Woonkamer stylen: van vloerkleed tot vaas, in de volgorde die werkt
Een woonkamer style je van groot naar klein: eerst de stofvlakken van meters groot, zoals het vloerkleed en de gordijnen, dan het licht, dan de wand, en pas als laatste de kussens en losse accessoires. Die volgorde werkt omdat een kleed van 200 bij 300 cm zes vierkante meter kleur neerlegt en een vaas nog geen tiende daarvan, dus beslissen de grote vlakken over de kleurverdeling en kunnen de kleine dingen alleen nog volgen. De maten die het beeld dragen zijn een kleed dat minstens 20 cm aan weerszijden buiten de bank valt, een gordijnrail 12 cm boven het kozijn met 20 cm uitloop per zijde, drie lichtpunten per zone in één kleurtemperatuur van 2700 K, en een werk met de onderrand 20 tot 30 cm boven de rugleuning.
Handig bij het plannen
- Tijd
- een weekend, plus een avond om het licht te beoordelen
Gereedschap
- Rolmaat van minstens 5 m
- Schilderstape van 25 tot 50 mm om de kleedmaat op de vloer af te plakken
- Waterpas of kruislijnlaser voor de rail en het werk aan de wand
- Een vel wit printerpapier om de ondertoon van vloer en bank af te lezen
Materiaal
- Karton in de buitenmaat van het werk dat boven de bank komt
- Een doos of krat voor alle losse spullen die tijdelijk de kamer uit gaan
- Ledlampen van 2700 K met Ra 90 of hoger voor elk lichtpunt in de kamer
Waarom je van het grootste vlak naar het kleinste werkt
Stylen is wat er gebeurt nadat de indeling vastligt: de bank staat, de routes zijn vrij, en nu komt alles wat de kamer aankleedt. Deze gids hoort bij styling en accessoires door het hele huis en gaat over de woonkamer, de kamer waar de meeste losse spullen samenkomen.
Wie een woonkamer gaat stylen, begint bijna altijd bij het kleinste: een vaas, een set kussens, een print. Dat voelt als vooruitgang, maar het legt niets vast, want dat kussen van 50 bij 50 cm moet straks passen bij een kleed, gordijnen en een wand die er nog niet zijn.
Reken het oppervlak na, dan zie je waarom de volgorde andersom moet. Een vloerkleed van 200 bij 300 cm is 6 m² kleur, twee gordijnbanen voor een raam van 300 cm zijn dichtgeschoven samen ruim 8 m² stof, en een driezitsbank laat 3 tot 4 m² bekleding zien. Vijf kussens van 50 cm komen samen op 1,25 m², een vaas van 30 cm hoog op nog geen 0,05 m².
De grote vlakken beslissen dus welke kleur de kamer heeft, en de kleine dingen kunnen daar alleen nog op reageren. Begin je bij de vaas, dan zoek je daarna een kleed van 6 m² dat bij een voorwerp van een handbreedte past, en dat lukt zelden.
De tabel hieronder is de volgorde die wij aanhouden. De eerste drie lagen koop je voor jaren, de laatste twee zijn de lagen die je per seizoen kunt wisselen zonder dat de rest mee moet.
| Laag in de volgorde | Wat erin zit | Hoeveel het van de kamer beslaat | Wat er misgaat als je hier begint |
|---|---|---|---|
| 1. Vloerkleed en gordijnen | Het kleed onder de zithoek, gordijnen of overgordijnen, een hoes over de bank | 4 tot 12 m² per onderdeel | Niets: dit zijn de vlakken waar de rest zich naar voegt |
| 2. Licht | Vloerlamp, tafellamp, wandlamp, lampenkappen en de kleurtemperatuur | Weinig oppervlak, maar 's avonds bepaalt het hoe elk ander vlak eruitziet | Kussens gekozen bij daglicht die onder lamplicht van 2700 K grauw of oranje worden |
| 3. De wand | Een werk of een groep lijsten, een spiegel, wandplanken | 1 tot 3 m² op ooghoogte | Een werk op maat van de lege muur dat boven de bank te klein blijkt |
| 4. Textiel op de bank | Sierkussens, een plaid, een poef | 1 tot 2 m² | Een accentkleur zonder hoofdkleur om tegen af te steken |
| 5. Losse objecten | Salontafel, dressoir, vensterbank, planten, boeken, kaarsen | Minder dan 1 m² bij elkaar | Tientallen dingen van onder 20 cm die op vier meter afstand tot rommel vervagen |
Een bank, een vloer of een kleed dat blijft, is geen keuze meer maar een vast gegeven. Behandel het als laag 1: lees de kleur en de ondertoon ervan af en laat de rest daarop aansluiten, in plaats van er met nieuwe kussens tegenin te werken.
Hoofdkleur, bijkleur en accent verdelen vanuit wat er al staat
De bekendste verdeling in de interieurwereld is 60 procent hoofdkleur, 30 procent bijkleur en 10 procent accent. Dat is een gewoonte en geen wet, maar hij werkt om een aanwijsbare reden: het oog heeft één vlak nodig dat duidelijk de achtergrond is, anders leest het alle kleuren als even belangrijk en ziet het niets meer als accent.
In een woonkamer valt die 60 procent meestal op wanden, plafond en vloer, de 30 procent op de bank, het kleed en de gordijnen, en de 10 procent op kussens, een lampenkap, een vaas of een fauteuil. Heeft de bank zelf een uitgesproken kleur, dan draait het soms om: dan krijgt alleen de wand achter de bank de hoofdkleur en houden de andere wanden het licht.
De tabel zet de combinaties uit onze eigen kleurendata naast elkaar, uitgaande van wat je al hebt. Het mechanisme erachter is steeds de ondertoon: een koelgrijze bank naast een warme beige wand leest blauw en de wand leest geel, terwijl taupe met zijn spoor rood de bank draagt zonder hem een kant op te trekken.
Laat het accent drie keer terugkomen, op verschillende hoogtes. Oker in één kussen is een vlek, oker in een kussen, een lampenkap en de rug van een boek op het dressoir is een lijn die het oog door de kamer volgt.
Wil je dat de kamer warmer aanvoelt, dan zit dat minder in het accent dan in de ondertoon van die 60 procent en in het licht dat erop valt. Hoe die drie samenwerken staat bij wat een woonkamer echt warm maakt.
| Wat er al staat | Hoofdkleur | Bijkleur | Accent | Waarom dit werkt |
|---|---|---|---|---|
| Grijze vloer | Greige op de wanden | Kalkwit op plafond en plinten | Petrolblauw in kussens of een fauteuil | Greige heeft grijs en beige in zich en sluit aan op een vloer die naar blauw of naar bruin trekt |
| Donkere houten vloer | Warm wit op de wanden | Zandbeige op één wand of op kastfronten | Olijfgroen in textiel | De vloer kaatst weinig licht terug, dus de wanden houden het licht; olijf pakt het geel dat in bijna elk donker hout zit |
| Lichte eiken vloer | Kalkwit op de wanden | Saliegroen op een wand | Cognac in leer of textiel | Kalkwit kiest geen kant, dus het hout houdt zijn eigen kleur; een blauwgrijze wand zou het naar oranje duwen |
| Grijze bank | Urban taupe op de wanden | Kalkwit op plafond en lijstwerk | Okergeel in een kussen of een lampenkap | Taupe geeft de koele bank warmte zonder geel te worden |
| Cognac leren bank | Olijfgroen op de wand achter de bank | Warm wit op de overige wanden | Inktblauw in een kleed of kussens | Olijf ligt tegenover oranje op het kleurenwiel en laat het leer dieper lijken; tegen terracotta valt de bank weg |
| Beige bank | Olijfgroen op de wand achter de bank | Warm wit op de overige wanden | Baksteenrood in kussens of een poef | Tegen een beige wand verdwijnt de vorm van de bank; groen geeft hem een grens |
| Groene bank | Linnen op de wanden | Terracotta in het kleed of de gordijnen | Cognac in leer of hout | Groen tegen koel grijs wordt zuur; linnen geeft warmte en terracotta maakt het groen voller |
| Bruine bank | Greige op de wanden | Kalkwit op plafond en lijstwerk | Mosgroen in kussens of een plant op ooghoogte | Greige ligt dicht genoeg bij bruin om rustig te blijven en heeft genoeg grijs om de bank te laten zien |
Leg bij daglicht een wit vel printerpapier op de vloer en tegen de armleuning van de bank. Naast zuiver wit zie je meteen of een grijs naar blauw of naar bruin trekt en of een bruin naar rood of naar geel neigt, en van die ondertoon hangt af welke rij uit de tabel de jouwe is.
Het vloerkleed legt de zithoek vast
Het vloerkleed is het eerste wat je kiest, omdat het de zithoek als één vlak laat lezen. Het oog neemt de rand van een kleed waar als een grens: alles wat erop staat hoort bij elkaar, alles ernaast niet.
