Een wandkast hangend ophangen: hoogte, diepte en bevestiging
Een hangende wandkast belast de muur op twee manieren tegelijk: hij duwt met zijn volle gewicht naar beneden en trekt bovenaan van de wand af, en die trekkracht groeit met de diepte en krimpt met de hoogte van de kast. In de keuken hangt de onderkant 55 cm boven het werkblad en is de kast 35 cm diep, boven een dressoir 40 cm boven het blad en 25 tot 35 cm diep. Wat een wand per bevestigingspunt houdt loopt van 10 kg in gipsplaat tot 25 kg in beton, en voor een kast vallen de hollewandpluggen af: die hoort aan een houten regel, aan de steen erachter of aan een chemisch anker. Wie eerst het volle gewicht uitrekent en daarna pas de plug kiest, hangt de kast één keer op.
Dit heb je nodig
- Tijd
- een halve dag voor twee kastjes
- Moeilijkheid
- Goed zelf te doen, maar niet alleen
- Kosten
- 5 tot 30 euro aan pluggen, schroeven en een rachel
Gereedschap
- Rolmaat en potlood
- Waterpas van minstens 60 cm, liever 120 cm
- Leidingdetector voor stroom en metaal
- Magneet om de schroefkoppen in een gipsplaten wand te vinden
- Boormachine met klopstand, of een SDS-boorhamer bij beton
- Steenboor 8 mm en een houtboor voor voorboren
- Accuschroevendraaier met kruiskopbit
- Stofzuiger of een blaasbalgje om het boorgat leeg te maken
Materiaal
- Nylon pluggen 8 mm met schroeven van 6 bij 60 tot 80 mm
- Verstelbare kastophangers met haaklat, of een doorlopende ophangrail
- Rachel of vulblokjes van 18 mm voor een voorzetwand
- Koppelschroeven om twee kasten aan elkaar te zetten
- Vulstrook of sluitlat voor de naad langs een scheve muur
Wat er aan de wand komt te hangen en wat dat weegt
Een hangende wandkast levert vloer op en verplaatst de vraag naar de muur. Het gewicht dat telt is niet dat van de kast, maar dat van de kast plus alles wat je erin zet, en dat tweede is bijna altijd het zwaarste deel.
Een leeg keukenkastje van 60 cm breed en 70 cm hoog weegt 15 tot 20 kg, want plaatmateriaal van 16 mm weegt ongeveer 11 kg per vierkante meter. Zet je er servies in, dan komt daar 15 tot 25 kg bij en hangt er 35 kg aan twee schroeven. Welke kastvorm bij welke spullen hoort en wanneer staand beter uitpakt, staat bij kasten en opbergruimte kiezen.
Reken de inhoud dus op voordat je een plug kiest. De gewichten hieronder gelden per strekkende meter schap en zijn de posten die in een hangkast het verschil maken:
- Boeken en tijdschriften: 20 tot 30 kg per meter bij een schapdiepte van 25 cm.
- Volle A4-ordners: ongeveer 1,5 kg per stuk, dus 15 tot 25 kg per meter.
- Servies: een stapel van twaalf platte borden weegt 6 tot 10 kg, porselein onderin dat bereik en dik aardewerk erboven.
- Voorraadpotten van een liter: ongeveer 1,3 kg per volle pot, dus een rij van acht haalt ruim 10 kg.
- Flessen: een volle literfles weegt rond 1,5 kg, waarmee tien flessen zwaarder zijn dan het servies in het kastje ernaast.
- Handdoeken en linnengoed: 5 tot 10 kg per meter, het lichtste wat je in een hangkast kwijt kunt.
Tel het eigen gewicht van de kast bij die inhoud op en je hebt het getal waarmee je naar de wand kijkt. Wat jouw muur per bevestigingspunt houdt, kun je per wandsoort, gewicht en soort object opzoeken voordat je de boor pakt.
Twee bevestigingspunten verdubbelen die draagkracht niet. Reken met anderhalf keer wat één punt houdt, want een kast trekt zelden precies even hard aan beide punten, en bij vier punten met ongeveer drie keer.
Het gewicht van de kast staat in de handleiding, het gewicht van de inhoud niet. Een kastje dat leeg netjes aan twee hollewandpluggen bleef hangen, staat vol op het dubbele of het drievoudige en zakt dan alsnog millimeter voor millimeter uit de plaat.
Hoe diep de kast is, bepaalt hoe hard hij aan de bovenkant trekt
Een kast aan de wand belast zijn bevestiging op twee manieren tegelijk. Het volle gewicht werkt recht naar beneden langs de muur, en omdat het zwaartepunt ongeveer een halve kastdiepte voor de muur ligt, kantelt de kast naar voren en trekken de bovenste schroeven uit de wand.
Zolang de achterwand onderaan tegen de muur drukt, schat je die trekkracht met één deling: het volle gewicht maal de halve diepte, gedeeld door de hoogte tussen de bovenste schroeflijn en de onderkant van de achterwand. Dat is de hefboom waar de kast omheen wil draaien.
Daar zit de reden in waarom diepte en hoogte zwaarder wegen dan het gewicht alleen. Een kastje van 35 cm diep en 70 cm hoog met 35 kg erin trekt bovenaan met ongeveer 9 kg, terwijl hetzelfde kastje van 36 cm hoog met maar 20 kg erin met 11 kg trekt: de hefboom is van 65 naar 31 cm gekrompen.
Voor de verticale last geldt dat niet. Die is en blijft het volle gewicht, hoe hoog of hoe ondiep de kast ook is. Je kijkt dus naar twee getallen tegelijk, en de zwaarste combinatie is een lage diepe kast en niet de hoogste.
Een ophangrail of een wiggenlat over de volle breedte verandert die verhouding in je voordeel, omdat de trekkracht dan over de hele bovenrand wordt verdeeld in plaats van over twee schroefkoppen. Komt de onderkant van de kast niet tegen de wand, bijvoorbeeld door een plint of een uitstekende tegelrand, dan verdwijnt de steun onderaan en komt de hele kanteling op de schroeven te staan.
| Kast, breedte bij diepte bij hoogte | Gewicht als hij vol is | Verticaal per punt | Trekkracht bovenaan per punt | Wat dat betekent |
|---|---|---|---|---|
| Keukenkastje 60 bij 35 bij 70 cm, twee punten | 35 kg | 23 kg | 5 kg | In gipsplaat houdt geen enkele plug 23 kg, dus dit kastje hoort aan de regel of aan de steen erachter |
| Kastje boven de koelkast 80 bij 35 bij 36 cm, twee punten | 20 kg | 13 kg | 6 kg | Lager en lichter, en toch trekt hij bovenaan harder, want de hefboom is 31 cm in plaats van 65 cm |
| Wandkast 120 bij 40 bij 60 cm, vier punten | 55 kg | 18 kg | 7 kg | Vier punten delen de last niet door vier maar door ongeveer drie |
| Ondiep wandkastje 60 bij 20 bij 60 cm, twee punten | 15 kg | 10 kg | 1,5 kg | Bij 20 cm diepte valt de trekkracht weg en blijft alleen het dragen over |
| Zwevend kastje 100 bij 45 bij 35 cm, twee punten | 40 kg | 27 kg | 15 kg | Diep en laag is de zwaarste combinatie, en juist dit model hangt vaak aan twee punten |
| Spiegelkast 80 bij 15 bij 70 cm, twee punten | 18 kg | 12 kg | 1 kg | Ondiep en hoog hangt bijna recht naar beneden en vraagt draagkracht, geen uittrekweerstand |
Reken met de kast zoals je hem gebruikt en niet zoals hij in de folder staat. Een deur die openstaat verschuift het zwaartepunt naar voren, en een lade die je helemaal uittrekt doet dat nog verder: dan is de diepte in die deling geen 35 cm meer maar eerder 70.
Op welke hoogte een wandkast hangt, per plek in huis
De hoogte van een hangkast volgt uit twee dingen: wat eronder staat en hoe ver je reikt. Boven een blad moet je kunnen werken zonder je hoofd te stoten, en het bovenste schap moet je nog kunnen leegpakken zonder trapje.
Die tweede grens ligt rond 200 cm, met 190 tot 210 cm als bereik waarin de meeste mensen nog bij het achterste van een schap komen. Alles daarboven is opslag voor wat je twee keer per jaar pakt, en dat is zelden wat je in een wandkast wilt bewaren.
Reken van boven naar beneden terug. Wil je de bovenkant op 215 cm en is de kast 70 cm hoog, dan komt de onderkant op 145 cm, en dat is precies de hoogte die boven een aanrecht van 90 cm hoort. Klopt dat niet met wat eronder staat, dan verandert de kasthoogte en niet de plek.
