Een smal balkon inrichten: eerst hoe je zit, dan wat er staat
Bij een smal balkon inrichten bepaalt niet het meubel maar je eigen houding hoeveel diepte je kwijt bent: rechtop zitten met je gezicht naar het uitzicht kost 80 tot 85 cm vanaf de gevel, zijwaarts zitten maar 45 tot 50 cm. Twee stoelen zijwaarts tegenover elkaar aan een tafeltje op de balustrade laten op een balkon van 110 cm diep nog 65 cm doorloop over. Daarna beslissen de draairichting van de balkondeur, het verschil tussen zitting en tafelblad en het soort balustrade wat er past en wat je van het uitzicht ziet. Railbakken hangen op de verste plek van het balkon, dus die komen waar er op de vloer niets staat, en zware potten gaan tegen de gevel.
Handig bij het plannen
- Tijd
- een avond meten, een zaterdag uitzetten en ophangen
Gereedschap
- Rolmaat van minstens 3 m
- Schilderstape van 25 tot 50 mm
- Een keukenstoel om de zithouding uit te proberen
- Waterpas van 40 cm
- Accuboormachine met steenboor van 6 of 8 mm
Materiaal
- Roestvaste haken en schroeven, buitenkwaliteit A2, met nylon pluggen
- Latjes of pootjes van 2 tot 3 cm onder een kist en zware potten
- Een ademende hoes voor wat buiten blijft staan
Wat een balkon smal maakt is de diepte die je lichaam kost
Een balkon is smal zodra de bruikbare diepte, gemeten van de gevel tot de binnenkant van de balustrade, onder ongeveer 145 cm blijft. Onder die maat passen twee stoelen met een tafeltje ertussen niet meer over de diepte, en dan draait elke keuze om de vraag hoe je er zelf zit of staat.
Dat is dezelfde omslag als in elke kleine ruimte waar de vierkante meters op zijn: je rekent niet met het meubel, maar met het blok vloer dat het in gebruik opeist. Op een balkon bestaat dat blok vooral uit lichaam. Een klapstoel is 50 tot 55 cm diep, maar wie erop zit, steekt met knieën en voeten nog 25 tot 30 cm verder naar voren.
De tabel zet de houdingen naast elkaar die op een balkon voorkomen. Per houding staat erbij hoeveel diepte hij haaks op de gevel kost en hoeveel lengte langs de gevel, gerekend voor een volwassene; ben je lang, tel er dan 5 tot 10 cm bij.
Lees de tabel als een ruil tussen twee richtingen. Bijna elke houding kun je haaks op de gevel of evenwijdig eraan innemen, en wat je in diepte uitspaart, betaal je in lengte. Is je balkon langer dan een meter of vier, dan wordt die lengte zelf het onderwerp, en dat werken we uit bij een balkon dat vooral lang en ondiep is.
Blijft er naast de houding die je kiest minder dan 60 cm over, dan is dat geen doorloop meer. Bij 60 cm schuif je met gedraaide schouders langs, bij 80 cm loop je er met een dienblad recht doorheen.
| Wat je doet | Diepte haaks op de gevel | Lengte langs de gevel | Waar die maat vandaan komt |
|---|---|---|---|
| Staan en over de balustrade leunen | 30 tot 40 cm, gemeten vanaf de balustrade | 60 cm per persoon | Je voeten staan tegen de opstand en je bovenlijf hangt boven de regel |
| Rechtop op een klapstoel, gezicht naar het uitzicht | 80 tot 85 cm | 50 tot 60 cm | Stoel van 50 tot 55 cm met de rug tegen de gevel, plus 25 tot 30 cm voor knieën en voeten |
| Dezelfde stoel met gestrekte benen | 100 tot 105 cm | 50 tot 60 cm | Je hielen komen ongeveer 50 cm voor de zitting uit; op een balkon van 100 cm liggen ze tegen de opstand |
| Zijwaarts op een klapstoel, evenwijdig aan de gevel | 45 tot 50 cm | 80 tot 85 cm | De stoel staat met zijn breedte in de diepte en je benen wijzen langs het balkon |
| Op een wandbank van 45 cm diep | 70 tot 75 cm | 60 cm per zitplaats | De bank tegen de gevel plus 25 tot 30 cm voor je voeten |
| Op een kruk aan een plank op de balustrade | 70 tot 75 cm, gemeten vanaf de balustrade | 60 cm per persoon | Plank van 30 tot 40 cm plus de kruk; je knieën schuiven onder het blad |
| In een lage loungestoel | 100 tot 115 cm | 70 tot 80 cm | De stoel is 70 tot 80 cm diep en je voeten komen er schuin voor uit |
| Liggen op een ligbed | 65 tot 75 cm | 190 tot 200 cm | Past alleen evenwijdig aan de gevel; haaks erop is geen smal balkon diep genoeg |
| Twee stoelen tegenover elkaar met een tafeltje ertussen | 145 cm over de diepte, of 45 tot 50 cm langs de gevel | 80 tot 90 cm, of 160 tot 165 cm | Stoel, tafel, stoel: 50 plus 45 plus 50 cm over de diepte, of 50 plus 60 plus 50 cm langs de gevel |
Zijwaarts zitten wint de helft van je diepte
De eerste ingeving op een smal balkon is een stoel met de rug tegen de gevel en het gezicht naar het uitzicht. Op 110 cm bruikbare diepte kost dat 80 tot 85 cm, en dan houd je 25 tot 30 cm over: genoeg om er zelf te zitten, niet om er langs te komen.
