Hoeveel liter is een normale prullenbak?
Er is geen enkele maat die overal normaal heet, maar de gangbare inhouden liggen dicht bij elkaar: 3 tot 8 liter in de badkamer, 10 tot 20 liter bij een bureau, 15 tot 20 liter per emmer in een uittrekbak onder het aanrecht en 40 tot 60 liter voor een vrijstaande pedaalemmer in de keuken. Wie één getal wil horen: 60 liter, want dat is zowel de grootste bak die nog in een keuken past als de inhoud van de gewone huisvuilzak. De inhoud op de doos is gemeten tot de rand van de binnenemmer, terwijl je er met de omslag van de zak en de knoop erbij ongeveer 80 procent van kwijt kunt. Welke maat bij jou past, volgt uit je liters afval per dag maal het aantal dagen tussen twee keer legen, gedeeld door 0,8.
Hoeveel liter een prullenbak per ruimte meestal is
Prullenbakken worden verkocht in stappen van ongeveer 5, 10, 20, 30, 45 en 60 liter, en per ruimte is steeds maar een deel van dat rijtje gangbaar. In de badkamer is 3 tot 8 liter normaal, bij een bureau 10 tot 20 liter, en in de keuken 15 tot 20 liter per emmer in een uittrekbak of 40 tot 60 liter vrijstaand.

De vraag hoeveel liter een normale prullenbak is heeft dus geen enkel antwoord, maar wel een zwaartepunt. Noem je één maat, dan is dat 60 liter: dat is de grootste bak die nog naast een keukenkast past en tegelijk de inhoud van de gewone huisvuilzak.
Welke bak in het zicht mag blijven staan en welke achter een kastdeur hoort, hangt samen met de rest van het stylen met accessoires en losse spullen. Een vrijstaande bak van 60 liter is ongeveer 36 cm breed en 66 cm hoog, en die valt in een kleine keuken niet weg te werken.
De tabel hieronder lees je ook van rechts naar links. Weet je hoe vaak je wilt of moet legen, dan volgt daaruit welke inhoud je nodig hebt.
| Waar de bak staat | Gangbare inhoud | Waarom juist die maat | Hoe vaak hij leeg moet |
|---|---|---|---|
| Badkamer, naast de wastafel | 3 tot 8 liter | Zakdoekjes en wattenschijfjes zijn licht en luchtig, maar de bak moet binnen 20 tot 25 cm breedte naast de wastafel blijven | Een keer per week, of eerder bij natte watten |
| Toilet | 3 tot 5 liter | Naast de pot blijft zelden meer dan 25 cm vrije vloer over, dus de hoogte vangt de inhoud op en niet de doorsnede | Een keer per week |
| Slaapkamer | 5 tot 10 liter | Hier komt droog en licht afval in, dus het volume loopt langzaam op en er ontstaat geen geur | Als hij vol is |
| Bureau, werkkamer of kantoor | 10 tot 20 liter | Papier en verpakkingen vullen veel volume bij weinig gewicht, en de bak staat onder een blad van 75 cm | Als hij vol is |
| Keuken, gft-bakje op of naast het aanrecht | 5 tot 10 liter | Etensresten bepalen het legritme en niet het volume, dus klein en vaak leeg werkt beter dan groot | Om de twee tot drie dagen |
| Keuken, uittrekbak in een onderkast van 60 cm | 2 emmers van 15 tot 20 liter | Onder een aanrecht van 90 cm blijft na blad, plint en sifon ongeveer 38 cm vrije hoogte over | Twee keer per week |
| Keuken, vrijstaande pedaalemmer | 40 tot 60 liter | Op 60 liter past de gewone huisvuilzak zonder dat je hem oprolt of dubbelvouwt | Een tot twee keer per week |
| Bijkeuken of garage voor pmd | 60 tot 120 liter | Plastic en drinkpakken zijn licht en houden hun vorm, dus je betaalt in volume en niet in gewicht | Als hij vol is, vaak om de twee tot drie dagen |
| Minicontainer buiten | 140 of 240 liter | Dit zijn vaste maten van de inzameling en geen keuze van jou; 120 en 180 liter komen ook voor | Volgens de ophaalkalender, meestal om de een tot twee weken |
Weet je niet welke maat je nu hebt, kijk dan onder de bak of aan de binnenkant van het deksel. Staat daar niets, dan reken je hem uit met de binnenmaten, en dat kost minder tijd dan het zoeken naar het typenummer.
Wat een liter is en waarom er minder in gaat dan op de doos staat
Een liter is een kubus van 10 bij 10 bij 10 cm, oftewel 1000 kubieke centimeter. Een prullenbak van 30 liter is dus een bak waar dertig van die blokjes in passen, gemeten tot de bovenrand van de binnenemmer.
Die meting tot de rand is precies waarom de bak in het gebruik kleiner uitpakt. De zak slaat 10 tot 15 cm over de rand naar buiten, en bovenin moet ruimte overblijven om te knopen zonder dat het deksel op het afval drukt.

Reken daarom met ongeveer 80 procent van de opgegeven inhoud. Een pedaalemmer van 60 liter houdt in de praktijk zo'n 48 liter afval, een bak van 30 liter ongeveer 25 liter.
Bij een bak met een losse binnenemmer telt alleen die emmer mee. De buitenmantel is een paar centimeter ruimer, want daaromheen zit het pedaalmechaniek, het scharnier en een luchtspleet.
Liters omrekenen naar iets tastbaars komt vaker terug in huis. Bij verf werkt het net zo, alleen reken je daar met een laagdikte in plaats van een vulhoogte: uit de inhoud van het blik volgt hoeveel vierkante meter je met 10 liter latex verft.
Reken de inhoud van je eigen bak uit
Staat er geen inhoud op de bak, dan reken je hem in een minuut uit met de binnenmaten. Voor een ronde bak is dat de doorsnede maal zichzelf, maal 0,785, maal de binnenhoogte, gedeeld door 1000.
Een ronde bak van 30 cm doorsnee en 45 cm hoog komt zo op 30 maal 30 maal 0,785 maal 45 gedeeld door 1000, afgerond 32 liter. Voor een rechthoekige bak is het korter: breedte maal diepte maal hoogte, gedeeld door 1000.
Meet aan de binnenkant en niet aan de buitenkant. Een wand van 3 mm lijkt weinig, maar over een hele bak scheelt de buitenmaat al gauw een tiende, en bij een dubbelwandige bak met binnenemmer loopt dat op tot een kwart.
Een bak die taps toeloopt reken je met de gemiddelde doorsnede: meet boven en onder, tel op, deel door twee. Meet een bak bovenin 30 cm en onderin 24 cm, dan reken je met 27 cm, en bij dezelfde hoogte van 45 cm zakt de inhoud van 32 naar 26 liter.
