Hotelschakeling schema
Een hotelschakeling met drie bedienpunten bestaat uit twee wisselschakelaars aan de uiteinden en één kruisschakelaar ertussen. De fase komt binnen…
Vul de maten van je kamer in, zet deuren en ramen op de juiste plek en schuif meubels op schaal rond. Je ziet meteen of het past en hoeveel loopruimte er overblijft.
OpenenDe hoogtes en maten die in een huis kloppen: bar, eettafel, tv, schilderij, wandlamp, kapstok en gordijnrails, met de marge die in de praktijk werkt.
OpenenVul de maten van je kamer in, zet deuren en ramen op de juiste plek en schuif meubels op schaal rond. Je ziet meteen of het past en hoeveel loopruimte er overblijft.
OpenenKies de kleur die je al hebt: je bank, je vloer of je muur. Je krijgt de kleuren die daar bij passen, met de bijbehorende RAL- en verfcodes en het lichtadvies erbij.
OpenenGeef aan wat er in de ruimte gebeurt: vloerverwarming, huisdieren, kinderen, vocht en budget. Je ziet welke vloeren afvallen en waarom.
OpenenKies de windrichting en het uur waarop je de kamer gebruikt. Je ziet welk licht je krijgt, welke kleuren daarin standhouden en welke grauw worden.
OpenenKies je wandtype en het gewicht van wat je wilt ophangen. Je ziet welke bevestiging het houdt, tot hoeveel kilo, en wat je beter niet doet.
OpenenKies je boom, heester of haag en zie in welke maanden je hem snoeit, wat je dan weghaalt en wanneer je juist afblijft.
OpenenKlussen in huis lopen bijna allemaal vast op drie vragen: in welke volgorde je werkt, wat voor wand je voor je hebt en hoeveel die wand houdt. De volgorde is dat alles wat een muur of vloer opent vooraan staat en alles wat je ophangt achteraan. De wand bepaalt daarna de boor, de plug en het gewicht: in gipsplaat houdt een schroef 15 kg als je de houten regel raakt en niets als je hem mist, terwijl een nylon plug in beton 25 kg draagt waar tape het bij 2 kg begeeft. Boor nooit blind recht boven of onder een stopcontact, want daar loopt de kabel omhoog.
Klussen in huis gaan bijna allemaal in dezelfde volgorde: eerst wat een muur of een vloer opent, dan wat hem dichtmaakt, dan de afwerking, en pas als laatste wat je eraan hangt. Die volgorde is geen gewoonte maar een gevolg, want elke fase maakt de vorige stuk zodra je ze omdraait.
Een sleuf frezen door een pas gestuukte wand kost je het stucwerk en de verf van die hele wand. Een dekvloer over een leiding die er nog niet ligt, moet weer open. Daarom staat alles wat door de constructie heen gaat vooraan en staat ophangen achteraan.
Pak je een hele kamer of een heel huis aan, dan is de vraag welke beslissing de andere vastlegt. De maat van een uitbouw of aanbouw bepaalt waar de kozijnen komen, de kozijnen bepalen waar de radiator en de groepen liggen, en die bepalen weer waar je later niet mag boren. Die keten loopt één kant op.
Binnen zo'n verbouwing ligt de volgorde van de vakken ook vast. Water en afvoer liggen dieper in de vloer en in de sleuf dan de elektrabuizen, dus die gaan eerst, en de planning van zo'n project als geheel staat bij het verbouwen van een woning.
