Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Elektra in huis: schakelaars, schema's en de meterkast

3 gidsen 13 minuten lezen

Een hotelschakeling laat dezelfde lamp vanaf meerdere plekken schakelen: twee wisselschakelaars aan de uiteinden, en per extra bedienpunt één kruisschakelaar ertussen. De fase komt op de common van de eerste schakelaar, tussen de schakelaars lopen steeds twee aders, en de nul gaat buitenom rechtstreeks naar het lichtpunt. Een lichtschakelaar zit in Nederlandse woningen meestal met het hart op 105 cm en een wandcontactdoos op 30 cm, allebei een gewoonte en geen norm. Maakt de meterkast geluid, dan zegt het ritme waar het vandaan komt: een trafo bromt gelijkmatig mee met het net, een klem die loszit knettert onregelmatig en hoort meteen spanningsloos.

Alle gidsen over elektra in huis

Hotelschakeling schema

Een hotelschakeling met drie bedienpunten bestaat uit twee wisselschakelaars aan de uiteinden en één kruisschakelaar ertussen. De fase komt binnen…

Schakelaar aansluiten 3 draden

Drie draden op een schakelaar wijzen meestal op een wisselschakelaar: één gemeenschappelijke klem waar de fase of de schakeldraad op…

Hotelschakelaar aansluiten

Een hotelschakelaar aansluiten komt neer op twee wisselschakelaars aan de uiteinden van de rij en per bedienpunt daartussen één kruisschakelaar.…

Eén lamp vanaf twee, drie of vier plekken bedienen

Een hotelschakeling is een lichtschakeling waarmee je dezelfde lamp vanaf meerdere plekken aan en uit doet, ongeacht de stand van de andere schakelaars. Bij twee bedienpunten heet dat in het vak een wisselschakeling, vanaf drie bedienpunten een kruisschakeling. Hotelschakeling is de naam die in de winkel en op de verpakking wordt gebruikt.

Bij beide doorgangen zit een schakelaar
Bij beide doorgangen zit een schakelaar. Zo zijn de bedieningsplekken in de ruimte goed te zien.

Elektra is het onderdeel van klussen in en om het huis waar de marge het kleinst is. Een verkeerd aangesloten schakeling werkt meestal gewoon, maar laat spanning staan op een plek waar je die niet verwacht, en dat merk je pas bij de eerste lamp die je vervangt.

De rest volgt uit één getal: het aantal plekken waar je het licht wilt kunnen bedienen. Aan de twee uiteinden van de rij komt altijd een wisselschakelaar, en voor elk bedienpunt daartussen komt er precies één kruisschakelaar bij.

Tussen elk paar schakelaars lopen twee aders, in het vak de reizigers genoemd. Een hotelschakeling met 3 schakelaars heeft dus twee van die trajecten, plus de fase naar de eerste schakelaar en de schakeldraad van de laatste schakelaar naar de lamp.

Dat is meteen de kostenpost van deze klus. Het schakelmateriaal is de goedkope kant, het trekken van twee extra aders door een bestaande buis is het werk waar de tijd in gaat.

Aantal bedienpuntenHoe het heetWelke schakelaarsWat er tussen de dozen ligtWaar je dit tegenkomt
1Enkelpolige schakeling1 enkelpolige schakelaarFase erheen, schakeldraad terugEén deur, één kamer
2Wisselschakeling, in de volksmond een hotelschakeling2 wisselschakelaars2 reizigers tussen de twee schakelaarsTrap, slaapkamer, korte gang
3Kruisschakeling2 wisselschakelaars en 1 kruisschakelaar2 reizigers naar de kruisschakelaar en 2 er weer uitLange gang, overloop, kamer met twee deuren
4Kruisschakeling met twee kruisschakelaars2 wisselschakelaars en 2 kruisschakelaarsPer extra bedienpunt komt er een traject van 2 aders bijZolder met twee opgangen, doorlopende hal
5 of meerImpulsrelais, ook wel pulsschakelaar1 relais in de meterkast en drukknoppen1 ader per drukknop plus een gemeenschappelijkeAppartement, kantoor, latere uitbreiding

Welke schakelaar hoort op welke plek in de rij

Een wisselschakelaar en een kruisschakelaar zijn van voren niet uit elkaar te houden: dezelfde wip, hetzelfde afdekraam. Het verschil zit op de achterkant, in het aantal klemmen en in het symbooltje dat erbij staat.

Een losse schakelaar en het afdekraam liggen op tafel
Een losse schakelaar en het afdekraam liggen op tafel. Er zijn geen draden aangesloten.

Een wisselschakelaar heeft drie klemmen: één common en twee wisselcontacten. De wip verbindt de common afwisselend met het ene of het andere wisselcontact, dus er valt nooit een verbinding helemaal weg, hij verspringt alleen.

Een kruisschakelaar heeft vier klemmen in twee paren. In de ene stand lopen de twee aders recht door en in de andere stand kruisen ze elkaar. Daarom kan hij nooit aan het begin of het einde van de rij staan: hij heeft aan beide kanten twee aders nodig.

