Hotelschakelaar aansluiten: welke schakelaar waar komt
Een hotelschakelaar aansluiten komt neer op twee wisselschakelaars aan de uiteinden van de rij en per bedienpunt daartussen één kruisschakelaar. De fase komt op de common van de eerste schakelaar, tussen de punten lopen steeds twee reizigers, en vanaf de laatste common gaat de schakeldraad naar het armatuur. Welk punt de kruisschakelaar wordt, bepaalt niet de plek aan de muur maar de doos waarin vier aders liggen. Klopt de bedrading, dan wisselt de lamp bij elke klik van stand, in alle acht combinaties.
Dit heb je nodig
- Tijd
- een dagdeel als de buizen er liggen
- Moeilijkheid
- Alleen met ervaring in elektra
- Kosten
- 30 tot 80 euro aan schakelmateriaal, meer zodra er buis en draad bij moeten
Gereedschap
- Tweepolige spanningstester, geen spanningzoeker in een schroevendraaier
- Doorbeltester of multimeter om klemmen uit te meten
- Geïsoleerde schroevendraaiers, plat 2,5 mm en kruis PZ1
- Draadstripper met instelbare striplengte
- Trekveer als er nog aders door de buis moeten
- Kleine waterpas of een kruislijnlaser voor de afdekramen
- Schilderstape en een fijne stift om elke ader te labelen
Materiaal
- Twee wisselschakelaars met drie klemmen
- Eén kruisschakelaar met vier klemmen, en per extra bedienpunt één meer
- Afdekramen uit dezelfde serie, zodat de klemindeling per doos gelijk is
- Installatiedraad 1,5 mm² in bruin, zwart, grijs, blauw en geelgroen
- Inbouwdozen in de diepe uitvoering van 60 mm voor de kruisschakelaar
- Lasklemmen en een ruimere lasdoos dan de standaard centraaldoos
Wat er al ligt bepaalt hoe groot deze klus is
Een hotelschakelaar aansluiten is drie keer dezelfde handeling in drie dozen. Het schema is bij elk bedienpunt gelijk, dus de omvang van de klus hangt niet aan de schakeling maar aan het aantal aders dat er al in de buis ligt.
De telling is vast. Naar elke wisselschakelaar aan de uiteinden lopen drie aders en naar elke kruisschakelaar ertussen vier, en die vierde ader is in bestaande woningen bijna nooit alvast meegetrokken.
Open daarom eerst alle dozen die je gaat gebruiken en tel wat erin ligt, voordat je schakelmateriaal koopt. Hoe de schakeling zich verhoudt tot de rest van de installatie staat bij elektra en groepen in huis, met de groepen en de meterkast erbij.
Loopt er te weinig ader naar het middelste punt, dan heb je drie uitwegen: een ader bijtrekken door dezelfde buis, een ander punt als kruisschakelaar aanwijzen, of de wand dichtlaten en met een impulsrelais werken. Welke van de drie het wordt, beslis je voordat je een schakelaar uit de verpakking haalt.
De tabel hieronder leest van boven naar beneden mee met hoeveel werk er voor je ligt. Herken je je eigen situatie in de bovenste rijen, dan is dit een middag; in de onderste rijen is het eerst een besluit over draad trekken en pas daarna een klus.
| Wat er nu ligt | Wat de klus dan inhoudt | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|
| Open wand of nieuwbouw, er ligt nog geen buis | Buis trekken naar drie punten en naar de centraaldoos, daarna aders intrekken | Vier aders van 1,5 mm² door een buis van 16 mm met twee bochten gaat alleen met een trekveer |
| Buizen liggen er, lege inbouwdozen op alle drie de punten | Aders intrekken, drie schakelaars afmonteren en testen | De doos van de kruisschakelaar: vier aders plus een klembak past zelden in een doos van 40 mm |
| Bestaande wisselschakeling met twee bedienpunten | Er komt één kruisschakelaar bij, in een doos die aan het traject tussen de twee punten ligt | Naar die nieuwe doos moeten vier aders, en de bestaande buis loopt er meestal niet langs |
| Eén enkelpolige schakelaar op de lamp | Twee punten erbij: de bestaande doos wordt wisselschakelaar en er komt een kruisschakelaar in de rij | Naar een enkelpolige schakelaar lopen vaak twee aders, dus er moet er minstens één bij |
| Alle buizen vol, wand blijft dicht | Impulsrelais bij het lichtpunt met drukknoppen, of een draadloze zender op de bestaande punten | Zo'n module heeft een nul nodig in de doos waar hij komt, en die ligt zelden in een schakelaardoos |
| Installatie van voor 1975 zonder aarde naar het lichtpunt | Eerst de leiding naar het armatuur vernieuwen, daarna pas de schakelaars | Zonder aarde kun je alleen een armatuur van klasse II hangen, en dat beperkt de keuze |
Zet de juiste groep uit en controleer daarna met een tweepolige spanningstester op de aders zelf of ze werkelijk spanningsloos zijn. In een schakelaardoos ligt soms ader van een tweede groep, bijvoorbeeld van een stopcontact in dezelfde combinatie, en die blijft onder spanning staan als je alleen de lichtgroep uitzet.