Daaruit volgt de maat. Leg minstens de voorpoten van de bank op het kleed, 15 tot 20 cm eronder, en laat het kleed aan weerszijden minstens 20 cm buiten de bank vallen. Een kleed dat alleen onder de salontafel ligt, knipt de zithoek juist in stukken en laat de groep kleiner lijken dan hij is.

Houd tussen de rand van het kleed en de wand als gewoonte 30 tot 60 cm vloer vrij. Met die strook leest het kleed als een los vlak; een kleed tot tegen de plint leest als vaste vloerbedekking die net niet past.
Leg het kleed naast de looproute en niet eroverheen. Een rand waar elke dag voeten overheen gaan, krult op en schuift, en een hoogpolig kleed in het draaivlak van een binnendeur blijft onder het deurblad haken.
Het materiaal bepaalt hoe het kleed er na een jaar bij ligt. Wol veert terug, zodat deuken van bankpoten na een verschuiving weer bijtrekken; viscose glanst, maar krijgt looppaden en houdt watervlekken, en jute en sisal zijn stug onder blote voeten. Onder een kleed zonder rubberen rug hoort een antislipondertapijt, anders kruipt het elke week een stukje richting de route.
Staan er fauteuils in plaats van een bank, dan is het kleed het enige wat de losse stoelen tot één groep maakt. Zet dan van elke stoel alle voorpoten erop.

| Wat er op het kleed staat | Kleedmaat die past | Waarom deze maat |
|---|---|---|
| Tweezitsbank van 160 cm met salontafel | 160 bij 230 cm, lange zijde langs de bank | 35 cm kleed naast de bank aan elke kant, en 160 cm diep reikt van onder de voorpoten tot 40 cm voorbij een salontafel van 60 cm |
| Driezitsbank van 210 cm met salontafel | 200 bij 300 cm, lange zijde langs de bank | 45 cm naast de bank aan elke kant, en ruim 80 cm voorbij de salontafel voor een poef of de voorpoten van een fauteuil |
| Driezitsbank met twee fauteuils tegenover | 240 bij 340 cm | 15 cm onder de bank, 40 cm beenruimte, een tafel van 60 cm, weer 40 cm en fauteuils van 85 cm diep: samen precies 240 cm |
| Hoekbank van 260 bij 165 cm | 200 bij 300 of 250 bij 350 cm | Het kleed schuift onder de voorpoten van beide delen; de longchair hoeft er niet helemaal op te staan |
| Twee of drie fauteuils zonder bank | 200 bij 300 cm | Het kleed houdt de losse stoelen bij elkaar, dus alle voorpoten staan erop |
| Eettafel van 180 bij 90 cm in dezelfde ruimte | Ongeveer 230 bij 300 cm | 60 tot 70 cm rondom, zodat een uitgeschoven stoel met zijn achterpoten op het kleed blijft |
Gordijnen hangen naast het glas en niet ervoor
Gordijnen zijn in de meeste woonkamers het grootste stuk stof, en ze hangen verticaal, recht in je gezichtsveld. Daardoor doen ze meer met de kleur van de kamer dan het kleed, dat je vooral schuin van boven ziet.
De maten komen uit één mechanisme: het gordijn moet overdag naast het raam kunnen hangen. De rail komt 12 cm boven het kozijn en steekt 20 cm per zijde uit, zodat het opengeschoven pakket grotendeels op de muur staat en niet op het glas. Bij een raam van 300 cm bestel je dus een rail van 340 cm.
Voor de stof reken je twee keer de railbreedte, dus 680 cm doek voor die rail, verdeeld over twee banen. Bij 1,5 keer hangt de stof vlak en zie je elke naad, bij 2,5 keer krijg je volle plooien, en een wave-rail vraagt 2 tot 2,5 keer omdat de golf anders niet staat. De maten voor rail, lengte en vitrage staan bij elkaar in de maatwijzer onder raam en gordijn.
De lengte beslist of een gordijn netjes hangt. Laat een recht gordijn 1 cm boven de vloer eindigen, want dan sleept het niet en hangt het toch recht; wil je het op de vloer laten vallen, maak het dan 5 tot 10 cm langer dan de maat tot de vloer. Een gordijn dat daar ergens tussenin eindigt, schuurt over de vloer zonder erop te liggen.
Kies de stof op het licht dat erop valt. Linnen en katoen filteren daglicht, maar verschieten op een zuidraam, want uv-licht breekt de kleurstof af; een voering houdt dat tegen en maakt de plooi zwaarder. Een donker velours gordijn dempt de galm in de kamer en is 's avonds, dichtgeschoven voor een raam van 300 cm, een donker vlak van 8 m² dat je in de kleurverdeling moet meetellen.
Kussens en plaid: hoeveel, welke maat en welke vulling
Kussens zijn het goedkoopste deel van de styling om te wisselen, en daarom het deel waar een bank het snelst vol raakt. Reken als gewoonte met één sierkussen per zitplaats plus hooguit één, op een driezitsbank van 210 cm dus drie of vier.
Die grens komt uit de zitdiepte. Een gevuld kussen van 50 cm is tegen de rug gedrukt nog 10 tot 15 cm dik, dus een zitting van 60 cm diep houdt er 45 cm van over, en met een tweede rij ervoor zit je op het randje.
Werk met twee maten: 50 of 60 cm tegen de rugleuning, en 40 of 45 cm of een langwerpig kussen van 30 bij 50 cm daarvoor. Twee kussens van dezelfde maat naast elkaar lezen als een rij, twee maten half over elkaar lezen als een groep.
De vulling bepaalt hoe de bank er na een avond bij ligt. Veren en dons vallen terug en houden een knik vast, dus zo'n kussen oogt ontspannen maar vraagt opschudden; polyester en schuim veren terug naar de bolle vorm en liggen er de hele week hetzelfde bij. Neem de binnenkussen als gewoonte 5 cm groter dan de hoes, anders vult hij de hoeken niet en zakt de hoes in.
Kleur en patroon volgen de verdeling uit de tweede laag: de kussens dragen het accent, en één patroon per groep is genoeg. Een streep naast een effen stof leest rustig, een streep naast een ruit en een bloem werkt alleen als de drie dezelfde kleur delen.
Een plaid van 130 bij 170 cm hoort over de armleuning of in een mand naast de bank, niet gevouwen op de zitting, waar hij een zitplaats kost. Zonder bank verschuift deze hele laag naar de fauteuils, en hoe losse stoelen dan toch als groep lezen staat bij een woonkamer zonder bank inrichten.
| Zitmeubel | Kussens die passen | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|
| Tweezitsbank van 160 cm | Twee van 50 cm, of twee van 45 cm met één van 30 bij 50 cm | Een derde groot kussen: dan zit een van de twee met een kussen op schoot |
| Driezitsbank van 210 cm | Drie van 50 cm, of twee van 60 cm in de hoeken met één van 45 cm ertussen | Kussens van 60 cm op een zitting van 55 cm diep: dan blijft er ruim 40 cm zitting over |
| Hoekbank van 260 bij 165 cm | Twee in de hoek en één aan elk uiteinde, dus vier | De hoekplaats is de diepste van de bank en is zonder kussen alleen geschikt om te liggen |
| Loungebank met een zitting van 70 cm diep | Twee of drie van 60 cm, plus een rolkussen | Hier dragen de kussens de zitdiepte: zonder kussens zit je rechtop niet tegen de rug aan |
| Fauteuil van 85 bij 85 cm | Eén van 40 of 45 cm, of een lendenkussen van 30 bij 50 cm | Een kussen van 50 cm staat klem tussen de armleuningen en kantelt naar voren |
Licht op drie hoogtes en in één kleurtemperatuur
Licht is de laag die bepaalt hoe alle andere lagen er 's avonds uitzien, en 's avonds zit je in de woonkamer. Daarom komt hij direct na de grote stofvlakken en vóór de kussens: een kussen dat bij daglicht oker is, kan onder de verkeerde lamp mosterd of bruin worden.
Houd per zone drie lichtpunten aan, een vuistregel en geen voorschrift: één hoog voor het algemene licht, één op ooghoogte en één laag bij het zitten of op een blad. Licht dat alleen van recht boven komt, legt schaduw onder ogen en kin en laat de hoeken donker, en een kamer met donkere hoeken lijkt kleiner dan hij is.
De hoogtes komen uit de maat van wie zit. Op de bank zit je hoofd op ongeveer 130 cm, dus de onderkant van de kap van een vloerlamp ernaast hoort daarboven, rond 140 cm; een leeslamp naast een fauteuil hangt met de kap op 100 tot 125 cm, net boven je schouder. Voor elke andere lamp in huis zoek je de hoogte op in de opzoektabel met lamphoogtes.
Kies één kleurtemperatuur per zichtveld, en in een woonkamer is dat 2700 K. Zet je 2700 K en 4000 K naast elkaar, dan ijkt je oog zich op het gemiddelde en lijkt de warme lamp oranje en de koele lamp blauw; verschil maak je met helderheid en richting, niet met kelvin.
