Dimmer voor een vloerlamp: welk type, welke lamp en waar hij ligt
Een vloerlamp wordt dimbaar met een dimmer in het snoer, meestal een voetdimmer, zodra de lichtbron als dimbaar verkocht is en de dimmer een led-bereik heeft dat onder het totale vermogen van de lamp begint. Een staande lamp met ingebouwde led krijgt geen externe dimmer tenzij de handleiding dat toestaat, en een oude uplighter met een halogeendimmer werkt niet goed met een led-staaflamp. Leg de voetdimmer voor de armleuning of naast de voet van de lamp, buiten de beenruimte van 30 tot 45 cm en buiten de looproute van 90 cm, en nooit onder een kleed. Kies 2700 K of dim-to-warm en houd de onderrand van de kap naast de bank op 130 tot 150 cm.
Dit heb je nodig
- Tijd
- drie kwartier
- Moeilijkheid
- Goed zelf te doen
- Kosten
- 15 tot 40 euro voor een voetdimmer en een dimbare led-lamp
Gereedschap
- Kleine platte schroevendraaier van 2,5 tot 3 mm
- Striptang of een scherp mesje om de mantel van het snoer te openen
- Kniptang
- Rolmaat om het snoertraject langs de plint te meten
- Telefoon met camera om flikkering te zien
Materiaal
- Voetdimmer met een led-bereik op de verpakking, met een doorvoer of klem voor de aarde bij een snoer met drie aders
- Dimbare led-lamp in de fitting van je vloerlamp: E27, E14, GU10 of R7s
- Adereindhulzen van 0,75 mm2 als de dimmer schroefklemmen heeft
- Kabelclips voor langs de plint, of een kabelbrug als het snoer toch een doorgang kruist
Wat er bij een vloerlamp anders is dan bij een tafellamp
Een vloerlamp dimt volgens dezelfde drie regels als elke andere lamp: de lichtbron is als dimbaar verkocht, de dimmer is gebouwd voor dat type lichtbron, en het vermogen valt binnen het bereik dat op de dimmer staat. Hoe ver je hem wilt terugdraaien, hangt af van de rol die de lamp speelt in de drie lagen waarin licht in een kamer is opgebouwd.
Wat een staande lamp lastiger maakt, zit in vier dingen die een tafellamp zelden heeft. De bediening ligt op de vloer of halverwege de stang, er zitten vaak twee of drie lichtbronnen in één armatuur, een uplighter draait op een staaflamp met een eigen fitting, en steeds meer vloerlampen hebben een ingebouwde led zonder fitting.
Die laatste groep valt voor een externe dimmer meestal af. De led-module hangt aan een driver in de voet of de stang, en of die driver een aangeknipte netspanning verdraagt, staat alleen in de handleiding. Staat er niets, reken dan op nee en gebruik de bediening die in de lamp zit.
Een booglamp of een lamp met een metalen stang heeft verder bijna altijd een snoer met drie aders. De geel-groene aardedraad moet door de dimmer heen blijven lopen, dus valt elke dimmer zonder klem of doorvoer voor de aarde af. Bij een staande lamp die je zelf van hout maakt zonder aanraakbaar metaal volstaat een snoer met twee aders.
Waarom een led op de verkeerde dimmer zoemt en flikkert, staat uitgewerkt bij het dimbaar maken van een tafellamp met een snoerdimmer. De tabel zet per soort vloerlamp naast elkaar wat er in de fitting zit en welke dimmer daarbij hoort.

| Soort vloerlamp | Lichtbron die erin zit | Welke dimmer past | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Staande lamp met stoffen kap | Eén E27-lamp, soms twee | Voetdimmer of snoerdimmer met led-bereik, of een slimme lamp zonder dimmer | Eén led van 8 tot 10 watt zit onder de ondergrens van een oude dimmer voor gloeilampen |
| Booglamp met metalen kap | Eén E27-lamp, vaak in een kap met een klem of reflector | Voetdimmer of snoerdimmer met een doorvoer voor de aarde | Het snoer heeft drie aders, en de zware voet maakt verplaatsen naar een ander stopcontact lastig |
| Uplighter met halogeen staaflamp | R7s-staaflamp van 78 of 118 mm, bij oudere modellen tot 300 watt | De ingebouwde draaidimmer met fase-aansnijding, zolang er halogeen in zit | Op die dimmer werkt een led-staaflamp niet goed, ook als er dimbaar op de doos staat |
| Uplighter met leesarm, de moeder-dochterlamp | Een staaflamp of E27-lamp boven en een kleinere lamp in de arm, elk met een eigen schakelaar of dimmer | De ingebouwde bediening per lamp; een externe dimmer in het hoofdsnoer dimt beide tegelijk | Twee verschillende lichtbronnen reageren elk op hun eigen manier op dezelfde dimmer |
| Vloerlamp met drie tot vijf kleine kapjes | Meerdere lampjes in E14 of G9 | Een led-dimmer waarvan de ondergrens onder het opgetelde vermogen ligt | Lampjes van verschillende typen dimmen ongelijk, en maar een deel van de led-lampjes in G9 is dimbaar |
| Staande lamp met ingebouwde led | Een vaste led-module met een driver in de voet of de stang | Alleen de dimmer die in de lamp zit, tenzij de handleiding een externe dimmer noemt | Een externe dimmer voor de driver laat de lamp flikkeren of zoemen en kan de driver slopen |
| Leeslamp met flexibele arm | Een GU10-spot op 230 volt, een GU5.3-spot op 12 volt met trafo, of een ingebouwde led | Bij GU10 een led-dimmer en een dimbare spot; bij 12 volt moet de trafo zelf dimbaar zijn | Een elektronische trafo wil fase-afsnijding, een oude wikkeltrafo fase-aansnijding |
Een uplighter met een halogeen staaflamp van 150 tot 300 watt wordt aan de schaal heet. Houd de afstand tot plafond, gordijn en planten aan die in de handleiding staat, en zet hem niet onder een schuin dak waar de schaal dichter bij het plafond komt dan bedoeld.
Welke externe dimmer je bij een staande lamp kiest
Een externe dimmer is elke dimmer die niet in de lamp zelf zit: in het snoer, in het stopcontact of in de wand. Bij een vloerlamp beslist vooral de plek van de bediening, want de lamp staat meestal naast de bank of in een hoek, en het stopcontact zit op 30 cm hoogte achter een meubel.
De voetdimmer is de gewone keuze. Hij zit in het snoer en ligt op de vloer, en hij bestaat in twee uitvoeringen: een tipdimmer waarop je kort tikt voor aan of uit en die je ingedrukt houdt om het licht te laten op- of aflopen, en een model met een draaiwiel dat je met je voet rolt. Een deel van de tipdimmers onthoudt de laatst gekozen stand.
Een snoerdimmer met draaiwiel werkt elektrisch hetzelfde, maar is gemaakt om in de hand te nemen. Bij een vloerlamp ligt die pas goed als je het snoer naar het blad van een bijzettafel kunt leiden; op de vloer raap je hem elke avond op.
Een stekkerdimmer vraagt geen gereedschap, maar zit waar het stopcontact zit. Dat werkt voor een uplighter die je eenmaal op een stand zet, en niet voor een leeslamp die je elke avond bijstelt.
De draadloze weg loopt via een slimme lamp in de fitting met een losse knop op de bijzettafel. Die lamp heeft volle spanning nodig, dus er zit dan geen enkele dimmer meer in het snoer en de schakelaar van de lamp blijft aan.
