Planten in huis: plek, licht en pot

Of een plant het op zijn plek doet, hangt af van licht, pot en gewicht. Vlak achter het glas valt bij bewolking 1.000 tot 2.000 lux op het blad en drie meter verderop nog 100 tot 300, dus de meeste kamerplanten horen binnen 2 m van het raam met hun blad boven de vensterbank. Reken voor natte potgrond met een kilo per liter, en weet dat een wandarm van 30 cm ongeveer drie keer dat gewicht aan de bovenste plug laat trekken. In een tuin op het noorden legt de schaduw van het huis de indeling vast: bij een goot op 6 m reikt die om het middaguur in juni 330 cm de tuin in en in maart en september 770 cm.
Alle gidsen over planten & groen
Planten ideeën woonkamer
Een plant voor de woonkamer kies je bij de plek en niet andersom: vlak bij een raam op het zuiden…
Balkon inrichten met planten
Een balkon richt je met planten in per plek en niet per balkon. Tel eerst de uren zon op de…
Tuin inrichten met planten
Een tuin richt je met planten in door eerst per plek de uren zon en de grondsoort vast te leggen,…
Welke plantvraag bij welke plek hoort
Een plant die het ergens niet doet, staat bijna altijd op een plek met te weinig licht, in een pot waar het water niet uit kan, of hij hangt aan een bevestiging die zijn natte gewicht niet houdt. Die drie vragen lopen door elke plek in huis heen, van een monstera naast de bank tot een bak op een noordbalkon.
Planten zijn de laatste stap in de decoratielaag van een interieur, na het licht, de wanden en de losse objecten. Dat is geen rangorde maar een volgorde: de plek van een plant volgt uit het daglicht, en dat daglicht verandert niet als je er een lijst of een vaas bij zet.
Zoek in de tabel je eigen situatie op. Gaat het om soorten en opstellingen per hoek van de woonkamer, dan staan die bij plantideeën voor de woonkamer. Voor buiten zijn er twee aparte uitwerkingen: een balkon inrichten met planten en borders en bomen voor de tuin kiezen.
Wat hier overblijft, zijn de vragen die over alle plekken heen gaan. Hoeveel lux er echt op het blad valt, welke soort bij welke windrichting hoort, wat een natte pot weegt, waar de beestjes in de potgrond vandaan komen, en wat je doet met gedroogde bloemen en vazen die geen water meer nodig hebben.
| Waar de plant komt | Wat de keuze bepaalt | Waar het meestal op misgaat |
|---|---|---|
| Vensterbank of binnen 1 m van het raam | De windrichting van het raam en de radiator eronder | Directe zon achter glas op het zuiden of westen verbrandt blad dat niet aan zon gewend is |
| Midden of achterin de woonkamer, 2 tot 4 m van het raam | De hoeveelheid licht, die hier op 100 tot 300 lux kan uitkomen | Een soort met halfschaduw op het label die hier in een half jaar kaal wordt |
| Slaapkamer | Het licht overdag en een koele kamer van 16 tot 18 graden | Te vaak gieten: in een koele kamer droogt de grond trager |
| Badkamer met raam | Hoge luchtvochtigheid en een klein raam, vaak van matglas | Matglas verstrooit het licht, dus soorten van het zuidraam groeien er niet |
| Badkamer zonder raam | Alleen lamplicht, en dat is voor een plant te weinig | Elke levende plant gaat achteruit en droogbloemen worden slap van de damp |
| Hangend aan plafond of wand | Het natte gewicht en de ondergrond achter de plug | Een wandarm waarvan de hefboom de bovenste plug uit de wand trekt |
| Balkon | Windrichting, wind op hoogte en het gewicht van de bakken | Potgrond die in een dag uitdroogt en zware bakken aan de buitenrand |
| Tuin op het noorden | De schaduw van het huis, die per seizoen een andere lengte heeft | Zitplek en planten tegen de gevel, waar van oktober tot maart geen zon komt |
| Vaas met droogbloemen | Zon en luchtvochtigheid | Kleur die in de zon verbleekt en stelen die in vochtige lucht doorbuigen |
Hoeveel licht een plant binnen echt krijgt
Je oog past zich aan het licht aan en meet daardoor niet. Een woonkamer die om drie uur 's middags licht aanvoelt, zet achterin vaak maar een paar honderd lux op het blad, terwijl de meeste kamerplanten pas groeien bij enkele duizenden.
Buiten haal je op een bewolkte dag 5.000 tot 20.000 lux en in de volle zon tot 100.000. Vlak achter het glas blijft daar bij bewolking zo'n 1.000 tot 2.000 lux van over, en drie meter verderop vaak nog 100 tot 300 lux. Dat verval komt doordat je vanaf die plek nog maar een klein stuk hemel door het raam ziet, en de hemel is de lichtbron.
Als vuistregel komt bruikbaar daglicht 2 tot 2,5 keer de hoogte van de bovenkant van het raam de kamer in. Bij een raam tot 220 cm is dat 4,5 tot 5,5 m, maar dat is licht om bij te lezen en niet om bij te groeien: voor de meeste kamerplanten ligt de grens rond de helft van die afstand.
In de winter zakt het nog verder. De zon staat midwinter nog geen 15 graden hoog, de dag duurt geen 8 uur en de lucht is vaker grijs, dus een plant die in juni op 2 m van het raam goed stond, staat daar in december in de schemer. Blad dat in november geel wordt en valt, is dan meestal geen ziekte maar een plant die zijn verbruik aan het licht aanpast.
Lamplicht vult dat niet aan. Een goed verlichte woonkamer haalt 's avonds 100 tot 200 lux, en op een blad dat 2 m onder de plafondlamp staat komt nog minder aan. Wil je het weten, meet dan op een grijze middag met een luxmeter op de plek van het blad; een meetapp op een telefoon zit er een flink stuk naast, maar het verschil tussen 300 en 3.000 lux ziet hij wel.
| Plek in de kamer | Licht op het blad bij bewolking | Wat daar blijft groeien | Wat daar niet werkt |
|---|---|---|---|
| Direct achter glas op het zuiden of westen | Tienduizenden lux in de zonvlek, 1.000 tot 2.000 zonder zon | Cactussen, vetplanten, olijf, yucca, strelitzia | Calathea, varens en ander dun blad: dat verbrandt achter glas binnen een paar dagen |
| Direct achter glas op het noorden of oosten | 1.000 tot 2.000 lux, op het oosten 's ochtends meer | Monstera, pothos, philodendron, orchidee, pilea, calathea | Cactussen en olijf: die rekken uit naar het licht en worden slap |
| 1 tot 2 m van een groot raam | Ongeveer 500 tot 1.000 lux | Zamioculcas, sansevieria, aspidistra, pothos, varens | Bloeiende planten: ze houden hun bloei nog even, maar zetten geen nieuwe knoppen |
| 3 m of meer van het raam | 100 tot 300 lux | Op den duur geen enkele soort, wel een plant die je elke maand wisselt met een lichtere plek | Alles wat moet groeien: de plant teert een half jaar op zijn reserves |
| Naast het raam, in de muurdam | Een fractie van wat voor het glas valt | Zamioculcas, aspidistra en pothos, dicht bij de rand van het glas | De hoek lijkt licht omdat de wand ernaast licht is, maar het blad ziet geen hemel |
| Op de vloer onder de vensterbank | Minder dan op 1 m van het raam, want de borstwering houdt het licht tegen | Een hoge plant waarvan de kruin boven de vensterbank uitkomt | Een lage plant: die staat in de schaduw van de muur onder het raam |
Welke planten bij welke raamrichting horen
De windrichting bepaalt twee dingen tegelijk: hoeveel licht er binnenkomt en of dat licht direct is. Voor een plant weegt het tweede even zwaar als het eerste, want directe zon achter glas brengt ook warmte mee.
Op het noorden komt vrijwel geen directe zon binnen, alleen diffuus hemellicht dat de hele dag gelijk blijft. Tussen eind maart en eind september valt er vroeg in de ochtend en laat in de avond kort schuin licht op het glas. Dat maakt het noorden de rustigste plek voor planten met dun blad die geen zon verdragen, zolang ze dicht bij het raam staan.

Op het oosten komt de zon vanaf zonsopkomst binnen en is hij rond half twee zomertijd weg. Die ochtendzon is zacht en koel genoeg voor bijna elke kamerplant, en daarom doen de meeste soorten het op het oosten het best.
Het zuiden levert veel en hard licht: in de winter laag en tot diep in de kamer, in de zomer zo hoog, ruim 60 graden, dat een overstek of een balkon erboven de zon tegenhoudt. Het westen is voor een plant de heetste plek, omdat de middagzon laag en horizontaal binnenkomt terwijl de kamer al de hele dag warmte heeft opgenomen.
Een plant uit een beschaduwde kas is niet aan volle zon gewend. Op een zuid- of westraam kan het blad die lichtenergie niet kwijt en krijgt het binnen een paar dagen bruine, papierachtige vlekken aan de kant van het glas. Laat zo'n plant twee weken op een meter van het raam wennen, of hang een vitrage op 5 cm van het glas die de zon verstrooit.
