Huisverwarming: welk systeem bij je huis past en hoe je het instelt
Welke huisverwarming bij je huis past, volgt uit twee getallen: hoeveel watt het huis per graad verliest en hoe warm het water in de radiatoren moet zijn om de kamers bij vorst op temperatuur te houden. Een hr-ketel condenseert pas als het retourwater onder ongeveer 55 graden blijft, en een warmtepomp levert bij 35 graden aanvoer grofweg anderhalf keer zoveel warmte per kWh stroom als bij 55 graden. Infraroodpanelen, convectoren en een elektrische haard maken van elke kWh stroom precies één kWh warmte, dus die zijn goed voor een kamer die je een paar uur gebruikt en niet voor het hele huis. Zet je de ketel in stappen naar 55 graden en kijk je welke kamer als eerste koud blijft, dan weet je binnen een koude week wat de volgende stap is.
Dit heb je nodig
- Tijd
- een uur instellen, daarna een koude week kijken
- Moeilijkheid
- Goed zelf te doen
- Kosten
- Geen, als je al een infraroodthermometer hebt
Gereedschap
- Radiatorsleutel voor het ontluchtingsnippeltje
- Infraroodthermometer
- Inbus- of ventielsleutel die op de voetventielen past
- Handleiding of installateursmenu van de ketel
- Doek en een klein bakje voor het ontluchten
Materiaal
- Schilderstape om op de leidingen te meten
- Vulslang, als die niet vast aan de ketel zit
- Papier om per kamer de tijd en de temperatuur te noteren
Hoe een huis zijn warmte krijgt: opwekken, verdelen en afgeven
Elke huisverwarming bestaat uit drie delen die je los van elkaar kunt vervangen. Een toestel maakt de warmte, water of lucht brengt die door het huis, en een radiator, een vloer of een paneel geeft hem af aan de kamer.
Die driedeling verklaart waarom een nieuw toestel soms weinig oplevert. Een warmtepomp op radiatoren die 70 graden nodig hebben draait slecht, en een hr-ketel op diezelfde radiatoren ook, omdat allebei hun rendement pas halen bij lager water. Wat je aan het huis zelf doet voordat er een ander toestel komt, staat in het overzicht van energie besparen in huis, van dak tot kieren.

De tabel zet de gangbare warmtebronnen naast elkaar op wat ze uit één eenheid energie halen. Bedragen staan er bewust niet in, want die volgen je contract: deel je prijs per kubieke meter gas of per kWh stroom door het getal in de derde kolom, dan weet je wat een kWh warmte je kost.
Het verschil zit in het mechanisme. Een ketel en een houtkachel verbranden iets en halen de warmte uit de vlam en de rookgassen, een elektrisch element zet stroom één op één om in warmte, en een warmtepomp gebruikt stroom om warmte uit buitenlucht of bodem naar een hogere temperatuur te pompen.
Daarom levert een warmtepomp, afhankelijk van de bron en de watertemperatuur, 2,5 tot 5 keer zoveel warmte als hij aan stroom verbruikt, en een infraroodpaneel precies één keer. Dat maakt zo'n paneel niet slecht, maar het rekent hetzelfde als een ouderwetse elektrische straalkachel.
Een warmtenet valt buiten die vergelijking, omdat je daar warmte koopt en geen brandstof of stroom. De afleverset in huis is een warmtewisselaar, en wat het net levert lees je af in gigajoules.
| Warmtebron | Waar de warmte vandaan komt | Warmte per eenheid energie | Welke temperatuur hij nodig heeft |
|---|---|---|---|
| Hr-combiketel op aardgas | Verbranding, plus de warmte uit waterdamp in de rookgassen die condenseert | Ongeveer 9 kWh per m³ gas als hij condenseert, ruim 8 als hij dat niet doet | Condenseert pas goed bij retourwater onder ongeveer 55 graden |
| Hybride warmtepomp naast de ketel | Buitenlucht voor de basis, de ketel voor de koudste dagen en het warme tapwater | De pomp 3 tot 4 kWh per kWh stroom, de ketel ongeveer 9 kWh per m³ gas | Werkt het langst zelfstandig bij 55 graden aanvoer of lager |
| Lucht-water warmtepomp, volledig elektrisch | Buitenlucht, met een compressor op hogere temperatuur gebracht | Over een seizoen 3,5 tot 4,5 kWh per kWh stroom bij 35 graden aanvoer, 2,5 tot 3 bij 55 graden | Liefst 35 tot 45 graden; 55 graden is de grens voor een zuinig seizoen |
| Bodem-water warmtepomp | De bodem, die op diepte het hele jaar rond 10 graden blijft | 4 tot 5 kWh per kWh stroom, en weinig verlies bij vorst omdat de bron niet mee afkoelt | Net als lucht-water, en het zuinigst met vloerverwarming |
| Warmtenet | Restwarmte of een centrale bron, via een afleverset in huis | Je koopt warmte per gigajoule, en 1 GJ is 278 kWh | Het net bepaalt de aanvoer, bij oudere netten vaak 70 graden of hoger |
| Infraroodpaneel | Een element verhit een plaat die straling afgeeft aan mensen, vloer en meubels | 1 kWh warmte per kWh stroom | Geen water; werkt alleen in de kamer waar het hangt |
| Elektrische convector of kachel | Een element verwarmt lucht, soms met een ventilator erbij | 1 kWh warmte per kWh stroom | Geen water; de warme lucht stijgt eerst naar het plafond |
| Elektrische haard met element | Een element van meestal 1 tot 2 kW met een ventilator, los van het vlameffect | 1 kWh warmte per kWh stroom | Geen water; alleen het vlameffect geeft nauwelijks warmte |
| Houtkachel | Verbranding van hout | Ongeveer 4 kWh per kg droog hout, maal het rendement van de kachel | Geen water, tenzij er een waterwisselaar in zit; de warmte blijft in één kamer |
Hoeveel vermogen je huis vraagt en waarom de isolatie dat bepaalt
Het vermogen dat je verwarming moet leveren, is het warmteverlies van het huis op een koude dag. Je rekent het uit als het verlies in watt per graad maal het verschil tussen binnen en buiten, en installateurs rekenen in Nederland met 20 graden binnen en min 10 buiten, dus met 30 graden verschil.
Dat verlies per graad is een optelsom: per vlak het oppervlak maal de U-waarde, plus de lucht die door kieren en ventilatie weggaat. Hoe die som uitvalt, staat bij de verdeling van het warmteverlies over dak, gevel, vloer en ramen, en de tabel hieronder rekent verder met dezelfde tussenwoning uit de jaren zestig.
Het getal dat daar uitkomt, ligt vaak ver onder het vermogen van de ketel die er hangt. Een combiketel van 24 tot 36 kW is zo groot vanwege de douche: 8 liter water per minuut van 10 naar 40 graden opwarmen vraagt ongeveer 17 kW, en zoveel vraagt geen enkele kamer.
Voor de ruimteverwarming is te veel vermogen geen reserve. Een toestel dat groter is dan wat het huis vraagt, heeft het water te snel op temperatuur, slaat af en een paar minuten later weer aan, en dat pendelen kost rendement en slijt de brander of de compressor.
