Machinaal stucen: wat de machine doet en wat handwerk blijft

Bij machinaal stucen mengt een pomp droog gipspleister met water en spuit het via een slang op de wand, waarna de stukadoor de laag met een rei van 2 m afreit, schaaft en met de hand glad zet. De machine neemt het aanmaken en opzetten over en niet het afwerken, en wint daardoor pas op grotere vlakken zoals een hele kamer of een hele woning. Reken op een laag van 8 tot 15 mm, 8 tot 10 kg poeder per vierkante meter bij 10 mm, en ongeveer een dag droogtijd per millimeter voordat er verf op mag. In een kelder of douchezone hoort geen gips maar kalkcementpleister, en op gipsplaat geen dikke laag maar hooguit een gespoten spacklaag.
Wat een stucmachine doet en wat handwerk blijft
Bij machinaal stucen doet een machine de twee dingen die een stukadoor anders met kuip, menger en spaan doet: gipspleister aanmaken en tegen de wand krijgen. Droog poeder gaat in een trechter, een menger voegt er doorlopend water aan toe en een pomp duwt de specie door een slang naar een spuitlans, waar perslucht hem als een waaier op de muur zet.

Alles daarna blijft handwerk. De stukadoor reit de laag af, schaaft hem vlak en zet hem met sponsbord en spaan glad, en in die uren zit het verschil tussen een strak vlak en een wand vol banen. Waar deze werkwijze staat tussen de andere afwerkingen, lees je in het overzicht van stucwerk en beton ciré.
De machine vervangt dus niet het vak maar het sjouwen. Voor 10 m² wand bij 10 mm laagdikte gaat er zo'n 90 kg poeder en ruim 50 liter water doorheen, bijna 150 kilo specie die met de hand kuip voor kuip omhoog moet.
De laag die eruit komt is dezelfde soort laag als bij handwerk: een eenlaags gipspleister van meestal 8 tot 15 mm die in één gang het vlak maakt en daarna glad wordt afgewerkt. Hoe een gewone stuclaag is opgebouwd en welke bindmiddelen er bestaan, staat bij de uitleg over lagen, bindmiddelen en afwerkingen van stucwerk.
Onder de noemer machinaal vallen in de praktijk vier werkwijzen, en ze leveren iets heel anders op. De tabel zet ze naast elkaar, zodat je weet welke je in een offerte leest.
| Werkwijze | Wat eruit komt en hoe dik | Waarvoor het dient | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Mengpomp met machinegips | Gipspleister in één laag van meestal 8 tot 15 mm, daarna met de hand vlak en glad gezet | Wanden en plafonds van kalkzandsteen, gasbeton, beton en metselwerk, in hele kamers of woningen | Vraagt stroom, water en perslucht, en bij elke langere stop moet de slang door voordat het gips erin opstijft |
| Mengpomp met kalkcementpleister | Kalkcementgebonden laag van 10 tot 20 mm | Kelders, ruimtes onder maaiveld en muren die vocht moeten verdragen | Krimpt en scheurt eerder dan gips, droogt ongeveer een week per 10 mm en is sterk alkalisch, dus niet elke verf kan erop |
| Airless spuitmachine met spack | Pasteuze vuller van 1 tot 3 mm, afgestreken met een breed plamuurmes | Gipsplaat, beton en oud stucwerk die al vlak zijn en alleen een gladde huid nodig hebben | Maakt geen vlak: een bolling of kuil van een halve centimeter blijft gewoon zichtbaar |
| Trechterpistool met compressor | Structuurpleister of spuitwerk met korrel, 1 tot 3 mm | Plafonds en wanden waar een structuur de oneffenheden mag breken | Nevel en spatten komen ver, dus alles moet ingepakt, en een latere reparatie zie je terug in de structuur |
Wanneer de machine sneller is dan de hand
De machine versnelt het mengen en opzetten, maar brengt zelf vaste tijd mee. Aanvoeren, aansluiten, de slang voorsmeren en aan het eind menger, pomp en slang schoonspoelen gebeurt ook als er maar een paar vierkante meter op de planning staat.
Daarom wint de hand bij kleine vlakken en de machine bij grote. Een kamer van 4 bij 5 m met een plafondhoogte van 2,6 m heeft ongeveer 45 m² wand en 20 m² plafond, en rond die maat liggen de twee werkwijzen dicht bij elkaar.
Wat de doorslag geeft is de laagdikte. Een afwerklaag van 2 mm op een vlakke wand verplaatst weinig materiaal, dus de machine heeft daar weinig op te winnen, terwijl 12 mm uitvlakwerk op oud metselwerk zes keer zoveel specie vraagt.