Voor buiten gelden dezelfde richtingen, zonder glas ertussen en met wind erbij. De rechterkolom van de tabel gaat daarom over potten en bakken op een balkon of terras.
| Raam op | Licht en zon | Binnen, bij het raam | Buiten, op balkon of terras |
|---|---|---|---|
| Noorden | Diffuus hemellicht, alleen in de zomer kort lage zon vroeg en laat | Calathea, varens, pothos, philodendron, aspidistra, zamioculcas | Hosta, varens, hortensia, heuchera, fuchsia, begonia |
| Noordoosten en noordwesten | Grotendeels noordlicht, in het zomerhalfjaar een uur of twee lage zon | Monstera, orchidee, pilea, begonia en de soorten van het noorden | Hortensia en Japanse esdoorn, die geen volle middagzon willen |
| Oosten | Ochtendzon tot rond half twee zomertijd, daarna hemellicht | Monstera, ficus, orchidee, pilea, strelitzia op een meter van het glas | Fuchsia, begonia en bloeiende heesters die geen droogte verdragen |
| Zuidoosten | Zon van zonsopkomst tot in de vroege middag, het hele jaar | Bijna alles, met vitrage voor dun blad in juni en juli | Vaste planten, kruiden en kleinfruit in een grote bak |
| Zuiden | Directe zon, in de winter laag en diep, in de zomer hoog en kort binnen | Cactussen, vetplanten, olijf, yucca, strelitzia, citrus | Lavendel, rozemarijn, tijm, salie, pelargonium, olijf |
| Zuidwesten en westen | Middag- en avondzon, laag en warm, de heetste kant van het huis | Vetplanten, sansevieria, ficus elastica, olijf; dun blad alleen achter vitrage | Lavendel, siergrassen, pelargonium; potten dagelijks nakijken in juli |
Op welke hoogte een plant voor het raam moet staan
Licht komt door het glas, en het glas begint pas boven de borstwering. In de meeste woningen ligt de vensterbank binnen op 85 tot 110 cm, dus alles wat lager staat, staat in de schaduw van de muur onder het raam.
Een plant van 50 cm hoog op de vloer voor een raam met een vensterbank op 90 cm ziet door het glas alleen een steil stuk lucht. Zet je dezelfde plant op een standaard van 60 cm, dan komt zijn blad in de glasopening en kijkt hij recht naar de hemel. Dat verschil zie je binnen een seizoen aan de stengels, die op de vloer schuin naar het raam gaan groeien.
Op de vensterbank zelf is de diepte de beperking. Een vensterbank binnen is gangbaar 15 tot 30 cm diep, en vanaf 20 cm staat een pot er stabiel op; de gangbare maten van vensterbank, vitrage en radiator zoek je op in de maatwijzer met hoogtes en diepten in huis. Op een bank van 20 cm is een pot van 17 cm met een schotel van 20 cm het maximum, want een grotere pot steekt over de rand waar je hem met een gordijn of je elleboog afstoot.
Hangende planten volgen dezelfde logica van boven. Een hangpot met de onderkant rond 180 cm zit in het bovenste deel van de glasopening en krijgt daar veel hemellicht, maar hangt ook precies waar een gordijn langs moet. Hang hem daarom voor een raam met een plissé of rolgordijn in de dag, dat niet opzij hoeft te schuiven.
De hoogte bepaalt ook hoe je de plant ziet. Blad tussen 140 en 170 cm lees je als een groen vlak op ooghoogte; blad onder kniehoogte zie je van bovenaf, en dan zie je vooral de grond en de rand van de pot.
Wat een natte pot weegt en welke standaard dat houdt
Potgrond weegt droog weinig en nat veel, omdat veen en kokos hun eigen volume aan water opzuigen. Reken voor de zekerheid met een kilo per liter natte grond, en tel het gewicht van de pot erbij: een terracotta pot van 30 cm doorsnede weegt leeg al 4 tot 6 kilo.
Een plantenstandaard beoordeel je op drie maten: het draagvermogen per plank, de breedte van de voet en de hoogte. Dat geldt voor een Quvio plantenstandaard net zo goed als voor elk ander merk. Staat er geen draagvermogen in de productomschrijving, dan weet je niet wat de plank houdt, en een pot van 30 cm met natte grond vraagt al 15 tot 20 kilo.
Stabiliteit is een kwestie van zwaartepunt. Een hoge, smalle standaard met een zware pot bovenop kiept zodra het zwaartepunt buiten de voet komt, en een plant die naar het licht groeit, hangt na een seizoen schuin en trekt dat zwaartepunt mee naar het raam. Wij houden als vuistregel aan dat de voet minstens zo breed is als de pot, en bij een standaard boven 60 cm breder dan de pot.
Bij een etagère met drie of vier planken gaat de zwaarste pot onderaan. Dan zakt het zwaartepunt en draagt de onderste plank, die meestal het dichtst bij de poten zit, het grootste gewicht.
Het water bepaalt of de vloer het overleeft. Zet onder elke pot een schotel die 2 tot 3 cm breder is dan de pot, en leg vilt of een onderzetter met pootjes tussen schotel en vloer zodat er lucht onder kan. Eikenhout kleurt zwart onder een natte metalen poot, omdat het looizuur in eiken met ijzer reageert, en onder een schotel die altijd vochtig is wordt het grijs.
| Pot of bak | Inhoud | Gewicht met natte grond | Wat eronder of erachter moet |
|---|---|---|---|
| Kweekpot 12 cm | Ongeveer 1 liter | 1 tot 1,5 kg | Elke vensterbank; aan de wand volstaat een X-haak in stuc of gipsplaat |
| Kweekpot 17 cm | 2 tot 3 liter | 3 tot 4 kg | Een vensterbank vanaf 20 cm diep; hangend een plug met schroef |
| Pot of hangpot 21 tot 24 cm | 5 tot 7 liter | 6 tot 9 kg | Nylon plug in steen of beton, kiepplug in gipsplaat, en een wandarm met lange voetplaat |
| Pot 30 cm | 12 tot 15 liter | 15 tot 20 kg, in terracotta 4 tot 6 kg meer | Een standaard met opgegeven draagvermogen, of gewoon de vloer |
| Pot 40 cm | 30 tot 35 liter | 35 tot 45 kg | De vloer, op een onderzetter met wielen als je hem wilt kunnen verplaatsen |
| Balkonbak 80 cm | 20 tot 25 liter | 25 tot 30 kg | Een bakhouder die om de balustrade klemt, aan de binnenkant |
| Plantenbak 100 bij 40 bij 40 cm | Ongeveer 140 liter grond | 130 tot 160 kg | Tegen de gevel op het balkon, niet aan de buitenrand |
Hangplanten aan plafond en wand, waar de hefboom telt
Een hangplant is het zwaarst direct na het gieten. Het water loopt pas na een half uur uit de pot, en in een sierpot zonder gat loopt het er helemaal niet uit, dus hangt er elke week een paar keer een kilo extra aan dezelfde plug.
Aan het plafond hangt dat gewicht recht naar beneden. In een massief betonnen plafond houdt een nylon plug met schroef het ruim. In een kanaalplaatvloer boor je vaak in een hol kanaal, en daar spreidt een gewone plug in de lucht: schiet de boor na een paar centimeter ineens door, dan hoort er een kiepplug of een plafondanker voor holle vloeren in.
Aan de wand is het gewicht zelden het probleem en de hefboom bijna altijd. Een wandarm die de pot 30 cm van de muur houdt, met twee schroeven 10 cm boven elkaar, trekt de bovenste plug met ongeveer drie keer het gewicht van de pot uit de wand: 30 gedeeld door 10. Een hangpot van 6 kilo vraagt aan die bovenste plug dus zo'n 18 kilo trekkracht, meer dan een kiepplug in gipsplaat per punt houdt.
Kies bij een wandarm daarom een voetplaat waarop de schroeven verder uit elkaar zitten, of een arm die minder ver uitsteekt. Bij 20 cm tussen de schroeven halveert de trekkracht, en bij een arm van 15 cm ook.
