Koloniale meubelen: het hout, de maten en de plek in huis
Koloniale meubelen zijn massief hardhouten meubels in Europese vormen met Aziatische details: paneeldeuren, snijwerk, gedraaide poten, gevlochten pitriet en messing beslag. Wat er nu nieuw onder die naam verkocht wordt, komt vrijwel altijd uit Java of India en is van teak, mahonie, mindi, sonokeling of mangohout, en die houtsoort bepaalt het gewicht, de kleur en hoeveel het meubel in een verwarmde kamer krimpt. Vraag naar hout dat tot 8 tot 10 procent vocht is gedroogd, zet het minstens 50 cm van een radiator, houd 100 tot 120 cm vrij voor een kast met draaideuren en beperk je tot een of twee grote stukken tegen een lichte wand.
Wat koloniale meubelen zijn en wat er nu onder die naam verkocht wordt
Koloniale meubelen zijn Europese meubelvormen, zoals de kabinetkast, het dressoir, de armstoel en het hemelbed, uitgevoerd in tropisch hardhout en met details uit de landen waar ze gemaakt werden. De stijl ontstond in de zeventiende en achttiende eeuw in de handelsposten van de VOC, waar lokale meubelmakers voor Europeanen werkten met het hout dat daar groeide.
Wat een koloniaal meubel van andere massieve meubels onderscheidt, is dus de combinatie van een zware vorm, donker hardhout en die details. Hoe dat soort keuzes zich verhoudt tot andere stijlen, maten en materialen, staat bij meubels kiezen op maat en materiaal.
Vrijwel alles wat je nu nieuw als koloniaal koopt, komt uit Indonesië, vooral uit de meubelstreek rond Jepara op Midden-Java, of uit India. Het is gemaakt van teak, mahonie, mindi, sonokeling of mangohout en vaak gebeitst naar één donkere tint die de verschillen tussen die houtsoorten verbergt.
Echt oude stukken uit de VOC-tijd zijn veilingwerk en kom je in een meubelzaak niet tegen. Tweedehands vind je vooral Indische meubels uit de negentiende en twintigste eeuw en reproducties die pas een paar decennia oud zijn, en die groepen vragen elk een andere controle.
De tabel zet de kenmerken naast elkaar waaraan je de stijl herkent, met de reden dat ze er zitten en waar je bij een nieuw stuk op let.
| Kenmerk | Waarom het er zit | Waar je bij een nieuw stuk op let |
|---|---|---|
| Paneeldeuren met een verdiept of gesneden paneel | Een los paneel in een sponning kan krimpen en uitzetten zonder dat de deur scheurt | Een lichte rand langs het paneel in de winter betekent dat het werkt zoals bedoeld; een vastgelijmd paneel scheurt |
| Houtsnijwerk in panelen, kroonlijst en poten | Javaanse snijtraditie op Europese meubelvormen | Handwerk herhaalt nooit precies; gefreesd snijwerk is bij elk motief identiek en blijft ondieper |
| Gevlochten pitriet in zitting, rug of deur | Luchtig in een warm en vochtig klimaat, en licht van gewicht | Natuurlijk pitriet kan opnieuw gevlochten worden, kunststof pitriet niet |
| Messing hoekbeslag en verzonken grepen | Overgenomen van reiskisten en scheepsmeubels die gestapeld en vervoerd werden | Een magneet blijft niet plakken aan massief messing; plakt hij wel, dan is het vermessingd staal dat gaat roesten waar de laag slijt |
| Latten of lamellen in de deuren | Ventilatie tegen schimmel in een tropisch klimaat | Stof zet zich tussen de latten, maar in een tv-meubel laten ze de warmte van de apparaten ontsnappen |
| Gedraaide of geblokte poten, soms met een bolpoot | Europese meubeltraditie, gedraaid op een draaibank | Poten die met een pen in het onderstel zitten blijven vast; poten die er met een schroef onder gedraaid zijn gaan onder een zware kast wiebelen |
| Kamferhouten binnenkant van een kist | De geur van kamferhout houdt motten op afstand | De geur wordt met de jaren zwakker; licht opschuren van de binnenkant haalt hem deels terug |
Welk hout er in een koloniaal meubel zit en wat dat betekent
Een koloniaal meubel wordt meestal verkocht op zijn vorm en zijn kleur, terwijl de houtsoort bepaalt wat je er de komende twintig jaar aan hebt. Na het beitsen zie je die soort aan de voorkant niet meer, dus kijk aan de binnenkant van een lade, de onderkant van een blad of het kopshout aan de achterzijde, waar vaak geen beits zit.

Teak is de bekendste en de meest stabiele soort. Het hout bevat van nature olie en kiezel, voelt daardoor licht vettig aan en werkt weinig bij een wisselende luchtvochtigheid. Plantageteak is jonger en heeft meer spinthout: lichte, bijna gele stroken langs de rand van de plank die minder bestand zijn tegen insecten dan het goudbruine kernhout.
Mindi en mangohout zijn lichter en goedkoper, en ze worden vaak donker gebeitst om op teak of mahonie te lijken. Mangohout komt vooral uit India en werkt meer dan teak, dus het moet goed gedroogd zijn voordat het een meubel wordt; waar het zich wel en niet voor leent staat bij de vraag hoe duurzaam mangohout is.
Sonokeling is een palissandersoort: zwaar, paarsbruin met zwarte strepen en hard genoeg om fijn snijwerk scherp te houden. De handel in palissander valt onder de internationale CITES-regels, dus vraag bij een nieuw stuk naar de herkomstpapieren.
De gewichten in de tabel gelden per vierkante meter plank van 2 cm dik, want zo reken je een meubel het snelst na. Tel zijkanten, bodem, blad, achterwand, deuren en planken bij elkaar op: een teakhouten kast van 120 bij 55 bij 200 cm met een massieve achterwand heeft ongeveer 10 m² plank en weegt leeg 120 tot 150 kg.
| Hout | Kleur en hoe die verandert | Gewicht per m² bij 2 cm | Hoe het in huis werkt | Waar je op let |
|---|---|---|---|---|
| Teak | Goudbruin, wordt in daglicht binnen enkele maanden donkerder en egaler | 12 tot 15 kg | Werkt weinig, blijft vlak en voelt licht vettig | Lichte stroken spinthout bij plantageteak; de natuurlijke olie maakt lijmen en lakken lastiger |
| Oud of gerecycled teak | Grijsbruin met donkere plekken rond oude spijkergaten | 12 tot 15 kg | Werkt weinig, want de spanningen zijn al lang uit het hout | Scheuren en gaten van het vorige gebruik; vraag of het na het zagen opnieuw gedroogd is |
| Mahonie | Roodbruin, wordt in licht donkerder en roder | 10 tot 13 kg | Werkt weinig en laat zich goed snijden | Wordt vaak rood of donker gebeitst; een kras toont dan lichter hout |
| Sonokeling | Paarsbruin met zwarte strepen, verkleurt in de zon naar warm bruin | 15 tot 18 kg | Hard en stabiel, houdt snijwerk scherp | Het zwaarste hout in dit rijtje, en de handel valt onder de CITES-regels |
| Mindi | Lichtbruin met duidelijke nerf, bijna altijd gebeitst | 9 tot 12 kg | Werkt meer dan teak en is zachter, dus deukt sneller | Een kras of een afgesleten hoek laat het lichte hout onder de beits zien |
| Mangohout | Lichtbruin tot grijsbruin met een onrustige tekening | 11 tot 14 kg | Werkt meer dan teak en is gevoelig voor insecten als het niet goed gedroogd is | Vraag het vochtgehalte en controleer op gaatjes met boormeel |
| Suar | Goudbruin met een donkere kern, vaak als één brede plank | 9 tot 13 kg | Werkt veel; brede bladen trekken krom of scheuren | Houten vlinders in het blad betekenen dat er scheuren zijn vastgezet |
| Rotan en pitriet | Strogeel, wordt met de jaren honingkleurig | Licht, geen plankhout maar de stengel van een klimpalm | Wordt bros in droge lucht en slap in vochtige | Stof afborstelen en af en toe licht vochtig afnemen houdt het soepel |
Waarom tropisch hout in een verwarmde kamer krimpt
Hout neemt vocht op en staat het weer af tot het in evenwicht is met de lucht eromheen. In een werkplaats of opslag op Java, bij een luchtvochtigheid van 70 tot 85 procent, komt hout op ongeveer 13 tot 17 procent vocht. In een verwarmde Nederlandse woonkamer in januari, bij 30 tot 40 procent, zakt dat naar 6 tot 8 procent.
