Meubelmateriaal: stof, leer, pu-leer en hout
Meubelmateriaal valt in vier families: geweven stof, leer, kunststof die op leer moet lijken, en hout. Binnen elke familie beslist de opbouw meer dan de naam: bij stof lees je het martindale-getal, de lichtechtheid en de pillingscore van de stofkaart, bij leer telt wat er op de nerf ligt, bij hout of het massief, fineer of folie is. Wie het zwaarst gebruikte vlak als uitgangspunt neemt, de zitting of het tafelblad, kiest in één keer een materiaal dat het gebruik aankan.
Alle gidsen over stof, leer & hout
Wat is pu leer
Pu leer is geen leer maar een gebreide of geweven stof met een laag polyurethaan erop, samen 0,8 tot 1,4…
Is mangohout duurzaam
Mangohout is voor het milieu een redelijke keuze als het van afgedankte fruitbomen komt en dat met een FSC- of…
Kunststof dat op leer moet lijken
Kunststof dat op leer moet lijken bestaat in vier families: pu op een weefsel, pvc met weekmakers en meestal een…
Vier families materiaal en de vraag die de keuze stuurt
Vrijwel elk meubel is opgebouwd uit een van vier materiaalfamilies, of een combinatie ervan: geweven stof, leer, kunststof die op leer lijkt, en hout. Wat een meubel aan maat en plek vraagt, staat in het overzicht over meubels kiezen; hier gaat het om de vraag waar het van gemaakt is en hoe dat materiaal zich de jaren erna gedraagt.
De keuze stuurt niet op de naam op het etiket, maar op het vlak dat het zwaarst wordt gebruikt. Een zitting verwerkt elke dag wrijving, gewicht en huidvet, een kastdeur alleen een handafdruk, en een tafelblad vooral warmte, vocht en krassen.
Daarom mag één meubel gerust twee kwaliteiten combineren. Een eetkamerstoel met een vlakke, slijtvaste stof op de zitting en een gladde houten rug slijt op de goede plek langzaam, terwijl een bank met een kwetsbare stof op het zitvlak binnen een paar jaar op precies dat vlak zijn leeftijd toont.
Binnen elke familie zegt de opbouw meer dan de soortnaam. Twee eiken tafels kunnen massief of gefineerd zijn, twee leren banken kunnen open of gecoat leer dragen, en twee grijze stoffen kunnen 12.000 of 45.000 schuurbewegingen aankunnen zonder dat je het aan de kleur ziet.
Bekledingsstoffen naast elkaar, van linnen tot bouclé
Een meubelstof bestaat uit een vezel en een weving, en die twee bepalen samen hoe hij slijt. Natuurlijke vezels als katoen, linnen en wol voelen droog en mat aan, synthetische vezels als polyester zijn kleurvaster en sterker, en de meeste zitmeubelstoffen mengen daarom beide.
De weving doet de rest. Een vlakke, strakke binding houdt het langst stand op een vlak dat dagelijks wrijving krijgt, terwijl een pool zoals bij velours of een lus zoals bij bouclé structuur geeft maar ook een aangrijpingspunt voor slijtage en nagels.

De tabel zet de gangbare stoffen naast elkaar. Hij vervangt de stofkaart niet, want binnen elke stofnaam bestaan grote kwaliteitsverschillen; hoe je die verschillen uit de getallen op de kaart leest, staat in de sectie hieronder.
| Stof | Zo herken je hem | Sterk in | Kwetsbaar voor |
|---|---|---|---|
| Katoen | Vlakke, matte weving die soepel valt | Ademend, in elke kleur en print te maken | Kreuken, vlekken die intrekken; wordt daarom bijna altijd gemengd |
| Linnen | Onregelmatig garen, voelt koel aan | Sterke vezel, koel zitten in de zomer | Kreukt diep en slijt op randen en vouwen het eerst |
| Wol | Veerkrachtig, iets vettig aan de hand | Veert terug in vorm, neemt vuil traag op | Motten bij lange stilstand, pluis bij een losse weving |
| Polyester | Glad, soms licht glanzend garen | Kleurvast, slijtvast, houdt zijn vorm | Statische lading en smeltplekjes bij een vonk uit de haard |
| Microvezel | Dicht, suèdeachtig oppervlak zonder weefselstructuur | Haren en vlekken laten los, goed te reinigen | Glimplekken op het zitvlak na jaren wrijving |
| Velours | Pool die je met de hand licht en donker strijkt | Diepe, verzadigde kleur en zachte hand | Zitspiegels waar de pool blijvend platligt |
| Bouclé | Garen met lusjes, korrelig oppervlak | Verbergt naden, vlekjes en oneffenheden | Lussen die achter nagels, ritsen en klittenband haken |
| Chenille | Rupsachtig, vol garen | Zacht en vol, dempt geluid in de kamer | Garen dat bij puntbelasting uit het weefsel trekt |
| Mengweefsel katoen met polyester | Matte katoenlook, veert sneller terug | Combineert kleurvastheid met een natuurlijke hand | Kwaliteit wisselt sterk per mengverhouding: lees de stofkaart |
Martindale, lichtechtheid en pilling: de getallen op de stofkaart
Het martindale-getal is het aantal schuurbewegingen dat een stof in een testmachine doorstaat voordat er draden breken of het oppervlak kaal wordt. Het zegt niets over kleur of gevoel, wel over hoe lang het zitvlak meegaat.
De indeling hieronder is de gangbare richtlijn van stofleveranciers en geen norm. Dezelfde stof met 15.000 toeren gaat op een logeerkamerfauteuil jaren mee en op de gezinsbank niet, dus het gebruik bepaalt de ondergrens.
Lichtechtheid staat op dezelfde kaart, op een schaal van 1 tot 8. Aan de raamzijde houd je 5 of hoger aan, want elke stap lager betekent merkbaar sneller verbleken, en een kussen dat je nooit keert laat dat verschil binnen een paar zomers zien.
Pilling, de vorming van bolletjes, staat op een schaal van 1 tot 5 waarbij 5 het best scoort. Voor een zitmeubel wil je 4 of hoger: bolletjes ontstaan waar losse vezeluiteinden door wrijving in elkaar draaien, en dat gebeurt het eerst op de zitting en de armleggers.
| Gebruik | Martindale als ondergrens | Waar je verder op let |
|---|---|---|
| Sierkussens en een meubel dat vooral staat | 10.000 | Lichtechtheid van 5 of hoger zodra het bij het raam staat |
| Fauteuil die een paar keer per week wordt gebruikt | 15.000 | Pillingscore van 4 of hoger |
| Bank voor dagelijks gebruik | 20.000 tot 25.000 | Vlakke weving op het zitvlak, stevige naden |
| Gezin met kinderen en huisdieren | 30.000 of meer | Afneembare hoezen of een stof die nat gereinigd mag worden |
| Eetkamerstoelen die elke dag worden gebruikt | 35.000 of meer | Geen pool: kruimels en wrijving slijten een pool hier snel plat |
| Wachtruimte, kantoor of horeca | 45.000 of meer | De brandeisen van het project gaan hier boven de woonwensen |
Leer verschilt vooral in wat er op de nerf ligt
Meubelleer is een gespleten runderhuid van rond de 1 mm dik, meestal tussen 0,9 en 1,2 mm. De buitenkant van die huid, de nerf, is het sterkste deel, en het echte verschil tussen leersoorten zit niet in de huid maar in wat er daarna op die nerf komt.
