Afbladderende verf: eerst de oorzaak, dan pas een nieuwe laag

Afbladderende verf laat los op de zwakste plek in de opbouw: een vette of gladde ondergrond, vocht achter de laag, of een pakket dat de beweging van hout of metaal niet meer volgt. Overschilderen lost geen van die drie op, want de nieuwe laag hangt aan dezelfde zwakke plek. Neem eerst de oorzaak weg, krab alles weg wat met een plamuurmes loskomt, ontvet, schuur de overgangen vlak, grond elke kale plek en lak daarna het hele vlak. Buiten schilder je op hout met minder dan 18 procent vocht, boven 10 graden en niet in de volle zon.
Dit heb je nodig
- Tijd
- een dag voorbereiden, daarna drie tot vier dagen met droogtijden
- Moeilijkheid
- Goed zelf te doen tot de eerste verdieping
- Kosten
- Vooral materiaal: grondverf, lak of muurverf, schuurpapier en vuller
Gereedschap
- Driehoekskrabber en een stijf plamuurmes
- Schuurblok met schuurpapier in korrel 80, 120, 180 en 240
- Scherp afbreekmes en stevige tape voor de kruisjestest
- Houtvochtmeter met twee pinnen
- Oppervlaktethermometer voor buitenwerk in het voor- en najaar
- Priem of smalle schroevendraaier om op houtrot te prikken
- Heteluchtpistool, alleen bij verf zonder lood
- Stofzuiger en kleefdoek
- Platte en ronde lakkwast, en een lakroller van 10 cm
- Stofmasker FFP2, of FFP3 bij oude verflagen
Materiaal
- Ontvetter, of ammoniak voor in warm water
- Spiritus en wattenschijfjes om te testen wat er op de muur zit
- Grondverf of hechtprimer die bij de ondergrond past
- Aflak of muurverf
- Tweecomponenten houtrotvuller bij zachte plekken in het hout
- Overschilderbare kit
- Loodtest bij verflagen van voor 1960
Waarom verf loslaat en overschilderen dat niet oplost
Afbladderende verf is bijna nooit een probleem van de verf zelf, maar van de hechting: de laag laat los op het vlak waar hij het zwakst vastzat. Schilder je eroverheen, dan hangt de nieuwe laag aan diezelfde zwakke plek en komt hij er op den duur samen met de oude af. De gewone voorbereiding van schilderwerk staat bij verven, van ondergrond tot laatste laag, maar een laag die al loslaat vraagt eerst een diagnose.

Verf laat op drie manieren los, en elke manier heeft een andere reparatie. De eerste is dat de verf nooit goed heeft gehecht, omdat de ondergrond vet, glad, stoffig of poederend was. De tweede is vocht dat achter de laag komt, uit het hout, uit de muur of uit de lucht in de kamer.
De derde is beweging. Hout zwelt en krimpt, een oud verfpakket wordt met de jaren hard en bros, en staal dat roest zet uit, terwijl een laag lak maar een paar honderdsten van een millimeter dik is en beperkt meerekt.
Tegen slechte hechting helpen ontvetten, schuren en een grondlaag die bij de ondergrond past. Tegen vocht helpt geen enkele verf zolang het water blijft komen, en een pakket dat bros is geworden gaat eraf tot op de kale ondergrond.
Wat tegen je gevoel in gaat: een dikkere of betere laag erover maakt het vaak erger. Een verse lak laat minder damp door dan de verweerde laag eronder, dus vocht dat eerst nog langzaam wegkon, blijft nu achter de nieuwe film zitten en drukt hem eraf.
Lees de oorzaak af aan de schilfer en de plek waar het begint
Voordat je iets wegkrabt, trek je een losse schilfer voorzichtig van de ondergrond en draai je hem om. De achterkant laat zien waar de hechting het heeft opgegeven: tussen verf en ondergrond, tussen twee verflagen, of in de bovenste laag van de ondergrond zelf.
Zit er wit poeder op, dan liet de verf los op krijt, kalk of lijmverf. Zitten er houtvezels aan, dan was het hout aan het oppervlak al verweerd toen het werd gegrond. Is de achterkant glad terwijl eronder een intacte oudere laag zit, dan is er zonder schuren op een gladde lak geschilderd.
De plek zegt net zo veel. Begint het onderaan een kozijn, rond de onderdorpel en de kopse kanten van de stijlen, dan komt er water in het hout. Begint het boven de douche of in de hoek waar het plafond tegen de buitenmuur zit, dan is het condens.
Lijkt een laag nog vast maar twijfel je of hij hecht, doe dan de kruisjestest. Snijd met een scherp afbreekmes zes sneden in de ene richting en zes dwars daarop, 2 tot 3 mm uit elkaar en door tot de ondergrond, druk er stevige tape op en trek die in één ruk weg.