De kilo's in de tabel komen uit onze eigen gegevens per wand en liggen bewust onder de fabriekswaarden, omdat die uit een testopstelling komen en niet uit jouw muur. Plakstrips, montagetape en montagekit houden per punt hooguit 1 tot 4 kilo en horen niet onder een plant: het vocht uit de pot en het wisselen van warm en koud bij een raam verzwakken de lijmlaag.
| Ondergrond | Wat daar houdt | Per punt, recht naar beneden | Hangpot aan een wandarm van 30 cm |
|---|---|---|---|
| Beton, wand of plafond | Nylon plug met schroef | 25 kg | Tot ongeveer 8 kg |
| Kalkzandsteen | Nylon plug met schroef | 20 kg | Tot ongeveer 6 kg |
| Baksteen of gestuukte steen | Nylon plug met schroef, in de steen en niet in de voeg | 15 kg | Tot ongeveer 5 kg |
| Gasbeton | Gasbetonplug | 10 kg | Tot ongeveer 3 kg |
| Gipsplaat | Kiepplug, of een schroef in de houten regel erachter | 12 kg in de plaat, 15 kg in de regel | Tot ongeveer 4 kg in de plaat, 5 kg in de regel |
| Holle bouwsteen | Kiepplug | 10 kg | Tot ongeveer 3 kg |
| Hout of multiplex | Houtschroef direct in het hout | 30 kg | Tot ongeveer 10 kg |
| Elke wand | Plakstrip, montagetape of montagekit | 1 tot 4 kg | Niet gebruiken onder een plant |
Waarom een kamerplant eerder verdrinkt dan uitdroogt
Wortels hebben lucht nodig. In potgrond die blijvend nat is, zitten de poriën vol water in plaats van lucht, de fijne wortels sterven af, en de plant laat zijn blad hangen alsof hij droog staat. Wie dat symptoom leest als dorst en nog eens giet, maakt het erger.
De sierpot is daarbij de grootste boosdoener. Een plant uit de winkel zit in een kweekpot met gaten, en die zet je in een sierpot zonder gat; het overtollige water blijft onderin staan, uit het zicht, en de onderste centimeters van de kluit staan in een badje. Til de kweekpot een half uur na het gieten uit de sierpot en giet het water af, of zet hem op een laag kleikorrels van 2 tot 3 cm zodat de kluit boven het water blijft.
Giet op de grond en niet op de kalender. Steek een vinger in de pot: is de bovenste 2 cm droog, dan geef je water tot het onderuit loopt, en is hij nog vochtig, dan wacht je. Een pot die je optilt vertelt het ook, want een droge kluit van 17 cm weegt ongeveer een kilo minder dan een natte.
Het materiaal van de pot verandert hoe snel dat gaat. Terracotta is poreus en verdampt water door de wand, dus de grond droogt merkbaar sneller; geglazuurd aardewerk en kunststof houden het vocht vast. Terracotta werkt daardoor goed voor vetplanten en voor wie graag giet, kunststof op een zonnig balkon waar een poreuze pot in juli in een dag uitdroogt.
Verpot pas als de wortels onderuit groeien of de kluit meer wortel dan grond is, en ga dan één maat omhoog: 2 tot 4 cm doorsnede erbij. In een veel te grote pot blijft rond de wortels een ring natte grond liggen waar geen wortel bij komt, en daar begint de rot.
Een witte korst op terracotta en op de grond is kalk en zout uit het gietwater dat achterblijft als het water verdampt. Spoel de pot een paar keer per jaar door met ruim water tot het onderuit loopt, dan gaan de zouten met dat water mee.
Beestjes in de potgrond en op het blad
De meeste beestjes rond een kamerplant zeggen iets over de omstandigheden en niet over de plant. Zwarte vliegjes uit de grond betekenen dat de grond te lang nat blijft, fijne spinsels onder het blad dat de lucht te droog is.
De varenrouwmug is het bekendste geval. Het tengere zwarte muggetje van 2 tot 4 mm vliegt op zodra je water geeft, en de larve van ongeveer 5 mm met een zwarte kop leeft in de bovenste centimeters vochtige potgrond. Eieren en larven komen mee met verse grond of een nieuwe plant, en ze blijven zolang je bovenop de grond giet.
De aanpak is drogen. Laat de bovenste 2 cm tussen twee beurten echt uitdrogen, giet van onderen via de schotel en giet die na een half uur af, en leg 1 cm grof zand of lavakorrels op de grond zodat het vrouwtje er geen eitjes in kwijt kan. Gele plakvallen vangen de volwassen muggen en laten zien of het minder wordt, en aaltjes van de soort Steinernema feltiae in het gietwater pakken de larven zelf aan.
Springstaarten zijn witte of grijze beestjes van 1 tot 2 mm die wegspringen als je de pot optilt. Ze eten schimmeldraden en dood plantmateriaal en doen de plant geen kwaad; minder gieten is het hele antwoord.
Op het blad liggen de problemen anders. Spint, wolluis en trips zuigen plantensap en vermenigvuldigen zich het snelst in de warme, droge lucht van een verwarmde kamer in de winter. Spoel een aangetaste plant af onder de douche, zet hem apart van de andere planten en kijk na een week de onderkant van het blad opnieuw na, want één ronde haalt de eitjes niet weg.
| Wat je ziet | Wat het is | Wat het zegt over de plek | Wat je doet |
|---|---|---|---|
| Zwarte muggetjes die opvliegen bij het gieten | Varenrouwmug | De grond blijft te lang nat | Bovenste 2 cm laten drogen, 1 cm grof zand erop, gele plakval ernaast |
| Witte springende beestjes op natte grond of in de schotel | Springstaart | Te veel vocht in pot en schotel | Minder gieten en de schotel na een half uur leeggieten |
| Fijne spinsels en lichte stipjes op het blad | Spint | Droge, warme lucht, vaak boven een radiator | Afspoelen, apart zetten en weg van de radiator |
| Witte pluizige plukjes in de bladoksels | Wolluis | Vaak meegekomen met een nieuwe plant | Plukjes wegnemen met een wattenstaafje met spiritus en de plant apart zetten |
| Zilverige strepen en zwarte puntjes op het blad | Trips | Droge lucht en een warme plek | Afspoelen, blauwe plakval erbij en na een week herhalen |
| Kleverig blad met zwarte aanslag | Luis of dopluis, met roetdauw op de kleverige afscheiding | Luis die zich ongestoord kon uitbreiden | Dopjes wegschrapen en het blad afwassen |
| Witte korst op de grond en de pot | Kalk en zout uit het gietwater | Geen beestje: het water verdampt en de mineralen blijven | De pot doorspoelen tot het water onderuit loopt |
| Grijs pluis op de bovenste laag grond | Schimmel | Grond die niet droogt en weinig luchtbeweging | Bovenste laag vervangen en minder gieten |
Planten voor een tuin of balkon op het noorden
Een tuin op het noorden ligt in de schaduw van je eigen huis, en die schaduw heeft elk seizoen een andere lengte. Om het middaguur staat de zon in juni ruim 60 graden hoog, in maart en september 38 graden en in december nog geen 15. Bij een rijtjeshuis met de goot op 6 m reikt de schaduw daardoor in juni 330 cm de tuin in, in maart en september 770 cm en in december ruim 23 m.
Dat verdeelt de tuin in stroken. Tegen de gevel komt het hele jaar geen middagzon, in het midden alleen van april tot augustus, en achterin van maart tot september. Een hoger huis of een dakkapel schuift elke grens naar achteren.
De achterschutting kijkt naar het zuiden en is daarmee de warmste plek van de tuin. Daar horen de zitplek, de klimplanten die moeten bloeien en alles wat je wilt oogsten; tegen de gevel horen de planten die schaduw en koele, vochtige grond aankunnen. Hoe je borders en bomen over de hele tuin verdeelt, werken we apart uit bij het beplanten van een tuin, van border tot boom.
Een balkon op het noorden ligt aan de schaduwkant van de gevel. De zon komt er alleen in het zomerhalfjaar vroeg in de ochtend en laat in de avond schuin langs, dus voor bakken gelden de soorten uit de schaduwstrook, aangevuld met fuchsia, begonia en heuchera die het in een pot goed doen. Hoe je die bakken over vloer en balustrade verdeelt, staat bij de indeling van een balkon met bakken en potten.
Lichte bestrating en een lichte schutting kaatsen diffuus licht terug naar de schaduwstrook. Een spiegel aan de schutting doet dat ook, maar vogels zien de weerspiegeling als doorvliegruimte; hang hem achter planten of kies een spiegel met een patroon erin.
| Strook in een noordtuin | Middagzon | Planten die hier blijven | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Tegen de gevel, eerste 3 m | Het hele jaar niet | Varens, hosta, Epimedium, Waldsteinia ternata, Geranium macrorrhizum, taxus, vinca minor | De grond blijft koel en vochtig, en slakken vinden hosta met dun blad eerder dan soorten met dik blauwgrijs blad |
| Midden, 3 tot 8 m van de gevel | Van april tot augustus | Hortensia, skimmia, helleborus, heuchera, Japanse esdoorn met groen blad | Een esdoorn met rood blad kleurt hier groenig brons, omdat de rode kleur zon nodig heeft |
| Achterin, vanaf 8 m | Van maart tot september | Vaste planten voor zon en halfschaduw, bladgroenten, de zitplek | Hier staat het terras met de langste zonperiode van de tuin |
| Tegen de achterschutting | Het langst van de hele tuin | Klimroos, clematis, kamperfoelie, leifruit | De schutting geeft warmte af, dus de grond ervoor droogt sneller uit |
| Langs de zijschuttingen | Alleen ochtend of avond, afhankelijk van de kant | Klimhortensia aan de schaduwkant, clematis aan de lichte kant | Een schutting op de oostgrens houdt de ochtendzon tegen, een op de westgrens de avondzon |
Wat een balkon aan plantenbakken kan hebben
Een balkon steekt meestal uit de gevel zonder steun aan de buitenkant. Gewicht aan de buitenrand geeft daardoor de grootste belasting op de aansluiting met het gebouw, en hetzelfde gewicht tegen de gevel een veel kleinere.