Draai je dezelfde stoel een kwartslag, dan staat hij met zijn breedte van 45 cm in de diepte en wijzen je knieën langs het balkon. Het uitzicht zie je dan opzij in plaats van recht voor je, en daar staat 65 cm doorloop langs de gevel tegenover. Diepte ruilen voor lengte is ook het mechanisme dat in een smalle hal de doorloop vrijhoudt.

Met twee mensen werkt het nog beter. Twee klapstoelen tegenover elkaar langs de gevel, met een klaptafel van 60 bij 40 cm aan de balustrade ertussen, kosten 164 cm lengte en maar 45 cm diepte, en je kijkt elkaar aan in plaats van samen naar de overkant.
Zet die stoelen tegen de balustrade en niet tegen de gevel. De tafel hangt dan aan het hek, er hoeft niets aan de muur vast, en langs de gevel loopt de route van de deur naar de verste stoel.
Teken zo'n opstelling eerst uit met je eigen maten, want een paar centimeter bepaalt of hij werkt. In de kamerplanner voor je plattegrond zet je het balkon neer als een smalle kamer, met de deur en de balustrade erin, en schuif je de stoelen tot de doorloop klopt.
De balkondeur en de dorpel beslissen over de eerste meter
Voordat er een stoel staat, heeft de balkondeur al een deel van het balkon ingenomen. Hoeveel, hangt af van de manier waarop hij opengaat, en dat verschil is op een smalle strook groter dan het verschil tussen twee meubels.
Een draaideur naar buiten zwaait met een blad van 83 cm een kwartcirkel over je vloer. Op 110 cm diepte blijft daarvan 21 cm over, en in die boog kan niets staan wat lager is dan de deurkruk. Een railbak van 20 cm aan de balustrade tegenover de deur past precies in wat de deur overlaat.
Twee openslaande deuren van elk 60 tot 70 cm kosten minder diepte dan één deur van 83 cm, omdat elk blad een kleinere boog maakt. Een schuifdeur kost buiten niets, maar het vaste glasdeel ernaast is meestal de helft van de opening, en juist voor dat glas loopt niemand naar buiten.
Zet een deur die naar buiten draait vast als hij openstaat. Een windhaak aan de gevel houdt het blad tegen; zonder haak slaat een windstoot de deur dicht, en op hoogte komen die stoten vaker en harder dan op straat.
Dan de dorpel. In veel flats ligt de balkonvloer een stap lager dan de onderdorpel, zodat regenwater buiten blijft, en wie die stap met een vlonder of kliktegels kleiner maakt, verliest dezelfde centimeters aan de balustrade. Een opbouw van 5 cm maakt een hek van 100 cm voor wie op die vloer staat 95 cm hoog.
De volgorde is dezelfde als bij een kamer inrichten in lagen: eerst de deuren met hun draaivlak, dan de route, dan pas de meubels. Buiten komt daar de hoogte van de vloer bij, omdat die tegelijk aan de deur en aan het hek trekt.
| Deur of overgang | Wat hij buiten kost | Wat er dan wel past | Waar het op knelt |
|---|---|---|---|
| Draaideur naar buiten, blad van 83 cm | Een kwartcirkel van 83 bij 83 cm naast het scharnier | Een railbak aan de balustrade tegenover de deur, stoelen naast de boog | Een opbouw van 25 tot 30 mm kan het blad al over de vloer laten schuren |
| Draaideur naar binnen | Buiten niets | Een stoel of bak tot vlak naast het kozijn | Binnen gaat de boog over je vloer, dus een plant of kastje voor de deur moet daar weg |
| Twee openslaande deuren naar buiten, elk 60 tot 70 cm | Twee kleinere bogen van 60 tot 70 cm diep | Op 110 cm diepte blijft er 40 tot 50 cm voor de deuren over | Beide bladen moeten vast, anders slaat de wind ze tegen elkaar |
| Schuifdeur of schuifpui | Buiten niets, binnen 10 tot 20 cm kozijn | Voor het vaste glasdeel een stoel of bank, want daar loopt niemand naar buiten | De doorgang is maar de helft van de pui, dus bij 180 cm breed ongeveer 80 tot 90 cm |
| Stap tussen dorpel en balkonvloer | Geen vloer, wel hoogte | Een vlonder of kliktegels die de stap kleiner maken | Elke centimeter ophogen gaat van de hoogte van de balustrade en van de ruimte onder een naar buiten draaiend blad af |
Een tafel op de hoogte van je zitting en niet van je balustrade
Op een smal balkon hangt het tafelblad bijna altijd aan de balustrade, en dan bepaalt de hoogte van dat hek de hoogte van je tafel. Een plank die bovenop de regel ligt, komt uit op 100 tot 110 cm. Dat is barhoogte, en daaronder hoort een kruk en geen stoel.
