenover elkaar bijna. Bij 90 cm past er een schaal of een kaars in het midden. |
| Eten en bar | Ronde eettafel, diameter | 120 cm voor 4 personen | 110 tot 150 cm | Reken 60 cm omtrek per persoon en houd het midden vrij voor de schalen. Vanaf 140 cm zitten er zes mensen omheen. |
| Eten en bar | Ruimte achter een eetstoel | 100 cm | 75 tot 110 cm | 75 cm om de stoel achteruit te schuiven en op te staan, 100 cm om er ook achterlangs te lopen met een schaal. |
| Aan de muur | Schilderij, hartlijn boven de vloer | 145 cm | 140 tot 155 cm | Vuistregel, geen norm: het midden van het werk op ooghoogte van iemand die staat. Hang alles in de kamer op dezelfde hartlijn, dan loopt de wand rustig. |
| Aan de muur | Schilderij boven een bank, onderrand | 25 cm boven de rugleuning | 20 tot 30 cm | Lager en het lijkt of het werk op de bank leunt. Door de bank schuift de hartlijn omhoog naar 150 tot 165 cm, en dat mag hier. |
| Aan de muur | Schilderij boven een dressoir, onderrand | 25 cm boven het blad | 20 tot 30 cm | Genoeg om er een lamp of een vaas voor te zetten zonder dat die de lijst raakt. |
| Aan de muur | Wandcollage, ruimte tussen de lijsten | 6 cm | 5 tot 8 cm | Gelijke tussenruimte laat de groep als een vlak lezen. Boven 10 cm valt de groep uiteen in losse lijstjes. |
| Aan de muur | Schilderij in een trapgat, hartlijn | 145 cm boven de neus van de trede | 140 tot 150 cm | Meet loodrecht boven de voorkant van de trede waar je staat. Dan loopt de rij lijsten mee met de trap in plaats van scheef te lijken. |
| Aan de muur | Spiegel in de hal, hartlijn | 155 cm | 150 tot 165 cm | De bovenkant moet boven het hoofd van de langste huisgenoot uitkomen, anders ziet die zijn kruin niet. |
| Aan de muur | Spiegel boven de wastafel, onderkant | 20 cm boven het blad | 15 tot 25 cm | Ruimte voor de kraan en een zeeppompje. Bij 20 cm kijk je nog recht in je gezicht in plaats van tegen je hals. |
| Aan de muur | Wandklok, hartlijn | 180 cm | 170 tot 200 cm | Boven ooghoogte en boven de meubels, zodat je hem van de andere kant van de kamer ziet en er niemand voor staat. |
| Aan de muur | Tv, midden van het scherm | 105 cm | 100 tot 115 cm | Op ooghoogte als je op de bank zit: bij een zitting van 44 cm zit je oog op ongeveer 115 cm. Boven een schouw kijk je omhoog en dat voel je na een film in je nek. |
| Aan de muur | Tv, kijkafstand | 2 keer de schermdiagonaal | 1,5 tot 2,5 keer | Een 55 inch scherm is 140 cm diagonaal, dus 2 tot 3,5 m. Bij 4K mag je dichterbij zitten omdat je de pixels niet meer ziet. |
| Aan de muur | Stopcontact, hart boven de vloer | 30 cm | 25 tot 35 cm | Gewoonte, geen norm: NEN 1010 schrijft geen hoogte voor, alleen de zones in de badkamer. Achter een dressoir zet je hem net zo goed op 15 cm, boven een werkblad juist hoog. |
| Aan de muur | Schakelaar, hart boven de vloer | 105 cm | 90 tot 110 cm | Ook een gewoonte. 105 cm is de oude Nederlandse standaard: je vindt hem in het donker met je hand op heuphoogte. Voor kinderen en vanuit een rolstoel werkt 90 tot 100 cm beter. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, onderkant | 80 cm boven het blad | 75 tot 90 cm | Laag genoeg om het blad te verlichten, hoog genoeg om iemand tegenover je aan te kijken. Bij een plafond boven 280 cm mag hij iets hoger. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, breedte | 30 cm binnen de rand van het blad | 30 tot 40 cm binnen de rand | Anders stoot je je hoofd als je langs de tafel loopt of een stoel aanschuift. |
| Licht | Hanglamp boven een kookeiland, onderkant | 75 cm boven het blad | 70 tot 85 cm | Boven een blad van 90 cm kom je dan op 165 cm, ongeveer ooghoogte. Kies dus een kap die de lamp van onderaf afschermt. Bij twee of drie lampen reken je 70 tot 90 cm hart op hart. |
| Licht | Hanglamp in de hal of boven de trap, onderkant | 210 cm boven de vloer | 200 tot 230 cm | Vrije doorloop, niemand stoot zijn hoofd. Boven een trap meet je vanaf de hoogste trede die onder de lamp ligt. |
| Licht | Wandlamp, hart | 160 cm | 150 tot 170 cm | Ooghoogte. Schijnt de lamp opzij of omhoog, dan mag hij lager hangen. In een open lamp op ooghoogte kijk je recht in de bron. |