Bij een warmtepomp weegt dat het zwaarst, omdat hij zonder ketel ernaast ook het vermogen bij vorst moet leveren. Wordt het huis eerst geïsoleerd, dan zakt die maat in het rekenvoorbeeld van 11,6 naar 3,9 kW, en dan volstaat een pomp van een derde van de grootte.
Het energielabel geeft een eerste indruk van waar je huis staat, maar het rekent met standaardgebruik en niet met jouw kamers. Wat de opnemer vastlegt en hoe dat doorwerkt, lees je bij de manier waarop het energielabel isolatie, glas en installatie meeweegt.
| Staat van het huis | Verlies per graad | Vermogen bij 0 graden buiten | Vermogen bij min 10 buiten | Wat dat voor de keuze betekent |
|---|---|---|---|---|
| Tussenwoning uit de jaren zestig, ongeïsoleerd | 387 W/K | 7,7 kW | 11,6 kW | Een hr-ketel doet dit zonder moeite; een volledig elektrische warmtepomp zou groot moeten zijn en op hoge temperatuur draaien |
| Dezelfde woning na isolatie van dak en spouw | 235 W/K | 4,7 kW | 7,1 kW | Een hybride warmtepomp neemt de meeste uren over; test eerst of de radiatoren het met 55 graden redden |
| Dezelfde woning na de hele schil, met vloer, HR++ en kieren | 131 W/K | 2,6 kW | 3,9 kW | Genoeg voor een kleine lucht-water warmtepomp, als de afgifte met 45 graden of lager warm genoeg wordt |
| Hoekwoning van dezelfde maat, ongeïsoleerd | 500 W/K | 10 kW | 15 kW | Eerst de kopgevel; een warmtepomp voor dit vermogen is groot en loopt bij vorst tegen zijn grens |
Laat een installateur het vermogen per kamer uitrekenen voordat er een warmtepomp komt, en neem niet het vermogen van de oude ketel over. Een kamer met twee buitenmuren en veel glas vraagt per vierkante meter veel meer dan een kamer tussen andere kamers, en juist die kamer bepaalt of het systeem bij vorst tekortschiet.
Waarom de aanvoertemperatuur meer uitmaakt dan het toestel
De aanvoertemperatuur is de temperatuur van het water dat het toestel naar de radiatoren stuurt, de retourtemperatuur die van het water dat terugkomt. De hr-ketel en de warmtepomp werken allebei zuiniger naarmate die temperaturen lager zijn, alleen om een verschillende reden.
Een hr-ketel haalt zijn extra rendement uit de waterdamp in de rookgassen. Die damp condenseert alleen op een warmtewisselaar die kouder is dan ongeveer 55 graden, dus komt het retourwater warmer terug, dan verdwijnt die warmte met de rookgassen naar buiten.
Een warmtepomp moet warmte van buiten naar de aanvoertemperatuur tillen, en hoe groter dat verschil, hoe harder de compressor werkt. Daarom levert dezelfde pomp over een seizoen bij 35 graden aanvoer grofweg 3,5 tot 4,5 kWh warmte per kWh stroom en bij 55 graden 2,5 tot 3.
De keerzijde staat in de tabel: een radiator geeft bij lager water veel minder af. Het vermogen op het typeblad geldt bij 75 graden aanvoer, 65 retour en 20 graden in de kamer, dus bij water dat gemiddeld 50 graden warmer is dan de kamer.
Zakt dat verschil naar 30 graden, dan geeft dezelfde radiator ongeveer de helft. Dat loopt niet recht omlaag, omdat een koelere radiator ook minder lucht langs zich laat opstijgen, en daarom rekenen fabrikanten met een exponent van ongeveer 1,3.
Lees de tabel vanuit je eigen kamer. Vraagt de woonkamer bij min 10 graden 1.000 W en hangt er een radiator van 1.650 W, dan red je het met 60 graden aanvoer nog en met 55 graden niet meer, en weet je welke radiator als eerste groter moet.
Op een dag van 5 graden buiten vraagt dezelfde kamer maar de helft. Daarom werkt lager stoken het grootste deel van de winter zonder dat je er iets van merkt, en komt het tekort pas bij vorst boven.
| Aanvoer en retour | Water gemiddeld warmer dan de kamer | Wat een radiator van 1.650 W dan afgeeft | Wat bij deze temperatuur hoort |
|---|---|---|---|
| 80 en 60 graden | 50 graden | 1.650 W, 100 procent | Oude ketelinstelling; het retourwater is te warm om te condenseren |
| 70 en 60 graden | 45 graden | Ongeveer 1.440 W, 87 procent | Een hr-ketel condenseert hier nauwelijks |
| 60 en 50 graden | 35 graden | Ongeveer 1.040 W, 63 procent | De hr-ketel condenseert; een goede stand voor een ongeïsoleerd huis |
| 55 en 45 graden | 30 graden | Ongeveer 860 W, 52 procent | De ketel condenseert volop; de proef of het huis klaar is voor lage temperatuur |
| 50 en 40 graden | 25 graden | Ongeveer 680 W, 41 procent | Een hybride warmtepomp draait hier zuinig op radiatoren |
| 45 en 35 graden | 20 graden | Ongeveer 500 W, 30 procent | Een volledig elektrische warmtepomp met ruime radiatoren |
| 40 en 30 graden | 15 graden | Ongeveer 350 W, 21 procent | Gewone radiatoren schieten hier meestal tekort; lage-temperatuurradiatoren of vloer |
| 35 en 30 graden | 12,5 graden | Ongeveer 270 W, 17 procent | Vloerverwarming, die dit kleine verschil met zijn grote oppervlak goedmaakt |
Een radiator die van boven heet en van onder duidelijk koeler is, doet wat een hr-ketel wil: het water geeft zijn warmte af voordat het terugstroomt. Is hij van boven tot onder even heet, dan loopt er meer water doorheen dan nodig en komt het te warm terug, en die radiator knijp je aan het voetventiel een stukje dicht.
Radiatoren, convectoren en vloerverwarming naast elkaar
Het afgiftesysteem bepaalt hoe laag je kunt stoken, en dat hangt vooral af van het oppervlak dat warmte aan de kamer geeft. Een radiator maakt zijn kleine oppervlak goed met warm water, een vloer doet het met een groot oppervlak dat maar een paar graden warmer is dan de kamer.

Paneelradiatoren krijgen een typenummer van twee cijfers: het aantal panelen en het aantal rijen lamellen ertussen. Een radiator van 60 cm hoog en 100 cm breed geeft volgens de meeste typebladen bij 75 en 65 graden ongeveer 1.000 W als type 11, 1.300 W als type 21, 1.650 W als type 22 en 2.350 W als type 33.
Wil je lager stoken zonder dat een kamer koud blijft, dan is dezelfde maat in een type hoger vaak de kleinste ingreep. Blijft de aansluitmaat gelijk, dan past hij op de bestaande leidingen, en de types 11 tot 22 zijn 6 tot 10 cm diep, dus meestal blijft hij binnen de ruimte onder de vensterbank.
Bij een radiator met lamellen gaat het grootste deel van de warmte als warme lucht omhoog. Die luchtstroom heeft ruimte nodig: houd 10 cm vrij voor en boven de radiator, want een bank ertegenaan vangt de warmte in zijn rug en een dichte ombouw laat de lucht er niet bovenuit.
