Kosten waterontharder
Een waterontharder kost geplaatst meestal 1.000 tot 2.500 euro, en daarna 30 tot 100 euro per jaar aan zout, spoelwater…
Vul de maten van je kamer in, zet deuren en ramen op de juiste plek en schuif meubels op schaal rond. Je ziet meteen of het past en hoeveel loopruimte er overblijft.
OpenenDe hoogtes en maten die in een huis kloppen: bar, eettafel, tv, schilderij, wandlamp, kapstok en gordijnrails, met de marge die in de praktijk werkt.
OpenenVul de maten van je kamer in, zet deuren en ramen op de juiste plek en schuif meubels op schaal rond. Je ziet meteen of het past en hoeveel loopruimte er overblijft.
OpenenKies de kleur die je al hebt: je bank, je vloer of je muur. Je krijgt de kleuren die daar bij passen, met de bijbehorende RAL- en verfcodes en het lichtadvies erbij.
OpenenGeef aan wat er in de ruimte gebeurt: vloerverwarming, huisdieren, kinderen, vocht en budget. Je ziet welke vloeren afvallen en waarom.
OpenenKies de windrichting en het uur waarop je de kamer gebruikt. Je ziet welk licht je krijgt, welke kleuren daarin standhouden en welke grauw worden.
OpenenKies je wandtype en het gewicht van wat je wilt ophangen. Je ziet welke bevestiging het houdt, tot hoeveel kilo, en wat je beter niet doet.
OpenenKies je boom, heester of haag en zie in welke maanden je hem snoeit, wat je dan weghaalt en wanneer je juist afblijft.
OpenenEnergie in huis gaat vooral weg als warmte, en pas daarna als stroom voor apparaten. De volgorde die werkt loopt van buiten naar binnen: meten wat je nu verbruikt, de schil dichtmaken, de verwarming op die kleinere warmtevraag afstemmen en pas daarna naar de apparaten kijken. Wie andersom werkt, koopt een installatie die na het isoleren te groot blijkt. Bij apparaten is de vraag niet of het zuiniger kan, maar of dit exemplaar aan het eind van zijn leven is.
De meeste woningen verliezen hun energie niet aan het apparaat dat het meest opvalt, maar aan warmte die via dak, gevel, glas en kieren naar buiten gaat. In een huis met gasverwarming loopt het grootste deel van de rekening via verwarmen en warm water, en pas daarna via stroom.
Daarom begin je met meten en met de schil, en niet met de droger. Alles wat je aan energie besparen in en om het huis doet werkt in die volgorde, want elke stap bepaalt hoe groot de volgende mag zijn.
Dat is geen voorkeur maar rekenwerk. Een ketel of warmtepomp kies je op de warmtevraag van het huis, en die warmtevraag kan bijna halveren als je daarna alsnog het dak aanpakt.
Je houdt dan een installatie over die te ruim bemeten is: hij schakelt vaker aan en uit en haalt daardoor minder rendement. Bij radiatoren speelt hetzelfde, want hun maat hangt af van de temperatuur van het water dat erdoorheen gaat.
Verbouw je het huis toch al, dan loopt deze volgorde gelijk op met de volgorde waarin je een verbouwing aanpakt. Wat achter een wand of onder een vloer verdwijnt, doe je voordat er iets overheen komt.
