Ergosofa comfortbank: de maten en de vulling die het zitten bepalen
Een ergosofa comfortbank is een bank die op steun is gebouwd in plaats van op onderuitzakken. Er zit geen keurmerk achter, dus je beoordeelt hem op vier dingen die te meten of op te vragen zijn: een zithoogte van 40 tot 48 cm, een zitdiepte van 55 tot 65 cm, de dichtheid van het schuim in de draaglaag en het type vering eronder. Een zitting van polyether met lage dichtheid houdt 7 tot 10 jaar zijn vorm, een bank met vering onder het schuim en een massief frame haalt 12 tot 20 jaar. Meet daarom eerst je eigen onderbeen en bovenbeen op, en vraag de opbouw van de zitting op voordat je bestelt.
Wat de naam belooft en wat er niet in vastligt
De aanduiding ergosofa comfortbank wordt gebruikt voor banken die op zithouding en steun verkocht worden, niet op formaat of kleur. Er hoort geen norm bij en geen keurmerk: er is geen instantie die toetst wanneer een bank zich ergonomisch mag noemen.
Dat maakt de term niet leeg, het verlegt alleen het werk naar jou. Je trekt hem na aan vier dingen die in de productgegevens staan of met één vraag boven tafel komen: de zithoogte, de zitdiepte, de opbouw van de zitting en het type vering eronder.
Die vier bepalen samen of je er na twee uur nog rechtop zit. Wat een verkoper daarover vertelt zonder cijfers erbij, is smaak.
Een gewone loungebank zakt op elk van die vier punten de andere kant op: lager, dieper, zachter en vaker op elastische banden dan op veren. Dat is geen slechte bank, het is een bank om op te liggen. Dezelfde afweging tussen maat, opbouw en gebruik keert bij elk zitmeubel terug, en die staat uitgewerkt in de gids over meubels kiezen op maat en opbouw.
Een bank die in de showroom meteen zacht en behaaglijk voelt, is zelden de bank waarop je twee uur later nog rechtop zit. Die eerste indruk komt van de comfortlaag van 2 tot 4 cm bovenop. Hoe je erop zit komt van de draaglaag daaronder, en die merk je pas na tien minuten.
De maten die bepalen of je na twee uur nog goed zit
Zitcomfort is grotendeels een kwestie van vier maten die op je lichaam moeten passen. De zithoogte bepaalt of je voeten plat op de vloer staan, de zitdiepte of je rug de leuning haalt, de rughoogte waar de steun ophoudt en de armhoogte of je schouders kunnen zakken.

Voor een bank houden wij een zithoogte van 44 cm aan, met 40 tot 48 cm als bruikbare marge. Meet die hoogte tot de ingezakte zitting en niet tot het bolle kussen, want daar zit 3 tot 6 cm verschil in.
De zitdiepte komt uit op 60 cm, met 55 tot 65 cm eromheen. Boven 70 cm hangen je voeten vrij zodra je rug de leuning raakt, en dan kantelt je bekken achterover en verliest je onderrug zijn holling.
De rugleuning brengt een bank meestal op 80 cm totale hoogte. De bolling van je onderrug zit ongeveer 15 tot 25 cm boven de zitting, en op die hoogte hoort de leuning dus vol te zijn en niet weg te vallen.
| Maat | Wat wij aanhouden | Waar het van afhangt |
|---|---|---|
| Zithoogte, tot de ingezakte zitting | 44 cm, bruikbaar 40 tot 48 cm | Je onderbeenlengte met schoenen aan. Hoger kom je makkelijker op en af, lager zit je meer achterover |
| Zitdiepte | 60 cm, bruikbaar 55 tot 65 cm | Boven 70 cm hangen je voeten vrij en zit je gedwongen onderuit; loungemodellen lopen door tot 100 cm |
| Totale hoogte met rugleuning | 80 cm, bruikbaar 75 tot 90 cm | Een hoge rug steunt tot je schouderbladen, maar boven 80 cm komt de bank uit boven een vensterbank op 85 cm |
| Armleuning boven de zitting | 20 tot 25 cm | Hierop rust je onderarm zonder je schouder op te trekken; een lage arm van 10 tot 15 cm is bedoeld om op te liggen |
| Zitbreedte per persoon | 60 tot 70 cm | Onder 60 cm raken schouders elkaar. Een bank van 210 cm met dikke armen houdt ongeveer 170 cm zitting over |
| Hoogte van de salontafel | 42 cm, bruikbaar 38 tot 45 cm | Gelijk aan of net onder de zithoogte, dan zet je je kopje neer zonder voorover te buigen |
| Afstand tussen bank en salontafel | 40 cm, bruikbaar 35 tot 45 cm | Minder en je stoot met je schenen tegen de rand, meer en je moet opstaan om je glas te pakken |
Meet je onderbeen op met de schoenen aan die je thuis draagt: van de knieholte recht naar de vloer. Dat getal is je zithoogte. Je zitdiepte vind je door de afstand van je bilnaad tot je knieholte te meten en daar 5 tot 8 cm van af te halen, zodat de zitrand niet in je knieholte drukt. De hoogtes die daarop aansluiten staan bij elkaar in de maatwijzer met zit- en tafelhoogtes.
Wat er onder de bekleding zit
Een zitting is een stapel van vier of vijf lagen, en elke laag doet iets anders. De bovenste centimeters bepalen hoe de bank aanvoelt in de eerste minuut, de laag daaronder bepaalt hoe hij over vijf jaar zit.
Onderin zit de vering: nosagveren in S-vorm, pocketveren of elastische banden die tussen de zijlijsten gespannen staan. Die laag vangt op wat je erin laat vallen en veert 2 tot 3 cm door.
Daarboven ligt de draaglaag, meestal koudschuim of HR-schuim van 10 tot 14 cm dik. Dit is de laag die je gewicht draagt en die de vorm van de zitting vasthoudt.
De comfortlaag bovenop is zacht schuim, vezelvulling of dons van 2 tot 4 cm. Die vult de hoes en geeft de zachte aanraking, maar hij draagt niets en zakt in het eerste jaar zichtbaar terug.
Haal je de vering weg, dan zit de draaglaag rechtstreeks op de houten lijst en voel je bij elke beweging de rand van het frame. Haal je de draaglaag weg, dan is een zachte bank een hangmat waarin je naar het midden zakt.
Welke vulling en vering hun vorm het langst houden
De levensduur van een bank is bijna altijd de levensduur van de zitting. Het frame houdt het langer vol dan het schuim, en de bekleding slijt vaak eerder dan de vering eronder.
De dichtheid van het schuim is de zinnigste vraag die je een verkoper kunt stellen. Polyether van ongeveer SG 25 zakt de eerste jaren in en houdt daarna de kuil van de plek waar het vaakst gezeten wordt, terwijl schuim van SG 35 of hoger zijn vorm merkbaar langer vasthoudt. Die waarde staat zelden in een webshop en bijna altijd wel in de technische fiche.
Bij een bank met een polyether zitting rekenen wij op 7 tot 10 jaar voordat de kuil blijft staan. Zit er echte vering onder het schuim en staat het geheel op een massief houten frame, dan loopt dat op naar 12 tot 20 jaar en is de bekleding meestal eerder op dan de constructie.
