Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Een kleine smalle badkamer indelen: eerst de breedte, dan het sanitair

11 minuten lezen Kleine badkamer Bijgewerkt 13 september 2026
Compacte badkamer met witte tegels, een glazen douchewand en een houten wastafelmeubel.

Een kleine smalle badkamer deel je in op de breedte en niet op het aantal vierkante meters, want over de breedte moet elk onderdeel zijn eigen diepte en de ruimte voor jou ervoor in één keer kwijt. Vanaf ongeveer 130 cm past een hangtoilet langs de lange wand, met 15 cm voorzetwand, 54 cm pot en 60 cm vrij voor je knieën. Daaronder gaat het toilet naar de korte wand, met het hart op 40 tot 45 cm van een lange wand. Onder 110 cm wordt de wastafel een fontein van 20 tot 25 cm diep, en de douche wordt een zone van 80 tot 90 cm diep over de volle breedte met de goot tegen de achterwand. De deur draait naar buiten of schuift, want een blad van 73 cm dat naar binnen draait legt in zo'n ruimte een vijfde van de vloer vast.

Handig bij het plannen

Tijd
een avond meten en tekenen

Gereedschap

  • Rolmaat van minstens 3 m
  • Waterpas van 60 cm om te zien of de wanden haaks en vlak staan
  • Ruitjespapier van 5 mm, waarbij een hokje 10 cm is
  • Potlood en gum

Materiaal

  • Schilderstape om de strook voor het toilet, de douchezone en de deurzwaai op de vloer af te plakken
  • Een stuk karton op de maat van het wastafelmeubel dat je overweegt

Waarom een smalle badkamer op de breedte vastloopt

Een kleine smalle badkamer heeft zelden te weinig vierkante meters voor wat erin moet. Hij heeft te weinig breedte, want over de breedte moet elk onderdeel zijn eigen diepte en de ruimte voor jou ervoor in één keer kwijt.

Over de lengte werkt het anders. Daar mogen zones elkaar overlappen zolang je ze niet tegelijk gebruikt: de strook voor het toilet is ook de looproute naar de douche en de plek waar je voor de wastafel staat. Hoe dat voor elk formaat uitpakt staat bij het indelen van een kleine badkamer, en hier gaat het om ruimtes tussen 90 en 160 cm breed die korter zijn dan ongeveer 300 cm.

Reken de breedte daarom als optelsom per onderdeel. Een hangtoilet dwars op de lange wand kost 15 cm voorzetwand, 54 cm pot en 60 cm vrije ruimte voor je knieën, samen 129 cm. Een wastafelmeubel van 40 cm diep met 70 cm om ervoor te staan kost 110 cm.

Uit die sommen volgen drempels die de hele indeling bepalen. Onder ongeveer 130 cm past een gewoon hangtoilet niet meer dwars op de lange wand, onder 110 cm wordt de wastafel een fontein, en pas vanaf 160 cm kunnen wastafel en toilet recht tegenover elkaar staan.

Dezelfde redenering, de kortste wand als optelsom, bepaalt ook wat er in een kleine woonkamer nog past. Het verschil is dat je in een badkamer niets meer schuift zodra de afvoer ligt, dus de som moet kloppen voordat er een tegel ligt.

Breedte binnenwerksWat er over de breedte pastWaar het toilet komtWaar het op knelt
Onder 90 cmEen fontein van 20 cm diep met 65 tot 70 cm doorloop ernaastOp de korte wand, met het hart in het middenDe douche over de volle breedte: onder 80 cm stoot je met je ellebogen tegen de wand als je je haar wast
90 tot 110 cmEen fontein of handwastafel van 20 tot 25 cm diep met 65 tot 85 cm doorloopOp de korte wand, met het hart op 40 tot 45 cm van een lange wandEen deur die naar binnen draait, zet bijna de hele breedte dicht
110 tot 130 cmEen wastafelmeubel van 35 tot 40 cm diep met 70 tot 95 cm ervoorOp de korte wand; langs de lange wand alleen met een compacte pot van 48 cm en vanaf ongeveer 125 cmWastafel en toilet mogen niet in dezelfde strook van 80 cm breed staan
130 tot 160 cmEen hangtoilet dwars op de lange wand met 60 cm vrij, of een douche van 90 cm met een nis of kast ernaastLangs de lange wand, verspringend ten opzichte van de wastafelRecht tegenover elkaar laten een meubel van 40 cm en een toilet van 74 cm onder 160 cm minder dan 46 cm doorloop over
Vanaf 160 cmWastafel en toilet tegenover elkaar met 46 tot 66 cm doorloop bij 160 tot 180 cm breedLangs de lange wand, recht tegenover de wastafelHier wordt de doorloop tussen de twee de maat die telt, en niet meer de wand waar het toilet komt

Wat elk onderdeel aan diepte en vrije ruimte kost

Elk onderdeel in een badkamer heeft twee maten die tellen: de diepte van het ding zelf en de vrije ruimte die jij ervoor nodig hebt. Tegen een lange wand gaan die twee samen van de breedte af, tegen een korte wand van de lengte.

