Garage indeling: eerst de vaste punten, dan de auto, dan de kasten
Een garage indelen gaat in vier stappen: eerst vastleggen wat niet beweegt (het deurtype, de meterkast, het afschot van de vloer), dan de breedte die de auto overlaat, dan de zones op volgorde van hoe vaak je er komt, en pas daarna de kasten. In een garage van 300 cm binnenwerks houd je naast een auto van 182 cm nog 118 cm over, en daar past precies één stelling van 40 cm plus 63 cm om uit te stappen. Alles wat je wekelijks pakt hangt tussen 75 en 140 cm, het zware staat onder 40 cm, en boven 200 cm komt alleen wat je twee keer per jaar nodig hebt.
Dit heb je nodig
- Tijd
- een avond meten, twee dagen uitvoeren
- Moeilijkheid
- Goed zelf te doen
- Kosten
- 150 tot 600 euro aan stellingen, haken en bakken
Gereedschap
- Rolmaat van 8 m of een laserafstandsmeter
- Waterpas van 120 cm
- Klopboormachine, en een SDS-boorhamer bij beton
- Leidingzoeker
- Ruitjespapier van 5 mm, waarbij een hokje 10 cm is
- Trapje dat tot 220 cm reikt
Materiaal
- Pluggen en schroeven die bij jouw wandsoort horen
- Kunststof vulplaatjes om stellingpoten af te stellen
- Kantelbeugels om hoge kasten aan de wand te zetten
- Stapelbakken met een grondvlak van 60 bij 40 cm
- Etiketten die op stof en kou blijven plakken
Wat er in een garage al vastligt voordat je iets neerzet
De indeling van een garage wordt voor het grootste deel bepaald door vijf dingen die je niet kunt verschuiven: het type garagedeur, de meterkast, de deur naar de woning, het afschot van de vloer en de vrije hoogte onder de deurrails. Wie daarmee begint, koopt achteraf geen kast die net niet opengaat.
Meet de ruimte binnenwerks op drie hoogtes. Een prefab garagebox loopt bovenin vaak 2 tot 4 cm smaller dan bij de vloer, en juist daar wil je een plank hangen. Noteer ook de dagmaat van de garagedeur, de hoogte waarop de rails hangen en de plek van elk stopcontact. Hoort er bij jouw huis meer bergruimte dan deze ene, bekijk dan hoe je een garage, schuur en berging samen indeelt, want spullen verhuizen dan vanzelf naar de plek waar ze thuishoren.
Zet de ruimte daarna op schaal op papier, of schuif je eigen wandmaten in de kamerplanner en leg de auto er als blok in. Wat dan overblijft is de ruimte waarin je mag kiezen, en dat is bijna altijd minder dan het lijkt.
De tabel hieronder is de rekening van die vaste punten.
| Vast punt | Wat het aan ruimte kost | Waar je op moet letten |
|---|---|---|
| Kanteldeur | Het blad zwaait naar buiten en ligt open onder het plafond over ongeveer de halve deurhoogte | Buiten blijft 60 tot 100 cm voor de gevel nodig, dus daar kan geen rolcontainer of fiets staan |
| Sectionaaldeur | Rails langs de zijwanden op 200 tot 220 cm, deurblad onder het plafond over de deurhoogte plus een halve meter | Een stelling van 200 cm hoog past er nog onder, een plafondrek langs de zijwand niet |
| Roldeur | De rol boven de opening kost de bovenste 35 tot 45 cm van de dagmaat | Het plafond blijft vrij, dus dit is het enige deurtype waar plafondrekken over de hele diepte bij passen |
| Deur naar de woning | 83 cm doorgang plus een draaivlak van 83 cm dat vrij moet blijven | In nieuwbouw is die deur brandwerend en zelfsluitend; zet hem niet met een wig open en vervang hem niet door een gewone binnendeur |
| Meterkast of watermeter | 60 tot 80 cm wand die vrij blijft, plus sta-ruimte ervoor | De meteropnemer en de monteur moeten erbij kunnen, dus hier komt geen kast en geen stapel |
| Afschot van de vloer | Vaak 1 cm per meter richting de deur, over 6 m diepte dus zo'n 6 cm | Een stelling van 200 cm helt daardoor naar voren; stel de poten af met vulplaatjes en zet hem aan de wand vast |
| Buitenkraan of afvoerput | 30 tot 40 cm vloer plus de ruimte om erbij te komen | De afsluiter moet in de winter bereikbaar blijven, dus daar staat geen kast voor |
Bij een sectionaaldeur lopen de horizontale rails vanaf de gevel de garage in en hangen ze 10 tot 20 cm onder het plafond. Meet die hoogte voordat je een kast van 200 cm bestelt, want de rails zitten precies op de plek waar je de bovenste plank had gedacht.