Dat verschil zie je pas als het hout breedte verliest. Hout krimpt vooral dwars op de nerf en bijna niet in de lengte, dus een blad wordt smaller maar niet korter. Een teakhouten tafelblad van 90 cm breed dat van 14 naar 8 procent droogt, verliest ongeveer 5 tot 9 mm, en mindi, mango en suar krimpen bij dezelfde stap anderhalf tot twee keer zoveel.

Zolang het hout vrij kan bewegen, merk je daar weinig van. Een paneel dat los in zijn sponning ligt, schuift een paar millimeter heen en weer, en een blad dat met houten klosjes of schroeven in sleufgaten op het onderstel zit, glijdt mee.
Het gaat mis waar de constructie het hout vasthoudt: een blad dat met strakke schroeven door ronde gaten op de regel zit, een paneel dat in de sponning is vastgelijmd, of dwarslatten die over de volle breedte van een plank gelijmd zijn. Het hout wil krimpen, kan niet, en scheurt op de zwakste plek, meestal midden in het blad of langs een lijmnaad.
In een natte zomer gebeurt het omgekeerde, als de binnenlucht naar 60 tot 70 procent gaat. Laden en deuren zwellen en gaan klemmen, en in oktober lopen ze weer. Houd de luchtvochtigheid daarom tussen 45 en 60 procent, dezelfde bandbreedte die een houten vloer nodig heeft, en vraag bij aankoop naar hout dat tot 8 tot 10 procent is gedroogd.
| Wat je ziet | Wat het hout doet | Wat je eraan doet |
|---|---|---|
| Lichte rand langs een deurpaneel in de winter | Het paneel krimpt vrij in zijn sponning | Niets: zo hoort het, en in de zomer is de rand weer weg |
| Scheur midden in een tafelblad | Het blad zit star vast en kon niet krimpen | Schroeven in sleufgaten of houten klosjes laten zetten voordat de scheur verder loopt |
| Laden klemmen in de zomer | Lade en kast zwellen door de vochtige lucht | Paraffine langs de geleiders wrijven en de lade niet schaven, want in de winter krimpt hij weer |
| Deuren sluiten niet meer op elkaar aan | De kast staat niet waterpas en wringt | Eerst de kast met wiggen waterpas zetten, pas daarna de scharnieren bijstellen |
| Blad trekt hol of bol | Eén kant droogt sneller, bijvoorbeeld door een radiator of zon aan één zijde | Het meubel uit de warmtebron zetten; een afwerking aan beide kanten van het blad remt het verschil |
| Kieren tussen de planken van een blad | Een lijmnaad heeft losgelaten of de planken liggen los in een groef | Wachten tot na de stookperiode; een naad die in de zomer dicht is, hoeft niet gevuld te worden |
Zet een teakhouten of mindi meubel niet direct na de levering tegen een radiator of in de zon achter glas op zuid. Een blad dat de eerste weken aan één kant sneller droogt dan aan de andere, trekt krom, en dat komt er meestal niet meer uit.
Waar een koloniaal meubel in de kamer komt te staan
De plek bepaalt hoe het hout zich gedraagt en hoeveel ruimte het meubel werkelijk kost. Houd als vuistregel minstens 50 cm afstand tot een radiator en zet niets in de warme luchtstroom erboven, want die droogt één kant van het meubel sneller dan de andere.
Direct zonlicht doet iets anders: het verkleurt het hout. Teak en mahonie worden in de zon donkerder en sonokeling verliest zijn paarse toon. Een vaas of lamp die maandenlang op dezelfde plek staat, laat een lichtere afdruk achter, dus verschuif in het eerste jaar wat er op het blad staat.
Reken daarna de ruimte rond het meubel mee. Een koloniale kast heeft bijna altijd draaideuren van 50 tot 60 cm, en elke deur zwaait die maat de kamer in, dus houd er 100 tot 120 cm voor vrij. Een dressoir met laden van 45 cm diep vraagt 75 tot 95 cm, en een eettafel 75 cm achter elke stoel om op te staan en 100 cm waar je achterlangs moet.
Het schema zet die maten in een eetkamer van 400 bij 500 cm. De kast en het dressoir staan tegen de wanden zonder radiator, de tafel staat naast de strook voor de kastdeuren en niet erin, en tussen tafel en rechterwand blijft 90 cm doorloop.
Een zwaar meubel moet ook waterpas staan. Een kast met twee deuren op een aflopende vloer wringt een paar millimeter, en dan sluiten de deuren niet meer op elkaar aan. Leg de waterpas op de bodem van de kast en niet op het blad, en zet dunne houten wiggen onder de lage poten.
Leg onder elke poot een harde onderzetter van 5 tot 8 cm doorsnee. Vilt alleen verdeelt de druk niet over een groter vlak, omdat het zelf indrukt, en een kast van 150 kg op vier poten van 4 bij 4 cm drukt met ruim 2 kg per cm² op de vloer.
Welk meubel waarvoor, met de maten die erbij horen
Een koloniaal meubel is vaak dieper, hoger en zwaarder dan zijn moderne tegenhanger, en die centimeters komen uit de vorm: een kroonlijst, een gesneden plint, een dikke tafelregel. Vergelijk daarom de breedte met je wand, en de diepte en de hoogte met wat er omheen staat.
De eettafel is het meubel waar dat het vaakst knelt. Onder een koloniaal blad van 4 tot 5 cm zit meestal een regel van 8 tot 10 cm, en bij een totale hoogte van 76 cm blijft er dan 61 tot 64 cm vrij voor je bovenbenen, terwijl 65 tot 72 cm prettig zit. Meet dus onder de regel en niet onder het blad, en zoek de gangbare hoogtes van eettafel, salontafel en nachtkast op voordat je in de winkel gaat zitten.
Bij een salontafel met laden of een kist als salontafel is de hoogte het punt. Gangbaar is 38 tot 45 cm, gelijk aan of net onder de zithoogte van de bank; een kist van 50 cm hoog staat boven je knie. Een kist met een deksel heeft bovendien een dekselsteun nodig die hem open houdt, anders valt hij dicht op je vingers.
Een tv-meubel met latten of pitriet in de deuren laat de warmte van apparaten weg, maar een dicht paneel houdt het signaal van de afstandsbediening tegen. Houd het meubel op 45 tot 55 cm hoog, dan komt het midden van een scherm van 55 inch rond 80 tot 95 cm uit, onder de ooghoogte van wie op de bank zit.
In de slaapkamer is het hemelbed het grote stuk. De stijlen zijn vaak 210 tot 220 cm hoog, en onder een plafond van 240 tot 250 cm, dat in oudere rijtjeshuizen gangbaar is, blijft er weinig ruimte over om de hemelrand op te zetten en er een doek overheen te leggen. Het wandschema onder de tabel laat zien hoe dat uitpakt, en wie kasten, tafels en bedden van elke stijl naast elkaar wil zien, vindt ze in het overzicht van meubels per soort.
| Meubel | Gangbare koloniale maat | Ruimte die je vrijhoudt | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Kast met twee draaideuren | 100 tot 140 cm breed, 50 tot 60 cm diep, 190 tot 210 cm hoog | 100 tot 120 cm voor de deuren | Het gewicht op de trap, en de diagonaal van 209 cm bij het rechtop zetten van een kast van 200 bij 60 cm |
| Dressoir of buffetkast | 160 tot 200 cm breed, 45 tot 50 cm diep, 80 tot 95 cm hoog | 75 tot 95 cm voor de laden | Een blad boven 90 cm komt voor een lage vensterbank uit |
| Eettafel met gedraaide poten | 180 tot 220 cm lang, 90 tot 100 cm breed, 76 tot 78 cm hoog | 75 cm achter elke stoel, 100 cm waar je langs loopt | De vrije hoogte onder de regel, en poten die ver naar binnen staan en een plaats aan de zijkant kosten |
| Salontafel of kist | 100 tot 130 cm lang, 60 tot 80 cm breed, 40 tot 50 cm hoog | 30 tot 45 cm tot de bank | Boven 45 cm staat het blad hoger dan de zitting van de meeste banken |
| Tv-meubel | 150 tot 200 cm breed, 45 tot 55 cm diep, 50 tot 65 cm hoog | 75 cm voor laden en deuren | Bij 65 cm hoog komt het midden van een scherm van 55 inch al rond 100 cm, vlak onder ooghoogte |
| Hemelbed | Voor een matras van 160 of 180 bij 200 cm, stijlen rond 210 tot 220 cm hoog | 60 tot 75 cm naast het bed | Een plafond onder 250 cm, en een trapgat waar de lange stijlen niet door kunnen |
| Nachtkastje of bijzettafel | 40 tot 50 cm breed, 55 tot 70 cm hoog | 40 cm voor de lade | Het blad hoort gelijk aan of iets boven de matras, anders reik je omlaag naar je glas |
| Stoel met pitriet zitting | Zithoogte 44 tot 47 cm, zitting 45 tot 50 cm breed | 75 cm achter de stoel aan tafel | Pitriet dat steeds op één punt belast wordt, zoals de voorrand bij opstaan, gaat daar het eerst door |
Welke kleur wand en vloer het donkere hout laten zien
Donker hardhout kaatst weinig licht terug, ongeveer een tiende van wat erop valt, tegen vier vijfde bij een witte wand. Een donkere kast tegen een donkere wand heeft daardoor geen rand meer, en snijwerk zie je alleen als er schaduwlijnen in vallen tegen een lichtere achtergrond.
