Industriële overkapping: materiaal, kleur en inrichting
Een industriële overkapping is een gewone terrasoverkapping met dunne donkere profielen, veel glas en geen versiering. De meeste zijn van aluminium in RAL 9005, 7021 of 7016; staal houdt de ligger slanker omdat het drie keer stijver is, maar hoort buiten thermisch verzinkt te zijn onder de poedercoating. Zwart en glas houden warmte vast, dus laat één zijde open en zet zonwering onder glas op het zuiden en westen. Onder het dak werken keramische tegels in betonlook met slipweerstand R11, hanglampen met een metalen kap op 75 tot 90 cm boven de tafel in 2200 tot 2700 K, en meubels van teak, robinia of gecoat aluminium.
Dit heb je nodig
- Tijd
- twee tot drie dagen voor een bouwpakket, plus de uithardtijd van de poeren
- Moeilijkheid
- Met twee of drie personen zelf te doen, constructie laten doorrekenen
- Kosten
- hangt vooral af van aluminium of staal en van glas of polycarbonaat in het dak
Gereedschap
- Laserwaterpas of een waterpas van minstens 120 cm
- Boorhamer met steenboren en een schroefmachine
- Momentsleutel voor de ankers en de voetplaten
- Twee glaszuignappen en een stevige ladder of rolsteiger
- Spade of grondboor voor de poeren
Materiaal
- Betonmortel voor de poeren, met draadeinden of ankers van thermisch verzinkt staal of rvs
- Voetplaten met stelmoeren voor elke staander
- Ankers voor de muurligger die passen bij de opbouw van je gevel
- EPDM-strips of kunststof ringen waar twee verschillende metalen elkaar raken
- Zinkrijke verf voor boorgaten en beschadigingen in staal
- Regenpijp met een aansluiting op een krat, een regenton of het hemelwaterriool
- Mantelbuis voor de buitenelektra
Wat een overkapping industrieel maakt
Een industriële overkapping is geen apart type constructie maar een manier van uitvoeren. Het beeld komt uit oude werkplaatsen en fabriekshallen: een zichtbaar skelet van dunne donkere profielen, veel glas ertussen, en materialen die laten zien wat ze zijn.
Onder die stijl ligt dezelfde techniek als onder elke terrasoverkapping: staanders, een ligger, een dak op afschot en een goot die ergens naartoe moet. Hoe je die kiest op overspanning, afschot en vergunning staat bij het overkappen en inrichten van een terras. Hier gaat het om wat een overkapping daarbovenop industrieel maakt, en wat dat in gebruik betekent.
Drie kenmerken doen het werk. Het eerste is de verhouding tussen profiel en glas: hoe smaller de staanders en roeden ten opzichte van het glasvlak, hoe meer het geheel op een stalen atelierraam lijkt en hoe minder op een veranda.
Het tweede is de kleur: diepzwart, zwartgrijs of antraciet, mat of met een fijne structuur en zonder glans. Het derde is het ontbreken van alles wat versiert, dus geen sierlijsten, geen gebogen goot en geen kappen op de staanders, terwijl bouten en naden zichtbaar mogen blijven.
Wat de stijl niet vraagt, is staal. De meeste overkappingen die er industrieel uitzien zijn van aluminium in een donkere poedercoating, en het verschil zie je pas aan de hoogte van de ligger. De tabel zet de onderdelen naast elkaar, met wat de industriële uitvoering in gebruik met zich meebrengt.
| Onderdeel | Industriële uitvoering | Wat dat in gebruik betekent |
|---|---|---|
| Staanders | Vierkant kokerprofiel in zwart of antraciet, zonder sierkap | Een smal profiel vraagt een stijver materiaal of staanders dichter bij elkaar; staal houdt het smaller dan aluminium |
| Ligger en goot | Rechte ligger met een strakke kastgoot, geen ronde goot | De regenpijp loopt meestal door een staander, dus onderaan moet die ergens op kunnen lozen |
| Dak | Helder gelaagd glas op dunne glasroeden | Het meeste licht, maar ook de meeste warmte, en elke bladvlek is van onderaf te zien |
| Zijwanden | Glazen schuifwanden met zwarte profielen, soms met opgezette roeden in een raster | Schuifwanden onder een overkapping sluiten niet af zoals een kozijn: tocht en slagregen komen er langs |
| Vloer | Grote grijze tegels in betonlook, of een betontegel van 60 bij 60 cm | Keramiek in betonlook blijft vorstbestendig; gestort beton buiten scheurt zonder dilatatievoegen |
| Licht | Hanglampen met een metalen of emaille kap, lampen met een zichtbare gloeidraad | Een metalen kap schermt de bron af; een kale lamp op ooghoogte verblindt |
| Accenten | Cortenstaal, zwart hout, messing of koper | Cortenstaal geeft de eerste jaren roestwater af, en onbehandeld messing wordt buiten dof en bruin |
Staal of aluminium, en waarom de ligger dan anders wordt
Staal en aluminium in dezelfde zwarte coating zijn van een afstand niet uit elkaar te houden. Het verschil zit in een paar materiaaleigenschappen, en die bepalen samen hoe slank de constructie kan zijn en hoeveel onderhoud hij vraagt.
De eerste is stijfheid. Staal heeft een elasticiteitsmodulus van ongeveer 210 GPa en aluminium van ongeveer 70 GPa, dus aluminium buigt bij dezelfde vorm en belasting drie keer zo ver door. Een aluminium ligger krijgt daarom een hoger profiel of een extra staander, en precies daar verliest een overkapping zijn dunne lijn.