Blijft het raster heel, met hooguit wat splintertjes op de kruispunten, dan kan die laag blijven. Komen er hele hokjes of stroken mee, dan hecht dat pakket niet meer en bouw je daar niet verder op.
| Wat je ziet | Waar het vandaan komt | Wat je eraan doet |
|---|---|---|
| Blazen in de lak op buitenhout, soms met water erin | Vocht in het hout dat in de zon uitzet en de laag omhoog drukt, meestal binnengekomen via een open naad of kopse kant | Blazen openkrabben, hout laten drogen tot onder 18 procent, de waterweg dichtzetten en opnieuw gronden |
| Schilfers met grijs, kaal hout eronder en vezels op de achterkant | Hout dat voor het gronden weken onbeschermd buiten stond, waardoor zonlicht de bovenste vezels al had losgemaakt | Schuren tot vers, licht hout en binnen een paar dagen gronden |
| Lak laat los van een oudere lak die zelf nog vastzit | Niet tussengeschuurd of niet ontvet, dus geen houvast op de gladde onderlaag | Losse lak weg, onderlaag matschuren met korrel 180 en ontvetten |
| Muurverf komt in vellen los, ook als je er tape op plakt | Latex op oude olieverf of alkyd, of op glad gepleisterd stucwerk met een sinterhuid | Loszittende verf eraf, opschuren, hechtprimer, pas daarna latex |
| Plafond bladdert en op de achterkant zit wit poeder | Latex op krijt, kalk of lijmverf die zelf geen binding meer heeft | Lijmverf afwassen tot kaal, kalk afborstelen en fixeren |
| Fijne scheurtjes als een krokodillenhuid, loslatend in schollen | Te veel oude alkydlagen die bros zijn geworden en de werking van het hout niet meer volgen | Het pakket verwijderen tot op het hout, niet overschilderen |
| Verf bladdert boven de douche of rond de afzuiging | Condens en zeepnevel achter een gewone muurverf | Afzuiging verbeteren, ontvetten, laten drogen en een verf voor vochtige ruimtes |
| Verf komt los rond bruine puntjes op radiator, hekwerk of leuning | Roest onder de laag, die bij het ontstaan uitzet en de verf wegdrukt | Ontroesten tot blank metaal en dezelfde dag roestwerend gronden |
| Verf laat in grote lappen los van een zinken goot of verzinkt staal | Alkydverf die met het zink een zeepachtige tussenlaag zonder sterkte vormt | Ontvetten met ammoniakwater en een schuurspons, hechtprimer voor zink |
| Nieuw stucwerk of gipsplaat bladdert binnen een paar maanden | Geverfd op stucwerk dat nog nat was, of zonder voorstrijk op een zuigende ondergrond | Laten drogen, loszittende verf weg, voorstrijken en opnieuw verven |
| Verf laat los langs een kitnaad | Siliconenkit, waar geen verf op hecht | Kit eruit snijden en vervangen door overschilderbare kit |
Maak een foto van alle plekken waar het bladdert voordat je gaat krabben. Na het schuren zie je niet meer of het begon bij de dorpel, de glaslat of midden op het vlak, en juist dat vertelt waar de oorzaak zit.
Afbladderende verf op kozijnen, deuren en ander buitenhout
Op buitenhout laat verf bijna altijd op dezelfde plekken los: de onderdorpel, de onderkant van de glaslatten, de kopse kanten van stijlen en regels en de verbindingen waar twee delen tegen elkaar komen. Daar blijft water liggen, en een kopse kant zuigt het vele malen sneller op dan hout in de lengte van de vezel.
Het mechanisme loopt in een vaste volgorde. Een haarscheur in de lak op een verbinding laat water binnen, het hout zwelt bij regen en krimpt in de zon, en de lak verliest bij elke beweging aan de randen grip. Het water kan er daarna slecht meer uit, want de intacte lak eromheen houdt het vast.
Meet daarom het vocht in het hout voordat je gaat gronden. Buitenhout hoort bij het schilderen onder 18 procent te zitten, en een plek die na een droge week nog boven de 20 procent zit, krijgt ergens water vandaan dat je eerst moet vinden.
Prik op diezelfde plekken met een priem of een smalle schroevendraaier in het hout. Gezond hout geeft een paar millimeter mee en splintert in de lengte. Zakt de punt zonder weerstand dieper en brokkelt het hout dwars op de vezel, dan zit er houtrot en is schilderen de laatste stap in plaats van de eerste.
Kleine rotplekken steek je uit tot op gezond hout, laat je drogen en vul je met een tweecomponenten houtrotvuller die na uitharden te schuren en te gronden is. Zit het rot door een groot deel van de onderdorpel of in een verbinding die het kozijn draagt, dan is een nieuw stuk hout inzetten de reparatie.
Rond het glas beslist de afwerking over de jaren daarna. Zet de lak 1 tot 2 mm over op het glas, zodat water niet tussen kit en hout kan kruipen, en gebruik op de naden overschilderbare kit en nooit siliconenkit.
Grond de kopse kanten en de onderkant van de onderdorpel twee keer, met een nacht droogtijd ertussen. Juist die vlakken zuigen het meeste water en krijgen bij één laag het minste verf mee.
Hout dat je kaal hebt gekrabd, laat je niet langer dan een paar dagen onbeschermd buiten staan. Zonlicht breekt de lignine in de bovenste vezels af, en na een paar weken grond je op een grijze, losse toplaag die de nieuwe verf later mee eraf neemt.
Bij welk weer je buiten schildert zonder dat het later bladdert
Buitenwerk dat bij het verkeerde weer is geschilderd, kan net zo snel gaan bladderen als werk op een slechte ondergrond, en de eerste maanden zie je er niets aan. De grenzen in de tabel volgen uit hoe verf droogt: het water of oplosmiddel moet de film uit, en het bindmiddel moet een gesloten laag vormen voordat er regen, dauw of hitte bij komt.