Begin daarom bij de ondertoon van het hout. Teak en oud teak trekken naar geel, mahonie en sonokeling naar rood of paars, en veel gebeitst mindi naar een bijna zwart bruin. Houd een wit vel papier tegen het hout bij daglicht; zo test je ook de ondertoon van een bruine bank, en bij een kast werkt het precies hetzelfde.
Wat als koloniaal bruin wordt verkocht, is geen vaste kleur maar een verzamelnaam voor donker warm bruin met een roodbruine kern. In onze kleurgegevens komt chocoladebruin er het dichtst bij, en dat staat goed naast warm wit, linnen, zandbeige, olijfgroen en okergeel. Naast antraciet, inktblauw of aubergine krijg je twee donkere vlakken die elkaar tegenwerken.
Op noord wordt chocoladebruin bijna zwart, dus daar houdt een licht warm wit op de wand de kamer lichter dan een middentoon als greige of taupe. Op zuid en west blijft het bruin leesbaar en mag de wand een tint donkerder, zoals linnen of zandbeige.
De vloer telt net zo zwaar. Donker hout op een donkere vloer laat de poten verdwijnen, terwijl licht eiken of een kleed in linnenkleur de onderkant weer tekent. In de kleurmatcher kies je een donkere vloer of een bruine bank als basis en je windrichting, en dan zie je welke hoofdkleur, bijkleur en accent daarbij horen en wat wringt.
| Houtkleur | Wand die het hout laat zien | Vloer en textiel erbij | Wat wringt |
|---|---|---|---|
| Goudbruin teak | Warm wit of linnen | Licht eiken, olijfgroen in textiel | Koel wit en grijsblauw, die het hout oranje laten lijken |
| Roodbruin mahonie of sonokeling | Kalkwit, met mosgroen of saliegroen op een tweede vlak | Een neutraal kleed zonder rood erin | Terracotta en vuilroze, die in dezelfde rode hoek zitten |
| Donker gebeitst koloniaal bruin | Warm wit, zandbeige of linnen | Licht eiken of een licht kleed onder de poten | Antraciet, inktblauw en aubergine |
| Grijsbruin oud teak | Kalkwit of greige | Beton, natuursteen of een lichte pvc-vloer | Een geel wit, dat het grijs in het hout vuil laat lijken |
| Cognac leer en rotan bij het hout | Olijfgroen of greige achter de zithoek | Mosgroen of inktblauw in kussens | Terracotta, baksteenrood en okergeel naast het leer |
Modern koloniaal: hoeveel van de stijl een kamer draagt
Een modern koloniaal interieur combineert een of twee koloniale stukken met een verder rustige kamer: lichte wanden, een lichte vloer en zitmeubels met een strakke lijn. Dat is een smaakregel en geen wet, maar hij heeft een verklaring: een zwaar meubel met reliëf heeft een leeg vlak nodig om gelezen te worden, net als een patroon.
Zet je een kast, een dressoir, een eettafel en een salontafel van dezelfde donkere houtsoort in één kamer, dan zie je vanaf de bank vooral bruin en valt het onderscheid tussen de stukken weg. Houd één meubel als zwaartepunt en laat het hout daarna terugkomen in kleinere dingen, zoals een lijst, een lampvoet of een bijzettafel.
Voor rotan en messing werkt dezelfde telling als voor elk materiaal: laat het minstens drie keer terugkomen, verspreid over de kamer. Eén rotan stoel tussen strak meubilair leest als een restant, rotan in een stoel, een lampenkap en een mand leest als keuze. Hoe je twee stijlen zo in verhouding houdt, staat bij de interieurstijlen en wat elke stijl vastlegt.
Kies één metaal voor het vaste beslag. Is dat messing, houd chroom dan buiten de kamer; zwart werkt wel als dunne lijn in een lampvoet of een lijst, omdat zwart als kleinste vlak in de kamer een grens trekt waardoor de kleuren eromheen scherper worden.
De zitmeubels zijn in een koloniale kamer het moderne deel, en daar telt comfort het zwaarst. Een koloniale bank met een houten rug en een dun los kussen zit vooral rechtop, en dat is prettig aan tafel maar niet voor een avond televisiekijken. Kies liever een bank die op zitdiepte, zithoogte en vulling is uitgezocht, en laat het hout terugkomen in de bijzettafel en de fauteuil.
Maak een foto van de kamer in zwart-wit. Wat daarop als één donkere massa zonder rand verschijnt, heeft te weinig contrast met de wand of de vloer, ook als de kleuren in het echt wel van elkaar verschillen.
Nieuw, tweedehands of antiek: de kwaliteit zit in de constructie
De voorkant van een koloniaal meubel zegt weinig, want beits, snijwerk en messing zijn bij een goed en een slecht gemaakt stuk even overtuigend. De kwaliteit zit in de laden, de achterwand, de verbindingen en de onderkant, en die bekijk je met een zaklamp.
Trek een lade helemaal uit. Een lade met zwaluwstaartverbindingen op de hoeken en een bodem die in een groef ligt, gaat decennia mee; een lade met nietjes en een bodem van dun hardboard is snel gemaakt en scheurt eerder. Loopt de lade op houten geleiders, dan houdt een beetje paraffine hem soepel.
Kijk daarna naar de achterwand en de panelen. Een massieve achterwand in delen die in een sponning liggen, is zwaarder en duurder dan een plaat multiplex. Snijwerk dat bij elk motief exact gelijk is en ondiep blijft, is gefreesd en niet gesneden.
Bij een oud of als oud verkocht stuk tellen drie sporen. Echte houtwormgangen lopen kronkelend onder het oppervlak, dus waar een plank is doorgezaagd zie je open halve gangen, terwijl geboorde gaatjes voor een verouderd uiterlijk recht naar binnen gaan en ophouden. Kruiskopschroeven in origineel beslag betekenen dat het beslag vervangen is of dat het stuk jonger is, want die schroeven kwamen pas in de twintigste eeuw in gebruik. Slijtage zit bij een echt gebruikt meubel alleen waar handen en voeten komen: bij de grepen, de voorrand en de onderste regel.
Fijn lichtbruin poeder onder een tweedehands meubel kan oud boormeel zijn of een actieve houtworm. Veeg het weg, kijk na twee weken opnieuw, en vergelijk de gaatjes met de houtkevers in de beestjeszoeker: ronde gaatjes van 1 tot 2 mm zijn houtworm, ovale van 6 tot 10 mm zijn van de huisboktor, die alleen naaldhout aantast en dus niet in teak zit.
Koop je nieuw, laat dan de houtsoort, het vochtgehalte en of het blad massief of gefineerd is op de bon zetten. Wat er verder op de koopovereenkomst bij een grote meubelzaak hoort, geldt voor een koloniale kast net zo.
| Wat je controleert | Hoe je het doet | Wat het je vertelt |
|---|---|---|
| Houtsoort onder de beits | Kijk aan de onderkant van een blad of in een lade, waar vaak geen beits zit | Licht hout met een grove nerf onder donkere beits is meestal mindi of mango, geen teak |
| Vochtgehalte | Houtvochtmeter met pennen aan de binnenkant van de kast | Boven 12 procent gaat het meubel bij jou thuis nog krimpen |
| Messing beslag | Houd een magneet tegen een hoekstuk of greep | Blijft hij plakken, dan is het vermessingd staal |
| Laden | Trek ze helemaal uit en bekijk de hoeken en de bodem | Zwaluwstaarten en een bodem in een groef wijzen op degelijk werk |
| Bevestiging van het blad | Kijk onder het blad naar klosjes, sleufgaten of ronde schroefgaten | Ronde gaten met strakke schroeven laten het blad niet krimpen |
| Houtwormgaatjes | Veeg het boormeel weg en kijk na twee weken opnieuw | Nieuw lichtbruin poeder betekent dat de larve nog actief is |
| Schroeven | Kijk naar de koppen in scharnieren en beslag | Kruiskop in origineel beslag past niet bij een stuk van voor de twintigste eeuw |
| Afwerking | Leg een druppel water op een verborgen plek | Trekt hij in en kleurt het hout donker, dan is het olie, was of onbehandeld; blijft hij liggen, dan is het lak |
Onderhoud met olie, was of lak, en wat het hout niet verdraagt
Welk onderhoud een koloniaal meubel nodig heeft, hangt af van de afwerking en niet van de houtsoort. Binnen is teak meestal gelakt of met was afgewerkt, en een gelakt meubel heeft aan teakolie niets: de olie trekt niet in, blijft kleverig op de lak liggen en houdt stof vast.
