Balkon inrichten met planten: eerst de zon, dan het gewicht
Een balkon richt je met planten in per plek en niet per balkon. Tel eerst de uren zon op de vloer, op de balustrade en onder het overstek, want die verschillen op één balkon meer dan twee windrichtingen van elkaar. Zet het zware tegen de gevel, want een pot van 50 cm met natte grond weegt 60 tot 80 kg en een uitkragende plaat draagt het meest bij de muur. Kies op een zonnige plek bakken van 20 liter of meer, waar het waait soorten met klein, smal of grijs blad, en houd tegen de balustrade alles tussen 20 en 70 cm hoog vrij.
Kijk eerst waar de zon op je balkon echt valt
Een balkon op het zuiden is nog geen balkon vol zon. De planten staan op de vloer, achter een balustrade en onder het balkon van de buren, en die drie bepalen samen hoeveel uur licht een pot krijgt. Welke soorten bij welk licht horen, binnen en buiten, staat in ons overzicht van planten en groen; hier gaat het om wat een balkon aan dat licht verandert.

Begin bij de richting van de gevel. Op het zuiden staat de zon in de zomer van ongeveer acht uur 's ochtends tot half acht 's avonds op of langs de gevel, op het oosten tot rond half twee en op het westen vanaf dat moment tot zonsondergang. Op het noorden valt er alleen in het zomerhalfjaar vroeg en laat een schuine streep zon op, de rest is hemellicht.
Een dichte borstwering van beton, metselwerk of matglas werpt daarna een schaduw de vloer op. De lengte daarvan is de hoogte van de borstwering gedeeld door de tangens van de zonnestand, dus hoe lager de zon, hoe dieper de schaduw. Achter een borstwering van 100 cm ligt eind juni rond het middaguur 55 cm schaduw, eind maart en eind september al 128 cm.
Op een balkon van 150 cm diep staat een pot op de vloer in maart en september dus bijna de hele dag in de schaduw, terwijl een bak bovenop de balustrade volle zon krijgt. Het verschil tussen de vloer en de reling is op zo'n balkon groter dan het verschil tussen het zuiden en het westen.
In de zomer komt er van boven een tweede schaduw bij. Het balkon boven je hangt op ongeveer 260 cm en de zon staat eind juni rond het middaguur ruim 60 graden hoog. Daardoor valt het licht pas zo'n 140 cm achter de rand van dat balkon op de vloer.
Op een balkon dieper dan 140 cm blijft de strook langs de gevel in de middag dus koel. Een zijschot doet hetzelfde over de lengte, en hoe ver die schaduw reikt staat bij de indeling van een lang smal balkon.
| Moment in het jaar | Stand van de zon rond het middaguur | Schaduw achter een dichte borstwering van 100 cm | Wat dat voor potten op de vloer betekent |
|---|---|---|---|
| Eind juni | ruim 60 graden | 55 cm | Een pot op een halve meter van de borstwering krijgt rond het middaguur volle zon |
| Begin mei en begin augustus | ongeveer 54 graden | 73 cm | De eerste 70 cm achter de borstwering blijft in de middag in de schaduw |
| Half april en eind augustus | ongeveer 48 graden | 90 cm | Op een balkon van 120 cm diep krijgt alleen de strook langs de gevel nog middagzon |
| Eind maart en eind september | 38 graden | 128 cm | Bij de start en het einde van het seizoen ligt bijna de hele vloer van een gewoon balkon in de schaduw |
| Begin februari en begin november | ongeveer 22 graden | 248 cm | Alleen wat op of aan de balustrade staat, ziet nog directe zon |
| Eind december | onder 15 graden | ruim 370 cm | De vloer krijgt geen zon; groenblijvers op de vloer leven op hemellicht |
Plak op een heldere dag om negen, twaalf, drie en zes uur een stukje tape op de vloer waar de schaduwrand ligt en schrijf het uur erbij. Tel daarna per plek de uren zon: zes uur of meer is volle zon, drie tot zes uur halfschaduw en minder dan drie uur schaduw, en dat zijn precies de drie woorden die op een plantenlabel staan.
Welke planten bij welk licht en welke wind passen
Kies de plant pas als je per plek de uren zon kent. Die maat geldt voor de plek waar de pot komt en niet voor het balkon als geheel, dus op één balkon kun je drie rijen uit de tabel hieronder nodig hebben.
Op een balkon speelt daarbij een factor die in de tuin veel kleiner is: wind. Een plant verdampt water via zijn bladeren, en bewegende lucht voert de vochtige laag rond het blad steeds weer af, zodat hij sneller water verliest dan de wortels uit een beperkte hoeveelheid grond kunnen aanvoeren. Daarom houden kleine, smalle, grijze, behaarde of vlezige bladeren het op een balkon langer vol dan groot en dun blad.
Lavendel, rozemarijn en tijm hebben dat allemaal: smal blad met fijne haartjes die de lucht vlak boven het blad stil houden. Sedum slaat water op in zijn dikke bladeren en blauw schapengras heeft een waslaag. Een hosta of een varen doet het omgekeerde en hangt in een tochtige hoek na een middag slap, ook als de pot nat is.
De tweede vraag is hoe warm de pot wordt. Een gevel op het westen neemt de hele middag warmte op en geeft die tot ver in de avond af. Een pot tegen die muur staat daardoor in juli langer warm dan een pot op een zuidbalkon onder een overstek. Dezelfde soorten gedragen zich in de volle grond rustiger, omdat de wortels daar koel blijven en verder kunnen zoeken; hoe dat uitpakt staat bij een tuin inrichten met planten.
Lees de tabel dus per plek. Op één balkon op het zuiden hoort de reling in de eerste rij, de vloer achter een dichte borstwering in de tweede en de strook onder het overstek soms in de vijfde.
| Plek en licht | Wat het daar uithoudt | Waar het op aankomt |
|---|---|---|
| Zuid of zuidwest, op of aan de balustrade, zes uur zon of meer | Lavendel, rozemarijn, tijm, salie, sedum, blauw schapengras, hangende geranium, verbena | De kluit droogt het snelst uit: kies bakken van 20 liter of meer en een lichte kleur, want een zwarte bak wordt aan de zonzijde veel warmer dan de lucht |
| Zuid, op de vloer achter een dichte borstwering | Hortensia, fuchsia, heuchera, begonia, munt in een eigen pot | In juni staat de vloer in de middagzon en in april en september in de schaduw, dus soorten voor halfschaduw die een warme zomer verdragen |
| Oost of noordoost, ochtendzon tot rond het middaguur | Hortensia, fuchsia, begonia, klokjesbloem, peterselie, bieslook | Middagschaduw houdt de kluit koel: hier drogen potten het langzaamst uit en werken ook kleinere bakken |
| West, zon vanaf half twee tot zonsondergang | Geranium, petunia, lavendel, siergrassen, Oost-Indische kers | De muur geeft 's avonds warmte af, dus geef hier 's ochtends water, zodat de plant met een natte kluit de heetste uren in gaat |
| Noord of onder een diep overstek, minder dan drie uur zon | Varens, hosta, klimop, heuchera, Japans bosgras, klimhortensia tegen de gevel | Een lichte bak en een lichte wand kaatsen licht terug; bloei blijft beperkt, dus kies op blad |
| Hoog, winderig of op de hoek van het gebouw | Kruiptijm, sedum, Carex, Festuca, lage struikheide | Laag houden en zwaar zetten: groot blad zoals van hosta of basilicum scheurt en droogt, en een hoge plant in een lichte pot waait om |
| Kruiden en groente | Tomaat, paprika en basilicum op de zonnigste plek; peterselie, bieslook, munt en sla in halfschaduw | Vruchtgroente vraagt zes uur zon of meer, bladgroente en de meeste keukenkruiden redden het met drie tot vier uur |
Wat een pot met natte grond weegt en waar hij mag staan
Gewicht is op een balkon de grens die je niet ziet. Een balkon bij een woning wordt gerekend op een veranderlijke belasting van 2,5 kN per vierkante meter, ongeveer 250 kg per vierkante meter verdeeld over de plaat. Dat is een ontwerpwaarde uit de Eurocode met veiligheidsmarges erin, en over een balkon van tachtig jaar oud zegt hij weinig, want daar bepaalt de staat van het beton wat er nog kan.
Reken bij planten altijd met natte grond. Potgrond op basis van veen of kokos weegt droog 0,3 tot 0,4 kg per liter en na een flinke bui rond 1 kg. Tuinaarde of grond met klei en zand komt nat op 1,5 kg per liter of meer. Een bak die je in de winkel met droge grond optilt, weegt na de eerste regenbui dus twee tot drie keer zo veel.
De tabel geeft het gewicht per maat, met de pot tot 3 cm onder de rand gevuld en zonder de plant zelf. De inhoud is die van een gangbare pot die naar onderen smaller wordt; een rechte cilinder van dezelfde maat houdt ongeveer een derde meer grond.
Waar het gewicht staat, telt op een uitkragend balkon net zo zwaar als hoeveel het is. Zo'n plaat is alleen in de gevel ingeklemd en draagt aan de buitenrand zichzelf. Een bak van 60 kg op 150 cm uit de gevel belast die inklemming daardoor vijf keer zo zwaar als dezelfde bak op 30 cm. Zware potten gaan tegen de gevel of in de hoek met een zijmuur, en langs de balustrade blijft het licht.