| Licht | Leeslamp naast een stoel, onderkant van de kap | 110 cm | 100 tot 125 cm | Net boven je schouder als je zit, dan valt het licht op de pagina en niet in je ogen. |
| Licht | Vloerlamp naast de bank, onderkant van de kap | 140 cm | 130 tot 150 cm | Je hoofd zit op de bank op ongeveer 130 cm. Blijft de kap daarboven, dan kijk je niet in het lampje. |
| Licht | Bedlamp aan de wand, hart | 65 cm boven de matras | 55 tot 75 cm | Op zithoogte in bed, zodat het licht op je boek valt. Meet vanaf de matras en niet vanaf de vloer, want een boxspring scheelt 20 cm. |
| Licht | Spiegellamp badkamer, twee lampen naast de spiegel | 160 cm hart | 155 tot 170 cm | Licht van de zijkant geeft geen schaduw onder je ogen en je kin. Een enkele lamp boven de spiegel doet dat wel. |
| Licht | Inbouwspot, afstand tot de wand | 70 cm | 60 tot 90 cm | Dichterbij krijg je een felle boog op het stucwerk, verder weg blijft de wand donker. Onderling 100 tot 150 cm, afhankelijk van de stralingshoek. |
| Licht | Buitenlamp naast de voordeur, hart | 190 cm | 170 tot 210 cm | Boven je hoofd, zodat je niet in de lamp kijkt terwijl je het slot zoekt. Op ooghoogte ben je juist blind. |
| Keuken | Aanrecht, hoogte bovenkant blad | 90 cm | 85 tot 95 cm | De Nederlandse standaard: onderkast, verstelbare poten en een blad van 3 tot 4 cm samen. Vuistregel: ellebooghoogte min 10 tot 15 cm, dus ben je langer dan 1,85 m, draai de poten dan uit. |
| Keuken | Werkblad, diepte | 60 cm | 57 tot 65 cm | Kookplaten en spoelbakken zijn op 60 cm gemaakt. Een diep blad van 70 cm geeft ruimte achter de kookplaat, maar je reikt verder naar de bovenkastjes. |
| Keuken | Bovenkastjes, onderkant boven het werkblad | 55 cm | 50 tot 60 cm | Onder 50 cm past je keukenmachine er niet onder en sta je met je hoofd tegen de deur. Boven 60 cm kom je niet bij het bovenste schap. |
| Keuken | Bovenkastjes, diepte | 35 cm | 32 tot 40 cm | Ondieper dan het werkblad, zodat je er niet tegenaan stoot als je over het blad buigt om te snijden. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaskookplaat, onderkant | 70 cm | 65 tot 75 cm | De vlam en de hete lucht moeten weg kunnen: onder 65 cm boven de pannendrager wordt het vetfilter te heet. Houd altijd de minimummaat uit de handleiding aan, dat is een eis van de fabrikant. |
| Keuken | Afzuigkap boven inductie, onderkant | 60 cm | 55 tot 65 cm | Geen vlam, dus hij mag lager, en lager hangen vangt meer damp. Ook hier is de handleiding leidend, want die maat hoort bij het apparaat. |
| Keuken | Kookeiland, loopruimte rondom | 120 cm | 100 tot 150 cm | Bij 100 cm kun je de vaatwasser openen en er nog langs. Bij 120 cm passeren twee mensen elkaar terwijl er een lade open staat. |
| Keuken | Twee keukenrijen tegenover elkaar, afstand | 120 cm | 110 tot 140 cm | Een ovendeur en een lade die tegenover elkaar open staan hebben allebei ongeveer 60 cm nodig. |
| Keuken | Oven op werkhoogte, bodem van de ovenruimte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Je tilt een hete bakplaat er recht uit in plaats van gebogen. Boven 100 cm til je een schaal boven je middel en zie je niet meer wat erin staat. |
| Keuken | Vaatwasser, nismaat | 60 cm breed, 82 cm hoog | 60 tot 60,5 cm breed | Een onderbouwmodel schuift onder een blad van 90 cm. Een vrijstaand model heeft zijn eigen bovenblad en is ongeveer 85 cm hoog. |
| Keuken | Inbouwkoelkast, nishoogte | 88, 122 of 178 cm | vaste maten per model | De kast volgt de nismaat, dus meet de nis en niet het apparaat. Achter en boven het apparaat moet ventilatieruimte vrij blijven. |
| Keuken | Stopcontact boven het werkblad, hart | 115 cm | 110 tot 120 cm | Dat is 20 tot 30 cm boven het blad, dus vrij van spetters en niet weggewerkt achter de waterkoker. Houd minstens 30 cm afstand tot de spoelbak. |
| Keuken | Keukenplint, hoogte | 10 cm | 10 tot 15 cm | De poten zijn verstelbaar en met de plint stel je de aanrechthoogte fijn in. De plint staat 5 cm terug, zodat je met je tenen onder het kastje kunt. |
| Trap, hal en deur | Trapleuning, hoogte | 90 cm | 80 tot 100 cm (norm) | Norm: het Bouwbesluit, sinds 2024 het Besluit bouwwerken leefomgeving, eist een leuning tussen 80 en 100 cm, gemeten vanaf de voorkant van de trede. Een leuning is verplicht als je over de trap meer dan 1 m stijgt. |
