Inspiratie voor een schilderij: kiezen vanuit je eigen wand
Een schilderij dat in je kamer werkt, kies je vanuit de wand en niet vanuit het beeld. Boven een bank of dressoir beslaat het werk ongeveer twee derde van de meubelbreedte, met de onderrand 25 cm boven de rugleuning of het blad; op een vrije wand hangt het midden op 145 cm. Of het werk leesbaar blijft, hangt vooral af van het verschil in licht en donker met de muur. Of het mooi blijft, hangt af van het licht: in een zonvlek verbleekt papier, en gewoon glas tegenover een raam laat je het raam zien in plaats van het werk.
Begin bij de wand en niet bij het beeld
Een schilderij dat op een woonkamerfoto klopt, klopt in jouw kamer alleen als drie dingen overeenkomen: de breedte van het meubel en de wand, het licht dat erop valt en de kleur van de muur erachter. Die drie leg je eerst vast, en pas daarna kies je een onderwerp. Hoe formaat, lijst en ophangen verder samenhangen, staat in het overzicht over schilderijen, posters en lijsten.
Een inspiratiebeeld verbergt juist die drie. Interieurfoto's worden meestal met een groothoeklens gemaakt, en die rekt de voorgrond op en duwt de achterwand weg, dus de verhouding tussen werk en meubel op de foto is niet de verhouding die je thuis ziet. Daarbij is de foto genomen op het moment dat het licht het gunstigst was.
Wat je van zo'n beeld wel kunt overnemen, is het kleurbereik, het soort lijst en de manier waarop werk en meubel samen één vorm maken. Wat een interieurfoto verder weglaat, staat bij woonkamerinspiratie die vanuit echte maten vertrekt.
De tabel hieronder zet de beslissingen in volgorde. Lees hem van boven naar beneden, want een keuze lager in de rij heeft pas zin als de rij erboven vastligt: een onderwerp kiezen voor een formaat dat niet past, levert een werk op dat je daarna nergens kwijt kunt.
| Wat je vastlegt | Hoe je het bepaalt | Wat het uitsluit |
|---|---|---|
| 1. Breedte van meubel en wand | Rolmaat langs het meubel waar het werk boven komt, of langs het vrije deel van de wand | Werken die smaller zijn dan de helft of breder dan driekwart van het meubel |
| 2. Kijkafstand | Afstand van de plek waar je het werk het vaakst ziet tot de wand | Grote werken in een smalle gang, kleine werken aan het eind van een diepe kamer |
| 3. Licht op de wand | Welke kant het raam op ligt, of er een zonvlek op de wand valt en wat er tegenover hangt | Papier en aquarel in de zon, gewoon glas recht tegenover een raam |
| 4. Muurkleur | Hoe licht of donker de muur is ten opzichte van het werk | Werken die even licht zijn als de muur en daar van een afstand in verdwijnen |
| 5. Stijl en onderwerp | Welke lijnen, kleuren en materialen er al in de kamer staan | Werken die met niets in de kamer iets gemeen hebben |
| 6. Materiaal en gewicht | Wat de wand per punt houdt en of er vocht, vet of warmte bij komt | Een glasschilderij van 10 kg aan een plakstrip, een papieren print in de badkamer |
Welk formaat bij welke plek past
Boven een meubel beslaat een werk ongeveer twee derde van de breedte van dat meubel, met een marge van 60 tot 75 procent. Dat is een vuistregel uit de interieurpraktijk en geen wet, maar hij heeft een reden: meubel en werk vormen samen één vorm, en bij twee derde blijft er aan beide kanten genoeg wand over om die vorm als geheel te zien.
Bij een driezitsbank van 210 cm komt dat op 125 tot 160 cm aan werk. Een losse lijst van 50 bij 70 cm is daar nog geen kwart van, en die leest boven zo'n bank als een postzegel op een envelop.
Heb je geen werk in die breedte, dan tellen meerdere werken samen op. Twee lijsten van 70 cm breed met 6 cm ertussen halen 146 cm, en het oog telt ze als één vlak zolang de tussenruimte klein en overal gelijk is. Bij meer dan 10 cm tussenruimte valt zo'n groep uiteen in losse lijstjes.
Op een vrije wand zonder meubel ervoor vul je 55 tot 75 procent van de breedte die je vanaf je kijkplek ziet. Onder de helft blijft de wand leeg ogen, boven driekwart begint een groep op behang te lijken.
De richting volgt de vorm eronder. Een bank, dressoir of bed is liggend, dus een liggend werk of een liggende groep sluit daarop aan. Een staand werk hoort op een smalle wand naast een raam of deur, of boven een smalle hoge kast.
| Plek | Breedte van het werk of de groep | Formaten die daar passen | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Boven een tweezitsbank van 160 cm | 95 tot 120 cm | 100 bij 70, of twee keer 50 bij 70 met 6 cm ertussen | Onderrand 25 cm boven de rugleuning |
| Boven een driezitsbank van 210 cm | 125 tot 160 cm | 150 bij 100, 140 bij 90, of drie keer 40 bij 60 | Een drieluik met 6 cm tussenruimte telt als één werk van 132 cm |
| Boven een hoekbank van 260 cm | 155 tot 195 cm, gemeten over de lange zijde | 180 bij 120, of twee keer 90 bij 60 | De korte poot telt niet mee voor de breedte |
| Boven een dressoir van 180 cm | 110 tot 135 cm | 120 bij 80, of een groep binnen een rechthoek van 120 bij 90 | Onderrand 25 cm boven het blad, zodat er een lamp of vaas voor kan |
| Boven een tweepersoonsbed van 160 cm | 105 tot 130 cm, want het frame is 170 tot 175 cm breed | 120 bij 70, of twee keer 50 bij 70 | Onderrand 25 tot 35 cm boven het hoofdbord, en liever geen glas boven je hoofd |
| Vrije wand van 300 cm zonder meubel | 165 tot 225 cm aan werk of groep | 200 bij 120, of een groep van zes tot negen lijsten | Hartlijn op 145 cm, gecentreerd op het deel van de wand dat je vanaf de bank of deur ziet |
| Smalle wand naast een raam of deur, 60 tot 90 cm | 40 tot 60 cm, staand | 30 bij 40, 40 bij 60 of 50 bij 70 | Links en rechts evenveel wand overlaten, anders lijkt de lijst tegen het kozijn geschoven |
| Gang of hal van 110 tot 130 cm breed | 50 tot 85 cm | 50 bij 70 of 60 bij 80 | Je staat nooit verder weg dan de gangbreedte, dus een groter werk zie je daar in stukken |
Een werk dat aan de smalle kant is, kun je groter laten lezen met een passe-partout. Een print van 30 bij 50 cm met 10 cm passe-partout rondom wordt een lijst van 50 bij 70 cm, en het oog telt die hele lijst als het formaat.
Hoe hoog het werk hangt, boven een bank en op een vrije wand
Op een vrije wand hangt het midden van het werk op 145 cm boven de vloer, met een marge van 140 tot 155 cm. Dat is de ooghoogte van een volwassene die staat, en het is een vuistregel en geen norm. Hang alles in de kamer op diezelfde hartlijn, ook werken van verschillend formaat, dan loopt de wand rustig door.
Boven een meubel gaat de onderrand voor. Die blijft 20 tot 30 cm boven de rugleuning van een bank of het blad van een dressoir, en daardoor schuift de hartlijn op naar 150 tot 165 cm. Hang je lager, dan lijkt het werk op de bank te leunen; hang je veel hoger, dan vallen bank en werk als twee losse dingen uit elkaar.

Voor je eigen bank reken je met drie getallen: de hoogte van de rugleuning, 25 cm, en de helft van de hoogte van het werk. Bij een rugleuning van 85 cm en een werk van 90 cm hoog is dat 85 plus 25 plus 45, dus een hartlijn van 155 cm.
Het ophangpunt ligt niet op de hartlijn. Trek het koord of de draad aan de achterkant strak omhoog en meet hoeveel het onder de bovenrand blijft: komt de bovenrand op 200 cm en zakt het koord 8 cm, dan zit de haak op 192 cm.

Alle hoogtes voor lijsten, spiegels en klokken kun je met de rolmaat in de hand in de maatwijzer opzoeken. Weegt het werk weinig en wil je geen gat in de wand, lees dan eerst hoeveel kilo een lijst zonder boren per punt mag wegen, want dat gewicht hangt aan de verflaag en niet aan de lijm.