Een balkon dat op kolommen of tussen twee dragende muren ligt, is aan de randen langs die muren het sterkst. Ook daar komt een plantenbak van 100 bij 40 cm met 130 liter natte grond op ongeveer 400 kg per vierkante meter vloer, en daarom hoort zo'n bak tegen een dragende muur en niet midden op de plaat. Hoe je op een smalle strook met dat soort bakken omgaat zonder dat de doorloop verdwijnt, staat bij een smal balkon inrichten.
| Pot of bak | Grond erin | Nat, in kunststof | Nat, in terracotta of aardewerk | Wat dat betekent |
|---|---|---|---|---|
| Pot van 20 cm doorsnede | 3,5 liter | 4 kg | 5 kg | Licht, maar zonder buffer: in de volle zon staat hij op een warme middag droog |
| Pot van 30 cm | 12 liter | 13 kg | 17 kg | Maat voor één kruid of een kleine vaste plant; een tomaat heeft meer grond nodig |
| Pot van 40 cm | 30 liter | 31 kg | 41 kg | Houdt in de zomer een dag of drie water vast en is zwaar genoeg voor een plant van een meter |
| Pot van 50 cm | 60 liter | 62 kg | 80 kg | Maat voor een olijf, een vijg of een klimplant; in terracotta een derde van wat een vierkante meter volgens de rekenwaarde draagt |
| Pot van 60 cm | 100 liter | 103 kg | 130 kg | Alleen tegen de gevel of een dragende muur, en verplaatsen gaat alleen nog met een plantenroller |
| Balkonbak van 60 bij 20 cm | 13 liter | 14 kg | 19 kg | Voor eenjarige bloeiers en kruiden; aan de reling hangt dit gewicht aan twee beugels |
| Railbak van 80 bij 20 cm | 20 liter | 21 kg, met een vol waterreservoir 25 kg of meer | 28 kg | Drie bakken van 80 cm verdelen het gewicht beter over de regel dan twee lange |
| Plantenbak van 100 bij 40 bij 40 cm | 130 liter | 135 kg | ongeveer 160 kg in vezelcement | Op 0,4 m² vloer komt dat op ongeveer 400 kg per vierkante meter, dus tegen een dragende muur en nooit aan de buitenrand |
Zie je onder de rand van het balkon roestbruine strepen, afgebrokkeld beton of blank staal, zet er dan geen zware potten meer op en meld het bij de vereniging van eigenaren of de verhuurder. Dat zijn tekenen dat de wapening roest, en dan zegt geen rekenwaarde nog iets over wat de plaat houdt.
Een groot balkon inrichten met planten: eerst de zones, dan de bakken
Vanaf ongeveer 8 m² en 180 cm diep verandert de vraag. Op een klein balkon moet het groen ergens tussen passen, op een groot balkon deel je de ruimte met planten in, en dat werkt alleen als je weet waar mensen lopen en zitten.
Leg daarom eerst de route vast, net als binnen. Van de balkondeur naar de zitplek houd je 90 cm vrij, de breedte waarmee je met een gieter of een dienblad langskomt. De volgorde van eerst de routes en dan de meubels werkt buiten net zo als bij het indelen van een kamer. Laat die route onder het raam lopen, dan komt er voor het glas vanzelf niets hoogs te staan.

Verdeel het balkon daarna in twee banden. De eerste meter vanaf de gevel is de zware band: de grote bak, de pot met een klimplant, de opbergkist. De buitenste band langs de balustrade is voor wat licht is en wat je verplaatst: stoelen, een tafel, railbakken en een lage bak met kruiden.
Die verdeling past ook bij het licht. De strook langs de gevel ligt in de zomer onder het balkon boven je en krijgt minder middagzon, dus daar staan de soorten voor halfschaduw in de grootste potten, waar ze het minst snel uitdrogen. De zonminnaars krijgen de reling.
Gebruik de hoek van gevel en zijschot voor hoogte. Een klimplant in een pot van 50 cm vangt daar weinig wind, staat op de sterkste plek van de plaat en neemt de inkijk van de buren weg zonder dat er een scherm aan de balustrade hoeft.
Wil je langs de reling een plank om aan te staan of te eten, dan bepaalt de hoogte van dat blad of er nog bakken onder passen. De gangbare hoogte van een barblad en de kruk die erbij hoort zoek je op in de maatwijzer. Tel daarna het gewicht per band op: in de hoek van de tekening staat met 130 plus 60 liter natte grond ruim 200 kg, aan de balustrade blijft het bij ongeveer 60 kg aan railbakken.
Bakken aan de balustrade en de hoogte waarop een kind klimt
Een bak aan de balustrade kost geen vloer en staat in de meeste zon, en daarom is dat op bijna elk balkon de eerste plek voor bloeiers en kruiden. Drie dingen bepalen of het kan: de vorm van de bovenregel, de kant waar de bak hangt en de hoogte van alles wat eronder staat.
Hang de bak aan de binnenzijde. Aan de buitenkant hangt hij boven de straat of het balkon van de buren, en een bak van 20 kg die bij een windstoot van zijn beugel wipt, valt een verdieping of meer naar beneden. Veel verenigingen van eigenaren verbieden bakken aan de buitenzijde om die reden en omdat ze bij het gevelbeeld horen, dus kijk in het huishoudelijk reglement of je huurcontract voordat je iets ophangt.
Beugels grijpen om een bovenregel van een bepaalde dikte, en een brede regel, een plat profiel of een glaspaneel met een kapje valt vaak buiten wat een gewone beugel aankan. Meet de regel voordat je bakken bestelt. Aan het glas zelf hang je niets: een bak die eraan trekt, zet een kracht op het klemprofiel waar het paneel niet op gerekend is.
Dan de hoogte. Voor nieuwbouw vraagt het Besluit bouwwerken leefomgeving een afscheiding van minstens 100 cm bij een hoogteverschil van meer dan een meter, zonder opstapmogelijkheid tussen 20 en 70 cm boven de vloer. In bestaande bouw is 90 cm de ondergrens. Die eis gaat over de balustrade zelf, maar het mechanisme geldt voor alles wat je ertegen zet: een kind meet de hoogte van het hek vanaf het hoogste punt waar het op kan staan.
Een pot of kist van 40 cm tegen een balustrade van 100 cm laat dus 60 cm hek over. Zet op de vloer tegen de balustrade alleen bakken tot 20 cm hoog, en alles tussen 20 en 70 cm tegen de gevel. De railbakken hangen boven de opstaphoogte en tellen daarom niet mee.
Borg elke beugel met een pen, een bout of een bandje tegen optillen. Een windstoot van onderen tilt een bak met net geplante eenjarigen in april makkelijker van de regel dan een doorworteld exemplaar in augustus, want dan is de grond nog los en de bak lichter.
Verticaal groen tegen de gevel en aan een rek
Tegen de gevel win je hoogte zonder vloer, en de gevel is ook de plek waar het gewicht hoort. Er zijn vier vormen: een getrapt plantenrek met losse potten, hangpotten aan de muur, een wandsysteem met vakken of zakken, en een klimplant in een grote pot met een rek of draden erachter.
Hoe kleiner de hoeveelheid grond per plant, hoe vaker je water geeft. Een vak in een wandsysteem houdt 1 tot 3 liter, en in de zon staat dat op een zomerdag binnen een dag droog. Water in zo'n wand zakt bovendien naar beneden, zodat de bovenste rij als eerste verdort en de onderste nat blijft; zet de droogteminnaars dus bovenaan en de dorstige soorten onderin.
Een klimplant heeft juist veel grond en weinig oppervlak nodig. Clematis wil de voet koel en de kop in de zon, dus een pot van minstens 40 cm met een lage plant of een tegel voor de pot. Klimhortensia hecht zich op het noorden zelf aan de muur, en kamperfoelie vraagt een rek of draden. Blauweregen wordt in een paar jaar zwaarder dan een rek aan een balkon houdt.
Let op het raam ernaast. De kamer achter een balkon krijgt zijn daglicht schuin van opzij en van onderen binnen, want het balkon erboven neemt de lucht recht boven al weg. Een rek van 180 cm vol blad voor het glas haalt daar een groot deel van weg, en wat je voor het raam zet bepaalt het licht in de kamer net zo sterk als de kleur binnen. Hoe die afweging binnen loopt, staat bij de gidsen over een kamer inrichten.