Aan het ene uiteinde staat anilineleer, dat alleen transparant is doorgekleurd: je ziet en voelt de huid zelf, en elke kras en vlek blijft zichtbaar en kleurt in de loop van jaren mee. Aan het andere uiteinde staat gepigmenteerd leer met een dekkende verf- en laklaag: egaal, eenvoudig schoon te houden, maar koeler en strakker onder de hand.
Daaronder staan materialen die naar leer verwijzen maar anders verouderen. Splitleer met een kunststofdeklaag slijt als die deklaag, en een laag polyurethaan op textiel is helemaal geen leer: wat pu leer precies is en hoe het is opgebouwd staat in een eigen gids, net als de vier kunststoffen die voor leer moeten doorgaan.
| Leersoort | Wat er op de nerf ligt | Hoe het veroudert | Waar het past |
|---|---|---|---|
| Anilineleer | Alleen transparante kleuring, geen deklaag | Wordt soepeler en donkerder, elk spoor blijft zichtbaar | Bij wie gebruikssporen mooi vindt en vlekken accepteert |
| Semi-anilineleer | Dun pigmentlaagje over de doorkleuring | Egaler dan aniline, sporen komen trager | Dagelijks gebruikte zithoek zonder klein grut eromheen |
| Gepigmenteerd leer | Dekkende pigment- en laklaag op een vaak bijgeschuurde nerf | Blijft jaren egaal, voelt koeler en strakker | Gezinsbank en elke zitplek die veel moet verdragen |
| Nubuck | Nerfzijde licht opgeschuurd tot fluweel | Vergrijst en vlekt door huidvet op vaste contactplekken | Vlakken waar weinig huidcontact is |
| Suède of splitleer | Geen nerf: dit is de binnenzijde van de gespleten huid | Slijt sneller, mist de sterkte van de nerf | Accenten en rugvlakken, niet het zitvlak |
| Splitleer met kunststofdeklaag | Een geperste kunststoffilm met nerfprint | Slijt en barst als de kunststof, niet als de huid | Alleen waar je bewust voor de lage prijs kiest |
Kunstleer kan twee dingen goed en één ding niet
Kunstleer bestaat in vier smaken: een dunne pu-laag op textiel, pvc op doek, microvezel die op suède lijkt, en siliconenkunstleer. De eerste twee zijn dun en goedkoop, de laatste twee dikker en steviger, en hoe elk van die vier precies kapotgaat verschilt genoeg om ze uit elkaar te houden voordat je koopt.
Wat kunstleer goed kan: voor weinig geld een egale, gesloten huid leveren die je met een vochtige doek schoonhoudt. Voor een eetkamerstoel die af en toe wordt gebruikt, een hoofdbord boven het bed of een poef is dat precies wat er nodig is.
Wat het niet kan, is jarenlang dagelijkse zitbelasting dragen. De kunststoflaag rekt niet mee zoals een huid en breekt op den duur op de plekken die het meest buigen, en dat gaat sneller naarmate het vlak warmer en vochtiger wordt gebruikt; hoe lang pu leer per meubel meegaat staat in de gids erover.
Zit er dus elke dag iemand op, kies dan stof of leer. Staat het meubel er vooral, dan is kunstleer de goedkoopste route naar het beeld van leer.
Massief hout, fineer of folie: drie opbouwen die je uit elkaar houdt
Bij hout gaat de eerste vraag niet over de soort maar over de opbouw: massief hout, echt houtfineer op een plaat, of kunststoffolie met een houtprint. Alle drie kunnen er in de winkel vrijwel hetzelfde uitzien, en ze verouderen volledig verschillend.
Massief hout is door en door hetzelfde materiaal. Krassen en waterkringen zijn weg te schuren en een blad kan meerdere keren opnieuw worden afgewerkt, maar het beweegt met de luchtvochtigheid mee en vraagt een constructie die dat toelaat.
Fineer is een laag echt hout van 0,5 tot 0,8 mm op mdf of meubelplaat. Het vlak blijft strak en trekt niet krom, maar de toplaag verdraagt hooguit één heel voorzichtige opschuurbeurt en een diepe kras gaat er direct doorheen.
Folie is een print. Beschadigingen zijn niet te herstellen en opknappen kan niet, maar voor het binnenwerk van een kast of een meubel dat een beperkt aantal jaren mee hoeft, is folie functioneel en goedkoop.
| Opbouw | Zo herken je hem | Wat er te repareren valt | Waar hij volstaat |
|---|---|---|---|
| Massief hout | De nerf loopt over de rand door en de kopse kant toont jaarringen; geen twee vlakken hebben dezelfde tekening | Schuren en opnieuw afwerken kan meerdere keren, deuken zijn met vocht en warmte deels op te halen | Tafelbladen, werkbladen en frames die decennia mee moeten |
| Fineer op mdf of meubelplaat | De tekening herhaalt zich per baan en de rand draagt randfineer of een stootlijst | Eén voorzichtige opschuurbeurt; doorgeschuurd of afgestoten fineer is definitief | Kastdeuren, zijwanden en grote vlakken die strak moeten blijven |
| Folie of melamine op spaanplaat | De nerf heeft geen reliëf of herhaalt zich exact, de rand is een kunststofband | Niets: een beschadiging blijft en de plaat eronder zwelt bij vocht | Binnenwerk van kasten en meubels in de laagste prijsklasse |
Houtsoorten gedragen zich verschillend in kleur en beweging
Elke houtsoort heeft een eigen hardheid, tekening en kleurverloop, en dat laatste wordt het vaakst onderschat. Eiken en grenen worden onder daglicht warmer en donkerder, terwijl noten juist lichter wordt: het meubel dat je koopt is niet het meubel dat er over vijf jaar staat.
Sneller groeiende soorten als mango en acacia zijn in woonwinkels inmiddels de standaard. Ze zijn hard genoeg voor een tafel, maar de droging bepaalt of het blad heel blijft; of mangohout een verantwoorde keuze is hangt af van herkomst en verwerking en staat in een eigen gids.
