Behang kiezen en berekenen: soort, ondergrond en aantal rollen
Behang kies je op drie vragen: wat de wand moet verdragen, waarop je plakt en wat je er later mee wilt. Vliesbehang is voor bijna elke droge kamer de rustigste keuze, omdat het niet uitzet als de lijm erin trekt en vaak droog van de muur te trekken is; vinyl op vlies hoort in hal en keuken, en glasvlies of renovlies op een wand die je daarna wilt verven. Het aantal rollen reken je in banen en niet in vierkante meters: een rol van 53 cm bij 10,05 m levert bij 260 cm wandhoogte drie banen, dus een slaapkamer van 300 bij 350 cm vraagt 25 banen of 9 rollen. Of behang blijft zitten, wordt meestal onder de baan beslist: op een vlakke, droge en voorgestreken ondergrond.
Alle gidsen over behang
Urban taupe behang
Urban taupe is een verfkleur, dus behang in die tint zoek je op een staal naast een proefvlak op je…
Behangpapier landelijk industrieel
Landelijk behang verwijst naar zachte, gemaakte materialen als linnen, kalkpleister, geschilderd hout en een fijne streep, industrieel behang naar ruwe…
Behang kies je op drie vragen, en de kleur is de laatste
Wie behang gaat uitzoeken, begint bijna altijd bij het dessin. De keuze die bepaalt of het behang over tien jaar nog netjes hangt, ligt eerder: wat moet de wand verdragen, waarop plak je, en wil je het later overschilderen of in één keer van de muur trekken.
Behang heeft een eigen plek tussen verf en stucwerk: het overbrugt kleine oneffenheden, maar vraagt meer voorbereiding dan een laag latex. Hoe het zich verhoudt tot sauswerk, pleister, panelen en tegels, staat bij de wandafwerkingen per ruimte naast elkaar.

De eerste vraag gaat over belasting. In een slaapkamer raakt bijna niets de wand, in een hal schuren elke dag jassen en tassen langs, en naast een aanrecht komen vet en stoom. Dat bepaalt of een drager van papier of vlies volstaat, of dat er een kunststof toplaag op moet.
De tweede vraag gaat over de muur. Nieuw stucwerk, kale gipsplaat, oude latex en spuitwerk vragen elk een andere voorbereiding, en behang op de verkeerde ondergrond laat los bij de naden of trekt bij het verwijderen de bovenste laag van de muur mee.
De derde vraag gaat over later. Vlies trek je vaak droog van de wand, papier moet je eerst week maken, en glasvlies zit er zo vast op dat je het in de praktijk overschildert in plaats van verwijdert. Pas als die drie vragen beantwoord zijn, kies je kleur, dessin en structuur uit de soorten die overblijven.
De behangsoorten naast elkaar
Behang wordt ingedeeld naar de drager, de laag die tegen de muur zit, en naar de toplaag die je ziet. De drager bepaalt hoe je lijmt en hoe de baan zich gedraagt als hij nat wordt, de toplaag wat de wand verdraagt aan water, handen en zon.
Drie soorten zijn gemaakt om zelf zichtbaar te blijven: papier, vlies en vinyl, met textiel en natuurvezel als kwetsbaardere tak. Drie andere zijn gemaakt om overheen te verven: glasvlies, renovlies en houtvezelbehang. Fotobehang op maat staat daar los van, omdat het geen rapport heeft maar in genummerde panelen komt.
Lees de laatste twee kolommen als de kolommen waarop je afvalt. Een behang dat bij je dessin past maar in de verkeerde ruimte hangt, of dat over vijf jaar niet meer van de muur komt, kost meer werk dan de hele keuze ervoor.
Wie voor het eerst zelf behangt, heeft met vlies de minste dingen die tegelijk goed moeten gaan. Je rolt de lijm op de muur, de droge baan zet niet uit, en je kunt hem nog een paar minuten verschuiven tot de naad strak tegen de vorige ligt.

