Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Apparaten en energie in huis: kiezen en besparen

Energie in huis gaat vooral weg als warmte, en pas daarna als stroom voor apparaten. De volgorde die werkt loopt van buiten naar binnen: meten wat je nu verbruikt, de schil dichtmaken, de verwarming op die kleinere warmtevraag afstemmen en pas daarna naar de apparaten kijken. Wie andersom werkt, koopt een installatie die na het isoleren te groot blijkt. Bij apparaten is de vraag niet of het zuiniger kan, maar of dit exemplaar aan het eind van zijn leven is.

4onderwerpen
8gidsen

Waar je begint als het verbruik te hoog is

De meeste woningen verliezen hun energie niet aan het apparaat dat het meest opvalt, maar aan warmte die via dak, gevel, glas en kieren naar buiten gaat. In een huis met gasverwarming loopt het grootste deel van de rekening via verwarmen en warm water, en pas daarna via stroom.

Daarom begin je met meten en met de schil, en niet met de droger. Alles wat je aan energie besparen in en om het huis doet werkt in die volgorde, want elke stap bepaalt hoe groot de volgende mag zijn.

Dat is geen voorkeur maar rekenwerk. Een ketel of warmtepomp kies je op de warmtevraag van het huis, en die warmtevraag kan bijna halveren als je daarna alsnog het dak aanpakt.

Je houdt dan een installatie over die te ruim bemeten is: hij schakelt vaker aan en uit en haalt daardoor minder rendement. Bij radiatoren speelt hetzelfde, want hun maat hangt af van de temperatuur van het water dat erdoorheen gaat.

Verbouw je het huis toch al, dan loopt deze volgorde gelijk op met de volgorde waarin je een verbouwing aanpakt. Wat achter een wand of onder een vloer verdwijnt, doe je voordat er iets overheen komt.

Stap in de volgordeWat je hier vastlegtWaarom deze stap voor de volgende komt
1. Meten wat er nu in gaatHet jaarverbruik in kuub gas en kilowattuur stroom, plus je basislast 's nachtsZonder beginwaarde weet je na een maatregel niet wat hij deed en blijft elk oordeel een gevoel
2. De schil: dak, gevel, vloer, glas en kierenDe warmtevraag van het huis, per vlak uitgedrukt in de Rc in m²K/WAlles wat erna komt wordt op die warmtevraag gedimensioneerd; verklein je hem later, dan is de installatie te groot
3. Ventilatie op orde brengenHoeveel lucht er gecontroleerd in en uit gaat, via roosters, ramen of een ventilatieboxEen dichtere schil zonder ventilatie zet het vocht op de koudste plek die er nog over is
4. De verwarming en de afgifteAanvoertemperatuur, radiatoroppervlak, stooklijn en waterzijdig inregelenEen toestel dat op 80 graden moet draaien verbruikt structureel meer dan hetzelfde toestel op 50 graden
5. Apparaten die veel draaienKoelen, wassen, drogen en koken, in die volgorde van draaiurenDeze vervang je op het moment dat ze stuk gaan; de winst zit in het verschil per draaiuur, niet in de aankoop zelf
6. Sluimerverbruik en instellingenWat er 8760 uur per jaar aan staat, en waar de thermostaat op staatKost niets en werkt meteen, maar het is aanvulling op de eerste vier stappen en geen vervanging ervan
Praktische tip

Lees je meterstanden een week lang elke dag op hetzelfde tijdstip af en noteer ze. Dan heb je een verbruik per dag als beginwaarde, en na een maatregel zie je het verschil in plaats van dat je het schat.

Waar de warmte je huis verlaat

Hoe het warmteverlies over de vlakken verdeeld is, verschilt per woning. Het hangt af van welk vlak het grootst is en van wat er al gedaan is: in een tussenwoning met de zolder erboven weegt het dak het zwaarst, in een vrijstaand huis de gevel, en in een woning met een grote pui het glas.

