Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Krumble karaf: welke inhoud, welk glas en welk deksel je kiest

12 minuten lezen Objecten & beeldjes Bijgewerkt 14 september 2026

Een Krumble karaf is een glazen waterkaraf, en of hij in huis bevalt hangt af van vier dingen die je per model kunt aflezen: de inhoud, de glassoort, de binnenmaat van de hals en de sluiting. Een halve liter met een glas op de hals hoort op een nachtkast van 60 cm, een karaf van 1,5 liter schenkt zes glazen van 250 ml en weegt vol ruim 2 kg, en aan een tafel van 180 cm voor zes staan twee karaffen van een liter handiger dan één grote. Gewoon natronkalkglas verdraagt geen kokend water, en een doffe waas die niet op azijn reageert is geen kalk maar etsing uit de vaatwasser, die er niet meer af gaat.

Wat een Krumble karaf is en waar je hem op beoordeelt

Krumble is een merknaam waaronder woonaccessoires worden verkocht, en de karaffen die je onder die naam vindt zijn glazen waterkaraffen voor op tafel, het bureau of het nachtkastje. De modellen kunnen verschillen in inhoud, vorm, kleur en sluiting, dus er bestaat niet één Krumble karaf met één set maten.

Wat wel vastligt, is waar je elk model op beoordeelt. Een karaf hoort bij de objecten die je in huis in het zicht zet, maar anders dan een beeldje pak je hem elke dag vast, vul je hem en was je hem af, en dat gebruik bepaalt of hij over een jaar nog helder op tafel staat.

Vier kenmerken maken het verschil: de inhoud, de glassoort, de hals en de sluiting. Ze staan op de productpagina of zijn aan de karaf zelf af te lezen, en aan elk kenmerk hangt een mechanisme dat je in gebruik gaat merken.

De inhoud bepaalt het gewicht en de hoogte, en daarmee of hij in het deurvak van de koelkast past en of je hem met een gestrekte arm nog rustig schenkt. De glassoort bepaalt of er warme thee in mag en hoe het glas de vaatwasser doorstaat.

De hals bepaalt of je er met een borstel of een hand in komt en of hij klokt bij het schenken. De sluiting bepaalt wat er in het water terechtkomt als hij een nacht of een werkdag open staat, en de tabel hieronder zet per kenmerk naast elkaar waar je op let.

KenmerkWaar je op letWat het in gebruik betekent
Inhoud in litersRandvol gemeten of tot een vulstreep; staat dat er niet bij, meet dan zelf met een maatbekerTot onder de hals, waar je hem in de praktijk vult, gaat er minder in dan randvol
Hoogte en doorsnedeDe hoogte met deksel of glas erop, en de maat van de breedste plek van de buikBepaalt of hij in het deurvak van de koelkast en onder een wandplank past
GlassoortNatronkalkglas of borosilicaatglas; het tweede wordt meestal als hittebestendig verkochtBorosilicaatglas verdraagt heet water, gewoon glas kan bij een grote temperatuursprong springen
Wanddikte en bodemEen zware bodem met een dunne wand, of overal ongeveer even dikHoe groter het verschil in dikte, hoe gevoeliger het glas voor warm en koud water
HalsopeningDe binnenmaat van de opening, niet de buitenmaat van de randVanaf ongeveer 8 cm kom je er met een smalle hand en een doek in, daaronder heb je een flessenborstel of rijst nodig
SluitingGlas, kurk, hout of bamboe, rvs of een glazen stop, en of er een siliconenring in zitKurk en hout mogen niet in de vaatwasser en moeten droog terug op de hals
VaatwasserbestendigOf het er voor de karaf en voor het deksel apart bij staatGeldt het alleen voor het glas, dan was je het deksel altijd met de hand
Kleur en decoratieGlas dat in de massa gekleurd is, of een laag die aan de buitenkant is aangebrachtEen gespoten kleurlaag of een gouden rand slijt in de vaatwasser, in de massa gekleurd glas niet

Welke inhoud bij welk gebruik hoort

Reken de inhoud terug vanaf het glas. Een gewoon waterglas houdt 200 tot 250 ml, dus een liter is vier glazen van 250 ml of vijf van 200 ml, en een karaf van 1,5 liter schenkt er zes tot zeven.

Het gewicht loopt daarmee sneller op dan je in de winkel voelt. Water weegt een kilo per liter en het glas zelf nog een paar honderd gram tot bijna een kilo, afhankelijk van maat en wanddikte, dus een volle karaf van 1,5 liter til je als ruim 2 kg.

Boven een liter is een oor of een ingesnoerde taille daarom meer dan vorm. Je schenkt met een gestrekte arm, het zwaartepunt ligt ver voor je pols, en zonder houvast kantelt de karaf de laatste centimeters te snel.

De hoogte volgt uit de doorsnede. Bij een binnenmaat van 9 cm staat een liter water ongeveer 16 cm hoog, en met bodem, schouder en hals erbij komt de karaf op 20 tot 26 cm. Een smallere karaf met dezelfde inhoud wordt hoger en valt leeg makkelijker om, omdat zijn voet klein is ten opzichte van zijn hoogte.

Tel ook mee wat er in het water gaat. IJsblokjes, partjes citroen of een takje munt nemen ruimte in, dus voor fruitwater voor vier glazen neem je een maat groter dan de rekensom zegt.

InhoudGlazen van 250 mlHoogte bij een gangbare doorsnedeGewicht volWaar hij past
0,5 liter215 tot 19 cm bij 7 tot 8 cm, met een glas op de hals 23 tot 27 cmRuim 0,7 kgNachtkastje of bureau voor één persoon
0,75 tot 1 liter3 tot 420 tot 26 cm bij 9 tot 10 cm1,2 tot 1,6 kgTafel voor twee tot vier, of het bureau voor een werkdag
1,5 liter625 tot 30 cm bij 10 tot 12 cmRuim 2 kgEettafel voor vier tot zes
2 liter825 tot 30 cm bij 12 tot 13 cm2,6 tot 3 kgTuintafel of een groep; kies hier een model met oor
Praktische tip

Zet de lege karaf op de keukenweegschaal en tel de inhoud in kilo's erbij op, dan weet je vooraf wat je vol tilt. Kom je boven 2 kg uit en heeft hij geen oor, vul hem dan tot de schouder in plaats van tot in de hals.

Natronkalkglas of borosilicaatglas, en wat warmte ermee doet

De meeste glazen karaffen zijn van natronkalkglas, hetzelfde glas als een gewoon drinkglas of een jampot. Een deel wordt gemaakt van borosilicaatglas, het glas van theeglazen en ovenschalen dat als hittebestendig wordt verkocht. Van buiten zie je het verschil niet betrouwbaar, dus lees het op de productpagina of de verpakking.

Het verschil zit in hoeveel het glas uitzet als het warm wordt. Natronkalkglas zet ongeveer 9 miljoenste van zijn lengte per graad uit en borosilicaatglas ongeveer 3,3 miljoenste, dus bij dezelfde temperatuursprong ontstaat in borosilicaat ongeveer drie keer zo weinig spanning.

Schenk je kokend water in een karaf van kamertemperatuur, dan wil de binnenkant uitzetten terwijl de buitenkant nog koud is. Waar het glas dik is, zoals in een zware bodem, duurt het het langst voordat de warmte doorkomt, en daar trekt het glas zichzelf uit elkaar. Een barst begint daardoor vaak onderin of bij een krasje, waar de spanning een beginpunt vindt.

Het omgekeerde gebeurt met een karaf die koud uit de koelkast in heet afwaswater gaat. Voor gewoon glas houden wij daarom lauw water aan, en warme thee of heet water gaat alleen in een karaf die als hittebestendig is opgegeven.

Mondgeblazen glas herken je aan een ruw of weggeslepen litteken onder de bodem en aan een wand die niet overal even dik is. Dat verschil in dikte maakt het gevoeliger voor warm en koud, niet slechter van kwaliteit.