Dat verschil bepaalt ook of herstel loont. Een massief frame laat zich opnieuw vullen en opnieuw stofferen; een doorgezakt frame van plaatmateriaal is het einde van de bank. Om diezelfde reden gaan massief houten meubelen in koloniale stijl generaties mee.
| Opbouw van de zitting | Hoe lang de vorm blijft | Waaraan je het merkt en wat je vraagt |
|---|---|---|
| Polyether van lage dichtheid, rond SG 25 | 7 tot 10 jaar | De kuil op de vaste zitplek komt na het omdraaien binnen weken terug. Vraag naar de SG-waarde van de draaglaag |
| Polyether of koudschuim vanaf SG 35 | Merkbaar langer dan SG 25 | Voelt bij aankoop iets steviger en veert na het opstaan sneller terug. Vraag of de opgegeven dichtheid de draaglaag betreft en niet de comfortlaag |
| Koudschuim of HR-schuim met een dunne vezeltoplaag | Draaglaag lang, toplaag kort | De zitting lijkt versleten terwijl het schuim nog goed is. De toplaag moet je opschudden, niet vervangen |
| Schuim op nosagveren, massief houten frame | 12 tot 20 jaar | De vering gaat langer mee dan de stof, dus opnieuw stofferen is dan de goedkoopste route |
| Pocketveren in het zitkussen zelf | Lang, mits de hoes strak blijft | Elke veer zakt apart in, dus er komt eerder een deuk dan een kuil. Vraag of de hoes afritsbaar is voor onderhoud |
| Elastische singelbanden zonder veren | Rekken geleidelijk uit | De zitting komt in het midden lager te liggen dan bij de armleuning. Vraag of de banden na te spannen of te vervangen zijn |
| Losse rugkussens met vezelvulling | Alleen met wekelijks opschudden | De vulling zakt naar de onderkant van de hoes en de bovenrand valt slap naar voren |
Welke zitting bij jouw lengte en jouw gebruik past
Er is geen zitting die voor elk lichaam werkt, want zitdiepte en zithoogte volgen je bovenbeen en je onderbeen. Dat is ook de reden dat twee mensen op dezelfde bank heel verschillend kunnen oordelen.
Het patroon erachter is simpel. Wie kort is, heeft last van een te diepe zitting: je rug haalt de leuning alleen door onderuit te schuiven. Wie lang is, heeft last van een te lage en te korte zitting: je knieën komen boven je heupen uit en je bovenbenen hangen in de lucht.
Voor opstaan telt vooral de hoogte. Een zitting van 46 tot 48 cm scheelt merkbaar bij stijve knieën, en een massieve armleuning op 20 tot 25 cm boven de zitting geeft je iets om op te duwen.

De tabel hieronder leest ook van rechts naar links. Herken je je eigen klacht in de derde kolom, dan weet je welke maat je moet veranderen.
| Wie erop zit | Wat daarbij past | Waar het anders op vastloopt |
|---|---|---|
| Tot ongeveer 1,70 m | Zitdiepte 55 tot 58 cm, zithoogte 44 tot 46 cm | Bij een diepe zitting hangen je voeten vrij en kantelt je bekken; een rugkussen van 12 tot 15 cm dik haalt de diepte terug |
| Vanaf ongeveer 1,90 m | Zitdiepte 62 tot 65 cm, rughoogte 85 tot 90 cm | Een lage rug eindigt tussen je schouderbladen en duwt je hoofd naar voren |
| Stijve knieën of heupen | Zithoogte 46 tot 48 cm, massieve armleuning op 20 tot 25 cm | Je duwt jezelf omhoog aan de arm, dus schuim om een spaander geeft mee op het moment dat je hem nodig hebt |
| Uren achter elkaar zitten, lezen of gamen | Stevige draaglaag, zitdiepte aan de korte kant, rug tot in de nek | Op een zachte zitting verzit je elke twintig minuten, en die beweging voel je later in je onderrug |
| Twee mensen met veel lengteverschil | Losse zitkussens of modules met verschillende diepte | Op één doorlopende zitting wint de langste persoon altijd |
| Kinderen en huisdieren in huis | Afneembare hoezen, vlakke naden, vaste rugkussens | Losse rugkussens worden speelgoed en zijn binnen een jaar vormloos |
| Af en toe languit liggen | Eén lage arm van 15 cm of een chaiselongue-module van 160 tot 170 cm diep | Een armleuning van 60 cm hoog is geen hoofdkussen en knikt je nek |
Hoeveel vloer de bank en de loopruimte eromheen opeisen
Een driezitsbank is gangbaar 210 cm breed en 95 cm diep, een loungemodel met diepe zit loopt op naar 240 bij 110 cm. Die diepte is op zichzelf geen probleem, de optelsom erachter wel.
Voor de bank hoort 35 tot 45 cm beenruimte naar de salontafel, anders stoot je met je schenen tegen de rand terwijl je gaat zitten. De salontafel zelf is 55 tot 70 cm diep, en achter de tafel wil je nog 70 tot 90 cm doorloop overhouden.
Bij elkaar eist een zithoek daarmee al snel 280 cm diepte vanaf de wand. In een kamer van 350 cm breed betekent een bank van 110 cm diep dat er achter de salontafel niets meer langs kan zonder dat je de tafel opzij schuift.
Langs de korte kant van de bank houd je 70 cm aan als daar de route naar de tuindeuren loopt en 90 cm als twee mensen elkaar daar passeren. Wat andere zitmeubels aan vloer kosten, staat bij elkaar in het overzicht met meubels en hun gangbare maten.
Bekleding kiezen op grip, slijtage en schoonhouden
Bekleding is niet alleen een kwestie van kleur, want het oppervlak bepaalt mede hoe je zit. Op een glad leren zitting schuif je bij elke beweging een stukje naar voren en zakt je onderrug hol weg. Een geweven stof houdt je op je plek en helpt de houding die je van deze bank verwacht.
Voor slijtvastheid staat op de stofkaart de Martindale-waarde: het aantal wrijfbewegingen dat een proefstuk doorstaat. Voor huishoudelijk gebruik geven fabrikanten meestal waarden vanaf ongeveer 15.000 toeren op en voor intensief gebruik hoger. Dat getal zegt iets over schuurvastheid en niets over vlekken, pilling of nagels.
Pilling komt van korte losse vezels die opkrullen. Dat is geen slijtage maar een nieuwe stof die nog haart, en met een stofscheerder haal je het eraf. Lussen die uitgetrokken zijn, komen nooit meer terug: bij bouclé en andere lusstoffen haakt een nagel in de lus en trekt hem in zijn geheel naar buiten.
Neem daarom stalen mee naar huis en leg ze twee dagen op de plek waar de bank komt te staan. Dat geldt ook als je bij de grootste meubelwinkels van Nederland tien modellen op één dag bekijkt, want onder winkelverlichting klopt geen enkele kleur.
| Bekleding | Hoe hij zit en slijt | Wat het schoonhouden vraagt |
|---|---|---|
| Geweven meubelstof van polyester of polypropeen | Geeft grip, dus je schuift niet naar voren. Korte vezels gaan in het eerste jaar pillen | Stofzuigen met de zachte borstel en de eerste pilling eraf scheren |
| Microvezel | Dichte structuur zonder lussen, dus nagels vinden weinig houvast | Vlekken gaan er vaak met water uit, maar maak dan de hele baan vochtig, anders houd je een kring |
| Velours of chenille | De pool wordt platgedrukt op de zitplek en glanst daar anders | Borstelen in de richting van de pool; die glans is geen slijtage maar een liggende vezel |
| Bouclé en andere lusstoffen | Zacht in het zitten, kwetsbaar voor alles wat haakt | Getrokken lussen zijn onherstelbaar; knip ze af en trek ze nooit door |
| Gepigmenteerd leer met dekkende toplaag | Glad, dus je schuift naar voren op een lage zitting | Afnemen met een vochtige doek; de toplaag houdt vocht en vet tegen |
| Anilineleer en semi-anilineleer | Ademt en voelt warm aan, neemt vocht en huidvet op | Regelmatig invetten en uit de volle zon houden, anders droogt het uit rond de hoofdsteun |
| Kunstleer met pu-toplaag | Voelt glad en koel, en de toplaag werkt niet mee met het schuim | Op de plekken met lichaamswarmte en zonlicht craqueleert de laag na jaren en dat is niet te herstellen |
Proefzitten: wat tien minuten je vertellen
Vijf seconden op de rand van een showroombank zegt niets. Ga minstens tien minuten zitten, met je jas uit en in schoenen die lijken op wat je thuis draagt, want die twee dingen veranderen je zithoogte en je houding meteen.