De tabel hieronder leest ook terug. Loop je vast omdat iets niet meer kan, zoek dan in welke fase dat werk hoort: bijna altijd staat het een rij hoger dan waar je nu bezig bent.
| Fase | Wat er in deze fase gebeurt | Waarom dit niet later kan |
|---|---|---|
| 1. Slopen en openen | Wanden eruit, plafond eraf, oude vloer eruit, sleuven hakken | Het stof en het puin uit deze fase komen over alles heen wat je eerder zou afwerken |
| 2. Constructie | Dragende delen, stalen balk, dakdoorvoer, de uitbouw wind- en waterdicht | Hierna verandert er niets meer zonder opnieuw te slopen, en alle maten hangen aan deze fase |
| 3. Water en afvoer | Aanvoerleidingen, afvoer op afschot, cv-leidingen, ventilatiekanalen | Deze liggen het diepst in de vloer en in de sleuf en zijn onbereikbaar zodra de dekvloer erop ligt |
| 4. Elektra | Buizen, inbouwdozen, bedrading tot in de groepenkast | De dozen moeten op hoogte staan voordat de wand dichtgaat; achteraf frezen betekent opnieuw stucwerk |
| 5. Dichtmaken | Gipsplaat, stucwerk, plafond, dekvloer | Pas hier ligt de wand definitief vlak, en pas dan kloppen de maten voor kozijnen en kasten |
| 6. Schilderwerk | Plafond, dan de wanden, dan het houtwerk | Verf gaat van boven naar beneden, want spetters vallen en schuurstof dwarrelt naar beneden |
| 7. Vloerafwerking | Ondervloer, vloer, plinten | Een nieuwe vloer wil je niet dagenlang afplakken, en de vloerdikte bepaalt hoe de deuren sluiten |
| 8. Ophangen en afmonteren | Schakelaars, wandcontactdozen, lampen, planken, kasten, spiegels | De wand moet vlak, droog en geschilderd zijn voordat er een plug in gaat |
Fotografeer elke wand en elke vloer vlak voordat ze dichtgaan, met een rolmaat of een duimstok in beeld. Op die foto zie je jaren later nog precies waar de buis en de leiding lopen, en dat is de enige betrouwbare manier om te weten waar je wel en niet mag boren.
De vraag die een ophangklus beslist is niet wat je ophangt, maar waar je het in hangt. Dezelfde plug houdt in beton 25 kilo en in gipsplaat helemaal niets, en dezelfde boor die soepel door kalkzandsteen loopt, scheurt een tegel van het glazuur tot de voeg.
Je herkent een wand aan drie dingen: de klank, het gruis en het gevoel in de boor. Tik met je knokkel over de wand. Klinkt het hol met elke 40 tot 60 cm een plek die ineens massief klinkt, dan is het gipsplaat of een voorzetwand en zit daar een regel of een metalen profiel achter.
Boor je al, kijk dan naar de kleur van het gruis. Rood is baksteen, grijswit en fijn is kalkzandsteen, fijn grijs met een boor die nauwelijks vooruitkomt is beton, en grof wit waar de boor bijna vanzelf in zakt is gasbeton.
Een gestuukte wand is geen wandsoort maar een laagje. De boor gaat eerst door 5 tot 15 mm zacht stuc en stuit dan pas op het echte materiaal, en dat materiaal bepaalt je plug. Daarom telt de stuclaag wel mee voor de boordiepte en niet voor het houden.
Weet je de wand, dan volgt de rest vanzelf: de boormaat, de klopstand en het type plug. In de ophangwijzer zet je de wand, het gewicht en het voorwerp naast elkaar en rolt eruit wat dat houdt, en de uitvoering zelf staat bij ophangen en boren.