Komt de tafel op een houten vloer te staan, kies dan een blad dat duidelijk lichter of donkerder is dan die vloer: twee bijna gelijke houttinten naast elkaar lezen als een net mislukte match. Dezelfde soort in een klein vlak herhalen werkt wel, bijvoorbeeld met een houten hanglamp boven de eettafel die de tint oppakt zonder ermee te concurreren.
| Houtsoort | Hardheid en karakter | Wat de kleur doet | Let hierop |
|---|---|---|---|
| Eiken | Hard, grove en duidelijke nerf | Donkert langzaam en wordt warmer van tint | Reageert op staal en vocht met zwarte vlekken door het looizuur in het hout |
| Beuken | Hard en egaal, fijne tekening | Rozeblond, vergeelt licht | Werkt sterk bij wisselende luchtvochtigheid; vooral geschikt voor stoelen en frames |
| Essen | Taai en veerkrachtig, lang gerekte nerf | Licht en blond, vergeelt langzaam | Buigzaam en sterk, vaak gebruikt voor stoelen en gebogen delen |
| Grenen | Zacht, veel kwasten | Vergeelt duidelijk richting oranje | Deukt bij dagelijks gebruik; past bij meubels die sporen mogen tonen |
| Noten | Middelhard, donkere kern met levendige tekening | Wordt onder daglicht juist lichter | Niet vlak voor een zuidraam als je de donkere kleur wilt houden |
| Teak | Middelhard, olierijk en vormvast | Binnen warm middelbruin, buiten vergrijst het | De olie in het hout maakt lakken lastig; geolied onderhouden |
| Acacia | Hard, sterk wisselende tekening | Donkert, met blijvend kleurverschil per plank | Dat kleurverschil is eigen aan de soort en geen fabricagefout |
| Mangohout | Middelhard, snelle groeier | Wisselend van blond tot rozebruin | De kwaliteit van de droging bepaalt of het blad gaat scheuren |
Onder de bekleding beslist het schuim hoe je over vijf jaar zit
Bij een gestoffeerd meubel zie je het materiaal dat het minst bepalend is. De bekleding bepaalt hoe het eerste jaar eruitziet, maar de vulling en het frame bepalen hoe het meubel er over vijf jaar bij staat.
De vulling van een zitting is meestal schuim, en daar telt het SG-getal: het soortelijk gewicht in kilo per kubieke meter. Schuim van SG 25 verliest zijn veerkracht merkbaar sneller dan schuim van SG 35 of hoger, en koudschuim veert bij hetzelfde gewicht beter terug dan gewoon polyether.
Het verschil is in jaren uit te drukken: een bank met vering in de zitting en een stevige kern gaat 12 tot 20 jaar mee, een bank die alleen op polyether rust 7 tot 10. De doorsnede hieronder laat zien waarom een kussen dat in de winkel vol aanvoelt, toch snel kan invallen: de wattenlaag bovenop zakt als eerste, de kern pas daarna.
De maat van het meubel staat hier los van, maar bepaalt wel het zitcomfort: welke zithoogte en zitdiepte gangbaar zijn, zoek je op in de maatwijzer met gangbare meubelmaten. Is de kern ingezakt maar het frame van massief hout, dan zijn de kussens opnieuw te laten vullen; wat opnieuw stofferen en het vullen van kussens inhoudt, staat bij het onderdeel over stofferen en onderhoud.
Wanneer je materiaal opknapt en wanneer je het vervangt
Of opknappen zin heeft, beslist het materiaal en niet het gevoel. Massief hout is vrijwel altijd te redden: schuren, olie of lak, en het blad begint opnieuw. Fineer verdraagt hooguit één voorzichtige ronde, folie geen enkele.

Bij gestoffeerde meubels hangt het antwoord af van wat er onder de bekleding zit. Een frame van massief hout met vering in de zitting is het herstofferen waard en gaat daarna nog een ronde mee, terwijl een doorgezakt frame van plaatmateriaal het einde van het meubel betekent.
Leer met een dekkende laag is bij te werken en na te kleuren, en anilineleer laat zich vooral voeden terwijl het zijn sporen houdt. Kunstleer dat schilfert is niet te herstellen, want de laag zelf is op: dan blijft alleen vervangen van de bekleding of het meubel over.
Voor een gestoffeerd bed geldt dezelfde afweging als voor een bank: wat een bed opnieuw stofferen kost hangt op dezelfde manier af van het frame, de vulling en de gekozen stof.
Maatwijzer
De hoogtes en maten die in een huis kloppen: bar, eettafel, tv, schilderij, wandlamp, kapstok en gordijnrails, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Onderdeel | Wat | Maat | Marge die werkt | Waar het van afhangt |
|---|---|---|---|---|
| Zitten | Bank, zithoogte | 44 cm | 40 tot 48 cm | Meet tot de ingezakte zitting, niet tot het bolle kussen. Hoger kom je makkelijker op en af, lager zit je meer achterover. |
| Zitten | Bank, zitdiepte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Boven 70 cm hangen je voeten vrij en zit je gedwongen onderuit. Loungebanken gaan tot 100 cm en zijn bedoeld om op te liggen. |
| Zitten | Bank, totale hoogte met rugleuning | 80 cm | 75 tot 90 cm | Staat de bank voor een raam, dan blijft hij onder de vensterbank als hij niet hoger is dan 80 cm. |
| Zitten | Fauteuil, zithoogte | 45 cm | 42 tot 48 cm | Een paar centimeter hoger dan de bank scheelt bij het opstaan. Een lage lounge-fauteuil zakt naar 38 cm. |
| Zitten | Salontafel, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Vuistregel: gelijk aan of net onder de zithoogte van de bank. Dan zet je je kopje neer zonder voorover te buigen. |
| Zitten | Salontafel, afstand tot de bank | 40 cm | 35 tot 45 cm | Minder en je knieën stoten tegen de rand, meer en je moet opstaan om je glas te pakken. |
| Zitten | Bijzettafel naast de bank, hoogte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Gelijk met de armleuning, dan pak je je glas zonder te kijken. |
| Zitten | Poef of voetenbank, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Iets lager dan de zitting waar je op zit, anders drukt de rand in je kuiten. |
| Zitten | Doorloop tussen bank en meubel | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm loop je er met een volle wasmand langs. 60 cm is te krap om elkaar te passeren. |