Welke indeling past bij welke breedte
De breedte van de ruimte bepaalt het aantal wanden dat je kunt gebruiken, en dat is het hele verhaal. Een stelling van 40 cm diep aan twee lange wanden kost samen 80 cm, en die 80 cm zijn precies de marge waarmee een auto er nog in kan.
De rekensom is kort. In een garage van 300 cm binnenwerks met een auto van 182 cm blijft 118 cm over. Gaat daar een stelling van 40 cm in, dan houd je 78 cm te verdelen: 15 cm aan de spiegelzijde en 63 cm aan de kant waar je uitstapt. Dat werkt, maar alleen als je elke keer strak parkeert.
Onder 60 cm kom je niet normaal uit de auto en tussen 40 en 60 cm moet je jezelf zijwaarts naar buiten werken. Bij een auto met spiegels van 205 cm breed telt die spiegel aan de smalle zijde mee: 15 cm vrije wand betekent dat de spiegel ingeklapt moet.
Een slimme garage indeling geeft daarom bijna nooit beide lange wanden aan kasten. Je kiest één wand voor diepte en gebruikt de andere alleen boven autohoogte, vanaf ongeveer 160 cm, met planken van 25 cm diep die over het dak van de auto heen steken.
| Binnenwerkse breedte | Wat daar past | Wat je dan laat vallen |
|---|---|---|
| Tot 250 cm (smal schuurtje of oude box) | Eén wand met planken van 25 tot 30 cm diep, de andere wand vrij als looppad van 120 cm | Een auto, en kasten aan twee zijden |
| 250 tot 280 cm | Stelling van 40 cm aan één lange wand, fietsen verticaal aan de andere | Een auto die dagelijks in en uit moet |
| 280 tot 310 cm met auto | Stelling van 40 cm aan de uitstapzijde, planken van 25 cm boven 160 cm aan de spiegelzijde | Een werkbank die blijft staan, en een hangkast waarvan de deur naar voren zwaait |
| 310 tot 360 cm met auto | Stelling van 40 cm plus een smalle werkbank van 45 cm aan dezelfde wand | Twee volle kastwanden; de doorgang wordt anders smaller dan 60 cm |
| Dubbele garage vanaf 550 cm | Eén auto plus een werkplaats van 250 cm breed naast de parkeerstrook | Niets, mits je de tweede parkeerplaats echt opgeeft |
| Schuur van 200 bij 300 cm | Rek van 40 cm aan de korte achterwand, inklapbaar werkblad bij de deur | Een vaste werkbank plus een kruiwagen op de vloer |
Hang een balletje aan een touwtje van het plafond op de plek waar de voorruit moet stoppen. Raakt het de ruit, dan sta je goed, en dan blijft die 15 cm aan de spiegelzijde ook echt 15 cm.
De vier zones en waar ze horen
Een garage indelen in zones werkt alleen als je de zones niet op categorie indeelt maar op hoe vaak je er komt. Gereedschap bij gereedschap is logisch in een winkel; in een garage wil je dat wat je dagelijks pakt binnen twee stappen van de deur ligt waardoor je binnenkomt.
Die deur is meestal niet de garagedeur maar de loopdeur of de deur naar de woning. Alles wat je wekelijks of vaker gebruikt, hoort binnen 200 cm van die deur. De hoek die je alleen bereikt door langs de auto te lopen, is de plaats voor kampeerspullen en kerstdozen, en dat is geen restplek maar een bewuste keuze.
Er is één regel die de rest bepaalt: elke zone heeft een eigen wand of een eigen hoek. Twee zones die dezelfde meter wand delen, lopen binnen een half jaar in elkaar over. Dezelfde laagsgewijze aanpak gebruiken we bij het indelen van de andere ruimtes in huis, alleen wegen hier de doorgangen zwaarder dan het zicht.
De route die je openlaat, is ook de route die gelopen wordt. Dat werkt hier net zo als bij het indelen van een woonkamer: laat je een kortere weg dwars door de werkzone open, dan loopt iedereen daar en ligt het werkblad binnen een maand vol met spullen die onderweg zijn blijven staan.