De bandbreedtes in de tabel gelden voor een woning van voor 1975 waar nog niets aan gedaan is. Ze tellen samen op tot het geheel, dus wat je bij het ene vlak weghaalt, komt bij de andere vlakken als aandeel terug.

Isolatie druk je uit in de Rc van een vlak in m²K/W: hoe hoger dat getal, hoe langzamer de warmte erdoorheen gaat. Bij nieuwbouw vraagt het Besluit bouwwerken leefomgeving een Rc van 4,7 voor de gevel, 6,3 voor het dak en 3,7 voor de vloer, terwijl een ongeïsoleerde spouwmuur uit de jaren zestig rond 0,4 zit.

Welke maatregel het meest oplevert is dus geen vast rijtje maar een som: het aandeel van dat vlak maal de sprong in Rc die je daar kunt maken. Bij een ongeïsoleerd dak valt die som bijna altijd het hoogst uit, bij het vervangen van hr++ glas door triple het laagst. Hoe dat in jouw woningtype ligt staat bij de verdeling van het warmteverlies per vlak.

Kieren horen in datzelfde rijtje thuis, ook al staan ze op geen enkele tekening. Een brievenbus, een niet-afgedichte dakdoorvoer en de naad tussen vloer en plint laten samen meer lucht door dan mensen verwachten, en koude buitenlucht moet je van begin af aan opwarmen.

Bij het open raam is de tochtstrip in de sponning zichtbaar
Bij het open raam is de tochtstrip in de sponning zichtbaar. De strip volgt de rand waar het raam sluit.
OnderdeelAandeel in een woning van voor 1975Wat isoleren hier doetWaar het op vastloopt
Dak of vlieringvloer20 tot 30 procentVan ongeveer 0,4 naar 3,5 of hoger, met 12 tot 16 cm minerale wol of een dunner pakket pirBij een onbewoonde vliering isoleer je de vloer en niet het schuine dak, anders verwarm je een ruimte waar je nooit komt
Gevel, meestal een spouwmuur20 tot 25 procentDe spouw vullen tilt de Rc van ongeveer 0,4 naar ruwweg 1,8Een spouw smaller dan 4 cm, vuil in de spouw of doorslaand vocht; laat de spouw eerst met een endoscoop bekijken
Ramen en glas15 tot 25 procentVan enkel glas naar hr++ gaat de U-waarde van 5,7 naar ongeveer 1,1Het kozijn en de aansluitnaad isoleren niet mee; samen bepalen ze de U-waarde van het hele raam
Vloer of kruipruimte10 tot 15 procentVloer- of bodemisolatie haalt de kou en een deel van het vocht uit de kruipruimteStaat er water in de kruipruimte, dan komt bodemfolie eerst en isolatie daarna
Ventilatie en kieren15 tot 25 procentKierdichting werkt direct, kost weinig en vraagt geen aanpassing aan de constructieAlles dichtmaken zonder ventilatievoorziening geeft vocht; roosters horen open te blijven staan
Voordeur en brievenbus2 tot 5 procentTochtborstel, tochtstrip in de sponning en een isolerende brievenbusklepEen deur die na het aanbrengen van strips klemt, gaat vanzelf weer op een kier staan
Let op

Een huis dat je dichter maakt, moet je beter ventileren. Vocht dat vroeger door kieren verdween, slaat daarna neer op de koudste plek die overblijft: de bovenhoek van een buitenmuur, de rand van een balkonvloer of de onderkant van een raam.

Glas: wat de U-waarde zegt en wanneer vervangen loont

Bij glas rekenen we niet met Rc maar met de U-waarde in W/m²K, en die werkt andersom: hoe lager, hoe minder warmte erdoorheen gaat. Enkel glas zit rond 5,7 en hr++ rond 1,1, dus door dezelfde ruit gaat na vervanging ongeveer een vijfde van de warmte.

De sprong van enkel naar hr++ is daarmee de grootste die je per vierkante meter in huis kunt maken. Van hr++ naar triple is de stap veel kleiner, en die verdient zich vooral terug in een huis dat verder al goed geïsoleerd is en op lage temperatuur verwarmt.