| Zitten | Tv-meubel, hoogte | 45 cm | 40 tot 55 cm | Hierop komt het midden van een 55 inch scherm op ongeveer 80 cm. Wil je het midden op ooghoogte, dan hang je de tv aan de wand. |
| Eten en bar | Barblad, hoogte | 105 cm | 100 tot 110 cm | De barkruk moet 25 tot 30 cm lager zijn dan het blad. |
| Eten en bar | Barblad, diepte | 40 cm | 30 tot 60 cm | 40 cm is een bord plus een glas. Wil je er ook snijden of een laptop neerzetten, dan 60 cm. |
| Eten en bar | Barblad, overstek voor je knieën | 25 cm | 20 tot 30 cm | Zonder overstek zitten je knieën tegen het kastje. Boven 30 cm moet het blad onderstut worden, anders kantelt het als iemand erop leunt. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij een blad van 105 cm | 78 cm | 75 tot 82 cm | Het verschil tussen zitting en blad blijft 25 tot 30 cm, want daar passen je bovenbenen. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij aanrechthoogte (90 cm) | 63 cm | 60 tot 67 cm | Hetzelfde verschil van 25 tot 30 cm. Een gewone barkruk van 78 cm is hier te hoog en je zit met je knieën omhoog. |
| Eten en bar | Bar, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Met 60 cm stoot je je elleboog niet tegen je buurman. Onder 55 cm zit je schouder aan schouder. |
| Eten en bar | Eettafel, hoogte blad | 75 cm | 72 tot 78 cm | Vaste maat in de meubelbranche, geen norm. Een dik hardstenen of houten blad telt mee, dus meet de bovenkant. |
| Eten en bar | Eettafel, vrije hoogte onder het blad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Hier zitten je bovenbenen. Een dikke tafelrand, een schuiflade of een dwarsbalk eet die ruimte op. |
| Eten en bar | Eetstoel, zithoogte | 45 cm | 44 tot 47 cm | Het verschil met het tafelblad moet 28 tot 32 cm zijn. Bij een tafel van 78 cm hoort dus een stoel van 46 tot 48 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Een placemat is 45 cm breed, de rest is ruimte voor je ellebogen en je glas. Aan de kopse kant reken je een extra plek van 60 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, diepte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Bij 80 cm raken de borden tegenover elkaar bijna. Bij 90 cm past er een schaal of een kaars in het midden. |
| Eten en bar | Ronde eettafel, diameter | 120 cm voor 4 personen | 110 tot 150 cm | Reken 60 cm omtrek per persoon en houd het midden vrij voor de schalen. Vanaf 140 cm zitten er zes mensen omheen. |
| Eten en bar | Ruimte achter een eetstoel | 100 cm | 75 tot 110 cm | 75 cm om de stoel achteruit te schuiven en op te staan, 100 cm om er ook achterlangs te lopen met een schaal. |
| Aan de muur | Schilderij, hartlijn boven de vloer | 145 cm | 140 tot 155 cm | Vuistregel, geen norm: het midden van het werk op ooghoogte van iemand die staat. Hang alles in de kamer op dezelfde hartlijn, dan loopt de wand rustig. |
| Aan de muur | Schilderij boven een bank, onderrand | 25 cm boven de rugleuning | 20 tot 30 cm | Lager en het lijkt of het werk op de bank leunt. Door de bank schuift de hartlijn omhoog naar 150 tot 165 cm, en dat mag hier. |
| Aan de muur | Schilderij boven een dressoir, onderrand | 25 cm boven het blad | 20 tot 30 cm | Genoeg om er een lamp of een vaas voor te zetten zonder dat die de lijst raakt. |
| Aan de muur | Wandcollage, ruimte tussen de lijsten | 6 cm | 5 tot 8 cm | Gelijke tussenruimte laat de groep als een vlak lezen. Boven 10 cm valt de groep uiteen in losse lijstjes. |
| Aan de muur | Schilderij in een trapgat, hartlijn | 145 cm boven de neus van de trede | 140 tot 150 cm | Meet loodrecht boven de voorkant van de trede waar je staat. Dan loopt de rij lijsten mee met de trap in plaats van scheef te lijken. |
| Aan de muur | Spiegel in de hal, hartlijn | 155 cm | 150 tot 165 cm | De bovenkant moet boven het hoofd van de langste huisgenoot uitkomen, anders ziet die zijn kruin niet. |
| Aan de muur | Spiegel boven de wastafel, onderkant | 20 cm boven het blad | 15 tot 25 cm | Ruimte voor de kraan en een zeeppompje. Bij 20 cm kijk je nog recht in je gezicht in plaats van tegen je hals. |
| Aan de muur | Wandklok, hartlijn | 180 cm | 170 tot 200 cm | Boven ooghoogte en boven de meubels, zodat je hem van de andere kant van de kamer ziet en er niemand voor staat. |
| Aan de muur | Tv, midden van het scherm | 105 cm | 100 tot 115 cm | Op ooghoogte als je op de bank zit: bij een zitting van 44 cm zit je oog op ongeveer 115 cm. Boven een schouw kijk je omhoog en dat voel je na een film in je nek. |
| Aan de muur | Tv, kijkafstand | 2 keer de schermdiagonaal | 1,5 tot 2,5 keer | Een 55 inch scherm is 140 cm diagonaal, dus 2 tot 3,5 m. Bij 4K mag je dichterbij zitten omdat je de pixels niet meer ziet. |
| Aan de muur | Stopcontact, hart boven de vloer | 30 cm | 25 tot 35 cm | Gewoonte, geen norm: NEN 1010 schrijft geen hoogte voor, alleen de zones in de badkamer. Achter een dressoir zet je hem net zo goed op 15 cm, boven een werkblad juist hoog. |
| Aan de muur | Schakelaar, hart boven de vloer | 105 cm | 90 tot 110 cm | Ook een gewoonte. 105 cm is de oude Nederlandse standaard: je vindt hem in het donker met je hand op heuphoogte. Voor kinderen en vanuit een rolstoel werkt 90 tot 100 cm beter. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, onderkant | 80 cm boven het blad | 75 tot 90 cm | Laag genoeg om het blad te verlichten, hoog genoeg om iemand tegenover je aan te kijken. Bij een plafond boven 280 cm mag hij iets hoger. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, breedte | 30 cm binnen de rand van het blad | 30 tot 40 cm binnen de rand | Anders stoot je je hoofd als je langs de tafel loopt of een stoel aanschuift. |
| Licht | Hanglamp boven een kookeiland, onderkant | 75 cm boven het blad | 70 tot 85 cm | Boven een blad van 90 cm kom je dan op 165 cm, ongeveer ooghoogte. Kies dus een kap die de lamp van onderaf afschermt. Bij twee of drie lampen reken je 70 tot 90 cm hart op hart. |