Een gouden of gekleurde rand zit op het glas en niet erin. Dat werkt zoals het verschil tussen massief messing en een goudkleurige laag bij beeldjes: de laag slijt waar hij geraakt wordt, en in een vaatwasser is dat overal tegelijk.

Glassoort of afwerkingHoe je het herkentWarm en koudVaatwasser
Natronkalkglas, machinaal gemaaktGelijkmatige wand, soms een fijne vormnaad; in een dikke bodem vaak een groene zweemLauw water; geen kokend water, en niet koud uit de koelkast in heet sopMag er meestal in, maar wordt na veel hete beurten blijvend dof
Natronkalkglas, mondgeblazenLitteken onder de bodem, wand niet overal even dik, soms kleine luchtbelletjesGevoeliger dan machinaal glas door het verschil in dikteMet de hand, in lauw sop
BorosilicaatglasStaat als borosilicaat of hittebestendig op de verpakking, vaak met een dunne wandVerdraagt heet water en thee; zet hem heet niet op een koude natte ondergrondMag er in de regel in; volg de opgave bij het model
In de massa gekleurd glasDe kleur zit ook in de dikte van de rand als je er schuin langs kijktZoals de glassoort eronderDe kleur verandert niet
Gespoten of gecoat glasDe rand of de binnenkant is helder, alleen de buitenkant is mat of gekleurdZoals de glassoort eronderDe laag krast en bladdert; met de hand wassen
Glas met gouden of zilveren randGlanzende band langs de rand of op het oorZoals de glassoort eronderNooit: de rand wordt in een paar beurten mat en laat daarna los
Let op

Hittebestendig op de verpakking betekent bestand tegen heet water, niet tegen een gasvlam of een kookplaat. Zet een glazen karaf nooit op een warmtebron om iets op te warmen, tenzij de fabrikant dat uitdrukkelijk bij het model opgeeft.

Waarom een karaf klokt, druppelt of lastig schoon wordt

Bij het schenken moet er evenveel lucht de karaf in als er water uit gaat. Bij een smalle hals moeten die twee door dezelfde opening, dus komt de lucht in bellen naar binnen en schiet het water met stoten naar buiten: dat is het klokken.

Door de brede opening is de binnenkant van de karaf bereikbaar met een flessenborstel
Door de brede opening is de binnenkant van de karaf bereikbaar met een flessenborstel. Algemeen voorbeeld, geen productfoto van Krumble.

Een brede hals heeft daar geen last van, want de lucht stroomt boven de straal langs naar binnen. Daar staat tegenover dat de straal breder is en dat een volle karaf met een wijde opening bij het eerste kantelen sneller over de rand gaat dan je verwacht.

Druppelen heeft een ander mechanisme. Schenk je langzaam, dan blijft het water aan een ronde, dikke rand hangen en loopt het langs de buitenkant van de hals naar beneden in plaats van in het glas. Een tuit met een scherpe onderrand breekt de straal af, en een vlotte beweging terug rechtop doet hetzelfde.

Schoonhouden hangt vooral aan de binnenmaat van de opening. Vanaf ongeveer 8 cm kom je er met een smalle hand en een doek in; smaller dan dat heb je een flessenborstel nodig, of een handvol rijst met water die je rondzwenkt.

Ribbels in het glas werken per kant anders. Aan de buitenkant geven ze grip en verbergen ze vingerafdrukken en een lichte waterlijn, aan de binnenkant vangt elke groef kalk, en die krijg je er met een borstel slecht uit.

Maak je vaak fruitwater of ijsthee, dan heb je meer aan een brede hals met een rvs-zeefje in het deksel dan aan een smalle hals. De partjes gaan er makkelijk in en uit, en het zeefje houdt ze tegen bij het schenken.

Deksel, kurk of een glas op de hals

Een karaf die open op het nachtkastje of het bureau staat, vangt stof, pluisjes en in de zomer fruitvliegjes. Een sluiting houdt dat tegen, al maken de meeste sluitingen de karaf niet luchtdicht, en dat hoeft ook niet voor water dat je dezelfde dag drinkt.

Het verschil tussen sluitingen zit in wat ze met vocht doen. Glas en rvs nemen niets op, kurk en hout wel, en een deksel dat water opneemt en nat terug op de hals gaat, zit dan in een donkere, vochtige ruimte waarin schimmel en een muffe geur de kans krijgen.

Bij een nachtkaraf is het deksel een drinkglas dat omgekeerd over de hals past. Karaf en glas zijn op elkaar gemaakt: de binnenmaat van het glas valt net om de hals en het glas rust op de schouder. Breekt het glas, dan past een willekeurig ander glas er zelden goed op, dus neem de maat van de rand op voordat je een vervanger zoekt.

De glazen karaf staat naast het losse deksel
De glazen karaf staat naast het losse deksel. De brede opening is goed bereikbaar bij het vullen en schoonmaken. Algemeen voorbeeld, geen productfoto van Krumble.

Een deksel van hout of bamboe heeft meestal een siliconenring die in de hals klemt. Haal die ring er bij het afwassen af, want eronder blijft water staan, en hout dat in de vaatwasser of in een gootsteen vol sop ligt, zwelt op en scheurt bij het drogen.

Een glazen stop sluit het best, maar kan vastzitten door kalk of door suiker uit ijsthee. Houd de hals dan even onder handwarm water, zodat het glas daar iets uitzet en de stop loskomt; heet water op een koude karaf is precies de temperatuursprong die je wilt vermijden.

SluitingWat hij tegenhoudtOnderhoudWaar het op misgaat
Drinkglas omgekeerd op de halsStof en insecten, en je glas staat meteen klaarGaat mee in de afwas zoals de karaf zelfEen vervangend glas dat net te wijd is en eraf glijdt als je de karaf oppakt
KurkStof en insectenAlleen met lauw water afspoelen en rechtop laten drogen voordat hij terug gaatZuigt water op, wordt zwart aan de onderkant en gaat muf ruiken
Hout of bamboe met siliconenringStof en insectenMet de hand, de ring los wassen, af en toe een beetje olie voor snijplanken op het houtZwelt en scheurt in de vaatwasser; onder de ring blijft vocht staan
Rvs-deksel met zeefjeStof, en ijs, fruit en blaadjes bij het schenkenMag meestal in de vaatwasser; kalk uit de gaatjes halen met citroenzuurKalk in de gaatjes, waardoor de straal gaat spetteren
Glazen stopStof, insecten en geuren uit de koelkastMet de karaf mee in de afwasZit vast door kalk of suiker; niet met kracht draaien
Siliconen dopStof en insectenMag meestal in de vaatwasser; los van de karaf laten drogenNeemt na verloop van tijd de geur van vaatwasmiddel of citroen aan
Geen dekselNietsAlleen de karafStof en pluisjes op het water na een nacht, en fruitvliegjes bij fruitwater

Een karaf op het nachtkastje, binnen handbereik vanuit bed

Op een nachtkastje pak je de karaf liggend of half rechtop, vaak in het donker. Daarom telt hier de hoogte van het blad ten opzichte van de matras meer dan de karaf zelf.

Wij houden de maten uit onze eigen maattabel aan: de bovenkant van de matras ligt meestal op 45 tot 65 cm, en het bovenblad van een nachtkast hoort daar gelijk mee of iets boven, op 55 tot 70 cm. Bij een boxspring van 65 cm hoort dus een hogere nachtkast, en beide maten kun je voor bed en nachtkast opzoeken in de maatwijzer.

Ligt het blad lager dan de matras, dan reik je omlaag en stoot je hand eerst tegen de rand in plaats van erover te schuiven. Ligt het veel hoger, dan komt je arm tegen de zijkant van de karaf in plaats van bij het glas erop.

Een gangbaar nachtkastje is 35 tot 50 cm breed en ongeveer 40 cm diep, en daar moeten ook een lamp, een telefoon en een bril op. Houd de strook aan de bedzijde vrij voor platte dingen die niet kunnen omvallen, en zet de karaf op de buitenste helft van het blad, waar je hand er bewust naartoe gaat in plaats van eroverheen te vegen.