Een tweede verschil zit in de vlakheid. Bij machinaal werk wordt de hele wand in één keer over profielen afgereid, terwijl wie met de hand in stukken opzet op elke overgang een kleine aanzet kan maken.
Hoeft een wand helemaal niet nat afgewerkt te worden, kijk dan eerst naar de andere manieren om een wand of plafond af te werken. Een voorzetwand met gipsplaat slaat de droogtijd over, maar kost met regels en plaat 5 cm of meer van de kamer.
| Situatie | Hand of machine | Waar het van afhangt |
|---|---|---|
| Eén wand, een reparatie of een dichtgezette sleuf | Met de hand | De vaste tijd voor opbouwen en schoonspoelen verdient een paar vierkante meter niet terug |
| Eén kamer van ongeveer 45 m² wand en 20 m² plafond | Allebei mogelijk | Bij een dunne laag op een vlakke wand is de hand even snel; bij 10 mm of meer uitvlakwerk wint de machine |
| Een hele woning of een casco nieuwbouwhuis | Machinaal | Honderden vierkante meters in dezelfde laagdikte, en op elke verdieping hetzelfde vlak |
| Plafonds van beton of kanaalplaten | Machinaal gips of spuitwerk | Spuiten haalt het tillen boven je hoofd weg; de naden tussen kanaalplaten werken en vragen wapening of een structuur die de lijn verbergt |
| Oude muur met gaten, sleuven en verschillen van 1 tot 3 cm | Eerst met de hand uitvlakken, dan machinaal | Diepe plekken vul je een dag eerder, zodat de gespoten laag overal ongeveer even dik is en gelijk droogt |
| Wand van gipsplaat | Geen machinegips, wel naden afwerken en eventueel spack spuiten | De plaat is al vlak, en een laag van 10 mm hangt met ongeveer 9 kilo per vierkante meter aan het karton |
| Kelder, douchezone of muur met optrekkend vocht | Machinaal kan, maar niet met gips | Gips verdraagt geen langdurig vocht; daar hoort kalkcementpleister, nadat de vochtbron is aangepakt |
| Bewoond huis waar de meubels blijven staan | Met de hand, of machinaal na leegruimen | Spuitnevel en spatten komen verder dan bij handwerk, en wat blijft staan moet volledig ingepakt |
| Appartement zonder krachtstroom of hoog in een gebouw | Machinaal met een aangepaste opstelling, of met de hand | Een aggregaat of een lichtere machine op 230 volt, en een slang die over de trap of via een raam naar boven moet |
Wat de machine in huis nodig heeft
Een mengpomp is geen gereedschap dat je even in een hoek zet. Hij heeft stroom, water en perslucht nodig, een vlakke plek voor de machine en de zakken, en een vrije route voor de slang naar elke kamer.
Het water verdient de meeste aandacht, omdat de machine het doseert op doorstroming. Zakt de druk terwijl hij draait, dan komt er minder water in de menger, wordt de specie stugger en loopt de druk in de slang op tot hij verstopt raakt of de machine afslaat.
Een kraan in de meterkast of een buitenkraan met een korte slang haalt meestal de ongeveer 2,5 bar die de gangbare machines tijdens het draaien vragen. Op een verdieping, met een lange tuinslang of met een wasmachine die tegelijk water trekt, zakt de druk daar snel onder, en dan zet de stukadoor een drukverhoger tussen kraan en machine.
Bij de stroom gaat het om wat er in de meterkast binnenkomt. De meeste mengpompen voor gips draaien op krachtstroom van 400 volt, en heeft het huis maar één fase, dan komt er een aggregaat of een lichtere machine op 230 volt.
Vraag daarom voordat de ploeg komt welke machine er komt en wat die nodig heeft, en laat zien waar meterkast, kraan en ingang zitten. Wat op de dag zelf ontbreekt, wordt een extra rit of een latere start.