| Trap, hal en deur | Optrede, hoogte van een trede | maximaal 18,8 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw tot 22 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl, voor een woning. Oude trappen zijn vaak 20 tot 21 cm en dat mag blijven zolang je de trap niet vernieuwt. |
| Trap, hal en deur | Aantrede, diepte van een trede | minimaal 22 cm bij nieuwbouw | 22 cm is de ondergrens (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Bij een draaiende trap geldt die maat op de looplijn, dus in de punt van een kwartdraai mag de trede smaller zijn. |
| Trap, hal en deur | Trap, vuistregel voor comfortabel lopen | 2 x optrede + aantrede = 60 cm | 58 tot 64 cm | Geen norm maar een oude vuistregel. 17 op en 26 aan loopt rustig (60), 20 op en 22 aan is een gewone Nederlandse trap (62). Daarbuiten struikel je op de maat. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije breedte | 80 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 70 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Onder 80 cm krijg je een matras of een bank niet naar boven. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije hoogte erboven | 230 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 190 cm (norm) | Norm, gemeten loodrecht boven de voorkant van de trede. Bij een dichtgezette zoldertrap is dit de maat waar je tegen de balk loopt. |
| Trap, hal en deur | Vloerafscheiding langs een trapgat of vide | 100 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 90 cm (norm) | Norm: verplicht zodra het verval meer dan 1 m is. Openingen mogen niet groter zijn dan 10 cm en tussen 20 en 70 cm boven de vloer mag er niets zijn waar een kind op kan klimmen. |
| Trap, hal en deur | Binnendeur, dagmaat van het kozijn | 83 x 201,5 cm | 78, 83, 88 of 93 cm breed; 201,5, 211,5 of 231,5 cm hoog | Industriestandaard, geen norm. Na montage houd je ongeveer 3 cm minder vrije doorgang over, dus voor een rolstoel of rollator kies je een blad van 93 cm. |
| Trap, hal en deur | Deurkruk, hoogte | 100 cm | 95 tot 105 cm | Gewoonte: het slot zit in een standaardkozijn op die hoogte. Verplaatsen kan alleen als je het slotgat in het blad meeverhuist. |
| Trap, hal en deur | Kapstok, hoogte van de haken | 170 cm | 160 tot 180 cm | Een lange jas hangt ongeveer 100 cm af, dus op 170 cm blijft hij vrij van de vloer. Een kinderkapstok komt op 110 tot 120 cm. |
| Trap, hal en deur | Hal, vrije loopruimte | 100 cm | 90 tot 120 cm | Onder 90 cm kun je niet met twee mensen langs elkaar en past er geen kinderwagen naast de kapstok. |
| Trap, hal en deur | Drempel, hoogte | maximaal 2 cm | 0 tot 2 cm | Boven 2 cm struikel je eroverheen en kom je er met een rollator of rolstoel niet zonder helling over. Een schuine aanloop haalt de rand eraf. |
| Slapen | Bed, bovenkant matras | 55 cm | 45 tot 65 cm | Zit je op de rand met je voeten plat op de vloer en je knieën in een hoek van 90 graden, dan is de hoogte goed. Een boxspring komt vaak op 60 tot 65 cm, een laag frame op 45. |
| Slapen | Matras, standaardmaten | 140 x 200 cm | 80, 90, 120, 140, 160 of 180 cm breed; 200 of 210 cm lang | Ben je langer dan 1,90 m, neem dan 210 cm. Twee losse matrassen van 90 x 210 vullen samen een bed van 180 x 210. |
| Slapen | Nachtkast, hoogte bovenblad | 60 cm | 55 tot 70 cm | Gelijk met of iets boven de matras, dan zet je liggend je glas neer zonder te kijken. Bij een boxspring van 65 cm hoort dus een hoge nachtkast. |
| Slapen | Loopruimte naast het bed | 70 cm | 60 tot 90 cm | 60 cm is genoeg om langs te lopen, 70 cm om het bed op te maken zonder tegen de kast te stoten. |
| Slapen | Kledingroede voor lange kleding | 160 cm | 150 tot 170 cm | Een jas of lange jurk hangt 120 tot 140 cm af, dus eronder blijft nog ruimte voor een lade of een schoenenbak. |
| Slapen | Kledingroede voor korte kleding | 100 cm | 95 tot 110 cm | Hemden en dubbelgevouwen broeken hangen 70 tot 90 cm af. Met twee roedes boven elkaar, op 100 en 195 cm, verdubbel je de hangruimte. |