Een lijst met glas boven een bank hangt boven hoofden. Een plakstrip of een enkel spijkerhaakje houdt in gipsplaat en stucwerk volgens onze bevestigingstabel 1 tot 2,5 kg per punt, en een lijst van 70 bij 100 cm met glas weegt al 5 tot 7 kg. Hang zo'n werk aan twee pluggen of aan een schroef in de regel achter de plaat.
Kijkafstand: waarom hetzelfde werk in de gang te groot en in een diepe kamer te klein is
Of een formaat klopt, hangt ook af van hoe ver je ervan af staat. Een compositie overzie je in één blik binnen een kijkhoek van ongeveer 30 tot 40 graden; wordt het werk breder dan die hoek, dan gaan je ogen heen en weer en zie je het in stukken. Dat is een vuistregel die uit het gezichtsveld volgt en geen gemeten grens per persoon.
Omgerekend overzie je op 200 cm afstand een werk van 105 tot 145 cm breed. Op 400 cm is dat 215 tot 290 cm, en daar wordt een lijst van 50 bij 70 cm een klein vlak waarvan je het onderwerp niet meer herkent.
Daarin zit het verschil tussen een gang en een doorzonkamer. In een gang van 120 cm breed sta je nooit verder dan 120 cm van de wand, dus een werk van 150 cm breed zie je daar alleen schuin of in delen. In een doorzonkamer van 7 tot 8 meter diep is het omgekeerd: vanaf de voorkamer kijk je 6 meter of meer naar de achterwand, en daar valt een klein werk weg.
Meet dus vanaf de plek waar je het werk het vaakst ziet: de bank, de eettafel of de deur waar je binnenkomt. Een klein werk is niet fout, maar het hoort op een plek waar je er dichtbij komt, zoals naast een deur, in een nis of boven een bureau.
Controleren gaat met een vel pakpapier in het formaat dat je overweegt, met schilderstape op de wand. Moet je vanaf je vaste plek je hoofd draaien om beide randen te zien, dan is het te breed voor die afstand.
| Afstand tot de wand | Breedte die je in één blik overziet | Waar je die afstand hebt |
|---|---|---|
| 100 cm | 55 tot 75 cm | Toilet, smalle overloop, de wand naast een deur waar je langsloopt |
| 120 cm | 65 tot 85 cm | Gang of hal van gangbare breedte |
| 150 cm | 80 tot 110 cm | Van een eetstoel naar de wand naast de tafel |
| 200 cm | 105 tot 145 cm | Vanuit bed naar de wand tegenover het voeteneind |
| 250 cm | 135 tot 180 cm | Van de bank naar de wand aan de overkant van de salontafel |
| 300 cm | 160 tot 220 cm | Van de eettafel naar de wand boven de bank in een open woonkamer |
| 400 cm en meer | 215 tot 290 cm | Van de deur naar de achterwand van een woonkamer; hier werkt een groot werk of een groep |
Welk onderwerp en welke stijl bij je interieur passen
Een werk past bij een interieur als er iets in terugkomt wat al in de kamer staat: de lijnvoering, het kleurbereik of het materiaal van de lijst. Eén van die drie is genoeg. Zit er geen enkele in, dan hangt het werk los van de kamer, hoe goed het op zichzelf ook is.
Lijnvoering is het minst bekend en werkt het sterkst. Een kamer met strakke kasten, stalen kozijnen en een rechte bank zit vol horizontale en verticale lijnen, en een geometrisch of grafisch werk herhaalt die. Een kamer met een ronde tafel, linnen en gebogen armleuningen leest zachter, en daar sluit een landschap, een botanische studie of een abstract werk met losse penseelstreken beter op aan.
De schaal van het motief doet de rest. Een groot, rustig vlak met weinig details houdt een kamer vol boeken en planten bij elkaar, terwijl een werk met veel kleine details daar wegvalt tussen alles wat er al staat. In een lege, strakke kamer mag het werk juist het drukste vlak zijn.
Abstract, figuratief of fotografie is daarbij minder een stijlkeuze dan het lijkt. Een zwart-witfoto van een stad hoort bij een industriële kamer, maar een zwart-witfoto van duinen met veel grijstinten past net zo goed in een Scandinavisch interieur: het onderwerp bepaalt het gevoel, de lijnen en het kleurbereik bepalen of het past.
Kies je een kant-en-klaar werk uit een woonwinkelcollectie, zoals een schilderij van Bloomingville, toets het dan aan deze drie punten in plaats van aan de productfoto. Moet de kamer vooral warm aanvoelen, dan staat bij een woonkamer die echt warm aanvoelt welke kleuren en materialen daaraan bijdragen.
| Stijl van de kamer | Onderwerp dat erbij past | Lijst of drager | Waar het wringt |
|---|---|---|---|
| Industrieel, met beton, staal, leer en zwarte kozijnen | Zwart-witfotografie van steden, grafische typografie, groot abstract met zichtbare verfstructuur | Smalle zwarte metalen lijst, of canvas zonder lijst | Pastel en fijne lijntekeningen verdwijnen tegen baksteen of beton met veel tekening |
| Landelijk, met hout, linnen en aardetinten | Landschappen, bloemen, botanische studies en stillevens | Eiken of verweerd hout, met een passe-partout in gebroken wit | Hoogglanzend acrylglas: de spiegeling botst met de matte materialen eromheen |
| Modern en minimalistisch, met strakke kasten en weinig kleur | Eén groot geometrisch of monochroom werk, of lijnkunst met veel lege ruimte | Canvas met een rand van 4 cm zonder lijst, of een aluminium paneel | Veel kleine lijstjes maken de wand tot het drukste vlak van een kamer die leeg moet lezen |
| Scandinavisch of japandi, met licht hout, wit en gedempte kleuren | Abstracte vormen in zand, klei en zwart, lijntekeningen, zwart-witfoto's van natuur | Smalle lijst in licht eiken met een breed passe-partout | Felle primaire kleuren die nergens anders in de kamer terugkomen |
| Klassiek of brocante, met profielen, antiek en donker hout | Portretten, stillevens, oude kaarten en olieverf | Profiellijst in goud of donker hout | Glasprints en aluminium: het gladde oppervlak botst met het doorleefde hout |
| Kleurrijk of eclectisch, met veel verschillende spullen | Een groep ongelijke werken, felle abstracte kunst, grafische posters | Eén lijstkleur voor de hele groep, of één kleur die in alle werken terugkomt | Zonder gemeenschappelijk element leest de wand als een stapel losse aankopen |
| Warm, met oker, terracotta, cognac en veel textiel | Abstract in aardetinten, landschappen in avondlicht, olieverf met een warme ondertoon | Donker hout of messing | Koele blauwgrijze fotografie, die onder lampen van 2700 K grauw wordt |
Kleur: het contrast met de muur weegt zwaarder dan de tint
Het oog scheidt een werk van de muur eerst op helderheid en pas daarna op kleur. Een beige abstract werk op een linnen muur heeft een andere tint maar bijna dezelfde helderheid, en daardoor zie je er van een paar meter afstand alleen een wat vlekkerige wand in.
Houd je van zulke zachte werken, leg het contrast dan in de lijst of het passe-partout. Een smalle donkere lijst trekt een rand die het werk zelf niet heeft, en een wit passe-partout doet hetzelfde op een donkere muur.
De kleur kies je daarna, en daarvoor bestaan in de interieurwereld twee gewoontes die allebei werken. Of één kleur uit het werk komt elders in de kamer terug, in een kussen, een vaas of een stoel, zodat het werk bij de kamer lijkt te horen. Of het werk heeft juist de kleur die de kamer mist, en dan is het de enige plek waar die kleur zit.
Minder goed werkt een werk in precies de kleur van de bank eronder. Die twee versmelten dan tot één blok en het werk verliest zijn onderrand.
De windrichting schuift de kleur van een werk net zo op als die van een muur. Op het noorden valt diffuus licht van rond 6500 K binnen: terracotta trekt daarin naar roze, cognac verliest zijn oranje en een gedempt blauw wordt grijs. 's Avonds bij lampen van 2700 K komen rood en geel juist naar voren en valt blauw weg.