| Wat | Wat de machine vraagt | Wat dat voor jou betekent |
|---|---|---|
| Water | Een vaste kraan die tijdens het draaien ongeveer 2,5 bar houdt | Bij te weinig druk mengt de machine te droog; laat tijdens het spuiten geen andere kranen, wasmachine of vaatwasser lopen |
| Stroom | Meestal krachtstroom van 400 volt, soms een lichtere machine op 230 volt | Kijk in de meterkast of er drie fasen binnenkomen en geef dat vooraf door |
| Perslucht | Een compressor voor de lucht bij de spuitlans, los of ingebouwd | Zonder lucht komt de specie er als een streng uit in plaats van als een waaier |
| Standplaats | Een vlakke plek van enkele vierkante meters voor machine en zakken, dicht bij water en stroom | Een pallet zakken weegt ongeveer een ton, en een houten verdiepingsvloer is daar niet op berekend |
| Slangroute | Een vrije weg van machine naar elke wand, over de trap, door de hal of via een raam | Hoe langer de slang en hoe hoger de verdieping, hoe hoger de pompdruk; trapleuning en kozijnen worden ingepakt waar de slang langs schuurt |
| Temperatuur | Minstens 5 °C in de lucht en in de wand, ook in de nacht na het spuiten | In een onverwarmd huis in de winter komt er bouwverwarming, die niet recht op de verse laag mag blazen |
| Spoelwater | Na elke langere stop en aan het eind van de dag gaan menger, pomp en slang door met water | Gipsresten bezinken in de afvoer en worden daar hard, dus het spoelwater gaat in een kuip of container en niet in de gootsteen |
Van spuiten tot glad: het werk in de juiste volgorde
Machinegips bindt op dezelfde manier af als gips dat met de hand wordt aangemaakt: het neemt water op, vormt kristallen en wordt in een paar uur hard. Elke bewerking hoort bij één fase van dat proces, en wie een fase te vroeg of te laat doet, ziet dat terug in het vlak.
Het spuiten zelf is het kortste deel van de dag. Een wand gaat in overlappende banen vol, iets dikker dan het uiteindelijke vlak, en wordt meteen afgereid zodat de overmaat eraf gaat en de kuilen zichtbaar worden.
Daarna wacht de stukadoor tot de laag opstijft. Het moment om te schaven herken je met je vingers: de specie plakt niet meer, maar je duim laat nog een ondiepe afdruk achter.
Dan volgt het sponsen of vilten, waarbij een nat sponsbord het fijnste gips als een dunne pap naar de oppervlakte haalt. Die pap wordt met een brede stucspaan in één of twee rondes glad gezet, en voor het strakste sausklare vlak gaat er soms nog een afwerklaag van 1 tot 2 mm overheen.

Omdat alle wanden van een kamer kort na elkaar in dezelfde fase komen, werkt een ploeg met twee of drie mensen: één aan de lans, de anderen met rei en spaan erachteraan. In je eentje machinaal werken loopt precies daarop vast, want de eerste wand wacht niet tot de laatste gespoten is.
| Fase | Wat er gebeurt | Het moment | Te vroeg of te laat |
|---|---|---|---|
| Spuiten | Specie in overlappende banen op de wand, iets dikker dan het vlak | Als de voorstrijk droog is en de profielen vastzitten | Op een natte voorstrijk of een stoffige wand hecht de laag slecht en klinkt hij later hol |
| Afreien | De rei over de profielen trekken, kuilen bijspuiten en opnieuw reien | Direct na het spuiten, zolang de specie zacht is | Te laat en de rei scheurt de laag open in plaats van hem te verplaatsen |
| Schaven | Met een schaaf de laatste bulten en randen eraf halen | Opgestijfd: de specie plakt niet meer en je duim laat een ondiepe afdruk | Te vroeg trekt de schaaf stukken los, te laat krijg je het vlak niet meer recht |
| Sponsen of vilten | Nat sponsbord in cirkels, zodat er een dunne pap van fijn gips bovenkomt | Na het schaven, als het vlak mat wordt | Te veel water spoelt het bindmiddel weg en laat een zanderige huid achter |
| Glad zetten | De pap met een brede stucspaan gladtrekken, in één of twee rondes | Als de pap niet meer nat glimt | Te vroeg geeft glimmende banen, te laat blijven de spaanslagen staan |
| Afbinden | Het gips wordt hard en begint zijn overtollige water af te geven | De eerste dag na het spuiten | Tocht, zon of een kachel op het vlak haalt het water te snel weg: fijne scheurtjes en een poederige huid |
Zet de ramen tijdens het spuiten en de eerste dag op een kier in plaats van tegen elkaar open. Er komt dan genoeg verse lucht binnen, zonder dat er een luchtstroom langs de wand trekt die de huid laat uitdrogen voordat het gips eronder is afgebonden.
Waar de vlakheid vandaan komt: profielen en de rei
Glad en vlak zijn twee verschillende eigenschappen van een wand. Glad zegt iets over de huid die je met je hand voelt, vlak over de golving die je pas ziet als het licht langs de wand strijkt, en dat tweede wordt bepaald bij het afreien.
