Isolatieglas en BENG: welk glas in welk kozijn
Bij glas telt de U-waarde en bij dichte vlakken de Rc, en die twee lopen tegengesteld: bij de U-waarde is lager beter, bij de Rc hoger. Wat er in jouw raam kan, bepaalt de sponning en niet de folder: een houten raam van na 1975 neemt 24 tot 28 mm glas, een profiel van 82 mm neemt een drievoudig pakket van 44 mm, en een oud kozijn met stopverf houdt het bij dun isolatieglas van 8 tot 12 mm. Glas is bovendien zelden het vlak waar de meeste warmte weggaat; een ongeïsoleerd dak en een lege spouw leveren per bestede euro bijna altijd meer op.
Alle gidsen over glas & isolatie
Bengglas
Bengglas is geen glassoort met een eigen norm, maar de naam die leveranciers geven aan drievoudig isolatieglas waarmee een nieuwbouwwoning…
Welke getallen op een offerte staan en wat ze betekenen
Glas en isolatie beantwoorden dezelfde vraag voor twee soorten vlakken: hoe snel verdwijnt warmte erdoorheen, en wat kost het om dat te vertragen. Voor dichte vlakken rekenen we met de Rc in vierkante meter kelvin per watt, voor ramen met de U-waarde in watt per vierkante meter per graad. Hoger is beter bij de Rc, lager is beter bij de U-waarde.
Wie die twee door elkaar haalt, vergelijkt twee offertes die niet over hetzelfde gaan. Hoe de schil en de installatie samen je verbruik bepalen staat in het overzicht van apparaten en energie in huis.
Op een glasofferte horen vier getallen te staan die allemaal iets anders meten. De Ug gaat over het midden van de ruit, de Uf over het kozijnprofiel, de psi over de rand van het pakket en de Uw over het hele raam, naar oppervlak gewogen.
Dat laatste getal is het enige dat je in de kamer voelt. Dezelfde ruit met een Ug van 0,6 levert in een houten kozijn een raamwaarde van ongeveer 1,0 en in een kunststof profiel van 82 mm ongeveer 0,8.
De naam op de offerte legt niets vast. Wat onder de naam bengglas wordt verkocht is drievoudig glas met een Ug van 0,5 tot 0,7, en BENG is een eis voor een heel gebouw en niet voor een product. Vraag daarom naar de opbouw in millimeters en naar de gemeten waarden.
| Getal | Waar het over gaat | Eenheid | Wat gangbaar is |
|---|---|---|---|
| Ug | Alleen het glas, in het midden van de ruit | W/m²K | Oud dubbel glas 2,9, HR++ 1,1, drievoudig glas 0,5 tot 0,7 |
| Uw | Het hele raam: glas, profiel en glasrand naar oppervlak gewogen | W/m²K | Dit getal telt in de kamer en verschilt bij hetzelfde glas per kozijn |
| Uf | Het kozijn- of raamprofiel zelf | W/m²K | Hout rond 2,0, kunststof van 70 mm rond 1,3, kunststof van 82 mm rond 1,0 |
| Psi | De rand van het glaspakket, per strekkende meter | W/mK | Aluminium afstandhouder rond 0,08, een warme rand van kunststof rond 0,04 |
| Rc | Een dicht vlak: dak, gevel of vloer | m²K/W | Lege spouwmuur rond 0,4, gevulde spouw rond 1,8, nieuwbouwdak 6,3 |
| ZTA, ook g-waarde genoemd | Het deel van de zonwarmte dat binnenkomt | getal tussen 0 en 1 | HR++ rond 0,60, drievoudig glas rond 0,50 |
| LTA | Het deel van het daglicht dat binnenkomt | getal tussen 0 en 1 | HR++ rond 0,80, drievoudig glas rond 0,70 |
| Temperatuurfactor f | De koudste plek van een detail, zoals een hoek of een dorpel | getal tussen 0 en 1 | Nieuwbouw houdt minstens 0,65 aan; daaronder slaat die plek als eerste aan |
Welk glas past in welk kozijn
De sponning bepaalt wat er kan, niet de wens. De sponning is de gleuf waarin het glas staat, en daarvan tellen twee maten: de breedte, die minstens de glasdikte plus speling moet zijn, en de hoogte waarmee de glaslat de rand van het pakket afdekt.

Die tweede maat is geen detail. De randafdichting van isolatieglas is een kitrand die niet tegen ultraviolet licht kan, dus moet hij bedekt blijven; reken op ongeveer 15 mm dekking rondom en meet de sponning met een schuifmaat voordat je iets bestelt.
Een houten raam van na 1975 is meestal 67 mm dik en heeft een sponning voor 24 tot 28 mm glas. Daar gaat een HR++ pakket van 23 mm zo in, terwijl een drievoudig pakket van 36 tot 48 mm er nooit in past.
Bij oudere kozijnen met glas in stopverf is de sponning ongeveer 10 mm diep. Uitfrezen kan, maar wat overblijft aan hout aan de buitenzijde is de grens: blijft daar minder dan ruwweg 12 mm staan, dan verzwakt de glaslat de hele naad en komt er water bij het kopse hout.
Voor die situatie bestaat dun isolatieglas van 8 tot 12 mm met een Ug van 1,1 tot 1,6, en vacuümglas van 6 tot 10 mm dat met een Ug van 0,4 tot 0,7 zelfs onder drievoudig glas duikt. Beide vragen een smalle, vlakke sponning en een plaatser die met de randafdichting weet om te gaan.
