Verlichting in huis: lagen, hoogtes en lichtkleur
Verlichting werkt pas als er per zone drie lagen branden: algemeen licht hoog in de ruimte, gericht licht op de plek waar je leest of eet, en een lamp op ooghoogte of lager die een wand oppakt. De maten daarbij liggen vast: de onderkant van een hanglamp op 80 cm boven het tafelblad, het hart van een wandlamp op 160 cm, de kap van een leeslamp op 110 cm en die van een vloerlamp naast de bank op 140 cm. Voor een woonkamer reken je op 100 tot 150 lumen per vierkante meter, verdeeld over vijf of zes punten van 2700 K. Wil je dimmen, dan moeten de lamp en de dimmer allebei daarvoor gemaakt zijn, en dat is de vergissing die het vaakst wordt gemaakt.
Alle gidsen over verlichting
Houten hanglamp
Een houten hanglamp hangt boven de eettafel met de onderkant van de kap op 80 cm boven het blad, wat…
Tafellamp dimbaar
Een tafellamp wordt dimbaar zodra drie dingen kloppen: een lichtbron die als dimbaar verkocht is, een dimmer die voor dat…
Dimmer vloerlamp
Een vloerlamp wordt dimbaar met een dimmer in het snoer, meestal een voetdimmer, zodra de lichtbron als dimbaar verkocht is…
Licht bouwt zich op in drie lagen
Een kamer met alleen een lamp midden aan het plafond herken je aan drie dingen: donkere hoeken, schaduw onder ogen en kin, en de indruk dat de ruimte kleiner is dan de plattegrond belooft. Dat ligt zelden aan het aantal lumen en bijna altijd aan de richting. Licht dat van één punt recht van boven komt, laat elk verticaal vlak onverlicht, terwijl het oog afstand juist aan verlichte wanden afleest.
Verlichting is het onderdeel van de laatste laag van het interieur dat je als eerste vastlegt. Kleur, hout, stof en kunst worden allemaal gelezen in het licht dat je erop zet, dus een kleurbesluit zonder lichtplan is een besluit dat je later terugdraait.
Werk per zone met drie lagen: algemeen licht hoog in de ruimte, gericht licht op de plek waar je leest, kookt of eet, en een lamp op ooghoogte of lager die een wand of een hoek oppakt. Houd die lagen apart schakelbaar, zodat de bovenste laag 's avonds uit kan.
Het tweede dat misgaat is de plaats van het lichtpunt. De draad zit in het hart van de kamer en de eettafel staat daar in vrijwel geen enkele woning.
Teken daarom eerst de zones en zet daarna per zone de lichtpunten op papier, ook waar nu geen aansluiting zit. Een snoerpendel aan een haak, een rail of een vloerlamp met stekker overbrugt de afstand tussen het punt dat er is en de plek waar licht nodig is.

| Laag | Waar het licht vandaan komt | Wat die laag doet | Wat je mist zonder deze laag |
|---|---|---|---|
| Algemeen licht | Plafondlamp, hanglamp, inbouwspots of een vloerlamp die omhoog straalt | Vult de kamer zodat je veilig loopt en dingen terugvindt | Alles buiten de lichtkring van de losse lampen blijft zwart |
| Gericht licht | Leeslamp, bureaulamp, onderbouwverlichting, hanglamp boven het blad | Zet drie tot vijf keer zoveel licht op een klein vlak als de eerste laag | Je schroeft het algemene licht op en dan wordt de hele kamer te fel |
| Licht op ooghoogte | Wandlamp met het hart op 160 cm, tafellamp op een dressoir, lamp in een kast | Maakt wand en hoek zichtbaar, waardoor de kamer zijn diepte terugkrijgt | De kamer lijkt korter dan hij is, want er is geen verlicht vlak in de verte |
| Licht onder ooghoogte | Vloerlamp met de kap op 140 cm, ledstrip achter of onder een meubel | Verlicht de onderkant van de ruimte en houdt de schaduwen kort | Gezichten krijgen alleen licht van boven, met schaduw onder ogen en kin |
Hoeveel licht een ruimte nodig heeft
Op de verpakking staat lumen, en dat is de maat die telt. Watt zegt alleen hoeveel stroom de lamp trekt. De oude gloeilampmaten vertalen zich vast: 40 watt is ongeveer 470 lumen, 60 watt is 806 lumen en 100 watt is 1521 lumen, en een led doet datzelfde met ruwweg 6 tot 12 watt.
Voor een hele kamer reken je in lumen per vierkante meter, voor een werkvlak in lux. Lux is het licht dat op het vlak zelf aankomt, dus de afstand doet mee: dezelfde leeslamp geeft op 40 cm vier keer zoveel lux als op 80 cm. Die verhouding is kwadratisch, en daarom helpt de lamp dichterbij zetten meer dan een sterkere lamp kopen.
Voor kantoorwerk houdt NEN-EN 12464-1 500 lux op het werkblad aan. Thuis is dat geen eis, maar het is wel de maat waarop je een werkplek inricht. Voor lezen in een stoel is 300 lux genoeg en voor de rest van een woonkamer 100 tot 200 lux.
De kleurweergave staat als Ra of CRI op de doos en loopt tot 100. Ra 80 is de ondergrens, Ra 90 of hoger hoort waar kleur telt: aan tafel, bij de spiegel, boven het aanrecht en op een wand met kunst. Onder een lamp met lage Ra zien rood en huidtinten er vlak uit, omdat er in het spectrum van die lamp weinig diep rood zit om terug te kaatsen.
| Plek | Vuistregel voor het algemene licht | Wat er aan gericht licht bij hoort | Kleurtemperatuur en kleurweergave |
|---|---|---|---|
| Woonkamer | 100 tot 150 lumen per m2, verdeeld over vijf of zes punten | Leeslamp van 400 tot 800 lumen dicht bij de stoel | 2700 K, Ra 80 volstaat, Ra 90 op een wand met kunst |
| Eettafel | Telt mee in de woonkamer | Hanglamp van 800 tot 1200 lumen, onderkant 80 cm boven het blad | 2700 K en dimbaar, Ra 90 want anders oogt eten grauw |
| Keuken en werkblad | 200 tot 300 lumen per m2 | Licht onder de bovenkastjes over de hele lengte, 300 tot 500 lux op het blad | 3000 tot 4000 K boven het blad, Ra 90 |
| Werkplek | 100 tot 150 lumen per m2 | Bureaulamp die 500 lux op het blad zet, zijdelings ingericht tegen reflectie | 4000 K overdag, 2700 K in de avond, Ra 90 bij kleurwerk |
| Slaapkamer | 70 tot 100 lumen per m2 | Bedlamp van 200 tot 400 lumen, hart op 65 cm boven de matras | 2700 K of lager, dimbaar, Ra 80 |
| Badkamerspiegel | 150 tot 200 lumen per m2 | Twee lampen naast de spiegel met het hart op 160 cm | 3000 tot 4000 K, Ra 90 anders klopt je eigen kleur niet |
| Hal, trap en overloop | 100 lumen per m2 | Lamp met de onderkant op 210 cm zodat de doorloop vrij blijft | 2700 tot 3000 K, Ra 80 |
Op welke hoogte elke lamp hangt
Alle lamphoogtes komen uit één gegeven: waar de ogen zitten. Wie staat kijkt op ongeveer 160 cm, wie op een bank zit op ongeveer 115 cm. Een lamp verblindt op het moment dat de onderrand van de kap boven die lijn uitkomt en de lichtbron in beeld schuift.
Daarom hoort de kap van een leeslamp naast een stoel op 110 cm, net onder ooghoogte van wie zit, en die van een vloerlamp naast de bank juist op 140 cm, ruim boven het hoofd. Twee lampen met dezelfde functie, twee hoogtes, en het verschil zit in de vraag of je eronder of erlangs kijkt.
Boven een eettafel gelden twee maten tegelijk: de onderkant van de kap op 80 cm boven het blad, en de kap minstens 30 cm binnen de tafelrand. Bij een tafel van 90 cm diep blijft er dan hooguit 30 cm kapbreedte over, en dat is de reden dat een brede kap boven een smalle tafel nooit klopt. Wat massief hout daarbij extra doet met het gewicht en het licht staat bij de maatvoering van een houten hanglamp.