Wil je liever zien dan rekenen, vul de bak dan met lege pakken van 1 liter. Vijf pakken naast elkaar laten meteen zien wat 5 liter in een badkamerbakje betekent.
| Vorm en binnenmaat | Inhoud tot de rand | Wat je er werkelijk in kwijt kunt | Waar deze maat voor staat |
|---|---|---|---|
| Rond, 18 cm doorsnee en 24 cm hoog | 6 liter | 5 liter | Het bakje naast de wastafel of de wc |
| Rond, 22 cm doorsnee en 30 cm hoog | 11 liter | 9 liter | Slaapkamer of een kleine badkamer |
| Rond, 25 cm doorsnee en 35 cm hoog | 17 liter | 14 liter | Bij een bureau of in een werkkamer |
| Rond, 28 cm doorsnee en 40 cm hoog | 25 liter | 20 liter | Losse pedaalemmer in een kleine keuken |
| Rond, 30 cm doorsnee en 45 cm hoog | 32 liter | 25 liter | De maat die de meeste mensen normaal noemen |
| Rond, 33 cm doorsnee en 55 cm hoog | 47 liter | 38 liter | Keukenbak voor twee personen |
| Rond, 36 cm doorsnee en 59 cm hoog | 60 liter | 48 liter | De grote pedaalemmer met een huisvuilzak erin |
| Rechthoekig, 20 bij 20 bij 30 cm | 12 liter | 10 liter | Smal bakje tussen kast en wand |
| Rechthoekig, 25 bij 25 bij 35 cm | 22 liter | 17 liter | Een emmer in een uittrekbak |
| Rechthoekig, 30 bij 25 bij 45 cm | 34 liter | 27 liter | Platte bak tegen een wand of in een nis |
| Rechthoekig, 35 bij 30 bij 60 cm | 63 liter | 50 liter | Sorteerbak in de bijkeuken |
De hoogte telt in deze som even zwaar als de doorsnede, maar de doorsnede telt dubbel. Een bak 5 cm breder maken levert meer liters op dan hem 5 cm hoger maken, en dat is ook de reden dat een smalle hoge bak minder houdt dan hij oogt.
Van afval per dag naar de maat die je nodig hebt
De maat die bij je huishouden past volgt uit twee getallen: hoeveel liter restafval er per dag bij komt en hoeveel dagen er tussen twee keer legen zitten. Vermenigvuldig die twee en deel de uitkomst door 0,8 voor de vulgraad.
Het eerste getal meet je zelf het nauwkeurigst. Tel een week lang hoeveel zakken er vol raken, vermenigvuldig dat met de inhoud van de zak en deel door zeven en door het aantal personen.
Als vuistregel houden wij 1,5 tot 3 liter restafval per persoon per dag aan in een huishouden dat gft, pmd, papier en glas apart houdt, en 3 tot 5 liter waar dat niet gebeurt. Luiers, kattenbakvulling en afhaalverpakkingen komen daar bovenop.
De uitkomst is een ondergrens en geen streefmaat. Een bak die twee keer zo groot is als nodig raakt niet sneller vol, maar het afval staat er wel twee keer zo lang in, en dat is de plek waar geur begint.
Een tweede bak buiten de keuken verlicht de eerste. Waar zo'n bak in de woonkamer kan staan zonder in de looproute te komen, hoort bij dezelfde afwegingen als het stylen van een woonkamer met losse spullen: een bak van 30 cm doorsnee pakt naast een bureau of een bank net zo hard 30 cm doorloop af.
| Huishouden | Restafval per dag | Inhoud bij legen om de drie dagen | Inhoud bij legen om de zeven dagen |
|---|---|---|---|
| Eén persoon die gft, pmd en papier scheidt | 2 liter | 8 liter | 18 liter |
| Eén persoon die weinig scheidt | 4 liter | 15 liter | 35 liter |
| Twee personen die scheiden | 4 liter | 15 liter | 35 liter |
| Twee personen die weinig scheiden | 8 liter | 30 liter | 70 liter |
| Vier personen die scheiden | 8 liter | 30 liter | 70 liter |
| Vier personen die weinig scheiden | 14 liter | 53 liter | 120 liter, dus een container buiten |
| Luiers, reken per twee luiers per dag bij | plus 3 liter | plus 11 liter | plus 26 liter, maar luiers wachten geen week |
Etensresten en luiers bepalen wanneer de bak leeg moet, niet hoeveel liter erin gaat. Ook in een bak van 60 liter begint dat afval na twee tot drie dagen te ruiken, dus reken die stromen apart en niet mee in de som hierboven.
Welke vuilniszak past op welke bak
Een zak past als hij aan twee maten voldoet: de vlakke breedte moet over de rand heen kunnen en de lengte moet de binnenhoogte plus de omslag halen. De breedte reken je uit door de omtrek van de rand te halveren en er 2 tot 4 cm bij op te tellen.
Voor een ronde bak van 30 cm doorsnee is die omtrek 94 cm, dus komt de zak op minstens 50 cm vlakke breedte. De lengte is de binnenhoogte plus 15 cm voor de omslag en de knoop, bij een bak van 45 cm dus 60 cm.
Een hoekige bak vraagt bij dezelfde inhoud een bredere zak dan een ronde. Een rechthoekige bak van 30 bij 25 cm heeft een omtrek van 110 cm en dus een zak van 58 cm breed, terwijl de ronde bak met vergelijkbare inhoud op 50 cm uitkomt: van alle vormen heeft een cirkel de kortste omtrek bij hetzelfde oppervlak.
De gangbare huisvuilzak is 60 liter en meet vlak ongeveer 65 bij 90 cm. Pedaalemmerzakken lopen in stappen van 10, 20, 30 en 45 liter, en de zakken die gemeenten voor pmd uitdelen houden meestal rond de 60 liter.
De liters op de verpakking zijn ruimer bemeten dan de meetkunde van de zak. Een zak van 65 bij 90 cm vormt opengevouwen een koker met een straal van bijna 21 cm en zou op papier ruim 80 liter houden; het verschil gaat op aan de omslag over de rand en aan de knoop die je nog moet kunnen leggen.
| Inhoud van de bak | Vlakke breedte die de zak minstens nodig heeft | Lengte die de zak nodig heeft | Zak die je daarvoor koopt |
|---|---|---|---|
| 5 liter, rond 18 cm | 31 cm | 40 cm | Zakje van 6 tot 10 liter |
| 11 liter, rond 22 cm | 38 cm | 45 cm | Pedaalemmerzak van 10 tot 15 liter |
| 20 liter, rond 28 cm | 47 cm | 55 cm | Pedaalemmerzak van 20 liter |
| 32 liter, rond 30 cm | 50 cm | 60 cm | Pedaalemmerzak van 30 liter |
| 47 liter, rond 33 cm | 55 cm | 70 cm | Zak van 45 liter |
| 60 liter, rond 36 cm | 60 cm | 75 cm | Normale vuilniszak van 60 liter, vlak ongeveer 65 bij 90 cm |
| 34 liter, rechthoekig 30 bij 25 cm | 58 cm | 60 cm | Zak van 45 liter, want de hoekige vorm vraagt een bredere zak dan de inhoud doet vermoeden |
Op de verpakking staat naast de liters ook de dikte in micron. Voor papier en verpakkingen volstaat een dunne zak, maar voor scherpe deksels, botjes en kapot serviesgoed pak je de dikste soort, want een zak scheurt aan de zijkant en niet aan de bodem.
Waar de bak komt te staan bepaalt de maat
Onder een aanrecht van 90 cm is de hoogte het knelpunt en niet de breedte. Van die 90 cm gaat een werkblad van 3 tot 4 cm af, een plint van 10 cm, de bodemplaat van de kast en in een spoelkast ook de spoelbak met de sifon eronder.
Wat er dan overblijft is ongeveer 38 cm vrije hoogte, en daar past een emmer van 15 tot 20 liter in en geen van 30. Dat is de reden dat een uittrekbak twee kleinere emmers naast elkaar heeft in plaats van één grote.
De breedte van de kast bepaalt het aantal vakken. Keukenonderkasten lopen in modules van 30, 45, 60 en 80 cm: in 30 cm past één emmer van 10 tot 15 liter, in 45 cm twee van 10 tot 12 liter, in 60 cm twee van 15 tot 20 liter en in 80 cm drie vakken die samen op 45 tot 60 liter uitkomen.