De schakelaars herkennen aan het aantal klemmen
Op de verpakking staat vaak hotelschakelaar, terwijl er een gewone wisselschakelaar in zit. Draai de schakelaar daarom om en tel de klemmen: twee is enkelpolig, drie is wissel en vier is kruis of iets anders met vier klemmen.

Die laatste groep is de reden dat een aansluiting van een hotelschakelaar op het laatste moment strandt. Een serieschakelaar en een dubbelpolige schakelaar hebben ook vier klemmen en passen er allebei niet tussen.
Het verschil zie je aan de voorkant en meet je aan de achterkant. Twee losse tuimelaars naast elkaar betekent een serieschakelaar, en bij een dubbelpolige schakelaar staat in de uitstand geen enkele klem meer met een andere in verbinding.
Een kruisschakelaar doet in beide standen iets. Meet met de doorbelfunctie van je multimeter alle zes de combinaties, klap de tuimelaar om en let op het patroon: in de ene stand maken twee klemmen recht over contact, in de andere kruislings.
Meet altijd met de schakelaar los uit de wand en met de groep uit. Op een losse ader in een buis kan ook zonder groep nog een influentiespanning staan, en een doorbeltester geeft dan onzin of gaat kapot.
Ligt er al oud materiaal in de doos en tel je daar drie aders op één schakelaar, dan zegt dat nog niets over het type. Hoe je dat uit elkaar houdt staat bij een schakelaar met 3 draden in de doos.
| Aantal klemmen | Wat je verder ziet | Welk type het is | Plek in de rij bedienpunten |
|---|---|---|---|
| 2 | Eén tuimelaar | Enkelpolige schakelaar | Past nergens: hij verbreekt één draad en kan de stroom niet verleggen |
| 3 | Eén tuimelaar, één klem apart gezet of gemerkt met L, COM, P of een pijl | Wisselschakelaar, in de winkel ook als hotelschakelaar verkocht | De twee uiteinden van de rij: hier komt de fase binnen en hier vertrekt de schakeldraad |
| 4 | Eén tuimelaar, twee klemmen per zijde, in beide standen contact | Kruisschakelaar | Elk bedienpunt tussen de twee uiteinden in |
| 4 | Twee smalle tuimelaars naast elkaar | Serieschakelaar | Past nergens: hij schakelt twee lampen los van elkaar in plaats van één lamp vanaf meer punten |
| 4 | Eén tuimelaar, in de uitstand geen enkel contact tussen de klemmen | Dubbelpolige schakelaar | Past nergens in de rij: hij verbreekt fase en nul tegelijk en verlegt niets |
| 3 plus een kleine extra klem | Venstertje of stipje in de tuimelaar | Wisselschakelaar met controlelampje | Kan op elk eindpunt, maar het lampje trekt stroom door het lampcircuit en laat een ledlamp nagloeien |
Koop alle drie de schakelaars uit dezelfde serie van hetzelfde merk. De common zit dan bij elk punt op dezelfde plek in de klembak, en dat scheelt bij het aansluiten een keer meten per doos.
Welk bedienpunt de fase krijgt en welk de lamp
De plek aan de muur bepaalt niet welke schakelaar de kruisschakelaar wordt. Dat bepaalt de bedrading: het punt waar de fase binnenkomt en het punt waar de schakeldraad naar het armatuur vertrekt zijn de wisselschakelaars, en alles wat daartussen in het traject ligt is kruis.
In de meeste Nederlandse woningen zit het lichtpunt in een centraaldoos in het plafond en loopt er vanaf die doos een aparte buis naar elk schakelpunt. Dan is de keuze vrij: je wijst zelf aan welke doos de fase krijgt en welke de schakeldraad terugstuurt.
Gebruik die vrijheid om de doos met vier aders als kruisschakelaar te kiezen, en niet de doos die toevallig in het midden van de gang zit. Kun je maar in één doos vier aders kwijt, dan ligt de rest van de verdeling daarmee vast.
Is de installatie doorgelust van punt naar punt in plaats van stervormig vanuit de doos, dan vervalt die keuze. De fase komt dan bij het eerste punt binnen en de schakeldraad verlaat het laatste, dus is elk fysiek tussenliggend punt een kruisschakelaar.
Herken je welke opzet je hebt aan de aders in de eindpunten. Ligt er in de doos van het eerste punt naast de aders naar de volgende schakelaar ook een blauwe nul, dan is er doorgelust en loopt de voeding via die doos verder.
Welke ader daarna op welke klem hoort en wat er gebeurt als je er één verwisselt, staat uitgewerkt in het schema van een hotelschakeling per draad. Label in beide gevallen elke ader voordat je iets losdraait.