| Wand | Waaraan je hem herkent | Boor en stand | Wat erin houdt |
|---|---|---|---|
| Gipsplaat of voorzetwand | Klinkt hol, elke 40 tot 60 cm massief; een punaise gaat er met je duim in en er komt wit poeder uit | 8 mm voor een metalen hollewandplug, 10 tot 13 mm voor een kiepplug, klopstand uit en lage snelheid | Metalen hollewandplug of kiepplug, en waar je de houten regel raakt een schroef rechtstreeks in dat hout |
| Gestuukte steen | Eerst 5 tot 15 mm zacht en poederig, daarna hard; het gruis kleurt van grijswit naar rood of grijs | 6 of 8 mm steenboor, zonder klop tot je door het stuc bent en daarna met klop | De plug van de steen erachter, en boor de dikte van de stuclaag extra diep |
| Beton | Een spijker gaat er niet in, de boor komt nauwelijks vooruit en loopt warm, het gruis is fijn en grijs | 6 of 8 mm steenboor met hardmetalen punt, klopstand aan, bij vastlopen een SDS-boorhamer | Nylon plug met schroef voor het gewone werk, keilbout of chemisch anker voor zwaar werk |
| Kalkzandsteen | Grijswit en fijn gruis, de boor gaat gestaag maar niet makkelijk; veel binnenwanden van na 1970 | 6 of 8 mm steenboor, klopstand uit of op de lichtste stand omdat het materiaal bros is | Nylon plug met schroef, en voor zwaar werk chemisch anker en geen keilbout, want spreidkracht scheurt de steen |
| Baksteen | Rood tot roodbruin gruis en een boor die afwisselend hard en zacht aanvoelt door de voegen | 6 of 8 mm steenboor met klop maar met weinig druk; in oude zachte steen de klop uit | Nylon plug in de steen zelf en niet in de voeg, in zachte oude steen 50 tot 60 mm lang |
| Gasbeton of cellenbeton | Wit tot lichtgrijs, zo licht dat je een blok met één hand tilt, en je krast er een groef in | Precies de maat die op de plug staat, meestal 8 of 10 mm, klopstand uit | Gasbetonplug of gasbetonschroef met grove draad; een gewone nylon plug trekt er als een kurk uit |
| Tegels | Zichtbare voegen en een harde heldere tik; tik ook of het erachter hol of massief klinkt | Tegelboor of gladde hardmetalen punt zonder klop door de tegel, daarna wisselen naar een steenboor | De plug die bij de wand achter de tegel hoort; de tegel van 6 tot 12 mm houdt zelf niets |
| Hout of multiplex | De boor maakt krullen in plaats van gruis en een schroef pakt zonder plug meteen vast | Voorboren met ongeveer 70 procent van de schroefdiameter, dus 3,5 mm bij een schroef van 5 mm | Houtschroef rechtstreeks in het hout; zit er een holte achter een dunne plaat, dan alsnog een hollewandplug |
| Holle bouwsteen | De boor gaat door iets hards, valt dan in een holte en stuit daarna weer op een wandje | De maat van de plug of de zeefhuls, klopstand uit of op de lichtste stand | Kiepplug of injectiemortel met zeefhuls; een spreidplug spreidt hier in de lucht |
Zit de plug half in het stucwerk, dan trekt hij bij belasting een trechter uit de wand en houd je een gat van 5 cm over om te repareren. Tel de dikte van de stuclaag daarom bij je boordiepte op en blaas of zuig het gat leeg voordat de plug erin gaat, want boorstof halveert de klemming.
Op elke verpakking staat een aantal kilo's, en dat getal komt uit een testopstelling met een verse plaat of een blok beton. Jouw muur is ouder, poederiger, gestuukt of geverfd en houdt daarom minder. De waarden hieronder liggen bewust onder de fabriekswaarden.
Het gewicht hangt bijna nooit aan de plug zelf. Bij een nylon plug hangt het aan de steen die de spreidkracht opvangt, bij een hollewandplug aan een paar millimeter gips met een kartonlaagje, en bij tape aan de verflaag waar de lijm op zit.
De richting van de kracht telt net zo zwaar. Een lijst hangt recht naar beneden en trekt langs de wand omlaag, maar een plank of een kastje steekt uit en maakt een hefboom die de bovenste schroef naar buiten trekt. Reken bij een plank van 25 cm diep daarom met ruwweg het dubbele van wat erop komt te staan.

De getallen in de tabel gelden per bevestigingspunt. Twee punten houden niet netjes het dubbele, maar ze verdelen de last over twee plekken gips of steen en houden het voorwerp meteen recht, en dat scheelt meer dan een zwaardere plug op één plek.