Een vrijstaande pedaalemmer van 60 liter is ongeveer 36 cm breed en 66 cm hoog, dus hij komt tot net onder het werkblad. Reken 40 cm vrije vloer plus 25 tot 30 cm boven de rand voor het deksel, want onder een bovenkast of een wandplank loopt dat deksel vast.
De hoogtes waar je zo'n bak tussen moet passen, van de aanrechthoogte van 90 cm tot de onderkant van een bovenkast, staan met hun marges in de maatwijzer met hoogtes en maten in huis. Staat de bak in het zicht, dan telt hij als los voorwerp mee in de ruimte, en dat is dezelfde afweging als bij de rest van de decoratie en het licht in een kamer.
Waarom een grotere bak eerder gaat ruiken
Geur komt niet van de hoeveelheid afval maar van de tijd die het in de bak staat. Bacteriën en schimmels op etensresten breken bij kamertemperatuur binnen twee tot drie dagen eiwitten en vetten af, en dat levert de zure en zoetige lucht op die je bij het openen ruikt.
Een grotere bak rekt precies die tijd op. Twee personen die een bak van 60 liter pas legen als hij vol is, laten de onderste laag zeven dagen of langer staan, terwijl diezelfde laag in een bak van 20 liter na twee dagen buiten staat.
Vocht versnelt dat proces. Een gesloten deksel houdt de damp uit etensresten binnen, die slaat neer op de koelere binnenwand, en in die film groeit schimmel het snelst.
De uitweg zit in twee bakken en niet in een grotere. Etensresten in een bakje van 5 tot 10 liter dat om de twee dagen leeg gaat, de rest in een grote bak die pas leeg hoeft als hij vol is.
Een bak die eenmaal ruikt, ruikt leeg gewoon verder, want de geurstoffen zitten in de aanslag op de wand en onder de rand van het deksel. Hoe je die laag eraf krijgt, staat bij het schoonmaken van een prullenbak.
Afval scheiden verandert welke maten je nodig hebt
Zodra gft, pmd, papier en glas apart gaan, wordt het restafval minder en verandert ook de vorm ervan. Elke stroom heeft zijn eigen verhouding tussen gewicht en volume, en daar hoort een andere maat bij.
Pmd is de lichtste en de omvangrijkste stroom: een zak van 60 liter vol flessen en folie weegt nog geen 2 kg, maar hij is binnen twee tot drie dagen vol. Glas is het omgekeerde, want een bakje van 10 liter vol flessen weegt al meer dan een volle restafvalzak.
Gft weegt per liter het meest en is de enige stroom die op tijd weg moet. Papier kost weinig volume zodra je dozen plat maakt, en dan is 20 liter per week genoeg voor een klein huishouden.
Buiten gaat het verder in vaste maten. Een minicontainer is meestal 140 of 240 liter, en in die 240 liter gaan drie tot vier volle zakken van 60 liter, want losse zakken laten lucht tussen zich staan.
Bij een ondergrondse container zit de beperking in de inworptrommel. Die neemt vaak 30 tot 60 liter per keer op, dus een propvolle zak van 60 liter gaat er niet altijd doorheen en twee halfvolle zakken werken dan beter dan één. Drie bakken naast elkaar in een bijkeuken vragen 90 tot 120 cm wand en zijn daarmee een meubelstuk geworden, met dezelfde maat- en kleurkeuzes als de rest van de losse spullen en accessoires in een ruimte.
Zo bepaal je in zes stappen welke maat je nodig hebt
Je begint bij wat je afval doet en eindigt bij wat de plek toelaat, want die twee moeten elkaar halen.
-
Tel een week lang je zakken en reken terug naar liters per dag
Schrijf op hoeveel zakken er vol raken en welke inhoud die zakken hebben. Deel dat totaal door zeven en door het aantal personen, dan heb je je eigen liters per persoon per dag in plaats van een vuistregel.
Neem er een weekend in mee, want daar wordt vaker gekookt en dat scheelt in een klein huishouden zo de helft.
-
Kies hoe vaak je wilt legen en reken de inhoud uit
Vermenigvuldig je liters per dag met het aantal dagen tussen twee keer legen en deel door 0,8. Bij 4 liter per dag en legen om de vijf dagen kom je op 25 liter, dus een bak van 30 liter.
-
Haal etensresten uit die som
Gft en luiers hebben een eigen ritme van twee tot drie dagen, wat je bak ook aankan. Zet daar een apart bakje van 5 tot 10 liter voor neer, dan mag de grote bak gerust een week blijven staan.
-
Meet de plek, met het deksel open erbij
Meet de vrije hoogte, de breedte en de diepte van de plek, en tel bij een klepdeksel 25 tot 30 cm boven de rand op. Onder een werkblad, een wandplank of een schuine muur is die opening de maat die de bak uitsluit, niet de inhoud.
-
Controleer de zakmaat die erbij hoort
Meet de omtrek van de rand met een stuk touw, halveer die en tel er 3 cm bij op voor de vlakke breedte van de zak. Voor de lengte neem je de binnenhoogte plus 15 cm, en die twee maten vergelijk je met wat er op de verpakking staat.
-
Kijk wat er buiten past voordat je koopt
Een zak van 60 liter past in een minicontainer en meestal ook in een inworptrommel, maar niet overal. Neem je een grotere bak, controleer dan eerst of de zak die daarin gaat ook door de opening komt waar je hem kwijt moet.