| Soort | Opbouw en hoe je lijmt | Waar hij past | Waar hij op vastloopt | Van de muur halen |
|---|---|---|---|---|
| Papierbehang, simplex | Eén laag papier; lijm op de baan en inweken volgens het etiket | Droge kamers met een vlakke wand | Zet nat uit en krimpt bij het drogen; bij een ongelijke inweektijd verschillen de banen in breedte | Perforeren, inweken met warm water of stomen |
| Papierbehang, duplex | Twee lagen papier op elkaar, vaak met reliëf; lijm op de baan | Wanden met kleine oneffenheden, die het dikkere papier overbrugt | Het reliëf wordt plat als je het met een naadroller aandrukt | Vaak splijtbaar: de toplaag trek je droog af, de onderlaag week je los of laat je zitten |
| Vliesbehang | Cellulose- en kunststofvezels kriskras door elkaar; lijm op de muur, droge baan ertegen | Woonkamer, slaapkamer, plafond en elke wand die je later wilt wisselen | De kern is vaak wit en toont zich bij een open naad; dun glad vlies laat elke bult zien | Meestal droog afneembaar in één baan |
| Vinyl op vlies | Vliesdrager met een kunststof toplaag, glad of opgeschuimd tot reliëf | Hal, trapgat, kinderkamer en de eetkant van de keuken | Laat weinig waterdamp door, dus niet op een muur waar vocht in zit | Vaak droog afneembaar; anders eerst de toplaag perforeren |
| Vinyl op papier | Papierdrager met een kunststof toplaag; lijm op de baan | Dezelfde plekken als vinyl op vlies | Zet uit zoals papier, en de dichte toplaag vertraagt het drogen van de lijm | De toplaag splijt meestal af, het papier eronder week je los |
| Textielbehang | Linnen, zijde of een ander weefsel op papier of vlies | Slaapkamer en een wand die niemand aanraakt | Geen lijm en geen natte spons op de voorkant; kleurverschil per baan hoort bij het materiaal | Hangt af van de drager |
| Natuurvezel | Grasweefsel, sisal of jute op een drager | Een wand zonder directe zon, waar zichtbare naden de bedoeling zijn | Verbleekt in de zon, en elke naad blijft zichtbaar | Als textiel |
| Glasvlies en glasweefsel | Glasvezels, glad of geweven in een ruit of visgraat; dispersielijm op de muur | Wanden en plafonds met haarscheurtjes, die je daarna verft | Snijden geeft jeukende vezels; werk met handschoenen en lange mouwen | Lastig: stomen en afsteken, dus meestal overschilderen |
| Renovlies | Glad vlies zonder dessin, bedoeld als ondergrond voor verf | Een wand die egaal moet worden voor latex zonder nieuw stucwerk | Verbergt geen gaten of bulten, die vul je eerst | Meestal droog afneembaar |
| Houtvezelbehang | Papier met houtsnippers erin, in fijne of grove korrel; lijm op de baan | Oudere wanden die je snel egaal wilt krijgen onder verf | Zit na een paar verflagen muurvast | Inweken en afsteken, na veel verflagen zwaar werk |
| Fotobehang op maat | Digitaal gedrukt op vlies of vinyl, in genummerde panelen | Eén wand met een beeld dat zich niet herhaalt | Bestellen op de kleinste gemeten wandmaat plus de overmaat die de leverancier opgeeft | Hangt af van de drager |
Waarom papier uitzet en vlies blijft liggen
Papier bestaat uit cellulosevezels die bij het maken vooral in de lengte van de rol komen te liggen. Nat wordt zo'n vezel vooral dikker en nauwelijks langer, dus een baan papier zet in de breedte uit zodra de lijm erin trekt.
Daarom schrijft het etiket van papierbehang een inweektijd voor. Laat je elke baan even lang liggen, dan zijn ze allemaal even ver uitgezet voordat ze de wand raken en krimpen ze bij het drogen ook evenveel terug. Laat je de ene baan twee minuten liggen en de volgende tien, dan verschillen ze in breedte en gaat de naad ertussen open.
Vlies is anders gemaakt. De vezels liggen kriskras door elkaar en er zit een deel kunststofvezel tussen dat geen water opneemt, dus de baan zet nauwelijks uit. Dat is waarom je bij vlies de muur inlijmt en de baan droog ophangt: er hoeft niets te weken.
Hetzelfde verschil verklaart het verwijderen. Een vliesbaan is in alle richtingen sterker dan de hechting van de lijm, dus hij laat in zijn geheel los; papier scheurt eerder dan de lijm loslaat, en daarom moet je het eerst week maken.
Een kunststof toplaag voegt een derde gedrag toe. Vinyl laat weinig waterdamp door, dus de lijm droogt alleen via de muur, en vocht dat later uit de muur komt kan niet meer naar de kamer verdampen. Op een droge binnenwand is dat geen bezwaar, op een koude buitenmuur wel.