Reken bij elke zone de ruimte ervoor mee. Een rolcontainer van 240 liter is ongeveer 107 cm hoog, 58 cm breed en 74 cm diep, en je moet hem kunnen kantelen en uitrijden: dat vraagt 80 cm vrij ervoor, niet alleen 74 cm vloer eronder.
| Zone | Waar hij hoort | Wat hij vraagt |
|---|---|---|
| Rijden en parkeren | Midden, tegen de spiegelzijde aan geschoven | De autobreedte plus 60 tot 70 cm om uit te stappen, en 100 cm achter de auto om de achterklep te openen |
| Dagelijks pakken: fietsen, containers, tuinslang | Binnen 200 cm van de loopdeur of de deur naar de woning | Vrije vloer, geen deuren die ervoor zwaaien, en een verlichting die met de deur meeschakelt |
| Werken | Aan de achterwand of aan de kopse kant van een dubbele garage | 180 cm wand, 90 cm sta-ruimte voor de bank, en een eigen lichtpunt |
| Seizoensopslag | De hoek die je alleen langs de auto bereikt, en alles boven 200 cm | Gesloten bakken met etiket, en een trapje dat er permanent staat |
| Laden en afval | Direct naast de garagedeur, aan de zijde waar je de auto inlaadt | 60 cm vloer per container en een strook waar niets vast staat |
Een werkende indeling in een garage van 300 bij 600 cm
De meest voorkomende Nederlandse garage is binnenwerks ongeveer 300 cm breed en 550 tot 600 cm diep, en daar moet een auto van 450 tot 470 cm in. Reken uit wat er dan werkelijk overblijft: in een lege ruimte zie je de ruimte die geopende deuren en spullen innemen nog niet.
De auto staat niet in het midden maar 15 cm uit de wand aan de spiegelzijde. Dat is de belangrijkste beslissing in de hele indeling: twee stroken van 59 cm zijn allebei onbruikbaar, één strook van 63 cm is een doorgang en een uitstapplek tegelijk.
De stelling begint 95 cm achter de gevel, zodat het deurblad en de rails erlangs kunnen en je nog bij de kofferbak komt. Achterin staat een opklapbaar werkblad van 45 cm: met de auto binnen is er 10 cm voor, met de auto buiten 465 cm. Dat is geen compromis maar de enige vorm die in deze maat past.
In een rijtjeshuis loopt deze indeling vaak door tot in de hal, omdat de garage grenst aan de meterkast en de bijkeuken. Hoe die ketting van ruimtes samenhangt, staat bij de indeling van een rijtjeshuis.
Een achterklep heeft ongeveer 100 cm vrije ruimte achter de auto nodig om open te kunnen. In een garage van 600 cm diep met een auto van 465 cm is dat er niet, dus die klep gaat buiten open. Leg de spullen die je in de auto laadt daarom bij de garagedeur en niet achterin.
Fietsen, ladders en lange spullen aan de wand
Fietsen zijn in de meeste garages het grootste ruimteprobleem, want een stadsfiets is 180 tot 190 cm lang en neemt liggend meer vloer in dan een kast. Hangend aan het voorwiel steekt diezelfde fiets 40 tot 50 cm uit de wand, en met het stuur een kwartslag gedraaid 30 tot 35 cm.
De haak hangt dan op 190 tot 200 cm, want het achterwiel moet los van de vloer komen. Je moet het voorwiel ook nog boven die haak tillen, dus onder een vrije hoogte van 210 cm wordt het een worsteling. Dat is het verschil tussen een garage van 240 cm hoog en een schuurtje van 200 cm.
Hang je meerdere fietsen naast elkaar op dezelfde hoogte, reken dan 55 cm hart op hart, anders vallen de sturen en de trappers in elkaar. Wissel je de haakhoogte om en om met 25 cm, dan kun je naar 40 cm hart op hart en passen er vier fietsen op 160 cm wand.
Een elektrische fiets van 22 tot 28 kg til je niet elke dag naar 190 cm. Die zet je op de vloer in een beugel of tegen een frame, en dan reken je 70 cm breedte plus de lengte. Wat jouw wand per bevestigingspunt houdt, en met welke plug, zoek je op in de ophangwijzer: in beton haalt een nylon plug 25 kg per punt, in kalkzandsteen 20 kg en in gasbeton houdt alleen een gasbetonplug het, tot ongeveer 10 kg.
Ladders en lange materialen gaan horizontaal en hoog. Twee stevige haken op 160 tot 180 cm, met 120 tot 150 cm ertussen, houden een driedelige ladder van 12 tot 18 kg boven een deur of boven de werkbank, waar toch niemand loopt.
Zet de fietshaken niet aan de wand waar de auto langs rijdt. Een trapper die 35 cm uitsteekt zit precies op de hoogte van een portier, en die schade zie je pas als je uitstapt.