Voor led moet op elke externe dimmer een apart led-bereik staan, of de aanduiding R,C of universeel. Een voetdimmer die alleen een bereik voor gloeilampen en halogeen noemt, is voor een ander soort lamp gebouwd.
| Externe dimmer | Waar je hem bedient | Past bij | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Voetdimmer met tipknop | Op de vloer, naast de voet van de lamp of voor de armleuning van de bank | Een staande lamp met kap of een uplighter met een dimbare led | Hij ligt in het pad van de stofzuiger, en een tik bij het schoonmaken zet de lamp aan |
| Voetdimmer met draaiwiel | Op de vloer, met de zijkant van je voet | Wie meteen een vaste stand wil, zonder te wachten tot het licht is opgelopen | Het wiel verdraait als er een kleedrand of een tas tegenaan schuift |
| Snoerdimmer met draaiwiel of schuif | Op het blad van een bijzettafel, als het snoer daarlangs kan | Een leeslamp naast een fauteuil die je elke avond bijstelt | Het stuk snoer tussen tafelblad en vloer hangt in beeld |
| Stekkerdimmer | Bij het stopcontact, meestal op 30 cm hoogte | Een uplighter of lichtzuil die op één stand blijft | Hij bouwt enkele centimeters op uit de wand en past zelden achter een bank die ertegenaan staat |
| Slimme lamp met draadloze knop | Waar je de knop neerlegt of op de wand plakt | Een lamp met E27- of E14-fitting die je vanaf de bank of met een tijdschema wilt regelen | De voetschakelaar moet aan blijven; wie hem uittikt, maakt de lamp onbereikbaar |
| Wanddimmer op een geschakeld stopcontact | Bij de deur, naast de lichtschakelaar | Een kamer waar de staande lampen al op een wandschakelaar staan | Dit is werk aan de vaste installatie, en die wandcontactdoos voedt straks ook de stofzuiger |
Waar de voetdimmer en het snoer komen te liggen
Een voetdimmer werkt alleen als hij ligt waar je voet hem vindt en waar niemand anders erover struikelt. Die twee eisen trekken aan elkaar, en de plek die aan beide voldoet is bijna altijd dezelfde: vlak voor de armleuning of tegen de zijkant van de bank, buiten de beenruimte en buiten de looproute.
Begin bij de maten die er al liggen. Tussen bank en salontafel houd je 30 tot 45 cm beenruimte, en daar horen voeten en geen dimmer. De hoofdroute door de kamer is minstens 90 cm breed, en daar hoort geen snoer.
Leg het snoer van het stopcontact langs de plint naar de voet van de lamp, en van daar zo kort mogelijk naar de dimmer. Een snoer dat dwars over een looproute ligt, gaat bij het stofzuigen mee, trekt aan de trekontlasting van de lamp en is in het donker een struikelrand. Moet je toch oversteken, gebruik dan een kabelbrug en geen tape.
Leg de dimmer en het snoer nooit onder een vloerkleed. Onder het kleed kan de warmte van de elektronica niet weg, en elke stap drukt het snoer tegen de harde vloer tot de isolatie op de knik bij de rand van het kleed doorslijt.
Meet de snoerlengte voordat je de plek kiest. Tussen stekker en voet heb je het hele traject langs de plint nodig, plus de omweg van de voet naar de dimmer, en een snoer dat net te kort is, trekt de lamp scheef of de stekker half uit het stopcontact.
Leg de dimmer met de stekker in het stopcontact een avond los op de gekozen plek voordat je het snoer doorknipt. Tik je hem vanaf de bank zonder te zoeken aan, en schuift de stofzuiger er de volgende ochtend langs zonder hem te raken, dan is dat de plek.
Welke led je in de fitting draait
Kies het licht op lumen en niet op watt, en neem bij een dimbare lamp de bovenkant van het bereik. Terugdraaien kan altijd, en een lamp met meer vermogen blijft verder boven de ondergrens van de dimmer, waardoor hij in de lage standen eerder rustig brandt.
Hoeveel licht er nodig is, hangt af van wat de vloerlamp doet. Een staande lamp met stoffen kap naast de bank vult een hoek en een stuk plafond, een uplighter moet via het plafond de kamer bijlichten, en een leeslamp heeft alleen een pagina te verlichten. De getallen in de tabel zijn vuistregels voor een woonkamer met lichte wanden en een wit plafond.
Een uplighter heeft het meeste nodig omdat het licht eerst tegen het plafond moet. Een wit plafond kaatst ongeveer 70 tot 85 procent terug, maar verdeelt dat over een groot vlak, dus op ooghoogte en op tafelhoogte komt er per lumen veel minder aan dan onder een kap.
Houd de kleurtemperatuur in de zithoek op 2700 K, en neem dim-to-warm als de lamp 's avonds vaak laag staat: die zakt bij het dimmen naar ongeveer 1800 tot 2200 K. Of de ligging van je kamer om 2700 of 3000 K vraagt, zoek je op in de lichtwijzer per windrichting en tijdstip van gebruik.
Zitten er meerdere lampjes in één armatuur, draai er dan exemplaren van hetzelfde type en uit dezelfde verpakking in. Elke driver leest de aangeknipte spanning op zijn eigen manier, dus twee verschillende led-lampjes op één dimmer lopen in de lage standen uit elkaar in helderheid.
Een led-lamp gaat 15.000 tot 50.000 branduren mee, en wat hem voortijdig sloopt is warmte in de driver en een dimmer die niet voor led gebouwd is. Een stoffen kap met een open bovenkant laat die warmte weg, een dichte metalen kap veel minder.
| Soort vloerlamp | Lichtstroom als vuistregel | Kleurtemperatuur en kleurweergave | Fitting en wat je controleert |
|---|---|---|---|
| Staande lamp met stoffen kap naast de bank | 806 tot 1055 lumen | 2700 K, dim-to-warm als hij vaak laag staat, Ra 80 | E27; dimbaar op de doos en een kap die boven de lamp open is |
| Booglamp boven de salontafel | 806 tot 1521 lumen | 2700 K, Ra 90 als hij op hout of textiel schijnt | E27; een lamp die in de klem of reflector van de kap past |
| Uplighter als algemeen licht | 2000 tot 3000 lumen | 2700 tot 3000 K, Ra 80 | R7s of E27; bij een staaflamp de lengte en de dikte van het koellichaam |
| Leeslamp of leesarm naast een fauteuil | 470 tot 806 lumen | 2700 K, Ra 90 | E14, GU10 of ingebouwde led; bij GU10 een dimbare spot op 230 volt |
| Vloerlamp met drie tot vijf kapjes | 250 tot 470 lumen per lampje | 2700 K, alle lampjes van hetzelfde type | E14 of G9; controleer per lampje of dimbaar op de doos staat |
| Lichtzuil of staande lamp met ingebouwde led | Wat de fabrikant opgeeft, niet aan te passen | Vast, of instelbaar via de eigen bediening | Geen fitting; de handleiding zegt of een externe dimmer mag |
Een uplighter met staaflamp dimbaar maken
Een uplighter uit de tijd van halogeen heeft bijna altijd een draaidimmer in de stang of het snoer, gebouwd voor een staaflamp van 150 tot 300 watt. Die dimmer werkt met fase-aansnijding en heeft een ondergrens van enkele tientallen watts, die bij halogeen nooit in de weg zat.
Draai je daar een led-staaflamp van 10 tot 20 watt in, dan gaan twee dingen tegelijk mis. Het vermogen zit onder de ondergrens, en de steile spanningssprong aan het begin van elke halve golf is precies wat een led-driver slecht verdraagt. Het resultaat is een lamp die knippert, zoemt of alleen op de hoogste stand rustig brandt, ook als er dimbaar op de doos staat.
Er blijven twee werkbare wegen over. Je laat halogeen zitten, of je vervangt de ingebouwde dimmer door een led-dimmer of een gewone schakelaar en draait er een led-staaflamp in die daarbij past. Dat laatste is werk aan een toestel met een stekker en mag je zelf doen, zolang de aarde van de metalen stang ononderbroken blijft.
Let bij een led-staaflamp op de maat. De lengte van 78 of 118 mm ligt vast omdat de contacten op die afstand zitten, maar het koellichaam is veel dikker dan het halogeenstaafje van ongeveer 10 mm en past niet in elke reflector of achter elk beschermglas.
Een deel van de led-staaflampen straalt naar één kant. Die draai je met de leds naar het plafond, anders verlicht de uplighter vooral de binnenkant van zijn eigen schaal. Reken ook op minder licht: een halogeenstaaflamp van 300 watt gaf rond de 5000 lumen, en een gangbare led-staaflamp van 118 mm haalt vaak minder dan de helft daarvan.