De tweede is gewicht. Aluminium weegt ongeveer een derde van staal, en daarom zijn bijna alle bouwpakketten van aluminium: een ligger van 6 m tillen twee mensen op zijn plek, waar een stalen ligger van dezelfde lengte al snel om een hijsmiddel of meer handen vraagt.
De derde is uitzetting. Aluminium zet per graad ongeveer twee keer zo veel uit als staal, 0,024 mm per meter tegenover 0,012 mm. Een zwarte aluminium ligger van 6 m die van een nacht rond het vriespunt naar 60 graden in de zomerzon gaat, wordt ruim 8 mm langer, en die beweging moet in de glasrubbers en de verbindingen kunnen, anders tikt het dak en scheurt de kit.
Bij roest wint aluminium. Het vormt een dunne oxidehuid die zichzelf afsluit, terwijl onbeschermd staal blijft doorroesten. Staal hoort buiten daarom thermisch verzinkt te zijn en daarna gepoedercoat: de zinklaag van 55 tot 85 micrometer, afhankelijk van de staaldikte, slijt in een gewone woonomgeving grofweg 1 tot 2 micrometer per jaar, en een kras in de coating roest dan niet door.
Waar de twee metalen elkaar raken, ontstaat een ander probleem. Aluminium dat nat tegen blank staal, koper of rvs ligt, corrodeert zelf, omdat het het minst edele metaal van het paar is. Leg er een kunststof ring of een EPDM-strook tussen, ook onder de kop van een rvs-bout.
| Materiaal | Hoe het zich buiten gedraagt | Onderhoud | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Aluminium, gepoedercoat | Roest niet, is licht en zet twee keer zo veel uit als staal | Twee keer per jaar afwassen met water en een milde zeep | Drie keer minder stijf, dus bij een grote overspanning een hogere ligger of een extra staander |
| Staal, thermisch verzinkt en gepoedercoat | Stijf en slank; een kras roest niet door dankzij het zink eronder | Wassen, en een beschadiging eerst met zinkrijke verf bijwerken | Het zwaarst om te plaatsen, en gaten die je na het verzinken boort zijn onbeschermd |
| Staal, alleen gepoedercoat of gelakt | Ziet er bij oplevering hetzelfde uit | Elke beschadiging meteen bijwerken | Water kruipt via een kras onder de coating, en de roest drukt die er in blazen af |
| Cortenstaal | Vormt een dichte bruine roestlaag die het staal eronder beschermt | Geen, zolang het nat kan worden en weer opdroogt | Geeft roestwater af dat vlekt op tegels en gevel; blijft het nat liggen, dan roest het gewoon door |
| Verzinkte steigerbuis van 48,3 mm | Zilvergrijs, wordt in een paar jaar doffer | Geen, of een coating als je hem zwart wilt | Dikke buizen en zichtbare koppelingen: een werkplaatsbeeld, maar geen slanke lijn |
| Hout, zwart gebeitst of gebrand | Warm tegenwicht naast glas en metaal, werkt met het vocht mee | Beits of olie bijwerken, vaker aan de zonzijde | Kopshout dat op de grond staat zuigt water op; zet staanders op een voet met lucht eronder |
Boor en zaag gepoedercoat staal zo min mogelijk op de bouwplaats. Elk boorgat en elke zaagsnede is blank staal naast een coating die daar een open rand heeft, en juist daar begint de roest die later als een blaas onder de verf doorloopt. Werk elk gat meteen af met zinkrijke verf.
Diepzwart, zwartgrijs of antraciet op een buitenconstructie
Zwart is buiten een andere kleur dan binnen, omdat de zon erop staat. Een donkere coating neemt het grootste deel van het zonlicht op, en een zwart profiel in de volle zomerzon wordt ruim 60 graden: te heet om vast te pakken, en warm genoeg om de lucht vlak onder het dak mee op te warmen.
De drie gangbare tinten zijn RAL 9005 diepzwart, RAL 7021 zwartgrijs en RAL 7016 antraciet. Diepzwart is echt zwart, zwartgrijs is een fractie zachter, en antraciet heeft een blauwgroene kern die in daglicht naar blauw kantelt en in de schaduw naar zwart.
Op een overkapping telt vooral wat je op die kleur ziet. Hoe donkerder en matter het vlak, hoe harder stuifmeel, kalkranden van opgedroogde druppels en vogelpoep erop afsteken, en daarin vergeven antraciet en zwartgrijs meer dan diepzwart. Een fijne structuurlak verbergt ook kleine krassen, die op een gladde matte coating juist glimmen.
Leg de tint naast wat er al is. Heeft de woning zwarte kozijnen, vraag dan de RAL-code op en neem die over: een kozijn in 9005 naast een overkapping in 7021 verschilt te weinig om bedoeld te lijken en genoeg om het te zien.