| Stap in de volgorde | Wat je hier vastlegt | Waarom deze stap voor de volgende komt |
|---|---|---|
| 1. Meten wat er nu in gaat | Het jaarverbruik in kuub gas en kilowattuur stroom, plus je basislast 's nachts | Zonder beginwaarde weet je na een maatregel niet wat hij deed en blijft elk oordeel een gevoel |
| 2. De schil: dak, gevel, vloer, glas en kieren | De warmtevraag van het huis, per vlak uitgedrukt in de Rc in m²K/W | Alles wat erna komt wordt op die warmtevraag gedimensioneerd; verklein je hem later, dan is de installatie te groot |
| 3. Ventilatie op orde brengen | Hoeveel lucht er gecontroleerd in en uit gaat, via roosters, ramen of een ventilatiebox | Een dichtere schil zonder ventilatie zet het vocht op de koudste plek die er nog over is |
| 4. De verwarming en de afgifte | Aanvoertemperatuur, radiatoroppervlak, stooklijn en waterzijdig inregelen | Een toestel dat op 80 graden moet draaien verbruikt structureel meer dan hetzelfde toestel op 50 graden |
| 5. Apparaten die veel draaien | Koelen, wassen, drogen en koken, in die volgorde van draaiuren | Deze vervang je op het moment dat ze stuk gaan; de winst zit in het verschil per draaiuur, niet in de aankoop zelf |
| 6. Sluimerverbruik en instellingen | Wat er 8760 uur per jaar aan staat, en waar de thermostaat op staat | Kost niets en werkt meteen, maar het is aanvulling op de eerste vier stappen en geen vervanging ervan |
Lees je meterstanden een week lang elke dag op hetzelfde tijdstip af en noteer ze. Dan heb je een verbruik per dag als beginwaarde, en na een maatregel zie je het verschil in plaats van dat je het schat.
Hoe het warmteverlies over de vlakken verdeeld is, verschilt per woning. Het hangt af van welk vlak het grootst is en van wat er al gedaan is: in een tussenwoning met de zolder erboven weegt het dak het zwaarst, in een vrijstaand huis de gevel, en in een woning met een grote pui het glas.
De bandbreedtes in de tabel gelden voor een woning van voor 1975 waar nog niets aan gedaan is. Ze tellen samen op tot het geheel, dus wat je bij het ene vlak weghaalt, komt bij de andere vlakken als aandeel terug.
Isolatie druk je uit in de Rc van een vlak in m²K/W: hoe hoger dat getal, hoe langzamer de warmte erdoorheen gaat. Bij nieuwbouw vraagt het Besluit bouwwerken leefomgeving een Rc van 4,7 voor de gevel, 6,3 voor het dak en 3,7 voor de vloer, terwijl een ongeïsoleerde spouwmuur uit de jaren zestig rond 0,4 zit.
Welke maatregel het meest oplevert is dus geen vast rijtje maar een som: het aandeel van dat vlak maal de sprong in Rc die je daar kunt maken. Bij een ongeïsoleerd dak valt die som bijna altijd het hoogst uit, bij het vervangen van hr++ glas door triple het laagst. Hoe dat in jouw woningtype ligt staat bij de verdeling van het warmteverlies per vlak.
Kieren horen in datzelfde rijtje thuis, ook al staan ze op geen enkele tekening. Een brievenbus, een niet-afgedichte dakdoorvoer en de naad tussen vloer en plint laten samen meer lucht door dan mensen verwachten, en koude buitenlucht moet je van begin af aan opwarmen.

| Onderdeel | Aandeel in een woning van voor 1975 | Wat isoleren hier doet | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Dak of vlieringvloer | 20 tot 30 procent | Van ongeveer 0,4 naar 3,5 of hoger, met 12 tot 16 cm minerale wol of een dunner pakket pir | Bij een onbewoonde vliering isoleer je de vloer en niet het schuine dak, anders verwarm je een ruimte waar je nooit komt |
| Gevel, meestal een spouwmuur | 20 tot 25 procent | De spouw vullen tilt de Rc van ongeveer 0,4 naar ruwweg 1,8 | Een spouw smaller dan 4 cm, vuil in de spouw of doorslaand vocht; laat de spouw eerst met een endoscoop bekijken |
| Ramen en glas | 15 tot 25 procent | Van enkel glas naar hr++ gaat de U-waarde van 5,7 naar ongeveer 1,1 | Het kozijn en de aansluitnaad isoleren niet mee; samen bepalen ze de U-waarde van het hele raam |
| Vloer of kruipruimte | 10 tot 15 procent | Vloer- of bodemisolatie haalt de kou en een deel van het vocht uit de kruipruimte | Staat er water in de kruipruimte, dan komt bodemfolie eerst en isolatie daarna |
| Ventilatie en kieren | 15 tot 25 procent | Kierdichting werkt direct, kost weinig en vraagt geen aanpassing aan de constructie | Alles dichtmaken zonder ventilatievoorziening geeft vocht; roosters horen open te blijven staan |
| Voordeur en brievenbus | 2 tot 5 procent | Tochtborstel, tochtstrip in de sponning en een isolerende brievenbusklep | Een deur die na het aanbrengen van strips klemt, gaat vanzelf weer op een kier staan |
Een huis dat je dichter maakt, moet je beter ventileren. Vocht dat vroeger door kieren verdween, slaat daarna neer op de koudste plek die overblijft: de bovenhoek van een buitenmuur, de rand van een balkonvloer of de onderkant van een raam.