Wat er in de inbouwdoos moet passen
De aansluiting van een hotelschakelaar mislukt zelden op de klemmen en vaak op de ruimte erachter. Een kruisschakelaar heeft vier aders in de doos en een klembak die dieper is dan die van een wisselschakelaar, en samen passen die niet in elke doos.
De standaard inbouwdoos in Nederland is rond met een buitenmaat van 65 mm en een diepte van 40 mm; de diepe uitvoering is 60 mm. Boren doe je met een gatzaag van 68 mm, zodat de doos er met wat speling in gaat.
Reken per doos met 10 tot 12 cm ader buiten de wand. Dan kun je de schakelaar tijdens het aansluiten in je hand houden en hem daarna terugduwen zonder een ader in de bocht te knikken.
Voor de striplengte staat er op de achterkant van bijna elk schakelaartje een maatstreepje, meestal rond 9 mm. Te lang gestript laat blank koper naast de klem staan, te kort gestript klemt de isolatie in plaats van het koper en dan wordt de verbinding warm.
Zit de buis vol en moet er nog een ader bij, kijk dan eerst naar de diameter. Door een buis van 16 mm krijg je in de praktijk vier aders van 1,5 mm² getrokken, vijf alleen als de buis kort en recht is, en boven de vier aders is 19 mm de verstandiger maat.
| Onderdeel | Maat | Waarom precies die maat |
|---|---|---|
| Inbouwdoos, standaard diepte | 40 mm | Genoeg voor twee of drie aders en de klembak van een wisselschakelaar |
| Inbouwdoos, diepe uitvoering | 60 mm | Vier aders plus de klembak van een kruisschakelaar, en de bochten van de aders erbij |
| Inbouwdoos, buitenmaat en gatmaat | 65 mm doos, gatzaag 68 mm | Met 3 mm speling zet je de doos recht en vul je hem af zonder de rand te breken |
| Twee dozen naast elkaar, hart op hart | 71 mm | De maat waarop tweevoudige en drievoudige afdekramen gemaakt zijn |
| Ader buiten de doos tijdens het aansluiten | 10 tot 12 cm | Korter werkt niet prettig, langer moet je in de doos proppen en dat duwt de schakelaar scheef |
| Striplengte van de ader | Ongeveer 9 mm, volg het maatstreepje op het materiaal | Blank koper naast de klem is kortsluitgevaar, te weinig koper geeft een warme verbinding |
| Aderdoorsnede voor een lichtgroep | 1,5 mm² bij een groep van 16 A | Dit is de gangbare maat voor verlichting; wat er ligt volgt de norm die gold bij de aanleg |
| Aders door een buis van 16 mm | Vier van 1,5 mm², vijf alleen kort en recht | Meer aders lopen vast in de bochten en beschadigen elkaars isolatie bij het intrekken |
Duw de schakelaar nooit met kracht in een volle doos. De aders krullen dan achter de klembak om en drukken tegen de klemschroeven, en precies daar schuurt de isolatie stuk zonder dat je het ziet. Kies liever een diepere doos of verplaats de kruisschakelaar naar het punt waar wel ruimte is.
Op welke hoogte de drie bedienpunten komen
Een bedienpunt moet je in het donker met je hand vinden, en dat is de enige reden dat er een gangbare hoogte bestaat. In onze eigen maattabel staat 105 cm voor het hart van een schakelaar, met een marge van 90 tot 110 cm. Dat is een gewoonte en geen voorschrift: NEN 1010 legt geen schakelaarhoogte vast en regelt alleen de zones in de badkamer.

Voor kinderen en vanuit een rolstoel werkt 90 tot 100 cm beter. Houd die hoogte dan wel gelijk op alle drie de punten, anders zoek je per deur op een andere plek.
Naast een deur komt de schakelaar aan de krukzijde, 15 tot 20 cm uit het kozijn gemeten vanaf de dagkant. Dichter tegen het kozijn botst het afdekraam tegen de architraaf, en verder weg sta je met de deur in je hand net niet bij de schakelaar.
Bij het bed gelden andere maten, want daar bedien je liggend. Een punt op 75 cm hart zit ongeveer 20 cm boven een matras van 55 cm en 15 cm boven het blad van een nachtkast van 60 cm, dus je voelt de tuimelaar zonder je op te richten.
Ligt er een boxspring met de matras op 65 cm, dan schuift dat punt mee omhoog naar ongeveer 85 cm. Op een trap zet je de twee eindpunten binnen een armlengte van de onderste en de bovenste trede, buiten de zwaai van de deuren die daar opengaan.
Plak de drie dozen met tape op hun plek af voordat je boort en loop de route een keer in het donker. Op de plek waar je hand vanzelf de muur raakt, hoort de schakelaar, en dat is naast een deur zelden precies waar hij op de tekening stond.