Twee getallen op de verpakking vallen in de winkel niet op en doen thuis veel. Ra 90 of hoger houdt hout, huid en rood pigment in de kussens vol van kleur, terwijl Ra 80 vaak juist op het diepe rood bezuinigt. Een gewone ledlamp blijft bij dimmen verder op zijn kelvinwaarde staan, dus zoek dim to warm als je gedimd licht warmer wilt hebben.
Overdag is een lamp een object en geen lichtbron: een kap van linnen of papier telt mee in de kleurverdeling, een voet van messing of zwart staal in de verdeling van metalen. In een donker palet, zoals bij een Eric Kuster stijl met rookglas en lak, reken je op anderhalf tot twee keer zoveel lumen om hetzelfde te zien.
| Lichtpunt | Hoogte | Wat het in de styling doet |
|---|---|---|
| Vloerlamp naast de bank | Onderkant van de kap op 140 cm, marge 130 tot 150 cm | Haalt de hoek naast de bank uit het donker, zonder dat je vanaf de bank in het lampje kijkt |
| Tafellamp op een bijzettafel van 60 cm | Onderkant van de kap rond 105 cm | Laag licht op het blad en op je handen; de kap is overdag een tweede plek voor het accent |
| Leeslamp naast een fauteuil | Onderkant van de kap op 110 cm, marge 100 tot 125 cm | Licht op de pagina en niet in je ogen, en de fauteuil wordt een eigen plek in de kamer |
| Wandlamp | Hart op 160 cm, marge 150 tot 170 cm | Strijklicht langs de wand laat de structuur van stuc, kalkverf of behang zien |
| Spot op een werk aan de wand | Inbouwspot op 70 cm van de wand, marge 60 tot 90 cm | Dichterbij krijg je een felle boog op het stucwerk, verder weg blijft het werk donker |
| Hanglamp boven de eettafel | Onderkant 80 cm boven het blad, marge 75 tot 90 cm | Legt de eethoek vast als tweede zone, zoals het kleed dat bij de zithoek doet |
Beoordeel het licht op de avond nadat je alles hebt neergezet, met alleen de lampen aan en vanaf de plek waar je het meest zit. Zie je vanaf de bank ergens een kaal lampje of een fel vlak aan het plafond, dan zit daar het lichtpunt dat een andere kap of een andere hoogte nodig heeft.
De wand boven de bank en het dressoir
De wand is de derde laag en de eerste die gaten in de muur kost, dus hij komt na het licht: een wandlamp of een spot bepaalt mee waar een werk kan hangen. In een woonkamer hangt het meeste werk boven de bank of het dressoir, en daar geven twee maten samen de plek.
De onderrand hangt 20 tot 30 cm boven de rugleuning of het blad, en de breedte is als vuistregel 60 tot 75 procent van het meubel eronder. Boven een bank van 210 cm betekent dat een werk of een groep van 125 tot 160 cm breed; een losse print van 50 cm boven die bank ziet eruit alsof hij van een andere wand is overgebleven.
Het oog meet de afstand tot het meubel eronder en niet die tot het plafond. Blijft er meer dan 30 cm open tussen rugleuning en lijst, dan lezen bank en werk als twee dingen die toevallig op dezelfde wand staan. In een lege wand hangt het midden van een werk op 145 cm, de ooghoogte van wie staat, en boven een bank schuift die hartlijn mee omhoog naar 150 tot 165 cm.
Een groep lijsten leest als één vlak zolang de tussenruimte gelijk blijft, en 6 cm is daarvoor de gangbare maat. Boven 10 cm valt de groep uiteen in losse lijstjes, en de buitenrand van de hele groep volgt dezelfde breedteregel als een enkel werk.
Een spiegel doet iets anders dan een werk, want hij toont wat er tegenover staat. Tegenover een raam brengt hij daglicht dieper de kamer in, tegenover de tv of de eettafel laat hij de spullen op het blad twee keer zien. Voor wandplanken, klokken en lampen aan de muur staan de overzichten bij woonaccessoires en verlichting.
Snijd de buitenmaat van het werk uit karton of plak hem met schilderstape op de wand, en bekijk hem een dag lang vanaf de plek waar je het meest zit. Vanaf de bank zie je de wand van dichterbij en van lager dan staand in de deuropening, en juist daar blijkt of 25 cm boven de rugleuning klopt.
Salontafel, dressoir en vensterbank: minder dingen, meer hoogteverschil
De losse objecten zijn de laatste laag, en ook de laag waar een kamer onrustig van wordt. Dat komt zelden door smaak en bijna altijd door maat: in een woonkamer kijk je van vier tot vijf meter, en op die afstand verdwijnt alles kleiner dan ongeveer 20 cm als los ding. Eén schaal van 40 cm leest daardoor rustiger dan zeven kleine voorwerpen die evenveel blad bedekken.
Groepeer op een blad in drieën en met echt hoogteverschil: het hoogste voorwerp komt minstens een derde boven het laagste uit. Een dienblad onder zo'n groep maakt er één voorwerp van, en op een salontafel verzet je dan de hele groep met één hand.
Op de salontafel geldt nog een maat. Bij een tafel van 42 cm hoog en een scherm met zijn midden op 105 cm blijft alles tot ongeveer 50 cm hoog onder de kijklijn vanaf de bank, terwijl een hoger boeket voor de onderrand van het beeld schuift. Houd verder een derde van het blad leeg, want daar komen kopjes, borden en voeten.
Op het dressoir werkt asymmetrie meestal beter dan een spiegelbeeld: een lamp aan één kant, een groep van drie aan de andere, en het werk erboven iets uit het midden richting die groep. Twee gelijke lampen met een werk precies ertussen is de taal van een klassieke of hotel chique kamer, en daar werkt het juist wel.
Op een vensterbank van 20 cm zie je alles als silhouet tegen het licht, dus daar tellen vorm en hoogte en niet de kleur. Groen volgt dezelfde regel als de rest: één plant van ruim een meter in de hoek bij het raam telt op vier meter afstand mee, zes potjes op de vensterbank lezen als één groene rand.
Wat de meeste woonkamers rommelig maakt, staat er niet voor de styling: afstandsbedieningen, opladers, post en een papierbak. Geef die dingen een la of een mand met een vaste plek, en houd de papierbak klein; welke inhoud per kamer genoeg is, staat bij hoeveel liter een normale prullenbak heeft.
In een woonkamer met open keuken staat de pedaalemmer vaak gewoon in je zichtlijn vanaf de bank. Een bak die ruikt, verhuist naar een hoek waar hij niet hoort, dus houd hem geurvrij met de aanpak voor het schoonmaken van een prullenbak tot in de bodem.
Een stijl kiezen en die in elke laag laten terugkomen
Een woonstijl zit niet in één voorwerp, maar in twee of drie materialen en een kleurbereik die in elke laag terugkomen. Wie Japandi wil, heeft geen Japanse vaas nodig maar licht hout, linnen en papier in het kleed, de lampenkap en de kussens.
De tabel vertaalt de stijlen waar het meest naar gezocht wordt naar de lagen van deze pagina, en is per stijl bewust kort. De kleuren, maten en materialen per stijl staan uitgewerkt bij de woonkamer per stijl en per situatie, en de variant met fluweel, marmer en messing bij een hotel chique woonkamer opbouwen.
Twee stijlen combineren kan, zolang ze één ding delen: de ondertoon, het hout of het metaal. Industrieel en Scandinavisch delen de lage verzadiging en kunnen daardoor naast elkaar staan; landelijk en hotel chique delen weinig, en dan leest de kamer als twee inboedels die samen zijn verhuisd.