| Kozijn of raam | Wat er nu in zit | Wat erin kan | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Houten kozijn van voor 1975, glas in stopverf | Enkel glas van 4 mm in een sponning van ongeveer 10 mm | Dun isolatieglas van 8 tot 12 mm, of vacuümglas van 6 tot 10 mm | Het hout dat na het uitfrezen overblijft; bij dun raamhout is dat te weinig |
| Houten raam van na 1975, raamhout 67 mm | Dubbel glas of HR++ in een sponning van 24 tot 28 mm | HR++ van 23 mm past rechtstreeks; drievoudig glas niet | De sponningbreedte, en bij een draaiend deel het gewicht op de scharnieren |
| Kunststof profiel van 70 mm uit de jaren negentig | HR of HR++ van 20 tot 24 mm | HR++ altijd, drievoudig glas soms tot ongeveer 40 mm met andere glaslatten | Het beslag en de stalen versterking in het profiel; vraag het profielnummer op |
| Kunststof profiel van 82 mm | Drievoudig glas | Alles tot ongeveer 48 mm | Niet de sponning maar de aansluitnaad met de muur bepaalt hier de winst |
| Aluminium met thermische onderbreking | Dubbel glas of HR++ | Tot drievoudig glas, afhankelijk van de profieldiepte | Het profiel zelf: smalle series komen zelden onder een Uf van 2,2 |
| Stalen raam uit de jaren dertig | Enkel glas van 4 mm in een sponning van 4 tot 6 mm | Dun isolatieglas met een smalle rand, of een achterzetraam in de dag | Het staal geleidt zelf, dus het profiel wordt de koudste lijn van het raam |
| Kozijn met roeden of glas in lood | Kleine vakken enkel glas | Isolatieglas per vak, of een achterzetraam voor het hele kozijn | De randlengte per vak: bij een vak van 30 bij 40 cm weegt de rand zwaarder dan het glas |
| Monument of beschermd stadsgezicht | Enkel glas, vaak met roeden | Dun isolatieglas, vacuümglas of een voorzet- of achterzetraam | De vergunning en het aanzicht van buiten; de gemeente beslist over de zichtbare kant |
Wat een glaspakket weegt en wat het raam ermee moet
Floatglas weegt 2,5 kilo per vierkante meter per millimeter dikte, en die regel maakt het rekenen simpel. Enkel glas van 4 mm komt op 10 kilo per vierkante meter, een dubbel pakket met twee ruiten van 4 mm op 20 kilo en een drievoudig pakket op 30 kilo.
Voor een vast raam maakt dat weinig uit, want het kozijn staat in de muur. Bij een draaiend deel komt het verschil op het beslag en op de hoekverbindingen terecht: een raam van 100 bij 140 cm gaat van 28 naar 42 kilo glas.
Dat is het punt waarop oude scharnieren gaan zakken en het raam aan de sluitzijde tegen het kozijn loopt. Vervangt de glaszetter het pakket in een bestaand draaiend raam, laat dan de scharnieren en de hoekverbindingen meteen nalopen.
Onder in de sponning staat het glas op stelblokjes van ongeveer 5 mm hoog, die het gewicht naar het raamhout brengen en het pakket vrij van de bodem houden. Staat het glas op de bodem zelf, dan staat de randafdichting in het water dat daar blijft liggen.
Een roedeverdeling verandert de som helemaal. Een vak van 30 bij 40 cm heeft 1,4 meter glasrand op 0,12 vierkante meter glas, dus een warme rand met een psi van 0,04 telt daar al 0,47 bij de U-waarde op. Een ruit met Ug 1,1 gedraagt zich in zo'n vakje dus als een ruit van ruim 1,5.
Waarom isolatieglas na jaren lek raakt
Een isolatieruit is geen massief product maar een luchtdichte doos. Tussen de ruiten zit een afstandhouder die gevuld is met een droogmiddel, en daaromheen liggen twee dichtingen: een butylrand die het gas binnenhoudt en een tweede kitrand die de ruiten mechanisch bij elkaar houdt.
Zolang die twee heel zijn, blijft het droogmiddel de paar gram vocht opnemen die er bij de productie in zat. Raakt de dichting aangetast, dan komt er elke dag wat vochtige buitenlucht bij en verzadigt het droogmiddel; vanaf dat moment slaat de binnenkant van het pakket aan.
Het symptoom is een sluier of een druppelrand die je er niet uit poetst en die bij zon verdwijnt en de volgende ochtend terug is. Repareren kan niet, want de doos valt niet opnieuw te sluiten; het pakket gaat eruit.
Drie dingen versnellen dat proces: water dat in de sponning blijft staan, ultraviolet licht op een rand die niet genoeg bedekt is, en spanning doordat het pakket op de verkeerde plek wordt ondersteund. Alle drie gaan over de montage en niet over het glas.
Een gezonde ruit gaat 25 tot 30 jaar mee en de fabrieksgarantie op de dichting loopt meestal tien jaar. Dat is lang vergeleken met de installatie die eronder hangt: een ketel of warmtepomp uit de levensduurtabel voor apparaten en installaties is in diezelfde periode een keer of twee vervangen.
In welke volgorde je de schil aanpakt
Welke maatregel het meest oplevert is geen vast rijtje maar een som: het aandeel van dat vlak in het warmteverlies maal de sprong die je er kunt maken. Een ongeïsoleerd dak scoort op allebei hoog, terwijl HR++ vervangen door drievoudig glas op allebei laag scoort.
Hoe dat aandeel per woningtype ligt, kun je nalezen bij de verdeling van het warmteverlies over dak, gevel, vloer en glas. In een tussenwoning met een onbewoonde zolder weegt het dak het zwaarst, bij een grote pui het glas.
Comfort loopt niet gelijk op met die som. Een koude ruit voel je op anderhalve meter afstand, een koud dak merk je alleen aan de stookkosten, dus zit je elke avond langs een groot raam, dan mag dat raam voorkruipen.
Kieren horen in hetzelfde rijtje thuis, ook al staan ze op geen tekening. Een naad van 2 mm langs een deurstijl van 2 meter is 40 vierkante centimeter permanent open gat, en die lucht van buiten moet je van begin af aan opwarmen.