Voor nieuwbouw rekent de constructeur een balkon volgens de Eurocode met een gelijkmatig verdeelde belasting van 2,5 kN per vierkante meter, ongeveer 250 kilo. Dat is bedoeld voor mensen, meubels en bakken samen, verspreid over de vloer. Een plantenbak van 100 bij 40 bij 40 cm met natte grond weegt al 130 tot 160 kilo op 0,4 vierkante meter; een betonvloer verdeelt dat, maar zet zo'n bak daarom tegen de gevel en niet aan de rand.
Bij een ouder balkon weet je niet wat er ooit berekend is, en kan de wapening door betonrot verzwakt zijn. Roestbruine strepen, afgesprongen stukjes beton en een losse rand zijn daar het signaal om eerst te laten kijken voordat er zware bakken op komen.
Wind is de tweede kracht. Hoger in een flat waait het harder dan op de begane grond, en een hoge plant in een lichte kunststof pot waait om of van het balkon af. Zet planten die boven de balustrade uitkomen in een zware pot met een brede voet, en hang balkonbakken aan de binnenkant van de balustrade met een houder die om de leuning klemt.

Water is de derde. Op het zuiden of westen droogt een pot van 30 cm in juli in een dag uit; een bak met een waterreservoir in de bodem of een grotere pot houdt het een paar dagen vol. Laat het overtollige water niet over de rand op het balkon van de onderburen lopen, maar vang het op in een schotel of een bak met een gesloten bodem.
In een appartement is het balkon vaak gemeenschappelijk eigendom van de VvE, ook als alleen jij het gebruikt. Wat er aan gevel en balustrade mag hangen, staat dan in de splitsingsakte of het huishoudelijk reglement.
Plantengroen naast een groene muur of bank
Blad is zelden het groen van een kleurkaart. Bladgroen kaatst vooral geelgroen licht terug, dus het meeste blad valt in de gele hoek van groen, van frisgroen bij een pilea tot diep donkergroen bij een zamioculcas.
Tegen een wand met dezelfde helderheid valt een plant weg. Een monstera voor een mosgroene muur leest als een donkere vlek, omdat blad en wand bijna evenveel licht terugkaatsen, en de bladvorm, het hele punt van die plant, verdwijnt. Voor warm gebroken wit, terracotta of een lichte leemkleur tekent hetzelfde blad zich scherp af.
Wil je een groene muur en planten, zoek dan verschil in helderheid en niet in tint. Saliegroen is licht grijsgroen en laat donker blad goed zien; flessengroen of mosgroen doet dat alleen voor licht, geelgroen of bont blad. Hoe die tinten uitpakken in een kamer waar je vooral 's avonds bent, staat bij groen op de muur van een slaapkamer.
Bij een groene bank werkt het net zo. Een bank in olijf- of flessengroen met een grote plant ernaast wordt één groene massa als het blad dezelfde helderheid heeft; een plant met lichter of juist veel donkerder blad, of een pot in wit, terracotta of zwart ertussen, haalt die twee uit elkaar. Welke wandkleuren en stoffen daaromheen werken, zet een groene bank combineren in de woonkamer naast elkaar.
Lamplicht speelt mee. Onder lampen van 2700 K kantelt olijfgroen naar bruin en mosgroen naar zwartgroen, terwijl geelgroen blad in dat warme licht juist geler oogt. 's Avonds wordt het verschil tussen plant en bank daardoor vanzelf groter, en hoe dat per kamer uitvalt zie je terug in woonvoorbeelden rond een groene bank.
| Achtergrond | Wat blad ervoor doet | Wat daar het best staat |
|---|---|---|
| Warm gebroken wit | Elk blad tekent zich af, de bladvorm is het eerste wat je ziet | Planten met een uitgesproken vorm: monstera, strelitzia, olijf |
| Saliegroen | Donker blad valt op, licht blad wordt één met de wand | Donker blad: zamioculcas, ficus elastica, philodendron |
| Mosgroen of flessengroen | Donker blad verdwijnt, licht blad licht op | Pilea, varens met frisgroen blad, bont blad met wit of geel |
| Terracotta of leemkleur | Groen ligt tegenover rood op het kleurenwiel en staat er scherp tegen | Bijna alles, ook een groep van drie of vier planten |
| Olijfgroene of flessengroene bank | Blad met dezelfde helderheid wordt één massa met de bank | Een plant die lichter of donkerder is, in een pot die van kleur verschilt |
| Antraciet of zwarte wand | Blad licht op zolang er licht op valt en verdwijnt 's avonds | Planten met licht of glanzend blad, met een spot erop |
Gedroogde papaver, droogbloemen en vazen zonder water
Een droogbloem is geen plant meer, maar hij heeft dezelfde vraag naar de goede plek, alleen met twee andere vijanden: zon en vocht. Zon bleekt de kleur, vocht maakt stelen slap en kan schimmel geven.
Bij gedroogde papaver koop je bijna altijd de zaaddoos en niet de bloem. De bloemblaadjes van een papaver zijn zo dun dat ze bij het drogen verschrompelen en afvallen; wat als papaver droogbloem wordt verkocht, is de ronde doos met het kroontje erop, op een stijve steel. Die doos houdt zijn vorm jaren, en daardoor is papaver gedroogd een van de sterkste droogbloemen die er zijn.
De kleur houdt minder lang. Een naturel papaverdoos is grijsgroen tot strokleurig en verbleekt in de zon achter glas binnen een paar maanden naar beige. Geverfde of gebleekte dozen houden hun kleur langer, maar ook die schuiven op een zonnige vensterbank op. Zet droogbloemen daarom uit de directe zon, en niet in de badkamer of naast de kookplaat, waar de stelen vocht opnemen en doorbuigen.
Zelf drogen gaat met de zaaddozen van papavers uit je eigen tuin. Knip ze als de doos stevig en grijsgroen is, bind ze in bosjes van vijf tot tien en hang ze ondersteboven op een droge, donkere plek met luchtbeweging; na twee tot drie weken is de steel droog. Houd er een papieren zak omheen, want de zaadjes vallen uit de gaatjes onder het kroontje.
Voor droogbloemen hoeft een vaas niet waterdicht te zijn, en dat maakt de vorm belangrijker dan het materiaal. Een zandloper vaas, smal in het midden en breed boven en onder, houdt de stelen in die taille bij elkaar en laat ze erboven uitwaaieren. Drie tot zeven stelen is genoeg, want meer past niet door de taille; met vers water is dezelfde vorm lastiger, omdat je met een borstel slecht bij de bodem komt.
Een vaas met gouden rand vraagt vooral voorzichtig schoonmaken. Die rand is een dun laagje metaal dat op het glazuur of het glas is gebrand, en het basische vaatwasmiddel en de hete straal van de vaatwasser slijten het in een paar beurten dof. Was hem met de hand in lauw water met een druppel afwasmiddel. Onder lampen van 2700 K glanst die rand warm mee met hout en messing, en hoe zo'n accent in de rest van de kamer terugkomt, hoort bij woonaccessoires en verlichting.