Wat de symbolen op het etiket betekenen
Op elke rol staat een rij pictogrammen die samen de gebruiksaanwijzing vormen. Ze zijn in Europa gelijk, dus je leest ze op elke rol op dezelfde manier, en ze beantwoorden de drie vragen waarmee de keuze begint: hoe plak je, wat verdraagt de wand en hoe komt het er weer af.
Twee gegevens staan er als getal. Het rapport is de hoogte waarop het patroon zich herhaalt, het partijnummer is de productieronde: het eerste bepaalt hoeveel je per baan afsnijdt, het tweede of twee rollen precies dezelfde kleur hebben.
Controleer het partijnummer op alle rollen voordat je de eerste baan snijdt. Een rol uit een andere ronde kan dezelfde naam en hetzelfde artikelnummer dragen en toch net warmer of koeler zijn, en dat zie je pas als twee banen naast elkaar hangen.
Het zonsymbool telt vooral op een wand waar direct zonlicht op valt. Papier, textiel en natuurvezel verbleken daar het eerst, en omdat de baan achter een kast beschermd blijft, zie je het verschil pas als die kast verhuist.
| Op het etiket | Wat het betekent | Wat je ermee doet |
|---|---|---|
| Pijl met een 0 | Vrije aansluiting: er is geen patroon dat moet doorlopen | Banen op elke hoogte afsnijden, met het minste afval |
| Twee pijlen op gelijke hoogte | Rechte aansluiting: het patroon loopt horizontaal door | Elke baan begint op hetzelfde punt van het patroon; rond de baanlengte af op het rapport |
| Twee pijlen op verschillende hoogte, met een getal als 64/32 | Verspringende aansluiting: elke tweede baan schuift op, hier 32 cm bij een rapport van 64 cm | Snijd om en om uit twee rollen, zodat een afgesneden stuk het begin van een volgende baan kan zijn |
| Twee pijlen in tegengestelde richting | Gekeerd plakken: elke tweede baan hangt op zijn kop | Nummer de banen op de achterkant, anders krijg je bij elke naad een lichtere rand tegen een donkerdere |
| Kwast of roller op een muur | Lijm op de muur, de baan gaat droog op de wand | Lijm per anderhalve baanbreedte aanbrengen, zodat hij niet opdroogt voordat de baan hangt |
| Kwast op een baan | Lijm op het behang, met een inweektijd | Elke baan even lang laten inweken, met een wekker erbij |
| Baan in een bak water | Voorgelijmd: de lijm zit al op de achterkant | Alleen natmaken volgens het etiket, zonder extra lijm |
| Baan die in zijn geheel van de muur komt | Droog afneembaar: zonder water in één stuk los te trekken | Kies dit voor een wand die je binnen een paar jaar wilt veranderen |
| Baan waarvan alleen de bovenste laag loskomt | Splijtbaar: de toplaag gaat eraf, de onderlaag blijft op de muur | Een onderlaag die volledig vastzit, kan dienen als ondergrond voor nieuw behang |
| Eén golflijn | Sponsbestendig: een verse vlek voorzichtig deppen | Niet wrijven; alleen voor wanden die weinig worden aangeraakt |
| Twee golflijnen | Afwasbaar met een vochtige doek en een mild middel | Genoeg voor woonkamer en slaapkamer |
| Golflijn met een borstel | Schrobvast: bestand tegen een zachte borstel | De soort voor hal, trapgat, kinderkamer en de eetkant van de keuken |
| Zon, half of heel | Lichtechtheid: hoe voller de zon, hoe beter de kleur bestand is tegen daglicht | Een volle zon op een wand die direct zonlicht krijgt |
| Getal in cm naast het aansluitsymbool | Rapport: de hoogte waarop het patroon zich herhaalt | Rond elke baanlengte naar boven af op een veelvoud van dat getal |
| Partij- of batchnummer | De productieronde waaruit de rol komt | Alle rollen met hetzelfde nummer kopen, plus een reserve |
Hoeveel rollen behang je nodig hebt: tel in banen
Een rol behang reken je niet om in vierkante meters, want wat er aan het eind van een rol overblijft is meestal te kort voor een hele baan. De gangbare rol is 53 cm breed en 10,05 m lang, samen ongeveer 5,3 m², maar bij een wand van 260 cm hoog haal je er drie banen uit en houd je 195 cm over.