Bij glas rekenen we niet met Rc maar met de U-waarde in W/m²K, en die werkt andersom: hoe lager, hoe minder warmte erdoorheen gaat. Enkel glas zit rond 5,7 en hr++ rond 1,1, dus door dezelfde ruit gaat na vervanging ongeveer een vijfde van de warmte.
De sprong van enkel naar hr++ is daarmee de grootste die je per vierkante meter in huis kunt maken. Van hr++ naar triple is de stap veel kleiner, en die verdient zich vooral terug in een huis dat verder al goed geïsoleerd is en op lage temperatuur verwarmt.
Triple glas wordt vaak als bengglas verkocht, naar de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen. Wat er onder die naam ligt en wat het extra gewicht van je kozijn en beslag vraagt staat bij triple glas en wat het van je kozijn vraagt.
Of er een coating op je huidige ruit zit, zie je met een vlammetje voor het glas. Bij dubbel glas zie je vier spiegelbeelden, en heeft er daarvan één een afwijkende kleur, dan zit er een coating op en heb je hr-glas of beter.
Condens aan de buitenkant van de ruit op een heldere ochtend is geen mankement maar het bewijs dat het glas werkt. De buitenste ruit blijft koud omdat er van binnenuit nauwelijks warmte bij komt, en zakt daardoor onder het dauwpunt van de buitenlucht. Condens tússen de ruiten is wel een mankement, want dan is de randafdichting van het isolatieglas lek.
Het kozijn telt mee in de U-waarde van het hele raam, en een dik triplepakket past niet in elke sponning. Welke opties er per kozijntype zijn, van dun isolatieglas tot een voorzetraam, staat bij glas en isolatie in een bestaande woning.
Koudeval langs een groot raam voelt als tocht terwijl er geen kier is. Warme kamerlucht koelt af tegen het koude glas, zakt naar beneden en loopt over de vloer je kant op; een radiator onder het raam en een gordijn dat tot op de vloer valt onderbreken die stroom. Wat stof en montagehoogte daaraan bijdragen staat bij raamdecoratie en de warmte langs het glas.
| Soort beglazing | U-waarde in W/m²K | Waaraan je het herkent | Wat je in de kamer merkt |
|---|---|---|---|
| Enkel glas | 5,7 | Eén ruit, geen afstandhouder in de rand van de sponning | Koudeval langs het raam, condens aan de binnenkant bij vorst, verkeer duidelijk hoorbaar |
| Dubbel glas van voor ongeveer 1990 | 2,8 tot 3,0 | Aluminium afstandhouder, geen kleurverschil in de vlamtest | Veel minder koudeval dan enkel glas, maar het raam blijft de koudste plek van de wand |
| Hr-glas | ongeveer 2,0 | Coating, zichtbaar als één afwijkend gekleurd vlammetje | Onder de vensterbank is de temperatuur merkbaar hoger dan bij gewoon dubbel glas |
| Hr+-glas | ongeveer 1,6 | Coating plus een edelgasvulling tussen de ruiten | Gordijnen dicht doen scheelt 's avonds nog steeds voelbaar warmte |
| Hr++-glas | 1,1 tot 1,2 | Coating, argonvulling en vaak een kunststof afstandhouder | Het glas voelt van binnen bijna zo warm als de muur; op heldere ochtenden slaat het aan de buitenkant aan |
| Triple glas, vaak bengglas genoemd | 0,5 tot 0,8 | Drie ruiten, een pakket van ongeveer 36 tot 44 mm, zwaar in het beslag | Alleen merkbaar boven op hr++ als de rest van de schil en de aanvoertemperatuur al laag zijn |
| Dun isolatieglas in een bestaand kozijn | 1,1 tot 1,6 | Pakket van ongeveer 8 tot 12 mm, gemaakt voor een ondiepe sponning | Past waar een normaal isolatiepakket niet in de sponning gaat, bijvoorbeeld bij een monument |
| Voorzetraam vóór enkel glas | 2,5 tot 3,0 samen | Los binnenraam in een eigen profiel tegen het bestaande kozijn | Haalt de koudeval eruit en dempt geluid, maar je poetst twee ruiten en de tussenruimte |
Een hr-ketel heet hoogrendement omdat hij de waterdamp uit zijn eigen rookgas laat condenseren en die warmte terugwint. Dat lukt alleen als het water dat uit de radiatoren terugkomt kouder is dan ongeveer 55 graden, want daar ligt het dauwpunt van dat rookgas.