Doe daarom eerst de druppeltest op een verborgen plek. Een gewaxt of geolied meubel neem je af met een droge of licht vochtige doek en geef je een of twee keer per jaar een dunne laag meubelwas of olie. Veeg olie na een kwartier helemaal af, anders droogt hij tot een doffe, plakkerige laag; een gelakt meubel heeft alleen een vochtige doek nodig.
Laat meubelsprays met siliconen staan. Ze geven even glans, maar de siliconen trekken in de poriën, en bij een latere reparatie hecht nieuwe lak of olie daar niet meer en ontstaan er kraters in de laag.
Witte kringen van een glas op een waslaag zijn vocht dat onder de was is gekropen. Een föhn op de laagste stand, op een hand afstand en steeds in beweging, laat dat vocht vaak weer uitdampen; een kring in lak die niet reageert, is werk voor een meubelrestaurateur.
Rotan en pitriet worden bros in een droge winterkamer. Borstel het stof eruit en neem het af en toe af met een licht vochtige doek, en een doorgezakte zitting van natuurlijk pitriet trekt weer strak als je de onderkant bevochtigt en hem laat drogen zonder erop te zitten. Gelakt messing poets je niet met metaalpoets, want die haalt de lak eraf en dan gaat het vlekkerig oxideren.
Wat een massief meubel lang laat meegaan, is het frame: een stoel of bank met een massief houten frame is opnieuw te stofferen en een kast is bij te werken, iets wat bij plaatmateriaal niet kan. Hoeveel jaar een bank met veren en een massief frame haalt, staat in de levensduurtabel voor meubels, vloeren en apparaten.
Vouw een doek met teakolie of lijnolie nooit op en gooi hem niet in de prullenbak. Drogende olie wordt warm terwijl hij uithardt, en een prop doeken kan vanzelf gaan branden. Hang de doek uitgespreid buiten te drogen of stop hem in een pot met water en een deksel.
Van toonzaal tot vaste plek in zeven stappen
Elke stap sluit een fout uit die je na de levering niet meer herstelt.
-
Kies de plek en meet wat het meubel daar krijgt
Meet de wand, de afstand tot de radiator en de ruimte ervoor: 100 tot 120 cm voor draaideuren en 75 tot 95 cm voor laden. Noteer ook de plafondhoogte, want een kast van 200 cm hoog en 60 cm diep heeft bij het rechtop zetten 209 cm nodig.
-
Meet de route naar binnen
Meet de dagmaat van elke deur, de breedte van de gang en de vrije hoogte boven de trap. Vraag of de kast uit elkaar gaat, want bij veel koloniale kasten zijn kroonlijst, voet en deuren los te nemen. Hoe je die maten naast een meubel legt, staat ook bij het kiezen van meubels op hun werkelijke maat.
-
Bepaal de houtsoort en vraag het vochtgehalte
Kijk onder de beits en laat de houtsoort op de bon zetten. Hout dat tot 8 tot 10 procent is gedroogd, krimpt in een verwarmde kamer nauwelijks nog; bij 12 procent of meer kun je in de eerste stookperiode kieren en scheuren verwachten.
-
Controleer de constructie en het beslag
Trek een lade helemaal uit, kijk onder het blad hoe het vastzit en houd een magneet tegen het beslag. Die drie controles kosten een paar minuten en vertellen meer over het meubel dan de prijs of het snijwerk.
-
Plan het dragen
Reken per m² plank van 2 cm op 12 tot 15 kg bij teak en 15 tot 18 kg bij sonokeling. Een kast van meer dan 100 kg draag je met zijn tweeën over een vlakke vloer en met zijn vieren over een trap, nadat de deuren en laden eruit zijn.
-
Zet het meubel waterpas en op harde onderzetters
Leg de waterpas op de bodem van de kast, in de breedte en in de diepte, wig de lage poten op tot de bel in het midden staat en controleer daarna of de deuren gelijk sluiten. Harde onderzetters van 5 tot 8 cm voorkomen deuken in hout en pvc.
-
Laat het hout een stookseizoen wennen
Stel scharnieren en laden pas bij na de eerste winter, want wat in december klemt, loopt in april vaak weer vrij. Verschuif in het eerste jaar wat er op het blad staat, zodat het hout gelijkmatig verkleurt.
Maatwijzer
De hoogtes en maten die in een huis kloppen: bar, eettafel, tv, schilderij, wandlamp, kapstok en gordijnrails, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Onderdeel | Wat | Maat | Marge die werkt | Waar het van afhangt |
|---|---|---|---|---|
| Zitten | Bank, zithoogte | 44 cm | 40 tot 48 cm | Meet tot de ingezakte zitting, niet tot het bolle kussen. Hoger kom je makkelijker op en af, lager zit je meer achterover. |
| Zitten | Bank, zitdiepte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Boven 70 cm hangen je voeten vrij en zit je gedwongen onderuit. Loungebanken gaan tot 100 cm en zijn bedoeld om op te liggen. |
| Zitten | Bank, totale hoogte met rugleuning | 80 cm | 75 tot 90 cm | Staat de bank voor een raam, dan blijft hij onder de vensterbank als hij niet hoger is dan 80 cm. |
| Zitten | Fauteuil, zithoogte | 45 cm | 42 tot 48 cm | Een paar centimeter hoger dan de bank scheelt bij het opstaan. Een lage lounge-fauteuil zakt naar 38 cm. |
| Zitten | Salontafel, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Vuistregel: gelijk aan of net onder de zithoogte van de bank. Dan zet je je kopje neer zonder voorover te buigen. |
| Zitten | Salontafel, afstand tot de bank | 40 cm | 35 tot 45 cm | Minder en je knieën stoten tegen de rand, meer en je moet opstaan om je glas te pakken. |
| Zitten | Bijzettafel naast de bank, hoogte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Gelijk met de armleuning, dan pak je je glas zonder te kijken. |
| Zitten | Poef of voetenbank, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Iets lager dan de zitting waar je op zit, anders drukt de rand in je kuiten. |
| Zitten | Doorloop tussen bank en meubel | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm loop je er met een volle wasmand langs. 60 cm is te krap om elkaar te passeren. |
| Zitten | Tv-meubel, hoogte | 45 cm | 40 tot 55 cm | Hierop komt het midden van een 55 inch scherm op ongeveer 80 cm. Wil je het midden op ooghoogte, dan hang je de tv aan de wand. |
| Eten en bar | Barblad, hoogte | 105 cm | 100 tot 110 cm | De barkruk moet 25 tot 30 cm lager zijn dan het blad. |
| Eten en bar | Barblad, diepte | 40 cm | 30 tot 60 cm | 40 cm is een bord plus een glas. Wil je er ook snijden of een laptop neerzetten, dan 60 cm. |
| Eten en bar | Barblad, overstek voor je knieën | 25 cm | 20 tot 30 cm | Zonder overstek zitten je knieën tegen het kastje. Boven 30 cm moet het blad onderstut worden, anders kantelt het als iemand erop leunt. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij een blad van 105 cm | 78 cm | 75 tot 82 cm | Het verschil tussen zitting en blad blijft 25 tot 30 cm, want daar passen je bovenbenen. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij aanrechthoogte (90 cm) | 63 cm | 60 tot 67 cm | Hetzelfde verschil van 25 tot 30 cm. Een gewone barkruk van 78 cm is hier te hoog en je zit met je knieën omhoog. |
| Eten en bar | Bar, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Met 60 cm stoot je je elleboog niet tegen je buurman. Onder 55 cm zit je schouder aan schouder. |
| Eten en bar | Eettafel, hoogte blad | 75 cm | 72 tot 78 cm | Vaste maat in de meubelbranche, geen norm. Een dik hardstenen of houten blad telt mee, dus meet de bovenkant. |
| Eten en bar | Eettafel, vrije hoogte onder het blad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Hier zitten je bovenbenen. Een dikke tafelrand, een schuiflade of een dwarsbalk eet die ruimte op. |