Welke groentinten dat wisselende licht overleven, staat bij groen kiezen voor een slaapkamer, en die regels gelden voor een groen werk net zo goed als voor een groene muur.
| Muurkleur | Wat erop leesbaar blijft | Wat erin wegvalt |
|---|---|---|
| Kalkwit of warm wit | Vrijwel alles: zwart-witfoto's, donkere olieverf, felle abstracte werken en elke donkere lijst | Licht beige, pastel en crème zonder lijst; een wit passe-partout geeft op een witte muur geen rand |
| Linnen, zandbeige of greige | Zwarte en donkere eiken lijsten, diep groen, cognac en inktblauw in het werk, zwart-wit met een wit passe-partout | Beige en zandkleurige abstracte werken met dezelfde helderheid, zeker in een naturel eiken lijst |
| Saliegroen | Terracotta, oker, vuilroze en botanische prints met donker blad, want rood en groen versterken elkaar | Grijsgroene en lichtgrijze werken die net zo licht zijn als de muur |
| Olijfgroen of mosgroen | Warm wit papier met een licht passe-partout, messing of goudkleurige lijsten, oranje en roestbruin | Donkere fotografie in een zwarte lijst zonder passe-partout: die worden samen één donker vlak |
| Inktblauw of antraciet | Lichte werken met een wit passe-partout, licht eiken of goud; reken op extra licht, want de muur kaatst weinig terug | Donkere olieverf, nachtfoto's en zwart-wit met veel zwart |
| Terracotta | Blauw, blauwgroen, zwart-wit en werken met veel wit | Oranje, roestbruin en cognac in het werk, want die liggen te dicht bij de muur |
| Behang met patroon | Eén groot, rustig vlak met een brede lijst of een passe-partout | Een groep kleine lijsten en werken met veel kleine motieven, die vechten met het patroon |
Wat canvas, glas, acrylaat, aluminium en mos met licht en gewicht doen
Het materiaal bepaalt drie dingen die je op een productfoto niet ziet: hoeveel licht het terugkaatst, hoe zwaar het is en wat het van de ruimte verdraagt. Hetzelfde beeld op canvas en achter glas lijkt online identiek en hangt aan jouw wand heel anders.
Gewoon glas en acrylaat kaatsen per oppervlak ongeveer 4 procent van het licht terug, voor- en achterkant samen dus zo'n 8 procent. Dat klinkt weinig, maar een donker deel van het werk kaatst zelf ook maar een paar procent terug, en in dat donkere deel zie je dan het raam of de lamp in plaats van het beeld.
Ontspiegeld glas heeft een coating die de reflectie onder 1 procent brengt en blijft scherp. Mat glas werkt anders: het oppervlak is opgeruwd en verstrooit de reflectie, maar verstrooit ook het beeld, en hoe verder de print achter het glas ligt, bijvoorbeeld door een passe-partout, hoe waziger hij wordt.
Canvas spiegelt niet en is per vierkante meter het lichtst, en daarom werkt het goed op grote formaten en tegenover een raam. Een glasschilderij van 4 mm dik glas weegt 10 kg per vierkante meter, dus een werk van 120 bij 80 cm weegt bijna 10 kg en hoort aan pluggen.
Een mosschilderij is gemaakt van geconserveerd mos dat geen water en geen licht nodig heeft. In droge lucht boven een radiator wordt het bros en in de zon verbleekt het, en een doucheruimte vol damp is ook geen goede plek.
| Materiaal | Gewicht per m², ongeveer | Reflectie en licht | Waar het goed hangt | Waar niet |
|---|---|---|---|---|
| Canvas op spieraam | 1,5 tot 2,5 kg, afhankelijk van de lat | Spiegelt niet; strijklicht laat de weefselstructuur en de verfdikte zien | Grote formaten, boven de bank, tegenover een raam | Bij de kookplaat, want vet en damp trekken in het doek |
| Print achter gewoon glas in een lijst | 7 tot 10 kg met lijst en rug | Ongeveer 8 procent reflectie, dus ramen en lampen spiegelen | Wanden met licht van opzij, gang en trapgat | Recht tegenover een raam, of onder een spot die je in het glas terugziet |
| Print achter ontspiegeld glas | 7 tot 10 kg met lijst en rug | Onder 1 procent reflectie en toch een scherp beeld | Tegenover een raam, boven een dressoir met een lamp erop | Op plekken waar veel handen komen, want vingerafdrukken vallen op de coating sneller op |
| Print achter acrylaat in een lijst | 4 tot 6 kg met lijst en rug | Reflecteert als glas, maar breekt niet in scherven | Boven een bed, in een kinderkamer, langs de trap | Schoonmaken met glasreiniger met alcohol of ammoniak, want daar krijgt acrylaat haarscheurtjes van |
| Print achter acrylglas van 4 mm | Ongeveer 5 kg | Hoogglans met diepe kleuren, spiegelt sterk | Moderne kamers met licht van opzij | Tegenover een raam, en droog afstoffen geeft krasjes |
| Glasschilderij van 4 mm gehard glas | Ongeveer 10 kg | Hoogglans, spiegelt sterk | Keuken en badkamer, want het is afwasbaar en neemt geen vocht op | Gipsplaat zonder regel erachter, en elke plakoplossing |
| Aluminium sandwichpaneel van 3 mm | Ongeveer 4 kg | Mat of zijdeglans, afhankelijk van de afwerking | Badkamer, keuken en grote formaten die vlak moeten blijven | Met een glanzende afwerking recht tegenover een raam |
| Mosschilderij van geconserveerd mos | Wisselt met de mossoort en de achterplaat, dus weeg het | Spiegelt niet, diffuus en diep van kleur | Een wand zonder zon en zonder radiator eronder | In een zonvlek, boven de verwarming, in een doucheruimte |
Licht: zon, lampen en het spiegelbeeld in het glas
Licht laat de kleuren van een werk zien en breekt ze tegelijk af. Verbleken is een optelsom van hoeveel licht erop valt maal hoeveel uur, en ultraviolet en het korte blauwe deel van het zichtbare licht doen het meeste werk. In musea houdt men voor papier, aquarel en textiel ongeveer 50 lux aan en voor olie- en acrylverf rond 200 lux.
Direct zonlicht haalt buiten 100.000 lux, en een zonvlek binnen op de wand al gauw tienduizenden. Een print op papier in zo'n vlek krijgt dus honderden keren de dosis die een museum toelaat, en een print met kleurstofinkt verbleekt sneller dan een met pigmentinkt. Op een wand die geen directe zon krijgt, speelt dat nauwelijks.
Gewoon glas houdt een deel van het ultraviolet tegen, maar laat een groot deel van het UVA en al het zichtbare licht door. UV-werend lijstenglas vertraagt het verbleken en houdt het niet tegen, dus een werk dat je wilt houden hoort ook achter beter glas niet in de zon.
Voor een lamp op een werk werkt een hoek van ongeveer 30 graden vanaf de wand. Het spiegelbeeld van de lamp kaatst dan onder je ogen langs naar beneden weg, en de bovenrand van de lijst werpt nog geen lange schaduw over het werk. De afstand van de spot tot de wand is de plafondhoogte min de hartlijn, keer 0,58: bij een plafond van 260 cm en een hartlijn van 145 cm hangt de spot 67 cm uit de wand.
Kies een lamp van 2700 tot 3000 K met een kleurweergave van Ra 90 of hoger. Onder Ra 90 wordt vaak op diep rood bespaard, en dan zien huidtinten en alles met rood pigment er vlak uit; bij een werk dat vooral blauw is, houdt 3000 K het blauw levendiger dan 2700 K.
Het spiegelbeeld van een raam volgt dezelfde regel: hoek in is hoek uit. Hangt een lijst met glas recht tegenover een raam, dan kijk je vanaf de bank precies in de lijn van dat raam, en een halve meter opzij of een zijwand haalt die lijn weg. Hoe licht en wanddecoratie in de rest van het huis samengaan, staat in het overzicht van decoratie en licht in huis.
Twijfel je of er zon op een wand komt, plak dan op een zonnige dag om 10, 13 en 17 uur een strook tape langs de rand van de zonvlek. Wat binnen die stroken valt, is geen plek voor papier, aquarel of een mosschilderij.
Per kamer: slaapkamer, keuken, badkamer en hal
Elke kamer vraagt iets anders van een werk: boven een bed telt het gewicht boven je hoofd, in de keuken vet en damp, in de badkamer vocht en in de hal de korte kijkafstand. Het formaat en de hoogte uit de secties hierboven blijven gelden; wat verandert, is welk materiaal het uithoudt.