| Droogbloem of vaas | Wat er na verloop van tijd gebeurt | Waar hij tegen kan | Waar hij op stukgaat |
|---|---|---|---|
| Gedroogde papaver, naturel | Vorm blijft jaren, kleur verbleekt in de zon binnen maanden | Droge lucht, af en toe afstoffen | Vocht maakt de steel slap, en de zaadjes vallen uit het kroontje |
| Gedroogde papaver, geverfd of gebleekt | Kleur houdt langer dan naturel | Hetzelfde als naturel | Een felle kleur verschiet op een zuidraam alsnog |
| Pampasgras en andere siergrassen | Pluimen blijven, maar worden elk jaar dunner | Stof wegblazen met de föhn op koud | Aanraken en tocht: het pluis laat los |
| Lavendel | Geur zwakt in het eerste jaar af, kleur verbleekt geleidelijk | Droge lucht | Zon en vocht |
| Hortensia, gedroogd | Kleur schuift naar oud roze, groen of beige | Een droge plek zonder zon | Breekt bij aanraken, vocht geeft bruine vlekken |
| Zandlopervaas | Niets, zolang de bodem schoon blijft | Drie tot zeven stelen droogbloem of een enkele tak | Vers water: de bodem is slecht schoon te krijgen |
| Vaas met gouden rand | Rand blijft zolang hij uit de vaatwasser blijft | Handwas in lauw water | Vaatwasser, schuursponsje en schuurmiddel |
| Hoge smalle vaas | Niets | Takken en lange stelen, met zand of grind onderin als gewicht | Kiept met een zware bos bovenop |
Maatwijzer
De hoogtes en maten die in een huis kloppen: bar, eettafel, tv, schilderij, wandlamp, kapstok en gordijnrails, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Onderdeel | Wat | Maat | Marge die werkt | Waar het van afhangt |
|---|---|---|---|---|
| Zitten | Bank, zithoogte | 44 cm | 40 tot 48 cm | Meet tot de ingezakte zitting, niet tot het bolle kussen. Hoger kom je makkelijker op en af, lager zit je meer achterover. |
| Zitten | Bank, zitdiepte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Boven 70 cm hangen je voeten vrij en zit je gedwongen onderuit. Loungebanken gaan tot 100 cm en zijn bedoeld om op te liggen. |
| Zitten | Bank, totale hoogte met rugleuning | 80 cm | 75 tot 90 cm | Staat de bank voor een raam, dan blijft hij onder de vensterbank als hij niet hoger is dan 80 cm. |
| Zitten | Fauteuil, zithoogte | 45 cm | 42 tot 48 cm | Een paar centimeter hoger dan de bank scheelt bij het opstaan. Een lage lounge-fauteuil zakt naar 38 cm. |
| Zitten | Salontafel, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Vuistregel: gelijk aan of net onder de zithoogte van de bank. Dan zet je je kopje neer zonder voorover te buigen. |
| Zitten | Salontafel, afstand tot de bank | 40 cm | 35 tot 45 cm | Minder en je knieën stoten tegen de rand, meer en je moet opstaan om je glas te pakken. |
| Zitten | Bijzettafel naast de bank, hoogte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Gelijk met de armleuning, dan pak je je glas zonder te kijken. |
| Zitten | Poef of voetenbank, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Iets lager dan de zitting waar je op zit, anders drukt de rand in je kuiten. |
| Zitten | Doorloop tussen bank en meubel | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm loop je er met een volle wasmand langs. 60 cm is te krap om elkaar te passeren. |
| Zitten | Tv-meubel, hoogte | 45 cm | 40 tot 55 cm | Hierop komt het midden van een 55 inch scherm op ongeveer 80 cm. Wil je het midden op ooghoogte, dan hang je de tv aan de wand. |
| Eten en bar | Barblad, hoogte | 105 cm | 100 tot 110 cm | De barkruk moet 25 tot 30 cm lager zijn dan het blad. |
| Eten en bar | Barblad, diepte | 40 cm | 30 tot 60 cm | 40 cm is een bord plus een glas. Wil je er ook snijden of een laptop neerzetten, dan 60 cm. |
| Eten en bar | Barblad, overstek voor je knieën | 25 cm | 20 tot 30 cm | Zonder overstek zitten je knieën tegen het kastje. Boven 30 cm moet het blad onderstut worden, anders kantelt het als iemand erop leunt. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij een blad van 105 cm | 78 cm | 75 tot 82 cm | Het verschil tussen zitting en blad blijft 25 tot 30 cm, want daar passen je bovenbenen. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij aanrechthoogte (90 cm) | 63 cm | 60 tot 67 cm | Hetzelfde verschil van 25 tot 30 cm. Een gewone barkruk van 78 cm is hier te hoog en je zit met je knieën omhoog. |
| Eten en bar | Bar, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Met 60 cm stoot je je elleboog niet tegen je buurman. Onder 55 cm zit je schouder aan schouder. |
| Eten en bar | Eettafel, hoogte blad | 75 cm | 72 tot 78 cm | Vaste maat in de meubelbranche, geen norm. Een dik hardstenen of houten blad telt mee, dus meet de bovenkant. |
| Eten en bar | Eettafel, vrije hoogte onder het blad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Hier zitten je bovenbenen. Een dikke tafelrand, een schuiflade of een dwarsbalk eet die ruimte op. |
| Eten en bar | Eetstoel, zithoogte | 45 cm | 44 tot 47 cm | Het verschil met het tafelblad moet 28 tot 32 cm zijn. Bij een tafel van 78 cm hoort dus een stoel van 46 tot 48 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Een placemat is 45 cm breed, de rest is ruimte voor je ellebogen en je glas. Aan de kopse kant reken je een extra plek van 60 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, diepte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Bij 80 cm raken de borden tegenover elkaar bijna. Bij 90 cm past er een schaal of een kaars in het midden. |
| Eten en bar | Ronde eettafel, diameter | 120 cm voor 4 personen | 110 tot 150 cm | Reken 60 cm omtrek per persoon en houd het midden vrij voor de schalen. Vanaf 140 cm zitten er zes mensen omheen. |
| Eten en bar | Ruimte achter een eetstoel | 100 cm | 75 tot 110 cm | 75 cm om de stoel achteruit te schuiven en op te staan, 100 cm om er ook achterlangs te lopen met een schaal. |
| Aan de muur | Schilderij, hartlijn boven de vloer | 145 cm | 140 tot 155 cm | Vuistregel, geen norm: het midden van het werk op ooghoogte van iemand die staat. Hang alles in de kamer op dezelfde hartlijn, dan loopt de wand rustig. |
| Aan de muur | Schilderij boven een bank, onderrand | 25 cm boven de rugleuning | 20 tot 30 cm | Lager en het lijkt of het werk op de bank leunt. Door de bank schuift de hartlijn omhoog naar 150 tot 165 cm, en dat mag hier. |
| Aan de muur | Schilderij boven een dressoir, onderrand | 25 cm boven het blad | 20 tot 30 cm | Genoeg om er een lamp of een vaas voor te zetten zonder dat die de lijst raakt. |
| Aan de muur | Wandcollage, ruimte tussen de lijsten | 6 cm | 5 tot 8 cm | Gelijke tussenruimte laat de groep als een vlak lezen. Boven 10 cm valt de groep uiteen in losse lijstjes. |
| Aan de muur | Schilderij in een trapgat, hartlijn | 145 cm boven de neus van de trede | 140 tot 150 cm | Meet loodrecht boven de voorkant van de trede waar je staat. Dan loopt de rij lijsten mee met de trap in plaats van scheef te lijken. |
| Aan de muur | Spiegel in de hal, hartlijn | 155 cm | 150 tot 165 cm | De bovenkant moet boven het hoofd van de langste huisgenoot uitkomen, anders ziet die zijn kruin niet. |
| Aan de muur | Spiegel boven de wastafel, onderkant | 20 cm boven het blad | 15 tot 25 cm | Ruimte voor de kraan en een zeeppompje. Bij 20 cm kijk je nog recht in je gezicht in plaats van tegen je hals. |
| Aan de muur | Wandklok, hartlijn | 180 cm | 170 tot 200 cm | Boven ooghoogte en boven de meubels, zodat je hem van de andere kant van de kamer ziet en er niemand voor staat. |
| Aan de muur | Tv, midden van het scherm | 105 cm | 100 tot 115 cm | Op ooghoogte als je op de bank zit: bij een zitting van 44 cm zit je oog op ongeveer 115 cm. Boven een schouw kijk je omhoog en dat voel je na een film in je nek. |
| Aan de muur | Tv, kijkafstand | 2 keer de schermdiagonaal | 1,5 tot 2,5 keer | Een 55 inch scherm is 140 cm diagonaal, dus 2 tot 3,5 m. Bij 4K mag je dichterbij zitten omdat je de pixels niet meer ziet. |
| Aan de muur | Stopcontact, hart boven de vloer | 30 cm | 25 tot 35 cm | Gewoonte, geen norm: NEN 1010 schrijft geen hoogte voor, alleen de zones in de badkamer. Achter een dressoir zet je hem net zo goed op 15 cm, boven een werkblad juist hoog. |
| Aan de muur | Schakelaar, hart boven de vloer | 105 cm | 90 tot 110 cm | Ook een gewoonte. 105 cm is de oude Nederlandse standaard: je vindt hem in het donker met je hand op heuphoogte. Voor kinderen en vanuit een rolstoel werkt 90 tot 100 cm beter. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, onderkant | 80 cm boven het blad | 75 tot 90 cm | Laag genoeg om het blad te verlichten, hoog genoeg om iemand tegenover je aan te kijken. Bij een plafond boven 280 cm mag hij iets hoger. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, breedte | 30 cm binnen de rand van het blad | 30 tot 40 cm binnen de rand | Anders stoot je je hoofd als je langs de tafel loopt of een stoel aanschuift. |