Een convector is een verwarming die bijna alleen uit lamellen bestaat, vaak in een omkasting of in een put voor een pui. Hij reageert snel, maar geeft vrijwel alleen warme lucht, en met een lage watertemperatuur schiet hij zonder ventilator al gauw tekort.
Vloerverwarming werkt op 30 tot 40 graden aanvoer, omdat de hele vloer meedoet. Volgens NEN-EN 1264 wordt het vloeroppervlak waar je woont niet warmer dan 29 graden, en daarmee ligt het maximum rond 100 W per vierkante meter; met 35 graden aanvoer onder tegels kom je eerder op 50 tot 70.
Wat op de vloer ligt, remt die warmte. De vuistregel die leveranciers aanhouden is een warmteweerstand van de hele afwerking, ondervloer meegerekend, onder 0,15 m²K/W: tegels, verlijmde pvc en linoleum blijven daar ruim onder, een zwevende vloer met schuimrug en tapijt met ondertapijt komen erboven.
Vloerverwarming is ook traag. Een dekvloer van 5 cm houdt uren warmte vast, en daarom stel je de thermostaat en de nachtverlaging voor een vloer anders af dan voor radiatoren.
Elektrisch bijverwarmen met infraroodpanelen, convectoren en een elektrische haard
Alles wat op een stekker verwarmt, zet stroom in een weerstand om in warmte, en dat gebeurt altijd voor 100 procent. Een elektrische convector is dus niet zuiniger dan een infraroodpaneel of een elektrische haard van hetzelfde vermogen: 2.000 W die een uur aan staat is 2 kWh, welk apparaat het ook is.
Het verschil tussen die apparaten zit in waar de warmte terechtkomt. Een convector verwarmt lucht, die naar het plafond stijgt en zich pas na een tijd over de kamer verdeelt, terwijl een infraroodpaneel straling afgeeft die pas warmte wordt als hij op je huid, de vloer of een meubel valt.
Hoe warm je het vindt, is ongeveer het gemiddelde van de luchttemperatuur en de temperatuur van de vlakken om je heen. Maakt een paneel die vlakken en jezelf warmer, dan voelt 19 graden lucht als 20 of 21, en elke graad die de lucht lager kan, scheelt ongeveer 6 procent aan stookenergie.
Dat voordeel is alleen groot waar je stilzit en het paneel op je gericht is. Straling neemt snel af met de afstand, dus een paneel werkt binnen twee tot drie meter van een bureau of een bank, en een kast of een gordijn ertussen houdt hem tegen.
Veel panelen worden aan het oppervlak 80 tot 110 graden heet, dus hang je er niets overheen en houd je ze weg van een bed of een speelhoek. In een badkamer hoort een paneel of element met de beschermingsgraad die NEN 1010 voor die zone vraagt, op een groep met aardlekbeveiliging.
Een elektrische haard verwarmt met een element van meestal 1 tot 2 kW en een ventilator, en het vlameffect staat daar los van. Met alleen de vlammen aan verbruikt hij weinig, met het element aan is het een convector met een ander uiterlijk.
Let bij elk los apparaat op de groep in de meterkast. Een groep van 16 A draagt 3.680 W, en een kachel van 2.000 W met een waterkoker van 2.200 W op dezelfde groep zit daar al boven. Welke andere apparaten zwaar op een groep drukken, vind je in het overzicht van apparaten en energie in huis.
| Situatie | Wat hier werkt | Waar je op let |
|---|---|---|
| Badkamer die alleen 's ochtends extra warm moet | Infraroodpaneel of elektrische handdoekradiator van 300 tot 600 W, naast de gewone verwarming | Een beschermingsgraad die past bij de zone uit NEN 1010, en een groep met aardlek |
| Werkplek op zolder die je een paar uur per dag gebruikt | Infraroodpaneel van 400 tot 700 W, gericht op de plek waar je zit | Geen kast of schuinte tussen paneel en stoel; de rest van de zolder blijft koel |
| Logeerkamer of hobbyruimte die af en toe snel warm moet | Elektrische convector met ventilator van 1.000 tot 2.000 W | Rechtstreeks in een wandcontactdoos, nooit op een opgerolde haspel |
| Serre of tuinkamer met veel glas | Infraroodpaneel dat op de zithoek straalt | Warme lucht van een convector geeft zijn warmte meteen af aan het koude glas |
| Extra warmte op de bank op een koude avond | Elektrische haard met element, of een infraroodpaneel | De haard blaast warme lucht de kamer in; het vlameffect alleen verwarmt niet |
| Het hele huis elektrisch verwarmen zonder warmtepomp | Alleen in een zeer goed geïsoleerd huis | Een ongeïsoleerde tussenwoning vraagt bij vorst 11,6 kW, meer dan een aansluiting van 1x35 A levert |
| Een kamer die met de cv niet warm wordt | Eerst de kraan, de lucht in de radiator en het inregelen nakijken | Een kachel ernaast verbergt het probleem en laat stroom doen wat de installatie al kan |
Warmtepomp, hybride of ketel: welke past bij welk huis
De keuze voor een toestel volgt uit twee vragen: hoeveel vermogen vraagt het huis bij vorst, en welke aanvoertemperatuur hebben je radiatoren nodig om dat vermogen af te geven. De eerste beantwoordt de rekensom per vlak, de tweede een proef die je zelf met de ketel doet.
Zet de ketel op een koude dag op 55 graden aanvoer en laat hem een paar dagen zo staan. Blijven alle kamers op temperatuur, dan zijn de afgifte en de schil klaar voor een warmtepomp, en hoe kouder het buiten is tijdens de proef, hoe meer hij zegt.
Een hybride warmtepomp komt naast de bestaande ketel en neemt de ruimteverwarming over zolang hij het vermogen haalt. Op de koudste dagen en voor de douche springt de ketel bij, dus hij vraagt geen zware aansluiting, geen voorraadvat en geen radiatoren die op 45 graden werken.
Een volledig elektrische warmtepomp doet alles zelf, ook het warme tapwater. Daarvoor komt er een voorraadvat in huis, meestal 150 tot 200 liter voor een huishouden van drie of vier, en vol weegt zo'n vat ruim 200 kilo.
Voor de meterkast maakt dat verschil. Een lucht-water warmtepomp met een elektrisch bijverwarmingselement kan bij vorst een paar kW tegelijk vragen, en wie ook een laadpaal wil, rekent met de laadpaalkiezer per fase na hoeveel ampère er overblijft; op 3x35 A houd je naast een paal van 11 kW per fase 19 A over voor inductie en warmtepomp.
De leeftijd van wat er nu hangt, bepaalt het moment. Een hr-combiketel en een lucht-water warmtepomp gaan allebei gemiddeld 15 tot 20 jaar mee, en in de levensduurtabel voor ketels, boilers en warmtepompen staat wat die termijn korter maakt, zoals een pomp die pendelt omdat hij te groot is voor de afgifte.
