Zelf je huis ontwerpen: van vaste punten naar een plattegrond die klopt

Zelf je huis ontwerpen gaat van buiten naar binnen: eerst de bestaande tekening en je eigen metingen, dan wat vastligt zoals gevels, dragende wanden, trapgat en schacht, en pas daarna de verdeling van de ruimtes. Werk met een lijst van ruimtes waarin elke ruimte een breedte heeft en niet alleen vierkante meters, want een slaapkamer met een bed van 160 cm werkt pas vanaf ongeveer 290 cm breed. Leg natte ruimtes bij de schacht, houd overloop en gang op 90 tot 100 cm breed en toets het plan aan de ondergrens voor nieuwbouw: een verblijfsruimte van minstens 7,5 m² en 240 cm breed. Een wand weghalen of een trap verplaatsen teken je zelf, maar dat laat je doorrekenen door een constructeur.
Handig bij het plannen
- Tijd
- twee avonden meten, een weekend tekenen
Gereedschap
- Rolmaat van minstens 5 m
- Laserafstandsmeter voor gevels en lange wanden
- Schaalliniaal met 1 op 50 en 1 op 100
- Leidingzoeker voor wanden die je wilt weghalen
- Potlood, gum en fineliners in twee kleuren
Materiaal
- A3-papier met millimeterraster
- Transparant schetspapier om verdiepingen over elkaar te leggen
- Schilderstape om nieuwe wanden op de vloer uit te zetten
Wat je ontwerpt en waar je begint
Zelf je huis ontwerpen betekent dat je beslist waar de wanden, de deuren, de trap en de natte ruimtes komen, en niet alleen waar de bank staat. Dat kan een nieuwe indeling van een bestaande verdieping zijn, een aanbouw aan de achterkant of een woning op een eigen kavel.
Het ontwerp ligt een laag onder het inrichten. Eerst bepaal je hoe groot elke ruimte wordt en hoe je erin komt, en daarbinnen werk je elke ruimte later uit volgens de reeks over een kamer inrichten van leeg naar af.
Begin niet met een leeg vel maar met de tekening die er al is. Bij de meeste gemeenten ligt de bouwtekening van je woning in het bouwarchief, en die is vaak online in te zien of op te vragen.
Een verkoopplattegrond uit de brochure is geen ontwerpbasis. Die is getekend om de gebruiksoppervlakte volgens NEN 2580 te laten zien, en de wanddiktes, de schachten en de draairichting van de deuren kloppen er zelden op.
Leg de archieftekening daarom naast je eigen metingen. Meet elke wand op drie hoogtes, lees de wanddikte af in de dagkant van een deur, noteer de plafondhoogte en zet de verschillen in een andere kleur op de oude tekening.
Welke volgorde je aanhoudt als het ontwerp staat en er gewerkt wordt, van leidingen tot losse meubels, staat bij het inrichten van een heel huis in fases. Hier gaat het om de stap daarvoor: de tekening zelf.
| Wat je ontwerpt | Waar je mee begint | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|
| Een bestaande verdieping anders indelen | De archieftekening plus je eigen metingen per ruimte | Wanden die dragen of leidingen bevatten, en dat zie je aan de buitenkant niet |
| Twee kamers samenvoegen of een kamer splitsen | De wand ertussen, de plek van de ramen en de plek van de radiator | Bij splitsen krijgt een van de twee helften te weinig raam, bij samenvoegen zit de schakelaar in de wand die weggaat |
| Een aanbouw aan de achtergevel | De achtergevel, de erfgrens en de vloerhoogte binnen | De opening in de gevel vraagt een ligger, en de kamer voor de aanbouw krijgt minder daglicht |
| Een zolder tot kamer maken | De hoogte onder de schuinte, om de 50 cm gemeten | De trap erheen: een vaste trap kost op de verdieping eronder een trapgat van ongeveer 90 bij 260 cm |
| Een nieuwe woning op een eigen kavel | Het omgevingsplan van de gemeente met het bouwvlak, de goothoogte en de bouwhoogte | Het bouwvlak en de regels voor nieuwbouw leggen meer vast dan je lijst met wensen |
Vraag bij het bouwarchief ook de doorsnede en de constructietekening op als die er zijn. Op de doorsnede staat de richting van de vloerbalken of de kanaalplaten, en daarmee weet je al half welke wanden dragen.
Maak eerst een lijst van ruimtes met hun breedte
Een ontwerp dat met vierkante meters begint, loopt vast op de breedte. Een kamer van 7,5 m² kan 250 bij 300 cm zijn en werkt dan als slaapkamer, maar hij kan ook 190 bij 395 cm zijn, en dan staat een tweepersoonsbed er zonder ruimte ernaast.
Schrijf daarom per ruimte op wat erin moet, tel de loopruimtes erbij en kom zo op een binnenmaat in twee richtingen. In de bouw heet dat lijstje een programma van eisen, en het is het enige deel van het ontwerp dat je zonder tekening kunt maken.
Reken met de maat van het meubel inclusief frame en met de loopruimte die bij het gebruik hoort. Een bed van 160 bij 200 cm is met frame 170 bij 210 cm, en met 60 cm aan beide kanten kom je op 290 cm breed.