De maten in de tabel hieronder zijn gangbare product- en werkhoogtes en geen voorschriften. Waar een fabrikant een afstand opgeeft, bijvoorbeeld bij een afzuigkap, gaat die handleiding altijd voor. De overige hoogtes in huis kun je per onderdeel opzoeken met de marge erbij, zodat je ziet hoeveel speling er in een maat zit.
Eén regel loopt door alle rijen heen: hang de kast op de hoogte die bij de plek hoort en niet op de hoogte waar de vorige kast toevallig hing. De oude gaten liggen bijna nooit op de goede lijn, en een kast 6 cm te laag boven een werkblad merk je elke dag.
| Waar de kast hangt | Onderkant | Diepte die past | Waarom die maat |
|---|---|---|---|
| Boven een keukenwerkblad van 90 cm | 145 cm, dus 55 cm boven het blad | 35 cm | Onder 50 cm past de keukenmachine er niet onder, boven 60 cm kom je niet bij het bovenste schap |
| Boven een inductiekookplaat, de afzuigkap | 150 cm, dus 60 cm boven het blad | volgens het model | Bereik 55 tot 65 cm, maar de handleiding van de kap gaat voor |
| Boven een gaskookplaat, de afzuigkap | 160 cm, dus 70 cm boven het blad | volgens het model | De vlam reikt hoger dan een inductieveld, dus het bereik schuift op naar 65 tot 75 cm |
| Boven een dressoir of een kast in de woonkamer | 40 cm boven het blad | 25 tot 35 cm | Onder 30 cm past er geen lamp of lijst meer op het blad, boven 50 cm raakt de kast los van het meubel |
| Boven een bureaublad van 74 cm | 119 cm, dus 45 cm boven het blad | 25 tot 30 cm | Je moet er zittend onderdoor kunnen kijken en staand bij het bovenste schap kunnen |
| Boven een wastafel van 85 cm, een spiegelkast | 105 cm, dus 20 cm boven het blad | 12 tot 18 cm | Dieper dan 18 cm en je stoot je hoofd zodra je voorover buigt boven de kraan |
| Boven een toilet | minstens 130 cm | 20 tot 25 cm | Vanaf een zithoogte van 40 cm komt je hoofd tot ongeveer 125 cm en kom je overeind met een voorwaartse beweging |
| Boven een kapstok met haken op 170 cm | 180 cm | 30 tot 35 cm | De schouders van een jas aan een haak vragen de ruimte tot net boven de haak |
| Boven het hoofdeinde van een bed | 70 cm boven de matras, dus rond 125 cm | 20 cm | Rechtop in bed zit je hoofd 60 tot 70 cm boven de matras, en een diepe kast hangt daar in de weg |
| Boven een wasmachine van 85 cm hoog | 110 cm | 30 tot 40 cm | Met 25 cm vrij kun je de trommel nog vullen en een mand op de machine zetten |
Plak de omtrek van de kast met schilderstape op de wand en laat hem daar een dag zitten. Je pakt er in die dag iets onderdoor en loopt er een paar keer langs, en dan voel je 5 cm te laag eerder dan dat je hem met een rolmaat uitrekent.
Wandkasten in de keuken: 35 cm diep en 55 cm boven het blad
In de keuken liggen de maten van een hangkast het strakst vast, omdat het werkblad, de kookplaat en de apparaten er allemaal aan hangen. Het aanrecht ligt op 90 cm, het blad is 60 cm diep, en de bovenkastjes zijn met 35 cm bewust ondieper.
Dat verschil van 25 cm is geen stijlkeuze. Wie over het blad buigt om te snijden of in een pan te kijken, komt met zijn hoofd tot ongeveer 20 cm voorbij de voorrand van de kast, en een kastje van 60 cm diep zou daar precies staan.
Een wandkast hangend in de keuken plaatsen betekent verder werken in modules. Onder- en bovenkasten volgen dezelfde breedtes van 30, 45, 60 en 80 cm, en sommige series hebben daar 40 of 50 cm bij. Houd de stootnaden van boven en onder gelijk, want twee rijen met verspringende naden leest het oog als scheef, ook als alles waterpas hangt.
Tussen het blad en de onderkant van de kast zit de strook waar de stopcontacten zitten, met het hart op ongeveer 115 cm. Dat is meteen de reden om daar niet blind te boren: leidingen lopen meestal recht boven of onder een stopcontact of een schakelaar de wand in.
Boven de kookplaat hangt geen kast maar de afzuigkap, met de onderkant op 60 cm boven het blad bij inductie en 70 cm bij gas. Het kastje dat er soms omheen valt, is meestal 36 cm hoog, en juist zo'n laag kastje trekt bovenaan verhoudingsgewijs hard aan de wand.
Boor in een keukenwand nooit zonder detector in de strook tussen 100 en 130 cm. Daar lopen de kabels naar de stopcontacten boven het blad, en in oudere keukens ligt de gasleiding naar de kookplaat vaak in dezelfde wand.
Waaraan de kast hangt: kastophangers, een rail of een wiggenlat
De plug in de muur is maar de helft van de bevestiging. De andere helft is wat er aan de kant van de kast zit, en daarin verschillen de systemen sterk in hoeveel je achteraf nog kunt bijstellen.
Verstelbare kastophangers zijn de standaard in keukens en in de meeste vlakverpakte kasten. Achterin de kast zit links en rechts een beugel die met twee schroeven ongeveer 2 tot 3 cm in de hoogte en 1 cm in de diepte verstelt, en die beugel haakt over een lat of over twee schroefkoppen in de wand.
Die verstelling is de reden dat keukenkasten in een rij recht komen te hangen terwijl de muur dat niet is. Je hangt ze eerst allemaal, je stelt daarna pas na, en je koppelt ze als laatste aan elkaar.
Een wiggenlat, ook wel een schuine lat of French cleat, werkt anders: twee latten die je onder 45 graden afschuint, waarvan de ene op de wand zit en de andere op de kast. Het gewicht duwt de kast dan tegen de muur in plaats van ervan af, en de last verdeelt zich over de hele breedte in plaats van over twee punten.
De prijs daarvan is diepte: twee latten van 18 mm brengen de kast ongeveer 4 cm van de wand, en dat zie je aan de zijkant. Bij een kast tegen een zijmuur of tussen twee wanden is dat de reden om voor een rail of voor kastophangers te kiezen.
| Systeem | Hoe de kast eraan hangt | Waarvoor het bedoeld is | Waar het op misgaat |
|---|---|---|---|
| Verstelbare kastophanger met haaklat | Twee beugels achterin de kast haken over een lat of over twee schroeven in de wand | Keukenkasten en zware kasten die je na het ophangen nog wilt uitlijnen | De haak valt niet over de lat als je de kast te vlak optilt; kantel hem 10 graden naar voren |
| Doorlopende ophangrail op de wand | Eén rail waterpas over de volle wandlengte, alle kasten haken erop | Een rij kastjes die onderling op één lijn moet komen | De rail hangt aan zijn zwakste schroef, dus elk gat moet raak zijn, ook dat in het midden |
| Wiggenlat of French cleat onder 45 graden | Twee schuine latten die in elkaar vallen, waarbij het gewicht de kast naar de wand duwt | Zelfgemaakte kasten en zware open vakken over een grote breedte | De kast komt ongeveer 4 cm van de wand en is in de hoogte alleen te verstellen door te herboren |
| Sleutelgatophanging in de achterwand | Twee uitgefreesde gaten vallen over twee schroefkoppen | Lichte kastjes en spiegelkasten tot ongeveer 15 kg | Nul verstelling: zit het tweede gat 2 mm scheef, dan hangt de kast scheef |
| Doorschroeven door de achterwand | Schroeven met een ring gaan door de achterwand van de kast heen de wand in | Kasten met een massieve rug van 8 tot 18 mm, vaak bij zelfbouw | Bij een rug van 3 mm hardboard trekt de schroefkop er dwars doorheen en zakt de kast in zijn eigen rug |
| Blinde pennen of een strip in de achterkant | Draadeinden of een stalen strip in de wand vallen in uitgefreesde gaten | Een zwevend kastje zonder zichtbare bevestiging, in een massieve wand | Alle kracht komt op een korte hefboom, dus dit werkt alleen bij ondiep en licht |
Schroef een rechte lat waterpas op de wand, precies op de hoogte waar de onderkant van de kast komt, en zet de kast daarop terwijl je hem vastschroeft. De lat houdt het gewicht en de hoogte vast, zodat je handen vrij zijn voor de schroevendraaier en de kast niet tijdens het vastzetten 3 mm wegzakt.