Een halve liter met een glas op de hals is hier de handigste maat: 23 tot 27 cm hoog, ruim 0,7 kg vol en genoeg voor twee glazen in een nacht. Een wandlamp boven het kastje in plaats van een tafellamp houdt het blad vrij, en die hangt met het hart op 55 tot 75 cm boven de matras.

Zet onder de karaf een onderzetter als het blad van hout is. Water uit de koelkast maakt condens aan de buitenkant van het glas, en dat water loopt naar de voet.

Karaffen op de eettafel: hoeveel en waar in de middenstrook

Aan een eettafel reken je per persoon 60 cm breedte, en in de diepte staat het couvert: een bord van 26 tot 28 cm op een paar centimeter van de rand, met het glas erboven. Op een tafel van 90 cm diep is aan beide lange zijden zo'n 38 cm bezet, en daartussen blijft een middenstrook van ongeveer 14 cm over.

Dat is de strook waarin een karaf moet passen zonder tegen een glas te staan. Een karaf van een liter met een doorsnede van 9 tot 10 cm staat er ruim in, een bolle karaf van 13 cm staat vrijwel tegen de glazen aan.

Voor de plek telt de reikafstand. Binnen ongeveer 45 cm pak je iets vanuit je stoel zonder voorover te buigen; daarboven kom je half overeind of vraag je om aangeven, en dan gaat de karaf de hele maaltijd de tafel rond.

Eén karaf van 1,5 liter in het midden van een tafel van 180 cm staat op zo'n 65 cm van de hoekplaatsen. Twee karaffen van een liter, op een derde en twee derde van het blad, staan voor alle zes de plaatsen binnen die 45 cm, en samen schenken ze acht glazen in plaats van zes.

Op een tafel voor vier van 120 tot 140 cm lang is één karaf in het midden genoeg. Hoeveel breedte je per couvert werkelijk nodig hebt en welke hoogtes er aan tafel verder vastliggen, zoek je bij eten en bar in de maatwijzer op.

Op een smalle tafel van 80 cm diep verdwijnt de middenstrook helemaal. Zet de karaf dan aan de kopse kant of op een dressoir binnen een stap van de tafel, en niet tussen de glazen in.

Op de vensterbank of in de zon: licht, warmte en een brandpunt

Op een vensterbank krijgt een glazen karaf tegenlicht, en daarin doet glas iets wat geen ander object doet: het licht gaat erdoorheen. Gekleurd glas legt een gekleurde vlek op de vensterbank of de muur, en geribbeld glas breekt dat licht op in strepen.

Een gevulde, ronde karaf werkt in de zon als een lens. Water in een bolle vorm buigt het licht naar een brandpunt een paar centimeter achter het glas, en een bolle buik bundelt sterker dan een rechte cilinder, omdat hij het licht in twee richtingen samenbrengt in plaats van in één.

De kans dat daar iets van gaat schroeien is klein, maar het mechanisme is echt. Midwinter staat de zon in Nederland rond het middaguur lager dan 15 graden, dus op een zuid- of westraam valt het licht bijna horizontaal door de karaf, op wat er aan de kamerkant vlak achter staat: een stapel papier, een houten fotolijst of een opgeschoven gordijn.

Warmte en licht doen ook iets met het water zelf. Leidingwater komt in Nederland in de regel zonder chloor uit de kraan, dus water dat dagen in het licht op een warme vensterbank staat, geeft algen en aanslag de kans om zich op de waterlijn vast te zetten.

Een vensterbank binnen is meestal 15 tot 30 cm diep, en vanaf 20 cm staat een karaf van 10 tot 12 cm stabiel met ruimte eromheen. Wil je hem daar als object laten staan, zet hem dan leeg neer, of kies een raam op het noorden, waar het grootste deel van het jaar geen directe zon binnenkomt.

Op een dressoir tegen een binnenwand speelt dit niet: daar valt het licht van opzij en blijft de karaf een doorzichtig stuk tussen de rest. Hoe je daar met een karaf, een schaal en een lamp een groep van drie objecten in hoogte opbouwt, en hoe glas, lampen en daglicht op elkaar inwerken, staat in het overzicht van decoratie en licht in huis.

Kalk, aanslag en een doffe waas uit elkaar houden

Een karaf die niet meer helder is, kan drie verschillende dingen hebben, en elk vraagt een andere aanpak. Kalk en aanslag zitten op het glas en gaan eraf, etsing zit in het glas en blijft.

Kalk ontstaat op de waterlijn. Daar verdampt het water langzaam en blijft de opgeloste kalk als witte ring achter, en hoe harder het leidingwater, hoe sneller die ring groeit. Kalk lost op in zuur, dus citroenzuur of azijn haalt hem weg zonder schuren.

Aanslag is een dunne, vaak wat glibberige laag van bacteriën en van wat er in het water zat, zoals resten van fruit of thee. Die zit het meest in de hals en onder de schouder, waar je er slecht bij komt, en gaat eraf met afwasmiddel en wrijving: een borstel, of rijst met water.

Etsing, ook glascorrosie genoemd, ontstaat in de vaatwasser. Een hete wasbeurt in zacht water met vaatwasmiddel lost bij elke beurt een heel dun laagje van het glasoppervlak op, tot het glas een melkachtige waas of een regenboogglans krijgt. Dat is schade aan het glas zelf, en er is geen middel dat het terugbrengt.

Het onderscheid maak je met azijn. Leg een doekje met schoonmaakazijn tien minuten op de doffe plek en spoel na: is de plek daarna helder, dan was het kalk, en blijft de waas, dan is het etsing en kun je alleen nog voorkomen dat het erger wordt.

Wat je zietWat het isWat werktWat niet werkt
Witte ring op de hoogte van het waterpeilKalkEen eetlepel citroenzuur per liter lauw water tot boven de ring, een halfuur tot een nacht laten staanSchuren met een schuurspons: dat krast, en in de krasjes zet nieuwe kalk zich sneller vast
Egale witte waas die op azijn verdwijntKalkfilm, vaak uit de vaatwasser bij hard water of te weinig zoutCitroenzuur in lauw water, en in de machine zout en glansspoelmiddel bijvullenNog een keer door de vaatwasser met dezelfde instelling
Melkachtige waas of regenboogglans die op azijn blijftEtsing van het glasoppervlakNiets herstelt het; voortaan met de hand wassenPoetsmiddel: dat maakt de ruwheid alleen fijner
Glibberige laag of bruine rand in de halsAanslag van bacteriën, thee of fruitWarm sop met een flessenborstel, of rijst met water en een druppel afwasmiddelAlleen naspoelen met water
Groene zweem op de waterlijnAlgen door licht en warmteSop en een borstel, en de karaf daarna uit de zon zettenBijvullen zonder de karaf eerst te legen
Muffe geur terwijl het glas schoon lijktVocht in een kurk, in hout of onder een siliconenringHet deksel apart wassen en helemaal laten drogen; een zwarte kurk vervangenDe karaf opnieuw wassen terwijl het deksel de bron is

Een troebele karaf weer helder krijgen

De volgorde voorkomt dat je een karaf eindeloos schuurt die al beschadigd is, of een schone karaf met een muf deksel afsluit.

  1. Laat de karaf helemaal drogen en bekijk hem tegen het licht

    Nat glas verbergt een waas, omdat water de kleine oneffenheden opvult. Houd de droge karaf voor een raam en kijk of het troebele op de waterlijn zit, over het hele glas ligt of vooral in de hals.

  2. Doe de azijntest op één doffe plek

    Leg er tien minuten een doekje met schoonmaakazijn op en spoel na. Wordt de plek helder, dan heb je met kalk te maken en helpen de volgende stappen; blijft hij dof, dan is het etsing en ga je meteen door naar de laatste stap.

  3. Los de kalk op met citroenzuur in lauw water

    Vul de karaf tot boven de ring met lauw water en een eetlepel citroenzuur per liter, en laat dat een halfuur tot een nacht staan. Lauw en niet heet, omdat gewoon glas een grote temperatuursprong slecht verdraagt en het zuur het werk toch doet.