De maat die telt, is het verschil tussen zitting en blad. Aan een eettafel is dat 28 tot 32 cm, aan een bar 25 tot 30 cm, want in dat verschil passen je bovenbenen. Een klapstoel van 45 cm aan een plank van 105 cm geeft 60 cm verschil, en dan zit je met je kin ter hoogte van het blad.
Een hangtafel met beugels om de bovenregel ligt met zijn blad een stuk onder die regel, en hoe ver hangt af van de beugel en van je hek. Meet de bladhoogte daarom op je eigen balustrade voordat je stoelen kiest. Ligt het blad tussen 72 en 78 cm, dan past een gewone klapstoel; ligt het rond 90 cm, dan hoort er een kruk van 60 tot 67 cm bij, dezelfde als aan een aanrecht.
Een klaptafel aan de gevel heeft dat probleem niet, want die hang je zelf op eethoogte. Je zit er wel met je gezicht naar de muur, en de open tafel staat in de route. Die tafel werkt daarom het best voorbij de laatste plek waar je langs moet.
Voor één persoon is 40 cm blad diep genoeg voor een bord en een glas. Voor twee naast elkaar reken je 60 cm breedte per persoon, en die maat komt uit de breedte van je ellebogen en niet uit de maat van het balkon.
| Tafel of plank | Hoogte van het blad | De zitting die erbij hoort | Diepte die het kost | Waar het op knelt |
|---|---|---|---|---|
| Plank op de bovenregel van de balustrade | 100 tot 110 cm | Kruk van 75 tot 82 cm | 30 tot 40 cm blad, 70 tot 75 cm met de kruk erbij | Steekt de plank meer dan 30 cm naar binnen uit, dan moet hij onderstut worden, anders kantelt hij als je erop leunt |
| Hangtafel met beugels om de bovenregel | Hangt af van beugel en hek, meet het blad na | Klapstoel van 44 tot 47 cm bij 72 tot 78 cm, kruk van 60 tot 67 cm bij 90 cm | 25 tot 40 cm open, 5 tot 8 cm dicht | Blad, borden en leunende armen hangen aan de bovenregel en de spijlen, niet aan de vloer |
| Klaptafel aan de gevel | Zelf te kiezen, 72 tot 78 cm | Klapstoel van 44 tot 47 cm | 40 tot 50 cm open, 5 tot 8 cm dicht | Je zit met je gezicht naar de muur en de open tafel staat in de route |
| Ronde bistrotafel van 60 cm | 72 tot 75 cm | Klapstoel van 44 tot 47 cm | 60 cm plus de stoelen | Met twee stoelen ertegenover kost hij over de diepte 160 cm, dus alleen met de stoelen langs de gevel |
| Bijzettafel naast een loungestoel | 45 tot 55 cm | Loungezitting van 35 tot 40 cm | 35 tot 45 cm | Te hoog en je pakt je glas met een gestrekte arm; zet hem aan de kant waar niemand langs hoeft |
| Opbergkist als tafeltje | 40 tot 45 cm | Een lage zit, zoals een salontafel naast een bank | 40 tot 50 cm | Alles wat erop staat moet eraf zodra je bij de kussens wilt |
Hoe hoog je zit bepaalt wat je van het uitzicht ziet
Het soort balustrade bepaalt wat je vanaf je stoel van de omgeving ziet. Door spijlen of helder glas kijk je vanaf elke hoogte naar buiten, maar een dichte borstwering van beton, metselwerk of beplating houdt je blik tegen zodra je ogen lager zitten dan de bovenrand.
De maat die telt, is je ooghoogte. Op een stoel van 45 cm zitten de ogen van een volwassene op ongeveer 120 cm, in een loungestoel die achterover helt rond 100 cm, en op een kruk van 78 cm rond 150 cm. Achter een dichte borstwering van 110 cm zie je vanaf de stoel de overkant nog, maar vanuit de loungestoel alleen wat hoger ligt dan de rand: lucht en daklijnen.