| Slapen | Kast, diepte voor hangende kleding | 60 cm | 55 tot 65 cm | Een hanger is 45 cm breed en met 60 cm diepte sluit de deur zonder dat de mouwen klem zitten. Is de kast ondieper dan 55 cm, zet de roede dan in de lengte. |
| Slapen | Kast, legborddiepte voor truien en broeken | 40 cm | 35 tot 45 cm | Een opgevouwen trui is ongeveer 30 cm breed. Met 40 cm valt de stapel niet naar voren als je de deur opent. |
| Slapen | Kast, hoogste bruikbare schap | 200 cm | 190 tot 210 cm | Verder reik je niet zonder trapje. Wat boven 210 cm staat, is opslag voor koffers die je twee keer per jaar pakt. |
| Slapen | Hoogslaper, vrije hoogte boven de matras | 100 cm | 90 tot 110 cm | Genoeg om rechtop in bed te zitten. Meet van de bovenkant van de matras tot het plafond, niet tot de bodem van het bed. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, hoogte boven het kozijn | 12 cm | 10 tot 15 cm | Boven het kozijn laat het raam groter lijken en houdt de rail het gordijn uit het glas. Zit het plafond dichtbij, monteer de rail dan 5 tot 10 cm onder het plafond of direct tegen het plafond. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, uitloop naast het kozijn | 20 cm per zijde | 15 tot 25 cm | Daar staat het opzij geschoven gordijn geparkeerd, zodat het niet voor het glas blijft hangen en je het daglicht niet inlevert. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vloer | 1 cm boven de vloer | 0 tot 2 cm | Net vrij van de vloer: het sleept niet en hangt toch recht. Wil je het gordijn op de vloer laten vallen, maak het dan 5 tot 10 cm langer dan de maat tot de vloer. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vensterbank | 2 cm boven de bank | 1 tot 3 cm | Vrij van de bank, zodat het gordijn niet omkrult op de plank en de warmte van de radiator eronder langs kan. |
| Raam en gordijn | Gordijn, stofbreedte | 2 keer de railbreedte | 1,5 tot 2,5 keer | Bij 1,5 keer hangt de stof vlak, bij 2,5 keer krijg je volle plooien. Een wave-rail vraagt 2 tot 2,5 keer, anders staat de golf niet. |
| Raam en gordijn | Rolgordijn of plissé in de dag, speling | 0,5 cm per zijde | 0,3 tot 1 cm | Meet de dagmaat op drie hoogtes en neem de kleinste maat, want een kozijn staat zelden haaks. |
| Raam en gordijn | Vitrage, afstand tot het glas | 5 cm | 3 tot 10 cm | Tegen koud glas wordt de stof vochtig en krijg je vlekken. Verder naar binnen botst hij op de vensterbank of de raamkruk. |
| Raam en gordijn | Vensterbank binnen, diepte | 20 cm | 15 tot 30 cm | Volgt de dikte van de muur plus een overstek van 2 tot 3 cm. Vanaf 20 cm staat een plant er stabiel op. |
| Raam en gordijn | Vensterbank buiten, overstek | 4 cm | 3 tot 5 cm | Met een waterhol aan de onderkant. Zonder dat overstek loopt regenwater terug over de gevel en krijg je vuilstrepen onder het raam. |
| Raam en gordijn | Radiator onder het raam, onderkant | 12 cm boven de vloer | 10 tot 15 cm | Er moet lucht onderlangs kunnen, daar begint de convectie. Houd ook 3 tot 5 cm tussen radiator en wand en 10 cm vrij onder de vensterbank. |
| Werken | Bureau, hoogte blad zittend | 74 cm | 72 tot 76 cm | Je onderarmen liggen horizontaal op het blad en je schouders blijven laag. Kun je het blad niet verstellen, zet dan de stoel hoger en je voeten op een steun. |
| Werken | Zit-stabureau, stahoogte | 105 cm | 95 tot 120 cm | Ellebooghoogte staand. Vuistregel: je lichaamslengte min 75 cm, dus bij 1,80 m kom je op 105 cm. |
| Werken | Bureaustoel, zithoogte | 45 cm | 40 tot 52 cm | Voeten plat op de vloer, knieën iets lager dan je heupen. De gasveer van een bureaustoel dekt dat bereik zelf. |
| Werken | Vrije hoogte onder het bureaublad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Je bovenbenen moeten eronder passen, ook met een lade of een kabelgoot. Houd daarnaast 60 cm breed en 60 cm diep beenruimte vrij. |
| Werken | Bureaublad, diepte | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm staat het scherm op armlengte, 50 tot 80 cm van je ogen, en ligt je toetsenbord er nog voor. |
| Werken | Beeldscherm, bovenrand | op ooghoogte of iets lager | 110 tot 125 cm boven de vloer | Je kijkt dan licht naar beneden en dat is de rustpositie van je ogen. Een laptop op het blad zit ongeveer 20 cm te laag, dus zet hem op een standaard met een los toetsenbord. |