De som gaat in drie stappen. Deel de omtrek van de kamer, of de breedte van de ene wand, door de rolbreedte en rond naar boven af: dat is het aantal banen. Tel bij de wandhoogte 10 cm op om boven en onder recht af te snijden, en kijk hoeveel van die lengtes er in 1005 cm passen.
Deel daarna het aantal banen door het aantal banen per rol en rond weer naar boven af. Heeft het behang een rapport, rond dan eerst elke baanlengte af op een veelvoud van dat rapport: bij een rapport van 64 cm wordt een baan van 270 cm er een van 320 cm.
Bij een plafond tot ongeveer 260 cm verandert dat rapport meestal niets aan het aantal rollen, want ook 320 cm past drie keer in een rol. Bij een plafond van 320 cm wel: dan wordt de baan 384 cm, passen er nog twee in een rol en kost dezelfde kamer een derde tot de helft meer rollen.
Rollen van 70 cm breed leveren ongeveer 7 m² per rol en minder naden, en rollen van 106 cm bijna het dubbele van de gewone rol. Het aantal banen per rol blijft gelijk, want de lengte is dezelfde, maar een baan van 106 bij 270 cm hang je in je eentje moeilijk recht.
De tabel rekent zonder aftrek voor ramen en deuren en is dus je bovengrens. Hoeveel een raam of deur scheelt, laat het schema bij ramen en deuren zien; koop daarna alle rollen met één partijnummer en neem er één extra van.
| Kamer, lang bij breed | Omtrek | Banen van 53 cm | Rollen van 53 cm, wand 260 cm hoog | Rollen van 70 cm, wand 260 cm hoog | Rollen van 53 cm, wand 320 cm hoog met rapport 64 cm |
|---|---|---|---|---|---|
| Eén wand van 400 cm breed | 400 cm | 8 | 3 | 2 | 4 |
| Toilet, 90 bij 120 cm | 420 cm | 8 | 3 | 2 | 4 |
| Kinderkamer, 270 bij 300 cm | 1140 cm | 22 | 8 | 6 | 11 |
| Slaapkamer, 300 bij 350 cm | 1300 cm | 25 | 9 | 7 | 13 |
| Slaapkamer, 350 bij 400 cm | 1500 cm | 29 | 10 | 8 | 15 |
| Woonkamer, 400 bij 500 cm | 1800 cm | 34 | 12 | 9 | 17 |
| Woonkamer, 400 bij 600 cm | 2000 cm | 38 | 13 | 10 | 19 |
Ramen, deuren en radiatoren in de berekening
Een raam of deur trek je niet af in vierkante meters, maar in banen. Een baan die volledig boven en onder het glas valt, vraagt geen 270 cm meer maar twee korte stukken, en die snijd je uit de restlengtes van de rollen.
Een baan die het raam maar voor een deel raakt, bespaart niets. Hij loopt naast het kozijn nog steeds van plafond tot plint, en je snijdt er alleen een hoek uit.
Als vuistregel scheelt een binnendeur bijna één baan, want boven een kozijn van ongeveer 215 cm hoog heb je bij een plafond van 260 cm alleen een stuk van rond 55 cm nodig. Een raam van 150 cm breed scheelt ook ongeveer één baan, verdeeld over twee banen die elk 120 cm korter worden, en een pui van 240 cm breed tot 230 cm hoog ongeveer drie.
De plek van de eerste naad bepaalt dus hoe de volgende banen uitkomen. Zet je hem op het hart van het raam, dan vallen er twee hele banen boven en onder het glas en blijft de wand symmetrisch; begin je in een hoek, dan hangt het van de plek van het raam af of dat er één of twee zijn.
Achter een radiator hoeft het behang niet door te lopen tot de vloer. Een paneelradiator hangt 3 tot 5 cm van de wand: knip de baan in bij de ophangbeugels, schuif hem 15 tot 20 cm achter de bovenrand en druk hem aan met een smalle radiatorroller, en verf de wand daaronder vooraf in een tint die dicht bij het behang ligt.
Bij stopcontacten en schakelaars zet je de groep uit, schroef je de afdekplaat los en hang je de baan eroverheen, met een kruis in het behang over de inbouwdoos. Een wandcontactdoos zit meestal met het hart op 30 cm en een schakelaar op 105 cm, dus op de schets zie je al welke banen daarlangs moeten.