| Licht | Hanglamp in de hal of boven de trap, onderkant | 210 cm boven de vloer | 200 tot 230 cm | Vrije doorloop, niemand stoot zijn hoofd. Boven een trap meet je vanaf de hoogste trede die onder de lamp ligt. |
| Licht | Wandlamp, hart | 160 cm | 150 tot 170 cm | Ooghoogte. Schijnt de lamp opzij of omhoog, dan mag hij lager hangen. In een open lamp op ooghoogte kijk je recht in de bron. |
| Licht | Leeslamp naast een stoel, onderkant van de kap | 110 cm | 100 tot 125 cm | Net boven je schouder als je zit, dan valt het licht op de pagina en niet in je ogen. |
| Licht | Vloerlamp naast de bank, onderkant van de kap | 140 cm | 130 tot 150 cm | Je hoofd zit op de bank op ongeveer 130 cm. Blijft de kap daarboven, dan kijk je niet in het lampje. |
| Licht | Bedlamp aan de wand, hart | 65 cm boven de matras | 55 tot 75 cm | Op zithoogte in bed, zodat het licht op je boek valt. Meet vanaf de matras en niet vanaf de vloer, want een boxspring scheelt 20 cm. |
| Licht | Spiegellamp badkamer, twee lampen naast de spiegel | 160 cm hart | 155 tot 170 cm | Licht van de zijkant geeft geen schaduw onder je ogen en je kin. Een enkele lamp boven de spiegel doet dat wel. |
| Licht | Inbouwspot, afstand tot de wand | 70 cm | 60 tot 90 cm | Dichterbij krijg je een felle boog op het stucwerk, verder weg blijft de wand donker. Onderling 100 tot 150 cm, afhankelijk van de stralingshoek. |
| Licht | Buitenlamp naast de voordeur, hart | 190 cm | 170 tot 210 cm | Boven je hoofd, zodat je niet in de lamp kijkt terwijl je het slot zoekt. Op ooghoogte ben je juist blind. |
| Keuken | Aanrecht, hoogte bovenkant blad | 90 cm | 85 tot 95 cm | De Nederlandse standaard: onderkast, verstelbare poten en een blad van 3 tot 4 cm samen. Vuistregel: ellebooghoogte min 10 tot 15 cm, dus ben je langer dan 1,85 m, draai de poten dan uit. |
| Keuken | Werkblad, diepte | 60 cm | 57 tot 65 cm | Kookplaten en spoelbakken zijn op 60 cm gemaakt. Een diep blad van 70 cm geeft ruimte achter de kookplaat, maar je reikt verder naar de bovenkastjes. |
| Keuken | Bovenkastjes, onderkant boven het werkblad | 55 cm | 50 tot 60 cm | Onder 50 cm past je keukenmachine er niet onder en sta je met je hoofd tegen de deur. Boven 60 cm kom je niet bij het bovenste schap. |
| Keuken | Bovenkastjes, diepte | 35 cm | 32 tot 40 cm | Ondieper dan het werkblad, zodat je er niet tegenaan stoot als je over het blad buigt om te snijden. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaskookplaat, onderkant | 70 cm | 65 tot 75 cm | De vlam en de hete lucht moeten weg kunnen: onder 65 cm boven de pannendrager wordt het vetfilter te heet. Houd altijd de minimummaat uit de handleiding aan, dat is een eis van de fabrikant. |
| Keuken | Afzuigkap boven inductie, onderkant | 60 cm | 55 tot 65 cm | Geen vlam, dus hij mag lager, en lager hangen vangt meer damp. Ook hier is de handleiding leidend, want die maat hoort bij het apparaat. |
| Keuken | Kookeiland, loopruimte rondom | 120 cm | 100 tot 150 cm | Bij 100 cm kun je de vaatwasser openen en er nog langs. Bij 120 cm passeren twee mensen elkaar terwijl er een lade open staat. |
| Keuken | Twee keukenrijen tegenover elkaar, afstand | 120 cm | 110 tot 140 cm | Een ovendeur en een lade die tegenover elkaar open staan hebben allebei ongeveer 60 cm nodig. |
| Keuken | Oven op werkhoogte, bodem van de ovenruimte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Je tilt een hete bakplaat er recht uit in plaats van gebogen. Boven 100 cm til je een schaal boven je middel en zie je niet meer wat erin staat. |
| Keuken | Vaatwasser, nismaat | 60 cm breed, 82 cm hoog | 60 tot 60,5 cm breed | Een onderbouwmodel schuift onder een blad van 90 cm. Een vrijstaand model heeft zijn eigen bovenblad en is ongeveer 85 cm hoog. |
| Keuken | Inbouwkoelkast, nishoogte | 88, 122 of 178 cm | vaste maten per model | De kast volgt de nismaat, dus meet de nis en niet het apparaat. Achter en boven het apparaat moet ventilatieruimte vrij blijven. |
| Keuken | Stopcontact boven het werkblad, hart | 115 cm | 110 tot 120 cm | Dat is 20 tot 30 cm boven het blad, dus vrij van spetters en niet weggewerkt achter de waterkoker. Houd minstens 30 cm afstand tot de spoelbak. |
| Keuken | Keukenplint, hoogte | 10 cm | 10 tot 15 cm | De poten zijn verstelbaar en met de plint stel je de aanrechthoogte fijn in. De plint staat 5 cm terug, zodat je met je tenen onder het kastje kunt. |
| Trap, hal en deur | Trapleuning, hoogte | 90 cm | 80 tot 100 cm (norm) | Norm: het Bouwbesluit, sinds 2024 het Besluit bouwwerken leefomgeving, eist een leuning tussen 80 en 100 cm, gemeten vanaf de voorkant van de trede. Een leuning is verplicht als je over de trap meer dan 1 m stijgt. |
| Trap, hal en deur | Optrede, hoogte van een trede | maximaal 18,8 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw tot 22 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl, voor een woning. Oude trappen zijn vaak 20 tot 21 cm en dat mag blijven zolang je de trap niet vernieuwt. |
| Trap, hal en deur | Aantrede, diepte van een trede | minimaal 22 cm bij nieuwbouw | 22 cm is de ondergrens (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Bij een draaiende trap geldt die maat op de looplijn, dus in de punt van een kwartdraai mag de trede smaller zijn. |
| Trap, hal en deur | Trap, vuistregel voor comfortabel lopen | 2 x optrede + aantrede = 60 cm | 58 tot 64 cm | Geen norm maar een oude vuistregel. 17 op en 26 aan loopt rustig (60), 20 op en 22 aan is een gewone Nederlandse trap (62). Daarbuiten struikel je op de maat. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije breedte | 80 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 70 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Onder 80 cm krijg je een matras of een bank niet naar boven. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije hoogte erboven | 230 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 190 cm (norm) | Norm, gemeten loodrecht boven de voorkant van de trede. Bij een dichtgezette zoldertrap is dit de maat waar je tegen de balk loopt. |
