Klein bruin insect in huis: welke soort het is en wat je eraan doet
Een klein bruin insect in huis is meestal een voorraadkevertje, een tapijtkever of zijn larve, een motje, een mier of een fruitvlieg, en welke het is lees je sneller af aan hoe het beweegt en waar het zit dan aan de kleur. Vliegt het naar het raam, dan komt het uit de voorraadkast of van wol, springt het weg, dan is het een vlo, loopt het in een spoor, dan is het een mier, en vind je 's ochtends bultjes zonder beestje, dan zit er vermoedelijk een bedwants in de matrasnaad. De meeste bruine insecten in huis pak je zelf aan door de bron te vinden en weg te halen, maar bedwantsen, Duitse kakkerlakken en faraomieren laat je behandelen, omdat een spuitbus ze verspreidt in plaats van opruimt.
Dit heb je nodig
- Tijd
- tien minuten kijken, een middag zoeken, drie weken meten
- Moeilijkheid
- Goed zelf te doen, behalve bij bedwantsen, kakkerlakken en faraomieren
- Kosten
- 15 tot 50 euro aan hygrometer, vallen en voorraadbakken
Gereedschap
- Doorzichtig glas of potje met een kaartje eronder
- Wit papier en een liniaal met millimeters
- Loep van 10 keer, of de macrostand van je telefoon
- Zaklamp voor matrasnaad, plint en achterin de kast
- Stofzuiger met een smal mondstuk
- Hygrometer voor de luchtvochtigheid
- Schroevendraaier om legborden en een plint los te nemen
Materiaal
- Voorraadbakken van glas of hard plastic met een sluitend deksel
- Diepvrieszakken die je in de kamer zelf dichtknoopt
- Lijmvallen om plat tegen de plint te leggen
- Feromoonval voor kleermot of voorraadmot, als meetinstrument
- Kit voor de naad tussen kozijn en muur en langs de plint
- Gaas met een maaswijdte van 1 mm voor ventilatieroosters
Tel eerst de poten en kijk of het beestje binnen kan blijven
Een klein bruin insect in huis kan een verdwaald kevertje op de vensterbank zijn, maar ook het eerste teken van een haard in de voorraadkast of het bed. Hoe je alle groepen ongedierte uit elkaar houdt, staat in het overzicht om een beestje in huis op naam te brengen. Hier gaat het om alles wat bruin is en kleiner dan ongeveer anderhalve centimeter.
Tel eerst de poten, want dat is het enige kenmerk dat je bij een beestje van een paar millimeter zonder twijfel kunt aflezen. Zes poten is een insect, acht poten een mijt, spin of boekenschorpioen, en veertien poten een pissebed.
Vraag je daarna af of het beestje binnen iets te eten vindt. Een oorwurm of een lieveheersbeestje dat in de herfst binnenkomt vindt niets en verdwijnt of droogt uit, terwijl een voorraadkever, een kleermot, een bedwants of een faraomier leeft van wat er in huis ligt en blijft.
Die tweedeling bepaalt wat je doet. Een bezoeker zet je buiten en daarna dicht je de kier waardoor hij kwam, maar bij een bewoner zoek je door tot je de bron hebt: het pak, het kleed, de matrasnaad of de warme holte achter een apparaat.
Vang het beestje daarom levend, in plaats van het met een tissue plat te drukken. Een platgedrukt insect van 3 mm heeft geen vorm, geen poten en geen kop meer, en precies die drie heb je nodig om het te herkennen.
Zet een glas over het beestje, schuif er een kaartje onder en leg het met glas en al op wit papier bij het raam, met een liniaal ernaast. Met de macrostand van je telefoon zie je dan poten, sprieten en schubjes die je met het blote oog mist, en de liniaal op de foto houdt de maat eerlijk.
Kleine bruine insecten op maat en vorm, van 1 mm tot 1,5 cm
Meet de lengte van kop tot achterlijf, zonder sprieten, poten of staartdraden. Wij delen die maat in vier klassen in: onder 2 mm, 2 tot 5 mm, 5 tot 10 mm en boven 1 cm, omdat de soorten die binnen voorkomen zich langs die grenzen ongeveer in groepen splitsen.
Onder de 2 mm zit je bij stofluizen, springstaarten, faraomieren en mijten, en daar is de kleur met het blote oog nauwelijks te zien. Tussen 2 en 5 mm zit de groep van voorraadkevers, tapijtkevers, bedwantsen en vlooien, en tussen 5 en 15 mm vind je de motjes, de oorwurm en de Duitse kakkerlak.
Binnen een maatklasse beslist de vorm. Bol of plat, rond of langwerpig, met of zonder vleugels, en met een snuit, een tang of scharen: in de tabel hieronder staat per combinatie welk beestje het is, waar de bron zit en hoeveel haast het heeft.
Kom je er niet uit, vul dan maat, kleur, vindplaats en vorm in de beestjeszoeker in, die de lijst van 39 soorten terugbrengt tot een handvol. Heeft het beestje een hard schild, dan staan de keversoorten met hun gaatjes en boormeel verder uitgewerkt bij bruine kevers op vorm en formaat.