Blijf je bij halogeen, weet dan wat dimmen daar doet. Een gloeidraad geeft bij minder vermogen onevenredig minder licht: op de helft van het vermogen komt er ongeveer een kwart van het licht uit, dus een lage stand kost nog altijd tientallen watts. Wie hem altijd laag laat branden, ziet het glas langzaam grauw worden, want de halogeencyclus die de gloeidraad schoonhoudt, heeft een hete lampwand nodig.
Op welke hoogte de lichtbron uit beeld blijft
Een gedimde lamp mag je zien, de lichtbron liever niet. Een led op vol vermogen is in je zichtveld hard, en of hij daar komt, hangt bij een vloerlamp af van één maat: de hoogte van de kap ten opzichte van je ogen.
Naast de bank hoort de onderrand van de kap van een staande lamp op ongeveer 140 cm, met 130 tot 150 cm als marge. Wie zit, heeft zijn ogen op ongeveer 115 cm en zijn kruin rond 130 cm, dus de kap blijft boven je hoofd en de lamp buiten je blikveld.
Een leeslamp naast een fauteuil werkt omgekeerd. Daar zit de onderrand op 100 tot 125 cm, net boven je schouder, zodat het licht op de pagina valt en de kap tussen je ogen en de lamp staat. Beide hoogtes staan met hun marge in de maatwijzer, onder licht, naast die van wand- en bedlampen.
Een uplighter heeft een derde maat. De bovenrand van de schaal hoort boven de ooghoogte van wie staat, rond 160 cm, zodat je ook staand tegen de onderkant van de schaal kijkt, en daarom zijn uplighters doorgaans 175 tot 190 cm hoog.
Bij een plafond van 260 cm blijft er dan 70 tot 85 cm tussen schaal en plafond. Hoe kleiner die afstand, hoe kleiner en feller de lichtvlek boven de lamp, en onder een plafond lager dan 240 cm is dimmen het verschil tussen een verlicht plafond en een felle cirkel.
De voetdimmer zelf staat los van al die hoogtes, maar het snoer niet. Een lamp met een stang van 180 cm die op een snoer van net te kort staat, komt met een tik tegen de kap eerder om dan een lamp waarvan het snoer ontspannen langs de plint ligt.
Waarom een gedimde vloerlamp anders oogt dan je verwacht
Het oog ervaart licht niet lineair. Als vuistregel zie je ongeveer de wortel van de lichtstroom als helderheid, dus een lamp op een kwart van zijn lumen oogt nog als de helft. Bij een tipdimmer die het licht laat oplopen, lijkt er daardoor bovenin weinig te gebeuren en valt het licht in het laatste stuk ineens weg.
Bij een uplighter speelt een tweede effect. Het plafond blijft ook gedimd het lichtste vlak in de kamer, en omdat het oog zich op het lichtste vlak instelt, lijkt de zithoek bij een lage stand donkerder dan onder een staande lamp met kap die evenveel lumen geeft. Een uplighter laag en een lamp met kap halfhoog geven samen een kleiner verschil tussen plafond en zithoek dan elk van de twee alleen.
Kleur is het derde verschil. Een gloeilamp werd bij het dimmen oranjer, een gewone led houdt zijn kelvinwaarde vast, en dim-to-warm bootst het oude gedrag na. Staan er in één zichtveld een dim-to-warm vloerlamp op 2000 K en een plafondlamp van 2700 K, dan lijkt de eerste oranje en de tweede koel.

Bij een moeder-dochterlamp komt daar het verschil tussen twee lichtbronnen bij. Een externe dimmer in het hoofdsnoer dimt de uplighter en het leeslampje tegelijk, terwijl je bij het lezen de arm juist vol wilt en de uplighter laag. Laat dan de ingebouwde bediening per lamp het werk doen, en gebruik een voetschakelaar alleen voor aan en uit.
Op de meter levert dimmen bij led weinig op: een lamp van 10 watt op de helft scheelt bij vier branduren per dag ruim 7 kilowattuur per jaar. Hoe gedimd licht, textiel en de rest van de zithoek samen vallen, lees je bij decoratie en licht in huis op elkaar afstemmen, en waarom hout en rood textiel onder Ra 90 anders ogen dan onder Ra 80 staat bij de keuze van de lichtbron in een houten lamp.
Wat je doet als de lamp flikkert, zoemt of vanzelf aangaat
Een probleem met een gedimde vloerlamp komt bijna altijd uit de lichtbron, het type dimmer of het vermogen. Bij een staande lamp komen daar twee oorzaken bij die een tafellamp niet kent: meerdere lampen op één dimmer, en een bediening die op de vloer ligt.
Werk in een vaste volgorde. Vervang eerst de lamp door een exemplaar waar dimbaar op staat; verandert er niets, kijk dan naar de dimmer, en pas daarna naar het snoer en de plek op de vloer. Een lamp is goedkoper dan een dimmer en vaker de oorzaak.
Een voetdimmer die handwarm wordt, doet wat hij moet doen, want er gaat een klein deel van het vermogen in zijn elektronica verloren. Wordt hij heet, ruik je iets of zit er een scheur in de behuizing, trek dan de stekker eruit en vervang hem, want een gebroken behuizing op de vloer laat delen onder spanning bloot.
Doet de lamp na het wisselen van de lichtbron helemaal niets meer, kijk dan of de tipdimmer in de uitstand staat of zijn laatste stand op het minimum heeft onthouden. Het mechanisme achter flikkeren en zoemen staat bij waarom een led op een dimmer voor gloeilampen flikkert en zoemt, en dat werkt bij een staande lamp precies zo.
De tabel zet de symptomen naast de oorzaak. Vervang pas iets als het symptoom en de oorzaak bij elkaar passen.
| Wat je ziet of hoort | Waar het aan ligt | Wat je doet |
|---|---|---|
| Eén van de lampjes flikkert, de andere niet | Lampjes van verschillende typen, of één lampje zonder dimbaar op de doos | Alle lampjes van hetzelfde type en uit dezelfde verpakking |
| De uplighter knippert of brandt alleen op vol sinds de led-staaflamp | De ingebouwde halogeendimmer met fase-aansnijding en een te hoge ondergrens | Terug naar halogeen, of de ingebouwde dimmer vervangen door een led-dimmer of schakelaar |
| Een lamp met ingebouwde led zoemt of pulseert op de voetdimmer | De driver is niet gemaakt voor een aangeknipte spanning | Voetdimmer eruit, en dimmen met de bediening van de lamp zelf |
| Pulseert alleen in de laagste stand | Het vermogen zit onder de ondergrens van de dimmer | De laagste stand hoger instellen, meer vermogen, of een dimmer met een lager led-bereik |
| Gaat vanzelf aan of een stand hoger | Een tik tegen de tipknop, door de stofzuiger, een kleedrand of een voet onder de bank | De dimmer tegen de zijkant van de bank of naast de voet van de lamp leggen |
| Gloeit zwak na in de uitstand | Een klein stroompje door de elektronica van de dimmer | Een dimmer die het contact echt verbreekt, of lampen met meer vermogen |
| Een slimme lamp reageert niet meer op de app | De voetdimmer of voetschakelaar staat uit of laag | De dimmer uit het snoer halen en alleen een schakelaar laten zitten die aan blijft |
| Leeslampje en uplighter dimmen samen terwijl je er één wilt | Eén externe dimmer in het hoofdsnoer van een moeder-dochterlamp | De externe dimmer weghalen en de bediening per lamp gebruiken |
Film elke stand met de camera van je telefoon, en zet bij een lamp met meerdere kapjes elk lampje apart in beeld. Donkere strepen die bij vol licht verdwijnen, laten zien welk lampje flikkert voordat je oog het ziet.
Zo zet je een voetdimmer in het snoer van een vloerlamp
De plek op de vloer bepaal je voordat je knipt, want daarmee ligt vast waar het snoer wordt doorgesneden.
-
Controleer elke lichtbron, het vermogen en het snoer
Kijk of dimbaar op de verpakking van elke lamp in de armatuur staat, tel het vermogen op en tel de aders in het snoer. Heeft de lamp een ingebouwde led zonder fitting, of een eigen dimmer in de stang, stop dan hier: die krijgt geen voetdimmer tenzij de handleiding dat noemt.
