Fontein in de tuin zonder wateraansluiting: pomp, stroom en voorraad
Een fontein zonder wateraansluiting is een gesloten circuit: je vult een schaal, bak of verzonken reservoir één keer met de gieter of uit de regenton, en een dompelpomp laat hetzelfde water rondgaan. Wat je nodig hebt is geen kraan maar stroom, via een buitenstopcontact, een transformator van 12 volt of een zonnepaneel, plus een voorraad boven de pomp die groot genoeg is voor wat er verdampt: op een warme dag zo'n 5 liter per vierkante meter open water. Kies de pomp op de opvoerhoogte die je zelf meet en niet op het grootste getal op de doos, en haal hem voor de eerste nachtvorst uit het water.
Dit heb je nodig
- Tijd
- een middag, met een verzonken reservoir een dag
- Moeilijkheid
- Goed zelf te doen
- Kosten
- Afhankelijk van pomp, bak en stroompunt buiten
Gereedschap
- Rolmaat of duimstok
- Waterpas van minstens 60 cm
- Spade en schop voor een verzonken reservoir
- Gieter of emmer van 10 liter om te vullen en bij te vullen
- Schroevendraaier voor de slangklemmen
Materiaal
- Dompelpomp met regelaar, gekozen op opvoerhoogte
- Slang van 13 of 19 mm met slangklemmen
- Schaal, opvangbak of kuip van polyetheen
- Betontegel van 4 tot 5 cm dik als voet onder de pomp
- Zand voor een vlak bed van 5 cm
- Draagrooster en fijn gaas bij een verzonken reservoir
- Kiezels van 30 tot 60 mm
Hoe een fontein zonder kraan werkt
Een fontein heeft geen wateraansluiting nodig, omdat hij geen water verbruikt. Een dompelpomp onder in een schaal, bak of verborgen reservoir zuigt het water aan en duwt het naar een uitloop, waarna het terugvalt in hetzelfde reservoir. Wat er verdwijnt, is alleen wat verdampt, spat of wegwaait.

Het probleem is dus niet de kraan maar de stroom voor de pomp, en een voorraad die de pomp onder water houdt tot je weer met de gieter komt. Waar zo'n fontein in de indeling thuishoort, hangt af van de zitplek en de zichtlijnen, en die afweging staat bij het inrichten van de tuin als geheel.
De opstellingen die zonder leiding werken, verschillen vooral in hoeveel water ze bij zich hebben. Een schaal met een pompje heeft een paar liter, een muurfontein met opvangbak een paar tientallen liters en een bronsteen op een verzonken reservoir vaak vijftig liter of meer. Hoe groter die voorraad, hoe langer je weg kunt zonder bij te vullen.
Zoek je water dat stil mag staan, zoals een vogelbad, een regenelement of een bak zonder pomp, dan staan die opties bij water in de tuin zonder een vijver te graven. Hier gaat het om water dat beweegt.
| Opstelling | Waar hij past | Voorraad water | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Schaalfontein met een pompje in de schaal | Terras, balkon of op een sokkel naast de zitplek | 3 tot 10 liter | De schaal is de hele voorraad, dus in een warme week sta je om de paar dagen met de gieter |
| Drijvende zonnefontein in een schaal of bak | Een plek met directe zon vanaf het middaguur | Wat de schaal bevat | Hij spuit alleen zolang er volle zon op het paneel staat |
| Muurfontein of spuwer met opvangbak | Tegen een tuinmuur of schutting in een kleine tuin of patio | 30 tot 60 liter | Een straal die te hard gaat en naast de bak landt |
| Bronsteen of zuil op een verzonken reservoir | In een grind- of splitvlak, ook midden in de tuin | 40 tot 100 liter | Graafwerk, en de steen moet in het reservoir gedragen worden en niet op het rooster |
| Waterbak met borrelaar of overlooprand | Als strak element op een terras | 100 liter en meer | Het gewicht: een bak van 120 bij 50 cm met 35 cm water weegt gevuld ruim 200 kg |
Stroom zonder kraan: stopcontact, 12 volt of zonnepaneel
Elke pomp heeft stroom nodig, en de keuze tussen netstroom, laagspanning en zon bepaalt meer dan de fontein zelf. Een pomp op 230 volt loopt zolang je wilt, maar vraagt een stopcontact dat buiten mag en een kabel die niemand in de weg ligt. Een pomp op zonne-energie heeft geen kabel naar het huis, maar staat stil zodra er een wolk voor de zon schuift.
