Krumble karaf: welke inhoud, welk glas en welk deksel je kiest
Een Krumble karaf is een glazen waterkaraf, en of hij in huis bevalt hangt af van vier dingen die je per model kunt aflezen: de inhoud, de glassoort, de binnenmaat van de hals en de sluiting. Een halve liter met een glas op de hals hoort op een nachtkast van 60 cm, een karaf van 1,5 liter schenkt zes glazen van 250 ml en weegt vol ruim 2 kg, en aan een tafel van 180 cm voor zes staan twee karaffen van een liter handiger dan één grote. Gewoon natronkalkglas verdraagt geen kokend water, en een doffe waas die niet op azijn reageert is geen kalk maar etsing uit de vaatwasser, die er niet meer af gaat.
Wat een Krumble karaf is en waar je hem op beoordeelt
Krumble is een merknaam waaronder woonaccessoires worden verkocht, en de karaffen die je onder die naam vindt zijn glazen waterkaraffen voor op tafel, het bureau of het nachtkastje. De modellen kunnen verschillen in inhoud, vorm, kleur en sluiting, dus er bestaat niet één Krumble karaf met één set maten.
Wat wel vastligt, is waar je elk model op beoordeelt. Een karaf hoort bij de objecten die je in huis in het zicht zet, maar anders dan een beeldje pak je hem elke dag vast, vul je hem en was je hem af, en dat gebruik bepaalt of hij over een jaar nog helder op tafel staat.
Vier kenmerken maken het verschil: de inhoud, de glassoort, de hals en de sluiting. Ze staan op de productpagina of zijn aan de karaf zelf af te lezen, en aan elk kenmerk hangt een mechanisme dat je in gebruik gaat merken.
De inhoud bepaalt het gewicht en de hoogte, en daarmee of hij in het deurvak van de koelkast past en of je hem met een gestrekte arm nog rustig schenkt. De glassoort bepaalt of er warme thee in mag en hoe het glas de vaatwasser doorstaat.
De hals bepaalt of je er met een borstel of een hand in komt en of hij klokt bij het schenken. De sluiting bepaalt wat er in het water terechtkomt als hij een nacht of een werkdag open staat, en de tabel hieronder zet per kenmerk naast elkaar waar je op let.
| Kenmerk | Waar je op let | Wat het in gebruik betekent |
|---|---|---|
| Inhoud in liters | Randvol gemeten of tot een vulstreep; staat dat er niet bij, meet dan zelf met een maatbeker | Tot onder de hals, waar je hem in de praktijk vult, gaat er minder in dan randvol |
| Hoogte en doorsnede | De hoogte met deksel of glas erop, en de maat van de breedste plek van de buik | Bepaalt of hij in het deurvak van de koelkast en onder een wandplank past |
| Glassoort | Natronkalkglas of borosilicaatglas; het tweede wordt meestal als hittebestendig verkocht | Borosilicaatglas verdraagt heet water, gewoon glas kan bij een grote temperatuursprong springen |
| Wanddikte en bodem | Een zware bodem met een dunne wand, of overal ongeveer even dik | Hoe groter het verschil in dikte, hoe gevoeliger het glas voor warm en koud water |
| Halsopening | De binnenmaat van de opening, niet de buitenmaat van de rand | Vanaf ongeveer 8 cm kom je er met een smalle hand en een doek in, daaronder heb je een flessenborstel of rijst nodig |
| Sluiting | Glas, kurk, hout of bamboe, rvs of een glazen stop, en of er een siliconenring in zit | Kurk en hout mogen niet in de vaatwasser en moeten droog terug op de hals |
| Vaatwasserbestendig | Of het er voor de karaf en voor het deksel apart bij staat | Geldt het alleen voor het glas, dan was je het deksel altijd met de hand |
| Kleur en decoratie | Glas dat in de massa gekleurd is, of een laag die aan de buitenkant is aangebracht | Een gespoten kleurlaag of een gouden rand slijt in de vaatwasser, in de massa gekleurd glas niet |
Welke inhoud bij welk gebruik hoort
Reken de inhoud terug vanaf het glas. Een gewoon waterglas houdt 200 tot 250 ml, dus een liter is vier glazen van 250 ml of vijf van 200 ml, en een karaf van 1,5 liter schenkt er zes tot zeven.
Het gewicht loopt daarmee sneller op dan je in de winkel voelt. Water weegt een kilo per liter en het glas zelf nog een paar honderd gram tot bijna een kilo, afhankelijk van maat en wanddikte, dus een volle karaf van 1,5 liter til je als ruim 2 kg.
Boven een liter is een oor of een ingesnoerde taille daarom meer dan vorm. Je schenkt met een gestrekte arm, het zwaartepunt ligt ver voor je pols, en zonder houvast kantelt de karaf de laatste centimeters te snel.
De hoogte volgt uit de doorsnede. Bij een binnenmaat van 9 cm staat een liter water ongeveer 16 cm hoog, en met bodem, schouder en hals erbij komt de karaf op 20 tot 26 cm. Een smallere karaf met dezelfde inhoud wordt hoger en valt leeg makkelijker om, omdat zijn voet klein is ten opzichte van zijn hoogte.
Tel ook mee wat er in het water gaat. IJsblokjes, partjes citroen of een takje munt nemen ruimte in, dus voor fruitwater voor vier glazen neem je een maat groter dan de rekensom zegt.
| Inhoud | Glazen van 250 ml | Hoogte bij een gangbare doorsnede | Gewicht vol | Waar hij past |
|---|---|---|---|---|
| 0,5 liter | 2 | 15 tot 19 cm bij 7 tot 8 cm, met een glas op de hals 23 tot 27 cm | Ruim 0,7 kg | Nachtkastje of bureau voor één persoon |
| 0,75 tot 1 liter | 3 tot 4 | 20 tot 26 cm bij 9 tot 10 cm | 1,2 tot 1,6 kg | Tafel voor twee tot vier, of het bureau voor een werkdag |
| 1,5 liter | 6 | 25 tot 30 cm bij 10 tot 12 cm | Ruim 2 kg | Eettafel voor vier tot zes |
| 2 liter | 8 | 25 tot 30 cm bij 12 tot 13 cm | 2,6 tot 3 kg | Tuintafel of een groep; kies hier een model met oor |
Zet de lege karaf op de keukenweegschaal en tel de inhoud in kilo's erbij op, dan weet je vooraf wat je vol tilt. Kom je boven 2 kg uit en heeft hij geen oor, vul hem dan tot de schouder in plaats van tot in de hals.
Natronkalkglas of borosilicaatglas, en wat warmte ermee doet
De meeste glazen karaffen zijn van natronkalkglas, hetzelfde glas als een gewoon drinkglas of een jampot. Een deel wordt gemaakt van borosilicaatglas, het glas van theeglazen en ovenschalen dat als hittebestendig wordt verkocht. Van buiten zie je het verschil niet betrouwbaar, dus lees het op de productpagina of de verpakking.
Het verschil zit in hoeveel het glas uitzet als het warm wordt. Natronkalkglas zet ongeveer 9 miljoenste van zijn lengte per graad uit en borosilicaatglas ongeveer 3,3 miljoenste, dus bij dezelfde temperatuursprong ontstaat in borosilicaat ongeveer drie keer zo weinig spanning.
Schenk je kokend water in een karaf van kamertemperatuur, dan wil de binnenkant uitzetten terwijl de buitenkant nog koud is. Waar het glas dik is, zoals in een zware bodem, duurt het het langst voordat de warmte doorkomt, en daar trekt het glas zichzelf uit elkaar. Een barst begint daardoor vaak onderin of bij een krasje, waar de spanning een beginpunt vindt.
Het omgekeerde gebeurt met een karaf die koud uit de koelkast in heet afwaswater gaat. Voor gewoon glas houden wij daarom lauw water aan, en warme thee of heet water gaat alleen in een karaf die als hittebestendig is opgegeven.
Mondgeblazen glas herken je aan een ruw of weggeslepen litteken onder de bodem en aan een wand die niet overal even dik is. Dat verschil in dikte maakt het gevoeliger voor warm en koud, niet slechter van kwaliteit.