Maatwijzer
De hoogtes en maten die in een huis kloppen: bar, eettafel, tv, schilderij, wandlamp, kapstok en gordijnrails, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Onderdeel | Wat | Maat | Marge die werkt | Waar het van afhangt |
|---|---|---|---|---|
| Zitten | Bank, zithoogte | 44 cm | 40 tot 48 cm | Meet tot de ingezakte zitting, niet tot het bolle kussen. Hoger kom je makkelijker op en af, lager zit je meer achterover. |
| Zitten | Bank, zitdiepte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Boven 70 cm hangen je voeten vrij en zit je gedwongen onderuit. Loungebanken gaan tot 100 cm en zijn bedoeld om op te liggen. |
| Zitten | Bank, totale hoogte met rugleuning | 80 cm | 75 tot 90 cm | Staat de bank voor een raam, dan blijft hij onder de vensterbank als hij niet hoger is dan 80 cm. |
| Zitten | Fauteuil, zithoogte | 45 cm | 42 tot 48 cm | Een paar centimeter hoger dan de bank scheelt bij het opstaan. Een lage lounge-fauteuil zakt naar 38 cm. |
| Zitten | Salontafel, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Vuistregel: gelijk aan of net onder de zithoogte van de bank. Dan zet je je kopje neer zonder voorover te buigen. |
| Zitten | Salontafel, afstand tot de bank | 40 cm | 35 tot 45 cm | Minder en je knieën stoten tegen de rand, meer en je moet opstaan om je glas te pakken. |
| Zitten | Bijzettafel naast de bank, hoogte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Gelijk met de armleuning, dan pak je je glas zonder te kijken. |
| Zitten | Poef of voetenbank, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Iets lager dan de zitting waar je op zit, anders drukt de rand in je kuiten. |
| Zitten | Doorloop tussen bank en meubel | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm loop je er met een volle wasmand langs. 60 cm is te krap om elkaar te passeren. |
| Zitten | Tv-meubel, hoogte | 45 cm | 40 tot 55 cm | Hierop komt het midden van een 55 inch scherm op ongeveer 80 cm. Wil je het midden op ooghoogte, dan hang je de tv aan de wand. |
| Eten en bar | Barblad, hoogte | 105 cm | 100 tot 110 cm | De barkruk moet 25 tot 30 cm lager zijn dan het blad. |
| Eten en bar | Barblad, diepte | 40 cm | 30 tot 60 cm | 40 cm is een bord plus een glas. Wil je er ook snijden of een laptop neerzetten, dan 60 cm. |
| Eten en bar | Barblad, overstek voor je knieën | 25 cm | 20 tot 30 cm | Zonder overstek zitten je knieën tegen het kastje. Boven 30 cm moet het blad onderstut worden, anders kantelt het als iemand erop leunt. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij een blad van 105 cm | 78 cm | 75 tot 82 cm | Het verschil tussen zitting en blad blijft 25 tot 30 cm, want daar passen je bovenbenen. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij aanrechthoogte (90 cm) | 63 cm | 60 tot 67 cm | Hetzelfde verschil van 25 tot 30 cm. Een gewone barkruk van 78 cm is hier te hoog en je zit met je knieën omhoog. |
| Eten en bar | Bar, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Met 60 cm stoot je je elleboog niet tegen je buurman. Onder 55 cm zit je schouder aan schouder. |
| Eten en bar | Eettafel, hoogte blad | 75 cm | 72 tot 78 cm | Vaste maat in de meubelbranche, geen norm. Een dik hardstenen of houten blad telt mee, dus meet de bovenkant. |
| Eten en bar | Eettafel, vrije hoogte onder het blad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Hier zitten je bovenbenen. Een dikke tafelrand, een schuiflade of een dwarsbalk eet die ruimte op. |
| Eten en bar | Eetstoel, zithoogte | 45 cm | 44 tot 47 cm | Het verschil met het tafelblad moet 28 tot 32 cm zijn. Bij een tafel van 78 cm hoort dus een stoel van 46 tot 48 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Een placemat is 45 cm breed, de rest is ruimte voor je ellebogen en je glas. Aan de kopse kant reken je een extra plek van 60 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, diepte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Bij 80 cm raken de borden tegenover elkaar bijna. Bij 90 cm past er een schaal of een kaars in het midden. |
| Eten en bar | Ronde eettafel, diameter | 120 cm voor 4 personen | 110 tot 150 cm | Reken 60 cm omtrek per persoon en houd het midden vrij voor de schalen. Vanaf 140 cm zitten er zes mensen omheen. |
| Eten en bar | Ruimte achter een eetstoel | 100 cm | 75 tot 110 cm | 75 cm om de stoel achteruit te schuiven en op te staan, 100 cm om er ook achterlangs te lopen met een schaal. |
| Aan de muur | Schilderij, hartlijn boven de vloer | 145 cm | 140 tot 155 cm | Vuistregel, geen norm: het midden van het werk op ooghoogte van iemand die staat. Hang alles in de kamer op dezelfde hartlijn, dan loopt de wand rustig. |
| Aan de muur | Schilderij boven een bank, onderrand | 25 cm boven de rugleuning | 20 tot 30 cm | Lager en het lijkt of het werk op de bank leunt. Door de bank schuift de hartlijn omhoog naar 150 tot 165 cm, en dat mag hier. |
| Aan de muur | Schilderij boven een dressoir, onderrand | 25 cm boven het blad | 20 tot 30 cm | Genoeg om er een lamp of een vaas voor te zetten zonder dat die de lijst raakt. |
| Aan de muur | Wandcollage, ruimte tussen de lijsten | 6 cm | 5 tot 8 cm | Gelijke tussenruimte laat de groep als een vlak lezen. Boven 10 cm valt de groep uiteen in losse lijstjes. |
| Aan de muur | Schilderij in een trapgat, hartlijn | 145 cm boven de neus van de trede | 140 tot 150 cm | Meet loodrecht boven de voorkant van de trede waar je staat. Dan loopt de rij lijsten mee met de trap in plaats van scheef te lijken. |
| Aan de muur | Spiegel in de hal, hartlijn | 155 cm | 150 tot 165 cm | De bovenkant moet boven het hoofd van de langste huisgenoot uitkomen, anders ziet die zijn kruin niet. |
| Aan de muur | Spiegel boven de wastafel, onderkant | 20 cm boven het blad | 15 tot 25 cm | Ruimte voor de kraan en een zeeppompje. Bij 20 cm kijk je nog recht in je gezicht in plaats van tegen je hals. |
| Aan de muur | Wandklok, hartlijn | 180 cm | 170 tot 200 cm | Boven ooghoogte en boven de meubels, zodat je hem van de andere kant van de kamer ziet en er niemand voor staat. |
| Aan de muur | Tv, midden van het scherm | 105 cm | 100 tot 115 cm | Op ooghoogte als je op de bank zit: bij een zitting van 44 cm zit je oog op ongeveer 115 cm. Boven een schouw kijk je omhoog en dat voel je na een film in je nek. |
| Aan de muur | Tv, kijkafstand | 2 keer de schermdiagonaal | 1,5 tot 2,5 keer | Een 55 inch scherm is 140 cm diagonaal, dus 2 tot 3,5 m. Bij 4K mag je dichterbij zitten omdat je de pixels niet meer ziet. |
| Aan de muur | Stopcontact, hart boven de vloer | 30 cm | 25 tot 35 cm | Gewoonte, geen norm: NEN 1010 schrijft geen hoogte voor, alleen de zones in de badkamer. Achter een dressoir zet je hem net zo goed op 15 cm, boven een werkblad juist hoog. |