Ga ook zitten op de plek waar je thuis zit. Bij de armleuning steunt een bank anders dan in het midden, en op een doorlopende zitting zonder naden verschilt dat nog meer dan op losse kussens.
Controleer dan vier dingen. Staan je voeten plat op de vloer, blijft er twee tot drie vingers ruimte tussen de zitrand en je knieholte, raakt je onderrug de leuning zonder dat je moet schuiven, en kom je overeind zonder jezelf aan de armleuning op te trekken.
Reken erop dat een nieuwe zitting steviger is dan dezelfde bank over een jaar, want schuim zet zich in de eerste maanden. Op een hoogpolig vloerkleed zakken de poten thuis nog eens 1 tot 2 cm weg, en daarmee schuift je zithoogte de verkeerde kant op.
Proefzit eerst met je telefoon in je hand en daarna achterover met een boek. In die twee houdingen kantelt je bekken verschillend, en een bank die alleen met een rechte rug prettig zit, gebruik je thuis nooit zo.
De route naar binnen en waar de garantie over gaat
Een bank van 210 bij 95 cm moet door je voordeur, door de gang en om de hoek van de kamerdeur. De maat die knelt is zelden de deurbreedte: diagonaal door een kozijn lukt vaak nog, maar om een haakse hoek is de lengte van de bank tegenover de gangbreedte de beperking.
Een binnendeurkozijn heeft doorgaans een dagmaat van 83 cm en houdt na montage ongeveer 3 cm minder vrije doorgang over. Moet de bank naar boven, dan is de trap de grens: het Besluit bouwwerken leefomgeving vraagt bij nieuwbouw een trapbreedte van ten minste 80 cm en staat in bestaande bouw 70 cm toe. Vraag de bezorgmaat op of kies een model in losse modules, want dat scheelt bij een hoekbank al gauw 100 cm draailengte.
Kijk bij de garantie niet naar de termijn maar naar de onderdelen. Frame en vering krijgen vaak een langere termijn dan schuim en bekleding, en het inzakken van schuim rekenen fabrikanten meestal tot normaal gebruik.
Los van elke fabrieksgarantie geldt in Nederland dat een aankoop moet voldoen aan wat je er redelijkerwijs van mag verwachten. Bij een meubel dat jaren mee hoort te gaan ligt die lat hoger dan bij een bijzettafeltje, dus leg schriftelijk vast wat er over inzakking is afgesproken.
Controleer de zitting bij aflevering voordat de bezorger weer vertrekt. Verschil tussen het showroommodel en wat er geleverd wordt zit meestal in de vulling van de losse kussens en in de dikte van de comfortlaag, en dat is makkelijker aan te kaarten met de vrachtbrief nog in je hand dan een week later.
Van opmeten tot bestellen
Deze volgorde voorkomt dat je een bank kiest die past bij de kamer maar niet bij je lichaam, of andersom.
-
Meet eerst je eigen onderbeen en bovenbeen
Meet met schoenen aan van je knieholte recht naar de vloer: dat is je zithoogte. Meet daarna van je bilnaad tot je knieholte en haal daar 5 tot 8 cm van af, want de zitrand mag niet in de knieholte drukken. Met die twee getallen valt de helft van het aanbod meteen af, en dat scheelt een showroomdag.
-
Teken de zithoek op schaal met de loopruimtes erbij
Zet de kamer op ruitjespapier van 5 mm, waarbij één hokje 10 cm is. Teken de bank met 35 tot 45 cm beenruimte naar de salontafel en houd daarachter 70 tot 90 cm doorloop vrij. Zo zie je meteen of een zitting van 110 cm diep past of dat het een model van 90 cm moet worden. De hoogtes die daarbij horen staan in de maatwijzer met meubelmaten per kamer.
-
Plak de buitenmaat met tape op de vloer
Plak de bank uit op de vloer en laat de tape twee dagen liggen. Je loopt er vanzelf omheen, en aan het eind van die twee dagen weet je of een bank van 240 cm een meubel is of een obstakel. Plak de losse rugkussens mee uit, want die maken de opgegeven diepte 5 tot 15 cm groter.
-
Vraag de opbouw van de zitting op
Vraag naar drie dingen: de dichtheid van het schuim in de draaglaag, het type ondervering en het materiaal van het frame. Krijg je op alle drie geen antwoord, dan koop je een uiterlijk en geen constructie. Deze vragen kosten een verkoper twee minuten en jou schelen ze jaren zitcomfort.
-
Zit tien minuten op drie modellen achter elkaar
Drie modellen op één dag is genoeg om verschil te voelen, meer maakt de vergelijking juist troebel. Zit steeds op de plek waar je thuis ook zit en sta tussendoor op. Een winkel waar veel merken naast elkaar staan maakt dat makkelijker, en dat is het argument voor een rit naar een grote meubelboulevard.
-
Beoordeel de stofstalen thuis, bij daglicht en bij lamplicht
Leg de stalen twee dagen op de plek waar de bank komt te staan en bekijk ze ook 's avonds. Lamplicht met een warme kleurtemperatuur duwt geel naar voren en haalt blauw eruit, waardoor een koele grijze stof thuis beige kan lijken. Wrijf ook een staal tien keer stevig heen en weer om te zien of hij gaat pillen.
-
Controleer de route naar binnen en leg de afspraken vast
Meet de dagmaat van elke deur op de route, de breedte van de gang en de trap. Vraag de bezorgmaat van het model op en leg de leverdatum, de retourvoorwaarden en de garantie per onderdeel schriftelijk vast voordat je tekent. Vraag daarbij hoe de leverancier inzakking van schuim beoordeelt, want dat is het punt waarop de meeste discussies ontstaan.