| Wat je ziet | Wat het is | Waar de bron zit | Hoeveel haast |
|---|---|---|---|
| Bol en roodbruin, 2 tot 3,5 mm, kop naar beneden gebogen, vliegt naar het raam | Broodkever of tabakskever | Een oud pak of potje in de voorraadkast of het specerijenrek | Rustig aanpakken |
| Plat en langwerpig, roodbruin, 3 tot 4 mm, rent weg als je het pak optilt | Rijstmeelkever | Bloem, muesli, pasta of paneermeel | Rustig aanpakken |
| Donker roodbruin met een snuit, 2 tot 3 mm, in de rijst | Rijstklander | In de hele korrels, te zien aan ronde uitvlieggaatjes | Rustig aanpakken |
| Rond, 2 tot 3 mm, met een mozaïek van gele, witte en zwarte schubjes | Tapijtkever | Wol, zijde, veren en dons, of een vogelnest in de dakrand | Nu aanpakken |
| Bruin harig wormpje van 4 tot 5 mm, met lege huidjes langs de plint | Larve van de tapijtkever of museumkever | Kleedrand, naad van een gestoffeerd meubel, vloer onder een vaste kast | Nu aanpakken |
| Plat en ovaal als een appelpit, roodbruin, 4 tot 5 mm | Bedwants | Naden en kieren binnen ongeveer 2 m van het bed | Nu: plaagdierbedrijf |
| Zijdelings plat, donkerbruin, 2 tot 3 mm, springt tientallen centimeters | Kattenvlo | Tapijt, vloernaden, de mand en de bank | Nu: dier en woning tegelijk |
| Geelbruin, deels doorschijnend miertje van ongeveer 2 mm, ook in de winter | Faraomier | Warme holtes bij cv-leiding, vaatwasser en meterkast | Nu: niet spuiten |
| Donkerbruine tot zwarte mier van 3 tot 5 mm in een vast spoor | Zwarte wegmier | Nest buiten onder de bestrating of tegen de gevel | Rustig aanpakken |
| Lichtbruin, 10 tot 15 mm, twee donkere strepen op het halsschild, lange sprieten | Duitse kakkerlak | Warmte achter koelkast, vaatwasser of cv-ketel | Nu: melden en laten behandelen |
| Bruingeel vliegje van 2 tot 3 mm met rode ogen boven de fruitschaal | Fruitvlieg | Rijp fruit, het gft-bakje, lege flessen of het afvoerputje | Rustig aanpakken |
| Grijsbruin motje van 7 tot 10 mm dat 's avonds door de keuken fladdert | Voorraadmot | Muesli, noten, gedroogd fruit, rijst of dierenvoer | Nu aanpakken |
| Strogeel tot goudglanzend motje van 6 tot 9 mm dat het donker opzoekt | Kleermot | Wol, zijde, bont en dons in een stille kast | Nu aanpakken |
| Doorschijnend lichtbruin, 1 tot 2 mm, dikke kop, kruipt traag en springt niet | Stofluis | Schimmel bij een luchtvochtigheid boven ongeveer 60 procent | Rustig: droger maken |
| Plat en bruin, 3 tot 4 mm, twee scharen die vooruit staan, geen staart | Boekenschorpioen, geen insect | Kleine prooi in een vochtige kast of tussen boeken | Geen haast |
| Bruin en langwerpig, 3 tot 5 mm, bij ronde gaatjes van 1 tot 2 mm in hout | Houtwormkever | Hout met een vochtgehalte boven ongeveer 12 procent | Rustig aanpakken |
| Plat en bruin, 10 tot 15 mm, met een tang aan het achterlijf | Oorwurm | De tuin; hij lift mee met wasgoed, fruit of snijbloemen | Geen haast |
| Bol, oranje tot roodbruin met stippen, 5 tot 8 mm, in groepjes in het kozijn | Aziatisch lieveheersbeestje | Van buiten, op zoek naar een winterplek | Geen haast |
Een lichtbruin beestje van 10 tot 15 mm met lange sprieten en twee donkere lengtestrepen op het halsschild is een Duitse kakkerlak, en een klein donker beestje zonder vleugels dat in dezelfde keuken wegglijdt is vaak een jong van die soort. Meld het bij de verhuurder of de vereniging van eigenaren voordat je iets spuit, want in gestapelde woningen lopen ze via leidingschachten naar de buren.
Hoe het beestje beweegt zegt meer dan hoe bruin het is
Op een beestje van 2 of 3 mm is bruin een zwak kenmerk. In onze eigen lijst van 39 beestjes die in Nederlandse woningen gemeld worden, staat bij 28 soorten bruin of roodbruin als kleur, en onder een warmwitte lamp van 2700 K oogt donkergrijs ook al bruin.
Beweging is betrouwbaarder, omdat die uit de leefwijze van het dier komt en niet uit het licht waarin je kijkt. Een broodkever gaat op licht af en verlaat daarvoor de kast waarin hij opgroeide, en een kleermot doet het omgekeerde en zoekt het donker van de kledingkast op.
Een fruitvlieg reageert niet op licht maar op de geur van gisting, dus blijft hij boven de fruitschaal hangen in plaats van naar het raam te gaan. Een kakkerlak loopt het liefst met zijn lijf tegen een rand, en daarom zie je hem langs de plint en onder het aanrecht wegglijden en zelden midden over de vloer.
Kijk daarom een halve minuut voordat je het glas eroverheen zet. Springt, rent, fladdert of kruipt het, en gaat het naar het licht toe of ervan weg: met die twee waarnemingen streep je in de tabel hieronder het grootste deel van de lijst weg.
Rent een donker beest van meer dan een centimeter hard weg zodra het licht aangaat, dan hoort het eerder bij de grotere zwarte lopers uit tuin en kruipruimte dan bij de kleine bruine insecten van deze pagina.
| Wat het doet | Welke beestjes dat zijn | Waarom het zich zo gedraagt |
|---|---|---|
| Vliegt of loopt naar het raam en de lamp | Broodkever, tabakskever, museumkever, en in het voorjaar de tapijtkever | Ze gaan op licht af en verlaten daarvoor de voorraad of de wol, dus de vensterbank is de vindplaats en niet de haard |
| Fladdert in korte sprongen weg van het licht, dieper de kast in | Kleermot | Hij zoekt de donkere stille kast waar wol maanden ongestoord hangt |
| Fladdert 's avonds door de keuken en zit met de vleugels als een dakje op de muur | Voorraadmot | De motjes zijn de volgende generatie uit je eigen voorraadkast |
| Hangt traag boven de fruitschaal of een wijnglas | Fruitvlieg | Hij komt af op de geur van gisting en niet op licht |
| Springt tientallen centimeters weg | Kattenvlo | Een springstaart onder de 2 mm springt ook, maar veel korter en alleen op vochtige plekken |
| Loopt met veel tegelijk in een vast spoor | Zwarte wegmier van 3 tot 5 mm of faraomier van ongeveer 2 mm | De werksters houden het spoor met geursporen in stand tussen nest en voedsel |
| Glijdt snel weg langs de plint zodra het licht aangaat | Duitse kakkerlak, ook de jongen | Hij is nachtactief en loopt het liefst met zijn lijf tegen een rand |
| Rent weg van het licht en kruipt een kier in | Oorwurm, of een rijstmeelkever onder een opgetild pak | Beide zoeken een donkere smalle ruimte en blijven niet in het open |
| Kruipt traag en loopt gewoon door als je erbij staat | Stofluis, boekenschorpioen, larve van de tapijtkever | Ze vluchten nauwelijks, dus je vindt ze ook midden op papier, een kozijn of de plint |
| Zit met tientallen stil in de hoek van het kozijn | Aziatisch lieveheersbeestje, in oktober en november | Ze zoeken samen een kier om te overwinteren |
| Is overdag onvindbaar en laat 's ochtends bultjes achter | Bedwants | Hij steekt 's nachts en trekt zich overdag terug in naden rond het bed |
In de keuken is het een kevertje, een motje, een vliegje of een mier
In de keuken vallen bijna alle vondsten in vier groepen, en elke groep heeft een eigen bron. Kevertjes en motjes komen uit droge voorraad, vliegjes uit iets wat gist of rot, en mieren uit een nest dat buiten of in een warme holte zit.