In een kleine woonkamer werken lichte stijlen als Scandinavisch en Japandi goed, maar niet vooral door hun kleur. Ze gebruiken minder losse objecten en minder contrast, en juist dat houdt een kleine kamer rustig; een donkere stijl kan ook, mits je het aantal losse dingen halveert en een lichtpunt extra plant. Wat er van een stijl overblijft op weinig vloer, staat bij een kleine woonkamer inrichten.
| Stijl | Kleed en gordijnen | Licht | Wand en objecten | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|---|
| Japandi | Laagpolige wol of jute, linnen gordijnen in zand of greige | Kappen van papier of riet, laag geplaatst, 2700 K | Eén werk, mat geglazuurd keramiek, veel leeg blad | Te weinig textiel: de kamer galmt en voelt kaal in plaats van rustig |
| Scandinavisch | Licht wollen kleed, witte of lichtgrijze gordijnen | Witte of opaalglazen kappen, meerdere lage punten | Posters in een dunne lijst, licht hout, een grote plant | Koel wit en lichtgrijs in een kamer op het noorden worden grauw |
| Landelijk | Wol of katoen met structuur, linnen in gebroken wit | Stoffen kappen, voeten van messing of zwart smeedwerk | Hout met zichtbare nerf, manden, aardewerk | Alles in dezelfde warme beige: de kamer valt plat tot er één koeler of donkerder vlak bij komt |
| Industrieel | Laagpolig kleed in antraciet of cognac, zware effen gordijnen | Zwart metaal, open kappen, warm licht tegen de kilte van staal | Leer, staal, beton, een ingelijste kaart of print | Donkere matte vlakken kaatsen 5 tot 10 procent licht terug, dus zonder extra lichtpunten wordt het somber |
| Hotel chique | Hoogpolig of zijdeglanzend kleed, velours gordijnen tot op de vloer | Symmetrische lampen, gerookt glas, alles dimbaar | Grote spiegel, gestapelde boeken op een dienblad, marmer | Velours heeft een poolrichting, dus kussens uit dezelfde partij lijken van kleur te verschillen |
| Bohemian en Ibiza | Jute onder een kleiner kleed met patroon, lichte katoen | Rotan en riet, laag licht, lichtsnoeren | Manden, planten, geweven textiel aan de wand | Te veel dingen van onder 20 cm: op vier meter afstand lezen ze als rommel |
| Modern | Effen kleed met korte pool, strakke gordijnen of lamellen | Weinig zichtbare armaturen, licht op de wand gericht | Eén groot werk in een dunne of zonder lijst | Glas voor een werk tegenover een grote pui toont het raam als tweede beeld |
| Retro | Kleed met grafisch patroon, gordijnen in oker of groen | Bolle glazen kappen, een bollamp | Ronde vormen, teakhout, een felle print | Patroon op kleed, gordijn en kussens tegelijk; kies één groot patroon en houd de rest effen |
Zo style je de woonkamer in een weekend, laag voor laag
Elke stap legt de kleur of de maat vast waar de volgende stap zich aan houdt.
-
Haal alle losse spullen van de vlakken
Zet alles wat op de salontafel, het dressoir, de vensterbank en de planken staat in één doos in een andere kamer, en haal ook de kussens en plaids van de bank. Je beoordeelt de kamer dan op wat blijft, en pas dan zie je welke kleur vloer, bank en wanden samen al hebben.
-
Lees de ondertoon af en schrijf de kleurverdeling op
Leg bij daglicht een wit vel tegen de vloer en de bank en zoek de rij uit de kleurtabel die bij je vaste basis hoort. Schrijf hoofdkleur, bijkleur en accent op een briefje, want met dat lijstje koop je de rest en niet met je geheugen in de winkel.
-
Plak het kleed af voordat je het bestelt
Zet de buitenmaat met schilderstape op de vloer: 15 tot 20 cm onder de bank, minstens 20 cm aan weerszijden erbuiten en 30 tot 60 cm vloer tot de wand. Loop er een dag omheen en kijk of er ergens een rand op de looproute ligt, want daar gaat het kleed later krullen.
-
Hang de rail en meet daarna pas de gordijnen
Monteer de rail 12 cm boven het kozijn met 20 cm uitloop per zijde, en meet de lengte vanaf de rail tot de vloer als hij hangt. Wie de gordijnlengte meet voordat de rail er is, meet vanaf een punt dat nog niet bestaat en zit er zo 2 of 3 cm naast.
-
Zet drie lichtpunten per zone en draai overal dezelfde kelvin in
Verdeel het licht over een hoog, een middel en een laag punt, allemaal op 2700 K en bij voorkeur met Ra 90. Doe dit vóór de kussens, zodat je het accent daarna kiest bij het licht waarin je het 's avonds werkelijk ziet.
-
Probeer het werk uit met karton en hang het dan
Houd de onderrand 20 tot 30 cm boven de rugleuning of het dressoirblad en de breedte op 60 tot 75 procent van het meubel eronder. Bekijk het karton vanaf de plek waar je het meest zit, want vanaf daar gebruik je de wand.
-
Leg de kussens en de plaid
Eén kussen per zitplaats plus hooguit één, in twee maten, met het accent uit je lijstje. Leg de plaid over de armleuning of in een mand, zodat de zitplaatsen vrij blijven.
-
Zet de helft van de doos terug
Pak de doos uit en zet per vlak één groep van drie met hoogteverschil neer, met een derde van het blad leeg. Wat na een week nog in de doos zit en niet gemist is, gaat naar een andere kamer of weg.
Maatwijzer
De hoogtes en maten die in een huis kloppen: bar, eettafel, tv, schilderij, wandlamp, kapstok en gordijnrails, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Onderdeel | Wat | Maat | Marge die werkt | Waar het van afhangt |
|---|---|---|---|---|
| Zitten | Bank, zithoogte | 44 cm | 40 tot 48 cm | Meet tot de ingezakte zitting, niet tot het bolle kussen. Hoger kom je makkelijker op en af, lager zit je meer achterover. |
| Zitten | Bank, zitdiepte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Boven 70 cm hangen je voeten vrij en zit je gedwongen onderuit. Loungebanken gaan tot 100 cm en zijn bedoeld om op te liggen. |
| Zitten | Bank, totale hoogte met rugleuning | 80 cm | 75 tot 90 cm | Staat de bank voor een raam, dan blijft hij onder de vensterbank als hij niet hoger is dan 80 cm. |
| Zitten | Fauteuil, zithoogte | 45 cm | 42 tot 48 cm | Een paar centimeter hoger dan de bank scheelt bij het opstaan. Een lage lounge-fauteuil zakt naar 38 cm. |
| Zitten | Salontafel, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Vuistregel: gelijk aan of net onder de zithoogte van de bank. Dan zet je je kopje neer zonder voorover te buigen. |
| Zitten | Salontafel, afstand tot de bank | 40 cm | 35 tot 45 cm | Minder en je knieën stoten tegen de rand, meer en je moet opstaan om je glas te pakken. |
| Zitten | Bijzettafel naast de bank, hoogte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Gelijk met de armleuning, dan pak je je glas zonder te kijken. |
| Zitten | Poef of voetenbank, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Iets lager dan de zitting waar je op zit, anders drukt de rand in je kuiten. |
| Zitten | Doorloop tussen bank en meubel | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm loop je er met een volle wasmand langs. 60 cm is te krap om elkaar te passeren. |
| Zitten | Tv-meubel, hoogte | 45 cm | 40 tot 55 cm | Hierop komt het midden van een 55 inch scherm op ongeveer 80 cm. Wil je het midden op ooghoogte, dan hang je de tv aan de wand. |
| Eten en bar | Barblad, hoogte | 105 cm | 100 tot 110 cm | De barkruk moet 25 tot 30 cm lager zijn dan het blad. |
| Eten en bar | Barblad, diepte | 40 cm | 30 tot 60 cm | 40 cm is een bord plus een glas. Wil je er ook snijden of een laptop neerzetten, dan 60 cm. |
| Eten en bar | Barblad, overstek voor je knieën | 25 cm | 20 tot 30 cm | Zonder overstek zitten je knieën tegen het kastje. Boven 30 cm moet het blad onderstut worden, anders kantelt het als iemand erop leunt. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij een blad van 105 cm | 78 cm | 75 tot 82 cm | Het verschil tussen zitting en blad blijft 25 tot 30 cm, want daar passen je bovenbenen. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij aanrechthoogte (90 cm) | 63 cm | 60 tot 67 cm | Hetzelfde verschil van 25 tot 30 cm. Een gewone barkruk van 78 cm is hier te hoog en je zit met je knieën omhoog. |
| Eten en bar | Bar, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Met 60 cm stoot je je elleboog niet tegen je buurman. Onder 55 cm zit je schouder aan schouder. |