Triple glas wordt vaak als bengglas verkocht, naar de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen. Wat er onder die naam ligt en wat het extra gewicht van je kozijn en beslag vraagt staat bij triple glas en wat het van je kozijn vraagt.

Of er een coating op je huidige ruit zit, zie je met een vlammetje voor het glas. Bij dubbel glas zie je vier spiegelbeelden, en heeft er daarvan één een afwijkende kleur, dan zit er een coating op en heb je hr-glas of beter.

Condens aan de buitenkant van de ruit op een heldere ochtend is geen mankement maar het bewijs dat het glas werkt. De buitenste ruit blijft koud omdat er van binnenuit nauwelijks warmte bij komt, en zakt daardoor onder het dauwpunt van de buitenlucht. Condens tússen de ruiten is wel een mankement, want dan is de randafdichting van het isolatieglas lek.

Het kozijn telt mee in de U-waarde van het hele raam, en een dik triplepakket past niet in elke sponning. Welke opties er per kozijntype zijn, van dun isolatieglas tot een voorzetraam, staat bij glas en isolatie in een bestaande woning.

Koudeval langs een groot raam voelt als tocht terwijl er geen kier is. Warme kamerlucht koelt af tegen het koude glas, zakt naar beneden en loopt over de vloer je kant op; een radiator onder het raam en een gordijn dat tot op de vloer valt onderbreken die stroom. Wat stof en montagehoogte daaraan bijdragen staat bij raamdecoratie en de warmte langs het glas.

Soort beglazingU-waarde in W/m²KWaaraan je het herkentWat je in de kamer merkt
Enkel glas5,7Eén ruit, geen afstandhouder in de rand van de sponningKoudeval langs het raam, condens aan de binnenkant bij vorst, verkeer duidelijk hoorbaar
Dubbel glas van voor ongeveer 19902,8 tot 3,0Aluminium afstandhouder, geen kleurverschil in de vlamtestVeel minder koudeval dan enkel glas, maar het raam blijft de koudste plek van de wand
Hr-glasongeveer 2,0Coating, zichtbaar als één afwijkend gekleurd vlammetjeOnder de vensterbank is de temperatuur merkbaar hoger dan bij gewoon dubbel glas
Hr+-glasongeveer 1,6Coating plus een edelgasvulling tussen de ruitenGordijnen dicht doen scheelt 's avonds nog steeds voelbaar warmte
Hr++-glas1,1 tot 1,2Coating, argonvulling en vaak een kunststof afstandhouderHet glas voelt van binnen bijna zo warm als de muur; op heldere ochtenden slaat het aan de buitenkant aan
Triple glas, vaak bengglas genoemd0,5 tot 0,8Drie ruiten, een pakket van ongeveer 36 tot 44 mm, zwaar in het beslagAlleen merkbaar boven op hr++ als de rest van de schil en de aanvoertemperatuur al laag zijn
Dun isolatieglas in een bestaand kozijn1,1 tot 1,6Pakket van ongeveer 8 tot 12 mm, gemaakt voor een ondiepe sponningPast waar een normaal isolatiepakket niet in de sponning gaat, bijvoorbeeld bij een monument
Voorzetraam vóór enkel glas2,5 tot 3,0 samenLos binnenraam in een eigen profiel tegen het bestaande kozijnHaalt de koudeval eruit en dempt geluid, maar je poetst twee ruiten en de tussenruimte

Verwarmen: de aanvoertemperatuur weegt zwaarder dan de ketel

Een hr-ketel heet hoogrendement omdat hij de waterdamp uit zijn eigen rookgas laat condenseren en die warmte terugwint. Dat lukt alleen als het water dat uit de radiatoren terugkomt kouder is dan ongeveer 55 graden, want daar ligt het dauwpunt van dat rookgas.