Bij voorraadkevers en voorraadmotten komt de besmetting bijna altijd mee in een pak uit de winkel, en de dieren die je ziet zijn de volgende generatie uit je eigen kast. Een rijstmeelkever doet in een keukenkast van 25 tot 30 graden ongeveer een maand over een generatie, dus een besmet pak dat je in juni kocht, levert in juli de eerste golf.
De rups van de voorraadmot kruipt om te verpoppen weg van zijn voedsel, naar de hoek van het legbord, een schroefgat of de bovenrand van de kastdeur. Daarom komen de motjes terug als je alleen de pakken weggooit, en daarom zuig je ook de lege kast uit. De volgorde met de maten erbij staat bij het opsporen van de haard achter de legborden.
Fruitvliegjes leggen hun eieren op rijp fruit, een restje in het gft-bakje of aanslag in het afvoerputje, en bij kamertemperatuur zit er een tot twee weken tussen ei en vlieg. Een glas met een bodempje appelazijn en een druppel afwasmiddel vangt ze, omdat het afwasmiddel de oppervlaktespanning breekt en ze niet meer loskomen, maar de bron opruimen doet het meeste werk.
Bij mieren telt het seizoen. Een donkerbruine mier van 3 tot 5 mm in een spoor naar de jampot is in de zomer meestal een zwarte wegmier met een nest buiten, maar een geelbruin miertje van ongeveer 2 mm dat in januari bij de vaatwasser of de cv-leiding loopt, is vermoedelijk een faraomier, en die mag je niet bespuiten.
Hang na de opruimbeurt een feromoonval voor voorraadmotten op in de kast en schrijf de datum erop. Zit hij na drie weken nog leeg, dan heb je de laatste pop gevonden; hangen er weer motjes in, kijk dan naar het vogelvoer, de hondenbrokken en de noten die buiten de keuken liggen.
Kleine bruine beestjes in bed, op de bank of in de mand
In de slaapkamer zijn er drie kleine bruine insecten die je echt wilt uitsluiten: de bedwants, de kattenvlo en de larve van de tapijtkever. De eerste twee steken, en de derde vreet wol en veren en laat lege huidjes achter.
Een bedwants is plat en ovaal, 4 tot 5 mm en roodbruin, ongeveer zo groot en zo gekleurd als een appelpit, en na een maaltijd boller en donkerder. Jonge wantsen zijn kleiner en lichter, bijna doorschijnend.
Overdag zitten ze in naden en kieren binnen ongeveer 2 m van de plek waar je slaapt: de matrasnaad, de lattenbodem, het hoofdbord, de plint, losgelaten behang en het stopcontact naast het nachtkastje. In een gewone slaapkamer valt daarmee bijna de hele kamer binnen de zoekzone.
Wil je achter de afdekplaat van een stopcontact kijken, zet dan eerst de groep in de meterkast uit en controleer of er geen spanning meer op staat. Hoe je dat doet, staat bij veilig werken aan de elektra in huis.
Een kattenvlo is zijdelings plat, donkerbruin en 2 tot 3 mm, en springt tientallen centimeters weg zodra je hem wilt pakken. Het grootste deel van de populatie zit niet op de kat of hond, maar als ei, larve en pop in het tapijt, de vloernaden, de mand en de bank, dus daar ligt de helft van het werk.
Beten alleen zijn geen diagnose, want niet iedereen reageert op een steek. De tabel hieronder zet naast elkaar wat je op je huid, in het bed en in de vacht aantreft, en waar je dan gaat kijken.
| Wat je aantreft | Waar dat bij hoort | Waar je dan kijkt |
|---|---|---|
| Jeukende bultjes in een groepje of rijtje op huid die tegen het matras lag | Bedwants | Matrasnaad, lattenbodem, hoofdbord en plint binnen 2 m van het bed |
| Zwarte stipjes ter grootte van een balpenpunt en kleine bloedvlekjes op het laken | Uitwerpselen en sporen van bedwantsen | Dezelfde naden, plus lege huidjes in de hoeken van de lattenbodem |
| Bultjes in groepjes rond enkels en onderbenen | Kattenvlo | De mand, het tapijt, de vloernaden en onder de bank |
| Zwarte korreltjes in de vacht die op vochtig wit papier roodbruin uitlopen | Vlooienuitwerpselen: opgedroogd bloed | Het dier via de dierenarts, en de woning tegelijk |
| Jeukende bultjes op armen, nek en romp in juni of juli, en bewegende stipjes op de vensterbank | Vogelmijt uit een nest | Dakgoot, boeiboord of ventilatierooster boven de slaapkamer |
| Bruine harige larfjes van 4 tot 5 mm en lege huidjes onder het bed | Larve van de tapijtkever; steekt niet, maar de haartjes kunnen de huid irriteren | Rand van een wollen kleed, kussens met veren of dons, en de plint |
| Niezen en een verstopte neus in de ochtend, zonder zichtbaar beestje | Huisstofmijt, met 0,2 tot 0,4 mm te klein om te zien | Matras en kussen; houd de luchtvochtigheid onder 50 tot 55 procent |
Ga bij een vermoeden van bedwantsen niet op de bank slapen en zet het matras niet op straat. De wantsen volgen de slaper naar de volgende kamer, en een matras dat door de gang naar buiten gaat, verliest onderweg wantsen en eieren.