Dezelfde meetkunde werkt andersom voor privacy. Wie laag achter een dichte borstwering zit, is vanaf de straat niet te zien, terwijl je achter spijlen of helder glas vanaf de stoep gewoon zichtbaar bent. Een dichte borstwering past dus bij een lage zit als je beschutting zoekt, en bij een hoge zit als je over de rand wilt kijken.
Wil je hoger zitten, los dat dan op met de zitting en niet met iets om op te staan. Voor nieuwbouw vraagt het Besluit bouwwerken leefomgeving een afscheiding van minstens 100 cm zonder opstapmogelijkheid tussen 20 en 70 cm boven de vloer, en in bestaande bouw is 90 cm de ondergrens. Die regels gaan over het hek zelf, maar een kind meet de hoogte van dat hek vanaf het hoogste punt waar het op kan klimmen.
| Waar je zit | Ooghoogte, ongeveer | Achter een dichte borstwering van 110 cm | Achter spijlen of helder glas |
|---|---|---|---|
| Staand | 160 tot 175 cm | Alles, ook de stoep als je dicht bij de rand staat | Alles, en je bent zelf van alle kanten te zien |
| Op een kruk van 78 cm aan een plank op de regel | 150 tot 155 cm | De overkant en een deel van de straat, omdat je dicht op de rand zit | Alles, en vanaf de straat zie je vooral je bovenlijf |
| Op een klapstoel van 45 cm | Rond 120 cm | De overkant wel, de stoep recht onder je niet | Alles, en vanaf de stoep ben je van top tot teen te zien |
| In een loungestoel | 95 tot 105 cm | Alleen wat hoger ligt dan de rand: lucht en daklijnen | Alles, door de spijlen heen of door het glas |
| Op een ligbed, half rechtop | 75 tot 90 cm | Alleen de lucht | Door de spijlen heen, met de bovenregel en eventuele railbakken net boven je ooglijn |
Probeer het uit voordat je koopt. Zet een keukenstoel en een lage kruk van ongeveer 35 cm op de plek waar je wilt zitten en kijk vanaf allebei over de rand: wat je vanaf die kruk ziet, is ongeveer wat je straks vanuit een loungestoel ziet.
Bakken en gewicht op een smal balkon hangen aan de langste arm
Een balkon bij een woning wordt voor nieuwbouw gerekend op een veranderlijke belasting van 2,5 kN per vierkante meter, ongeveer 250 kg verdeeld over elke vierkante meter. Over een oud balkon zegt dat getal weinig, want daar bepaalt de staat van het beton en de wapening wat er nog kan.
Een smal balkon heeft op dit punt iets gunstigs. De meeste balkons kragen uit en zijn alleen in de gevel ingeklemd, en de belasting op die inklemming is gewicht maal de afstand tot de gevel. Op 110 cm diepte is die arm nooit lang, dus een pot van 40 kg weegt er minder zwaar mee dan op een balkon van 2 m diep.
Juist daardoor valt op wat er wel ver weg hangt: de railbakken. Een railbak van 80 cm met natte potgrond weegt 20 tot 28 kg, dus drie van die bakken hangen samen met 60 tot 85 kg op de verste plek die het balkon heeft. Tegen de gevel, op 20 cm, legt hetzelfde gewicht ongeveer een vijfde van die kracht op de inklemming.
Natte potgrond weegt ongeveer een kilo per liter en droge 0,3 tot 0,4 kg, dus reken met de bak na een bui en niet met de zak uit de winkel. Welke soorten in een railbak de wind en de volle zon aankunnen en wat een pot per maat weegt, staat bij planten die het op een balkon volhouden.
Voor de indeling betekent dat twee dingen. Railbakken kosten 20 cm diepte over hun hele lengte, dus hang ze waar er op de vloer toch niets staat, zoals tegenover een deur die naar buiten draait. Zware potten en de opbergkist gaan tegen de gevel in de hoek voorbij de laatste zitplek, waar ze uit de wind staan en niemand er langs hoeft.
Een railbak aan de binnenzijde van een hek van 100 cm hangt met zijn onderkant rond 80 cm, boven de opstaphoogte. Hang je bakken lager, tussen 20 en 70 cm, dan is elke bak een trede, en op de vloer tegen het hek horen alleen bakken tot 20 cm hoog.
Klapmeubels, kussens en opbergen op een balkon zonder berging
Een klapmeubel levert op een smal balkon alleen iets op als het ook echt dichtgaat, en dat gebeurt alleen als het ergens heen kan. Een klapstoel die ingeklapt tegen de balustrade leunt, kost 10 cm diepte en vangt wind als een plank. Bij de eerste harde stoot schuift hij over de tegels of slaat hij plat.