Draait de installatie op 80 graden aanvoer, dan komt het water te warm terug en condenseert de ketel nauwelijks. Dezelfde ketel haalt op een aanvoer van 50 tot 55 graden merkbaar meer uit dezelfde kuub gas, zonder dat er iets vervangen hoeft te worden.
Verlagen kan zodra de radiatoren genoeg oppervlak hebben om bij die lagere temperatuur nog voldoende warmte af te geven. Een radiator geeft bij 50 graden ruwweg de helft van wat hij bij 80 graden geeft, dus de kamer die het langst koud blijft bepaalt waar je stooklijn ophoudt.
Waterzijdig inregelen is de tweede stap: met de voetventielen stel je per radiator in hoeveel water erdoorheen mag. Gebeurt dat niet, dan gaat het meeste water naar de radiator die het dichtst bij de ketel hangt, blijft de verste slaapkamer achter en zet iemand de stooklijn voor het hele huis weer omhoog.
Een graad lager op de thermostaat scheelt ruwweg zes procent op het gas dat naar verwarmen gaat. Nachtverlaging levert het meest op in een huis dat snel afkoelt met radiatoren die snel reageren; bij vloerverwarming in een dikke dekvloer kost het opstoken 's ochtends vaak meer dan de verlaging opbracht.
Welk afgiftesysteem bij welke temperatuur hoort, en wat een warmtepomp van je radiatoren en je schil vraagt, staat bij de manieren om een huis te verwarmen.

| Afgiftesysteem | Aanvoertemperatuur | Wat het van de woning vraagt | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Klassieke radiatoren op de oude instelling | 70 tot 80 graden | Weinig: dit werkt in vrijwel elk huis zoals het staat | De ketel condenseert nauwelijks, dus je betaalt voor rendement dat je niet gebruikt |
| Radiatoren op lage temperatuur | 50 tot 55 graden | Ruimer radiatoroppervlak, een geïsoleerde schil en waterzijdig inregelen | De kamer met de kleinste radiator bepaalt of het lukt, niet het gemiddelde van het huis |
| Radiator met ingebouwde ventilator | 40 tot 50 graden | Een stopcontact bij de radiator en ruimte onder de vensterbank | Op de hoogste stand hoor je hem, en dat valt op in een slaapkamer |
| Vloerverwarming in een cementdekvloer | 35 tot 40 graden | Isolatie onder de dekvloer en een vloerafwerking die warmte doorlaat | Traag: de vloer heeft uren nodig, waardoor nachtverlaging averechts werkt |
| Vloerverwarming gefreesd of in een houten vloer | 35 tot 45 graden | Minder massa, dus sneller op temperatuur, maar ook minder vermogen per vierkante meter | Een dik vloerkleed of een kast halveert de afgifte op precies die plek |
| Hybride warmtepomp naast de bestaande ketel | 35 tot 55 graden | Buitenruimte voor de unit en een eigen groep in de meterkast | Bij strenge vorst neemt de ketel het over, dus de gasaansluiting blijft nodig |
Zet de stooklijn in stappen van vijf graden lager en geef het huis er per stap een paar koude dagen de tijd voor. Wordt één kamer niet meer warm, dan weet je precies welke radiator te klein is in plaats van dat je de hele installatie terugdraait.