| Aan de muur | Schakelaar, hart boven de vloer | 105 cm | 90 tot 110 cm | Ook een gewoonte. 105 cm is de oude Nederlandse standaard: je vindt hem in het donker met je hand op heuphoogte. Voor kinderen en vanuit een rolstoel werkt 90 tot 100 cm beter. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, onderkant | 80 cm boven het blad | 75 tot 90 cm | Laag genoeg om het blad te verlichten, hoog genoeg om iemand tegenover je aan te kijken. Bij een plafond boven 280 cm mag hij iets hoger. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, breedte | 30 cm binnen de rand van het blad | 30 tot 40 cm binnen de rand | Anders stoot je je hoofd als je langs de tafel loopt of een stoel aanschuift. |
| Licht | Hanglamp boven een kookeiland, onderkant | 75 cm boven het blad | 70 tot 85 cm | Boven een blad van 90 cm kom je dan op 165 cm, ongeveer ooghoogte. Kies dus een kap die de lamp van onderaf afschermt. Bij twee of drie lampen reken je 70 tot 90 cm hart op hart. |
| Licht | Hanglamp in de hal of boven de trap, onderkant | 210 cm boven de vloer | 200 tot 230 cm | Vrije doorloop, niemand stoot zijn hoofd. Boven een trap meet je vanaf de hoogste trede die onder de lamp ligt. |
| Licht | Wandlamp, hart | 160 cm | 150 tot 170 cm | Ooghoogte. Schijnt de lamp opzij of omhoog, dan mag hij lager hangen. In een open lamp op ooghoogte kijk je recht in de bron. |
| Licht | Leeslamp naast een stoel, onderkant van de kap | 110 cm | 100 tot 125 cm | Net boven je schouder als je zit, dan valt het licht op de pagina en niet in je ogen. |
| Licht | Vloerlamp naast de bank, onderkant van de kap | 140 cm | 130 tot 150 cm | Je hoofd zit op de bank op ongeveer 130 cm. Blijft de kap daarboven, dan kijk je niet in het lampje. |
| Licht | Bedlamp aan de wand, hart | 65 cm boven de matras | 55 tot 75 cm | Op zithoogte in bed, zodat het licht op je boek valt. Meet vanaf de matras en niet vanaf de vloer, want een boxspring scheelt 20 cm. |
| Licht | Spiegellamp badkamer, twee lampen naast de spiegel | 160 cm hart | 155 tot 170 cm | Licht van de zijkant geeft geen schaduw onder je ogen en je kin. Een enkele lamp boven de spiegel doet dat wel. |
| Licht | Inbouwspot, afstand tot de wand | 70 cm | 60 tot 90 cm | Dichterbij krijg je een felle boog op het stucwerk, verder weg blijft de wand donker. Onderling 100 tot 150 cm, afhankelijk van de stralingshoek. |
| Licht | Buitenlamp naast de voordeur, hart | 190 cm | 170 tot 210 cm | Boven je hoofd, zodat je niet in de lamp kijkt terwijl je het slot zoekt. Op ooghoogte ben je juist blind. |
| Keuken | Aanrecht, hoogte bovenkant blad | 90 cm | 85 tot 95 cm | De Nederlandse standaard: onderkast, verstelbare poten en een blad van 3 tot 4 cm samen. Vuistregel: ellebooghoogte min 10 tot 15 cm, dus ben je langer dan 1,85 m, draai de poten dan uit. |
| Keuken | Werkblad, diepte | 60 cm | 57 tot 65 cm | Kookplaten en spoelbakken zijn op 60 cm gemaakt. Een diep blad van 70 cm geeft ruimte achter de kookplaat, maar je reikt verder naar de bovenkastjes. |
| Keuken | Bovenkastjes, onderkant boven het werkblad | 55 cm | 50 tot 60 cm | Onder 50 cm past je keukenmachine er niet onder en sta je met je hoofd tegen de deur. Boven 60 cm kom je niet bij het bovenste schap. |
| Keuken | Bovenkastjes, diepte | 35 cm | 32 tot 40 cm | Ondieper dan het werkblad, zodat je er niet tegenaan stoot als je over het blad buigt om te snijden. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaskookplaat, onderkant | 70 cm | 65 tot 75 cm | De vlam en de hete lucht moeten weg kunnen: onder 65 cm boven de pannendrager wordt het vetfilter te heet. Houd altijd de minimummaat uit de handleiding aan, dat is een eis van de fabrikant. |
| Keuken | Afzuigkap boven inductie, onderkant | 60 cm | 55 tot 65 cm | Geen vlam, dus hij mag lager, en lager hangen vangt meer damp. Ook hier is de handleiding leidend, want die maat hoort bij het apparaat. |
| Keuken | Kookeiland, loopruimte rondom | 120 cm | 100 tot 150 cm | Bij 100 cm kun je de vaatwasser openen en er nog langs. Bij 120 cm passeren twee mensen elkaar terwijl er een lade open staat. |
| Keuken | Twee keukenrijen tegenover elkaar, afstand | 120 cm | 110 tot 140 cm | Een ovendeur en een lade die tegenover elkaar open staan hebben allebei ongeveer 60 cm nodig. |
| Keuken | Oven op werkhoogte, bodem van de ovenruimte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Je tilt een hete bakplaat er recht uit in plaats van gebogen. Boven 100 cm til je een schaal boven je middel en zie je niet meer wat erin staat. |
| Keuken | Vaatwasser, nismaat | 60 cm breed, 82 cm hoog | 60 tot 60,5 cm breed | Een onderbouwmodel schuift onder een blad van 90 cm. Een vrijstaand model heeft zijn eigen bovenblad en is ongeveer 85 cm hoog. |
| Keuken | Inbouwkoelkast, nishoogte | 88, 122 of 178 cm | vaste maten per model | De kast volgt de nismaat, dus meet de nis en niet het apparaat. Achter en boven het apparaat moet ventilatieruimte vrij blijven. |
| Keuken | Stopcontact boven het werkblad, hart | 115 cm | 110 tot 120 cm | Dat is 20 tot 30 cm boven het blad, dus vrij van spetters en niet weggewerkt achter de waterkoker. Houd minstens 30 cm afstand tot de spoelbak. |
| Keuken | Keukenplint, hoogte | 10 cm | 10 tot 15 cm | De poten zijn verstelbaar en met de plint stel je de aanrechthoogte fijn in. De plint staat 5 cm terug, zodat je met je tenen onder het kastje kunt. |
| Trap, hal en deur | Trapleuning, hoogte | 90 cm | 80 tot 100 cm (norm) | Norm: het Bouwbesluit, sinds 2024 het Besluit bouwwerken leefomgeving, eist een leuning tussen 80 en 100 cm, gemeten vanaf de voorkant van de trede. Een leuning is verplicht als je over de trap meer dan 1 m stijgt. |
| Trap, hal en deur | Optrede, hoogte van een trede | maximaal 18,8 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw tot 22 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl, voor een woning. Oude trappen zijn vaak 20 tot 21 cm en dat mag blijven zolang je de trap niet vernieuwt. |
| Trap, hal en deur | Aantrede, diepte van een trede | minimaal 22 cm bij nieuwbouw | 22 cm is de ondergrens (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Bij een draaiende trap geldt die maat op de looplijn, dus in de punt van een kwartdraai mag de trede smaller zijn. |
| Trap, hal en deur | Trap, vuistregel voor comfortabel lopen | 2 x optrede + aantrede = 60 cm | 58 tot 64 cm | Geen norm maar een oude vuistregel. 17 op en 26 aan loopt rustig (60), 20 op en 22 aan is een gewone Nederlandse trap (62). Daarbuiten struikel je op de maat. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije breedte | 80 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 70 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Onder 80 cm krijg je een matras of een bank niet naar boven. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije hoogte erboven | 230 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 190 cm (norm) | Norm, gemeten loodrecht boven de voorkant van de trede. Bij een dichtgezette zoldertrap is dit de maat waar je tegen de balk loopt. |
| Trap, hal en deur | Vloerafscheiding langs een trapgat of vide | 100 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 90 cm (norm) | Norm: verplicht zodra het verval meer dan 1 m is. Openingen mogen niet groter zijn dan 10 cm en tussen 20 en 70 cm boven de vloer mag er niets zijn waar een kind op kan klimmen. |