Wat er verder aan de stookkant te halen valt, van de aanvoertemperatuur tot de radiatoren, staat bij de manieren om thuis energie te besparen. De schil gaat wel voor: hoe lager de warmtevraag per kamer, hoe meer vrijheid je in de installatie houdt.
| Maatregel | Van | Naar | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Vlieringvloer isoleren | Rc 0,3 tot 0,5 | Rc 3,5 met 12 cm minerale wol | Een vliering waar je nog wilt lopen: dan komt er een vloerplaat op en wordt het pakket dikker |
| Schuin dak van binnenuit isoleren | Rc 0,3 tot 0,5 | Rc 4,0 tot 6,0, afhankelijk van de spanthoogte | De dampremmende laag, die aan de warme kant hoort en aan alle randen moet doorlopen |
| Spouwmuur vullen | Rc ongeveer 0,4 | Rc ongeveer 1,8 | Een spouw smaller dan 4 cm, speciebaarden, of doorslaand vocht op de weerzijde |
| Vloer of kruipruimtebodem isoleren | Rc 0,15 tot 0,4 | Rc 2,5 tot 3,5 | Water in de kruipruimte, en een kruiphoogte onder 50 cm waar niemand kan werken |
| Kieren en naden dichten | Niet in Rc uit te drukken | Direct merkbaar aan de tocht | Ventilatie die ongemerkt meedicht, waardoor het vocht binnenblijft |
| Enkel glas vervangen door HR++ | U 5,7 | U 1,1 | De sponning en het kozijnhout; bij een monument het aanzicht van de gevel |
| HR++ vervangen door drievoudig glas | U 1,1 | U 0,5 tot 0,7 | Het kozijn, dat meestal mee moet, en het beslag van de draaiende delen |
Hoeveel isolatie er nodig is voor een bepaalde Rc
De Rc van een vlak is de optelsom van elke laag, en per laag deel je de dikte in meters door de lambda van het materiaal. Twaalf centimeter minerale wol met een lambda van 0,035 levert 0,12 gedeeld door 0,035, dus ongeveer 3,4.
Daarmee is elke folderclaim na te rekenen. Wil je Rc 3,5 halen, dan heb je van een materiaal met lambda 0,035 ongeveer 12,5 cm nodig en van pir met lambda 0,022 nog geen 8 cm.
Bij een spouw ligt de dikte vast en is de lambda het enige waar je nog aan kunt draaien. In een spouw van 5 cm haal je met parels ongeveer 1,5 en met vlokken iets minder, en dat is meteen de reden dat een gevulde spouw zelden boven de 2 uitkomt.
Ter vergelijking: voor nieuwbouw vraagt het Besluit bouwwerken leefomgeving een Rc van 4,7 voor de gevel, 6,3 voor het dak en 3,7 voor de vloer. Voor een bestaande woning geldt geen isolatie-eis zolang je niets verbouwt, dus die getallen zijn hier een richtpunt en geen verplichting.
De keuze tussen materialen gaat verder dan de lambda. Drukvastheid bepaalt wat er onder een dekvloer kan, dampopenheid bepaalt wat een constructie met vocht doet, en dikte bepaalt of een zolderkamer na het isoleren nog een kamer is.
| Materiaal | Lambda in W/mK | Dikte voor Rc 3,5 | Waar het thuishoort | Waar je op let |
|---|---|---|---|---|
| Glas- of steenwol in dekens | 0,032 tot 0,040 | 11 tot 14 cm | Tussen spanten, op een vlieringvloer, in een voorzetwand | Mag nergens worden samengeperst: de helft van de dikte is de helft van de Rc |
| Steenwolvlokken voor de spouw | 0,035 tot 0,040 | 12 tot 14 cm | Bestaande spouwmuren | De spouwbreedte ligt vast, dus 5 cm levert hier ongeveer 1,3 en geen 3,5 |
| EPS-parels met lijm | 0,033 tot 0,035 | 12 tot 13 cm | Bestaande spouwmuren | De lijm houdt de parels op hun plek bij een doorbraak of een nieuw raam |
| Pir met aluminium cachering | 0,022 tot 0,023 | 8 cm | Daken en vloeren, en overal waar de dikte telt | Naden en aansluitingen dicht tapen: een kier in de plaat is een koudebrug over de hele lengte |
| Xps | 0,032 tot 0,036 | 11 tot 13 cm | Onder een dekvloer en tegen een kruipruimtebodem | Drukvast en vochtbestendig, maar vrijwel dampdicht en dus niet overal geschikt |
| Houtvezelplaat | 0,038 tot 0,042 | 13 tot 15 cm | Daken en binnenwanden waar je vocht wilt laten bufferen | Zwaarder en dikker voor dezelfde Rc; op een vlieringvloer telt dat gewicht mee |
| Cellulosevlokken | 0,038 tot 0,040 | 13 tot 14 cm | Ingeblazen in gesloten dak- en wandconstructies | Moet op dichtheid worden ingeblazen, anders zakt het pakket in en ontstaat er bovenin een lege strook |
| Gespoten pur | 0,026 tot 0,030 | 9 tot 11 cm | Onregelmatige vlakken en kruipruimtebodems | Hecht overal aan vast en is later niet meer te verwijderen zonder de ondergrond te beschadigen |
Condens, dauwpunt en de koudste plek in de kamer
Lucht van 20 graden kan ongeveer 17 gram water per kubieke meter vasthouden. Bij 60 procent luchtvochtigheid zit er iets meer dan 10 gram in, en elk oppervlak dat kouder is dan 12 graden haalt dat water er weer uit. Dat is het dauwpunt, en daar slaat de eerste condens neer.
De temperatuur van een ruit aan de kamerzijde reken je uit met de binnentemperatuur min de U-waarde maal het temperatuurverschil maal 0,13. Bij 20 graden binnen en nul buiten komt enkel glas op ruim 5 graden, oud dubbel glas op 12,5 en HR++ op ruim 17.

Voor dichte vlakken werkt dezelfde som. Een lege spouwmuur komt aan de binnenkant op ruim 15 graden en een gevulde op bijna 19, en dat verschil van vier graden is precies het verschil tussen een muur die bij 70 procent aanslaat en een muur die droog blijft.
De koudste plek is zelden het midden van een vlak. Dat is de hoek, de aansluiting van kozijn en muur, de betonrand van de vloer en de onderste centimeters van de glasrand, waar de afstandhouder de warmte doorgeeft.
