Onkruid en strooizout: wat de zak van de winter in je tuin doet
Strooizout is natriumchloride dat voor gladheid is toegelaten: op onkruid droogt het het blad uit, laat het de wortel leven en blijft het natrium in de grond naast het pad achter. Tegen onkruid gebruiken mag niet, want daarvoor heeft zout nooit een toelating gehad. Tegen gladheid mag het wel, en dan bepaalt de manier van strooien of border en haag het voorjaar halen: 10 tot 20 gram per vierkante meter, alleen op de looplijn, en de sneeuwprut niet op de planten. Het onkruid op pad en oprit krab je in april uit de voegen, en de rest van de zak bewaar je droog en afgesloten voor de volgende winter.
Dit heb je nodig
- Tijd
- een ochtend in april, plus een paar minuten per strooibeurt
- Moeilijkheid
- Goed zelf te doen
- Kosten
- Vooral tijd: zout, bezem en krabber heb je meestal al
Gereedschap
- Keukenweegschaal en een eetlepel om één keer af te wegen hoeveel 15 gram is
- Sneeuwschuiver of schop
- Harde straatbezem
- Voegenkrabber, of een houten of kunststof schraper op zachte natuursteen
- Onkruidsteker
- Gieter of tuinslang om in maart de borderrand door te spoelen
Materiaal
- Kunststof emmer met een sluitend deksel voor het strooizout dat over is
- Zand of fijn split voor dagen met strenge vorst
- Fijn split of straatzand om geschraapte voegen aan te vullen
Wat er in een zak strooizout zit en wat het met onkruid doet
Een zak strooizout uit de bouwmarkt is bijna altijd natriumchloride, chemisch dezelfde stof als keukenzout. Het verschil zit in zuiverheid en korrel: vacuümzout is wit en bijna zuiver, steenzout is grauw door de klei en het gips die er nog in zitten, en er gaat vaak een antiklontermiddel doorheen zodat de zak strooibaar blijft.
Op onkruid doen al die varianten hetzelfde. Zodra de korrels oplossen in dauw of regen, wordt het vocht rond de wortelharen zouter dan het sap in de plant en loopt het water de verkeerde kant op, waardoor jong blad binnen een dag slap hangt. Wat er daarna gebeurt hangt af van het verschil tussen zaadonkruid en wortelonkruid, en dat staat per soort uitgelegd bij wat er tegen onkruid werkt en wat er mag.
Voor de tuin telt dat strooizout uit twee delen bestaat die elk hun eigen schade doen. Het natrium hecht zich aan de bodemdeeltjes en duwt daar calcium en magnesium weg, waardoor de kruimelstructuur dichtslaat. Het chloride nemen planten op met het water, en het hoopt zich op in de bladranden en de naaldpunten.
Niet elk strooimiddel is natriumchloride. De tabel zet de gangbare middelen naast elkaar, met wat ze doen bij vorst, met planten en met de grond.
| Strooimiddel | Werkt tot ongeveer | Wat het met planten en grond doet | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Natriumchloride: gewoon strooizout, vacuümzout of steenzout | Min 9 graden; daaronder gaat het smelten traag | Natrium laat de bodemstructuur dichtslaan, chloride verbrandt bladranden en naalden | Het meest verkochte middel, en het middel waarmee mensen onkruid te lijf gaan |
| Calciumchloride | Ruim min 20 graden | Geen natrium, dus minder schade aan de structuur; per kilo ongeveer evenveel chloride als gewoon strooizout | Trekt zo sterk vocht aan dat een open zak vloeibaar wordt, en irriteert de huid |
| Magnesiumchloride | Rond min 15 graden | Geen natrium, wel chloride dat het blad van gevoelige planten raakt | Alleen voor de bodemstructuur milder dan natriumchloride |
| Dooimiddel op kaliumformiaat of kaliumacetaat | Lager dan gewoon strooizout | Geen chloride, en het wordt in de bodem afgebroken | Duurder; wat er precies in zit staat op het etiket |
| Dooimiddel op ureum | Alleen lichte vorst | Geen chloride, maar ureum is stikstofmest | In de border voedt het precies het onkruid dat je kwijt wilt |
| Zand, brekerzand of fijn split | Smelt niets, geeft alleen grip | Doet planten en grond niets | In maart opvegen; wat in de voegen zakt mag blijven, want dat is voegvulling |
Waarom na strooizout het taaiste onkruid overblijft
Wie strooizout op onkruid gebruikt, ziet binnen een paar dagen een bruine voeg en na drie tot vier weken op dezelfde centimeter een nieuwe rozet. Het zout blijft in de bovenste centimeters tot regen het verder verdeelt, en daar zit geen penwortel en geen wortelstok. Paardenbloem, zevenblad en brandnetel lopen daarom opnieuw uit vanuit de voorraad die ze onder de tegel hebben.