Een gouden of gekleurde rand zit op het glas en niet erin. Dat werkt zoals het verschil tussen massief messing en een goudkleurige laag bij beeldjes: de laag slijt waar hij geraakt wordt, en in een vaatwasser is dat overal tegelijk.
| Glassoort of afwerking | Hoe je het herkent | Warm en koud | Vaatwasser |
|---|---|---|---|
| Natronkalkglas, machinaal gemaakt | Gelijkmatige wand, soms een fijne vormnaad; in een dikke bodem vaak een groene zweem | Lauw water; geen kokend water, en niet koud uit de koelkast in heet sop | Mag er meestal in, maar wordt na veel hete beurten blijvend dof |
| Natronkalkglas, mondgeblazen | Litteken onder de bodem, wand niet overal even dik, soms kleine luchtbelletjes | Gevoeliger dan machinaal glas door het verschil in dikte | Met de hand, in lauw sop |
| Borosilicaatglas | Staat als borosilicaat of hittebestendig op de verpakking, vaak met een dunne wand | Verdraagt heet water en thee; zet hem heet niet op een koude natte ondergrond | Mag er in de regel in; volg de opgave bij het model |
| In de massa gekleurd glas | De kleur zit ook in de dikte van de rand als je er schuin langs kijkt | Zoals de glassoort eronder | De kleur verandert niet |
| Gespoten of gecoat glas | De rand of de binnenkant is helder, alleen de buitenkant is mat of gekleurd | Zoals de glassoort eronder | De laag krast en bladdert; met de hand wassen |
| Glas met gouden of zilveren rand | Glanzende band langs de rand of op het oor | Zoals de glassoort eronder | Nooit: de rand wordt in een paar beurten mat en laat daarna los |
Hittebestendig op de verpakking betekent bestand tegen heet water, niet tegen een gasvlam of een kookplaat. Zet een glazen karaf nooit op een warmtebron om iets op te warmen, tenzij de fabrikant dat uitdrukkelijk bij het model opgeeft.
Waarom een karaf klokt, druppelt of lastig schoon wordt
Bij het schenken moet er evenveel lucht de karaf in als er water uit gaat. Bij een smalle hals moeten die twee door dezelfde opening, dus komt de lucht in bellen naar binnen en schiet het water met stoten naar buiten: dat is het klokken.

Een brede hals heeft daar geen last van, want de lucht stroomt boven de straal langs naar binnen. Daar staat tegenover dat de straal breder is en dat een volle karaf met een wijde opening bij het eerste kantelen sneller over de rand gaat dan je verwacht.
Druppelen heeft een ander mechanisme. Schenk je langzaam, dan blijft het water aan een ronde, dikke rand hangen en loopt het langs de buitenkant van de hals naar beneden in plaats van in het glas. Een tuit met een scherpe onderrand breekt de straal af, en een vlotte beweging terug rechtop doet hetzelfde.
Schoonhouden hangt vooral aan de binnenmaat van de opening. Vanaf ongeveer 8 cm kom je er met een smalle hand en een doek in; smaller dan dat heb je een flessenborstel nodig, of een handvol rijst met water die je rondzwenkt.
Ribbels in het glas werken per kant anders. Aan de buitenkant geven ze grip en verbergen ze vingerafdrukken en een lichte waterlijn, aan de binnenkant vangt elke groef kalk, en die krijg je er met een borstel slecht uit.
Maak je vaak fruitwater of ijsthee, dan heb je meer aan een brede hals met een rvs-zeefje in het deksel dan aan een smalle hals. De partjes gaan er makkelijk in en uit, en het zeefje houdt ze tegen bij het schenken.
Deksel, kurk of een glas op de hals
Een karaf die open op het nachtkastje of het bureau staat, vangt stof, pluisjes en in de zomer fruitvliegjes. Een sluiting houdt dat tegen, al maken de meeste sluitingen de karaf niet luchtdicht, en dat hoeft ook niet voor water dat je dezelfde dag drinkt.
Het verschil tussen sluitingen zit in wat ze met vocht doen. Glas en rvs nemen niets op, kurk en hout wel, en een deksel dat water opneemt en nat terug op de hals gaat, zit dan in een donkere, vochtige ruimte waarin schimmel en een muffe geur de kans krijgen.
Bij een nachtkaraf is het deksel een drinkglas dat omgekeerd over de hals past. Karaf en glas zijn op elkaar gemaakt: de binnenmaat van het glas valt net om de hals en het glas rust op de schouder. Breekt het glas, dan past een willekeurig ander glas er zelden goed op, dus neem de maat van de rand op voordat je een vervanger zoekt.

Een deksel van hout of bamboe heeft meestal een siliconenring die in de hals klemt. Haal die ring er bij het afwassen af, want eronder blijft water staan, en hout dat in de vaatwasser of in een gootsteen vol sop ligt, zwelt op en scheurt bij het drogen.
Een glazen stop sluit het best, maar kan vastzitten door kalk of door suiker uit ijsthee. Houd de hals dan even onder handwarm water, zodat het glas daar iets uitzet en de stop loskomt; heet water op een koude karaf is precies de temperatuursprong die je wilt vermijden.
| Sluiting | Wat hij tegenhoudt | Onderhoud | Waar het op misgaat |
|---|---|---|---|
| Drinkglas omgekeerd op de hals | Stof en insecten, en je glas staat meteen klaar | Gaat mee in de afwas zoals de karaf zelf | Een vervangend glas dat net te wijd is en eraf glijdt als je de karaf oppakt |
| Kurk | Stof en insecten | Alleen met lauw water afspoelen en rechtop laten drogen voordat hij terug gaat | Zuigt water op, wordt zwart aan de onderkant en gaat muf ruiken |
| Hout of bamboe met siliconenring | Stof en insecten | Met de hand, de ring los wassen, af en toe een beetje olie voor snijplanken op het hout | Zwelt en scheurt in de vaatwasser; onder de ring blijft vocht staan |
| Rvs-deksel met zeefje | Stof, en ijs, fruit en blaadjes bij het schenken | Mag meestal in de vaatwasser; kalk uit de gaatjes halen met citroenzuur | Kalk in de gaatjes, waardoor de straal gaat spetteren |
| Glazen stop | Stof, insecten en geuren uit de koelkast | Met de karaf mee in de afwas | Zit vast door kalk of suiker; niet met kracht draaien |
| Siliconen dop | Stof en insecten | Mag meestal in de vaatwasser; los van de karaf laten drogen | Neemt na verloop van tijd de geur van vaatwasmiddel of citroen aan |
| Geen deksel | Niets | Alleen de karaf | Stof en pluisjes op het water na een nacht, en fruitvliegjes bij fruitwater |
Een karaf op het nachtkastje, binnen handbereik vanuit bed
Op een nachtkastje pak je de karaf liggend of half rechtop, vaak in het donker. Daarom telt hier de hoogte van het blad ten opzichte van de matras meer dan de karaf zelf.
Wij houden de maten uit onze eigen maattabel aan: de bovenkant van de matras ligt meestal op 45 tot 65 cm, en het bovenblad van een nachtkast hoort daar gelijk mee of iets boven, op 55 tot 70 cm. Bij een boxspring van 65 cm hoort dus een hogere nachtkast, en beide maten kun je voor bed en nachtkast opzoeken in de maatwijzer.
Ligt het blad lager dan de matras, dan reik je omlaag en stoot je hand eerst tegen de rand in plaats van erover te schuiven. Ligt het veel hoger, dan komt je arm tegen de zijkant van de karaf in plaats van bij het glas erop.
Een gangbaar nachtkastje is 35 tot 50 cm breed en ongeveer 40 cm diep, en daar moeten ook een lamp, een telefoon en een bril op. Houd de strook aan de bedzijde vrij voor platte dingen die niet kunnen omvallen, en zet de karaf op de buitenste helft van het blad, waar je hand er bewust naartoe gaat in plaats van eroverheen te vegen.