| Werken | Toetsenbord, afstand tot de bladrand | 10 cm | 8 tot 15 cm | Daar rusten je handpalmen. Zonder die strook hangen je armen in de lucht en trekt het in je schouders. |
| Werken | Wandplank boven het bureau, onderkant | 45 cm boven het blad | 40 tot 60 cm | Een A4-ordner is 32 cm hoog, dus die past er nog onder, en je stoot je hoofd niet als je opstaat. |
| Werken | Boekenschap, diepte | 25 cm | 20 tot 30 cm | Een pocket is 12 cm diep, een gebonden boek 16 tot 20 cm. Bij 25 cm staan ze allemaal binnen de rand. |
| Werken | Boekenschap, overspanning zonder steun | 80 cm | 70 tot 90 cm | Boeken wegen al snel 25 kg per meter schap. Bij 18 mm plaatmateriaal blijf je onder 80 cm, anders zakt het schap zichtbaar door. |
| Keuken | Schap voor borden, diepte | 32 cm | 30 tot 35 cm | Een plat bord is 26 tot 28 cm in doorsnee. Met 32 cm houd je een vinger ruimte om de stapel te pakken zonder te schuiven. |
| Badkamer | Wastafel, bovenkant | 85 cm | 80 tot 95 cm | Vuistregel: heuphoogte, dan buig je niet voorover om je handen te wassen. Gebruiken kinderen de wastafel, dan is 80 cm prettiger. |
| Badkamer | Opzetkom, hoogte van het meubel | 75 cm | 70 tot 80 cm | Tel de kom van 10 tot 15 cm erbij op, dan komt de bovenrand op 85 tot 95 cm. Vergeet die optelsom en je wast je handen op keukenhoogte. |
| Badkamer | Handdoekhaak naast de wastafel | 140 cm | 120 tot 160 cm | Binnen handbereik met natte handen, dus naast de wastafel en niet aan de andere kant van de ruimte. |
| Badkamer | Handdoekradiator, onderkant | 20 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Daar zitten de aansluitingen en je kunt eronder dweilen. Hang de bovenkant niet hoger dan 180 cm, anders kom je niet bij de handdoek. Een smalle handdoekradiator geeft weinig vermogen, dus reken hem niet als enige verwarming. |
| Badkamer | Douchekraan, hart | 100 cm | 95 tot 110 cm | Heuphoogte, zodat je de kraan kunt bedienen zonder onder de koude straal te gaan staan. |
| Badkamer | Badkraan, hart | 65 cm | 60 tot 75 cm | Ongeveer 20 cm boven de badrand, dan kun je bijmengen terwijl je in bad zit. |
| Badkamer | Regendouchekop | 210 cm | 200 tot 225 cm | Minstens 20 cm boven het hoofd van de langste gebruiker, want je staat er recht onder. Bij een schuin dak meet je op het punt waar je echt staat. |
| Badkamer | Handdouche aan een glijstang, bovenste stand | 190 cm | 180 tot 200 cm | De stang is 60 tot 90 cm lang, dus de onderste stand komt rond 110 cm. Daarmee spoel je het bad, een kind of de hond af. |
| Badkamer | Toilet, zithoogte | 40 cm | 38 tot 48 cm | Standaard is 40 cm. Een verhoogd toilet van 45 tot 48 cm zit op stoelhoogte en daar sta je makkelijker van op. Bij een hangend toilet bepaal je de hoogte zelf met het inbouwframe. |
| Badkamer | Toilet, vrije ruimte voor de pot | 60 cm | 55 tot 70 cm | Daar staan je knieën en voeten. Zijwaarts wil je 80 cm breedte, anders zit je met je schouder tegen de muur. |
| Badkamer | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 75 cm hoog; 20 tot 30 cm voor de voorkant van de pot | Zittend pak je de rol zo zonder te draaien. Hang je hem naast of achter je, dan verdraai je je rug elke keer. |
| Badkamer | Fonteintje in het toilet, bovenkant | 85 cm | 80 tot 90 cm | Dezelfde hoogte als een wastafel. Let op de draairichting van de deur, want een fonteintje van 40 cm breed vraagt een vrije hoek. |
| Badkamer | Stopcontact in de badkamer | buiten 60 cm van bad of douche | norm, geen gewoonte | NEN 1010 verdeelt de badkamer in zones: binnen 60 cm van de rand van een bad of douche mag geen wandcontactdoos. Alle wandcontactdozen moeten achter een aardlekschakelaar van 30 mA. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nalopen voordat je een meubel van kunstleer koopt
Uit de praktijk
Het pvc wordt hard en scheurt langs de naden
Voelt een bekleding van pvc na een paar jaar stijf en bijna krakend aan, en lopen er scheurtjes langs de rijen steekgaatjes, dan zijn de weekmakers eruit getrokken. Zonder weekmakers is pvc een harde kunststof, en de steekgaatjes van de naad werken dan als een perforatielijn waarlangs het materiaal breekt.