Warme accenten zijn een smaakkeuze die veel industriële buitenruimtes maken, en ze werken omdat zwart en grijs koel zijn. Koper, messing of cognackleurig textiel brengt het warme deel terug; reken er wel op dat onbehandeld messing en koper buiten binnen een seizoen dof en bruin worden, en koper op den duur groen.
| Tint | Wat het in de zon doet | Wat je erop ziet | Waar het past |
|---|---|---|---|
| RAL 9005 diepzwart | Het warmst van de drie, en blijft ook in de schaduw vlak zwart | Stuifmeel, kalkranden en elke kras | Bij zwarte kozijnen in dezelfde code en een lichte gevel waar het contrast gewenst is |
| RAL 7021 zwartgrijs | Vrijwel even warm, maar oogt in daglicht een fractie zachter | Minder dan diepzwart, zeker met een structuurlak | Een overkapping die zwart moet lezen zonder elke vlek te laten zien |
| RAL 7016 antraciet | Laat in directe zon de blauwe kern zien en wordt in de avondzon leigrijs | Stof en kalk het minst van de drie | Naast grijze tegels en antraciet kozijnen; naast chocoladebruin blijven het twee donkere vlakken |
| Donkergroen of olijf | Neemt iets minder zon op dan zwart | Groene aanslag valt er minder op | Een landelijke woning waar zwart te hard is, met dezelfde rechte profielen |
Waar de constructie op staat en aan hangt
Een overkapping tegen de woning rust aan de gevelzijde op een muurligger en aan de voorzijde op staanders met een fundering. Die aansluitingen zie je na de bouw niet meer, en bij een uitvoering met glas dragen ze meer dan bij een lichte kunststof plaat.
Gelaagd glas van 8 mm weegt ongeveer 20 kg per vierkante meter. Een dak van 6 bij 4 m draagt daarmee alleen aan glas al bijna 500 kg, nog voordat er sneeuw, blad of een natte laag stuifmeel op ligt.
De muurligger hangt aan de gevel, en in de meeste Nederlandse woningen is dat een spouwmuur. Na ongeveer 100 mm buitenblad volgt een spouw met lucht of isolatie, en dat halfsteens buitenblad draagt zijn eigen gewicht maar is niet bedoeld om een dak aan te hangen. Welk anker en welke lengte daar horen, bepaalt de leverancier of een constructeur: een anker dat door de spouw tot in het binnenblad reikt, of een eigen staander aan de gevelzijde zodat de ligger niet aan het buitenblad hangt.
Aan de voorzijde staat elke staander op een betonpoer. Zet een stalen staander niet in het beton gestort, maar op een voetplaat met ankers en met de onderkant boven het maaiveld. Waar staal in beton verdwijnt, blijft water staan in de naad, en daar roest het onzichtbaar door op de plek die het meeste draagt.
Voor de maat van de poer gaat de opgave van de leverancier voor. De onderkant hoort onder de vorstgrens, die in Nederland op 60 tot 80 cm diepte wordt aangehouden; ondieper tilt bevriezende grond de poer in de winter op en zakt hij in het voorjaar niet op dezelfde plek terug.
Het water is de derde aansluiting. De goot loopt af naar een staander, de regenpijp loopt erdoor naar beneden, en onderaan moet hij uitkomen op een infiltratiekrat, een regenton of het hemelwaterriool. Een dak van 24 vierkante meter vangt bij een bui van 10 mm 240 liter, en dat water hoort niet onder je terrastegels te verdwijnen.
Stel de voetplaten met stelmoeren op de draadeinden in plaats van met vulplaatjes. Een poer die 1 of 2 cm te laag uitvalt vang je dan op zonder te zagen in een staander die al gecoat is, en je zet de hele rij in een paar minuten op één hoogte.
Glas in het dak en in de wanden
Glas is wat een overkapping industrieel maakt en ook wat hem in gebruik het meest verandert. Helder gelaagd glas laat het meeste licht door en blijft helder, maar houdt de warmte van de zon ook het beste vast zodra er zijwanden bij komen.
Het mechanisme is dat van een kas. Zonlicht gaat als kortgolvige straling door het glas, de vloer, de meubels en de zwarte profielen nemen het op, en ze geven het terug als warmtestraling met een langere golflengte die het glas vrijwel niet doorlaat. Met drie dichte glazen wanden en een glazen dak op het zuiden loopt de temperatuur eronder op een zomerdag verder op dan in de open lucht ernaast.
Houd daarom minstens één zijde open of te openen, en kies op het zuiden en westen voor zonwerend glas of een doek onder het dak. Een lamellendak is de andere uitweg: dicht als het regent, open als de warmte eruit moet.
Glazen schuifwanden geven het beeld van een atelierpui, maar het zijn geen kozijnen. Ze lopen in open rails zonder afdichting, dus bij harde wind komen tocht en slagregen erlangs, en in de onderrail blijven zand en blad liggen. Zet de schuifwand aan de kant waar het weer vandaan komt, in Nederland meestal het zuidwesten, en laat de andere zijden open.
Wil je het raster van een stalen raam, dan krijgt het glas opgezette zwarte strips als roeden. Kies strips die voor buiten bedoeld zijn, want lijm die in de volle zon en daarna in de vorst hangt, verliest zijn hechting sneller dan binnen achter een raam.
Voor het afschot van een glazen dak houden montagevoorschriften meestal 3 tot 5 graden aan. Bij minder afschot blijven water en vuil op het glas liggen en drogen ze op tot randen die je van onderaf op helder glas precies ziet.
Een infraroodstraler onder een glazen dak hang je alleen op de afstand die de handleiding van de straler voorschrijft, en nooit recht onder een glasroede met rubbers. De straler verwarmt oppervlakken, en kunststof afdichtingen en een coating vlak boven de kop zijn ook oppervlakken.