Een halve liter met een glas op de hals is hier de handigste maat: 23 tot 27 cm hoog, ruim 0,7 kg vol en genoeg voor twee glazen in een nacht. Een wandlamp boven het kastje in plaats van een tafellamp houdt het blad vrij, en die hangt met het hart op 55 tot 75 cm boven de matras.
Zet onder de karaf een onderzetter als het blad van hout is. Water uit de koelkast maakt condens aan de buitenkant van het glas, en dat water loopt naar de voet.
Karaffen op de eettafel: hoeveel en waar in de middenstrook
Aan een eettafel reken je per persoon 60 cm breedte, en in de diepte staat het couvert: een bord van 26 tot 28 cm op een paar centimeter van de rand, met het glas erboven. Op een tafel van 90 cm diep is aan beide lange zijden zo'n 38 cm bezet, en daartussen blijft een middenstrook van ongeveer 14 cm over.
Dat is de strook waarin een karaf moet passen zonder tegen een glas te staan. Een karaf van een liter met een doorsnede van 9 tot 10 cm staat er ruim in, een bolle karaf van 13 cm staat vrijwel tegen de glazen aan.
Voor de plek telt de reikafstand. Binnen ongeveer 45 cm pak je iets vanuit je stoel zonder voorover te buigen; daarboven kom je half overeind of vraag je om aangeven, en dan gaat de karaf de hele maaltijd de tafel rond.
Eén karaf van 1,5 liter in het midden van een tafel van 180 cm staat op zo'n 65 cm van de hoekplaatsen. Twee karaffen van een liter, op een derde en twee derde van het blad, staan voor alle zes de plaatsen binnen die 45 cm, en samen schenken ze acht glazen in plaats van zes.
Op een tafel voor vier van 120 tot 140 cm lang is één karaf in het midden genoeg. Hoeveel breedte je per couvert werkelijk nodig hebt en welke hoogtes er aan tafel verder vastliggen, zoek je bij eten en bar in de maatwijzer op.
Op een smalle tafel van 80 cm diep verdwijnt de middenstrook helemaal. Zet de karaf dan aan de kopse kant of op een dressoir binnen een stap van de tafel, en niet tussen de glazen in.
Op de vensterbank of in de zon: licht, warmte en een brandpunt
Op een vensterbank krijgt een glazen karaf tegenlicht, en daarin doet glas iets wat geen ander object doet: het licht gaat erdoorheen. Gekleurd glas legt een gekleurde vlek op de vensterbank of de muur, en geribbeld glas breekt dat licht op in strepen.
Een gevulde, ronde karaf werkt in de zon als een lens. Water in een bolle vorm buigt het licht naar een brandpunt een paar centimeter achter het glas, en een bolle buik bundelt sterker dan een rechte cilinder, omdat hij het licht in twee richtingen samenbrengt in plaats van in één.
De kans dat daar iets van gaat schroeien is klein, maar het mechanisme is echt. Midwinter staat de zon in Nederland rond het middaguur lager dan 15 graden, dus op een zuid- of westraam valt het licht bijna horizontaal door de karaf, op wat er aan de kamerkant vlak achter staat: een stapel papier, een houten fotolijst of een opgeschoven gordijn.
Warmte en licht doen ook iets met het water zelf. Leidingwater komt in Nederland in de regel zonder chloor uit de kraan, dus water dat dagen in het licht op een warme vensterbank staat, geeft algen en aanslag de kans om zich op de waterlijn vast te zetten.
Een vensterbank binnen is meestal 15 tot 30 cm diep, en vanaf 20 cm staat een karaf van 10 tot 12 cm stabiel met ruimte eromheen. Wil je hem daar als object laten staan, zet hem dan leeg neer, of kies een raam op het noorden, waar het grootste deel van het jaar geen directe zon binnenkomt.
Op een dressoir tegen een binnenwand speelt dit niet: daar valt het licht van opzij en blijft de karaf een doorzichtig stuk tussen de rest. Hoe je daar met een karaf, een schaal en een lamp een groep van drie objecten in hoogte opbouwt, en hoe glas, lampen en daglicht op elkaar inwerken, staat in het overzicht van decoratie en licht in huis.
Kalk, aanslag en een doffe waas uit elkaar houden
Een karaf die niet meer helder is, kan drie verschillende dingen hebben, en elk vraagt een andere aanpak. Kalk en aanslag zitten op het glas en gaan eraf, etsing zit in het glas en blijft.
Kalk ontstaat op de waterlijn. Daar verdampt het water langzaam en blijft de opgeloste kalk als witte ring achter, en hoe harder het leidingwater, hoe sneller die ring groeit. Kalk lost op in zuur, dus citroenzuur of azijn haalt hem weg zonder schuren.
Aanslag is een dunne, vaak wat glibberige laag van bacteriën en van wat er in het water zat, zoals resten van fruit of thee. Die zit het meest in de hals en onder de schouder, waar je er slecht bij komt, en gaat eraf met afwasmiddel en wrijving: een borstel, of rijst met water.
Etsing, ook glascorrosie genoemd, ontstaat in de vaatwasser. Een hete wasbeurt in zacht water met vaatwasmiddel lost bij elke beurt een heel dun laagje van het glasoppervlak op, tot het glas een melkachtige waas of een regenboogglans krijgt. Dat is schade aan het glas zelf, en er is geen middel dat het terugbrengt.
Het onderscheid maak je met azijn. Leg een doekje met schoonmaakazijn tien minuten op de doffe plek en spoel na: is de plek daarna helder, dan was het kalk, en blijft de waas, dan is het etsing en kun je alleen nog voorkomen dat het erger wordt.
| Wat je ziet | Wat het is | Wat werkt | Wat niet werkt |
|---|---|---|---|
| Witte ring op de hoogte van het waterpeil | Kalk | Een eetlepel citroenzuur per liter lauw water tot boven de ring, een halfuur tot een nacht laten staan | Schuren met een schuurspons: dat krast, en in de krasjes zet nieuwe kalk zich sneller vast |
| Egale witte waas die op azijn verdwijnt | Kalkfilm, vaak uit de vaatwasser bij hard water of te weinig zout | Citroenzuur in lauw water, en in de machine zout en glansspoelmiddel bijvullen | Nog een keer door de vaatwasser met dezelfde instelling |
| Melkachtige waas of regenboogglans die op azijn blijft | Etsing van het glasoppervlak | Niets herstelt het; voortaan met de hand wassen | Poetsmiddel: dat maakt de ruwheid alleen fijner |
| Glibberige laag of bruine rand in de hals | Aanslag van bacteriën, thee of fruit | Warm sop met een flessenborstel, of rijst met water en een druppel afwasmiddel | Alleen naspoelen met water |
| Groene zweem op de waterlijn | Algen door licht en warmte | Sop en een borstel, en de karaf daarna uit de zon zetten | Bijvullen zonder de karaf eerst te legen |
| Muffe geur terwijl het glas schoon lijkt | Vocht in een kurk, in hout of onder een siliconenring | Het deksel apart wassen en helemaal laten drogen; een zwarte kurk vervangen | De karaf opnieuw wassen terwijl het deksel de bron is |
Een troebele karaf weer helder krijgen
De volgorde voorkomt dat je een karaf eindeloos schuurt die al beschadigd is, of een schone karaf met een muf deksel afsluit.
-
Laat de karaf helemaal drogen en bekijk hem tegen het licht
Nat glas verbergt een waas, omdat water de kleine oneffenheden opvult. Houd de droge karaf voor een raam en kijk of het troebele op de waterlijn zit, over het hele glas ligt of vooral in de hals.
-
Doe de azijntest op één doffe plek
Leg er tien minuten een doekje met schoonmaakazijn op en spoel na. Wordt de plek helder, dan heb je met kalk te maken en helpen de volgende stappen; blijft hij dof, dan is het etsing en ga je meteen door naar de laatste stap.
-
Los de kalk op met citroenzuur in lauw water
Vul de karaf tot boven de ring met lauw water en een eetlepel citroenzuur per liter, en laat dat een halfuur tot een nacht staan. Lauw en niet heet, omdat gewoon glas een grote temperatuursprong slecht verdraagt en het zuur het werk toch doet.