De woonkamer is daarin de makkelijkste ruimte, zolang het werk niet recht boven een radiator of kachel hangt. Opstijgende warme lucht neemt stof mee en zet dat af op de koelere wand en op het werk, en zo ontstaat daarboven na een paar stookseizoenen een grijze waas in de vorm van de luchtstroom.
Wil je werken kunnen wisselen zonder elke keer nieuwe gaten, hang ze dan aan een rail met koorden of kettingen. Hoe je een lijst zo ophangt en waar je dan op let, staat bij een fotolijst aan een ketting hangen.
Boven het bed
Boven een bed van 160 cm, met een frame van 170 tot 175 cm, past een werk van 105 tot 130 cm breed. De onderrand blijft 25 tot 35 cm boven het hoofdbord: bij een hoofdbord van 100 cm en een werk van 70 cm hoog komt de hartlijn dan op 165 cm.
Kies hier liever canvas of acrylaat dan glas, want wat valt, valt op je hoofd, en hang het aan twee punten zodat het niet kantelt als je er in bed tegenaan leunt. Voor een slaapkamer werkt een werk met weinig contrast rustiger dan een fel werk, en meer richtingen daarvoor staan bij slaapkamerinspiratie van luxe tot rustig.
In de keuken
Bij het kookgedeelte slaan vet en damp neer op alles wat aan de wand hangt. Canvas en onbeschermd papier nemen dat op en worden in een paar jaar geel en plakkerig, terwijl glas, acrylglas en aluminium met een doek en afwasmiddel schoon worden. Hang een papieren print in de keuken daarom aan de kant van de eettafel en niet boven het werkblad.
In de badkamer
Na het douchen loopt de luchtvochtigheid in een badkamer bijna tot verzadiging op. Papier achter glas gaat daardoor golven, tegen een koude buitenmuur slaat vocht achter het glas neer en canvas trekt krom op zijn spieraam. Kies aluminium, acrylglas of een glasschilderij en hang het buiten het bereik van de douchestraal. Hoe je in een ruimte met weinig daglicht met kleur en spiegels werkt, staat bij ideeën voor een kleine badkamer.
In de hal en langs de trap
In een hal is de gangbreedte je maximale kijkafstand, dus houd het werk onder 85 cm breed of hang een rij kleinere lijsten. Langs de trap meet je de hartlijn van 145 cm loodrecht boven de neus van de trede waar je staat, zodat de rij meeloopt met de trap. Waar je met een tas of jas langs de wand schuurt, blijft een platte lijst heel waar een canvas met een dikke rand steeds een tik krijgt.
Zo kies je een werk dat in je kamer past
Elke stap levert een maat of een grens op, en de volgende stap kiest daarbinnen.
-
Meet het meubel en het vrije deel van de wand
Meet de breedte van het meubel waar het werk boven komt en de hoogte van de rugleuning of het blad. Reken 60 en 75 procent van die breedte uit: daartussen ligt de breedte van je werk of je groep.
-
Bepaal de kijkafstand vanaf je vaste plek
Meet van de bank, de eettafel of de deur tot de wand. Die afstand vertelt je hoe breed het werk mag worden voordat je het niet meer in één blik overziet, en hoe klein het mag zijn voordat het onderwerp wegvalt.
-
Kijk welk licht er op die wand valt
Bekijk de wand in de ochtend, de middag en de avond, en markeer een zonvlek met tape. Valt er zon op, dan vallen papier, aquarel en mos af; hangt er een raam tegenover, dan wordt het canvas of ontspiegeld glas.
-
Vergelijk de helderheid van het werk met de muur
Houd een afdruk of een voorbeeld tegen de wand en knijp je ogen half dicht. Wat dan in de muur opgaat, valt van een paar meter ook weg, en dan heb je een lijst of passe-partout nodig die het contrast maakt.
-
Kies het materiaal en weeg het werk
Reken het gewicht uit met het vierkante-metergewicht van het materiaal of zet het werk op een weegschaal. Kies daarna de bevestiging op dat gewicht en op de wandsoort, en niet op wat er het snelst in zit.
-
Plak het formaat af en hang op de hartlijn
Plak het formaat met pakpapier en tape op de wand en laat het een dag hangen. Klopt het vanaf je vaste plek, reken dan de haakhoogte uit vanaf de bovenrand en de zakking van het koord, en hang het werk op.
Maatwijzer
De hoogtes en maten die in een huis kloppen: bar, eettafel, tv, schilderij, wandlamp, kapstok en gordijnrails, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Onderdeel | Wat | Maat | Marge die werkt | Waar het van afhangt |
|---|---|---|---|---|
| Zitten | Bank, zithoogte | 44 cm | 40 tot 48 cm | Meet tot de ingezakte zitting, niet tot het bolle kussen. Hoger kom je makkelijker op en af, lager zit je meer achterover. |
| Zitten | Bank, zitdiepte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Boven 70 cm hangen je voeten vrij en zit je gedwongen onderuit. Loungebanken gaan tot 100 cm en zijn bedoeld om op te liggen. |
| Zitten | Bank, totale hoogte met rugleuning | 80 cm | 75 tot 90 cm | Staat de bank voor een raam, dan blijft hij onder de vensterbank als hij niet hoger is dan 80 cm. |
| Zitten | Fauteuil, zithoogte | 45 cm | 42 tot 48 cm | Een paar centimeter hoger dan de bank scheelt bij het opstaan. Een lage lounge-fauteuil zakt naar 38 cm. |
| Zitten | Salontafel, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Vuistregel: gelijk aan of net onder de zithoogte van de bank. Dan zet je je kopje neer zonder voorover te buigen. |
| Zitten | Salontafel, afstand tot de bank | 40 cm | 35 tot 45 cm | Minder en je knieën stoten tegen de rand, meer en je moet opstaan om je glas te pakken. |
| Zitten | Bijzettafel naast de bank, hoogte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Gelijk met de armleuning, dan pak je je glas zonder te kijken. |
| Zitten | Poef of voetenbank, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Iets lager dan de zitting waar je op zit, anders drukt de rand in je kuiten. |
| Zitten | Doorloop tussen bank en meubel | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm loop je er met een volle wasmand langs. 60 cm is te krap om elkaar te passeren. |
| Zitten | Tv-meubel, hoogte | 45 cm | 40 tot 55 cm | Hierop komt het midden van een 55 inch scherm op ongeveer 80 cm. Wil je het midden op ooghoogte, dan hang je de tv aan de wand. |
| Eten en bar | Barblad, hoogte | 105 cm | 100 tot 110 cm | De barkruk moet 25 tot 30 cm lager zijn dan het blad. |
| Eten en bar | Barblad, diepte | 40 cm | 30 tot 60 cm | 40 cm is een bord plus een glas. Wil je er ook snijden of een laptop neerzetten, dan 60 cm. |
| Eten en bar | Barblad, overstek voor je knieën | 25 cm | 20 tot 30 cm | Zonder overstek zitten je knieën tegen het kastje. Boven 30 cm moet het blad onderstut worden, anders kantelt het als iemand erop leunt. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij een blad van 105 cm | 78 cm | 75 tot 82 cm | Het verschil tussen zitting en blad blijft 25 tot 30 cm, want daar passen je bovenbenen. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij aanrechthoogte (90 cm) | 63 cm | 60 tot 67 cm | Hetzelfde verschil van 25 tot 30 cm. Een gewone barkruk van 78 cm is hier te hoog en je zit met je knieën omhoog. |
| Eten en bar | Bar, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Met 60 cm stoot je je elleboog niet tegen je buurman. Onder 55 cm zit je schouder aan schouder. |
| Eten en bar | Eettafel, hoogte blad | 75 cm | 72 tot 78 cm | Vaste maat in de meubelbranche, geen norm. Een dik hardstenen of houten blad telt mee, dus meet de bovenkant. |
| Eten en bar | Eettafel, vrije hoogte onder het blad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Hier zitten je bovenbenen. Een dikke tafelrand, een schuiflade of een dwarsbalk eet die ruimte op. |