De grens die het vaakst wordt gemist is het dauwpunt. Is het oppervlak minder dan 3 graden warmer dan het dauwpunt van de lucht, dan ligt er een onzichtbaar waterfilmpje op het hout, en verf die daarop komt hecht aan water in plaats van aan hout. Met een oppervlaktethermometer en het dauwpunt uit een weerapp controleer je dat in een minuut.
In september en oktober betekent dat: niet beginnen op een gevel die nog nat is van de nacht, en rond drie uur 's middags stoppen, zodat de verf voor de avonddauw oppervlaktedroog is. Watergedragen verf is daar gevoeliger voor dan alkyd, omdat hij in koele, vochtige lucht zijn water trager kwijtraakt en pas daarna een gesloten film vormt.
Een bui op verf die nog niet regenvast is, zie je niet altijd meteen terug. Watergedragen lak kan er dof, streperig of met kratertjes uit komen, en op die plekken is de film zwakker, ook als hij na het drogen glad lijkt.
| Omstandigheid | Grens die wij aanhouden | Waarom die grens |
|---|---|---|
| Luchttemperatuur | Minstens 10 °C voor watergedragen verf en 5 °C voor alkyd, tenzij het blik iets anders zegt | Kouder vormt het bindmiddel geen gesloten film en blijft de laag poreus en zwak |
| Temperatuur van het oppervlak | Minstens 3 °C boven het dauwpunt | Daaronder ligt er een waterfilm op het hout waar de verf niet op hecht |
| Relatieve luchtvochtigheid | Onder 80 tot 85 procent | Watergedragen verf droogt dan te traag en de kans op dauw tijdens het drogen loopt op |
| Vocht in het hout | Onder 18 procent, gemeten met een houtvochtmeter | Vocht dat erin zit, zet in de zon uit en drukt de laag van het hout af |
| Directe zon | Niet schilderen op een vlak dat in de volle zon staat | De buitenkant van de film sluit te snel en houdt vocht of oplosmiddel eronder vast |
| Regen | Droog tot de verf regenvast is, de tijd staat op het blik | Watergedragen verf spoelt eerder deels weg of krijgt kratertjes |
| Seizoen | Mei tot en met september, in het najaar voor ongeveer drie uur klaar | Later op de dag valt de dauw voordat de film oppervlaktedroog is |
| Wind | Geen harde wind met stof of blad | Vuil plakt in de natte laag en de rand droogt aan voordat je hem kunt aansluiten |
Welke gevel je op welk moment schildert, en wat een donkere kleur doet
In de zomer werkt de zon tegen je. Op hout in de volle zon droogt de buitenkant van de film te snel dicht, en het vocht of oplosmiddel dat eronder achterblijft, trekt blazen zodra het vlak de volgende dag weer opwarmt.
Schilder daarom met de zon mee in plaats van erin. Een westgevel krijgt in de zomertijd pas vanaf ongeveer half twee zon en schilder je dus 's ochtends, een oostgevel juist 's middags. Hoe laat de zon op jouw gevel staat, lees je af in de lichtwijzer met de zonuren per windrichting.
Op het noorden speelt het omgekeerde. Daar komt vrijwel geen directe zon, dus blijft de dauw er het langst staan en droogt het hout na regen het traagst. Begin er niet voor het eind van de ochtend en meet het vocht in het hout, ook als het oppervlak droog aanvoelt.
De kleur telt mee in dezelfde som. Een donkere lak wordt in volle zon veel heter dan een lichte: antraciet, donkergroen en donkerblauw halen op een zuid- of westgevel oppervlaktetemperaturen van 70 graden of meer. Bij die hitte gaat hars uit grenen en vuren lopen en drukt vocht in het hout de laag omhoog. Wit en lichte tinten blijven zo'n 20 tot 30 graden koeler.
Werk je maar een deel bij, zoek dan eerst de kleurcode van het bestaande werk op, want wit is geen vaste kleur. RAL 9010 is romiger dan RAL 9016, en een herstelde onderdorpel in het andere wit valt naast het oude werk direct op. Oude alkydlak vergeelt bovendien, binnen en op plekken zonder daglicht het sterkst, dus ook met dezelfde code lak je het hele vlak in plaats van alleen de plek.
Kies je bij het herstel een andere kozijnkleur, dan verandert binnen de wand ernaast mee. In de kleurmatcher zoek je op welke wandkleur binnen bij een wit of zwart kozijn past, met de windrichting van de kamer erbij.
| Gevel | Wanneer de zon erop staat | Wanneer je schildert | Waar het hier op misgaat |
|---|---|---|---|
| Noord | Vrijwel nooit; rond midzomer alleen vroeg in de ochtend en laat op de avond kort schuin licht | Van het eind van de ochtend tot halverwege de middag, als de dauw eraf is | Hout dat na regen dagen nat blijft, en groene aanslag die je eerst moet afwassen |
| Oost | Van zonsopkomst tot ongeveer half twee in de zomertijd, half een in de wintertijd | In de middag, zodra de zon eraf is en het vlak is afgekoeld | In de ochtend ligt er eerst dauw en staat het vlak daarna meteen in de zon |
| Zuid | In de zomer van een uur of acht tot half acht 's avonds, hoog en fel; in de winter de hele dag laag | Op een droge, bewolkte dag, of in het voor- en najaar als de zon minder kracht heeft | Donkere kleuren worden hier het heetst, en harsrijk grenen gaat bij die hitte lopen |
| West | Van ongeveer half twee tot tien uur 's avonds in de zomertijd, in de winter van half een tot half vijf | In de ochtend, zodra de nachtdauw is opgedroogd | Middagzon op een donkere kleur, en slagregen, want in Nederland komt het meeste weer uit het zuidwesten |
| Zuidwest | In de zomer vanaf een uur of elf tot zonsondergang, in de winter vanaf het midden van de ochtend | Vroeg in de ochtend na de dauw, of op een droge, bewolkte dag | Deze kant krijgt de meeste zon en de meeste slagregen, en is als eerste aan een onderhoudsbeurt toe |
Muren en plafonds binnen: latex op een ondergrond die niet pakt
Binnen bladdert muurverf zelden door het weer en bijna altijd door wat eronder zit. Latex hecht door zich vast te zetten in een licht zuigende, stroeve ondergrond, en op drie soorten ondergrond lukt dat niet: gladde olieverf, poederend krijt of kalk, en nat of glad stucwerk.