-
Haal de aanslag los met rijst of een flessenborstel
Giet het zure water weg, doe een handvol ongekookte rijst met wat water en een druppel afwasmiddel in de karaf en zwenk een minuut rond. De korrels schuren langs de wand zonder te krassen en komen onder de schouder, waar een borstel slecht bij kan.
-
Was het deksel apart en laat alles los van elkaar drogen
Haal de siliconenring van het deksel, spoel kurk en hout alleen met water af en zet de karaf ondersteboven op een rek met lucht eronder. Op een theedoek blijft het vocht binnenin hangen, en daar begint de volgende kalkvlek al.
-
Houd een geëtste karaf voortaan uit de vaatwasser
Etsing is niet terug te draaien, maar wel te stoppen: was de karaf vanaf nu met de hand in lauw sop. Een lichte waas verandert niets aan het water dat je eruit schenkt, alleen aan hoe helder hij op tafel staat.
Maatwijzer
De hoogtes en maten die in een huis kloppen: bar, eettafel, tv, schilderij, wandlamp, kapstok en gordijnrails, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Onderdeel | Wat | Maat | Marge die werkt | Waar het van afhangt |
|---|---|---|---|---|
| Zitten | Bank, zithoogte | 44 cm | 40 tot 48 cm | Meet tot de ingezakte zitting, niet tot het bolle kussen. Hoger kom je makkelijker op en af, lager zit je meer achterover. |
| Zitten | Bank, zitdiepte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Boven 70 cm hangen je voeten vrij en zit je gedwongen onderuit. Loungebanken gaan tot 100 cm en zijn bedoeld om op te liggen. |
| Zitten | Bank, totale hoogte met rugleuning | 80 cm | 75 tot 90 cm | Staat de bank voor een raam, dan blijft hij onder de vensterbank als hij niet hoger is dan 80 cm. |
| Zitten | Fauteuil, zithoogte | 45 cm | 42 tot 48 cm | Een paar centimeter hoger dan de bank scheelt bij het opstaan. Een lage lounge-fauteuil zakt naar 38 cm. |
| Zitten | Salontafel, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Vuistregel: gelijk aan of net onder de zithoogte van de bank. Dan zet je je kopje neer zonder voorover te buigen. |
| Zitten | Salontafel, afstand tot de bank | 40 cm | 35 tot 45 cm | Minder en je knieën stoten tegen de rand, meer en je moet opstaan om je glas te pakken. |
| Zitten | Bijzettafel naast de bank, hoogte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Gelijk met de armleuning, dan pak je je glas zonder te kijken. |
| Zitten | Poef of voetenbank, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Iets lager dan de zitting waar je op zit, anders drukt de rand in je kuiten. |
| Zitten | Doorloop tussen bank en meubel | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm loop je er met een volle wasmand langs. 60 cm is te krap om elkaar te passeren. |
| Zitten | Tv-meubel, hoogte | 45 cm | 40 tot 55 cm | Hierop komt het midden van een 55 inch scherm op ongeveer 80 cm. Wil je het midden op ooghoogte, dan hang je de tv aan de wand. |
| Eten en bar | Barblad, hoogte | 105 cm | 100 tot 110 cm | De barkruk moet 25 tot 30 cm lager zijn dan het blad. |
| Eten en bar | Barblad, diepte | 40 cm | 30 tot 60 cm | 40 cm is een bord plus een glas. Wil je er ook snijden of een laptop neerzetten, dan 60 cm. |
| Eten en bar | Barblad, overstek voor je knieën | 25 cm | 20 tot 30 cm | Zonder overstek zitten je knieën tegen het kastje. Boven 30 cm moet het blad onderstut worden, anders kantelt het als iemand erop leunt. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij een blad van 105 cm | 78 cm | 75 tot 82 cm | Het verschil tussen zitting en blad blijft 25 tot 30 cm, want daar passen je bovenbenen. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij aanrechthoogte (90 cm) | 63 cm | 60 tot 67 cm | Hetzelfde verschil van 25 tot 30 cm. Een gewone barkruk van 78 cm is hier te hoog en je zit met je knieën omhoog. |
| Eten en bar | Bar, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Met 60 cm stoot je je elleboog niet tegen je buurman. Onder 55 cm zit je schouder aan schouder. |
| Eten en bar | Eettafel, hoogte blad | 75 cm | 72 tot 78 cm | Vaste maat in de meubelbranche, geen norm. Een dik hardstenen of houten blad telt mee, dus meet de bovenkant. |
| Eten en bar | Eettafel, vrije hoogte onder het blad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Hier zitten je bovenbenen. Een dikke tafelrand, een schuiflade of een dwarsbalk eet die ruimte op. |
| Eten en bar | Eetstoel, zithoogte | 45 cm | 44 tot 47 cm | Het verschil met het tafelblad moet 28 tot 32 cm zijn. Bij een tafel van 78 cm hoort dus een stoel van 46 tot 48 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Een placemat is 45 cm breed, de rest is ruimte voor je ellebogen en je glas. Aan de kopse kant reken je een extra plek van 60 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, diepte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Bij 80 cm raken de borden tegenover elkaar bijna. Bij 90 cm past er een schaal of een kaars in het midden. |
| Eten en bar | Ronde eettafel, diameter | 120 cm voor 4 personen | 110 tot 150 cm | Reken 60 cm omtrek per persoon en houd het midden vrij voor de schalen. Vanaf 140 cm zitten er zes mensen omheen. |
| Eten en bar | Ruimte achter een eetstoel | 100 cm | 75 tot 110 cm | 75 cm om de stoel achteruit te schuiven en op te staan, 100 cm om er ook achterlangs te lopen met een schaal. |
| Aan de muur | Schilderij, hartlijn boven de vloer | 145 cm | 140 tot 155 cm | Vuistregel, geen norm: het midden van het werk op ooghoogte van iemand die staat. Hang alles in de kamer op dezelfde hartlijn, dan loopt de wand rustig. |
| Aan de muur | Schilderij boven een bank, onderrand | 25 cm boven de rugleuning | 20 tot 30 cm | Lager en het lijkt of het werk op de bank leunt. Door de bank schuift de hartlijn omhoog naar 150 tot 165 cm, en dat mag hier. |
| Aan de muur | Schilderij boven een dressoir, onderrand | 25 cm boven het blad | 20 tot 30 cm | Genoeg om er een lamp of een vaas voor te zetten zonder dat die de lijst raakt. |
| Aan de muur | Wandcollage, ruimte tussen de lijsten | 6 cm | 5 tot 8 cm | Gelijke tussenruimte laat de groep als een vlak lezen. Boven 10 cm valt de groep uiteen in losse lijstjes. |
| Aan de muur | Schilderij in een trapgat, hartlijn | 145 cm boven de neus van de trede | 140 tot 150 cm | Meet loodrecht boven de voorkant van de trede waar je staat. Dan loopt de rij lijsten mee met de trap in plaats van scheef te lijken. |
| Aan de muur | Spiegel in de hal, hartlijn | 155 cm | 150 tot 165 cm | De bovenkant moet boven het hoofd van de langste huisgenoot uitkomen, anders ziet die zijn kruin niet. |
| Aan de muur | Spiegel boven de wastafel, onderkant | 20 cm boven het blad | 15 tot 25 cm | Ruimte voor de kraan en een zeeppompje. Bij 20 cm kijk je nog recht in je gezicht in plaats van tegen je hals. |
| Aan de muur | Wandklok, hartlijn | 180 cm | 170 tot 200 cm | Boven ooghoogte en boven de meubels, zodat je hem van de andere kant van de kamer ziet en er niemand voor staat. |