Een ketel van 12 jaar of jonger repareer je en laat je hangen terwijl je isoleert. Is hij ouder dan 15, plan dan de schil en het volgende toestel samen, zodat er niet onder tijdsdruk een nieuwe ketel van dezelfde maat komt te hangen.
| Situatie | Wat meestal past | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|
| Ongeïsoleerd huis met een ketel jonger dan 12 jaar | Ketel laten hangen, lager zetten en eerst dak, spouw en vloer aanpakken | Een warmtepomp gekozen op het huidige verlies is na het isoleren te groot |
| Deels geïsoleerd, alle kamers warm bij 55 graden | Hybride warmtepomp naast de ketel | De plek van het buitendeel: het Besluit bouwwerken leefomgeving legt de grens voor het geluid op de erfgrens bij 40 dB(A) |
| Goed geïsoleerd, warm bij 45 graden of lager | Volledig elektrische lucht-water warmtepomp met voorraadvat | Ruimte voor het vat en een aansluiting die het bijverwarmingselement aankan |
| Ingrijpende renovatie met vloerverwarming | Bodem-water of lucht-water warmtepomp op 30 tot 35 graden | Een bodemlus vraagt een boring en meestal een melding bij de gemeente |
| Appartement zonder eigen plek buiten | Ketel lager zetten, of een collectieve oplossing via de VvE | Een buitendeel op gevel of balkon valt onder de regels van de VvE |
| Aangesloten op een warmtenet | Blijven en de afleverset laten inregelen | De aanvoer ligt vast; wat je zelf regelt is een lage retourtemperatuur |
De thermostaat en de nachtverlaging per afgiftesysteem
De thermostaat meet de luchttemperatuur op één plek en stuurt daarop het hele huis. Hang hem op een binnenwand rond 150 cm hoogte, uit de zon en niet boven een radiator of naast een buitendeur, want elke warme of koude luchtlaag op die plek wordt de temperatuur van het hele huis.
Een aan-uitthermostaat laat de ketel op vol vermogen branden tot de kamer warm is en zet hem dan uit. Een modulerende thermostaat geeft door hoeveel warmte er nodig is, zodat de ketel met een kleinere vlam en lager water langer doorbrandt, en een weersafhankelijke regeling met buitenvoeler kiest de aanvoertemperatuur bij de buitentemperatuur.
In de kamer met de thermostaat hoort de radiatorkraan helemaal open. Knijpt die kraan de radiator dicht voordat de thermostaat zijn temperatuur haalt, dan blijft de ketel branden voor een kamer die niet warmer wordt, terwijl de rest van het huis te warm wordt.
Thermostaatkranen in de andere kamers regelen per kamer. Bij de meeste kranen staat stand 3 voor ongeveer 20 graden en scheelt elk cijfer zo'n 4 graden, dus een slaapkamer op 16 graden staat op 2.
Of 's nachts lager stoken iets oplevert, hangt af van hoe snel het systeem reageert. Het verlies loopt recht op met het verschil tussen binnen en buiten, dus een huis dat afkoelt verliest minder, maar een traag systeem moet dat 's ochtends met hoog water of met het elektrische element inhalen.
Met een hr-ketel op radiatoren levert een nachtverlaging naar 15 of 16 graden wel iets op, als het ochtendprogramma een half uur tot een uur voor het opstaan begint. Bij vloerverwarming en bij een warmtepomp houd je hooguit 1 tot 2 graden verschil aan of geen, want een dekvloer van 5 cm heeft uren nodig om bij te komen.
| Systeem | Nachtverlaging | Wat de regeling hier moet kunnen | Wat misgaat bij te veel verlaging |
|---|---|---|---|
| Hr-ketel met radiatoren | Naar 15 of 16 graden | Modulerend, liefst met een ochtendstart die de opwarmtijd leert | Weinig: de radiatoren zijn binnen een uur weer op temperatuur |
| Hr-ketel met vloerverwarming | 1 tot 2 graden, of niet | Een menggroep of instelling die de vloer onder 40 graden aanvoer houdt | De vloer is pas halverwege de ochtend warm en de ketel draait tot die tijd hard |
| Hybride warmtepomp | 1 tot 2 graden | Een regeling die de pomp voorrang geeft boven de ketel | Bij een grote sprong in de ochtend neemt de ketel het over en brandt er gas voor wat de pomp had gekund |
| Volledig elektrische warmtepomp met radiatoren | Hooguit 1 graad | Een stooklijn die de aanvoer bij de buitentemperatuur kiest | De pomp gaat op hoog water of het element schakelt bij, en dat kost meer dan de nacht opleverde |
| Warmtepomp met vloerverwarming | Geen, of 1 graad | Een constante stand, en per kamer regelen op de verdeler | De vloer haalt de verlaging pas in de middag in |
| Infraroodpanelen en elektrische kachels | Uit als je er niet bent | Een schakelklok of een thermostaat per kamer | Niets: een paneel is in minuten warm, dus uitzetten kost geen inhaalslag |
Waarom de ene kamer koud blijft: lucht, druk en inregelen
Blijft één kamer koud terwijl de rest warm is, dan ligt het zelden aan het toestel. De drie oorzaken die het vaakst terugkomen, zijn lucht in de radiator, te weinig waterdruk en water dat de kortste weg neemt en de verste radiator overslaat.
Lucht herken je aan een radiator die van boven koud en van onder warm is, vaak met getik of geborrel. Zet de thermostaat laag zodat de pomp stilstaat, draai met een radiatorsleutel het ontluchtingsnippeltje een kwartslag open tot er water komt, en werk van de onderste verdieping naar boven.
Na het ontluchten zakt de druk. Bij een koude installatie hoort de meter op 1,5 tot 2 bar te staan, en zakt hij onder 1 bar, dan krijgt de bovenste verdieping te weinig water en schakelen veel ketels uit met een foutmelding.
Moet je vaker dan een paar keer per jaar bijvullen, dan lekt er ergens water of is het expansievat leeg. Elke keer vers water brengt zuurstof in de installatie, en die zuurstof laat radiatoren en ketel van binnen roesten.
Water kiest de weg met de minste weerstand. De radiatoren dicht bij de ketel krijgen daardoor meer dan ze nodig hebben en de verste radiator te weinig, en met een hoge aanvoertemperatuur merk je dat niet, omdat een klein beetje heet water al genoeg afgeeft.
Zet je de ketel lager, dan komt dat verschil boven. Waterzijdig inregelen verdeelt het water opnieuw door de voetventielen onder de radiatoren dicht bij de ketel een stukje dicht te draaien, zodat de pomp meer water naar de verre kamers duwt.
Of een radiator goed staat, meet je aan de leidingen. Plak een stukje schilderstape op de aanvoer- en de retourleiding en meet met een infraroodthermometer op de tape: bij een hr-ketel op 60 graden zoek je 15 tot 20 graden verschil, bij een warmtepomp 5 tot 10.
Schrijf de stand van elk voetventiel op voordat je eraan draait, geteld in slagen vanaf helemaal dicht. Wordt een kamer na het inregelen juist te koud, dan zet je die ene radiator terug zonder dat de rest opnieuw moet.
Zo zet je de cv-ketel lager zonder dat er een kamer koud blijft
Werk van de installatie naar de kamers, zodat een koude kamer aan het eind iets zegt over de radiator en niet over lucht of druk.