Boren in de gevel valt in een appartement bijna altijd onder de regels van de vereniging van eigenaren. Een vrijstaand rek dat met zijn eigen gewicht en een paar potten onderin staat, heeft die toestemming meestal niet nodig.
| Vorm | Diepte op de vloer of aan de wand | Grond per plant | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Railbak aan de binnenzijde van de balustrade | 20 cm | 5 tot 7 liter, met drie of vier planten in een bak van 80 cm | De dikte van de bovenregel en de regels van de vereniging van eigenaren over de buitenzijde |
| Hangpot aan een haak in de gevel | 25 tot 30 cm | 5 tot 8 liter | Hangt hij op ooghoogte, dan loop je ertegenaan; boven 180 cm geef je water met een kan op een stoel |
| Getrapt plantenrek met losse potten | 30 tot 40 cm | 3 tot 12 liter per pot | De bovenste potten vangen de meeste wind: zet daar de zwaarste en borg het rek aan de gevel of met gewicht onderin |
| Wandsysteem met vakken of viltzakken | 10 tot 15 cm | 1 tot 3 liter per vak | Droogt bovenaan het eerst uit en blijft onderin nat; zonder druppelslang is het in de zomer dagelijks werk |
| Klimplant in een pot met rek of draden | 40 tot 50 cm | 30 tot 60 liter | De pot wordt zwaar en het blad vangt wind, dus alleen tegen de gevel en nooit aan de balustrade |
| Plank op de balustrade met potten erop | 30 tot 40 cm boven de reling | 3 tot 6 liter per pot | Alles wat op de plank staat, hangt boven de straat: potten met een rand of een klem, of niet doen |
Pot, grond en drainage: wat er onder in de bak gebeurt
Het materiaal van de pot bepaalt twee dingen die je aan de buitenkant niet ziet: hoe warm de kluit wordt en hoe snel het water verdwijnt. Op een balkon wegen die zwaarder dan in de tuin, want een pot staat vrij in de zon en de wind en heeft geen grond om zich heen die de temperatuur dempt.
Onbehandelde terracotta is poreus en verdampt water door de wand. Dat koelt de kluit, maar de pot droogt ook sneller uit, en in de winter zet het water in de poriën bij bevriezen ongeveer 9 procent uit, zodat de wand schilfert of barst. Metaal en zink doen het omgekeerde: ze geleiden warmte, dus de kluit wordt in de zon heet en in de vorst koud.
Onderin hoort altijd een gat. Een laag hydrokorrels of grind onder de grond helpt de afvoer niet, al staat dat op veel verpakkingen. Water zakt pas van fijne grond naar een grove laag als de grond erboven verzadigd is, dus de natte zone schuift juist omhoog, precies de wortelzone in.
Wat wel werkt is een gat dat vrij blijft, een pot op pootjes van 1 tot 2 cm en een schotel die je een half uur na het water geven leeggiet. Wil je een luchtiger mengsel, meng dan 20 tot 30 procent perliet of bims door de hele grond in plaats van een laag onderin.
Piepschuim onderin om gewicht te sparen kost grond, en grond is op een zonnig balkon de waterbuffer. Een pot van 40 cm waarvan het onderste derde piepschuim is, houdt zo'n 8 liter minder grond en staat een dag eerder droog; kies liever een lichtere pot of een lichter mengsel. Tuinaarde gebruik je in een pot helemaal niet, want die slibt na een paar keer water geven dicht en weegt nat de helft meer.
| Materiaal | Wat het met water en warmte doet | Waar het past | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Kunststof, licht van kleur | Houdt water vast en kaatst zonlicht terug | Railbakken, hoge verdiepingen, alles wat licht moet blijven | Wordt na een aantal jaren zon bros en lichte potten waaien sneller om |
| Kunststof, zwart of donker | Neemt zonwarmte op, de kluit aan de zonzijde loopt ver boven de luchttemperatuur | Plekken in de schaduw, of als binnenpot in een lichte sierpot | Wortels aan de zonkant sterven af terwijl de grond nat is |
| Terracotta, onbehandeld | Verdampt water door de wand, koelt de kluit en droogt sneller uit | Mediterrane planten die een droge voet willen, zoals lavendel en rozemarijn | Zwaar, en schilfert of barst als de natte wand bevriest; zet hem op pootjes |
| Geglazuurd aardewerk | Dicht, houdt water vast, zwaar | Grote vaste planten tegen de gevel | Water dat achter het glazuur trekt, laat het glazuur bij vorst afspringen |
| Metaal of zink | Geleidt warmte: heet in de zon, ijskoud in de vorst | Als sierpot met een binnenpot en 2 cm lucht ertussen | Zonder binnenpot kookt de kluit in juli en bevriest hij als eerste in januari |
| Vezelcement of lichtgewicht composiet | Tussen kunststof en terracotta in, meestal vorstbestendig | Grote bakken die toch verplaatsbaar moeten blijven | Donkere kleuren worden net zo warm als zwart kunststof |
| Hout | Isoleert tegen hitte en kou | Plantenbakken en kisten langs de gevel | Rot van binnen zonder folie of binnenbak; laat de folie onderin open voor het water |
| Vilt of weefsel | Lucht en water gaan door de wand, wortels blijven luchtig | Aardappels, tomaten en kruiden voor één seizoen | Droogt in zon en wind het snelst uit van alles in deze tabel |
Water geven: hoeveel, wanneer en hoe lang een pot het volhoudt
Geef water tot het onderaan uit de pot loopt. Dan weet je dat de kluit tot onderin nat is, en gooi daarna na een half uur de schotel leeg.
Of het nodig is, voel je 3 cm diep in de grond en niet aan de oppervlakte, want de bovenlaag droogt in de wind al op terwijl het daaronder nog nat is. Bij een pot die je kunt optillen, gaat het nog sneller: een pot van 12 liter met natte grond weegt ongeveer 8 kg meer dan dezelfde pot als hij droog staat.
Hoe lang een pot het volhoudt, hangt vooral af van de hoeveelheid grond. Een pot van 5 liter in de volle zon staat op een warme dag in de middag droog, een bak van 25 tot 30 liter overbrugt een dag of drie. Op een zonnig of winderig balkon is 20 liter per plant daarom de ondergrens voor alles wat je niet dagelijks wilt verzorgen.
Een pot met waterreservoir zuigt water via de grond of een lont omhoog en houdt de onderste laag nat. Voor hortensia, tomaat en basilicum werkt dat, maar lavendel, rozemarijn en vetplanten krijgen er natte voeten van; vul het reservoir bij die soorten hooguit halfvol of laat het leeg.
Op de meeste balkons zit geen buitenkraan. Een druppelsysteem kan dan op een watertank of een waterzak die hoger hangt dan de potten, met een timer op een batterij ertussen. Test het een week voordat je weggaat, want de druppelaars aan het eind van de slang geven bij lage druk minder dan die aan het begin.
| Periode | Hoe vaak, als richtlijn | Waar je op let | Wat hier misgaat |
|---|---|---|---|
| Maart en april | Eén tot twee keer per week, vaker bij droge oostenwind | Voel 3 cm diep: droog is water geven | Geef 's ochtends, dan staat de kluit bij nachtvorst niet nat te bevriezen |
| Mei en juni | Twee tot vier keer per week, potten onder 10 liter vaak dagelijks | Nieuw geplante bakken wortelen nog niet door en drogen sneller uit dan ze lijken | Een regenbui maakt de pot onder een overstek niet nat |
| Juli en augustus | Grote bakken om de dag tot dagelijks, kleine potten elke dag en bij hitte twee keer | Til de pot op of voel diep; een slappe plant om vier uur 's middags kan ook door hitte in de kluit komen | Water geven in de felle middagzon verdampt voor een deel voordat het de wortels bereikt |
| September en oktober | Twee keer per week, minder bij regen | Alleen wat regen vangt, krijgt regen: onder een diep overstek blijft het droog | Te lang doorgaan met veel water terwijl de plant minder verdampt, geeft rot |
| November tot en met februari | Groenblijvers en vaste planten ongeveer eens per twee weken bij vorstvrij weer | Groenblijvers verdampen ook in de winter via hun blad | Een bevroren kluit levert geen water, terwijl zon en wind het blad laten verdampen: de plant droogt uit in de vorst |
Zet voor een vakantie alle potten bij elkaar in de hoek met de minste zon en de minste wind. Samen vangen ze minder zon op de wand, en een groep planten houdt de lucht ertussen vochtiger dan losse potten, zodat ze langer zonder water kunnen dan verspreid over het balkon.
Kruiden, groente en de potmaat die ze nodig hebben
Eetbare planten zijn op een balkon het meest gevoelig voor een te kleine pot, want ze moeten in één seizoen blad of vrucht maken en hebben daarvoor water en voeding nodig die alleen in genoeg grond zit. De diepte telt daarbij meer dan de breedte, omdat de meeste kruiden en groenten recht naar beneden wortelen.
Een cherrytomaat in een emmer van 10 liter groeit wel, maar gaat in juli elke middag slap hangen en krijgt barsten in de vruchten, want die zwellen op na een droge periode met daarna ineens veel water. Met 20 liter of meer per plant blijft het vocht gelijkmatiger en verdwijnt het grootste deel van dat probleem.
Peterselie heeft een penwortel en wil daarom diepte, basilicum wil vooral warmte: zet hem pas buiten als het 's nachts niet meer onder 10 graden komt, in Nederland meestal vanaf half mei. Munt zet je in een eigen pot, want de uitlopers nemen elke gedeelde bak binnen een seizoen over.
Kruiden uit het Middellandse Zeegebied, zoals tijm, salie en rozemarijn, willen een schralere en luchtiger grond dan groente. Meng voor die soorten een derde perliet of bims door de potgrond en geef ze geen reservoir; voor groente en basilicum werkt gewone potgrond met wat compost wel.