Oude olieverf of alkydlak zit in oudere huizen vaak op de wanden van de keuken, de gang en het trappenhuis, meestal onder latere lagen muurverf. Wrijf met een wattenschijfje met spiritus een halve minuut over een onopvallende plek: wordt de verf zacht of kleurt het schijfje mee, dan is het watergedragen. Blijft de verf hard, dan zit er alkyd en hecht latex daar alleen op na opschuren en een hechtprimer.
Plafonds in oudere huizen zijn vaak gesausd met lijmverf of kalk. Wrijf met een natte vinger over het plafond: geeft het wit af en voelt het glibberig, dan is het lijmverf. Die weekt op zodra er latex op komt, omdat het water in de nieuwe verf de lijm in de oude laag weer oplost.
Lijmverf moet eraf, met warm water en een spons, tot er niets wits meer afgeeft. Kalk laat zich slecht afwassen; die borstel je af tot hij niet meer poedert en zet je daarna vast met een fixeermiddel dat de laatste korrels bindt.
Bij nieuw stucwerk gaat het om vocht en gladheid. Plak een stuk plastic van 50 bij 50 cm met tape rondom op de wand en kijk na 24 uur. Zit er condens aan de binnenkant of is de wand eronder donkerder, dan is het stucwerk nog te nat om te verven.
Is het droog, zet er dan een voorstrijkmiddel op, want vers stucwerk zuigt ongelijk en een glad gepleisterde wand kan een sinterhuid hebben waar latex niet op hecht.
Reken daarna met de verfcalculator voor wanden en plafond uit hoeveel muurverf erbij moet. Kies bij kale gipsplaat de optie voor de eerste laag, die met 7 m² per liter rekent in plaats van de 10 m² voor glad stucwerk, en tel op een gestripte, zuigende wand een laag extra bij. Om dezelfde reden haalt een emmer van 10 liter latex op een nieuwe of kaalgemaakte wand minder vierkante meters dan op een wand die al geverfd was.
Plak op een wand waarvan je de hechting niet vertrouwt een strook schilderstape, wrijf hem goed aan en trek hem na een minuut weg. Komt er verf aan de tape mee, dan gebeurt precies dat straks ook bij het afplakken van plinten en kozijnen, en weet je dat de laag eraf moet.
In de badkamer en de keuken komt het van condens, zeep en vet
In de badkamer en de keuken zit het probleem in de lucht. Warme, vochtige lucht slaat neer op het koudste vlak in de ruimte, en dat is meestal het plafond onder het dak of de hoek waar het plafond aan de buitenmuur grenst. Daar begint het bladderen dan ook.
Het water trekt door een gewone muurverf in de ondergrond, en die zwelt en krimpt bij elke douchebeurt. Een gipsplaat of een kalkpleister verliest daarbij aan het oppervlak zijn samenhang, en de verf gaat mee met die bovenste laag.
Een verf voor vochtige ruimtes vertraagt dat, maar houdt het niet tegen zolang het vocht blijft neerslaan. De eerste reparatie is daarom afvoer: voor nieuwbouw geldt voor een badruimte een afzuigcapaciteit van minstens 14 dm³ per seconde. Een ventilator die na het douchen nog een kwartier doordraait, haalt het meeste vocht weg voordat het in het plafond trekt.
Zeep en shampoo komen als nevel op het plafond en de wanden terecht en laten een dunne film achter waar nieuwe verf slecht op hecht. Was de vlakken daarom af met een ontvetter of een scheut ammoniak in warm water, spoel na met schoon water en laat de ruimte twee dagen met de ventilator aan drogen voordat je verft.
Zwarte puntjes onder de afbladderende verf zijn schimmel, en die groeit door een nieuwe laag heen. Behandel de plek met een schimmeldodend middel volgens de verpakking, laat drogen en kies daarna een muurverf die schimmelwerend is ingesteld.
In de keuken is het vet. Boven de kookplaat en rond de afzuigkap zit een film van kookvet die je met afwasmiddel vooral verplaatst. Gebruik daarom een ontvetter, spoel na en schuur een gelakte keukenwand daarna licht op met korrel 180, zodat de nieuwe laag houvast heeft.
Op radiatoren, hekwerk en dakgoten laat verf anders los
Op metaal laat verf om twee redenen los: roest onder de laag, of een grondlaag die niet bij het metaal past. Roest neemt meer ruimte in dan het staal waaruit het ontstaat, dus een roestpuntje van een paar millimeter drukt de verf eromheen omhoog en laat vocht onder de randen verder kruipen.