De ondergrond bepaalt of behang blijft zitten
Behanglijm hecht aan de bovenste laag van de muur en niet aan de muur zelf. Is die laag stoffig, poedert hij of zuigt hij het water uit de lijm voordat die kan pakken, dan laat het behang daar los, en dat zie je het eerst aan de naden.
Zuiging is het mechanisme dat het vaakst wordt gemist. Kaal gips en de kartonlaag van gipsplaat trekken het water in een paar minuten uit de lijm, die dan in de muur droogt in plaats van tussen muur en baan, en aan de randen van de baan, waar het laagje het dunst is, gaat dat het eerst mis.
Een voorstrijk maakt de zuiging over de hele wand gelijk. Op gipsplaat doet hij nog iets: bij het verwijderen komt het behang dan los van de voorstrijk en niet samen met het karton van de plaat.
Nieuw pleisterwerk moet eerst droog zijn, want vocht dat achter vlies of vinyl opgesloten raakt, drukt de lijm los of voedt schimmel. Gaten, scheuren en losse plekken herstel je daarvoor, en hoe dat laag voor laag gaat, staat bij gaten en scheuren in de muur herstellen.
Test een geverfde muur met een strook schilderstape die je stevig aandrukt en in één ruk lostrekt. Komt er verf of poeder mee, dan zit die laag niet vast genoeg om behang te dragen, hoe strak hij er ook uitziet.
| Ondergrond | Wat je eerst doet | Waarom |
|---|---|---|
| Nieuw gipspleisterwerk | Laten drogen tot de wand egaal licht van kleur is, dan voorstrijken | Donkere plekken zijn restvocht, en kaal gips zuigt de lijm leeg |
| Gipsplaat of voorzetwand | Naden en schroefgaten vol plamuren, vlak schuren en voorstrijken | Zonder voorstrijk trekt het behang bij het verwijderen de kartonlaag mee |
| Oude matte latex | Tape-test, afnemen met een ontvetter en naspoelen | Vet en nicotine laten de lijm niet pakken, en losse verf komt met het behang mee |
| Latex of lak in zijdeglans of hoogglans | Opschuren tot hij dof is, of een hechtprimer | Op een gesloten glanslaag vindt de lijm geen houvast |
| Oud behang | Verwijderen; alleen een vastzittende onderlaag van splijtbaar behang mag blijven | Nieuwe lijm weekt de oude laag los, en dan komt alles in één keer mee |
| Spuitwerk of spachtelputz | Uitvlakken met een vulpleister tot een gladde wand | De korrel tekent door dun behang heen; bij een laag van voor 1994 eerst op asbest laten onderzoeken |
| Tegels | Verwijderen, of de voegen uitvlakken, ontvetten en een hechtprimer zetten | Glazuur zuigt niet, en het voegenraster tekent door vlies heen |
| Hout, multiplex of mdf | Grondverf, en de naden tussen de platen afwerken | Hout zuigt ongelijk en werkt met de luchtvochtigheid, en op een naad die beweegt scheurt het behang |
| Muur met vochtplekken of zoutuitbloei | Niet behangen voordat de oorzaak weg is | Achter behang, en zeker achter vinyl, werkt het vocht door zonder dat je het ziet |
Welk behang in welke ruimte past
Per ruimte verschuift wat de wand te verduren krijgt: stoelruggen in de eetkamer, schouders en tassen in de hal, damp in de badkamer en vet naast het fornuis. De soort volgt daaruit, en het dessin kies je binnen wat er dan nog overblijft.
In een badkamer kan behang, maar alleen buiten de natte zone en in een ruimte die na het douchen snel droogtrekt. Vinyl op vlies met een schimmelwerende lijm houdt het daar uit op een wand waar geen water tegenaan komt; in de zone rond douche en bad horen tegels of een andere waterdichte wandafwerking.
In een keuken geldt dezelfde grens voor de wand achter de kookplaat en de spoelbak. Vet en stoom zoeken de naden op en laten die loskomen, dus behang hoort daar aan de eetkant.
Een hal en een trapgat vragen schrobvast vinyl, en in een trapgat komt de lengte erbij: banen van 4 tot 5 m die je vanaf een trap of steiger recht moet houden. Wil je de onderste meter tegen tassen en fietsstuur beschermen, dan werkt een halfhoge lambrisering als stootrand met behang erboven.