Zaadonkruid gaat wel dood, maar het zaad dat daarna aanwaait kiemt in dezelfde vuillaag van blad en stuifzand bovenin de voeg. Die laag blijft liggen, want zout lost op en neemt niets mee.
Wat zout wel verandert, is welke soorten er terugkomen. Langs wegen die elke winter gestrooid worden is dat goed te zien: gewone bermplanten verdwijnen uit de strook naast het asfalt, en daar komen zouttolerante soorten voor in de plaats, zoals Deens lepelblad dat in april als een wit lint langs de vangrail bloeit, en stomp kweldergras.
Die soorten horen van nature op de kwelder thuis en hebben in een zilte strook geen concurrentie meer. Een tuinpad dat jaren achter elkaar zwaar gestrooid wordt, krijgt aan de randen dus geen onkruidvrije strook, maar een strook waar de gewenste planten het opgeven en alleen de taaiste pollen blijven staan.
Meer zout maakt die rand niet leeg maar zilter. De enige manier om er iets anders te laten groeien, is minder zout erin en het zout dat er al zit eruit.
Tegen gladheid mag strooizout, tegen onkruid niet
De wet kijkt niet naar de zak maar naar wat je ermee doet. Strooi je zout op het pad omdat het glad is, dan gebruik je het waarvoor het is toegelaten. Strooi je hetzelfde zout op de voeg om het onkruid dood te krijgen, dan is het op dat moment een gewasbeschermingsmiddel.
Voor gewasbeschermingsmiddelen geldt de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, en die laat alleen middelen toe die het Ctgb voor dat gebruik heeft beoordeeld. Zout heeft die toelating nooit gehad, niet als keukenzout, niet als veevoederzout en niet als strooizout. De NVWA houdt er toezicht op en kan een boete opleggen, en hoe hoog die uitvalt hangt van de situatie af.
Dat onderscheid klinkt formeel, maar het verklaart waarom een zak uit het schap geen vrijbrief is. Hoe die redenering voor zout, azijn en huishoudmiddelen verder loopt, lees je in de uitleg over het zoutverbod op terras en voeg.
Wie toch iets uit een fles wil, kijkt naar het etiket. Alleen een middel met een Ctgb-toelatingsnummer mag, bijvoorbeeld op basis van pelargonzuur, en dan uitsluitend voor de toepassing die letterlijk in het gebruiksvoorschrift staat. Ook dat werkt alleen op het blad, dus wortelonkruid staat er na twee tot vier weken weer.
Voor een hovenier of een ander bedrijf dat bij je komt werken, geldt sinds maart 2016 een verbod op chemische onkruidbestrijding op verhardingen. Wie het pad laat schoonmaken, krijgt dus borstels, heet water of stoom en geen zak zout.

Dat strooien tegen gladheid mag, beschermt je planten niet. De toelating zegt iets over het doel en niets over de schade, dus de hoeveelheid en de plek waar je strooit blijven jouw keuze, en die keuze bepaalt of de border het voorjaar haalt.