De aanduiding op de klemmen verschilt per fabrikant. De common heet L, COM, P of 1, en de wisselcontacten dragen cijfers of pijlen. Op de achterkant van elke schakelaar staat het schema van die schakelaar zelf, en dat gaat boven elk algemeen aansluitschema dat je ergens ziet.

Wil je op één plek kunnen dimmen, kies daar dan een dimmer met wisselfunctie en op de andere plekken gewone wisselschakelaars. Twee klassieke dimmers in dezelfde schakeling werken niet, want ze zouden allebei de sinus willen afknijpen van stroom die de ander al heeft bewerkt. Welke klem in de praktijk welke is, staat bij het aansluiten van een hotelschakelaar klem voor klem.

Type schakelaarKlemmenWaaraan je hem herkentWaar hij in de schakeling zit
Enkelpolige schakelaar2Twee klemmen, vaak gemerkt met L en een pijl naar buitenNergens in een hotelschakeling: hij maakt of verbreekt en verspringt niet
Wisselschakelaar3Eén klem apart gemerkt (L, COM of P) en twee klemmen bij elkaarAltijd op het eerste en het laatste bedienpunt
Kruisschakelaar4Vier klemmen in twee paren, met een liggend kruis of vier pijlen op de achterkantAltijd tussen twee wisselschakelaars in, nooit aan een uiteinde
Serieschakelaar3Twee wippen naast elkaar op één sokkel, één gemeenschappelijke klemTwee lampen vanaf één punt los schakelen, niet voor meerdere bedienpunten
Dimmer met wisselfunctie3, net als een wisselschakelaarDraaiknop of drukdimmer met drie klemmen en een opgave van het minimale ledvermogenHooguit één per schakeling, op het eerste of het laatste bedienpunt
Drukknop2, maakcontactDe knop veert terug in plaats van te blijven staanBij een impulsrelais, waar het aantal bedienpunten niet vastligt
Schakelaar met controlelampje3 of 4, afhankelijk van het typeEen venstertje dat oplicht als de lamp uit is, of juist als hij aan isOveral, maar alleen met een nul in de doos als het lampje geen stroom door de lamp mag sturen

Hoe de stroom door een hotelschakeling loopt

Zie de twee reizigers als twee sporen tussen de schakelaars. Op elk moment staat er op precies één van die twee spanning, en de eerste wisselschakelaar bepaalt op welke.

De kruisschakelaar in het midden doet daarna niets anders dan de twee sporen wel of niet omwisselen. Daardoor verspringt de spanning naar de andere ader, en dat is genoeg om de stand van de lamp om te draaien. Zo werkt een hotelschakeling met drie schakelaars zonder dat er ergens een geheugen of een relais aan te pas komt.

De laatste wisselschakelaar kiest welk spoor hij doorverbindt met de schakeldraad naar het lichtpunt. Staat er spanning op het spoor dat hij net gekozen heeft, dan brandt de lamp.

De nul loopt hier helemaal buitenom en gaat rechtstreeks van de lasdoos naar de lamp. Schakel je per ongeluk in de nul in plaats van in de fase, dan gaat de lamp keurig uit terwijl er in de fitting gewoon 230 volt blijft staan.

De aarde gaat mee naar het armatuur zodra daar metalen delen aan zitten die je kunt aanraken. Staat op het armatuur het teken van twee vierkantjes in elkaar, dan is het dubbel geïsoleerd en hoeft de aarde er niet op; die ader laat je dan afgedopt in de doos zitten in plaats van hem af te knippen.

Per bedienpunt dat je erbij wilt, komt er één kruisschakelaar bij en verandert er verder niets aan het principe. Hoe dat per klem en per doos uitpakt, staat in het aansluitschema van een hotelschakeling.

Wat de aders betekenen, ook als er drie zwarte in de doos liggen

In een moderne installatie is bruin de fase, blauw de nul en geelgroen de aarde. Zwart en grijs zijn de aders waarmee geschakeld wordt: een schakeldraad naar de lamp of een reiziger tussen twee schakelaars.

Blauw en geelgroen zijn de enige twee kleuren die vastliggen. Blauw hoort nul te zijn en geelgroen mag nooit iets anders zijn dan aarde, ook niet even, ook niet als het handig uitkomt.

In woningen van voor de jaren zeventig kom je kleuren tegen die niet meer in gebruik zijn: groen zonder geel als aarde, en rood, wit of grijs door elkaar voor fase en schakeldraad. Vertrouw daar dus niet op de kleur en meet elke ader na voordat je iets losneemt.

Drie zwarte draden in één doos is bij een hotelschakeling de normale situatie en geen fout. Het zijn twee reizigers die bij elkaar horen, plus de schakeldraad naar het lichtpunt, en ze horen alle drie bij hetzelfde schakelcircuit.