In een slaapkamer is de keuze het ruimst, omdat bijna niets de wand raakt. De uitzondering is de strook achter het hoofdeinde, waar op den duur een vetrand ontstaat: kies daar een soort met twee golflijnen op het etiket.
| Ruimte | Soort die past | Waar je op let |
|---|---|---|
| Woonkamer | Vlies, textiel of papier; vinyl op vlies achter de eettafel | Een stoelrug die tegen de wand tikt, beschadigt papier en textiel het eerst |
| Slaapkamer | Vlies, textiel of natuurvezel | Achter het hoofdeinde een afwasbare soort, want daar komt een vetrand |
| Kinderkamer | Vinyl op vlies of afwasbaar vlies, droog afneembaar | Stift en handen nu, en over een paar jaar een ander dessin |
| Hal en trapgat | Vinyl op vlies, schrobvast | Lange banen in het trapgat, en een grove structuur houdt vuil vast |
| Keuken, eetkant | Vinyl op vlies, schrobvast | Niet achter kookplaat en spoelbak |
| Badkamer, buiten de natte zone | Vinyl op vlies met schimmelwerende lijm | Alleen met een afzuiging die de ruimte na het douchen droogtrekt |
| Toilet | Elke soort; een uitgesproken dessin kan hier | Weinig rollen, maar veel hoeken en een inbouwreservoir om heen te snijden |
| Zolder met schuine wanden | Licht vlies, effen of met een klein motief | Rechte lijnen in het dessin laten zien dat de knik tussen wand en schuinte niet recht loopt |
| Plafond | Vlies, renovlies of glasvlies | Lijm op het plafond, en de naden in de richting van het daglicht |
| Buitenmuur met een koude hoek | Vlies zonder kunststof toplaag | Vinyl sluit het vocht op dat daar door condens ontstaat |
Kleur, dessin en structuur: wat ze met de wand doen
Een wand in behang is een groot vlak, en elk kenmerk van het ontwerp wordt op die schaal uitvergroot. Drie eigenschappen doen het meeste: hoeveel licht de kleur terugkaatst, hoe het oppervlak het licht breekt en hoe vaak het patroon terugkomt.
Voor de kleur telt de lichtreflectie, een waarde van 0 voor zwart tot 100 voor wit. Een middendonkere taupe rond 30 geeft ongeveer een derde van het licht terug en kalkwit ruim 80 procent, dus rondom donker behang maakt een kamer met één raam merkbaar donkerder dan dezelfde tint op één wand.
Donker behang toont ook sneller de naden, want een kier van een fractie laat de witte kern of de muur zien. Hoe je dat voorkomt met een grondlaag in dezelfde tint en een vers mesje per baan, staat uitgewerkt bij een middendonkere tint als urban taupe zonder lichte naden hangen.
Een reliëf leest op de wand haaks op het raam donkerder dan op de wand tegenover het raam. Het daglicht strijkt daar bijna evenwijdig langs het behang en elke verhoging werpt een schaduw, die langer wordt naarmate het licht schuiner valt. Welk licht er op jouw wand valt en op welke uren de zon erop staat, zoek je op in de lichtwijzer per windrichting en ruimte.
Het rapport bepaalt of een dessin rustig of druk leest. Een motief met een rapport van 64 cm komt op een wand van 260 cm vier keer boven elkaar terug en om de 53 cm naast elkaar, en een opvallend detail in dat motief vormt dan een raster dat je oog binnen een paar tellen vindt.
Bij een print van een materiaal, zoals beton, baksteen of steigerhout, vergelijkt je oog de print bovendien met het echte materiaal. Hoe je de schaal van een baksteen op het staal nameet en welke print bij welke stijl hoort, staat bij baksteen-, beton- en linnenprints voor een landelijk of industrieel interieur.
De kleur van het behang kiest verder zijn kant op basis van wat ernaast staat, dus de overige wanden en het plafond wegen mee. Met de kleurmatcher, vanuit je vloer, bank of kozijn zoek je op welke tinten daarbij standhouden en welke wringen.
Overschilderen of verwijderen: wat je later met de wand kunt
Wat je nu op de muur zet, bepaalt wat er over tien jaar kan. Behang gaat als bandbreedte 10 tot 15 jaar mee, en daarna wil je het overschilderen of eraf halen zonder de wand te beschadigen.