Zo strooi je tegen gladheid en houd je het zout uit de border
Zoutschade in een voortuin hoeft niet van onkruidbestrijding te komen. Een gewone winter met een glad pad kan evenveel zout langs de border leggen, want wie op het oog strooit legt al snel een veelvoud neer van wat nodig is, en wat niet in het ijs verdwijnt eindigt met het smeltwater in de grond naast het pad.
Wij houden voor een tuinpad 10 tot 20 gram per vierkante meter aan, en minder als de verpakking een lagere dosering noemt. Een afgestreken eetlepel strooizout weegt ongeveer 15 gram, en bij die hoeveelheid liggen de korrels een tot een paar centimeter uit elkaar. Weeg het één keer af, dan weet je hoe dun dat eruitziet.
Strooi alleen de looplijn. Een pad van 100 cm breed heeft een looplijn van ongeveer 60 cm, en bij een pad van 8 m lang is dat 4,8 vierkante meter: drie tot zes eetlepels, geen halve emmer. De randen van 20 cm blijven droog, en dat is juist de strook die anders als eerste in de border spat.
Schep sneeuw eerst weg en strooi daarna. Zout smelt ijs door er pekel mee te vormen, dus hoe minder ijs er ligt, hoe minder zout er nodig is. Onder ongeveer min 9 graden werkt gewoon strooizout zo traag dat meer strooien niets oplost, en daar geeft zand of fijn split grip zonder één gram zout.
De sneeuwprut die je van een gestrooid pad schept, bevat het zout van het hele pad. Schep hem daarom niet op de border of tegen de haag, maar naar een stuk verharding dat naar de straat afwatert, zoals de hoek van de oprit bij de stoep.
Zet een kunststof bekertje in de emmer met strooizout en zet er met een stift een streep op bij de hoeveelheid voor je hele pad. Dan strooi je elke vorstochtend dezelfde dosis, ook om zeven uur in het donker.
Welke planten langs pad en oprit zout slecht verdragen
Zout bereikt een plant langs twee wegen, en die geven elk een ander beeld. Zoutnevel en opspattende pekel komen op het blad en de naalden van wat naast de stoep of de oprit staat. Smeltwater met opgelost zout komt via de grond bij de wortels.
Wintergroene planten krijgen de nevel in de winter vol op hun naalden, en dat zie je aan het eind van de winter als bruine naalden aan de straatkant terwijl de tuinkant groen blijft. Bladverliezende bomen en heesters nemen het chloride pas op als ze in het voorjaar water gaan verdampen: de knoppen lopen later of ongelijk uit, en in de zomer krijgt het blad bruine randen omdat het chloride met het water naar de bladrand gaat en daar achterblijft.
Hoe hard een plant geraakt wordt, hangt af van de hoeveelheid, de grondsoort en de vraag of het blad of de wortel het zout krijgt. De tabel geeft daarom een richting en geen grens.
Bij een haag die aan één kant bruin is, beslist de soort over het herstel. Taxus loopt ook uit oud hout weer uit en overleeft terugzetten tot een halve meter, de meeste andere coniferen doen dat niet en houden een kale plek. Wanneer je welke haag terugzet, zoek je op in de snoeikalender voor hagen, heesters en bomen.