| Eten en bar | Eettafel, hoogte blad | 75 cm | 72 tot 78 cm | Vaste maat in de meubelbranche, geen norm. Een dik hardstenen of houten blad telt mee, dus meet de bovenkant. |
| Eten en bar | Eettafel, vrije hoogte onder het blad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Hier zitten je bovenbenen. Een dikke tafelrand, een schuiflade of een dwarsbalk eet die ruimte op. |
| Eten en bar | Eetstoel, zithoogte | 45 cm | 44 tot 47 cm | Het verschil met het tafelblad moet 28 tot 32 cm zijn. Bij een tafel van 78 cm hoort dus een stoel van 46 tot 48 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Een placemat is 45 cm breed, de rest is ruimte voor je ellebogen en je glas. Aan de kopse kant reken je een extra plek van 60 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, diepte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Bij 80 cm raken de borden tegenover elkaar bijna. Bij 90 cm past er een schaal of een kaars in het midden. |
| Eten en bar | Ronde eettafel, diameter | 120 cm voor 4 personen | 110 tot 150 cm | Reken 60 cm omtrek per persoon en houd het midden vrij voor de schalen. Vanaf 140 cm zitten er zes mensen omheen. |
| Eten en bar | Ruimte achter een eetstoel | 100 cm | 75 tot 110 cm | 75 cm om de stoel achteruit te schuiven en op te staan, 100 cm om er ook achterlangs te lopen met een schaal. |
| Aan de muur | Schilderij, hartlijn boven de vloer | 145 cm | 140 tot 155 cm | Vuistregel, geen norm: het midden van het werk op ooghoogte van iemand die staat. Hang alles in de kamer op dezelfde hartlijn, dan loopt de wand rustig. |
| Aan de muur | Schilderij boven een bank, onderrand | 25 cm boven de rugleuning | 20 tot 30 cm | Lager en het lijkt of het werk op de bank leunt. Door de bank schuift de hartlijn omhoog naar 150 tot 165 cm, en dat mag hier. |
| Aan de muur | Schilderij boven een dressoir, onderrand | 25 cm boven het blad | 20 tot 30 cm | Genoeg om er een lamp of een vaas voor te zetten zonder dat die de lijst raakt. |
| Aan de muur | Wandcollage, ruimte tussen de lijsten | 6 cm | 5 tot 8 cm | Gelijke tussenruimte laat de groep als een vlak lezen. Boven 10 cm valt de groep uiteen in losse lijstjes. |
| Aan de muur | Schilderij in een trapgat, hartlijn | 145 cm boven de neus van de trede | 140 tot 150 cm | Meet loodrecht boven de voorkant van de trede waar je staat. Dan loopt de rij lijsten mee met de trap in plaats van scheef te lijken. |
| Aan de muur | Spiegel in de hal, hartlijn | 155 cm | 150 tot 165 cm | De bovenkant moet boven het hoofd van de langste huisgenoot uitkomen, anders ziet die zijn kruin niet. |
| Aan de muur | Spiegel boven de wastafel, onderkant | 20 cm boven het blad | 15 tot 25 cm | Ruimte voor de kraan en een zeeppompje. Bij 20 cm kijk je nog recht in je gezicht in plaats van tegen je hals. |
| Aan de muur | Wandklok, hartlijn | 180 cm | 170 tot 200 cm | Boven ooghoogte en boven de meubels, zodat je hem van de andere kant van de kamer ziet en er niemand voor staat. |
| Aan de muur | Tv, midden van het scherm | 105 cm | 100 tot 115 cm | Op ooghoogte als je op de bank zit: bij een zitting van 44 cm zit je oog op ongeveer 115 cm. Boven een schouw kijk je omhoog en dat voel je na een film in je nek. |
| Aan de muur | Tv, kijkafstand | 2 keer de schermdiagonaal | 1,5 tot 2,5 keer | Een 55 inch scherm is 140 cm diagonaal, dus 2 tot 3,5 m. Bij 4K mag je dichterbij zitten omdat je de pixels niet meer ziet. |
| Aan de muur | Stopcontact, hart boven de vloer | 30 cm | 25 tot 35 cm | Gewoonte, geen norm: NEN 1010 schrijft geen hoogte voor, alleen de zones in de badkamer. Achter een dressoir zet je hem net zo goed op 15 cm, boven een werkblad juist hoog. |
| Aan de muur | Schakelaar, hart boven de vloer | 105 cm | 90 tot 110 cm | Ook een gewoonte. 105 cm is de oude Nederlandse standaard: je vindt hem in het donker met je hand op heuphoogte. Voor kinderen en vanuit een rolstoel werkt 90 tot 100 cm beter. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, onderkant | 80 cm boven het blad | 75 tot 90 cm | Laag genoeg om het blad te verlichten, hoog genoeg om iemand tegenover je aan te kijken. Bij een plafond boven 280 cm mag hij iets hoger. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, breedte | 30 cm binnen de rand van het blad | 30 tot 40 cm binnen de rand | Anders stoot je je hoofd als je langs de tafel loopt of een stoel aanschuift. |
| Licht | Hanglamp boven een kookeiland, onderkant | 75 cm boven het blad | 70 tot 85 cm | Boven een blad van 90 cm kom je dan op 165 cm, ongeveer ooghoogte. Kies dus een kap die de lamp van onderaf afschermt. Bij twee of drie lampen reken je 70 tot 90 cm hart op hart. |
| Licht | Hanglamp in de hal of boven de trap, onderkant | 210 cm boven de vloer | 200 tot 230 cm | Vrije doorloop, niemand stoot zijn hoofd. Boven een trap meet je vanaf de hoogste trede die onder de lamp ligt. |
| Licht | Wandlamp, hart | 160 cm | 150 tot 170 cm | Ooghoogte. Schijnt de lamp opzij of omhoog, dan mag hij lager hangen. In een open lamp op ooghoogte kijk je recht in de bron. |
| Licht | Leeslamp naast een stoel, onderkant van de kap | 110 cm | 100 tot 125 cm | Net boven je schouder als je zit, dan valt het licht op de pagina en niet in je ogen. |
| Licht | Vloerlamp naast de bank, onderkant van de kap | 140 cm | 130 tot 150 cm | Je hoofd zit op de bank op ongeveer 130 cm. Blijft de kap daarboven, dan kijk je niet in het lampje. |
| Licht | Bedlamp aan de wand, hart | 65 cm boven de matras | 55 tot 75 cm | Op zithoogte in bed, zodat het licht op je boek valt. Meet vanaf de matras en niet vanaf de vloer, want een boxspring scheelt 20 cm. |
| Licht | Spiegellamp badkamer, twee lampen naast de spiegel | 160 cm hart | 155 tot 170 cm | Licht van de zijkant geeft geen schaduw onder je ogen en je kin. Een enkele lamp boven de spiegel doet dat wel. |
| Licht | Inbouwspot, afstand tot de wand | 70 cm | 60 tot 90 cm | Dichterbij krijg je een felle boog op het stucwerk, verder weg blijft de wand donker. Onderling 100 tot 150 cm, afhankelijk van de stralingshoek. |
| Licht | Buitenlamp naast de voordeur, hart | 190 cm | 170 tot 210 cm | Boven je hoofd, zodat je niet in de lamp kijkt terwijl je het slot zoekt. Op ooghoogte ben je juist blind. |
| Keuken | Aanrecht, hoogte bovenkant blad | 90 cm | 85 tot 95 cm | De Nederlandse standaard: onderkast, verstelbare poten en een blad van 3 tot 4 cm samen. Vuistregel: ellebooghoogte min 10 tot 15 cm, dus ben je langer dan 1,85 m, draai de poten dan uit. |
| Keuken | Werkblad, diepte | 60 cm | 57 tot 65 cm | Kookplaten en spoelbakken zijn op 60 cm gemaakt. Een diep blad van 70 cm geeft ruimte achter de kookplaat, maar je reikt verder naar de bovenkastjes. |
| Keuken | Bovenkastjes, onderkant boven het werkblad | 55 cm | 50 tot 60 cm | Onder 50 cm past je keukenmachine er niet onder en sta je met je hoofd tegen de deur. Boven 60 cm kom je niet bij het bovenste schap. |
| Keuken | Bovenkastjes, diepte | 35 cm | 32 tot 40 cm | Ondieper dan het werkblad, zodat je er niet tegenaan stoot als je over het blad buigt om te snijden. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaskookplaat, onderkant | 70 cm | 65 tot 75 cm | De vlam en de hete lucht moeten weg kunnen: onder 65 cm boven de pannendrager wordt het vetfilter te heet. Houd altijd de minimummaat uit de handleiding aan, dat is een eis van de fabrikant. |
| Keuken | Afzuigkap boven inductie, onderkant | 60 cm | 55 tot 65 cm | Geen vlam, dus hij mag lager, en lager hangen vangt meer damp. Ook hier is de handleiding leidend, want die maat hoort bij het apparaat. |
| Keuken | Kookeiland, loopruimte rondom | 120 cm | 100 tot 150 cm | Bij 100 cm kun je de vaatwasser openen en er nog langs. Bij 120 cm passeren twee mensen elkaar terwijl er een lade open staat. |
| Keuken | Twee keukenrijen tegenover elkaar, afstand | 120 cm | 110 tot 140 cm | Een ovendeur en een lade die tegenover elkaar open staan hebben allebei ongeveer 60 cm nodig. |