Op een wand die niet recht staat zet de stukadoor daarom eerst pleisterprofielen: smalle metalen strips die met klodders gips verticaal worden gesteld, met waterpas of laser op één denkbeeldig vlak. De rei loopt over die strips, dus hun voorkant bepaalt waar de wand komt.
De afstand tussen de profielen volgt uit de lengte van de rei. Een rei van 200 cm moet aan beide kanten over een profiel heen steken om er niet tussen te kantelen, en daarom staan de profielen op hooguit ongeveer 150 tot 170 cm hart op hart.
Aan de randen doen andere profielen hetzelfde werk. Een stucstop langs het kozijn houdt de laag los van het hout en geeft de rei daar een vaste rand, en een hoekprofiel maakt de buitenhoek recht en stootvast.
Spreek daarom vooraf twee dingen af: hoe glad de huid wordt en hoe vlak de wand. Sausklaar zegt niets over golving onder een rei van 2 m, en wat de gangbare afwerkingen precies beloven staat bij het verschil tussen sausklaar, behangklaar en schuurwerk.
Pleisterprofielen blijven meestal in de laag zitten. In een badkamer of een vochtige bijkeuken kies je ze daarom in kunststof of rvs, want een verzinkt profiel dat gaat roesten drukt na verloop van tijd een bruine lijn door de verf.
Welke ondergrond machinaal gestuukt kan worden
De machine verandert niets aan wat een ondergrond vraagt. Het gips hecht of hecht niet, en dat hangt af van hoe sterk de wand zuigt, hoe schoon hij is en of hij vastzit.
Wel is de laag bij machinaal werk vaak dikker en in één keer over een groot vlak aangebracht, en dat maakt fouten groter. Een overgeslagen voorstrijk kost dan geen plek van een vierkante meter maar een hele wand die later hol klinkt.
- Kalkzandsteen en gasbeton zuigen sterk. Een zuigremmende voorstrijk voorkomt dat de steen het aanmaakwater uit het gips trekt voordat het kan afbinden.
- Glad beton, zoals een wand uit de bekisting of een plafond van kanaalplaten, zuigt nauwelijks en geeft geen grip. Daar hoort een hechtprimer met kwartszand op, die een ruw oppervlak achterlaat.
- Oud metselwerk met resten kalkpleister moet stofvrij en vast zijn. Wat hol klinkt gaat eraf, en diepe gaten vlak je een dag eerder uit.
- Tegels kunnen overgestuukt worden als ze vastzitten en een hechtprimer krijgen. Een tegel die hol klinkt, trekt de nieuwe laag mee naar beneden.
- Gipsplaat krijgt geen machinegips, maar gewapende en afgewerkte naden en eventueel een gespoten spacklaag.
- Behang en losse verf gaan er altijd af, want gips hecht op de lijm of de verflaag en niet op de muur erachter.
Een kelder of een douchewand vraagt ander materiaal, niet een andere machine. Daar spuit de stukadoor kalkcementpleister, en in de douchezone komt er onder de tegels een waterdichte laag.
Een wand met natte plekken, witte zoutuitslag of een donkere rand onderaan heeft een vochtprobleem dat onder een verse laag gewoon doorgaat. Gips erover spuiten verbergt het een paar maanden, waarna de laag op precies die plek zacht wordt en loslaat.
Hoeveel materiaal en hoeveel water er in de wand gaat
Machinegips komt per zak, maar je rekent per millimeter. Reken op ongeveer 0,8 tot 1 kg droog poeder per vierkante meter per millimeter laagdikte, dus 8 tot 10 kg bij de gangbare 10 mm, waarbij lichte machinepleisters aan de onderkant van die marge zitten.
Het aanmaakwater is het getal dat bijna iedereen onderschat. Gips vraagt ruim een halve liter water per kilo poeder om te kunnen pompen en verwerken, maar legt er bij het afbinden maar ongeveer een zesde liter van vast.
De rest moet de wand weer uit, en dat is per vierkante meter 3 tot 4,5 liter bij 10 mm. Een tussenwoning met 250 m² gestuukte wand en plafond geeft zo in de weken erna 750 tot 1.100 liter water af.
Die hoeveelheid verklaart waarom een machinaal gestuukt huis zo anders droogt dan één gestuukte wand. Het vocht komt uit alle kamers tegelijk en kan alleen via de lucht naar buiten.