Een dicht gordijn maakt dat erger. Het onderbreekt de koudeval in de kamer, maar het glas erachter wordt kouder dan zonder gordijn, dus verschijnt de condens juist daar. Wat stof en montagehoogte daarin doen staat bij raamdecoratie en de warmte langs het glas.
| Luchtvochtigheid binnen bij 20 graden | Dauwpunt | Wat er bij nul graden buiten als eerste aanslaat |
|---|---|---|
| 40 procent | 6,0 graden | Alleen enkel glas, dat op ongeveer 5 graden zit |
| 50 procent | 9,3 graden | Enkel glas, en bij vorst ook de glasrand van oud dubbel glas |
| 60 procent | 12,0 graden | Oud dubbel glas zit met 12,5 graden op de grens; de glasrand en een koude hoek eronder |
| 70 procent | 14,4 graden | Alles wat ouder is dan HR++, de naad tussen kozijn en muur, en een hoek achter een kast |
| 80 procent | 16,4 graden | Een lege spouwmuur op ruim 15 graden; HR++ op 17 graden komt in de buurt |
Ventileren als het huis eenmaal dicht zit
Een huishouden van vier brengt ruwweg 10 tot 15 liter water per dag in de lucht: douchen, koken, wassen drogen en ademen. Zolang er tocht was, verdween dat vocht via kieren naar buiten zonder dat iemand er iets voor deed.
Na het dichten van die kieren is dat pad weg en stijgt de luchtvochtigheid. Het vocht zoekt dan de koudste plek die nog over is, en dat is na het isoleren van de gevel vaak een hoek achter een kast of de onderdorpel van een raam.
De afvoer moet daarom mee. Het Besluit bouwwerken leefomgeving vraagt voor een badkamer 14 kubieke decimeter per seconde, ongeveer 50 kubieke meter per uur, voor een keuken 21 en voor een toilet 7.
Lucht die je afzuigt moet ergens vandaan komen. Roosters in de gevel of boven de ramen laten die lucht binnen, en een spleet van 1 tot 2 cm onder de binnendeuren brengt hem naar de ruimte waar de afzuiging hangt.
Vervang je het glas, dan is dat het moment om de roosters mee te nemen. Een ventilatierooster boven de ruit kost een strook van 10 tot 15 cm glas, en die strook is minder waard dan een slaapkamer die 's ochtends op 75 procent luchtvochtigheid staat.
Wanneer nieuw glas loont en wanneer het kozijn voorgaat
Nieuw glas in een kozijn dat over vijf jaar vervangen wordt, is geld dat je twee keer uitgeeft. Test het hout daarom eerst: duw met een schroevendraaier in de onderdorpel, in de kopse kanten en onder de glaslat, en zakt het hout zonder kracht een halve centimeter weg, dan is de dorpel aangetast.
Het schilderwerk vertelt het tempo. Dekkende verf op buitenhout houdt het ruwweg vier tot zeven jaar vol en transparante beits twee tot drie, en op het zuiden en het westen gaat dat sneller dan op het noorden.
Moet het kozijn toch vervangen, dan verandert het werk van een dagklus in bouwen, met stucwerk, vensterbanken en schilderwerk erachteraan. Dat plan je samen met de rest, en hoe je dat ordent staat bij de volgorde waarin je een verbouwing aanpakt.
Kies je per gevel, kijk dan naar de windrichting. Op het zuiden levert glas met een hoge ZTA in de winter gratis stookwarmte en in juli oververhitting, terwijl een noordgevel het hele jaar dezelfde vlakke hemel heeft; wat de windrichting met licht en zonwarmte doet kun je per kamer opzoeken.
De winst van de laatste stap naar drievoudig glas komt pas binnen als de rest al laag zit. Dan kan de aanvoertemperatuur omlaag, wat bij verwarmen op een lagere aanvoertemperatuur meer oplevert dan aan het glas zelf. Wat de maatregelen samen voor je label doen, rekent de opname voor het energielabel uit, en die laat je pas doen als alles klaar is.
Wat je vooraf regelt bij een monument, een VvE of een huurwoning
Glas vervangen in een bestaand kozijn is in een gewone woning normaal gesproken vergunningvrij, zolang het aanzicht van de gevel niet verandert. Verandert de indeling van het kozijn of komt er een ander profiel, dan gaat die vlieger niet meer op.
Bij een rijks- of gemeentelijk monument is het omgekeerde het uitgangspunt: wijzigen mag alleen met een vergunning, en die gaat over wat je van buiten ziet. Achterzetramen en dun isolatieglas met een smalle, donkere afstandhouder komen daar vaker door dan een dik pakket met een brede rand.
In een beschermd stadsgezicht zit de beoordeling op het gevelbeeld en niet op het glas zelf. Overleg met de gemeente voordat je meet, want een roedeverdeling die verdwijnt is precies wat daar wordt tegengehouden.
Bij een appartement horen gevel, kozijnen en beglazing meestal tot het gemeenschappelijke deel. Wat je zelf mag vervangen staat in de splitsingsakte, en een wijziging aan de buitenkant loopt via de vergadering van eigenaars.
In een huurwoning is de schil van de verhuurder: glas, kozijnen en de isolatie van dak en gevel horen bij het casco. Voor subsidie op isolatie in een koopwoning gelden voorwaarden aan het aantal vierkante meters, aan de isolatiewaarde die je haalt en soms aan het aantal maatregelen. Die voorwaarden veranderen per jaar, dus lees ze na voordat je de opdracht geeft en niet erna.