| Licht | Hanglamp boven een kookeiland, onderkant | 75 cm boven het blad | 70 tot 85 cm | Boven een blad van 90 cm kom je dan op 165 cm, ongeveer ooghoogte. Kies dus een kap die de lamp van onderaf afschermt. Bij twee of drie lampen reken je 70 tot 90 cm hart op hart. |
| Licht | Hanglamp in de hal of boven de trap, onderkant | 210 cm boven de vloer | 200 tot 230 cm | Vrije doorloop, niemand stoot zijn hoofd. Boven een trap meet je vanaf de hoogste trede die onder de lamp ligt. |
| Licht | Wandlamp, hart | 160 cm | 150 tot 170 cm | Ooghoogte. Schijnt de lamp opzij of omhoog, dan mag hij lager hangen. In een open lamp op ooghoogte kijk je recht in de bron. |
| Licht | Leeslamp naast een stoel, onderkant van de kap | 110 cm | 100 tot 125 cm | Net boven je schouder als je zit, dan valt het licht op de pagina en niet in je ogen. |
| Licht | Vloerlamp naast de bank, onderkant van de kap | 140 cm | 130 tot 150 cm | Je hoofd zit op de bank op ongeveer 130 cm. Blijft de kap daarboven, dan kijk je niet in het lampje. |
| Licht | Bedlamp aan de wand, hart | 65 cm boven de matras | 55 tot 75 cm | Op zithoogte in bed, zodat het licht op je boek valt. Meet vanaf de matras en niet vanaf de vloer, want een boxspring scheelt 20 cm. |
| Licht | Spiegellamp badkamer, twee lampen naast de spiegel | 160 cm hart | 155 tot 170 cm | Licht van de zijkant geeft geen schaduw onder je ogen en je kin. Een enkele lamp boven de spiegel doet dat wel. |
| Licht | Inbouwspot, afstand tot de wand | 70 cm | 60 tot 90 cm | Dichterbij krijg je een felle boog op het stucwerk, verder weg blijft de wand donker. Onderling 100 tot 150 cm, afhankelijk van de stralingshoek. |
| Licht | Buitenlamp naast de voordeur, hart | 190 cm | 170 tot 210 cm | Boven je hoofd, zodat je niet in de lamp kijkt terwijl je het slot zoekt. Op ooghoogte ben je juist blind. |
| Keuken | Aanrecht, hoogte bovenkant blad | 90 cm | 85 tot 95 cm | De Nederlandse standaard: onderkast, verstelbare poten en een blad van 3 tot 4 cm samen. Vuistregel: ellebooghoogte min 10 tot 15 cm, dus ben je langer dan 1,85 m, draai de poten dan uit. |
| Keuken | Werkblad, diepte | 60 cm | 57 tot 65 cm | Kookplaten en spoelbakken zijn op 60 cm gemaakt. Een diep blad van 70 cm geeft ruimte achter de kookplaat, maar je reikt verder naar de bovenkastjes. |
| Keuken | Bovenkastjes, onderkant boven het werkblad | 55 cm | 50 tot 60 cm | Onder 50 cm past je keukenmachine er niet onder en sta je met je hoofd tegen de deur. Boven 60 cm kom je niet bij het bovenste schap. |
| Keuken | Bovenkastjes, diepte | 35 cm | 32 tot 40 cm | Ondieper dan het werkblad, zodat je er niet tegenaan stoot als je over het blad buigt om te snijden. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaskookplaat, onderkant | 70 cm | 65 tot 75 cm | De vlam en de hete lucht moeten weg kunnen: onder 65 cm boven de pannendrager wordt het vetfilter te heet. Houd altijd de minimummaat uit de handleiding aan, dat is een eis van de fabrikant. |
| Keuken | Afzuigkap boven inductie, onderkant | 60 cm | 55 tot 65 cm | Geen vlam, dus hij mag lager, en lager hangen vangt meer damp. Ook hier is de handleiding leidend, want die maat hoort bij het apparaat. |
| Keuken | Kookeiland, loopruimte rondom | 120 cm | 100 tot 150 cm | Bij 100 cm kun je de vaatwasser openen en er nog langs. Bij 120 cm passeren twee mensen elkaar terwijl er een lade open staat. |
| Keuken | Twee keukenrijen tegenover elkaar, afstand | 120 cm | 110 tot 140 cm | Een ovendeur en een lade die tegenover elkaar open staan hebben allebei ongeveer 60 cm nodig. |
| Keuken | Oven op werkhoogte, bodem van de ovenruimte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Je tilt een hete bakplaat er recht uit in plaats van gebogen. Boven 100 cm til je een schaal boven je middel en zie je niet meer wat erin staat. |
| Keuken | Vaatwasser, nismaat | 60 cm breed, 82 cm hoog | 60 tot 60,5 cm breed | Een onderbouwmodel schuift onder een blad van 90 cm. Een vrijstaand model heeft zijn eigen bovenblad en is ongeveer 85 cm hoog. |
| Keuken | Inbouwkoelkast, nishoogte | 88, 122 of 178 cm | vaste maten per model | De kast volgt de nismaat, dus meet de nis en niet het apparaat. Achter en boven het apparaat moet ventilatieruimte vrij blijven. |
| Keuken | Stopcontact boven het werkblad, hart | 115 cm | 110 tot 120 cm | Dat is 20 tot 30 cm boven het blad, dus vrij van spetters en niet weggewerkt achter de waterkoker. Houd minstens 30 cm afstand tot de spoelbak. |
| Keuken | Keukenplint, hoogte | 10 cm | 10 tot 15 cm | De poten zijn verstelbaar en met de plint stel je de aanrechthoogte fijn in. De plint staat 5 cm terug, zodat je met je tenen onder het kastje kunt. |
| Trap, hal en deur | Trapleuning, hoogte | 90 cm | 80 tot 100 cm (norm) | Norm: het Bouwbesluit, sinds 2024 het Besluit bouwwerken leefomgeving, eist een leuning tussen 80 en 100 cm, gemeten vanaf de voorkant van de trede. Een leuning is verplicht als je over de trap meer dan 1 m stijgt. |
| Trap, hal en deur | Optrede, hoogte van een trede | maximaal 18,8 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw tot 22 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl, voor een woning. Oude trappen zijn vaak 20 tot 21 cm en dat mag blijven zolang je de trap niet vernieuwt. |
| Trap, hal en deur | Aantrede, diepte van een trede | minimaal 22 cm bij nieuwbouw | 22 cm is de ondergrens (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Bij een draaiende trap geldt die maat op de looplijn, dus in de punt van een kwartdraai mag de trede smaller zijn. |
| Trap, hal en deur | Trap, vuistregel voor comfortabel lopen | 2 x optrede + aantrede = 60 cm | 58 tot 64 cm | Geen norm maar een oude vuistregel. 17 op en 26 aan loopt rustig (60), 20 op en 22 aan is een gewone Nederlandse trap (62). Daarbuiten struikel je op de maat. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije breedte | 80 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 70 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Onder 80 cm krijg je een matras of een bank niet naar boven. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije hoogte erboven | 230 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 190 cm (norm) | Norm, gemeten loodrecht boven de voorkant van de trede. Bij een dichtgezette zoldertrap is dit de maat waar je tegen de balk loopt. |
| Trap, hal en deur | Vloerafscheiding langs een trapgat of vide | 100 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 90 cm (norm) | Norm: verplicht zodra het verval meer dan 1 m is. Openingen mogen niet groter zijn dan 10 cm en tussen 20 en 70 cm boven de vloer mag er niets zijn waar een kind op kan klimmen. |
| Trap, hal en deur | Binnendeur, dagmaat van het kozijn | 83 x 201,5 cm | 78, 83, 88 of 93 cm breed; 201,5, 211,5 of 231,5 cm hoog | Industriestandaard, geen norm. Na montage houd je ongeveer 3 cm minder vrije doorgang over, dus voor een rolstoel of rollator kies je een blad van 93 cm. |
| Trap, hal en deur | Deurkruk, hoogte | 100 cm | 95 tot 105 cm | Gewoonte: het slot zit in een standaardkozijn op die hoogte. Verplaatsen kan alleen als je het slotgat in het blad meeverhuist. |
| Trap, hal en deur | Kapstok, hoogte van de haken | 170 cm | 160 tot 180 cm | Een lange jas hangt ongeveer 100 cm af, dus op 170 cm blijft hij vrij van de vloer. Een kinderkapstok komt op 110 tot 120 cm. |
| Trap, hal en deur | Hal, vrije loopruimte | 100 cm | 90 tot 120 cm | Onder 90 cm kun je niet met twee mensen langs elkaar en past er geen kinderwagen naast de kapstok. |
| Trap, hal en deur | Drempel, hoogte | maximaal 2 cm | 0 tot 2 cm | Boven 2 cm struikel je eroverheen en kom je er met een rollator of rolstoel niet zonder helling over. Een schuine aanloop haalt de rand eraf. |
| Slapen | Bed, bovenkant matras | 55 cm | 45 tot 65 cm | Zit je op de rand met je voeten plat op de vloer en je knieën in een hoek van 90 graden, dan is de hoogte goed. Een boxspring komt vaak op 60 tot 65 cm, een laag frame op 45. |
| Slapen | Matras, standaardmaten | 140 x 200 cm | 80, 90, 120, 140, 160 of 180 cm breed; 200 of 210 cm lang | Ben je langer dan 1,90 m, neem dan 210 cm. Twee losse matrassen van 90 x 210 vullen samen een bed van 180 x 210. |
| Slapen | Nachtkast, hoogte bovenblad | 60 cm | 55 tot 70 cm | Gelijk met of iets boven de matras, dan zet je liggend je glas neer zonder te kijken. Bij een boxspring van 65 cm hoort dus een hoge nachtkast. |