Uit elkaar houden doe je ze spanningsloos, met de doorbelstand van een multimeter. Verbind aan het andere eind één ader met de aarde, meet in de doos welke van de drie zwarte aders doorverbonden is, en label hem met tape voordat je verder gaat. Welke ader op welke klem hoort als je er drie in handen hebt, staat bij het aansluiten van een schakelaar met drie draden.

De nul ontbreekt in veel schakeldozen, want die is nooit nodig geweest voor een gewone schakelaar. Dat is precies de reden waarom een slimme module niet zomaar achter elke schakelaar past.

AderWat hij nu doetWaar hij naartoe looptWat je in een oudere installatie kunt aantreffen
BruinFase, 230 volt ten opzichte van de nulVan de groep naar de common van de eerste wisselschakelaarRood, zwart of wit, en soms alle drie door elkaar in hetzelfde huis
BlauwNulVan de groep buitenom rechtstreeks naar het lichtpuntGrijs of zwart; blauw als schakeldraad gebruiken mag sinds de harmonisatie niet meer
GeelgroenAardeNaar het armatuur en naar elke metalen inbouwdoos of klemplaatGroen zonder geel, of helemaal afwezig in een lichtgroep van voor de jaren zeventig
ZwartSchakeldraad of reizigerTussen twee schakelaars, of van de laatste schakelaar naar de lampRood of grijs, en bij oude belinstallaties ook wel dun draad in andere kleuren
GrijsTweede reiziger of tweede schakeldraadNaast de zwarte ader door dezelfde buisZelden aanwezig, waardoor er drie zwarte aders in de doos liggen in plaats van zwart en grijs

Op welke hoogte schakelaars, dozen en lichtpunten komen

Bijna niets van wat hieronder staat is een norm. NEN 1010 schrijft voor lichtschakelaars en wandcontactdozen geen hoogte voor en legt alleen in de badkamer zones vast. De maten in de tabel zijn Nederlandse gewoontes, en je volgt ze omdat ze kloppen met hoe je je hand beweegt en waar je meubels staan.

De schakelaar op 105 cm vind je in het donker met je hand op heuphoogte, zonder te zoeken. Voor kinderen en vanuit een rolstoel werkt 90 tot 100 cm beter, en dat is bij een verbouwing een keuze van een halve minuut die twintig jaar meegaat.

Zet de schakelaar aan de sluitzijde van de deur en niet aan de scharnierzijde, anders sta je achter een openstaand deurblad te tasten. Reken op ongeveer 15 cm tussen het kozijn en het hart van de doos, want daar past de deurlijst nog naast.

De aders in de wand lopen niet willekeurig. Ze gaan loodrecht omhoog of omlaag vanaf een schakelaar of een wandcontactdoos en horizontaal in een strook langs plafond en vloer, dus recht boven een schakelaar zit vrijwel altijd een leiding. Boor daar niet zonder leidingzoeker, ook niet voor een schroefje van niets.

Hangt er een armatuur aan een plafond, dan wil je weten welke aders eruit komen en wat het plafond draagt. Bij een gipsplaten plafond hangt het gewicht aan 12,5 mm gips, dus zoek per ondergrond en per kilo op welk bevestigingsmiddel dat plafond echt houdt voordat je de plugjes gebruikt die in de doos van de lamp zaten.

Plan je een hele kamer opnieuw, zet dan eerst de looproutes en de zithoek op papier en pas daarna de bedienpunten, want een schakelaar hoort bij een deur en een stopcontact bij een meubel. Die volgorde staat bij het inrichten van een huis per ruimte, en wie een plattegrond tekent voor een verbouwing vindt bij zelf je huis ontwerpen hoe je zo'n lichtplan opzet.

OnderdeelMaatMarge die werktNorm of gewoonte
Lichtschakelaar, hart boven de vloer105 cm90 tot 110 cmGewoonte. 105 cm is de oude Nederlandse standaard; 90 tot 100 cm werkt beter voor kinderen en vanuit een rolstoel
Schakelaar, hart naast het kozijn15 cm10 tot 20 cmGewoonte. Aan de sluitzijde van de deur, zodat je niet achter het openstaande blad staat
Wandcontactdoos, hart boven de vloer30 cm25 tot 35 cmGewoonte. Achter een dressoir mag hij net zo goed op 15 cm
Wandcontactdoos boven het aanrecht, hart115 cm110 tot 120 cmGewoonte. Dat is 20 tot 30 cm boven het blad; houd minstens 30 cm afstand tot de spoelbak
Wandcontactdoos in de badkamerbuiten 60 cm van bad of douchegeen margeNorm. NEN 1010 verdeelt de badkamer in zones en vraagt voor alle wandcontactdozen een aardlekbeveiliging van 30 mA
Inbouwdoos, hart op hart naast elkaar71 mmvaste maatProductmaat. Hierop passen de tweevoudige en drievoudige afdekramen
Inbouwdoos, diepte40 mm50 tot 60 mm als er een module in moetProductmaat. Een slimme module of een dimmer past zelden in een doos van 40 mm met vier aders erin
Hanglamp in de hal of boven de trap, onderkant210 cm200 tot 230 cmGewoonte. Boven een trap meet je vanaf de hoogste trede die onder de lamp ligt
Hanglamp boven de eettafel, onderkant80 cm boven het blad75 tot 90 cmGewoonte. Laag genoeg voor het blad, hoog genoeg om elkaar aan te kijken
Wandlamp, hart boven de vloer160 cm150 tot 170 cmGewoonte. Ooghoogte, dus in een open kap kijk je recht in de bron
Inbouwspot, afstand tot de wand70 cm60 tot 90 cmGewoonte. Onderling 100 tot 150 cm, afhankelijk van de stralingshoek