Wil je weten wat er in jouw geval overblijft, vul dan de wand, het gewicht en het voorwerp in bij de ophangwijzer. Boven de 15 kilo in steen komt het antwoord bijna altijd uit op een chemisch anker, en is ophangen zonder te boren geen alternatief meer.
| Bevestiging | Gipsplaat | Gestuukte steen | Beton | Waar hij voor bedoeld is |
|---|---|---|---|---|
| Plakstrip met klittenband | 1 kg | 1 kg | 1,5 kg | Een lichte fotolijst die je er ook weer af wilt halen; op kalkverf, behang of spuitwerk houdt hij niets |
| Montagetape, dubbelzijdig foam | 1 kg | 1 kg | 2 kg | Lichte platte voorwerpen; verdeel over een strook boven en een strook onder, anders kantelt het weg van de wand |
| Montagekit | 2 kg | 3 kg | 4 kg | Reken één punt als een rups van 10 cm; 24 tot 72 uur uitharden en tot die tijd steunen of tapen |
| Spijkerhaakje | 2 kg | 2,5 kg | houdt niet | Een fotolijst in gips, stuc of hout; in beton, kalkzandsteen en tegel buigen de spijkertjes |
| X-haak met geharde nagel | 3 kg | 4 kg | 2 kg | Een lijst in stucwerk zonder boormachine: een gaatje van 2 mm in plaats van een boorgat van 8 mm |
| Kunststof hollewandplug | 4 kg | houdt niet | houdt niet | Klok, rookmelder, kleine lijst; de vleugels vouwen alleen bij een plaatdikte rond 10 tot 13 mm |
| Metalen hollewandplug | 10 kg | houdt niet | houdt niet | Het zwaardere werk in gipsplaat, aantrekken met een hollewandtang; niet voor een hangkast of een tv |
| Kiepplug of tuimelplug | 12 kg | houdt niet | houdt niet | Verdeelt de last achter de plaat over een groter vlak; het gips blijft de grens, niet de plug |
| Schroef in de houten regel | 15 kg | houdt niet | houdt niet | De sterkste bevestiging in een voorzetwand: minstens 40 mm schroef in het hout, zoek de regel met een magneet |
| Nylon plug met schroef | houdt niet | 15 kg | 25 kg | De standaard in steen en beton, meestal 8 mm plug met een schroef van 5 bij 60 mm |
| Keilbout of doorsteekanker | houdt niet | 25 kg | 50 kg | Zwaar werk in beton; in kalkzandsteen en oude baksteen scheurt de steen van de spreidkracht |
| Chemisch anker met injectiemortel | houdt niet | 50 kg | 75 kg | Alles wat echt zwaar is, ook in holle steen met een zeefhuls; laat de mortel volledig uitharden |
| Spiegellijmset | 3 kg | 4 kg | 8 kg | Alleen op een draagkrachtige ondergrond, en boven een bed of een bank hoort een spiegel aan een plug |
Hang alles boven de tien kilo aan twee punten op dezelfde hoogte, met minstens 20 cm ertussen. Dat halveert niet alleen de last per punt, het houdt het voorwerp ook recht als één punt in de loop van een jaar een paar millimeter uitzakt.
Zonder boren werkt, maar het werkt aan de verf en niet aan de muur. Tape, plakstrips en montagekit hechten aan de bovenste laag, en bij een gesausde wand is die laag een filmpje latex van een paar honderdste millimeter dik.
Daarom valt zo'n bevestiging bijna altijd in één keer en niet langzaam. De lijm laat niet los, de verf laat los, en het voorwerp neemt een vlek verf mee naar beneden ter grootte van de strip. Op gipsplaat komt het kartonlaagje er soms in één vel achteraan.
Op latex houdt het redelijk. Op kalkverf, op behang en op spuitwerk houdt het niet, want daaronder zit geen samenhangende laag. Op kale baksteen, kalkzandsteen en gasbeton verkleeft tape helemaal niet: het oppervlak is poreus en stoffig, dus de lijm raakt maar een fractie van het vlak dat je erop drukt.
Ontvet de plek met spiritus en niet met een allesreiniger, want die laat een filmpje achter waar de lijm niet doorheen komt. Druk montagetape een halve minuut stevig aan en belast het pas na een dag. Montagekit heeft 24 tot 72 uur nodig en moet in die tijd gesteund blijven.