In wol, veren en dons vind je eerder de larve dan het insect
Gaten in een wollen trui of een kaal plekje in een kleed komen niet van het motje of het kevertje dat je ziet, maar van de larve. Die eet keratine, het eiwit in wol, zijde, bont, veren, dons en haar, en laat katoen en polyester liggen, behalve waar zweet, huidvet of etensresten in zitten.

Daarom zit de schade op plekken die gedragen en niet gewassen zijn: onder de kraag, in de oksel en in de plooi van een trui die maanden in de kast hing. Bij een kleed zit hij aan de rand onder de bank en onder een kast die nooit verschuift, waar de stofzuiger niet komt.
De kleermot is een strogeel tot goudglanzend motje van 6 tot 9 mm dat niet naar de lamp vliegt maar weg van het licht, en zijn larve is een wit rupsje onder een spinseldraadje. De tapijtkever is een rond kevertje van 2 tot 3 mm met een mozaïek van schubjes, en hoe hij zich verhoudt tot de andere soorten staat bij de kevers die in woningen opduiken en wat ze aanvreten.
De larve van de tapijtkever is een bruin harig wormpje van 4 tot 5 mm dat meerdere keren vervelt en telkens een leeg huidje achterlaat. Die huidjes bewijzen dat er een haard in huis zit, terwijl een paar kevertjes op de vensterbank zonder huidjes of vraatgaten in het voorjaar zijn binnengevlogen en alleen opruimen vragen.
Een bruin behaard larfje tot 15 mm met twee haakjes aan het uiteinde is de larve van de spekkever, en die leidt naar een dood dier of een oud nest op zolder of in de spouw. Voor wol en textiel zelf is de aanpak een kwestie van temperatuur: 60 graden in de machine, of minstens 72 uur in de vriezer bij 18 graden onder nul, een vuistregel die ook de eitjes meeneemt.
Lavendelzakjes en cederhout houden geen larve tegen die al in de kast zit, en de klassieke mottenbal met naftaleen is uit de handel. Een dichte kledinghoes of een doos met deksel doet wat een geur niet doet: het motje komt er niet meer bij om eitjes te leggen.
Lichtbruine beestjes die vooral iets over vocht vertellen
Een deel van de kleine bruine beestjes eet niets van je spullen, maar leeft van schimmel of van andere beestjes die van schimmel leven. Die soorten zijn eerder een vochtmeter dan een plaag, en wie ze bestrijdt zonder het vocht aan te pakken, heeft ze binnen een paar weken terug.
De stofluis is doorschijnend lichtbruin, 1 tot 2 mm, met een dikke kop, en kruipt traag over papier, een kozijn of de vensterbank. Hij leeft van microscopische schimmel die pas groeit boven ongeveer 60 procent relatieve luchtvochtigheid, en daarom zie je hem vooral in het eerste jaar na nieuwbouw of een verbouwing, als er nog bouwvocht in vloer en stucwerk zit.
Onder 50 procent verdwijnt hij binnen enkele weken vanzelf. Meet met een hygrometer, mik in de woonkamer op 40 tot 55 procent, en zet een boekenkast 3 tot 5 cm van een koude buitenmuur, zodat er lucht langs de muur stroomt en het vlak achter de kast niet koud en klam blijft.
De boekenschorpioen is een plat bruin beestje van 3 tot 4 mm met twee scharen die vooruit staan en zonder staart. Hij jaagt op stofluizen, mijten en motlarven en is dus nuttig, en als je er meerdere per week ziet, zegt dat vooral dat er genoeg kleine prooi en dus genoeg vocht in de kamer is.
Ook de houtwormkever hoort in dit rijtje. Deze bruine kever van 3 tot 5 mm laat ronde gaatjes van 1 tot 2 mm achter met poederfijn boormeel eronder, en zijn larve heeft hout nodig met een vochtgehalte boven ongeveer 12 procent, wat je in een droge verwarmde kamer bijna niet vindt en in een kruipruimte of vochtige kelder wel.
Hang de hygrometer niet in de badkamer of vlak bij het raam, maar aan een binnenwand van de kamer waar je de beestjes vindt. Lees hem een week lang 's ochtends af, want na een nacht met dichte ramen is de luchtvochtigheid in een slaapkamer meestal het hoogst.
Wanneer in het jaar welk klein bruin beestje opduikt
Veel kleine bruine insecten komen in golven, en de maand vertelt vaak al welke soort het is. Buitensoorten hebben een vast moment om uit te vliegen, te zwermen of een winterplek te zoeken, terwijl binnensoorten het hele jaar doorgaan zolang het warm genoeg is.
Het bruikbaarste signaal is een klein bruin insect dat midden in de winter actief is. Buitensoorten liggen dan stil, dus een miertje of kakkerlakje dat in januari bij de cv-leiding of achter de vaatwasser loopt, woont binnen en overleeft dankzij de warmte van leidingen en apparaten.
In het najaar zie je het omgekeerde. Aziatische lieveheersbeestjes van 5 tot 8 mm, oranje tot roodbruin met een wisselend aantal stippen, zoeken in oktober en november met tientallen tegelijk een kier in een kozijn of rolluikkast om te overwinteren, en bij aanraking scheiden ze een gele vloeistof af die vlekken geeft.
Zuig ze daarom op in plaats van ze plat te drukken, en laat ze buiten los. Een kous die je met een elastiek over het uiteinde van de stofzuigerbuis zet, vangt ze heel op, en daarna kit je de naad van het kozijn dicht.