Alleen de vrije ruimte mag overlappen. De 60 cm voor een toilet is dezelfde vloer waarover je naar de douche loopt en waarop je voor de wastafel staat, maar de diepte van de pot, het meubel of de voorzetwand deelt nergens mee.

Daarom wint een ondiep onderdeel in een smalle ruimte meer dan een smal onderdeel. Een wastafelmeubel van 60 bij 40 cm in plaats van 80 bij 50 cm levert 10 cm extra doorloop op over de volle lengte van het meubel. De 20 cm die het smaller is, levert alleen iets op als er langs dezelfde wand nog iets moet.

De hoogtes staan hier niet bij, want die veranderen niet met de breedte van de ruimte: een wastafel op 85 cm, een spiegel die 20 cm boven het blad begint, een douchekraan met het hart op 100 cm. Die en de rest vind je in de maatwijzer met hoogtes voor badkamer, keuken en hal.

Lees de tabel met de maten van je eigen badkamer ernaast. Tel per lange wand de diepte op van wat ertegen komt, trek dat af van de breedte, en kijk of wat overblijft minstens de vrije ruimte uit de derde kolom is.

OnderdeelDiepte uit de wandVrije ruimte ervoorBreedte langs de wandWaar het van afhangt
Hangtoilet met inbouwreservoir48 tot 56 cm pot plus 15 tot 20 cm voorzetwand60 cm, liever 7080 cm, dus 40 cm aan weerszijden van het hartCompacte potten beginnen rond 48 cm uitsteek; de voorzetwand is ook de plek voor een nis of plank
Staand toilet met reservoirOngeveer 66 cm60 cm80 cmDe afvoer ligt vast in de vloer of de wand, en daarmee ook de plek van de pot
Wastafelmeubel35 tot 40 cm ondiep, 45 tot 50 cm standaard60 cm om te staan, 70 cm om te bukken50 tot 80 cmOnder 35 cm staat een kraan op het blad te dicht op de voorrand
Fontein of handwastafel18 tot 25 cm55 tot 60 cm35 tot 50 cmMet de kraan in een hoek of uit de wand, anders passen je handen er niet onder
Douchezone over de volle breedte80 cm krap, 90 cm prettig, gemeten in de lengte60 cm instapDe hele breedte, minstens 80 cmDe afscheiding: een draaideur vraagt 50 tot 60 cm extra vloer
Douchebak van 80 bij 80 cm80 cmNiets bij een schuif- of vouwdeur, 50 tot 60 cm bij een draaideur80 cmErnaast blijft in een smalle ruimte een strook over waar niets in past
Handdoekradiator10 tot 15 cm met een handdoek eroverGeen, hij hangt boven de vloer40 tot 60 cmOnderkant op 20 cm; een smal model geeft weinig warmte
Spiegelkast12 tot 17 cmGeen vloer; de deur zwaait zijwaarts40 tot 80 cmDe deur mag bij het openen geen wandlamp of kolomkast raken
Kolomkast30 tot 35 cmDe deurbreedte plus 30 cm om ervoor te staan30 tot 40 cmHoort in de hoek die je vanaf de deur het laatst ziet
Binnendeur die naar binnen draaitEen kwartcirkel van 73 tot 83 cmHet hele draaivlak blijft leeg73 tot 83 cm plus het kozijnOmdraaien of een schuifdeur maakt dat hele vlak vrij
Praktische tip

Leg een stuk karton op de maat van het wastafelmeubel tegen de wand, ga ervoor staan met je rug naar de overkant en buk alsof je je gezicht wast. Raak je met je achterwerk de muur, dan is het meubel voor deze breedte te diep, hoe mooi het er in de winkel ook uitzag.

Een badkamer van 130 bij 240 cm met het toilet langs de lange wand

Bij 130 cm breed past een hangtoilet nog net dwars op de lange wand: 15 cm voorzetwand, 54 cm pot en 61 cm vrij tot de overkant. Het is de smalste maat waarbij wastafel, toilet en douche achter elkaar staan zonder dat het toilet een kwartslag moet draaien.

De volgorde vanaf de deur is van droog naar nat. Het wastafelmeubel staat direct naast de deur, het toilet in het midden en de douche over de volle breedte achterin, zodat je met natte voeten nooit langs de wastafel of de handdoeken hoeft.

Waar het toilet in de lengte komt, bepaalt de wastafel. De strook van 80 cm breed voor de pot mag niet samenvallen met het meubel, dus komt het hart van het toilet 40 cm voorbij het einde van het wastafelmeubel te liggen.

Het glaspaneel staat aan de toiletkant en de instap aan de kant van de lange vrije wand. Het water dat na het douchen van je af druipt, komt zo terecht op de vloer waar je toch al staat, en niet tegen de voorzetwand en de pot.

Met 240 cm lengte is elke centimeter verdeeld: 66 cm voor de wastafel, 80 cm voor de strook bij het toilet en 94 cm voor paneel en douche. Heb je 300 cm of meer, dan komt er ruimte voor een tweede wastafel of een kast, en die opstellingen staan uitgewerkt bij de plattegronden van een lange smalle badkamer.