Maatwijzer
De hoogtes en maten die in een huis kloppen: bar, eettafel, tv, schilderij, wandlamp, kapstok en gordijnrails, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Onderdeel | Wat | Maat | Marge die werkt | Waar het van afhangt |
|---|---|---|---|---|
| Zitten | Bank, zithoogte | 44 cm | 40 tot 48 cm | Meet tot de ingezakte zitting, niet tot het bolle kussen. Hoger kom je makkelijker op en af, lager zit je meer achterover. |
| Zitten | Bank, zitdiepte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Boven 70 cm hangen je voeten vrij en zit je gedwongen onderuit. Loungebanken gaan tot 100 cm en zijn bedoeld om op te liggen. |
| Zitten | Bank, totale hoogte met rugleuning | 80 cm | 75 tot 90 cm | Staat de bank voor een raam, dan blijft hij onder de vensterbank als hij niet hoger is dan 80 cm. |
| Zitten | Fauteuil, zithoogte | 45 cm | 42 tot 48 cm | Een paar centimeter hoger dan de bank scheelt bij het opstaan. Een lage lounge-fauteuil zakt naar 38 cm. |
| Zitten | Salontafel, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Vuistregel: gelijk aan of net onder de zithoogte van de bank. Dan zet je je kopje neer zonder voorover te buigen. |
| Zitten | Salontafel, afstand tot de bank | 40 cm | 35 tot 45 cm | Minder en je knieën stoten tegen de rand, meer en je moet opstaan om je glas te pakken. |
| Zitten | Bijzettafel naast de bank, hoogte | 60 cm | 55 tot 65 cm | Gelijk met de armleuning, dan pak je je glas zonder te kijken. |
| Zitten | Poef of voetenbank, hoogte | 42 cm | 38 tot 45 cm | Iets lager dan de zitting waar je op zit, anders drukt de rand in je kuiten. |
| Zitten | Doorloop tussen bank en meubel | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm loop je er met een volle wasmand langs. 60 cm is te krap om elkaar te passeren. |
| Zitten | Tv-meubel, hoogte | 45 cm | 40 tot 55 cm | Hierop komt het midden van een 55 inch scherm op ongeveer 80 cm. Wil je het midden op ooghoogte, dan hang je de tv aan de wand. |
| Eten en bar | Barblad, hoogte | 105 cm | 100 tot 110 cm | De barkruk moet 25 tot 30 cm lager zijn dan het blad. |
| Eten en bar | Barblad, diepte | 40 cm | 30 tot 60 cm | 40 cm is een bord plus een glas. Wil je er ook snijden of een laptop neerzetten, dan 60 cm. |
| Eten en bar | Barblad, overstek voor je knieën | 25 cm | 20 tot 30 cm | Zonder overstek zitten je knieën tegen het kastje. Boven 30 cm moet het blad onderstut worden, anders kantelt het als iemand erop leunt. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij een blad van 105 cm | 78 cm | 75 tot 82 cm | Het verschil tussen zitting en blad blijft 25 tot 30 cm, want daar passen je bovenbenen. |
| Eten en bar | Barkruk, zithoogte bij aanrechthoogte (90 cm) | 63 cm | 60 tot 67 cm | Hetzelfde verschil van 25 tot 30 cm. Een gewone barkruk van 78 cm is hier te hoog en je zit met je knieën omhoog. |
| Eten en bar | Bar, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Met 60 cm stoot je je elleboog niet tegen je buurman. Onder 55 cm zit je schouder aan schouder. |
| Eten en bar | Eettafel, hoogte blad | 75 cm | 72 tot 78 cm | Vaste maat in de meubelbranche, geen norm. Een dik hardstenen of houten blad telt mee, dus meet de bovenkant. |
| Eten en bar | Eettafel, vrije hoogte onder het blad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Hier zitten je bovenbenen. Een dikke tafelrand, een schuiflade of een dwarsbalk eet die ruimte op. |
| Eten en bar | Eetstoel, zithoogte | 45 cm | 44 tot 47 cm | Het verschil met het tafelblad moet 28 tot 32 cm zijn. Bij een tafel van 78 cm hoort dus een stoel van 46 tot 48 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, breedte per persoon | 60 cm | 55 tot 70 cm | Een placemat is 45 cm breed, de rest is ruimte voor je ellebogen en je glas. Aan de kopse kant reken je een extra plek van 60 cm. |
| Eten en bar | Eettafel, diepte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Bij 80 cm raken de borden tegenover elkaar bijna. Bij 90 cm past er een schaal of een kaars in het midden. |
| Eten en bar | Ronde eettafel, diameter | 120 cm voor 4 personen | 110 tot 150 cm | Reken 60 cm omtrek per persoon en houd het midden vrij voor de schalen. Vanaf 140 cm zitten er zes mensen omheen. |
| Eten en bar | Ruimte achter een eetstoel | 100 cm | 75 tot 110 cm | 75 cm om de stoel achteruit te schuiven en op te staan, 100 cm om er ook achterlangs te lopen met een schaal. |
| Aan de muur | Schilderij, hartlijn boven de vloer | 145 cm | 140 tot 155 cm | Vuistregel, geen norm: het midden van het werk op ooghoogte van iemand die staat. Hang alles in de kamer op dezelfde hartlijn, dan loopt de wand rustig. |
| Aan de muur | Schilderij boven een bank, onderrand | 25 cm boven de rugleuning | 20 tot 30 cm | Lager en het lijkt of het werk op de bank leunt. Door de bank schuift de hartlijn omhoog naar 150 tot 165 cm, en dat mag hier. |
| Aan de muur | Schilderij boven een dressoir, onderrand | 25 cm boven het blad | 20 tot 30 cm | Genoeg om er een lamp of een vaas voor te zetten zonder dat die de lijst raakt. |
| Aan de muur | Wandcollage, ruimte tussen de lijsten | 6 cm | 5 tot 8 cm | Gelijke tussenruimte laat de groep als een vlak lezen. Boven 10 cm valt de groep uiteen in losse lijstjes. |
| Aan de muur | Schilderij in een trapgat, hartlijn | 145 cm boven de neus van de trede | 140 tot 150 cm | Meet loodrecht boven de voorkant van de trede waar je staat. Dan loopt de rij lijsten mee met de trap in plaats van scheef te lijken. |
| Aan de muur | Spiegel in de hal, hartlijn | 155 cm | 150 tot 165 cm | De bovenkant moet boven het hoofd van de langste huisgenoot uitkomen, anders ziet die zijn kruin niet. |
| Aan de muur | Spiegel boven de wastafel, onderkant | 20 cm boven het blad | 15 tot 25 cm | Ruimte voor de kraan en een zeeppompje. Bij 20 cm kijk je nog recht in je gezicht in plaats van tegen je hals. |
| Aan de muur | Wandklok, hartlijn | 180 cm | 170 tot 200 cm | Boven ooghoogte en boven de meubels, zodat je hem van de andere kant van de kamer ziet en er niemand voor staat. |
| Aan de muur | Tv, midden van het scherm | 105 cm | 100 tot 115 cm | Op ooghoogte als je op de bank zit: bij een zitting van 44 cm zit je oog op ongeveer 115 cm. Boven een schouw kijk je omhoog en dat voel je na een film in je nek. |
| Aan de muur | Tv, kijkafstand | 2 keer de schermdiagonaal | 1,5 tot 2,5 keer | Een 55 inch scherm is 140 cm diagonaal, dus 2 tot 3,5 m. Bij 4K mag je dichterbij zitten omdat je de pixels niet meer ziet. |
| Aan de muur | Stopcontact, hart boven de vloer | 30 cm | 25 tot 35 cm | Gewoonte, geen norm: NEN 1010 schrijft geen hoogte voor, alleen de zones in de badkamer. Achter een dressoir zet je hem net zo goed op 15 cm, boven een werkblad juist hoog. |