| Slapen | Loopruimte naast het bed | 70 cm | 60 tot 90 cm | 60 cm is genoeg om langs te lopen, 70 cm om het bed op te maken zonder tegen de kast te stoten. |
| Slapen | Kledingroede voor lange kleding | 160 cm | 150 tot 170 cm | Een jas of lange jurk hangt 120 tot 140 cm af, dus eronder blijft nog ruimte voor een lade of een schoenenbak. |
| Slapen | Kledingroede voor korte kleding | 100 cm | 95 tot 110 cm | Hemden en dubbelgevouwen broeken hangen 70 tot 90 cm af. Met twee roedes boven elkaar, op 100 en 195 cm, verdubbel je de hangruimte. |
| Slapen | Kast, diepte voor hangende kleding | 60 cm | 55 tot 65 cm | Een hanger is 45 cm breed en met 60 cm diepte sluit de deur zonder dat de mouwen klem zitten. Is de kast ondieper dan 55 cm, zet de roede dan in de lengte. |
| Slapen | Kast, legborddiepte voor truien en broeken | 40 cm | 35 tot 45 cm | Een opgevouwen trui is ongeveer 30 cm breed. Met 40 cm valt de stapel niet naar voren als je de deur opent. |
| Slapen | Kast, hoogste bruikbare schap | 200 cm | 190 tot 210 cm | Verder reik je niet zonder trapje. Wat boven 210 cm staat, is opslag voor koffers die je twee keer per jaar pakt. |
| Slapen | Hoogslaper, vrije hoogte boven de matras | 100 cm | 90 tot 110 cm | Genoeg om rechtop in bed te zitten. Meet van de bovenkant van de matras tot het plafond, niet tot de bodem van het bed. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, hoogte boven het kozijn | 12 cm | 10 tot 15 cm | Boven het kozijn laat het raam groter lijken en houdt de rail het gordijn uit het glas. Zit het plafond dichtbij, monteer de rail dan 5 tot 10 cm onder het plafond of direct tegen het plafond. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, uitloop naast het kozijn | 20 cm per zijde | 15 tot 25 cm | Daar staat het opzij geschoven gordijn geparkeerd, zodat het niet voor het glas blijft hangen en je het daglicht niet inlevert. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vloer | 1 cm boven de vloer | 0 tot 2 cm | Net vrij van de vloer: het sleept niet en hangt toch recht. Wil je het gordijn op de vloer laten vallen, maak het dan 5 tot 10 cm langer dan de maat tot de vloer. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vensterbank | 2 cm boven de bank | 1 tot 3 cm | Vrij van de bank, zodat het gordijn niet omkrult op de plank en de warmte van de radiator eronder langs kan. |
| Raam en gordijn | Gordijn, stofbreedte | 2 keer de railbreedte | 1,5 tot 2,5 keer | Bij 1,5 keer hangt de stof vlak, bij 2,5 keer krijg je volle plooien. Een wave-rail vraagt 2 tot 2,5 keer, anders staat de golf niet. |
| Raam en gordijn | Rolgordijn of plissé in de dag, speling | 0,5 cm per zijde | 0,3 tot 1 cm | Meet de dagmaat op drie hoogtes en neem de kleinste maat, want een kozijn staat zelden haaks. |
| Raam en gordijn | Vitrage, afstand tot het glas | 5 cm | 3 tot 10 cm | Tegen koud glas wordt de stof vochtig en krijg je vlekken. Verder naar binnen botst hij op de vensterbank of de raamkruk. |
| Raam en gordijn | Vensterbank binnen, diepte | 20 cm | 15 tot 30 cm | Volgt de dikte van de muur plus een overstek van 2 tot 3 cm. Vanaf 20 cm staat een plant er stabiel op. |
| Raam en gordijn | Vensterbank buiten, overstek | 4 cm | 3 tot 5 cm | Met een waterhol aan de onderkant. Zonder dat overstek loopt regenwater terug over de gevel en krijg je vuilstrepen onder het raam. |
| Raam en gordijn | Radiator onder het raam, onderkant | 12 cm boven de vloer | 10 tot 15 cm | Er moet lucht onderlangs kunnen, daar begint de convectie. Houd ook 3 tot 5 cm tussen radiator en wand en 10 cm vrij onder de vensterbank. |
| Werken | Bureau, hoogte blad zittend | 74 cm | 72 tot 76 cm | Je onderarmen liggen horizontaal op het blad en je schouders blijven laag. Kun je het blad niet verstellen, zet dan de stoel hoger en je voeten op een steun. |
| Werken | Zit-stabureau, stahoogte | 105 cm | 95 tot 120 cm | Ellebooghoogte staand. Vuistregel: je lichaamslengte min 75 cm, dus bij 1,80 m kom je op 105 cm. |
| Werken | Bureaustoel, zithoogte | 45 cm | 40 tot 52 cm | Voeten plat op de vloer, knieën iets lager dan je heupen. De gasveer van een bureaustoel dekt dat bereik zelf. |
| Werken | Vrije hoogte onder het bureaublad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Je bovenbenen moeten eronder passen, ook met een lade of een kabelgoot. Houd daarnaast 60 cm breed en 60 cm diep beenruimte vrij. |
| Werken | Bureaublad, diepte | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm staat het scherm op armlengte, 50 tot 80 cm van je ogen, en ligt je toetsenbord er nog voor. |
| Werken | Beeldscherm, bovenrand | op ooghoogte of iets lager | 110 tot 125 cm boven de vloer | Je kijkt dan licht naar beneden en dat is de rustpositie van je ogen. Een laptop op het blad zit ongeveer 20 cm te laag, dus zet hem op een standaard met een los toetsenbord. |
| Werken | Toetsenbord, afstand tot de bladrand | 10 cm | 8 tot 15 cm | Daar rusten je handpalmen. Zonder die strook hangen je armen in de lucht en trekt het in je schouders. |
| Werken | Wandplank boven het bureau, onderkant | 45 cm boven het blad | 40 tot 60 cm | Een A4-ordner is 32 cm hoog, dus die past er nog onder, en je stoot je hoofd niet als je opstaat. |
| Werken | Boekenschap, diepte | 25 cm | 20 tot 30 cm | Een pocket is 12 cm diep, een gebonden boek 16 tot 20 cm. Bij 25 cm staan ze allemaal binnen de rand. |
| Werken | Boekenschap, overspanning zonder steun | 80 cm | 70 tot 90 cm | Boeken wegen al snel 25 kg per meter schap. Bij 18 mm plaatmateriaal blijf je onder 80 cm, anders zakt het schap zichtbaar door. |
| Keuken | Schap voor borden, diepte | 32 cm | 30 tot 35 cm | Een plat bord is 26 tot 28 cm in doorsnee. Met 32 cm houd je een vinger ruimte om de stapel te pakken zonder te schuiven. |
| Badkamer | Wastafel, bovenkant | 85 cm | 80 tot 95 cm | Vuistregel: heuphoogte, dan buig je niet voorover om je handen te wassen. Gebruiken kinderen de wastafel, dan is 80 cm prettiger. |
| Badkamer | Opzetkom, hoogte van het meubel | 75 cm | 70 tot 80 cm | Tel de kom van 10 tot 15 cm erbij op, dan komt de bovenrand op 85 tot 95 cm. Vergeet die optelsom en je wast je handen op keukenhoogte. |
| Badkamer | Handdoekhaak naast de wastafel | 140 cm | 120 tot 160 cm | Binnen handbereik met natte handen, dus naast de wastafel en niet aan de andere kant van de ruimte. |
| Badkamer | Handdoekradiator, onderkant | 20 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Daar zitten de aansluitingen en je kunt eronder dweilen. Hang de bovenkant niet hoger dan 180 cm, anders kom je niet bij de handdoek. Een smalle handdoekradiator geeft weinig vermogen, dus reken hem niet als enige verwarming. |
| Badkamer | Douchekraan, hart | 100 cm | 95 tot 110 cm | Heuphoogte, zodat je de kraan kunt bedienen zonder onder de koude straal te gaan staan. |
| Badkamer | Badkraan, hart | 65 cm | 60 tot 75 cm | Ongeveer 20 cm boven de badrand, dan kun je bijmengen terwijl je in bad zit. |
| Badkamer | Regendouchekop | 210 cm | 200 tot 225 cm | Minstens 20 cm boven het hoofd van de langste gebruiker, want je staat er recht onder. Bij een schuin dak meet je op het punt waar je echt staat. |
| Badkamer | Handdouche aan een glijstang, bovenste stand | 190 cm | 180 tot 200 cm | De stang is 60 tot 90 cm lang, dus de onderste stand komt rond 110 cm. Daarmee spoel je het bad, een kind of de hond af. |
| Badkamer | Toilet, zithoogte | 40 cm | 38 tot 48 cm | Standaard is 40 cm. Een verhoogd toilet van 45 tot 48 cm zit op stoelhoogte en daar sta je makkelijker van op. Bij een hangend toilet bepaal je de hoogte zelf met het inbouwframe. |
| Badkamer | Toilet, vrije ruimte voor de pot | 60 cm | 55 tot 70 cm | Daar staan je knieën en voeten. Zijwaarts wil je 80 cm breedte, anders zit je met je schouder tegen de muur. |
| Badkamer | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 75 cm hoog; 20 tot 30 cm voor de voorkant van de pot | Zittend pak je de rol zo zonder te draaien. Hang je hem naast of achter je, dan verdraai je je rug elke keer. |
| Badkamer | Fonteintje in het toilet, bovenkant | 85 cm | 80 tot 90 cm | Dezelfde hoogte als een wastafel. Let op de draairichting van de deur, want een fonteintje van 40 cm breed vraagt een vrije hoek. |
| Badkamer | Stopcontact in de badkamer | buiten 60 cm van bad of douche | norm, geen gewoonte | NEN 1010 verdeelt de badkamer in zones: binnen 60 cm van de rand van een bad of douche mag geen wandcontactdoos. Alle wandcontactdozen moeten achter een aardlekschakelaar van 30 mA. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Veelgestelde vragen
Welke planten doen het in een tuin op het noorden?