| Trap, hal en deur | Vloerafscheiding langs een trapgat of vide | 100 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 90 cm (norm) | Norm: verplicht zodra het verval meer dan 1 m is. Openingen mogen niet groter zijn dan 10 cm en tussen 20 en 70 cm boven de vloer mag er niets zijn waar een kind op kan klimmen. |
| Trap, hal en deur | Binnendeur, dagmaat van het kozijn | 83 x 201,5 cm | 78, 83, 88 of 93 cm breed; 201,5, 211,5 of 231,5 cm hoog | Industriestandaard, geen norm. Na montage houd je ongeveer 3 cm minder vrije doorgang over, dus voor een rolstoel of rollator kies je een blad van 93 cm. |
| Trap, hal en deur | Deurkruk, hoogte | 100 cm | 95 tot 105 cm | Gewoonte: het slot zit in een standaardkozijn op die hoogte. Verplaatsen kan alleen als je het slotgat in het blad meeverhuist. |
| Trap, hal en deur | Kapstok, hoogte van de haken | 170 cm | 160 tot 180 cm | Een lange jas hangt ongeveer 100 cm af, dus op 170 cm blijft hij vrij van de vloer. Een kinderkapstok komt op 110 tot 120 cm. |
| Trap, hal en deur | Hal, vrije loopruimte | 100 cm | 90 tot 120 cm | Onder 90 cm kun je niet met twee mensen langs elkaar en past er geen kinderwagen naast de kapstok. |
| Trap, hal en deur | Drempel, hoogte | maximaal 2 cm | 0 tot 2 cm | Boven 2 cm struikel je eroverheen en kom je er met een rollator of rolstoel niet zonder helling over. Een schuine aanloop haalt de rand eraf. |
| Slapen | Bed, bovenkant matras | 55 cm | 45 tot 65 cm | Zit je op de rand met je voeten plat op de vloer en je knieën in een hoek van 90 graden, dan is de hoogte goed. Een boxspring komt vaak op 60 tot 65 cm, een laag frame op 45. |
| Slapen | Matras, standaardmaten | 140 x 200 cm | 80, 90, 120, 140, 160 of 180 cm breed; 200 of 210 cm lang | Ben je langer dan 1,90 m, neem dan 210 cm. Twee losse matrassen van 90 x 210 vullen samen een bed van 180 x 210. |
| Slapen | Nachtkast, hoogte bovenblad | 60 cm | 55 tot 70 cm | Gelijk met of iets boven de matras, dan zet je liggend je glas neer zonder te kijken. Bij een boxspring van 65 cm hoort dus een hoge nachtkast. |
| Slapen | Loopruimte naast het bed | 70 cm | 60 tot 90 cm | 60 cm is genoeg om langs te lopen, 70 cm om het bed op te maken zonder tegen de kast te stoten. |
| Slapen | Kledingroede voor lange kleding | 160 cm | 150 tot 170 cm | Een jas of lange jurk hangt 120 tot 140 cm af, dus eronder blijft nog ruimte voor een lade of een schoenenbak. |
| Slapen | Kledingroede voor korte kleding | 100 cm | 95 tot 110 cm | Hemden en dubbelgevouwen broeken hangen 70 tot 90 cm af. Met twee roedes boven elkaar, op 100 en 195 cm, verdubbel je de hangruimte. |
| Slapen | Kast, diepte voor hangende kleding | 60 cm | 55 tot 65 cm | Een hanger is 45 cm breed en met 60 cm diepte sluit de deur zonder dat de mouwen klem zitten. Is de kast ondieper dan 55 cm, zet de roede dan in de lengte. |
| Slapen | Kast, legborddiepte voor truien en broeken | 40 cm | 35 tot 45 cm | Een opgevouwen trui is ongeveer 30 cm breed. Met 40 cm valt de stapel niet naar voren als je de deur opent. |
| Slapen | Kast, hoogste bruikbare schap | 200 cm | 190 tot 210 cm | Verder reik je niet zonder trapje. Wat boven 210 cm staat, is opslag voor koffers die je twee keer per jaar pakt. |
| Slapen | Hoogslaper, vrije hoogte boven de matras | 100 cm | 90 tot 110 cm | Genoeg om rechtop in bed te zitten. Meet van de bovenkant van de matras tot het plafond, niet tot de bodem van het bed. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, hoogte boven het kozijn | 12 cm | 10 tot 15 cm | Boven het kozijn laat het raam groter lijken en houdt de rail het gordijn uit het glas. Zit het plafond dichtbij, monteer de rail dan 5 tot 10 cm onder het plafond of direct tegen het plafond. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, uitloop naast het kozijn | 20 cm per zijde | 15 tot 25 cm | Daar staat het opzij geschoven gordijn geparkeerd, zodat het niet voor het glas blijft hangen en je het daglicht niet inlevert. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vloer | 1 cm boven de vloer | 0 tot 2 cm | Net vrij van de vloer: het sleept niet en hangt toch recht. Wil je het gordijn op de vloer laten vallen, maak het dan 5 tot 10 cm langer dan de maat tot de vloer. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vensterbank | 2 cm boven de bank | 1 tot 3 cm | Vrij van de bank, zodat het gordijn niet omkrult op de plank en de warmte van de radiator eronder langs kan. |
| Raam en gordijn | Gordijn, stofbreedte | 2 keer de railbreedte | 1,5 tot 2,5 keer | Bij 1,5 keer hangt de stof vlak, bij 2,5 keer krijg je volle plooien. Een wave-rail vraagt 2 tot 2,5 keer, anders staat de golf niet. |
| Raam en gordijn | Rolgordijn of plissé in de dag, speling | 0,5 cm per zijde | 0,3 tot 1 cm | Meet de dagmaat op drie hoogtes en neem de kleinste maat, want een kozijn staat zelden haaks. |
| Raam en gordijn | Vitrage, afstand tot het glas | 5 cm | 3 tot 10 cm | Tegen koud glas wordt de stof vochtig en krijg je vlekken. Verder naar binnen botst hij op de vensterbank of de raamkruk. |
| Raam en gordijn | Vensterbank binnen, diepte | 20 cm | 15 tot 30 cm | Volgt de dikte van de muur plus een overstek van 2 tot 3 cm. Vanaf 20 cm staat een plant er stabiel op. |
| Raam en gordijn | Vensterbank buiten, overstek | 4 cm | 3 tot 5 cm | Met een waterhol aan de onderkant. Zonder dat overstek loopt regenwater terug over de gevel en krijg je vuilstrepen onder het raam. |