Geef elk klapmeubel daarom een vaste haak. Twee roestvaste haken aan de gevel, onder het balkon van de bovenburen en zo hoog dat de stoel een hand boven de vloer hangt, houden hem uit de regen en tegen de muur waar de wind hem niet pakt. Hangt hij in de volle regen, dan is de zitting na elke bui nat, en dat is dezelfde afweging als op een kleine patio met weinig bergruimte.
Het materiaal telt mee. Een klapstoel van aluminium of kunststof weegt een paar kilo en blijft bij harde wind niet staan, een stoel van hardhout of staal ligt zwaarder op de vloer. Donker metaal wordt in de volle zomerzon te heet om op te zitten, dus kies op het zuiden en westen een lichte coating of hout.
Kussens zijn het tweede probleem. Gewone schuimvulling zuigt regen op en blijft dagen nat, en in een dichte kist verdampt dat water overdag en slaat het 's nachts neer tegen het koude deksel. Een kist voor kussens heeft openingen onder de rand en een deksel dat over de rand valt, en de kussens gaan er alleen droog in.
Zet de kist op latjes of pootjes van 2 tot 3 cm. Regenwater loopt met afschot naar de afvoer, en een kist met zijn bodem op de tegels houdt dat water tegen en staat zelf in een plas. Opbergen in de hoogte als de diepte op is, is hetzelfde principe dat een smalle kinderkamer naast het bed nog bruikbaar houdt.
| Wat je opbergt | Waar het het best blijft | Waarom daar |
|---|---|---|
| Klapstoelen | Aan roestvaste haken tegen de gevel, onder het overstek van het balkon erboven | Van de vloer af, uit de regen en uit de wind die over de balustrade komt |
| Hangtafel aan de balustrade | Aan de regel met het blad omlaag, geborgd met een pen of bandje | Een los blad dat de wind optilt, wipt van zijn beugels |
| Kussens en plaids | Binnen, of droog in een kist met ventilatieopeningen | Nat schuim droogt in een dichte kist niet en gaat schimmelen |
| Parasol | Ingeklapt in zijn hoes, rechtop in een voet tegen de gevel | Een open parasol op een smal balkon is een zeil op een lange stok |
| Gieter, schepje en potgrond | In de kist of een rek van 25 cm diep voorbij de laatste zitplek | Wat je zelden pakt, staat waar niemand langs hoeft |
| Droogrek | Ingeklapt binnen, achter een deur of in de gang | Opengeklapt staat het 55 tot 65 cm diep precies in de doorloop |
| Meubels die de winter buiten blijven | Tegen de gevel onder een ademende hoes, op latjes | Een dichte hoes houdt het condenswater vast; een ademende laat het vocht eruit |
Het balkon zie je vaker van binnen dan van buiten
Op een balkon zit je vooral van mei tot september, maar je kijkt er het hele jaar naar vanaf de bank of het bed. Wat daar staat, moet dus ook van binnenuit kloppen, en op een smal balkon staat alles binnen anderhalve meter van het glas.
Houd wat hoger is dan de balustrade uit de strook voor het raam. Een plantenrek van 170 cm of een scherm voor het glas neemt het daglicht weg dat schuin onder het balkon erboven naar binnen komt, en dat is het licht dat de achterkant van de kamer nog haalt. Hoge dingen horen naast het raam tegen een dicht stuk gevel, lage dingen mogen ervoor.

De vloer werkt als een lichtbak. Daglicht dat op een lichte balkonvloer valt, kaatst door het raam omhoog tegen je plafond, terwijl een antracieten tegel of een donkere composietplank dat licht opslokt. Hoe je in een smalle slaapkamer met één raam aan de korte kant met weinig daglicht omgaat, speelt direct mee als die kamer achter het balkon ligt.
Een donkere vloer heeft in de zon nog een nadeel: hij wordt op een zomermiddag te heet voor blote voeten en geeft die warmte 's avonds af aan de gevel en het raam. Op het zuiden en westen is een lichte tegel of houtsoort dus om twee redenen de betere keuze, op het noorden vooral om het licht.
Laat de kleuren buiten aansluiten op wat binnen al staat, want door het glas lees je ze als één beeld. De volgorde met licht en kleur als laatste laag staat bij het inrichten van de kamer erachter, en voor de stijl van het geheel is het overzicht van inrichtingsstijlen het vertrekpunt.
Zo richt je een smal balkon in, van meten tot vastzetten
Elke stap legt een maat vast die de volgende stap nodig heeft, zodat je geen stoel koopt waar je niet in past.