  4. Haal de aanslag los met rijst of een flessenborstel

    Giet het zure water weg, doe een handvol ongekookte rijst met wat water en een druppel afwasmiddel in de karaf en zwenk een minuut rond. De korrels schuren langs de wand zonder te krassen en komen onder de schouder, waar een borstel slecht bij kan.

  5. Was het deksel apart en laat alles los van elkaar drogen

    Haal de siliconenring van het deksel, spoel kurk en hout alleen met water af en zet de karaf ondersteboven op een rek met lucht eronder. Op een theedoek blijft het vocht binnenin hangen, en daar begint de volgende kalkvlek al.

  6. Houd een geëtste karaf voortaan uit de vaatwasser

    Etsing is niet terug te draaien, maar wel te stoppen: was de karaf vanaf nu met de hand in lauw sop. Een lichte waas verandert niets aan het water dat je eruit schenkt, alleen aan hoe helder hij op tafel staat.

Maatwijzer

De hoogtes en maten die in een huis kloppen: bar, eettafel, tv, schilderij, wandlamp, kapstok en gordijnrails, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens

OnderdeelWatMaatMarge die werktWaar het van afhangt
ZittenBank, zithoogte44 cm40 tot 48 cmMeet tot de ingezakte zitting, niet tot het bolle kussen. Hoger kom je makkelijker op en af, lager zit je meer achterover.
ZittenBank, zitdiepte60 cm55 tot 65 cmBoven 70 cm hangen je voeten vrij en zit je gedwongen onderuit. Loungebanken gaan tot 100 cm en zijn bedoeld om op te liggen.
ZittenBank, totale hoogte met rugleuning80 cm75 tot 90 cmStaat de bank voor een raam, dan blijft hij onder de vensterbank als hij niet hoger is dan 80 cm.
ZittenFauteuil, zithoogte45 cm42 tot 48 cmEen paar centimeter hoger dan de bank scheelt bij het opstaan. Een lage lounge-fauteuil zakt naar 38 cm.
ZittenSalontafel, hoogte42 cm38 tot 45 cmVuistregel: gelijk aan of net onder de zithoogte van de bank. Dan zet je je kopje neer zonder voorover te buigen.
ZittenSalontafel, afstand tot de bank40 cm35 tot 45 cmMinder en je knieën stoten tegen de rand, meer en je moet opstaan om je glas te pakken.
ZittenBijzettafel naast de bank, hoogte60 cm55 tot 65 cmGelijk met de armleuning, dan pak je je glas zonder te kijken.
ZittenPoef of voetenbank, hoogte42 cm38 tot 45 cmIets lager dan de zitting waar je op zit, anders drukt de rand in je kuiten.
ZittenDoorloop tussen bank en meubel80 cm70 tot 90 cmBij 80 cm loop je er met een volle wasmand langs. 60 cm is te krap om elkaar te passeren.
ZittenTv-meubel, hoogte45 cm40 tot 55 cmHierop komt het midden van een 55 inch scherm op ongeveer 80 cm. Wil je het midden op ooghoogte, dan hang je de tv aan de wand.
Eten en barBarblad, hoogte105 cm100 tot 110 cmDe barkruk moet 25 tot 30 cm lager zijn dan het blad.
Eten en barBarblad, diepte40 cm30 tot 60 cm40 cm is een bord plus een glas. Wil je er ook snijden of een laptop neerzetten, dan 60 cm.
Eten en barBarblad, overstek voor je knieën25 cm20 tot 30 cmZonder overstek zitten je knieën tegen het kastje. Boven 30 cm moet het blad onderstut worden, anders kantelt het als iemand erop leunt.
Eten en barBarkruk, zithoogte bij een blad van 105 cm78 cm75 tot 82 cmHet verschil tussen zitting en blad blijft 25 tot 30 cm, want daar passen je bovenbenen.
Eten en barBarkruk, zithoogte bij aanrechthoogte (90 cm)63 cm60 tot 67 cmHetzelfde verschil van 25 tot 30 cm. Een gewone barkruk van 78 cm is hier te hoog en je zit met je knieën omhoog.
Eten en barBar, breedte per persoon60 cm55 tot 70 cmMet 60 cm stoot je je elleboog niet tegen je buurman. Onder 55 cm zit je schouder aan schouder.
Eten en barEettafel, hoogte blad75 cm72 tot 78 cmVaste maat in de meubelbranche, geen norm. Een dik hardstenen of houten blad telt mee, dus meet de bovenkant.
Eten en barEettafel, vrije hoogte onder het blad68 cm65 tot 72 cmHier zitten je bovenbenen. Een dikke tafelrand, een schuiflade of een dwarsbalk eet die ruimte op.
Eten en barEetstoel, zithoogte45 cm44 tot 47 cmHet verschil met het tafelblad moet 28 tot 32 cm zijn. Bij een tafel van 78 cm hoort dus een stoel van 46 tot 48 cm.
Eten en barEettafel, breedte per persoon60 cm55 tot 70 cmEen placemat is 45 cm breed, de rest is ruimte voor je ellebogen en je glas. Aan de kopse kant reken je een extra plek van 60 cm.
Eten en barEettafel, diepte90 cm80 tot 100 cmBij 80 cm raken de borden tegenover elkaar bijna. Bij 90 cm past er een schaal of een kaars in het midden.
Eten en barRonde eettafel, diameter120 cm voor 4 personen110 tot 150 cmReken 60 cm omtrek per persoon en houd het midden vrij voor de schalen. Vanaf 140 cm zitten er zes mensen omheen.
Eten en barRuimte achter een eetstoel100 cm75 tot 110 cm75 cm om de stoel achteruit te schuiven en op te staan, 100 cm om er ook achterlangs te lopen met een schaal.
Aan de muurSchilderij, hartlijn boven de vloer145 cm140 tot 155 cmVuistregel, geen norm: het midden van het werk op ooghoogte van iemand die staat. Hang alles in de kamer op dezelfde hartlijn, dan loopt de wand rustig.
Aan de muurSchilderij boven een bank, onderrand25 cm boven de rugleuning20 tot 30 cmLager en het lijkt of het werk op de bank leunt. Door de bank schuift de hartlijn omhoog naar 150 tot 165 cm, en dat mag hier.
Aan de muurSchilderij boven een dressoir, onderrand25 cm boven het blad20 tot 30 cmGenoeg om er een lamp of een vaas voor te zetten zonder dat die de lijst raakt.
Aan de muurWandcollage, ruimte tussen de lijsten6 cm5 tot 8 cmGelijke tussenruimte laat de groep als een vlak lezen. Boven 10 cm valt de groep uiteen in losse lijstjes.
Aan de muurSchilderij in een trapgat, hartlijn145 cm boven de neus van de trede140 tot 150 cmMeet loodrecht boven de voorkant van de trede waar je staat. Dan loopt de rij lijsten mee met de trap in plaats van scheef te lijken.
Aan de muurSpiegel in de hal, hartlijn155 cm150 tot 165 cmDe bovenkant moet boven het hoofd van de langste huisgenoot uitkomen, anders ziet die zijn kruin niet.
Aan de muurSpiegel boven de wastafel, onderkant20 cm boven het blad15 tot 25 cmRuimte voor de kraan en een zeeppompje. Bij 20 cm kijk je nog recht in je gezicht in plaats van tegen je hals.
Aan de muurWandklok, hartlijn180 cm170 tot 200 cmBoven ooghoogte en boven de meubels, zodat je hem van de andere kant van de kamer ziet en er niemand voor staat.
Aan de muurTv, midden van het scherm105 cm100 tot 115 cmOp ooghoogte als je op de bank zit: bij een zitting van 44 cm zit je oog op ongeveer 115 cm. Boven een schouw kijk je omhoog en dat voel je na een film in je nek.
Aan de muurTv, kijkafstand2 keer de schermdiagonaal1,5 tot 2,5 keerEen 55 inch scherm is 140 cm diagonaal, dus 2 tot 3,5 m. Bij 4K mag je dichterbij zitten omdat je de pixels niet meer ziet.
Aan de muurStopcontact, hart boven de vloer30 cm25 tot 35 cmGewoonte, geen norm: NEN 1010 schrijft geen hoogte voor, alleen de zones in de badkamer. Achter een dressoir zet je hem net zo goed op 15 cm, boven een werkblad juist hoog.
Aan de muurSchakelaar, hart boven de vloer105 cm90 tot 110 cmOok een gewoonte. 105 cm is de oude Nederlandse standaard: je vindt hem in het donker met je hand op heuphoogte. Voor kinderen en vanuit een rolstoel werkt 90 tot 100 cm beter.
LichtHanglamp boven de eettafel, onderkant80 cm boven het blad75 tot 90 cmLaag genoeg om het blad te verlichten, hoog genoeg om iemand tegenover je aan te kijken. Bij een plafond boven 280 cm mag hij iets hoger.
LichtHanglamp boven de eettafel, breedte30 cm binnen de rand van het blad30 tot 40 cm binnen de randAnders stoot je je hoofd als je langs de tafel loopt of een stoel aanschuift.
LichtHanglamp boven een kookeiland, onderkant75 cm boven het blad70 tot 85 cmBoven een blad van 90 cm kom je dan op 165 cm, ongeveer ooghoogte. Kies dus een kap die de lamp van onderaf afschermt. Bij twee of drie lampen reken je 70 tot 90 cm hart op hart.