| Raam en gordijn | Radiator onder het raam, onderkant | 12 cm boven de vloer | 10 tot 15 cm | Er moet lucht onderlangs kunnen, daar begint de convectie. Houd ook 3 tot 5 cm tussen radiator en wand en 10 cm vrij onder de vensterbank. |
| Werken | Bureau, hoogte blad zittend | 74 cm | 72 tot 76 cm | Je onderarmen liggen horizontaal op het blad en je schouders blijven laag. Kun je het blad niet verstellen, zet dan de stoel hoger en je voeten op een steun. |
| Werken | Zit-stabureau, stahoogte | 105 cm | 95 tot 120 cm | Ellebooghoogte staand. Vuistregel: je lichaamslengte min 75 cm, dus bij 1,80 m kom je op 105 cm. |
| Werken | Bureaustoel, zithoogte | 45 cm | 40 tot 52 cm | Voeten plat op de vloer, knieën iets lager dan je heupen. De gasveer van een bureaustoel dekt dat bereik zelf. |
| Werken | Vrije hoogte onder het bureaublad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Je bovenbenen moeten eronder passen, ook met een lade of een kabelgoot. Houd daarnaast 60 cm breed en 60 cm diep beenruimte vrij. |
| Werken | Bureaublad, diepte | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm staat het scherm op armlengte, 50 tot 80 cm van je ogen, en ligt je toetsenbord er nog voor. |
| Werken | Beeldscherm, bovenrand | op ooghoogte of iets lager | 110 tot 125 cm boven de vloer | Je kijkt dan licht naar beneden en dat is de rustpositie van je ogen. Een laptop op het blad zit ongeveer 20 cm te laag, dus zet hem op een standaard met een los toetsenbord. |
| Werken | Toetsenbord, afstand tot de bladrand | 10 cm | 8 tot 15 cm | Daar rusten je handpalmen. Zonder die strook hangen je armen in de lucht en trekt het in je schouders. |
| Werken | Wandplank boven het bureau, onderkant | 45 cm boven het blad | 40 tot 60 cm | Een A4-ordner is 32 cm hoog, dus die past er nog onder, en je stoot je hoofd niet als je opstaat. |
| Werken | Boekenschap, diepte | 25 cm | 20 tot 30 cm | Een pocket is 12 cm diep, een gebonden boek 16 tot 20 cm. Bij 25 cm staan ze allemaal binnen de rand. |
| Werken | Boekenschap, overspanning zonder steun | 80 cm | 70 tot 90 cm | Boeken wegen al snel 25 kg per meter schap. Bij 18 mm plaatmateriaal blijf je onder 80 cm, anders zakt het schap zichtbaar door. |
| Keuken | Schap voor borden, diepte | 32 cm | 30 tot 35 cm | Een plat bord is 26 tot 28 cm in doorsnee. Met 32 cm houd je een vinger ruimte om de stapel te pakken zonder te schuiven. |
| Badkamer | Wastafel, bovenkant | 85 cm | 80 tot 95 cm | Vuistregel: heuphoogte, dan buig je niet voorover om je handen te wassen. Gebruiken kinderen de wastafel, dan is 80 cm prettiger. |
| Badkamer | Opzetkom, hoogte van het meubel | 75 cm | 70 tot 80 cm | Tel de kom van 10 tot 15 cm erbij op, dan komt de bovenrand op 85 tot 95 cm. Vergeet die optelsom en je wast je handen op keukenhoogte. |
| Badkamer | Handdoekhaak naast de wastafel | 140 cm | 120 tot 160 cm | Binnen handbereik met natte handen, dus naast de wastafel en niet aan de andere kant van de ruimte. |
| Badkamer | Handdoekradiator, onderkant | 20 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Daar zitten de aansluitingen en je kunt eronder dweilen. Hang de bovenkant niet hoger dan 180 cm, anders kom je niet bij de handdoek. Een smalle handdoekradiator geeft weinig vermogen, dus reken hem niet als enige verwarming. |
| Badkamer | Douchekraan, hart | 100 cm | 95 tot 110 cm | Heuphoogte, zodat je de kraan kunt bedienen zonder onder de koude straal te gaan staan. |
| Badkamer | Badkraan, hart | 65 cm | 60 tot 75 cm | Ongeveer 20 cm boven de badrand, dan kun je bijmengen terwijl je in bad zit. |
| Badkamer | Regendouchekop | 210 cm | 200 tot 225 cm | Minstens 20 cm boven het hoofd van de langste gebruiker, want je staat er recht onder. Bij een schuin dak meet je op het punt waar je echt staat. |
| Badkamer | Handdouche aan een glijstang, bovenste stand | 190 cm | 180 tot 200 cm | De stang is 60 tot 90 cm lang, dus de onderste stand komt rond 110 cm. Daarmee spoel je het bad, een kind of de hond af. |
| Badkamer | Toilet, zithoogte | 40 cm | 38 tot 48 cm | Standaard is 40 cm. Een verhoogd toilet van 45 tot 48 cm zit op stoelhoogte en daar sta je makkelijker van op. Bij een hangend toilet bepaal je de hoogte zelf met het inbouwframe. |
| Badkamer | Toilet, vrije ruimte voor de pot | 60 cm | 55 tot 70 cm | Daar staan je knieën en voeten. Zijwaarts wil je 80 cm breedte, anders zit je met je schouder tegen de muur. |
| Badkamer | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 75 cm hoog; 20 tot 30 cm voor de voorkant van de pot | Zittend pak je de rol zo zonder te draaien. Hang je hem naast of achter je, dan verdraai je je rug elke keer. |
| Badkamer | Fonteintje in het toilet, bovenkant | 85 cm | 80 tot 90 cm | Dezelfde hoogte als een wastafel. Let op de draairichting van de deur, want een fonteintje van 40 cm breed vraagt een vrije hoek. |
| Badkamer | Stopcontact in de badkamer | buiten 60 cm van bad of douche | norm, geen gewoonte | NEN 1010 verdeelt de badkamer in zones: binnen 60 cm van de rand van een bad of douche mag geen wandcontactdoos. Alle wandcontactdozen moeten achter een aardlekschakelaar van 30 mA. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Veelgestelde vragen
Wat is het sterkste materiaal voor een bank die elke dag wordt gebruikt?
Voor dagelijks gebruik zijn een vlak geweven stof met een martindale van 20.000 of hoger en gepigmenteerd leer de twee betrouwbaarste keuzes. De stof wil ook een pillingscore van 4 of hoger, het leer een dekkende toplaag die tegen huidvet kan.
Minstens zo bepalend is wat eronder zit: een kern van SG 35 of hoger en vering in de zitting doen voor de levensduur meer dan het verschil tussen twee goede bekledingen.
Wat zegt het martindale-getal en hoeveel heb je nodig?