-
Meet de bruikbare diepte en de hoogte van het hek
Meet van de gevel tot de binnenkant van de balustrade bij de deur en bij beide uiteinden, en trek de opstand aan de voet van het hek eraf. Meet ook de hoogte van de balustrade vanaf de vloer en noteer of hij open, van glas of dicht is, want dat bepaalt straks welke zithoogte zin heeft.
-
Teken de deur met zijn boog, de afvoer en de stap bij de dorpel
Een deur die naar buiten draait, krijgt een kwartcirkel ter grootte van het blad, meestal 83 cm. Zet ook de afvoerput en de hoogte tussen dorpel en balkonvloer op papier, want die maten beslissen of je de vloer mag ophogen en waar niets met een dichte bodem mag staan.
-
Kies per zitplek de houding en de richting
Beslis per plek of je met je gezicht naar het uitzicht zit, 80 tot 85 cm diep, of zijwaarts, 45 tot 50 cm diep. Die keuze gaat voor het meubel, omdat hij bepaalt hoeveel diepte er voor de doorloop overblijft.
-
Leg de route van de deur naar de verste zitplek vast
Houd over die route minstens 60 cm vrij, en 80 cm als je er met een dienblad langs wilt. Voorbij de laatste zitplek hoeft er geen doorloop te zijn, en daar is de plek voor de kist en de zware potten.
-
Kies de tafel op de hoogte van de zitting
Meet waar het blad op jouw balustrade uitkomt en houd tussen zitting en blad 25 tot 30 cm aan bij een kruk en 28 tot 32 cm bij een stoel. Een plank op de regel vraagt een kruk van 75 tot 82 cm, een blad op 72 tot 78 cm een gewone klapstoel.
-
Zet het uit met tape en een keukenstoel
Plak de diepte van elke plek op de vloer en zet er een keukenstoel neer in de houding die je gekozen hebt. Zit er een avond op en loop een paar keer met een volle kan naar de verste plek: waar je schouders draaien, verschuif je de tape en niet een meubel dat al geleverd is.
-
Hang pas daarna vast wat vast moet
Railbakken komen aan de binnenzijde van de regel en de haken voor de klapstoelen aan de gevel, alles in roestvast staal. Vraag voor boren in de gevel of de balustrade van een appartement eerst toestemming aan de vereniging van eigenaren of je verhuurder, want die delen zijn bijna altijd gemeenschappelijk.
Kamerplanner
Vul de maten van je kamer in, zet deuren en ramen op de juiste plek en schuif meubels op schaal rond. Je ziet meteen of het past en hoeveel loopruimte er overblijft. Open de volledige kamerplanner
Nalopen voordat je iets bestelt
Uit de praktijk
Je zit met je knieën tegen de balustrade
Het symptoom is een stoel die net past en een zithouding die dat niet doet: je voeten staan tegen de opstand en je knieën raken de spijlen. De stoel is 50 tot 55 cm diep, maar met knieën en voeten erbij kost zitten 80 tot 85 cm, en de opstand aan de voet van het hek haalt daar nog 5 tot 10 cm vanaf.
Op een balkon van 90 cm blijft er dan niets over om je benen te bewegen. Een kleinere stoel lost dat niet op, want je benen worden er niet korter van. Draai de stoel een kwartslag, zodat je benen langs het balkon wijzen, of kies een kruk aan een plank op de regel, waar je knieën onder het blad verdwijnen.
De balkondeur gaat niet meer helemaal open
Het blad blijft haken op de nieuwe vloer of stopt tegen de bak die in de boog is gezet. Een draaideur naar buiten heeft de hele kwartcirkel nodig, ook op vloerhoogte, en een opbouw van 25 tot 30 mm is al genoeg om de onderkant van het blad over kliktegels te laten schuren.
Een deur die daardoor half open blijft staan, geeft de wind een hefboom: bij een stoot slaat het blad dicht en trekt het aan de scharnieren. Meet de ruimte onder het blad voordat je de vloer ophoogt, houd de hele boog vrij en zet de open deur vast met een haak aan de gevel.
De kussens ruiken muf terwijl ze in de kist lagen
Een kussen dat na een bui in de kist gaat, droogt daar niet meer. De zon verwarmt het deksel overdag, het vocht verdampt uit het schuim, en 's nachts slaat het neer tegen de koude binnenkant van het deksel en druppelt terug.
Na een paar van die rondes ruik je het, en daarna volgen de zwarte stippen langs de naad. De oplossing zit in de volgorde en niet in een andere kist: kussens gaan er alleen droog in, de kist heeft openingen onder de rand en staat op latjes, en een vulling van open schuim laat regen doorlopen in plaats van hem vast te houden.
Veelgemaakte fouten
Een stoel kiezen op zijn eigen diepte
Een klapstoel van 50 cm diep lijkt op een balkon van 100 cm ruim te passen. Wie erop zit, kost met knieën en voeten 80 tot 85 cm, en dan blijft er langs de stoel geen doorloop over.