Een bestaande wisselschakeling uitbreiden naar drie punten
Bij een hotelschakelaar met 3 schakelaars in een huis waar er al twee zitten, verandert er aan die twee bestaande punten niets. De wisselschakelaars blijven staan waar ze staan en houden hun drie aders, want zij zijn de uiteinden van de rij.
Wat er wel gebeurt: het paar reizigers dat nu van de ene schakelaar naar de andere loopt, wordt opengeknipt en door de nieuwe kruisschakelaar heen geleid. Die twee aders gaan erheen en twee nieuwe aders komen terug, dus de nieuwe doos vraagt vier aders.
De plek van die doos is daarmee niet vrij. Hij moet aan het traject van de reizigers liggen, dus bij een sterinstallatie aan de centraaldoos en bij een doorgeluste installatie tussen de twee bestaande punten in.
Kun je vanuit de centraaldoos een nieuwe buis naar het nieuwe punt trekken, dan is dat het eenvoudigste werk: vier aders erin en de twee reizigerparen in de doos omleggen. Zit die route dicht, dan is een aftakking halverwege in een aparte lasdoos de tweede optie.
Wat niet werkt is een derde punt parallel aan een bestaand punt hangen. Twee wisselschakelaars die dezelfde klemmen delen, blokkeren elkaar: staat de ene verkeerd, dan doet de andere niets meer, en dat lijkt op een defecte schakelaar terwijl er niets kapot is.
Breek je de wand toch open voor een nieuwe buis, doe dan meteen wat je later ook wilt. Een extra lege buis naar dezelfde doos kost bij dit soort klussen in huis weinig extra en bespaart de volgende keer hetzelfde hakwerk.
Een van de reizigers overnemen als nul voor een stopcontact in de nieuwe doos gaat mis. Die ader hangt aan een wisselcontact en voert afhankelijk van de stand van de schakelaars fase of niets, dus het stopcontact werkt soms wel en soms niet en de aardlekschakelaar klapt eruit zodra je hem belast.
Testen in acht standen en wat een symptoom betekent
Met drie bedienpunten zijn er acht standcombinaties, en in elk van die acht moet elke schakelaar de lamp kunnen omkeren. Eén keer heen en weer klikken zegt dus niets: dat raakt maar twee van de acht.
Loop ze langs in deze volgorde: klik schakelaar 1, dan 2, dan 1, dan 3, dan 1, dan 2, dan 1. Zo kom je in zeven klikken door alle acht combinaties, en bij elke klik hoort de lamp van stand te wisselen.
Wisselt hij een keer niet, dan weet je meteen bij welke schakelaar en in welke stand van de andere twee het misgaat. Dat is de informatie waarmee je in de tabel hieronder de juiste doos openschroeft en niet alle drie.
Zet de groep uit voordat je gaat meten in een doos. Meten met spanning erop kan bij deze schakeling bovendien misleiden: op een reiziger staat afhankelijk van de standen soms wel en soms geen spanning, terwijl de bedrading gewoon klopt.
Blijft de lamp na al het meten flauw nagloeien of knipperen terwijl de schakeling verder goed werkt, dan is dat geen bedradingsfout. Een controlelampje in een van de schakelaars of de capaciteit tussen lange, parallel lopende aders levert genoeg lekstroom om de driver van een ledlamp te laten starten.
| Wat je ziet | Wat er dan mis is | Waar je begint met zoeken |
|---|---|---|
| De lamp doet niets, in geen enkele stand | De fase komt niet aan, of de schakeldraad zit niet op de common van de laatste schakelaar | Meet eerst of er fase op de common van de eerste schakelaar staat, en controleer daarna de lamp zelf |
| De lamp brandt altijd, geen enkele schakelaar doet iets | De schakeldraad is in de doos aan de fase gelast in plaats van aan de laatste common | In de centraaldoos: de lasklem waar de fase uit de groep in zit |
| Twee punten werken, het derde doet niets | Bij dat punt zit de fase of de schakeldraad op een wisselklem in plaats van op de common | Alleen die ene doos: zoek de klem die apart staat of met L, COM of een pijl is gemerkt |
| Een punt werkt alleen als een ander punt in een bepaalde stand staat | Een reiziger en de common zijn verwisseld op een van de wisselschakelaars | De twee eindpunten, niet het middelste: daar zitten common en reizigers door elkaar |
| Het middelste punt schakelt onlogisch of in één richting niet | De twee reizigers van één traject zitten niet als paar op één zijde van de kruisschakelaar | De kruisschakelaar: meet welke twee klemmen in geen van beide standen doorverbonden zijn |
| De aardlekschakelaar klapt eruit bij het inschakelen | Contact tussen fase en aarde, of een nul die uit een andere groep komt dan de fase | De doos waar je het laatst hebt gewerkt: blank koper tegen de dooswand of een ader klem achter de klembak |
| De automaat van de groep klapt meteen bij inschakelen | Kortsluiting tussen fase en nul, meestal in de lasdoos of onder een klemschroef | De centraaldoos: haal de aders uit de klemmen en meet ze paar voor paar door |
| De lamp gloeit zwak na of knippert traag als hij uit staat | Lekstroom door een controlelampje of capaciteit tussen lange parallelle aders | Geen bedradingsfout: een schakelaar zonder verklikker of een RC-element bij het armatuur haalt het weg |
Afmonteren, aarde en het armatuur zelf
De laatste tien minuten bepalen of de schakeling over vijf jaar nog vastzit. Trek elke klemschroef aan tot hij niet meer meegeeft en geef daarna aan elke ader een rukje: een ader die meekomt, zat op de isolatie geklemd en niet op het koper.