| Plant langs pad of oprit | Hoe hij op strooizout reageert | Wat je ziet | Wat je doet |
|---|---|---|---|
| Thuja, Chamaecyparis en andere coniferenhagen | Gevoelig voor zoutnevel op de naalden | Bruine naalden aan de straatkant, van eind februari tot april | Niet strooien in de 20 cm langs de haag; ze lopen niet uit oud hout, dus een kale plek blijft |
| Taxus | Gevoelig voor nevel, maar loopt uit oud hout weer uit | Een bruine zijde aan de kant van pad of stoep | In april terugzetten tot in het gezonde hout, en die kant voortaan droog houden |
| Beuk en haagbeuk | Gevoelig voor zout in de wortelzone | Late of onregelmatige uitloop en bruine bladranden in de zomer | Nooit sneeuwprut tegen de voet van de haag scheppen |
| Linde en paardenkastanje | Gevoelig, en bekende slachtoffers langs gestrooide straten | Bruine bladranden vanaf juli en vroege bladval | Een straatboom is van de gemeente, dus schade meld je daar |
| Rododendron en azalea | Zeer gevoelig en ondiep geworteld | Bladpunten en bladranden die bruin worden | Niet in de eerste meter naast een gestrooid pad of een gestrooide oprit planten |
| Gazonrand | Engels raaigras verkleurt eerder, roodzwenkgras houdt het langer vol | Een bruine band langs de verharding | In maart doorspoelen en bijzaaien met een mengsel met roodzwenkgras |
| Liguster en meidoorn | Redelijk bestand | Weinig, tot er jaren achter elkaar zwaar gestrooid wordt | Een goede keus voor een haag aan de stoep |
| Rimpelroos, duindoorn en olijfwilg | Goed bestand, van nature kustplanten | Nauwelijks iets | Geschikt voor de strook waar het zout hoe dan ook komt |
Zoutschade van de winter herkennen en in maart beperken
Na een winter met veel strooien is maart het moment om iets te doen. De grond is dan ontdooid en de wortels nemen nog niet volop water op, dus wat nu uitspoelt komt de plant in april niet meer tegen.
Een natte winter spoelt op zandgrond al veel zout naar beneden. Na een droge, koude winter met veel strooien doe je dat zelf: geef de eerste 50 cm border langs pad en oprit ongeveer 10 liter water per vierkante meter, gelijk aan 10 mm regen, en herhaal dat een paar keer met een dag ertussen.
Op klei en leem werkt dat alleen als het water wegzakt. Blijft het staan, dan heeft het natrium de structuur al dichtgezet en moet de bovenlaag eerst voorzichtig los, met compost erdoorheen, voordat spoelen iets uithaalt. Wat natrium en chloride verder in de bodem doen en hoelang dat duurt, staat bij wat een zoutbehandeling in de grond achterlaat.
Veeg in dezelfde week de resten zout, zand en split van het pad voordat de eerste lenteregen ze de border in spoelt. Schoon zand en split kun je de volgende winter opnieuw strooien.
Oordeel over een plant pas na de zomer. Bladverliezers laten de schade in juli en augustus zien en lopen het jaar erna vaak weer gewoon uit, terwijl een conifeer met bruine naalden aan de straatkant op die plek niet meer groen wordt.
Twijfel je of een bruine band van zout of van droogte komt, kijk dan naar de vorm. Zout volgt de afwatering en de rand van de verharding, droogte vlekt onregelmatig over het hele perk en houdt zich niet aan de lijn van het pad.
Onkruid op pad, oprit en stoeprand zonder strooizout
De plekken waar de zak strooizout in april nog naar staat te wachten, zijn dezelfde plekken waar het onkruid opkomt: de voegen van het pad, de naad tussen oprit en border en de rand langs de stoep. Voor elk daarvan bestaat een methode die mag en langer werkt dan zout.
Onkruid tussen tegels wortelt niet in het straatzand maar in de vuillaag van blad en stuifzand bovenin de voeg. Een voegenkrabber haalt het groen en die laag in één beweging weg en houdt de voeg twee tot vier maanden schoon. Krab tot je schoon voegzand ziet en niet dieper, anders loopt het zand weg en gaan de tegels wiebelen.
Voor jong onkruid en mos in een scheur of langs een muur werkt kokend water, een halve liter per pol, zodat de hele voet nat wordt. De hitte laat de celwanden knappen maar komt maar 2 tot 5 cm diep, dus een penwortel overleeft het, en die haal je een dag na regen met een steker en 10 tot 15 cm wortel eruit.