Krab en schuur zo'n plek terug tot er blank metaal zit en er ook in de putjes geen bruin meer staat, want roest die blijft zitten groeit onder de nieuwe verf door. Blank staal begint in vochtige lucht binnen enkele uren weer aan te lopen, dus die plek krijgt dezelfde dag een roestwerende grondverf.
Zink en verzinkt staal gedragen zich anders. Een gewone alkydverf reageert met het zinkoppervlak tot een zeepachtige tussenlaag zonder sterkte, en daardoor laat de verf van een zinken dakgoot, een regenpijp of een verzinkt hek na een tijd in grote lappen los.
Zink maak je schoon met ammoniakwater en een schuurspons, spoel je na met schoon water en zet je in een hechtprimer die op de verpakking uitdrukkelijk geschikt is verklaard voor zink of non-ferrometalen. Pas daarop komt de aflak.
Een radiator bladdert meestal door warmte en door wat er aan het oppervlak zat. Verf hem alleen als hij koud is, ontvet hem goed, want huisstof en vet branden op een warm paneel vast, en kies een radiatorverf die de watertemperatuur verdraagt zonder te vergelen.
Oudere radiatoren en leuningen hebben vaak een alkydlak. Een watergedragen lak hecht daarop na matschuren met korrel 180 en ontvetten, en kale plekken krijgen eerst de roestwerende grond.
Welke grondlaag op welke ondergrond hoort
De grondlaag is het deel van de opbouw dat hecht; de lagen erboven beschermen en geven kleur. Een aflak is gemaakt om op grondverf of op geschuurde oude lak te hechten, niet op kaal hout, blank metaal of poederende kalk, en daarom laat een laag die direct op zo'n ondergrond staat het eerst los.
Plaatselijk bijwerken betekent dus plaatselijk gronden. Elke plek waar je tot op de ondergrond bent gekomen, krijgt grondverf met een rand van een paar centimeter over de geschuurde overgang. Pas als die droog en licht opgeschuurd is, komt de aflak over het hele vlak.
Kies onder een donkere aflak een grijze of getinte grondverf en onder wit een witte. De aflak dekt dan in twee lagen, terwijl een witte grond onder antraciet vaak een derde laag vraagt, en elke laag extra maakt het pakket dikker en stugger op hout dat blijft werken.
Laat de grondlaag buiten ook niet weken op de aflak wachten. Grondverf is gemaakt om te hechten en niet om het weer te verdragen, dus hij verpoedert in zon en regen aan het oppervlak en de aflak hecht daarna aan dat poeder. De termijn waarbinnen je moet aflakken, staat op het blik.
Het blik heeft het laatste woord over welke grondlaag onder welke aflak past. Watergedragen lak en alkyd zijn meestal te combineren, maar een systeem van één fabrikant is op elkaar getest en een mengsel van twee merken niet altijd.
| Ondergrond | Grondlaag | Waar je op let |
|---|---|---|
| Kaal naaldhout buiten, zoals grenen en vuren | Grondverf voor buiten, kopse kanten twee keer | Hout onder 18 procent vocht, en gronden binnen een paar dagen na het kaal maken |
| Vettige hardhoutsoorten, zoals teak en iroko | Grondverf voor buiten, na ontvetten volgens het blik | De houtolie remt het drogen van alkyd, dus niet overslaan |
| Oude lak die de kruisjestest doorstaat | Geen, alleen matschuren met korrel 180 en ontvetten | Kale plekken in dat vlak wel apart bijgronden |
| Hout met houtrotvuller | Grondverf over de geschuurde vuller en een rand eromheen | De vuller eerst volledig laten uitharden, de tijd staat op de verpakking |
| Muur met oude olieverf of alkyd | Hechtprimer voor gladde ondergronden, na opschuren | Eerst met spiritus testen wat er werkelijk op zit |
| Plafond met lijmverf | Geen: eerst volledig afwassen, daarna voorstrijken | Achtergebleven lijmverf weekt onder latex weer op |
| Kalk die poedert | Fixeermiddel na afborstelen | Borstelen tot er bij wrijven niets meer afgeeft |
| Nieuw stucwerk | Voorstrijkmiddel, pas als het droog is | Plastictest van 24 uur, en glad pleisterwerk licht opschuren |
| Gipsplaat | Voorstrijkmiddel voor gipsplaat | Karton en gevulde naden zuigen verschillend, zonder voorstrijk tekenen de naden door |
| Staal met roest | Roestwerende grondverf, dezelfde dag als het ontroesten | Tot blank metaal schuren, ook in de putjes |
| Zink en verzinkt staal | Hechtprimer voor zink of non-ferrometalen | Geen gewone alkydgrond, want die vormt op zink een tussenlaag zonder hechting |
| Radiator met oude lak | Geen, matschuren en ontvetten; kale plekken roestwerend gronden | Alleen koud verven, met radiatorverf die warmte verdraagt |
Plaatselijk bijwerken of alles eraf halen
Plaatselijk bijwerken werkt zolang de verf eromheen goed hecht en de oorzaak een duidelijke plek heeft: een naad, een dorpel, een roestpuntje. Laat de laag op veel plekken tegelijk los, geeft de kruisjestest ook tussen de beschadigingen stroken prijs of zit er krokodillenhuid in, dan hecht het pakket als geheel niet meer. Met bijwerken schuif je het probleem dan alleen voor je uit.