Welke wand een hangkast houdt en welke niet
Wat een wand houdt, zit in de ondergrond en niet in de plug. Bij gipsplaat hangt alles aan 12,5 mm gips met een kartonlaagje, terwijl in kalkzandsteen of beton de steen om de plug het werk doet, en dat verschil is een factor twee tot drie.
Voor een kast komt daar een grens bovenop die bij een schilderij niet geldt. Een metalen hollewandplug, een kunststof hollewandplug en een kiepplug zijn gemaakt voor een lijst, een plank of een klok: het gips scheurt eerder dan het metaal bezwijkt, en onder een blijvende last trekt zo'n plug een halve maan uit de plaat.
Een hangkast hoort daarom aan de houten regel achter de plaat, aan de steen daarachter of aan een chemisch anker. De regels staan om de 40 tot 60 cm; je vindt ze met een magneet die de schroefkoppen in de plaat aanwijst, of door te tikken en te luisteren waar het massief klinkt.
Valt de kastbreedte niet mooi over twee regels, schroef dan eerst een rachel van 18 mm horizontaal over twee of drie regels en hang de kast daaraan. Je verdeelt de last dan over meer punten en je bent vrij in waar de ophangers komen.
Bij een voorzetwand met een spouw ervoor zit het houvast in de steen erachter, en dan speelt er nog iets: draai je de schroef gewoon aan, dan drukt hij de gipsplaat in. Daar horen een afstandhouder of vulblokjes tussen, zodat de kracht van de plaat naar de steen loopt en niet erop blijft staan. Houdt een wand echt weinig, dan is een ondiepe kast van 25 tot 30 cm de betere keuze, want minder diepte betekent minder trekkracht bovenaan.

| Wand | Waar een hangkast aan hoort | Wat één punt dan houdt | Waar het op misgaat |
|---|---|---|---|
| Gipsplaat met houten regels erachter | Schroef zonder plug, minstens 40 mm in het hout | 15 kg | De regelafstand van 40 tot 60 cm valt zelden samen met de ophangpunten van de kast |
| Gipsplaat op metalen profielen van 0,6 mm | Rachel over twee profielen, of doorschroeven naar de steen | afhankelijk van wat erachter zit | Een houtschroef in dun staal grijpt over nog geen millimeter en trekt er glad uit |
| Voorzetwand met een spouw voor steen | Lange schroef met plug in de steen, met vulblokjes ertussen | zoals de steen erachter | Zonder vulblokje drukt de schroef de plaat in en komt de kast schuin te hangen |
| Gestuukte baksteen | Nylon plug van 8 mm, voorbij de stuclaag in de steen | 15 kg | Specie is zachter dan steen, dus een plug in de voeg houdt ongeveer de helft |
| Kalkzandsteen | Nylon plug, klopstand uit of op de lichtste stand | 20 kg | Met de klop erop wordt het gat te ruim en draait de plug mee in zijn eigen poeder |
| Beton | Nylon plug, bij zwaar werk een keilbout of een chemisch anker | 25 kg | Stuit de boor op wapening, verplaats het gat 3 tot 5 cm en boor niet door |
| Gasbeton of cellenbeton | Chemisch anker met injectiemortel en een schroefhuls | 20 kg | Een gewone nylon plug trekt er als een kurk uit en harder aandraaien maakt het gat groter |
| Holle bouwsteen | Chemisch anker met een zeefhuls | 25 kg | Het wandje van 10 tot 20 mm is de grens en niet de bevestiging |
| Betegelde wand | Plug in het materiaal achter de tegel en de lijmlaag | 12 kg | Beginnen met klopstand doet de tegel barsten vanaf het boorgat naar de rand |
Waterpas hangen en kastjes naast elkaar op één lijn krijgen
Een kast hangt zelden scheef door de kast. Hij hangt scheef omdat de muur, de vloer en het plafond dat alle drie zijn, en omdat je onbewust vanaf de verkeerde lijn meet.
Meet daarom eerst hoe scheef je vertrek is. Zet de hoogte van de onderkant van de kast op drie plekken vanaf de vloer uit, meet daarna dezelfde lijn vanaf het plafond, en kijk hoeveel de twee uit elkaar lopen. Bij meer dan een centimeter over twee meter moet je kiezen welke naad zichtbaar blijft.
Boven een werkblad wint het blad, want daar zie je de naad elke dag van dichtbij. Loopt de kast tot het plafond door, dan wint het plafond en vang je het verschil onderin op met een plint of een sokkel.
Wandkastjes hangend naast elkaar zet je niet stuk voor stuk waterpas, maar aan één doorgaande lijn: een rail, een lat of een laserlijn over de hele wand. Elke kast die je apart uitmeet, krijgt zijn eigen millimeter afwijking mee, en drie kasten met ieder 2 mm laten de onderkanten zichtbaar verspringen.
Koppel de kasten daarna aan elkaar met twee schroeven per verbinding, een vlak onder het bovenste scharnier en een vlak boven het onderste. Klem de voorkanten eerst gelijk met een lijmklem, want het oog leest de voorranden en de deurnaad, niet de achterkant tegen de wand. Voor een rij van twee of drie smalle kastjes van 30 tot 40 cm breed is die ene rail het verschil tussen een wandje en een stel losse kastjes.
Hang de zwaarste kast als eerste en werk van daaruit naar de zijkanten. Die kast bepaalt de lijn, en het is makkelijker om een licht kastje van 8 kg een paar millimeter bij te stellen dan een volle kast van 35 kg opnieuw af te hangen.
Ondiep, smal of tot het plafond: welke maat waar past
De diepte van een hangkast kies je op wat erin gaat, want een paar centimeter bepaalt of iets past of op zijn kant moet. De grenzen liggen dichter bij elkaar dan mensen verwachten.
- 20 cm: glazen, mokken, kruiden, pockets en een fotolijst. Een plat bord past niet.
- 25 cm: boeken op één rij, ordners liggend, kleine voorraadpotten.
- 32 tot 35 cm: platte borden van 26 tot 28 cm, kommen en pannen, en dat is de reden dat een keukenbovenkast op 35 cm zit.
- 40 cm: een legbord met opgevouwen truien of handdoeken, want een gevouwen trui is ongeveer 30 cm breed en valt anders naar voren.
- Meer dan 45 cm: hoort niet meer aan de wand. De trekkracht bovenaan loopt te hard op en je kijkt er met je hoofd tegenaan.
Voor de breedte geldt de omgekeerde afweging. Twee kastjes van 60 cm naast elkaar hangen makkelijker dan één van 120 cm, want ze zijn met zijn tweeën te tillen en je hebt vier ophangpunten in plaats van twee. Eén brede kast heeft weer minder naden en een rustiger front.
Loopt de kast tot het plafond door, dan is het geen hangkast meer maar een wandkast die op de vloer staat, in modules van 50 tot 60 cm breed en 35 tot 45 cm diep. Boven 220 cm heb je een trapje nodig, dus houd daar 60 cm vloer vrij om te kunnen staan.

Is de wand de beperking en niet de inhoud, kijk dan eerst naar wat je opgeeft als je van 40 naar 25 cm diepte gaat voordat je een zwaardere bevestiging zoekt. En twijfel je of dit meubel hier het juiste is, dan helpt het overzicht van welk meubel in welke ruimte past om die keuze eerst te maken.
Zo hang je een wandkast op zonder hem twee keer af te halen
De volgorde draait om één ding: alles wat je achteraf niet meer kunt veranderen, doe je eerst.
-
Reken het volle gewicht uit en leg de hoogte vast
Tel het gewicht van de kast en van de inhoud bij elkaar op en deel dat door anderhalf bij twee ophangpunten of door drie bij vier punten. Bepaal daarna de onderkant vanuit wat eronder staat, en reken terug of het bovenste schap onder 210 cm blijft.
-
Zoek uit wat er achter de wand zit
Tik de wand af: hol met om de 40 tot 60 cm een massief punt betekent gipsplaat met regels. Haal de leidingdetector over de strook boven en onder elk stopcontact en elke schakelaar, en boor één proefgat van 6 mm om aan de kleur van het gruis te zien wat erachter zit.
-
Zet één doorlopende lijn op de wand
Teken de onderkant van de kast als één lijn over de hele wand en controleer hem met de waterpas over de volle lengte, niet per kastbreedte. Meet de lijn ook vanaf het plafond, zodat je weet welke naad straks gaat wijken.