| Aan de muur | Schakelaar, hart boven de vloer | 105 cm | 90 tot 110 cm | Ook een gewoonte. 105 cm is de oude Nederlandse standaard: je vindt hem in het donker met je hand op heuphoogte. Voor kinderen en vanuit een rolstoel werkt 90 tot 100 cm beter. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, onderkant | 80 cm boven het blad | 75 tot 90 cm | Laag genoeg om het blad te verlichten, hoog genoeg om iemand tegenover je aan te kijken. Bij een plafond boven 280 cm mag hij iets hoger. |
| Licht | Hanglamp boven de eettafel, breedte | 30 cm binnen de rand van het blad | 30 tot 40 cm binnen de rand | Anders stoot je je hoofd als je langs de tafel loopt of een stoel aanschuift. |
| Licht | Hanglamp boven een kookeiland, onderkant | 75 cm boven het blad | 70 tot 85 cm | Boven een blad van 90 cm kom je dan op 165 cm, ongeveer ooghoogte. Kies dus een kap die de lamp van onderaf afschermt. Bij twee of drie lampen reken je 70 tot 90 cm hart op hart. |
| Licht | Hanglamp in de hal of boven de trap, onderkant | 210 cm boven de vloer | 200 tot 230 cm | Vrije doorloop, niemand stoot zijn hoofd. Boven een trap meet je vanaf de hoogste trede die onder de lamp ligt. |
| Licht | Wandlamp, hart | 160 cm | 150 tot 170 cm | Ooghoogte. Schijnt de lamp opzij of omhoog, dan mag hij lager hangen. In een open lamp op ooghoogte kijk je recht in de bron. |
| Licht | Leeslamp naast een stoel, onderkant van de kap | 110 cm | 100 tot 125 cm | Net boven je schouder als je zit, dan valt het licht op de pagina en niet in je ogen. |
| Licht | Vloerlamp naast de bank, onderkant van de kap | 140 cm | 130 tot 150 cm | Je hoofd zit op de bank op ongeveer 130 cm. Blijft de kap daarboven, dan kijk je niet in het lampje. |
| Licht | Bedlamp aan de wand, hart | 65 cm boven de matras | 55 tot 75 cm | Op zithoogte in bed, zodat het licht op je boek valt. Meet vanaf de matras en niet vanaf de vloer, want een boxspring scheelt 20 cm. |
| Licht | Spiegellamp badkamer, twee lampen naast de spiegel | 160 cm hart | 155 tot 170 cm | Licht van de zijkant geeft geen schaduw onder je ogen en je kin. Een enkele lamp boven de spiegel doet dat wel. |
| Licht | Inbouwspot, afstand tot de wand | 70 cm | 60 tot 90 cm | Dichterbij krijg je een felle boog op het stucwerk, verder weg blijft de wand donker. Onderling 100 tot 150 cm, afhankelijk van de stralingshoek. |
| Licht | Buitenlamp naast de voordeur, hart | 190 cm | 170 tot 210 cm | Boven je hoofd, zodat je niet in de lamp kijkt terwijl je het slot zoekt. Op ooghoogte ben je juist blind. |
| Keuken | Aanrecht, hoogte bovenkant blad | 90 cm | 85 tot 95 cm | De Nederlandse standaard: onderkast, verstelbare poten en een blad van 3 tot 4 cm samen. Vuistregel: ellebooghoogte min 10 tot 15 cm, dus ben je langer dan 1,85 m, draai de poten dan uit. |
| Keuken | Werkblad, diepte | 60 cm | 57 tot 65 cm | Kookplaten en spoelbakken zijn op 60 cm gemaakt. Een diep blad van 70 cm geeft ruimte achter de kookplaat, maar je reikt verder naar de bovenkastjes. |
| Keuken | Bovenkastjes, onderkant boven het werkblad | 55 cm | 50 tot 60 cm | Onder 50 cm past je keukenmachine er niet onder en sta je met je hoofd tegen de deur. Boven 60 cm kom je niet bij het bovenste schap. |
| Keuken | Bovenkastjes, diepte | 35 cm | 32 tot 40 cm | Ondieper dan het werkblad, zodat je er niet tegenaan stoot als je over het blad buigt om te snijden. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaskookplaat, onderkant | 70 cm | 65 tot 75 cm | De vlam en de hete lucht moeten weg kunnen: onder 65 cm boven de pannendrager wordt het vetfilter te heet. Houd altijd de minimummaat uit de handleiding aan, dat is een eis van de fabrikant. |
| Keuken | Afzuigkap boven inductie, onderkant | 60 cm | 55 tot 65 cm | Geen vlam, dus hij mag lager, en lager hangen vangt meer damp. Ook hier is de handleiding leidend, want die maat hoort bij het apparaat. |
| Keuken | Kookeiland, loopruimte rondom | 120 cm | 100 tot 150 cm | Bij 100 cm kun je de vaatwasser openen en er nog langs. Bij 120 cm passeren twee mensen elkaar terwijl er een lade open staat. |
| Keuken | Twee keukenrijen tegenover elkaar, afstand | 120 cm | 110 tot 140 cm | Een ovendeur en een lade die tegenover elkaar open staan hebben allebei ongeveer 60 cm nodig. |
| Keuken | Oven op werkhoogte, bodem van de ovenruimte | 90 cm | 80 tot 100 cm | Je tilt een hete bakplaat er recht uit in plaats van gebogen. Boven 100 cm til je een schaal boven je middel en zie je niet meer wat erin staat. |
| Keuken | Vaatwasser, nismaat | 60 cm breed, 82 cm hoog | 60 tot 60,5 cm breed | Een onderbouwmodel schuift onder een blad van 90 cm. Een vrijstaand model heeft zijn eigen bovenblad en is ongeveer 85 cm hoog. |
| Keuken | Inbouwkoelkast, nishoogte | 88, 122 of 178 cm | vaste maten per model | De kast volgt de nismaat, dus meet de nis en niet het apparaat. Achter en boven het apparaat moet ventilatieruimte vrij blijven. |
| Keuken | Stopcontact boven het werkblad, hart | 115 cm | 110 tot 120 cm | Dat is 20 tot 30 cm boven het blad, dus vrij van spetters en niet weggewerkt achter de waterkoker. Houd minstens 30 cm afstand tot de spoelbak. |
| Keuken | Keukenplint, hoogte | 10 cm | 10 tot 15 cm | De poten zijn verstelbaar en met de plint stel je de aanrechthoogte fijn in. De plint staat 5 cm terug, zodat je met je tenen onder het kastje kunt. |
| Trap, hal en deur | Trapleuning, hoogte | 90 cm | 80 tot 100 cm (norm) | Norm: het Bouwbesluit, sinds 2024 het Besluit bouwwerken leefomgeving, eist een leuning tussen 80 en 100 cm, gemeten vanaf de voorkant van de trede. Een leuning is verplicht als je over de trap meer dan 1 m stijgt. |
| Trap, hal en deur | Optrede, hoogte van een trede | maximaal 18,8 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw tot 22 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl, voor een woning. Oude trappen zijn vaak 20 tot 21 cm en dat mag blijven zolang je de trap niet vernieuwt. |
| Trap, hal en deur | Aantrede, diepte van een trede | minimaal 22 cm bij nieuwbouw | 22 cm is de ondergrens (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Bij een draaiende trap geldt die maat op de looplijn, dus in de punt van een kwartdraai mag de trede smaller zijn. |
| Trap, hal en deur | Trap, vuistregel voor comfortabel lopen | 2 x optrede + aantrede = 60 cm | 58 tot 64 cm | Geen norm maar een oude vuistregel. 17 op en 26 aan loopt rustig (60), 20 op en 22 aan is een gewone Nederlandse trap (62). Daarbuiten struikel je op de maat. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije breedte | 80 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 70 cm (norm) | Norm uit het Bouwbesluit en nu het Bbl. Onder 80 cm krijg je een matras of een bank niet naar boven. |