De maten in de tabel zijn optellingen van gangbare meubelmaten en loopruimtes, geen normen. Ze zeggen vanaf welke binnenmaat een ruimte doet wat hij moet doen; hoe je die ruimte daarna per meubel indeelt, staat bij de loopruimtes en de volgorde binnen één kamer.

Tel de ruimtes op en zet de verkeersruimte ernaast: hal, trap, overloop en gang. Een rechte trap kost alleen al een trapgat van ongeveer 90 bij 260 cm, en die vloer komt bij geen enkele kamer terug.
Past de som niet in de vloer die je hebt, dan valt de beslissing hier en niet met een gum. Een werkplek van 120 bij 150 cm past aan het voeteneind van een bed als de slaapkamer 360 cm diep is, en een logeerkamer kan een slaapbank in de werkkamer worden.
| Ruimte | Wat erin moet | Werkbare binnenmaat | Waar die maat uit komt |
|---|---|---|---|
| Slaapkamer voor twee | Bed 160 bij 200 en een kast met schuifdeuren | 290 bij 360 cm | Bed met frame 170 cm plus tweemaal 60 cm; in de lengte 210 cm bed, 80 cm voor de kast en 68 cm kastdiepte |
| Slaapkamer voor één | Bed 90 bij 200 en een bureau 120 bij 60 | 250 bij 300 cm | Bed met frame 100 cm, 90 cm voor de bureaustoel en 60 cm blad; 250 cm ligt net boven de 240 cm die nieuwbouw vraagt |
| Badkamer met douche, wastafel en toilet | Inloopdouche over de breedte, wastafel en hangend toilet langs de lange wand | 140 bij 260 cm | 90 cm douche, 90 cm voor de wastafel en 80 cm breedte voor het toilet; 140 cm diep geeft een pot van 55 cm plus 60 cm vrij |
| Apart toilet | Hangend toilet, deur die naar buiten draait | 90 bij 120 cm | 55 cm pot plus 60 cm voor je knieën, en 80 cm breedte waar je schouders zitten; een deur naar binnen slaat tegen je knieën |
| Keuken met eettafel | Keukenblok van 60 cm diep en een tafel 160 bij 90 | 350 bij 300 cm | 60 cm blok, 120 cm tot de tafelrand, 90 cm blad en 75 cm om aan de wandzijde een stoel uit te schuiven |
| Keuken met kookeiland | Wandblok van 60 cm en een eiland van 110 cm diep met overstek | 390 cm breed | 60 cm blok, 120 cm tussen blok en eiland, 110 cm eiland en 100 cm achter de krukken |
| Woonkamer met zithoek | Bank 210 bij 95, salontafel en een tv-meubel van 40 cm diep | 380 cm breed | 95 cm bank, 245 cm kijkafstand naar een scherm van 55 inch en 40 cm meubel, met de route langs de zithoek in de lengte |
| Eethoek voor zes | Tafel 180 bij 90 met zes stoelen | 180 bij 240 cm, plus 90 cm waar de route langs gaat | 75 cm achter elke lange zijde om een stoel uit te schuiven |
| Werkplek | Bureau 120 bij 60 met bureaustoel | 120 bij 150 cm | 60 cm blad plus 90 cm om achteruit te rollen en op te staan |
| Hal naast de trap | Voordeur, kapstok van 35 cm diep en een doorloop | 135 cm breed | 100 cm vrije loopruimte plus 35 cm kapstok |
| Wasplek | Wasmachine en droger naast elkaar | 120 bij 150 cm | Twee apparaten van 60 bij 60 cm plus 90 cm om de deur open te zetten en de trommel leeg te halen |
| Overloop of gang | Alleen lopen, met deuren aan de zijkant | 90 tot 100 cm breed | 90 cm voor een route met een wasmand, 100 tot 120 cm waar een deur opendraait terwijl er iemand staat |
Reken een deur mee in de wand en niet alleen in de vloer. Een kozijn met een dagmaat van 83 cm is aan de buitenkant ongeveer 95 cm breed, en met 20 cm vrije strook naast de sluitzijde kost hij 115 cm wand. In een slaapkamer van 290 cm breed blijft er aan die wand dan 175 cm over voor een kast.
Wat in het huis vastligt en wat verplaatsen kost
Een bestaande woning heeft punten waar het ontwerp omheen moet, en die zijn verschillend hard. Een woningscheidende muur blijft staan, een dragende binnenwand kan weg met een ligger en een berekening, en een wand van gipsblokken sloop je in een weekend.
Teken die punten als eerste in, in een andere kleur dan de rest. Alles wat je in die kleur tekent, is in je ontwerp geen vrije vloer, ook al staat er op de oude tekening niets.
De afvoer is het punt dat het vaakst wordt onderschat. Water uit een kraan gaat onder druk elke kant op, maar een afvoer werkt op zwaartekracht en moet onder afschot naar de standleiding lopen, als vuistregel ongeveer 1 cm per meter.
Een toilet heeft een afvoer van 110 mm doorsnee. Leg je het 3 m van de schacht, dan heb je aan het begin 14 cm hoogte nodig voor buis en afschot samen, en die hoogte zit niet in een betonvloer.