Wat hier nooit thuishoort: een spiegel, een wandplank, een hangkast, een televisie, een gordijnrails en een kapstok. De eerste vier zijn te zwaar, en aan de laatste twee trek je met een ruk die zo het dubbele van het gewicht is. Welke oplossingen er wel zijn en tot welk gewicht ze gaan, staat bij bevestigen zonder boren, en de haakjes die je met een geharde nagel in het stucwerk tikt horen bij boren en ophangen.
Een spiegel die van een gesausde wand komt, breekt in scherven die meters ver terechtkomen. Boven een bed, een bank of in een kinderkamer hoort een spiegel daarom aan een plug of een spiegelbeugel, ook als het gewicht binnen de waarde van de lijmset blijft.
De meeste hoogtes in huis zijn gewoontes en geen voorschriften, maar ze komen wel ergens vandaan: uit ooghoogte, uit heuphoogte of uit de maat van een standaardkozijn. Wie ze aanhoudt, krijgt een wand die rustig oogt zonder dat je kunt aanwijzen waarom.
De maat die het meest oplevert is de hartlijn van 145 cm voor een schilderij: het midden van het werk op ooghoogte van iemand die staat. Hang alles in dezelfde kamer op die ene hartlijn, ook lijsten van verschillend formaat, en er loopt een onzichtbare lijn door de ruimte.
Boven een bank of een dressoir schuift die lijn omhoog, want daar telt de afstand tot het meubel zwaarder: 25 cm tussen de rugleuning en de onderrand, waardoor de hartlijn op 150 tot 165 cm uitkomt. Onder de 20 cm lijkt het werk op de bank te leunen.
Bij elektra werkt het net zo. Een wandcontactdoos op 30 cm en een schakelaar op 105 cm zijn de Nederlandse gewoonte en geen eis: NEN 1010 schrijft geen hoogte voor en regelt alleen de zones in de badkamer en de aardlekbeveiliging. Waar die maten vandaan komen en wat er wel in de norm staat, staat bij elektra en groepen in huis.
Meet hoogtes altijd vanaf de afgewerkte vloer. Ligt die er nog niet, tel de opbouw dan op bij je potloodstreep, want 20 mm ondervloer met tegel verschuift elke doos, elke deurkruk en elke hartlijn met precies diezelfde 20 mm.
| Wat je ophangt | Hoogte | Marge die werkt | Waar het van afhangt |
|---|---|---|---|
| Schilderij, hartlijn boven de vloer | 145 cm | 140 tot 155 cm | Het midden van het werk op ooghoogte van iemand die staat; één hartlijn voor de hele kamer houdt de wand rustig |
| Schilderij boven een bank, onderrand | 25 cm boven de rugleuning | 20 tot 30 cm | Hier gaat de afstand tot het meubel voor, waardoor de hartlijn naar 150 tot 165 cm schuift |
| Wandcollage, ruimte tussen de lijsten | 6 cm | 5 tot 8 cm | Gelijke tussenruimte laat de groep als één vlak lezen; boven 10 cm valt hij uiteen in losse lijstjes |
| Spiegel in de hal, hartlijn | 155 cm | 150 tot 165 cm | De bovenkant moet boven het hoofd van de langste huisgenoot uitkomen |
| Spiegel boven de wastafel, onderkant | 20 cm boven het blad | 15 tot 25 cm | Ruimte voor de kraan en een zeeppompje, en je kijkt nog recht in je gezicht in plaats van tegen je hals |
| Wandklok, hartlijn | 180 cm | 170 tot 200 cm | Boven ooghoogte en boven de meubels, zodat er niemand voor staat |
| Televisie, midden van het scherm | 105 cm | 100 tot 115 cm | Op ooghoogte als je zit; boven een schouw kijk je omhoog en dat voel je na een film in je nek |
| Wandcontactdoos, hart boven de vloer | 30 cm | 25 tot 35 cm | Gewoonte, geen norm; achter een dressoir mag hij net zo goed op 15 cm en boven een werkblad juist hoog |