Boven een kookeiland hangt de lamp lager, op 75 cm boven een blad van 90 cm, en dan zit de onderkant op 165 cm. Dat is ooghoogte, dus kies daar een kap die de lamp van onderaf afdekt. Alle hoogtes met hun marge staan bij elkaar in de maatwijzer, waar je per onderdeel ziet waar de maat van afhangt.
| Lamp | Maat | Marge die werkt | Waar het van afhangt |
|---|---|---|---|
| Hanglamp boven de eettafel, onderkant | 80 cm boven het blad | 75 tot 90 cm | Laag genoeg voor het blad, hoog genoeg om elkaar aan te kijken; bij een plafond boven 280 cm mag hij iets hoger |
| Hanglamp boven de eettafel, breedte | 30 cm binnen de rand van het blad | 30 tot 40 cm binnen de rand | Anders stoot je je hoofd als je een stoel aanschuift of erlangs loopt |
| Hanglamp boven een kookeiland, onderkant | 75 cm boven het blad | 70 tot 85 cm | Bij twee of drie lampen reken je 70 tot 90 cm hart op hart |
| Hanglamp in de hal of boven de trap, onderkant | 210 cm boven de vloer | 200 tot 230 cm | Vrije doorloop; boven een trap meet je vanaf de hoogste trede onder de lamp |
| Wandlamp, hart | 160 cm | 150 tot 170 cm | Ooghoogte van wie staat; schijnt de lamp opzij of omhoog, dan mag hij lager |
| Leeslamp naast een stoel, onderkant van de kap | 110 cm | 100 tot 125 cm | Net boven je schouder als je zit, dan valt het licht op de pagina |
| Vloerlamp naast de bank, onderkant van de kap | 140 cm | 130 tot 150 cm | Je hoofd zit op de bank op ongeveer 130 cm en de kap blijft daarboven |
| Bedlamp aan de wand, hart | 65 cm boven de matras | 55 tot 75 cm | Meet vanaf de matras en niet vanaf de vloer: een boxspring scheelt 20 cm |
| Spiegellamp, twee lampen naast de spiegel | 160 cm hart | 155 tot 170 cm | Licht van opzij geeft geen schaduw onder ogen en kin, licht van boven wel |
| Inbouwspot, afstand tot de wand | 70 cm | 60 tot 90 cm | Dichterbij krijg je een felle boog op het stucwerk; onderling 100 tot 150 cm |
| Buitenlamp naast de voordeur, hart | 190 cm | 170 tot 210 cm | Boven je hoofd, want op ooghoogte kijk je in de lamp terwijl je het slot zoekt |
Wat het daglicht in jouw kamer met de lampkeuze doet
Kunstlicht beoordeel je nooit los van het daglicht dat een kamer overdag krijgt. Op het noorden komt er vrijwel geen directe zon binnen en is het licht hemellicht: diffuus, zonder slagschaduw en koel van kleur, rond 6500 K bij bewolking en hoger als de lucht helder blauw is. Op het zuiden en westen schuift de kleur juist door de dag, van neutraal rond het middaguur naar 2000 tot 3000 K in het laatste uur voor zonsondergang.
Dat verschil bepaalt hoeveel lampen je nodig hebt en welke. In een noordkamer hang je meer punten op dan je vooraf denkt, houd je ze voor de avond op 2700 K en zet je er voor werk en voor het beoordelen van kleur één lamp van 4000 K met Ra 90 bij, want die sluit overdag aan op het hemellicht zonder kleurbreuk.
Welke kant jouw ramen op liggen en wat dat per ruimte betekent kun je nazoeken in de lichtwijzer, per windrichting en per vertrek. Daar staat ook welke kleuren in dat licht overeind blijven en welke grauw worden.
Houd binnen één zichtveld verder één kleurtemperatuur aan. Zet je 2700 K en 4000 K naast elkaar, dan ijkt je oog zich op het gemiddelde en lijkt de warme lamp oranje en de koele lamp blauw. Verschil maak je met helderheid en richting, niet met kelvin.
Welke dimmer bij welke lamp hoort
Dimmen mislukt bijna altijd op dezelfde drie punten: de lamp is niet dimbaar, de dimmer is voor een ander type lamp gemaakt, of het vermogen valt onder de ondergrens van de dimmer. Alle drie zijn ze voor de aankoop te controleren.
Een dimmer werkt door de sinus van de netspanning deels weg te knippen. Bij fase-aansnijding gebeurt dat aan het begin van elke halve golf, en dat is het type voor gloeilampen, halogeen en oude wikkeltrafo's. Bij fase-afsnijding knipt hij het staartje weg, en dat is wat led-drivers en elektronische trafo's nodig hebben. Op het apparaat staat dat als R, L of C, en een universele dimmer herkent zelf wat eraan hangt.
Elke dimmer heeft ook een minimum- en een maximumvermogen. Eén led-lamp van 5 watt haalt de ondergrens van een oude dimmer voor gloeilampen niet, en dan knippert hij of gaat hij niet aan. Andersom is de bovengrens bij led geen optelsom van wattages: fabrikanten rekenen als vuistregel met ongeveer een tiende van het vermogen dat op een dimmer voor gloeilampen staat, omdat de drivers bij het inschakelen kort een hoge stroom trekken. De tabel van de dimmer zelf gaat altijd voor.
Voor een losse lamp hoef je niet aan de wand te werken. Hoe je dat bij een tafellamp dimbaar maakt met een snoerdimmer en wat er bij een dimmer voor een vloerlamp of staande lamp komt kijken, staat apart uitgewerkt.
| Soort dimmer | Waar hij zit | Waar hij voor gemaakt is | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|
| Wanddimmer met fase-afsnijding (R,C) | In de schakelaardoos, op de plaats van de wandschakelaar | Dimbare led en elektronische trafo's | Een oude wikkeltrafo van halogeenspots gaat hiervan brommen |
| Wanddimmer met fase-aansnijding (R,L) | In de schakelaardoos | Gloeilampen, halogeen en wikkeltrafo's | Op led geeft dit flikkering en een zoemtoon, en de driver in de lampvoet slijt sneller |
| Universele dimmer | In de schakelaardoos | Herkent zelf welk type belasting eraan hangt | Blijft gebonden aan het minimum- en maximumvermogen dat op het apparaat staat |
| Snoerdimmer in het snoer | Tussen de lamp en de stekker, op tafelhoogte of langs de poot | Een tafellamp of staande lamp dimmen zonder aan de installatie te werken | De lamp zelf moet dimbaar zijn; een gewone led knippert of reageert niet |
| Vloerdimmer met voetbediening | In het snoer, op de vloer naast de staande lamp | Een staande lamp waar je vanaf de bank bij wilt zonder op te staan | Hij ligt in de looproute en in het pad van de stofzuiger; leg het snoer langs de plint |
| Stekkerdimmer | Tussen het stopcontact en de stekker van de lamp | Snel dimbaar maken zonder gereedschap | Hij steekt uit het stopcontact en past zelden achter een meubel |
| Touchdimmer in de voet | In de lamp zelf, bediend door de metalen voet aan te raken | Een tafellamp met een geleidende voet | Werkt alleen met de lampen die de fabrikant erbij noemt, en het vermogen is beperkt |
| Dimmen in de lamp zelf | In de slimme lamp, bediend via een app of een draadloze schakelaar | Elke fitting waar de lamp in past, ook zonder dimmer in de wand | Nooit op een dimmer zetten: dan krijgt de elektronica geen volle spanning meer |
Waarom gedimd ledlicht koel blijft en een gloeilamp warmer werd
Een gloeilamp veranderde bij het dimmen vanzelf van kleur. Er ging minder stroom door de gloeidraad, die draad werd minder heet en zakte van ongeveer 2700 K naar rond de 2000 K. Het licht werd dus oranjer naarmate het zachter werd, en dat is de combinatie waaraan het oog avondlicht herkent: weinig licht en een warme kleur, zoals bij een kaars of een ondergaande zon.
Een gewone led doet dat niet. De chip houdt zijn kleurtemperatuur, hoe ver je ook terugdraait, dus je houdt zwak licht van 2700 K over. Dat leest het oog als schemer met een koele hemel erin, en daarom voelt een gedimde led vaak vlak of kil terwijl er niets mis is met de lamp.
Wil je die verschuiving terug, zoek dan een lamp die als dim-to-warm wordt verkocht. Die is zo gebouwd dat hij bij het dimmen naar ongeveer 1800 tot 2200 K zakt en het gedrag van een gloeilamp nabootst.