In maart 2021 is de schaal voor onder meer koelkasten, vaatwassers, wasmachines en televisies opnieuw geijkt. De plussen zijn verdwenen, het label loopt weer van A tot G, en de A is bij de invoering bewust bijna leeg gelaten om ruimte te houden voor apparaten die nog moesten komen.
Een koelkast met een C van vandaag is daardoor zuiniger dan een A++ uit 2019. Vergelijk labels van voor en na die datum dus niet met elkaar, maar kijk naar het aantal kilowattuur dat eronder staat.
Dat getal komt uit een vast testprogramma. Bij een vaatwasser en een wasmachine is dat het ecoprogramma, dat langer duurt en juist daardoor minder verbruikt: de vaat of de was weekt langer bij een lagere temperatuur, en water opwarmen kost meer energie dan langer draaien.
Wie altijd het korte programma kiest haalt het labelverbruik dus nooit. Bij een wasmachine zit het verschil vooral in de temperatuur, want het opwarmen van het water is het grootste deel van de energie in een wasbeurt.
Bij drogers is het verschil tussen de soorten groter dan tussen de merken. Een condensdroger gebruikt 3 tot 4 kilowattuur per beurt en een warmtepompdroger 1 tot 2, omdat die de warmte uit de uitgaande lucht terughaalt in plaats van hem weg te blazen.
Bij een stofzuiger zegt het opgenomen vermogen weinig. Sinds 2017 mag een nieuwe stofzuiger niet meer dan 900 watt opnemen. De zuigkracht die je merkt, komt uit luchtverplaatsing en onderdruk, en uit hoe goed het mondstuk op jouw vloer afdicht. Waar je bij het vergelijken van modellen naar kijkt staat bij het beoordelen van stofzuigers, en de bredere keuze per apparaat bij apparaten kiezen voor in huis.
| Apparaat of post | Wat het per keer of per jaar kost | Wat het verschil vooral maakt | Wat je ermee kunt |
|---|---|---|---|
| Wasmachine, ecoprogramma 40 tot 60 | 0,5 tot 0,9 kWh per beurt | De temperatuur, niet de duur van het programma | Op 40 wassen in plaats van 60 scheelt ongeveer de helft; beddengoed en theedoeken houd je wel op 60 |
| Wasmachine, kort programma op 60 | 1,0 tot 1,4 kWh per beurt | Hetzelfde water sneller opwarmen kost meer vermogen | Gebruik het korte programma voor een halve trommel die haast heeft, niet als standaard |
| Condensdroger | 3 tot 4 kWh per beurt | Het principe zelf: de warme lucht gaat als warmte verloren | Driekwart vullen in plaats van helemaal, en eerst hoger centrifugeren |
| Warmtepompdroger | 1 tot 2 kWh per beurt | De warmtewisselaar, die je zelf moet schoonhouden | Loopt de wisselaar dicht, dan blijft de compressor tegen weerstand in draaien en stijgt het verbruik |
| Vaatwasser, ecoprogramma | 0,6 tot 1,0 kWh per beurt | Hoe vol je hem zet: een halfvolle machine kost bijna hetzelfde | Voorspoelen onder de kraan kost meer water en energie dan het programma zelf |
| Koelvriescombinatie | 150 tot 300 kWh per jaar | De plek, het deurrubber en stof op de condensor aan de achterkant | Naast de oven of in de zon loopt de compressor structureel langer door |
| Vrieskist of losse vriezer | 150 tot 350 kWh per jaar | Een ijslaag dikker dan een halve centimeter | Ontdooien werkt hier direct; in een koude garage let je op de klimaatklasse van het apparaat |
| Elektrische oven | 0,6 tot 1,5 kWh per gebruik | Voorverwarmen en de tijd dat de deur opengaat | Voor kleine porties is een kleiner apparaat zuiniger, simpelweg omdat er minder lucht warm moet |
| Airfryer | 0,2 tot 0,5 kWh per gebruik | Het kleine volume dat snel op temperatuur is | Winst boven de oven zit in kleine hoeveelheden, niet in een maaltijd voor zes |
| Waterkoker | ongeveer 0,1 kWh per liter | Hoeveel water je erin doet | Alleen koken wat in de kop gaat; onder de onderste streep loopt het element droog |
| Eén apparaat dat continu 5 watt sluimert | ruim 43 kWh per jaar | 5 watt maal 8760 uur, ongeacht of je het apparaat gebruikt | Een schakelbare stekkerdoos haalt een hele groep apparaten in één keer weg |
| Ledlamp tegenover halogeen | 6 tot 9 watt tegenover 40 tot 50 watt | Dezelfde lichtopbrengst uit een fractie van het vermogen | Vervang eerst de lampen die het langst branden, dus de keuken en de hal en niet de zolder |
Een werkend apparaat vervangen omdat een nieuw model zuiniger is, levert zelden op wat het kost. De energiewinst per jaar is bij een koelkast of wasmachine kleiner dan wat er aan energie en materiaal in een nieuw apparaat gaat, dus de vraag is niet of het zuiniger kan maar of dit exemplaar aan het eind van zijn leven is.