De meterkast en de hoofdaansluitingen verplaats je alleen via de netbeheerder en het waterbedrijf, en de rookgasafvoer van een cv-ketel gaat door dak of gevel. Leg de keuken, de badkamer en de wasplek dus bij die punten, dan hoeft er in het ontwerp niets naar ze toe te lopen.
De tabel zet de onderdelen op volgorde van vast naar vrij. Hoe hoger in de tabel, hoe eerder het onderdeel op je tekening moet staan.
| Onderdeel | Hoe vast het ligt | Wat verplaatsen of weghalen vraagt |
|---|---|---|
| Gevel en woningscheidende muur | Vast | Een nieuwe opening vraagt een ligger, een berekening en vaak een vergunning; de muur zelf blijft staan |
| Dragende binnenwand | Vast tot een constructeur anders zegt | Een stalen of betonnen ligger met opleggingen, een berekening en een melding of vergunning bij de gemeente |
| Trap en trapgat | Bijna vast | Een nieuw gat in de vloer is een constructieve ingreep, en het oude gat moet dicht met balken die weer ergens op rusten |
| Standleiding en schacht | Vast in de praktijk | De leiding loopt door alle verdiepingen naar het dak; ontwerp de natte ruimtes eromheen |
| Meterkast en hoofdaansluitingen | Vast | Verplaatsen gaat via de netbeheerder en het waterbedrijf, als aanvraag met een eigen doorlooptijd |
| Afvoer van toilet, douche en wasmachine | Beperkt verplaatsbaar | 110 mm voor een toilet, 40 of 50 mm voor douche en wasmachine, met ongeveer 1 cm afschot per meter; dat kost vloerhoogte of een voorzetwand |
| Cv-ketel en ventilatie-unit | Verplaatsbaar met kanalen | Rookgasafvoer en ventilatiekanalen moeten mee naar dak of gevel, dus de nieuwe plek hangt aan een route door de verdieping erboven |
| Wand van gipsblokken of metalen profielen met gipsplaat | Vrij | Slopen of bijzetten is gewoon werk, maar kijk eerst of er leidingen, een schakelaar of een radiator in of aan zitten |
| Binnendeur en kozijn | Vrij | Een kozijn van 83 cm dagmaat kost ongeveer 95 cm wand, en een deur verplaatsen betekent ook de schakelaar verplaatsen |
Een leidingzoeker laat zien waar koper en elektra in een wand lopen voordat je hem op papier weghaalt. Aders lopen vanaf een schakelaar of stopcontact recht omhoog of omlaag, dus een wand met een schakelaar erop heeft vrijwel altijd een leiding in zich.
Zo herken je een dragende wand voordat je hem wegtekent
Of een wand draagt, zie je niet aan de wand zelf maar aan wat erop rust. Een vloer overspant van steunpunt naar steunpunt, en de wanden waarop hij aan beide kanten ligt, zijn de dragende.
In een huis met een houten balklaag liggen de balken haaks op de wanden die ze dragen. De vloerdelen liggen weer haaks op de balken, dus lopen de planken op de verdieping evenwijdig aan een dragende wand eronder.
In een huis met betonnen kanaalplaten liggen de platen meestal van de ene woningscheidende muur naar de andere. De binnenwanden dragen dan vaak geen vloer, maar dat is een waarschijnlijkheid en geen zekerheid, want een wand kan ook een deel van het dak of een kozijn erboven opvangen.
Drie aanwijzingen maken het waarschijnlijker dat een wand draagt. Hij staat op elke verdieping recht boven een andere wand, hij is dikker dan 10 cm en klinkt massief, en boven een deuropening zit een latei of een zichtbare balk.
Omgekeerd zegt een holle klank weinig. Een wand van metalen profielen met gipsplaat draagt geen vloer, maar een houten stijlwand in een ouder huis kan dat wel, en een steens muur met een voorzetwand ervoor klinkt ook hol.
Behandel elke wand die aan een van de aanwijzingen voldoet op de tekening als vast. Of hij met een ligger weg kan en hoe zwaar die ligger wordt, rekent een constructeur uit op basis van de overspanning en wat er boven de wand staat.
Een wand die op de begane grond niets lijkt te dragen, kan op de verdieping de wand dragen waar de badkamer tegenaan hangt. Kijk dus altijd op het vel erboven voordat je een wand op het vel eronder weghaalt.
Zo laat je de verdiepingen op elkaar aansluiten
Een huis ontwerp je niet kamer voor kamer maar verdieping voor verdieping, met de verdiepingen op elkaar gelegd. Teken elke verdieping op dezelfde schaal op transparant schetspapier en leg de vellen over elkaar met de gevels en de woningscheidende muren als paslijnen. Op 1 op 50 past een rijtjeshuis ruim op A3.
Wat door de vellen heen moet kloppen, zijn vier dingen: het trapgat, de schacht, de dragende wanden en de rookgasafvoer. Staat een van die vier op twee vellen niet op dezelfde plek, dan werkt het ontwerp op papier en in het huis niet.