Twee of drie lampen op dezelfde schakeling

Wie een hotelschakeling met 2 lampen en 2 schakelaars wil aansluiten, hoeft aan de schakelaars niets te veranderen. De schakeling blijft dezelfde en de lampen komen er parallel achter: elke lamp krijgt de schakeldraad op de fasezijde van de fitting en zijn eigen nul uit dezelfde doos.

Parallel is hier het enige wat werkt. Zet je twee lampen achter elkaar in serie, dan verdelen ze de spanning en branden ze allebei op halve kracht, of ze doen bij led helemaal niets omdat de driver onder zijn ingangsspanning blijft.

Dat schaalt door: drie lampen op hetzelfde circuit is hetzelfde verhaal, en een hotelschakeling met 3 schakelaars en 3 lampen is dus gewoon één kruisschakeling met drie armaturen aan het eind. Ze gaan dan wel altijd samen aan en uit.

Wil je de lampen los van elkaar kunnen bedienen vanaf drie plekken, dan heb je per lamp een eigen schakeling nodig met eigen reizigers, of een impulsrelais per lamp. Eén set draden kan maar één toestand doorgeven.

De belasting is bij led zelden het probleem. Een lichtgroep achter een automaat van 16 A kan 3680 watt aan, twintig ledlampen van 9 watt vragen samen 180 watt, nog geen twintigste daarvan.

Wat wel gebeurt, is dat de automaat afslaat op het moment van inschakelen. Elke led-driver laadt bij het aanzetten zijn condensator in enkele milliseconden op, en twintig drivers samen geven een piek die een snelle automaat leest als kortsluiting. De oplossing zit dan in het verdelen over twee groepen of in armaturen met een lagere inschakelstroom, niet in een zwaardere zekering.

Als er geen ader meer bij kan

In een bestaande woning loopt een derde bedienpunt zelden vast op het schema, maar op de buis. Er moeten twee aders langs de nieuwe plek lopen, en een buis van 16 mm zit met vier of vijf aders in de praktijk vol.

Kijk daarom eerst waar de reizigers lopen. Ligt de nieuwe doos in het traject tussen de twee bestaande schakelaars, dan knip je dat traject open en zet je de kruisschakelaar ertussen. Ligt hij erbuiten, dan moet je vanaf die doos heen en terug, dus twee aders in elke richting.

Lukt dat niet, dan zijn er drie routes die geen nieuwe buis vragen. Een impulsrelais in de meterkast schakelt op een puls van een drukknop, en daarvoor is per knop maar één dunne ader nodig plus een gemeenschappelijke retour.

Een draadloze knop plakt op de wand en stuurt een ontvanger die bij het armatuur of in de plafonddoos zit. Kinetische knoppen halen hun energie uit de druk van je vinger en hebben geen batterij, maar het signaal moet wel door de wand: een gewapende betonvloer haalt het bereik hard omlaag.

De derde route is een module achter de bestaande schakelaar. Die heeft bijna altijd een nul nodig, en juist die ontbreekt in oudere schakeldozen. Modules die het zonder nul doen, gebruiken de lamp zelf als terugweg voor een kleine stroom, en dat is precies waarom er daarna een ledlamp staat na te gloeien.

OplossingWat je ervoor nodig hebtAantal bedienpuntenWaar het op vastloopt
Kruisschakelaar ertussen zettenDe twee reizigers moeten langs de nieuwe doos lopenOnbeperkt uit te breiden, per punt één kruisschakelaarLigt de doos buiten het traject, dan moet je heen en terug trekken: vier aders in plaats van twee
Impulsrelais in de meterkastEen vrije modulebreedte in de kast, drukknoppen en één ader per knopOnbeperkt, ook later nog uit te breidenHet relais klikt hoorbaar in de kast, en na een stroomonderbreking staat de lamp soms in de andere stand
Draadloze knop met ontvangerRuimte in de plafonddoos of in het armatuur voor de ontvangerZoveel knoppen als je wilt koppelenBereik door beton en metalen plafondprofielen, en bij een knop op batterijen een cel die ooit leeg is
Slimme module achter de schakelaarEen nul in de inbouwdoos en een doos van 50 mm diepBediening via de bestaande schakelaar plus app of spraakGeen nul in de doos, of een doos van 40 mm waar de module niet bij de aders in past
Bewegingsmelder als extra puntZicht op de looproute en een instelbare nalooptijdWerkt naast de bestaande schakelaarsEen melder die in serie met een wisselschakeling staat, kan de schakeling blokkeren zodra hij uitgeschakeld is

Wat het symptoom je vertelt als de schakeling niet klopt

Bij een schakeling die niet doet wat je wilt, is het gedrag de diagnose. Elk symptoom wijst op een andere plek in de rij, en dat scheelt het openschroeven van drie dozen.