-
Boor de gaten en maak ze schoon
Boor 10 mm dieper dan de plug lang is en tel de dikte van de stuclaag daarbij op. Zuig of blaas elk gat leeg voordat de plug erin gaat, want boorstof werkt als glijmiddel en halveert de klemming die het gewicht moet dragen.
-
Schroef een steunlat onder de lijn
Zet een rechte lat waterpas vlak onder de lijn van de onderkant. De kast rust daar tijdens het ophangen op, waardoor hij niet wegzakt terwijl je de schroeven aandraait en je met twee mensen genoeg hebt in plaats van drie.
-
Hang de kast en stel hem daarna pas na
Kantel de kast 10 graden naar voren zodat de haken over de lat vallen en zet hem daarna recht. Draai de schroeven van de ophangers eerst handvast, stel hoogte en diepte bij, en trek ze pas aan als de kast op de lijn staat.
-
Koppel de kasten en controleer na een week
Klem de voorranden gelijk, koppel met twee schroeven per verbinding en hang daarna de deuren af. Vul de kast, wacht een week en loop de schroeven nog een keer na: wat gaat zetten, doet dat in de eerste dagen onder volle belasting.
Maatwijzer
De hoogtes en maten die in een huis kloppen: bar, eettafel, tv, schilderij, wandlamp, kapstok en gordijnrails, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Onderdeel | Wat | Maat | Marge die werkt | Waar het van afhangt |
|---|---|---|---|---|
| Zitten | Bank, zithoogte | 44 cm | 40 tot 48 cm | Meet tot de ingezakte zitting, niet tot het bolle kussen. Hoger kom je makkelijker op en af, lager zit je meer achterover. |
| Zitten | Bank, zitdiepte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Boven 70 cm hangen je voeten vrij en zit je gedwongen onderuit. Loungebanken gaan tot 100 cm en zijn bedoeld om op te liggen. |
| Zitten | Bank, totale hoogte met rugleuning | 80 cm | 75 tot 90 cm | Staat de bank voor een raam, dan blijft hij onder de vensterbank als hij niet hoger is dan 80 cm. |
| Zitten | Fauteuil, zithoogte | 45 cm | 42 tot 48 cm | Een paar centimeter hoger dan de bank scheelt bij het opstaan. Een lage lounge-fauteuil zakt naar 38 cm. |
| Zitten | Salontafel, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Vuistregel: gelijk aan of net onder de zithoogte van de bank. Dan zet je je kopje neer zonder voorover te buigen. |
| Zitten | Salontafel, afstand tot de bank | 40 cm | 35 tot 45 cm | Minder en je knieën stoten tegen de rand, meer en je moet opstaan om je glas te pakken. |
| Zitten | Bijzettafel naast de bank, hoogte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Gelijk met de armleuning, dan pak je je glas zonder te kijken. |
| Zitten | Poef of voetenbank, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Iets lager dan de zitting waar je op zit, anders drukt de rand in je kuiten. |
| Zitten | Doorloop tussen bank en meubel | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm loop je er met een volle wasmand langs. 60 cm is te krap om elkaar te passeren. |
| Zitten | Tv-meubel, hoogte | 45 cm | 40 tot 55 cm | Hierop komt het midden van een 55 inch scherm op ongeveer 80 cm. Wil je het midden op ooghoogte, dan hang je de tv aan de wand. |
| Eten en bar | Barblad, hoogte | 105 cm | 100 tot 110 cm | De barkruk moet 25 tot 30 cm lager zijn dan het blad. |
| Eten en bar | Barblad, diepte | 40 cm | 30 tot 60 cm | 40 cm is een bord plus een glas. Wil je er ook snijden of een laptop neerzetten, dan 60 cm. |
| Eten en bar | Barblad, overstek voor je knieën | 25 cm | 20 tot 30 cm | Zonder overstek zitten je knieën tegen het kastje. Boven 30 cm moet het blad onderstut worden, anders kantelt het als iemand erop leunt. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij een blad van 105 cm | 78 cm | 75 tot 82 cm | Het verschil tussen zitting en blad blijft 25 tot 30 cm, want daar passen je bovenbenen. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij aanrechthoogte (90 cm) | 63 cm | 60 tot 67 cm | Hetzelfde verschil van 25 tot 30 cm. Een gewone barkruk van 78 cm is hier te hoog en je zit met je knieën omhoog. |
| Eten en bar | Bar, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Met 60 cm stoot je je elleboog niet tegen je buurman. Onder 55 cm zit je schouder aan schouder. |
| Eten en bar | Eettafel, hoogte blad | 75 cm | 72 tot 78 cm | Vaste maat in de meubelbranche, geen norm. Een dik hardstenen of houten blad telt mee, dus meet de bovenkant. |
| Eten en bar | Eettafel, vrije hoogte onder het blad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Hier zitten je bovenbenen. Een dikke tafelrand, een schuiflade of een dwarsbalk eet die ruimte op. |
| Eten en bar | Eetstoel, zithoogte | 45 cm | 44 tot 47 cm | Het verschil met het tafelblad moet 28 tot 32 cm zijn. Bij een tafel van 78 cm hoort dus een stoel van 46 tot 48 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Een placemat is 45 cm breed, de rest is ruimte voor je ellebogen en je glas. Aan de kopse kant reken je een extra plek van 60 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, diepte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Bij 80 cm raken de borden tegenover elkaar bijna. Bij 90 cm past er een schaal of een kaars in het midden. |
| Eten en bar | Ronde eettafel, diameter | 120 cm voor 4 personen | 110 tot 150 cm | Reken 60 cm omtrek per persoon en houd het midden vrij voor de schalen. Vanaf 140 cm zitten er zes mensen omheen. |
| Eten en bar | Ruimte achter een eetstoel | 100 cm | 75 tot 110 cm | 75 cm om de stoel achteruit te schuiven en op te staan, 100 cm om er ook achterlangs te lopen met een schaal. |
| Aan de muur | Schilderij, hartlijn boven de vloer | 145 cm | 140 tot 155 cm | Vuistregel, geen norm: het midden van het werk op ooghoogte van iemand die staat. Hang alles in de kamer op dezelfde hartlijn, dan loopt de wand rustig. |
| Aan de muur | Schilderij boven een bank, onderrand | 25 cm boven de rugleuning | 20 tot 30 cm | Lager en het lijkt of het werk op de bank leunt. Door de bank schuift de hartlijn omhoog naar 150 tot 165 cm, en dat mag hier. |
| Aan de muur | Schilderij boven een dressoir, onderrand | 25 cm boven het blad | 20 tot 30 cm | Genoeg om er een lamp of een vaas voor te zetten zonder dat die de lijst raakt. |
| Aan de muur | Wandcollage, ruimte tussen de lijsten | 6 cm | 5 tot 8 cm | Gelijke tussenruimte laat de groep als een vlak lezen. Boven 10 cm valt de groep uiteen in losse lijstjes. |
| Aan de muur | Schilderij in een trapgat, hartlijn | 145 cm boven de neus van de trede | 140 tot 150 cm | Meet loodrecht boven de voorkant van de trede waar je staat. Dan loopt de rij lijsten mee met de trap in plaats van scheef te lijken. |
| Aan de muur | Spiegel in de hal, hartlijn | 155 cm | 150 tot 165 cm | De bovenkant moet boven het hoofd van de langste huisgenoot uitkomen, anders ziet die zijn kruin niet. |
| Aan de muur | Spiegel boven de wastafel, onderkant | 20 cm boven het blad | 15 tot 25 cm | Ruimte voor de kraan en een zeeppompje. Bij 20 cm kijk je nog recht in je gezicht in plaats van tegen je hals. |
| Aan de muur | Wandklok, hartlijn | 180 cm | 170 tot 200 cm | Boven ooghoogte en boven de meubels, zodat je hem van de andere kant van de kamer ziet en er niemand voor staat. |
| Aan de muur | Tv, midden van het scherm | 105 cm | 100 tot 115 cm | Op ooghoogte als je op de bank zit: bij een zitting van 44 cm zit je oog op ongeveer 115 cm. Boven een schouw kijk je omhoog en dat voel je na een film in je nek. |
| Aan de muur | Tv, kijkafstand | 2 keer de schermdiagonaal | 1,5 tot 2,5 keer | Een 55 inch scherm is 140 cm diagonaal, dus 2 tot 3,5 m. Bij 4K mag je dichterbij zitten omdat je de pixels niet meer ziet. |