Op welke hoogte je wat opbergt
Een garage of schuur heeft meestal 230 tot 250 cm vrije hoogte, en in een ruimte van 300 bij 600 cm is dat ruim twee keer zoveel wand als vloer. Toch staat in veel bergingen bijna alles tussen 0 en 100 cm, en dat komt doordat mensen op categorie stapelen en niet op gewicht en frequentie.
De verdeling hieronder komt uit hoe je lichaam tilt. Onder heuphoogte til je met gestrekte armen en gebogen rug, dus daar hoort het zware. Tussen heup en schouder pak je met één hand zonder te kijken, dus daar hoort wat je wekelijks nodig hebt. Boven schouderhoogte kun je alleen nog dragen wat je bovenhands kunt houden.
Houd de onderste plank 10 cm vrij van de vloer. Daar kun je onder vegen, en het water dat op afschot naar de deur loopt komt niet bij je dozen. Karton dat op een betonvloer staat, trekt vocht op en scheurt aan de onderkant zodra je de doos optilt.
| Hoogte boven de vloer | Wat daar hoort | Waarom juist daar |
|---|---|---|
| 0 tot 40 cm | Zakken potgrond, tegels, verfblikken, machines in een koffer | Je tilt hier vanaf de vloer en dat is de zwaarste greep die er is, dus alles wat hier staat moet je zelden hoeven pakken |
| 40 tot 75 cm | Kratten die je met twee handen pakt, gereedschapskoffers, autoproducten | Je buigt licht maar hoeft niet te knielen, en je kunt het op de rand van de bak laten zakken |
| 75 tot 140 cm | Handgereedschap, fietspomp, schroeven en pluggen, tuinschaar | De grijpzone tussen heup en schouder: hier pak je zonder te zoeken, dus hier hangt het gereedschapsbord |
| 140 tot 200 cm | Lichte seizoensbakken tot ongeveer 10 kg, slaapzakken, kussens | Je reikt met gestrekte arm en moet het bovenhands kunnen dragen, dus gewicht en volume gaan hier uit elkaar |
| Boven 200 cm | Tent, dakkoffer, koffers, alles voor twee keer per jaar | Alleen met een trapje bereikbaar; het hoogste schap waar je zonder trapje bij kunt zit rond 200 cm |
Een hoge stelling die niet aan de wand vastzit, kantelt naar voren zodra je een zware bak van het bovenste schap naar je toe trekt. Op een vloer met afschot helt hij al die kant op. Twee kantelbeugels in de achterwand kosten vijf minuten en zijn het verschil tussen scheef staan en omvallen.
Een werkplaats in de garage of de schuur
De indeling van een werkplaats draait om één wand van ongeveer 350 cm, want dat is de lengte waarop een werkbank, een gereedschapsbord en een stelling naast elkaar passen zonder dat je ertussen moet wringen. Is die wand er niet, dan wordt het een werkblad dat je opklapt.
De bladhoogte leid je af van je ellebooghoogte staand, ruwweg je lichaamslengte min 75 cm. Voor werk waar je kracht op zet, zoals zagen en schaven, ga je 10 tot 20 cm onder die hoogte zitten zodat je met je lichaamsgewicht kunt duwen. Daarom komt een vaste werkbank in de meeste schuren uit tussen 85 en 95 cm.
Houd tussen het blad en de onderkant van het gereedschapsbord 25 cm vrij. Minder, en er past geen machine in zijn koffer onder het bord; meer, en je moet rechtop gaan staan om bij de bovenste haken te komen.

Bij licht telt de richting meer dan het aantal lumen. Eén armatuur recht boven je hoofd zet je eigen schouders in je werk, dus hang de balk vóór de voorrand van het blad. Reken voor algemeen licht op ongeveer 300 lumen per vierkante meter en boven de bank op drie keer zoveel.
Elektra is de grens waar veel werkplaatsen tegenaan lopen. Een groep van 16 ampère levert bij 230 volt ongeveer 3600 watt, en een bouwstofzuiger van 1200 watt plus een invalzaag van 1400 watt zit daar met de aanloopstroom van de zaag al tegenaan. Hang de contactdozen op 110 tot 120 cm boven de vloer, net boven het blad, dan hangen er geen snoeren over je werkvlak.
Wat er niet in een onverwarmde garage of schuur hoort
Een garage is in de winter ongeveer even koud als buiten en in het voorjaar vochtiger, omdat warme lucht op een koude betonvloer zijn vocht afgeeft. Dat is geen reden om er niets in te zetten, wel om een paar dingen er bewust uit te houden.