-
Kies een voetdimmer die bij vermogen en aders past
Neem een voetdimmer met een led-bereik dat onder het opgetelde vermogen begint. Heeft het snoer drie aders, dan hoort de dimmer een klem of doorvoer voor de aarde te hebben; zit die er niet, kies dan een ander model in plaats van de aarde door te knippen.
-
Leg het snoer uit en bepaal de plek van de dimmer
Zet de lamp op zijn plek, leg het snoer langs de plint en kies het punt voor de armleuning of naast de voet, buiten de beenruimte en de looproute. Markeer dat punt met een strookje tape op het snoer en trek daarna de stekker uit het stopcontact, want pas dan is het snoer spanningsloos.
-
Knip het snoer en strip de aders volgens het schema
Open de dimmer en volg het schema in het deksel: bij de meeste modellen knip je het snoer helemaal door, bij sommige loopt één ader of de aarde ongeknipt door. Verwijder de mantel tot net binnen de trekontlasting en strip per ader zoveel koper als bij de klem staat, meestal 6 tot 8 mm.
-
Zet de aders vast en doe de trekproef
Knijp een adereindhuls om elke soepele ader die in een schroefklem gaat, anders spreiden de koperdraadjes en zit er na een paar keer schuiven over de vloer één los. Draai de trekontlasting aan op de mantel, trek aan beide kanten stevig aan het snoer en sluit het huis pas als er bij de klemmen niets beweegt.
-
Test alle standen op de plek waar de lamp blijft
Tik de lamp aan, laat het licht helemaal op- en aflopen en film de laagste stand met je telefoon. Leg de dimmer daarna op de gemarkeerde plek en stofzuig er een keer langs: blijft de lamp uit en schuift het snoer niet mee, dan ligt alles goed.
Maatwijzer
De hoogtes en maten die in een huis kloppen: bar, eettafel, tv, schilderij, wandlamp, kapstok en gordijnrails, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Onderdeel | Wat | Maat | Marge die werkt | Waar het van afhangt |
|---|---|---|---|---|
| Zitten | Bank, zithoogte | 44 cm | 40 tot 48 cm | Meet tot de ingezakte zitting, niet tot het bolle kussen. Hoger kom je makkelijker op en af, lager zit je meer achterover. |
| Zitten | Bank, zitdiepte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Boven 70 cm hangen je voeten vrij en zit je gedwongen onderuit. Loungebanken gaan tot 100 cm en zijn bedoeld om op te liggen. |
| Zitten | Bank, totale hoogte met rugleuning | 80 cm | 75 tot 90 cm | Staat de bank voor een raam, dan blijft hij onder de vensterbank als hij niet hoger is dan 80 cm. |
| Zitten | Fauteuil, zithoogte | 45 cm | 42 tot 48 cm | Een paar centimeter hoger dan de bank scheelt bij het opstaan. Een lage lounge-fauteuil zakt naar 38 cm. |
| Zitten | Salontafel, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Vuistregel: gelijk aan of net onder de zithoogte van de bank. Dan zet je je kopje neer zonder voorover te buigen. |
| Zitten | Salontafel, afstand tot de bank | 40 cm | 35 tot 45 cm | Minder en je knieën stoten tegen de rand, meer en je moet opstaan om je glas te pakken. |
| Zitten | Bijzettafel naast de bank, hoogte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Gelijk met de armleuning, dan pak je je glas zonder te kijken. |
| Zitten | Poef of voetenbank, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Iets lager dan de zitting waar je op zit, anders drukt de rand in je kuiten. |
| Zitten | Doorloop tussen bank en meubel | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm loop je er met een volle wasmand langs. 60 cm is te krap om elkaar te passeren. |
| Zitten | Tv-meubel, hoogte | 45 cm | 40 tot 55 cm | Hierop komt het midden van een 55 inch scherm op ongeveer 80 cm. Wil je het midden op ooghoogte, dan hang je de tv aan de wand. |
| Eten en bar | Barblad, hoogte | 105 cm | 100 tot 110 cm | De barkruk moet 25 tot 30 cm lager zijn dan het blad. |
| Eten en bar | Barblad, diepte | 40 cm | 30 tot 60 cm | 40 cm is een bord plus een glas. Wil je er ook snijden of een laptop neerzetten, dan 60 cm. |
| Eten en bar | Barblad, overstek voor je knieën | 25 cm | 20 tot 30 cm | Zonder overstek zitten je knieën tegen het kastje. Boven 30 cm moet het blad onderstut worden, anders kantelt het als iemand erop leunt. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij een blad van 105 cm | 78 cm | 75 tot 82 cm | Het verschil tussen zitting en blad blijft 25 tot 30 cm, want daar passen je bovenbenen. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij aanrechthoogte (90 cm) | 63 cm | 60 tot 67 cm | Hetzelfde verschil van 25 tot 30 cm. Een gewone barkruk van 78 cm is hier te hoog en je zit met je knieën omhoog. |
| Eten en bar | Bar, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Met 60 cm stoot je je elleboog niet tegen je buurman. Onder 55 cm zit je schouder aan schouder. |
| Eten en bar | Eettafel, hoogte blad | 75 cm | 72 tot 78 cm | Vaste maat in de meubelbranche, geen norm. Een dik hardstenen of houten blad telt mee, dus meet de bovenkant. |
| Eten en bar | Eettafel, vrije hoogte onder het blad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Hier zitten je bovenbenen. Een dikke tafelrand, een schuiflade of een dwarsbalk eet die ruimte op. |
| Eten en bar | Eetstoel, zithoogte | 45 cm | 44 tot 47 cm | Het verschil met het tafelblad moet 28 tot 32 cm zijn. Bij een tafel van 78 cm hoort dus een stoel van 46 tot 48 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Een placemat is 45 cm breed, de rest is ruimte voor je ellebogen en je glas. Aan de kopse kant reken je een extra plek van 60 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, diepte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Bij 80 cm raken de borden tegenover elkaar bijna. Bij 90 cm past er een schaal of een kaars in het midden. |
| Eten en bar | Ronde eettafel, diameter | 120 cm voor 4 personen | 110 tot 150 cm | Reken 60 cm omtrek per persoon en houd het midden vrij voor de schalen. Vanaf 140 cm zitten er zes mensen omheen. |
| Eten en bar | Ruimte achter een eetstoel | 100 cm | 75 tot 110 cm | 75 cm om de stoel achteruit te schuiven en op te staan, 100 cm om er ook achterlangs te lopen met een schaal. |
| Aan de muur | Schilderij, hartlijn boven de vloer | 145 cm | 140 tot 155 cm | Vuistregel, geen norm: het midden van het werk op ooghoogte van iemand die staat. Hang alles in de kamer op dezelfde hartlijn, dan loopt de wand rustig. |
| Aan de muur | Schilderij boven een bank, onderrand | 25 cm boven de rugleuning | 20 tot 30 cm | Lager en het lijkt of het werk op de bank leunt. Door de bank schuift de hartlijn omhoog naar 150 tot 165 cm, en dat mag hier. |
| Aan de muur | Schilderij boven een dressoir, onderrand | 25 cm boven het blad | 20 tot 30 cm | Genoeg om er een lamp of een vaas voor te zetten zonder dat die de lijst raakt. |
| Aan de muur | Wandcollage, ruimte tussen de lijsten | 6 cm | 5 tot 8 cm | Gelijke tussenruimte laat de groep als een vlak lezen. Boven 10 cm valt de groep uiteen in losse lijstjes. |
| Aan de muur | Schilderij in een trapgat, hartlijn | 145 cm boven de neus van de trede | 140 tot 150 cm | Meet loodrecht boven de voorkant van de trede waar je staat. Dan loopt de rij lijsten mee met de trap in plaats van scheef te lijken. |