In de zomer komen op warme, drukkende dagen tripsen binnen, ook wel onweersbeestjes genoemd: slanke donkerbruine tot zwarte insectjes van 1 tot 2 mm die over je huid, het raam en achter het glas van een fotolijst kruipen. Ze vreten binnen niets aan, kunnen op bezwete huid even prikken en verdwijnen als het weer omslaat.
| Wanneer | Wat je dan ziet | Waarom juist dan |
|---|---|---|
| April tot juni | Tapijtkevers en museumkevers van 2 tot 3 mm op de vensterbank | De volwassen kevers willen naar buiten, naar bloemen met stuifmeel, en gaan op het licht af |
| Mei tot augustus | Houtwormkevers bij het raam en vers boormeel onder ronde gaatjes | De kevers vliegen in die maanden uit het hout |
| Juni en juli | Vogelmijten als bewegende stipjes in een slaapkamer onder de dakrand | De jonge vogels zijn uitgevlogen en de mijten zoeken een nieuwe gastheer |
| Juli en augustus, warme windstille dag | Gevleugelde donkerbruine mieren, veel groter dan de werksters | Zwermdag van de zwarte wegmier; na een paar dagen voorbij |
| Juli en augustus, drukkend weer | Tripsen van 1 tot 2 mm op huid, raam en fotolijst | Ze vliegen massaal bij warm en vochtig weer en verdwijnen als het omslaat |
| Nazomer | Fruitvliegjes boven de fruitschaal en het gft-bakje | Er ligt veel rijp fruit en bij kamertemperatuur is een generatie in een tot twee weken rond |
| Zomer en najaar | Oorwurmen in huis | Ze liften mee met wasgoed van de lijn, snijbloemen en fruit |
| Oktober en november | Aziatische lieveheersbeestjes met tientallen in de hoek van het kozijn | Ze zoeken samen een droge kier om te overwinteren |
| Het hele jaar, ook in januari | Faraomieren en Duitse kakkerlakken | Ze overleven in Nederland alleen binnen, in de warmte van leidingen en apparaten |
| Eerste jaar na nieuwbouw of verbouwing | Stofluizen op kozijnen, vensterbanken en papier | Er zit nog bouwvocht in vloer en stucwerk, en daarop groeit de schimmel waarvan ze leven |
| Na een vakantie of een tweedehands aankoop | Bedwantsen, pas weken later te merken | Ze liften mee in een koffer, rugzak, matras of meubel |
| Na terugkeer in een huis dat weken leeg stond | Vlooien die in groten getale tegelijk opduiken | De poppen wachten op trilling en warmte en komen dan in één keer uit |
Waarom een spuitbus bij kleine bruine insecten zo vaak averechts werkt
Een insectenspray doodt wat hij raakt, en bij kleine bruine insecten raakt hij bijna nooit de bron. Eitjes zitten in het weefsel van een kleed, poppen in een schroefgat van de keukenkast, larven in de kern van een rijstkorrel en bedwantsen diep in een naad.
Bij twee soorten maakt spuiten het aantoonbaar erger. Een contactspray leidt bij faraomieren tot knopvorming, waarbij een kolonie met meerdere koninginnen zich opsplitst in nieuwe nesten, en Duitse kakkerlakken vluchten voor de spray dieper de constructie in en naar naburige woningen.
Bij mieren gaat het nog op een andere manier mis. Lokaas werkt doordat de werksters het meenemen naar het nest, dus zie je de eerste dagen juist meer mieren, en wie dan het spoor doodspuit of wegpoetst, haalt het lokaas weg en laat het nest intact.
Wat wel werkt, is meestal saai en meetbaar: de bron in een dichte zak naar de buitenbak, de naden uitzuigen, textiel heet wassen of invriezen, voorraad in glas, en drie weken volhouden. Een feromoonval of lijmval gebruik je daarbij als meetinstrument, want die vangt wat langskomt en laat zien of het minder wordt, maar haalt de bron niet weg.
| Maatregel | Werkt bij | Hoe je het doet | Waarom het werkt of niet |
|---|---|---|---|
| Wassen op 60 graden | Kleermot, tapijtkever, bedwants, vlooien in de mand | Wol, zijde en dons die het waslabel toestaat, beddengoed, dekens en kussenhoezen | Eitjes, larven en poppen overleven die temperatuur niet |
| Minstens 72 uur in de vriezer bij 18 graden onder nul | Textiel dat niet in de machine mag, spullen uit een kamer met bedwantsen | In een dichte zak die je in de kamer zelf dichtknoopt | Een vuistregel die ook de eitjes meeneemt |
| Een week in de vriezer | Nieuwe rijst, noten, gedroogd fruit en vogelvoer | Voordat je het pak in de voorraadbak stort | De rijstklander groeit onzichtbaar binnen in de korrel op |
| Uitzuigen met een smal mondstuk | Voorraadmot, voorraadkevers, tapijtkeverlarven, vlooien | Naden, schroefgaten, de rand onder het legbord, plinten en vloernaden; de zak buiten weggooien | Poppen en eitjes zitten waar geen pak of kleed ligt, en in de zak leven ze door |
| Glas of hard plastic met een sluitend deksel | Broodkever, tabakskever, rijstmeelkever, voorraadmot | Alle open droge voorraad overzetten, ook dierenvoer | De larve van de broodkever boort door karton en dunne folie |
| Luchtvochtigheid naar 40 tot 55 procent | Stofluis, springstaart, en daarmee ook de boekenschorpioen | Ventileren, stoken en kasten 3 tot 5 cm van de buitenmuur | De schimmel waarvan ze leven groeit dan niet meer |
| Lokaas op het spoor laten staan | Zwarte wegmier; bij faraomieren via een plaagdierbedrijf | Op het spoor zelf zetten en niet ernaast, en dagen laten staan | De werksters brengen het naar de koningin, en pas dan stopt de aanvoer |
| Lijmval of feromoonval | Meten bij kakkerlak, voorraadmot en kleermot | Plat tegen de plint of in de kast, met de datum erop | Vangt alleen wat langskomt, en een feromoonval alleen de mannetjes |
| Contactspray | Niets structureel | Niet gebruiken als eerste stap | Raakt geen eitjes of poppen; faraomieren splitsen zich op en kakkerlakken vluchten dieper weg |
| Lavendel of cederhout | Niets bij larven die al in de kast zitten | Hooguit als aanvulling in een schone, dichte kast | Een geur houdt geen larve tegen; een dichte doos houdt het motje wel buiten |
Zo houd je de volgende golf buiten en zie je hem op tijd
Bijna elk klein bruin insect komt op een van drie manieren binnen: in een verpakking, in iets tweedehands of door een kier. Voor elk van die drie is er een maatregel die meer oplevert dan een middel.