Daarvoor helpt een bandbreedte per soort. Onze tabel met de levensduur van apparaten en materialen geeft per apparaat wat het gemiddeld haalt, wat die termijn korter maakt en of repareren nog zin heeft.
Als vuistregel werkt de verhouding tussen reparatie en nieuwprijs, afgezet tegen de leeftijd. Onder de helft van de verwachte levensduur is repareren bijna altijd de betere keuze, en boven driekwart weegt een reparatie van meer dan een derde van de nieuwprijs zelden nog op.
Hard water zit achter een groot deel van de mankementen bij alles wat water verwarmt. Kalk slaat neer op het verwarmingselement en die laag isoleert: het element moet langer aan om hetzelfde water op te warmen, wordt daarbij zelf heter en begeeft het eerder.
Hoe hard het water bij jou is, publiceert je waterbedrijf per postcode in graden Duitse hardheid. Onder 8 °dH heet water zacht en boven 12 °dH hard, en die waarde stel je in op de vaatwasser zodat het zoutreservoir de ontharder op tijd regenereert.
Of een ontharder voor het hele huis de moeite is, hangt af van die hardheid, van het aantal apparaten dat warm water gebruikt en van het zout en onderhoud dat het apparaat zelf vraagt. Die rekensom staat bij wat een waterontharder kost en oplevert, en wat een huishouden verder aan apparatuur nodig heeft bij de basisuitrusting aan huishoudelijke apparaten.
| Apparaat | Gaat gemiddeld mee | Wat die termijn korter maakt | Repareren of vervangen |
|---|---|---|---|
| Wasmachine | 8 tot 12 jaar | Te vol laden, altijd op lage temperatuur wassen waardoor er biofilm ontstaat, hard water zonder ontkalken | Onder de 6 jaar bijna altijd repareren; boven de 10 jaar weegt een dure reparatie zelden op |
| Wasdroger met warmtepomp | 8 tot 12 jaar | De warmtewisselaar achter de klep nooit schoonmaken | Ventilator, sensoren en pomp zijn te vervangen; een defecte compressor betekent een nieuwe droger |
| Vaatwasser | 8 tot 12 jaar | Geen zout bij hard water, de zeef onderin nooit uithalen, scherven en pitten in de pomp | Pomp, aquastop en element zijn losse onderdelen; boven de 8 jaar geldt de derde-van-de-nieuwprijs-regel |
| Koelkast met vriesvak | 10 tot 15 jaar | Naast de oven of in de zon staan, stof op de condensor, een hard geworden deurrubber | Thermostaat, ventilator en rubber zijn te vervangen; een lek koudemiddelcircuit niet |
| Inductiekookplaat | 10 tot 15 jaar | Een volle lade eronder, waardoor de elektronica zijn warmte niet kwijt kan | Een vermogensmodule of de bediening is per zone te vervangen; gebarsten glas betekent een nieuwe plaat |
| Inbouwoven, elektrisch | 10 tot 15 jaar | Ingebrand vet op het element en een scharnier dat verzakt door dichtslaan | Bijna altijd repareren, ook omdat een nieuwe oven precies in dezelfde nis moet passen |
| Stofzuiger met sleepslang | 8 tot 12 jaar | Doorzuigen met een volle zak of een dichtgeslibd motorfilter, want de motor koelt op die lucht | Motorkolen, snoerhaspel en slang zijn te vervangen; met een goede motor is repareren goedkoper |
| Steelstofzuiger op accu | 4 tot 7 jaar | De accu bepaalt de leeftijd: na 500 tot 1000 laadcycli merk je het | De accu vervangen ís de reparatie; kun je er niet bij zonder de behuizing te breken, dan is het apparaat af |
| Cv-ketel, hr-combi | 15 tot 20 jaar | Vervuild systeemwater, te lage waterdruk en overgeslagen onderhoud | Onderdelen zijn jaren leverbaar; boven de 15 jaar weegt een grote reparatie vaak niet meer op |