Levensduurtabel
Per apparaat de gemiddelde levensduur, wat hem verkort, en het punt waarop repareren duurder is dan vervangen. Bekijk alle gegevens
| Soort | Apparaat of onderdeel | Gaat gemiddeld mee | Wat hem korter maakt | Repareren of vervangen |
|---|---|---|---|---|
| Wassen en drogen | Wasmachine | 8 tot 12 jaar | Te vol laden, te lage wastemperaturen waardoor er biofilm ontstaat, hard water zonder ontkalken | Onder de 6 jaar bijna altijd repareren; boven de 10 jaar is een reparatie boven 250 euro zelden de moeite |
| Wassen en drogen | Wasdroger, condens | 10 tot 14 jaar | Pluis dat achter het filter in de behuizing komt, drogen in een klein halletje zonder ventilatie, en de trommel vol laden in plaats van driekwart | Verwarmingselement, thermostaat en riem zijn losse onderdelen en meestal de moeite; onder de 8 jaar repareren |
| Wassen en drogen | Wasdroger, warmtepomp | 8 tot 12 jaar | De warmtewisselaar achter de klep niet schoonmaken, waardoor de compressor tegen een dichtgeslibde wisselaar aan blijft werken | Ventilator, sensoren en pomp zijn te repareren; een defecte compressor betekent vervangen, want het koudemiddelcircuit zit dicht |
| Koken | Oven, inbouw en elektrisch | 10 tot 15 jaar | Vet dat op het element inbrandt, pyrolyse op 500 graden vaker dan een paar keer per jaar, en een deur die je dichtslaat waardoor het scharnier verzakt | Element, thermostaat, scharnier en deurglas zijn los te krijgen: bijna altijd repareren, ook omdat een nieuwe oven in dezelfde inbouwmaat moet passen |
| Koken | Combimicrowave | 8 tot 10 jaar | Leeg of met heel weinig eten aanzetten, vet op het micaplaatje voor de golfgeleider, en met de deur rammelen waardoor de deurschakelaars het opgeven | De deurschakelaar is de meest voorkomende storing en een goedkope reparatie; onder de 5 jaar repareren, daarboven wegen een nieuwe magnetronbuis plus arbeid zelden op |
| Koken | Inductiekookplaat | 10 tot 15 jaar | De ruimte onder de plaat dichtzetten met een volle lade, zodat de elektronica zijn warmte niet kwijt kan; overkoken tot er vocht onder het glas komt; een zware pan die valt | Een vermogensmodule of de touchbediening is per zone te vervangen; gebarsten glas betekent bijna altijd een nieuwe plaat |
| Koken | Gasfornuis | 15 tot 20 jaar | Overkoken in de branders, een vuile vonkontsteking en een dichtgeslibd thermokoppel, waardoor de vlam niet blijft staan | Branderdeksels, thermokoppel en gaskraantjes zijn goedkope onderdelen: repareren. Nieuwbouw krijgt sinds 1 juli 2018 geen gasaansluiting meer (Wet VET), dus daar is elektrisch koken de reden om te vervangen |
| Koken | Afzuigkap | 10 tot 15 jaar | Vetfilters die niet in een sopje of de vaatwasser gaan en een verzadigd koolstoffilter bij recirculatie, waardoor de motor tegen weerstand in blijft draaien | Motor, schakelaar en verlichting zijn te vervangen: onder de 8 jaar repareren. Filters zijn onderhoud en geen reparatie: koolstof elk half jaar tot jaar |
| Koken | Airfryer | 3 tot 5 jaar | De korf in de vaatwasser, waardoor de antiaanbaklaag eraf gaat, en de uitblaas aan de achterkant tegen een wand of onder een keukenkastje | Niet repareren: de behuizing zit geklonken of geplakt en het arbeidsloon komt boven de prijs van een nieuwe uit |
| Koken | Waterkoker | 3 tot 6 jaar | Kalk op het verwarmingselement bij hard water, en koken met minder water dan de onderste streep waardoor het element droogloopt | Niet repareren. Ontkalken is het onderhoud: bij hard water ongeveer maandelijks, bij zacht water een paar keer per jaar |
| Koken | Koffiemachine, volautomaat | 5 tot 10 jaar | Niet ontkalken, de zetgroep nooit uitnemen en invetten, en melkleidingen die na het schuimen niet worden doorgespoeld | Zetgroep, pomp en aftapventiel zijn losse onderdelen en revisie bij een reparateur is gangbaar; onder de 6 jaar bijna altijd repareren |
| Koken | Kokendwaterkraan | 7 tot 10 jaar | Hard water zonder filter, waardoor het reservoir onder de gootsteen verkalkt, en een filterpatroon dat langer dan een jaar blijft zitten | Reservoir en kraan zijn losse onderdelen: bij een defect reservoir hoeft de kraan niet mee, en omgekeerd ook niet |
| Koelen | Koelkast met vriesvak | 10 tot 15 jaar | Naast de oven of in de zon staan, stof op de condensor aan de achterkant, en een deurrubber dat hard is geworden waardoor de compressor blijft doorlopen | Thermostaat, ventilator en deurrubber zijn te vervangen; een lek in het koudemiddelcircuit of een defecte compressor betekent vervangen |
| Koelen | Vrieskist of losse vriezer | 15 tot 20 jaar | Een ijslaag dikker dan een halve centimeter, die merkbaar stroom kost, en een plek in een onverwarmde garage die kouder wordt dan zijn klimaatklasse (SN, N of T) toestaat | Thermostaat en deurrubber zijn losse onderdelen en de mechaniek is eenvoudig; bij een kist zit de winst vooral in ontdooien, niet in repareren |
| Schoonmaken | Vaatwasser | 8 tot 12 jaar | Geen zout of een verkeerd ingestelde waterhardheid bij hard water, de zeef onderin nooit uithalen, en glasscherven of pitten die in de pomp komen | Pomp, aquastop en element zijn losse onderdelen; vuistregel: boven de 8 jaar en een reparatie boven een derde van de prijs van een nieuwe, dan vervangen |
| Schoonmaken | Stofzuiger met sleepslang | 8 tot 12 jaar | Doorzuigen met een volle zak of een dichtgeslibd motorfilter, want de motor koelt op de lucht die erdoor gaat en loopt dan warm | Motorkolen, snoerhaspel en slang zijn te vervangen; zolang de motor goed is, is repareren bijna altijd goedkoper dan een nieuwe |