Wat je combineert in één bak, laat je bepalen door dezelfde behoefte aan water. Tijm, salie en rozemarijn gaan samen, net als peterselie, bieslook en sla, maar zet basilicum niet bij rozemarijn: de een wil elke dag water, de ander wil tussendoor opdrogen.
| Gewas | Minimale diepte van de pot | Grond per plant | Licht | Waar het op aankomt |
|---|---|---|---|---|
| Basilicum | 15 tot 20 cm | 2 tot 3 liter | Volle zon, beschut | Pas buiten boven 10 graden 's nachts; koude wind geeft zwarte bladranden |
| Bieslook | 15 cm | 2 liter | Zon of halfschaduw | Winterhard; knip hem na de bloei terug, dan komt er nieuw blad |
| Peterselie | 25 cm | 3 liter | Halfschaduw | Penwortel: in een ondiepe bak blijft hij klein en schiet hij sneller door |
| Tijm en salie | 15 tot 20 cm | 3 tot 5 liter | Volle zon | Luchtige grond met perliet of bims en geen reservoir |
| Rozemarijn | 30 cm | 10 liter of meer | Volle zon, uit de natte wind | Kan lichte vorst hebben, maar niet een natte kluit die bevriest |
| Munt | 20 cm | 5 liter | Halfschaduw | Altijd in een eigen pot, anders neemt hij de hele bak over |
| Sla en pluksla | 15 cm | 2 liter | Halfschaduw | In juli en augustus schiet sla in de volle zon door |
| Radijs | 15 cm | 5 cm tussen de planten | Zon of halfschaduw | Gelijkmatig nat houden, anders worden ze voos en scherp |
| Aardbei | 15 tot 20 cm | 2 tot 3 liter | Volle zon | Goed in hangpotten, zodat de vruchten niet op de natte grond liggen |
| Cherrytomaat | 30 tot 40 cm | 20 liter of meer | Zes uur zon of meer | Stok of draad erbij, en gelijkmatig water tegen barsten in de vrucht |
| Paprika en pepers | 25 tot 30 cm | 10 tot 15 liter | Volle zon, beschut | Groeit pas bij warmte door, dus een zuid- of westbalkon tegen de gevel |
Wat de winter doet met planten in een pot
Een plant die in de tuin winterhard is, is dat in een pot niet vanzelf. Wortels verdragen minder vorst dan takken en stengels, en in de volle grond liggen ze beschermd onder een laag aarde. In een pot bevriest de kluit van alle kanten tegelijk, van onderen, van opzij en van boven.
Bescherm daarom de pot zelf, want daarin zitten de wortels. Wikkel jute, een oude deken of noppenfolie om de buitenkant. Zet de pot op pootjes of een plaat isolatiemateriaal, zodat hij niet op de koude vloer staat en het water kan weglopen. Schuif hem tegen de gevel, waar de muur wat warmte afgeeft en de wind minder vat heeft.
Laat het gat onderin vrij. Een pot die in de winter nat staat, bevriest harder dan een pot met een vochtige kluit, en een terracotta pot met een natte wand kan in één vorstnacht barsten.
Citrus, oleander en pelargonium gaan voor de eerste nachtvorst naar binnen, naar een lichte plek van 5 tot 12 graden, zoals een koele slaapkamer of een trapportaal met een raam. Een warme woonkamer is voor die soorten te warm en te donker tegelijk, zodat ze lange slappe scheuten maken. Welke planten wel in de woonkamer thuishoren en hoe ze daar op het licht staan, lees je bij planten in de woonkamer kiezen.
Een olijf kan buiten een paar graden vorst hebben, maar in een pot minder dan in de grond. Houd hem droog, tegen de gevel en ingepakt, en haal hem binnen als er strenge vorst van meerdere dagen wordt voorspeld.
Zo zet je de planten op je balkon in de goede volgorde neer
Elke stap legt een grens vast waarbinnen de volgende stap kiest, zodat je geen pot koopt die te zwaar, te klein of op de verkeerde plek blijkt.
-
Tel per plek de uren zon op de vloer en op de reling
Markeer op een heldere dag om negen, twaalf, drie en zes uur de schaduwrand met tape. Noteer voor de vloer langs de gevel, de vloer achter de balustrade en de bovenkant van de reling apart hoeveel uur zon er valt, want dat zijn op één balkon drie verschillende plekken.
-
Bepaal waar het zware gewicht mag staan
Kijk of je balkon uitkragend is of op kolommen of tussen muren ligt. Bij een uitkragend balkon is de eerste meter vanaf de gevel de zware band; bij de andere twee zijn dat de randen langs de dragende muren.
-
Controleer de bovenregel en de regels van het gebouw
Meet de dikte en de vorm van de bovenregel voordat je railbakken bestelt, en lees wat de vereniging van eigenaren of je huurcontract zegt over bakken aan de buitenzijde en boren in de gevel. Wat niet mag, hoef je ook niet te kopen.
-
Kies per plek de soorten en daarna pas de pot
Zoek bij elke plek soorten die bij de uren zon en de wind passen. Kies dan de pot bij de plant: 20 liter of meer in de zon, 30 cm diep voor een tomaat of rozemarijn, een lichte kleur waar de zon op de wand valt. Omgekeerd werken levert een mooie pot met een plant die er niet in past.
-
Vul de potten met potgrond en een vrij afvoergat
Gebruik potgrond en geen tuinaarde, meng voor mediterrane kruiden een derde perliet of bims erdoor en laat de laag korrels onderin weg. Zet elke pot op pootjes van 1 tot 2 cm, zodat het gat vrij blijft en het water naar de put kan.
-
Zet eerst het zware neer en daarna wat licht is
Plaats de grote potten en bakken leeg op hun plek en vul ze daar pas met grond en water, want een pot van 50 cm met natte grond til je niet meer. Hang daarna de railbakken en zet de lichte potten aan de rand, met niets tussen 20 en 70 cm hoog tegen de balustrade.
-
Controleer de opstelling na de eerste bui en de eerste harde wind
Controleer of er water blijft staan in schotels of rond de put, of er een pot verschoven of omgewaaid is en welke plant na een droge, winderige middag als eerste hangt. Wat daar misgaat, verplaats je nu, voordat de wortels vastzitten.
Maatwijzer
De hoogtes en maten die in een huis kloppen: bar, eettafel, tv, schilderij, wandlamp, kapstok en gordijnrails, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Onderdeel | Wat | Maat | Marge die werkt | Waar het van afhangt |
|---|---|---|---|---|
| Zitten | Bank, zithoogte | 44 cm | 40 tot 48 cm | Meet tot de ingezakte zitting, niet tot het bolle kussen. Hoger kom je makkelijker op en af, lager zit je meer achterover. |
| Zitten | Bank, zitdiepte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Boven 70 cm hangen je voeten vrij en zit je gedwongen onderuit. Loungebanken gaan tot 100 cm en zijn bedoeld om op te liggen. |
| Zitten | Bank, totale hoogte met rugleuning | 80 cm | 75 tot 90 cm | Staat de bank voor een raam, dan blijft hij onder de vensterbank als hij niet hoger is dan 80 cm. |
| Zitten | Fauteuil, zithoogte | 45 cm | 42 tot 48 cm | Een paar centimeter hoger dan de bank scheelt bij het opstaan. Een lage lounge-fauteuil zakt naar 38 cm. |
| Zitten | Salontafel, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Vuistregel: gelijk aan of net onder de zithoogte van de bank. Dan zet je je kopje neer zonder voorover te buigen. |
| Zitten | Salontafel, afstand tot de bank | 40 cm | 35 tot 45 cm | Minder en je knieën stoten tegen de rand, meer en je moet opstaan om je glas te pakken. |
| Zitten | Bijzettafel naast de bank, hoogte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Gelijk met de armleuning, dan pak je je glas zonder te kijken. |
| Zitten | Poef of voetenbank, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Iets lager dan de zitting waar je op zit, anders drukt de rand in je kuiten. |
| Zitten | Doorloop tussen bank en meubel | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm loop je er met een volle wasmand langs. 60 cm is te krap om elkaar te passeren. |
| Zitten | Tv-meubel, hoogte | 45 cm | 40 tot 55 cm | Hierop komt het midden van een 55 inch scherm op ongeveer 80 cm. Wil je het midden op ooghoogte, dan hang je de tv aan de wand. |
| Eten en bar | Barblad, hoogte | 105 cm | 100 tot 110 cm | De barkruk moet 25 tot 30 cm lager zijn dan het blad. |
| Eten en bar | Barblad, diepte | 40 cm | 30 tot 60 cm | 40 cm is een bord plus een glas. Wil je er ook snijden of een laptop neerzetten, dan 60 cm. |