| Aan de muur | Spiegel in de hal, hartlijn | 155 cm | 150 tot 165 cm | De bovenkant moet boven het hoofd van de langste huisgenoot uitkomen, anders ziet die zijn kruin niet. |
| Aan de muur | Spiegel boven de wastafel, onderkant | 20 cm boven het blad | 15 tot 25 cm | Ruimte voor de kraan en een zeeppompje. Bij 20 cm kijk je nog recht in je gezicht in plaats van tegen je hals. |
| Aan de muur | Wandklok, hartlijn | 180 cm | 170 tot 200 cm | Boven ooghoogte en boven de meubels, zodat je hem van de andere kant van de kamer ziet en er niemand voor staat. |
| Aan de muur | Tv, midden van het scherm | 105 cm | 100 tot 115 cm | Op ooghoogte als je op de bank zit: bij een zitting van 44 cm zit je oog op ongeveer 115 cm. Boven een schouw kijk je omhoog en dat voel je na een film in je nek. |
| Aan de muur | Tv, kijkafstand | 2 keer de schermdiagonaal | 1,5 tot 2,5 keer | Een 55 inch scherm is 140 cm diagonaal, dus 2 tot 3,5 m. Bij 4K mag je dichterbij zitten omdat je de pixels niet meer ziet. |
| Aan de muur | Stopcontact, hart boven de vloer | 30 cm | 25 tot 35 cm | Gewoonte, geen norm: NEN 1010 schrijft geen hoogte voor, alleen de zones in de badkamer. Achter een dressoir zet je hem net zo goed op 15 cm, boven een werkblad juist hoog. |
| Aan de muur | Schakelaar, hart boven de vloer | 105 cm | 90 tot 110 cm | Ook een gewoonte. 105 cm is de oude Nederlandse standaard: je vindt hem in het donker met je hand op heuphoogte. Voor kinderen en vanuit een rolstoel werkt 90 tot 100 cm beter. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, onderkant | 80 cm boven het blad | 75 tot 90 cm | Laag genoeg om het blad te verlichten, hoog genoeg om iemand tegenover je aan te kijken. Bij een plafond boven 280 cm mag hij iets hoger. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, breedte | 30 cm binnen de rand van het blad | 30 tot 40 cm binnen de rand | Anders stoot je je hoofd als je langs de tafel loopt of een stoel aanschuift. |
| Licht | Hanglamp boven een kookeiland, onderkant | 75 cm boven het blad | 70 tot 85 cm | Boven een blad van 90 cm kom je dan op 165 cm, ongeveer ooghoogte. Kies dus een kap die de lamp van onderaf afschermt. Bij twee of drie lampen reken je 70 tot 90 cm hart op hart. |
| Licht | Hanglamp in de hal of boven de trap, onderkant | 210 cm boven de vloer | 200 tot 230 cm | Vrije doorloop, niemand stoot zijn hoofd. Boven een trap meet je vanaf de hoogste trede die onder de lamp ligt. |
| Licht | Wandlamp, hart | 160 cm | 150 tot 170 cm | Ooghoogte. Schijnt de lamp opzij of omhoog, dan mag hij lager hangen. In een open lamp op ooghoogte kijk je recht in de bron. |
| Licht | Leeslamp naast een stoel, onderkant van de kap | 110 cm | 100 tot 125 cm | Net boven je schouder als je zit, dan valt het licht op de pagina en niet in je ogen. |
| Licht | Vloerlamp naast de bank, onderkant van de kap | 140 cm | 130 tot 150 cm | Je hoofd zit op de bank op ongeveer 130 cm. Blijft de kap daarboven, dan kijk je niet in het lampje. |
| Licht | Bedlamp aan de wand, hart | 65 cm boven de matras | 55 tot 75 cm | Op zithoogte in bed, zodat het licht op je boek valt. Meet vanaf de matras en niet vanaf de vloer, want een boxspring scheelt 20 cm. |
| Licht | Spiegellamp badkamer, twee lampen naast de spiegel | 160 cm hart | 155 tot 170 cm | Licht van de zijkant geeft geen schaduw onder je ogen en je kin. Een enkele lamp boven de spiegel doet dat wel. |
| Licht | Inbouwspot, afstand tot de wand | 70 cm | 60 tot 90 cm | Dichterbij krijg je een felle boog op het stucwerk, verder weg blijft de wand donker. Onderling 100 tot 150 cm, afhankelijk van de stralingshoek. |
| Licht | Buitenlamp naast de voordeur, hart | 190 cm | 170 tot 210 cm | Boven je hoofd, zodat je niet in de lamp kijkt terwijl je het slot zoekt. Op ooghoogte ben je juist blind. |
| Keuken | Aanrecht, hoogte bovenkant blad | 90 cm | 85 tot 95 cm | De Nederlandse standaard: onderkast, verstelbare poten en een blad van 3 tot 4 cm samen. Vuistregel: ellebooghoogte min 10 tot 15 cm, dus ben je langer dan 1,85 m, draai de poten dan uit. |
| Keuken | Werkblad, diepte | 60 cm | 57 tot 65 cm | Kookplaten en spoelbakken zijn op 60 cm gemaakt. Een diep blad van 70 cm geeft ruimte achter de kookplaat, maar je reikt verder naar de bovenkastjes. |
| Keuken | Bovenkastjes, onderkant boven het werkblad | 55 cm | 50 tot 60 cm | Onder 50 cm past je keukenmachine er niet onder en sta je met je hoofd tegen de deur. Boven 60 cm kom je niet bij het bovenste schap. |
| Keuken | Bovenkastjes, diepte | 35 cm | 32 tot 40 cm | Ondieper dan het werkblad, zodat je er niet tegenaan stoot als je over het blad buigt om te snijden. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaskookplaat, onderkant | 70 cm | 65 tot 75 cm | De vlam en de hete lucht moeten weg kunnen: onder 65 cm boven de pannendrager wordt het vetfilter te heet. Houd altijd de minimummaat uit de handleiding aan, dat is een eis van de fabrikant. |
| Keuken | Afzuigkap boven inductie, onderkant | 60 cm | 55 tot 65 cm | Geen vlam, dus hij mag lager, en lager hangen vangt meer damp. Ook hier is de handleiding leidend, want die maat hoort bij het apparaat. |
| Keuken | Kookeiland, loopruimte rondom | 120 cm | 100 tot 150 cm | Bij 100 cm kun je de vaatwasser openen en er nog langs. Bij 120 cm passeren twee mensen elkaar terwijl er een lade open staat. |
| Keuken | Twee keukenrijen tegenover elkaar, afstand | 120 cm | 110 tot 140 cm | Een ovendeur en een lade die tegenover elkaar open staan hebben allebei ongeveer 60 cm nodig. |
| Keuken | Oven op werkhoogte, bodem van de ovenruimte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Je tilt een hete bakplaat er recht uit in plaats van gebogen. Boven 100 cm til je een schaal boven je middel en zie je niet meer wat erin staat. |
| Keuken | Vaatwasser, nismaat | 60 cm breed, 82 cm hoog | 60 tot 60,5 cm breed | Een onderbouwmodel schuift onder een blad van 90 cm. Een vrijstaand model heeft zijn eigen bovenblad en is ongeveer 85 cm hoog. |
| Keuken | Inbouwkoelkast, nishoogte | 88, 122 of 178 cm | vaste maten per model | De kast volgt de nismaat, dus meet de nis en niet het apparaat. Achter en boven het apparaat moet ventilatieruimte vrij blijven. |
| Keuken | Stopcontact boven het werkblad, hart | 115 cm | 110 tot 120 cm | Dat is 20 tot 30 cm boven het blad, dus vrij van spetters en niet weggewerkt achter de waterkoker. Houd minstens 30 cm afstand tot de spoelbak. |
| Keuken | Keukenplint, hoogte | 10 cm | 10 tot 15 cm | De poten zijn verstelbaar en met de plint stel je de aanrechthoogte fijn in. De plint staat 5 cm terug, zodat je met je tenen onder het kastje kunt. |
| Trap, hal en deur | Trapleuning, hoogte | 90 cm | 80 tot 100 cm (norm) | Norm: het Bouwbesluit, sinds 2024 het Besluit bouwwerken leefomgeving, eist een leuning tussen 80 en 100 cm, gemeten vanaf de voorkant van de trede. Een leuning is verplicht als je over de trap meer dan 1 m stijgt. |
| Trap, hal en deur | Optrede, hoogte van een trede | maximaal 18,8 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw tot 22 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl, voor een woning. Oude trappen zijn vaak 20 tot 21 cm en dat mag blijven zolang je de trap niet vernieuwt. |