| Keuken | Oven op werkhoogte, bodem van de ovenruimte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Je tilt een hete bakplaat er recht uit in plaats van gebogen. Boven 100 cm til je een schaal boven je middel en zie je niet meer wat erin staat. |
| Keuken | Vaatwasser, nismaat | 60 cm breed, 82 cm hoog | 60 tot 60,5 cm breed | Een onderbouwmodel schuift onder een blad van 90 cm. Een vrijstaand model heeft zijn eigen bovenblad en is ongeveer 85 cm hoog. |
| Keuken | Inbouwkoelkast, nishoogte | 88, 122 of 178 cm | vaste maten per model | De kast volgt de nismaat, dus meet de nis en niet het apparaat. Achter en boven het apparaat moet ventilatieruimte vrij blijven. |
| Keuken | Stopcontact boven het werkblad, hart | 115 cm | 110 tot 120 cm | Dat is 20 tot 30 cm boven het blad, dus vrij van spetters en niet weggewerkt achter de waterkoker. Houd minstens 30 cm afstand tot de spoelbak. |
| Keuken | Keukenplint, hoogte | 10 cm | 10 tot 15 cm | De poten zijn verstelbaar en met de plint stel je de aanrechthoogte fijn in. De plint staat 5 cm terug, zodat je met je tenen onder het kastje kunt. |
| Trap, hal en deur | Trapleuning, hoogte | 90 cm | 80 tot 100 cm (norm) | Norm: het Bouwbesluit, sinds 2024 het Besluit bouwwerken leefomgeving, eist een leuning tussen 80 en 100 cm, gemeten vanaf de voorkant van de trede. Een leuning is verplicht als je over de trap meer dan 1 m stijgt. |
| Trap, hal en deur | Optrede, hoogte van een trede | maximaal 18,8 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw tot 22 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl, voor een woning. Oude trappen zijn vaak 20 tot 21 cm en dat mag blijven zolang je de trap niet vernieuwt. |
| Trap, hal en deur | Aantrede, diepte van een trede | minimaal 22 cm bij nieuwbouw | 22 cm is de ondergrens (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Bij een draaiende trap geldt die maat op de looplijn, dus in de punt van een kwartdraai mag de trede smaller zijn. |
| Trap, hal en deur | Trap, vuistregel voor comfortabel lopen | 2 x optrede + aantrede = 60 cm | 58 tot 64 cm | Geen norm maar een oude vuistregel. 17 op en 26 aan loopt rustig (60), 20 op en 22 aan is een gewone Nederlandse trap (62). Daarbuiten struikel je op de maat. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije breedte | 80 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 70 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Onder 80 cm krijg je een matras of een bank niet naar boven. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije hoogte erboven | 230 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 190 cm (norm) | Norm, gemeten loodrecht boven de voorkant van de trede. Bij een dichtgezette zoldertrap is dit de maat waar je tegen de balk loopt. |
| Trap, hal en deur | Vloerafscheiding langs een trapgat of vide | 100 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 90 cm (norm) | Norm: verplicht zodra het verval meer dan 1 m is. Openingen mogen niet groter zijn dan 10 cm en tussen 20 en 70 cm boven de vloer mag er niets zijn waar een kind op kan klimmen. |
| Trap, hal en deur | Binnendeur, dagmaat van het kozijn | 83 x 201,5 cm | 78, 83, 88 of 93 cm breed; 201,5, 211,5 of 231,5 cm hoog | Industriestandaard, geen norm. Na montage houd je ongeveer 3 cm minder vrije doorgang over, dus voor een rolstoel of rollator kies je een blad van 93 cm. |
| Trap, hal en deur | Deurkruk, hoogte | 100 cm | 95 tot 105 cm | Gewoonte: het slot zit in een standaardkozijn op die hoogte. Verplaatsen kan alleen als je het slotgat in het blad meeverhuist. |
| Trap, hal en deur | Kapstok, hoogte van de haken | 170 cm | 160 tot 180 cm | Een lange jas hangt ongeveer 100 cm af, dus op 170 cm blijft hij vrij van de vloer. Een kinderkapstok komt op 110 tot 120 cm. |
| Trap, hal en deur | Hal, vrije loopruimte | 100 cm | 90 tot 120 cm | Onder 90 cm kun je niet met twee mensen langs elkaar en past er geen kinderwagen naast de kapstok. |
| Trap, hal en deur | Drempel, hoogte | maximaal 2 cm | 0 tot 2 cm | Boven 2 cm struikel je eroverheen en kom je er met een rollator of rolstoel niet zonder helling over. Een schuine aanloop haalt de rand eraf. |
| Slapen | Bed, bovenkant matras | 55 cm | 45 tot 65 cm | Zit je op de rand met je voeten plat op de vloer en je knieën in een hoek van 90 graden, dan is de hoogte goed. Een boxspring komt vaak op 60 tot 65 cm, een laag frame op 45. |
| Slapen | Matras, standaardmaten | 140 x 200 cm | 80, 90, 120, 140, 160 of 180 cm breed; 200 of 210 cm lang | Ben je langer dan 1,90 m, neem dan 210 cm. Twee losse matrassen van 90 x 210 vullen samen een bed van 180 x 210. |
| Slapen | Nachtkast, hoogte bovenblad | 60 cm | 55 tot 70 cm | Gelijk met of iets boven de matras, dan zet je liggend je glas neer zonder te kijken. Bij een boxspring van 65 cm hoort dus een hoge nachtkast. |
| Slapen | Loopruimte naast het bed | 70 cm | 60 tot 90 cm | 60 cm is genoeg om langs te lopen, 70 cm om het bed op te maken zonder tegen de kast te stoten. |
| Slapen | Kledingroede voor lange kleding | 160 cm | 150 tot 170 cm | Een jas of lange jurk hangt 120 tot 140 cm af, dus eronder blijft nog ruimte voor een lade of een schoenenbak. |
| Slapen | Kledingroede voor korte kleding | 100 cm | 95 tot 110 cm | Hemden en dubbelgevouwen broeken hangen 70 tot 90 cm af. Met twee roedes boven elkaar, op 100 en 195 cm, verdubbel je de hangruimte. |
| Slapen | Kast, diepte voor hangende kleding | 60 cm | 55 tot 65 cm | Een hanger is 45 cm breed en met 60 cm diepte sluit de deur zonder dat de mouwen klem zitten. Is de kast ondieper dan 55 cm, zet de roede dan in de lengte. |
| Slapen | Kast, legborddiepte voor truien en broeken | 40 cm | 35 tot 45 cm | Een opgevouwen trui is ongeveer 30 cm breed. Met 40 cm valt de stapel niet naar voren als je de deur opent. |
| Slapen | Kast, hoogste bruikbare schap | 200 cm | 190 tot 210 cm | Verder reik je niet zonder trapje. Wat boven 210 cm staat, is opslag voor koffers die je twee keer per jaar pakt. |
| Slapen | Hoogslaper, vrije hoogte boven de matras | 100 cm | 90 tot 110 cm | Genoeg om rechtop in bed te zitten. Meet van de bovenkant van de matras tot het plafond, niet tot de bodem van het bed. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, hoogte boven het kozijn | 12 cm | 10 tot 15 cm | Boven het kozijn laat het raam groter lijken en houdt de rail het gordijn uit het glas. Zit het plafond dichtbij, monteer de rail dan 5 tot 10 cm onder het plafond of direct tegen het plafond. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, uitloop naast het kozijn | 20 cm per zijde | 15 tot 25 cm | Daar staat het opzij geschoven gordijn geparkeerd, zodat het niet voor het glas blijft hangen en je het daglicht niet inlevert. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vloer | 1 cm boven de vloer | 0 tot 2 cm | Net vrij van de vloer: het sleept niet en hangt toch recht. Wil je het gordijn op de vloer laten vallen, maak het dan 5 tot 10 cm langer dan de maat tot de vloer. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vensterbank | 2 cm boven de bank | 1 tot 3 cm | Vrij van de bank, zodat het gordijn niet omkrult op de plank en de warmte van de radiator eronder langs kan. |
| Raam en gordijn | Gordijn, stofbreedte | 2 keer de railbreedte | 1,5 tot 2,5 keer | Bij 1,5 keer hangt de stof vlak, bij 2,5 keer krijg je volle plooien. Een wave-rail vraagt 2 tot 2,5 keer, anders staat de golf niet. |
| Raam en gordijn | Rolgordijn of plissé in de dag, speling | 0,5 cm per zijde | 0,3 tot 1 cm | Meet de dagmaat op drie hoogtes en neem de kleinste maat, want een kozijn staat zelden haaks. |
| Raam en gordijn | Vitrage, afstand tot het glas | 5 cm | 3 tot 10 cm | Tegen koud glas wordt de stof vochtig en krijg je vlekken. Verder naar binnen botst hij op de vensterbank of de raamkruk. |
| Raam en gordijn | Vensterbank binnen, diepte | 20 cm | 15 tot 30 cm | Volgt de dikte van de muur plus een overstek van 2 tot 3 cm. Vanaf 20 cm staat een plant er stabiel op. |
| Raam en gordijn | Vensterbank buiten, overstek | 4 cm | 3 tot 5 cm | Met een waterhol aan de onderkant. Zonder dat overstek loopt regenwater terug over de gevel en krijg je vuilstrepen onder het raam. |