| Aan de muur | Stopcontact, hart boven de vloer | 30 cm | 25 tot 35 cm | Gewoonte, geen norm: NEN 1010 schrijft geen hoogte voor, alleen de zones in de badkamer. Achter een dressoir zet je hem net zo goed op 15 cm, boven een werkblad juist hoog. |
| Aan de muur | Schakelaar, hart boven de vloer | 105 cm | 90 tot 110 cm | Ook een gewoonte. 105 cm is de oude Nederlandse standaard: je vindt hem in het donker met je hand op heuphoogte. Voor kinderen en vanuit een rolstoel werkt 90 tot 100 cm beter. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, onderkant | 80 cm boven het blad | 75 tot 90 cm | Laag genoeg om het blad te verlichten, hoog genoeg om iemand tegenover je aan te kijken. Bij een plafond boven 280 cm mag hij iets hoger. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, breedte | 30 cm binnen de rand van het blad | 30 tot 40 cm binnen de rand | Anders stoot je je hoofd als je langs de tafel loopt of een stoel aanschuift. |
| Licht | Hanglamp boven een kookeiland, onderkant | 75 cm boven het blad | 70 tot 85 cm | Boven een blad van 90 cm kom je dan op 165 cm, ongeveer ooghoogte. Kies dus een kap die de lamp van onderaf afschermt. Bij twee of drie lampen reken je 70 tot 90 cm hart op hart. |
| Licht | Hanglamp in de hal of boven de trap, onderkant | 210 cm boven de vloer | 200 tot 230 cm | Vrije doorloop, niemand stoot zijn hoofd. Boven een trap meet je vanaf de hoogste trede die onder de lamp ligt. |
| Licht | Wandlamp, hart | 160 cm | 150 tot 170 cm | Ooghoogte. Schijnt de lamp opzij of omhoog, dan mag hij lager hangen. In een open lamp op ooghoogte kijk je recht in de bron. |
| Licht | Leeslamp naast een stoel, onderkant van de kap | 110 cm | 100 tot 125 cm | Net boven je schouder als je zit, dan valt het licht op de pagina en niet in je ogen. |
| Licht | Vloerlamp naast de bank, onderkant van de kap | 140 cm | 130 tot 150 cm | Je hoofd zit op de bank op ongeveer 130 cm. Blijft de kap daarboven, dan kijk je niet in het lampje. |
| Licht | Bedlamp aan de wand, hart | 65 cm boven de matras | 55 tot 75 cm | Op zithoogte in bed, zodat het licht op je boek valt. Meet vanaf de matras en niet vanaf de vloer, want een boxspring scheelt 20 cm. |
| Licht | Spiegellamp badkamer, twee lampen naast de spiegel | 160 cm hart | 155 tot 170 cm | Licht van de zijkant geeft geen schaduw onder je ogen en je kin. Een enkele lamp boven de spiegel doet dat wel. |
| Licht | Inbouwspot, afstand tot de wand | 70 cm | 60 tot 90 cm | Dichterbij krijg je een felle boog op het stucwerk, verder weg blijft de wand donker. Onderling 100 tot 150 cm, afhankelijk van de stralingshoek. |
| Licht | Buitenlamp naast de voordeur, hart | 190 cm | 170 tot 210 cm | Boven je hoofd, zodat je niet in de lamp kijkt terwijl je het slot zoekt. Op ooghoogte ben je juist blind. |
| Keuken | Aanrecht, hoogte bovenkant blad | 90 cm | 85 tot 95 cm | De Nederlandse standaard: onderkast, verstelbare poten en een blad van 3 tot 4 cm samen. Vuistregel: ellebooghoogte min 10 tot 15 cm, dus ben je langer dan 1,85 m, draai de poten dan uit. |
| Keuken | Werkblad, diepte | 60 cm | 57 tot 65 cm | Kookplaten en spoelbakken zijn op 60 cm gemaakt. Een diep blad van 70 cm geeft ruimte achter de kookplaat, maar je reikt verder naar de bovenkastjes. |
| Keuken | Bovenkastjes, onderkant boven het werkblad | 55 cm | 50 tot 60 cm | Onder 50 cm past je keukenmachine er niet onder en sta je met je hoofd tegen de deur. Boven 60 cm kom je niet bij het bovenste schap. |
| Keuken | Bovenkastjes, diepte | 35 cm | 32 tot 40 cm | Ondieper dan het werkblad, zodat je er niet tegenaan stoot als je over het blad buigt om te snijden. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaskookplaat, onderkant | 70 cm | 65 tot 75 cm | De vlam en de hete lucht moeten weg kunnen: onder 65 cm boven de pannendrager wordt het vetfilter te heet. Houd altijd de minimummaat uit de handleiding aan, dat is een eis van de fabrikant. |
| Keuken | Afzuigkap boven inductie, onderkant | 60 cm | 55 tot 65 cm | Geen vlam, dus hij mag lager, en lager hangen vangt meer damp. Ook hier is de handleiding leidend, want die maat hoort bij het apparaat. |
| Keuken | Kookeiland, loopruimte rondom | 120 cm | 100 tot 150 cm | Bij 100 cm kun je de vaatwasser openen en er nog langs. Bij 120 cm passeren twee mensen elkaar terwijl er een lade open staat. |
| Keuken | Twee keukenrijen tegenover elkaar, afstand | 120 cm | 110 tot 140 cm | Een ovendeur en een lade die tegenover elkaar open staan hebben allebei ongeveer 60 cm nodig. |
| Keuken | Oven op werkhoogte, bodem van de ovenruimte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Je tilt een hete bakplaat er recht uit in plaats van gebogen. Boven 100 cm til je een schaal boven je middel en zie je niet meer wat erin staat. |
| Keuken | Vaatwasser, nismaat | 60 cm breed, 82 cm hoog | 60 tot 60,5 cm breed | Een onderbouwmodel schuift onder een blad van 90 cm. Een vrijstaand model heeft zijn eigen bovenblad en is ongeveer 85 cm hoog. |
| Keuken | Inbouwkoelkast, nishoogte | 88, 122 of 178 cm | vaste maten per model | De kast volgt de nismaat, dus meet de nis en niet het apparaat. Achter en boven het apparaat moet ventilatieruimte vrij blijven. |
| Keuken | Stopcontact boven het werkblad, hart | 115 cm | 110 tot 120 cm | Dat is 20 tot 30 cm boven het blad, dus vrij van spetters en niet weggewerkt achter de waterkoker. Houd minstens 30 cm afstand tot de spoelbak. |
| Keuken | Keukenplint, hoogte | 10 cm | 10 tot 15 cm | De poten zijn verstelbaar en met de plint stel je de aanrechthoogte fijn in. De plint staat 5 cm terug, zodat je met je tenen onder het kastje kunt. |
| Trap, hal en deur | Trapleuning, hoogte | 90 cm | 80 tot 100 cm (norm) | Norm: het Bouwbesluit, sinds 2024 het Besluit bouwwerken leefomgeving, eist een leuning tussen 80 en 100 cm, gemeten vanaf de voorkant van de trede. Een leuning is verplicht als je over de trap meer dan 1 m stijgt. |
| Trap, hal en deur | Optrede, hoogte van een trede | maximaal 18,8 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw tot 22 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl, voor een woning. Oude trappen zijn vaak 20 tot 21 cm en dat mag blijven zolang je de trap niet vernieuwt. |
| Trap, hal en deur | Aantrede, diepte van een trede | minimaal 22 cm bij nieuwbouw | 22 cm is de ondergrens (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Bij een draaiende trap geldt die maat op de looplijn, dus in de punt van een kwartdraai mag de trede smaller zijn. |
| Trap, hal en deur | Trap, vuistregel voor comfortabel lopen | 2 x optrede + aantrede = 60 cm | 58 tot 64 cm | Geen norm maar een oude vuistregel. 17 op en 26 aan loopt rustig (60), 20 op en 22 aan is een gewone Nederlandse trap (62). Daarbuiten struikel je op de maat. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije breedte | 80 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 70 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Onder 80 cm krijg je een matras of een bank niet naar boven. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije hoogte erboven | 230 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 190 cm (norm) | Norm, gemeten loodrecht boven de voorkant van de trede. Bij een dichtgezette zoldertrap is dit de maat waar je tegen de balk loopt. |
| Trap, hal en deur | Vloerafscheiding langs een trapgat of vide | 100 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 90 cm (norm) | Norm: verplicht zodra het verval meer dan 1 m is. Openingen mogen niet groter zijn dan 10 cm en tussen 20 en 70 cm boven de vloer mag er niets zijn waar een kind op kan klimmen. |