| Eten en bar | Eetstoel, zithoogte | 45 cm | 44 tot 47 cm | Het verschil met het tafelblad moet 28 tot 32 cm zijn. Bij een tafel van 78 cm hoort dus een stoel van 46 tot 48 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Een placemat is 45 cm breed, de rest is ruimte voor je ellebogen en je glas. Aan de kopse kant reken je een extra plek van 60 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, diepte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Bij 80 cm raken de borden tegenover elkaar bijna. Bij 90 cm past er een schaal of een kaars in het midden. |
| Eten en bar | Ronde eettafel, diameter | 120 cm voor 4 personen | 110 tot 150 cm | Reken 60 cm omtrek per persoon en houd het midden vrij voor de schalen. Vanaf 140 cm zitten er zes mensen omheen. |
| Eten en bar | Ruimte achter een eetstoel | 100 cm | 75 tot 110 cm | 75 cm om de stoel achteruit te schuiven en op te staan, 100 cm om er ook achterlangs te lopen met een schaal. |
| Aan de muur | Schilderij, hartlijn boven de vloer | 145 cm | 140 tot 155 cm | Vuistregel, geen norm: het midden van het werk op ooghoogte van iemand die staat. Hang alles in de kamer op dezelfde hartlijn, dan loopt de wand rustig. |
| Aan de muur | Schilderij boven een bank, onderrand | 25 cm boven de rugleuning | 20 tot 30 cm | Lager en het lijkt of het werk op de bank leunt. Door de bank schuift de hartlijn omhoog naar 150 tot 165 cm, en dat mag hier. |
| Aan de muur | Schilderij boven een dressoir, onderrand | 25 cm boven het blad | 20 tot 30 cm | Genoeg om er een lamp of een vaas voor te zetten zonder dat die de lijst raakt. |
| Aan de muur | Wandcollage, ruimte tussen de lijsten | 6 cm | 5 tot 8 cm | Gelijke tussenruimte laat de groep als een vlak lezen. Boven 10 cm valt de groep uiteen in losse lijstjes. |
| Aan de muur | Schilderij in een trapgat, hartlijn | 145 cm boven de neus van de trede | 140 tot 150 cm | Meet loodrecht boven de voorkant van de trede waar je staat. Dan loopt de rij lijsten mee met de trap in plaats van scheef te lijken. |
| Aan de muur | Spiegel in de hal, hartlijn | 155 cm | 150 tot 165 cm | De bovenkant moet boven het hoofd van de langste huisgenoot uitkomen, anders ziet die zijn kruin niet. |
| Aan de muur | Spiegel boven de wastafel, onderkant | 20 cm boven het blad | 15 tot 25 cm | Ruimte voor de kraan en een zeeppompje. Bij 20 cm kijk je nog recht in je gezicht in plaats van tegen je hals. |
| Aan de muur | Wandklok, hartlijn | 180 cm | 170 tot 200 cm | Boven ooghoogte en boven de meubels, zodat je hem van de andere kant van de kamer ziet en er niemand voor staat. |
| Aan de muur | Tv, midden van het scherm | 105 cm | 100 tot 115 cm | Op ooghoogte als je op de bank zit: bij een zitting van 44 cm zit je oog op ongeveer 115 cm. Boven een schouw kijk je omhoog en dat voel je na een film in je nek. |
| Aan de muur | Tv, kijkafstand | 2 keer de schermdiagonaal | 1,5 tot 2,5 keer | Een 55 inch scherm is 140 cm diagonaal, dus 2 tot 3,5 m. Bij 4K mag je dichterbij zitten omdat je de pixels niet meer ziet. |
| Aan de muur | Stopcontact, hart boven de vloer | 30 cm | 25 tot 35 cm | Gewoonte, geen norm: NEN 1010 schrijft geen hoogte voor, alleen de zones in de badkamer. Achter een dressoir zet je hem net zo goed op 15 cm, boven een werkblad juist hoog. |
| Aan de muur | Schakelaar, hart boven de vloer | 105 cm | 90 tot 110 cm | Ook een gewoonte. 105 cm is de oude Nederlandse standaard: je vindt hem in het donker met je hand op heuphoogte. Voor kinderen en vanuit een rolstoel werkt 90 tot 100 cm beter. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, onderkant | 80 cm boven het blad | 75 tot 90 cm | Laag genoeg om het blad te verlichten, hoog genoeg om iemand tegenover je aan te kijken. Bij een plafond boven 280 cm mag hij iets hoger. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, breedte | 30 cm binnen de rand van het blad | 30 tot 40 cm binnen de rand | Anders stoot je je hoofd als je langs de tafel loopt of een stoel aanschuift. |
| Licht | Hanglamp boven een kookeiland, onderkant | 75 cm boven het blad | 70 tot 85 cm | Boven een blad van 90 cm kom je dan op 165 cm, ongeveer ooghoogte. Kies dus een kap die de lamp van onderaf afschermt. Bij twee of drie lampen reken je 70 tot 90 cm hart op hart. |
| Licht | Hanglamp in de hal of boven de trap, onderkant | 210 cm boven de vloer | 200 tot 230 cm | Vrije doorloop, niemand stoot zijn hoofd. Boven een trap meet je vanaf de hoogste trede die onder de lamp ligt. |
| Licht | Wandlamp, hart | 160 cm | 150 tot 170 cm | Ooghoogte. Schijnt de lamp opzij of omhoog, dan mag hij lager hangen. In een open lamp op ooghoogte kijk je recht in de bron. |
| Licht | Leeslamp naast een stoel, onderkant van de kap | 110 cm | 100 tot 125 cm | Net boven je schouder als je zit, dan valt het licht op de pagina en niet in je ogen. |
| Licht | Vloerlamp naast de bank, onderkant van de kap | 140 cm | 130 tot 150 cm | Je hoofd zit op de bank op ongeveer 130 cm. Blijft de kap daarboven, dan kijk je niet in het lampje. |
| Licht | Bedlamp aan de wand, hart | 65 cm boven de matras | 55 tot 75 cm | Op zithoogte in bed, zodat het licht op je boek valt. Meet vanaf de matras en niet vanaf de vloer, want een boxspring scheelt 20 cm. |
| Licht | Spiegellamp badkamer, twee lampen naast de spiegel | 160 cm hart | 155 tot 170 cm | Licht van de zijkant geeft geen schaduw onder je ogen en je kin. Een enkele lamp boven de spiegel doet dat wel. |
| Licht | Inbouwspot, afstand tot de wand | 70 cm | 60 tot 90 cm | Dichterbij krijg je een felle boog op het stucwerk, verder weg blijft de wand donker. Onderling 100 tot 150 cm, afhankelijk van de stralingshoek. |
| Licht | Buitenlamp naast de voordeur, hart | 190 cm | 170 tot 210 cm | Boven je hoofd, zodat je niet in de lamp kijkt terwijl je het slot zoekt. Op ooghoogte ben je juist blind. |
| Keuken | Aanrecht, hoogte bovenkant blad | 90 cm | 85 tot 95 cm | De Nederlandse standaard: onderkast, verstelbare poten en een blad van 3 tot 4 cm samen. Vuistregel: ellebooghoogte min 10 tot 15 cm, dus ben je langer dan 1,85 m, draai de poten dan uit. |
| Keuken | Werkblad, diepte | 60 cm | 57 tot 65 cm | Kookplaten en spoelbakken zijn op 60 cm gemaakt. Een diep blad van 70 cm geeft ruimte achter de kookplaat, maar je reikt verder naar de bovenkastjes. |
| Keuken | Bovenkastjes, onderkant boven het werkblad | 55 cm | 50 tot 60 cm | Onder 50 cm past je keukenmachine er niet onder en sta je met je hoofd tegen de deur. Boven 60 cm kom je niet bij het bovenste schap. |
| Keuken | Bovenkastjes, diepte | 35 cm | 32 tot 40 cm | Ondieper dan het werkblad, zodat je er niet tegenaan stoot als je over het blad buigt om te snijden. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaskookplaat, onderkant | 70 cm | 65 tot 75 cm | De vlam en de hete lucht moeten weg kunnen: onder 65 cm boven de pannendrager wordt het vetfilter te heet. Houd altijd de minimummaat uit de handleiding aan, dat is een eis van de fabrikant. |
| Keuken | Afzuigkap boven inductie, onderkant | 60 cm | 55 tot 65 cm | Geen vlam, dus hij mag lager, en lager hangen vangt meer damp. Ook hier is de handleiding leidend, want die maat hoort bij het apparaat. |