| Eten en bar | Eetstoel, zithoogte | 45 cm | 44 tot 47 cm | Het verschil met het tafelblad moet 28 tot 32 cm zijn. Bij een tafel van 78 cm hoort dus een stoel van 46 tot 48 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Een placemat is 45 cm breed, de rest is ruimte voor je ellebogen en je glas. Aan de kopse kant reken je een extra plek van 60 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, diepte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Bij 80 cm raken de borden tegenover elkaar bijna. Bij 90 cm past er een schaal of een kaars in het midden. |
| Eten en bar | Ronde eettafel, diameter | 120 cm voor 4 personen | 110 tot 150 cm | Reken 60 cm omtrek per persoon en houd het midden vrij voor de schalen. Vanaf 140 cm zitten er zes mensen omheen. |
| Eten en bar | Ruimte achter een eetstoel | 100 cm | 75 tot 110 cm | 75 cm om de stoel achteruit te schuiven en op te staan, 100 cm om er ook achterlangs te lopen met een schaal. |
| Aan de muur | Schilderij, hartlijn boven de vloer | 145 cm | 140 tot 155 cm | Vuistregel, geen norm: het midden van het werk op ooghoogte van iemand die staat. Hang alles in de kamer op dezelfde hartlijn, dan loopt de wand rustig. |
| Aan de muur | Schilderij boven een bank, onderrand | 25 cm boven de rugleuning | 20 tot 30 cm | Lager en het lijkt of het werk op de bank leunt. Door de bank schuift de hartlijn omhoog naar 150 tot 165 cm, en dat mag hier. |
| Aan de muur | Schilderij boven een dressoir, onderrand | 25 cm boven het blad | 20 tot 30 cm | Genoeg om er een lamp of een vaas voor te zetten zonder dat die de lijst raakt. |
| Aan de muur | Wandcollage, ruimte tussen de lijsten | 6 cm | 5 tot 8 cm | Gelijke tussenruimte laat de groep als een vlak lezen. Boven 10 cm valt de groep uiteen in losse lijstjes. |
| Aan de muur | Schilderij in een trapgat, hartlijn | 145 cm boven de neus van de trede | 140 tot 150 cm | Meet loodrecht boven de voorkant van de trede waar je staat. Dan loopt de rij lijsten mee met de trap in plaats van scheef te lijken. |
| Aan de muur | Spiegel in de hal, hartlijn | 155 cm | 150 tot 165 cm | De bovenkant moet boven het hoofd van de langste huisgenoot uitkomen, anders ziet die zijn kruin niet. |
| Aan de muur | Spiegel boven de wastafel, onderkant | 20 cm boven het blad | 15 tot 25 cm | Ruimte voor de kraan en een zeeppompje. Bij 20 cm kijk je nog recht in je gezicht in plaats van tegen je hals. |
| Aan de muur | Wandklok, hartlijn | 180 cm | 170 tot 200 cm | Boven ooghoogte en boven de meubels, zodat je hem van de andere kant van de kamer ziet en er niemand voor staat. |
| Aan de muur | Tv, midden van het scherm | 105 cm | 100 tot 115 cm | Op ooghoogte als je op de bank zit: bij een zitting van 44 cm zit je oog op ongeveer 115 cm. Boven een schouw kijk je omhoog en dat voel je na een film in je nek. |
| Aan de muur | Tv, kijkafstand | 2 keer de schermdiagonaal | 1,5 tot 2,5 keer | Een 55 inch scherm is 140 cm diagonaal, dus 2 tot 3,5 m. Bij 4K mag je dichterbij zitten omdat je de pixels niet meer ziet. |
| Aan de muur | Stopcontact, hart boven de vloer | 30 cm | 25 tot 35 cm | Gewoonte, geen norm: NEN 1010 schrijft geen hoogte voor, alleen de zones in de badkamer. Achter een dressoir zet je hem net zo goed op 15 cm, boven een werkblad juist hoog. |
| Aan de muur | Schakelaar, hart boven de vloer | 105 cm | 90 tot 110 cm | Ook een gewoonte. 105 cm is de oude Nederlandse standaard: je vindt hem in het donker met je hand op heuphoogte. Voor kinderen en vanuit een rolstoel werkt 90 tot 100 cm beter. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, onderkant | 80 cm boven het blad | 75 tot 90 cm | Laag genoeg om het blad te verlichten, hoog genoeg om iemand tegenover je aan te kijken. Bij een plafond boven 280 cm mag hij iets hoger. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, breedte | 30 cm binnen de rand van het blad | 30 tot 40 cm binnen de rand | Anders stoot je je hoofd als je langs de tafel loopt of een stoel aanschuift. |
| Licht | Hanglamp boven een kookeiland, onderkant | 75 cm boven het blad | 70 tot 85 cm | Boven een blad van 90 cm kom je dan op 165 cm, ongeveer ooghoogte. Kies dus een kap die de lamp van onderaf afschermt. Bij twee of drie lampen reken je 70 tot 90 cm hart op hart. |
| Licht | Hanglamp in de hal of boven de trap, onderkant | 210 cm boven de vloer | 200 tot 230 cm | Vrije doorloop, niemand stoot zijn hoofd. Boven een trap meet je vanaf de hoogste trede die onder de lamp ligt. |
| Licht | Wandlamp, hart | 160 cm | 150 tot 170 cm | Ooghoogte. Schijnt de lamp opzij of omhoog, dan mag hij lager hangen. In een open lamp op ooghoogte kijk je recht in de bron. |
| Licht | Leeslamp naast een stoel, onderkant van de kap | 110 cm | 100 tot 125 cm | Net boven je schouder als je zit, dan valt het licht op de pagina en niet in je ogen. |
| Licht | Vloerlamp naast de bank, onderkant van de kap | 140 cm | 130 tot 150 cm | Je hoofd zit op de bank op ongeveer 130 cm. Blijft de kap daarboven, dan kijk je niet in het lampje. |
| Licht | Bedlamp aan de wand, hart | 65 cm boven de matras | 55 tot 75 cm | Op zithoogte in bed, zodat het licht op je boek valt. Meet vanaf de matras en niet vanaf de vloer, want een boxspring scheelt 20 cm. |
| Licht | Spiegellamp badkamer, twee lampen naast de spiegel | 160 cm hart | 155 tot 170 cm | Licht van de zijkant geeft geen schaduw onder je ogen en je kin. Een enkele lamp boven de spiegel doet dat wel. |
| Licht | Inbouwspot, afstand tot de wand | 70 cm | 60 tot 90 cm | Dichterbij krijg je een felle boog op het stucwerk, verder weg blijft de wand donker. Onderling 100 tot 150 cm, afhankelijk van de stralingshoek. |
| Licht | Buitenlamp naast de voordeur, hart | 190 cm | 170 tot 210 cm | Boven je hoofd, zodat je niet in de lamp kijkt terwijl je het slot zoekt. Op ooghoogte ben je juist blind. |
| Keuken | Aanrecht, hoogte bovenkant blad | 90 cm | 85 tot 95 cm | De Nederlandse standaard: onderkast, verstelbare poten en een blad van 3 tot 4 cm samen. Vuistregel: ellebooghoogte min 10 tot 15 cm, dus ben je langer dan 1,85 m, draai de poten dan uit. |
| Keuken | Werkblad, diepte | 60 cm | 57 tot 65 cm | Kookplaten en spoelbakken zijn op 60 cm gemaakt. Een diep blad van 70 cm geeft ruimte achter de kookplaat, maar je reikt verder naar de bovenkastjes. |
| Keuken | Bovenkastjes, onderkant boven het werkblad | 55 cm | 50 tot 60 cm | Onder 50 cm past je keukenmachine er niet onder en sta je met je hoofd tegen de deur. Boven 60 cm kom je niet bij het bovenste schap. |
| Keuken | Bovenkastjes, diepte | 35 cm | 32 tot 40 cm | Ondieper dan het werkblad, zodat je er niet tegenaan stoot als je over het blad buigt om te snijden. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaskookplaat, onderkant | 70 cm | 65 tot 75 cm | De vlam en de hete lucht moeten weg kunnen: onder 65 cm boven de pannendrager wordt het vetfilter te heet. Houd altijd de minimummaat uit de handleiding aan, dat is een eis van de fabrikant. |
| Keuken | Afzuigkap boven inductie, onderkant | 60 cm | 55 tot 65 cm | Geen vlam, dus hij mag lager, en lager hangen vangt meer damp. Ook hier is de handleiding leidend, want die maat hoort bij het apparaat. |
| Keuken | Kookeiland, loopruimte rondom | 120 cm | 100 tot 150 cm | Bij 100 cm kun je de vaatwasser openen en er nog langs. Bij 120 cm passeren twee mensen elkaar terwijl er een lade open staat. |