| Waterontharder | 10 tot 15 jaar | Zout dat opraakt en een harsbed dat daardoor niet meer regenereert | Klepkop en harsbed zijn te vervangen, dus een ontharder is zelden in één keer afgeschreven |
| Zonnepanelen en hun omvormer | Panelen 25 tot 30 jaar, omvormer 10 tot 15 jaar | Een omvormer die in de volle zon of in een warme, dichte meterkast hangt | Reken op minstens één nieuwe omvormer binnen de levensduur van de panelen |
Bij laden thuis draait het niet om het vermogen van de paal, maar om drie andere getallen: wat je hoofdzekering aankan, wat de auto aan boord kan laden en hoeveel uur hij thuis aan de stekker staat. De kleinste van die drie is je grens.
Reken met 18 tot 20 kilowattuur per honderd kilometer en tel er ongeveer tien procent laadverlies bij op. Bij vijftig kilometer per dag moet er dus rond de tien kilowattuur in de accu, en dat is op 3,7 kW in bijna drie uur gedaan.
Staat de auto twaalf uur aan de stekker, dan levert een snellere paal geen kilometer extra op. Meer vermogen helpt pas als je veel rijdt of als de auto maar een paar uur per dag thuis staat.
Een laadsessie kan niet onder 6 ampère per fase doorgaan, ongeveer 1,4 kW op één fase en 4,1 kW op drie fasen. Daarom moet een paal die met zonnestroom meeschakelt van drie fasen naar één kunnen terugvallen, anders stopt het laden zodra er een wolk voor de zon schuift.
Houd bij het instellen minstens tien ampère over voor de rest van het huis. Een inductiekookplaat trekt in één keer 3 tot 7 kW en een waterkoker ruim 2 kW, en dat komt bovenop wat er naar de auto gaat.
Welke paal bij jouw aansluiting, kilometers en auto past, reken je uit met de laadpaalkiezer voor thuis. De keuze tussen een vaste paal, een mobiele kabel en een paal die meeregelt staat bij een laadpaal bij huis, en waar vergelijkende tests wel en niet naar kijken bij het lezen van een laadpaaltest.
| Aansluiting in de meterkast | Wat er in totaal doorheen kan | Laadvermogen dat daar redelijk bij past | Kilometers per uur laden | Wat er overblijft voor het huis |
|---|---|---|---|---|
| 1 fase, 25 A | ongeveer 5,7 kW | 3,7 kW op 16 A | ongeveer 20 km | 9 A: licht, koelkast en tv, maar niet de oven en de waterkoker erbij |
| 1 fase, 35 A | ongeveer 8,0 kW | 3,7 kW op 16 A | ongeveer 20 km | 19 A: van het laden merk je in huis niets |
| 1 fase, 35 A met load balancing | ongeveer 8,0 kW | 7,4 kW op 32 A, terugregelend | ongeveer 40 km | 3 A zonder meeregelen, minder dan een waterkoker; de paar uur die het laden stilstaat haalt hij 's nachts in |
| 1 fase, 40 A | ongeveer 9,2 kW | 7,4 kW op 32 A | ongeveer 40 km | 8 A: de gewone dingen wel, koken op inductie erbij niet |
| 3 fasen, 25 A | ongeveer 17,3 kW | 11 kW op 3x16 A | ongeveer 55 km | 9 A per fase, mits de groepen netjes over de drie fasen verdeeld zijn |
| 3 fasen, 35 A | ongeveer 24,2 kW | 11 kW op 3x16 A | ongeveer 55 km | 19 A per fase, ruim genoeg voor inductie en een warmtepomp |
| 3 fasen, 40 A | ongeveer 27,6 kW | 22 kW op 3x32 A | ongeveer 115 km | 8 A per fase, en maar weinig auto's kunnen 22 kW aan boord verwerken |
De hoofdzekering zit achter het zegel van de netbeheerder. Slaat hij eruit omdat huis en laadpaal samen te veel trokken, dan moet de netbeheerder langskomen om hem te vervangen en kan dat een halve dag duren.