| Eten en bar | Barblad, overstek voor je knieën | 25 cm | 20 tot 30 cm | Zonder overstek zitten je knieën tegen het kastje. Boven 30 cm moet het blad onderstut worden, anders kantelt het als iemand erop leunt. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij een blad van 105 cm | 78 cm | 75 tot 82 cm | Het verschil tussen zitting en blad blijft 25 tot 30 cm, want daar passen je bovenbenen. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij aanrechthoogte (90 cm) | 63 cm | 60 tot 67 cm | Hetzelfde verschil van 25 tot 30 cm. Een gewone barkruk van 78 cm is hier te hoog en je zit met je knieën omhoog. |
| Eten en bar | Bar, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Met 60 cm stoot je je elleboog niet tegen je buurman. Onder 55 cm zit je schouder aan schouder. |
| Eten en bar | Eettafel, hoogte blad | 75 cm | 72 tot 78 cm | Vaste maat in de meubelbranche, geen norm. Een dik hardstenen of houten blad telt mee, dus meet de bovenkant. |
| Eten en bar | Eettafel, vrije hoogte onder het blad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Hier zitten je bovenbenen. Een dikke tafelrand, een schuiflade of een dwarsbalk eet die ruimte op. |
| Eten en bar | Eetstoel, zithoogte | 45 cm | 44 tot 47 cm | Het verschil met het tafelblad moet 28 tot 32 cm zijn. Bij een tafel van 78 cm hoort dus een stoel van 46 tot 48 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Een placemat is 45 cm breed, de rest is ruimte voor je ellebogen en je glas. Aan de kopse kant reken je een extra plek van 60 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, diepte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Bij 80 cm raken de borden tegenover elkaar bijna. Bij 90 cm past er een schaal of een kaars in het midden. |
| Eten en bar | Ronde eettafel, diameter | 120 cm voor 4 personen | 110 tot 150 cm | Reken 60 cm omtrek per persoon en houd het midden vrij voor de schalen. Vanaf 140 cm zitten er zes mensen omheen. |
| Eten en bar | Ruimte achter een eetstoel | 100 cm | 75 tot 110 cm | 75 cm om de stoel achteruit te schuiven en op te staan, 100 cm om er ook achterlangs te lopen met een schaal. |
| Aan de muur | Schilderij, hartlijn boven de vloer | 145 cm | 140 tot 155 cm | Vuistregel, geen norm: het midden van het werk op ooghoogte van iemand die staat. Hang alles in de kamer op dezelfde hartlijn, dan loopt de wand rustig. |
| Aan de muur | Schilderij boven een bank, onderrand | 25 cm boven de rugleuning | 20 tot 30 cm | Lager en het lijkt of het werk op de bank leunt. Door de bank schuift de hartlijn omhoog naar 150 tot 165 cm, en dat mag hier. |
| Aan de muur | Schilderij boven een dressoir, onderrand | 25 cm boven het blad | 20 tot 30 cm | Genoeg om er een lamp of een vaas voor te zetten zonder dat die de lijst raakt. |
| Aan de muur | Wandcollage, ruimte tussen de lijsten | 6 cm | 5 tot 8 cm | Gelijke tussenruimte laat de groep als een vlak lezen. Boven 10 cm valt de groep uiteen in losse lijstjes. |
| Aan de muur | Schilderij in een trapgat, hartlijn | 145 cm boven de neus van de trede | 140 tot 150 cm | Meet loodrecht boven de voorkant van de trede waar je staat. Dan loopt de rij lijsten mee met de trap in plaats van scheef te lijken. |
| Aan de muur | Spiegel in de hal, hartlijn | 155 cm | 150 tot 165 cm | De bovenkant moet boven het hoofd van de langste huisgenoot uitkomen, anders ziet die zijn kruin niet. |
| Aan de muur | Spiegel boven de wastafel, onderkant | 20 cm boven het blad | 15 tot 25 cm | Ruimte voor de kraan en een zeeppompje. Bij 20 cm kijk je nog recht in je gezicht in plaats van tegen je hals. |
| Aan de muur | Wandklok, hartlijn | 180 cm | 170 tot 200 cm | Boven ooghoogte en boven de meubels, zodat je hem van de andere kant van de kamer ziet en er niemand voor staat. |
| Aan de muur | Tv, midden van het scherm | 105 cm | 100 tot 115 cm | Op ooghoogte als je op de bank zit: bij een zitting van 44 cm zit je oog op ongeveer 115 cm. Boven een schouw kijk je omhoog en dat voel je na een film in je nek. |
| Aan de muur | Tv, kijkafstand | 2 keer de schermdiagonaal | 1,5 tot 2,5 keer | Een 55 inch scherm is 140 cm diagonaal, dus 2 tot 3,5 m. Bij 4K mag je dichterbij zitten omdat je de pixels niet meer ziet. |
| Aan de muur | Stopcontact, hart boven de vloer | 30 cm | 25 tot 35 cm | Gewoonte, geen norm: NEN 1010 schrijft geen hoogte voor, alleen de zones in de badkamer. Achter een dressoir zet je hem net zo goed op 15 cm, boven een werkblad juist hoog. |
| Aan de muur | Schakelaar, hart boven de vloer | 105 cm | 90 tot 110 cm | Ook een gewoonte. 105 cm is de oude Nederlandse standaard: je vindt hem in het donker met je hand op heuphoogte. Voor kinderen en vanuit een rolstoel werkt 90 tot 100 cm beter. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, onderkant | 80 cm boven het blad | 75 tot 90 cm | Laag genoeg om het blad te verlichten, hoog genoeg om iemand tegenover je aan te kijken. Bij een plafond boven 280 cm mag hij iets hoger. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, breedte | 30 cm binnen de rand van het blad | 30 tot 40 cm binnen de rand | Anders stoot je je hoofd als je langs de tafel loopt of een stoel aanschuift. |
| Licht | Hanglamp boven een kookeiland, onderkant | 75 cm boven het blad | 70 tot 85 cm | Boven een blad van 90 cm kom je dan op 165 cm, ongeveer ooghoogte. Kies dus een kap die de lamp van onderaf afschermt. Bij twee of drie lampen reken je 70 tot 90 cm hart op hart. |
| Licht | Hanglamp in de hal of boven de trap, onderkant | 210 cm boven de vloer | 200 tot 230 cm | Vrije doorloop, niemand stoot zijn hoofd. Boven een trap meet je vanaf de hoogste trede die onder de lamp ligt. |
| Licht | Wandlamp, hart | 160 cm | 150 tot 170 cm | Ooghoogte. Schijnt de lamp opzij of omhoog, dan mag hij lager hangen. In een open lamp op ooghoogte kijk je recht in de bron. |
| Licht | Leeslamp naast een stoel, onderkant van de kap | 110 cm | 100 tot 125 cm | Net boven je schouder als je zit, dan valt het licht op de pagina en niet in je ogen. |
| Licht | Vloerlamp naast de bank, onderkant van de kap | 140 cm | 130 tot 150 cm | Je hoofd zit op de bank op ongeveer 130 cm. Blijft de kap daarboven, dan kijk je niet in het lampje. |
| Licht | Bedlamp aan de wand, hart | 65 cm boven de matras | 55 tot 75 cm | Op zithoogte in bed, zodat het licht op je boek valt. Meet vanaf de matras en niet vanaf de vloer, want een boxspring scheelt 20 cm. |
| Licht | Spiegellamp badkamer, twee lampen naast de spiegel | 160 cm hart | 155 tot 170 cm | Licht van de zijkant geeft geen schaduw onder je ogen en je kin. Een enkele lamp boven de spiegel doet dat wel. |
| Licht | Inbouwspot, afstand tot de wand | 70 cm | 60 tot 90 cm | Dichterbij krijg je een felle boog op het stucwerk, verder weg blijft de wand donker. Onderling 100 tot 150 cm, afhankelijk van de stralingshoek. |
| Licht | Buitenlamp naast de voordeur, hart | 190 cm | 170 tot 210 cm | Boven je hoofd, zodat je niet in de lamp kijkt terwijl je het slot zoekt. Op ooghoogte ben je juist blind. |
| Keuken | Aanrecht, hoogte bovenkant blad | 90 cm | 85 tot 95 cm | De Nederlandse standaard: onderkast, verstelbare poten en een blad van 3 tot 4 cm samen. Vuistregel: ellebooghoogte min 10 tot 15 cm, dus ben je langer dan 1,85 m, draai de poten dan uit. |
| Keuken | Werkblad, diepte | 60 cm | 57 tot 65 cm | Kookplaten en spoelbakken zijn op 60 cm gemaakt. Een diep blad van 70 cm geeft ruimte achter de kookplaat, maar je reikt verder naar de bovenkastjes. |
| Keuken | Bovenkastjes, onderkant boven het werkblad | 55 cm | 50 tot 60 cm | Onder 50 cm past je keukenmachine er niet onder en sta je met je hoofd tegen de deur. Boven 60 cm kom je niet bij het bovenste schap. |
| Keuken | Bovenkastjes, diepte | 35 cm | 32 tot 40 cm | Ondieper dan het werkblad, zodat je er niet tegenaan stoot als je over het blad buigt om te snijden. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaskookplaat, onderkant | 70 cm | 65 tot 75 cm | De vlam en de hete lucht moeten weg kunnen: onder 65 cm boven de pannendrager wordt het vetfilter te heet. Houd altijd de minimummaat uit de handleiding aan, dat is een eis van de fabrikant. |