- Watergedragen verf en acrylaatkit. Die bevriezen en schiften, en na ontdooien blijft de verf korrelig en dekt hij niet meer. Bewaar ze binnen boven 5 graden.
- Accu's van gereedschap en e-bikes. Lithium-ionaccu's laden slecht onder nul en leveren koud minder capaciteit. Laad ze binnen bij kamertemperatuur en berg ze halfvol op; kijk voor de grenzen in de handleiding van je eigen merk.
- Karton op de vloer. Het trekt vocht uit het beton en scheurt bij het optillen. Zet spullen in gesloten kunststof bakken op een plank van minstens 10 cm boven de vloer.
- Blank gereedschap zonder deksel. Condens slaat neer op koud staal en dan zit er in één seizoen roest op je steeksleutels. Een dichte lade of kast is genoeg.
- Gasflessen met propaan of butaan. Propaandamp is zwaarder dan lucht en zakt naar de vloer, en een garage heeft zelden ventilatie op vloerniveau. Die horen buiten in een geventileerde kast; vraag bij twijfel na wat in jouw situatie mag.
- Benzine en spiritus los in een kan. Alleen in een goedgekeurde jerrycan, zo weinig mogelijk, laag en geventileerd, en niet naast de plek waar je accu's laadt.
Wat wel binnen moet blijven maar niet in de woonkamer past, krijgt vaak een plek bij het inrichten van de bijkeuken. Dat is de warme tegenhanger van de garage en het scheelt een tocht door de kou.
Maak van de laadplek voor accu's één vaste hoek op een onbrandbare ondergrond, niet onder een plank met verf en terpentine. Een lader die warm wordt onder een plank met oplosmiddelen is de combinatie waar het in een garage het vaakst echt misgaat.
Een smalle schuur, een kelderkast en de trapkast
Een schuur indelen gaat volgens dezelfde volgorde als een garage, alleen valt de auto weg en wordt de hoogte de beperking. In een schuur van 200 bij 300 cm met 200 cm vrije hoogte krijg je een fiets niet verticaal aan de wand en past er geen stelling van 200 cm onder de dakhelling. Daar werk je met planken van 30 cm diep aan de hoge zijde en houd je de lage zijde vrij voor de kruiwagen.

Wil je een schuur praktisch indelen, begin dan bij de wand tegenover de deur. Dat is de enige wand waar je altijd bij kunt, ook als de vloer vol staat. De maatvoering per vierkante meter staat uitgewerkt bij een kleine schuur inrichten.
Een kelderkast indelen is een ander verhaal, want daar is het koel en donker en meestal 12 tot 16 graden. Planken van 30 tot 35 cm diep langs de zijwanden, 35 cm tussen de planken zodat er een krat tussen kan, en de vloer vrij voor de bakken die je met een hand optilt. Zonder ventilatierooster wordt het er muf, dus laat de lucht ergens langs kunnen.
Onder een trap zit dezelfde ruimte in een schuine vorm. Daar bepaalt de aflopende hoogte welke laag waarvoor bruikbaar is, en dat rekenen we uit bij de indeling van een trapkast. De ideeën die je in een garage gebruikt, werken daar in het klein: eerst de vaste punten, dan de hoogtes, dan pas de bakken.
Zo deel je een garage of schuur in twee dagen opnieuw in
De volgorde is de methode: elke stap legt de grens vast waarbinnen de volgende stap nog mag kiezen.
-
Haal alles eruit en sorteer op hoe vaak je het pakt
Zet alles op de oprit in drie stapels: wekelijks, een paar keer per jaar, nooit meer. Sorteren op categorie doet iedereen en dat levert een nette garage op waarin je niets terugvindt. De frequentie bepaalt straks de hoogte en de afstand tot de deur.
-
Meet de ruimte op en teken de vaste punten in
Meet binnenwerks op drie hoogtes, noteer de dagmaat van de garagedeur, de hoogte van de rails en de plek van meterkast, stopcontacten en buitenkraan. Meet ook het afschot met een lange waterpas: dat getal heb je nodig om de stellingpoten af te stellen.
-
Leg de auto of de fietsen als eerste op de tekening
Het grootste object bepaalt de rest. Schuif de auto tegen de spiegelzijde tot er 15 cm over is, en kijk wat er aan de uitstapzijde overblijft. Blijft daar minder dan 60 cm over, dan vervalt de diepe kast en wordt het een plank boven autohoogte.