Let op

Draait de deur in deze opstelling naar binnen, dan zwaait een blad van 73 cm over de hele strook waar je voor de wastafel staat. De indeling schuift dan 73 cm naar achteren en de douche past niet meer, dus hier is de draairichting geen detail maar een voorwaarde.

Onder 120 cm breed gaat het toilet naar de korte wand

Bij 110 cm breed past de optelsom van voorzetwand, pot en knieruimte niet meer dwars op de lange wand. Het toilet draait dan een kwartslag en komt met zijn voorzetwand tegen de korte wand, waar het alleen 80 cm breedte nodig heeft.

Zet het toilet in dat geval niet in het midden. Met het hart op 45 cm van een lange wand blijft er aan de andere kant een strook van 25 cm over die buiten de 80 cm van het toilet valt. Daar hangt precies een fontein of een handwastafel van 25 cm diep.

Binnen een voorzetwand kan het inbouwframe meestal een stuk opzij, zolang de afvoer onder afschot naar de standleiding blijft lopen. Of dat bij jouw afvoer lukt, vraag je aan de loodgieter voordat de voorzetwand wordt opgebouwd.

De deur verhuist in deze opzet naar de lange wand, want beide korte wanden zijn bezet. Hij komt uit in de strook voor het toilet en draait naar buiten, want naar binnen zou een blad van 73 cm die strook van 60 cm helemaal dichtzetten.

Het glaspaneel van 50 cm staat aan de kant van de fontein, de instap van 60 cm aan de kant van het toilet. De voorzetwand over de volle breedte levert in dit formaat nog iets op. Laat je hem net boven het inbouwreservoir eindigen, vaak rond 115 cm hoog, dan is de bovenkant een plank van 15 cm diep over de volle 110 cm.

Praktische tip

Plak de strook van 80 bij 60 cm voor het toilet met schilderstape op de vloer en ga op een krukje van 40 cm hoog op de plek van de pot zitten. Raken je schouder of je knie de tape van de fontein, dan schuift het hart van het toilet nog een paar centimeter op, en dat kan nu nog zonder dat er iets gesloopt wordt.

De deur kost in een smalle badkamer bijna de hele breedte

Een binnendeur van 73 tot 83 cm die naar binnen draait, zwaait een kwartcirkel van die maat de badkamer in. In een ruimte van 110 cm breed is dat bijna de hele breedte, en in dat vlak mag niets staan.

Omgerekend legt zo'n deur 0,5 tot 0,7 m² vloer vast. In een badkamer van 110 bij 225 cm, samen 2,5 m², is dat ruim een vijfde van alles wat je hebt, en het is meestal precies de hoek waar de wastafel had moeten hangen.

Welke uitweg werkt, hangt af van wat er aan de andere kant van de deur ligt. Draait de deur naar buiten, dan verhuist het draaivlak naar de gang, en in een smalle hal of overloop met 90 cm doorloop zet een openstaande badkamerdeur die doorloop helemaal dicht.

Een schuifdeur langs de wand aan de gangzijde kost in de badkamer niets, wel een stuk vrije wand van ruim de deurbreedte naast de opening. Hij sluit minder dicht, dus je hoort meer, maar de kier langs de rand levert de toevoerlucht waar een ventilator op rekent.

Een schuifdeur die in de wand verdwijnt, is de netste oplossing en de lastigste. Het wandvak naast de opening moet even breed zijn als de deur en helemaal leeg blijven: geen leidingen, geen inbouwreservoir, geen wandcontactdoos en niets wat erin geschroefd wordt.

De laatste knop is de plek van de deur zelf. Zit hij in de korte wand, dan wordt de badkamer een gang met alles achter elkaar. Bij een kamerbreedte van 110 cm blijven met de deur in de lange wand beide korte wanden vrij voor toilet en douche.

DeurWat hij in de badkamer kostWat hij ergens anders kostWanneer hij werkt
Draaideur naar binnenEen kwartcirkel van 73 tot 83 cm waar niets mag staanNietsAlleen als het draaivlak toch doorloop is en de deur niet over het toilet of de wastafel zwaait
Draaideur naar buitenNietsHet draaivlak in de gang of op de overloopAls de deur daar tegen een wand openslaat en niet over een trapopgang of een andere deur
Schuifdeur langs de wand aan de gangzijdeNietsRuim een deurbreedte vrije wand naast de opening, zonder schakelaar of radiatorAls die wand leeg is en je accepteert dat hij minder geluid tegenhoudt
Schuifdeur in de wandNietsEen wandvak even breed als de deur, zonder leidingen, reservoir of wandcontactdoosBij een verbouwing waarbij de wand toch opnieuw wordt opgebouwd
VouwdeurOngeveer de helft van de deurbreedte aan zwaairuimteDe gevouwen panelen blijven in de opening staan en kosten een deel van de doorgangAls geen van de andere kan en de opening breed genoeg is om iets van de doorgang te missen
Let op

Een deur die naar binnen draait, kun je niet openen als er iemand onwel tegenaan ligt. In een badkamer waar de pot of de douche direct achter de deur ligt is dat geen theoretisch geval, en dat is naast de vloer een tweede reden om hem naar buiten te laten draaien.