De vloer onder een industriële overkapping
De vloer die bij de stijl hoort is grijs, groot van formaat en zo egaal mogelijk: de vloer van een werkplaats. Buiten zijn er drie manieren om dat beeld te krijgen, en ze gedragen zich heel verschillend bij vorst, regen en een omgevallen glas wijn.
Een volkeramische tegel in betonlook van 60 bij 60 of 120 bij 40 cm en 2 cm dik komt het dichtst bij gestort beton, zonder de nadelen ervan. Hij neemt minder dan 0,5 procent water op en is daardoor vorstbestendig, en met slipweerstand R11 blijft hij nat beloopbaar. Leg hem op een vlak en vast bed met 1 tot 2 procent afschot van de gevel af.
Gestort beton ziet er het meest als een fabrieksvloer uit en is buiten het lastigst. Beton krimpt bij het uitharden en werkt met de temperatuur, dus zonder dilatatievoegen om de 3 tot 4 m trekt de vloer zijn eigen scheuren. Een gevlinderde toplaag is nat bovendien glad.
Een gietvloer buiten klinkt logisch en valt meestal tegen. Epoxy vergeelt onder uv-licht, en ook een pu-gietvloer volgt elke scheur in de ondergrond, zodat hij na een paar vorstperiodes de naden van de ondervloer laat zien.
Onder het dak zelf groeit weinig, want daar valt geen regen. Aan de open rand en in de voegen van de tegels daarbuiten wel, en daar kun je onder de dakrand geen onkruidbrander gebruiken, omdat de vlam en de hete lucht tegen de goot, de coating en de glasrubbers komen. Welke methode tussen tegels wel werkt en ook mag, zoek je op in de onkruidwijzer voor voegen en bestrating.
| Vloer | Hoe hij buiten reageert | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|
| Keramische tegel in betonlook, 2 cm dik | Vorstbestendig, neemt geen vlekken op, en blijft met R11 nat beloopbaar | Een dunne tegel breekt onder een puntlast als het bed eronder niet vlak en vast is |
| Betontegel 60 bij 60 cm, 4 tot 5 cm dik | Egaal grijs bij oplevering, in de open lucht donkerder en groener | Neemt olie en rode wijn op; zonder impregneermiddel blijft een vlek zichtbaar |
| Gestort beton met gevlinderde toplaag | Het echtste fabrieksbeeld, naadloos tussen de voegen | Scheurt zonder dilatatievoegen, is nat glad en gaat niet meer open voor een leiding |
| Gietvloer van epoxy of pu | Naadloos en strak | Epoxy vergeelt in de zon, en beide tekenen scheuren in de ondergrond af |
| Grijze of zwarte composiet vlonderplank | Geen voegen voor onkruid, zacht onder de voeten | Wordt in de zon te heet voor blote voeten, en het beeld is minder werkplaats |
| Split in een grindmat | Laat water door en is snel aan te leggen | Een stoelpoot zakt erin en een tafel staat nooit stil; alleen geschikt voor de randzone |
Hoe je de ruimte onder het dak indeelt
Een overkapping richt je in als een kamer met een open wand. Eerst wat vast zit: de pui, de staanders en een eventuele glazen zijwand. Dan de route van de pui naar de tuin, en pas daarna de tafel en de loungebank.
De open zijde krijgt een maat die binnen niet bestaat. Bij wind valt regen onder ongeveer 45 graden naar binnen, zodat de natte strook net zo breed is als het hoogteverschil tussen de dakrand en het vlak dat droog moet blijven. Met een ligger op 230 cm en een tafelblad op 75 cm is dat 155 cm, en een kussen op 45 cm zithoogte ligt tot 185 cm van de rand in de regen.
Daaruit volgt hoeveel ruimte er voor de indeling overblijft. De eettafel staat met de kopse kant naar de tuin en blijft 160 cm van de open rand, de loungebank staat tegen de glazen zijwand aan de weerzijde, en de route van de pui naar de tuin loopt er met 140 cm tussendoor.
Rond de meubels gelden dezelfde maten als binnen: 60 cm tafelbreedte per persoon, 75 cm achter een stoel om op te staan en 100 cm waar ook iemand achterlangs moet, en 35 tot 45 cm tussen bank en salontafel. Komt er in plaats van een eettafel een bar onder het dak, dan staan de hoogtes, de krukken en de aansluitingen bij een bar onder de overkapping bouwen.

Kies de tafelmaat pas als de staanders op de tekening staan. Staat er bij een brede overkapping een middenstaander, dan komt die vaak precies waar een tafel van 240 cm had moeten staan, en past een ronde tafel of een tafel van 180 cm er beter omheen.
Meubels en textiel die onder een dak buiten blijven staan
Onder een overkapping is het droger dan in de open tuin, maar niet droog. Aan de open rand komt regen, 's nachts slaat dauw neer, en in het voorjaar en najaar blijft de luchtvochtigheid buiten dagenlang hoog. Een meubel voor binnen doorstaat dat een zomer, en daarna gaat het schimmelen of zwellen.
Voor houten meubels telt de duurzaamheidsklasse van de houtsoort, van 1 voor zeer duurzaam tot 5 voor niet duurzaam. Mangohout en grenen staan onderaan en zijn binnenhout, ook met een olielaag erop. Teak en robinia staan bovenaan en kunnen onbehandeld buiten, waarbij ze zilvergrijs worden.