| Trap, hal en deur | Binnendeur, dagmaat van het kozijn | 83 x 201,5 cm | 78, 83, 88 of 93 cm breed; 201,5, 211,5 of 231,5 cm hoog | Industriestandaard, geen norm. Na montage houd je ongeveer 3 cm minder vrije doorgang over, dus voor een rolstoel of rollator kies je een blad van 93 cm. |
| Trap, hal en deur | Deurkruk, hoogte | 100 cm | 95 tot 105 cm | Gewoonte: het slot zit in een standaardkozijn op die hoogte. Verplaatsen kan alleen als je het slotgat in het blad meeverhuist. |
| Trap, hal en deur | Kapstok, hoogte van de haken | 170 cm | 160 tot 180 cm | Een lange jas hangt ongeveer 100 cm af, dus op 170 cm blijft hij vrij van de vloer. Een kinderkapstok komt op 110 tot 120 cm. |
| Trap, hal en deur | Hal, vrije loopruimte | 100 cm | 90 tot 120 cm | Onder 90 cm kun je niet met twee mensen langs elkaar en past er geen kinderwagen naast de kapstok. |
| Trap, hal en deur | Drempel, hoogte | maximaal 2 cm | 0 tot 2 cm | Boven 2 cm struikel je eroverheen en kom je er met een rollator of rolstoel niet zonder helling over. Een schuine aanloop haalt de rand eraf. |
| Slapen | Bed, bovenkant matras | 55 cm | 45 tot 65 cm | Zit je op de rand met je voeten plat op de vloer en je knieën in een hoek van 90 graden, dan is de hoogte goed. Een boxspring komt vaak op 60 tot 65 cm, een laag frame op 45. |
| Slapen | Matras, standaardmaten | 140 x 200 cm | 80, 90, 120, 140, 160 of 180 cm breed; 200 of 210 cm lang | Ben je langer dan 1,90 m, neem dan 210 cm. Twee losse matrassen van 90 x 210 vullen samen een bed van 180 x 210. |
| Slapen | Nachtkast, hoogte bovenblad | 60 cm | 55 tot 70 cm | Gelijk met of iets boven de matras, dan zet je liggend je glas neer zonder te kijken. Bij een boxspring van 65 cm hoort dus een hoge nachtkast. |
| Slapen | Loopruimte naast het bed | 70 cm | 60 tot 90 cm | 60 cm is genoeg om langs te lopen, 70 cm om het bed op te maken zonder tegen de kast te stoten. |
| Slapen | Kledingroede voor lange kleding | 160 cm | 150 tot 170 cm | Een jas of lange jurk hangt 120 tot 140 cm af, dus eronder blijft nog ruimte voor een lade of een schoenenbak. |
| Slapen | Kledingroede voor korte kleding | 100 cm | 95 tot 110 cm | Hemden en dubbelgevouwen broeken hangen 70 tot 90 cm af. Met twee roedes boven elkaar, op 100 en 195 cm, verdubbel je de hangruimte. |
| Slapen | Kast, diepte voor hangende kleding | 60 cm | 55 tot 65 cm | Een hanger is 45 cm breed en met 60 cm diepte sluit de deur zonder dat de mouwen klem zitten. Is de kast ondieper dan 55 cm, zet de roede dan in de lengte. |
| Slapen | Kast, legborddiepte voor truien en broeken | 40 cm | 35 tot 45 cm | Een opgevouwen trui is ongeveer 30 cm breed. Met 40 cm valt de stapel niet naar voren als je de deur opent. |
| Slapen | Kast, hoogste bruikbare schap | 200 cm | 190 tot 210 cm | Verder reik je niet zonder trapje. Wat boven 210 cm staat, is opslag voor koffers die je twee keer per jaar pakt. |
| Slapen | Hoogslaper, vrije hoogte boven de matras | 100 cm | 90 tot 110 cm | Genoeg om rechtop in bed te zitten. Meet van de bovenkant van de matras tot het plafond, niet tot de bodem van het bed. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, hoogte boven het kozijn | 12 cm | 10 tot 15 cm | Boven het kozijn laat het raam groter lijken en houdt de rail het gordijn uit het glas. Zit het plafond dichtbij, monteer de rail dan 5 tot 10 cm onder het plafond of direct tegen het plafond. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, uitloop naast het kozijn | 20 cm per zijde | 15 tot 25 cm | Daar staat het opzij geschoven gordijn geparkeerd, zodat het niet voor het glas blijft hangen en je het daglicht niet inlevert. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vloer | 1 cm boven de vloer | 0 tot 2 cm | Net vrij van de vloer: het sleept niet en hangt toch recht. Wil je het gordijn op de vloer laten vallen, maak het dan 5 tot 10 cm langer dan de maat tot de vloer. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vensterbank | 2 cm boven de bank | 1 tot 3 cm | Vrij van de bank, zodat het gordijn niet omkrult op de plank en de warmte van de radiator eronder langs kan. |
| Raam en gordijn | Gordijn, stofbreedte | 2 keer de railbreedte | 1,5 tot 2,5 keer | Bij 1,5 keer hangt de stof vlak, bij 2,5 keer krijg je volle plooien. Een wave-rail vraagt 2 tot 2,5 keer, anders staat de golf niet. |
| Raam en gordijn | Rolgordijn of plissé in de dag, speling | 0,5 cm per zijde | 0,3 tot 1 cm | Meet de dagmaat op drie hoogtes en neem de kleinste maat, want een kozijn staat zelden haaks. |
| Raam en gordijn | Vitrage, afstand tot het glas | 5 cm | 3 tot 10 cm | Tegen koud glas wordt de stof vochtig en krijg je vlekken. Verder naar binnen botst hij op de vensterbank of de raamkruk. |
| Raam en gordijn | Vensterbank binnen, diepte | 20 cm | 15 tot 30 cm | Volgt de dikte van de muur plus een overstek van 2 tot 3 cm. Vanaf 20 cm staat een plant er stabiel op. |
| Raam en gordijn | Vensterbank buiten, overstek | 4 cm | 3 tot 5 cm | Met een waterhol aan de onderkant. Zonder dat overstek loopt regenwater terug over de gevel en krijg je vuilstrepen onder het raam. |
| Raam en gordijn | Radiator onder het raam, onderkant | 12 cm boven de vloer | 10 tot 15 cm | Er moet lucht onderlangs kunnen, daar begint de convectie. Houd ook 3 tot 5 cm tussen radiator en wand en 10 cm vrij onder de vensterbank. |
| Werken | Bureau, hoogte blad zittend | 74 cm | 72 tot 76 cm | Je onderarmen liggen horizontaal op het blad en je schouders blijven laag. Kun je het blad niet verstellen, zet dan de stoel hoger en je voeten op een steun. |
| Werken | Zit-stabureau, stahoogte | 105 cm | 95 tot 120 cm | Ellebooghoogte staand. Vuistregel: je lichaamslengte min 75 cm, dus bij 1,80 m kom je op 105 cm. |
| Werken | Bureaustoel, zithoogte | 45 cm | 40 tot 52 cm | Voeten plat op de vloer, knieën iets lager dan je heupen. De gasveer van een bureaustoel dekt dat bereik zelf. |
| Werken | Vrije hoogte onder het bureaublad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Je bovenbenen moeten eronder passen, ook met een lade of een kabelgoot. Houd daarnaast 60 cm breed en 60 cm diep beenruimte vrij. |
| Werken | Bureaublad, diepte | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm staat het scherm op armlengte, 50 tot 80 cm van je ogen, en ligt je toetsenbord er nog voor. |
| Werken | Beeldscherm, bovenrand | op ooghoogte of iets lager | 110 tot 125 cm boven de vloer | Je kijkt dan licht naar beneden en dat is de rustpositie van je ogen. Een laptop op het blad zit ongeveer 20 cm te laag, dus zet hem op een standaard met een los toetsenbord. |
| Werken | Toetsenbord, afstand tot de bladrand | 10 cm | 8 tot 15 cm | Daar rusten je handpalmen. Zonder die strook hangen je armen in de lucht en trekt het in je schouders. |
| Werken | Wandplank boven het bureau, onderkant | 45 cm boven het blad | 40 tot 60 cm | Een A4-ordner is 32 cm hoog, dus die past er nog onder, en je stoot je hoofd niet als je opstaat. |
| Werken | Boekenschap, diepte | 25 cm | 20 tot 30 cm | Een pocket is 12 cm diep, een gebonden boek 16 tot 20 cm. Bij 25 cm staan ze allemaal binnen de rand. |