Dimmen om te besparen levert weinig op. Een led-lamp van 8 watt die je halveert scheelt ongeveer 4 watt, en bij vier branduren per dag is dat zo'n zes kilowattuur per jaar. De winst zit in comfort en in temperatuur, niet op de meter.
Voor de levensduur maakt het wel iets uit, al is de winst kleiner dan bij een gloeilamp. Een led-lamp gaat 15.000 tot 50.000 branduren mee, en wat hem meestal sloopt is warmte die niet weg kan, bijvoorbeeld in een inbouwspot in een dicht en geïsoleerd plafond, of een dimmer die niet voor led is bedoeld. Het is dan de elektronica in de voet die het begeeft, niet de led zelf.
Wat het materiaal van een lampenkap met het licht doet
De kap bepaalt meer dan de lamp waar het licht heen gaat. Een kap die aan boven- en onderzijde open is, stuurt licht naar het plafond en naar de vloer en laat de rest zijwaarts door de stof heen. Een dichte metalen kap doet dat laatste niet en zet alles in een kegel naar beneden, en die kegel is precies zo breed als de opening onderin.
Bij stof hangt het beeld aan de binnenkant. Een witte voering kaatst neutraal terug, een goudkleurige voering geeft het weerkaatste licht een gele slag, en een zilverkleurige of verchroomde binnenkant maakt de bundel koeler en gerichter. Dat werkt niet alleen bij lampenkappen: een zilveren of glanzend gelakte lampvoet kaatst zijn omgeving terug en wordt zelf een klein lichtpunt in de kamer.
Bedrukte lampenkappen werken op transmissie. Waar inkt zit, komt minder licht door, dus de print staat donker in een oplichtend vlak en is bij daglicht juist in zijn eigen kleuren te zien. Een dichte of donkere print haalt daarmee licht weg uit de kamer, en een kap met veel inkt hoort dus bij een lamp die avondlicht mag geven en niet bij de enige leeslamp in de hoek.
Twee dingen vallen bij een bedrukte of lichte kap op zodra de lamp aanstaat: de naad van de stof en het metalen frame tekenen zich af, en een heldere lamp binnenin schijnt als felle vlek door het doek. Een matte lamp of een filamentled met een mat omhulsel houdt het vlak gelijkmatig.
Een kap van hout, rotan of lamellen laat licht juist in stroken door en zet daarmee zijn eigen streepbeeld op de wand en het plafond. Wat de houtsoort, de dikte en de opbouw daarbij uitmaken staat bij het kiezen van een houten hanglamp.
| Kapmateriaal | Wat het licht doet | Waar hij op zijn plaats is | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Linnen of katoen met witte voering | Laat licht door het doek heen en werpt het ook omhoog en omlaag | Tafellamp en vloerlamp in een zithoek | De naad en het frame tekenen zich af zodra de lamp brandt |
| Katoen met goudkleurige voering | Kaatst het licht terug met een gele slag | Eethoek en avondlicht | Wit tafelgoed wordt eronder roomkleurig |
| Bedrukt doek | De inkt houdt licht tegen, dus de print staat donker in een oplichtend vlak | Een lamp die uit ook mag meedoen in de kamer | Hoe dichter de print, hoe minder licht; niet als enige leeslamp |
| Metaal | Laat niets door en stuurt alles in een kegel naar beneden | Boven een eettafel, een aanrecht of een leesstoel | Als enige lamp blijft alles buiten de kegel donker; een witte binnenkant scheelt een slag |
| Papier of rijstpapier | Zeer diffuus, het hele vlak licht gelijkmatig op | Een grote bol in een ruimte met hoogte | Alleen met led en met ruimte tussen lamp en papier |
| Opaal glas | Geeft naar alle kanten gelijk licht zonder dat je de bron ziet | Hal, badkamer en plafondarmaturen | Zwaar: kijk na waar het armatuur aan hangt en wat het plafond houdt |
| Helder glas | Laat de lamp zelf zien, met alle helderheid van dichtbij | Alleen met een filamentled of een matte bol, liefst dimbaar | Op ooghoogte zonder dimmer is dit verblindend |
| Rotan, hout of lamellen | Tekent zijn eigen patroon op de wand en het plafond | Boven een tafel of in een hoek met een rustig vlak erachter | Op een druk behang wordt het streepbeeld rommelig |
Zelf een tafellamp of staande lamp maken
Een lamp met een stekker maak je zelf, want je werkt aan een toestel en niet aan de vaste installatie. Er zit wel 230 volt in, dus de eisen waaraan een fabrieksarmatuur voldoet gelden hier net zo goed: geen aanraakbare delen onder spanning, een snoer dat niet aan de klemmen kan trekken en metaal dat geaard is.
De onderdelen zijn bij elke bouw dezelfde. Wie zelf een staande lamp maakt, zoekt dus geen bijzondere onderdelen maar een voet, een holle stang, een fitting, snoer, een trekontlasting, een schakelaar, een stekker en een kapring die bij de fitting past. Bij een tafellamp maken is het rijtje identiek, alleen korter en lichter.
Op de fitting staat de maat: E27 is de gewone fitting met 27 mm schroefdraad, E14 de kleine. Boor je een voet zelf op, hou dan 10 mm aan voor een draadbuis en 8 mm als alleen het snoer erdoor moet, en neem de braam van de rand af of zet er een tule in. Een scherpe boorrand schuurt de isolatie op den duur stuk, en dat is precies de fout die je niet ziet omdat hij binnenin zit.
Kies het snoer op de voet. Hout, keramiek en glas hebben geen aardedraad nodig zolang er geen aanraakbaar metaal in verbinding staat met de binnenkant; dan volstaat 2 x 0,75 mm2 met een stekker zonder aarde. Zit er wel metaal aan de buitenkant, dan hoort er 3 x 0,75 mm2 met aardedraad in en een fitting met aardklem.
De sticker met een maximaal wattage op een kap gaat over de hitte van een gloeilamp. Met een led van 9 watt kom je daar nooit in de buurt, maar de warmte van de driver hoopt zich wel op in een kleine, dichte kap.
| Onderdeel | Wat je neemt | Waarom dat zo is |
|---|---|---|
| Voet | Iets zwaars dat breed genoeg staat: hout, steen, keramiek of een gevulde fles | De lamp kantelt zodra de zwaartelijn buiten de voet valt, en dat gebeurt het eerst bij een hoge lamp met een brede kap |
| Stang of buis | Holle draadbuis met M10-draad, waar het snoer doorheen loopt | Hierop past het gangbare fittingwerk, de kapring en de trekontlasting |
| Fitting | E27 voor gewone lampen, E14 voor de kleine fitting | Het getal is de diameter van de schroefdraad in millimeters, dus de maat van de lamp ligt ermee vast |
| Snoer | 2 x 0,75 mm2 zonder aanraakbaar metaal, 3 x 0,75 mm2 met aarde zodra er metaal aan de buitenkant zit | Zonder aarde is een metalen voet bij een losgeraakte ader zelf onder spanning te brengen |
| Trekontlasting | Een klem in de voet en de klem die in de fitting zit | Een ruk aan het snoer mag nooit tot bij de aansluitklemmen komen |
| Schakelaar | Snoerschakelaar op tafelhoogte of een voetschakelaar bij een staande lamp | Hij onderbreekt één ader, dus de lamp is daarna niet spanningsloos: trek de stekker eruit voordat je de lamp wisselt |
| Stekker | Zonder aarde bij hout of keramiek, met aarde zodra er een aardedraad in het snoer zit | De aarde moet doorlopen tot in het stopcontact, anders doet de draad niets |
| Kapring of beugel | Een ring die op de fitting geschroefd wordt, of een kap die op de lamp klemt | Passen kap en fitting niet bij elkaar, dan staat de kap scheef of zakt hij over de lamp |
| Boorgat door de voet | 10 mm voor een draadbuis, 8 mm voor alleen het snoer, met de braam eraf | Een scherpe rand schuurt de isolatie kapot op de plek waar je er nooit naar kijkt |
Verlichting in een slaapkamer met een schuin dak
Onder een schuin dak loopt het plafond weg, en daarmee verdwijnt de plek waar normaal het lichtpunt zit. Een pendel hangt altijd loodrecht naar beneden, dus op een hellend vlak moet de plafondkap kunnen meekantelen. Fabrikanten noemen daar een maximale hellingshoek bij, en die hoek is het eerste dat je nakijkt voordat je een hanglamp bestelt voor een zolderkamer.