Leg natte ruimtes zoveel mogelijk boven elkaar en tegen de schacht. Een badkamer recht boven de keuken deelt de afvoer, en een wasplek naast de badkamer kost geen extra meter leiding.
Ontwerp de verkeersruimte daarna als een ruimte met een eigen maat en niet als het restant. De trap komt boven uit op een overloop, en die overloop moet aan elke deur een wandstrook van ongeveer 95 cm raken: een dagmaat van 83 cm plus de kozijnstijlen.
Houd overloop en gang zo kort als de deuren toelaten. Elke vierkante meter gang hoort bij geen enkele kamer, en in dit voorbeeld kosten ze samen 4,25 m², ongeveer een tiende van de verdieping.
Wil je een ontworpen ruimte met meubels erin controleren, zet de binnenmaten dan in de kamerplanner, die per ruimte de smalste doorgang uitrekent. Hij werkt met één rechthoek tot 12 bij 16 m en rekent in bovenaanzicht, dus je controleert er de ruimtes één voor één mee en niet de wanden ertussen.
Leg de vaste punten op een eigen vel en schuif de ontwerpvellen daaronder. Zo teken je vijf varianten van een verdieping zonder de trap en de schacht vijf keer over te nemen, en elke variant ligt vanzelf goed.
Welke maten in de regels staan en welke een keuze zijn
Voor een nieuwe woning staan de ondergrenzen in het Besluit bouwwerken leefomgeving, dat sinds 2024 het Bouwbesluit vervangt. Die grenzen gaan over veiligheid, gezondheid en bruikbaarheid, en ze zijn laag: een ontwerp dat alleen de ondergrens haalt, werkt zelden prettig.
Bij een verbouwing van een bestaande woning ligt het anders. Daar mag je in de regel niet onder het niveau zakken dat er rechtens al was, maar hoef je niet alles op nieuwbouwniveau te brengen; welke eis bij jouw ingreep hoort, vraag je bij de gemeente na.
In de regels draait veel om het woord verblijfsruimte. Een slaapkamer, woonkamer of werkkamer is een verblijfsruimte en krijgt eisen voor maat, hoogte en daglicht, terwijl een badkamer, een toilet, een hal en een berging erbuiten vallen en hun eigen, kleinere eisen hebben.
Let in de tabel op het woord breedte. Een kamer van 220 bij 360 cm is met 7,9 m² groot genoeg, maar valt met 220 cm onder de grens, terwijl een kamer van 250 bij 300 cm het precies haalt.
De rest van het ontwerp is keuze. Een overloop van 100 cm, een slaapkamer van 290 cm breed en een badkamer tegen de schacht zijn verstandige maten en plekken, maar geen regel schrijft ze voor.

| Onderdeel | Wat er gevraagd wordt | Voor welk geval | Wat het voor je tekening betekent |
|---|---|---|---|
| Verblijfsruimte | Minstens 7,5 m² en 240 cm breed | Nieuwbouw; bij verbouw niet onder het bestaande niveau | Een kamer van 250 bij 300 cm haalt het precies, een van 220 bij 360 cm niet |
| Grootste verblijfsruimte | Minstens één van 11 m² en 300 cm breed | Nieuwbouw | Meestal de woonkamer; wie op de verdieping drie kleine kamers tekent, moet beneden aan deze eis voldoen |
| Verblijfsgebied als deel van de woning | Minstens 55 procent van de gebruiksoppervlakte | Nieuwbouw | Hal, trap, gang, badkamer en berging tellen niet mee, dus lange gangen gaan van dit percentage af |
| Plafondhoogte in het verblijfsgebied | 260 cm | Nieuwbouw; voor bestaande bouw 210 cm | Onder een schuin dak telt alleen het deel met voldoende hoogte als verblijfsgebied |
| Daglicht in het verblijfsgebied | Equivalente daglichtoppervlakte van minstens 10 procent van de vloer, en minstens 0,5 m² | Nieuwbouw, gerekend volgens NEN 2057 | Die rekenwaarde is kleiner dan de glasmaat, want kozijn, overstek en bebouwing ertegenover tellen af |
| Vrije doorgang van een deur | Minstens 85 cm breed en 230 cm hoog | Nieuwbouw; bestaande deuren mogen blijven | Een kozijn met een dagmaat van 88 cm geeft na montage die 85 cm vrije doorgang |
| Trap | 80 cm breed en 230 cm vrije hoogte erboven | Nieuwbouw; voor bestaande bouw 70 en 190 cm | Onder 80 cm krijg je een matras of een bank lastig naar boven, ook waar de oude maat mag blijven |
| Vloerafscheiding langs trapgat of vide | 100 cm hoog | Nieuwbouw; voor bestaande bouw 90 cm | Geldt zodra het hoogteverschil meer dan 1 m is, dus ook langs een open overloop |
| Gebruiksoppervlakte | Telt pas vanaf 150 cm vrije hoogte | Meetinstructie NEN 2580, geen bouweis | De lage strook onder een schuinte staat niet in de oppervlakte, maar er passen wel kasten en laden |
Of je plan vergunningvrij is, hangt af van wat je verandert en waar. Een binnenwand zonder gevolgen voor de constructie is meestal vrij, een ingreep in de constructie, een aanbouw of werk aan een monument vaak niet, en de vergunningcheck in het Omgevingsloket geeft per plan het antwoord.