| Keuken | Kookeiland, loopruimte rondom | 120 cm | 100 tot 150 cm | Bij 100 cm kun je de vaatwasser openen en er nog langs. Bij 120 cm passeren twee mensen elkaar terwijl er een lade open staat. |
| Keuken | Twee keukenrijen tegenover elkaar, afstand | 120 cm | 110 tot 140 cm | Een ovendeur en een lade die tegenover elkaar open staan hebben allebei ongeveer 60 cm nodig. |
| Keuken | Oven op werkhoogte, bodem van de ovenruimte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Je tilt een hete bakplaat er recht uit in plaats van gebogen. Boven 100 cm til je een schaal boven je middel en zie je niet meer wat erin staat. |
| Keuken | Vaatwasser, nismaat | 60 cm breed, 82 cm hoog | 60 tot 60,5 cm breed | Een onderbouwmodel schuift onder een blad van 90 cm. Een vrijstaand model heeft zijn eigen bovenblad en is ongeveer 85 cm hoog. |
| Keuken | Inbouwkoelkast, nishoogte | 88, 122 of 178 cm | vaste maten per model | De kast volgt de nismaat, dus meet de nis en niet het apparaat. Achter en boven het apparaat moet ventilatieruimte vrij blijven. |
| Keuken | Stopcontact boven het werkblad, hart | 115 cm | 110 tot 120 cm | Dat is 20 tot 30 cm boven het blad, dus vrij van spetters en niet weggewerkt achter de waterkoker. Houd minstens 30 cm afstand tot de spoelbak. |
| Keuken | Keukenplint, hoogte | 10 cm | 10 tot 15 cm | De poten zijn verstelbaar en met de plint stel je de aanrechthoogte fijn in. De plint staat 5 cm terug, zodat je met je tenen onder het kastje kunt. |
| Trap, hal en deur | Trapleuning, hoogte | 90 cm | 80 tot 100 cm (norm) | Norm: het Bouwbesluit, sinds 2024 het Besluit bouwwerken leefomgeving, eist een leuning tussen 80 en 100 cm, gemeten vanaf de voorkant van de trede. Een leuning is verplicht als je over de trap meer dan 1 m stijgt. |
| Trap, hal en deur | Optrede, hoogte van een trede | maximaal 18,8 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw tot 22 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl, voor een woning. Oude trappen zijn vaak 20 tot 21 cm en dat mag blijven zolang je de trap niet vernieuwt. |
| Trap, hal en deur | Aantrede, diepte van een trede | minimaal 22 cm bij nieuwbouw | 22 cm is de ondergrens (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Bij een draaiende trap geldt die maat op de looplijn, dus in de punt van een kwartdraai mag de trede smaller zijn. |
| Trap, hal en deur | Trap, vuistregel voor comfortabel lopen | 2 x optrede + aantrede = 60 cm | 58 tot 64 cm | Geen norm maar een oude vuistregel. 17 op en 26 aan loopt rustig (60), 20 op en 22 aan is een gewone Nederlandse trap (62). Daarbuiten struikel je op de maat. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije breedte | 80 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 70 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Onder 80 cm krijg je een matras of een bank niet naar boven. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije hoogte erboven | 230 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 190 cm (norm) | Norm, gemeten loodrecht boven de voorkant van de trede. Bij een dichtgezette zoldertrap is dit de maat waar je tegen de balk loopt. |
| Trap, hal en deur | Vloerafscheiding langs een trapgat of vide | 100 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 90 cm (norm) | Norm: verplicht zodra het verval meer dan 1 m is. Openingen mogen niet groter zijn dan 10 cm en tussen 20 en 70 cm boven de vloer mag er niets zijn waar een kind op kan klimmen. |
| Trap, hal en deur | Binnendeur, dagmaat van het kozijn | 83 x 201,5 cm | 78, 83, 88 of 93 cm breed; 201,5, 211,5 of 231,5 cm hoog | Industriestandaard, geen norm. Na montage houd je ongeveer 3 cm minder vrije doorgang over, dus voor een rolstoel of rollator kies je een blad van 93 cm. |
| Trap, hal en deur | Deurkruk, hoogte | 100 cm | 95 tot 105 cm | Gewoonte: het slot zit in een standaardkozijn op die hoogte. Verplaatsen kan alleen als je het slotgat in het blad meeverhuist. |
| Trap, hal en deur | Kapstok, hoogte van de haken | 170 cm | 160 tot 180 cm | Een lange jas hangt ongeveer 100 cm af, dus op 170 cm blijft hij vrij van de vloer. Een kinderkapstok komt op 110 tot 120 cm. |
| Trap, hal en deur | Hal, vrije loopruimte | 100 cm | 90 tot 120 cm | Onder 90 cm kun je niet met twee mensen langs elkaar en past er geen kinderwagen naast de kapstok. |
| Trap, hal en deur | Drempel, hoogte | maximaal 2 cm | 0 tot 2 cm | Boven 2 cm struikel je eroverheen en kom je er met een rollator of rolstoel niet zonder helling over. Een schuine aanloop haalt de rand eraf. |
| Slapen | Bed, bovenkant matras | 55 cm | 45 tot 65 cm | Zit je op de rand met je voeten plat op de vloer en je knieën in een hoek van 90 graden, dan is de hoogte goed. Een boxspring komt vaak op 60 tot 65 cm, een laag frame op 45. |
| Slapen | Matras, standaardmaten | 140 x 200 cm | 80, 90, 120, 140, 160 of 180 cm breed; 200 of 210 cm lang | Ben je langer dan 1,90 m, neem dan 210 cm. Twee losse matrassen van 90 x 210 vullen samen een bed van 180 x 210. |
| Slapen | Nachtkast, hoogte bovenblad | 60 cm | 55 tot 70 cm | Gelijk met of iets boven de matras, dan zet je liggend je glas neer zonder te kijken. Bij een boxspring van 65 cm hoort dus een hoge nachtkast. |
| Slapen | Loopruimte naast het bed | 70 cm | 60 tot 90 cm | 60 cm is genoeg om langs te lopen, 70 cm om het bed op te maken zonder tegen de kast te stoten. |
| Slapen | Kledingroede voor lange kleding | 160 cm | 150 tot 170 cm | Een jas of lange jurk hangt 120 tot 140 cm af, dus eronder blijft nog ruimte voor een lade of een schoenenbak. |
| Slapen | Kledingroede voor korte kleding | 100 cm | 95 tot 110 cm | Hemden en dubbelgevouwen broeken hangen 70 tot 90 cm af. Met twee roedes boven elkaar, op 100 en 195 cm, verdubbel je de hangruimte. |
| Slapen | Kast, diepte voor hangende kleding | 60 cm | 55 tot 65 cm | Een hanger is 45 cm breed en met 60 cm diepte sluit de deur zonder dat de mouwen klem zitten. Is de kast ondieper dan 55 cm, zet de roede dan in de lengte. |
| Slapen | Kast, legborddiepte voor truien en broeken | 40 cm | 35 tot 45 cm | Een opgevouwen trui is ongeveer 30 cm breed. Met 40 cm valt de stapel niet naar voren als je de deur opent. |
| Slapen | Kast, hoogste bruikbare schap | 200 cm | 190 tot 210 cm | Verder reik je niet zonder trapje. Wat boven 210 cm staat, is opslag voor koffers die je twee keer per jaar pakt. |
| Slapen | Hoogslaper, vrije hoogte boven de matras | 100 cm | 90 tot 110 cm | Genoeg om rechtop in bed te zitten. Meet van de bovenkant van de matras tot het plafond, niet tot de bodem van het bed. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, hoogte boven het kozijn | 12 cm | 10 tot 15 cm | Boven het kozijn laat het raam groter lijken en houdt de rail het gordijn uit het glas. Zit het plafond dichtbij, monteer de rail dan 5 tot 10 cm onder het plafond of direct tegen het plafond. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, uitloop naast het kozijn | 20 cm per zijde | 15 tot 25 cm | Daar staat het opzij geschoven gordijn geparkeerd, zodat het niet voor het glas blijft hangen en je het daglicht niet inlevert. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vloer | 1 cm boven de vloer | 0 tot 2 cm | Net vrij van de vloer: het sleept niet en hangt toch recht. Wil je het gordijn op de vloer laten vallen, maak het dan 5 tot 10 cm langer dan de maat tot de vloer. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vensterbank | 2 cm boven de bank | 1 tot 3 cm | Vrij van de bank, zodat het gordijn niet omkrult op de plank en de warmte van de radiator eronder langs kan. |