Zet droge voorraad over in glas of hard plastic met een sluitend deksel, en koop meel en specerijen in hoeveelheden die je binnen een jaar opmaakt. Een nieuw pak rijst, noten of vogelvoer leg je eerst een week in de vriezer bij 18 graden onder nul.
Leg een tweedehands wollen kleed, een oude fauteuil of een doos boeken niet meteen in de kamer. Bekijk de naden met een zaklamp op huidjes, zwarte stipjes en spinsel en was of vries wat kan, en pak na een vakantie de koffer uit op een harde vloer in plaats van op het bed.
Aan de buitenkant houd je het huis dicht op de maat van het beestje: gaas met een maaswijdte van 1 mm achter ventilatieroosters, een dorpelprofiel onder een buitendeur met een naad van meer dan 5 mm, en kit in de naad tussen kozijn en muur. Hoe je dat per deur, raam en rooster aanpakt, staat bij insecten buiten de deur houden.
Gaas van 6 mm voor een gevelopening waar vogels in zitten, houdt op den duur ook spekkevers, tapijtkevers en vogelmijten weg, want die komen af op het nest en niet op je keuken. Haal zo'n nest pas weg als de jongen zijn uitgevlogen, want een nest in gebruik is beschermd onder de Omgevingswet; voor ongedierte dat niet klein of bruin is, is het overzicht van huishouden en ongedierte de ingang.
Leg in de keuken, de slaapkamer en bij de buitendeur een lijmval plat tegen de plint en vervang ze eens per maand. Zo zie je een nieuwe golf aan een paar gevangen beestjes, lang voordat je ze overdag ziet lopen, en weet je meteen in welke kamer je moet zoeken.
Zo kom je van één bruin beestje bij de bron
Elke stap streept een deel van de lijst weg, zodat je eindigt bij één kast, één naad of één kier.
-
Vang het beestje levend onder een glas
Zet een glas eroverheen, schuif er een kaartje onder en leg het op wit papier bij het raam. Een platgedrukt insect van een paar millimeter heeft geen herkenbare vorm meer, en onder de keukenlamp oogt de kleur anders dan bij daglicht.
-
Kijk een halve minuut hoe het beweegt
Noteer of het springt, vliegt, in een spoor loopt, wegkruipt van het licht of juist naar het raam gaat. Die ene waarneming streept meer soorten weg dan de kleur, omdat gedrag uit de leefwijze komt en niet uit het licht waarin je kijkt.
-
Tel de poten en meet de lengte
Zes poten is een insect, acht een mijt of boekenschorpioen. Meet van kop tot achterlijf zonder sprieten en zet het in een van de vier klassen: onder 2 mm, 2 tot 5 mm, 5 tot 10 mm of boven 1 cm.
-
Schrijf een week lang op waar, wanneer en hoeveel
Per vondst de kamer, de plek, het tijdstip en het aantal. Een kevertje op de vensterbank is een vindplaats en geen haard, maar tien vondsten op een rij wijzen wel een richting aan, en een vondst in januari zegt dat het beestje binnen woont.
-
Zoek de bron in een straal van een paar meter
In de keuken haal je de voorraadkast leeg en kijk je in de gaten van de legbordsteunen. In de slaapkamer ga je met een zaklamp langs de matrasnaad, de lattenbodem en de plint binnen 2 m van het bed, en bij textiel sla je de rand van het kleed om.
-
Haal de bron weg en behandel naden en textiel
Besmette voorraad gaat in een dichte zak naar de buitenbak, de naden en schroefgaten zuig je uit, en wol en beddengoed was je op 60 graden of leg je minstens 72 uur in de vriezer. Zet de voorraad terug in glas of hard plastic met een deksel.
-
Meet na drie weken of je klaar bent
Leg een lijmval tegen de plint of hang een feromoonval in de kast en kijk na drie weken. Er blijven altijd eitjes en poppen achter die nog uitkomen, dus pas een lege val na die periode vertelt dat de bron echt weg is.
-
Laat bedwantsen, kakkerlakken en faraomieren behandelen
Deze drie spuit je niet zelf, omdat een spray ze verspreidt. Meld ze in een appartement of rijtjeshuis bij de verhuurder of de vereniging van eigenaren, want ze lopen via leidingen en schachten naar de buren.
Beestjeszoeker
Beschrijf wat je ziet: grootte, kleur, waar je het vond en hoeveel. Je krijgt de waarschijnlijke soort, waar hij vandaan komt en wat er werkt. Open de volledige beestjeszoeker
Nalopen bij een klein bruin beestje in huis
Uit de praktijk
De motjes in de keuken komen terug terwijl alle pakken weg zijn
Het symptoom is een grijsbruin motje van 7 tot 10 mm dat twee tot drie weken na een grote opruimbeurt weer 's avonds door de keuken fladdert. Dat past bij de voorraadmot, waarvan de rups om te verpoppen wegkruipt van het voedsel naar een plek waar geen pak staat.
Die poppen zitten in de gaten van de legbordsteunen, in de naad tussen legbord en achterwand, in de bovenrand van de kastdeur en soms in de holle sokkel onder de onderkasten. Wie alleen de pakken weggooit en de planken afneemt, laat ze daar zitten, en uit elke pop komt een nieuw motje.
Zuig de lege kast uit met een smal mondstuk, ook de randen en schroefgaten, en veeg na met een heet sopje. Vangt een feromoonval na drie weken nog motjes, dan ligt er nog een pop of een pak dat je gemist hebt, bijvoorbeeld het vogelvoer in de schuur.
Na het spuiten lopen de kleine bruine mieren op meer plekken
Het symptoom is een geelbruin miertje van ongeveer 2 mm dat eerst alleen bij de vaatwasser liep en na een ronde met een spuitbus opduikt in de badkamer, de meterkast en achter de tegels. Dat past bij de faraomier, een tropische soort die hier alleen binnen overleeft, in de warmte van leidingen en apparaten.