Reken daarom met de houding en niet met de productmaat. Het verschil is 30 tot 35 cm, en dat is op een smal balkon precies je doorloop.
Een gewone stoel onder een plank op de balustrade
Een plank op de bovenregel ligt op 100 tot 110 cm, en een klapstoel van 45 cm zit dan 60 cm lager. Je zit met je kin ter hoogte van het blad en je armen omhoog.
Aan barhoogte hoort een kruk van 75 tot 82 cm, zodat het verschil tussen zitting en blad op 25 tot 30 cm uitkomt. Wil je op een gewone stoel zitten, dan hoort het blad op 72 tot 78 cm, aan de gevel of aan een hangtafel die zo laag uitkomt.
Een kist of pot tegen het hek zetten om beter te kunnen kijken
Een opbergkist van 45 cm hoog tegen een balustrade van 100 cm laat voor wie erop staat 55 cm hek over. Voor een kind is dat geen afscheiding meer maar een leuning.
Wie over de rand wil kijken, kiest een hogere zitting, zoals een kruk aan een plank op de regel. Kisten en hoge potten gaan tegen de gevel.
De vloer ophogen zonder de deur en het hek na te meten
Een vlonder of kliktegels maken de stap bij de dorpel kleiner, maar elke centimeter opbouw gaat van twee maten af. Het hek wordt lager voor wie op de nieuwe vloer staat, en de ruimte onder een naar buiten draaiend blad wordt kleiner.
Meet allebei voordat je bestelt. Bij 25 tot 30 mm opbouw kan het blad al schuren, en een hek dat al op de ondergrens staat, zakt eronder.
Railbakken ophangen waar ook de stoelen staan
Een railbak kost 20 cm diepte, een zijwaarts gezette klapstoel 45 tot 50 cm. Op een balkon van 110 cm blijft er van die twee samen 40 tot 45 cm over, en dat is geen doorloop.
Hang de bakken waar op de vloer niets staat, zoals tegenover de deur of voorbij de laatste zitplek. Daar hangen ze ook met hun gewicht niet boven de plek waar je zit.
Een loungestoel achter een dichte borstwering
In een loungestoel zitten je ogen rond 100 cm, en een dichte borstwering is meestal 100 tot 120 cm hoog. Vanuit die stoel kijk je tegen de binnenkant van het beton en zie je alleen lucht.
Achter een dichte borstwering werkt een hogere zit beter, en een lage stoel alleen als je juist beschutting en geen uitzicht zoekt.
Klapmeubels zonder vaste plek om dicht te hangen
Een klapstoel die geen haak heeft, blijft na een paar weken open staan of leunt ingeklapt tegen het hek. Open kost hij de doorloop, ingeklapt vangt hij wind en wordt hij een opstapje.
Schroef de haken tegelijk met de aankoop aan de gevel, onder het overstek van het balkon erboven, zodat dichtklappen één handeling is.
Veelgestelde vragen
Hoe richt je een smal balkon in als het maar 80 cm diep is?
Op 80 cm past geen zitplek met een doorloop erlangs, dus kies één plek voorbij de deur en houd de rest vrij. Een klapstoel die zijwaarts staat kost 45 tot 50 cm; met je gezicht naar het uitzicht zit je met je voeten tegen de opstand.
Een plank van 30 cm op de bovenregel met een kruk ervoor werkt ook, want je knieën schuiven onder het blad en je kijkt over de rand. Bakken hang je aan de binnenzijde van de regel, omdat potten op de vloer de enige doorgang wegnemen.
Welke meubels passen op een smal balkon van een meter diep?
Alles wat in de diepte 50 cm of minder kost: klapstoelen die zijwaarts staan, een klaptafel of plank aan de balustrade van 30 tot 40 cm, een opbergkist van 40 tot 45 cm en railbakken van 20 cm. Twee van die dingen tegenover elkaar over de diepte passen niet, want dan zakt de doorloop onder 60 cm.
Een loungestoel kost met je voeten erbij 100 tot 115 cm en past op een meter alleen met je benen langs de gevel, voorbij de laatste plek waar je langs moet.
Kun je met twee personen zitten op een smal balkon?
Ja, als je de stoelen langs de gevel zet in plaats van over de diepte. Twee klapstoelen tegenover elkaar met een klaptafel van 60 cm ertussen kosten 160 tot 165 cm lengte en maar 45 tot 50 cm diepte, dus op een balkon van 110 cm blijft er ruim 60 cm doorloop over.
Naast elkaar aan een plank op de balustrade kan ook. Reken 60 cm plank per persoon, dus 120 cm, en 70 tot 75 cm diepte met de krukken erbij.
Welke tafel is geschikt voor een smal balkon?