| Aan de muur | Tv, midden van het scherm | 105 cm | 100 tot 115 cm | Op ooghoogte als je op de bank zit: bij een zitting van 44 cm zit je oog op ongeveer 115 cm. Boven een schouw kijk je omhoog en dat voel je na een film in je nek. |
| Aan de muur | Tv, kijkafstand | 2 keer de schermdiagonaal | 1,5 tot 2,5 keer | Een 55 inch scherm is 140 cm diagonaal, dus 2 tot 3,5 m. Bij 4K mag je dichterbij zitten omdat je de pixels niet meer ziet. |
| Aan de muur | Stopcontact, hart boven de vloer | 30 cm | 25 tot 35 cm | Gewoonte, geen norm: NEN 1010 schrijft geen hoogte voor, alleen de zones in de badkamer. Achter een dressoir zet je hem net zo goed op 15 cm, boven een werkblad juist hoog. |
| Aan de muur | Schakelaar, hart boven de vloer | 105 cm | 90 tot 110 cm | Ook een gewoonte. 105 cm is de oude Nederlandse standaard: je vindt hem in het donker met je hand op heuphoogte. Voor kinderen en vanuit een rolstoel werkt 90 tot 100 cm beter. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, onderkant | 80 cm boven het blad | 75 tot 90 cm | Laag genoeg om het blad te verlichten, hoog genoeg om iemand tegenover je aan te kijken. Bij een plafond boven 280 cm mag hij iets hoger. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, breedte | 30 cm binnen de rand van het blad | 30 tot 40 cm binnen de rand | Anders stoot je je hoofd als je langs de tafel loopt of een stoel aanschuift. |
| Licht | Hanglamp boven een kookeiland, onderkant | 75 cm boven het blad | 70 tot 85 cm | Boven een blad van 90 cm kom je dan op 165 cm, ongeveer ooghoogte. Kies dus een kap die de lamp van onderaf afschermt. Bij twee of drie lampen reken je 70 tot 90 cm hart op hart. |
| Licht | Hanglamp in de hal of boven de trap, onderkant | 210 cm boven de vloer | 200 tot 230 cm | Vrije doorloop, niemand stoot zijn hoofd. Boven een trap meet je vanaf de hoogste trede die onder de lamp ligt. |
| Licht | Wandlamp, hart | 160 cm | 150 tot 170 cm | Ooghoogte. Schijnt de lamp opzij of omhoog, dan mag hij lager hangen. In een open lamp op ooghoogte kijk je recht in de bron. |
| Licht | Leeslamp naast een stoel, onderkant van de kap | 110 cm | 100 tot 125 cm | Net boven je schouder als je zit, dan valt het licht op de pagina en niet in je ogen. |
| Licht | Vloerlamp naast de bank, onderkant van de kap | 140 cm | 130 tot 150 cm | Je hoofd zit op de bank op ongeveer 130 cm. Blijft de kap daarboven, dan kijk je niet in het lampje. |
| Licht | Bedlamp aan de wand, hart | 65 cm boven de matras | 55 tot 75 cm | Op zithoogte in bed, zodat het licht op je boek valt. Meet vanaf de matras en niet vanaf de vloer, want een boxspring scheelt 20 cm. |
| Licht | Spiegellamp badkamer, twee lampen naast de spiegel | 160 cm hart | 155 tot 170 cm | Licht van de zijkant geeft geen schaduw onder je ogen en je kin. Een enkele lamp boven de spiegel doet dat wel. |
| Licht | Inbouwspot, afstand tot de wand | 70 cm | 60 tot 90 cm | Dichterbij krijg je een felle boog op het stucwerk, verder weg blijft de wand donker. Onderling 100 tot 150 cm, afhankelijk van de stralingshoek. |
| Licht | Buitenlamp naast de voordeur, hart | 190 cm | 170 tot 210 cm | Boven je hoofd, zodat je niet in de lamp kijkt terwijl je het slot zoekt. Op ooghoogte ben je juist blind. |
| Keuken | Aanrecht, hoogte bovenkant blad | 90 cm | 85 tot 95 cm | De Nederlandse standaard: onderkast, verstelbare poten en een blad van 3 tot 4 cm samen. Vuistregel: ellebooghoogte min 10 tot 15 cm, dus ben je langer dan 1,85 m, draai de poten dan uit. |
| Keuken | Werkblad, diepte | 60 cm | 57 tot 65 cm | Kookplaten en spoelbakken zijn op 60 cm gemaakt. Een diep blad van 70 cm geeft ruimte achter de kookplaat, maar je reikt verder naar de bovenkastjes. |
| Keuken | Bovenkastjes, onderkant boven het werkblad | 55 cm | 50 tot 60 cm | Onder 50 cm past je keukenmachine er niet onder en sta je met je hoofd tegen de deur. Boven 60 cm kom je niet bij het bovenste schap. |
| Keuken | Bovenkastjes, diepte | 35 cm | 32 tot 40 cm | Ondieper dan het werkblad, zodat je er niet tegenaan stoot als je over het blad buigt om te snijden. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaskookplaat, onderkant | 70 cm | 65 tot 75 cm | De vlam en de hete lucht moeten weg kunnen: onder 65 cm boven de pannendrager wordt het vetfilter te heet. Houd altijd de minimummaat uit de handleiding aan, dat is een eis van de fabrikant. |
| Keuken | Afzuigkap boven inductie, onderkant | 60 cm | 55 tot 65 cm | Geen vlam, dus hij mag lager, en lager hangen vangt meer damp. Ook hier is de handleiding leidend, want die maat hoort bij het apparaat. |
| Keuken | Kookeiland, loopruimte rondom | 120 cm | 100 tot 150 cm | Bij 100 cm kun je de vaatwasser openen en er nog langs. Bij 120 cm passeren twee mensen elkaar terwijl er een lade open staat. |
| Keuken | Twee keukenrijen tegenover elkaar, afstand | 120 cm | 110 tot 140 cm | Een ovendeur en een lade die tegenover elkaar open staan hebben allebei ongeveer 60 cm nodig. |
| Keuken | Oven op werkhoogte, bodem van de ovenruimte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Je tilt een hete bakplaat er recht uit in plaats van gebogen. Boven 100 cm til je een schaal boven je middel en zie je niet meer wat erin staat. |
| Keuken | Vaatwasser, nismaat | 60 cm breed, 82 cm hoog | 60 tot 60,5 cm breed | Een onderbouwmodel schuift onder een blad van 90 cm. Een vrijstaand model heeft zijn eigen bovenblad en is ongeveer 85 cm hoog. |
| Keuken | Inbouwkoelkast, nishoogte | 88, 122 of 178 cm | vaste maten per model | De kast volgt de nismaat, dus meet de nis en niet het apparaat. Achter en boven het apparaat moet ventilatieruimte vrij blijven. |
| Keuken | Stopcontact boven het werkblad, hart | 115 cm | 110 tot 120 cm | Dat is 20 tot 30 cm boven het blad, dus vrij van spetters en niet weggewerkt achter de waterkoker. Houd minstens 30 cm afstand tot de spoelbak. |
| Keuken | Keukenplint, hoogte | 10 cm | 10 tot 15 cm | De poten zijn verstelbaar en met de plint stel je de aanrechthoogte fijn in. De plint staat 5 cm terug, zodat je met je tenen onder het kastje kunt. |
| Trap, hal en deur | Trapleuning, hoogte | 90 cm | 80 tot 100 cm (norm) | Norm: het Bouwbesluit, sinds 2024 het Besluit bouwwerken leefomgeving, eist een leuning tussen 80 en 100 cm, gemeten vanaf de voorkant van de trede. Een leuning is verplicht als je over de trap meer dan 1 m stijgt. |
| Trap, hal en deur | Optrede, hoogte van een trede | maximaal 18,8 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw tot 22 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl, voor een woning. Oude trappen zijn vaak 20 tot 21 cm en dat mag blijven zolang je de trap niet vernieuwt. |
| Trap, hal en deur | Aantrede, diepte van een trede | minimaal 22 cm bij nieuwbouw | 22 cm is de ondergrens (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Bij een draaiende trap geldt die maat op de looplijn, dus in de punt van een kwartdraai mag de trede smaller zijn. |