Beide routes hangen aan de drager. Vlies laat zich meestal droog verwijderen, papier moet eerst week worden, en glasvlies zit na een paar verflagen zo vast dat verwijderen meer werk is dan overschilderen.
Verfcalculator
Vul de maten van je kamer in, trek ramen en deuren af en zie hoeveel liter je per laag nodig hebt, per verfsoort en per ondergrond. Open de volledige verfcalculator
Veelgestelde vragen
Hoeveel rollen behang heb je nodig voor een kamer?
Deel de omtrek van de kamer door 53 cm en rond naar boven af: dat is het aantal banen. Bij een wandhoogte van 260 cm haal je drie banen uit een rol van 10,05 m, dus een slaapkamer van 300 bij 350 cm met 1300 cm omtrek vraagt 25 banen en 9 rollen.
Trek per deur of raam alleen de banen af die er volledig boven en onder vallen, en neem er een rol met hetzelfde partijnummer bij als reserve.
Wat is het verschil tussen vliesbehang en papierbehang?
Papierbehang lijm je op de baan en laat je inweken, omdat het nat uitzet en bij het drogen weer krimpt. Vliesbehang bestaat uit cellulose- en kunststofvezels die kriskras liggen, zet nauwelijks uit en hang je droog op een ingelijmde muur. Vlies is daardoor makkelijker zelf te hangen, geeft minder snel open naden en is vaak droog afneembaar.
Kun je over oud behang heen behangen?
Meestal niet. De nieuwe lijm weekt de oude lijm los, waarna het geheel naar voren komt, en de naden van de oude banen tekenen door het nieuwe behang heen. De uitzondering is de onderlaag van splijtbaar behang die na het aftrekken van de toplaag volledig vastzit: die is bedoeld als ondergrond voor een nieuwe baan.
Moet je gipsplaat voorstrijken voordat je behangt?
Ja. Kale gipsplaat zuigt het water uit de lijm, waardoor die in het karton droogt in plaats van tussen plaat en baan, en bij het verwijderen komt dat karton met het behang mee. Plamuur eerst de naden en schroefgaten, schuur ze vlak en zet dan voorstrijk over de hele plaat, ook over de delen die al glad lijken.
Hoe lang moet nieuw stucwerk drogen voordat je kunt behangen?
Reken ongeveer een dag per millimeter laagdikte bij kamertemperatuur en een raam op een kier. Glad pleisterwerk van 3 mm is dan binnen een week zover, een raaplaag van 15 mm vraagt ruim twee weken, en in een koude ruimte duurt het langer. De wand is droog als hij egaal licht van kleur is; wat de verschillende pleisters vragen, staat bij stucwerk en beton ciré naast elkaar.
Kun je behang in de badkamer gebruiken?
Buiten de natte zone wel, met vinyl op vlies en een schimmelwerende lijm, in een badkamer met een afzuiging die de ruimte na het douchen droogtrekt. Op de wand waar douche- of spatwater tegenaan komt, laten de naden los en blijft water achter de toplaag staan. Daar horen tegels of glas, en het behang begint op de wand ernaast.
Welk behang is afwasbaar?
Kijk naar de golflijnen op het etiket. Eén golflijn betekent sponsbestendig, twee golflijnen afwasbaar met een vochtige doek en een mild middel, en een golflijn met een borstel schrobvast. Vinyl op vlies is meestal schrobvast en hoort daarom in hal, trapgat, kinderkamer en keuken; textiel en natuurvezel verdragen geen natte doek.
Hoe krijg je behang makkelijk van de muur?
Trek eerst een onderhoek los en kijk of de baan in één stuk meekomt, zoals bij veel vlies. Lukt dat niet, perforeer de baan dan met een stekelroller, maak hem nat met warm water en wat afwasmiddel of afweekmiddel, laat dat een kwartier intrekken en steek hem af met een breed plamuurmes. Een stoomapparaat helpt bij meerdere lagen; zet de groep van de stopcontacten op die wand uit.
Kun je behang overschilderen?
Overschilderbaar behang zoals glasvlies, renovlies en houtvezelbehang wel, in twee lagen muurverf nadat de lijm een etmaal heeft gedroogd. Gewoon papier kan door het water in de verf opzwellen tot blazen en op vinyl hecht latex vaak slecht, dus test eerst een vlak van 50 bij 50 cm. De liters reken je uit met de rekenhulp voor verf, met behang als ondergrond.
Wat is het verschil tussen glasvlies en renovlies?