| Trap, hal en deur | Binnendeur, dagmaat van het kozijn | 83 x 201,5 cm | 78, 83, 88 of 93 cm breed; 201,5, 211,5 of 231,5 cm hoog | Industriestandaard, geen norm. Na montage houd je ongeveer 3 cm minder vrije doorgang over, dus voor een rolstoel of rollator kies je een blad van 93 cm. |
| Trap, hal en deur | Deurkruk, hoogte | 100 cm | 95 tot 105 cm | Gewoonte: het slot zit in een standaardkozijn op die hoogte. Verplaatsen kan alleen als je het slotgat in het blad meeverhuist. |
| Trap, hal en deur | Kapstok, hoogte van de haken | 170 cm | 160 tot 180 cm | Een lange jas hangt ongeveer 100 cm af, dus op 170 cm blijft hij vrij van de vloer. Een kinderkapstok komt op 110 tot 120 cm. |
| Trap, hal en deur | Hal, vrije loopruimte | 100 cm | 90 tot 120 cm | Onder 90 cm kun je niet met twee mensen langs elkaar en past er geen kinderwagen naast de kapstok. |
| Trap, hal en deur | Drempel, hoogte | maximaal 2 cm | 0 tot 2 cm | Boven 2 cm struikel je eroverheen en kom je er met een rollator of rolstoel niet zonder helling over. Een schuine aanloop haalt de rand eraf. |
| Slapen | Bed, bovenkant matras | 55 cm | 45 tot 65 cm | Zit je op de rand met je voeten plat op de vloer en je knieën in een hoek van 90 graden, dan is de hoogte goed. Een boxspring komt vaak op 60 tot 65 cm, een laag frame op 45. |
| Slapen | Matras, standaardmaten | 140 x 200 cm | 80, 90, 120, 140, 160 of 180 cm breed; 200 of 210 cm lang | Ben je langer dan 1,90 m, neem dan 210 cm. Twee losse matrassen van 90 x 210 vullen samen een bed van 180 x 210. |
| Slapen | Nachtkast, hoogte bovenblad | 60 cm | 55 tot 70 cm | Gelijk met of iets boven de matras, dan zet je liggend je glas neer zonder te kijken. Bij een boxspring van 65 cm hoort dus een hoge nachtkast. |
| Slapen | Loopruimte naast het bed | 70 cm | 60 tot 90 cm | 60 cm is genoeg om langs te lopen, 70 cm om het bed op te maken zonder tegen de kast te stoten. |
| Slapen | Kledingroede voor lange kleding | 160 cm | 150 tot 170 cm | Een jas of lange jurk hangt 120 tot 140 cm af, dus eronder blijft nog ruimte voor een lade of een schoenenbak. |
| Slapen | Kledingroede voor korte kleding | 100 cm | 95 tot 110 cm | Hemden en dubbelgevouwen broeken hangen 70 tot 90 cm af. Met twee roedes boven elkaar, op 100 en 195 cm, verdubbel je de hangruimte. |
| Slapen | Kast, diepte voor hangende kleding | 60 cm | 55 tot 65 cm | Een hanger is 45 cm breed en met 60 cm diepte sluit de deur zonder dat de mouwen klem zitten. Is de kast ondieper dan 55 cm, zet de roede dan in de lengte. |
| Slapen | Kast, legborddiepte voor truien en broeken | 40 cm | 35 tot 45 cm | Een opgevouwen trui is ongeveer 30 cm breed. Met 40 cm valt de stapel niet naar voren als je de deur opent. |
| Slapen | Kast, hoogste bruikbare schap | 200 cm | 190 tot 210 cm | Verder reik je niet zonder trapje. Wat boven 210 cm staat, is opslag voor koffers die je twee keer per jaar pakt. |
| Slapen | Hoogslaper, vrije hoogte boven de matras | 100 cm | 90 tot 110 cm | Genoeg om rechtop in bed te zitten. Meet van de bovenkant van de matras tot het plafond, niet tot de bodem van het bed. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, hoogte boven het kozijn | 12 cm | 10 tot 15 cm | Boven het kozijn laat het raam groter lijken en houdt de rail het gordijn uit het glas. Zit het plafond dichtbij, monteer de rail dan 5 tot 10 cm onder het plafond of direct tegen het plafond. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, uitloop naast het kozijn | 20 cm per zijde | 15 tot 25 cm | Daar staat het opzij geschoven gordijn geparkeerd, zodat het niet voor het glas blijft hangen en je het daglicht niet inlevert. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vloer | 1 cm boven de vloer | 0 tot 2 cm | Net vrij van de vloer: het sleept niet en hangt toch recht. Wil je het gordijn op de vloer laten vallen, maak het dan 5 tot 10 cm langer dan de maat tot de vloer. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vensterbank | 2 cm boven de bank | 1 tot 3 cm | Vrij van de bank, zodat het gordijn niet omkrult op de plank en de warmte van de radiator eronder langs kan. |
| Raam en gordijn | Gordijn, stofbreedte | 2 keer de railbreedte | 1,5 tot 2,5 keer | Bij 1,5 keer hangt de stof vlak, bij 2,5 keer krijg je volle plooien. Een wave-rail vraagt 2 tot 2,5 keer, anders staat de golf niet. |
| Raam en gordijn | Rolgordijn of plissé in de dag, speling | 0,5 cm per zijde | 0,3 tot 1 cm | Meet de dagmaat op drie hoogtes en neem de kleinste maat, want een kozijn staat zelden haaks. |
| Raam en gordijn | Vitrage, afstand tot het glas | 5 cm | 3 tot 10 cm | Tegen koud glas wordt de stof vochtig en krijg je vlekken. Verder naar binnen botst hij op de vensterbank of de raamkruk. |
| Raam en gordijn | Vensterbank binnen, diepte | 20 cm | 15 tot 30 cm | Volgt de dikte van de muur plus een overstek van 2 tot 3 cm. Vanaf 20 cm staat een plant er stabiel op. |
| Raam en gordijn | Vensterbank buiten, overstek | 4 cm | 3 tot 5 cm | Met een waterhol aan de onderkant. Zonder dat overstek loopt regenwater terug over de gevel en krijg je vuilstrepen onder het raam. |
| Raam en gordijn | Radiator onder het raam, onderkant | 12 cm boven de vloer | 10 tot 15 cm | Er moet lucht onderlangs kunnen, daar begint de convectie. Houd ook 3 tot 5 cm tussen radiator en wand en 10 cm vrij onder de vensterbank. |
| Werken | Bureau, hoogte blad zittend | 74 cm | 72 tot 76 cm | Je onderarmen liggen horizontaal op het blad en je schouders blijven laag. Kun je het blad niet verstellen, zet dan de stoel hoger en je voeten op een steun. |
| Werken | Zit-stabureau, stahoogte | 105 cm | 95 tot 120 cm | Ellebooghoogte staand. Vuistregel: je lichaamslengte min 75 cm, dus bij 1,80 m kom je op 105 cm. |
| Werken | Bureaustoel, zithoogte | 45 cm | 40 tot 52 cm | Voeten plat op de vloer, knieën iets lager dan je heupen. De gasveer van een bureaustoel dekt dat bereik zelf. |
| Werken | Vrije hoogte onder het bureaublad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Je bovenbenen moeten eronder passen, ook met een lade of een kabelgoot. Houd daarnaast 60 cm breed en 60 cm diep beenruimte vrij. |
| Werken | Bureaublad, diepte | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm staat het scherm op armlengte, 50 tot 80 cm van je ogen, en ligt je toetsenbord er nog voor. |
| Werken | Beeldscherm, bovenrand | op ooghoogte of iets lager | 110 tot 125 cm boven de vloer | Je kijkt dan licht naar beneden en dat is de rustpositie van je ogen. Een laptop op het blad zit ongeveer 20 cm te laag, dus zet hem op een standaard met een los toetsenbord. |
| Werken | Toetsenbord, afstand tot de bladrand | 10 cm | 8 tot 15 cm | Daar rusten je handpalmen. Zonder die strook hangen je armen in de lucht en trekt het in je schouders. |
| Werken | Wandplank boven het bureau, onderkant | 45 cm boven het blad | 40 tot 60 cm | Een A4-ordner is 32 cm hoog, dus die past er nog onder, en je stoot je hoofd niet als je opstaat. |
| Werken | Boekenschap, diepte | 25 cm | 20 tot 30 cm | Een pocket is 12 cm diep, een gebonden boek 16 tot 20 cm. Bij 25 cm staan ze allemaal binnen de rand. |
| Werken | Boekenschap, overspanning zonder steun | 80 cm | 70 tot 90 cm | Boeken wegen al snel 25 kg per meter schap. Bij 18 mm plaatmateriaal blijf je onder 80 cm, anders zakt het schap zichtbaar door. |