| Keuken | Afzuigkap boven inductie, onderkant | 60 cm | 55 tot 65 cm | Geen vlam, dus hij mag lager, en lager hangen vangt meer damp. Ook hier is de handleiding leidend, want die maat hoort bij het apparaat. |
| Keuken | Kookeiland, loopruimte rondom | 120 cm | 100 tot 150 cm | Bij 100 cm kun je de vaatwasser openen en er nog langs. Bij 120 cm passeren twee mensen elkaar terwijl er een lade open staat. |
| Keuken | Twee keukenrijen tegenover elkaar, afstand | 120 cm | 110 tot 140 cm | Een ovendeur en een lade die tegenover elkaar open staan hebben allebei ongeveer 60 cm nodig. |
| Keuken | Oven op werkhoogte, bodem van de ovenruimte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Je tilt een hete bakplaat er recht uit in plaats van gebogen. Boven 100 cm til je een schaal boven je middel en zie je niet meer wat erin staat. |
| Keuken | Vaatwasser, nismaat | 60 cm breed, 82 cm hoog | 60 tot 60,5 cm breed | Een onderbouwmodel schuift onder een blad van 90 cm. Een vrijstaand model heeft zijn eigen bovenblad en is ongeveer 85 cm hoog. |
| Keuken | Inbouwkoelkast, nishoogte | 88, 122 of 178 cm | vaste maten per model | De kast volgt de nismaat, dus meet de nis en niet het apparaat. Achter en boven het apparaat moet ventilatieruimte vrij blijven. |
| Keuken | Stopcontact boven het werkblad, hart | 115 cm | 110 tot 120 cm | Dat is 20 tot 30 cm boven het blad, dus vrij van spetters en niet weggewerkt achter de waterkoker. Houd minstens 30 cm afstand tot de spoelbak. |
| Keuken | Keukenplint, hoogte | 10 cm | 10 tot 15 cm | De poten zijn verstelbaar en met de plint stel je de aanrechthoogte fijn in. De plint staat 5 cm terug, zodat je met je tenen onder het kastje kunt. |
| Trap, hal en deur | Trapleuning, hoogte | 90 cm | 80 tot 100 cm (norm) | Norm: het Bouwbesluit, sinds 2024 het Besluit bouwwerken leefomgeving, eist een leuning tussen 80 en 100 cm, gemeten vanaf de voorkant van de trede. Een leuning is verplicht als je over de trap meer dan 1 m stijgt. |
| Trap, hal en deur | Optrede, hoogte van een trede | maximaal 18,8 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw tot 22 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl, voor een woning. Oude trappen zijn vaak 20 tot 21 cm en dat mag blijven zolang je de trap niet vernieuwt. |
| Trap, hal en deur | Aantrede, diepte van een trede | minimaal 22 cm bij nieuwbouw | 22 cm is de ondergrens (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Bij een draaiende trap geldt die maat op de looplijn, dus in de punt van een kwartdraai mag de trede smaller zijn. |
| Trap, hal en deur | Trap, vuistregel voor comfortabel lopen | 2 x optrede + aantrede = 60 cm | 58 tot 64 cm | Geen norm maar een oude vuistregel. 17 op en 26 aan loopt rustig (60), 20 op en 22 aan is een gewone Nederlandse trap (62). Daarbuiten struikel je op de maat. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije breedte | 80 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 70 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Onder 80 cm krijg je een matras of een bank niet naar boven. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije hoogte erboven | 230 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 190 cm (norm) | Norm, gemeten loodrecht boven de voorkant van de trede. Bij een dichtgezette zoldertrap is dit de maat waar je tegen de balk loopt. |
| Trap, hal en deur | Vloerafscheiding langs een trapgat of vide | 100 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 90 cm (norm) | Norm: verplicht zodra het verval meer dan 1 m is. Openingen mogen niet groter zijn dan 10 cm en tussen 20 en 70 cm boven de vloer mag er niets zijn waar een kind op kan klimmen. |
| Trap, hal en deur | Binnendeur, dagmaat van het kozijn | 83 x 201,5 cm | 78, 83, 88 of 93 cm breed; 201,5, 211,5 of 231,5 cm hoog | Industriestandaard, geen norm. Na montage houd je ongeveer 3 cm minder vrije doorgang over, dus voor een rolstoel of rollator kies je een blad van 93 cm. |
| Trap, hal en deur | Deurkruk, hoogte | 100 cm | 95 tot 105 cm | Gewoonte: het slot zit in een standaardkozijn op die hoogte. Verplaatsen kan alleen als je het slotgat in het blad meeverhuist. |
| Trap, hal en deur | Kapstok, hoogte van de haken | 170 cm | 160 tot 180 cm | Een lange jas hangt ongeveer 100 cm af, dus op 170 cm blijft hij vrij van de vloer. Een kinderkapstok komt op 110 tot 120 cm. |
| Trap, hal en deur | Hal, vrije loopruimte | 100 cm | 90 tot 120 cm | Onder 90 cm kun je niet met twee mensen langs elkaar en past er geen kinderwagen naast de kapstok. |
| Trap, hal en deur | Drempel, hoogte | maximaal 2 cm | 0 tot 2 cm | Boven 2 cm struikel je eroverheen en kom je er met een rollator of rolstoel niet zonder helling over. Een schuine aanloop haalt de rand eraf. |
| Slapen | Bed, bovenkant matras | 55 cm | 45 tot 65 cm | Zit je op de rand met je voeten plat op de vloer en je knieën in een hoek van 90 graden, dan is de hoogte goed. Een boxspring komt vaak op 60 tot 65 cm, een laag frame op 45. |
| Slapen | Matras, standaardmaten | 140 x 200 cm | 80, 90, 120, 140, 160 of 180 cm breed; 200 of 210 cm lang | Ben je langer dan 1,90 m, neem dan 210 cm. Twee losse matrassen van 90 x 210 vullen samen een bed van 180 x 210. |
| Slapen | Nachtkast, hoogte bovenblad | 60 cm | 55 tot 70 cm | Gelijk met of iets boven de matras, dan zet je liggend je glas neer zonder te kijken. Bij een boxspring van 65 cm hoort dus een hoge nachtkast. |
| Slapen | Loopruimte naast het bed | 70 cm | 60 tot 90 cm | 60 cm is genoeg om langs te lopen, 70 cm om het bed op te maken zonder tegen de kast te stoten. |
| Slapen | Kledingroede voor lange kleding | 160 cm | 150 tot 170 cm | Een jas of lange jurk hangt 120 tot 140 cm af, dus eronder blijft nog ruimte voor een lade of een schoenenbak. |
| Slapen | Kledingroede voor korte kleding | 100 cm | 95 tot 110 cm | Hemden en dubbelgevouwen broeken hangen 70 tot 90 cm af. Met twee roedes boven elkaar, op 100 en 195 cm, verdubbel je de hangruimte. |
| Slapen | Kast, diepte voor hangende kleding | 60 cm | 55 tot 65 cm | Een hanger is 45 cm breed en met 60 cm diepte sluit de deur zonder dat de mouwen klem zitten. Is de kast ondieper dan 55 cm, zet de roede dan in de lengte. |
| Slapen | Kast, legborddiepte voor truien en broeken | 40 cm | 35 tot 45 cm | Een opgevouwen trui is ongeveer 30 cm breed. Met 40 cm valt de stapel niet naar voren als je de deur opent. |
| Slapen | Kast, hoogste bruikbare schap | 200 cm | 190 tot 210 cm | Verder reik je niet zonder trapje. Wat boven 210 cm staat, is opslag voor koffers die je twee keer per jaar pakt. |
| Slapen | Hoogslaper, vrije hoogte boven de matras | 100 cm | 90 tot 110 cm | Genoeg om rechtop in bed te zitten. Meet van de bovenkant van de matras tot het plafond, niet tot de bodem van het bed. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, hoogte boven het kozijn | 12 cm | 10 tot 15 cm | Boven het kozijn laat het raam groter lijken en houdt de rail het gordijn uit het glas. Zit het plafond dichtbij, monteer de rail dan 5 tot 10 cm onder het plafond of direct tegen het plafond. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, uitloop naast het kozijn | 20 cm per zijde | 15 tot 25 cm | Daar staat het opzij geschoven gordijn geparkeerd, zodat het niet voor het glas blijft hangen en je het daglicht niet inlevert. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vloer | 1 cm boven de vloer | 0 tot 2 cm | Net vrij van de vloer: het sleept niet en hangt toch recht. Wil je het gordijn op de vloer laten vallen, maak het dan 5 tot 10 cm langer dan de maat tot de vloer. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vensterbank | 2 cm boven de bank | 1 tot 3 cm | Vrij van de bank, zodat het gordijn niet omkrult op de plank en de warmte van de radiator eronder langs kan. |
| Raam en gordijn | Gordijn, stofbreedte | 2 keer de railbreedte | 1,5 tot 2,5 keer | Bij 1,5 keer hangt de stof vlak, bij 2,5 keer krijg je volle plooien. Een wave-rail vraagt 2 tot 2,5 keer, anders staat de golf niet. |