De winst zit hier niet in meer lampen maar in het dakvlak zelf. Richt je licht schuin omhoog tegen de helling, dan wordt dat vlak de lichtbron en verspreidt het licht zich over de hele kamer. Op een wit dakvlak kaatst ruwweg tachtig procent terug, op een donkergrijs of antracieten vlak blijft daar nog geen vijfde van over, dus in een donkere zolderkamer verdwijnt indirect licht simpelweg in de verf.
Het knieschot is de tweede plek waar het misloopt. Zo'n schot is meestal 100 tot 150 cm hoog, dus een wandlamp met het gangbare hart op 160 cm past er niet op. Houd hier 100 tot 120 cm aan en kies een model dat opzij of omhoog schijnt in plaats van recht de kamer in.
Bij het bed geldt hetzelfde: een bedlamp hoort met het hart op 65 cm boven de matras, en onder de schuinte zit op die hoogte vaak geen wand meer. Een klemlamp op het hoofdbord of een tafellamp op het nachtkastje lost dat op zonder in het dakvlak te boren.
| Plek onder het schuine dak | Wat daar werkt | Waarom |
|---|---|---|
| Onder de nok | Hanglamp of plafondlamp, mits de plafondkap tegen een schuin vlak kan | Een pendel hangt loodrecht; op een helling moet de kap meekantelen en daar geldt een maximale hoek voor |
| Op het dakvlak zelf | Richtbare opbouwspots of een rail die de helling volgt | Een spot die loodrecht op het dakvlak staat schijnt schuin de kamer in en recht in het gezicht van wie in bed ligt |
| Tegen het knieschot | Wandlamp of leeslamp met het hart op 100 tot 120 cm | Een knieschot is 100 tot 150 cm hoog, dus de gangbare 160 cm past er niet op |
| Langs de daklijn | Ledstrip achter een lijst of achter een plank | Het licht strijkt over het dakvlak en dat vlak gaat zelf licht geven; op wit werkt dat, op donker niet |
| Naast het bed | Klemlamp op het hoofdbord of een tafellamp op het nachtkastje | Op 65 cm boven de matras zit onder de schuinte vaak geen wand meer om iets aan te bevestigen |
| Bij het dakraam | Niets: houd dit vlak vrij en hang er geen lamp voor | Een dakraam ziet een groter stuk hemel dan een gevelraam van dezelfde maat en levert overdag het meeste licht van de kamer |
Wat je nakijkt voordat je een lamp bestelt
Wie zoekt op een merknaam, zoekt op een vorm. Achter een zoekopdracht als bloomingville tafellamp of riviera maison tafellamp zilver zit meestal een beeld van een voet en een kap, terwijl de vier dingen die bepalen of de lamp in jouw kamer werkt nergens in die naam zitten: de fitting, de maat van de kap, de lengte van het snoer en de vraag of hij dimbaar is.
Neem de kleur van de voet. Zilver, chroom en gepolijst metaal weerspiegelen hun omgeving en het licht van de lamp erboven, dus zo'n voet blijft ook overdag opvallen en toont elke vingerafdruk. Een matte of geborstelde afwerking doet dat niet en verdwijnt eerder in het meubel waar hij op staat.
De verhouding tussen kap en voet is de tweede zaak die op een productfoto klopt en in huis niet. Als gewoonte uit de lampenhandel geldt dat de kap van een tafellamp ongeveer een derde van de totale hoogte beslaat en anderhalf tot twee keer zo breed is als de voet op zijn breedste punt. De onderrand van de kap moet daarbij net over de fitting vallen, want zodra je de lamp onder de kap uit ziet steken, kijk je er vanaf de bank ook in.
Kijk verder naar het snoer en naar de plek. Het snoer van een staande lamp is vaak niet meer dan twee meter, dus meet de afstand naar het dichtstbijzijnde stopcontact voordat je bestelt. In de badkamer gelden bovendien de zones uit NEN 1010: hoe dichter bij bad of douche, hoe hoger de eisen aan het armatuur, en dat is geen advies maar een installatievoorschrift. Welke lampen bij de rest van de aankleding passen staat bij de volgorde van decoratie en licht.
Maatwijzer
De hoogtes en maten die in een huis kloppen: bar, eettafel, tv, schilderij, wandlamp, kapstok en gordijnrails, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Onderdeel | Wat | Maat | Marge die werkt | Waar het van afhangt |
|---|---|---|---|---|
| Zitten | Bank, zithoogte | 44 cm | 40 tot 48 cm | Meet tot de ingezakte zitting, niet tot het bolle kussen. Hoger kom je makkelijker op en af, lager zit je meer achterover. |
| Zitten | Bank, zitdiepte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Boven 70 cm hangen je voeten vrij en zit je gedwongen onderuit. Loungebanken gaan tot 100 cm en zijn bedoeld om op te liggen. |
| Zitten | Bank, totale hoogte met rugleuning | 80 cm | 75 tot 90 cm | Staat de bank voor een raam, dan blijft hij onder de vensterbank als hij niet hoger is dan 80 cm. |
| Zitten | Fauteuil, zithoogte | 45 cm | 42 tot 48 cm | Een paar centimeter hoger dan de bank scheelt bij het opstaan. Een lage lounge-fauteuil zakt naar 38 cm. |
| Zitten | Salontafel, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Vuistregel: gelijk aan of net onder de zithoogte van de bank. Dan zet je je kopje neer zonder voorover te buigen. |
| Zitten | Salontafel, afstand tot de bank | 40 cm | 35 tot 45 cm | Minder en je knieën stoten tegen de rand, meer en je moet opstaan om je glas te pakken. |
| Zitten | Bijzettafel naast de bank, hoogte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Gelijk met de armleuning, dan pak je je glas zonder te kijken. |
| Zitten | Poef of voetenbank, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Iets lager dan de zitting waar je op zit, anders drukt de rand in je kuiten. |
| Zitten | Doorloop tussen bank en meubel | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm loop je er met een volle wasmand langs. 60 cm is te krap om elkaar te passeren. |
| Zitten | Tv-meubel, hoogte | 45 cm | 40 tot 55 cm | Hierop komt het midden van een 55 inch scherm op ongeveer 80 cm. Wil je het midden op ooghoogte, dan hang je de tv aan de wand. |
| Eten en bar | Barblad, hoogte | 105 cm | 100 tot 110 cm | De barkruk moet 25 tot 30 cm lager zijn dan het blad. |
| Eten en bar | Barblad, diepte | 40 cm | 30 tot 60 cm | 40 cm is een bord plus een glas. Wil je er ook snijden of een laptop neerzetten, dan 60 cm. |
| Eten en bar | Barblad, overstek voor je knieën | 25 cm | 20 tot 30 cm | Zonder overstek zitten je knieën tegen het kastje. Boven 30 cm moet het blad onderstut worden, anders kantelt het als iemand erop leunt. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij een blad van 105 cm | 78 cm | 75 tot 82 cm | Het verschil tussen zitting en blad blijft 25 tot 30 cm, want daar passen je bovenbenen. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij aanrechthoogte (90 cm) | 63 cm | 60 tot 67 cm | Hetzelfde verschil van 25 tot 30 cm. Een gewone barkruk van 78 cm is hier te hoog en je zit met je knieën omhoog. |
| Eten en bar | Bar, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Met 60 cm stoot je je elleboog niet tegen je buurman. Onder 55 cm zit je schouder aan schouder. |
| Eten en bar | Eettafel, hoogte blad | 75 cm | 72 tot 78 cm | Vaste maat in de meubelbranche, geen norm. Een dik hardstenen of houten blad telt mee, dus meet de bovenkant. |
| Eten en bar | Eettafel, vrije hoogte onder het blad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Hier zitten je bovenbenen. Een dikke tafelrand, een schuiflade of een dwarsbalk eet die ruimte op. |