Op een smal balkon werkt een blad dat ergens aan vastzit beter dan een losse tafel. Een plank op de bovenregel ligt op barhoogte, 100 tot 110 cm, en vraagt krukken; een hangtafel onder de regel of een klaptafel aan de gevel kan op eethoogte, 72 tot 78 cm, en past bij gewone klapstoelen.
Een ronde bistrotafel van 60 cm kan ook, maar alleen met de stoelen langs de gevel. Over de diepte kost hij met twee stoelen 160 cm, en die heeft geen smal balkon.
Hoe hoog moet een kruk zijn aan een plank op de balustrade?
Houd 25 tot 30 cm tussen de zitting en het blad aan, want in dat verschil passen je bovenbenen. Bij een plank op 105 cm is dat een kruk van ongeveer 78 cm, met een marge van 75 tot 82 cm.
Ligt het blad lager, bijvoorbeeld rond 90 cm bij een hangtafel onder de regel, dan hoort er een kruk van 60 tot 67 cm bij. Een kruk van 78 cm is daar te hoog en je zit met je knieën tegen de onderkant van het blad.
Hoeveel doorloop moet er op een smal balkon overblijven?
Reken op 60 cm als ondergrens en 80 cm als je er met een dienblad of een gieter langs wilt. Bij 60 cm draai je je schouders, bij 80 cm loop je recht door.
Die maat geldt alleen voor de route van de deur naar de verste zitplek, en dan gemeten met de klapmeubels open. Voorbij die plek hoeft er niets vrij te blijven, en daar zet je de kist, het rek en de zware potten.
Mag je een kist of plantenbak tegen de balustrade zetten?
Voor nieuwbouw vraagt het Besluit bouwwerken leefomgeving een afscheiding van minstens 100 cm zonder opstapmogelijkheid tussen 20 en 70 cm boven de vloer, en in bestaande bouw is 90 cm de ondergrens. Die regel gaat over het hek, maar een kist van 45 cm ertegen maakt er alsnog een opstapje van.
Zet op de vloer tegen de balustrade dus alleen bakken tot 20 cm hoog. Railbakken aan de binnenzijde van de regel hangen boven de opstaphoogte, en kisten en hoge potten horen tegen de gevel.
Hoe krijg je privacy op een smal balkon met een open hek?
Scherm de plek af waar je zit en niet de hele balustrade. Een doek of rietmat van 120 tot 150 cm lang achter de stoelen neemt de zichtlijn vanaf de straat en van de buren weg, terwijl de rest van het hek licht en lucht blijft doorlaten.
Een dicht scherm over de hele lengte vangt alle wind en hangt die kracht aan de bovenregel en de spijlen. Kies een doek met openingen en zet hem vast met roestvaste beugels of klemmen, want kunststof bandjes worden na een seizoen in de zon bros.
Wat doe je met een balkondeur die naar buiten opendraait?
Houd de hele boog van het blad vrij, bij een deur van 83 cm dus een kwartcirkel van 83 bij 83 cm naast het scharnier. Op een balkon van 110 cm diep blijft er tegenover de deur ongeveer 20 cm over, precies de diepte van een railbak.
Zet de deur open vast met een windhaak aan de gevel, anders slaat een windstoot hem dicht. Hoog de vloer niet verder op dan de vrije ruimte onder het blad toelaat.
Kun je kliktegels of een vlonder leggen op een smal balkon?
Dat kan, als je drie maten natrekt. De opbouw gaat af van de hoogte van de balustrade en van de ruimte onder een naar buiten draaiende deur, en bij 25 tot 30 mm kan het blad al schuren.
Leg alles los en boor nooit in de balkonvloer of de opstand, want daar zit de waterdichte laag. Kies een lichte kleur als de kamer erachter weinig licht heeft: een lichte vloer kaatst daglicht door het raam omhoog, een donkere slokt het op en wordt in de zon heet.
Wanneer je beter een vakman belt
Drie grenzen op een balkon liggen buiten wat je zelf oplost. Een balustrade die beweegt, een losse voetplaat of betonrot aan de rand van de vloer is constructiewerk: meld het bij de vereniging van eigenaren of de verhuurder en hang niets aan het hek tot het is nagekeken.
In de balkonvloer en de opstand zit de waterdichte laag, dus een lek naar de woning eronder is werk voor een dakdekker of aannemer. Een buitenstopcontact of vast lichtpunt vraagt een leiding vanaf de groepenkast met aardlekbeveiliging: het armatuur ophangen mag je zelf, de aansluiting in de groepenkast doet een elektricien.
Verder lezen over dit onderwerp
Lang smal balkon inrichten
Kleine patio tuin inrichten

Smalle hal inrichten
Smalle kinderkamer inrichten