| Trap, hal en deur | Trap, vrije hoogte erboven | 230 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 190 cm (norm) | Norm, gemeten loodrecht boven de voorkant van de trede. Bij een dichtgezette zoldertrap is dit de maat waar je tegen de balk loopt. |
| Trap, hal en deur | Vloerafscheiding langs een trapgat of vide | 100 cm bij nieuwbouw | bestaande bouw 90 cm (norm) | Norm: verplicht zodra het verval meer dan 1 m is. Openingen mogen niet groter zijn dan 10 cm en tussen 20 en 70 cm boven de vloer mag er niets zijn waar een kind op kan klimmen. |
| Trap, hal en deur | Binnendeur, dagmaat van het kozijn | 83 x 201,5 cm | 78, 83, 88 of 93 cm breed; 201,5, 211,5 of 231,5 cm hoog | Industriestandaard, geen norm. Na montage houd je ongeveer 3 cm minder vrije doorgang over, dus voor een rolstoel of rollator kies je een blad van 93 cm. |
| Trap, hal en deur | Deurkruk, hoogte | 100 cm | 95 tot 105 cm | Gewoonte: het slot zit in een standaardkozijn op die hoogte. Verplaatsen kan alleen als je het slotgat in het blad meeverhuist. |
| Trap, hal en deur | Kapstok, hoogte van de haken | 170 cm | 160 tot 180 cm | Een lange jas hangt ongeveer 100 cm af, dus op 170 cm blijft hij vrij van de vloer. Een kinderkapstok komt op 110 tot 120 cm. |
| Trap, hal en deur | Hal, vrije loopruimte | 100 cm | 90 tot 120 cm | Onder 90 cm kun je niet met twee mensen langs elkaar en past er geen kinderwagen naast de kapstok. |
| Trap, hal en deur | Drempel, hoogte | maximaal 2 cm | 0 tot 2 cm | Boven 2 cm struikel je eroverheen en kom je er met een rollator of rolstoel niet zonder helling over. Een schuine aanloop haalt de rand eraf. |
| Slapen | Bed, bovenkant matras | 55 cm | 45 tot 65 cm | Zit je op de rand met je voeten plat op de vloer en je knieën in een hoek van 90 graden, dan is de hoogte goed. Een boxspring komt vaak op 60 tot 65 cm, een laag frame op 45. |
| Slapen | Matras, standaardmaten | 140 x 200 cm | 80, 90, 120, 140, 160 of 180 cm breed; 200 of 210 cm lang | Ben je langer dan 1,90 m, neem dan 210 cm. Twee losse matrassen van 90 x 210 vullen samen een bed van 180 x 210. |
| Slapen | Nachtkast, hoogte bovenblad | 60 cm | 55 tot 70 cm | Gelijk met of iets boven de matras, dan zet je liggend je glas neer zonder te kijken. Bij een boxspring van 65 cm hoort dus een hoge nachtkast. |
| Slapen | Loopruimte naast het bed | 70 cm | 60 tot 90 cm | 60 cm is genoeg om langs te lopen, 70 cm om het bed op te maken zonder tegen de kast te stoten. |
| Slapen | Kledingroede voor lange kleding | 160 cm | 150 tot 170 cm | Een jas of lange jurk hangt 120 tot 140 cm af, dus eronder blijft nog ruimte voor een lade of een schoenenbak. |
| Slapen | Kledingroede voor korte kleding | 100 cm | 95 tot 110 cm | Hemden en dubbelgevouwen broeken hangen 70 tot 90 cm af. Met twee roedes boven elkaar, op 100 en 195 cm, verdubbel je de hangruimte. |
| Slapen | Kast, diepte voor hangende kleding | 60 cm | 55 tot 65 cm | Een hanger is 45 cm breed en met 60 cm diepte sluit de deur zonder dat de mouwen klem zitten. Is de kast ondieper dan 55 cm, zet de roede dan in de lengte. |
| Slapen | Kast, legborddiepte voor truien en broeken | 40 cm | 35 tot 45 cm | Een opgevouwen trui is ongeveer 30 cm breed. Met 40 cm valt de stapel niet naar voren als je de deur opent. |
| Slapen | Kast, hoogste bruikbare schap | 200 cm | 190 tot 210 cm | Verder reik je niet zonder trapje. Wat boven 210 cm staat, is opslag voor koffers die je twee keer per jaar pakt. |
| Slapen | Hoogslaper, vrije hoogte boven de matras | 100 cm | 90 tot 110 cm | Genoeg om rechtop in bed te zitten. Meet van de bovenkant van de matras tot het plafond, niet tot de bodem van het bed. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, hoogte boven het kozijn | 12 cm | 10 tot 15 cm | Boven het kozijn laat het raam groter lijken en houdt de rail het gordijn uit het glas. Zit het plafond dichtbij, monteer de rail dan 5 tot 10 cm onder het plafond of direct tegen het plafond. |
| Raam en gordijn | Gordijnrails, uitloop naast het kozijn | 20 cm per zijde | 15 tot 25 cm | Daar staat het opzij geschoven gordijn geparkeerd, zodat het niet voor het glas blijft hangen en je het daglicht niet inlevert. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vloer | 1 cm boven de vloer | 0 tot 2 cm | Net vrij van de vloer: het sleept niet en hangt toch recht. Wil je het gordijn op de vloer laten vallen, maak het dan 5 tot 10 cm langer dan de maat tot de vloer. |
| Raam en gordijn | Gordijn, lengte tot de vensterbank | 2 cm boven de bank | 1 tot 3 cm | Vrij van de bank, zodat het gordijn niet omkrult op de plank en de warmte van de radiator eronder langs kan. |
| Raam en gordijn | Gordijn, stofbreedte | 2 keer de railbreedte | 1,5 tot 2,5 keer | Bij 1,5 keer hangt de stof vlak, bij 2,5 keer krijg je volle plooien. Een wave-rail vraagt 2 tot 2,5 keer, anders staat de golf niet. |
| Raam en gordijn | Rolgordijn of plissé in de dag, speling | 0,5 cm per zijde | 0,3 tot 1 cm | Meet de dagmaat op drie hoogtes en neem de kleinste maat, want een kozijn staat zelden haaks. |
| Raam en gordijn | Vitrage, afstand tot het glas | 5 cm | 3 tot 10 cm | Tegen koud glas wordt de stof vochtig en krijg je vlekken. Verder naar binnen botst hij op de vensterbank of de raamkruk. |
| Raam en gordijn | Vensterbank binnen, diepte | 20 cm | 15 tot 30 cm | Volgt de dikte van de muur plus een overstek van 2 tot 3 cm. Vanaf 20 cm staat een plant er stabiel op. |
| Raam en gordijn | Vensterbank buiten, overstek | 4 cm | 3 tot 5 cm | Met een waterhol aan de onderkant. Zonder dat overstek loopt regenwater terug over de gevel en krijg je vuilstrepen onder het raam. |
| Raam en gordijn | Radiator onder het raam, onderkant | 12 cm boven de vloer | 10 tot 15 cm | Er moet lucht onderlangs kunnen, daar begint de convectie. Houd ook 3 tot 5 cm tussen radiator en wand en 10 cm vrij onder de vensterbank. |
| Werken | Bureau, hoogte blad zittend | 74 cm | 72 tot 76 cm | Je onderarmen liggen horizontaal op het blad en je schouders blijven laag. Kun je het blad niet verstellen, zet dan de stoel hoger en je voeten op een steun. |
| Werken | Zit-stabureau, stahoogte | 105 cm | 95 tot 120 cm | Ellebooghoogte staand. Vuistregel: je lichaamslengte min 75 cm, dus bij 1,80 m kom je op 105 cm. |
| Werken | Bureaustoel, zithoogte | 45 cm | 40 tot 52 cm | Voeten plat op de vloer, knieën iets lager dan je heupen. De gasveer van een bureaustoel dekt dat bereik zelf. |
| Werken | Vrije hoogte onder het bureaublad | 68 cm | 65 tot 72 cm | Je bovenbenen moeten eronder passen, ook met een lade of een kabelgoot. Houd daarnaast 60 cm breed en 60 cm diep beenruimte vrij. |
| Werken | Bureaublad, diepte | 80 cm | 70 tot 90 cm | Bij 80 cm staat het scherm op armlengte, 50 tot 80 cm van je ogen, en ligt je toetsenbord er nog voor. |