Warmte en zon versnellen dat, dus een radiator vlak achter de rugleuning of middagzon door het raam is meestal de plek waar het eerst gebeurt. Een plakkerige film op het oppervlak hoort bij hetzelfde proces: daar komen de weekmakers naar buiten.
Terugdraaien kan niet, want geen middel krijgt de weekmakers weer in het materiaal. Bij een nieuwe bekleding helpen afstand tot de warmtebron en een gordijn dat de felste zon tegenhoudt.
Een witte of crème bekleding trekt geel weg
Vergeelt een lichte bekleding vooral op de plekken waar zon valt, dan zit er waarschijnlijk aromatisch polyurethaan in de laag. Die soort kleurt onder ultraviolet licht langzaam geel, terwijl alifatisch polyurethaan zijn kleur houdt en duurder is.
Aan het staal zie je dat verschil niet, en op de lichtechtheid staat het ook niet altijd, omdat die proef vooral het verschieten van de kleur meet. Vraag bij wit of crème daarom uitdrukkelijk of de toplaag in licht vergeelt.
Bij pvc geeft warmte een vergelijkbare verkleuring. Een lichte bekleding vlak boven een radiator verkleurt daar eerder dan op de rest van het meubel.
De zitting plooit alsof de bekleding te groot is geworden
Ligt de bekleding na een jaar of twee in losse plooien op de zitting terwijl de naden heel zijn, dan hebben de drager en het schuim eronder allebei toegegeven. Een gebreide drager rekt bij elke keer zitten iets uit en veert niet helemaal terug, en zitschuim dat inzakt maakt de vorm eronder kleiner.
Het overschot aan bekleding vouwt daarna steeds op dezelfde plek, en precies daar barst een film later het eerst. Een geweven drager rekt minder maar kreukt sneller, dus welke drager beter uitpakt, hangt af van hoe strak de bekleding op de zitting gespannen is.
Vertragen kan door de kussens geregeld op te kloppen en te wisselen, zodat niet steeds dezelfde plek de last krijgt. Is het schuim al ingezakt, dan geeft nieuw zitschuim de bekleding zijn spanning terug.
Veelgemaakte fouten
Kiezen op hoe echt het oogt
Twee stalen die in de winkel even overtuigend zijn, kunnen van een totaal andere kunststof zijn. De nerf wordt er bij allemaal in geperst of gegoten, dus het uiterlijk zegt niets over of het materiaal gaat barsten, verharden of dof slijten.
Vraag daarom eerst welke kunststof het is en welke testwaarden erbij horen. Beoordeel pas daarna of de glans en de nerf je bevallen.
Microvezel-pu verwarren met een microvezelstof
Een bank die als microvezel wordt verkocht, is meestal bekleed met een geweven of gebreide stof van fijne polyestervezels zonder coating, en die voelt als textiel. Microvezel-pu is een vlies met polyurethaan erin en een toplaag die op leer lijkt.
De namen lijken op elkaar, het gedrag niet: de stof neemt vlekken op en verdraagt nagels meestal beter, de pu-variant laat vlekken liggen en slijt dof. Vraag dus of er een coating op zit.
Pu kiezen voor een serre of een badkamer
Polyurethaan op een polyesterbasis breekt af door vocht, en warmte versnelt die reactie. Een serre die overdag opwarmt en 's nachts vochtig wordt, of een badkamer met stoom, zit precies in de omstandigheden waarin de laag het snelst kleverig wordt en afbladdert.