LichtHanglamp in de hal of boven de trap, onderkant210 cm boven de vloer200 tot 230 cmVrije doorloop, niemand stoot zijn hoofd. Boven een trap meet je vanaf de hoogste trede die onder de lamp ligt.
LichtWandlamp, hart160 cm150 tot 170 cmOoghoogte. Schijnt de lamp opzij of omhoog, dan mag hij lager hangen. In een open lamp op ooghoogte kijk je recht in de bron.
LichtLeeslamp naast een stoel, onderkant van de kap110 cm100 tot 125 cmNet boven je schouder als je zit, dan valt het licht op de pagina en niet in je ogen.
LichtVloerlamp naast de bank, onderkant van de kap140 cm130 tot 150 cmJe hoofd zit op de bank op ongeveer 130 cm. Blijft de kap daarboven, dan kijk je niet in het lampje.
LichtBedlamp aan de wand, hart65 cm boven de matras55 tot 75 cmOp zithoogte in bed, zodat het licht op je boek valt. Meet vanaf de matras en niet vanaf de vloer, want een boxspring scheelt 20 cm.
LichtSpiegellamp badkamer, twee lampen naast de spiegel160 cm hart155 tot 170 cmLicht van de zijkant geeft geen schaduw onder je ogen en je kin. Een enkele lamp boven de spiegel doet dat wel.
LichtInbouwspot, afstand tot de wand70 cm60 tot 90 cmDichterbij krijg je een felle boog op het stucwerk, verder weg blijft de wand donker. Onderling 100 tot 150 cm, afhankelijk van de stralingshoek.
LichtBuitenlamp naast de voordeur, hart190 cm170 tot 210 cmBoven je hoofd, zodat je niet in de lamp kijkt terwijl je het slot zoekt. Op ooghoogte ben je juist blind.
KeukenAanrecht, hoogte bovenkant blad90 cm85 tot 95 cmDe Nederlandse standaard: onderkast, verstelbare poten en een blad van 3 tot 4 cm samen. Vuistregel: ellebooghoogte min 10 tot 15 cm, dus ben je langer dan 1,85 m, draai de poten dan uit.
KeukenWerkblad, diepte60 cm57 tot 65 cmKookplaten en spoelbakken zijn op 60 cm gemaakt. Een diep blad van 70 cm geeft ruimte achter de kookplaat, maar je reikt verder naar de bovenkastjes.
KeukenBovenkastjes, onderkant boven het werkblad55 cm50 tot 60 cmOnder 50 cm past je keukenmachine er niet onder en sta je met je hoofd tegen de deur. Boven 60 cm kom je niet bij het bovenste schap.
KeukenBovenkastjes, diepte35 cm32 tot 40 cmOndieper dan het werkblad, zodat je er niet tegenaan stoot als je over het blad buigt om te snijden.
KeukenAfzuigkap boven een gaskookplaat, onderkant70 cm65 tot 75 cmDe vlam en de hete lucht moeten weg kunnen: onder 65 cm boven de pannendrager wordt het vetfilter te heet. Houd altijd de minimummaat uit de handleiding aan, dat is een eis van de fabrikant.
KeukenAfzuigkap boven inductie, onderkant60 cm55 tot 65 cmGeen vlam, dus hij mag lager, en lager hangen vangt meer damp. Ook hier is de handleiding leidend, want die maat hoort bij het apparaat.
KeukenKookeiland, loopruimte rondom120 cm100 tot 150 cmBij 100 cm kun je de vaatwasser openen en er nog langs. Bij 120 cm passeren twee mensen elkaar terwijl er een lade open staat.
KeukenTwee keukenrijen tegenover elkaar, afstand120 cm110 tot 140 cmEen ovendeur en een lade die tegenover elkaar open staan hebben allebei ongeveer 60 cm nodig.
KeukenOven op werkhoogte, bodem van de ovenruimte90 cm80 tot 100 cmJe tilt een hete bakplaat er recht uit in plaats van gebogen. Boven 100 cm til je een schaal boven je middel en zie je niet meer wat erin staat.
KeukenVaatwasser, nismaat60 cm breed, 82 cm hoog60 tot 60,5 cm breedEen onderbouwmodel schuift onder een blad van 90 cm. Een vrijstaand model heeft zijn eigen bovenblad en is ongeveer 85 cm hoog.
KeukenInbouwkoelkast, nishoogte88, 122 of 178 cmvaste maten per modelDe kast volgt de nismaat, dus meet de nis en niet het apparaat. Achter en boven het apparaat moet ventilatieruimte vrij blijven.
KeukenStopcontact boven het werkblad, hart115 cm110 tot 120 cmDat is 20 tot 30 cm boven het blad, dus vrij van spetters en niet weggewerkt achter de waterkoker. Houd minstens 30 cm afstand tot de spoelbak.
KeukenKeukenplint, hoogte10 cm10 tot 15 cmDe poten zijn verstelbaar en met de plint stel je de aanrechthoogte fijn in. De plint staat 5 cm terug, zodat je met je tenen onder het kastje kunt.
Trap, hal en deurTrapleuning, hoogte90 cm80 tot 100 cm (norm)Norm: het Bouwbesluit, sinds 2024 het Besluit bouwwerken leefomgeving, eist een leuning tussen 80 en 100 cm, gemeten vanaf de voorkant van de trede. Een leuning is verplicht als je over de trap meer dan 1 m stijgt.
Trap, hal en deurOptrede, hoogte van een tredemaximaal 18,8 cm bij nieuwbouwbestaande bouw tot 22 cm (norm)Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl, voor een woning. Oude trappen zijn vaak 20 tot 21 cm en dat mag blijven zolang je de trap niet vernieuwt.
Trap, hal en deurAantrede, diepte van een tredeminimaal 22 cm bij nieuwbouw22 cm is de ondergrens (norm)Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Bij een draaiende trap geldt die maat op de looplijn, dus in de punt van een kwartdraai mag de trede smaller zijn.
Trap, hal en deurTrap, vuistregel voor comfortabel lopen2 x optrede + aantrede = 60 cm58 tot 64 cmGeen norm maar een oude vuistregel. 17 op en 26 aan loopt rustig (60), 20 op en 22 aan is een gewone Nederlandse trap (62). Daarbuiten struikel je op de maat.
Trap, hal en deurTrap, vrije breedte80 cm bij nieuwbouwbestaande bouw 70 cm (norm)Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Onder 80 cm krijg je een matras of een bank niet naar boven.
Trap, hal en deurTrap, vrije hoogte erboven230 cm bij nieuwbouwbestaande bouw 190 cm (norm)Norm, gemeten loodrecht boven de voorkant van de trede. Bij een dichtgezette zoldertrap is dit de maat waar je tegen de balk loopt.
Trap, hal en deurVloerafscheiding langs een trapgat of vide100 cm bij nieuwbouwbestaande bouw 90 cm (norm)Norm: verplicht zodra het verval meer dan 1 m is. Openingen mogen niet groter zijn dan 10 cm en tussen 20 en 70 cm boven de vloer mag er niets zijn waar een kind op kan klimmen.
Trap, hal en deurBinnendeur, dagmaat van het kozijn83 x 201,5 cm78, 83, 88 of 93 cm breed; 201,5, 211,5 of 231,5 cm hoogIndustriestandaard, geen norm. Na montage houd je ongeveer 3 cm minder vrije doorgang over, dus voor een rolstoel of rollator kies je een blad van 93 cm.
Trap, hal en deurDeurkruk, hoogte100 cm95 tot 105 cmGewoonte: het slot zit in een standaardkozijn op die hoogte. Verplaatsen kan alleen als je het slotgat in het blad meeverhuist.
Trap, hal en deurKapstok, hoogte van de haken170 cm160 tot 180 cmEen lange jas hangt ongeveer 100 cm af, dus op 170 cm blijft hij vrij van de vloer. Een kinderkapstok komt op 110 tot 120 cm.
Trap, hal en deurHal, vrije loopruimte100 cm90 tot 120 cmOnder 90 cm kun je niet met twee mensen langs elkaar en past er geen kinderwagen naast de kapstok.
Trap, hal en deurDrempel, hoogtemaximaal 2 cm0 tot 2 cmBoven 2 cm struikel je eroverheen en kom je er met een rollator of rolstoel niet zonder helling over. Een schuine aanloop haalt de rand eraf.
SlapenBed, bovenkant matras55 cm45 tot 65 cmZit je op de rand met je voeten plat op de vloer en je knieën in een hoek van 90 graden, dan is de hoogte goed. Een boxspring komt vaak op 60 tot 65 cm, een laag frame op 45.
SlapenMatras, standaardmaten140 x 200 cm80, 90, 120, 140, 160 of 180 cm breed; 200 of 210 cm langBen je langer dan 1,90 m, neem dan 210 cm. Twee losse matrassen van 90 x 210 vullen samen een bed van 180 x 210.
SlapenNachtkast, hoogte bovenblad60 cm55 tot 70 cmGelijk met of iets boven de matras, dan zet je liggend je glas neer zonder te kijken. Bij een boxspring van 65 cm hoort dus een hoge nachtkast.
SlapenLoopruimte naast het bed70 cm60 tot 90 cm60 cm is genoeg om langs te lopen, 70 cm om het bed op te maken zonder tegen de kast te stoten.