Welke methode op jouw plek en bij jouw soort het beste werkt en hoelang het dan wegblijft, kun je per plek en per soort onkruid nazoeken. De tabel hieronder zet de plekken rond pad en oprit op een rij.
| Waar het strooizout terechtkwam | Wat daar wel mag en werkt | Hoe lang het wegblijft | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Voegen van het tuinpad | Voegenkrabber, daarna in het voorjaar en eind augustus vegen | 2 tot 4 maanden per krabronde | Voegen aanvullen met fijn split of straatzand |
| Klinkers van de oprit | Stoom of heet water met een huurmachine | 6 tot 10 weken, dus 3 tot 4 rondes per seizoen | Loont pas bij een grote oppervlakte; penwortels overleven ook dit |
| Grind of split naast de oprit | Onkruidbrander, 1 tot 2 seconden per plant | Met rondes in maart, mei en augustus een heel seizoen | Niet langs een houten schutting of een coniferenhaag, en niet tijdens droogte |
| Rand langs de stoep of de gevel | Kokend water, een halve liter per pol | 3 tot 6 weken op mos en jong onkruid | Niet over de rand van gras of border gieten |
| Paardenbloem in de naad tussen pad en gazon | Onkruidsteker, een dag na regen | Weg zolang de hele wortel meekomt | Blijft er een stuk wortel zitten, dan staat hij er na 3 tot 4 weken weer |
| Zevenblad of brandnetel die vanuit de border het pad op kruipt | Elke 2 tot 3 weken alles eraf halen wat bovenkomt | Twee seizoenen volhouden, tot de wortelvoorraad op is | Wortelstukken bij het gft, niet op de composthoop |
Wat je doet met het strooizout dat na de winter over is
Strooizout bederft niet, dus een halve zak is gewoon de voorraad voor volgend jaar. Wat er misgaat is vocht: natriumchloride trekt water uit de lucht zodra de luchtvochtigheid boven ongeveer 75 procent komt, en in een onverwarmde schuur of garage is dat een groot deel van het jaar zo.
Een open zak wordt daardoor in een paar maanden één harde klomp, en calciumchloride gaat verder en loopt vloeibaar weg. Bewaar het daarom in een kunststof emmer met een deksel die sluit, of in de dichtgevouwen zak in een afgesloten bak.
Zet die emmer niet naast de fiets, de grasmaaier of het tuingereedschap. Het zoute vocht dat eromheen neerslaat laat staal en aluminium sneller corroderen dan gewone condens, en een zak die tegen een metalen rek staat laat daar een roestrand achter.
Wat er niet mee moet gebeuren, is het over de tuin uitstrooien of op het onkruid gooien om ervan af te zijn. Dat laatste is verboden, en het natrium blijft in de grond tot het is uitgespoeld. Wie er echt vanaf wil, geeft het aan de buren met een oprit.
Een klomp stoot je in het najaar los op de tegels, op hetzelfde moment dat je de rest van tuin en voortuin winterklaar maakt. Wat dan nog aan elkaar zit, breekt met de rand van een schop wel uit elkaar.
Zo kom je met strooizout de winter door en het onkruid in april kwijt
De volgorde loopt van de eerste vorstnacht tot de eerste krabronde, want wat je in december strooit bepaalt wat er in april in de voegen en de border staat.
-
Kijk voor de eerste vorst naar het afschot van pad en oprit
Giet een emmer water over het pad en kijk waar het heen loopt. Aan die lage kant komt straks ook het smeltwater met zout terecht, dus daar hoort in de eerste meter geen rododendron, beuk of coniferenhaag.
-
Weeg één keer af hoeveel 10 tot 20 gram per vierkante meter is
Een afgestreken eetlepel strooizout is ongeveer 15 gram. Reken de looplijn uit, 60 cm maal de lengte van het pad, en zet de hoeveelheid voor het hele pad als streep op een bekertje in de emmer, zodat je niet meer op het oog strooit.
-
Schep eerst de sneeuw weg en strooi daarna alleen de looplijn
Zout smelt ijs door er pekel mee te vormen, dus op een geschept pad heb je minder nodig. Houd aan weerszijden 20 cm droog, en gebruik onder ongeveer min 9 graden zand of fijn split, omdat gewoon strooizout daar te traag werkt.