Het energielabel van een woning wordt sinds 1 januari 2021 bepaald volgens de NTA 8800 en uitgedrukt in kilowattuur per vierkante meter per jaar. Een energieadviseur neemt de woning ter plaatse op en kijkt naar isolatie, glas, installatie en eigen opwekking.
Het label gaat dus over het gebouw en niet over jouw rekening. Twee identieke huizen met hetzelfde label kunnen een factor twee schelen in verbruik, want dat verschil zit in bewoners, thermostaat en douchetijd. Wanneer je een label nodig hebt en wat er sinds de invoering veranderd is staat bij het energielabel van een woning.
Je eigen basislast lees je 's nachts af. Kijk om een uur of drie wat de meter aan actueel vermogen laat zien: alles wat er dan staat, op de koelkast na die af en toe aanslaat, loopt het hele jaar door.
Vijf watt continu is ruim 43 kilowattuur per jaar. Per apparaat is dat weinig, maar met tien van die apparaten in huis staat er een post op je jaarnota waar je nooit iets van gemerkt hebt.
Alles wat vast in de groepenkast gebeurt, is werk achter de hoofdzekering. Een laadpaal, een inductiekookplaat en een warmtepomp krijgen elk een eigen eindgroep met aardlekbeveiliging, en voor een laadpaal vraagt NEN 1010 een beveiliging die ook gelijkstroomfouten ziet.
Een stopcontact bijzetten op een bestaande groep kun je zelf, mits je weet wat er achter de wand ligt; aan de groepenkast zelf ligt de grens. Wat wel en niet een klus voor jezelf is staat bij elektrawerk in huis.
Zet de apparaten die samen op één plek sluimeren op één schakelbare stekkerdoos: de televisie met de soundbar en het kastje, of de printer met de monitor en de lader. Eén schakelaar is een gewoonte die blijft hangen, en tien losse stekkers uittrekken niet.
Huishoudelijke apparaten: levensduur, keuze en onderhoud
Een waterontharder kost geplaatst meestal 1.000 tot 2.500 euro, en daarna 30 tot 100 euro per jaar aan zout, spoelwater…
De vaste kern van een huishouden is klein: koelen, wassen, koken en schoonmaken. Alles daarna verdient zijn plek pas als…
Een stofzuigertest loopt een vaste reeks proeven af: opgezogen stof van een harde vloer, uit tapijt en langs de plint,…
Isolatieglas en BENG: welk glas in welk kozijn
Bengglas is geen glassoort met een eigen norm, maar de naam die leveranciers geven aan drievoudig isolatieglas waarmee een nieuwbouwwoning…
Laadpaal thuis: kiezen, plaatsen en laden
Een test van laadpalen, zoals je die bij de Consumentenbond zoekt, is sterk in wat per paal verschilt: bediening, app,…
Energie besparen in huis: waar het echt weglekt
In een ongeïsoleerde tussenwoning uit de jaren zestig gaat ongeveer 30 procent van de warmte door het dak, 19 procent…
Welke huisverwarming bij je huis past, volgt uit twee getallen: hoeveel watt het huis per graad verliest en hoe warm…
Het energielabel vat in één letter samen hoeveel primaire fossiele energie een woning per vierkante meter per jaar nodig heeft,…
De tools die bij apparaten & energie horen.
Per apparaat de gemiddelde levensduur, wat hem verkort, en het punt waarop repareren duurder is dan vervangen.
Vul je auto, je groepenkast en je dagelijkse kilometers in. Je ziet welk laadvermogen je nodig hebt, of je aansluiting het aankan en wat er dan overblijft aan keuzes.