Draait de installatie op 80 graden aanvoer, dan komt het water te warm terug en condenseert de ketel nauwelijks. Dezelfde ketel haalt op een aanvoer van 50 tot 55 graden merkbaar meer uit dezelfde kuub gas, zonder dat er iets vervangen hoeft te worden.

Verlagen kan zodra de radiatoren genoeg oppervlak hebben om bij die lagere temperatuur nog voldoende warmte af te geven. Een radiator geeft bij 50 graden ruwweg de helft van wat hij bij 80 graden geeft, dus de kamer die het langst koud blijft bepaalt waar je stooklijn ophoudt.

Waterzijdig inregelen is de tweede stap: met de voetventielen stel je per radiator in hoeveel water erdoorheen mag. Gebeurt dat niet, dan gaat het meeste water naar de radiator die het dichtst bij de ketel hangt, blijft de verste slaapkamer achter en zet iemand de stooklijn voor het hele huis weer omhoog.

Een graad lager op de thermostaat scheelt ruwweg zes procent op het gas dat naar verwarmen gaat. Nachtverlaging levert het meest op in een huis dat snel afkoelt met radiatoren die snel reageren; bij vloerverwarming in een dikke dekvloer kost het opstoken 's ochtends vaak meer dan de verlaging opbracht.

Welk afgiftesysteem bij welke temperatuur hoort, en wat een warmtepomp van je radiatoren en je schil vraagt, staat bij de manieren om een huis te verwarmen.

Voor en boven de radiator staat geen groot meubel
Voor en boven de radiator staat geen groot meubel. De bediening en de ruimte rond de radiator blijven bereikbaar.
AfgiftesysteemAanvoertemperatuurWat het van de woning vraagtWaar het op vastloopt
Klassieke radiatoren op de oude instelling70 tot 80 gradenWeinig: dit werkt in vrijwel elk huis zoals het staatDe ketel condenseert nauwelijks, dus je betaalt voor rendement dat je niet gebruikt
Radiatoren op lage temperatuur50 tot 55 gradenRuimer radiatoroppervlak, een geïsoleerde schil en waterzijdig inregelenDe kamer met de kleinste radiator bepaalt of het lukt, niet het gemiddelde van het huis
Radiator met ingebouwde ventilator40 tot 50 gradenEen stopcontact bij de radiator en ruimte onder de vensterbankOp de hoogste stand hoor je hem, en dat valt op in een slaapkamer
Vloerverwarming in een cementdekvloer35 tot 40 gradenIsolatie onder de dekvloer en een vloerafwerking die warmte doorlaatTraag: de vloer heeft uren nodig, waardoor nachtverlaging averechts werkt
Vloerverwarming gefreesd of in een houten vloer35 tot 45 gradenMinder massa, dus sneller op temperatuur, maar ook minder vermogen per vierkante meterEen dik vloerkleed of een kast halveert de afgifte op precies die plek
Hybride warmtepomp naast de bestaande ketel35 tot 55 gradenBuitenruimte voor de unit en een eigen groep in de meterkastBij strenge vorst neemt de ketel het over, dus de gasaansluiting blijft nodig
Praktische tip

Zet de stooklijn in stappen van vijf graden lager en geef het huis er per stap een paar koude dagen de tijd voor. Wordt één kamer niet meer warm, dan weet je precies welke radiator te klein is in plaats van dat je de hele installatie terugdraait.

Wat het energielabel van een apparaat wel en niet zegt

In maart 2021 is de schaal voor onder meer koelkasten, vaatwassers, wasmachines en televisies opnieuw geijkt. De plussen zijn verdwenen, het label loopt weer van A tot G, en de A is bij de invoering bewust bijna leeg gelaten om ruimte te houden voor apparaten die nog moesten komen.

Een koelkast met een C van vandaag is daardoor zuiniger dan een A++ uit 2019. Vergelijk labels van voor en na die datum dus niet met elkaar, maar kijk naar het aantal kilowattuur dat eronder staat.

Dat getal komt uit een vast testprogramma. Bij een vaatwasser en een wasmachine is dat het ecoprogramma, dat langer duurt en juist daardoor minder verbruikt: de vaat of de was weekt langer bij een lagere temperatuur, en water opwarmen kost meer energie dan langer draaien.