| Schoonmaken | Steelstofzuiger op accu | 4 tot 7 jaar | De accu bepaalt de leeftijd: na ongeveer 500 tot 1000 laadcycli merk je het. Continu in de lader hangen en zuigen tot hij uitvalt maakt dat sneller | De accu vervangen is de reparatie. Kun je de accu er niet uit halen zonder de behuizing te breken, dan is het apparaat ten einde |
| Schoonmaken | Robotstofzuiger | 4 tot 6 jaar | Haren om de zijborstel en de wielassen, een volle stofbak in het dokstation, en drempels waar hij zich elke ronde op stukdraait | Accu, borstels, wielen en filters zijn onderdelen: een nieuwe accu na 2 tot 4 jaar is bijna altijd goedkoper dan een nieuwe robot |
| Klimaat en water | Luchtreiniger | 8 tot 10 jaar | Een hepa-filter dat te lang blijft zitten: de ventilator draait dan tegen weerstand in en er gaat minder lucht door | Ventilator en sensoren zijn te vervangen, maar de kosten zitten in de filters: reken op een filterwissel elk half jaar tot jaar |
| Klimaat en water | Ventilator, staand of plafond | Staand 5 tot 10 jaar, plafond 15 tot 20 jaar | Stof op de bladen, want dat brengt ze uit balans en dat kost het lager; een staande ventilator die de winter buiten doorstaat | Een staande ventilator repareer je niet; bij een plafondventilator zijn de motor en de aanloopcondensator wel te vervangen |
| Klimaat en water | Airco, vaste split | 10 tot 15 jaar | Filters die niet elke paar maanden schoon worden gemaakt, een buitendeel in de volle zon of tegen een schutting, en koudemiddelverlies dat je laat lopen | Ventilator, print en sensoren zijn te repareren; aan het koudemiddel mag alleen een bedrijf met F-gassencertificaat werken, dat is wettelijk verplicht |
| Klimaat en water | Waterontharder | 10 tot 15 jaar | Het zoutvat laten leeglopen, waardoor het harsbed niet meer regenereert, en ijzer of mangaan in het water dat het hars dichtzet | Het harsbed en het regelventiel zijn los te vervangen, dus een storing is zelden het einde van het toestel; het hars zelf gaat 8 tot 12 jaar mee |
| Klimaat en water | Mechanische ventilatiebox | 15 tot 20 jaar | Een ventilatorwiel en kanalen die nooit worden schoongemaakt, en ventielen die dichtgedraaid blijven staan zodat de box tegen een dicht systeem aan draait | Motor en print zijn per merk los te krijgen; laat bij twijfel eerst meten, het Besluit bouwwerken leefomgeving vraagt voor een badkamer 14 dm³/s, ongeveer 50 m³ per uur |
| Installatie | Cv-ketel, hr-combi | 15 tot 20 jaar | Waterdruk die koud onder 1 bar zakt, jaren geen onderhoud, kalk op de tapwaterwisselaar, en steeds bijvullen: dat brengt zuurstof in het water en dat geeft roest | Onder de 12 jaar repareren, onderdelen zijn gangbaar; boven de 15 jaar is een reparatie die richting een kwart van een nieuwe ketel gaat zelden de moeite |
| Installatie | Boiler, elektrisch | 10 tot 15 jaar | Kalk op het element, en een magnesiumanode die nooit is nagekeken: die beschermt de binnenketel en is na een paar jaar opgelost | Element en anode vervangen is normaal onderhoud; een lekkende binnenketel is niet te repareren. Houd het water op minstens 60 graden tegen legionella |
| Installatie | Zonnepanelen | 25 tot 30 jaar | Schaduw van een dakkapel, schoorsteen of boom over één paneel, wat de hele string meetrekt, en over de panelen lopen: dat geeft microscheurtjes in de cellen | Een paneel is per stuk te vervangen. Reken op ongeveer een half procent opbrengstverlies per jaar; dat is veroudering en geen defect |
| Installatie | Omvormer van de zonnepanelen | 10 tot 15 jaar | Een warme, dichte meterkast of zon op de kast: de condensatoren binnenin gaan bij hoge temperatuur sneller achteruit | Bijna altijd vervangen in plaats van repareren, en per stuk. Ga ervan uit dat je er in de looptijd van de panelen één keer een nieuwe onder zet |
| Installatie | Warmtepomp, lucht-water | 15 tot 20 jaar | Pendelen: een pomp die te groot is voor de afgifte slaat kort aan en uit, en dat kost de compressor. Een buitendeel dat is ingebouwd krijgt zijn lucht niet weg | Ventilator, sensoren, expansieventiel en circulatiepomp zijn onderdelen; een defecte compressor betekent meestal een nieuw buitendeel, en aan het koudemiddel mag alleen een F-gassengecertificeerd bedrijf werken |
| Installatie | Led-lamp | 15.000 tot 50.000 branduren | Een inbouwspot in een dicht, geïsoleerd plafond waar de warmte niet weg kan, en een dimmer die niet voor led is bedoeld: de elektronica in de voet gaat kapot, niet de led zelf | Niet repareren, wel gericht kopen: op de verpakking staan de branduren en het aantal schakelcycli. 25.000 uur is bij 3 uur per dag ruim 20 jaar |
| Interieur | Matras, pocketvering | 8 tot 10 jaar | Vocht, want je verliest per nacht een derde tot een halve liter, en een bodem met latten verder dan 6 centimeter uit elkaar waardoor de vering plaatselijk doorzakt | Niet te repareren. Een blijvende kuil is het signaal; een topper erop maskeert die maar haalt hem er niet uit |
| Interieur | Topper | 3 tot 6 jaar | Altijd dezelfde kant boven laten liggen, en polyether onder een zwaarder gewicht; koudschuim en latex houden hun veerkracht langer | Niet te repareren, wel los te vervangen. Dat is ook de reden om er een op te leggen: je vernieuwt de bovenste laag zonder een nieuw matras |
| Interieur | Bank met polyether zitting | 7 tot 10 jaar | Altijd op dezelfde plek zitten. Polyether zakt de eerste jaren wat in en daarna blijft de kuil; een zitting van SG 35 of hoger houdt zijn vorm langer dan SG 25 | De kussens zijn opnieuw te vullen met nieuw schuim en dat scheelt de halve bank; een doorgezakt frame van plaatmateriaal is het einde |