Glasvlies is gemaakt van glasvezels en overbrugt haarscheurtjes die in pleisterwerk blijven terugkomen; als glasweefsel geeft het ook een ruit- of visgraatstructuur. Renovlies is glad vlies van cellulose en kunststofvezels, bedoeld om een egale ondergrond voor verf te maken. Glasvlies zit na het verven vaster en is lastiger te verwijderen, renovlies is vaak droog afneembaar.
Wat betekenen rapport en verzet op een behangrol?
Het rapport is de hoogte waarop het patroon zich herhaalt, bijvoorbeeld 64 cm. Het verzet geeft bij een verspringende aansluiting aan hoeveel elke tweede baan opschuift, meestal een half rapport, en staat dan als 64/32 op het etiket. Rond elke baanlengte naar boven af op het rapport: hoeveel dat per baan kost, hangt af van hoe je wandhoogte op het rapport uitkomt, en kan oplopen tot bijna een heel rapport.
Kun je behang op het plafond plakken?
Ja, en vlies maakt dat werkbaar: je rolt de lijm op het plafond en drukt de droge baan ertegen, zodat er geen natte, zware baan naar beneden hangt. Leg de naden in de richting van het daglicht, haaks op de raamwand, dan werpt een naad geen schaduw. Bij haarscheurtjes werkt glasvlies dat je daarna verft, en de andere routes staan bij het plafond afwerken, van latex tot spuitwerk.
Hoe behang je achter een radiator?
Laat de radiator hangen. Een paneelradiator zit 3 tot 5 cm van de wand: knip de baan in bij de ophangbeugels, schuif hem 15 tot 20 cm achter de bovenrand en druk hem aan met een smalle radiatorroller. De wand daaronder zie je niet, dus die verf je vooraf in een tint dicht bij het behang, want een radiator eraf halen betekent aftappen, opnieuw vullen en ontluchten.
Hoe hang je een schilderij op aan een behangen wand?
Plakstrips en montagetape houden op behang slecht, omdat het gewicht dan aan de baan en de lijm eronder hangt en die eerder loslaten dan de strip. Een haakje met een stalen nagel of een plug in de steen erachter werkt wel, want het behang telt dan niet mee; plak voor het boren een stukje schilderstape op de plek, zodat de boor het vlies niet uitrafelt.
Wat jouw muur per punt houdt, zoek je op in de ophangwijzer per wandsoort en gewicht, en welke haken zonder boren op welke wand passen, staat bij lijsten en planken ophangen zonder te boren.
Hoe lang gaat behang mee?
Als bandbreedte 10 tot 15 jaar. Zon die jaren op één wand valt trekt de kleur eruit, vocht in keuken en badkamer laat de naden los, en behang op een wand zonder voorstrijk neemt bij het strippen gips of karton mee. Een beschadigde baan vervang je alleen onzichtbaar met een rol uit dezelfde partij; hoe dat zich verhoudt tot verf en andere materialen, staat in de tabel met levensduren van materialen en apparaten.
Welk behang laat een kleine kamer ruimer lezen?
Een lichte kleur met een hoge lichtreflectie, met een klein motief of een fijne structuur die vanaf een paar meter als rustig vlak leest. Een groot motief met een opvallend detail toont op een smalle wand maar een of twee herhalingen en leest als uitsnede. Wil je toch een donkere tint, houd die dan op de wand tegenover het raam en laat de andere wanden en het plafond licht.
Welke behanglijm hoort bij welk behang?
De lijm staat op het etiket en volgt de drager. Papierbehang krijgt meestal een lijm op basis van methylcellulose die je met water aanmaakt, vlies een vlieslijm die je op de muur rolt, en zwaar vinyl, textiel en glasweefsel een kant-en-klare dispersielijm die sterker hecht. Een lijm voor papier is te zwak onder zwaar vinyl, en een dispersielijm onder papier maakt het later lastiger te verwijderen.
Waarom zitten er zilvervisjes of papiervisjes bij het behang?
Het zilvervisje leeft onder meer van het zetmeel in behanglijm en heeft een hoge luchtvochtigheid nodig, dus je vindt het vooral in de badkamer. Het papiervisje loopt ook door droge kamers en knaagt aan papier en behang. Losgelaten naden en kieren achter de plint zijn hun schuilplaats; hoe je ze uit elkaar houdt en aanpakt, zoek je op in de beestjeszoeker met kenmerken per soort.