| Eten en bar | Eetstoel, zithoogte | 45 cm | 44 tot 47 cm | Het verschil met het tafelblad moet 28 tot 32 cm zijn. Bij een tafel van 78 cm hoort dus een stoel van 46 tot 48 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Een placemat is 45 cm breed, de rest is ruimte voor je ellebogen en je glas. Aan de kopse kant reken je een extra plek van 60 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, diepte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Bij 80 cm raken de borden tegenover elkaar bijna. Bij 90 cm past er een schaal of een kaars in het midden. |
| Eten en bar | Ronde eettafel, diameter | 120 cm voor 4 personen | 110 tot 150 cm | Reken 60 cm omtrek per persoon en houd het midden vrij voor de schalen. Vanaf 140 cm zitten er zes mensen omheen. |
| Eten en bar | Ruimte achter een eetstoel | 100 cm | 75 tot 110 cm | 75 cm om de stoel achteruit te schuiven en op te staan, 100 cm om er ook achterlangs te lopen met een schaal. |
| Aan de muur | Schilderij, hartlijn boven de vloer | 145 cm | 140 tot 155 cm | Vuistregel, geen norm: het midden van het werk op ooghoogte van iemand die staat. Hang alles in de kamer op dezelfde hartlijn, dan loopt de wand rustig. |
| Aan de muur | Schilderij boven een bank, onderrand | 25 cm boven de rugleuning | 20 tot 30 cm | Lager en het lijkt of het werk op de bank leunt. Door de bank schuift de hartlijn omhoog naar 150 tot 165 cm, en dat mag hier. |
| Aan de muur | Schilderij boven een dressoir, onderrand | 25 cm boven het blad | 20 tot 30 cm | Genoeg om er een lamp of een vaas voor te zetten zonder dat die de lijst raakt. |
| Aan de muur | Wandcollage, ruimte tussen de lijsten | 6 cm | 5 tot 8 cm | Gelijke tussenruimte laat de groep als een vlak lezen. Boven 10 cm valt de groep uiteen in losse lijstjes. |
| Aan de muur | Schilderij in een trapgat, hartlijn | 145 cm boven de neus van de trede | 140 tot 150 cm | Meet loodrecht boven de voorkant van de trede waar je staat. Dan loopt de rij lijsten mee met de trap in plaats van scheef te lijken. |
| Aan de muur | Spiegel in de hal, hartlijn | 155 cm | 150 tot 165 cm | De bovenkant moet boven het hoofd van de langste huisgenoot uitkomen, anders ziet die zijn kruin niet. |
| Aan de muur | Spiegel boven de wastafel, onderkant | 20 cm boven het blad | 15 tot 25 cm | Ruimte voor de kraan en een zeeppompje. Bij 20 cm kijk je nog recht in je gezicht in plaats van tegen je hals. |
| Aan de muur | Wandklok, hartlijn | 180 cm | 170 tot 200 cm | Boven ooghoogte en boven de meubels, zodat je hem van de andere kant van de kamer ziet en er niemand voor staat. |
| Aan de muur | Tv, midden van het scherm | 105 cm | 100 tot 115 cm | Op ooghoogte als je op de bank zit: bij een zitting van 44 cm zit je oog op ongeveer 115 cm. Boven een schouw kijk je omhoog en dat voel je na een film in je nek. |
| Aan de muur | Tv, kijkafstand | 2 keer de schermdiagonaal | 1,5 tot 2,5 keer | Een 55 inch scherm is 140 cm diagonaal, dus 2 tot 3,5 m. Bij 4K mag je dichterbij zitten omdat je de pixels niet meer ziet. |
| Aan de muur | Stopcontact, hart boven de vloer | 30 cm | 25 tot 35 cm | Gewoonte, geen norm: NEN 1010 schrijft geen hoogte voor, alleen de zones in de badkamer. Achter een dressoir zet je hem net zo goed op 15 cm, boven een werkblad juist hoog. |
| Aan de muur | Schakelaar, hart boven de vloer | 105 cm | 90 tot 110 cm | Ook een gewoonte. 105 cm is de oude Nederlandse standaard: je vindt hem in het donker met je hand op heuphoogte. Voor kinderen en vanuit een rolstoel werkt 90 tot 100 cm beter. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, onderkant | 80 cm boven het blad | 75 tot 90 cm | Laag genoeg om het blad te verlichten, hoog genoeg om iemand tegenover je aan te kijken. Bij een plafond boven 280 cm mag hij iets hoger. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, breedte | 30 cm binnen de rand van het blad | 30 tot 40 cm binnen de rand | Anders stoot je je hoofd als je langs de tafel loopt of een stoel aanschuift. |
| Licht | Hanglamp boven een kookeiland, onderkant | 75 cm boven het blad | 70 tot 85 cm | Boven een blad van 90 cm kom je dan op 165 cm, ongeveer ooghoogte. Kies dus een kap die de lamp van onderaf afschermt. Bij twee of drie lampen reken je 70 tot 90 cm hart op hart. |
| Licht | Hanglamp in de hal of boven de trap, onderkant | 210 cm boven de vloer | 200 tot 230 cm | Vrije doorloop, niemand stoot zijn hoofd. Boven een trap meet je vanaf de hoogste trede die onder de lamp ligt. |
| Licht | Wandlamp, hart | 160 cm | 150 tot 170 cm | Ooghoogte. Schijnt de lamp opzij of omhoog, dan mag hij lager hangen. In een open lamp op ooghoogte kijk je recht in de bron. |
| Licht | Leeslamp naast een stoel, onderkant van de kap | 110 cm | 100 tot 125 cm | Net boven je schouder als je zit, dan valt het licht op de pagina en niet in je ogen. |
| Licht | Vloerlamp naast de bank, onderkant van de kap | 140 cm | 130 tot 150 cm | Je hoofd zit op de bank op ongeveer 130 cm. Blijft de kap daarboven, dan kijk je niet in het lampje. |
| Licht | Bedlamp aan de wand, hart | 65 cm boven de matras | 55 tot 75 cm | Op zithoogte in bed, zodat het licht op je boek valt. Meet vanaf de matras en niet vanaf de vloer, want een boxspring scheelt 20 cm. |
| Licht | Spiegellamp badkamer, twee lampen naast de spiegel | 160 cm hart | 155 tot 170 cm | Licht van de zijkant geeft geen schaduw onder je ogen en je kin. Een enkele lamp boven de spiegel doet dat wel. |
| Licht | Inbouwspot, afstand tot de wand | 70 cm | 60 tot 90 cm | Dichterbij krijg je een felle boog op het stucwerk, verder weg blijft de wand donker. Onderling 100 tot 150 cm, afhankelijk van de stralingshoek. |
| Licht | Buitenlamp naast de voordeur, hart | 190 cm | 170 tot 210 cm | Boven je hoofd, zodat je niet in de lamp kijkt terwijl je het slot zoekt. Op ooghoogte ben je juist blind. |
| Keuken | Aanrecht, hoogte bovenkant blad | 90 cm | 85 tot 95 cm | De Nederlandse standaard: onderkast, verstelbare poten en een blad van 3 tot 4 cm samen. Vuistregel: ellebooghoogte min 10 tot 15 cm, dus ben je langer dan 1,85 m, draai de poten dan uit. |
| Keuken | Werkblad, diepte | 60 cm | 57 tot 65 cm | Kookplaten en spoelbakken zijn op 60 cm gemaakt. Een diep blad van 70 cm geeft ruimte achter de kookplaat, maar je reikt verder naar de bovenkastjes. |
| Keuken | Bovenkastjes, onderkant boven het werkblad | 55 cm | 50 tot 60 cm | Onder 50 cm past je keukenmachine er niet onder en sta je met je hoofd tegen de deur. Boven 60 cm kom je niet bij het bovenste schap. |
| Keuken | Bovenkastjes, diepte | 35 cm | 32 tot 40 cm | Ondieper dan het werkblad, zodat je er niet tegenaan stoot als je over het blad buigt om te snijden. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaskookplaat, onderkant | 70 cm | 65 tot 75 cm | De vlam en de hete lucht moeten weg kunnen: onder 65 cm boven de pannendrager wordt het vetfilter te heet. Houd altijd de minimummaat uit de handleiding aan, dat is een eis van de fabrikant. |
| Keuken | Afzuigkap boven inductie, onderkant | 60 cm | 55 tot 65 cm | Geen vlam, dus hij mag lager, en lager hangen vangt meer damp. Ook hier is de handleiding leidend, want die maat hoort bij het apparaat. |
| Keuken | Kookeiland, loopruimte rondom | 120 cm | 100 tot 150 cm | Bij 100 cm kun je de vaatwasser openen en er nog langs. Bij 120 cm passeren twee mensen elkaar terwijl er een lade open staat. |