De tabel gaat uit van een wand zonder uitschieters. Heb je vooraf gaten en sleuven uitgevlakt, tel die millimeters dan mee, want de droogtijd volgt de dikste plek en niet het gemiddelde.
| Laagdikte | Droog poeder per m² | Water dat moet verdampen per m² | Droogtijd als vuistregel |
|---|---|---|---|
| 8 mm | 6,5 tot 8 kg | 2,5 tot 3,5 liter | Ruim een week |
| 10 mm | 8 tot 10 kg | 3 tot 4,5 liter | Ongeveer tien dagen |
| 12 mm | 10 tot 12 kg | 4 tot 5,5 liter | Ongeveer twaalf dagen |
| 15 mm | 12 tot 15 kg | 4,5 tot 7 liter | Ruim twee weken |
| 20 mm, in twee gangen | 16 tot 20 kg | 6 tot 9 liter | Drie weken of langer |
De droogtijden gelden bij kamertemperatuur en goed ventileren. In een koud huis, in de winter of met ramen die dicht blijven, reken je op het dubbele, en dan is de tabel een ondergrens en geen planning.
Drogen, ventileren en de eerste laag verf
Het vocht uit een gestuukte woning moet via de lucht naar buiten, en lucht neemt maar een beperkte hoeveelheid water op. Blijven de ramen dicht en staat de verwarming hoog, dan stijgt vooral de luchtvochtigheid en slaat het water neer op de koudste plekken: het glas, de hoeken van de buitenmuur en de onderkant van het dak.
Na de eerste dag werkt het omgekeerd: lucht zoveel mogelijk, verwarm matig en zet een paar keer per dag alle ramen tegen elkaar open. Een bouwdroger haalt in een kamer die je niet kunt luchten het water uit de lucht, maar zet hem niet vlak voor een wand, want dan droogt de huid sneller dan de laag eronder.
Of een wand klaar is voor verf, meet je in plaats van te gokken. Hoe groot het stuk plastic is dat je op de wand tapet en hoe lang je per millimeter wacht, staat bij de droogtijden van gipspleister en cementgebonden werk.
Vers gips zuigt de eerste laag verf gretig op, waardoor een onverdunde latex vlekkerig wegtrekt en glansverschillen achterlaat. Begin met een voorstrijk of een verdunde eerste laag en reken die met het rendement van een kale, zuigende ondergrond van rond 7 m² per liter: met de verfcalculator reken je uit hoeveel liter dat voor je eigen kamers wordt.
Kies voor de eerste lagen een dampopen muurverf. Een dichte verf op een wand die nog vocht afgeeft houdt dat vocht onder de film vast, en dan komen er blaasjes of laat de verf in vellen los.
Zo bereid je een huis voor op machinaal stucen
De stukadoor spuit en werkt af; wat hieronder staat bepaalt of hij op de eerste dag kan beginnen en of de laag blijft zitten.
-
Maak de kamers leeg en de wanden kaal
Haal meubels, behang, losse verf, oude pluggen en spijkers weg. Gips hecht op wat er op de muur zit, dus behang of een loszittende verflaag neemt de nieuwe laag later mee naar beneden.
-
Laat vocht en oude afwerking eerst onderzoeken
Een natte plek of zoutuitslag los je op voordat er gespoten wordt, want gips op een natte muur wordt zacht en laat los. Zit er oude spuitpleister of structuurverf van voor 1994 op wand of plafond, laat dan een monster op asbest onderzoeken voordat er iets wordt afgestoken of geschuurd.
-
Zet de elektra klaar voor een dikkere wand
Zet de groep uit, haal afdekramen en schakelaars eraf en spreek af wanneer de verlengringen worden geplaatst. Een laag van 10 tot 12 mm zet elke inbouwdoos zo ver terug dat een schakelaar anders scheef of los in de wand komt.
-
Regel water, stroom en een standplaats
Wijs de kraan, de meterkast en de plek voor machine en zakken aan, en vraag welke aansluiting de machine nodig heeft. Een aggregaat of drukverhoger die op de dag zelf nog gehaald moet worden, schuift het spuiten op en daarmee de hele planning van het afwerken.
-
Spreek af wie afdekt en afplakt
Kozijnen, ramen, vloeren, trap, radiatoren en meterkast moeten volledig dicht, omdat spuitnevel verder komt dan spatten van een spaan. Leg vast of dat bij de prijs hoort, want bij een hele woning is het uren werk.
-
Leg de afwerking en de vlakheid vast
Spreek af of het sausklaar, behangklaar of schuurwerk wordt, en hoeveel afwijking er onder een rei van 2 m mag zitten. Zonder die tweede afspraak is een glad maar golvend vlak gewoon opgeleverd werk.