Het lichtplan en de aansluitingen teken je op dezelfde plattegrond
Zodra de wanden en de deuren vastliggen, teken je op een kopie van de plattegrond waar licht, schakelaars, stopcontacten en data komen. Dat moet klaar zijn voordat er gestuukt wordt, want daarna kost elke extra doos een sleuf in een afgewerkte wand.
Begin bij de deuren. Een schakelaar hoort aan de sluitzijde van de deur, met het hart ongeveer 15 cm naast het kozijn, zodat je hem vindt zonder achter het openstaande blad te tasten.
Loop daarna de routes na die je in het donker loopt. Heeft een route twee uiteinden, zoals de hal met de trap, de overloop of een slaapkamer met de deur ver van het bed, dan wil je het licht aan beide kanten bedienen, en een hotelschakeling voor licht dat je van twee kanten bedient is daarvoor de gewone oplossing.
Zet de stopcontacten bij de meubels uit je plan en niet gelijkmatig langs de plint. Achter het tv-meubel, aan beide kanten van het bed, bij het bureau en boven het werkblad staan de apparaten, en een doos in de strook achter de bank bereik je nooit.
Teken per ruimte licht op drie hoogtes: een punt aan het plafond, een punt op ooghoogte en een laag punt bij het zitten of op tafel. Een lichtpunt boven de eettafel teken je pas als de tafel een vaste plek heeft, want een hanglamp 60 cm naast het midden van het blad zie je elke dag.
In de badkamer legt NEN 1010 wel iets vast. Binnen 60 cm van de rand van bad of douche komt geen wandcontactdoos, en elke wandcontactdoos zit achter een aardlekschakelaar van 30 mA.
| Plek | Wat je intekent | De maat die erbij hoort |
|---|---|---|
| Deur van een kamer | Schakelaar aan de sluitzijde | Hart op 105 cm en 15 cm naast het kozijn; 90 tot 100 cm werkt beter voor kinderen en vanuit een rolstoel |
| Hal en trap | Lichtpunt met een schakelaar beneden en een boven | Onderkant van een hanglamp op 200 tot 230 cm, boven de trap gemeten vanaf de hoogste trede eronder |
| Zithoek | Wandcontactdozen achter het tv-meubel en naast de bank | Hart op 30 cm is gewoonte en geen norm; achter een dressoir mag hij net zo goed op 15 cm |
| Eettafel | Lichtpunt boven het midden van het blad | Onderkant van de lamp 75 tot 90 cm boven het blad |
| Keukenwerkblad | Wandcontactdozen boven het blad | Hart op 110 tot 120 cm, en minstens 30 cm van de spoelbak |
| Bed | Schakelaar of wandlamp aan beide kanten | Hart van een bedlamp 55 tot 75 cm boven de matras, gemeten vanaf de matras en niet vanaf de vloer |
| Badkamer | Wandcontactdoos buiten de zone van bad en douche, lampen naast de spiegel | Minstens 60 cm van bad of douche; spiegellampen met het hart op 155 tot 170 cm |
| Voordeur buiten | Buitenlamp met een schakelaar binnen naast de deur | Hart op 170 tot 210 cm, zodat je niet in de lamp kijkt terwijl je het slot zoekt |
Van schets naar een tekening waar een ander mee verder kan
Een schets is af als je er zelf in kunt wonen, een tekening is af als een ander er zonder jou mee verder kan. Voor een aannemer, een constructeur of een vergunningaanvraag moet er meer op staan dan kamers met namen.
Zet op elke plattegrond de schaal, de noordpijl en maatkettingen langs de gevels: de binnenmaat van elke ruimte, de dikte van elke wand en de totale buitenmaat. Tellen de ketting en de buitenmaat niet op tot hetzelfde getal, dan zit er een fout in de tekening en niet in het huis.
Geef bij elke deur de dagmaat en de draairichting, bij elk raam de hoogte van de borstwering en de bovenkant, en bij elke ruimte de vloerhoogte ten opzichte van één vast punt, het peil. Een aanbouw waarvan de vloer 5 cm lager uitkomt dan de kamer ervoor, heeft anders een drempel die niemand bedoeld heeft.
Maak minstens één doorsnede, door de trap of door de hoogste en de laagste ruimte. Pas in een doorsnede zie je of de vrije hoogte boven de trap klopt, waar een schuine wand onder 150 cm zakt en of een afvoer onder de vloer past.
Zelf tekenen mag, ook voor een vergunningaanvraag, want er is geen regel die een architect verplicht. Wat je niet zelf maakt, is de constructieve berekening, en die hoort bij elke aanvraag waarin een dragend deel verandert.
Met de tekening in de hand werk je de ruimtes daarna per stuk uit, met maatwerkkasten en materialen. Hoe ver je daarin kunt gaan staat bij een luxere inrichting met maatwerk en materialen die lang meegaan, en welke stijl er overheen past bij het overzicht van stijlen en manieren van inrichten.