Een kolonie heeft meerdere koninginnen en reageert op een contactspray met knopvorming: ze splitst zich op in nieuwe nesten op andere warme plekken. De spray heeft dan geen nest gedood maar er een paar bij gemaakt.
Wat werkt, is lokaas met een langzaam werkende stof of een groeiregulator op de looproutes, dat weken blijft staan zonder dat je daar schoonmaakt. Via de leidingschacht lopen de mieren naar de buren, dus in een appartement of rijtjeshuis hoort er een melding bij de verhuurder of de vereniging van eigenaren bij.
Er zijn elke ochtend bultjes maar nergens een beestje
Het symptoom is een groepje of rijtje jeukende bultjes op huid die 's nachts tegen het matras lag, zonder dat er overdag iets in bed te vinden is. Dat past bij de bedwants, die 's nachts steekt en zich overdag terugtrekt in naden binnen ongeveer 2 m van de slaapplek.
Het laken afzoeken heeft dan weinig zin. Kijk met een zaklamp in de matrasnaad, langs de lattenbodem, achter het hoofdbord en langs de plint, en zoek naar zwarte stipjes ter grootte van een balpenpunt, lege huidjes en kleine bloedvlekjes.
Vind je niets en zitten de bultjes rond enkels en onderbenen, kijk dan naar vlooien in de mand en het tapijt. Zitten ze in juni of juli op armen, nek en romp in een kamer onder de dakgoot, dan ligt een vogelmijt uit een nest boven het raam meer voor de hand.
Veelgemaakte fouten
Het beestje platdrukken voordat je het bekeken hebt
Een insect van 2 tot 5 mm wordt onder een tissue een bruine veeg zonder kop, poten of vorm. Daarmee ben je precies de kenmerken kwijt waarop je een broodkever van een bedwants en een vlo van een stofluis onderscheidt.
Vang het onder een glas, en moet het toch dood, doe het dan in een dicht potje in de vriezer. Dan blijft het heel en kun je het later nog meten en fotograferen.
Op kleur zoeken in plaats van op beweging
Bij 28 van de 39 beestjes in onze lijst staat bruin of roodbruin als kleur, en onder een lamp van 2700 K lijkt donkergrijs ook bruin. Wie op kleur zoekt, houdt een lange lijst over die niets beslist.
Of het springt, in een spoor loopt, naar het raam vliegt of wegkruipt van het licht, streept met één waarneming het grootste deel van die lijst weg.
Faraomieren of kakkerlakken zelf bespuiten
Een faraomierenkolonie splitst zich na een contactspray op in nieuwe nesten, en Duitse kakkerlakken vluchten dieper de constructie in en naar de buren. De spray haalt weg wat je ziet en maakt de besmetting groter en moeilijker te vinden.
Laat beide met lokaas behandelen door een plaagdierbedrijf, en gebruik zelf alleen lijmvallen om te meten waar ze lopen.
Bij bedwantsen op de bank gaan slapen of het bed buiten zetten
De wantsen volgen de slaper, dus wie naar de bank verhuist, neemt ze mee naar een tweede kamer. Een matras dat door de gang naar buiten gaat, laat onderweg wantsen en eieren achter, en op straat neemt een voorbijganger het zo weer mee naar binnen.
Laat het bed staan, was beddengoed op 60 graden, doe wat niet gewassen kan minstens 72 uur in de vriezer in zakken die je in de slaapkamer dichtknoopt, en bel een plaagdierbedrijf.
Alleen het huisdier tegen vlooien behandelen
Het grootste deel van een vlooienpopulatie zit als ei, larve en pop in tapijt, vloernaden, de mand en de bank, en niet in de vacht. Een middel op het dier doodt wat erop springt, terwijl in de mand de volgende lichting klaarligt.
Behandel het dier via de dierenarts met een middel dat op soort en gewicht is afgestemd, en de woning tegelijk: dagelijks stofzuigen met de zak buiten weg, en mand en dekens op 60 graden, na twee weken nog een keer.
Een feromoonval als bestrijding gebruiken
Een feromoonval tegen kleermot of voorraadmot lokt alleen de mannetjes. De vrouwtjes leggen hun eitjes gewoon, en de larven die al in de kast zitten merken niets van de val.
Gebruik hem als meter: hang hem op na de opruimbeurt en kijk na drie weken of er nog motjes in zitten. Bij de broodkever lost ook geen val het probleem op, dus daar blijft alleen zoeken naar de bron over.
Veelgestelde vragen
Wat is een klein bruin insect in huis meestal?
In de meeste gevallen een voorraadkevertje, een tapijtkever of zijn larve, een motje, een fruitvlieg of een mier. Bol en roodbruin van 2 tot 3,5 mm bij het raam is een brood- of tabakskever, rond met schubjes van 2 tot 3 mm een tapijtkever, en een bruingeel vliegje met rode ogen boven de fruitschaal een fruitvlieg.
Minder vaak, maar met meer haast, gaat het om een bedwants, een kattenvlo, een faraomier of een jonge Duitse kakkerlak.
Hoe kom je van bruine insecten in huis af?
Door de bron te vinden in plaats van de beestjes te bestrijden die je ziet. Haal besmette voorraad weg in een dichte zak, zuig de naden en schroefgaten uit, was textiel op 60 graden of leg het minstens 72 uur in de vriezer, en zet voorraad over in glas of hard plastic met een deksel.
Kijk na drie weken met een lijmval of feromoonval of het minder is. Bedwantsen, Duitse kakkerlakken en faraomieren laat je door een plaagdierbedrijf behandelen.
Welke kleine bruine beestjes in huis bijten of steken?
Van de kleine bruine soorten steken alleen de bedwants en de kattenvlo echt, en een vogelmijt uit een nest in de dakrand bijt in juni en juli. Bedwantsen laten bultjes in een groepje of rijtje achter op huid die tegen het matras lag, vlooien vooral rond enkels en onderbenen.