| Werken | Beeldscherm, bovenrand | op ooghoogte of iets lager | 110 tot 125 cm boven de vloer | Je kijkt dan licht naar beneden en dat is de rustpositie van je ogen. Een laptop op het blad zit ongeveer 20 cm te laag, dus zet hem op een standaard met een los toetsenbord. |
| Werken | Toetsenbord, afstand tot de bladrand | 10 cm | 8 tot 15 cm | Daar rusten je handpalmen. Zonder die strook hangen je armen in de lucht en trekt het in je schouders. |
| Werken | Wandplank boven het bureau, onderkant | 45 cm boven het blad | 40 tot 60 cm | Een A4-ordner is 32 cm hoog, dus die past er nog onder, en je stoot je hoofd niet als je opstaat. |
| Werken | Boekenschap, diepte | 25 cm | 20 tot 30 cm | Een pocket is 12 cm diep, een gebonden boek 16 tot 20 cm. Bij 25 cm staan ze allemaal binnen de rand. |
| Werken | Boekenschap, overspanning zonder steun | 80 cm | 70 tot 90 cm | Boeken wegen al snel 25 kg per meter schap. Bij 18 mm plaatmateriaal blijf je onder 80 cm, anders zakt het schap zichtbaar door. |
| Keuken | Schap voor borden, diepte | 32 cm | 30 tot 35 cm | Een plat bord is 26 tot 28 cm in doorsnee. Met 32 cm houd je een vinger ruimte om de stapel te pakken zonder te schuiven. |
| Badkamer | Wastafel, bovenkant | 85 cm | 80 tot 95 cm | Vuistregel: heuphoogte, dan buig je niet voorover om je handen te wassen. Gebruiken kinderen de wastafel, dan is 80 cm prettiger. |
| Badkamer | Opzetkom, hoogte van het meubel | 75 cm | 70 tot 80 cm | Tel de kom van 10 tot 15 cm erbij op, dan komt de bovenrand op 85 tot 95 cm. Vergeet die optelsom en je wast je handen op keukenhoogte. |
| Badkamer | Handdoekhaak naast de wastafel | 140 cm | 120 tot 160 cm | Binnen handbereik met natte handen, dus naast de wastafel en niet aan de andere kant van de ruimte. |
| Badkamer | Handdoekradiator, onderkant | 20 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Daar zitten de aansluitingen en je kunt eronder dweilen. Hang de bovenkant niet hoger dan 180 cm, anders kom je niet bij de handdoek. Een smalle handdoekradiator geeft weinig vermogen, dus reken hem niet als enige verwarming. |
| Badkamer | Douchekraan, hart | 100 cm | 95 tot 110 cm | Heuphoogte, zodat je de kraan kunt bedienen zonder onder de koude straal te gaan staan. |
| Badkamer | Badkraan, hart | 65 cm | 60 tot 75 cm | Ongeveer 20 cm boven de badrand, dan kun je bijmengen terwijl je in bad zit. |
| Badkamer | Regendouchekop | 210 cm | 200 tot 225 cm | Minstens 20 cm boven het hoofd van de langste gebruiker, want je staat er recht onder. Bij een schuin dak meet je op het punt waar je echt staat. |
| Badkamer | Handdouche aan een glijstang, bovenste stand | 190 cm | 180 tot 200 cm | De stang is 60 tot 90 cm lang, dus de onderste stand komt rond 110 cm. Daarmee spoel je het bad, een kind of de hond af. |
| Badkamer | Toilet, zithoogte | 40 cm | 38 tot 48 cm | Standaard is 40 cm. Een verhoogd toilet van 45 tot 48 cm zit op stoelhoogte en daar sta je makkelijker van op. Bij een hangend toilet bepaal je de hoogte zelf met het inbouwframe. |
| Badkamer | Toilet, vrije ruimte voor de pot | 60 cm | 55 tot 70 cm | Daar staan je knieën en voeten. Zijwaarts wil je 80 cm breedte, anders zit je met je schouder tegen de muur. |
| Badkamer | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 75 cm hoog; 20 tot 30 cm voor de voorkant van de pot | Zittend pak je de rol zo zonder te draaien. Hang je hem naast of achter je, dan verdraai je je rug elke keer. |
| Badkamer | Fonteintje in het toilet, bovenkant | 85 cm | 80 tot 90 cm | Dezelfde hoogte als een wastafel. Let op de draairichting van de deur, want een fonteintje van 40 cm breed vraagt een vrije hoek. |
| Badkamer | Stopcontact in de badkamer | buiten 60 cm van bad of douche | norm, geen gewoonte | NEN 1010 verdeelt de badkamer in zones: binnen 60 cm van de rand van een bad of douche mag geen wandcontactdoos. Alle wandcontactdozen moeten achter een aardlekschakelaar van 30 mA. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je tekent
Uit de praktijk
Je zakt na een halfuur onderuit terwijl de bank stevig aanvoelt
Het symptoom is een bank die bij het proefzitten prima was en thuis na een halfuur niet meer. De oorzaak zit bijna altijd in de zitdiepte en niet in de hardheid van het schuim.
Is de zitting dieper dan je bovenbeen lang is, dan bereik je de rugleuning alleen door naar voren te schuiven. Je bekken kantelt daarbij achterover, de holling in je onderrug verdwijnt en de druk verplaatst zich naar je staartbeen. Dat voelt in de eerste minuten ruim en na een halfuur ongemakkelijk.
Een lendenkussen van 12 tot 15 cm dik haalt die diepte terug en zet je bekken weer rechtop. Zijn de rugkussens los, dan werkt hetzelfde door ze naar voren te halen en er een extra kussen achter te zetten.
De kuil op de vaste zitplek komt na omdraaien meteen terug
Een kussen omdraaien helpt zolang de onderkant nog vers is. Komt de kuil binnen enkele weken terug, dan is de celstructuur van het schuim over de hele dikte vermoeid en heeft omdraaien geen zin meer.
Polyether met een lage dichtheid verliest onder herhaalde belasting blijvend hoogte, en juist op de plek waar altijd gezeten wordt. Kussens die aan één zijde in de hoes zijn gestikt, kun je bovendien helemaal niet keren.
Wat wel werkt is nieuw schuim in de bestaande hoezen laten zetten. Dat scheelt ten opzichte van een nieuwe bank ongeveer de helft, mits het frame en de vering nog goed zijn. Bij een doorgezakt frame van plaatmateriaal is dat geld weggegooid.
De stof glimt op de zitplekken maar voelt nog gaaf
Bij velours, chenille en andere poolstoffen wordt de vezel op de zitplek platgedrukt in de richting van de beweging. Licht weerkaatst dan anders dan op de rest van de baan, en dat zie je als glans of als een lichte vlek.
Dit is geen slijtage: de vezel staat alleen de andere kant op. Borstelen in de richting van de pool zet hem grotendeels terug, en bij katoenfluweel helpt een vochtige doek met stoom.
Bij korte geweven vezels betekent glans wel echte slijtage, want daar zijn de vezeltoppen afgesleten en ligt de draadstructuur bloot. Dat verschil zie je in tegenlicht: een platgedrukte pool verandert van kleur als je van kant wisselt, een versleten weefsel niet.
Veelgemaakte fouten
De zithoogte wordt aan het bolle kussen afgemeten
Een productmaat noemt vaak de hoogte van het onbelaste kussen. Ga je erop zitten, dan zakt dat 3 tot 6 cm in en zit je opeens lager dan je dacht. Meet altijd met iemand erop, of tel de opgegeven inzinking eraf.
De opgegeven diepte blijkt zonder de losse rugkussens te zijn
Webshopmaten zijn niet altijd buitenmaten. Losse rugkussens, hoofdsteunen en uitstekende poten maken een bank 5 tot 15 cm dieper of breder dan op papier. Dat verschil komt precies terecht in de beenruimte die je voor de bank had gepland.