Begin altijd bij de simpele controle: brandt de lamp als je hem in een andere fitting draait, en staat de groep aan. Daarna pas het schakelmateriaal, want een kapotte ledlamp geeft precies hetzelfde beeld als een losse ader.

Meet met de spanning erop alleen als je weet waar je je handen hebt, en meet liever spanningsloos door te bellen tussen twee punten. De doorbelmeting vertelt je welke ader waar uitkomt, en dat is bij een hotelschakeling meestal de vraag.

Een ledlamp die zwak nagloeit of elke paar seconden kort opflitst, is bijna nooit kapot. Er loopt een kleine stroom door de lamp heen, en de driver spaart die op tot hij even genoeg heeft om te ontsteken.

Wat je zietWat er aan de hand isWaar je kijkt of meet
De lamp doet vanaf geen enkel bedienpunt ietsDe fase komt niet op de common, of de schakeldraad zit op een wisselcontact in plaats van op de commonMeet of er fase staat op de common van de eerste schakelaar, en bel door of de schakeldraad echt bij de lamp uitkomt
De lamp brandt altijdFase en schakeldraad zijn ergens in een doos doorverbonden, of de common en een wisselcontact zijn verwisseldDe lasdoos waar de aders bij elkaar komen, en de klemindeling van de laatste wisselschakelaar
Twee punten werken, het derde doet nietsOp de middelste plek zit een gewone schakelaar in plaats van een kruisschakelaarTel de klemmen: drie is een wisselschakelaar, vier een kruisschakelaar
De middelste schakelaar schakelt onlogischDe paren op de kruisschakelaar staan kruislings in plaats van per paarDe twee inkomende aders horen op één paar te zitten en de twee uitgaande op het andere
Een schakelaar werkt alleen als een andere goed staatDe reizigers zijn niet als paar doorgetrokken, of er staan drie enkelpolige schakelaars in serieHet traject tussen de dozen: beide reizigers moeten door dezelfde buis van doos naar doos lopen
De ledlamp gloeit na of knippert langzaamReststroom door de lamp, uit een controlelampje in de schakelaar, een module zonder nul of capacitieve koppeling in een lange leidingHaal het controlelampje eruit of hang er een ontstoringselement parallel aan de lamp
De aardlekschakelaar klapt eruit zodra je schakeltFase en aarde raken elkaar in een doos, of de nullen van twee groepen zijn ergens doorverbondenAlle dozen op dat traject, en de nulverdeling in de meterkast bij twee aardlekschakelaars
De automaat slaat af op het moment van inschakelenDe gezamenlijke inschakelstroom van de led-driversHet aantal armaturen op deze groep, niet de zwaarte van de zekering

Zoemen, tikken en brommen uit de meterkast

Een meterkast die geluid maakt, is niet per definitie een probleem, maar het ritme van het geluid zegt bijna altijd waar het vandaan komt. Een gelijkmatige bromtoon hoort bij magnetisme, een onregelmatig knetteren bij een verbinding die loszit.

Een zoemend geluid uit de meterkast dat continu doorloopt, komt meestal uit een spoel: de trafo van de deurbel, een voeding van een cv-thermostaat of een led-driver. De wisselstroom wisselt vijftig keer per seconde van richting en trekt de lamellen van de kern twee keer per periode aan, dus je hoort een brom van honderd hertz.

Wordt de trafo van de bel daarbij ook warm, kijk dan eerst naar de belknop. Een drukker die blijft klemmen of een belleiding die ergens kortsluit, houdt de trafo continu onder belasting, en dat is het geval dat echt fout kan gaan.

Een tikkend geluid uit de meterkast met een vast ritme komt van een relais of een schakelklok die in- en uitschakelt. Zit er geen enkel ritme in, klinkt het als knetteren of kraken en ruik je iets scherps of zie je een bruine verkleuring bij een klem, dan is dat een vlamboog en gaat de groep er meteen uit.

Tikt het in het hout van de kast of de vloer eromheen en niet in een component, dan is het geluid vaak niet elektrisch. Hout kraakt als het na een koude nacht opwarmt, en in een oud huis met eiken balken kan een kort tikkend geluid ook een kloppende kever in het hout zijn. Hoe dat klinkt en wat er dan in het hout zit, staat bij het herkennen van kevers in huis.