| Keuken | Twee keukenrijen tegenover elkaar, afstand | 120 cm | 110 tot 140 cm | Een ovendeur en een lade die tegenover elkaar open staan hebben allebei ongeveer 60 cm nodig. |
| Keuken | Oven op werkhoogte, bodem van de ovenruimte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Je tilt een hete bakplaat er recht uit in plaats van gebogen. Boven 100 cm til je een schaal boven je middel en zie je niet meer wat erin staat. |
| Keuken | Vaatwasser, nismaat | 60 cm breed, 82 cm hoog | 60 tot 60,5 cm breed | Een onderbouwmodel schuift onder een blad van 90 cm. Een vrijstaand model heeft zijn eigen bovenblad en is ongeveer 85 cm hoog. |
| Keuken | Inbouwkoelkast, nishoogte | 88, 122 of 178 cm | vaste maten per model | De kast volgt de nismaat, dus meet de nis en niet het apparaat. Achter en boven het apparaat moet ventilatieruimte vrij blijven. |
| Keuken | Stopcontact boven het werkblad, hart | 115 cm | 110 tot 120 cm | Dat is 20 tot 30 cm boven het blad, dus vrij van spetters en niet weggewerkt achter de waterkoker. Houd minstens 30 cm afstand tot de spoelbak. |
| Keuken | Keukenplint, hoogte | 10 cm | 10 tot 15 cm | De poten zijn verstelbaar en met de plint stel je de aanrechthoogte fijn in. De plint staat 5 cm terug, zodat je met je tenen onder het kastje kunt. |
| Trap, hal en deur | Trapleuning, hoogte | 90 cm | 80 tot 100 cm (norm) | Norm: het Bouwbesluit, sinds 2024 het Besluit bouwwerken leefomgeving, eist een leuning tussen 80 en 100 cm, gemeten vanaf de voorkant van de trede. Een leuning is verplicht als je over de trap meer dan 1 m stijgt. |
| Trap, hal en deur | Optrede, hoogte van een trede | maximaal 18,8 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw tot 22 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl, voor een woning. Oude trappen zijn vaak 20 tot 21 cm en dat mag blijven zolang je de trap niet vernieuwt. |
| Trap, hal en deur | Aantrede, diepte van een trede | minimaal 22 cm bij nieuwbouw | 22 cm is de ondergrens (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Bij een draaiende trap geldt die maat op de looplijn, dus in de punt van een kwartdraai mag de trede smaller zijn. |
| Trap, hal en deur | Trap, vuistregel voor comfortabel lopen | 2 x optrede + aantrede = 60 cm | 58 tot 64 cm | Geen norm maar een oude vuistregel. 17 op en 26 aan loopt rustig (60), 20 op en 22 aan is een gewone Nederlandse trap (62). Daarbuiten struikel je op de maat. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije breedte | 80 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 70 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Onder 80 cm krijg je een matras of een bank niet naar boven. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije hoogte erboven | 230 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 190 cm (norm) | Norm, gemeten loodrecht boven de voorkant van de trede. Bij een dichtgezette zoldertrap is dit de maat waar je tegen de balk loopt. |
| Trap, hal en deur | Vloerafscheiding langs een trapgat of vide | 100 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 90 cm (norm) | Norm: verplicht zodra het verval meer dan 1 m is. Openingen mogen niet groter zijn dan 10 cm en tussen 20 en 70 cm boven de vloer mag er niets zijn waar een kind op kan klimmen. |
| Trap, hal en deur | Binnendeur, dagmaat van het kozijn | 83 x 201,5 cm | 78, 83, 88 of 93 cm breed; 201,5, 211,5 of 231,5 cm hoog | Industriestandaard, geen norm. Na montage houd je ongeveer 3 cm minder vrije doorgang over, dus voor een rolstoel of rollator kies je een blad van 93 cm. |
| Trap, hal en deur | Deurkruk, hoogte | 100 cm | 95 tot 105 cm | Gewoonte: het slot zit in een standaardkozijn op die hoogte. Verplaatsen kan alleen als je het slotgat in het blad meeverhuist. |
| Trap, hal en deur | Kapstok, hoogte van de haken | 170 cm | 160 tot 180 cm | Een lange jas hangt ongeveer 100 cm af, dus op 170 cm blijft hij vrij van de vloer. Een kinderkapstok komt op 110 tot 120 cm. |
| Trap, hal en deur | Hal, vrije loopruimte | 100 cm | 90 tot 120 cm | Onder 90 cm kun je niet met twee mensen langs elkaar en past er geen kinderwagen naast de kapstok. |
| Trap, hal en deur | Drempel, hoogte | maximaal 2 cm | 0 tot 2 cm | Boven 2 cm struikel je eroverheen en kom je er met een rollator of rolstoel niet zonder helling over. Een schuine aanloop haalt de rand eraf. |
| Slapen | Bed, bovenkant matras | 55 cm | 45 tot 65 cm | Zit je op de rand met je voeten plat op de vloer en je knieën in een hoek van 90 graden, dan is de hoogte goed. Een boxspring komt vaak op 60 tot 65 cm, een laag frame op 45. |
| Slapen | Matras, standaardmaten | 140 x 200 cm | 80, 90, 120, 140, 160 of 180 cm breed; 200 of 210 cm lang | Ben je langer dan 1,90 m, neem dan 210 cm. Twee losse matrassen van 90 x 210 vullen samen een bed van 180 x 210. |
| Slapen | Nachtkast, hoogte bovenblad | 60 cm | 55 tot 70 cm | Gelijk met of iets boven de matras, dan zet je liggend je glas neer zonder te kijken. Bij een boxspring van 65 cm hoort dus een hoge nachtkast. |
| Slapen | Loopruimte naast het bed | 70 cm | 60 tot 90 cm | 60 cm is genoeg om langs te lopen, 70 cm om het bed op te maken zonder tegen de kast te stoten. |
| Slapen | Kledingroede voor lange kleding | 160 cm | 150 tot 170 cm | Een jas of lange jurk hangt 120 tot 140 cm af, dus eronder blijft nog ruimte voor een lade of een schoenenbak. |
| Slapen | Kledingroede voor korte kleding | 100 cm | 95 tot 110 cm | Hemden en dubbelgevouwen broeken hangen 70 tot 90 cm af. Met twee roedes boven elkaar, op 100 en 195 cm, verdubbel je de hangruimte. |
| Slapen | Kast, diepte voor hangende kleding | 60 cm | 55 tot 65 cm | Een hanger is 45 cm breed en met 60 cm diepte sluit de deur zonder dat de mouwen klem zitten. Is de kast ondieper dan 55 cm, zet de roede dan in de lengte. |
| Slapen | Kast, legborddiepte voor truien en broeken | 40 cm | 35 tot 45 cm | Een opgevouwen trui is ongeveer 30 cm breed. Met 40 cm valt de stapel niet naar voren als je de deur opent. |
| Slapen | Kast, hoogste bruikbare schap | 200 cm | 190 tot 210 cm | Verder reik je niet zonder trapje. Wat boven 210 cm staat, is opslag voor koffers die je twee keer per jaar pakt. |
| Slapen | Hoogslaper, vrije hoogte boven de matras | 100 cm | 90 tot 110 cm | Genoeg om rechtop in bed te zitten. Meet van de bovenkant van de matras tot het plafond, niet tot de bodem van het bed. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, hoogte boven het kozijn | 12 cm | 10 tot 15 cm | Boven het kozijn laat het raam groter lijken en houdt de rail het gordijn uit het glas. Zit het plafond dichtbij, monteer de rail dan 5 tot 10 cm onder het plafond of direct tegen het plafond. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, uitloop naast het kozijn | 20 cm per zijde | 15 tot 25 cm | Daar staat het opzij geschoven gordijn geparkeerd, zodat het niet voor het glas blijft hangen en je het daglicht niet inlevert. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vloer | 1 cm boven de vloer | 0 tot 2 cm | Net vrij van de vloer: het sleept niet en hangt toch recht. Wil je het gordijn op de vloer laten vallen, maak het dan 5 tot 10 cm langer dan de maat tot de vloer. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vensterbank | 2 cm boven de bank | 1 tot 3 cm | Vrij van de bank, zodat het gordijn niet omkrult op de plank en de warmte van de radiator eronder langs kan. |