Een douche over de volle breedte van de ruimte

In een smalle badkamer is de douche bijna altijd een zone over de hele breedte tegen de korte wand. Een losse douchebak van 80 bij 80 cm in een ruimte van 110 cm laat 30 cm naast de bak over, en in zo'n strook past niets behalve een handdoekrek.

Voor die zone is 80 cm diep krap en 90 cm prettig. Bij 80 cm sta je met je rug bijna tegen de wand als je onder de straal staat. Je ellebogen gaan bij het haren wassen ongeveer 80 tot 90 cm uit elkaar, dus ook een breedte onder 80 cm voel je elke dag.

Leg de douchegoot tegen de achterwand en niet bij de instap. Het afschot van 1 tot 2 cm per meter loopt dan van de rest van de badkamer weg, en het hoogste punt van de douchevloer ligt precies op de grens met de droge vloer.

Een vast glaspaneel heeft een instap van minstens 60 cm nodig, dus in een ruimte van 110 cm breed blijft er voor het paneel 50 cm over. Water dat van je lichaam druipt komt tot ongeveer een halve meter buiten de straal, en in een badkamer van deze maat is dat de strook voor het toilet.

Een douchegordijn op een rail over de volle breedte sluit de hele opening af en kost geen zwaairuimte. Het nadeel is dat het in een zone van 80 cm diep tegen je aan waait, en dat het regelmatig op 60 graden gewassen moet worden om geen zwarte zoom te krijgen.

Een glaspaneel dat naar binnen tegen de zijwand draait, combineert de twee: tijdens het douchen staat het dwars en houdt het water binnen, daarna ligt het plat tegen de wand. Welke vloersoort in zo'n zone tegen staand water kan, zet je per soort naast elkaar in de vloerwijzer voor natte ruimtes.

AfscheidingWat hij kostHoe droog de rest blijftWanneer je hem kiest
Vast glaspaneel met open instapEen instap van 60 cm, dus het paneel is de breedte min 60 cmMatig: druipwater komt tot een halve meter buiten de straalVanaf ongeveer 120 cm breed, zodat het paneel minstens 60 cm wordt
Glaspaneel dat tegen de zijwand draaitNiets buiten de zone; de kraan hoort op de wand waar het paneel niet tegenaan komtGoed, zolang het dwars staatIn een ruimte van 90 tot 120 cm breed
Douchegordijn op een railNietsGoed, want de hele opening is dichtOnder 100 cm breed, of als het budget naar de afvoer en de waterdichting moet
Draaideur tussen de twee lange wandenEen kwartcirkel van de deurbreedte in de strook ervoorGoedAlleen als die strook toch leeg blijft, en dat is in een smalle badkamer zelden zo
Douchebak met opstaande randEen rand van 3 tot 5 cm om over te stappenGoed, de rand houdt het water tegenAls de vloer geen afschot kan krijgen, zoals een houten balklaag zonder ruimte voor opbouw
Let op

Een douche zonder bak verandert ook de elektra. NEN 1010 meet de zone rond zo'n douche niet vanaf een rand, maar als een straal van 120 cm vanaf het punt waar de vaste douchekop aan wand of plafond zit. Zit de douchekop in een badkamer van 225 cm lang op de achterwand, dan reikt die zone tot ongeveer 105 cm van de toiletwand, en een wandcontactdoos bij de fontein valt er dan al binnen.

Wastafel en opbergen op 10 tot 40 cm diepte

In een smalle badkamer beslis je over opbergen met de rolmaat in de diepte, niet in de breedte. Elke centimeter die een kast uit de wand steekt, gaat van de doorloop af over de hele lengte van die kast.

De wastafel is het eerste onderdeel waarop dat telt. Een meubel van 35 tot 40 cm diep laat in een ruimte van 110 cm 70 tot 75 cm over, een standaardmeubel van 50 cm maar 60 cm. Met die 60 cm sta je met je rug tegen de overkant zodra je bukt.

Onder 35 cm diep verandert de wastafel van soort. Een kraan op het blad staat dan zo dicht op de voorrand dat je handen er niet onder passen. Kies dan een fontein met de kraan in een hoek, of een kraan uit de wand die een voorzetwand of een leiding in de wand vraagt.

Het ondiepe wastafelmeubel laat meer vloer vrij voor de doorgang
Het ondiepe wastafelmeubel laat meer vloer vrij voor de doorgang. De kast hangt boven de vloer.

Voor de rest van het opbergen zijn er drie plekken die geen vloer kosten: een spiegelkast van 12 tot 17 cm diep, de plank of nis in de voorzetwand en de wand boven de deur. Een kolomkast van 30 cm diep kost wel vloer, en die zet je daarom in de hoek die je vanaf de deur het laatst ziet.