-
Houd het warm en tochtvrij terwijl het gips afbindt
Zorg dat het in huis minstens 5 °C is, ook in de nacht na het spuiten, en houd de eerste dag tocht, zon en kachels van de wanden weg. Gips dat zijn water verliest voordat het is afgebonden, krijgt een net van haarscheurtjes en een poederige huid.
-
Ventileer het vocht eruit en meet voordat je verft
Lucht vanaf de tweede dag zoveel mogelijk en reken op ongeveer een dag per millimeter laagdikte. Verf pas als het plastic op de wand na een etmaal droog blijft, en begin met een voorstrijk of een verdunde eerste laag.
Verfcalculator
Vul de maten van je kamer in, trek ramen en deuren af en zie hoeveel liter je per laag nodig hebt, per verfsoort en per ondergrond. Open de volledige verfcalculator
Nalopen voordat de spuitploeg komt
Uit de praktijk
De machine slaat af of de specie komt met horten uit de lans
Sputtert de spuitlans, loopt de pompdruk op of slaat de machine af, dan krijgt de menger te weinig water of zit er ergens in de slang een prop. Beide komen neer op hetzelfde: de specie wordt stugger dan de pomp kan duwen.
Te weinig water komt bijna altijd door een kraan die zijn druk niet houdt, bijvoorbeeld omdat elders in huis ook water wordt getapt. Een prop ontstaat als de slang niet is voorgesmeerd met een dunne pap of behanglijm, of als de specie tijdens een pauze in de slang is blijven staan en is gaan opstijven.
Wat helpt is een eigen kraan voor de machine, geen andere tappunten tijdens het spuiten, en bij elke stop die langer duurt dan de open tijd van het gips menger en slang doorspoelen. Een slang waarin het gips hard is geworden, krijg je niet meer schoon.
Een week na het stucen beslaan de ramen en worden de hoeken donker
Beslagen ramen, druppels aan de binnenkant van het glas en donkere randen in de hoeken van de buitenmuur betekenen dat het bouwvocht wel uit de wand komt, maar niet uit het huis. De lucht zit vol en laat het water los op de koudste plek.
Het is een kwestie van liters: bij 250 m² gestuukt vlak komt er 750 tot 1.100 liter water vrij, en warme lucht achter dichte ramen neemt daar maar een klein deel van op. Blijft dat vocht dagen in een koude hoek staan, dan groeit er schimmel op het verse, nog vochtige gips.
De correctie is doorluchten in plaats van stoken: een paar keer per dag alle ramen tegen elkaar open, daartussen de ventilatieroosters open en een matige temperatuur. Een bouwdroger helpt in een ruimte die niet te luchten is, zolang hij de lucht droogt en niet op één wand blaast.
Na het sausen tekenen de profielen zich af als rechte lijnen
Zie je na de eerste verflaag verticale strepen op regelmatige afstand, ongeveer 150 cm uit elkaar, dan zijn dat de pleisterprofielen onder de laag. Over het metaal ligt daar alleen de dunne huid van het glad zetten.
Metaal en gips zuigen verf verschillend op en bewegen anders bij warmte en vocht. Een huid van een millimeter over het profiel droogt daardoor anders op dan het vlak ernaast, en in strijklicht wordt dat een lijn of een haarscheur recht boven de strip.
Sommige stukadoors halen de profielen daarom na het reien weg en vullen de sleuf in dezelfde gang, andere zetten er een afwerklaag van 1 tot 2 mm overheen. Staat de lijn er al, dan helpt nog een laag verf niet, een dunne afwerklaag over de hele wand wel.
Veelgemaakte fouten
Het huis dichthouden en warm stoken om het droog te krijgen
Warmte laat de wand sneller water afgeven, maar met dichte ramen gaat dat water nergens heen. De luchtvochtigheid loopt op, het glas beslaat en het vocht trekt terug in koude hoeken, plinten en houten kozijnen.
Een matige temperatuur met veel verse lucht voert per dag meestal meer water af dan een warm huis achter gesloten ramen.
Te dik in één gang spuiten om uitvlakwerk te sparen
Een laag die dikker is dan het productblad voor één gang toestaat, zakt aan de wand uit of scheurt bij het opstijven, en droogt veel langer dan de rest. Diepe gaten en sleuven vul je daarom een dag eerder met de hand.
Dan is de gespoten laag overal ongeveer even dik, droogt de wand gelijkmatig en trekt de verf er straks overal hetzelfde op.