| Trap, hal en deur | Trap, vuistregel voor comfortabel lopen | 2 x optrede + aantrede = 60 cm | 58 tot 64 cm | Geen norm maar een oude vuistregel. 17 op en 26 aan loopt rustig (60), 20 op en 22 aan is een gewone Nederlandse trap (62). Daarbuiten struikel je op de maat. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije breedte | 80 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 70 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Onder 80 cm krijg je een matras of een bank niet naar boven. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije hoogte erboven | 230 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 190 cm (norm) | Norm, gemeten loodrecht boven de voorkant van de trede. Bij een dichtgezette zoldertrap is dit de maat waar je tegen de balk loopt. |
| Trap, hal en deur | Vloerafscheiding langs een trapgat of vide | 100 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 90 cm (norm) | Norm: verplicht zodra het verval meer dan 1 m is. Openingen mogen niet groter zijn dan 10 cm en tussen 20 en 70 cm boven de vloer mag er niets zijn waar een kind op kan klimmen. |
| Trap, hal en deur | Binnendeur, dagmaat van het kozijn | 83 x 201,5 cm | 78, 83, 88 of 93 cm breed; 201,5, 211,5 of 231,5 cm hoog | Industriestandaard, geen norm. Na montage houd je ongeveer 3 cm minder vrije doorgang over, dus voor een rolstoel of rollator kies je een blad van 93 cm. |
| Trap, hal en deur | Deurkruk, hoogte | 100 cm | 95 tot 105 cm | Gewoonte: het slot zit in een standaardkozijn op die hoogte. Verplaatsen kan alleen als je het slotgat in het blad meeverhuist. |
| Trap, hal en deur | Kapstok, hoogte van de haken | 170 cm | 160 tot 180 cm | Een lange jas hangt ongeveer 100 cm af, dus op 170 cm blijft hij vrij van de vloer. Een kinderkapstok komt op 110 tot 120 cm. |
| Trap, hal en deur | Hal, vrije loopruimte | 100 cm | 90 tot 120 cm | Onder 90 cm kun je niet met twee mensen langs elkaar en past er geen kinderwagen naast de kapstok. |
| Trap, hal en deur | Drempel, hoogte | maximaal 2 cm | 0 tot 2 cm | Boven 2 cm struikel je eroverheen en kom je er met een rollator of rolstoel niet zonder helling over. Een schuine aanloop haalt de rand eraf. |
| Slapen | Bed, bovenkant matras | 55 cm | 45 tot 65 cm | Zit je op de rand met je voeten plat op de vloer en je knieën in een hoek van 90 graden, dan is de hoogte goed. Een boxspring komt vaak op 60 tot 65 cm, een laag frame op 45. |
| Slapen | Matras, standaardmaten | 140 x 200 cm | 80, 90, 120, 140, 160 of 180 cm breed; 200 of 210 cm lang | Ben je langer dan 1,90 m, neem dan 210 cm. Twee losse matrassen van 90 x 210 vullen samen een bed van 180 x 210. |
| Slapen | Nachtkast, hoogte bovenblad | 60 cm | 55 tot 70 cm | Gelijk met of iets boven de matras, dan zet je liggend je glas neer zonder te kijken. Bij een boxspring van 65 cm hoort dus een hoge nachtkast. |
| Slapen | Loopruimte naast het bed | 70 cm | 60 tot 90 cm | 60 cm is genoeg om langs te lopen, 70 cm om het bed op te maken zonder tegen de kast te stoten. |
| Slapen | Kledingroede voor lange kleding | 160 cm | 150 tot 170 cm | Een jas of lange jurk hangt 120 tot 140 cm af, dus eronder blijft nog ruimte voor een lade of een schoenenbak. |
| Slapen | Kledingroede voor korte kleding | 100 cm | 95 tot 110 cm | Hemden en dubbelgevouwen broeken hangen 70 tot 90 cm af. Met twee roedes boven elkaar, op 100 en 195 cm, verdubbel je de hangruimte. |
| Slapen | Kast, diepte voor hangende kleding | 60 cm | 55 tot 65 cm | Een hanger is 45 cm breed en met 60 cm diepte sluit de deur zonder dat de mouwen klem zitten. Is de kast ondieper dan 55 cm, zet de roede dan in de lengte. |
| Slapen | Kast, legborddiepte voor truien en broeken | 40 cm | 35 tot 45 cm | Een opgevouwen trui is ongeveer 30 cm breed. Met 40 cm valt de stapel niet naar voren als je de deur opent. |
| Slapen | Kast, hoogste bruikbare schap | 200 cm | 190 tot 210 cm | Verder reik je niet zonder trapje. Wat boven 210 cm staat, is opslag voor koffers die je twee keer per jaar pakt. |
| Slapen | Hoogslaper, vrije hoogte boven de matras | 100 cm | 90 tot 110 cm | Genoeg om rechtop in bed te zitten. Meet van de bovenkant van de matras tot het plafond, niet tot de bodem van het bed. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, hoogte boven het kozijn | 12 cm | 10 tot 15 cm | Boven het kozijn laat het raam groter lijken en houdt de rail het gordijn uit het glas. Zit het plafond dichtbij, monteer de rail dan 5 tot 10 cm onder het plafond of direct tegen het plafond. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, uitloop naast het kozijn | 20 cm per zijde | 15 tot 25 cm | Daar staat het opzij geschoven gordijn geparkeerd, zodat het niet voor het glas blijft hangen en je het daglicht niet inlevert. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vloer | 1 cm boven de vloer | 0 tot 2 cm | Net vrij van de vloer: het sleept niet en hangt toch recht. Wil je het gordijn op de vloer laten vallen, maak het dan 5 tot 10 cm langer dan de maat tot de vloer. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vensterbank | 2 cm boven de bank | 1 tot 3 cm | Vrij van de bank, zodat het gordijn niet omkrult op de plank en de warmte van de radiator eronder langs kan. |
| Raam en gordijn | Gordijn, stofbreedte | 2 keer de railbreedte | 1,5 tot 2,5 keer | Bij 1,5 keer hangt de stof vlak, bij 2,5 keer krijg je volle plooien. Een wave-rail vraagt 2 tot 2,5 keer, anders staat de golf niet. |
| Raam en gordijn | Rolgordijn of plissé in de dag, speling | 0,5 cm per zijde | 0,3 tot 1 cm | Meet de dagmaat op drie hoogtes en neem de kleinste maat, want een kozijn staat zelden haaks. |
| Raam en gordijn | Vitrage, afstand tot het glas | 5 cm | 3 tot 10 cm | Tegen koud glas wordt de stof vochtig en krijg je vlekken. Verder naar binnen botst hij op de vensterbank of de raamkruk. |
| Raam en gordijn | Vensterbank binnen, diepte | 20 cm | 15 tot 30 cm | Volgt de dikte van de muur plus een overstek van 2 tot 3 cm. Vanaf 20 cm staat een plant er stabiel op. |
| Raam en gordijn | Vensterbank buiten, overstek | 4 cm | 3 tot 5 cm | Met een waterhol aan de onderkant. Zonder dat overstek loopt regenwater terug over de gevel en krijg je vuilstrepen onder het raam. |
| Raam en gordijn | Radiator onder het raam, onderkant | 12 cm boven de vloer | 10 tot 15 cm | Er moet lucht onderlangs kunnen, daar begint de convectie. Houd ook 3 tot 5 cm tussen radiator en wand en 10 cm vrij onder de vensterbank. |
| Werken | Bureau, hoogte blad zittend | 74 cm | 72 tot 76 cm | Je onderarmen liggen horizontaal op het blad en je schouders blijven laag. Kun je het blad niet verstellen, zet dan de stoel hoger en je voeten op een steun. |
| Werken | Zit-stabureau, stahoogte | 105 cm | 95 tot 120 cm | Ellebooghoogte staand. Vuistregel: je lichaamslengte min 75 cm, dus bij 1,80 m kom je op 105 cm. |
| Werken | Bureaustoel, zithoogte | 45 cm | 40 tot 52 cm | Voeten plat op de vloer, knieën iets lager dan je heupen. De gasveer van een bureaustoel dekt dat bereik zelf. |