Metalen meubels vragen hetzelfde als de constructie. Een frame van gepoedercoat aluminium kan het hele jaar buiten staan, terwijl een stalen frame zonder zinklaag roest bij de lasnaden en onder de pootdoppen, waar het water blijft staan.
Bij textiel gaat het meeste mis. Kussens met gewoon polyether schuim zuigen zich vol en drogen dagenlang niet op, terwijl buitenkussens een open schuim hebben waar het water doorheen zakt. Doek van acryl dat in de spinmassa is geverfd houdt zijn kleur, en bedrukt polyester verbleekt in de zon.
Een grof geweven kleed van jute of wol wordt onder een overkapping binnen een seizoen muf. Kies een buitenkleed van polypropyleen en rol het na een natte week op, want eronder blijft de tegel nat en wordt hij groen.
Leer hoort binnen bij de klassieke combinatie met staal, maar wordt buiten hard en scheurt na elke keer nat worden en opdrogen. Haal die cognackleur buiten liever uit een buitenstof of een kussenhoes.
| Materiaal | Onder een overkapping | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|
| Teak | Duurzaamheidsklasse 1 tot 3, afhankelijk van de herkomst; kan onbehandeld buiten | Wordt zilvergrijs; olie houdt de kleur vast maar moet elk jaar terug |
| Robinia | Klasse 1 tot 2; kan onbehandeld buiten | Krijgt fijne scheurtjes als het snel opdroogt, en dat is alleen uiterlijk |
| Eiken | Klasse 2; kan buiten, het liefst onder het dak | Looizuur geeft zwarte vlekken waar het nat tegen staal staat en op lichte tegels |
| Mangohout en grenen | Onderaan de schaal, bedoeld voor binnen | Wordt grauw, schimmelt en zwelt bij de poten |
| Gepoedercoat aluminium frame | Kan het hele jaar buiten | De coating krast bij slepen over tegels; zet kunststof doppen onder de poten |
| Stalen frame zonder zinklaag | Alleen onder het dak en buiten de natte strook | Roest bij de lasnaden en onder de doppen, en laat bruine kringen op de vloer achter |
| Buitenkussen met open schuim en acrylhoes | Blijft buiten en droogt na een bui binnen enkele uren | Blijft vochtig als hij plat ligt; zet hem na regen op zijn kant |
| Leer | Hoort binnen | Wordt hard en scheurt na nat worden en opdrogen in de zon |
Licht onder een industriële overkapping
Industrieel licht herken je aan de armaturen: emaille of metalen kappen, draadkooien en lampen met een zichtbare gloeidraad. Wat die armaturen goed doen is afschermen, want een metalen kap stuurt het licht naar beneden en houdt de bron uit je zicht als je aan tafel zit.
Boven een eettafel hangt de onderkant van de lamp 75 tot 90 cm boven het blad, bij een tafel van 75 cm dus op 150 tot 165 cm boven de vloer. Houd de kap 30 tot 40 cm binnen de rand van het blad, anders stoot je je hoofd bij het aanschuiven.
Onder een dak op afschot is de afstand tot het dak niet overal gelijk. Bij 5 graden stijgt het dak 8,7 cm per meter richting gevel, dus twee lampen op 100 cm hart op hart boven een tafel die haaks op de gevel staat, hebben 9 cm verschil in snoerlengte nodig om op dezelfde hoogte te hangen. Een rij evenwijdig aan de gevel hangt aan gelijke snoeren.
Wind is buiten de tweede factor. Een hanglamp aan een los snoer slingert aan de open zijde en tikt tegen glas of staander, dus daar hangt een armatuur aan een vaste buis of aan een korte ketting die op twee punten vastzit.
Voor de kleurtemperatuur werkt 2200 tot 2700 K. Een filamentlamp van 2200 K past bij het beeld en trekt merkbaar minder insecten dan koelwit licht, omdat insecten vooral op kortgolvig licht afkomen. Houd binnen één zichtveld één waarde aan, ook als de lampen uit verschillende armaturen komen.
Onder een dicht dak en buiten de natte strook volstaat een armatuur met IP44, aan de open rand houd je IP65 aan. Een wandlamp aan de gevel met het hart op 170 tot 210 cm, boven je hoofd zodat je er niet in kijkt, geeft licht op de route naar de tuin zonder de tafel te verblinden. Voor een bar gelden andere hoogtes, en die staan bij de maten voor een buitenbar onder een dak.
Planten tegen staal en onder glas
Groen verzacht de harde lijn van staal en glas, en de stijl gebruikt het meestal op twee manieren: een klimplant langs een staander of over het dak, en grote planten in potten van zink, beton of cortenstaal. Voor allebei gelden onder een overkapping andere regels dan in de open tuin.
Een klimplant over een glazen dak kies je op gewicht en op snoei. Blauweregen wordt zwaar en windt zich om alles wat hij tegenkomt, ook om de regenpijp en de goot, en die houtige stengels worden dik genoeg om een pijp te vervormen. Hij vraagt twee snoeibeurten, in juli of augustus en in januari of februari, en wanneer de andere klimmers aan de beurt zijn zoek je op in de snoeikalender per soort.
Een druif geeft in de zomer een bladerdak en laat in de winter het licht door, en dat is wat een overkapping op het zuiden nodig heeft. Snoei hem van december tot half januari bij vorstvrij weer, want vanaf februari komt hij in het sap en loopt hij leeg uit de snee. Clematis uit groep 3 zet je in februari tot begin maart terug tot 20 tot 50 cm boven de grond, zodat de ranken van vorig jaar niet als een bruine mat tegen het glas blijven hangen.