Gips laten spuiten in een kelder of in de douchezone
Gips neemt water op, zwelt en verliest zijn samenhang als het langdurig nat wordt. In een vochtige kelder of een douchewand laat de laag daardoor na een paar seizoenen los, ook als hij bij oplevering strak was.
Daar hoort kalkcementpleister, en in de douche een waterdichte laag onder de tegels. De machine is dezelfde, alleen de zak die erin gaat niet.
Het spoelwater door de gootsteen of het toilet laten lopen
Gipsresten lossen niet op maar bezinken, en in de bocht van een sifon of een afvoer onder de vloer worden ze hard. Een verstopping van uitgehard gips krijg je er met een ontstopper niet uit.
Laat het spoelwater bezinken in een kuip of container en voer het bezinksel af met het bouwafval.
Alleen sausklaar afspreken en niets over de vlakheid
Sausklaar beschrijft de gladheid van de huid en niet de golving van het vlak. Een wand die glad aanvoelt, kan onder strijklicht van een raam of een rij inbouwspots toch banen en bollingen laten zien.
Leg daarom ook vast hoeveel afwijking er onder een rei van 2 m mag zitten, en welke wanden het licht langs zich krijgen.
Geen verlengringen afspreken voor de inbouwdozen
Na 10 tot 12 mm gips ligt de voorkant van elke inbouwdoos zo ver achter de nieuwe wand dat het binnenwerk van een schakelaar of stopcontact niet meer goed vastzit. Het afdekraam komt scheef te staan of het hele element wiebelt.
Een verlengring brengt de doos terug naar het nieuwe vlak, en die plaats je met de groep uit.
Veelgestelde vragen
Wat is machinaal stucen precies?
Bij machinaal stucen mengt een machine droog gipspleister of kalkcementpleister met water en pompt de specie door een slang naar een spuitlans, waar perslucht hem op de wand zet. De laag is meestal 8 tot 15 mm dik en wordt daarna met rei, schaaf, sponsbord en spaan met de hand vlak en glad gemaakt.
Het resultaat is dezelfde soort laag als bij handmatig stucwerk; alleen het aanmaken en het opzetten gaan door de machine.
Is machinaal stucen goedkoper dan met de hand stucen?
Per vierkante meter meestal wel, maar pas vanaf een zekere oppervlakte. De machine brengt vaste tijd mee voor aanvoeren, aansluiten en schoonspoelen, en die tijd moet over genoeg vierkante meters verdeeld worden.
Bij één wand of een reparatie is de hand goedkoper, bij een hele woning de machine. De prijs hangt verder af van de voorbereiding, de laagdikte, het aantal plafonds en de afwerking die je afspreekt, en die posten wegen vaak zwaarder dan het spuiten zelf.
Wordt machinaal stucwerk net zo mooi als handwerk?
Het afwerken is bij allebei handwerk, dus de kwaliteit van het glad zetten hangt af van de stukadoor en niet van de machine. In vlakheid heeft machinaal werk vaak een voordeel, omdat de hele wand in één keer met een rei van 2 m over profielen wordt afgereid.
De zwakke plek zit eerder in het tempo. Spuit een ploeg meer wanden dan hij op het goede moment kan afwerken, dan zie je dat terug als spaanslagen of glimmende banen.
Kun je een stucmachine huren en zelf machinaal stucen?
Huren kan, maar machinaal stucen is werk voor minstens twee mensen die weten wat ze doen. Eén persoon spuit, de ander reit en werkt af, en het gips wacht niet tot de eerste wand klaar is.
Wil je zelf leren stucen, dan is een kleine wand met de hand de betere oefening, zeker in schuurwerk. Met een machine zet je als beginner sneller specie op de muur dan je binnen het afwerkvenster glad krijgt.
Hoe dik wordt een machinaal gestuukte laag?
Een eenlaags machinegips komt meestal op 8 tot 15 mm, met 10 mm als gangbare maat op nieuwe kalkzandsteen of gasbeton. Op oud metselwerk kan het plaatselijk dikker worden, maar wat er in één gang op mag staat op het productblad, en diepere plekken worden vooraf uitgevlakt.
Over vier wanden kost 10 mm ongeveer 2 cm van de breedte en de diepte van een kamer, en de inbouwdozen komen 10 mm dieper te liggen.
Kan machinaal stucen op gipsplaat?
Een laag machinegips van 10 mm hoort niet op gipsplaat. De plaat is al vlak, dus die laag voegt niets toe behalve ongeveer 9 kilo per vierkante meter die aan het karton van de plaat hangt.