Wil je toch een los kastje, reken dan terug vanaf de doorloop: de breedte min alles wat al tegen de lange wanden staat min 60 tot 70 cm is de diepste kast die er nog bij kan. In een ruimte van 130 cm breed met een wastafelmeubel van 40 cm ertegenover blijft er 20 cm over. Welke modellen op 15 tot 25 cm nog iets bergen, staat bij een smal kastje kiezen op diepte.

Een spiegelkast of kolomkast hangt in een badkamer meestal aan een tegelwand op steen of aan een voorzetwand van gipsplaat, en wat die per kilo houden verschilt sterk. Kijk per wandtype in de ophangwijzer voor tegels, gipsplaat en steen welke plug erbij hoort voordat je door de tegel boort.

Let op

Boor een tegel met de klopstand uit tot je door het glazuur bent en wissel pas daarna naar klop voor de steen erachter. In een smalle badkamer lopen de leidingen van wastafel en douche vaak recht omhoog vanaf het tappunt, dus boor nooit loodrecht boven of onder een kraan.

Spiegel, licht en tegels in een ruimte die op een gang lijkt

Een smalle badkamer voelt vooral smal door wat het oog ziet: twee lange wanden dicht op elkaar die naar een donker eind lopen. Daaraan valt meer te doen dan aan de maat zelf, want drie mechanismen bepalen dat beeld.

Het eerste is de spiegel. Een spiegel toont wat ervoor staat op dezelfde afstand erachter, dus een spiegel op de lange wand laat de overkant op 110 cm zien alsof die 220 cm weg is. Op de korte wand verdubbelt hij alleen de lengte die al te lang oogt.

Het tweede is het licht. In een ruimte van 110 cm breed hangt elke plafondlamp op hooguit 55 cm van een wand, dus het licht scheert steil langs de tegels en geeft elke oneffenheid en elk wippend tegelrandje een schaduw.

De vlakheid van de wanden telt hier daarom zwaarder dan in een brede badkamer, en bij kunststof panelen komen de naden er nog bij: waarom een wandpaneel op een scheve wand gaat golven staat apart uitgewerkt. Zet het licht liever op de spiegel en op de achterwand van de douche, want een verlichte eindwand haalt het donkere gat weg dat een gang langer maakt.

De douche ligt aan het einde van de smalle badkamer
De douche ligt aan het einde van de smalle badkamer. De glazen scheidingswand laat het zicht door de ruimte lopen.

Bij de spiegel gelden de maten van elke badkamer: twee lampen ernaast met het hart op 160 cm, 3000 tot 4000 K en Ra 90 of hoger. Hoe het daglicht per windrichting meespeelt als er wel een raam is, zoek je op in de lichtwijzer per ruimte en windrichting.

Het derde is de richting van de voegen. Leg rechthoekige tegels met de lange zijde dwars op de lengte in halfsteens verband, dan lopen de doorgaande voegen dwars en leest het oog breedte in plaats van een pijl naar de achterwand.

De snijmaat verdient in de breedte extra aandacht, want een smalle strook langs een lange wand loopt over de volle lengte van de ruimte mee. Reken voor de vloer daarom beide opties uit, een voeg in het midden en een tegel in het midden, en kies de variant met de breedste randstroken. De tabel doet dat voor een tegel van 60 cm, zonder de voegen van 2 tot 3 mm mee te tellen.

Breedte na het tegelenVoeg in het midden, tegel van 60 cmTegel in het midden, tegel van 60 cmWat je kiest
90 cmTwee stroken van 45 cmEen hele tegel met twee stroken van 15 cmVoeg in het midden
100 cmTwee stroken van 50 cmEen hele tegel met twee stroken van 20 cmVoeg in het midden
110 cmTwee stroken van 55 cmEen hele tegel met twee stroken van 25 cmVoeg in het midden
120 cmTwee hele tegels zonder snijwerkEen hele tegel met twee stroken van 30 cmVoeg in het midden
130 cmTwee hele tegels met twee stroken van 5 cmEen hele tegel met twee stroken van 35 cmTegel in het midden
140 cmTwee hele tegels met twee stroken van 10 cmEen hele tegel met twee stroken van 40 cmTegel in het midden
150 cmTwee hele tegels met twee stroken van 15 cmEen hele tegel met twee stroken van 45 cmTegel in het midden
160 cmTwee hele tegels met twee stroken van 20 cmEen hele tegel met twee stroken van 50 cmTegel in het midden
Praktische tip

Laat het tegelwerk op de vloer doorlopen tot in de douchezone, zonder bak en zonder drempel. Het oog meet de vloer dan tot aan de achterwand, en in een ruimte van 225 cm lang scheelt dat 90 cm aan gevoelde lengte ten opzichte van een vloer die bij een douchebak ophoudt.

Zo deel je een smalle badkamer in voordat er iets besteld wordt

Elke stap legt een maat vast waarbinnen de volgende stap nog mag kiezen.