-
Kies per wand één diepte en houd je daaraan
Een wand met 40 cm onderin en 25 cm bovenin loopt niet, want de bovenste planken houden het licht tegen en je stoot je hoofd. Kies 25 tot 30 cm voor zicht en pakken, 40 tot 50 cm voor bakken en kratten, en laat één wand helemaal leeg.
-
Hang de wandsystemen op voordat er iets in staat
Boren doe je in een lege ruimte, met een leidingzoeker en met de plug die bij jouw wandsoort hoort. Zet hoge stellingen meteen met kantelbeugels aan de wand vast en stel de poten af met vulplaatjes, zodat het afschot van de vloer eruit is voordat er gewicht op komt.
-
Vul van beneden naar boven op gewicht
Zwaar onder 40 cm, wekelijks tussen 75 en 140 cm, licht en zelden boven 140 cm. Vul niet per doos maar per hoogtelaag, dan loop je vanzelf tegen de dingen aan die nergens horen.
-
Maak één bak voor wat nog geen plek heeft
Er blijft altijd een restje over dat in geen enkele categorie valt. Eén bak bij de deur vangt dat op, en die leeg je elke maand. Zonder die bak komt het restje op de werkbank terecht en daar blijft het liggen.
Nalopen voordat je gaat boren
Uit de praktijk
De stelling helt naar voren en de bakken schuiven eruit
Het symptoom is dat de bovenste bakken langzaam naar de rand kruipen en de kast bij het uittrekken van een zware bak meebeweegt. De oorzaak ligt in de vloer: een garagevloer ligt op afschot naar de deur, vaak rond 1 cm per meter, dus over een kastdiepte van 40 cm staat de kast al een halve centimeter voorover.
Over 200 cm hoogte wordt die halve centimeter aan de bovenrand ruim 2 cm, en dat is genoeg om het zwaartepunt naar voren te halen. Stel de voorste poten af met vulplaatjes tot de kast waterpas staat en zet hem met twee kantelbeugels aan de achterwand vast.
De werkbank staat er wel maar wordt nooit gebruikt
Dit herken je aan een werkblad dat als afzetplek dienstdoet en vol staat met spullen die er niet horen. Het mechanisme is ruimtelijk: in een garage van 600 cm diep met een auto van 465 cm blijft er 55 cm over tussen bumper en achterwand, en een werkbank van 60 cm diep vraagt daar bovenop 90 cm om voor te staan.
De bank is dus alleen bruikbaar met de auto buiten, en dat is precies het moment waarop niemand gaat klussen. Een opklapbaar blad van 45 cm of een werkbank op wielen lost dit op, omdat je die naar de open garagedeur rijdt in plaats van ernaartoe te kruipen.
De dozen onderin zijn zacht en de bodems scheuren
Karton dat op een betonvloer staat, zuigt vocht op door capillaire werking en door condens: de vloer blijft in het voorjaar kouder dan de lucht erboven, dus daar slaat vocht neer. Het afschot voert regenwater dat met de auto mee naar binnen komt bovendien langs de vloer naar de deur.
Zichtbaar wordt het pas bij het optillen, als de bodem uit de doos scheurt. Kunststof bakken met deksel op een plank van 10 cm boven de vloer halen het probleem weg, en die 10 cm is ook precies genoeg om eronder te vegen.
Veelgemaakte fouten
Kasten kopen voordat de auto op de tekening staat
Een stelling van 40 cm diep lijkt bescheiden tot je hem aftrekt van de 118 cm die er naast de auto over is. Wie eerst koopt en daarna meet, komt uit op een doorgang van 40 cm en gaat voortaan zijwaarts naar buiten.
De auto is het grootste object en dus het eerste dat je intekent, ook als je hem er nu nog niet in zet.
Aan twee lange wanden dezelfde diepe kasten zetten
Twee stellingen van 40 cm kosten samen 80 cm van de breedte, en dat is ongeveer wat een mens nodig heeft om uit een auto te stappen. Het resultaat is dat beide zijden onbruikbaar worden in plaats van één bruikbaar.
Kies één wand voor diepte en gebruik de andere alleen boven 160 cm, met planken van 25 cm die over de auto heen steken.
De plank te ver laten overspannen
Verfblikken en gereedschap tellen op tot 25 tot 35 kg per strekkende meter, ongeveer hetzelfde als een meter boeken. Plaatmateriaal van 18 mm blijft tot ongeveer 80 cm tussen twee steunpunten recht en zakt daarboven zichtbaar door.