| Keuken | Schap voor borden, diepte | 32 cm | 30 tot 35 cm | Een plat bord is 26 tot 28 cm in doorsnee. Met 32 cm houd je een vinger ruimte om de stapel te pakken zonder te schuiven. |
| Badkamer | Wastafel, bovenkant | 85 cm | 80 tot 95 cm | Vuistregel: heuphoogte, dan buig je niet voorover om je handen te wassen. Gebruiken kinderen de wastafel, dan is 80 cm prettiger. |
| Badkamer | Opzetkom, hoogte van het meubel | 75 cm | 70 tot 80 cm | Tel de kom van 10 tot 15 cm erbij op, dan komt de bovenrand op 85 tot 95 cm. Vergeet die optelsom en je wast je handen op keukenhoogte. |
| Badkamer | Handdoekhaak naast de wastafel | 140 cm | 120 tot 160 cm | Binnen handbereik met natte handen, dus naast de wastafel en niet aan de andere kant van de ruimte. |
| Badkamer | Handdoekradiator, onderkant | 20 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Daar zitten de aansluitingen en je kunt eronder dweilen. Hang de bovenkant niet hoger dan 180 cm, anders kom je niet bij de handdoek. Een smalle handdoekradiator geeft weinig vermogen, dus reken hem niet als enige verwarming. |
| Badkamer | Douchekraan, hart | 100 cm | 95 tot 110 cm | Heuphoogte, zodat je de kraan kunt bedienen zonder onder de koude straal te gaan staan. |
| Badkamer | Badkraan, hart | 65 cm | 60 tot 75 cm | Ongeveer 20 cm boven de badrand, dan kun je bijmengen terwijl je in bad zit. |
| Badkamer | Regendouchekop | 210 cm | 200 tot 225 cm | Minstens 20 cm boven het hoofd van de langste gebruiker, want je staat er recht onder. Bij een schuin dak meet je op het punt waar je echt staat. |
| Badkamer | Handdouche aan een glijstang, bovenste stand | 190 cm | 180 tot 200 cm | De stang is 60 tot 90 cm lang, dus de onderste stand komt rond 110 cm. Daarmee spoel je het bad, een kind of de hond af. |
| Badkamer | Toilet, zithoogte | 40 cm | 38 tot 48 cm | Standaard is 40 cm. Een verhoogd toilet van 45 tot 48 cm zit op stoelhoogte en daar sta je makkelijker van op. Bij een hangend toilet bepaal je de hoogte zelf met het inbouwframe. |
| Badkamer | Toilet, vrije ruimte voor de pot | 60 cm | 55 tot 70 cm | Daar staan je knieën en voeten. Zijwaarts wil je 80 cm breedte, anders zit je met je schouder tegen de muur. |
| Badkamer | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 75 cm hoog; 20 tot 30 cm voor de voorkant van de pot | Zittend pak je de rol zo zonder te draaien. Hang je hem naast of achter je, dan verdraai je je rug elke keer. |
| Badkamer | Fonteintje in het toilet, bovenkant | 85 cm | 80 tot 90 cm | Dezelfde hoogte als een wastafel. Let op de draairichting van de deur, want een fonteintje van 40 cm breed vraagt een vrije hoek. |
| Badkamer | Stopcontact in de badkamer | buiten 60 cm van bad of douche | norm, geen gewoonte | NEN 1010 verdeelt de badkamer in zones: binnen 60 cm van de rand van een bad of douche mag geen wandcontactdoos. Alle wandcontactdozen moeten achter een aardlekschakelaar van 30 mA. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nalopen voordat je boort
Uit de praktijk
De bovenrand komt langzaam los uit de gipsplaat
Het symptoom is een spleet tussen de bovenkant van de kast en de wand die elke maand een haartje groter wordt, met wit poeder op het blad eronder. De plug is niet bezweken: het gips eromheen is bezweken.
Het mechanisme zit in de combinatie van trekkracht en tijd. De uittrekkracht van een kast van 35 cm diep staat op een paar vierkante centimeter gips, en gips vervormt onder een blijvende last, waardoor het gaatje elke maand iets ruimer wordt en de trekkracht op minder materiaal komt te staan.
Terugdraaien helpt niet, want het gat is op. Wat wel werkt is een rachel van 18 mm over twee of drie houten regels, of schroeven met een plug tot in de steen achter de voorzetwand, met vulblokjes zodat de plaat niet wordt ingedrukt.
De kast hangt waterpas en de naad met het plafond loopt op
Je legt de waterpas op de kast en die klopt, maar naar het plafond toe loopt een wig van een centimeter of meer. Dat betekent niet dat de kast scheef hangt, maar dat het plafond dat is.
In woningen van voor 1970 zit er 1 tot 3 cm verschil in een plafond over een wandlengte van drie meter, en dat verschil moet ergens zichtbaar worden. Hang je op de plafondlijn, dan staat de kast scheef ten opzichte van het blad; hang je waterpas, dan wordt de naad de wig.
De keuze hangt af van waar je van dichtbij naar kijkt. Boven een werkblad wint de bladlijn en vul je boven met een sluitlat; loopt de kast tot het plafond, dan wint het plafond en vang je onderin op met een sokkel die je op maat afschrijft.
Twee kastjes naast elkaar en de deuren sluiten niet gelijk
De kasten hangen allebei waterpas, en toch staan de deurnaden niet in lijn en valt de ene deur eerder dicht dan de andere. De oorzaak zit zelden in de scharnieren en bijna altijd in het vlak van de wand.
Een muur die in het midden een halve centimeter bol staat, duwt de kast die daar hangt iets naar voren. De voorranden liggen dan niet meer in één vlak, en dat verschil vermenigvuldigt zich in de deuren, want een deur van 70 cm hoog vertaalt een millimeter kanteling naar enkele millimeters aan de onderkant.
De volgorde die dit oplost: klem de voorranden van beide kasten met een lijmklem gelijk, koppel ze dan pas met twee schroeven, en zet daarna vulblokjes achter de kast die van de wand af staat. Stel de scharnieren als laatste bij, anders corrigeer je met de deur wat de kast fout doet.
Veelgemaakte fouten
Rekenen met het gewicht van de lege kast
De handleiding vermeldt wat de kast weegt, niet wat erin gaat, terwijl de inhoud er vaak twee keer zo zwaar op is. Een kastje van 18 kg met 20 kg servies erin staat op 38 kg, en dat is het getal waarmee je een plug kiest.
Reken daarom vooruit naar de volste situatie die je je kunt voorstellen en niet naar de eerste week. Een kast die je voor glazen ophangt, staat over twee jaar vol met potten en flessen.
Een hollewandplug gebruiken voor een kast
Een metalen hollewandplug houdt in gipsplaat ongeveer 10 kg en een kiepplug 12 kg, en dat lijkt genoeg. Voor een lijst of een klok is het dat ook, maar bij een kast staat die belasting er jarenlang op en trekt hij op termijn een halve maan uit de plaat.
De grens zit dus niet in het getal maar in de duur en in het soort last. Een kast hoort aan de houten regel, aan de steen erachter of aan een chemisch anker.
De oude gaten hergebruiken
De vorige kast had een andere hoogte, een andere diepte en een andere hartafstand, en toch is de verleiding groot om de bestaande pluggen te pakken. Een gat waar al een keer een plug in heeft gezeten, is bovendien ruimer dan het boren opleverde.
Zet de kast op de hoogte die bij de plek hoort en vul de oude gaten met vulmiddel. Een plug die in een uitgelopen gat meedraait, houdt een fractie van wat hij in vers materiaal doet.
Boren zonder te weten wat er achter de wand zit
Kabels lopen meestal verticaal boven of onder een wandcontactdoos of een schakelaar, en in een keukenwand ligt daar soms ook de gasleiding naar de kookplaat. De strook tussen 100 en 130 cm is daarmee het drukste deel van de muur.
Haal de detector over het gebied, boor het eerste gat ondiep en kijk naar de kleur van het gruis. Rood is baksteen, grijswit kalkzandsteen, fijn grijs beton en wit poeder gips.
De plug half in het stucwerk of in een voeg zetten
Stucwerk van 5 tot 15 mm telt niet mee voor het houden, en specie in een voeg is zachter dan de steen ernaast. Een plug die daar eindigt, trekt bij belasting een trechter uit de wand en laat een gat van 5 cm achter om te repareren.