| Keuken | Twee keukenrijen tegenover elkaar, afstand | 120 cm | 110 tot 140 cm | Een ovendeur en een lade die tegenover elkaar open staan hebben allebei ongeveer 60 cm nodig. |
| Keuken | Oven op werkhoogte, bodem van de ovenruimte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Je tilt een hete bakplaat er recht uit in plaats van gebogen. Boven 100 cm til je een schaal boven je middel en zie je niet meer wat erin staat. |
| Keuken | Vaatwasser, nismaat | 60 cm breed, 82 cm hoog | 60 tot 60,5 cm breed | Een onderbouwmodel schuift onder een blad van 90 cm. Een vrijstaand model heeft zijn eigen bovenblad en is ongeveer 85 cm hoog. |
| Keuken | Inbouwkoelkast, nishoogte | 88, 122 of 178 cm | vaste maten per model | De kast volgt de nismaat, dus meet de nis en niet het apparaat. Achter en boven het apparaat moet ventilatieruimte vrij blijven. |
| Keuken | Stopcontact boven het werkblad, hart | 115 cm | 110 tot 120 cm | Dat is 20 tot 30 cm boven het blad, dus vrij van spetters en niet weggewerkt achter de waterkoker. Houd minstens 30 cm afstand tot de spoelbak. |
| Keuken | Keukenplint, hoogte | 10 cm | 10 tot 15 cm | De poten zijn verstelbaar en met de plint stel je de aanrechthoogte fijn in. De plint staat 5 cm terug, zodat je met je tenen onder het kastje kunt. |
| Trap, hal en deur | Trapleuning, hoogte | 90 cm | 80 tot 100 cm (norm) | Norm: het Bouwbesluit, sinds 2024 het Besluit bouwwerken leefomgeving, eist een leuning tussen 80 en 100 cm, gemeten vanaf de voorkant van de trede. Een leuning is verplicht als je over de trap meer dan 1 m stijgt. |
| Trap, hal en deur | Optrede, hoogte van een trede | maximaal 18,8 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw tot 22 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl, voor een woning. Oude trappen zijn vaak 20 tot 21 cm en dat mag blijven zolang je de trap niet vernieuwt. |
| Trap, hal en deur | Aantrede, diepte van een trede | minimaal 22 cm bij nieuwbouw | 22 cm is de ondergrens (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Bij een draaiende trap geldt die maat op de looplijn, dus in de punt van een kwartdraai mag de trede smaller zijn. |
| Trap, hal en deur | Trap, vuistregel voor comfortabel lopen | 2 x optrede + aantrede = 60 cm | 58 tot 64 cm | Geen norm maar een oude vuistregel. 17 op en 26 aan loopt rustig (60), 20 op en 22 aan is een gewone Nederlandse trap (62). Daarbuiten struikel je op de maat. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije breedte | 80 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 70 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Onder 80 cm krijg je een matras of een bank niet naar boven. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije hoogte erboven | 230 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 190 cm (norm) | Norm, gemeten loodrecht boven de voorkant van de trede. Bij een dichtgezette zoldertrap is dit de maat waar je tegen de balk loopt. |
| Trap, hal en deur | Vloerafscheiding langs een trapgat of vide | 100 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 90 cm (norm) | Norm: verplicht zodra het verval meer dan 1 m is. Openingen mogen niet groter zijn dan 10 cm en tussen 20 en 70 cm boven de vloer mag er niets zijn waar een kind op kan klimmen. |
| Trap, hal en deur | Binnendeur, dagmaat van het kozijn | 83 x 201,5 cm | 78, 83, 88 of 93 cm breed; 201,5, 211,5 of 231,5 cm hoog | Industriestandaard, geen norm. Na montage houd je ongeveer 3 cm minder vrije doorgang over, dus voor een rolstoel of rollator kies je een blad van 93 cm. |
| Trap, hal en deur | Deurkruk, hoogte | 100 cm | 95 tot 105 cm | Gewoonte: het slot zit in een standaardkozijn op die hoogte. Verplaatsen kan alleen als je het slotgat in het blad meeverhuist. |
| Trap, hal en deur | Kapstok, hoogte van de haken | 170 cm | 160 tot 180 cm | Een lange jas hangt ongeveer 100 cm af, dus op 170 cm blijft hij vrij van de vloer. Een kinderkapstok komt op 110 tot 120 cm. |
| Trap, hal en deur | Hal, vrije loopruimte | 100 cm | 90 tot 120 cm | Onder 90 cm kun je niet met twee mensen langs elkaar en past er geen kinderwagen naast de kapstok. |
| Trap, hal en deur | Drempel, hoogte | maximaal 2 cm | 0 tot 2 cm | Boven 2 cm struikel je eroverheen en kom je er met een rollator of rolstoel niet zonder helling over. Een schuine aanloop haalt de rand eraf. |
| Slapen | Bed, bovenkant matras | 55 cm | 45 tot 65 cm | Zit je op de rand met je voeten plat op de vloer en je knieën in een hoek van 90 graden, dan is de hoogte goed. Een boxspring komt vaak op 60 tot 65 cm, een laag frame op 45. |
| Slapen | Matras, standaardmaten | 140 x 200 cm | 80, 90, 120, 140, 160 of 180 cm breed; 200 of 210 cm lang | Ben je langer dan 1,90 m, neem dan 210 cm. Twee losse matrassen van 90 x 210 vullen samen een bed van 180 x 210. |
| Slapen | Nachtkast, hoogte bovenblad | 60 cm | 55 tot 70 cm | Gelijk met of iets boven de matras, dan zet je liggend je glas neer zonder te kijken. Bij een boxspring van 65 cm hoort dus een hoge nachtkast. |
| Slapen | Loopruimte naast het bed | 70 cm | 60 tot 90 cm | 60 cm is genoeg om langs te lopen, 70 cm om het bed op te maken zonder tegen de kast te stoten. |
| Slapen | Kledingroede voor lange kleding | 160 cm | 150 tot 170 cm | Een jas of lange jurk hangt 120 tot 140 cm af, dus eronder blijft nog ruimte voor een lade of een schoenenbak. |
| Slapen | Kledingroede voor korte kleding | 100 cm | 95 tot 110 cm | Hemden en dubbelgevouwen broeken hangen 70 tot 90 cm af. Met twee roedes boven elkaar, op 100 en 195 cm, verdubbel je de hangruimte. |
| Slapen | Kast, diepte voor hangende kleding | 60 cm | 55 tot 65 cm | Een hanger is 45 cm breed en met 60 cm diepte sluit de deur zonder dat de mouwen klem zitten. Is de kast ondieper dan 55 cm, zet de roede dan in de lengte. |
| Slapen | Kast, legborddiepte voor truien en broeken | 40 cm | 35 tot 45 cm | Een opgevouwen trui is ongeveer 30 cm breed. Met 40 cm valt de stapel niet naar voren als je de deur opent. |
| Slapen | Kast, hoogste bruikbare schap | 200 cm | 190 tot 210 cm | Verder reik je niet zonder trapje. Wat boven 210 cm staat, is opslag voor koffers die je twee keer per jaar pakt. |
| Slapen | Hoogslaper, vrije hoogte boven de matras | 100 cm | 90 tot 110 cm | Genoeg om rechtop in bed te zitten. Meet van de bovenkant van de matras tot het plafond, niet tot de bodem van het bed. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, hoogte boven het kozijn | 12 cm | 10 tot 15 cm | Boven het kozijn laat het raam groter lijken en houdt de rail het gordijn uit het glas. Zit het plafond dichtbij, monteer de rail dan 5 tot 10 cm onder het plafond of direct tegen het plafond. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, uitloop naast het kozijn | 20 cm per zijde | 15 tot 25 cm | Daar staat het opzij geschoven gordijn geparkeerd, zodat het niet voor het glas blijft hangen en je het daglicht niet inlevert. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vloer | 1 cm boven de vloer | 0 tot 2 cm | Net vrij van de vloer: het sleept niet en hangt toch recht. Wil je het gordijn op de vloer laten vallen, maak het dan 5 tot 10 cm langer dan de maat tot de vloer. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vensterbank | 2 cm boven de bank | 1 tot 3 cm | Vrij van de bank, zodat het gordijn niet omkrult op de plank en de warmte van de radiator eronder langs kan. |