-
Noteer de huidige instelling en de waterdruk
Zoek in het menu of de handleiding van de ketel de maximale aanvoertemperatuur voor de verwarming op; die staat los van de temperatuur voor het tapwater. Schrijf hem op, samen met de druk op de meter bij een koude installatie, zodat je altijd terug kunt.
-
Ontlucht de radiatoren en breng de druk op 1,5 tot 2 bar
Doe dit met de pomp stil en van beneden naar boven, en vul daarna bij tot de meter koud tussen 1,5 en 2 bar staat. Lucht in een radiator haalt zijn vermogen omlaag, en dan wijst de proef een radiator als te klein aan terwijl er alleen lucht in zit.
-
Zet in elke kamer die je verwarmt de kraan open
Draai de kraan in de kamer met de thermostaat helemaal open en zet de andere kamers op de stand die je gewend bent. Staat een kraan half dicht, dan meet je in die kamer de kraan en niet de radiator.
-
Verlaag de aanvoertemperatuur in stappen van 5 graden
Begin bij 70 graden als hij hoger stond en ga dan naar 65, 60 en 55, met steeds een paar dagen per stand. Zo zie je per stap welke kamer als eerste achterblijft, in plaats van dat na één grote sprong alles tegelijk te koud aanvoelt.
-
Noteer per kamer wanneer hij op temperatuur is
Schrijf 's ochtends op hoe laat de thermostaat zijn temperatuur haalt en welke kamer koel blijft. Wordt het huis een half uur later warm maar blijft het daarna op temperatuur, dan is dat een tragere start en geen tekort, en zet je het ochtendprogramma eerder.
-
Regel de radiatoren in die te snel warm worden
Meet op de tape aan aanvoer- en retourleiding het verschil, en draai bij radiatoren met duidelijk minder dan 15 graden verschil het voetventiel een stukje dicht. Doe dat in kleine stappen en meet na een uur opnieuw, want elke radiator die je knijpt, stuurt water naar de andere.
-
Pak alleen de kamer aan die bij 55 graden koud blijft
Blijft na het inregelen één kamer achter, vervang dan die radiator door een type hoger of een grotere maat, of isoleer de buitenmuur of het glas van die kamer. Dat ene knelpunt bepaalt de aanvoertemperatuur van het hele huis, en de andere radiatoren kunnen blijven hangen.
Levensduurtabel
Per apparaat de gemiddelde levensduur, wat hem verkort, en het punt waarop repareren duurder is dan vervangen. Bekijk alle gegevens
| Soort | Apparaat of onderdeel | Gaat gemiddeld mee | Wat hem korter maakt | Repareren of vervangen |
|---|---|---|---|---|
| Wassen en drogen | Wasmachine | 8 tot 12 jaar | Te vol laden, te lage wastemperaturen waardoor er biofilm ontstaat, hard water zonder ontkalken | Onder de 6 jaar bijna altijd repareren; boven de 10 jaar is een reparatie boven 250 euro zelden de moeite |
| Wassen en drogen | Wasdroger, condens | 10 tot 14 jaar | Pluis dat achter het filter in de behuizing komt, drogen in een klein halletje zonder ventilatie, en de trommel vol laden in plaats van driekwart | Verwarmingselement, thermostaat en riem zijn losse onderdelen en meestal de moeite; onder de 8 jaar repareren |
| Wassen en drogen | Wasdroger, warmtepomp | 8 tot 12 jaar | De warmtewisselaar achter de klep niet schoonmaken, waardoor de compressor tegen een dichtgeslibde wisselaar aan blijft werken | Ventilator, sensoren en pomp zijn te repareren; een defecte compressor betekent vervangen, want het koudemiddelcircuit zit dicht |
| Koken | Oven, inbouw en elektrisch | 10 tot 15 jaar | Vet dat op het element inbrandt, pyrolyse op 500 graden vaker dan een paar keer per jaar, en een deur die je dichtslaat waardoor het scharnier verzakt | Element, thermostaat, scharnier en deurglas zijn los te krijgen: bijna altijd repareren, ook omdat een nieuwe oven in dezelfde inbouwmaat moet passen |
| Koken | Combimicrowave | 8 tot 10 jaar | Leeg of met heel weinig eten aanzetten, vet op het micaplaatje voor de golfgeleider, en met de deur rammelen waardoor de deurschakelaars het opgeven | De deurschakelaar is de meest voorkomende storing en een goedkope reparatie; onder de 5 jaar repareren, daarboven wegen een nieuwe magnetronbuis plus arbeid zelden op |
| Koken | Inductiekookplaat | 10 tot 15 jaar | De ruimte onder de plaat dichtzetten met een volle lade, zodat de elektronica zijn warmte niet kwijt kan; overkoken tot er vocht onder het glas komt; een zware pan die valt | Een vermogensmodule of de touchbediening is per zone te vervangen; gebarsten glas betekent bijna altijd een nieuwe plaat |
| Koken | Gasfornuis | 15 tot 20 jaar | Overkoken in de branders, een vuile vonkontsteking en een dichtgeslibd thermokoppel, waardoor de vlam niet blijft staan | Branderdeksels, thermokoppel en gaskraantjes zijn goedkope onderdelen: repareren. Nieuwbouw krijgt sinds 1 juli 2018 geen gasaansluiting meer (Wet VET), dus daar is elektrisch koken de reden om te vervangen |
| Koken | Afzuigkap | 10 tot 15 jaar | Vetfilters die niet in een sopje of de vaatwasser gaan en een verzadigd koolstoffilter bij recirculatie, waardoor de motor tegen weerstand in blijft draaien | Motor, schakelaar en verlichting zijn te vervangen: onder de 8 jaar repareren. Filters zijn onderhoud en geen reparatie: koolstof elk half jaar tot jaar |
| Koken | Airfryer | 3 tot 5 jaar | De korf in de vaatwasser, waardoor de antiaanbaklaag eraf gaat, en de uitblaas aan de achterkant tegen een wand of onder een keukenkastje | Niet repareren: de behuizing zit geklonken of geplakt en het arbeidsloon komt boven de prijs van een nieuwe uit |
| Koken | Waterkoker | 3 tot 6 jaar | Kalk op het verwarmingselement bij hard water, en koken met minder water dan de onderste streep waardoor het element droogloopt | Niet repareren. Ontkalken is het onderhoud: bij hard water ongeveer maandelijks, bij zacht water een paar keer per jaar |
| Koken | Koffiemachine, volautomaat | 5 tot 10 jaar | Niet ontkalken, de zetgroep nooit uitnemen en invetten, en melkleidingen die na het schuimen niet worden doorgespoeld | Zetgroep, pomp en aftapventiel zijn losse onderdelen en revisie bij een reparateur is gangbaar; onder de 6 jaar bijna altijd repareren |
| Koken | Kokendwaterkraan | 7 tot 10 jaar | Hard water zonder filter, waardoor het reservoir onder de gootsteen verkalkt, en een filterpatroon dat langer dan een jaar blijft zitten | Reservoir en kraan zijn losse onderdelen: bij een defect reservoir hoeft de kraan niet mee, en omgekeerd ook niet |
| Koelen | Koelkast met vriesvak | 10 tot 15 jaar | Naast de oven of in de zon staan, stof op de condensor aan de achterkant, en een deurrubber dat hard is geworden waardoor de compressor blijft doorlopen | Thermostaat, ventilator en deurrubber zijn te vervangen; een lek in het koudemiddelcircuit of een defecte compressor betekent vervangen |