SlapenKledingroede voor lange kleding160 cm150 tot 170 cmEen jas of lange jurk hangt 120 tot 140 cm af, dus eronder blijft nog ruimte voor een lade of een schoenenbak.
SlapenKledingroede voor korte kleding100 cm95 tot 110 cmHemden en dubbelgevouwen broeken hangen 70 tot 90 cm af. Met twee roedes boven elkaar, op 100 en 195 cm, verdubbel je de hangruimte.
SlapenKast, diepte voor hangende kleding60 cm55 tot 65 cmEen hanger is 45 cm breed en met 60 cm diepte sluit de deur zonder dat de mouwen klem zitten. Is de kast ondieper dan 55 cm, zet de roede dan in de lengte.
SlapenKast, legborddiepte voor truien en broeken40 cm35 tot 45 cmEen opgevouwen trui is ongeveer 30 cm breed. Met 40 cm valt de stapel niet naar voren als je de deur opent.
SlapenKast, hoogste bruikbare schap200 cm190 tot 210 cmVerder reik je niet zonder trapje. Wat boven 210 cm staat, is opslag voor koffers die je twee keer per jaar pakt.
SlapenHoogslaper, vrije hoogte boven de matras100 cm90 tot 110 cmGenoeg om rechtop in bed te zitten. Meet van de bovenkant van de matras tot het plafond, niet tot de bodem van het bed.
Raam en gordijnGordijnrails, hoogte boven het kozijn12 cm10 tot 15 cmBoven het kozijn laat het raam groter lijken en houdt de rail het gordijn uit het glas. Zit het plafond dichtbij, monteer de rail dan 5 tot 10 cm onder het plafond of direct tegen het plafond.
Raam en gordijnGordijnrails, uitloop naast het kozijn20 cm per zijde15 tot 25 cmDaar staat het opzij geschoven gordijn geparkeerd, zodat het niet voor het glas blijft hangen en je het daglicht niet inlevert.
Raam en gordijnGordijn, lengte tot de vloer1 cm boven de vloer0 tot 2 cmNet vrij van de vloer: het sleept niet en hangt toch recht. Wil je het gordijn op de vloer laten vallen, maak het dan 5 tot 10 cm langer dan de maat tot de vloer.
Raam en gordijnGordijn, lengte tot de vensterbank2 cm boven de bank1 tot 3 cmVrij van de bank, zodat het gordijn niet omkrult op de plank en de warmte van de radiator eronder langs kan.
Raam en gordijnGordijn, stofbreedte2 keer de railbreedte1,5 tot 2,5 keerBij 1,5 keer hangt de stof vlak, bij 2,5 keer krijg je volle plooien. Een wave-rail vraagt 2 tot 2,5 keer, anders staat de golf niet.
Raam en gordijnRolgordijn of plissé in de dag, speling0,5 cm per zijde0,3 tot 1 cmMeet de dagmaat op drie hoogtes en neem de kleinste maat, want een kozijn staat zelden haaks.
Raam en gordijnVitrage, afstand tot het glas5 cm3 tot 10 cmTegen koud glas wordt de stof vochtig en krijg je vlekken. Verder naar binnen botst hij op de vensterbank of de raamkruk.
Raam en gordijnVensterbank binnen, diepte20 cm15 tot 30 cmVolgt de dikte van de muur plus een overstek van 2 tot 3 cm. Vanaf 20 cm staat een plant er stabiel op.
Raam en gordijnVensterbank buiten, overstek4 cm3 tot 5 cmMet een waterhol aan de onderkant. Zonder dat overstek loopt regenwater terug over de gevel en krijg je vuilstrepen onder het raam.
Raam en gordijnRadiator onder het raam, onderkant12 cm boven de vloer10 tot 15 cmEr moet lucht onderlangs kunnen, daar begint de convectie. Houd ook 3 tot 5 cm tussen radiator en wand en 10 cm vrij onder de vensterbank.
WerkenBureau, hoogte blad zittend74 cm72 tot 76 cmJe onderarmen liggen horizontaal op het blad en je schouders blijven laag. Kun je het blad niet verstellen, zet dan de stoel hoger en je voeten op een steun.
WerkenZit-stabureau, stahoogte105 cm95 tot 120 cmEllebooghoogte staand. Vuistregel: je lichaamslengte min 75 cm, dus bij 1,80 m kom je op 105 cm.
WerkenBureaustoel, zithoogte45 cm40 tot 52 cmVoeten plat op de vloer, knieën iets lager dan je heupen. De gasveer van een bureaustoel dekt dat bereik zelf.
WerkenVrije hoogte onder het bureaublad68 cm65 tot 72 cmJe bovenbenen moeten eronder passen, ook met een lade of een kabelgoot. Houd daarnaast 60 cm breed en 60 cm diep beenruimte vrij.
WerkenBureaublad, diepte80 cm70 tot 90 cmBij 80 cm staat het scherm op armlengte, 50 tot 80 cm van je ogen, en ligt je toetsenbord er nog voor.
WerkenBeeldscherm, bovenrandop ooghoogte of iets lager110 tot 125 cm boven de vloerJe kijkt dan licht naar beneden en dat is de rustpositie van je ogen. Een laptop op het blad zit ongeveer 20 cm te laag, dus zet hem op een standaard met een los toetsenbord.
WerkenToetsenbord, afstand tot de bladrand10 cm8 tot 15 cmDaar rusten je handpalmen. Zonder die strook hangen je armen in de lucht en trekt het in je schouders.
WerkenWandplank boven het bureau, onderkant45 cm boven het blad40 tot 60 cmEen A4-ordner is 32 cm hoog, dus die past er nog onder, en je stoot je hoofd niet als je opstaat.
WerkenBoekenschap, diepte25 cm20 tot 30 cmEen pocket is 12 cm diep, een gebonden boek 16 tot 20 cm. Bij 25 cm staan ze allemaal binnen de rand.
WerkenBoekenschap, overspanning zonder steun80 cm70 tot 90 cmBoeken wegen al snel 25 kg per meter schap. Bij 18 mm plaatmateriaal blijf je onder 80 cm, anders zakt het schap zichtbaar door.
KeukenSchap voor borden, diepte32 cm30 tot 35 cmEen plat bord is 26 tot 28 cm in doorsnee. Met 32 cm houd je een vinger ruimte om de stapel te pakken zonder te schuiven.
BadkamerWastafel, bovenkant85 cm80 tot 95 cmVuistregel: heuphoogte, dan buig je niet voorover om je handen te wassen. Gebruiken kinderen de wastafel, dan is 80 cm prettiger.
BadkamerOpzetkom, hoogte van het meubel75 cm70 tot 80 cmTel de kom van 10 tot 15 cm erbij op, dan komt de bovenrand op 85 tot 95 cm. Vergeet die optelsom en je wast je handen op keukenhoogte.
BadkamerHanddoekhaak naast de wastafel140 cm120 tot 160 cmBinnen handbereik met natte handen, dus naast de wastafel en niet aan de andere kant van de ruimte.
BadkamerHanddoekradiator, onderkant20 cm boven de vloer15 tot 40 cmDaar zitten de aansluitingen en je kunt eronder dweilen. Hang de bovenkant niet hoger dan 180 cm, anders kom je niet bij de handdoek. Een smalle handdoekradiator geeft weinig vermogen, dus reken hem niet als enige verwarming.
BadkamerDouchekraan, hart100 cm95 tot 110 cmHeuphoogte, zodat je de kraan kunt bedienen zonder onder de koude straal te gaan staan.
BadkamerBadkraan, hart65 cm60 tot 75 cmOngeveer 20 cm boven de badrand, dan kun je bijmengen terwijl je in bad zit.
BadkamerRegendouchekop210 cm200 tot 225 cmMinstens 20 cm boven het hoofd van de langste gebruiker, want je staat er recht onder. Bij een schuin dak meet je op het punt waar je echt staat.
BadkamerHanddouche aan een glijstang, bovenste stand190 cm180 tot 200 cmDe stang is 60 tot 90 cm lang, dus de onderste stand komt rond 110 cm. Daarmee spoel je het bad, een kind of de hond af.
BadkamerToilet, zithoogte40 cm38 tot 48 cmStandaard is 40 cm. Een verhoogd toilet van 45 tot 48 cm zit op stoelhoogte en daar sta je makkelijker van op. Bij een hangend toilet bepaal je de hoogte zelf met het inbouwframe.
BadkamerToilet, vrije ruimte voor de pot60 cm55 tot 70 cmDaar staan je knieën en voeten. Zijwaarts wil je 80 cm breedte, anders zit je met je schouder tegen de muur.
BadkamerToiletrolhouder70 cm hoog, 25 cm voor de pot60 tot 75 cm hoog; 20 tot 30 cm voor de voorkant van de potZittend pak je de rol zo zonder te draaien. Hang je hem naast of achter je, dan verdraai je je rug elke keer.
BadkamerFonteintje in het toilet, bovenkant85 cm80 tot 90 cmDezelfde hoogte als een wastafel. Let op de draairichting van de deur, want een fonteintje van 40 cm breed vraagt een vrije hoek.
BadkamerStopcontact in de badkamerbuiten 60 cm van bad of douchenorm, geen gewoonteNEN 1010 verdeelt de badkamer in zones: binnen 60 cm van de rand van een bad of douche mag geen wandcontactdoos. Alle wandcontactdozen moeten achter een aardlekschakelaar van 30 mA.