| Schakelaar, hart boven de vloer | 105 cm | 90 tot 110 cm | De oude Nederlandse standaard: je vindt hem in het donker op heuphoogte. Voor kinderen werkt 90 tot 100 cm beter |
| Stopcontact boven een keukenblad, hart | 115 cm | 110 tot 120 cm | 20 tot 30 cm boven het blad, vrij van spetters en minstens 30 cm van de spoelbak |
| Wandlamp, hart | 160 cm | 150 tot 170 cm | Ooghoogte; schijnt de lamp opzij of omhoog, dan mag hij lager, want anders kijk je in de bron |
| Kapstok, hoogte van de haken | 170 cm | 160 tot 180 cm | Een lange jas hangt ongeveer 100 cm af, dus daaronder blijft de vloer vrij. Een kinderkapstok komt op 110 tot 120 cm |
| Gordijnrails boven het kozijn | 12 cm | 10 tot 15 cm | Hoger laat het raam groter lijken; zit het plafond dichtbij, monteer dan 5 tot 10 cm onder het plafond |
| Handdoekhaak naast de wastafel | 140 cm | 120 tot 160 cm | Binnen handbereik met natte handen, dus naast de wastafel en niet aan de overkant |
| Deurkruk, hoogte | 100 cm | 95 tot 105 cm | Gewoonte: het slot zit in een standaardkozijn op die hoogte, en verplaatsen kan alleen met het slotgat mee |
De kans dat je iets raakt is niet gelijk over de wand verdeeld. Bedrading loopt in stroken, en die stroken liggen op voorspelbare plekken: loodrecht boven en onder elke wandcontactdoos en schakelaar, en horizontaal in een band van ongeveer 15 tot 30 cm onder het plafond en boven de vloer.
Die zones zijn een aanbeveling uit NEN 1010 en geen garantie. In oudere woningen en na een verbouwing door iemand met haast loopt de bedrading schuin van doos naar doos, langs de kortste weg, en dat is precies de weg waar geen enkele vuistregel je voor waarschuwt.
Waterleidingen volgen hun eigen logica. Ze komen van de vloer of van de verdieping en gaan verticaal omhoog of omlaag naar het tappunt, dus in een keuken of een badkamer zit er bijna altijd iets recht onder of boven een kraan, een mengkraan of een doorvoer.

Een leidingzoeker vindt metaal en netspanning, maar een kunststof waterleiding zonder druk vindt hij niet. Boor in twijfelgevallen eerst ondiep en op lage snelheid: de eerste 15 mm van een gestuukte wand is stuc, en daarna voel en hoor je of de boor in steen zit of in iets anders.
Raak je toch iets, dan telt alleen nog snelheid. Bij een kabel gaan de groep en de aardlekschakelaar eruit voordat je kijkt. Bij water gaat de hoofdkraan dicht, want het water loopt binnen de wand naar beneden en komt twee kamers verder tevoorschijn. Het vervolg staat bij water- en afvoerleidingen, en het herstel van een doorgeboorde kabel bij elektrisch werk in huis.
Een doorgeboorde kabel die het daarna nog doet, is gevaarlijker dan een die de aardlekschakelaar laat vallen. De boor kan een ader hebben beschadigd zonder hem te breken, en dat punt wordt warm zodra er stroom doorheen gaat. Laat de wand daar open tot de kabel vervangen of vakkundig doorverbonden is.
Een deur die klemt, een slot dat zwaar draait en een sleutel die afbreekt hebben één ding gemeen: het verschil tussen werkend en vastgelopen is een paar millimeter. De eerste vraag is daarom nooit of de deur klemt, maar waar precies hij aanloopt.
Hout werkt met de luchtvochtigheid. In een vochtige periode zwelt een geschilderd blad langs de zijkanten een halve tot een hele millimeter en klemt het aan de sluitzijde. In de winter, met droge verwarmde lucht, krimpt het weer en zie je langs hetzelfde kozijn kieren van 3 tot 4 mm.