| Raam en gordijn | Radiator onder het raam, onderkant | 12 cm boven de vloer | 10 tot 15 cm | Er moet lucht onderlangs kunnen, daar begint de convectie. Houd ook 3 tot 5 cm tussen radiator en wand en 10 cm vrij onder de vensterbank. |
| Werken | Bureau, hoogte blad zittend | 74 cm | 72 tot 76 cm | Je onderarmen liggen horizontaal op het blad en je schouders blijven laag. Kun je het blad niet verstellen, zet dan de stoel hoger en je voeten op een steun. |
| Werken | Zit-stabureau, stahoogte | 105 cm | 95 tot 120 cm | Ellebooghoogte staand. Vuistregel: je lichaamslengte min 75 cm, dus bij 1,80 m kom je op 105 cm. |
| Werken | Bureaustoel, zithoogte | 45 cm | 40 tot 52 cm | Voeten plat op de vloer, knieën iets lager dan je heupen. De gasveer van een bureaustoel dekt dat bereik zelf. |
| Werken | Vrije hoogte onder het bureaublad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Je bovenbenen moeten eronder passen, ook met een lade of een kabelgoot. Houd daarnaast 60 cm breed en 60 cm diep beenruimte vrij. |
| Werken | Bureaublad, diepte | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm staat het scherm op armlengte, 50 tot 80 cm van je ogen, en ligt je toetsenbord er nog voor. |
| Werken | Beeldscherm, bovenrand | op ooghoogte of iets lager | 110 tot 125 cm boven de vloer | Je kijkt dan licht naar beneden en dat is de rustpositie van je ogen. Een laptop op het blad zit ongeveer 20 cm te laag, dus zet hem op een standaard met een los toetsenbord. |
| Werken | Toetsenbord, afstand tot de bladrand | 10 cm | 8 tot 15 cm | Daar rusten je handpalmen. Zonder die strook hangen je armen in de lucht en trekt het in je schouders. |
| Werken | Wandplank boven het bureau, onderkant | 45 cm boven het blad | 40 tot 60 cm | Een A4-ordner is 32 cm hoog, dus die past er nog onder, en je stoot je hoofd niet als je opstaat. |
| Werken | Boekenschap, diepte | 25 cm | 20 tot 30 cm | Een pocket is 12 cm diep, een gebonden boek 16 tot 20 cm. Bij 25 cm staan ze allemaal binnen de rand. |
| Werken | Boekenschap, overspanning zonder steun | 80 cm | 70 tot 90 cm | Boeken wegen al snel 25 kg per meter schap. Bij 18 mm plaatmateriaal blijf je onder 80 cm, anders zakt het schap zichtbaar door. |
| Keuken | Schap voor borden, diepte | 32 cm | 30 tot 35 cm | Een plat bord is 26 tot 28 cm in doorsnee. Met 32 cm houd je een vinger ruimte om de stapel te pakken zonder te schuiven. |
| Badkamer | Wastafel, bovenkant | 85 cm | 80 tot 95 cm | Vuistregel: heuphoogte, dan buig je niet voorover om je handen te wassen. Gebruiken kinderen de wastafel, dan is 80 cm prettiger. |
| Badkamer | Opzetkom, hoogte van het meubel | 75 cm | 70 tot 80 cm | Tel de kom van 10 tot 15 cm erbij op, dan komt de bovenrand op 85 tot 95 cm. Vergeet die optelsom en je wast je handen op keukenhoogte. |
| Badkamer | Handdoekhaak naast de wastafel | 140 cm | 120 tot 160 cm | Binnen handbereik met natte handen, dus naast de wastafel en niet aan de andere kant van de ruimte. |
| Badkamer | Handdoekradiator, onderkant | 20 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Daar zitten de aansluitingen en je kunt eronder dweilen. Hang de bovenkant niet hoger dan 180 cm, anders kom je niet bij de handdoek. Een smalle handdoekradiator geeft weinig vermogen, dus reken hem niet als enige verwarming. |
| Badkamer | Douchekraan, hart | 100 cm | 95 tot 110 cm | Heuphoogte, zodat je de kraan kunt bedienen zonder onder de koude straal te gaan staan. |
| Badkamer | Badkraan, hart | 65 cm | 60 tot 75 cm | Ongeveer 20 cm boven de badrand, dan kun je bijmengen terwijl je in bad zit. |
| Badkamer | Regendouchekop | 210 cm | 200 tot 225 cm | Minstens 20 cm boven het hoofd van de langste gebruiker, want je staat er recht onder. Bij een schuin dak meet je op het punt waar je echt staat. |
| Badkamer | Handdouche aan een glijstang, bovenste stand | 190 cm | 180 tot 200 cm | De stang is 60 tot 90 cm lang, dus de onderste stand komt rond 110 cm. Daarmee spoel je het bad, een kind of de hond af. |
| Badkamer | Toilet, zithoogte | 40 cm | 38 tot 48 cm | Standaard is 40 cm. Een verhoogd toilet van 45 tot 48 cm zit op stoelhoogte en daar sta je makkelijker van op. Bij een hangend toilet bepaal je de hoogte zelf met het inbouwframe. |
| Badkamer | Toilet, vrije ruimte voor de pot | 60 cm | 55 tot 70 cm | Daar staan je knieën en voeten. Zijwaarts wil je 80 cm breedte, anders zit je met je schouder tegen de muur. |
| Badkamer | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 75 cm hoog; 20 tot 30 cm voor de voorkant van de pot | Zittend pak je de rol zo zonder te draaien. Hang je hem naast of achter je, dan verdraai je je rug elke keer. |
| Badkamer | Fonteintje in het toilet, bovenkant | 85 cm | 80 tot 90 cm | Dezelfde hoogte als een wastafel. Let op de draairichting van de deur, want een fonteintje van 40 cm breed vraagt een vrije hoek. |
| Badkamer | Stopcontact in de badkamer | buiten 60 cm van bad of douche | norm, geen gewoonte | NEN 1010 verdeelt de badkamer in zones: binnen 60 cm van de rand van een bad of douche mag geen wandcontactdoos. Alle wandcontactdozen moeten achter een aardlekschakelaar van 30 mA. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nalopen voordat je iets nieuws koopt
Uit de praktijk
De kamer is opgeruimd en oogt toch druk
Het symptoom is een kamer waar niets slordig ligt en die toch onrustig aanvoelt. De oorzaak zit dan in het aantal vlakken dat om aandacht vraagt: vier soorten wit, drie metalen, en een patroon op kleed, gordijn en kussens tegelijk.
Het oog vergelijkt dingen van dezelfde soort scherper dan dingen die echt verschillen. Twee witten die net niet gelijk zijn lezen als een vergissing, net als messing naast chroom, terwijl wit naast diep groen leest als een keuze.
De correctie is tellen: één wit voor plafond en lijstwerk, één hoofdmetaal met hooguit één tweede, en één groot patroon per zichtveld. Wat daarbuiten valt, gaat de kamer uit of krijgt de hoofd- of bijkleur.
Bij daglicht klopt de kamer, 's avonds niet meer
Kussens en een plaid die bij daglicht zijn uitgezocht, zien er onder de lampen ineens vaal of oranje uit. Lamplicht van 2700 K bevat veel rood en geel en weinig blauw, dus gele en rode pigmenten komen naar voren en blauw, lila en koel grijs vallen weg.
Een grijsblauw kussen wordt daardoor 's avonds grauw, en een wit met een gele onderlaag wordt romig. Brandt er ook nog een lamp van 4000 K, dan staan er twee kleurbeelden naast elkaar in dezelfde kamer.
Beoordeel textiel daarom in het licht waarin je de kamer gebruikt: neem een staal mee naar huis en bekijk het 's avonds met alleen de lampen aan. Kies lampen met Ra 90 of hoger, anders mist het licht juist het rood dat hout en warme stoffen hun diepte geeft.
Het kleed ligt als een eiland in de kamer
Ligt het kleed alleen onder de salontafel en staan bank en fauteuils eromheen op de kale vloer, dan oogt de zithoek kleiner dan hij is. De rand van het kleed leest als grens, en die grens ligt nu om de tafel in plaats van om de groep.
Meestal ontbreekt er 50 tot 100 cm. Een kleed van 120 bij 170 cm onder een salontafel van 110 cm raakt de bank niet eens, want tussen bank en tafel ligt 40 cm vloer, terwijl een kleed van 200 bij 300 cm 15 tot 20 cm onder de bank schuift en aan elke kant 45 cm buiten de bank uitkomt.
Kan er geen groter kleed komen, schuif het kleinere kleed dan tot onder de voorpoten van de bank en zet de fauteuils met hun voorpoten op de andere rand. Een groep die samen op één vlak staat, leest als één geheel, ook als dat vlak kleiner is.
Veelgemaakte fouten
Beginnen bij de accessoires
Een vaas, een print of een set kussens kopen voordat kleed, gordijnen en licht vastliggen, legt de kleur van de kamer vast op het kleinste vlak. Daarna moet een kleed van 6 m² passen bij een voorwerp van een handbreedte, en dat is zoeken in de verkeerde richting.
Koop in de volgorde van het oppervlak. Wat je al hebt en wilt houden, gebruik je als kleurstaal bij het kiezen van het kleed, niet als reden om een kleed te kopen dat daarbij past.