De meeste maten hier zijn standaardmaten uit de meubel-, keuken- en sanitairbranche plus vuistregels die in de praktijk werken: gewoontes, geen voorschriften. Waar wel een eis geldt, staat dat in de rij: de trap, de leuning en de vloerafscheiding komen uit het Bouwbesluit (sinds 2024 het Besluit bouwwerken leefomgeving) en de badkamerzones uit NEN 1010, en voor apparaten als een afzuigkap is de handleiding van de fabrikant leidend.

Nalopen voordat de karaf in gebruik gaat

Uit de praktijk

Wat hier misgaat

Een witte kring op het nachtkastje onder de karaf

Een witte, wolkige kring in het blad van een houten nachtkastje komt van vocht dat in de afwerklaag is getrokken, en dat vocht komt van de karaf zelf. Water uit de koelkast is 4 tot 7 graden, terwijl de waterdamp in lucht van 20 graden bij een luchtvochtigheid van 50 procent al condenseert op alles wat kouder is dan ongeveer 9 graden.

Het glas wordt dus nat aan de buitenkant, de druppels lopen naar de voet en blijven daar een nacht staan. Op geolied of gewaxt hout trekt dat water in de toplaag, en op lak dringt het naar binnen waar de laag al een beschadiging heeft.

Een onderzetter vangt het op, en water op kraantemperatuur condenseert veel minder. Een verse kring trekt soms weg met droge warmte, een oude zit in de afwerking en vraagt om opnieuw oliën of lakken.

Waar dit op vastloopt

De karaf blijft dof, hoe vaak je hem ook ontkalkt

Blijft een karaf na citroenzuur en azijn melkachtig, of krijgt hij een regenboogglans als je hem schuin houdt, dan zit het probleem niet op het glas maar erin. Een hete vaatwasbeurt in zacht water met vaatwasmiddel lost elke keer een heel dun laagje van het oppervlak op, en na genoeg beurten is dat oppervlak zo ruw dat het licht verstrooit.

Ontkalken helpt dan niet, omdat er niets op zit om op te lossen, en poetsen maakt de ruwheid alleen fijner. Wat wel werkt is voorkomen: glas dat helder moet blijven was je met de hand, of het gaat in de machine op het koelste programma.

Wat hier misgaat

Een barst die vanuit de bodem omhoogloopt

Een barst die onderin begint en schuin of in een boog omhoogloopt, is bijna altijd een temperatuurbarst. Er ging heet water in terwijl het glas koud was, of de karaf ging koud uit de koelkast in heet afwaswater, en de dikke bodem kon het verschil niet snel genoeg volgen.

Gewoon natronkalkglas zet ongeveer drie keer zo veel uit als borosilicaatglas, dus de spanning tussen de warme en de koude laag loopt snel op. Een krasje aan de binnenkant van de bodem, van een lepel of een schuurspons, is dan het punt waar de barst begint.

Gebruik een gebarsten karaf niet meer voor water, want de barst kan bij de volgende temperatuurwisseling doorlopen tot de bodem loslaat. Als vaas voor droogbloemen kan hij nog.

Veelgemaakte fouten

Kokend water of hete thee in een gewone glazen karaf

Natronkalkglas zet bij opwarmen flink uit, en de binnenkant loopt dan voor op een dikke bodem die nog koud is. Die spanning zoekt een krasje, en daar springt het glas.

Laat thee eerst afkoelen tot hij lauw is, of kies een karaf die als hittebestendig borosilicaatglas is opgegeven.