Wij houden als vuistregel aan dat een vlak waar meer dan ongeveer een kwart loslaat, helemaal kaal gaat. Dat is geen norm, maar bij die verhouding kost het vlak schuren van tientallen overgangen meer tijd dan strippen, en naast elke reparatie blijft een oude rand achter die later opnieuw kan loslaten.
Kaal maken kan op drie manieren. Schuren past bij een dun pakket, een heteluchtpistool maakt dikke lagen zacht zodat je ze met een krabber wegneemt, en een afbijtmiddel werkt op profielen waar een krabber niet bij komt. Houd het pistool in beweging en niet bij glas, want dat springt door de hitte.
Bij verf van voor 1960 is die keuze kleiner. In oude lagen, vooral in grondverf en in oranje menie op metaal, kan lood zitten, en droog schuren of verhitten brengt dat als fijn stof en damp in de lucht. Doe daarom eerst een loodtest en werk bij lood nat, met afbijtmiddel en een stofmasker van klasse FFP3.
Hoe lang het resultaat meegaat, hangt vooral af van wat er onder de laag is gedaan. Binnenmuurverf gaat gemiddeld 5 tot 10 jaar mee en slijt eerder door schrobben en condens dan dat hij loslaat. Voor dekkend buitenwerk rekenen schilders meestal met een onderhoudsbeurt om de zes tot acht jaar, op het zuiden en westen eerder.
Staat de wand of het kozijn toch kaal, dan is dat het goedkoopste moment om meer te veranderen dan alleen de kleur. Een andere glansgraad, een tweekleurige wand of een donkere plint vraagt nu geen extra voorbereiding, en voorbeelden daarvan staan bij een ruimte met verf verfraaien.
Een spuitpleisterplafond of structuurplafond van voor 1994 krab, schuur of föhn je niet af voordat vaststaat dat er geen asbest in zit. Zo'n plafond bladdert vaak juist op de plek waar vocht de laag heeft losgemaakt, en daar komt bij het krabben het meeste stof vrij.
Zo herstel je een bladderend vlak zodat het blijft zitten
Elke stap maakt de ondergrond geschikt voor de volgende, dus de volgorde draai je niet om.
-
Zoek de oorzaak en neem die eerst weg
Zet een open kitnaad of verbinding dicht, laat een lekkende goot repareren of verbeter de afzuiging in de badkamer. Zolang het water blijft komen, drukt het elke nieuwe laag er weer af, hoe goed je de rest ook doet.
-
Test op hechting wat er nog zit
Doe de kruisjestest op de delen die vast lijken, en binnen de spiritustest om te weten of er alkyd of latex op zit. De uitslag bepaalt of je plaatselijk herstelt of het vlak kaal maakt, en welke grondlaag straks nodig is.
-
Krab alle losse verf weg tot een vaste rand
Werk met een driehoekskrabber en een stijf plamuurmes tot het mes nergens meer onder de verf komt. Is de verf van voor 1960, doe dan eerst een loodtest, want in deze stap komt het meeste stof vrij.
-
Ontvet en spoel na voordat je schuurt
Was het vlak met een ontvetter of ammoniak in warm water en spoel na met schoon water. Door eerst te ontvetten schuur je geen vet in de krassen die straks de hechting moeten geven.
-
Schuur de overgangen weg en het vlak mat
Schuur kaal hout en de randen met korrel 80 tot 120 tot er geen opstaande rand meer te voelen is, en de oude lak die blijft met korrel 180. Zuig het stof weg en neem het vlak af met een kleefdoek, want stof onder de grondlaag werkt als een scheidingslaag.
-
Herstel houtrot, gaten en naden
Steek zacht hout uit tot op gezond hout, vul met tweecomponenten houtrotvuller en schuur die na uitharden gelijk. Vervang siliconenkit door overschilderbare kit, zodat de verf straks ook op de naden hecht.
-
Grond elke kale plek nog dezelfde dag
Zet grondverf of hechtprimer op alles wat kaal is, met een paar centimeter over de geschuurde rand, en geef kopse kanten twee lagen. Schuur de droge grond licht op met korrel 240 en maak het vlak stofvrij.
-
Lak het hele vlak in twee lagen
Lak het hele vlak in plaats van de herstelde plekken apart, anders zie je elke reparatie terug als een vlek in de glans. Schuur tussen de lagen met korrel 240, zet bij ramen de lak 1 tot 2 mm over op het glas en houd de droogtijd van het blik aan.
Kleurmatcher
Kies de kleur die je al hebt: je bank, je vloer of je muur. Je krijgt de kleuren die daar bij passen, met de bijbehorende RAL- en verfcodes en het lichtadvies erbij. Open de volledige kleurmatcher
Nalopen voordat de eerste laag erop gaat
Uit de praktijk
De nieuwe lak bladdert binnen een jaar op dezelfde plek
Komt de verf een jaar na het schilderen op precies dezelfde plek weer los, dan is de reparatie aan de verf gedaan en niet aan de waterweg. Het water komt nog steeds binnen via de verbinding tussen stijl en dorpel, een open kitnaad of een glaslat die aan de onderkant niet is dichtgeschilderd.
Een verse, intacte lak laat minder damp door dan de verweerde laag die er zat, dus het water dat binnenkomt kan er nu nog langzamer uit. Meet na een regenbui met een houtvochtmeter waar het hout boven 20 procent zit, en sluit die plek voordat je opnieuw gaat schuren.