| Werken | Boekenschap, overspanning zonder steun | 80 cm | 70 tot 90 cm | Boeken wegen al snel 25 kg per meter schap. Bij 18 mm plaatmateriaal blijf je onder 80 cm, anders zakt het schap zichtbaar door. |
| Keuken | Schap voor borden, diepte | 32 cm | 30 tot 35 cm | Een plat bord is 26 tot 28 cm in doorsnee. Met 32 cm houd je een vinger ruimte om de stapel te pakken zonder te schuiven. |
| Badkamer | Wastafel, bovenkant | 85 cm | 80 tot 95 cm | Vuistregel: heuphoogte, dan buig je niet voorover om je handen te wassen. Gebruiken kinderen de wastafel, dan is 80 cm prettiger. |
| Badkamer | Opzetkom, hoogte van het meubel | 75 cm | 70 tot 80 cm | Tel de kom van 10 tot 15 cm erbij op, dan komt de bovenrand op 85 tot 95 cm. Vergeet die optelsom en je wast je handen op keukenhoogte. |
| Badkamer | Handdoekhaak naast de wastafel | 140 cm | 120 tot 160 cm | Binnen handbereik met natte handen, dus naast de wastafel en niet aan de andere kant van de ruimte. |
| Badkamer | Handdoekradiator, onderkant | 20 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Daar zitten de aansluitingen en je kunt eronder dweilen. Hang de bovenkant niet hoger dan 180 cm, anders kom je niet bij de handdoek. Een smalle handdoekradiator geeft weinig vermogen, dus reken hem niet als enige verwarming. |
| Badkamer | Douchekraan, hart | 100 cm | 95 tot 110 cm | Heuphoogte, zodat je de kraan kunt bedienen zonder onder de koude straal te gaan staan. |
| Badkamer | Badkraan, hart | 65 cm | 60 tot 75 cm | Ongeveer 20 cm boven de badrand, dan kun je bijmengen terwijl je in bad zit. |
| Badkamer | Regendouchekop | 210 cm | 200 tot 225 cm | Minstens 20 cm boven het hoofd van de langste gebruiker, want je staat er recht onder. Bij een schuin dak meet je op het punt waar je echt staat. |
| Badkamer | Handdouche aan een glijstang, bovenste stand | 190 cm | 180 tot 200 cm | De stang is 60 tot 90 cm lang, dus de onderste stand komt rond 110 cm. Daarmee spoel je het bad, een kind of de hond af. |
| Badkamer | Toilet, zithoogte | 40 cm | 38 tot 48 cm | Standaard is 40 cm. Een verhoogd toilet van 45 tot 48 cm zit op stoelhoogte en daar sta je makkelijker van op. Bij een hangend toilet bepaal je de hoogte zelf met het inbouwframe. |
| Badkamer | Toilet, vrije ruimte voor de pot | 60 cm | 55 tot 70 cm | Daar staan je knieën en voeten. Zijwaarts wil je 80 cm breedte, anders zit je met je schouder tegen de muur. |
| Badkamer | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 75 cm hoog; 20 tot 30 cm voor de voorkant van de pot | Zittend pak je de rol zo zonder te draaien. Hang je hem naast of achter je, dan verdraai je je rug elke keer. |
| Badkamer | Fonteintje in het toilet, bovenkant | 85 cm | 80 tot 90 cm | Dezelfde hoogte als een wastafel. Let op de draairichting van de deur, want een fonteintje van 40 cm breed vraagt een vrije hoek. |
| Badkamer | Stopcontact in de badkamer | buiten 60 cm van bad of douche | norm, geen gewoonte | NEN 1010 verdeelt de badkamer in zones: binnen 60 cm van de rand van een bad of douche mag geen wandcontactdoos. Alle wandcontactdozen moeten achter een aardlekschakelaar van 30 mA. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nalopen voordat je een prullenbak koopt
Uit de praktijk
De zak zakt steeds de bak in
Het symptoom is een zak die halverwege de dag naar binnen glijdt en waar het afval dan naast valt. De oorzaak is bijna altijd de vlakke breedte: een zak die net zo breed is als de halve omtrek van de rand houdt zich alleen vast met wrijving en heeft geen omslag om op te rusten.
Reken de zak daarom 2 tot 4 cm ruimer dan de halve omtrek en houd minstens 10 cm omslag over de rand aan. Een zak die te kort is, valt om dezelfde reden: als het afval de bodem raakt wordt de zak omhoog getrokken, en de laatste centimeters omslag schieten dan over de rand.
Een rand met een klemring of een tweede ring over de omslag lost het op waar de maat niet klopt. Zonder zo'n ring is een zak één maat groter een betere ruil dan een zak die op liters wel klopt.
De bak past in de kast maar de lade gaat niet meer dicht
Het loopt vast op diepte en niet op inhoud. In een spoelkast hangt de sifon op ongeveer 50 tot 68 cm boven de vloer en die neemt achterin 12 tot 15 cm diepte in beslag, precies op de hoogte waar de bovenrand van een uittrekbak langskomt.
Meet daarom de vrije diepte op de hoogte van de emmerrand en niet bij de bodem van de kast. Past het niet, dan is een bak lager maken zinloos en een bak ondieper maken de oplossing, of je verplaatst de bakken naar de kast naast de spoelkast waar geen afvoer hangt.
De bak is ruim genoeg en zit toch elke dag vol
Zit een bak van 30 liter na één dag vol terwijl de som zegt dat hij drie dagen mee moet, dan zit er lucht in en geen afval. Een pizzadoos van 30 bij 30 cm, een melkpak en een kartonnen verpakking die je heel weggooit, vullen samen tot drie keer het volume dat ze ingedrukt innemen.
Het gaat om de vorm en niet om de hoeveelheid: holle verpakkingen houden hun ruimte vast, en een zak van 60 liter is daarmee na tien voorwerpen vol. Vouw dozen plat, druk pakken in en houd papier en karton apart, dan haalt dezelfde bak wel zijn drie dagen.
Veelgemaakte fouten
De buitenmaat voor de inhoud aanzien
De opgegeven liters slaan op de binnenemmer tot de rand. Bij een dubbelwandige bak zit daar een mantel, een pedaalmechaniek en een luchtspleet omheen, en dan is de buitenmaat een kwart groter dan de inhoud doet vermoeden.
Reken bij het meten dus met de binnenmaat en bij het passen met de buitenmaat. Dat zijn twee verschillende getallen die je allebei nodig hebt.
Een zak kopen op liters in plaats van op centimeters
De liters op een pak zakken zeggen niets over de omtrek van jouw bak. Twee bakken van 30 liter, de ene rond en de andere hoekig, vragen zakken die 8 cm in breedte verschillen.
Kijk daarom naar de vlakke breedte en de lengte in centimeters, die op elk pak staan. Die twee maten bepalen of de zak past, en de liters zijn niet meer dan een ruwe aanduiding.
Eén grote bak nemen voor alles bij elkaar
Met etensresten erin bepaalt de geur wanneer de bak leeg moet, en dat is na twee tot drie dagen. Een bak van 60 liter is dan na twee dagen een kwart vol en gaat toch naar buiten, dus je betaalt in zakken wat je in ruimte wint.
Splits liever in een klein gft-bakje en een grote restbak. De grote bak mag dan een week blijven staan omdat er niets in rot.
De ruimte boven de bak vergeten
Een klepdeksel zwaait 25 tot 30 cm boven de rand open en een pedaaldeksel iets minder. Onder een wandplank, een bovenkast of een schuine muur stopt het deksel dan halverwege, en dat betekent elke keer met één hand het deksel vasthouden.
Meet de vrije hoogte boven de plek dus mee, of kies een bak met een schuifdeksel of een inwerpklep. Die hebben boven de rand niets nodig.
De bak tot aan de rand vullen
Dan is er niets meer over om de zak mee dicht te knopen en drukt het deksel op het afval. Je perst de zak bij het uittillen langs de rand, en juist daar scheurt hij open.
Houd de laatste 10 tot 15 cm vrij, wat neerkomt op de 80 procent vulgraad waar de maatberekening mee rekent. Zit een bak steeds tot de rand vol, dan is hij een maat te klein.