-
Schep de sneeuwprut naar verharding die naar de straat afwatert
In die prut zit het zout van het hele pad. Op de border of tegen de voet van de haag leg je die hoeveelheid in één keer op de wortels, terwijl het in de hoek van de oprit bij de stoep met het smeltwater naar de straatkolk loopt.
-
Veeg in maart de resten weg en spoel de borderrand door
Veeg zand, split en zoutresten op voordat de lenteregen ze de border in spoelt. Geef daarna de eerste 50 cm border langs het pad een paar keer 10 liter water per vierkante meter, zodra de grond ontdooid is en het water weg kan zakken.
-
Krab in april de voegen en steek de penwortels
Haal het groen en de vuillaag eruit tot je schoon voegzand ziet, en vul de voeg aan met fijn split of straatzand. Steek paardenbloemen een dag na regen met 10 tot 15 cm wortel, en laat het strooizout in de emmer staan.
-
Zet het strooizout droog en afgesloten weg
Bewaar het in een emmer met een sluitend deksel, uit de buurt van fiets en gereedschap. Zout bederft niet, dus wat nu over is, is de voorraad voor de volgende vorstnacht.
Onkruidwijzer
Kies de plek en het soort onkruid. Je ziet welke aanpak werkt, wat er wettelijk mag op verharding en in de tuin, en wat zout en azijn echt doen met je bodem. Open de volledige onkruidwijzer
Nalopen voor de winter en in het voorjaar
Uit de praktijk
De haag is aan de stoepkant bruin en aan de tuinkant groen
Een haag die aan één zijde verkleurt en aan de andere kant gezond staat, heeft geen ziekte die door de hele plant gaat. Het patroon volgt de kant waar het zout vandaan kwam: nevel en spatwater van een gestrooide stoep of oprit, en sneeuwprut die tegen de voet is geschept.
Bij wintergroene hagen komt het chloride direct op de naalden, die bij dooi en wind uitdrogen en van eind februari tot april bruin kleuren. Of de plek weer dichtgroeit hangt van de soort af: taxus loopt uit oud hout weer uit, de meeste andere coniferen niet.
De meetbare correctie is afstand. Strooi op je eigen pad en oprit niet in de 20 cm langs de haag, en schep de prut naar de kant die van de haag af ligt.
Langs het gestrooide pad wil alleen nog het taaiste onkruid groeien
Het symptoom is een rand waar vaste planten en gras het opgeven terwijl er wel iets blijft staan: een paar taaie pollen die elk voorjaar terugkomen. Dat is geen toeval maar selectie.
Zout doodt eerst wat er gevoelig voor is, en dat zijn de meeste tuinplanten. Soorten die zout verdragen hebben in die strook daarna geen concurrentie meer, en langs gestrooide wegen zie je dat aan Deens lepelblad en stomp kweldergras die daar massaal opkomen.
Meer zout maakt de strook dus niet leeg maar zilter. De correctie is minder strooien, alleen op de looplijn, en de rand in maart doorspoelen zodat de gewone beplanting weer een kans krijgt.
De emmer strooizout is in het voorjaar een harde klomp
Een zak die in november nog strooibaar was en in maart als een steen in de schuur staat, heeft vocht uit de lucht getrokken. Natriumchloride doet dat zodra de luchtvochtigheid boven ongeveer 75 procent komt, en in een onverwarmde schuur is dat in de winter bijna altijd zo.
Het opgenomen water lost de buitenkant van de korrels op, en als de lucht weer droger wordt kristalliseert die pekel tot bruggen tussen de korrels. Calciumchloride trekt zoveel water aan dat het vervloeit en uit een gescheurde zak wegloopt.
Metaal in de buurt krijgt dezelfde zoute vochtfilm, en daarom roesten schoppen en fietsonderdelen naast een open zak sneller. Een emmer met een sluitend deksel voorkomt beide.
Veelgemaakte fouten
Het strooizout van de winter op het onkruid gooien omdat het toch over is
Dat de zak al in de schuur staat, verandert niets aan de toelating: strooizout is toegelaten voor gladheid, en op de voeg gebruik je het als gewasbeschermingsmiddel zonder toelating. Het is dus verboden.