Klemt de deur het hele jaar door, dan is het geen vocht maar de ophanging. Een scharnier met speling laat het blad zakken, en dat zie je aan een blanke aanloopplek schuin tegenover het bovenste scharnier. Een kozijn dat uit het lood staat laat de deur uit zichzelf open- of dichtvallen.
Bij sloten zit de maatvoering in de cilinder. Die heeft per zijde een lengte, gemeten vanaf het midden van het schroefgat, en steekt hij meer dan 3 mm buiten het beslag uit dan is hij van buitenaf af te breken. Zit hij te diep, dan raakt de sleutel het draaipunt niet meer goed.
De symptomen en wat eronder zit staan in de tabel. De uitvoering per geval, van een afgebroken sleutel tot een deur die opnieuw afgehangen moet worden, staat bij deuren en sloten.
| Symptoom | Wat er aan de hand is | Wat je eraan doet |
|---|---|---|
| De deur klemt alleen in een vochtige periode | Het blad is gezwollen; de kier aan de sluitzijde is dan 1 mm in plaats van 3 mm | Wacht een droger seizoen af of schaaf hooguit een halve millimeter weg, want in de winter heb je die millimeter terug nodig |
| De deur klemt het hele jaar, bovenaan de sluitzijde | Het bovenste scharnier heeft speling en het blad is een paar millimeter gezakt | Draai de scharnierschroeven na of zet er langere schroeven in die de stijl van het kozijn pakken in plaats van alleen het hout eromheen |
| De deur valt uit zichzelf open of dicht | Het kozijn staat niet loodrecht en de zwaartekracht doet de rest | Stel het kozijn af waar dat kan; blijft dat onmogelijk, dan houdt een deurvastzetter of een zwaardere scharnierpen hem op zijn plek |
| De deur sluit niet meer sinds er een nieuwe vloer ligt | De vloeropbouw is 8 tot 20 mm hoger dan de oude | Meet de opbouw, haal het blad eraf en kort het onderaan in, en houd 10 tot 20 mm luchtspleet vrij voor de ventilatie van de kamer |
| Het slot draait zwaar en de sleutel gaat er stroef in | Stof en verharde olie in de cilinder, of de dagschoot loopt scheef in de sluitplaat | Gebruik een droog smeermiddel of grafietpoeder en geen kruipolie, want olie bindt het stof juist; loopt de schoot scheef, verplaats dan de sluitplaat |
| De sleutel breekt af in de cilinder | De baard is door slijtage verzwakt en er werd met kracht tegen een stroeve cilinder in gedraaid | Laat de cilinder in de stand staan waarin je draaide en trek het stuk er recht uit met een smalle tang of een sleuteltrekker, zonder eerst te wrikken |
| De cilinder steekt ver buiten het beslag uit | Een te lange cilinder geeft een tang houvast en is daarmee af te breken | Meet de stiftmaat per zijde vanaf het midden van het schroefgat en kies een cilinder die niet meer dan 3 mm uitsteekt, met een beslagplaat eromheen |
Bij een grotere ingreep liggen er twee vragen op tafel, en die staan los van elkaar. De eerste is of het ruimtelijk mag. De tweede is of het constructief kan.
Het eerste antwoord komt uit het omgevingsplan van de gemeente, en de vergunningcheck in het Omgevingsloket vertelt je of jouw plan onder de vergunningvrije regels valt. De kern daarvan is het achtererfgebied: een aanbouw aan de achterkant, tot ongeveer 4 m diep gemeten vanaf de oorspronkelijke achtergevel, valt daar vaak binnen.
Aan de voorkant ligt dat anders, want de strook langs de openbare weg hoort niet bij het achtererfgebied. Een erker of een uitbouw bij de voordeur is daarom bijna altijd een aanvraag, en dan kijkt de gemeente ook naar het aanzicht van de gevel. Wat er per type ingreep speelt, staat bij een uitbouw of aanbouw.