Het onderscheid maak je onder de balk en niet bij het geluid. Ronde gaatjes van 1 tot 2 mm met een hoopje lichtbruin boormeel eronder wijzen op houtworm, en gaten van 3 tot 4 mm op de grotere soort die je in oude eiken balken vindt. Wat zo'n bruine kever in het hout daar doet, zegt vooral iets over vocht: zonder vochtig hout houdt hij het niet vol.

Wie het onderdeel zoekt, schakelt de groepen één voor één uit en luistert na elke groep. Blijft het geluid staan terwijl alle eindgroepen uit zijn, dan zit het vóór de groepenkast en is het aan de netbeheerder om ernaar te kijken.

Wat je hoortWaar het meestal vandaan komtWat je zelf kunt doenWanneer je niet wacht
Zachte, gelijkmatige brom die altijd doorlooptEen trafo of voeding in de kast: bel, thermostaat, driver of tijdschakelaarOnderdeel voor onderdeel spanningsloos maken tot de toon wegvaltAls de brom samengaat met warmte of een schroeilucht
Zoemen dat luider wordt en een warme beltrafoDe belknop klemt of de belleiding kortsluit, waardoor de trafo onder belasting blijftDe belleiding losnemen; blijft de trafo koud, dan zat het in de knopAls de trafo te heet is om vast te houden
Tikken met een vast ritme, bijvoorbeeld elke secondeEen relais, een schakelklok of een pulserende voeding die in- en uitschakeltKijken welk apparaat op dat ritme reageert door de groepen apart uit te zettenAls het tikken samenvalt met licht dat knippert
Een enkele klik bij het aan- of uitzetten van een apparaatEen relais of magneetschakelaar die zijn werk doetNiets: dit hoort erbijAlleen als de klik in de loop van weken luider wordt
Onregelmatig knetteren, kraken of sissenEen klem of een aansluiting die loszit: er springt een vlamboog overDe groep uitschakelen en niets meer aanzettenMeteen, en zeker bij brandlucht, roetsporen of een bruine verkleuring
Brom die verandert als je dimtDe dimmer knijpt de sinus af en de spoel in de trafo of driver trilt op die steile flank meeEen dimmer kiezen die bij het armatuur past, of een ander armatuurNiet urgent, wel een teken dat dimmer en lamp niet bij elkaar horen
Ruis of ventilatorgeluid dat overdag sterker isDe omvormer van de zonnepanelen, die in een dichte kast zijn warmte niet kwijt kanDe kast laten ventileren; warmte kost de condensatoren in de omvormer jaren levensduurAls de kast van binnen warm aanvoelt of de omvormer terugregelt
Kort tikken in het hout rond de kast, zonder ritmeHout dat werkt bij temperatuurverschil, of een houtboorder in een oude balkKijken naar boormeel en uitvlieggaatjes onder de balkAls er vers boormeel onder ligt en het om een dragende balk gaat

Wat de groep aankan en wanneer de kast aan vervanging toe is

Een eindgroep in een woning hangt achter een automaat van 16 A, en dat komt neer op 3680 watt. Lichtgroepen zijn meestal met 1,5 mm² aangelegd en groepen voor wandcontactdozen met 2,5 mm².

Achter een aardlekschakelaar van 30 mA mogen in een woninginstallatie maximaal vier eindgroepen zitten. Zitten alle groepen achter één schakelaar, dan ligt bij één lekstroom het hele huis eruit en weet je bovendien niet waar de fout zit.

Druk twee keer per jaar op de testknop van elke aardlekschakelaar. Hij hoort dan meteen uit te vallen; doet hij dat niet of blijft hij aarzelen, dan beschermt hij niet meer.

De hoofdzekering vóór de kast is niet van jou. Die zit achter het zegel van de netbeheerder, dus als die eruit vliegt is het wachten op een monteur, en daarom stelt een installateur zware verbruikers altijd zo in dat huis en apparaat samen onder die waarde blijven.

De kast is toe aan vervanging als er nog draaizekeringen in zitten, als er geen aardlekschakelaar is, als er geen groep meer vrij is voor de inductieplaat of de laadpaal, of als je bruine verkleuring bij de klemmen ziet. Een laadpaal krijgt sowieso zijn eigen eindgroep met een aardlekbeveiliging die ook gelijkstroomfouten ziet, en dat past niet in elke bestaande kast.

Een groepenkast vervangen is geen zelfklus: het werk begint vóór de hoofdschakelaar en raakt de aansluiting van de netbeheerder. Het opzoeken van wat je huis nu heeft, kan wel: kijk op de hoofdzekering of er 25, 35 of 40 ampère op staat en of het één fase of drie fasen zijn.

Ophangwijzer

Kies je wandtype en het gewicht van wat je wilt ophangen. Je ziet welke bevestiging het houdt, tot hoeveel kilo, en wat je beter niet doet. Open de volledige ophangwijzer

Veelgestelde vragen

Hoe werkt een hotelschakeling?

De fase komt binnen op de common van de eerste wisselschakelaar. Die zet de spanning op één van de twee reizigers, de aders die naar de volgende schakelaar lopen.