| Interieur | Bank met veren | 12 tot 20 jaar | Op de armleuning of de voorrand zitten, waar geen vering onder zit, en nagels van huisdieren op de stof: de vering gaat langer mee dan de bekleding | Opnieuw stofferen en veren vervangen is gangbaar bij een massief houten frame, en dan gaat hij nog een ronde mee |
| Interieur | Laminaat | 10 tot 20 jaar | Water in de naden, want de kern is hdf en die zwelt onherstelbaar op, en zand dat als schuurpapier werkt als er geen mat bij de voordeur ligt | Niet te schuren. Een beschadigde plank is te vervangen door de klikvloer vanaf de wand open te leggen; koop op slijtageklasse, AC4 voor een gang |
| Interieur | Pvc, klik of verlijmd | 15 tot 25 jaar | Een toplaag van 0,3 mm in een gang waar 0,55 mm hoort, zware meubels zonder viltjes, en een ondervloer die niet vlak is | Een verlijmde plank is er per stuk uit te halen; bij klik moet je openleggen tot die plank. Houd daarom een paar planken over |
| Interieur | Gietvloer | 20 tot 30 jaar | Scheuren in de ondervloer, die door de gietvloer heen doortrekken, en te veel restvocht in de zandcement of anhydriet op het moment van gieten | De toplaag is opnieuw aan te brengen, als vuistregel elke 10 jaar; een scheur is te vullen maar blijft meestal zichtbaar |
| Interieur | Houten vloer, massief of meerlaags | 40 jaar of langer | Te droge lucht in de winter: hout wil 45 tot 60 procent luchtvochtigheid en krimpt daaronder tot naden. Water en hondennagels doen de rest | Schuren en opnieuw afwerken is de reparatie. Massief kan dat vaak vijf keer of meer, een meerlaagse vloer met een toplaag van 3 tot 4 mm twee tot drie keer |
| Interieur | Behang | 10 tot 15 jaar | Zon die op één wand de kleur eruit trekt, vocht in keuken en badkamer, en een wand die niet is voorgestreken: bij het strippen komt het gips mee | Niet te repareren. Een hele baan vervangen kan als je een rol met hetzelfde batchnummer hebt overgehouden, anders zie je kleurverschil |
| Interieur | Binnenmuurverf | 5 tot 10 jaar | Matte verf schoonmaken, want die is niet schrobvast; condens in de badkamer; en niet ontvetten of schuren voor het verven, waardoor de laag niet pakt | Bijwerken kan, maar bij mat blijven de aanzetten zichtbaar: rol een wand in één keer nat in nat, van boven naar beneden |
| Interieur | Kitrand in de douche | 2 tot 5 jaar | Zeepresten waarin schimmel groeit, schoonmaakmiddel met chloor, en niet ventileren na het douchen; de schimmeldoder in de kit wast er in de loop van jaren uit | Niet te repareren: snij hem eruit, maak de naad vetvrij en droog, en zet nieuwe sanitairkit op siliconenbasis. Acrylaatkit hoort niet in een natte ruimte |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Veelgestelde vragen
Wat is BENG-glas en heb ik dat nodig in een bestaande woning?
BENG staat voor bijna energieneutrale gebouwen en is een eis aan een heel nieuw gebouw, niet aan een product. De naam beng glas is dus een handelsaanduiding voor drievoudig isolatieglas met een Ug van 0,5 tot 0,7, waarmee een nieuwbouwontwerp zijn warmtevraag laag genoeg krijgt.
In een bestaande woning is het zelden de eerste stap, want het kozijn moet meestal mee. Wat er precies onder die naam ligt, wat het weegt en wat het van je kozijn vraagt staat bij de uitleg over drievoudig glas en het kozijn eromheen.
Hoe zie ik welk glas er nu in mijn ramen zit?
Houd een vlammetje voor de ruit en tel de spiegelbeelden. Twee betekent enkel glas, vier dubbel glas en zes drievoudig glas. Heeft een van de vlammetjes een afwijkende kleur, dan zit er een coating op en heb je hr-glas of beter.
Kijk daarna naar de rand van het pakket. Een aluminium afstandhouder met een jaartal of een productiecode erin hoort bij dubbel glas van voor ongeveer 2000, en een grijze of zwarte kunststof rand wijst op een warme rand uit recenter werk.
Welk glas past er in een oud houten kozijn met roeden?
In een sponning van ongeveer 10 mm past geen normaal isolatiepakket, dus blijft dun isolatieglas van 8 tot 12 mm over, of vacuümglas van 6 tot 10 mm. Beide vragen een vlakke sponning en een rand die rondom bedekt blijft.
Let bij roeden op de randlengte per vak. Een vak van 30 bij 40 cm heeft 1,4 meter glasrand op 0,12 vierkante meter glas, en dan telt de rand zwaarder dan het glasvlak. Vaak levert een achterzetraam voor het hele kozijn meer op dan isolatieglas per vakje.
Kun je isolatieglas in een stalen kozijn plaatsen?
Soms, met dun isolatieglas en een smalle afstandhouder, maar het staal blijft de zwakke plek. Een stalen profiel geleidt warmte zonder onderbreking van binnen naar buiten, dus zelfs met beter glas blijft de lijn rond de ruit koud en slaat daar als eerste condens neer.
Een achterzetraam in de dag van het kozijn is daarom vaak effectiever. Je houdt het bestaande aanzicht, je onderbreekt de koudebrug van het staal en je kunt in dat binnenraam wel gewoon isolerend glas kwijt.
Wat is het verschil tussen een U-waarde en een Rc-waarde?
De U-waarde zegt hoeveel watt er per vierkante meter weglekt bij een graad temperatuurverschil, dus lager is beter. De Rc is de weerstand van een dicht vlak en werkt andersom: hoe hoger, hoe langzamer de warmte erdoorheen gaat.
Ze zijn in elkaar om te rekenen door de oppervlakteweerstanden mee te nemen. Een gevel met Rc 1,8 komt uit op een U-waarde van ongeveer 0,5, en een raam met U 1,1 zou als dicht vlak een Rc van nog geen 0,8 hebben. Zo zie je meteen dat het beste glas nog altijd slechter isoleert dan een matig geïsoleerde muur.
Is drievoudig glas in een bestaande woning de moeite waard?
Dat hangt af van wat er nu in zit. Zit er enkel glas, dan is de stap naar HR++ de grootste die je per vierkante meter kunt maken en is drievoudig glas een dure extra. Zit er HR++ dat nog niet lek is, dan koop je vooral comfort langs de gevel.