Wie altijd het korte programma kiest haalt het labelverbruik dus nooit. Bij een wasmachine zit het verschil vooral in de temperatuur, want het opwarmen van het water is het grootste deel van de energie in een wasbeurt.

Bij drogers is het verschil tussen de soorten groter dan tussen de merken. Een condensdroger gebruikt 3 tot 4 kilowattuur per beurt en een warmtepompdroger 1 tot 2, omdat die de warmte uit de uitgaande lucht terughaalt in plaats van hem weg te blazen.

Bij een stofzuiger zegt het opgenomen vermogen weinig. Sinds 2017 mag een nieuwe stofzuiger niet meer dan 900 watt opnemen. De zuigkracht die je merkt, komt uit luchtverplaatsing en onderdruk, en uit hoe goed het mondstuk op jouw vloer afdicht. Waar je bij het vergelijken van modellen naar kijkt staat bij het beoordelen van stofzuigers, en de bredere keuze per apparaat bij apparaten kiezen voor in huis.

Apparaat of postWat het per keer of per jaar kostWat het verschil vooral maaktWat je ermee kunt
Wasmachine, ecoprogramma 40 tot 600,5 tot 0,9 kWh per beurtDe temperatuur, niet de duur van het programmaOp 40 wassen in plaats van 60 scheelt ongeveer de helft; beddengoed en theedoeken houd je wel op 60
Wasmachine, kort programma op 601,0 tot 1,4 kWh per beurtHetzelfde water sneller opwarmen kost meer vermogenGebruik het korte programma voor een halve trommel die haast heeft, niet als standaard
Condensdroger3 tot 4 kWh per beurtHet principe zelf: de warme lucht gaat als warmte verlorenDriekwart vullen in plaats van helemaal, en eerst hoger centrifugeren
Warmtepompdroger1 tot 2 kWh per beurtDe warmtewisselaar, die je zelf moet schoonhoudenLoopt de wisselaar dicht, dan blijft de compressor tegen weerstand in draaien en stijgt het verbruik
Vaatwasser, ecoprogramma0,6 tot 1,0 kWh per beurtHoe vol je hem zet: een halfvolle machine kost bijna hetzelfdeVoorspoelen onder de kraan kost meer water en energie dan het programma zelf
Koelvriescombinatie150 tot 300 kWh per jaarDe plek, het deurrubber en stof op de condensor aan de achterkantNaast de oven of in de zon loopt de compressor structureel langer door
Vrieskist of losse vriezer150 tot 350 kWh per jaarEen ijslaag dikker dan een halve centimeterOntdooien werkt hier direct; in een koude garage let je op de klimaatklasse van het apparaat
Elektrische oven0,6 tot 1,5 kWh per gebruikVoorverwarmen en de tijd dat de deur opengaatVoor kleine porties is een kleiner apparaat zuiniger, simpelweg omdat er minder lucht warm moet
Airfryer0,2 tot 0,5 kWh per gebruikHet kleine volume dat snel op temperatuur isWinst boven de oven zit in kleine hoeveelheden, niet in een maaltijd voor zes
Waterkokerongeveer 0,1 kWh per literHoeveel water je erin doetAlleen koken wat in de kop gaat; onder de onderste streep loopt het element droog
Eén apparaat dat continu 5 watt sluimertruim 43 kWh per jaar5 watt maal 8760 uur, ongeacht of je het apparaat gebruiktEen schakelbare stekkerdoos haalt een hele groep apparaten in één keer weg
Ledlamp tegenover halogeen6 tot 9 watt tegenover 40 tot 50 wattDezelfde lichtopbrengst uit een fractie van het vermogenVervang eerst de lampen die het langst branden, dus de keuken en de hal en niet de zolder

Repareren of vervangen, en wat hard water daarmee te maken heeft

Een werkend apparaat vervangen omdat een nieuw model zuiniger is, levert zelden op wat het kost. De energiewinst per jaar is bij een koelkast of wasmachine kleiner dan wat er aan energie en materiaal in een nieuw apparaat gaat, dus de vraag is niet of het zuiniger kan maar of dit exemplaar aan het eind van zijn leven is.