Een smalle hoge bak kiezen omdat hij minder plek lijkt te kosten
In de formule telt de doorsnede twee keer mee en de hoogte maar één keer. Een bak van 20 cm doorsnee en 60 cm hoog houdt 19 liter, terwijl een bak van 30 cm doorsnee en 40 cm hoog op 28 liter komt met dezelfde vloeroppervlakte in de smalle richting.
Smal en hoog werkt in een nis of tussen twee kasten, maar reken er niet op dat er evenveel in gaat. En bij dezelfde inhoud vraagt de hogere bak een langere zak.
Veelgestelde vragen
Hoeveel liter is een normale prullenbak in de keuken?
In de keuken is 40 tot 60 liter normaal voor een vrijstaande pedaalemmer en 15 tot 20 liter per emmer voor een uittrekbak in een onderkast. Het verschil zit in de plek: onder een aanrecht van 90 cm blijft na het werkblad, de plint en de sifon ongeveer 38 cm vrije hoogte over, en daar past geen emmer van 30 liter in.
Voor een huishouden van twee dat afval scheidt, is 30 tot 40 liter genoeg bij twee keer per week legen. Kook je veel en gaat alles in dezelfde bak, dan zit je eerder aan 60 liter.
Hoeveel liter is een prullenbak voor de badkamer of het toilet?
Een badkamerbakje is meestal 3 tot 8 liter en een bakje naast het toilet 3 tot 5 liter. Die maat komt niet uit de hoeveelheid afval maar uit de breedte die naast een wastafel of een pot overblijft, vaak niet meer dan 20 tot 25 cm.
Een ronde bak van 18 cm doorsnee en 24 cm hoog is precies 6 liter. Dat klinkt klein, maar met wekelijks legen blijft hij ruim genoeg voor zakdoekjes, watten en lege verpakkingen.
Hoeveel liter is een normale vuilniszak?
De normale huisvuilzak in Nederland is 60 liter en meet vlak ongeveer 65 bij 90 cm. Daarnaast zijn er pedaalemmerzakken van 10, 20, 30 en 45 liter, en de zakken die gemeenten voor pmd uitdelen houden meestal rond de 60 liter.
De liters op de verpakking zijn niet de meetkundige inhoud van de zak. Opengevouwen vormt een zak van 65 bij 90 cm een koker met een straal van bijna 21 cm, wat op papier ruim 80 liter zou zijn; de rest gaat op aan de omslag over de rand en de knoop.
Hoeveel liter prullenbak heb je nodig met twee personen?
Twee personen die gft, pmd, papier en glas scheiden produceren samen ongeveer 4 liter restafval per dag. Wil je om de drie dagen legen, dan kom je op 4 maal 3 gedeeld door 0,8, dus 15 liter; leeg je één keer per week, dan is 35 liter de maat.
Gaat alles ongescheiden in dezelfde bak, dan verdubbelt dat en zit je bij wekelijks legen aan 70 liter, wat neerkomt op twee zakken of een bak plus een container buiten.
Hoe reken je uit hoeveel liter een prullenbak is?
Voor een ronde bak vermenigvuldig je de binnendoorsnede met zichzelf, dan met 0,785 en dan met de binnenhoogte, en deel je door 1000. Voor een rechthoekige bak is het breedte maal diepte maal hoogte, ook gedeeld door 1000.
Een ronde bak van 30 bij 45 cm komt zo op 32 liter, een rechthoekige van 30 bij 25 bij 45 cm op 34 liter. Loopt de bak taps toe, neem dan het gemiddelde van de bovenste en de onderste doorsnede, anders reken je jezelf een kwart te rijk.
Waarom gaat er minder in de bak dan de opgegeven liters?
Omdat de inhoud gemeten is tot de rand van de binnenemmer, en die bovenste centimeters blijven in gebruik leeg. De zak slaat 10 tot 15 cm over de rand naar buiten, en bovenin moet ruimte blijven om te knopen zonder dat het deksel op het afval drukt.
Reken daarom met ongeveer 80 procent. Een bak van 60 liter houdt in de praktijk zo'n 48 liter, een bak van 30 liter ongeveer 25 liter, en dat is precies het getal waarmee je de maat voor je huishouden berekent.
Hoeveel liter prullenbak past er onder het aanrecht?
In een onderkast van 60 cm breed passen twee emmers van 15 tot 20 liter, in een kast van 45 cm twee van 10 tot 12 liter, en in een kast van 30 cm één emmer van 10 tot 15 liter. De hoogte is de beperking: van de 90 cm aanrechthoogte blijft na blad, plint, bodemplaat en sifon ongeveer 38 cm over.
De hoogtes die je daarvoor nodig hebt, van de aanrechthoogte tot de onderkant van de bovenkastjes, staan met hun marges in de maatwijzer. Meet de vrije diepte op de hoogte van de emmerrand, want daar hangt de sifon in de weg.
Is een grotere prullenbak altijd handiger?
Voor droog afval wel, voor etensresten niet. Een grotere bak betekent dat hetzelfde afval langer binnen staat, en etensresten beginnen bij kamertemperatuur na twee tot drie dagen te ruiken, hoeveel liter er verder ook in gaat.
Een grote bak werkt dus alleen als gft er niet in zit. De combinatie die wel werkt is een bakje van 5 tot 10 liter voor etensresten dat om de twee dagen leeg gaat, met een bak van 40 tot 60 liter voor de rest.
Hoeveel weegt een volle vuilniszak van 60 liter?
Gewoon restafval weegt losgestort ongeveer 100 tot 150 kg per kubieke meter, dus een volle zak van 60 liter komt op ongeveer 6 tot 9 kg. Dat is de reden dat zo'n zak met twee handen aan de knoop te tillen is.
Met glas, tegels of natte gft loopt dat hard op en haalt de zak het niet. Vul een zak bij zware stromen niet verder dan een derde, en gebruik een dikkere soort, want een zak scheurt aan de zijkant onder zijn eigen gewicht.
Hoe vaak moet je een prullenbak legen en schoonmaken?
Een bak met etensresten gaat om de twee tot drie dagen leeg, een bak met droog afval als hij vol is. Schoonmaken hoort ongeveer een keer per maand, en eerder zodra er vocht onder de zak heeft gestaan.
De geur blijft namelijk achter in de film op de wand en onder de rand van het deksel, en die ruik je ook als de bak leeg is. Hoe je die aanslag eraf krijgt en wat je beter niet gebruikt, staat bij het schoonmaken van een prullenbak.
Welke maat prullenbak past bij een bureau of een kantoor?
Bij een bureau is 10 tot 20 liter gangbaar. Papier, enveloppen en verpakkingen vullen veel volume bij weinig gewicht, dus je kiest hier op ruimte en niet op draagvermogen.
Een ronde bak van 25 cm doorsnee en 35 cm hoog is 17 liter en past onder een blad van 75 cm zonder tegen je knieën te komen. Houd papier apart, want dan blijft de bak bij het bureau wekenlang bruikbaar.
Past een zak van 60 liter in een ondergrondse container?
Meestal wel, maar niet altijd. De inworptrommel neemt per keer vaak 30 tot 60 liter op, en dat verschilt per gemeente en per type zuil, dus een propvolle en stijf gevulde zak van 60 liter blijft er soms in steken.
Twee zakken die voor twee derde gevuld zijn, gaan er wel doorheen en zijn ook lichter te tillen. Bij een minicontainer speelt dat niet: in een container van 240 liter gaan drie tot vier volle zakken van 60 liter.
Verder lezen over dit onderwerp
Woonkamer stylen
Prullenbak schoonmaken