Een gordijnrail zo breed als het kozijn
Hangt de rail alleen boven het glas, dan staat het opengeschoven gordijn voor het raam en lever je aan elke kant het daglicht in over de hele breedte van het pakket. Het raam lijkt ook kleiner, omdat de stof de rand van het kozijn afdekt.
Met 20 cm uitloop per zijde en de rail 12 cm boven het kozijn hangt het pakket grotendeels op de muur en valt de lijn van het gordijn buiten het raam.
Elke lamp een andere kleurtemperatuur
Een vloerlamp van 2700 K naast een plafondlamp van 4000 K en een ledstrip van 6500 K geeft drie kleurbeelden in één kamer. Het oog kiest een gemiddelde, en dan is de warme lamp oranje, de koele blauw en het textiel geen van beide.
Draai overal hetzelfde getal in en maak verschil met helderheid en dimmers.
Een klein werk boven een grote bank
Een print van 50 cm boven een bank van 210 cm vult een kwart van de breedte en oogt als iets wat daar tijdelijk hangt. Het oog leest werk en meubel als één opstelling, en die opstelling klopt pas als het werk een flink deel van de bankbreedte beslaat.
Kies 60 tot 75 procent van de bankbreedte, of vul die breedte met een groep lijsten op 6 cm van elkaar.
Zoveel kussens dat er niemand meer zit
Zes kussens op een driezitsbank nemen samen zoveel zitdiepte weg dat er elke avond een stapel naast de bank op de vloer ligt. Een gevuld kussen van 50 cm is tegen de rug nog 10 tot 15 cm dik, en twee rijen achter elkaar maken van een zitting van 60 cm een krukje.
Eén per zitplaats plus hooguit één is genoeg. Het accent werkt bovendien sterker in drie kussens en een lampenkap dan in zes kussens en verder niets.
Een stijl nabouwen met themaspullen
Een Marokkaanse lantaarn, een Japanse vaas en een Scandinavische poster maken samen geen stijl, want een stijl zit in de materialen die in elke laag terugkomen en niet in de herkomst van een voorwerp. Losse themastukken zonder die herhaling lezen als souvenirs.
Kies twee of drie materialen en laat die terugkomen in het kleed, de lampenkap en de objecten op het dressoir.
Veelgestelde vragen
Waar begin je met je woonkamer stylen?
Begin bij het grootste vlak dat je nog kunt kiezen: het vloerkleed en de gordijnen. Die leggen samen 10 m² of meer aan kleur in de kamer, en alles wat kleiner is volgt die kleur. Daarna komt het licht, dan de wand, en pas als laatste de kussens en de losse spullen.
Staan de bank en de vloer al vast, lees dan eerst hun ondertoon af met een wit vel papier ernaast. Die ondertoon bepaalt welke hoofdkleur, bijkleur en accent je kiest.
Hoe kun je een woonkamer stylen zonder veel nieuw te kopen?
Haal alle losse spullen de kamer uit en zet ze terug in groepen van drie met hoogteverschil, met een derde van elk blad leeg. Verplaats de lampen die je hebt zo dat er per zone drie lichtpunten op verschillende hoogte zijn, en draai overal dezelfde kleurtemperatuur in.
Die twee ingrepen veranderen meer dan een nieuwe set kussens. Koop daarna gericht voor de laag die ontbreekt, en dat is meestal een groter kleed of een lamp op ooghoogte.
Welk formaat vloerkleed past onder een driezitsbank?
Bij een driezitsbank van 210 cm met een salontafel past een kleed van 200 bij 300 cm, met de lange zijde langs de bank. Het schuift dan 15 tot 20 cm onder de voorpoten en komt aan elke kant 45 cm buiten de bank uit.
Staan er fauteuils tegenover de bank, dan wordt het 240 bij 340 cm, want bank, beenruimte, tafel en fauteuils van 85 cm diep tellen samen op tot 240 cm. Houd tussen de rand en de wand 30 tot 60 cm vloer vrij.
Hoeveel sierkussens leg je op een bank?
Als gewoonte één per zitplaats plus hooguit één: twee of drie op een tweezits, drie of vier op een driezits en vier op een hoekbank. Meer kussens gaan af van de zitdiepte, want een gevuld kussen van 50 cm is tegen de rug nog 10 tot 15 cm dik.
Werk met twee maten, 50 of 60 cm achter en 40 of 45 cm ervoor, en laat de kussens het accent dragen dat elders in de kamer terugkomt, in een lampenkap of een vaas.
Hoe hoog hang je een schilderij boven de bank?
Hang de onderrand 20 tot 30 cm boven de rugleuning. Bij een bank van 80 cm hoog en een werk van 90 cm hoog komt de hartlijn dan rond 150 cm, iets boven de 145 cm die in een lege wand gangbaar is.
Maak het werk of de groep lijsten 60 tot 75 procent zo breed als de bank, bij 210 cm dus 125 tot 160 cm. Een klein werk op de juiste hoogte blijft er verloren uitzien, omdat het oog werk en bank als één opstelling leest.
Welke kleurtemperatuur kies je voor de lampen in de woonkamer?
In de zit- en eethoek 2700 K, en dan in alle lampen die je vanuit één plek tegelijk ziet. Mengen met 4000 K maakt de warme lamp oranje en de koele lamp blauw, omdat het oog zich op het gemiddelde instelt.
Kies Ra 90 of hoger, zodat hout en warme stoffen hun rood houden, en let op dim to warm als je wilt dat gedimd licht warmer wordt. Een gewone ledlamp blijft bij dimmen op dezelfde kelvinwaarde staan.
Hoe style je een salontafel?
Zet één groep van drie voorwerpen met hoogteverschil op een dienblad, en houd een derde van het blad leeg voor kopjes en borden. Het hoogste voorwerp komt minstens een derde boven het laagste uit, anders leest de groep als een rij.
Houd alles onder ongeveer 50 cm hoog. Op een tafel van 42 cm blijft het dan onder de kijklijn vanaf de bank naar een scherm met zijn midden op 105 cm, en onder het gezicht van wie tegenover je zit.
Welke woonstijl past bij een kleine woonkamer?
Stijlen die met weinig losse objecten en weinig contrast werken, zoals Japandi, Scandinavisch en modern, houden een kleine kamer het rustigst. Dat komt minder door hun lichte kleuren dan door het kleine aantal dingen dat om aandacht vraagt.
Een donkere of rijke stijl kan ook op weinig vloer, als je het aantal losse voorwerpen halveert en een lichtpunt extra plant. Hoe je zo'n kamer indeelt en welke centimeters je terugwint, staat bij de gids voor een kleine woonkamer.
Kun je twee woonstijlen combineren in de woonkamer?
Ja, zolang de twee stijlen één ding delen: de ondertoon van de kleuren, de houtsoort of het metaal. Industrieel en Scandinavisch delen de lage verzadiging, landelijk en Japandi het onbehandelde hout en linnen.
Laat één stijl duidelijk de basis zijn en de ander de accenten leveren, op dezelfde manier als de verdeling in hoofdkleur, bijkleur en accent. Twee stijlen die elk de helft van de kamer krijgen, lezen als twee inboedels.
Hoe style je een woonkamer met een grijze bank?
Een grijze bank heeft meestal een koele ondertoon, dus zoek warmte die niet geel wordt. In onze kleurendata komt daar urban taupe op de wanden uit, kalkwit op plafond en lijstwerk, en okergeel als accent in een kussen of een lampenkap.
Vermijd een warme beige wand naast een koelgrijze bank: dan leest de bank blauw en de wand geel, en dat verschil zie je de hele dag. Lampen van 2700 K helpen de taupe warm te houden.
Hoe maak je de woonkamer per seizoen anders zonder alles om te gooien?
Wissel alleen de laatste twee lagen: kussenhoezen, de plaid en de objecten op de vlakken. In de winter werken wol, velours en bouclé met diepere tinten van je accent, in de zomer linnen en katoen in lichtere tinten van dezelfde kleur.
Laat kleed, gordijnen en licht staan, want die leggen de kleur van de kamer vast. Wie de hoezen bewaart in plaats van de kussens, heeft voor twee seizoenen maar één set binnenkussens nodig.
Wanneer je beter een vakman belt
Stylen doe je zelf, met één grens. Een wandlamp zonder snoer langs de muur vraagt een lichtpunt met een schakeldraad in de wand; zit dat punt er al, dan kun je de lamp zelf aansluiten, maar een nieuwe leiding tot in de groepenkast aanleggen en daar aansluiten laat je aan een elektricien.
Voor gordijnen op maat met een wave-rail of een plooiband kun je een stoffeerder inschakelen die de rail inmeet en de stof op lengte maakt. Dat is geen verplichting, maar bij een raam breder dan 3 meter scheelt het een baan stof die net te kort is.
Verder lezen over dit onderwerp
Hoeveel liter is een normale prullenbak
Prullenbak schoonmaken

Eric kuster style woonkamer

Hotel chique woonkamer