Plak de belangrijkste nieuwe maten met schilderstape op de vloer van de bestaande ruimte: de nieuwe wand, de deurzwaai en de breedte van de overloop. Een wand die op papier 250 cm van de gevel staat, kun je pas beoordelen als je er twee dagen omheen loopt.
Zo maak je zelf een ontwerp voor je huis
Elke stap legt een grens vast waarbinnen de volgende stap nog mag schuiven.
-
Vraag de bouwtekening op en meet het huis na
Vraag bij het bouwarchief van de gemeente de plattegronden, de doorsnede en de constructietekening op. Meet daarna elke wand op drie hoogtes en elke wanddikte in een dagkant, en zet de verschillen op de oude tekening, want die tekening toont wat vergund is en niet wat er later veranderd is.
-
Schrijf per ruimte op wat erin moet en hoe breed hij wordt
Tel meubelmaat en loopruimte op tot een binnenmaat in twee richtingen, bijvoorbeeld 290 bij 360 cm voor een slaapkamer met een bed van 160 cm. Tel de ruimtes op en zet de verkeersruimte ernaast, zodat je weet of je wensen in het huis passen voordat je tekent.
-
Teken de vaste punten in een eigen kleur
Gevels, woningscheidende muren, dragende wanden, trapgat, schacht, meterkast en rookgasafvoer gaan als eerste op papier. Elke wand waarvan je niet zeker weet of hij draagt, teken je voorlopig mee, want een aanname die later niet klopt kost dan geen heel ontwerp.
-
Leg de natte ruimtes bij de schacht
Badkamer, toilet, keuken en wasplek komen zo dicht mogelijk bij de standleiding en liefst boven elkaar. Reken voor elke meter afstand ongeveer 1 cm afschot bij de afvoer en kijk of die hoogte in de vloer zit, want dat bepaalt of een plek kan.
-
Ontwerp de overloop en de gang als eigen ruimte
Laat de trap uitkomen op een overloop die elke deur raakt met een wandstrook van ongeveer 95 cm, en houd gangen op 90 tot 100 cm breed. Pas als die route vastligt verdeel je de rest van de vloer over de kamers, anders wordt de gang wat overblijft.
-
Deel de kamers in en toets ze aan de ondergrenzen
Controleer bij nieuwbouw elke verblijfsruimte op 7,5 m² en 240 cm breedte, minstens één op 11 m² en 300 cm, en de daglichtoppervlakte. Leg daarna de verdiepingen op transparant papier over elkaar en kijk of trapgat, schacht en dragende wanden overal op dezelfde plek staan.
-
Teken het lichtplan en de aansluitingen op een kopie
Zet schakelaars aan de sluitzijde van elke deur, licht dat je op een route met twee uiteinden van twee kanten bedient, en stopcontacten bij de meubels uit je plan. Dit is klaar voordat er een wand dichtgaat, want daarna betaal je elke verandering met stucwerk.
-
Laat de constructie doorrekenen en doe de vergunningcheck
Gaat er een dragende wand weg of komt er een opening in een gevel, dan rekent een constructeur de ligger uit. Doe met het plan de vergunningcheck in het Omgevingsloket en plak de nieuwe wanden met tape op de vloer voordat er iets gesloopt wordt.
Kamerplanner
Vul de maten van je kamer in, zet deuren en ramen op de juiste plek en schuif meubels op schaal rond. Je ziet meteen of het past en hoeveel loopruimte er overblijft. Open de volledige kamerplanner
Nalopen voordat het ontwerp de deur uit gaat
Uit de praktijk
De badkamer past op de tekening, maar de afvoer niet
Het symptoom is een nieuwe badkamer of een toilet dat netjes in een ruimte past, terwijl de vloer eruit moet of er een verhoogde vloer komt zodra het werk begint. De oorzaak is het afschot: een afvoer loopt op zwaartekracht naar de standleiding en moet dus over zijn hele lengte dalen.
Met ongeveer 1 cm per meter en een toiletbuis van 110 mm vraagt een toilet op 4 m van de schacht aan het begin zo'n 15 cm hoogte. In een houten balklaag past dat soms tussen de balken, in een betonvloer niet, en haaks op de balken kom je er niet door zonder de constructie aan te tasten.
Leg de natte ruimtes daarom eerst tegen de schacht en ontwerp de kamers eromheen. Moet het toilet toch verder weg, dan zijn een voorzetwand langs de route of een vuilwaterpomp keuzes die je vooraf in het ontwerp maakt.
De kamer haalt de vierkante meters, maar het bed past er niet goed in
Een kamer die op de tekening groot genoeg lijkt en in gebruik krap blijft, is bijna altijd te smal en niet te klein. De meubels die een kamer vullen hebben een vaste diepte, en die diepte moet in de breedte passen, niet in de oppervlakte.
Een tweepersoonsbed van 160 cm is met frame 170 cm breed en vraagt 60 cm aan beide kanten, dus 290 cm. Een kamer van 240 bij 400 cm heeft 9,6 m² en haalt de ondergrens voor nieuwbouw ruim, maar het bed staat er dan met één lange kant tegen de wand.