| Trap, hal en deur | Aantrede, diepte van een trede | minimaal 22 cm bij nieuwbouw | 22 cm is de ondergrens (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Bij een draaiende trap geldt die maat op de looplijn, dus in de punt van een kwartdraai mag de trede smaller zijn. |
| Trap, hal en deur | Trap, vuistregel voor comfortabel lopen | 2 x optrede + aantrede = 60 cm | 58 tot 64 cm | Geen norm maar een oude vuistregel. 17 op en 26 aan loopt rustig (60), 20 op en 22 aan is een gewone Nederlandse trap (62). Daarbuiten struikel je op de maat. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije breedte | 80 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 70 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Onder 80 cm krijg je een matras of een bank niet naar boven. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije hoogte erboven | 230 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 190 cm (norm) | Norm, gemeten loodrecht boven de voorkant van de trede. Bij een dichtgezette zoldertrap is dit de maat waar je tegen de balk loopt. |
| Trap, hal en deur | Vloerafscheiding langs een trapgat of vide | 100 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 90 cm (norm) | Norm: verplicht zodra het verval meer dan 1 m is. Openingen mogen niet groter zijn dan 10 cm en tussen 20 en 70 cm boven de vloer mag er niets zijn waar een kind op kan klimmen. |
| Trap, hal en deur | Binnendeur, dagmaat van het kozijn | 83 x 201,5 cm | 78, 83, 88 of 93 cm breed; 201,5, 211,5 of 231,5 cm hoog | Industriestandaard, geen norm. Na montage houd je ongeveer 3 cm minder vrije doorgang over, dus voor een rolstoel of rollator kies je een blad van 93 cm. |
| Trap, hal en deur | Deurkruk, hoogte | 100 cm | 95 tot 105 cm | Gewoonte: het slot zit in een standaardkozijn op die hoogte. Verplaatsen kan alleen als je het slotgat in het blad meeverhuist. |
| Trap, hal en deur | Kapstok, hoogte van de haken | 170 cm | 160 tot 180 cm | Een lange jas hangt ongeveer 100 cm af, dus op 170 cm blijft hij vrij van de vloer. Een kinderkapstok komt op 110 tot 120 cm. |
| Trap, hal en deur | Hal, vrije loopruimte | 100 cm | 90 tot 120 cm | Onder 90 cm kun je niet met twee mensen langs elkaar en past er geen kinderwagen naast de kapstok. |
| Trap, hal en deur | Drempel, hoogte | maximaal 2 cm | 0 tot 2 cm | Boven 2 cm struikel je eroverheen en kom je er met een rollator of rolstoel niet zonder helling over. Een schuine aanloop haalt de rand eraf. |
| Slapen | Bed, bovenkant matras | 55 cm | 45 tot 65 cm | Zit je op de rand met je voeten plat op de vloer en je knieën in een hoek van 90 graden, dan is de hoogte goed. Een boxspring komt vaak op 60 tot 65 cm, een laag frame op 45. |
| Slapen | Matras, standaardmaten | 140 x 200 cm | 80, 90, 120, 140, 160 of 180 cm breed; 200 of 210 cm lang | Ben je langer dan 1,90 m, neem dan 210 cm. Twee losse matrassen van 90 x 210 vullen samen een bed van 180 x 210. |
| Slapen | Nachtkast, hoogte bovenblad | 60 cm | 55 tot 70 cm | Gelijk met of iets boven de matras, dan zet je liggend je glas neer zonder te kijken. Bij een boxspring van 65 cm hoort dus een hoge nachtkast. |
| Slapen | Loopruimte naast het bed | 70 cm | 60 tot 90 cm | 60 cm is genoeg om langs te lopen, 70 cm om het bed op te maken zonder tegen de kast te stoten. |
| Slapen | Kledingroede voor lange kleding | 160 cm | 150 tot 170 cm | Een jas of lange jurk hangt 120 tot 140 cm af, dus eronder blijft nog ruimte voor een lade of een schoenenbak. |
| Slapen | Kledingroede voor korte kleding | 100 cm | 95 tot 110 cm | Hemden en dubbelgevouwen broeken hangen 70 tot 90 cm af. Met twee roedes boven elkaar, op 100 en 195 cm, verdubbel je de hangruimte. |
| Slapen | Kast, diepte voor hangende kleding | 60 cm | 55 tot 65 cm | Een hanger is 45 cm breed en met 60 cm diepte sluit de deur zonder dat de mouwen klem zitten. Is de kast ondieper dan 55 cm, zet de roede dan in de lengte. |
| Slapen | Kast, legborddiepte voor truien en broeken | 40 cm | 35 tot 45 cm | Een opgevouwen trui is ongeveer 30 cm breed. Met 40 cm valt de stapel niet naar voren als je de deur opent. |
| Slapen | Kast, hoogste bruikbare schap | 200 cm | 190 tot 210 cm | Verder reik je niet zonder trapje. Wat boven 210 cm staat, is opslag voor koffers die je twee keer per jaar pakt. |
| Slapen | Hoogslaper, vrije hoogte boven de matras | 100 cm | 90 tot 110 cm | Genoeg om rechtop in bed te zitten. Meet van de bovenkant van de matras tot het plafond, niet tot de bodem van het bed. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, hoogte boven het kozijn | 12 cm | 10 tot 15 cm | Boven het kozijn laat het raam groter lijken en houdt de rail het gordijn uit het glas. Zit het plafond dichtbij, monteer de rail dan 5 tot 10 cm onder het plafond of direct tegen het plafond. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, uitloop naast het kozijn | 20 cm per zijde | 15 tot 25 cm | Daar staat het opzij geschoven gordijn geparkeerd, zodat het niet voor het glas blijft hangen en je het daglicht niet inlevert. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vloer | 1 cm boven de vloer | 0 tot 2 cm | Net vrij van de vloer: het sleept niet en hangt toch recht. Wil je het gordijn op de vloer laten vallen, maak het dan 5 tot 10 cm langer dan de maat tot de vloer. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vensterbank | 2 cm boven de bank | 1 tot 3 cm | Vrij van de bank, zodat het gordijn niet omkrult op de plank en de warmte van de radiator eronder langs kan. |
| Raam en gordijn | Gordijn, stofbreedte | 2 keer de railbreedte | 1,5 tot 2,5 keer | Bij 1,5 keer hangt de stof vlak, bij 2,5 keer krijg je volle plooien. Een wave-rail vraagt 2 tot 2,5 keer, anders staat de golf niet. |
| Raam en gordijn | Rolgordijn of plissé in de dag, speling | 0,5 cm per zijde | 0,3 tot 1 cm | Meet de dagmaat op drie hoogtes en neem de kleinste maat, want een kozijn staat zelden haaks. |
| Raam en gordijn | Vitrage, afstand tot het glas | 5 cm | 3 tot 10 cm | Tegen koud glas wordt de stof vochtig en krijg je vlekken. Verder naar binnen botst hij op de vensterbank of de raamkruk. |
| Raam en gordijn | Vensterbank binnen, diepte | 20 cm | 15 tot 30 cm | Volgt de dikte van de muur plus een overstek van 2 tot 3 cm. Vanaf 20 cm staat een plant er stabiel op. |
| Raam en gordijn | Vensterbank buiten, overstek | 4 cm | 3 tot 5 cm | Met een waterhol aan de onderkant. Zonder dat overstek loopt regenwater terug over de gevel en krijg je vuilstrepen onder het raam. |
| Raam en gordijn | Radiator onder het raam, onderkant | 12 cm boven de vloer | 10 tot 15 cm | Er moet lucht onderlangs kunnen, daar begint de convectie. Houd ook 3 tot 5 cm tussen radiator en wand en 10 cm vrij onder de vensterbank. |
| Werken | Bureau, hoogte blad zittend | 74 cm | 72 tot 76 cm | Je onderarmen liggen horizontaal op het blad en je schouders blijven laag. Kun je het blad niet verstellen, zet dan de stoel hoger en je voeten op een steun. |