| Raam en gordijn | Gordijn, stofbreedte | 2 keer de railbreedte | 1,5 tot 2,5 keer | Bij 1,5 keer hangt de stof vlak, bij 2,5 keer krijg je volle plooien. Een wave-rail vraagt 2 tot 2,5 keer, anders staat de golf niet. |
| Raam en gordijn | Rolgordijn of plissé in de dag, speling | 0,5 cm per zijde | 0,3 tot 1 cm | Meet de dagmaat op drie hoogtes en neem de kleinste maat, want een kozijn staat zelden haaks. |
| Raam en gordijn | Vitrage, afstand tot het glas | 5 cm | 3 tot 10 cm | Tegen koud glas wordt de stof vochtig en krijg je vlekken. Verder naar binnen botst hij op de vensterbank of de raamkruk. |
| Raam en gordijn | Vensterbank binnen, diepte | 20 cm | 15 tot 30 cm | Volgt de dikte van de muur plus een overstek van 2 tot 3 cm. Vanaf 20 cm staat een plant er stabiel op. |
| Raam en gordijn | Vensterbank buiten, overstek | 4 cm | 3 tot 5 cm | Met een waterhol aan de onderkant. Zonder dat overstek loopt regenwater terug over de gevel en krijg je vuilstrepen onder het raam. |
| Raam en gordijn | Radiator onder het raam, onderkant | 12 cm boven de vloer | 10 tot 15 cm | Er moet lucht onderlangs kunnen, daar begint de convectie. Houd ook 3 tot 5 cm tussen radiator en wand en 10 cm vrij onder de vensterbank. |
| Werken | Bureau, hoogte blad zittend | 74 cm | 72 tot 76 cm | Je onderarmen liggen horizontaal op het blad en je schouders blijven laag. Kun je het blad niet verstellen, zet dan de stoel hoger en je voeten op een steun. |
| Werken | Zit-stabureau, stahoogte | 105 cm | 95 tot 120 cm | Ellebooghoogte staand. Vuistregel: je lichaamslengte min 75 cm, dus bij 1,80 m kom je op 105 cm. |
| Werken | Bureaustoel, zithoogte | 45 cm | 40 tot 52 cm | Voeten plat op de vloer, knieën iets lager dan je heupen. De gasveer van een bureaustoel dekt dat bereik zelf. |
| Werken | Vrije hoogte onder het bureaublad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Je bovenbenen moeten eronder passen, ook met een lade of een kabelgoot. Houd daarnaast 60 cm breed en 60 cm diep beenruimte vrij. |
| Werken | Bureaublad, diepte | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm staat het scherm op armlengte, 50 tot 80 cm van je ogen, en ligt je toetsenbord er nog voor. |
| Werken | Beeldscherm, bovenrand | op ooghoogte of iets lager | 110 tot 125 cm boven de vloer | Je kijkt dan licht naar beneden en dat is de rustpositie van je ogen. Een laptop op het blad zit ongeveer 20 cm te laag, dus zet hem op een standaard met een los toetsenbord. |
| Werken | Toetsenbord, afstand tot de bladrand | 10 cm | 8 tot 15 cm | Daar rusten je handpalmen. Zonder die strook hangen je armen in de lucht en trekt het in je schouders. |
| Werken | Wandplank boven het bureau, onderkant | 45 cm boven het blad | 40 tot 60 cm | Een A4-ordner is 32 cm hoog, dus die past er nog onder, en je stoot je hoofd niet als je opstaat. |
| Werken | Boekenschap, diepte | 25 cm | 20 tot 30 cm | Een pocket is 12 cm diep, een gebonden boek 16 tot 20 cm. Bij 25 cm staan ze allemaal binnen de rand. |
| Werken | Boekenschap, overspanning zonder steun | 80 cm | 70 tot 90 cm | Boeken wegen al snel 25 kg per meter schap. Bij 18 mm plaatmateriaal blijf je onder 80 cm, anders zakt het schap zichtbaar door. |
| Keuken | Schap voor borden, diepte | 32 cm | 30 tot 35 cm | Een plat bord is 26 tot 28 cm in doorsnee. Met 32 cm houd je een vinger ruimte om de stapel te pakken zonder te schuiven. |
| Badkamer | Wastafel, bovenkant | 85 cm | 80 tot 95 cm | Vuistregel: heuphoogte, dan buig je niet voorover om je handen te wassen. Gebruiken kinderen de wastafel, dan is 80 cm prettiger. |
| Badkamer | Opzetkom, hoogte van het meubel | 75 cm | 70 tot 80 cm | Tel de kom van 10 tot 15 cm erbij op, dan komt de bovenrand op 85 tot 95 cm. Vergeet die optelsom en je wast je handen op keukenhoogte. |
| Badkamer | Handdoekhaak naast de wastafel | 140 cm | 120 tot 160 cm | Binnen handbereik met natte handen, dus naast de wastafel en niet aan de andere kant van de ruimte. |
| Badkamer | Handdoekradiator, onderkant | 20 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Daar zitten de aansluitingen en je kunt eronder dweilen. Hang de bovenkant niet hoger dan 180 cm, anders kom je niet bij de handdoek. Een smalle handdoekradiator geeft weinig vermogen, dus reken hem niet als enige verwarming. |
| Badkamer | Douchekraan, hart | 100 cm | 95 tot 110 cm | Heuphoogte, zodat je de kraan kunt bedienen zonder onder de koude straal te gaan staan. |
| Badkamer | Badkraan, hart | 65 cm | 60 tot 75 cm | Ongeveer 20 cm boven de badrand, dan kun je bijmengen terwijl je in bad zit. |
| Badkamer | Regendouchekop | 210 cm | 200 tot 225 cm | Minstens 20 cm boven het hoofd van de langste gebruiker, want je staat er recht onder. Bij een schuin dak meet je op het punt waar je echt staat. |
| Badkamer | Handdouche aan een glijstang, bovenste stand | 190 cm | 180 tot 200 cm | De stang is 60 tot 90 cm lang, dus de onderste stand komt rond 110 cm. Daarmee spoel je het bad, een kind of de hond af. |
| Badkamer | Toilet, zithoogte | 40 cm | 38 tot 48 cm | Standaard is 40 cm. Een verhoogd toilet van 45 tot 48 cm zit op stoelhoogte en daar sta je makkelijker van op. Bij een hangend toilet bepaal je de hoogte zelf met het inbouwframe. |
| Badkamer | Toilet, vrije ruimte voor de pot | 60 cm | 55 tot 70 cm | Daar staan je knieën en voeten. Zijwaarts wil je 80 cm breedte, anders zit je met je schouder tegen de muur. |
| Badkamer | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 75 cm hoog; 20 tot 30 cm voor de voorkant van de pot | Zittend pak je de rol zo zonder te draaien. Hang je hem naast of achter je, dan verdraai je je rug elke keer. |
| Badkamer | Fonteintje in het toilet, bovenkant | 85 cm | 80 tot 90 cm | Dezelfde hoogte als een wastafel. Let op de draairichting van de deur, want een fonteintje van 40 cm breed vraagt een vrije hoek. |
| Badkamer | Stopcontact in de badkamer | buiten 60 cm van bad of douche | norm, geen gewoonte | NEN 1010 verdeelt de badkamer in zones: binnen 60 cm van de rand van een bad of douche mag geen wandcontactdoos. Alle wandcontactdozen moeten achter een aardlekschakelaar van 30 mA. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nalopen voordat je een koloniaal meubel koopt
Uit de praktijk
Na de eerste winter loopt er een scheur door het tafelblad
Een scheur die midden in een massief blad begint en naar de kopse kant loopt, is bijna altijd een krimpscheur. Het blad is gedroogd van het vochtgehalte waarmee het gemaakt werd naar dat van een verwarmde kamer, en de constructie hield het vast.
Kijk onder het blad. Zit het met strakke schroeven door ronde gaten op de regel, dan ligt daar de oorzaak, en vullen heeft pas zin als het blad met sleufgaten of houten klosjes kan schuiven. Werk de scheur daarna in het voorjaar of het najaar bij, als het hout ongeveer op zijn gemiddelde breedte staat.
De kastdeuren sluiten niet meer op elkaar aan
Staat de ene deur een paar millimeter hoger dan de andere, of kiert hij bovenaan terwijl hij onderaan sluit, dan wringt de kast. Een zware kast met een losse achterwand heeft weinig stijfheid in zichzelf en volgt de vloer, en een vloer in een ouder huis loopt over de breedte van een kast vaak een paar millimeter af.
Aan de scharnieren draaien verplaatst het probleem alleen. Zet eerst de waterpas op de bodem van de kast, in de breedte en in de diepte, en wig de lage poten op; meestal sluiten de deuren daarna vanzelf weer.