Daar komen de deur en het raam nog bij, die ook wandlengte kosten. Wie per meubel in twee richtingen rekent ziet dit op papier, wie per vierkante meter rekent pas als het bed er staat.
De middelste kamer wordt donker na het splitsen of na de aanbouw
Een doorzonkamer die in tweeën gaat, of een woonkamer waar een aanbouw achter komt, verliest licht op de plek waar het vroeger vanzelf kwam. Daglicht komt als vuistregel 2 tot 2,5 keer de hoogte van de bovenkant van het raam de kamer in, en bij een raam tot 220 cm is dat 4,4 tot 5,5 m.
Komt er een aanbouw van 3 m diep achter de gevel, dan schuift het glas 3 m verder van het midden van het huis, en de voorste strook van de kamer valt buiten die lichtdiepte. Bij een gesplitste kamer krijgt de helft zonder raam helemaal geen daglicht.
In het ontwerp los je dat op met licht van boven of van opzij: daklichten in de aanbouw, een glazen binnenwand of een bovenlicht boven de deur tussen de twee helften. Teken de lichtdiepte als lijn op de plattegrond, dan zie je vooraf welk deel van de kamer op lamplicht leeft.
Veelgemaakte fouten
Ontwerpen op de plattegrond uit de verkoopbrochure
Die tekening laat de gebruiksoppervlakte zien en is niet gemaakt om op te bouwen. Wanden zijn vaak één lijn, schachten ontbreken en de maat van een ruimte is afgerond.
Wie daarop een badkamer van 140 cm breed tekent, merkt pas bij de uitvoering dat een wand van 10 cm er een stuk van afsnoept.
Kamers op vierkante meters plannen in plaats van op breedte
Twee kamers van 9 m² kunnen 300 bij 300 cm en 200 bij 450 cm zijn, en alleen de eerste is een slaapkamer voor twee. De tweede valt bij nieuwbouw bovendien met 200 cm onder de breedte van 240 cm.
Schrijf daarom altijd twee maten op en toets de kleinste aan de meubels die erin moeten.
Een wand wegtekenen zonder te weten of hij draagt
Op papier kost dat een gum, in het huis een ligger, een berekening en een melding of vergunning. Teken elke twijfelwand als vast totdat een constructeur of de constructietekening anders zegt, dan bouw je geen ontwerp op een aanname.
De gang laten ontstaan als restruimte
Wie eerst de kamers tekent en daarna kijkt hoe je erin komt, krijgt een overloop met hoeken, twee deuren die tegen elkaar slaan of een gang die langer is dan nodig. Elke meter extra gang gaat van een kamer af.
Ontwerp daarom eerst de route van de trap naar elke deur, met 90 tot 100 cm breedte, en verdeel daarna de vloer.
Deuren tekenen zonder draairichting
Een blad van 83 cm zwaait een kwartcirkel van 83 cm de kamer in. Op een overloop slaan twee deuren zo tegen elkaar, en in een kleine slaapkamer bepaalt de draairichting of het bed tegen de wand past.
Laat een deur openslaan tegen de dichtstbijzijnde wand, dan bezet het blad geen vloer midden in de kamer en blijft de schakelaar aan de sluitzijde vrij.
Het lichtplan bewaren tot na het stucwerk
Een schakelaar aan de verkeerde kant van de deur of een stopcontact achter de kast verplaats je daarna met een sleuf, een nieuwe doos en nieuw stucwerk. Op de tekening kost dezelfde verandering een streep en een minuut.
Veelgestelde vragen
Hoe kun je zelf je huis ontwerpen zonder architect?
Begin bij de bestaande bouwtekening en je eigen metingen, schrijf per ruimte op wat erin moet met een breedte en een lengte, en teken eerst wat vastligt: dragende wanden, trapgat, schacht en meterkast. Daarbinnen verdeel je de ruimtes en de route ertussen.
Een architect is niet verplicht, ook niet voor een vergunningaanvraag. Wat je wel uitbesteedt is de constructieve berekening, zodra er een dragende wand, een vloer of een gevelopening verandert.
Hoe maak je een ontwerp van je huis dat een aannemer kan uitvoeren?
Zet op de plattegrond de schaal, de noordpijl, maatkettingen langs de gevels en de dikte van elke wand, en geef bij elke deur de dagmaat en de draairichting. Tellen de kettingen niet op tot de buitenmaat, dan zoek je eerst die fout.
Voeg minstens één doorsnede toe met de vloerhoogtes ten opzichte van het peil. Daarin ziet een aannemer of de trap, de afvoer en de plafondhoogte kloppen, en dat staat op geen enkele plattegrond.
Waar vind je de bouwtekening van je eigen huis?
Bij de gemeente, in het bouwarchief. Veel gemeenten hebben dat archief gedigitaliseerd en laten je de tekeningen van je eigen adres online inzien of opvragen, bij andere vraag je ze aan via een formulier of aan de balie.
Vraag naast de plattegronden ook de doorsnede en de constructietekening op als die er zijn. Houd er rekening mee dat een archieftekening de vergunde situatie laat zien, en dat er later zonder tekening iets aan het huis veranderd kan zijn.
Hoe herken je of een muur dragend is?