| Raam en gordijn | Gordijn, stofbreedte | 2 keer de railbreedte | 1,5 tot 2,5 keer | Bij 1,5 keer hangt de stof vlak, bij 2,5 keer krijg je volle plooien. Een wave-rail vraagt 2 tot 2,5 keer, anders staat de golf niet. |
| Raam en gordijn | Rolgordijn of plissé in de dag, speling | 0,5 cm per zijde | 0,3 tot 1 cm | Meet de dagmaat op drie hoogtes en neem de kleinste maat, want een kozijn staat zelden haaks. |
| Raam en gordijn | Vitrage, afstand tot het glas | 5 cm | 3 tot 10 cm | Tegen koud glas wordt de stof vochtig en krijg je vlekken. Verder naar binnen botst hij op de vensterbank of de raamkruk. |
| Raam en gordijn | Vensterbank binnen, diepte | 20 cm | 15 tot 30 cm | Volgt de dikte van de muur plus een overstek van 2 tot 3 cm. Vanaf 20 cm staat een plant er stabiel op. |
| Raam en gordijn | Vensterbank buiten, overstek | 4 cm | 3 tot 5 cm | Met een waterhol aan de onderkant. Zonder dat overstek loopt regenwater terug over de gevel en krijg je vuilstrepen onder het raam. |
| Raam en gordijn | Radiator onder het raam, onderkant | 12 cm boven de vloer | 10 tot 15 cm | Er moet lucht onderlangs kunnen, daar begint de convectie. Houd ook 3 tot 5 cm tussen radiator en wand en 10 cm vrij onder de vensterbank. |
| Werken | Bureau, hoogte blad zittend | 74 cm | 72 tot 76 cm | Je onderarmen liggen horizontaal op het blad en je schouders blijven laag. Kun je het blad niet verstellen, zet dan de stoel hoger en je voeten op een steun. |
| Werken | Zit-stabureau, stahoogte | 105 cm | 95 tot 120 cm | Ellebooghoogte staand. Vuistregel: je lichaamslengte min 75 cm, dus bij 1,80 m kom je op 105 cm. |
| Werken | Bureaustoel, zithoogte | 45 cm | 40 tot 52 cm | Voeten plat op de vloer, knieën iets lager dan je heupen. De gasveer van een bureaustoel dekt dat bereik zelf. |
| Werken | Vrije hoogte onder het bureaublad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Je bovenbenen moeten eronder passen, ook met een lade of een kabelgoot. Houd daarnaast 60 cm breed en 60 cm diep beenruimte vrij. |
| Werken | Bureaublad, diepte | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm staat het scherm op armlengte, 50 tot 80 cm van je ogen, en ligt je toetsenbord er nog voor. |
| Werken | Beeldscherm, bovenrand | op ooghoogte of iets lager | 110 tot 125 cm boven de vloer | Je kijkt dan licht naar beneden en dat is de rustpositie van je ogen. Een laptop op het blad zit ongeveer 20 cm te laag, dus zet hem op een standaard met een los toetsenbord. |
| Werken | Toetsenbord, afstand tot de bladrand | 10 cm | 8 tot 15 cm | Daar rusten je handpalmen. Zonder die strook hangen je armen in de lucht en trekt het in je schouders. |
| Werken | Wandplank boven het bureau, onderkant | 45 cm boven het blad | 40 tot 60 cm | Een A4-ordner is 32 cm hoog, dus die past er nog onder, en je stoot je hoofd niet als je opstaat. |
| Werken | Boekenschap, diepte | 25 cm | 20 tot 30 cm | Een pocket is 12 cm diep, een gebonden boek 16 tot 20 cm. Bij 25 cm staan ze allemaal binnen de rand. |
| Werken | Boekenschap, overspanning zonder steun | 80 cm | 70 tot 90 cm | Boeken wegen al snel 25 kg per meter schap. Bij 18 mm plaatmateriaal blijf je onder 80 cm, anders zakt het schap zichtbaar door. |
| Keuken | Schap voor borden, diepte | 32 cm | 30 tot 35 cm | Een plat bord is 26 tot 28 cm in doorsnee. Met 32 cm houd je een vinger ruimte om de stapel te pakken zonder te schuiven. |
| Badkamer | Wastafel, bovenkant | 85 cm | 80 tot 95 cm | Vuistregel: heuphoogte, dan buig je niet voorover om je handen te wassen. Gebruiken kinderen de wastafel, dan is 80 cm prettiger. |
| Badkamer | Opzetkom, hoogte van het meubel | 75 cm | 70 tot 80 cm | Tel de kom van 10 tot 15 cm erbij op, dan komt de bovenrand op 85 tot 95 cm. Vergeet die optelsom en je wast je handen op keukenhoogte. |
| Badkamer | Handdoekhaak naast de wastafel | 140 cm | 120 tot 160 cm | Binnen handbereik met natte handen, dus naast de wastafel en niet aan de andere kant van de ruimte. |
| Badkamer | Handdoekradiator, onderkant | 20 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Daar zitten de aansluitingen en je kunt eronder dweilen. Hang de bovenkant niet hoger dan 180 cm, anders kom je niet bij de handdoek. Een smalle handdoekradiator geeft weinig vermogen, dus reken hem niet als enige verwarming. |
| Badkamer | Douchekraan, hart | 100 cm | 95 tot 110 cm | Heuphoogte, zodat je de kraan kunt bedienen zonder onder de koude straal te gaan staan. |
| Badkamer | Badkraan, hart | 65 cm | 60 tot 75 cm | Ongeveer 20 cm boven de badrand, dan kun je bijmengen terwijl je in bad zit. |
| Badkamer | Regendouchekop | 210 cm | 200 tot 225 cm | Minstens 20 cm boven het hoofd van de langste gebruiker, want je staat er recht onder. Bij een schuin dak meet je op het punt waar je echt staat. |
| Badkamer | Handdouche aan een glijstang, bovenste stand | 190 cm | 180 tot 200 cm | De stang is 60 tot 90 cm lang, dus de onderste stand komt rond 110 cm. Daarmee spoel je het bad, een kind of de hond af. |
| Badkamer | Toilet, zithoogte | 40 cm | 38 tot 48 cm | Standaard is 40 cm. Een verhoogd toilet van 45 tot 48 cm zit op stoelhoogte en daar sta je makkelijker van op. Bij een hangend toilet bepaal je de hoogte zelf met het inbouwframe. |
| Badkamer | Toilet, vrije ruimte voor de pot | 60 cm | 55 tot 70 cm | Daar staan je knieën en voeten. Zijwaarts wil je 80 cm breedte, anders zit je met je schouder tegen de muur. |
| Badkamer | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 75 cm hoog; 20 tot 30 cm voor de voorkant van de pot | Zittend pak je de rol zo zonder te draaien. Hang je hem naast of achter je, dan verdraai je je rug elke keer. |
| Badkamer | Fonteintje in het toilet, bovenkant | 85 cm | 80 tot 90 cm | Dezelfde hoogte als een wastafel. Let op de draairichting van de deur, want een fonteintje van 40 cm breed vraagt een vrije hoek. |
| Badkamer | Stopcontact in de badkamer | buiten 60 cm van bad of douche | norm, geen gewoonte | NEN 1010 verdeelt de badkamer in zones: binnen 60 cm van de rand van een bad of douche mag geen wandcontactdoos. Alle wandcontactdozen moeten achter een aardlekschakelaar van 30 mA. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nalopen voordat je een werk koopt of ophangt
Uit de praktijk
Het werk leek online groot en hangt nu als een postzegel boven de bank
Op een scherm bekijk je een afbeelding van 30 cm breed op ongeveer 50 cm afstand, en die vult dan een kijkhoek van ruim 30 graden. Dat is dezelfde hoek als een werk van 150 cm breed op 250 cm afstand, dus je oog ijkt het formaat op iets dat veel groter is dan wat er komt.
Aan de wand kijk je vanaf de bank of de deur, en een lijst van 50 bij 70 cm vult op 250 cm nog maar 11 graden. Reken het formaat daarom uit met de meubelbreedte en de kijkafstand, plak het af met pakpapier en beslis pas daarna, of vul een te klein werk aan met een passe-partout of een tweede lijst.
Je ziet het raam in het glas in plaats van het werk
Licht kaatst van glas terug onder dezelfde hoek als waaronder het invalt. Staat het raam recht tegenover de lijst en zit jij daartussen, dan ligt je oog precies in die terugkaatsende lijn, en in de donkere delen van het werk wint het spiegelbeeld van het beeld.