Die doorbuiging is blijvend, want de plank kruipt onder een last die er permanent op staat. Zet er een extra drager onder of schroef een lat van 18 bij 40 mm onder de voorrand.
Alles in gesloten dozen zonder etiket
Een garage vol identieke dichte dozen is netjes en onbruikbaar. Je opent er drie voordat je de goede hebt, en na de tweede keer zoeken zet je de spullen er niet meer in terug.
Etiketteer aan de korte zijde die naar het pad wijst, en schrijf op wat erin zit en niet in welke categorie het valt.
Eén lamp midden aan het plafond
Met één armatuur boven je hoofd werk je altijd in je eigen schaduw, en juist boven een werkbank is dat waar je iets moet zien. Bovendien staat het licht dan in de weg van een plafondrek.
Twee balken op afstand van elkaar, waarvan één vóór de voorrand van de werkbank, geven meer bruikbaar licht dan één sterke lamp in het midden.
De doorgang opofferen aan de laatste kast
De kast die er net nog bij kan, kost altijd de doorgang. Onder 60 cm kom je niet meer normaal langs een auto en onder 90 cm kun je geen kruiwagen of rolcontainer meer passeren.
Teken de doorgang eerst in als een object dat niet mag krimpen, dan valt de beslissing vanzelf de goede kant op.
Veelgestelde vragen
Hoe kun je een garage indelen als er ook een auto in moet?
Teken eerst de auto in en schuif hem tegen de wand aan de spiegelzijde tot er 15 cm over is. Wat aan de andere kant overblijft, is je werkruimte: bij 300 cm binnenwerks en een auto van 182 cm is dat 103 cm, genoeg voor een stelling van 40 cm plus 63 cm om uit te stappen.
Blijft er minder dan 100 cm over, dan vervalt de diepe kast en gebruik je die wand alleen boven 160 cm met planken van 25 cm diep.
Wat is een slimme garage indeling voor een smalle garage?
Eén wand krijgt alle diepte, de andere blijft vrij tot autohoogte. Op de vrije wand hangen planken van 25 cm vanaf 160 cm, zodat ze over het dak van de auto heen steken en je toch nog opbergruimte wint.
De fietsen gaan verticaal aan de achterwand of aan de wand bij de loopdeur, en de werkbank wordt een opklapbaar blad van 45 cm. Zo houd je één doorlopende strook van minstens 60 cm vrij over de hele lengte.
Hoe kun je een schuur praktisch indelen zonder te verbouwen?
Begin bij de wand tegenover de deur, want dat is de enige wand waar je altijd bij kunt. Daar komt een rek van 40 cm diep voor bakken en kratten. De wand naast de deur krijgt haken op grijphoogte voor wat je dagelijks pakt.
Houd het midden vrij als looppad van minstens 90 cm, zodat een kruiwagen of grasmaaier erdoor kan. De hoogte boven 200 cm is voor twee keer per jaar, en daar zet je een trapje bij dat blijft staan.
Welke diepte moet een stelling in de garage of schuur hebben?
Voor spullen die je wilt zien en pakken werkt 25 tot 30 cm, want dan staat alles op één rij. Voor bakken en kratten kies je 40 cm, omdat de meeste stapelbakken een grondvlak van 60 bij 40 cm hebben en er dan twee naast elkaar op een plank van 120 cm passen.
Bij 50 cm en dieper staat de helft achter de andere helft, en binnen een jaar gebruik je alleen nog de voorste rij.
Hoe hang je fietsen op in een garage of schuur?
Verticaal aan het voorwiel is het zuinigst: de haak hangt op 190 tot 200 cm en de fiets steekt 30 tot 50 cm uit de wand, afhankelijk van de stand van het stuur. Je hebt daarvoor ongeveer 210 cm vrije hoogte nodig en prettig wordt het pas vanaf 220 cm, omdat je het voorwiel boven de haak moet tillen.
Naast elkaar op gelijke hoogte reken je 55 cm hart op hart. Wissel je de haakhoogte om en om met 25 cm, dan kun je naar 40 cm. Een elektrische fiets van 22 tot 28 kg til je niet dagelijks naar 190 cm, dus die blijft op de vloer.
Wat is een goede indeling voor een werkplaats in de garage?
Zoek een aaneengesloten wand van ongeveer 350 cm. Daarop passen een werkbank van 160 cm, een gereedschapsbord erboven en een stelling van 100 cm naast elkaar, met nog 70 cm doorgang tussen bank en stelling.
Het blad ligt tussen 85 en 95 cm, het bord begint 25 cm boven het blad en de contactdozen zitten op 110 tot 120 cm. Houd 90 cm sta-ruimte voor de bank vrij, en 120 cm als iemand erachter langs moet.