| Koelen | Vrieskist of losse vriezer | 15 tot 20 jaar | Een ijslaag dikker dan een halve centimeter, die merkbaar stroom kost, en een plek in een onverwarmde garage die kouder wordt dan zijn klimaatklasse (SN, N of T) toestaat | Thermostaat en deurrubber zijn losse onderdelen en de mechaniek is eenvoudig; bij een kist zit de winst vooral in ontdooien, niet in repareren |
| Schoonmaken | Vaatwasser | 8 tot 12 jaar | Geen zout of een verkeerd ingestelde waterhardheid bij hard water, de zeef onderin nooit uithalen, en glasscherven of pitten die in de pomp komen | Pomp, aquastop en element zijn losse onderdelen; vuistregel: boven de 8 jaar en een reparatie boven een derde van de prijs van een nieuwe, dan vervangen |
| Schoonmaken | Stofzuiger met sleepslang | 8 tot 12 jaar | Doorzuigen met een volle zak of een dichtgeslibd motorfilter, want de motor koelt op de lucht die erdoor gaat en loopt dan warm | Motorkolen, snoerhaspel en slang zijn te vervangen; zolang de motor goed is, is repareren bijna altijd goedkoper dan een nieuwe |
| Schoonmaken | Steelstofzuiger op accu | 4 tot 7 jaar | De accu bepaalt de leeftijd: na ongeveer 500 tot 1000 laadcycli merk je het. Continu in de lader hangen en zuigen tot hij uitvalt maakt dat sneller | De accu vervangen is de reparatie. Kun je de accu er niet uit halen zonder de behuizing te breken, dan is het apparaat ten einde |
| Schoonmaken | Robotstofzuiger | 4 tot 6 jaar | Haren om de zijborstel en de wielassen, een volle stofbak in het dokstation, en drempels waar hij zich elke ronde op stukdraait | Accu, borstels, wielen en filters zijn onderdelen: een nieuwe accu na 2 tot 4 jaar is bijna altijd goedkoper dan een nieuwe robot |
| Klimaat en water | Luchtreiniger | 8 tot 10 jaar | Een hepa-filter dat te lang blijft zitten: de ventilator draait dan tegen weerstand in en er gaat minder lucht door | Ventilator en sensoren zijn te vervangen, maar de kosten zitten in de filters: reken op een filterwissel elk half jaar tot jaar |
| Klimaat en water | Ventilator, staand of plafond | Staand 5 tot 10 jaar, plafond 15 tot 20 jaar | Stof op de bladen, want dat brengt ze uit balans en dat kost het lager; een staande ventilator die de winter buiten doorstaat | Een staande ventilator repareer je niet; bij een plafondventilator zijn de motor en de aanloopcondensator wel te vervangen |
| Klimaat en water | Airco, vaste split | 10 tot 15 jaar | Filters die niet elke paar maanden schoon worden gemaakt, een buitendeel in de volle zon of tegen een schutting, en koudemiddelverlies dat je laat lopen | Ventilator, print en sensoren zijn te repareren; aan het koudemiddel mag alleen een bedrijf met F-gassencertificaat werken, dat is wettelijk verplicht |
| Klimaat en water | Waterontharder | 10 tot 15 jaar | Het zoutvat laten leeglopen, waardoor het harsbed niet meer regenereert, en ijzer of mangaan in het water dat het hars dichtzet | Het harsbed en het regelventiel zijn los te vervangen, dus een storing is zelden het einde van het toestel; het hars zelf gaat 8 tot 12 jaar mee |
| Klimaat en water | Mechanische ventilatiebox | 15 tot 20 jaar | Een ventilatorwiel en kanalen die nooit worden schoongemaakt, en ventielen die dichtgedraaid blijven staan zodat de box tegen een dicht systeem aan draait | Motor en print zijn per merk los te krijgen; laat bij twijfel eerst meten, het Besluit bouwwerken leefomgeving vraagt voor een badkamer 14 dm³/s, ongeveer 50 m³ per uur |
| Installatie | Cv-ketel, hr-combi | 15 tot 20 jaar | Waterdruk die koud onder 1 bar zakt, jaren geen onderhoud, kalk op de tapwaterwisselaar, en steeds bijvullen: dat brengt zuurstof in het water en dat geeft roest | Onder de 12 jaar repareren, onderdelen zijn gangbaar; boven de 15 jaar is een reparatie die richting een kwart van een nieuwe ketel gaat zelden de moeite |
| Installatie | Boiler, elektrisch | 10 tot 15 jaar | Kalk op het element, en een magnesiumanode die nooit is nagekeken: die beschermt de binnenketel en is na een paar jaar opgelost | Element en anode vervangen is normaal onderhoud; een lekkende binnenketel is niet te repareren. Houd het water op minstens 60 graden tegen legionella |
| Installatie | Zonnepanelen | 25 tot 30 jaar | Schaduw van een dakkapel, schoorsteen of boom over één paneel, wat de hele string meetrekt, en over de panelen lopen: dat geeft microscheurtjes in de cellen | Een paneel is per stuk te vervangen. Reken op ongeveer een half procent opbrengstverlies per jaar; dat is veroudering en geen defect |
| Installatie | Omvormer van de zonnepanelen | 10 tot 15 jaar | Een warme, dichte meterkast of zon op de kast: de condensatoren binnenin gaan bij hoge temperatuur sneller achteruit | Bijna altijd vervangen in plaats van repareren, en per stuk. Ga ervan uit dat je er in de looptijd van de panelen één keer een nieuwe onder zet |
| Installatie | Warmtepomp, lucht-water | 15 tot 20 jaar | Pendelen: een pomp die te groot is voor de afgifte slaat kort aan en uit, en dat kost de compressor. Een buitendeel dat is ingebouwd krijgt zijn lucht niet weg | Ventilator, sensoren, expansieventiel en circulatiepomp zijn onderdelen; een defecte compressor betekent meestal een nieuw buitendeel, en aan het koudemiddel mag alleen een F-gassengecertificeerd bedrijf werken |
| Installatie | Led-lamp | 15.000 tot 50.000 branduren | Een inbouwspot in een dicht, geïsoleerd plafond waar de warmte niet weg kan, en een dimmer die niet voor led is bedoeld: de elektronica in de voet gaat kapot, niet de led zelf | Niet repareren, wel gericht kopen: op de verpakking staan de branduren en het aantal schakelcycli. 25.000 uur is bij 3 uur per dag ruim 20 jaar |
| Interieur | Matras, pocketvering | 8 tot 10 jaar | Vocht, want je verliest per nacht een derde tot een halve liter, en een bodem met latten verder dan 6 centimeter uit elkaar waardoor de vering plaatselijk doorzakt | Niet te repareren. Een blijvende kuil is het signaal; een topper erop maskeert die maar haalt hem er niet uit |
| Interieur | Topper | 3 tot 6 jaar | Altijd dezelfde kant boven laten liggen, en polyether onder een zwaarder gewicht; koudschuim en latex houden hun veerkracht langer | Niet te repareren, wel los te vervangen. Dat is ook de reden om er een op te leggen: je vernieuwt de bovenste laag zonder een nieuw matras |