| Werken | Zit-stabureau, stahoogte | 105 cm | 95 tot 120 cm | Ellebooghoogte staand. Vuistregel: je lichaamslengte min 75 cm, dus bij 1,80 m kom je op 105 cm. |
| Werken | Bureaustoel, zithoogte | 45 cm | 40 tot 52 cm | Voeten plat op de vloer, knieën iets lager dan je heupen. De gasveer van een bureaustoel dekt dat bereik zelf. |
| Werken | Vrije hoogte onder het bureaublad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Je bovenbenen moeten eronder passen, ook met een lade of een kabelgoot. Houd daarnaast 60 cm breed en 60 cm diep beenruimte vrij. |
| Werken | Bureaublad, diepte | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm staat het scherm op armlengte, 50 tot 80 cm van je ogen, en ligt je toetsenbord er nog voor. |
| Werken | Beeldscherm, bovenrand | op ooghoogte of iets lager | 110 tot 125 cm boven de vloer | Je kijkt dan licht naar beneden en dat is de rustpositie van je ogen. Een laptop op het blad zit ongeveer 20 cm te laag, dus zet hem op een standaard met een los toetsenbord. |
| Werken | Toetsenbord, afstand tot de bladrand | 10 cm | 8 tot 15 cm | Daar rusten je handpalmen. Zonder die strook hangen je armen in de lucht en trekt het in je schouders. |
| Werken | Wandplank boven het bureau, onderkant | 45 cm boven het blad | 40 tot 60 cm | Een A4-ordner is 32 cm hoog, dus die past er nog onder, en je stoot je hoofd niet als je opstaat. |
| Werken | Boekenschap, diepte | 25 cm | 20 tot 30 cm | Een pocket is 12 cm diep, een gebonden boek 16 tot 20 cm. Bij 25 cm staan ze allemaal binnen de rand. |
| Werken | Boekenschap, overspanning zonder steun | 80 cm | 70 tot 90 cm | Boeken wegen al snel 25 kg per meter schap. Bij 18 mm plaatmateriaal blijf je onder 80 cm, anders zakt het schap zichtbaar door. |
| Keuken | Schap voor borden, diepte | 32 cm | 30 tot 35 cm | Een plat bord is 26 tot 28 cm in doorsnee. Met 32 cm houd je een vinger ruimte om de stapel te pakken zonder te schuiven. |
| Badkamer | Wastafel, bovenkant | 85 cm | 80 tot 95 cm | Vuistregel: heuphoogte, dan buig je niet voorover om je handen te wassen. Gebruiken kinderen de wastafel, dan is 80 cm prettiger. |
| Badkamer | Opzetkom, hoogte van het meubel | 75 cm | 70 tot 80 cm | Tel de kom van 10 tot 15 cm erbij op, dan komt de bovenrand op 85 tot 95 cm. Vergeet die optelsom en je wast je handen op keukenhoogte. |
| Badkamer | Handdoekhaak naast de wastafel | 140 cm | 120 tot 160 cm | Binnen handbereik met natte handen, dus naast de wastafel en niet aan de andere kant van de ruimte. |
| Badkamer | Handdoekradiator, onderkant | 20 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Daar zitten de aansluitingen en je kunt eronder dweilen. Hang de bovenkant niet hoger dan 180 cm, anders kom je niet bij de handdoek. Een smalle handdoekradiator geeft weinig vermogen, dus reken hem niet als enige verwarming. |
| Badkamer | Douchekraan, hart | 100 cm | 95 tot 110 cm | Heuphoogte, zodat je de kraan kunt bedienen zonder onder de koude straal te gaan staan. |
| Badkamer | Badkraan, hart | 65 cm | 60 tot 75 cm | Ongeveer 20 cm boven de badrand, dan kun je bijmengen terwijl je in bad zit. |
| Badkamer | Regendouchekop | 210 cm | 200 tot 225 cm | Minstens 20 cm boven het hoofd van de langste gebruiker, want je staat er recht onder. Bij een schuin dak meet je op het punt waar je echt staat. |
| Badkamer | Handdouche aan een glijstang, bovenste stand | 190 cm | 180 tot 200 cm | De stang is 60 tot 90 cm lang, dus de onderste stand komt rond 110 cm. Daarmee spoel je het bad, een kind of de hond af. |
| Badkamer | Toilet, zithoogte | 40 cm | 38 tot 48 cm | Standaard is 40 cm. Een verhoogd toilet van 45 tot 48 cm zit op stoelhoogte en daar sta je makkelijker van op. Bij een hangend toilet bepaal je de hoogte zelf met het inbouwframe. |
| Badkamer | Toilet, vrije ruimte voor de pot | 60 cm | 55 tot 70 cm | Daar staan je knieën en voeten. Zijwaarts wil je 80 cm breedte, anders zit je met je schouder tegen de muur. |
| Badkamer | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 75 cm hoog; 20 tot 30 cm voor de voorkant van de pot | Zittend pak je de rol zo zonder te draaien. Hang je hem naast of achter je, dan verdraai je je rug elke keer. |
| Badkamer | Fonteintje in het toilet, bovenkant | 85 cm | 80 tot 90 cm | Dezelfde hoogte als een wastafel. Let op de draairichting van de deur, want een fonteintje van 40 cm breed vraagt een vrije hoek. |
| Badkamer | Stopcontact in de badkamer | buiten 60 cm van bad of douche | norm, geen gewoonte | NEN 1010 verdeelt de badkamer in zones: binnen 60 cm van de rand van een bad of douche mag geen wandcontactdoos. Alle wandcontactdozen moeten achter een aardlekschakelaar van 30 mA. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nalopen voordat de vloerlamp weer aangaat
Uit de praktijk
De uplighter knippert sinds er een led-staaflamp in zit
Brandde de uplighter op halogeen rustig en knippert hij met een led-staaflamp, ook op een exemplaar waar dimbaar op staat, dan zit de oorzaak in de stang en niet in de lamp. De ingebouwde draaidimmer is gebouwd voor 150 tot 300 watt met fase-aansnijding, en een led van 15 watt haalt de ondergrens niet en verdraagt de steile spanningssprong slecht.
Een andere led-staaflamp lost dat niet op. Het werkt pas als de ingebouwde dimmer plaatsmaakt voor een led-dimmer of een schakelaar, of als er weer halogeen in de fitting komt.
Van de drie lampjes in dezelfde armatuur pulseert er één
Dimmen twee lampjes rustig en begint het derde in de lage standen te knipperen, dan hangen er drivers van verschillende typen aan dezelfde dimmer. Elke driver bepaalt uit de aangeknipte golf zelf hoe fel hij brandt, en de driver met de kleinste buffer valt als eerste onder zijn minimum.
Hetzelfde symptoom ontstaat als één lampje niet dimbaar is en de andere wel. Drie lampjes van hetzelfde type uit dezelfde verpakking dimmen in de pas, en dan is ook de laagste stand voor alle drie gelijk.
De lamp springt vanzelf aan of een stand hoger
Een vloerlamp die aangaat terwijl er niemand bij de knop is geweest, heeft bijna altijd een tipdimmer op een plek waar hij geraakt wordt. Een tik van de stofzuiger, een kleedrand die ertegen schuift of een voet die onder de bank wordt geschoven, is voor de dimmer hetzelfde als een bewuste tik.
De oplossing zit in de plek en niet in de dimmer. Tegen de zijkant van de bank of vlak naast de voet van de lamp ligt hij buiten het pad van voeten en stofzuiger, en een dimmer met een draaiwiel reageert niet op een korte stoot.
Veelgemaakte fouten
Een externe dimmer voor een lamp met ingebouwde led
De driver van een ingebouwde led is doorgaans gebouwd voor volle netspanning. Krijgt hij via een voetdimmer een aangeknipte golf, dan flikkert of zoemt de lamp, en omdat de module vastzit, gaat bij een kapotte driver de hele lamp mee. Dim zo'n lamp met zijn eigen bediening.
De halogeendimmer laten zitten bij een led-staaflamp
Een draaidimmer voor een staaflamp van 300 watt heeft een ondergrens die een led van 15 watt nooit haalt, en hij werkt met fase-aansnijding. Vervang die dimmer mee als je overstapt op led, of blijf bij halogeen.