Reken ook het kozijn mee, want een pakket van 36 tot 48 mm past zelden in een bestaande sponning. Gaat het kozijn toch mee bij een verbouwing en verwarm je op lage temperatuur, dan valt de som anders uit.
Hoe dik moet dakisolatie zijn om iets te merken?
Reken met de lambda en niet met de dikte alleen. Voor Rc 3,5 heb je ongeveer 12,5 cm minerale wol nodig of nog geen 8 cm pir, en voor het nieuwbouwniveau van 6,3 kom je op ongeveer 22 cm wol of 14 cm pir.
De ruimte tussen de spanten bepaalt in de praktijk wat erin kan. Past er 15 cm tussen, houd dan onder een gesloten dakbeschot nog 2 tot 4 cm luchtspouw vrij en kies een materiaal met een lage lambda als je toch meer Rc wilt.
Wat levert spouwmuurisolatie op en wanneer kan het niet?
Een lege spouw van 5 cm brengt de Rc van de gevel van ongeveer 0,4 naar ongeveer 1,8, en de binnenkant van de muur wordt daarmee bijna vier graden warmer. Dat scheelt zowel op de rekening als aan condens in de hoeken.
Het kan niet bij een spouw smaller dan 4 cm, bij doorslaand vocht op de weerzijde, bij veel mortelresten in de spouw of als er leidingen doorheen lopen. Een inspectie met een endoscoop door een boorgat laat dat in een ochtend zien.
Waarom heb ik na het isoleren meer last van condens en schimmel?
Omdat het vocht dat er altijd al was nu nergens heen kan. Een huishouden van vier brengt 10 tot 15 liter water per dag in de lucht, en dat verdween eerder via kieren en tocht naar buiten.
Na het dichten zoekt dat vocht de koudste plek die nog over is: een hoek, de glasrand of de plek achter een kast. Zet de afvoer daarom aan, houd de luchtvochtigheid onder de 60 procent en zet meubels een paar centimeter van een buitenmuur af.
Helpt isolerende folie op het glas tegen kou?
Tegen kou nauwelijks. Een folie op de ruit verandert de U-waarde met hooguit een paar tienden, want het isolerende werk gebeurt in de spouw tussen de ruiten en niet op het glasoppervlak.
Waar folie wel iets doet, is aan de zonkant: een zonwerende folie verlaagt de ZTA en houdt in de zomer warmte buiten, ten koste van daglicht. Een noodoplossing tegen kou is een tweede ruit ervoor, dus een voorzet- of achterzetraam, en niet een laagje op het glas.
Wat doet een voorzetraam of achterzetraam precies?
Het maakt van een enkele ruit een pakket met een luchtspouw ertussen. Samen met enkel glas kom je op ongeveer 2,5 tot 3,0, dus ongeveer op het niveau van oud dubbel glas, en de koudeval langs de ruit verdwijnt merkbaar.
De tussenruimte moet droog blijven, dus het binnenraam sluit zo goed mogelijk en het buitenraam mag juist een kleine kier houden. Doe je het omgekeerd, dan komt vochtige kamerlucht tussen de ruiten en slaat die neer op de koude buitenruit.
Hoe lang gaat isolatieglas mee en wanneer is een ruit lek?
Het glas zelf gaat onbeperkt mee, de randafdichting bepaalt de levensduur en houdt het in de praktijk 25 tot 30 jaar vol. De fabrieksgarantie op die dichting loopt meestal tien jaar.
Lek herken je aan een sluier of druppels tussen de ruiten die je er niet uit poetst, vaak wisselend met de zon. Repareren kan niet, alleen vervangen. Hoe dat zich verhoudt tot de installatie in huis zie je in de levensduur van apparaten en installaties.
Moet er een ventilatierooster in het nieuwe glas komen?
Als er nu een rooster zit, moet er een terugkomen, want anders verlies je de toevoer van verse lucht in die kamer. Zit er geen rooster en heb je geen andere toevoer, dan is het vervangen van het glas het goedkoopste moment om er alsnog een te laten plaatsen.
Een rooster boven de ruit kost 10 tot 15 cm glas en een klein stukje isolatiewaarde. Dat is een betere ruil dan een slaapkamer die 's ochtends op 75 procent luchtvochtigheid staat en waar het raamhout aanslaat.
Helpen dikke gordijnen tegen de kou langs het raam?
Ze onderbreken de koudeval, dus de kamer voelt warmer. Warme lucht koelt langs een koude ruit af, zakt naar beneden en stroomt over de vloer; een gordijn dat tot op de vloer valt en bovenaan aansluit houdt die stroom tegen.
Het glas erachter wordt daardoor wel kouder en slaat eerder aan. Hang een gordijn dus niet voor een raam dat al condensproblemen heeft, en zoek bij de keuze van raamdecoratie langs een koude gevel naar een stof en een montagehoogte die bij die situatie passen.
Mag ik zomaar isolatieglas laten plaatsen in een monument?
Nee, wijzigen aan een rijks- of gemeentelijk monument vraagt een vergunning, ook als het alleen om glas gaat. De beoordeling gaat over wat je van buiten ziet: de roedeverdeling, de breedte van de afstandhouder en de spiegeling van het glas.
Dun isolatieglas met een smalle donkere rand, vacuümglas en achterzetramen komen daar vaker door dan een dik pakket. Overleg met de gemeente voordat je laat opmeten, want de uitkomst bepaalt welk type glas je überhaupt kunt bestellen.
Wie betaalt nieuw glas in een huurwoning?
Glas, kozijnen en de isolatie van dak, gevel en vloer horen bij het casco en dus bij de verhuurder. Enkel glas vervangen is daarmee geen klus die je zelf inplant, maar een verzoek dat je bij de verhuurder neerlegt.
Wat je zelf wel kunt doen, is de kant van het gebruik: tochtstrips, een goed sluitende brievenbus, gordijnen die tot op de vloer vallen en ventileren zodat het vocht eruit gaat. Dat zijn maatregelen die je bij een verhuizing gewoon meeneemt.