Elke kruisschakelaar onderweg wisselt die twee aders om of laat ze recht doorlopen, waardoor de spanning naar de andere ader verspringt. De laatste wisselschakelaar kiest welke reiziger hij doorverbindt met de schakeldraad naar de lamp. De nul loopt buitenom rechtstreeks naar het lichtpunt en gaat nooit via een schakelaar.

Wat heb je nodig voor een hotelschakeling met 3 schakelaars?

Twee wisselschakelaars en één kruisschakelaar, plus twee reizigers tussen schakelaar 1 en 2 en nog eens twee tussen schakelaar 2 en 3. Daarnaast de fase naar de eerste schakelaar, de schakeldraad van de laatste schakelaar naar de lamp en een nul die rechtstreeks naar het lichtpunt loopt.

Aan gereedschap heb je een tweepolige spanningstester, een multimeter met doorbelstand, een draadstripper en geïsoleerde schroevendraaiers nodig. De spanningstester is het enige stuk dat je niet kunt overslaan.

Welke schakelaar voor een hotelschakeling moet je hebben?

Op het eerste en het laatste bedienpunt een wisselschakelaar met drie klemmen, en op elke plek daartussen een kruisschakelaar met vier klemmen. Een enkelpolige schakelaar met twee klemmen kun je hier nergens gebruiken.

Van voren zien de drie types er hetzelfde uit, dus draai het doosje om en tel de klemmen. Op de achterkant staat ook het schema van dat model, en daar staat welke klem de common is.

Is een hotelschakeling met 3 schakelaars hetzelfde als een kruisschakeling?

In de praktijk wel. Een installateur noemt elke schakeling met drie of meer bedienpunten een kruisschakeling, omdat er minstens één kruisschakelaar in zit.

Hotelschakeling is de naam die in winkels en zoekopdrachten wordt gebruikt, en die slaat net zo goed op de variant met twee bedienpunten, die technisch een wisselschakeling is. Je vraagt dus hetzelfde materiaal, alleen met een ander woord.

Hoe maak je een hotelschakeling met 4 schakelaars?

Precies zoals die met drie, maar met een tweede kruisschakelaar erbij. De rij wordt dan: wisselschakelaar, kruisschakelaar, kruisschakelaar, wisselschakelaar, met tussen elk paar twee reizigers.

Het aantal aders groeit dus mee: bij vier bedienpunten liggen er drie trajecten van twee aders tussen de dozen. Zit er geen ruimte meer in de buis, dan is een impulsrelais met drukknoppen vanaf ongeveer dit aantal punten eenvoudiger dan doortrekken.

Hoe sluit je een hotelschakeling met 2 lampen en 2 schakelaars aan?

Aan de schakelaars verandert er niets: twee wisselschakelaars, twee reizigers ertussen, fase op de eerste common en de schakeldraad vanaf de laatste common naar de lampen.

De twee lampen komen parallel achter die schakeldraad. Beide fittingen krijgen de schakeldraad op de fasezijde en allebei hun eigen nul uit dezelfde doos. In serie zetten werkt niet: dan verdelen ze de spanning en blijven ze donker of branden ze half.

Kun je 3 lampen met 3 schakelaars bedienen?

Ja, zolang de drie lampen samen aan en uit mogen. Je maakt dan één kruisschakeling en hangt de drie armaturen parallel aan de schakeldraad, met voor elk armatuur een nul uit dezelfde doos.

Wil je de lampen los van elkaar kunnen schakelen vanaf drie plekken, dan heb je drie complete schakelingen naast elkaar nodig of een impulsrelais per lamp. Eén stel reizigers kan maar één toestand overbrengen.

Wat betekenen 3 zwarte draden in de schakeldoos?

Meestal zijn het twee reizigers die bij elkaar horen plus de schakeldraad naar het lichtpunt, of de fase plus twee reizigers. Zwart is de kleur voor schakelen, en als grijs ontbreekt worden ze alle drie zwart uitgevoerd.

Uit elkaar halen doe je ze spanningsloos: verbind aan het andere eind één ader met de aarde en bel in de doos door welke van de drie meedoet. Label elke ader met tape zodra je weet wat hij is, want na het losnemen zie je het verschil niet meer.

Waar vind je een aansluitschema dat bij jouw schakelaar past?

Op de achterkant van de schakelaar zelf. Daar staat het schema van dat model met de klemaanduiding die de fabrikant gebruikt, en die gaat boven elk algemeen schema, want de letters verschillen per merk.

Een algemeen schema van een hotelschakeling laat de logica zien: welke ader bij welke functie hoort en in welke volgorde de schakelaars staan. De vertaalslag naar jouw klemmen maak je met de aanduiding op het materiaal dat je in huis hebt.

Kun je een bestaande wisselschakeling uitbreiden naar drie bedienpunten?

Dat kan als de nieuwe doos in het traject tussen de twee bestaande schakelaars ligt. Je knipt de twee reizigers daar open en zet er een kruisschakelaar tussen, waarbij de twee inkomende aders op één paar komen en de twee uitgaande op het andere.