| Raam en gordijn | Rolgordijn of plissé in de dag, speling | 0,5 cm per zijde | 0,3 tot 1 cm | Meet de dagmaat op drie hoogtes en neem de kleinste maat, want een kozijn staat zelden haaks. |
| Raam en gordijn | Vitrage, afstand tot het glas | 5 cm | 3 tot 10 cm | Tegen koud glas wordt de stof vochtig en krijg je vlekken. Verder naar binnen botst hij op de vensterbank of de raamkruk. |
| Raam en gordijn | Vensterbank binnen, diepte | 20 cm | 15 tot 30 cm | Volgt de dikte van de muur plus een overstek van 2 tot 3 cm. Vanaf 20 cm staat een plant er stabiel op. |
| Raam en gordijn | Vensterbank buiten, overstek | 4 cm | 3 tot 5 cm | Met een waterhol aan de onderkant. Zonder dat overstek loopt regenwater terug over de gevel en krijg je vuilstrepen onder het raam. |
| Raam en gordijn | Radiator onder het raam, onderkant | 12 cm boven de vloer | 10 tot 15 cm | Er moet lucht onderlangs kunnen, daar begint de convectie. Houd ook 3 tot 5 cm tussen radiator en wand en 10 cm vrij onder de vensterbank. |
| Werken | Bureau, hoogte blad zittend | 74 cm | 72 tot 76 cm | Je onderarmen liggen horizontaal op het blad en je schouders blijven laag. Kun je het blad niet verstellen, zet dan de stoel hoger en je voeten op een steun. |
| Werken | Zit-stabureau, stahoogte | 105 cm | 95 tot 120 cm | Ellebooghoogte staand. Vuistregel: je lichaamslengte min 75 cm, dus bij 1,80 m kom je op 105 cm. |
| Werken | Bureaustoel, zithoogte | 45 cm | 40 tot 52 cm | Voeten plat op de vloer, knieën iets lager dan je heupen. De gasveer van een bureaustoel dekt dat bereik zelf. |
| Werken | Vrije hoogte onder het bureaublad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Je bovenbenen moeten eronder passen, ook met een lade of een kabelgoot. Houd daarnaast 60 cm breed en 60 cm diep beenruimte vrij. |
| Werken | Bureaublad, diepte | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm staat het scherm op armlengte, 50 tot 80 cm van je ogen, en ligt je toetsenbord er nog voor. |
| Werken | Beeldscherm, bovenrand | op ooghoogte of iets lager | 110 tot 125 cm boven de vloer | Je kijkt dan licht naar beneden en dat is de rustpositie van je ogen. Een laptop op het blad zit ongeveer 20 cm te laag, dus zet hem op een standaard met een los toetsenbord. |
| Werken | Toetsenbord, afstand tot de bladrand | 10 cm | 8 tot 15 cm | Daar rusten je handpalmen. Zonder die strook hangen je armen in de lucht en trekt het in je schouders. |
| Werken | Wandplank boven het bureau, onderkant | 45 cm boven het blad | 40 tot 60 cm | Een A4-ordner is 32 cm hoog, dus die past er nog onder, en je stoot je hoofd niet als je opstaat. |
| Werken | Boekenschap, diepte | 25 cm | 20 tot 30 cm | Een pocket is 12 cm diep, een gebonden boek 16 tot 20 cm. Bij 25 cm staan ze allemaal binnen de rand. |
| Werken | Boekenschap, overspanning zonder steun | 80 cm | 70 tot 90 cm | Boeken wegen al snel 25 kg per meter schap. Bij 18 mm plaatmateriaal blijf je onder 80 cm, anders zakt het schap zichtbaar door. |
| Keuken | Schap voor borden, diepte | 32 cm | 30 tot 35 cm | Een plat bord is 26 tot 28 cm in doorsnee. Met 32 cm houd je een vinger ruimte om de stapel te pakken zonder te schuiven. |
| Badkamer | Wastafel, bovenkant | 85 cm | 80 tot 95 cm | Vuistregel: heuphoogte, dan buig je niet voorover om je handen te wassen. Gebruiken kinderen de wastafel, dan is 80 cm prettiger. |
| Badkamer | Opzetkom, hoogte van het meubel | 75 cm | 70 tot 80 cm | Tel de kom van 10 tot 15 cm erbij op, dan komt de bovenrand op 85 tot 95 cm. Vergeet die optelsom en je wast je handen op keukenhoogte. |
| Badkamer | Handdoekhaak naast de wastafel | 140 cm | 120 tot 160 cm | Binnen handbereik met natte handen, dus naast de wastafel en niet aan de andere kant van de ruimte. |
| Badkamer | Handdoekradiator, onderkant | 20 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Daar zitten de aansluitingen en je kunt eronder dweilen. Hang de bovenkant niet hoger dan 180 cm, anders kom je niet bij de handdoek. Een smalle handdoekradiator geeft weinig vermogen, dus reken hem niet als enige verwarming. |
| Badkamer | Douchekraan, hart | 100 cm | 95 tot 110 cm | Heuphoogte, zodat je de kraan kunt bedienen zonder onder de koude straal te gaan staan. |
| Badkamer | Badkraan, hart | 65 cm | 60 tot 75 cm | Ongeveer 20 cm boven de badrand, dan kun je bijmengen terwijl je in bad zit. |
| Badkamer | Regendouchekop | 210 cm | 200 tot 225 cm | Minstens 20 cm boven het hoofd van de langste gebruiker, want je staat er recht onder. Bij een schuin dak meet je op het punt waar je echt staat. |
| Badkamer | Handdouche aan een glijstang, bovenste stand | 190 cm | 180 tot 200 cm | De stang is 60 tot 90 cm lang, dus de onderste stand komt rond 110 cm. Daarmee spoel je het bad, een kind of de hond af. |
| Badkamer | Toilet, zithoogte | 40 cm | 38 tot 48 cm | Standaard is 40 cm. Een verhoogd toilet van 45 tot 48 cm zit op stoelhoogte en daar sta je makkelijker van op. Bij een hangend toilet bepaal je de hoogte zelf met het inbouwframe. |
| Badkamer | Toilet, vrije ruimte voor de pot | 60 cm | 55 tot 70 cm | Daar staan je knieën en voeten. Zijwaarts wil je 80 cm breedte, anders zit je met je schouder tegen de muur. |
| Badkamer | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 75 cm hoog; 20 tot 30 cm voor de voorkant van de pot | Zittend pak je de rol zo zonder te draaien. Hang je hem naast of achter je, dan verdraai je je rug elke keer. |
| Badkamer | Fonteintje in het toilet, bovenkant | 85 cm | 80 tot 90 cm | Dezelfde hoogte als een wastafel. Let op de draairichting van de deur, want een fonteintje van 40 cm breed vraagt een vrije hoek. |
| Badkamer | Stopcontact in de badkamer | buiten 60 cm van bad of douche | norm, geen gewoonte | NEN 1010 verdeelt de badkamer in zones: binnen 60 cm van de rand van een bad of douche mag geen wandcontactdoos. Alle wandcontactdozen moeten achter een aardlekschakelaar van 30 mA. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nalopen voordat je planten en potten koopt
Uit de praktijk
De grond is nat en de onderste bladeren worden toch geel
Gele onderste bladeren in een pot die nooit opdroogt, wijzen bijna altijd op water dat onderin blijft staan. De wortels in die natte laag krijgen geen zuurstof en sterven af, en een plant met dode wortels laat zijn blad hangen alsof hij dorst heeft.
De oorzaak zit in een van drie dingen: een schotel waar het water in blijft staan, een laag korrels of grind onderin waardoor de natte zone in de grond omhoog schuift, of een reservoir onder een soort die een droge voet wil. Giet de schotel een half uur na het water geven leeg, haal de laag korrels weg en zet lavendel, rozemarijn en vetplanten zonder reservoir.
Na een natte week staan de potten langs de gevel droog
Het regent al dagen en toch hangen de planten langs de gevel slap. Het balkon boven je werkt als een dak: regen die schuin inwaait, haalt hooguit de buitenste halve meter, en de strook erachter krijgt niets.
Daar komt bij dat de wind op een balkon ook in een natte week het blad laat verdampen. Behandel alles wat onder het overstek staat als een binnenplant met veel licht: water geven op het gevoel van de grond, niet op het weerbericht.
De plant hangt elke middag en staat 's avonds weer recht
Een plant die om vier uur 's middags slap hangt in natte grond en na zonsondergang weer overeind komt, heeft vaak geen tekort aan water maar te warme wortels. In een donkere pot in de volle zon loopt de kluit aan de zonzijde ver boven de luchttemperatuur op, en de wortels tegen die wand nemen dan geen water meer op.
Meer water geven verergert het, want dan staat de kluit ook nog te nat. Zet de donkere pot in een lichtere sierpot met een paar centimeter lucht ertussen, zet er een lage plant of een bak voor die de wand in de schaduw houdt, of kies voor die plek een lichte pot.
Veelgemaakte fouten
Tuinaarde in de potten doen
Tuinaarde weegt nat 1,5 kg per liter of meer, tegen ongeveer 1 kg voor potgrond, en slibt in een pot na een paar keer water geven dicht. Het water loopt dan langs de rand weg en de kern blijft droog of juist drijfnat.