Dat gebeurt ook als er nauwelijks op gezeten wordt. Pvc en siliconenleer hebben van vocht geen last en zijn op zo'n plek de betere bekleding.
Pu ontsmetten met alcoholdoekjes
Ontsmettingsdoekjes bevatten alcohol, en die weekt de toplak van pu bij elke beurt een beetje op. Na een paar maanden dagelijks gebruik wordt het oppervlak dof en plakkerig, en daar ontstaan de eerste barstjes eerder dan op plekken die je niet ontsmet.
Moet een meubel echt geregeld ontsmet worden, kies dan siliconenleer of een pvc waarvoor de fabrikant het middel opgeeft.
Vegan of eco op het etiket lezen als kwaliteitskenmerk
Vegan zegt alleen dat er geen dierlijk materiaal in zit, en eco heeft bij kunstleer geen vaste betekenis. Beide woorden staan op goedkoop pu met een dunne laag en op microvezel-pu dat jaren langer meegaat.
De kwaliteit zit in de opbouw en de testwaarden, niet in de naam. Vraag die op voordat je de prijzen van twee meubels naast elkaar legt.
Een scheur in siliconen of verhard pvc willen lijmen
Op siliconen hechten lijm en reparatiepasta slecht, omdat het materiaal juist zo is gemaakt dat er weinig aan blijft kleven; een reparatie laat er na korte tijd weer los. Pvc laat zich beter plakken, maar in verhard pvc loopt een scheur naast de reparatie verder, omdat het materiaal eromheen even bros is.
Bij een losse zitting is een nieuwe bekleding de blijvende oplossing, en die is vaak goedkoper dan een tweede en derde reparatie.
Veelgestelde vragen
Hoe heet kunststof dat op leer moet lijken?
De verzamelnaam is kunstleer, en in winkels kom je daarnaast imitatieleer, lederlook, vinyl, vegan leer en eco leer tegen. Die namen zeggen weinig over het materiaal zelf, want ze worden voor verschillende kunststoffen door elkaar gebruikt.
Wat er werkelijk onder zit, is bijna altijd pu, pvc, microvezel-pu of siliconen op een textiele drager. Vraag daarom naar de kunststof en niet naar de naam; hoe die zich tot echt leer en stof verhouden, staat bij de keuze tussen leer, stof en andere bekledingen.
Welk kunstleer lijkt het meest op echt leer?
Microvezel-pu komt het dichtst bij, omdat het onder de toplaag uit een vlies van vervlochten vezels bestaat, net als een huid. Het vouwt daardoor in fijnere plooien, voelt voller in de hand en heeft op de snijkant een vezelige doorsnede in plaats van een film op een weefsel.
Het verschil zit dan nog in de details: de nerf herhaalt zich, de vezellaag is overal even dicht en het materiaal buffert minder vocht dan leer. Bij pu en pvc maken een matte toplak en een tweede tint in de nerf het meeste verschil in hoe echt het oogt.
Is pvc kunstleer slechter dan pu kunstleer?
Niet slechter, wel anders. Pu is soepeler en voelt warmer aan, maar breekt af waar warmte en vocht samenkomen en barst op de vouwlijnen; pvc is stijver, koeler en zwaarder, maar ongevoelig voor vocht en beter bestand tegen water en ontsmetten.
Pvc veroudert doordat de weekmakers er in zon en warmte uit trekken, waarna het hard wordt en langs de naden scheurt. Op een tuinstoel of in een vochtige ruimte is pvc daarom de betere keuze, op een binnenbank waar je lang zit is pu of microvezel-pu prettiger.
Wat is siliconenleer en is het de hogere prijs waard?
Siliconenleer is een laag siliconenrubber op een polyester drager, zonder weekmakers in de laag. Het breekt niet af door vocht, verdraagt zon, alcohol en verdund chloor, en vlekken als koffie en balpeninkt blijven er meestal op liggen.
De meerprijs verdient zich terug op plekken waar pu snel opgeeft: een serre, een meubel dat ontsmet wordt, of eetstoelen waar met stiften wordt getekend. Op een hoofdbord of een stoel die weinig gebruikt wordt, doet gewoon pu hetzelfde voor minder geld, en de wat rubberachtige greep bevalt niet iedereen.
Kun je kunstleer buiten gebruiken?
Pvc en siliconenleer die voor buiten zijn gemaakt kunnen dat, pu niet. Pu breekt af door de combinatie van regen, warmte en zon, en een kussen dat buiten nat wordt en daarna in de zon opwarmt, zit precies in die omstandigheden.