Daarvoor helpt een bandbreedte per soort. Onze tabel met de levensduur van apparaten en materialen geeft per apparaat wat het gemiddeld haalt, wat die termijn korter maakt en of repareren nog zin heeft.

Als vuistregel werkt de verhouding tussen reparatie en nieuwprijs, afgezet tegen de leeftijd. Onder de helft van de verwachte levensduur is repareren bijna altijd de betere keuze, en boven driekwart weegt een reparatie van meer dan een derde van de nieuwprijs zelden nog op.

Hard water zit achter een groot deel van de mankementen bij alles wat water verwarmt. Kalk slaat neer op het verwarmingselement en die laag isoleert: het element moet langer aan om hetzelfde water op te warmen, wordt daarbij zelf heter en begeeft het eerder.

Hoe hard het water bij jou is, publiceert je waterbedrijf per postcode in graden Duitse hardheid. Onder 8 °dH heet water zacht en boven 12 °dH hard, en die waarde stel je in op de vaatwasser zodat het zoutreservoir de ontharder op tijd regenereert.

Of een ontharder voor het hele huis de moeite is, hangt af van die hardheid, van het aantal apparaten dat warm water gebruikt en van het zout en onderhoud dat het apparaat zelf vraagt. Die rekensom staat bij wat een waterontharder kost en oplevert, en wat een huishouden verder aan apparatuur nodig heeft bij de basisuitrusting aan huishoudelijke apparaten.

ApparaatGaat gemiddeld meeWat die termijn korter maaktRepareren of vervangen
Wasmachine8 tot 12 jaarTe vol laden, altijd op lage temperatuur wassen waardoor er biofilm ontstaat, hard water zonder ontkalkenOnder de 6 jaar bijna altijd repareren; boven de 10 jaar weegt een dure reparatie zelden op
Wasdroger met warmtepomp8 tot 12 jaarDe warmtewisselaar achter de klep nooit schoonmakenVentilator, sensoren en pomp zijn te vervangen; een defecte compressor betekent een nieuwe droger
Vaatwasser8 tot 12 jaarGeen zout bij hard water, de zeef onderin nooit uithalen, scherven en pitten in de pompPomp, aquastop en element zijn losse onderdelen; boven de 8 jaar geldt de derde-van-de-nieuwprijs-regel
Koelkast met vriesvak10 tot 15 jaarNaast de oven of in de zon staan, stof op de condensor, een hard geworden deurrubberThermostaat, ventilator en rubber zijn te vervangen; een lek koudemiddelcircuit niet
Inductiekookplaat10 tot 15 jaarEen volle lade eronder, waardoor de elektronica zijn warmte niet kwijt kanEen vermogensmodule of de bediening is per zone te vervangen; gebarsten glas betekent een nieuwe plaat
Inbouwoven, elektrisch10 tot 15 jaarIngebrand vet op het element en een scharnier dat verzakt door dichtslaanBijna altijd repareren, ook omdat een nieuwe oven precies in dezelfde nis moet passen
Stofzuiger met sleepslang8 tot 12 jaarDoorzuigen met een volle zak of een dichtgeslibd motorfilter, want de motor koelt op die luchtMotorkolen, snoerhaspel en slang zijn te vervangen; met een goede motor is repareren goedkoper
Steelstofzuiger op accu4 tot 7 jaarDe accu bepaalt de leeftijd: na 500 tot 1000 laadcycli merk je hetDe accu vervangen ís de reparatie; kun je er niet bij zonder de behuizing te breken, dan is het apparaat af
Cv-ketel, hr-combi15 tot 20 jaarVervuild systeemwater, te lage waterdruk en overgeslagen onderhoudOnderdelen zijn jaren leverbaar; boven de 15 jaar weegt een grote reparatie vaak niet meer op
Waterontharder10 tot 15 jaarZout dat opraakt en een harsbed dat daardoor niet meer regenereertKlepkop en harsbed zijn te vervangen, dus een ontharder is zelden in één keer afgeschreven
Zonnepanelen en hun omvormerPanelen 25 tot 30 jaar, omvormer 10 tot 15 jaarEen omvormer die in de volle zon of in een warme, dichte meterkast hangtReken op minstens één nieuwe omvormer binnen de levensduur van de panelen