| Raam en gordijn | Gordijn, stofbreedte | 2 keer de railbreedte | 1,5 tot 2,5 keer | Bij 1,5 keer hangt de stof vlak, bij 2,5 keer krijg je volle plooien. Een wave-rail vraagt 2 tot 2,5 keer, anders staat de golf niet. |
| Raam en gordijn | Rolgordijn of plissé in de dag, speling | 0,5 cm per zijde | 0,3 tot 1 cm | Meet de dagmaat op drie hoogtes en neem de kleinste maat, want een kozijn staat zelden haaks. |
| Raam en gordijn | Vitrage, afstand tot het glas | 5 cm | 3 tot 10 cm | Tegen koud glas wordt de stof vochtig en krijg je vlekken. Verder naar binnen botst hij op de vensterbank of de raamkruk. |
| Raam en gordijn | Vensterbank binnen, diepte | 20 cm | 15 tot 30 cm | Volgt de dikte van de muur plus een overstek van 2 tot 3 cm. Vanaf 20 cm staat een plant er stabiel op. |
| Raam en gordijn | Vensterbank buiten, overstek | 4 cm | 3 tot 5 cm | Met een waterhol aan de onderkant. Zonder dat overstek loopt regenwater terug over de gevel en krijg je vuilstrepen onder het raam. |
| Raam en gordijn | Radiator onder het raam, onderkant | 12 cm boven de vloer | 10 tot 15 cm | Er moet lucht onderlangs kunnen, daar begint de convectie. Houd ook 3 tot 5 cm tussen radiator en wand en 10 cm vrij onder de vensterbank. |
| Werken | Bureau, hoogte blad zittend | 74 cm | 72 tot 76 cm | Je onderarmen liggen horizontaal op het blad en je schouders blijven laag. Kun je het blad niet verstellen, zet dan de stoel hoger en je voeten op een steun. |
| Werken | Zit-stabureau, stahoogte | 105 cm | 95 tot 120 cm | Ellebooghoogte staand. Vuistregel: je lichaamslengte min 75 cm, dus bij 1,80 m kom je op 105 cm. |
| Werken | Bureaustoel, zithoogte | 45 cm | 40 tot 52 cm | Voeten plat op de vloer, knieën iets lager dan je heupen. De gasveer van een bureaustoel dekt dat bereik zelf. |
| Werken | Vrije hoogte onder het bureaublad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Je bovenbenen moeten eronder passen, ook met een lade of een kabelgoot. Houd daarnaast 60 cm breed en 60 cm diep beenruimte vrij. |
| Werken | Bureaublad, diepte | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm staat het scherm op armlengte, 50 tot 80 cm van je ogen, en ligt je toetsenbord er nog voor. |
| Werken | Beeldscherm, bovenrand | op ooghoogte of iets lager | 110 tot 125 cm boven de vloer | Je kijkt dan licht naar beneden en dat is de rustpositie van je ogen. Een laptop op het blad zit ongeveer 20 cm te laag, dus zet hem op een standaard met een los toetsenbord. |
| Werken | Toetsenbord, afstand tot de bladrand | 10 cm | 8 tot 15 cm | Daar rusten je handpalmen. Zonder die strook hangen je armen in de lucht en trekt het in je schouders. |
| Werken | Wandplank boven het bureau, onderkant | 45 cm boven het blad | 40 tot 60 cm | Een A4-ordner is 32 cm hoog, dus die past er nog onder, en je stoot je hoofd niet als je opstaat. |
| Werken | Boekenschap, diepte | 25 cm | 20 tot 30 cm | Een pocket is 12 cm diep, een gebonden boek 16 tot 20 cm. Bij 25 cm staan ze allemaal binnen de rand. |
| Werken | Boekenschap, overspanning zonder steun | 80 cm | 70 tot 90 cm | Boeken wegen al snel 25 kg per meter schap. Bij 18 mm plaatmateriaal blijf je onder 80 cm, anders zakt het schap zichtbaar door. |
| Keuken | Schap voor borden, diepte | 32 cm | 30 tot 35 cm | Een plat bord is 26 tot 28 cm in doorsnee. Met 32 cm houd je een vinger ruimte om de stapel te pakken zonder te schuiven. |
| Badkamer | Wastafel, bovenkant | 85 cm | 80 tot 95 cm | Vuistregel: heuphoogte, dan buig je niet voorover om je handen te wassen. Gebruiken kinderen de wastafel, dan is 80 cm prettiger. |
| Badkamer | Opzetkom, hoogte van het meubel | 75 cm | 70 tot 80 cm | Tel de kom van 10 tot 15 cm erbij op, dan komt de bovenrand op 85 tot 95 cm. Vergeet die optelsom en je wast je handen op keukenhoogte. |
| Badkamer | Handdoekhaak naast de wastafel | 140 cm | 120 tot 160 cm | Binnen handbereik met natte handen, dus naast de wastafel en niet aan de andere kant van de ruimte. |
| Badkamer | Handdoekradiator, onderkant | 20 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Daar zitten de aansluitingen en je kunt eronder dweilen. Hang de bovenkant niet hoger dan 180 cm, anders kom je niet bij de handdoek. Een smalle handdoekradiator geeft weinig vermogen, dus reken hem niet als enige verwarming. |
| Badkamer | Douchekraan, hart | 100 cm | 95 tot 110 cm | Heuphoogte, zodat je de kraan kunt bedienen zonder onder de koude straal te gaan staan. |
| Badkamer | Badkraan, hart | 65 cm | 60 tot 75 cm | Ongeveer 20 cm boven de badrand, dan kun je bijmengen terwijl je in bad zit. |
| Badkamer | Regendouchekop | 210 cm | 200 tot 225 cm | Minstens 20 cm boven het hoofd van de langste gebruiker, want je staat er recht onder. Bij een schuin dak meet je op het punt waar je echt staat. |
| Badkamer | Handdouche aan een glijstang, bovenste stand | 190 cm | 180 tot 200 cm | De stang is 60 tot 90 cm lang, dus de onderste stand komt rond 110 cm. Daarmee spoel je het bad, een kind of de hond af. |
| Badkamer | Toilet, zithoogte | 40 cm | 38 tot 48 cm | Standaard is 40 cm. Een verhoogd toilet van 45 tot 48 cm zit op stoelhoogte en daar sta je makkelijker van op. Bij een hangend toilet bepaal je de hoogte zelf met het inbouwframe. |
| Badkamer | Toilet, vrije ruimte voor de pot | 60 cm | 55 tot 70 cm | Daar staan je knieën en voeten. Zijwaarts wil je 80 cm breedte, anders zit je met je schouder tegen de muur. |
| Badkamer | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 75 cm hoog; 20 tot 30 cm voor de voorkant van de pot | Zittend pak je de rol zo zonder te draaien. Hang je hem naast of achter je, dan verdraai je je rug elke keer. |
| Badkamer | Fonteintje in het toilet, bovenkant | 85 cm | 80 tot 90 cm | Dezelfde hoogte als een wastafel. Let op de draairichting van de deur, want een fonteintje van 40 cm breed vraagt een vrije hoek. |
| Badkamer | Stopcontact in de badkamer | buiten 60 cm van bad of douche | norm, geen gewoonte | NEN 1010 verdeelt de badkamer in zones: binnen 60 cm van de rand van een bad of douche mag geen wandcontactdoos. Alle wandcontactdozen moeten achter een aardlekschakelaar van 30 mA. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Veelgestelde vragen
Hoeveel lampen heb je in een woonkamer nodig?
Reken op 100 tot 150 lumen per vierkante meter voor het algemene licht en verdeel dat over vijf of zes punten in plaats van één. Voor een kamer van 25 vierkante meter komt dat neer op ruwweg 2500 tot 3500 lumen totaal, bijvoorbeeld zes lampen van 500 lumen.
Tel daar het gerichte licht apart bij op: een leeslamp van 400 tot 800 lumen bij de stoel en een hanglamp van 800 tot 1200 lumen boven de tafel. Die twee hoeven niet mee te tellen in het algemene niveau, want ze verlichten een klein vlak.
Hoe maak je zelf een tafellamp?
Je bouwt een tafellamp op een voet die zwaar genoeg is, met een holle draadbuis erdoor of een boorgat van 8 tot 10 mm voor het snoer. Daarop komt een E27- of E14-fitting, daaronder het snoer met een trekontlasting in de voet, een snoerschakelaar en een stekker.