Ligt de nieuwe plek buiten dat traject, dan moet je er heen en terug: vier aders in plaats van twee. Zit de buis vol, dan is een draadloze knop of een impulsrelais vaak sneller dan hakken en opnieuw trekken.

Mag je zelf een hotelschakeling maken in Nederland?

Aan je eigen installatie mag je werken; er is voor een particulier geen verplichte erkenning. Het werk moet wel voldoen aan NEN 1010, de norm voor laagspanningsinstallaties, en bij schade kijkt een verzekeraar naar de staat van de installatie.

De grens ligt bij de groepenkast en alles daarvoor. Een groep bijplaatsen, de kast vervangen of aan de hoofdaansluiting komen is werk voor een installateur, want de hoofdzekering zit achter het zegel van de netbeheerder.

Waarom zoemt mijn meterkast?

Een zoemend geluid dat gelijkmatig doorloopt, komt bijna altijd uit een spoel: de beltrafo, een voeding of een led-driver. De wisselstroom wisselt vijftig keer per seconde van richting en trekt de kern twee keer per periode aan, dus de toon zit op honderd hertz en blijft altijd gelijk.

Wordt het luider en voelt het onderdeel warm, kijk dan naar de belasting erachter: een belknop die klemt houdt de trafo continu aan het werk. Zet de groepen één voor één uit om te horen bij welke het geluid wegvalt, en laat het nakijken zodra er warmte of een schroeilucht bij komt.

Wat betekent een tikkend geluid in de meterkast?

Tikken met een vast ritme hoort bij iets wat schakelt: een relais, een schakelklok of een voeding die pulseert. Dat is op zichzelf normaal, zolang het ritme gelijk blijft en er geen warmte bij komt.

Onregelmatig knetteren of kraken is iets anders. Dat is een klem die loszit en waar een vlamboog overspringt, en dan gaat de groep er meteen uit. Komt het tikken uit het houtwerk om de kast heen en niet uit een component, dan kan het ook hout zijn dat werkt of een kever in een oude balk.

Hoe vind je uit welk onderdeel in de meterkast geluid maakt?

Schakel de eindgroepen één voor één uit en luister na elke groep een halve minuut. Valt het geluid weg bij een bepaalde groep, dan zit de bron in wat aan die groep hangt en niet in de kast zelf.

Blijft de meterkast geluid maken terwijl alle eindgroepen uit staan, dan zit het vóór de groepenkast, bij de meter of de aansluiting, en is het aan de netbeheerder. Haal in dat geval nooit zelf een afdekking weg die verzegeld is.

Werkt een dimmer in een hotelschakeling?

Ja, op één plek. Op dat bedienpunt komt een dimmer met wisselfunctie en op de andere plekken blijven gewone wisselschakelaars staan. Twee klassieke dimmers in dezelfde schakeling werken niet naast elkaar.

Let bij led op de opgave van de dimmer: die heeft een minimaal en een maximaal vermogen, en een enkele ledlamp van een paar watt komt vaak onder de ondergrens uit. Dat is de reden dat een gedimde ledlamp gaat flikkeren of niet meer wil ontsteken.

Waarom knippert een ledlamp die op een wisselschakeling zit?

Er loopt een kleine stroom door de lamp terwijl de schakelaar open staat. Dat komt van een controlelampje in de schakelaar, van een slimme module zonder nul, of van capacitieve koppeling tussen aders die meters lang naast elkaar in dezelfde buis liggen.

Een gloeilamp liet die stroom ongemerkt wegvloeien. Een led-driver spaart hem op tot hij kan ontsteken, en flitst daardoor kort op. Het controlelampje verwijderen, een module met nul kiezen of een ontstoringselement parallel aan de lamp hangen lost het op.

Op welke hoogte komt een lichtschakelaar en een stopcontact?

Een lichtschakelaar zit in Nederland meestal met het hart op 105 cm boven de vloer en ongeveer 15 cm naast het kozijn, aan de sluitzijde van de deur. Een wandcontactdoos zit met het hart op 30 cm, en boven een aanrechtblad op 115 cm.

Dat zijn gewoontes en geen normen: NEN 1010 schrijft die hoogtes niet voor. De enige harde regel in dit rijtje is de badkamer, waar binnen 60 cm van bad of douche geen wandcontactdoos mag zitten en alles achter een aardlekbeveiliging van 30 mA hoort.

Kunnen kleine beestjes in de meterkast kwaad?

Voor de installatie zelf zelden. Een meterkast is droog en warm, en dat trekt vooral soorten aan die van stof en kruimels leven; ze veroorzaken geen kortsluiting in gesloten schakelmateriaal.

Vind je er regelmatig kevertjes, kijk dan naar vocht en naar de kruipruimte eronder, want de meterkast heeft vaak een open doorvoer naar beneden. Welke soort je voor je hebt en waar hij vandaan komt, zoek je op bij de kleine kevertjes die je binnen tegenkomt.