| Werken | Vrije hoogte onder het bureaublad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Je bovenbenen moeten eronder passen, ook met een lade of een kabelgoot. Houd daarnaast 60 cm breed en 60 cm diep beenruimte vrij. |
| Werken | Bureaublad, diepte | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm staat het scherm op armlengte, 50 tot 80 cm van je ogen, en ligt je toetsenbord er nog voor. |
| Werken | Beeldscherm, bovenrand | op ooghoogte of iets lager | 110 tot 125 cm boven de vloer | Je kijkt dan licht naar beneden en dat is de rustpositie van je ogen. Een laptop op het blad zit ongeveer 20 cm te laag, dus zet hem op een standaard met een los toetsenbord. |
| Werken | Toetsenbord, afstand tot de bladrand | 10 cm | 8 tot 15 cm | Daar rusten je handpalmen. Zonder die strook hangen je armen in de lucht en trekt het in je schouders. |
| Werken | Wandplank boven het bureau, onderkant | 45 cm boven het blad | 40 tot 60 cm | Een A4-ordner is 32 cm hoog, dus die past er nog onder, en je stoot je hoofd niet als je opstaat. |
| Werken | Boekenschap, diepte | 25 cm | 20 tot 30 cm | Een pocket is 12 cm diep, een gebonden boek 16 tot 20 cm. Bij 25 cm staan ze allemaal binnen de rand. |
| Werken | Boekenschap, overspanning zonder steun | 80 cm | 70 tot 90 cm | Boeken wegen al snel 25 kg per meter schap. Bij 18 mm plaatmateriaal blijf je onder 80 cm, anders zakt het schap zichtbaar door. |
| Keuken | Schap voor borden, diepte | 32 cm | 30 tot 35 cm | Een plat bord is 26 tot 28 cm in doorsnee. Met 32 cm houd je een vinger ruimte om de stapel te pakken zonder te schuiven. |
| Badkamer | Wastafel, bovenkant | 85 cm | 80 tot 95 cm | Vuistregel: heuphoogte, dan buig je niet voorover om je handen te wassen. Gebruiken kinderen de wastafel, dan is 80 cm prettiger. |
| Badkamer | Opzetkom, hoogte van het meubel | 75 cm | 70 tot 80 cm | Tel de kom van 10 tot 15 cm erbij op, dan komt de bovenrand op 85 tot 95 cm. Vergeet die optelsom en je wast je handen op keukenhoogte. |
| Badkamer | Handdoekhaak naast de wastafel | 140 cm | 120 tot 160 cm | Binnen handbereik met natte handen, dus naast de wastafel en niet aan de andere kant van de ruimte. |
| Badkamer | Handdoekradiator, onderkant | 20 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Daar zitten de aansluitingen en je kunt eronder dweilen. Hang de bovenkant niet hoger dan 180 cm, anders kom je niet bij de handdoek. Een smalle handdoekradiator geeft weinig vermogen, dus reken hem niet als enige verwarming. |
| Badkamer | Douchekraan, hart | 100 cm | 95 tot 110 cm | Heuphoogte, zodat je de kraan kunt bedienen zonder onder de koude straal te gaan staan. |
| Badkamer | Badkraan, hart | 65 cm | 60 tot 75 cm | Ongeveer 20 cm boven de badrand, dan kun je bijmengen terwijl je in bad zit. |
| Badkamer | Regendouchekop | 210 cm | 200 tot 225 cm | Minstens 20 cm boven het hoofd van de langste gebruiker, want je staat er recht onder. Bij een schuin dak meet je op het punt waar je echt staat. |
| Badkamer | Handdouche aan een glijstang, bovenste stand | 190 cm | 180 tot 200 cm | De stang is 60 tot 90 cm lang, dus de onderste stand komt rond 110 cm. Daarmee spoel je het bad, een kind of de hond af. |
| Badkamer | Toilet, zithoogte | 40 cm | 38 tot 48 cm | Standaard is 40 cm. Een verhoogd toilet van 45 tot 48 cm zit op stoelhoogte en daar sta je makkelijker van op. Bij een hangend toilet bepaal je de hoogte zelf met het inbouwframe. |
| Badkamer | Toilet, vrije ruimte voor de pot | 60 cm | 55 tot 70 cm | Daar staan je knieën en voeten. Zijwaarts wil je 80 cm breedte, anders zit je met je schouder tegen de muur. |
| Badkamer | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 75 cm hoog; 20 tot 30 cm voor de voorkant van de pot | Zittend pak je de rol zo zonder te draaien. Hang je hem naast of achter je, dan verdraai je je rug elke keer. |
| Badkamer | Fonteintje in het toilet, bovenkant | 85 cm | 80 tot 90 cm | Dezelfde hoogte als een wastafel. Let op de draairichting van de deur, want een fonteintje van 40 cm breed vraagt een vrije hoek. |
| Badkamer | Stopcontact in de badkamer | buiten 60 cm van bad of douche | norm, geen gewoonte | NEN 1010 verdeelt de badkamer in zones: binnen 60 cm van de rand van een bad of douche mag geen wandcontactdoos. Alle wandcontactdozen moeten achter een aardlekschakelaar van 30 mA. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nalopen voordat de karaf in gebruik gaat
Uit de praktijk
Een witte kring op het nachtkastje onder de karaf
Een witte, wolkige kring in het blad van een houten nachtkastje komt van vocht dat in de afwerklaag is getrokken, en dat vocht komt van de karaf zelf. Water uit de koelkast is 4 tot 7 graden, terwijl de waterdamp in lucht van 20 graden bij een luchtvochtigheid van 50 procent al condenseert op alles wat kouder is dan ongeveer 9 graden.
Het glas wordt dus nat aan de buitenkant, de druppels lopen naar de voet en blijven daar een nacht staan. Op geolied of gewaxt hout trekt dat water in de toplaag, en op lak dringt het naar binnen waar de laag al een beschadiging heeft.
Een onderzetter vangt het op, en water op kraantemperatuur condenseert veel minder. Een verse kring trekt soms weg met droge warmte, een oude zit in de afwerking en vraagt om opnieuw oliën of lakken.
De karaf blijft dof, hoe vaak je hem ook ontkalkt
Blijft een karaf na citroenzuur en azijn melkachtig, of krijgt hij een regenboogglans als je hem schuin houdt, dan zit het probleem niet op het glas maar erin. Een hete vaatwasbeurt in zacht water met vaatwasmiddel lost elke keer een heel dun laagje van het oppervlak op, en na genoeg beurten is dat oppervlak zo ruw dat het licht verstrooit.
Ontkalken helpt dan niet, omdat er niets op zit om op te lossen, en poetsen maakt de ruwheid alleen fijner. Wat wel werkt is voorkomen: glas dat helder moet blijven was je met de hand, of het gaat in de machine op het koelste programma.
Een barst die vanuit de bodem omhoogloopt
Een barst die onderin begint en schuin of in een boog omhoogloopt, is bijna altijd een temperatuurbarst. Er ging heet water in terwijl het glas koud was, of de karaf ging koud uit de koelkast in heet afwaswater, en de dikke bodem kon het verschil niet snel genoeg volgen.
Gewoon natronkalkglas zet ongeveer drie keer zo veel uit als borosilicaatglas, dus de spanning tussen de warme en de koude laag loopt snel op. Een krasje aan de binnenkant van de bodem, van een lepel of een schuurspons, is dan het punt waar de barst begint.
Gebruik een gebarsten karaf niet meer voor water, want de barst kan bij de volgende temperatuurwisseling doorlopen tot de bodem loslaat. Als vaas voor droogbloemen kan hij nog.
Veelgemaakte fouten
Kokend water of hete thee in een gewone glazen karaf
Natronkalkglas zet bij opwarmen flink uit, en de binnenkant loopt dan voor op een dikke bodem die nog koud is. Die spanning zoekt een krasje, en daar springt het glas.
Laat thee eerst afkoelen tot hij lauw is, of kies een karaf die als hittebestendig borosilicaatglas is opgegeven.