Het getal telt de schuurbewegingen die een stof in een testmachine doorstaat voordat draden breken of het oppervlak kaal slijt. Voor een fauteuil die af en toe wordt gebruikt volstaat 15.000, voor een gezinsbank houd je 20.000 tot 25.000 aan en met kinderen en huisdieren 30.000 of meer.
Het is een ondergrens en geen rapportcijfer: boven de 45.000 koop je slijtvastheid die thuis niets meer toevoegt.
Wat is het verschil tussen pu leer en echt leer?
Echt leer is een dierlijke huid waarvan de nerf het sterkste deel is; pu leer is een laag polyurethaan op een drager van textiel, met een nerf die erin geperst is. Leer wordt bij gebruik soepeler en ontwikkelt patina, terwijl de pu-laag stijver wordt en uiteindelijk barst en schilfert.
Je herkent het verschil aan de achterkant, aan de geperste en overal identieke nerf, en aan een waterdruppel die op kunststof als bolletje blijft staan.
Is velours praktisch met kinderen en huisdieren in huis?
Velours kan tegen meer dan zijn zachte oppervlak doet vermoeden, want moderne polyestervelours haalt vaak hoge martindalewaarden. De zwakte zit niet in de sterkte maar in het beeld: de pool ligt plat waar dagelijks gezeten wordt en dat geeft blijvende zitspiegels.
Haren zijn er goed af te borstelen, maar nagels van een kat halen lussen en pool omhoog. Met huisdieren is een dichte, vlakke microvezel de veiligere keuze.
Wat is bouclé voor stof en waar moet je op letten?
Bouclé is een weefsel met lusjesgaren, waardoor het oppervlak korrelig en wollig oogt en kleine vlekken en naden wegvallen in de structuur. Dat maakt het vergevingsgezind in het gebruik en geliefd op fauteuils en poefs.
De lusjes zijn tegelijk het zwakke punt: nagels, ritsen en klittenband trekken ze los, en een losgetrokken lus knip je af maar duw je niet terug. Met een kat in huis is het daarom een riskante keuze.
Is mangohout geschikt voor een eettafel?
Mangohout is middelhard en hard genoeg voor een eettafel bij normaal gebruik, en omdat de boom snel groeit is het hout betaalbaar. De kwaliteit staat of valt met de droging: onvoldoende gedroogd hout gaat in het eerste stookseizoen scheuren of trekken.
Vraag daarom naar herkomst en verwerking; waar mangohout vandaan komt en waarop je bij de aankoop let staat volledig uitgewerkt in de eigen gids.
Hoe zie je in de winkel of een tafel massief of gefineerd is?
Kijk naar de rand en de kopse kant. Bij massief hout loopt de nerf van het blad over de rand door en toont de kopse kant jaarringen; bij fineer stopt de tekening op de rand en zit daar randfineer of een stootlijst met een eigen richting.
Herhaalt de tekening zich bovendien per baan van 20 tot 30 cm, dan kijk je naar fineer, want geen twee stukken echt hout hebben exact dezelfde tekening.
Welke meubelstof kies je met een kat of een hond?
Kies een dicht en vlak oppervlak zonder lussen of grove weving, want nagels haken achter alles wat uitsteekt. Microvezel is daarin de sterkste kandidaat: er valt niets uit te trekken, haren laten los en de meeste kwaliteiten mogen nat gereinigd worden.
Bij leer geldt hetzelfde principe: een gepigmenteerde toplaag verdraagt poten en huidvet, terwijl open leer en nubuck elke krab als blijvend spoor vastleggen.
Waarom voelt een leren bank koud aan en een stoffen bank niet?
Leer is een dicht, glad materiaal dat de warmte van je huid snel afvoert, en daardoor voelt het bij het gaan zitten koel aan tot het je lichaamstemperatuur heeft aangenomen. Een geweven stof sluit lucht in en lucht isoleert, dus stof voelt direct neutraal.
Bij kunstleer komt daar het vochtprobleem bij: de gesloten kunststoflaag ademt niet, waardoor het eerst koud en daarna klam aanvoelt.
Verbleekt stof of leer sneller in de zon?
Dat hangt bij stof af van de lichtechtheid op de stofkaart, een schaal van 1 tot 8 waarbij je aan de raamzijde 5 of hoger aanhoudt. Synthetische vezels zijn doorgaans kleurvaster dan katoen en linnen.
Leer verbleekt niet alleen, het droogt bij een raam op zuid ook uit: de warmte trekt het vet eruit, waardoor open leer stug wordt en kan barsten. Beide horen dus liever niet vlak achter glas op de zon.
Waarom wordt notenhout lichter terwijl eiken juist donkerder wordt?
Onder daglicht gebeuren in hout twee tegengestelde dingen. In eiken en grenen kleuren houtstoffen onder invloed van licht en zuurstof bij, waardoor het hout warmer en donkerder wordt. In noten breekt het donkere pigment van de kern juist af, waardoor het hout vervaagt naar een lichter, grijzer bruin.
Wil je de kleur van noten houden, zet het meubel dan niet vlak voor een zuidraam en verschuif wat erop staat af en toe, anders tekenen zich lichte silhouetten af.
Wat betekent SG bij het schuim van een zitting?
SG staat voor soortelijk gewicht: het aantal kilo schuim per kubieke meter. Hoe hoger het getal, hoe meer materiaal er in dezelfde ruimte zit en hoe langer de celstructuur zijn veerkracht houdt.
SG 25 hoort bij de laagste prijsklasse en zakt bij dagelijks gebruik binnen enkele jaren in, SG 35 of hoger houdt zijn vorm aanzienlijk langer. Koudschuim veert daarbij beter terug dan gewoon polyether met hetzelfde getal.
Wanneer is opnieuw stofferen zinvoller dan een nieuwe bank kopen?
Herstofferen loont als het frame van massief hout is en de vering nog goed, want dan koop je met nieuwe kussens en nieuwe bekleding in feite een nieuwe bank op een bewezen fundament. Bij een frame van plaatmateriaal loont het vrijwel nooit.
Reken het na voordat je beslist: wat een bank opnieuw bekleden kost hangt af van het model, de stofkeuze en of de kern wordt vervangen.
Hoe onderhoud je een leren bank zonder hem te beschadigen?
Stofzuig wekelijks met een zachte borstel en neem het leer af met een licht vochtige, goed uitgewrongen doek zonder schoonmaakmiddel. Gepigmenteerd leer krijgt een tot twee keer per jaar een leerverzorger die het vet aanvult; open leer vraagt een middel dat daarvoor bedoeld is, want elke vloeistof trekt erin.
Sterke ontvetters, chloor en huishoudelijke olie horen er nooit op: de eerste twee drogen het leer uit, de laatste blijft plakken en trekt vuil aan.