Zet de schakelaar met de schroeven in de inbouwdoos vast en niet met de spreidklauwen, als de doos schroefgaten heeft. Klauwen knijpen zich in gipsplaat of in oud stucwerk langzaam los, en dan draait het afdekraam mee zodra je de tuimelaar indrukt.
Stel het frame waterpas voordat je het raam erop klikt. Op één punt ziet niemand een scheve stand, maar drie bedienpunten in dezelfde gang vergelijkt je oog wel met elkaar.
Een kunststof schakelaar heeft geen aardklem nodig, een metalen frontplaat wel. Bij het armatuur hangt het van de klasse af: klasse I heeft een aardklem die je aansluit, klasse II heeft die niet en mag je ook niet aarden.
Het gewicht van het armatuur draagt de centraaldoos niet. Welke plug een plafond van gipsplaat of beton per punt houdt, zoek je op in de ophangwijzer per ondergrond en gewicht voordat je boort.
De nul en de aarde sluit je rechtstreeks op het armatuur aan. Zij komen in geen enkele schakelaar, want alleen zo staat de fitting spanningsloos zodra je de lamp uitzet.
Maak van elke open doos een foto voordat je hem dichtmaakt, ook van de doos waar je niets veranderd hebt. Dat is de enige manier om later terug te vinden welke ader in welke buis verdwijnt.
Zo sluit je de drie bedienpunten op elkaar aan
De volgorde loopt van de meterkast naar de lamp, zodat je nooit een doos hoeft terug te draaien.
-
Zet de groep uit en controleer elke ader in de doos
Schakel de lichtgroep uit en zet hem af met tape, zodat niemand hem terugzet. Controleer daarna met een tweepolige spanningstester op de aders zelf, niet op de afdekplaat, of alles werkelijk spanningsloos is.
-
Tel de aders per doos en wijs de kruisschakelaar aan
Open alle drie de dozen en de centraaldoos en tel wat erin ligt. De doos waarin vier aders zitten of waar er vier bij kunnen, wordt de kruisschakelaar; de andere twee worden de uiteinden en krijgen er drie.
-
Label elke ader voordat je iets losdraait
Plak om elke ader een stukje tape met F voor de fase, 1 en 2 voor de reizigers van een paar en L voor de draad naar de lamp. Doe dat per doos apart, want dezelfde kleur heeft in twee dozen een andere functie.
-
Sluit de eerste wisselschakelaar aan met de fase op de common
Zoek de klem die apart staat of gemerkt is met L, COM, P of een pijl en zet daar de bruine fase op. De twee overgebleven klemmen krijgen de reizigers naar de kruisschakelaar, en welke van de twee waar komt maakt binnen dat paar niet uit.
-
Sluit de kruisschakelaar aan per zijde, niet per klem
Meet op de losse schakelaar welke twee klemmen in geen van beide standen met elkaar doorverbonden zijn: die twee vormen samen één zijde. Op die zijde komen de reizigers van de eerste schakelaar, op de andere zijde het paar naar de laatste.
-
Sluit de laatste wisselschakelaar aan en leg de schakeldraad naar de lamp
Hier komen de twee reizigers op de wisselklemmen en gaat de schakeldraad vanaf de common naar het armatuur. Die draad staat onder spanning zodra de lamp brandt, ook al zit hij in een schakelaardoos, dus behandel hem als fase.
-
Werk de dozen af en monteer alles waterpas
Duw de aders in een ruime bocht terug, zet de schakelaars met schroeven in de doos vast en stel de frames waterpas voordat de afdekramen erop gaan. Controleer bij het armatuur of de nul en de aarde rechtstreeks zijn aangesloten.
-
Zet de groep terug en loop de acht standen langs
Klik in de volgorde 1, 2, 1, 3, 1, 2, 1 door alle combinaties heen. Wisselt de lamp bij elke klik van stand, dan klopt de schakeling; blijft hij een keer hangen, dan weet je precies bij welke schakelaar en in welke stand je moet zoeken.