Bij het afplakken trekt de tape stukken muurverf mee
Trekt schilderstape bij het weghalen hele stukken verf mee, dan is die laag nooit echt aan de wand gehecht en rust hij los op een gladde ondergrond. Meestal zit er olieverf, een glanzende oude lak of een glad gepleisterde sinterhuid onder.
Een nieuwe laag latex erover lijkt eerst goed te gaan, maar het water in de verse verf weekt de oude laag verder los en de krimp tijdens het drogen trekt hem van de wand. Test een onopvallende plek met spiritus en met de kruisjestest, verwijder wat meekomt en zet de wand na opschuren in een hechtprimer.
Het plafond bladdert opnieuw met wit poeder op de achterkant
Een plafond dat na het verven in schilfers met een wit poederlaagje naar beneden komt, is geverfd op lijmverf of kalk. Die oude lagen hebben weinig bindmiddel meer, en de latex hecht aan het poeder in plaats van aan het plafond.
Hoe meer lagen latex er al op zitten, hoe zwaarder het pakket aan die zwakke laag hangt en hoe groter de lappen die loskomen. Dan zit er niets anders op dan alles tot op de oude kalk of lijmverf te verwijderen, af te wassen of te fixeren en opnieuw op te bouwen.
Veelgemaakte fouten
Over losse randen heen plamuren of lakken
Een rand die je met een plamuurmes nog kunt oplichten, blijft na het lakken ook loslaten, alleen zie je het niet meer. Vuller en lak die over zo'n rand liggen, krimpen bij het drogen en trekken hem verder omhoog.
Krab door tot het mes niet meer onder de verf komt en schuur de overgang vlak, zodat de nieuwe laag op één vaste ondergrond ligt.
Latex op olieverf of een gladde lak zetten
Latex hecht door zich vast te zetten in een licht zuigende, stroeve ondergrond, en een gladde alkydlaag biedt dat niet. De verf droogt mooi op, maar laat bij de eerste stoot of strook tape in vellen los.
Doe bij twijfel de spiritustest, schuur een alkydlaag mat met korrel 120 tot 180 en zet er een hechtprimer op.
Eerst schuren en daarna pas ontvetten
Wie op een vette of rokerige ondergrond begint te schuren, drukt het vet met het schuurpapier in de krassen die de hechting moesten geven. Ontvet daarom eerst, spoel na en laat drogen, en schuur dan.
Afwasmiddel zonder naspoelen laat zelf ook een film achter, dus spoel na elke reinigingsbeurt met schoon water.
Siliconenkit overschilderen
Op siliconenkit hecht geen enkele verf: de laag parelt al tijdens het verven of laat na een paar weken als een los velletje los, en vanaf die rand kruipt water achter de lak. Siliconen die op het hout ernaast zijn uitgesmeerd, geven hetzelfde effect.
Snijd de kit eruit, ontvet de naad en zet overschilderbare kit terug.
Kaal hout weken onbeschermd buiten laten staan
Zonlicht breekt in een paar weken de lignine in de bovenste houtvezels af, en het hout wordt grijs met een losse toplaag. Grondverf hecht aan die toplaag en neemt hem later mee, met de vezels zichtbaar op de achterkant van de schilfer.
Grond binnen een paar dagen na het kaal maken, of schuur de grijze laag eraf tot er weer vers hout zit.
Oude verf droog schuren of afbranden zonder te weten wat erin zit
In lagen van voor 1960 kan lood zitten, en een schuurmachine of heteluchtpistool maakt daar fijn stof en damp van die in huis blijven hangen. Een loodtest vooraf is snel gedaan, terwijl je loodstof uit vloerkieren en textiel moeilijk weer wegkrijgt.
Bij lood werk je nat, met afbijtmiddel en een stofmasker van klasse FFP3, en je maakt alles nat schoon in plaats van te vegen.
Een donkere kleur op naaldhout in de volle zon
Antraciet, donkergroen of donkerblauw op grenen of vuren aan de zuid- of westkant wordt aan het oppervlak zo heet dat hars uit de noesten loopt en vocht in het hout blazen onder de lak drukt. De verf is dan niet slecht, de combinatie wel.
Kies op zonnige gevels een lichtere tint, of houd de donkere kleur voor delen die in de schaduw liggen.
Veelgestelde vragen
Kun je afbladderende verf gewoon overschilderen?
Nee, niet zolang er losse verf zit. De nieuwe laag hecht dan aan de oude, en die oude laat al los, dus komt alles er later samen af.
Overschilderen kan wel nadat je alle losse verf hebt weggekrabd tot een vaste rand, het vlak hebt ontvet en geschuurd, en elke kale plek hebt gegrond. Neem ook eerst de oorzaak weg, anders begint het op dezelfde plek opnieuw.
Moet alle oude verf eraf als hij afbladdert?
Alleen wat niet meer hecht. Verf die de kruisjestest doorstaat, mag blijven zitten als je hem matschuurt en ontvet.
Laat het pakket op veel plekken tegelijk los, zit er krokodillenhuid in of komen er bij de test ook tussen de beschadigingen stroken mee, dan gaat het hele vlak kaal. Als vuistregel houden wij aan dat een vlak waar meer dan een kwart loslaat, helemaal wordt gestript.
Hoe weet je of er olieverf of latex op de muur zit?