Verschillende soorten lampjes in één armatuur
Twee led-lampjes van een ander type reageren elk op hun eigen manier op dezelfde dimmer. In de hoogste stand zie je dat niet, in de laagste wel: het ene lampje is dan nog half aan en het andere pulseert of is al uit.
Snoer en dimmer onder het vloerkleed leggen
Onder een kleed kan de warmte van de dimmer niet weg, en het snoer wordt bij elke stap tegen de vloer gedrukt. De isolatie slijt dan door op de knik bij de rand, precies op de plek waar je het niet ziet. Leg beide langs de rand van het kleed op de kale vloer.
Een slimme lamp achter de voetdimmer
Een slimme lamp heeft een ontvanger en een eigen dimschakeling die volle spanning nodig hebben. Op een voetdimmer knippert hij, valt hij uit of verliest hij de verbinding, en in de uitstand is hij onbereikbaar voor de app. Vervang de dimmer door een gewone voetschakelaar en laat die aan.
De aarde doorknippen bij een metalen booglamp
Een booglamp met metalen boog en kap heeft een snoer met drie aders, en de geel-groene ader houdt het metaal veilig als er binnenin een ader losraakt. Heeft de voetdimmer maar twee klemmen en knip je de aarde door, dan is die bescherming weg. Kies een dimmer met een doorvoer of klem voor de aarde.
Veelgestelde vragen
Hoe maak je een vloerlamp dimbaar?
Draai er een lamp in waar dimbaar op de verpakking staat en zet een dimmer in het snoer, meestal een voetdimmer, of een stekkerdimmer tussen stekker en stopcontact. Voor led kies je een dimmer met fase-afsnijding, herkenbaar aan R,C, led of universeel, met een bereik dat onder het vermogen van je lamp begint.
Heeft de lamp een ingebouwde led of een eigen dimmer in de stang, dan dim je met de bediening van de lamp zelf en niet met een externe dimmer.
Welke externe dimmer past op een vloerlamp?
Een voetdimmer in het snoer is voor de meeste staande lampen de handigste externe dimmer, omdat de bediening dan op de vloer naast de lamp ligt. Een snoerdimmer met draaiwiel past beter bij een leeslamp waarvan je het snoer over een bijzettafel leidt, en een stekkerdimmer bij een uplighter die op één stand blijft.
Kijk bij elke dimmer naar het led-bereik, en bij een metalen lamp naar een klem voor de aarde. Alle soorten dimmers met hun toepassing staan naast elkaar bij het overzicht van dimmers per soort lamp.
Welke led dimmer heb je nodig voor een vloerlamp?
Een led-dimmer werkt met fase-afsnijding en heeft een apart bereik voor led op de behuizing, bijvoorbeeld 3 tot 100 watt. Tel het vermogen van alle lampen in de vloerlamp op en controleer of dat totaal boven de ondergrens ligt: drie lampjes van 4 watt zijn samen 12 watt.
Voor de bovengrens rekenen fabrikanten als vuistregel met ongeveer een tiende van het vermogen dat voor gloeilampen op de dimmer staat, omdat led-drivers bij het inschakelen kort een hoge stroom trekken. De opgave op de dimmer zelf gaat altijd voor.
Kan een vloerlamp met ingebouwde led een externe dimmer krijgen?
Meestal niet. De led-module hangt aan een driver in de voet of de stang, en die is doorgaans gemaakt voor volle netspanning en niet voor een aangeknipte golf. Op een externe dimmer flikkert of zoemt zo'n lamp, en de driver kan eraan kapotgaan.
Noemt de handleiding uitdrukkelijk een externe dimmer, dan kan het wel. Anders gebruik je de touchknop of het draaiwiel van de lamp zelf, en hooguit een voetschakelaar voor aan en uit.
Hoe dim je een uplighter met een led-staaflamp?
Kijk eerst welke dimmer er in de uplighter zit. Een oude draaidimmer voor halogeen werkt met fase-aansnijding en begint bij enkele tientallen watts, en daarop werkt een led-staaflamp van 10 tot 20 watt niet goed, ook als hij dimbaar is.
Vervang die dimmer door een led-dimmer of een schakelaar en neem een dimbare led-staaflamp van dezelfde lengte, 78 of 118 mm. Controleer voor de aankoop of het dikkere koellichaam in de reflector en achter het beschermglas past.
Kun je de twee lampen van een moeder-dochterlamp apart dimmen?
Alleen met de bediening die per lamp in de armatuur zit, meestal een draaiknop op de stang voor de uplighter en een schakelaar of kleine dimmer bij de leesarm. Een externe dimmer in het hoofdsnoer dimt beide lampen tegelijk.
Zonder ingebouwde dimmers kan het met twee slimme lampen, als beide fittingen een gewone schroefdraad hebben, zoals E27 of E14. Er zit dan geen dimmer meer in het snoer en de schakelaar blijft aan.
Waar leg je een voetdimmer het beste neer?
Vlak voor de armleuning van de bank of tegen de zijkant, dicht bij de voet van de lamp. Daar raakt je voet hem vanaf de hoekplaats, terwijl hij buiten de beenruimte van 30 tot 45 cm tussen bank en salontafel blijft en buiten de looproute van minstens 90 cm.
Leg het snoer langs de plint en niet onder een kleed, en houd het stuk tussen lamp en dimmer zo kort als de plek toelaat. Hoe verder de dimmer de kamer in ligt, hoe vaker de stofzuiger hem raakt.
Waarom gaat mijn gedimde vloerlamp niet helemaal uit?
Een led die in de uitstand zwak blijft gloeien of af en toe oplicht, krijgt via de elektronica van de dimmer een klein stroompje. Een dimmer zonder hoorbare klik onderbreekt het contact niet mechanisch maar elektronisch, en de led-driver laadt met dat stroompje langzaam op tot hij kort aangaat.
Een dimmer met een schakelaar die het contact echt verbreekt, lost dat op, en lampen met meer vermogen vaak ook. Bij een lamp met meerdere lampjes vervang je ze dan allemaal door hetzelfde sterkere type.
Mag een voetdimmer onder het vloerkleed liggen?
Nee. De elektronica in de dimmer geeft warmte af die onder een kleed niet weg kan, en elke stap drukt het snoer tegen de harde vloer. Op de plek waar het snoer onder de rand van het kleed knikt, slijt de isolatie het eerst door, en dat zie je pas als het koper bloot ligt.
Leg het snoer langs de rand van het kleed en de plint, en de dimmer ernaast op de kale vloer.
Kun je een staande lamp dimmen zonder dimmer in het snoer?
Ja, met een slimme lamp in de fitting. Die dimt zichzelf en wordt bediend via een app, een spraakassistent of een draadloze knop die je op de bijzettafel legt of op de wand plakt.
De voorwaarde is volle spanning: de voetschakelaar blijft aan en er zit geen dimmer in het snoer. Een stapdimbare led is de tweede weg, en die zet je met de gewone schakelaar van de lamp in meestal drie standen terug.
Hoeveel lumen heeft een dimbare vloerlamp nodig?
Als vuistregel 806 tot 1055 lumen voor een staande lamp met stoffen kap naast de bank, 470 tot 806 lumen voor een leeslamp naast een fauteuil en 2000 tot 3000 lumen voor een uplighter die via het plafond de kamer bijlicht.
Neem bij een dimbare lamp de bovenkant van dat bereik, want terugdraaien kan altijd. Een sterkere lamp blijft ook verder boven de ondergrens van de dimmer en pulseert daardoor minder snel in de laagste stand.
Wanneer je beter een vakman belt
Een vloerlamp met een stekker dim je zelf, want je werkt aan een toestel. Dat verandert zodra de dimmer in de wand komt: een geschakelde wandcontactdoos met een wanddimmer, of een extra stopcontact naast de zithoek, is werk aan de vaste installatie volgens NEN 1010.
Laat een elektricien komen als er in de schakelaardoos geen nuldraad zit terwijl de dimmer die vraagt, of als er in de groepenkast gewerkt moet worden. Een oude uplighter met een verkleurd, stug of gescheurd snoer krijgt eerst een nieuw snoer voordat er een dimmer in komt.