  1. Meet de breedte op drie hoogtes en neem de kleinste

    Meet tussen de lange wanden bij de vloer, op 100 cm en onder het plafond, en trek per wand 1 tot 1,5 cm af voor tegel en lijm. Die kleinste afgewerkte maat is de breedte waarmee je rekent, want daarin moet de optelsom straks passen.

  2. Teken de afvoeren, de standleiding en de waterpunten in

    Zet de toiletafvoer van 110 mm, de douche-afvoer en de standleiding op de tekening. Voor een verbouwing van keuken of badkamer geldt dezelfde volgorde, eerst de leidingen en dan de kasten, want een afvoer verplaatsen kost opbouwhoogte en die is er niet overal.

  3. Maak de optelsom voor het toilet en kies de wand

    Tel voorzetwand, uitsteek van de pot en 60 cm vrije ruimte bij elkaar. Is die som groter dan de afgewerkte breedte, dan gaat het toilet naar de korte wand, met het hart op 40 tot 45 cm van de lange wand waar de wastafel niet komt.

  4. Kies de draairichting van de deur of een schuifdeur

    Teken de kwartcirkel van het deurblad aan beide kanten van de wand en kijk wat hij raakt. Naar binnen kan alleen als het draaivlak doorloop is; raakt hij naar buiten een trapopgang of de doorloop van de overloop, dan is een schuifdeur langs de wand de uitweg.

  5. Leg de douchezone over de volle breedte vast

    Reserveer 80 tot 90 cm in de lengte tegen de korte wand, met de goot tegen de achterwand. Kies de afscheiding daarna op de breedte: onder 100 cm een gordijn of een paneel dat tegen de wand draait, vanaf 120 cm een vast paneel met een instap van 60 cm.

  6. Kies de wastafel op de diepte die overblijft

    Trek van de breedte de diepte af van alles wat al tegen de lange wanden staat en houd 60 tot 70 cm over om voor de wastafel te staan. Wat er dan nog over is, is de grootste diepte die het meubel mag hebben, en pas daarna kies je een model.

  7. Plak de hele indeling op de vloer en loop hem na

    Zet de strook voor het toilet, de douchezone, de wastafel en de deurzwaai met tape op de bestaande vloer. Loop een dag je gewone route van de deur naar de wastafel, het toilet en de douche, en kijk waar je voeten steeds op de tape stappen.

Nalopen voordat je iets bestelt

Uit de praktijk

Wat hier misgaat

Je knieën raken de overkant als je op het toilet zit

Het symptoom is een toilet dat op de tekening paste en in het echt niet: zittend raken je knieën de wand of het meubel aan de overkant. De oorzaak is bijna altijd dat de uitsteek uit de productfolder is afgetrokken van de ruwe breedte, zonder de voorzetwand en het tegelwerk.

Reken het na voor een ruimte van 120 cm tussen de ruwe muren. Tegel en lijm kosten aan beide kanten 1 tot 1,5 cm, de voorzetwand 15 cm en een gewone pot 54 cm, dus blijft er ongeveer 48 cm over, en daar passen je knieën niet in.

Een compacte pot van 48 cm wint 6 cm, en dat is niet genoeg. De enige oplossing die de 60 cm haalt is het toilet een kwartslag draaien naar de korte wand, en die beslissing moet vallen voordat de voorzetwand staat.

Waar dit op vastloopt

De vloer voor het toilet is na elke douchebeurt nat

Staat er na het douchen steeds een plas in de strook voor het toilet, dan kijkt de instap naar die strook en is het glaspaneel te kort om het water tegen te houden. In een smalle badkamer is de strook voor het toilet ook de plek waar je uit de douche stapt, en druipwater komt tot ongeveer een halve meter buiten de straal.

Het afschot maakt het erger als de goot bij de instap ligt. Dan loopt al het water van de douchevloer naar de rand van de zone, en wat de goot niet vangt loopt door over de droge vloer.

Wat werkt is de goot tegen de achterwand, zodat de instap het hoogste punt wordt, en de douchekop op de wand aan de kant van het paneel in plaats van tegenover de opening. Is de ruimte smaller dan 120 cm, dan zet een paneel dat dwars kan draaien of een gordijn de hele opening dicht, en dat doet een vast paneel van 50 cm niet.

Wat hier misgaat

De badkamerdeur zet de overloop dicht als hij openstaat

Het symptoom is een deur die naar buiten is omgehangen om binnen vloer te winnen, en die nu op de overloop tegen de trapleuning slaat of de doorloop afsluit. Het draaivlak is niet verdwenen maar verhuisd, en een overloop van 90 cm breed heeft er net zo weinig ruimte voor als de badkamer.

Kijk daarom voor het omhangen wat de kwartcirkel aan de gangzijde raakt: een trapopgang, een andere deur of een radiator. Raakt hij iets, dan is een schuifdeur langs de wand aan de gangzijde de oplossing die aan geen van beide kanten vloer kost, mits er naast de opening ruim een deurbreedte vrije wand is.