Let buiten ook op wat er onder de laag zit. Een drager en een vulling die water vasthouden gaan schimmelen, en gewoon garen wordt door zonlicht zwakker, zodat de naad eerder opengaat dan de bekleding slijt; vraag dus naar garen dat tegen zonlicht kan en een vulling die water laat doorlopen.
Waarom ruikt een nieuwe bank van kunstleer en gaat dat over?
De geur komt van vluchtige stoffen die na de productie in de laag, de lijm en het schuim zijn achtergebleven. Ze dampen uit, het sterkst in de eerste weken en sneller naarmate het warmer is en er meer lucht langs gaat.
Pak het meubel daarom meteen uit, zet een raam open en laat het niet in de folie in een koude berging staan. Blijft een scherpe geur na een paar maanden even sterk, of wordt het oppervlak plakkerig, vraag de verkoper dan welke kunststof en welke weekmakers er zijn gebruikt.
Hoe zie je in de winkel of kunstleer van goede kwaliteit is?
Begin bij de snijkant, onder de zitting of bij een naad: daar zie je of het een film op een weefsel is, een schuimlaag, een vezelvlies of samengeperste leervezels. Vouw daarna een stukje scherp dubbel en kijk of de plooi weer glad trekt of als lijn blijft staan.
Vraag vervolgens de technische kaart op, met de schuurvastheid, de buigvastheid en bij pu de hydrolysetest in weken. Voor stoelen houden wij 15.000 toeren schuurvastheid als ondergrens aan en voor een bank waarop dagelijks wordt gezeten 25.000 of meer.
Welk kunstleer kan tegen ontsmettingsmiddel?
Siliconenleer verdraagt het het best: alcohol en verdund chloor tasten de laag nauwelijks aan, ook bij dagelijks gebruik. Pvc kan er redelijk tegen, zeker de uitvoeringen die voor zorg of horeca zijn gemaakt, zolang je het middel gebruikt dat de fabrikant noemt en daarna nawist met water.
Pu, plantaardig kunstleer en microvezel-pu zijn er het gevoeligst voor, omdat alcohol de toplak bij elke beurt een beetje oplost. Na een paar maanden wordt het oppervlak dof en plakkerig, en daarna volgen de barstjes.
Wat is het verschil tussen kunstleer en gecorrigeerd leer?
Gecorrigeerd leer, ook pigmentleer genoemd, is echte huid waarvan de nerf is weggeschuurd en die een geperste nerf in een toplaag van polyurethaan heeft gekregen. Aan de buitenkant lijkt het daardoor op pu-kunstleer: water blijft staan en het patroon is regelmatig.
Het verschil zit onder die toplaag. Kunstleer heeft een weefsel of vlies als basis, gecorrigeerd leer een vezelige huid over de volle dikte, en die huid blijft heel als de toplaag op een plek slijt of loslaat.
Is kunstleer handig voor eetkamerstoelen als er kinderen aan tafel zitten?
Ja, dat is een van de plekken waar pu-kunstleer het goed doet. Een eetstoel buigt weinig, en afvegen na elke maaltijd haalt juist het vet en het eten weg dat de toplak aantast, zodat de zitting jaren meegaat.
Wat pu niet verdraagt, is kleur die in de laag trekt, zoals stift, balpen en de kleurstof uit een nieuwe spijkerbroek. Wordt er aan tafel ook getekend, dan houdt siliconenleer die vlekken beter buiten, en een zitting die je los kunt schroeven is later te vervangen zonder nieuwe stoel.
Is kunstleer beter dan echt leer?
Dat hangt af van het meubel en de plek. Op een eetstoel, een hoofdbord of in een ruimte waar ontsmet wordt, doet kunstleer het even goed of beter dan leer, tegen een lagere prijs en met minder onderhoud.
Op de bank waar elke avond wordt gezeten, gaan leer en microvezel-pu duidelijk langer mee dan gewoon pu, en leer voelt na een kwartier droger aan. Reken daar per jaar gebruik in plaats van per aankoop, want een bekleding die twee keer zo lang meegaat, halveert de rekening.
Wanneer je beter een vakman belt
Een losse zitting van een eetkamerstoel opnieuw bekleden met pu-kunstleer kun je zelf met een tacker, zolang je de hoeken in kleine plooien vouwt en de bekleding niet te strak trekt. Een bank of fauteuil met naden, bolle armleuningen en een vaste rug is werk voor een meubelstoffeerder.
De reden zit in het materiaal: pvc wordt met warmte om een ronding gevormd en krimpt bij te veel warmte, pu op een breisel rekt in de ene richting meer dan in de andere, en siliconen laat zich slecht lijmen, dus daar moet elke naad goed gestikt zijn. Een stoffeerder beoordeelt daarbij of het zitschuim en de vering nog goed genoeg zijn om een nieuwe bekleding de moeite waard te maken.