Ophangwijzer
Kies je wandtype en het gewicht van wat je wilt ophangen. Je ziet welke bevestiging het houdt, tot hoeveel kilo, en wat je beter niet doet. Open de volledige ophangwijzer
Nalopen voordat de afdekramen erop gaan
Uit de praktijk
De schakelaar komt niet vlak in de doos van het middelste punt
Het symptoom is dat het afdekraam aan één kant een paar millimeter van de wand staat en na een week losser zit. De oorzaak ligt achter de schakelaar: vier aders van 1,5 mm² vragen samen met de klembak van een kruisschakelaar meer dan de 40 mm die een standaard inbouwdoos diep is.
Wat er dan gebeurt, is erger dan scheefstand. De aders krullen achter de klembak om en komen klem te zitten tussen de schroeven en de dooswand, waar de isolatie langzaam stukschuurt op een plek die je nooit meer ziet.
De uitwegen zijn een doos in de diepe uitvoering van 60 mm, of de kruisschakelaar verplaatsen naar het bedienpunt waar wel ruimte is. Aders korter afknippen helpt niet: onder de 10 cm kun je de schakelaar niet meer uit de doos houden terwijl je hem aansluit.
De lamp reageert op twee punten en het derde doet niets
Dit symptoom wijst bijna altijd op één verwisseling in één doos: de fase of de schakeldraad zit op een wisselklem in plaats van op de common. De schakeling loopt dan wel door, maar het contact dat de stroom zou moeten verleggen zit niet in het circuit.
Het onderscheid met een defecte schakelaar maak je zonder te meten. Een schakelaar die niets doet in elke stand van de andere twee is verkeerd aangesloten; een schakelaar die alleen werkt als een ander punt in een bepaalde stand staat, heeft een reiziger op de common.
Schroef daarom alleen die ene doos open. De klem die je zoekt staat op de achterkant apart van de andere twee en draagt de aanduiding L, COM, P of een pijl, en bij een onbekend merk vind je hem met de doorbelfunctie op de losse schakelaar.
Boven is hier niet aan, en dat blijft zo
De verwachting dat de tuimelaar omhoog aan betekent, houdt in deze schakeling geen stand. Een wisselcontact verlegt de stroom en verbreekt hem niet, dus elk bedienpunt draait de betekenis van de standen van de andere punten om.
Daardoor staan de drie tuimelaars na verloop van tijd in willekeurige standen, ook als je ze bij de montage allemaal gelijk hebt gezet. Dat is geen aansluitfout en er valt met omdraaien van aders niets aan te verbeteren.
Wil je toch overal dezelfde stand voor aan, dan is de enige oplossing een andere techniek: drukknoppen op elk punt met een impulsrelais of een module bij het armatuur. Die knoppen veren terug, dus daar bestaat geen stand die iets zegt.
Veelgemaakte fouten
Drie gewone schakelaars kopen omdat er drie punten komen
Een enkelpolige schakelaar verbreekt één draad en kan de stroom niet naar een tweede draad verleggen. Twee van zulke schakelaars in serie geven een lamp die alleen brandt als ze allebei aan staan, en parallel een lamp die al brandt zodra er één aan staat.
Voor bediening vanaf meerdere plekken heb je het wisselcontact nodig: drie klemmen aan de uiteinden en vier in het midden. Tel de klemmen in de winkel, want van de voorkant zien alle drie de types er hetzelfde uit.
Op de kleur van de ader afgaan in plaats van hem na te trekken
In een nieuwe installatie is bruin de fase, blauw de nul, geelgroen de aarde en zijn zwart en grijs de reizigers. In een oudere installatie is die kleurcode niet gevolgd, en in een wisselschakeling voert een blauwe ader soms gewoon een reiziger.
Trek daarom elke ader na met een tester voordat je hem op een klem zet, en label hem meteen. Een ader die je op kleur aansluit, kost je later het meeste zoekwerk, want juist de kleur die klopt in de ene doos misleidt in de volgende.
De nul door een van de schakelaars lussen
De nul hoort van de groep rechtstreeks naar het lichtpunt te lopen en in geen enkele schakelaar te komen. Schakel je per ongeluk de nul in plaats van de fase, dan gaat de lamp keurig uit terwijl er nog spanning op de fitting staat.
Dat merk je pas als je de lamp vervangt met de schakelaar uit. Kom je in een oude installatie een geschakelde nul tegen, leg die dan om voordat je verder gaat met de rest van de klus.
Testen met een spanningzoeker in een schroevendraaier
Zo'n spanningzoeker licht ook op door een influentiespanning op een losse ader die nergens op is aangesloten. In een schakeling met lange parallelle reizigers gebeurt dat voortdurend, dus krijg je zowel vals alarm als vals vertrouwen.
Gebruik een tweepolige spanningstester, die twee punten met elkaar vergelijkt en daardoor alleen aanslaat op echte spanning. Meet op de blanke ader en niet op de afdekplaat of het schroefje ervan.