Onder een tweedehands kistje ligt steeds nieuw bruin poeder
Fijn lichtbruin poeder dat na het wegvegen terugkomt, is boormeel van een houtwormlarve die nog actief is. Oude gaatjes met donkere, stoffige randen en geen nieuw poeder zijn een afgesloten aantasting, en dan hoef je niets te doen.
De larve heeft hout nodig dat vochtiger is dan ongeveer 12 procent, dus een actieve houtworm wijst erop dat het meubel lang in een schuur, kelder of container heeft gestaan. Een houtwormmiddel dat door de gaatjes naar binnen loopt of het meubel laten uitvriezen stopt het, en de gaatjes vul je pas als er een paar maanden geen poeder meer bij komt.
Veelgemaakte fouten
Een koloniale kast naast de radiator zetten
De warme lucht droogt de kant van de kast die naar de radiator wijst sneller dan de rest. Die kant krimpt eerder, zijpanelen trekken krom en deuren gaan wringen.
Houd als vuistregel minstens 50 cm afstand en zet het meubel niet in de luchtstroom boven de radiator, ook niet als de wand daar net breed genoeg is.
Teakolie op een gelakt meubel smeren
Olie trekt alleen in hout dat open ligt. Op lak blijft hij als een kleverige film liggen die stof vasthoudt en na een paar weken dof wordt.
Leg eerst een druppel water op een verborgen plek. Blijft die liggen, dan is het meubel gelakt en heeft het genoeg aan een vochtige doek.
Alleen de breedte meten
Een kroonlijst steekt meestal een paar centimeter voor en naast de kast uit, en een gesneden plint doet dat onderaan ook. Daarnaast heeft een hoge kast bij het rechtop zetten zijn diagonaal nodig: bij 200 bij 60 cm is dat 209 cm.
Meet dus de grootste diepte, de totale hoogte en de route naar binnen, en niet alleen de breedte van de wand.
Donker hout tegen een donkere wand op een donkere vloer
Donker hardhout kaatst weinig licht terug, en zonder lichtere achtergrond heeft het meubel geen rand meer. Het snijwerk en de profielen waarvoor je het kocht, verdwijnen dan in één bruin vlak.
Geef de wand of de vloer een lichte kleur, en leg bij een donkere vloer een licht kleed onder de poten.
Een gebeitst meubel van mindi aanzien voor teak
Onder dezelfde donkere beits zien mindi en teak er aan de voorkant hetzelfde uit, maar mindi is zachter, deukt sneller en werkt meer. Een kras of een afgesleten hoek laat bij mindi het lichte hout onder de beits zien.
Kijk aan de onderkant of in een lade naar onbehandeld hout en laat de houtsoort op de bon zetten, zodat je weet waarvoor je betaalt.
Houtwormgaatjes dichtsmeren voordat je weet of ze actief zijn
Een gevuld gaatje laat geen boormeel meer door, en dan kun je niet meer zien of de larve nog aan het werk is. De aantasting gaat intussen onder het oppervlak door.
Veeg het poeder weg, wacht twee weken en kijk of er nieuw bij ligt. Vul pas als er een paar maanden niets meer bij komt.
Veelgestelde vragen
Wat zijn koloniale meubelen?
Koloniale meubelen zijn Europese meubelvormen, zoals kasten, dressoirs, armstoelen en hemelbedden, gemaakt van tropisch hardhout met details als paneeldeuren, houtsnijwerk, gedraaide poten, gevlochten pitriet en messing beslag. De stijl ontstond in de handelsposten van de VOC, en het meeste wat je nu nieuw koopt, wordt op Java of in India gemaakt.
Welk hout wordt gebruikt voor koloniale meubelen?
Teak, mahonie, mindi, sonokeling en mangohout zijn de gangbare soorten, met suar voor brede tafelbladen en oud of gerecycled teak voor stukken met een verweerd uiterlijk. Teak werkt het minst en is het bekendst, mindi en mango zijn lichter en goedkoper, en sonokeling is het zwaarst en het hardst.
Hoe zie je of een koloniaal meubel van echt teak is?
Kijk op een plek zonder beits, zoals de onderkant van het blad of de binnenkant van een lade. Teak is goudbruin, voelt licht vettig aan en heeft een fijne, rechte nerf; mindi en mango zijn lichter van kleur en hebben een grovere of onrustigere tekening.
Het gewicht helpt ook: een plank teak van 2 cm dik weegt 12 tot 15 kg per m², mindi 9 tot 12 kg.
Welke kleur muur past bij koloniale meubelen?
Een lichte, warme wand laat het hout het best zien: warm wit of linnen bij goudbruin teak, kalkwit bij roodbruin mahonie en warm wit of zandbeige bij donker gebeitst hout. Donkere wanden in antraciet of inktblauw nemen de rand van het meubel weg, en op noord wordt donkerbruin hout naast een donkere wand bijna zwart.
Wat is koloniaal bruin?
Koloniaal bruin is geen vaste kleur maar een verzamelnaam voor donker warm bruin met een roodbruine kern, de tint waarin mindi en mahonie vaak gebeitst worden. Het ligt dicht bij chocoladebruin en werkt naast warm wit, linnen, zandbeige en olijfgroen, terwijl antraciet en inktblauw ernaast een onbesliste combinatie van twee donkere vlakken geven.
Hoe combineer je koloniale meubelen met een modern interieur?
Houd het bij een of twee grote koloniale stukken tegen een lichte wand en op een lichte vloer, en kies de bank en de verlichting met een strakke lijn. Laat hout, rotan en messing elk minstens drie keer terugkomen, verspreid over de kamer, en houd één metaalkleur aan voor het vaste beslag.
Waarom scheurt of kiert een koloniaal meubel in de winter?
Tropisch hout wordt vaak gemaakt bij een vochtgehalte van 13 tot 17 procent en droogt in een verwarmde kamer naar 6 tot 8 procent. Het krimpt dan dwars op de nerf, bij een teakblad van 90 cm ongeveer 5 tot 9 mm. Kan het hout niet schuiven, omdat het blad of een paneel star vastzit, dan scheurt het.
Hoe onderhoud je een teakhouten meubel binnen?
Doe eerst de druppeltest om te zien of het meubel gelakt, gewaxt of geolied is. Gelakt teak neem je af met een vochtige doek; gewaxt of geolied teak krijgt een of twee keer per jaar een dunne laag was of olie die je na een kwartier helemaal afveegt. Siliconensprays en metaalpoets op gelakt messing laat je weg.
Kun je een zware koloniale kast op een pvc- of houten vloer zetten?
Dat kan, als je de druk van de poten spreidt. Een kast van 150 kg op vier poten van 4 bij 4 cm drukt met ruim 2 kg per cm² op de vloer, en pvc en zachter hout houden daar blijvende deuken aan over. Leg onder elke poot een harde onderzetter van 5 tot 8 cm doorsnee, want vilt alleen drukt zelf in en spreidt de druk niet.
Past een koloniaal hemelbed in een gewone slaapkamer?
Kijk eerst naar de plafondhoogte. Stijlen van 210 tot 220 cm laten onder een plafond van 250 cm 30 tot 40 cm over, genoeg om de hemelrand op te zetten, maar onder 240 cm wordt het krap. Reken daarnaast op 60 tot 75 cm loopruimte naast het bed en controleer of de lange stijlen door het trapgat kunnen.
Zijn koloniale meubelen van gerecycled teak duurzamer?
Gerecycled teak komt uit oude gebouwen, boten of meubels, dus er is voor dat hout geen nieuwe boom gekapt. Het hout is al decennia gedroogd en werkt weinig, maar vraag wel of het na het zagen opnieuw gedroogd is, want hout dat buiten heeft gelegen kan vocht en houtworm bevatten. Bij nieuw teak geeft een FSC-keurmerk houvast over de herkomst.
Wanneer je beter een vakman belt
Een koloniaal meubel kiezen, plaatsen en onderhouden doe je zelf, maar drie dingen niet. Een stuk dat werkelijk oud is, laat je niet afschuren of opnieuw lakken voordat een meubelrestaurateur ernaar gekeken heeft, want met de oorspronkelijke afwerking gaat een groot deel van de waarde weg en die zet je niet terug.
Een doorgezakte zitting van natuurlijk pitriet laat je opnieuw vlechten door een stoelenmatter, want het patroon wordt met de hand in verschillende gangen over elkaar gezet. Zie je houtwormgaatjes in balken of vloerdelen en niet alleen in het meubel, dan laat je eerst een bouwkundige of plaagdierbedrijf bepalen hoe ver de aantasting gaat.