Planten onder het dak krijgen geen regen, ook niet in een natte week. Metalen potten van zink of cortenstaal worden in de zon zo heet dat de wortels aan de zonkant verbranden, dus zet er een kunststof binnenpot in met een paar centimeter lucht ertussen.
Een olijfboom is de gangbare keuze in zo'n pot, en voor die boom is een overkapping juist gunstig. Olijven verdragen droge kou beter dan natte kou, en onder het dak blijft de kluit in de winter droger dan in de open tuin.
Staat de overkapping in een grotere tuin, laat de beplanting eromheen dan doorlopen in wat er verder groeit. Hoe je de tuin en het buitenleven daarop afstemt, begint bij dezelfde windrichting die ook de plek van de glazen zijwand bepaalt.
Leid een klimplant langs een rvs-draad op 5 tot 10 cm van de staander in plaats van om de staander zelf. De plant windt zich dan niet om het profiel of de regenpijp, de coating blijft vrij van vocht en blad, en bij het snoeien knip je de draad los in plaats van ranken van het metaal te trekken.
Zo zet je een industriële overkapping neer, van tekening tot licht
De volgorde volgt het gewicht: eerst wat onder de grond en aan de gevel komt, dan het dak, en als laatste wat je nog kunt verplaatsen.
-
Zoek de regels voor jouw adres op
Controleer in het Omgevingsloket of de overkapping op jouw plek vergunningvrij is: de hoogte, de afstand tot de erfgrens en het deel van het achtererf dat al bebouwd is bepalen dat. Doe dit voordat je een maat kiest, want een kleiner model bestellen is goedkoper dan achteraf inkorten.
-
Meet de gevel en teken de staanders in
Meet de hoogte onder het laagste obstakel aan de gevel, zoals een raam, een balkon of een dakgoot, en trek daar het afschot van af: bij 5 graden en 400 cm diepte ligt de voorzijde 35 cm lager dan de gevelzijde. Teken de staanders en de tafel samen op een plattegrond, zodat een middenstaander niet midden in de eethoek terechtkomt.
-
Kies materiaal, coating en tint in één keer
Leg vast of het aluminium wordt of verzinkt en gecoat staal, welke RAL-code en welke glansgraad. Vraag bij staal na of het zink voor het coaten is aangebracht en of de montagegaten al in de fabriek zijn geboord, want elk gat op de bouwplaats is een onbeschermde plek.
-
Stort de poeren en zet de muurligger
Graaf de poeren tot onder de vorstgrens en stort ze met de ankers of draadeinden er al in. Laat het beton uitharden volgens de opgave van de leverancier voordat er gewicht op komt, en zet de muurligger met ankers die bij jouw gevelopbouw horen, over de volle lengte gecontroleerd met een waterpas.
-
Leg de leidingen voordat de vloer erin gaat
Trek mantelbuizen voor stroom naar de staanders en de gevel, en leg de afvoer van de regenpijp naar een krat, een ton of het hemelwaterriool. Zodra de tegels liggen kom je daar niet meer bij zonder de vloer open te breken.
-
Monteer de staanders, de ligger en het dak
Stel de voetplaten met stelmoeren waterpas, zet de staanders en de ligger, en leg het glas met twee personen en glaszuignappen. Laat de rubbers ruimte voor de uitzetting van het profiel, en draai niets vaster aan dan de montagehandleiding voorschrijft.
-
Leg de vloer met afschot van de gevel af
Houd 1 tot 2 procent afschot naar de tuin aan en blijf met de bovenkant van de tegels minstens 2 cm onder de onderdorpel van de pui. Ligt de vloer hoger, dan loopt water bij slagregen over de dorpel naar binnen.
-
Hang het licht op en richt pas dan in
Hang de lampen boven de plek waar de tafel echt komt, en meet de snoerlengte per lamp onder het schuine dak. Zet daarna meubels, kleed en planten neer, en kijk na de eerste bui met wind waar de natte strook werkelijk ligt voordat de kussens een vaste plek krijgen.
Onkruidwijzer
Kies de plek en het soort onkruid. Je ziet welke aanpak werkt, wat er wettelijk mag op verharding en in de tuin, en wat zout en azijn echt doen met je bodem. Open de volledige onkruidwijzer
Nalopen voordat je bestelt
Uit de praktijk
Er druppelt water van het dak terwijl het niet heeft geregend
Staan er op een heldere ochtend in het voorjaar of najaar druppels onder het glas en op de liggers, dan is dat condens en geen lek. Een glazen dak straalt 's nachts warmte uit naar een onbewolkte hemel en koelt daardoor af tot onder de temperatuur van de lucht eronder, en zodra het onder het dauwpunt zakt slaat het vocht uit die lucht erop neer.
Zwarte metalen liggers koelen nog sneller af dan het glas en druppelen daarom het eerst. Hoe meer zijden er dicht zijn, hoe vochtiger de ingesloten lucht blijft en hoe langer het duurt voordat alles opdroogt. Laat een zijde open of een spleet boven de schuifwand, en zet de kussens 's nachts in een kist.
Onder de zwarte coating komen roestblazen door
Bobbels in de coating van een stalen staander, meestal bij een boorgat, een schroef of de voet, betekenen dat er geen zinklaag onder de poedercoating zit. Water kruipt via die ene beschadiging onder de verf, het staal roest daar, en omdat roest meer ruimte inneemt dan staal wordt de coating eraf gedrukt.