Op gipsplaat worden de naden gewapend en afgewerkt, en daarna komt er, als het strak moet, een dunne pleisterlaag of een gespoten spacklaag van 1 tot 3 mm overheen. Dat is ook machinaal werk, maar met een airless spuit in plaats van een mengpomp.
Kan machinaal stucen in een badkamer, kelder of bijkeuken?
In een droge bijkeuken en in een badkamer buiten de douchezone kan machinegips, afgewerkt met een vochtbestendige muurverf. In de douchezone en in een vochtige kelder houdt gips het niet: het neemt water op, wordt zacht en laat los.
Daar spuit de stukadoor kalkcementpleister, en achter tegels in de douche komt een waterdichte laag. Wil je een naadloze wand zonder tegels, dan kom je uit bij een cementgebonden afwerking, en hoe beton ciré zich tot gewoon stucwerk verhoudt lees je in het overzicht van deze afwerkingen.
Wat is het verschil tussen machinaal stucen en spack spuiten?
Bij machinaal stucen spuit een mengpomp gipspleister van 8 tot 15 mm dik, en die laag maakt een ongelijke wand vlak. Bij spack spuiten zet een airless spuit een pasteuze vuller van 1 tot 3 mm op een wand die al vlak is, en die laag maakt hem alleen glad.
Spack is dus een afwerking voor gipsplaat, beton of goed stucwerk, en geen vervanging van een stuclaag op oude of scheve muren. Onder strijklicht zie je op een gespackte wand elke golving van de ondergrond terug.
Hoe lang moet machinaal stucwerk drogen voordat je kunt schilderen?
Reken als vuistregel op een dag per millimeter bij kamertemperatuur en goed ventileren, dus ongeveer tien dagen bij 10 mm. In een koud of slecht geventileerd huis, of waar vooraf dikke plekken zijn uitgevlakt, kan dat het dubbele worden.
Controleer het met een stuk plastic dat je aan vier zijden op de wand tapet: blijft het na een etmaal droog, dan kan de eerste, verdunde laag erop. Hoeveel liter die zuigende eerste laag vraagt, reken je na met de rekenhulp voor liters verf per vierkante meter.
Kan er machinaal gestuukt worden in een huis waar je blijft wonen?
Dat kan, maar niet in kamers waar de meubels blijven staan. Spuitnevel en spatten komen verder dan bij handwerk, dus een kamer die gespoten wordt moet leeg zijn of volledig ingepakt, met vloer, kozijnen en radiatoren erbij.
Reken ook op de weken erna: het huis geeft honderden liters bouwvocht af, en slapen in een net gestuukte kamer betekent slapen in vochtige lucht. Plan het werk daarom kamer voor kamer of verdieping voor verdieping.
Heeft een stucmachine krachtstroom en een speciale wateraansluiting nodig?
De meeste mengpompen voor gips werken op krachtstroom van 400 volt en een vaste kraan die tijdens het draaien ongeveer 2,5 bar houdt, plus perslucht uit een compressor. Heeft je huis één fase, dan komt er een aggregaat of een lichtere machine op 230 volt.
Een gewone buitenkraan of de kraan in de meterkast is meestal genoeg, zolang er tijdens het spuiten nergens anders water wordt getapt. Vraag vooraf welke machine er komt, dan weet je wat er klaar moet staan.
Wat kies je als een wand niet nat gestuukt kan worden?
Moet een kamer snel weer bruikbaar zijn, of is de muur te nat of te scheef voor een laag van een centimeter, dan is een droge afwerking het alternatief. Een voorzetwand met gipsplaat maakt een scheve muur recht zonder bouwvocht, maar kost met regels en plaat 5 cm of meer van de kamer.
Wandpanelen, glasweefselbehang en tegels stellen elk hun eigen eisen aan de ondergrond, en die staan naast elkaar bij de afwerkingen voor wand, plafond en raam.
Wanneer je beter een vakman belt
Machinaal stucen is werk voor een stukadoorsploeg met een eigen machine, omdat spuiten, reien en glad zetten kort na elkaar moeten gebeuren en elke fase aan de klok van het gips vastzit. Wat je zelf doet is de voorbereiding: leegruimen, behang eraf, aansluitingen regelen en na afloop ventileren.
Drie dingen horen bij een ander vak. Oude spuitpleister of structuurverf op wanden en plafonds in woningen van voor 1994 kan asbest bevatten, dus laat een monster onderzoeken voordat er iets wordt afgestoken of geschuurd. Werk in de groepenkast is voor een elektricien, en natte plekken of zoutuitslag laat je eerst op hun oorzaak onderzoeken voordat er een laag overheen gaat.
Verder lezen over dit onderwerp