Veelgemaakte fouten

Meten tussen de ruwe muren in plaats van tussen de tegels

Een badkamer die tussen de ruwe muren 110 cm meet, is na het tegelen 107 tot 108 cm, en in een oudere woning waar een wand eerst uitgevlakt moet worden eerder 105 cm. Die 3 tot 5 cm zijn precies het verschil tussen een wastafelmeubel dat past en een doorloop waar je zijwaarts langs moet.

Meet daarom op drie hoogtes en trek per wand de afwerking eraf voordat je iets bestelt. De kleinste maat is de maat waarmee je rekent.

Een standaard wastafelmeubel van 50 cm diep kiezen

In een ruimte van 110 cm breed laat een meubel van 50 cm diep 60 cm over, en dat is genoeg om te staan maar niet om te bukken. Je gezicht wassen boven een wastafel kost ongeveer 70 cm, want je heupen gaan naar achteren als je voorover buigt.

Een meubel van 35 tot 40 cm diep wint die 10 tot 15 cm terug. Het bergt minder, maar een spiegelkast erboven maakt dat grotendeels goed zonder vloer te kosten.

Het toilet midden op de korte wand zetten

Een toilet in het midden van een korte wand van 110 cm laat aan weerszijden van de strook van 80 cm maar 15 cm over, en met twee stroken van 15 cm kun je niets. Schuif je het hart naar 45 cm van één wand, dan wordt dat één strook van 25 cm, en daar hangt een fontein.

Symmetrie ziet er op de tekening rustiger uit, maar in deze breedte kost ze de wastafel.

Een losse douchebak in een ruimte die maar iets breder is

Een douchebak van 80 bij 80 cm in een ruimte van 110 cm breed laat een strook van 30 cm naast de bak over. Die strook is te smal voor een meubel en te breed om te negeren: je tegelt hem, je maakt hem schoon en je gebruikt hem niet.

Een douchezone over de volle breedte kost dezelfde lengte en geeft je die 30 cm terug als ruimte voor je ellebogen onder de straal.

Eén lamp midden op het plafond als enige licht

In een ruimte van 110 cm breed hangt een plafondlamp in het midden op 55 cm van beide lange wanden. Het licht scheert steil langs de tegels, zodat elke oneffenheid een schaduw krijgt, en de korte wanden aan de uiteinden blijven donker.

Dat donkere eind laat de ruimte langer en smaller lijken dan hij is. Licht op de spiegel en op de achterwand van de douche doet voor het beeld meer dan een sterkere lamp in het midden.

De spiegel op de korte wand hangen

Een spiegel laat zien wat ervoor staat, op dezelfde afstand erachter. Op de korte wand verdubbelt hij dus de lengte, en daar was in een smalle badkamer al genoeg van.

Op de lange wand boven de wastafel verdubbelt hij de breedte: de overkant op 110 cm lijkt dan 220 cm weg. Hang hem zo breed als het meubel of breder, dan leest het oog een vlak en geen lijstje.

Veelgestelde vragen

Hoe richt je een kleine smalle badkamer in?

Door eerst de breedte te laten beslissen waar het toilet komt, en pas daarna het sanitair te kiezen. Tel voorzetwand, pot en 60 cm vrije ruimte op: past die som van ongeveer 130 cm op de breedte, dan komt het toilet dwars op de lange wand, en anders gaat het naar de korte wand.

De rest volgt daaruit: de douche over de volle breedte tegen de andere korte wand, de wastafel op de diepte die naast een doorloop van 60 tot 70 cm overblijft, en een deur die naar buiten draait of schuift.

Wat is de kleinste breedte voor een badkamer met toilet en douche?

Ongeveer 80 cm, en dan staat alles op één as. Het toilet komt op de korte wand, waar het 80 cm breedte vraagt, en de douche wordt een zone van 80 cm breed en 80 tot 90 cm diep tegen de andere korte wand.

Een wastafel past daar niet naast. Wil je die in dezelfde ruimte, dan heb je 105 tot 110 cm breedte nodig voor een fontein van 25 cm diep naast de strook van het toilet, of een lengte waarin de wastafel achter het toilet langs de lange wand kan.

Kan een hangtoilet langs de lange wand in een badkamer van 120 cm breed?

Niet met 60 cm vrije ruimte ervoor. Een voorzetwand van 15 cm, tegelwerk aan beide kanten en een pot van 54 cm laten ongeveer 48 cm over, en ook een compacte pot van 48 cm komt niet verder dan ongeveer 54 cm.

In die breedte draait het toilet een kwartslag naar de korte wand. Daar vraagt het alleen 80 cm breedte, en met het hart op 45 cm van een lange wand houd je aan de andere kant een strook over voor een smalle wastafel.

Past een bad in een kleine smalle badkamer?

Langs de lange wand pas vanaf ongeveer 130 cm breed. Een bad van 170 bij 70 cm met 60 cm ervoor om in te stappen kost 130 cm van de breedte, en in de lengte 170 cm waar geen toilet of wastafel meer langs past.