Een verfstift sluit de plek alleen af en de roest loopt eronder door. Wat werkt: de blaas openmaken tot er geen roest meer onder zit, ontroesten tot blank staal, zinkrijke grondverf en daarna aflakken in de RAL-kleur. Bij een nieuwe constructie voorkom je het met thermisch verzinkt staal onder de coating.
Onder het glas is het warmer dan in de zon ernaast
Is het op een zomermiddag onder een glazen overkapping met zijwanden benauwder dan in de volle zon op het gras, dan werkt de ruimte als een kas. Het zonlicht komt door het glas binnen, vloer en profielen worden warm en geven die warmte af als langgolvige straling, en daarvoor is glas vrijwel ondoorlaatbaar.
Warme lucht stijgt en het dak houdt hem tegen, dus zonder uitweg blijft hij onder het glas hangen. Open de zijde tegenover de wind, span een doek onder het glas zodat de zon de vloer niet bereikt, of kies bij vervanging zonwerend glas. Een ventilator verplaatst die warmte alleen.
Veelgemaakte fouten
Een stalen staander in de betonpoer storten
Waar staal in beton verdwijnt, blijft water staan in de naad tussen metaal en beton. Daar roest de staander van buiten onzichtbaar door, op precies de plek die het meeste moet dragen.
Zet de staander op een voetplaat met ankers en met de onderkant een paar centimeter boven het maaiveld, zodat het water weg kan en je de aansluiting kunt blijven zien.
Gepoedercoat staal kiezen zonder zinklaag eronder
Het ziet er bij oplevering hetzelfde uit als verzinkt en gecoat staal. Het verschil komt bij de eerste kras: zonder zink eronder kruipt de roest vanaf die plek onder de coating verder, en bijwerken betekent dan schuren tot blank staal.
Binnenmeubels en mangohout onder het dak zetten
Onder een overkapping is het van boven droog, maar de lucht is dat niet. Mangohout, grenen en gewoon polyether schuim nemen het vocht uit dauw en herfstlucht op, worden grauw en schimmelen, ook als er nooit een druppel regen op valt.
Cortenstaal naast lichte tegels of een lichte gevel
Cortenstaal beschermt zichzelf met een roestlaag, en de eerste jaren spoelt bij elke bui een deel daarvan mee. Dat roestwater trekt in beton, natuursteen en lichte tegels en is er nauwelijks meer uit te krijgen.
Zet een cortenstalen bak of plaat op een voet boven een grindstrook of een donkere tegel, of laat hem eerst buiten zijn roestlaag vormen voordat hij op zijn plek komt.
Alle zijden dichtzetten met glas
Drie dichte schuifwanden en een glazen dak maken een kas die in de zomer te warm wordt en in het najaar van binnen nat slaat. Houd minstens één zijde open of te openen.
Een overkapping die aan alle kanten dicht is, kan bovendien anders beoordeeld worden dan een open overkapping, dus kijk bij de vergunningcheck ook naar de zijwanden en niet alleen naar het dak.
Twee soorten zwart naast elkaar zetten
Een overkapping in RAL 7021 naast kozijnen in RAL 9005 leest als een vergissing, omdat het verschil te klein is om bedoeld te lijken en groot genoeg om op te vallen. Vraag de code van de kozijnen op voordat je de coating bestelt.
Hanglampen aan een los snoer aan de open zijde
Wind laat een lamp aan een snoer slingeren, en aan de open rand tikt die tegen het glas of de staander. Het snoer schuurt bovendien door bij het ophangpunt. Hang daar aan een vaste buis, of zet de lamp op twee punten vast.
Veelgestelde vragen
Wat is een industriële overkapping precies?
Een overkapping met een zichtbare constructie van dunne donkere profielen, meestal met glas in het dak en soms in de zijwanden, zonder sierlijsten of gebogen vormen. Het beeld komt van stalen fabrieksramen en oude werkplaatsen.
Technisch is het een gewone terrasoverkapping met staanders, een ligger, een dak op afschot en een goot. Het industriële zit in de verhouding tussen profiel en glas, in de kleur en in de materialen die je zichtbaar laat.
Moet een industriële overkapping van zwart staal zijn?
Nee. De meeste zijn van aluminium in RAL 9005, 7021 of 7016, en van een afstand zie je het verschil niet. Staal kan wel slanker, omdat het ongeveer drie keer stijver is dan aluminium en de ligger bij dezelfde overspanning dus minder hoog hoeft te zijn.
Kies je staal, dan hoort het thermisch verzinkt te zijn onder de poedercoating. Zonder die zinklaag roest het vanaf elke kras onder de verf door.
Staal of aluminium: wat is beter voor een overkapping?
Aluminium is licht, roest niet en is als bouwpakket zelf te plaatsen, maar het zet twee keer zo veel uit als staal en vraagt bij een grote overspanning een hoger profiel. Staal is stijf en slank, zwaar om te plaatsen en alleen onderhoudsarm als het eerst verzinkt en daarna gecoat is.
Voor een standaardmaat tegen de woning is aluminium de logische keuze. Wil je een brede overspanning zonder middenstaander met een dunne ligger, dan is dat de reden om voor staal te kiezen.
Kun je landelijk en industrieel combineren onder een overkapping?