Tegen de gevel, waar het hele jaar geen middagzon komt, blijven varens, hosta, Epimedium, Geranium macrorrhizum, taxus en vinca minor. In het midden van de tuin, met zon van april tot augustus, doen hortensia, skimmia, helleborus, heuchera en een Japanse esdoorn met groen blad het goed.
Achterin tegen de schutting die naar het zuiden kijkt, staat het langste zonseizoen: daar horen klimroos, clematis en de zitplek.
Kun je groenten telen in een tuin op het noorden?
Bladgroenten als sla, spinazie en snijbiet redden het met een uur of drie tot vier directe zon per dag, en die vind je in een noordtuin alleen in de achterste strook. Vruchtgroenten als tomaat, courgette en paprika vragen zes uur of meer en blijven daar klein of zetten nauwelijks vruchten.
Zet de moestuinbak dus achterin tegen de schutting, en niet in de schaduwstrook bij de gevel.
Welke kamerplanten kunnen tegen weinig licht?
Zamioculcas, sansevieria, aspidistra en pothos houden het het langst vol op 1 tot 2 m van het raam, waar ongeveer 500 tot 1.000 lux op het blad valt. Ze groeien daar langzaam, maar ze leven.
Op 3 m of verder, bij 100 tot 300 lux, houdt geen enkele soort het op den duur vol zonder een plek dichter bij het glas. Welke soort in welke hoek van de woonkamer staat, werken we uit bij plantsoorten per hoek van de woonkamer.
Hoe weet je of een plant te weinig licht krijgt?
Drie signalen komen bijna altijd samen. Nieuwe stengels worden lang en dun met veel ruimte tussen de bladeren, nieuw blad blijft kleiner dan het oude, en de plant buigt zichtbaar naar het raam.
Bont blad met wit of geel wordt groener, omdat de plant meer bladgroen aanmaakt om het weinige licht te vangen. Valt daarna het onderste blad, dan kan de plant zijn oudste bladeren niet meer onderhouden en staat hij echt te donker.
Hoe vaak geef je een kamerplant water?
Niet op een vaste dag maar als de bovenste 2 cm grond droog is. In de zomer bij een lichte plek kan dat na vier of vijf dagen zijn, in de winter op 2 m van het raam pas na twee of drie weken.
Geef dan water tot het onderuit de kweekpot loopt, en giet de schotel of sierpot na een half uur leeg. Vetplanten en zamioculcas laat je helemaal uitdrogen voordat je weer giet.
Werkt een plantenlamp als het raam te ver weg is?
Ja, maar alleen dicht bij het blad. Het licht van een kleine lamp neemt kwadratisch af met de afstand: op 60 cm krijgt het blad ongeveer een kwart van wat het op 30 cm krijgt.
Hang een plantenlamp daarom 20 tot 40 cm boven de plant, laat hem 10 tot 12 uur per dag branden met een tijdschakelaar, en reken er niet op dat een gewone plafondlamp hetzelfde doet: die zet op een blad 2 m lager maar enkele tientallen lux neer.
Zijn planten in de slaapkamer slecht voor je nachtrust?
Nee. Een plant verbruikt 's nachts een kleine hoeveelheid zuurstof, maar dat valt in het niet bij wat één slapend mens verbruikt, en bij wat er door een open rooster of kiepraam binnenkomt.
Het echte aandachtspunt in een slaapkamer is gieten: in een koele kamer droogt de grond trager, en natte potgrond trekt rouwmuggen. Welke groentinten op de muur bij een slaapkamer met planten passen, staat bij kleurideeën voor een groene slaapkamer.
Zuiveren kamerplanten de lucht in huis?
Niet merkbaar. In een woning met gewone ventilatie ververst de lucht vele malen sneller dan blad en potgrond stoffen opnemen, en om daar met planten aan te tippen heb je er zoveel nodig dat je kamer een kas wordt.
Kies een plant op blad, maat en plek, en zorg voor frisse lucht met roosters, een kiepraam of mechanische ventilatie. Dat doet voor de lucht wat een plant niet kan.
Welke planten zijn gevaarlijk voor katten en honden?
Lelies zijn voor katten het grootste gevaar: al een beetje blad, stuifmeel of vaaswater kan de nieren beschadigen, dus die horen niet in een huis met een kat. Dieffenbachia, monstera, philodendron en zamioculcas bevatten oxalaatkristallen die mond en keel irriteren als een dier erop kauwt.
Twijfel je over een soort, zoek dan de wetenschappelijke naam op het label op en vraag bij je dierenarts na wat die voor jouw dier betekent.
Waar let je op bij een plantenstandaard van Quvio of een ander merk?
Op het draagvermogen per plank, de breedte van de voet en de hoogte. Een pot van 30 cm met natte grond weegt 15 tot 20 kilo, dus een plank zonder opgegeven draagvermogen is een gok. De voet hoort minstens zo breed te zijn als de pot, en bij een standaard boven 60 cm breder.
Kies de hoogte op het raam: met een standaard van 50 tot 70 cm komt het blad boven een vensterbank op 90 cm uit. Die vensterbankhoogte en -diepte vind je in de maatwijzer voor maten rond het raam.
Hoe zwaar mag een plantenbak op een balkon zijn?
Een nieuw balkon is volgens de Eurocode gerekend op 2,5 kN per vierkante meter, ongeveer 250 kilo, voor mensen, meubels en bakken samen. Een bak van 100 bij 40 bij 40 cm met natte grond weegt 130 tot 160 kilo, dus die zet je tegen de gevel en niet aan de buitenrand.
Bij een ouder balkon of zichtbare betonrot laat je het eerst beoordelen. Hoe je de bakken over een balkon verdeelt, staat bij potten en bakken op een balkon plaatsen.
Hoe lang blijft een gedroogde papaver mooi?
De vorm houdt jaren, want wat je koopt is de stevige zaaddoos en niet de dunne bloem. De kleur gaat sneller: een naturel papaver verbleekt in de zon achter glas binnen een paar maanden van grijsgroen naar beige.
Op een droge plek zonder directe zon, en niet in de badkamer of bij de kookplaat, blijft hij het langst zoals je hem kocht. Stof blaas je eraf met een föhn op de koude stand.
Kun je papaver zelf drogen als droogbloem?
Ja, met de zaaddozen van papavers uit je eigen tuin. Knip ze als de doos stevig en grijsgroen is, bind vijf tot tien stelen samen en hang ze ondersteboven op een droge, donkere plek met luchtbeweging.
Na twee tot drie weken zijn de stelen droog en recht. Houd er een papieren zak omheen, want de zaadjes vallen uit de gaatjes onder het kroontje. De bloemblaadjes zelf drogen niet mooi: die verschrompelen en vallen af.
Welke bloemen passen in een zandloper vaas?
Een zandlopervaas heeft een smalle taille die de stelen bij elkaar houdt, dus hij werkt het best met drie tot zeven stevige stelen die erboven uitwaaieren: gedroogde papaver, pampasgras, lavendel of een enkele tak.
Voor verse bloemen is de vorm lastiger, omdat je met een borstel slecht bij de bodem komt en het water daar sneller troebel wordt. Houd het boeket 1,5 tot 2 keer zo hoog als de vaas.
Mag een vaas met gouden rand in de vaatwasser?
Liever niet. De gouden rand is een dun laagje metaal dat op het glazuur of het glas is gebrand, en het basische vaatwasmiddel en de hete straal slijten dat in een paar beurten dof en vlekkerig.
Was de vaas met de hand in lauw water met een druppel afwasmiddel, gebruik geen schuursponsje en droog de rand met een zachte doek. Zet er droogbloemen in als je hem weinig wilt afwassen.
Welke plant past naast een groene bank?
Een plant waarvan het blad duidelijk lichter of donkerder is dan de bank. Naast een olijfgroene of flessengroene bank wordt blad met dezelfde helderheid één groene massa; frisgroen blad van een pilea of juist het donkere blad van een zamioculcas trekt de twee uit elkaar.
Een pot in wit, terracotta of zwart helpt ook. Welke kleuren verder bij zo'n bank werken, staat bij kleuren combineren met een groene bank.