Het werkt ook niet waar het om draait. Het blad verdroogt, de penwortel loopt na twee tot vier weken weer uit, en het natrium blijft in de grond naast het pad achter.
Sneeuwprut van het gestrooide pad op de border scheppen
In die prut zit het zout van het hele pad, en op de border leg je dat op één plek neer. Als de sneeuw smelt, zakt de hele dosis in één keer naar de wortels van wat eronder staat.
Schep de prut naar verharding die naar de straat afwatert, en nooit tegen de voet van een haag of een boom.
Op het oog strooien tot het pad wit ziet
Een pad dat wit ziet van het zout heeft een veelvoud gekregen van de 10 tot 20 gram per vierkante meter die nodig is. Het ijs smelt er niet sneller door, en wat overblijft spoelt met het smeltwater de grond in.
Weeg één keer af hoe een eetlepel van 15 gram eruitziet op een vierkante meter. De korrels horen een tot een paar centimeter uit elkaar te liggen.
Meer strooien naarmate het harder vriest
Onder ongeveer min 9 graden vormt gewoon strooizout zo traag pekel dat het pad glad blijft, hoeveel je er ook op legt. Het zout blijft liggen tot het dooit en gaat dan in één keer met het smeltwater mee.
Zand of fijn split geeft bij die temperaturen grip zonder dat er iets in de border terechtkomt.
Calciumchloride kiezen omdat het plantvriendelijk zou zijn
Calciumchloride bevat geen natrium, dus het laat de bodemstructuur minder dichtslaan. Per kilo zit er wel ongeveer evenveel chloride in als in gewoon strooizout, en dat is het deel dat bladranden en naalden verbrandt.
Voor de haag aan de stoep maakt de keuze tussen die twee dus weinig uit. De hoeveelheid en de plek waar je strooit maken wel het verschil.
Een dooimiddel met ureum in de voortuin gebruiken
Ureum bevat geen chloride en tast beton en metaal minder aan, en daarom werd het gebruikt waar dat telde. Het is ook stikstofmest.
Wat er met het smeltwater in de border en de voegen terechtkomt, voedt precies het straatgras, de paardenbloem en de brandnetel die je in april weer weg wilt hebben.
Veelgestelde vragen
Werkt strooizout tegen onkruid?
Op het blad wel, en snel. Opgelost strooizout maakt het vocht rond de wortelharen zouter dan het sap in de plant, waardoor jong onkruid binnen een dag slap hangt en na een paar dagen bruin is.
Op de wortel werkt het niet. Het zout blijft in de bovenste centimeters tot regen het verder verdeelt, en paardenbloem, zevenblad en brandnetel lopen na twee tot vier weken opnieuw uit vanuit hun wortelvoorraad.
Mag je strooizout gebruiken tegen onkruid?
Nee. Strooizout is toegelaten voor gladheidsbestrijding, en zodra je het gebruikt om planten dood te maken is het volgens de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden een gewasbeschermingsmiddel. Het Ctgb heeft zout daarvoor nooit toegelaten.
De NVWA houdt toezicht en kan een boete opleggen. Strooien op een glad pad blijft gewoon toegestaan, want dan gebruik je het waarvoor het bedoeld is.
Is strooizout hetzelfde als keukenzout of veevoederzout?
Chemisch wel: alle drie zijn natriumchloride. Strooizout is grover en minder zuiver, steenzout is grauw door de klei en het gips erin, en er zit vaak een antiklontermiddel door.
In de bodem gedragen ze zich identiek, en juridisch maakt het ook niets uit. Keukenzout is toegelaten als voedingsmiddel, veevoederzout als veevoer en strooizout voor gladheid, en geen van de drie als onkruidbestrijder.
Hoeveel strooizout heb je nodig voor een tuinpad?
Wij houden 10 tot 20 gram per vierkante meter aan, en minder als de verpakking dat aangeeft. Een afgestreken eetlepel weegt ongeveer 15 gram.