Een laadpaal thuis: de meterkast bepaalt wat er kan

Bij laden thuis draait het niet om het vermogen van de paal, maar om drie andere getallen: wat je hoofdzekering aankan, wat de auto aan boord kan laden en hoeveel uur hij thuis aan de stekker staat. De kleinste van die drie is je grens.

Reken met 18 tot 20 kilowattuur per honderd kilometer en tel er ongeveer tien procent laadverlies bij op. Bij vijftig kilometer per dag moet er dus rond de tien kilowattuur in de accu, en dat is op 3,7 kW in bijna drie uur gedaan.

Staat de auto twaalf uur aan de stekker, dan levert een snellere paal geen kilometer extra op. Meer vermogen helpt pas als je veel rijdt of als de auto maar een paar uur per dag thuis staat.

Een laadsessie kan niet onder 6 ampère per fase doorgaan, ongeveer 1,4 kW op één fase en 4,1 kW op drie fasen. Daarom moet een paal die met zonnestroom meeschakelt van drie fasen naar één kunnen terugvallen, anders stopt het laden zodra er een wolk voor de zon schuift.

Houd bij het instellen minstens tien ampère over voor de rest van het huis. Een inductiekookplaat trekt in één keer 3 tot 7 kW en een waterkoker ruim 2 kW, en dat komt bovenop wat er naar de auto gaat.

Welke paal bij jouw aansluiting, kilometers en auto past, reken je uit met de laadpaalkiezer voor thuis. De keuze tussen een vaste paal, een mobiele kabel en een paal die meeregelt staat bij een laadpaal bij huis, en waar vergelijkende tests wel en niet naar kijken bij het lezen van een laadpaaltest.

Aansluiting in de meterkastWat er in totaal doorheen kanLaadvermogen dat daar redelijk bij pastKilometers per uur ladenWat er overblijft voor het huis
1 fase, 25 Aongeveer 5,7 kW3,7 kW op 16 Aongeveer 20 km9 A: licht, koelkast en tv, maar niet de oven en de waterkoker erbij
1 fase, 35 Aongeveer 8,0 kW3,7 kW op 16 Aongeveer 20 km19 A: van het laden merk je in huis niets
1 fase, 35 A met load balancingongeveer 8,0 kW7,4 kW op 32 A, terugregelendongeveer 40 km3 A zonder meeregelen, minder dan een waterkoker; de paar uur die het laden stilstaat haalt hij 's nachts in
1 fase, 40 Aongeveer 9,2 kW7,4 kW op 32 Aongeveer 40 km8 A: de gewone dingen wel, koken op inductie erbij niet
3 fasen, 25 Aongeveer 17,3 kW11 kW op 3x16 Aongeveer 55 km9 A per fase, mits de groepen netjes over de drie fasen verdeeld zijn
3 fasen, 35 Aongeveer 24,2 kW11 kW op 3x16 Aongeveer 55 km19 A per fase, ruim genoeg voor inductie en een warmtepomp
3 fasen, 40 Aongeveer 27,6 kW22 kW op 3x32 Aongeveer 115 km8 A per fase, en maar weinig auto's kunnen 22 kW aan boord verwerken
Let op

De hoofdzekering zit achter het zegel van de netbeheerder. Slaat hij eruit omdat huis en laadpaal samen te veel trokken, dan moet de netbeheerder langskomen om hem te vervangen en kan dat een halve dag duren.