In de volle grond houden regenwormen en wortels die structuur open, in een pot doet niets dat. Gebruik potgrond en ververs die om de twee tot drie jaar.
Kleine potten op een zonnig of winderig balkon
Een pot van 5 liter staat op een warme dag in de middag droog, en op een balkon waait er ook nog wind langs. Wie vijf kleine potten neerzet in plaats van één grote bak, kiest voor dagelijks water geven.
Houd 20 liter per plant aan als ondergrens en combineer soorten met dezelfde waterbehoefte in één grotere bak.
De grote bakken aan de buitenrand zetten
Aan de balustrade staat het groen mooi in beeld, en daarom komen de grote bakken daar vaak terecht. Op een uitkragend balkon werkt elke kilo aan de rand met de volle afstand tot de gevel op de inklemming, en bovendien vangen hoge planten daar de meeste wind.
Zet de zware bakken tegen de gevel of een zijmuur en houd aan de rand alleen railbakken en lage lichte potten.
Soorten kiezen op de windrichting van het balkon
Een zuidbalkon krijgt lavendel en een noordbalkon varens, en dan blijkt de lavendel op de vloer achter een dichte borstwering in de schaduw te staan. De windrichting zegt iets over het balkon als geheel, niet over de plek van de pot.
Tel de uren zon per plek, en kies voor de vloer, de reling en de strook onder het overstek elk een eigen rij uit de tabel.
Een laag korrels of piepschuim onderin de pot
Een drainagelaag voelt logisch, maar water zakt pas van fijne grond naar een grove laag als de grond erboven verzadigd is. De natte zone schuift daardoor omhoog de wortels in, en piepschuim kost daarbovenop grond die in de zomer je waterbuffer is.
Een vrij afvoergat, pootjes onder de pot en perliet door de hele grond doen wat die laag belooft.
Planten die in de tuin winterhard zijn onbeschermd laten staan
Winterhard slaat op de plant in de volle grond, waar de wortels onder een laag aarde liggen. In een pot bevriest de kluit van alle kanten, en wortels verdragen minder vorst dan takken.
Pak in de winter de pot in, zet hem van de koude vloer af en tegen de gevel, en houd de kluit vochtig in plaats van nat.
Veelgestelde vragen
Hoe begin je met een balkon inrichten met planten?
Begin met de uren zon per plek, niet met de plantenwinkel. Markeer op een heldere dag vier keer de schaduwrand en tel voor de vloer, de reling en de strook onder het overstek hoeveel uur zon er valt.
Kijk daarna waar zwaar gewicht mag staan en wat er aan de balustrade mag hangen. Pas dan kies je soorten per plek, en daarna de pot: 20 liter of meer in de zon, een lichte kleur waar de zon op de wand valt.
Welke planten kunnen tegen de volle zon op een balkon op het zuiden?
Soorten met klein, smal, grijs, behaard of vlezig blad: lavendel, rozemarijn, tijm, salie, sedum, blauw schapengras, hangende geranium en verbena. Dat blad verliest weinig water in zon en wind.
Zet ze op of aan de balustrade, want de vloer achter een dichte borstwering ligt in april en september grotendeels in de schaduw. Kies bakken van 20 liter of meer in een lichte kleur, zodat de kluit niet te heet wordt.
Welke planten doen het goed op een balkon op het noorden?
Planten die op blad leven en weinig directe zon nodig hebben: varens, hosta, klimop, heuchera, Japans bosgras en tegen de gevel een klimhortensia. Hortensia en fuchsia bloeien er nog redelijk als er in de zomer 's avonds een schuine streep zon valt.
Een lichte bak en een lichte wand kaatsen het beetje licht terug. Omdat de grond hier langzaam opdroogt, geef je minder water dan op het zuiden, maar let op wind: op hoogte droogt ook een noordbalkon sneller uit dan het lijkt.
Welke planten houden het uit op een winderig balkon?
Lage, compacte soorten met klein of stevig blad: sedum, kruiptijm, lavendel, Carex, Festuca en lage struikheide. Wind voert het vocht rond het blad af, dus groot en dun blad zoals van hosta, basilicum of een varen droogt uit en scheurt.
Houd de hoogte laag en het gewicht onderin, en zet een hoge plant alleen in een zware pot met een brede voet tegen de gevel. Op de hoek van een gebouw waait het het hardst, daar werkt alleen het laagste groen.
Hoeveel gewicht aan planten mag er op een balkon staan?
Een balkon bij een woning wordt gerekend op 2,5 kN per vierkante meter, ongeveer 250 kg per vierkante meter verdeeld over de plaat, met de mensen erbij. Een pot van 50 cm met natte grond weegt in terracotta al ongeveer 80 kg, en een plantenbak van 100 bij 40 cm komt op 135 tot 160 kg.
Meer dan het totaal telt de plek: op een uitkragend balkon hoort het zware tegen de gevel. Bij een oud balkon met roestbruine strepen of afgebrokkeld beton onder de rand zegt de rekenwaarde niets meer en vraag je het na bij de vereniging van eigenaren of de verhuurder.
Hoe pak je een groot balkon inrichten met planten aan?
Leg eerst een route van 90 cm van de deur naar de zitplek vast, bij voorkeur onder het raam langs. Verdeel de rest in een zware band van ongeveer een meter langs de gevel, voor de grote bakken en de klimplant, en een lichte band langs de balustrade, voor stoelen, een tafel en railbakken.
Gebruik de hoek van gevel en zijschot voor hoogte, want daar vangt een klimplant de minste wind en draagt de plaat het meest. Houd het raam vrij van hoge rekken, anders verliest de kamer erachter daglicht.
Welke potmaat heb je nodig voor kruiden en tomaten?
Basilicum, bieslook, tijm, sla en radijs redden het in 15 tot 20 cm diepte, peterselie wil 25 cm voor zijn penwortel en rozemarijn 30 cm met 10 liter grond of meer. Een cherrytomaat heeft 30 tot 40 cm diepte en minstens 20 liter per plant nodig.
Kleiner kan wel, maar dan geef je in juli dagelijks water en krijgen tomaten sneller barsten, omdat de vruchten na een droge periode ineens veel water opnemen.
Hoe geef je balkonplanten water als je op vakantie bent?
Voor een week of korter: geef ze de dag ervoor water tot het onderaan uitloopt en zet alle potten bij elkaar in de hoek met de minste zon en wind. Potten met een reservoir overbruggen zo'n periode ook, behalve voor soorten die een droge voet willen.
Voor langer heb je een druppelsysteem op een watertank of een hoog hangende waterzak met een timer op batterijen nodig, want op de meeste balkons zit geen kraan. Test het een week van tevoren en kijk of de laatste druppelaar aan de slang nog genoeg water geeft.
Moet er een laag hydrokorrels onder in een plantenbak?
Nee, dat helpt de afvoer niet. Water zakt pas van fijne grond naar een grove laag als de grond erboven verzadigd is, dus de natte zone schuift juist omhoog, de wortels in.
Wat wel werkt is een afvoergat dat vrij blijft, een pot op pootjes van 1 tot 2 cm en perliet of bims door de hele grond. In een pot met reservoir hoort het vulmateriaal wel in het reservoir zelf, maar niet als laag in de grond erboven.
Mag je bloembakken aan de buitenkant van de balkonreling hangen?
Dat hangt af van je gebouw. In veel appartementencomplexen verbiedt het huishoudelijk reglement van de vereniging van eigenaren het, omdat een bak aan de buitenzijde boven de straat of het balkon van de buren hangt en bij het gevelbeeld hoort. Bij huur staat het in je huurcontract.
Aan de binnenzijde mag het vrijwel altijd, en daar is het ook veiliger. Borg de beugels tegen optillen door de wind en meet de bovenregel voordat je bakken koopt.
Welke kleur potten kies je voor een balkon in de zon?
Een lichte kleur, of een donkere sierpot met een lichte kunststof binnenpot en 2 cm lucht ertussen. Een zwarte of donkergrijze pot in de volle zon wordt aan de zonzijde veel warmer dan de lucht, en de wortels tegen die wand sterven af.
In de schaduw maakt de kleur voor de plant weinig uit en kun je kiezen op wat binnen al staat. Herhaal een kleur of materiaal uit de kamer achter het raam, zoals we dat bij decoreren en verlichten uitwerken, dan lees je balkon en kamer als één geheel.
Wanneer je beter een vakman belt
Planten neerzetten doe je zelf, maar drie dingen op een balkon niet. Roestbruine strepen, afgebrokkeld beton of blank staal onder de vloerrand zijn tekenen van roestende wapening. Meld dat bij de vereniging van eigenaren of de verhuurder en zet er niets zwaars meer op tot een constructeur of aannemer het heeft bekeken.
In de balkonvloer en de opstand boor je niet, want daar ligt de waterdichte laag en een lek komt uit bij de buren onder je. Wil je een vaste buitenkraan voor een druppelsysteem of een buitenstopcontact voor een pompje, dan is de waterleiding door de gevel werk voor een loodgieter en de leiding vanaf de groepenkast werk voor een elektricien.
Verder lezen over dit onderwerp

Planten ideeën woonkamer
Tuin inrichten met planten
Lang smal balkon inrichten
Smal balkon inrichten