Hoe kun je een kelderkast indelen zonder dat het een verzamelplek wordt?
Een kelderkast is koel en donker, meestal 12 tot 16 graden, en dat maakt hem geschikt voor voorraad, aardappels, uien en wijn. Zet planken van 30 tot 35 cm diep langs de zijwanden met 35 cm ertussen, zodat er een krat tussen past.
Houd de vloer vrij voor bakken die je met een hand optilt en laat lucht langs kunnen via een rooster, anders wordt het er muf. Wat er niet koel hoeft te staan, hoort in de berging en niet hier.
Hoeveel ruimte moet je vrijhouden om uit de auto te kunnen stappen?
Reken op 60 tot 70 cm tussen de carrosserie en de wand of de kast. Bij 60 cm kom je er normaal uit, bij 70 cm ook met een kind op je arm of een tas in je hand.
Tussen 40 en 60 cm moet je jezelf zijwaarts naar buiten werken en gaat het portier niet ver genoeg open. Onder 40 cm stap je aan de andere kant uit, en dan is die zijde geen doorgang meer maar alleen een spleet.
Welke verlichting hoort er in een garage of berging?
Reken voor algemeen licht op ongeveer 300 lumen per vierkante meter, dus in een garage van 18 vierkante meter op zo'n 5400 lumen, verdeeld over twee armaturen in plaats van één. Boven de werkbank komt daar een gerichte balk bij met ongeveer drie keer die sterkte.
Hang het licht vóór de plek waar je staat en niet recht boven je hoofd, anders werk je in je eigen schaduw. Een schakelaar die meeloopt met de loopdeur scheelt elke dag zoeken in het donker.
Welke garage indeling ideeën werken ook in een kleine schuur?
Alles wat verticaal is: haken op grijphoogte, planken boven ooghoogte, gesloten bakken op een vast grondvlak van 60 bij 40 cm en een opklapbaar werkblad. Wat niet meeschaalt zijn de diepe kasten en de plafondrekken, want die vragen hoogte die een schuur vaak niet heeft.
De vuistregel blijft dezelfde: één wand krijgt diepte, één wand blijft vrij als looppad, en de vloer is geen opbergplek maar een doorgang.
Hoe voorkom je dat het in de garage of schuur vochtig wordt?
Het meeste vocht komt niet door de wanden maar met de lucht mee: warme lucht slaat neer op een koude betonvloer en op koud metaal. Laat de ruimte daarom doorluchten op een droge dag en niet op een warme klamme dag, want dan breng je juist vocht binnen.
Houd verder de onderste plank 10 cm vrij van de vloer, gebruik gesloten kunststof bakken in plaats van karton, en berg blank gereedschap op in een dichte lade. Een natte auto die binnen staat te drogen, verdampt liters water in de ruimte.
Werkt dezelfde indeling ook voor een dubbele garage?
Bij een dubbele garage vanaf ongeveer 550 cm breed heb je de keuze die een enkele garage niet heeft: één parkeerstrook opgeven levert een werkplaats van 250 cm breed op, met ruimte voor een vaste werkbank en een stelling tegenover elkaar.
Zet in dat geval een fysieke grens tussen de twee zones, bijvoorbeeld een kastenrij of een streep op de vloer. Een kastenrij doet hier hetzelfde werk als een open kast die bij de indeling van een open woonkamer twee zones scheidt. Zonder die grens groeit de werkplaats over de parkeerplek heen, en dan staat de auto na een jaar buiten.
Wanneer je beter een vakman belt
Het meeste in een garage doe je zelf, maar er zijn drie grenzen. Een extra groep in de meterkast voor machines of een laadpunt is werk achter de hoofdzekering en hoort bij een elektricien; de contactdoos op de groep die er al ligt mag je zelf bijplaatsen.
Golfplaten op het dak van een garage of schuur van voor 1994 kunnen asbest bevatten. Boor er niet in, zaag er niet in en haal ze niet zelf weg, maar laat het onderzoeken en door een gecertificeerd bedrijf verwijderen; melden bij de gemeente hoort daarbij.
De wand tussen een inpandige garage en de woning is vaak dragend en heeft een brandwerende functie. Een doorbraak of een grotere deuropening vraagt een berekening en meestal een vergunning, dus dat is geen klus voor een vrije zaterdag.
Verder lezen over dit onderwerp
Bijkeuken inrichten
Kleine schuur inrichten

Indeling

Indeling woonkamer