Hoe donkerder het werk, hoe erger het wordt, want een donker vlak kaatst zelf minder terug dan de 8 procent van het glas. Wat werkt: het werk een halve meter opzij hangen, het naar een zijwand verplaatsen, ontspiegeld glas nemen of een canvas zonder glas kiezen.
De print is aan één kant bleker dan aan de andere
Een zonvlek schuift in de loop van de dag over de wand en raakt vaak maar een deel van een lijst. Dat deel krijgt jaarlijks vele malen de lichtdosis van de rest, dus verbleekt de print in een schuine baan en niet egaal.
Het is ook te zien als je de print uit de lijst haalt: waar het passe-partout overheen lag, is de kleur donkerder gebleven. Verbleken is niet terug te draaien, dus de oplossing zit in de plek: controleer met tape waar de zon in de loop van de dag komt en hang papier buiten die stroken.
Veelgemaakte fouten
Het werk kiezen voordat de maat vastligt
Wie eerst verliefd wordt op een beeld en dan een plek zoekt, komt bijna altijd uit op een werk dat te klein is voor de bank of te groot voor de gang. Het formaat volgt uit het meubel en de kijkafstand, en daarbinnen heb je nog alle keus in onderwerp en kleur.
De spijker op de hartlijn slaan
De hartlijn is het midden van het werk, niet de plek van de haak. Een koord of draad trekt het ophangpunt naar de bovenrand toe, dus hangt het werk met de haak op 145 cm al gauw 30 cm of meer te laag. Meet eerst de afstand van het strakke koord tot de bovenrand en reken vanaf daar.
Eén klein werk midden op een lange wand
Een lijst van 40 bij 50 cm op een wand van 400 cm vult 10 procent van de breedte, en het oog leest dan vooral lege wand. Kies een groter formaat, maak een groep binnen een denkbeeldige rechthoek, of zet het werk op een plek waar je er dichtbij komt.
De kleur beoordelen op het scherm
Een beeldscherm geeft zelf licht en staat meestal op koel wit rond 6500 K, terwijl een print of doek alleen terugkaatst wat er in de kamer op valt. Op het scherm zien kleuren er daardoor helderder en verzadigder uit, en bij lamplicht van 2700 K schuift het werk daarna nog eens naar geel en rood. Vraag bij twijfel een proefdruk of bekijk het werk in het echt.
Het werk in precies de kleur van de bank
Heeft het werk dezelfde kleur en helderheid als de bank eronder, dan versmelten ze tot één blok en verdwijnt de onderrand van het werk. Laat een kleur uit het werk liever terugkomen in iets kleiners, zoals een kussen of een vaas, en houd tussen werk en bank een verschil in licht en donker.
Het gewicht niet nagaan
Een glasschilderij van 120 bij 80 cm weegt bijna 10 kg, een lijst van 70 bij 100 cm met glas 5 tot 7 kg. Een plakstrip houdt op een gesausde wand 1 kg per punt, dus zo'n werk komt vroeg of laat naar beneden en neemt de verflaag mee. Weeg eerst en kies daarna de bevestiging.
Veelgestelde vragen
Wat is een goed formaat schilderij voor boven de bank?
Reken op ongeveer twee derde van de bankbreedte, met een marge van 60 tot 75 procent. Boven een driezitsbank van 210 cm is dat 125 tot 160 cm, boven een tweezitsbank van 160 cm 95 tot 120 cm.
Die breedte mag uit één werk bestaan of uit een groep met 5 tot 8 cm tussen de lijsten, want het oog telt de groep dan als één vlak.
Welk schilderij past in een moderne woonkamer?
In een moderne kamer met strakke lijnen en weinig kleur werkt één groot werk beter dan veel kleine: geometrisch, monochroom, grafisch of een zwart-witfoto. Het herhaalt de rechte lijnen van de kasten en kozijnen.
Als drager passen canvas met een rand van 4 cm zonder lijst, een aluminium paneel of een smalle zwarte lijst. Hangt er een raam tegenover, vermijd dan hoogglanzend acrylglas.
Kun je meerdere schilderijen combineren?
Ja, zolang er één ding in alle werken terugkomt: de lijstkleur, de breedte van het passe-partout, het materiaal of het kleurbereik. Houd 6 cm tussenruimte aan, met 5 tot 8 cm als marge, en laat de hele groep binnen een denkbeeldige rechthoek vallen.
Leg de groep eerst op de vloer binnen een afgeplakte rechthoek in de maat van de wand en hang daarna het grootste of middelste werk als eerste op de hartlijn.
Op welke hoogte hang je een schilderij?
Op een vrije wand komt het midden van het werk op 145 cm boven de vloer, met een marge van 140 tot 155 cm: de ooghoogte van wie staat. Boven een bank of dressoir blijft de onderrand 20 tot 30 cm boven de rugleuning of het blad, waardoor de hartlijn opschuift naar 150 tot 165 cm.
Boven een bed houd je 25 tot 35 cm boven het hoofdbord aan.
Waar vind je inspiratie voor een schilderij dat bij je interieur past?
Begin in je eigen kamer in plaats van bij een beeldbank. Schrijf op welke kleuren en materialen de kamer al heeft, meet de breedte van het meubel waar het werk boven komt en kijk naar welke kant het raam ligt.
Met die gegevens zoek je gericht op kleurbereik, formaat en materiaal. Inspiratiebeelden gebruik je daarna om de verhouding tussen werk en meubel en het soort lijst af te kijken, niet om het formaat over te nemen.
Kies je een staand of een liggend schilderij?
De richting volgt de vorm eronder. Boven een bank, dressoir of bed, die allemaal breder zijn dan hoog, sluit een liggend werk of een liggende groep aan.
Een staand werk hoort op een smalle wand naast een raam of deur, boven een smalle kast of in een trapgat. Wil je toch een staand werk boven een bank, zet er dan twee naast elkaar, zodat de groep samen liggend wordt.
Mag een schilderij in de zon hangen?
Olie- en acrylverf verdragen meer licht dan papier, maar in een zonvlek verbleekt uiteindelijk alles. Een zonvlek op de wand haalt tienduizenden lux, terwijl musea voor papier en aquarel ongeveer 50 lux aanhouden en voor olieverf rond 200.
UV-werend glas vertraagt het verbleken en houdt het niet tegen. Hang een werk dat je wilt houden daarom op een wand waar geen directe zon komt.
Is een schilderij op glas beter dan een canvas?
Het is een andere keuze en niet een betere. Een glasschilderij geeft diepe, glanzende kleuren, is afwasbaar en kan tegen vocht, en daarom werkt het in keuken en badkamer. Het spiegelt wel sterk en weegt bij 4 mm glas 10 kg per vierkante meter.
Canvas spiegelt niet, weegt 1,5 tot 2,5 kg per vierkante meter en werkt dus beter tegenover een raam en op grote formaten.
Wat is een mosschilderij en waar hangt het goed?
Een mosschilderij is een paneel met geconserveerd mos, dat geen water en geen daglicht nodig heeft en dus ook op een donkere wand kan. Het spiegelt niet en dempt een beetje geluid.
Hang het buiten de zon, want dan verbleekt het, en niet boven een radiator, want in droge warme lucht wordt het bros. Een doucheruimte vol damp is evenmin een goede plek.
Wat schilder je zelf als je een werk voor een bepaalde wand wilt maken?
Koop eerst het doek in het formaat dat de wand vraagt, want de maat bepaalt meer dan het onderwerp. Kies daarna drie kleuren: één die bijna zo licht is als de muur, één die duidelijk donkerder is voor het contrast, en één accent uit iets wat al in de kamer staat.
Werk met grote vlakken en stap tijdens het schilderen geregeld terug tot je kijkafstand, want details die je op 50 cm ziet, zijn op 250 cm verdwenen.
Wanneer je beter een vakman belt
Een werk kiezen en ophangen doe je zelf, maar bij twee dingen niet. Een origineel op papier, zoals een aquarel, tekening of zeefdruk, laat je inlijsten door een lijstenmaker met zuurvrij passe-partout en UV-werend glas, want zuur karton kleurt het papier waar het tegenaan ligt geel en dat is niet terug te draaien.
Is een schilderij gescheurd of laat de verf in schilfers los, dan is dat werk voor een restaurator en niet voor lijm of een vochtige doek. En boor nooit blind recht boven of onder een stopcontact of schakelaar, want daar lopen de leidingen meestal verticaal.
Verder lezen over dit onderwerp
Bloomingville schilderij
Fotolijst met ketting

Inspiratie