Wrijf met een wattenschijfje met spiritus een halve minuut over een onopvallende plek. Wordt de verf zacht of kleurt het schijfje mee, dan is het een watergedragen verf zoals latex.
Blijft het oppervlak hard en het schijfje schoon, dan zit er olieverf of alkyd, en daarop hecht latex alleen na opschuren en een hechtprimer. Twijfel je, behandel de wand dan als alkyd, want die voorbereiding werkt op latex ook.
Waarom bladdert de verf van het badkamerplafond?
Door condens en zeepnevel. Warme, vochtige lucht slaat neer op het koudste vlak, meestal het plafond onder het dak of de hoek bij de buitenmuur, en het water trekt door een gewone muurverf in de ondergrond.
Verbeter eerst de afzuiging en laat de ventilator na het douchen doordraaien. Was het plafond daarna af met een ontvetter, laat het twee dagen drogen en verf met een muurverf voor vochtige ruimtes.
Heb je grondverf nodig op kale plekken in oud lakwerk?
Ja. Een aflak is gemaakt om op grondverf of op geschuurde oude lak te hechten, niet op kaal hout of blank metaal, en juist op die plekken laat hij het eerst weer los.
Grond elke plek waar je tot op de ondergrond bent gekomen, met een paar centimeter over de geschuurde rand heen, en schuur de grond licht op met korrel 240 voordat de lak over het hele vlak gaat.
Hoe lang moet nieuw stucwerk drogen voordat je verft?
Dat hangt af van de dikte van de laag, de temperatuur en de ventilatie, dus meet het liever dan dat je op een vast aantal weken rekent. Plak een stuk plastic van 50 bij 50 cm rondom met tape op de wand en kijk na 24 uur.
Zit er condens aan de binnenkant of is het stucwerk eronder donkerder, dan is het nog te nat. Is het droog, zet er dan eerst een voorstrijkmiddel op.
Waarom bladdert verf op een zinken dakgoot of regenpijp?
Meestal omdat er een gewone alkydverf of grondverf op is gezet. Die reageert met het zink tot een zeepachtige tussenlaag zonder sterkte, en de verf laat daarna in grote lappen los.
Verwijder alle losse verf, maak het zink schoon met ammoniakwater en een schuurspons, spoel na en gebruik een hechtprimer die voor zink of non-ferrometalen is bedoeld. Zit de goot boven de eerste verdieping, dan hoort daar een steiger bij.
Kan er lood of asbest in oude afbladderende verf zitten?
In verflagen van voor 1960 kan lood zitten, vooral in grondverf op buitenhout en in oranje menie op metaal. Droog schuren, afbranden of een heteluchtpistool brengt dat als stof en damp in de lucht, dus doe eerst een loodtest.
In gewone muurverf en lak zit geen asbest, maar in spuitpleister en structuurplafonds van voor 1994 kan het wel. Krab daar niets af voordat het is onderzocht.
Wat kost het om afbladderende verf te laten herstellen?
De prijs zit vooral in de uren voorbereiding en niet in de verf. Krabben, ontvetten, schuren, houtrot uitsteken en vullen en plaatselijk gronden kosten bij bladderend buitenwerk meer tijd dan de twee laklagen daarna, en een steiger of hoogwerker komt er apart bij.
Vraag een schilder die onderdelen los in de offerte te zetten. Dan zie je of het herstel werkelijk is meegerekend of dat er alleen een nieuwe laag in staat.
Hoe lang blijft schilderwerk zitten na een goed herstel?
Binnenmuurverf gaat gemiddeld 5 tot 10 jaar mee en slijt eerder door schrobben van matte verf en door condens dan dat hij loslaat. Voor dekkend buitenwerk op hout rekenen schilders meestal met een onderhoudsbeurt om de zes tot acht jaar, op een zuid- of westgevel eerder.
Kijk elk voorjaar de onderdorpels, de glaslatten en de kitnaden na. Een haarscheurtje dat je dan dichtzet, scheelt later een rotplek.
Welke kleur kies je voor kozijnen die veel zon krijgen?
Een lichte kleur. Donkere lak wordt in volle zon veel heter dan wit, waardoor hars uit naaldhout gaat lopen en vocht in het hout de laag omhoog drukt. Op een zuid- of westgevel blaast een donkere laag daardoor na een paar zomers, waar een lichte jaren blijft zitten.
Wil je toch een donkere tint, houd die dan voor delen die weinig zon krijgen. Welke kleur verder waar werkt en waarom, staat in het overzicht van kleur en verf.
Wanneer je beter een vakman belt
Krabben, schuren en plaatselijk gronden doe je zelf, maar vier dingen horen bij een vakman. Houtrot in een onderdorpel of in een verbinding die het kozijn draagt, vraagt een timmerman die een nieuw stuk hout inzet, want met vuller alleen houdt zo'n plek het geen jaren.
Werk boven de eerste verdieping vraagt een steiger of hoogwerker, en bladderende verf rond een dakgoot of boeiboord zit precies daar. Bladdert een spuitpleister- of structuurplafond van voor 1994, laat dan eerst door een gecertificeerd bedrijf onderzoeken of er asbest in zit voordat er iets wordt afgekrabd.
Komt het vocht door de muur zelf, via een lekkende goot, een kapotte voeg of het dak, dan is dat werk voor een dakdekker of voeger en niet voor een schilder. Zolang dat water blijft komen, bladdert elke laag die erop gaat.
Verder lezen over dit onderwerp

10 liter latex hoeveel m2