De tweede vraag laat zich niet met kijken beantwoorden. Of een muur draagt, zie je niet aan de dikte en niet aan het materiaal: een halfsteens wand van 100 mm kan een vloer dragen, terwijl een kalkzandsteen wand van 120 mm een scheidingswand kan zijn die niets doet. De richting van de vloerbalken beslist dat, en die liggen uit het zicht.
Een muur weghalen vraagt daarom altijd een berekening van een constructeur, een balk met een berekende oplegging en een onderstempeling zolang die balk er nog niet ligt. De gemeente vraagt die berekening op. Hoe zo'n ingreep tussen de rest van het werk komt te staan, lees je bij het plannen van een verbouwing.
Een plafondplaat, een vloerzeil of een golfplaat uit een woning van voor 1994 kan asbest bevatten. Boren, schuren en breken maakt daar losse vezels van, en die krijg je niet meer uit de ruimte weg. Laat het onderzoeken voordat je begint en doe de sloopmelding bij de gemeente, want daar hoor je wat je in jouw situatie zelf mag.
Elektra in huis: schakelaars, stopcontacten en schema's
Een hotelschakeling met drie bedienpunten bestaat uit twee wisselschakelaars aan de uiteinden en één kruisschakelaar ertussen. De fase komt binnen…
Drie draden op een schakelaar wijzen meestal op een wisselschakelaar: één gemeenschappelijke klem waar de fase of de schakeldraad op…
Een hotelschakelaar aansluiten komt neer op twee wisselschakelaars aan de uiteinden van de rij en per bedienpunt daartussen één kruisschakelaar.…
Ophangen zonder boren: wat houdt, en tot hoeveel kilo
Een schilderij zonder boren ophangen lukt tot ongeveer 1 kg per punt op gesausd stucwerk en gipsplaat, tot 2 of…
Een plank ophangen zonder boren lukt alleen als de plank ergens op rust, tussen twee wanden klemt of op de…
Een spiegel zonder lijst hang je zonder boren op met een spiegellijmset, en een spiegel met lijst en ophangoog met…
Ophangen en boren: plug, schroef en het juiste gat
Een haakje zonder boren houdt op een gestuukte, gesausde wand ongeveer 1 kg per punt, op een tegel 2 tot…
Een ophangsysteem zonder boren is zo sterk als zijn zwaarst belaste punt, niet als alle punten samen. Op een gesausde,…
Een spiegel zonder lijst zet je op klemmen: twee dragende klemmen onder de onderrand en twee schuifklemmen boven, met 1…
Deuren en sloten: klemmen, kieren en een afgebroken sleutel
Een afgebroken sleutel haal je er meestal zelf uit, zolang je twee dingen nalaat: doordraaien en peuteren met wat toevallig…
Openslaande deuren in een uitbouw zijn twee bladen van 70 tot 90 cm breed. Met bladen van 83 cm houd…
Een sleutelbak in de hal hoort uit het zicht van het glas en buiten bereik van een hengel door de…
Uitbouw en aanbouw: wat het oplevert en wat het vraagt
Waar de erker aan de gevel komt, bepaalt bijna alles: aan de voorgevel is hij vrijwel altijd vergunningplichtig, aan de…
Een uitbouw aan de voorgevel met de voordeur erin is vrijwel altijd vergunningplichtig, en het omgevingsplan van je gemeente bepaalt…
Bij een aanbouw naast de voordeur blijft de deur op zijn plek en bepaalt de functie van de nieuwe ruimte…
Leidingen en water: lekkage, afvoer en een geraakte leiding
Heb je een waterleiding geraakt, laat de boor, schroef of spijker dan in het gat zitten en draai eerst de…
Verbouwen: volgorde, planning en wat je zelf doet
Een verbouwing gaat van grof naar fijn en van nat naar droog: eerst opname en vergunning, dan sloop en ruwbouw,…
De tools die bij klussen in huis horen.
Kies je wandtype en het gewicht van wat je wilt ophangen. Je ziet welke bevestiging het houdt, tot hoeveel kilo, en wat je beter niet doet.