Er wordt op totale breedte gekozen in plaats van op zitbreedte
Een bank van 210 cm met armleuningen van 20 cm houdt 170 cm zitting over, en dat zijn tweeënhalve plek van 60 tot 70 cm. Tel bij het vergelijken van modellen altijd de armleuningen eraf, anders koop je breedte die je niet gebruikt.
De bank komt met de rug pal tegen de radiator
Een radiator werkt op convectie: koude lucht moet er onderlangs in en warme lucht er bovenlangs uit. Een rugleuning ertegenaan vangt die warmte op in de bekleding en houdt de luchtstroom tegen. Houd 10 cm vrij voor en boven de radiator, ook al kost dat wandlengte.
Er wordt gekeken naar de garantietermijn en niet naar de dekking
Tien jaar garantie op het frame en twee jaar op de bekleding is iets anders dan tien jaar op de hele bank. Vraag per onderdeel wat er gedekt is en hoe inzakking van schuim wordt beoordeeld, want daar draait bijna elke discussie na levering om.
Alleen het showroommodel wordt beoordeeld
Een bank die maanden in de winkel staat, is al ingezeten en voelt zachter dan het exemplaar dat bij jou wordt bezorgd. Vraag daarom of het model in de showroom dezelfde vulling heeft als de uitvoering die je bestelt, en of er voor jouw stofkeuze een andere opbouw geldt.
Veelgestelde vragen
Wat is een ergosofa comfortbank precies?
Het is een aanduiding voor een bank die verkocht wordt op zithouding en steun in plaats van op formaat of stijl. Er zit geen norm of keurmerk achter, dus de term zegt pas iets als je de cijfers erbij krijgt: zithoogte, zitdiepte, de dichtheid van het schuim in de draaglaag en het type vering onder dat schuim. Krijg je die vier niet, dan koop je een belofte.
Welke zithoogte heb ik nodig?
Wij houden 44 cm aan als middenmaat, met 40 tot 48 cm als bruikbare marge. De maat volgt je onderbeen: meet met schoenen aan van je knieholte recht naar de vloer. Je voeten horen plat op de vloer te staan met je knieën ongeveer op heuphoogte. Zit je hoger, dan bungelen je voeten; zit je lager, dan komen je knieën omhoog en rolt je bekken achterover.
Hoe meet ik de juiste zithoogte en zitdiepte op een bank in de winkel?
Ga zitten en laat iemand van de vloer tot de ingezakte zitting meten, want het onbelaste kussen is 3 tot 6 cm hoger. Voor de diepte schuif je met je rug tegen de leuning en kijk je of er twee tot drie vingers ruimte tussen de zitrand en je knieholte overblijft. Moet je onderuit schuiven om de leuning te halen, dan is de zitting te diep voor je bovenbeen.
Is een ergosofa comfortbank ook geschikt voor lange mensen?
Vanaf ongeveer 1,90 m werkt een zitdiepte van 62 tot 65 cm beter dan de standaard 60 cm, gecombineerd met een rughoogte van 85 tot 90 cm. Een lage rugleuning eindigt dan tussen je schouderbladen en duwt je hoofd naar voren. Let ook op de zithoogte: een zitting van 46 tot 48 cm houdt je knieën onder heuphoogte, en dat scheelt bij het opstaan.
Wat is het verschil met een gewone loungebank?
Een loungebank is lager, dieper, zachter en staat vaker op elastische banden dan op veren. Dat is prettig om op te liggen en lastig om lang op te zitten, want je rug haalt de leuning alleen door onderuit te schuiven. Een bank die op zitten is gebouwd houdt de zitdiepte rond 60 cm, gebruikt een stevigere draaglaag en zet vering onder het schuim.
Is dit een goede keuze bij rugklachten?
Een zitting die je bekken rechtop houdt, is bij rugklachten meestal prettiger dan een lage en diepe bank waarin je wegzakt. Dat vraagt een zitdiepte die bij je bovenbeen past, steun op de plek waar je onderrug bol staat, dus ongeveer 15 tot 25 cm boven de zitting, en een draaglaag die niet meegeeft. Een bank is geen behandeling: bij aanhoudende klachten hoort het advies van een fysiotherapeut of huisarts voorop.
Hoe lang gaat de vulling van een comfortbank mee?
Bij een zitting van polyether met lage dichtheid rekenen wij op 7 tot 10 jaar voordat de kuil op de vaste zitplek blijft staan. Zit er vering onder het schuim en staat het geheel op een massief houten frame, dan loopt dat op naar 12 tot 20 jaar. In dat tweede geval is de bekleding meestal eerder versleten dan de constructie eronder.
Kan ik een doorgezakte zitting laten herstellen?
Ja, zolang het frame en de vering nog goed zijn. Een stoffeerder zet nieuw schuim in de bestaande hoezen, en dat kost ruwweg de helft van een nieuwe bank. Is het frame van plaatmateriaal en op de hoeken doorgezakt, dan is herstel niet rendabel. Controleer dat door de bank op zijn kant te leggen en aan de hoekverbindingen te voelen of er speling in zit.
Welke bekleding houdt zich het best met een hond of kat?
Een dichte microvezel of een strak geweven stof zonder lussen doet het meestal het beste, want nagels vinden daar weinig houvast. Bouclé en andere lusstoffen zijn juist kwetsbaar: één nagel trekt een hele lus naar buiten en dat is niet te herstellen. Afneembare hoezen en vlakke naden maken schoonmaken makkelijker, en donker gepigmenteerd leer krast zichtbaarder dan stof.
Hoeveel ruimte moet er tussen de bank en de salontafel blijven?
Houd 35 tot 45 cm aan, met 40 cm als prettige middenmaat. Onder 30 cm stoot je met je schenen tegen de tafelrand terwijl je gaat zitten of opstaat. Boven 50 cm moet je opstaan om je glas te pakken en valt de zithoek uit elkaar. Achter de salontafel wil je daarnaast 70 tot 90 cm doorloop overhouden als daar een looproute langs gaat.
Hoe weet ik of de bank door mijn deur en mijn gang past?
Meet de dagmaat van elke deur op de route en houd er rekening mee dat er na montage van het kozijn ongeveer 3 cm vrije doorgang af gaat. De hoek in de gang is meestal het knelpunt, want daar telt de lengte van de bank tegenover de gangbreedte. Vraag de bezorgmaat op en kies bij twijfel een model in losse modules, want dat scheelt bij een hoekbank al gauw 100 cm draailengte.
Is een hardere zitting altijd beter voor je houding?
Nee. Wat telt is dat de draaglaag je gewicht draagt zonder een kuil te vormen, niet dat de zitting hard aanvoelt. Een te harde zitting zonder comfortlaag geeft druk op je zitbeenknobbels en dwingt je net zo goed tot verzitten. De prettige combinatie is een stevige draaglaag van 10 tot 14 cm met daarop 2 tot 4 cm zachter schuim of vezel.
Wanneer je beter een vakman belt
Opnieuw vullen en opnieuw stofferen is werk voor een meubelstoffeerder. Die haalt de hoezen zonder ze te beschadigen los, meet het schuim op de bestaande vorm in en spant de banden of veren na. Zelf schuim op maat snijden lukt zelden strak genoeg voor een hoes die op maat gestikt is.
Blijven je rug- of nekklachten ondanks een passende zithoogte en zitdiepte bestaan, dan is de bank niet het antwoord. Leg dat voor aan een fysiotherapeut of je huisarts, en neem de maten van je zithoek mee.