Een compact bad van 150 cm lang kan dwars tegen de korte wand in een ruimte van minstens 150 cm breed, en dan is het bad ook de douche. In een smallere ruimte kies je tussen elke dag prettig douchen en af en toe liggen, en in deze maten valt die afweging bijna altijd uit voor de douche.

Welke douche past het best in een smalle badkamer?

Een zone over de volle breedte tegen de korte wand, 80 cm diep als het krap moet en 90 cm als het kan. Een losse bak van 80 bij 80 cm laat in een ruimte van 110 cm een strook van 30 cm over die je niet kunt gebruiken.

De afscheiding kies je op de breedte. Onder 100 cm werkt een gordijn of een paneel dat tegen de wand draait, vanaf 120 cm een vast paneel met 60 cm instap, en een draaideur alleen als de strook ervoor toch leeg blijft.

Hoe laat je een smalle badkamer breder lijken?

Met een spiegel op de lange wand, want die laat de overkant op dubbele afstand zien: een wand op 110 cm lijkt 220 cm weg. Hang hem zo breed als het wastafelmeubel of breder, en zet het licht op de achterwand van de douche in plaats van één lamp in het midden.

Voegen die dwars op de lengte lopen en een tegelvloer die zonder drempel tot in de douche doorloopt, doen de rest. Welke kleuren en tegels onder lamplicht standhouden, staat bij ideeën voor een kleine badkamer met de maten erbij.

Waar komt de wasmachine als de badkamer smal is?

Een wasmachine is 60 cm breed en met de slangen erachter ongeveer 60 cm diep, en voor de deur en het uitladen heb je nog eens 60 cm nodig. Langs de lange wand kost hij dus ongeveer 120 cm van de breedte, en dat past in een smalle badkamer alleen als er aan de overkant niets staat.

Tegen de korte wand, naast een douchezone die dan smaller wordt, lukt het soms wel. Meestal is een plek buiten de badkamer beter, op zolder, in de berging of in een kast op de overloop, en de wandcontactdoos hoort in elk geval buiten de zone rond de douche.

Hoe ventileer je een kleine smalle badkamer zonder raam?

Met een mechanische afzuiging en een opening waardoor lucht binnen kan komen. Een badkamer van 110 bij 225 cm en 250 cm hoog bevat ongeveer 6,2 m³ lucht. De 14 dm³ per seconde die het Besluit bouwwerken leefomgeving voor een badruimte in nieuwbouw vraagt, ongeveer 50 m³ per uur, ververst die lucht ruim acht keer per uur.

Zonder spleet van 1 tot 2 cm onder de deur haalt geen ventilator dat, en na het douchen laat je hem 15 tot 30 minuten doorlopen. Blijft de ruimte toch klam, dan zie je dat terug aan minuscule beestjes op de vloer die op vocht wijzen, zoals springstaarten en stofluizen.

Waar hang je een handdoekradiator in een smalle badkamer?

Op een plek waar zijn 10 tot 15 cm diepte niet van een doorloop afgaat die al krap is. Dat is meestal de voorzetwand boven een toilet op de korte wand, of een stuk lange wand direct naast de instap van de douche waar niemand langs hoeft.

Hang de onderkant op ongeveer 20 cm en de bovenkant niet hoger dan 180 cm, anders kom je niet bij de handdoek. Een elektrisch model hoort buiten de zones rond de douche of moet daarvoor geschikt zijn, en dat beoordeelt de elektricien.

Moet de deur van een kleine badkamer naar binnen of naar buiten draaien?

In een smalle badkamer bijna altijd naar buiten, of je kiest een schuifdeur. Een blad van 73 cm dat naar binnen draait legt ruim 0,5 m² vloer vast, in een ruimte van 2,5 m² meer dan een vijfde. Dat is juist de strook waar je voor de wastafel of het toilet staat.

Naar buiten verhuist het draaivlak naar de gang, dus kijk eerst of de deur daar geen trapopgang of doorloop blokkeert. Een deur die naar buiten draait kun je ook openen als er iemand onwel tegenaan ligt, en met een deur naar binnen lukt dat niet.

Wanneer je beter een vakman belt

De indeling teken je zelf, maar drie onderdelen van een smalle badkamer horen bij een vakman. Een toiletafvoer verplaatsen of een inbouwframe opzij zetten laat je rekenen en aansluiten door een loodgieter, want een afvoer van 110 mm vraagt afschot en een ontspanningsleiding die de sifons niet leegtrekt.

De elektra is het tweede. Bij een douche zonder bak meet NEN 1010 de zone vanaf de vaste douchekop, en in een ruimte van 110 cm breed valt een groot deel van de badkamer daarbinnen. Laat een elektricien de zones intekenen voordat de plek van de wastafel en de spiegelverlichting vastligt, en laat het werk in de groepenkast achter de hoofdzekering sowieso aan hem.

Het derde is de waterdichting van een douchezone over de volle breedte. Zonder bak ligt de hele zone op een afdichtingslaag met banden in de hoeken en rond de goot, en een fout daarin zie je pas als het plafond eronder vlekt of de vloer van de gang ernaast opzwelt.

Verder lezen over dit onderwerp