Voorraadkevers, motjes, fruitvliegen, stofluizen en boekenschorpioenen bijten niet, en de haartjes van een tapijtkeverlarve kunnen bij gevoelige mensen hooguit de huid irriteren.
Wat zijn kleine bruine beestjes in bed?
Een plat roodbruin beestje van 4 tot 5 mm, zo groot als een appelpit, is een bedwants, zeker als je ook zwarte stipjes in de matrasnaad vindt. Een donkerbruin beestje van 2 tot 3 mm dat wegspringt is een vlo, vaak meegekomen met de kat of hond.
Een bruin harig wormpje van 4 tot 5 mm onder het bed is de larve van een tapijtkever, die van wol, veren en dons leeft. De huisstofmijt in het matras is met 0,2 tot 0,4 mm te klein om te zien.
Wat zijn kleine bruine vliegjes in de keuken?
Een bruingeel vliegje van 2 tot 3 mm met rode ogen dat traag boven de fruitschaal hangt, is een fruitvlieg die op de geur van gisting afkomt. Ruim rijp fruit op, leeg het gft-bakje dagelijks en schrob het afvoerputje.
Een grijsbruin motje van 7 tot 10 mm dat 's avonds door de keuken fladdert, is een voorraadmot. Die komt uit muesli, noten, gedroogd fruit of dierenvoer, en de poppen zitten in de schroefgaten en naden van de kast.
Waarom zitten er kleine bruine kevertjes op de vensterbank?
Omdat ze op licht afgaan. Brood-, tabaks-, museum- en tapijtkevers verlaten de plek waar ze opgroeiden en verzamelen zich bij het raam, dus de vensterbank is de vindplaats en niet de haard.
Zoek de bron in de voorraadkast, het specerijenrek, een wollen kleed of tussen de dode vliegen in de lamp. Liggen er geen huidjes of vraatgaten, dan zijn ze in het voorjaar binnengevlogen en is opruimen genoeg; de soorten staan bij kleine kevertjes op de vensterbank en in de voorraad.
Wat is een klein bruin beestje dat springt?
Springt een donkerbruin, zijdelings plat beestje van 2 tot 3 mm tientallen centimeters weg, dan is het een kattenvlo. Leg zwarte korreltjes uit de vacht van je huisdier op vochtig wit papier: lopen ze roodbruin uit, dan is dat opgedroogd bloed en heb je vlooien.
Een beestje van 1 tot 2 mm dat korter springt en op een vochtige badkamervloer of bij een plantenpot zit, is een springstaart, en die wijst op vocht en niet op een plaag.
Zijn kleine bruine insecten in huis gevaarlijk?
De meeste niet voor mensen, wel voor je spullen: voorraadkevers en voorraadmotten vervuilen eten, kleermotten en tapijtkevers vreten wol, en houtwormlarven hollen hout uit. Stofluizen, boekenschorpioenen, oorwurmen en lieveheersbeestjes doen niets.
De uitzonderingen zijn de bedwants en de vlo, die steken, en de Duitse kakkerlak en faraomier, die bacteriën over eten en werkbladen verspreiden. Vlooien kunnen bij huisdieren bovendien lintworm overbrengen.
Komen kleine bruine beestjes in huis door vocht of door slecht schoonmaken?
Door vocht soms, door vuil zelden. Stofluizen, springstaarten en boekenschorpioenen wijzen op een luchtvochtigheid boven ongeveer 60 procent, en houtworm op hout boven ongeveer 12 procent vocht.
Voorraadkevers en voorraadmotten komen mee in een pak uit de winkel, en bedwantsen in een koffer of tweedehands meubel. Schoonmaken helpt wel, omdat het gemorst meel, haren en stof weghaalt waarvan larven leven.
Wat zijn oranjebruine kevertjes die in de herfst bij het raam zitten?
Bijna altijd Aziatische lieveheersbeestjes: bol, 5 tot 8 mm, oranje tot roodbruin met een wisselend aantal stippen. In oktober en november zoeken ze met tientallen tegelijk een kier in het kozijn of de rolluikkast om te overwinteren.
Druk ze niet plat, want ze scheiden een gele vloeistof af die vlekken geeft. Zuig ze op met een kous over de stofzuigerbuis, laat ze buiten los en kit daarna de naad van het kozijn dicht.
Wat is een klein bruin beestje met een tang aan het achterlijf?
Dat is een oorwurm: plat, bruin en 10 tot 15 mm, met een gebogen tang bij het mannetje en een rechte bij het vrouwtje. Hij komt in de zomer en het najaar binnen met wasgoed van de lijn, snijbloemen of fruit, en vreet binnen niets aan.
Zet hem met een glas buiten, want in de tuin eet hij bladluizen. Met de tang maakt hij geen wond.
Wanneer schakel je een plaagdierbedrijf in voor een klein bruin insect?
Bij bedwantsen, Duitse kakkerlakken en faraomieren, omdat zelf spuiten die drie verspreidt en ze in gestapelde woningen via leidingen naar de buren lopen. Meld ze in een huurhuis of appartement ook bij de verhuurder of de vereniging van eigenaren.
Bij twijfel over de soort vul je eerst de vier kenmerken in de opzoekhulp voor beestjes in. Een voorraadkast, een kleed of een zak voer pak je in bijna alle gevallen zelf aan.
Wanneer je beter een vakman belt
Een voorraadkast, een kledingkast of een kleed pak je zelf aan, maar drie kleine bruine insecten niet. Bedwantsen zitten in kieren die je niet bereikt en hun eitjes zijn ongevoelig voor de meeste middelen uit de winkel, dus vraag een plaagdierbedrijf naar een warmtebehandeling of een combinatie van behandelingen met een nacontrole na twee tot drie weken.
Duitse kakkerlakken en faraomieren vragen gel-lokaas op de looproutes en een traject van weken, en in een appartement of rijtjeshuis een melding bij de verhuurder of de vereniging van eigenaren, omdat ze via schachten en leidingen tussen woningen lopen. Vind je houtwormgaatjes met vers boormeel in een dragende balk, laat dan eerst een bouwkundige beoordelen of de doorsnede nog voldoende is.