| Interieur | Bank met polyether zitting | 7 tot 10 jaar | Altijd op dezelfde plek zitten. Polyether zakt de eerste jaren wat in en daarna blijft de kuil; een zitting van SG 35 of hoger houdt zijn vorm langer dan SG 25 | De kussens zijn opnieuw te vullen met nieuw schuim en dat scheelt de halve bank; een doorgezakt frame van plaatmateriaal is het einde |
| Interieur | Bank met veren | 12 tot 20 jaar | Op de armleuning of de voorrand zitten, waar geen vering onder zit, en nagels van huisdieren op de stof: de vering gaat langer mee dan de bekleding | Opnieuw stofferen en veren vervangen is gangbaar bij een massief houten frame, en dan gaat hij nog een ronde mee |
| Interieur | Laminaat | 10 tot 20 jaar | Water in de naden, want de kern is hdf en die zwelt onherstelbaar op, en zand dat als schuurpapier werkt als er geen mat bij de voordeur ligt | Niet te schuren. Een beschadigde plank is te vervangen door de klikvloer vanaf de wand open te leggen; koop op slijtageklasse, AC4 voor een gang |
| Interieur | Pvc, klik of verlijmd | 15 tot 25 jaar | Een toplaag van 0,3 mm in een gang waar 0,55 mm hoort, zware meubels zonder viltjes, en een ondervloer die niet vlak is | Een verlijmde plank is er per stuk uit te halen; bij klik moet je openleggen tot die plank. Houd daarom een paar planken over |
| Interieur | Gietvloer | 20 tot 30 jaar | Scheuren in de ondervloer, die door de gietvloer heen doortrekken, en te veel restvocht in de zandcement of anhydriet op het moment van gieten | De toplaag is opnieuw aan te brengen, als vuistregel elke 10 jaar; een scheur is te vullen maar blijft meestal zichtbaar |
| Interieur | Houten vloer, massief of meerlaags | 40 jaar of langer | Te droge lucht in de winter: hout wil 45 tot 60 procent luchtvochtigheid en krimpt daaronder tot naden. Water en hondennagels doen de rest | Schuren en opnieuw afwerken is de reparatie. Massief kan dat vaak vijf keer of meer, een meerlaagse vloer met een toplaag van 3 tot 4 mm twee tot drie keer |
| Interieur | Behang | 10 tot 15 jaar | Zon die op één wand de kleur eruit trekt, vocht in keuken en badkamer, en een wand die niet is voorgestreken: bij het strippen komt het gips mee | Niet te repareren. Een hele baan vervangen kan als je een rol met hetzelfde batchnummer hebt overgehouden, anders zie je kleurverschil |
| Interieur | Binnenmuurverf | 5 tot 10 jaar | Matte verf schoonmaken, want die is niet schrobvast; condens in de badkamer; en niet ontvetten of schuren voor het verven, waardoor de laag niet pakt | Bijwerken kan, maar bij mat blijven de aanzetten zichtbaar: rol een wand in één keer nat in nat, van boven naar beneden |
| Interieur | Kitrand in de douche | 2 tot 5 jaar | Zeepresten waarin schimmel groeit, schoonmaakmiddel met chloor, en niet ventileren na het douchen; de schimmeldoder in de kit wast er in de loop van jaren uit | Niet te repareren: snij hem eruit, maak de naad vetvrij en droog, en zet nieuwe sanitairkit op siliconenbasis. Acrylaatkit hoort niet in een natte ruimte |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nalopen voordat je een ander toestel kiest
Uit de praktijk
De warmtepomp slaat steeds aan en na een paar minuten weer af
Het symptoom is een buitendeel dat op een zachte dag telkens kort draait en stilvalt. Het vermogen van de pomp is dan groter dan wat het huis en de radiatoren op dat moment opnemen, zodat het water binnen een paar minuten op temperatuur is en de regeling de compressor uitzet.
Elke start kost de compressor slijtage en rendement, en dat is het mechanisme achter de kortere levensduur van een te groot gekozen pomp. De oplossing zit in meer water en meer afgifte: alle kranen open in de kamers die meeverwarmen, een lagere stooklijn en bij een installatie met weinig water een buffervat, en niet in een lagere kamertemperatuur.
Eén kamer blijft koud sinds de ketel op 55 graden staat
Blijft na het lager zetten één kamer achter, dan draaide die kamer bij hoge temperatuur al op het randje. Met 80 graden aanvoer gaf de radiator nog genoeg af, met 55 graden ongeveer de helft, en de kamer met de meeste buitenmuur en het meeste glas valt dan als eerste door.
Zet de ketel niet meteen terug op 70 graden, want dan stook je het hele huis weer voor die ene kamer. Kijk eerst of de radiator vol water staat en genoeg doorstroming krijgt, en schiet hij daarna nog tekort, vervang dan alleen die radiator door een type hoger of isoleer het vlak dat de warmte vraagt.
De groep valt uit als de elektrische kachel al een tijd aan staat
Valt de groep niet bij het aanzetten uit maar pas een tijd later, dan is hij overbelast en niet kortgesloten. Een installatieautomaat van 16 A laat een kleine overbelasting een tijd toe en schakelt af als de warmte in zijn thermische deel oploopt, en een kachel van 2.000 W vult samen met een waterkoker of magnetron op dezelfde groep die 16 A snel.
Een kabelhaspel maakt het erger. Op veel haspels staat dat hij opgerold maar ongeveer 1.000 W mag dragen, omdat de windingen hun warmte niet kwijtkunnen, dus een kachel hoort rechtstreeks in een wandcontactdoos op een groep waar weinig anders op zit.
Veelgemaakte fouten
Een warmtepomp kiezen op het vermogen van de oude ketel
Een combiketel van 28 kW is zo groot vanwege de douche en niet vanwege de kamers. Een warmtepomp met dat vermogen is voor de ruimteverwarming meerdere keren te groot, pendelt op elke zachte dag en haalt nooit het rendement uit zijn typeblad.
Laat het vermogen uitrekenen op het warmteverlies bij min 10 graden, en het tapwater op de inhoud van het voorraadvat.
De ketel op 80 graden laten staan omdat hij altijd zo stond
Een hr-ketel op 80 graden aanvoer krijgt water van 60 graden of warmer terug en condenseert dan niet. Hij werkt op die stand als een oude verbeterd-rendementketel, terwijl de meeste huizen het grootste deel van de winter met 60 graden of lager warm blijven.
De radiatorkraan dichtdraaien in de kamer met de thermostaat
De kraan sluit de radiator af voordat de thermostaat zijn temperatuur heeft gehaald, en de thermostaat blijft warmte vragen. De ketel brandt door, en elke kamer waar de kraan wel open staat, wordt warmer dan je wilt.
Infraroodpanelen als hoofdverwarming in een slecht geïsoleerd huis
Een paneel maakt van elke kWh stroom één kWh warmte, dus een huis dat bij vorst 11,6 kW verliest, vraagt dan ook 11,6 kW aan stroom. Dat is meer dan een aansluiting van 1x35 A levert, en een warmtepomp maakt dezelfde warmte met een derde tot een kwart van die stroom.