Wat er in de meterkast gebeurt en wat het label van het huis zegt

Het energielabel van een woning wordt sinds 1 januari 2021 bepaald volgens de NTA 8800 en uitgedrukt in kilowattuur per vierkante meter per jaar. Een energieadviseur neemt de woning ter plaatse op en kijkt naar isolatie, glas, installatie en eigen opwekking.

Het label gaat dus over het gebouw en niet over jouw rekening. Twee identieke huizen met hetzelfde label kunnen een factor twee schelen in verbruik, want dat verschil zit in bewoners, thermostaat en douchetijd. Wanneer je een label nodig hebt en wat er sinds de invoering veranderd is staat bij het energielabel van een woning.

Je eigen basislast lees je 's nachts af. Kijk om een uur of drie wat de meter aan actueel vermogen laat zien: alles wat er dan staat, op de koelkast na die af en toe aanslaat, loopt het hele jaar door.

Vijf watt continu is ruim 43 kilowattuur per jaar. Per apparaat is dat weinig, maar met tien van die apparaten in huis staat er een post op je jaarnota waar je nooit iets van gemerkt hebt.

Alles wat vast in de groepenkast gebeurt, is werk achter de hoofdzekering. Een laadpaal, een inductiekookplaat en een warmtepomp krijgen elk een eigen eindgroep met aardlekbeveiliging, en voor een laadpaal vraagt NEN 1010 een beveiliging die ook gelijkstroomfouten ziet.

Een stopcontact bijzetten op een bestaande groep kun je zelf, mits je weet wat er achter de wand ligt; aan de groepenkast zelf ligt de grens. Wat wel en niet een klus voor jezelf is staat bij elektrawerk in huis.

Praktische tip

Zet de apparaten die samen op één plek sluimeren op één schakelbare stekkerdoos: de televisie met de soundbar en het kastje, of de printer met de monitor en de lader. Eén schakelaar is een gewoonte die blijft hangen, en tien losse stekkers uittrekken niet.

Huishoudelijke apparaten

Huishoudelijke apparaten: levensduur, keuze en onderhoud

Bekijk alle 3 gidsen

Kosten waterontharder

Een waterontharder kost geplaatst meestal 1.000 tot 2.500 euro, en daarna 30 tot 100 euro per jaar aan zout, spoelwater…

Huishoudelijke apparaten

De vaste kern van een huishouden is klein: koelen, wassen, koken en schoonmaken. Alles daarna verdient zijn plek pas als…

Stofzuiger test

Een stofzuigertest loopt een vaste reeks proeven af: opgezogen stof van een harde vloer, uit tapijt en langs de plint,…

Glas & isolatie

Isolatieglas en BENG: welk glas in welk kozijn

Bekijk alle 1 gidsen

Bengglas

Bengglas is geen glassoort met een eigen norm, maar de naam die leveranciers geven aan drievoudig isolatieglas waarmee een nieuwbouwwoning…

Laadpaal thuis

Laadpaal thuis: kiezen, plaatsen en laden

Bekijk alle 1 gidsen

Consumentenbond laadpaal

Een test van laadpalen, zoals je die bij de Consumentenbond zoekt, is sterk in wat per paal verschilt: bediening, app,…

Energie besparen

Energie besparen in huis: waar het echt weglekt

Bekijk alle 3 gidsen

Huisverwarming

Welke huisverwarming bij je huis past, volgt uit twee getallen: hoeveel watt het huis per graad verliest en hoe warm…

Energielabel 2024

Het energielabel vat in één letter samen hoeveel primaire fossiele energie een woning per vierkante meter per jaar nodig heeft,…

Zoek het eerst even op

De tools die bij apparaten & energie horen.

Bekijk alle rekenhulpen

Per apparaat de gemiddelde levensduur, wat hem verkort, en het punt waarop repareren duurder is dan vervangen.

Vul je auto, je groepenkast en je dagelijkse kilometers in. Je ziet welk laadvermogen je nodig hebt, of je aansluiting het aankan en wat er dan overblijft aan keuzes.