Een koude karaf meteen in heet afwaswater zetten
Dat is dezelfde temperatuursprong in omgekeerde richting: nu zet de buitenkant uit terwijl de dikke bodem nog koud is. Laat een karaf uit de koelkast eerst op kamertemperatuur komen, of was hem in lauw sop.
Een doffe karaf met een schuurspons te lijf gaan
Is het kalk, dan lost zuur hem sneller en zonder schade op. Is het etsing, dan krijg je het er met schuren toch niet af. In beide gevallen laat de schuurspons krasjes achter waarin nieuwe kalk zich vastzet en waar later een temperatuurbarst kan beginnen.
Water bijvullen in plaats van verversen
Bij bijvullen verdampt er steeds een beetje op dezelfde hoogte, en precies daar groeit de kalkring. Het laagje water dat onderin blijft staan, is ook het laagje waarin aanslag begint.
Leeg de karaf aan het eind van de dag, spoel hem om en laat hem omgekeerd uitlekken, dan begin je elke ochtend met een schone wand.
Kurk of hout nat terugzetten, of meewassen in de machine
Kurk en hout zuigen water op. Nat teruggezet op de hals zit dat vocht opgesloten in een donkere ruimte, en daar gaat de onderkant schimmelen en muf ruiken. In de vaatwasser zwelt hout op en scheurt het bij het drogen.
Een gevulde bolle karaf in de zon op de vensterbank laten staan
De bolle vorm met water erin bundelt zonlicht tot een brandpunt vlak achter het glas, en in de lage winterzon valt dat recht de kamer in. Tegelijk warmt het water op en krijgen algen en aanslag de kans.
Laat een karaf daar leeg staan als je hem als object wilt zien, en zet gevuld water uit de directe zon.
Veelgestelde vragen
Wat is een Krumble karaf precies?
Een Krumble karaf is een glazen waterkaraf uit het assortiment woonaccessoires dat onder de naam Krumble wordt verkocht. De modellen verschillen in inhoud, vorm, kleur en sluiting, dus de maat en de glassoort lees je per model op de productpagina af.
Beoordeel hem zoals elke karaf: op de inhoud tot waar je hem vult, op de glassoort als er iets warms in moet, op de binnenmaat van de hals voor het schoonmaken en op een deksel dat droog terug op de hals kan.
Mag een glazen karaf in de vaatwasser?
Onbewerkt glas mag er meestal in, maar het wordt na veel hete beurten blijvend dof door etsing, en dat is niet te herstellen. Een karaf met een gouden rand, een gespoten kleurlaag, een kurk of een houten deksel hoort er niet in, want die laag of dat materiaal is na een paar beurten beschadigd.
Wil je hem helder houden, was hem dan met de hand in lauw sop. Moet hij toch in de machine, kies dan het koelste programma en zet hem zo neer dat hij geen ander glas raakt.
Kun je warme thee of heet water in een glazen karaf doen?
Alleen als de karaf van borosilicaatglas is of als hittebestendig is opgegeven. Gewoon natronkalkglas zet ongeveer drie keer zo veel uit bij warmte, en een plotselinge sprong van kamertemperatuur naar kokend water kan de dikke bodem laten springen.
Wil je ijsthee maken in een gewone karaf, laat de thee dan eerst afkoelen tot hij lauw is. Giet hem daarna pas in de karaf en zet hem in de koelkast.
Hoe lang kun je water in een karaf laten staan?
Kraanwater dat je 's ochtends in een schone karaf doet, drink je gewoon dezelfde dag op. Laat het niet dagen staan en vul niet steeds bij: er zit in de regel geen chloor in Nederlands leidingwater, en in stilstaand water op kamertemperatuur krijgt aanslag de kans, zeker in licht en warmte.
Leeg de karaf aan het eind van de dag, spoel hem om en laat hem omgekeerd uitlekken. Fruitwater bewaar je afgedekt in de koelkast en drink je binnen een dag op.
Hoe krijg je een troebele karaf weer helder?
Doe eerst de azijntest: leg tien minuten een doekje met schoonmaakazijn op de doffe plek. Wordt die helder, dan is het kalk, en die haal je eraf met een eetlepel citroenzuur per liter lauw water die je een halfuur tot een nacht laat staan.
Blijft de waas, dan is het etsing uit de vaatwasser en gaat hij er niet meer af. Aanslag in de hals haal je los met een handvol rijst, wat water en een druppel afwasmiddel die je rondzwenkt.
Welke inhoud karaf heb je nodig voor vier of zes personen?
Reken met glazen van 250 ml. Voor vier personen is een karaf van een liter genoeg om één keer rond te schenken, en een karaf van 1,5 liter vult ook het tweede glas voor de meesten.
Voor zes personen aan een tafel van 180 cm werken twee karaffen van een liter beter dan één van 1,5 liter. Dan staat er voor elke plaats een karaf binnen ongeveer 45 cm, en hoeft er niet over de tafel gereikt te worden.
Past een karaf van een liter in de deur van de koelkast?
Dat hangt af van de hoogte met deksel en van de doorsnede. Een liter komt bij een doorsnede van 9 tot 10 cm uit op 20 tot 26 cm hoog, en het onderste deurvak van een koelkast is meestal op flessen gemaakt, dus de hoogte past vaak wel.
De breedte is vaker het probleem: een bolle karaf van 12 cm of breder past niet altijd in een vak waarin een fles van 9 cm wel staat. Meet de diepte van het vak en de vrije hoogte tot het vak erboven, en tel een glas of deksel op de hals mee.
Waarom druppelt of klokt mijn karaf bij het schenken?
Klokken komt doordat er lucht naar binnen moet via dezelfde smalle hals waar het water uit komt; die lucht komt in bellen en het water in stoten. Schenk rustiger en houd de karaf minder steil, dan kan de lucht boven de straal langs.
Druppelen komt doordat water bij langzaam schenken aan een ronde rand blijft hangen en langs de buitenkant van de hals loopt. Schenk met één vlotte beweging en zet de karaf snel rechtop, of kies een model met een scherpe schenktuit.
Waarom heeft een nachtkaraf een glas als deksel?
Het glas houdt 's nachts stof, pluisjes en insecten uit het water, en je hebt het meteen bij de hand zonder dat er een tweede ding op het nachtkastje staat. Karaf en glas zijn op elkaar gemaakt: het glas past met zijn rand om de hals en rust op de schouder.
Breekt het glas, neem dan de binnenmaat van de rand op voordat je een ander kiest. Een glas dat net te wijd is, glijdt eraf zodra je de karaf oppakt.
Kan een glazen karaf in de zon brand veroorzaken?
De kans is klein, maar een gevulde ronde karaf werkt in de zon als een lens en bundelt het licht tot een brandpunt een paar centimeter achter het glas. Een bolle buik bundelt sterker dan een rechte vorm.
Het risico zit vooral in de lage winterzon op een zuid- of westraam, als er papier, stof of hout vlak achter de karaf staat. Laat hem daar leeg staan, of zet gevuld water uit de directe zon.
Hoe maak je de kurk van een karaf schoon?
Spoel een kurk alleen met lauw water af, zonder afwasmiddel, want kurk neemt zeep op en geeft die later weer af aan het water. Laat hem daarna rechtop drogen op een plek met lucht rondom voordat hij terug op de karaf gaat.
Is de onderkant zwart geworden, of ruikt hij ook droog nog muf, dan zit er schimmel in de poriën. Die krijg je er niet uit, dus vervang de kurk door een exemplaar van dezelfde maat of door een stop van glas of siliconen.
Is een karaf een goed cadeau?
Een karaf is een cadeau dat gebruikt wordt en daardoor minder snel in een kast verdwijnt. Kies een model dat zonder uitleg werkt: glas zonder gouden rand of gespoten laag, een brede hals en een deksel van glas of rvs in plaats van kurk.
Zoek je een cadeau met een boodschap, dan zegt een beeldje meer, al hangt ook dat af van waar het terechtkomt. Dat zie je aan wat de drie aapjes van horen, zien en zwijgen betekenen, dat op kantoor anders valt dan thuis.