Vloerverwarming 's nachts vijf graden lager zetten
Een dekvloer van 5 cm koelt 's nachts langzaam af en warmt 's ochtends nog langzamer op, zodat de kamer pas in de middag weer op temperatuur is. Om dat in te halen draait de ketel of de warmtepomp uren op hoger water, en dat kost wat de nacht opleverde.
Een bank of een dichte ombouw voor de radiator
De meeste warmte van een radiator met lamellen gaat als warme lucht omhoog, en een bank ertegenaan of een ombouw met een dichte bovenplaat houdt die lucht tegen. De radiator geeft dan minder af, en juist bij een lagere aanvoertemperatuur heb je elke watt nodig.
Houd 10 cm vrij voor en boven de radiator, of kies een ombouw met een open rooster over de volle breedte.
Veelgestelde vragen
Wat is de zuinigste huisverwarming?
Per kWh warmte is een warmtepomp het zuinigst, omdat hij 2,5 tot 5 kWh warmte levert voor elke kWh stroom. Hoe zuinig hij in jouw huis is, hangt af van de aanvoertemperatuur: op vloerverwarming van 35 graden haalt hij veel meer dan op radiatoren van 55 graden.
De zuinigste stap blijft het verlies zelf kleiner maken, want elke watt die niet weglekt, hoeft geen toestel te maken. Waar je daarmee begint, staat bij besparen op energie, van de grootste post naar de kleinste.
Is een infraroodpaneel zuiniger dan een cv-ketel?
Per kWh warmte niet: een paneel zet een kWh stroom om in een kWh warmte, een hr-ketel haalt ongeveer 9 kWh warmte uit een kubieke meter gas. Welke van de twee goedkoper uitkomt, reken je uit met je eigen tarieven voor stroom en gas.
Een paneel kan wel zuiniger uitpakken in een kamer die je een paar uur gebruikt, omdat je dan niet het hele huis verwarmt en de straling je bij een lagere luchttemperatuur al warm houdt.
Hoeveel stroom verbruikt een elektrische kachel?
Zijn vermogen maal de uren dat het element aan staat. Een kachel van 2.000 W die een avond van vier uur vol aan staat, verbruikt 8 kWh; met een thermostaat die hem aan en uit schakelt, wordt het minder, afhankelijk van hoe koud de kamer is.
Het vlameffect van een elektrische haard of het lampje van een convector telt daar nauwelijks bij op. De warmte komt uit het element, en dat is wat je op de meter terugziet.
Kun je een huis helemaal elektrisch verwarmen zonder warmtepomp?
Technisch wel, maar alleen in een zeer goed geïsoleerd huis loopt dat niet vast op de aansluiting. Een ongeïsoleerde tussenwoning vraagt bij min 10 graden 11,6 kW, en een aansluiting van 1x35 A levert ruim 8 kW voor alles in huis samen.
Na isolatie van de hele schil zakt die vraag in het rekenvoorbeeld naar 3,9 kW. Ook dan verbruik je met panelen of kachels drie tot vier keer zoveel stroom als een warmtepomp voor dezelfde warmte.
Op welke temperatuur zet je de cv-ketel?
Zo laag als het huis toelaat, en voor de meeste huizen met een hr-ketel is dat 60 graden aanvoer of lager. Dan komt het retourwater koel genoeg terug om de waterdamp in de rookgassen te laten condenseren, en daar zit het extra rendement van de ketel.
Verlaag in stappen van 5 graden en kijk steeds welke kamer als eerste niet meer warm wordt. De temperatuur van het tapwater staat daar los van en verandert niet mee.
Is mijn huis geschikt voor een warmtepomp?
Zet de ketel op een koude dag een paar dagen op 55 graden aanvoer. Blijven alle kamers warm, dan werkt een hybride warmtepomp zuinig, en redt het huis het met 45 graden of lager, dan past ook een volledig elektrische.
Blijft een kamer koud, dan is dat de plek waar een grotere radiator of extra isolatie eerst nodig is. Laat daarnaast het warmteverlies per kamer uitrekenen, zodat de pomp niet groter wordt dan het huis vraagt.
Werkt een warmtepomp met gewone radiatoren?
Ja, als de radiatoren groot genoeg zijn voor een lage aanvoertemperatuur. Een radiator van 1.650 W geeft bij 45 graden aanvoer en 35 retour nog ongeveer 500 W, en de vraag is of dat voor die kamer bij vorst genoeg is.
Vaak schieten er maar een of twee tekort, meestal in de kamers met de meeste buitenmuur. Die vervang je door een type hoger of een lage-temperatuurradiator met ventilatoren, en de rest blijft hangen.
Hoe warm moet het in huis zijn?
Daar is geen voorschrift voor, maar gangbaar is 19 tot 21 graden in de woonkamer, 16 tot 18 in de slaapkamer en rond 22 in de badkamer als je doucht. Elke graad lager scheelt ongeveer 6 procent aan stookenergie.
Laat kamers die je niet gebruikt niet onder ongeveer 15 graden zakken. Een koude kamer naast warme kamers krijgt condens op de koudste plekken, en daar begint schimmel achter kasten en in hoeken.
Is een elektrische open haard veilig en verwarmt hij echt?
Het vlameffect bestaat uit licht of waternevel en wordt niet heet, dus zonder element is er niets om je aan te branden. Met het element aan verwarmt hij als een kachel van 1 tot 2 kW, en blaast hij warme lucht uit een rooster dat je vrij moet houden.
Voor de groep geldt hetzelfde als bij elke kachel: rechtstreeks in de wandcontactdoos, en niet samen met een waterkoker of wasdroger op één groep van 16 A.
Hoe lang gaat een cv-ketel of warmtepomp mee?
Een hr-combiketel en een lucht-water warmtepomp gaan allebei gemiddeld 15 tot 20 jaar mee. Een ketel die steeds moet worden bijgevuld, roest van binnen, en een pomp die te groot is voor het huis slijt door het vele aan- en uitslaan.
Wat die termijn verder bepaalt en tot welke leeftijd repareren de moeite is, staat in de tabel met levensduren van installaties en apparaten.
Wat betekent het warmteverlies van mijn huis voor de verwarming?
Hoe minder watt het huis per graad verliest, hoe kleiner het toestel kan zijn en hoe lager de aanvoertemperatuur waarmee de kamers warm blijven. In een ongeïsoleerde tussenwoning gaat het meeste door het dak, daarna door gevel, vloer en ramen, en elk van die vlakken dat je isoleert, verlaagt beide getallen.
De verdeling per vlak en per woningtype staat bij waar een huis zijn warmte kwijtraakt.
Wanneer je beter een vakman belt
Instellen, ontluchten, bijvullen en inregelen doe je zelf, maar aan het toestel en de gasleiding niet. Een ketel vervangen of verplaatsen en werk aan de gasleiding of de rookgasafvoer is voor een erkend installateur, omdat een lekkende afvoer koolmonoxide in huis brengt.
Aan het koudemiddel van een warmtepomp mag wettelijk alleen een bedrijf met een F-gassencertificaat werken. Een nieuwe groep voor een warmtepomp of elektrisch element is werk achter de hoofdzekering en dus voor een elektricien, en een zwaardere aansluiting vraag je aan bij de netbeheerder.