Een koude karaf meteen in heet afwaswater zetten

Dat is dezelfde temperatuursprong in omgekeerde richting: nu zet de buitenkant uit terwijl de dikke bodem nog koud is. Laat een karaf uit de koelkast eerst op kamertemperatuur komen, of was hem in lauw sop.

Een doffe karaf met een schuurspons te lijf gaan

Is het kalk, dan lost zuur hem sneller en zonder schade op. Is het etsing, dan krijg je het er met schuren toch niet af. In beide gevallen laat de schuurspons krasjes achter waarin nieuwe kalk zich vastzet en waar later een temperatuurbarst kan beginnen.

Water bijvullen in plaats van verversen

Bij bijvullen verdampt er steeds een beetje op dezelfde hoogte, en precies daar groeit de kalkring. Het laagje water dat onderin blijft staan, is ook het laagje waarin aanslag begint.

Leeg de karaf aan het eind van de dag, spoel hem om en laat hem omgekeerd uitlekken, dan begin je elke ochtend met een schone wand.

Kurk of hout nat terugzetten, of meewassen in de machine

Kurk en hout zuigen water op. Nat teruggezet op de hals zit dat vocht opgesloten in een donkere ruimte, en daar gaat de onderkant schimmelen en muf ruiken. In de vaatwasser zwelt hout op en scheurt het bij het drogen.

Een gevulde bolle karaf in de zon op de vensterbank laten staan

De bolle vorm met water erin bundelt zonlicht tot een brandpunt vlak achter het glas, en in de lage winterzon valt dat recht de kamer in. Tegelijk warmt het water op en krijgen algen en aanslag de kans.

Laat een karaf daar leeg staan als je hem als object wilt zien, en zet gevuld water uit de directe zon.

Veelgestelde vragen

Wat is een Krumble karaf precies?

Een Krumble karaf is een glazen waterkaraf uit het assortiment woonaccessoires dat onder de naam Krumble wordt verkocht. De modellen verschillen in inhoud, vorm, kleur en sluiting, dus de maat en de glassoort lees je per model op de productpagina af.

Beoordeel hem zoals elke karaf: op de inhoud tot waar je hem vult, op de glassoort als er iets warms in moet, op de binnenmaat van de hals voor het schoonmaken en op een deksel dat droog terug op de hals kan.

Mag een glazen karaf in de vaatwasser?

Onbewerkt glas mag er meestal in, maar het wordt na veel hete beurten blijvend dof door etsing, en dat is niet te herstellen. Een karaf met een gouden rand, een gespoten kleurlaag, een kurk of een houten deksel hoort er niet in, want die laag of dat materiaal is na een paar beurten beschadigd.

Wil je hem helder houden, was hem dan met de hand in lauw sop. Moet hij toch in de machine, kies dan het koelste programma en zet hem zo neer dat hij geen ander glas raakt.

Kun je warme thee of heet water in een glazen karaf doen?

Alleen als de karaf van borosilicaatglas is of als hittebestendig is opgegeven. Gewoon natronkalkglas zet ongeveer drie keer zo veel uit bij warmte, en een plotselinge sprong van kamertemperatuur naar kokend water kan de dikke bodem laten springen.

Wil je ijsthee maken in een gewone karaf, laat de thee dan eerst afkoelen tot hij lauw is. Giet hem daarna pas in de karaf en zet hem in de koelkast.

Hoe lang kun je water in een karaf laten staan?

Kraanwater dat je 's ochtends in een schone karaf doet, drink je gewoon dezelfde dag op. Laat het niet dagen staan en vul niet steeds bij: er zit in de regel geen chloor in Nederlands leidingwater, en in stilstaand water op kamertemperatuur krijgt aanslag de kans, zeker in licht en warmte.

Leeg de karaf aan het eind van de dag, spoel hem om en laat hem omgekeerd uitlekken. Fruitwater bewaar je afgedekt in de koelkast en drink je binnen een dag op.

Hoe krijg je een troebele karaf weer helder?

Doe eerst de azijntest: leg tien minuten een doekje met schoonmaakazijn op de doffe plek. Wordt die helder, dan is het kalk, en die haal je eraf met een eetlepel citroenzuur per liter lauw water die je een halfuur tot een nacht laat staan.

Blijft de waas, dan is het etsing uit de vaatwasser en gaat hij er niet meer af. Aanslag in de hals haal je los met een handvol rijst, wat water en een druppel afwasmiddel die je rondzwenkt.

Welke inhoud karaf heb je nodig voor vier of zes personen?

Reken met glazen van 250 ml. Voor vier personen is een karaf van een liter genoeg om één keer rond te schenken, en een karaf van 1,5 liter vult ook het tweede glas voor de meesten.

Voor zes personen aan een tafel van 180 cm werken twee karaffen van een liter beter dan één van 1,5 liter. Dan staat er voor elke plaats een karaf binnen ongeveer 45 cm, en hoeft er niet over de tafel gereikt te worden.

Past een karaf van een liter in de deur van de koelkast?

Dat hangt af van de hoogte met deksel en van de doorsnede. Een liter komt bij een doorsnede van 9 tot 10 cm uit op 20 tot 26 cm hoog, en het onderste deurvak van een koelkast is meestal op flessen gemaakt, dus de hoogte past vaak wel.

De breedte is vaker het probleem: een bolle karaf van 12 cm of breder past niet altijd in een vak waarin een fles van 9 cm wel staat. Meet de diepte van het vak en de vrije hoogte tot het vak erboven, en tel een glas of deksel op de hals mee.

Waarom druppelt of klokt mijn karaf bij het schenken?

Klokken komt doordat er lucht naar binnen moet via dezelfde smalle hals waar het water uit komt; die lucht komt in bellen en het water in stoten. Schenk rustiger en houd de karaf minder steil, dan kan de lucht boven de straal langs.

Druppelen komt doordat water bij langzaam schenken aan een ronde rand blijft hangen en langs de buitenkant van de hals loopt. Schenk met één vlotte beweging en zet de karaf snel rechtop, of kies een model met een scherpe schenktuit.

Waarom heeft een nachtkaraf een glas als deksel?

Het glas houdt 's nachts stof, pluisjes en insecten uit het water, en je hebt het meteen bij de hand zonder dat er een tweede ding op het nachtkastje staat. Karaf en glas zijn op elkaar gemaakt: het glas past met zijn rand om de hals en rust op de schouder.

Breekt het glas, neem dan de binnenmaat van de rand op voordat je een ander kiest. Een glas dat net te wijd is, glijdt eraf zodra je de karaf oppakt.

Kan een glazen karaf in de zon brand veroorzaken?

De kans is klein, maar een gevulde ronde karaf werkt in de zon als een lens en bundelt het licht tot een brandpunt een paar centimeter achter het glas. Een bolle buik bundelt sterker dan een rechte vorm.

Het risico zit vooral in de lage winterzon op een zuid- of westraam, als er papier, stof of hout vlak achter de karaf staat. Laat hem daar leeg staan, of zet gevuld water uit de directe zon.

Hoe maak je de kurk van een karaf schoon?

Spoel een kurk alleen met lauw water af, zonder afwasmiddel, want kurk neemt zeep op en geeft die later weer af aan het water. Laat hem daarna rechtop drogen op een plek met lucht rondom voordat hij terug op de karaf gaat.

Is de onderkant zwart geworden, of ruikt hij ook droog nog muf, dan zit er schimmel in de poriën. Die krijg je er niet uit, dus vervang de kurk door een exemplaar van dezelfde maat of door een stop van glas of siliconen.

Is een karaf een goed cadeau?

Een karaf is een cadeau dat gebruikt wordt en daardoor minder snel in een kast verdwijnt. Kies een model dat zonder uitleg werkt: glas zonder gouden rand of gespoten laag, een brede hals en een deksel van glas of rvs in plaats van kurk.

Zoek je een cadeau met een boodschap, dan zegt een beeldje meer, al hangt ook dat af van waar het terechtkomt. Dat zie je aan wat de drie aapjes van horen, zien en zwijgen betekenen, dat op kantoor anders valt dan thuis.

Verder lezen over dit onderwerp