Kijk naar wat erop rust. Houten vloerbalken liggen haaks op de wand die ze dragen, dus planken die evenwijdig aan een wand lopen wijzen op een dragende wand eronder. Een wand die op elke verdieping boven een andere wand staat, dikker is dan 10 cm en massief klinkt, is ook een kandidaat.
Zekerheid geeft alleen de constructietekening of een constructeur. Teken elke twijfelwand als vast totdat een van die twee iets anders zegt.
Hoe groot moet een slaapkamer minimaal zijn?
Voor nieuwbouw vraagt het Besluit bouwwerken leefomgeving voor een verblijfsruimte minstens 7,5 m² en 240 cm breedte, en minstens één verblijfsruimte in de woning moet 11 m² en 300 cm breed zijn. Voor bestaande woningen gelden lagere grenzen.
Werkbaar is iets anders. Een slaapkamer met een bed van 160 bij 200 cm en 60 cm aan beide kanten vraagt 290 cm breedte, en een eenpersoonskamer met bed en bureau komt uit op ongeveer 250 bij 300 cm.
Hoe breed moet een gang of overloop zijn?
Houd 90 cm aan voor een route waar je met een wasmand langs moet, en 100 tot 120 cm waar een deur opendraait terwijl er iemand staat of waar twee mensen elkaar passeren. Dat zijn vuistregels uit de praktijk; voor nieuwbouw geldt als regel dat een deur minstens 85 cm vrije doorgang heeft.
Laat de overloop elke deur raken met een wandstrook van ongeveer 95 cm, want een kozijn met een dagmaat van 83 cm heeft aan beide kanten nog een stijl.
Welk programma gebruik je om zelf een huis te ontwerpen?
Kies op de vraag die je hebt. Voor de indeling en de maatvoering is een plattegrondtekenaar waarin je per wand een eigen maat en een wanddikte invoert genoeg, en een 3D-weergave helpt pas als je hoogtes en zichtlijnen wilt zien.
Wil je alleen controleren of de meubels in een ontworpen ruimte passen, zet de binnenmaat dan in onze planner voor één ruimte op schaal. Die meldt de smalste doorgang die overblijft, maar tekent geen wanden tussen ruimtes, dus het huis als geheel teken je apart.
Kun je zelf een aanbouw ontwerpen?
De indeling en de maten wel. Begin bij de vloerhoogte binnen, de erfgrens en de achtergevel, en teken de lichtdiepte van het nieuwe glas in: ongeveer 2 tot 2,5 keer de hoogte van de bovenkant van het raam.
De opening in de achtergevel vraagt een ligger die een constructeur uitrekent. Of de aanbouw zelf vergunningvrij is, hangt af van de diepte, de hoogte en de plek op het perceel, en dat zie je in de vergunningcheck van het Omgevingsloket.
Hoe teken je een plattegrond van meerdere verdiepingen?
Teken elke verdieping op dezelfde schaal, waarbij 1 op 50 een rijtjeshuis op A3 laat passen, en gebruik transparant papier of lagen in je programma. Leg de verdiepingen over elkaar met de gevels en de woningscheidende muren als paslijnen.
Controleer daarna of het trapgat, de schacht, de dragende wanden en de rookgasafvoer op elke laag op dezelfde plek staan. Waar dat niet zo is, zit er een fout in de tekening of een verbouwing die niet uitvoerbaar is.
Hoeveel verkeersruimte kost een huis?
Reken het na op je eigen tekening: tel hal, trap, overloop en gangen bij elkaar en deel dat door de vloer. In het schema van de bovenverdieping kosten overloop en doorloop samen 4,25 m² van 510 bij 880 cm, ongeveer een tiende, en daar komt het trapgat van 2,6 m² nog bij.
Bij nieuwbouw telt dit mee in de eis dat het verblijfsgebied minstens 55 procent van de gebruiksoppervlakte beslaat. Een ontwerp met lange gangen haalt dat percentage minder makkelijk.
Wat is het verschil tussen een huis ontwerpen en een huis inrichten?
Ontwerpen gaat over wat je niet met twee mensen verplaatst: wanden, deuren, trap, natte ruimtes en leidingen. Inrichten gaat over wat je binnen die grenzen neerzet: meubels, licht, kleur en textiel.
De volgorde ligt daarom vast. Eerst staat de plattegrond, dan de installaties, en pas daarna richt je in; hoe dat verder gaat staat bij een woning als geheel inrichten.
Wanneer je beter een vakman belt
Het ontwerp maak je zelf, maar drie onderdelen ervan niet. Een dragende wand weghalen, een gevelopening maken of een trapgat verplaatsen vraagt een berekening van een constructeur, en bij de gemeente een melding of een vergunning.
Werk aan de gasleiding, de rookgasafvoer en de groepenkast achter de hoofdzekering is voor een erkend installateur en een elektricien, en het verplaatsen van de meterkast vraag je aan bij de netbeheerder. Is de woning van voor 1994, laat dan vóór het slopen een asbestinventarisatie maken, want asbest zit ook in onderdelen die je niet als plaat herkent, zoals vloerzeil en kitranden.
Verder lezen over dit onderwerp

Kamer inrichten