Boor de dikte van de stuclaag er dus bij op: bij een plug van 40 mm en 10 mm stuc boor je 55 mm diep. Kom je in een voeg uit, verplaats het gat dan naar het midden van een steen.
De kast alleen ophangen en met je knie ondersteunen
Een kast van 20 kg op schouderhoogte op zijn plek houden en tegelijk een schroef aandraaien, lukt niet zonder dat de kast een paar millimeter zakt. Die millimeters komen terug in een scheve onderkant en in een deur die niet aansluit.
Schroef een steunlat waterpas onder de lijn en laat de kast daarop rusten. De lat draagt het gewicht en houdt de hoogte vast, waarna je met twee handen kunt werken.
Veelgestelde vragen
Waarom kies je voor een wandkast hangend in plaats van een staande kast?
Een hangende kast houdt de vloer vrij, en dat werkt op twee manieren. Je kunt eronder dweilen en stofzuigen zonder iets te verplaatsen, en de doorlopende vloer laat een smalle ruimte breder lijken omdat het oog de vloerlijn tot de muur kan volgen.
Je betaalt daarvoor met de bevestiging. Een staande kast draagt zichzelf op de vloer, terwijl een hangende kast zijn volle gewicht plus een kantelkracht aan de wand overdraagt, en niet elke wand is daarvoor geschikt.
Hoeveel kilo houdt een wandkast aan een gipsplaten wand?
In de plaat zelf houdt een kunststof hollewandplug ongeveer 4 kg per punt, een metalen hollewandplug 10 kg en een kiepplug 12 kg. Die getallen gelden voor een lijst of een klok, want voor een kast zijn ze geen van drieën bedoeld.
Schroef je in de houten regel achter de plaat, dan houdt één punt ongeveer 15 kg, mits de schroef minstens 40 mm in het hout grijpt. Wat jouw combinatie van wand, gewicht en soort object houdt, kun je per punt nakijken voordat je boort.
Hoe hoog hang je een wandkast hangend in de keuken op?
De onderkant komt 55 cm boven het werkblad, met 50 tot 60 cm als bereik. Bij een aanrecht van 90 cm hoog betekent dat 145 cm boven de vloer, en met een kast van 70 cm hoog eindigt de bovenkant dan op 215 cm.
Onder 50 cm past een keukenmachine er niet meer onder en sta je met je hoofd tegen de deur zodra je over het blad buigt. Boven 60 cm kom je niet meer bij het achterste van het bovenste schap, zeker niet met een stapel borden in je hand.
Hoe krijg je twee wandkasten hangend naast elkaar precies op één lijn?
Door ze niet apart uit te meten. Hang beide kasten aan één doorlopende ophangrail of aan één rechte lat die je over de hele wandlengte waterpas zet, want elke kast die je los uitmeet krijgt zijn eigen millimeter afwijking mee.
Klem daarna de voorranden met een lijmklem gelijk en koppel de kasten met twee schroeven per verbinding, een onder het bovenste scharnier en een boven het onderste. Verstelbare kastophangers geven je daarbij 2 tot 3 cm speling in de hoogte en ongeveer 1 cm in de diepte.
Hoe diep mag een hangend wandkastje zijn?
Tot ongeveer 45 cm is aan de wand te hangen, daarboven wordt de kantelkracht op de bovenste schroeven zo groot dat je beter een staande kast neemt. In de praktijk bepaalt de inhoud de diepte: 20 cm voor glazen en mokken, 25 cm voor boeken, 32 tot 35 cm voor platte borden en 40 cm voor gevouwen truien.
Elke centimeter diepte telt dubbel, want hij verhoogt de trekkracht bovenaan en hij komt verder de ruimte in. Boven een werkblad van 60 cm is 35 cm daarom de gangbare maat en geen toeval.
Kun je een wandkastje hangend ophangen zonder te boren?
Voor een kast niet. Montagekit houdt op stucwerk 3 kg per punt en op gipsplaat 2 kg, en plakstrips en montagetape blijven onder de 2 kg, terwijl een leeg kastje van 60 cm al 15 kg weegt.
Daar komt bij dat het gewicht bij lijm en tape niet aan de bevestiging hangt maar aan de verflaag of het stucwerk eronder, en dat die onder een blijvende last loslaat in plaats van te waarschuwen. Mag er echt niet geboord worden, dan is een staand of ondiep meubel de reële uitweg.
Hoeveel bevestigingspunten heeft een hangkast nodig?
Twee punten is het minimum, en die zitten zo hoog en zo ver uit elkaar mogelijk in de achterwand. Vanaf ongeveer 80 cm breed of 30 kg vol gaan er vier in, twee boven en twee onder, zodat de kast ook onderaan tegen de wand getrokken blijft.
Reken daarbij niet dat punten optellen. Twee punten houden samen ongeveer anderhalf keer wat één punt houdt en vier punten ongeveer drie keer, want een kast trekt zelden precies even hard aan elk punt.
Hoe hang je een wandkast op een voorzetwand of op gasbeton?
Bij een voorzetwand gaat de bevestiging door de plaat en de spouw heen tot in de steen erachter. Reken de lengte na: 12,5 mm plaat, 45 mm spouw en 10 mm oud stucwerk zijn samen al ruim 117 mm voordat de plug in de steen begint, en tussen kast en plaat horen vulblokjes zodat de schroef de gipsplaat niet indrukt.
In gasbeton werkt een gewone nylon plug niet, want het materiaal is te poreus om zich in te klemmen. Voor een kast is injectiemortel met een schroefhuls de bevestiging, goed voor ongeveer 20 kg per punt.
Op welke hoogte hangt een kastje boven een bureau, een wastafel of een bed?
Boven een bureaublad van 74 cm komt de onderkant op ongeveer 119 cm, dus 45 cm boven het blad, met 40 tot 60 cm als bereik. Een spiegelkast boven een wastafel van 85 cm hangt met de onderkant 20 cm boven het blad en blijft met 12 tot 18 cm ondiep, omdat je anders je hoofd stoot boven de kraan.
Boven het hoofdeinde van een bed reken je vanaf de matras en niet vanaf de vloer. Rechtop in bed zit je hoofd 60 tot 70 cm boven de matras, dus komt de onderkant daar minstens boven en houd je de kast op ongeveer 20 cm diepte.
Wat doe je als de muur scheef of bol is?
Meet eerst hoe scheef hij is: zet de lijn van de onderkant op drie plekken uit vanaf de vloer en meet dezelfde lijn vanaf het plafond. Het verschil tussen die twee reeksen is wat je ergens zichtbaar moet laten worden.
Hang de kast waterpas en vang het verschil op met een sluitlat of een vulstrook langs de naad die het minst in het oog loopt. Staat de muur bol, zet dan vulblokjes achter de kast op de plek waar hij van de wand af staat, anders trek je de kast krom en sluiten de deuren niet meer.
Hoe zwaar mag een hangend keukenkastje worden?
Dat hangt niet van de kast af maar van de wand. Een kastje van 60 cm met servies komt op ongeveer 35 kg, en dat betekent per ophangpunt ongeveer 23 kg verticaal: haalbaar in kalkzandsteen of beton, en in gipsplaat alleen als de schroeven in de houten regel grijpen.
Vul de kast daarom met het oog op de bevestiging. Flessen en voorraadpotten horen laag en in een staande kast, glazen en licht servies horen boven, want een rij volle literflessen weegt meer dan het hele kastje eromheen.
Waar kun je beter geen hangkast ophangen?
Boven een zitplek waar iemand met zijn hoofd onder de kast komt, boven een trap waar je de kast alleen schuin kunt bereiken, en op een voorzetwand van 12,5 mm gipsplaat waarachter geen regel of steen zit die de last kan overnemen.
Verder is een lage diepe kast op een zwakke wand de ongunstigste combinatie die er is, omdat de korte hefboom de trekkracht bovenaan vermenigvuldigt. In die gevallen komt een staande kast of een smal kastje dat op de vloer staat er beter uit.
Wanneer je beter een vakman belt
Het ophangen zelf doe je zelf, maar drie dingen niet. Loopt er in de keukenwand een gasleiding naar de kookplaat, dan laat je het boren in die strook aan een installateur, want een aangeboorde leiding merk je aan de geur en niet aan de boor.
Zit er in de wand vloer- of wandverwarming, dan hoort daar eerst een leidingtekening of een warmtebeeld bij voordat er een gat in gaat. En stuit je in beton op wapening, verplaats het gat dan 3 tot 5 cm en boor niet door: doorgeboorde wapening in een dragende wand herstel je niet en hoort bij een constructeur.