De reizigers kruislings over de twee zijden van de kruisschakelaar verdelen
De vier klemmen van een kruisschakelaar horen bij elkaar in twee vaste paren, en elk paar is één zijde. Zet je van elk traject één ader op de ene zijde en één op de andere, dan schakelt het middelste punt onlogisch of in één richting helemaal niet.
De twee klemmen van één zijde herken je aan het feit dat ze in geen van beide standen met elkaar doorverbonden zijn. Meet dat op de losse schakelaar, voordat je hem in de doos duwt.
Het middelste punt kiezen op de plek in de gang
Welke schakelaar de kruisschakelaar wordt, volgt uit de bedrading en niet uit de afstand tot de deur. Bij een sterinstallatie vanuit de centraaldoos kies je zelf welke doos de fase krijgt, dus kun je de kruisschakelaar leggen waar vier aders passen.
Wie dat andersom doet, trekt een vierde ader door de buis die daar het minst ruimte voor heeft. Kijk eerst welke buis het gemakkelijkst een ader extra slikt en verdeel de rollen daarna.
Veelgestelde vragen
Hoe moet ik een hotelschakelaar aansluiten als er nog niets ligt?
Leg vanaf de centraaldoos bij het lichtpunt een aparte buis naar elk bedienpunt: drie aders naar de twee uiteinden en vier naar elk punt daartussen. De fase komt op de common van de eerste wisselschakelaar, de reizigers lopen per paar naar de kruisschakelaar en verder naar de laatste schakelaar.
Vanaf de common van dat laatste punt gaat de schakeldraad naar het armatuur, en de nul en de aarde lopen rechtstreeks vanuit de groep naar de lamp. Tel de aders op papier uit voordat je gaat trekken, want vier aders van 1,5 mm² door een buis van 16 mm met bochten vraagt een trekveer.
Wat heb je nodig voor een hotelschakelaar met 3 schakelaars?
Twee wisselschakelaars met drie klemmen voor de uiteinden en één kruisschakelaar met vier klemmen voor het punt ertussen. Verder installatiedraad van 1,5 mm² in vijf kleuren, lasklemmen, een ruime lasdoos of centraaldoos en voor de kruisschakelaar een inbouwdoos in de diepe uitvoering van 60 mm.
Aan gereedschap heb je een tweepolige spanningstester nodig, een doorbeltester of multimeter om de klemmen uit te meten, een draadstripper en geïsoleerd schroevendraaiergereedschap. Koop de drie schakelaars uit dezelfde serie, dan zit de common in elke doos op dezelfde plek in de klembak.
Kan ik een hotelschakelaar aansluiten op een bestaande wisselschakeling?
Ja, en aan de twee bestaande punten verandert dan niets. Het paar reizigers dat nu rechtstreeks van de ene schakelaar naar de andere loopt, knip je open en leid je door de nieuwe kruisschakelaar heen.
De nieuwe doos vraagt daarvoor vier aders en moet aan het traject van die reizigers liggen: bij een sterinstallatie aan de centraaldoos, bij een doorgeluste installatie tussen de twee bestaande punten in. Een derde schakelaar parallel aan een bestaand punt hangen werkt niet, want twee wisselschakelaars op dezelfde klemmen blokkeren elkaar.
Welke van de drie schakelaars wordt de kruisschakelaar?
Dat bepaalt de bedrading en niet de plek aan de muur. De twee punten die de fase binnenkrijgen en de schakeldraad naar de lamp versturen zijn de wisselschakelaars, en alles wat in het traject daartussen ligt is een kruisschakelaar.
Loopt er vanuit de centraaldoos een aparte buis naar elk punt, dan kies je zelf welke doos de fase krijgt. Neem dan de doos met vier aders of met de meeste ruimte als kruisschakelaar. Bij een doorgeluste installatie ligt het vast: daar is elk fysiek tussenliggend punt de kruisschakelaar.
Waarom werkt de aansluiting van mijn hotelschakelaar maar vanaf twee punten?
Als één punt in geen enkele stand van de andere twee iets doet, zit bij dat punt de fase of de schakeldraad op een wisselklem in plaats van op de common. Dan loopt de stroom er wel langs, maar het contact dat hem zou verleggen zit niet in het circuit.
Doet het middelste punt niets, kijk dan of er echt een kruisschakelaar zit en niet een serieschakelaar met vier klemmen. Werkt een punt alleen als een ander punt in een bepaalde stand staat, dan zijn een reiziger en de common verwisseld op een van de twee eindschakelaars.
Hoe herken ik de common als er niets op de schakelaar staat?
Haal de schakelaar los uit de wand, zet de groep uit en meet met de doorbelfunctie van een multimeter tussen alle drie de klemmen terwijl je de tuimelaar omklapt. De klem die in beide standen contact maakt, afwisselend met de ene en met de andere klem, is de common.