Ja, als de constructie de rechte lijn houdt en de warmte uit de materialen eromheen komt. Een zwarte of donkergroene overkapping met rechte profielen, een tafel van eiken of teak, grijze tegels en kussens in zandtinten is een gangbare combinatie.
Het wringt zodra de constructie zelf versierd wordt met krullen, sierkappen of een ronde goot. Dan zitten er twee stijlen in één profiel en lees je geen van beide.
Welke kleur kies je voor een industriële overkapping?
RAL 9005 diepzwart, RAL 7021 zwartgrijs of RAL 7016 antraciet, in mat of met een fijne structuur. Diepzwart is het hardst en laat stuifmeel en kalkranden het meest zien, antraciet vergeeft het meest en heeft een blauwe kern die in de zon zichtbaar wordt.
Zijn je kozijnen donker, neem dan hun code over. Twee zwarttinten naast elkaar vallen meer op dan één tint die niet helemaal je eerste keus was.
Wat kost een industriële overkapping?
Dat hangt vooral af van vier keuzes: aluminium of staal, glas of polycarbonaat in het dak, wel of geen glazen zijwanden, en een bouwpakket of maatwerk met montage. Staal op maat met gelaagd glas en schuifwanden zit aan de bovenkant, een aluminium bouwpakket met kunststof platen aan de onderkant.
Tel daar de poeren, de afvoer van het regenwater, de elektra en de vloer bij op. Die posten vallen buiten de prijs van de overkapping zelf en ontbreken daardoor vaak in een vergelijking.
Is een industriële overkapping geschikt voor elk seizoen?
Met een glazen zijwand aan de weerzijde, meestal het zuidwesten, zit je in het voorjaar en het najaar beschut. In de winter doet luwte meer dan warmte, want een infraroodstraler verwarmt alleen wat in zijn bundel staat en de lucht onder een open dak waait weg.
In de zomer is de vraag juist of het niet te warm wordt. Houd minstens één zijde open en zet zonwering onder glas op het zuiden en westen.
Heb je een vergunning nodig voor een industriële overkapping?
Dat hangt niet af van de stijl maar van de hoogte, de plek op het erf en hoeveel van het achtererf al bebouwd is. Een overkapping tegen de achtergevel kan binnen die grenzen vergunningvrij zijn; de regels staan sinds 2024 in de Omgevingswet, en het omgevingsplan van je gemeente kan er eisen aan toevoegen.
Doe de check voor je eigen adres op het Omgevingsloket. Hoe die afweging voor elke terrasoverkapping loopt, met afschot en overspanning erbij, staat in de gids voor terras en balkon.
Kun je zelf een industriële overkapping bouwen?
Een aluminium bouwpakket plaats je met twee of drie personen zelf, als je de poeren waterpas krijgt en het glas met zuignappen legt. Een stalen constructie op maat is zwaarder en wordt meestal door de leverancier gemonteerd.
Wat je niet zelf beoordeelt, is de bevestiging aan een spouwmuur en de maat van de ligger bij een grote overspanning met glas. Laat die door de leverancier of een constructeur doorrekenen.
Welke verlichting past bij een industriële overkapping?
Hanglampen met een metalen of emaille kap boven de tafel, met de onderkant 75 tot 90 cm boven het blad, en een wandlamp aan de gevel voor de route naar de tuin. Kies 2200 tot 2700 K, want dat past bij de filamentlampen van de stijl en trekt minder insecten dan koelwit licht.
Onder een dicht dak volstaat IP44, aan de open rand IP65. Hang lampen aan de open zijde aan een vaste buis, want aan een snoer slingeren ze in de wind.
Welke planten passen bij een industriële overkapping?
Een olijfboom in een zinken of cortenstalen pot, grassen in lange betonnen bakken, en een druif of blauweregen over het dak. Potten onder het dak krijgen geen regen, dus reken op water geven, ook na een natte dag.
Een druif snoei je van december tot half januari, blauweregen twee keer per jaar. Metalen potten in de zon krijgen een kunststof binnenpot met lucht ertussen, anders verbranden de wortels aan de zonkant.
Past een industriële stijl ook op een balkon zonder overkapping?
De materialen wel: een zwart metalen frame, een grijze tegel, een lamp met een metalen kap en planten in zink. Een eigen dak aan de gevel of onder het balkon erboven hangen gaat bij een appartement meestal niet zonder de vereniging van eigenaars of de verhuurder.
Op een balkon beslissen de diepte en het gewicht wat er kan, en een betontegel weegt daar al snel meer dan de meubels. Hoe je dat afweegt staat bij de ideeën voor een klein of diep balkon.
Wanneer je beter een vakman belt
De inrichting doe je zelf en een aluminium bouwpakket meestal ook, maar drie onderdelen niet. De bevestiging van een muurligger aan een spouwmuur en de maat van een ligger die een glazen dak over een grote overspanning draagt, zijn rekenwerk voor de leverancier of een constructeur, omdat het buitenblad van een spouwmuur niet bedoeld is om een dak aan te hangen.
Een nieuwe buitengroep of een aardlekschakelaar in de meterkast bijplaatsen is werk voor een installateur; armaturen en wandcontactdozen van IP44 of hoger aan een bestaande buitengroep mag je zelf monteren. Lassen aan een verzinkte constructie laat je aan een metaalbedrijf over, want de zinklaag verbrandt rond de las, de dampen zijn schadelijk en de plek moet daarna opnieuw beschermd worden.