De kap kiest je op de fitting en niet op de foto: een ring die op de fitting past of een klemkap. Neem bij een houten of keramische voet 2 x 0,75 mm2 snoer, en zit er aanraakbaar metaal aan, dan hoort er 3 x 0,75 mm2 met aarde in.
Welke onderdelen heb je nodig als je zelf een staande lamp wilt maken?
Wie een staande lamp maken wil, heeft dezelfde onderdelen nodig als bij een tafellamp, alleen langer en zwaarder: een brede voet, een holle stang of draadbuis, een fitting, snoer, een trekontlasting boven en onder, een voetschakelaar of snoerschakelaar, een stekker en een kapring.
De voet is hier het onderdeel waar het op vastloopt. Een hoge lamp met een brede kap kantelt zodra de zwaartelijn buiten de voet valt, dus houd het gewicht laag en de voet minstens zo breed als de kap uitsteekt.
Kun je elke staande lamp dimbaar maken?
Nee. Voor een staande lamp dimmen moeten twee dingen kloppen: de lichtbron moet als dimbaar verkocht zijn en de dimmer moet bij dat type lamp horen. Een gewone led-lamp op een dimmer knippert, zoemt of doet niets, ook al staat de dimmer strak in de wand.
Zit de lamp aan een stekker, dan hoef je niet aan de installatie te werken: een snoerdimmer of stekkerdimmer doet hetzelfde werk. Hoe je dat aanpakt staat bij het dimbaar maken van een vloerlamp.
Wat is een vloerdimmer voor een staande lamp?
Een vloerdimmer is een dimmer die in het snoer zit en die je met je voet bedient, meestal vlak bij de voet van de lamp. Het voordeel is dat je hem vanaf de bank aantikt zonder op te staan en dat er niets aan de wandschakelaar verandert.
Het nadeel is de plaats. Hij ligt in de looproute en in het pad van de stofzuiger, dus leg het snoer langs de plint en zet de dimmer net naast de poot van de lamp. Ook hier geldt dat de lamp zelf dimbaar moet zijn.
Waarom flikkert mijn led-lamp op de dimmer?
Flikkeren betekent bijna altijd dat de dimmer en de lamp niet bij elkaar passen. Een dimmer met fase-aansnijding, bedoeld voor gloeilampen, knipt het begin van elke halve golf weg, en daar kan een led-driver niet mee overweg.
De tweede oorzaak is te weinig vermogen. Eén lamp van 5 watt komt niet boven de ondergrens van een oude dimmer uit, en dan pulseert hij in de onderste stand. Een led-dimmer met fase-afsnijding of een instelbare ondergrens haalt dat eruit.
Hoeveel led-lampen kunnen er op één dimmer?
Minder dan het wattage op de dimmer doet vermoeden. Fabrikanten rekenen als vuistregel met ongeveer een tiende van het vermogen dat voor gloeilampen wordt opgegeven, omdat elke led-driver bij het inschakelen kort een hoge stroom trekt.
Op een dimmer die 400 watt aan gloeilampen aankan, hangen dus vaak zo'n 40 watt aan led-lampen. Op de dimmer zelf staat een apart bereik voor led, meestal als iets van 3 tot 100 watt, en die opgave gaat voor elke vuistregel.
Bespaart dimmen stroom?
Een beetje, maar veel minder dan gedacht. Een led-lamp van 8 watt die op halve kracht brandt scheelt ongeveer 4 watt, en bij vier branduren per dag is dat rond de zes kilowattuur per jaar voor die lamp.
De echte winst van dimmen zit in comfort en in warmte: een lamp die zachter brandt wordt minder heet, en de elektronica in de voet houdt het daardoor langer vol. Een gloeilamp won er vroeger veel meer levensduur mee dan een led nu doet.
Welke verlichting past bij een slaapkamer met een schuin dak?
Onder een schuin dak werk je met het dakvlak in plaats van met het plafond. Richtbare spots of een ledstrip langs de daklijn strijken over de helling, en dat vlak geeft daarna zelf licht: op wit kaatst ruwweg tachtig procent terug, op een donkere kleur nog geen vijfde.
Op het knieschot hangt een wandlamp met het hart op 100 tot 120 cm, want het gangbare 160 cm past er niet. Wil je een hanglamp onder de nok, kijk dan of de plafondkap voor de hellingshoek van jouw dak is gemaakt.
Waar let je op bij bedrukte lampenkappen?
Inkt houdt licht tegen. Een bedrukte kap laat dus minder licht door dan een blanco kap van hetzelfde doek, en hoe dichter en donkerder de print, hoe groter dat verschil. Zo'n kap hoort daarom bij een lamp die avondlicht geeft en niet bij de enige leeslamp in de hoek.
Kijk ook naar de lamp die erin gaat. Een heldere lamp tekent zich als felle vlek door het doek af, precies over de print heen, terwijl een matte lamp of een filamentled met mat omhulsel het vlak gelijkmatig houdt.
Hoe groot moet de lampenkap bij de voet zijn?
In de lampenhandel geldt de gewoonte dat de kap van een tafellamp ongeveer een derde van de totale hoogte beslaat en anderhalf tot twee keer zo breed is als de voet op zijn breedste punt. Dat is een verhoudingsregel en geen voorschrift, maar hij komt wel ergens vandaan.
De harde eis zit onderin: de onderrand van de kap moet net over de fitting en de lamp vallen. Steekt de lichtbron eronderuit, dan kijk je er vanaf de bank recht in en helpt geen enkele verhouding daar nog tegen.
Welke fitting heeft mijn lamp, E27 of E14?
Het getal achter de E is de diameter van de schroefdraad in millimeters. E27 is de gewone fitting van 27 mm, E14 de kleine van 14 mm die je in kroonluchters, wandlampjes en veel tafellampen vindt.
Meet bij twijfel de schroefdraad van de oude lamp met een schuifmaat of leg hem naast een lamp waarvan je de maat wel weet. Naast deze twee kom je thuis vooral GU10 tegen, de spot op 230 volt met twee pennetjes en een kwartslag bajonetsluiting.
Op welke hoogte hang je een lamp boven de eettafel?
De onderkant van de kap komt op 80 cm boven het tafelblad, met 75 tot 90 cm als bruikbare marge. Bij een blad op 75 cm hoogte hangt de onderkant dus op ongeveer 155 cm boven de vloer, en boven een plafond van meer dan 280 cm mag hij iets hoger.
Daarnaast blijft de kap minstens 30 cm binnen de rand van het blad, zodat niemand zijn hoofd stoot bij het aanschuiven. Alle lamphoogtes met hun marges vind je in de maatwijzer met hoogtes per onderdeel.
Wat betekent Ra of CRI op de verpakking van een lamp?
Ra en CRI zijn twee namen voor dezelfde maat: hoe goed kleuren onder die lamp overeenkomen met hun kleur bij daglicht. De schaal loopt tot 100, waarbij Ra 80 de gangbare ondergrens is voor woninglampen.
Ra 90 of hoger hoort op plekken waar kleur telt: boven het aanrecht, aan de eettafel, bij de badkamerspiegel en op een wand met kunst. Onder een lamp met een lage Ra zien rood, hout en huidtinten er vlak uit, omdat er in het spectrum weinig diep rood zit.
Mag je zelf een dimmer in de wand plaatsen?
Een schakelaar vervangen door een dimmer mag je in Nederland zelf doen, maar het is werk aan de vaste installatie en daarvoor geldt NEN 1010. Schakel de groep uit in de meterkast, controleer met een spanningszoeker of de aders echt spanningsloos zijn en kijk of er een nuldraad in de doos zit, want veel dimmers hebben die nodig.
Twijfel je over de bedrading of zit er in een oude woning geen aarde in de doos, laat het dan door een elektricien doen. Een tafellamp dimbaar maken met een snoerdimmer vraagt die stap helemaal niet, want daar werk je aan een toestel met een stekker.
Welke lamp kies je boven een kookeiland?
Boven een kookeiland hangt de onderkant van de lamp op 75 cm boven het blad, dus bij een blad van 90 cm kom je op 165 cm en zit de rand op ooghoogte. Kies daarom een kap die de lamp van onderaf afschermt, of een dichte metalen kap die het licht in een kegel naar beneden stuurt.
Hang je er twee of drie naast elkaar, reken dan 70 tot 90 cm hart op hart en houd de rij symmetrisch ten opzichte van het blad. Voor het snijwerk zelf telt het licht onder de bovenkastjes zwaarder dan de lamp boven het eiland.