Op materiaal dat wel gemerkt is, heet die klem L, COM of P, of staat er een pijl bij. Bij een kruisschakelaar meet je alle zes de combinaties en zoek je de twee klemmen die in geen van beide standen doorverbonden zijn: die twee horen bij één zijde.
Hoeveel aders moeten er naar elk bedienpunt lopen?
Naar de twee wisselschakelaars aan de uiteinden lopen drie aders en naar elke kruisschakelaar ertussen vier. Komt er in dezelfde combinatie ook een stopcontact, dan worden het er in die doos twee meer, want daar moeten de nul en de aarde bij.
Door een buis van 16 mm gaan in de praktijk vier aders van 1,5 mm²; vijf lukt alleen in een korte, rechte buis. Welke ader in zo'n traject waar begint en eindigt, staat per draad uitgewerkt bij het schema met de klemmen per schakelaar.
Hoe test ik of de schakeling in alle standen klopt?
Bij drie bedienpunten zijn er acht combinaties van standen, en in elk daarvan moet elke schakelaar de lamp kunnen omkeren. Klik daarom in de volgorde 1, 2, 1, 3, 1, 2, 1: in zeven klikken kom je door alle acht combinaties heen.
De lamp hoort bij elke klik van stand te wisselen. Blijft hij één keer hangen, noteer dan welke schakelaar dat was en hoe de andere twee stonden, want daarmee weet je welke doos je moet openschroeven en welke klem daar verkeerd zit.
Op welke hoogte komen de schakelaars van een hotelschakeling?
Uit onze eigen maattabel komt 105 cm voor het hart van een schakelaar, met een marge van 90 tot 110 cm. Dat is een gewoonte en geen voorschrift: NEN 1010 legt geen hoogte vast en regelt alleen de zones in de badkamer, waar binnen 60 cm van bad of douche geen wandcontactdoos mag zitten.
Naast een deur zet je het punt aan de krukzijde, 15 tot 20 cm uit het kozijn, zodat het afdekraam vrij blijft van de architraaf. Bij een bed werkt 75 cm hart beter, ongeveer 20 cm boven een matras van 55 cm, want daar bedien je liggend.
Kan ik een dimmer of een slimme schakelaar in deze schakeling opnemen?
Een gewone dimmer past niet op de plek van een wisselschakelaar, want hij verbreekt één draad en verlegt de stroom niet. Er bestaat wel dimmermateriaal dat als wisseldimmer mag worden gebruikt, en de tweede optie is alle punten omzetten naar drukknoppen met een dimmodule bij het armatuur.
Voor slimme bediening geldt hetzelfde patroon: de module komt bij de lamp of in de lasdoos en heeft daar een nul nodig. In een schakelaardoos van deze schakeling ligt die nul meestal niet, dus is het lichtpunt zelf de plek waar zo'n module past.
Mag ik een hotelschakelaar zelf aansluiten in Nederland?
Aan de vaste installatie in je eigen woning mag je zelf werken, zolang het resultaat aan NEN 1010 voldoet. Die eis loopt via het Besluit bouwwerken leefomgeving; wat er al ligt, valt onder de norm die gold toen het is aangelegd. In een huurwoning gelden de afspraken met de verhuurder en is dit vaak niet aan jou.
Praktisch betekent het dat je spanningsloos werkt, met materiaal voor vaste installaties, en dat je het werk kunt controleren. Weet je niet zeker welke groep waar op zit of ontbreekt de aardlekschakelaar, laat het dan nakijken voordat je de groep terugzet.
Wat kost het aansluiten van een hotelschakelaar ongeveer?
Aan materiaal ben je meestal 30 tot 80 euro kwijt: twee wisselschakelaars, een kruisschakelaar, afdekramen, inbouwdozen, lasklemmen en installatiedraad. Moeten er buis en draad bij, dan hangt het bedrag vooral aan de meters en aan de vraag of de wand open moet.
Laat je het uitvoeren, dan zit de tijd niet in het aansluiten maar in het intrekken van de aders en het herstellen van de wand. Vraag daarom een prijs op basis van de situatie in je eigen dozen, en niet op basis van het aantal schakelaars. Hoe je dat afweegt tegen de andere klussen die je in huis oppakt, hangt af van of de wand toch al open gaat.
Wanneer je beter een vakman belt
Aan de schakelaars en de lasdoos mag je in je eigen woning zelf werken, maar het werk in de groepenkast achter de hoofdzekering hoort bij een elektricien. Een groep bijplaatsen, een aardlekschakelaar vervangen of de installatie opnieuw indelen valt daaronder.
Laat het ook nakijken als de installatie geen aardlekschakelaar van 30 mA heeft, als er geen aarde naar het lichtpunt loopt of als de kleuren in de dozen nergens op uitkomen. Een fout in deze schakeling schakelt in zo'n installatie niet vanzelf uit, en dat is precies de bescherming waar je op rekent. Wat er verder aan elektra en schakelmateriaal in huis op dezelfde grens ligt, staat per onderwerp bij elkaar.