Strooi alleen de looplijn van ongeveer 60 cm breed. Bij een pad van 8 m lang is dat 4,8 vierkante meter en dus drie tot zes eetlepels per strooibeurt, en als je de sneeuw eerst wegschept heb je aan de onderkant van dat bereik genoeg.
Welk strooimiddel is het minst schadelijk voor de tuin?
Zand, brekerzand of fijn split doen planten en grond niets, maar ze smelten ook niets en geven alleen grip. Dooimiddelen op kaliumformiaat of kaliumacetaat bevatten geen chloride en worden in de bodem afgebroken, maar zijn duurder.
Calcium- en magnesiumchloride bevatten geen natrium maar wel chloride, dus de bladschade blijft. Ureum bevat geen chloride, maar is stikstofmest en voedt het onkruid in de border.
Is strooizout schadelijk voor bomen en de haag?
Ja, langs twee wegen. Zoutnevel en spatwater verbranden naalden en blad aan de kant van het pad of de stoep, en smeltwater brengt het zout bij de wortels, waarna het chloride in het voorjaar met het water naar de bladranden gaat.
Coniferen, beuk, linde, paardenkastanje en rododendron zijn gevoelig, liguster, meidoorn, rimpelroos en duindoorn verdragen meer. Houd een strook van 20 cm langs de beplanting ongestrooid en schep er geen sneeuwprut tegenaan.
Wanneer zie je zoutschade van de winter aan planten?
Bij wintergroene planten aan het eind van de winter: de naalden aan de kant van het pad of de stoep kleuren van eind februari tot april bruin. Bladverliezers laten het later zien, omdat ze het chloride pas opnemen als ze in het voorjaar water gaan verdampen.
Hun knoppen lopen dan later of ongelijk uit, en vanaf juli krijgt het blad bruine randen en valt het vroeg. Beoordeel een bladverliezer daarom pas na de zomer.
Hoe lang is strooizout houdbaar?
Zout bederft niet, dus strooizout van vorig jaar werkt net zo goed als nieuw. Wat de zak onbruikbaar maakt is vocht: natriumchloride trekt water uit de lucht boven ongeveer 75 procent luchtvochtigheid en koekt dan tot een harde klomp.
Bewaar het in een emmer met een sluitend deksel. Een klomp stoot je los op de tegels, en wat dan nog vastzit breekt met de rand van een schop wel uit elkaar.
Wat doe je met strooizout dat over is?
Bewaren voor de volgende winter, droog en afgesloten, en niet naast de fiets of het tuingereedschap, want de zoute vochtfilm eromheen laat metaal sneller roesten.
Wat er niet mee moet gebeuren, is het over de tuin uitstrooien of op het onkruid gooien om ervan af te zijn. Dat laatste is verboden, en het natrium blijft in de grond zitten tot het is uitgespoeld.
Wat helpt tegen onkruid op het pad als strooizout niet mag?
De voeg krabben tot op het schone voegzand haalt het groen en de vuillaag waarin het wortelt in één beweging weg, en houdt de voeg twee tot vier maanden schoon. Veeg daarna in het voorjaar en eind augustus.
Kokend water, een halve liter per pol, houdt jong onkruid en mos drie tot zes weken weg, en een steker haalt paardenbloem er met 10 tot 15 cm wortel in één keer uit. Het verschil tussen zaadonkruid en wortelonkruid bepaalt welke van de drie je nodig hebt.
Wanneer je beter een vakman belt
Strooien, spoelen en krabben doe je zelf, maar twee dingen niet. Een boom in de voortuin die na een paar winters dunner in het blad komt, vroeg kaal is of dode takken in de kroon krijgt, laat je beoordelen door een boomverzorger voordat er takken boven pad of oprit afbreken.
Moet een haag aan de stoep na jaren zoutschade helemaal weg, dan zit het natrium ook in de plantstrook. Een hovenier kan die grond afgraven en vervangen voordat de nieuwe haag erin gaat, anders loopt de nieuwe beplanting in dezelfde verzilte grond hetzelfde risico.