Bij 230 volt hoort de groep van het buitenstopcontact achter een aardlekschakelaar van 30 mA. NEN 1010 schrijft dat voor nieuwe installaties voor, maar in een oudere meterkast is het niet vanzelfsprekend, dus kijk het na voordat er een pomp in het water gaat. Het stopcontact zelf is minstens IP44: spatwaterdicht, met een klapdeksel.
Laat de pompkabel onder het stopcontact eerst een lus naar beneden maken voordat hij omhoog naar de stekker gaat. Water dat langs de kabel loopt, druppelt dan onder in die lus af in plaats van de stekker in te lopen.
Een pomp op 12 volt krijgt zijn stroom uit een veiligheidstransformator bij het stopcontact. Raak je die kabel later met een spade, dan staat er geen netspanning op, en daarom is laagspanning de logische keuze bij jonge kinderen of een fontein ver achter in de tuin. De keerzijde is dat er voor hetzelfde vermogen bijna twintig keer zoveel stroom door de kabel gaat, en een lange dunne kabel raakt onderweg spanning kwijt.
Reken het na voor een pomp van 20 watt op 12 volt: die trekt 1,7 ampère. Over 25 meter kabel van 0,75 mm² verlies je 1,9 volt, bijna een zesde, en dan haalt de pomp zijn opvoerhoogte niet meer. Wil je onder 5 procent verlies blijven, dan kom je met 0,75 mm² tot ongeveer 8 meter, met 1,5 mm² tot 16 meter en met 2,5 mm² tot 26 meter.
Een zonnepaneel levert zijn wattpiek alleen bij volle zon loodrecht op het glas. Onder een grijze lucht komt er een tiende tot een vijfde uit, en dat is minder dan de meeste pompjes nodig hebben om aan te lopen. Met een accu erbij loopt de fontein ook 's avonds, maar dan voedt het paneel overdag de pomp en de accu tegelijk, terwijl een paneel op het zuiden in juni ongeveer 4 wattuur per wattpiek per dag oplevert, in oktober rond 1,5 en in december een halve.
| Stroombron | Wanneer het past | Waar het op vastloopt | Wat je nodig hebt |
|---|---|---|---|
| 230 volt uit een buitenstopcontact | Een muurfontein, bronsteen of waterbak die dagelijks uren loopt, binnen een paar meter van de gevel | Een verlengsnoer met binnenkoppelingen in het gras: vocht in de koppeling laat de aardlekschakelaar afslaan | Stopcontact van minstens IP44 op een groep met een aardlekschakelaar van 30 mA, en een druppellus in de pompkabel |
| 12 volt via een veiligheidstransformator | Een fontein ver van het huis, of een tuin waar kinderen spelen en de kabel over de grond loopt | Een lange, dunne kabel: de spanning zakt en de pomp haalt zijn hoogte niet | Transformator bij het stopcontact en uit de buurt van het water; bij een pomp van 20 watt kabel van 1,5 mm² vanaf ongeveer 8 meter |
| Zonnepaneel direct aan de pomp | Een schaal of kleine bak die alleen bij zon hoeft te bewegen | Een wolk, een tak die schaduw over één cel legt of kalk op het glas: de pomp stopt | Paneel los van de fontein, op het zuiden en 30 tot 40 graden schuin; de meegeleverde kabel niet verlengen |
| Zonnepaneel met accu | Dezelfde schaal, maar ook in de avond of bij wisselend weer | In het najaar en het vroege voorjaar raakt de accu overdag niet meer vol, omdat het paneel de pomp en de accu tegelijk moet voeden | Een paneel met ruim meer wattpiek dan de pomp aan watt vraagt, en de accu in de winter vorstvrij binnen |
| Geen stroom, alleen hoogteverschil | Een tijdelijk straaltje uit een hoger gezette regenton | Water loopt alleen van hoog naar laag en komt niet terug: de ton loopt leeg en dan staat alles stil | Een kraantje onder aan de ton en een opvang eronder; het is geen circuit |
Zet de pomp op een tijdschakelaar voor buiten in plaats van hem dag en nacht te laten lopen. Een pomp van 20 watt die van april tot en met oktober doorloopt, verbruikt ruim 100 kWh; op 8 uur per dag is dat 34 kWh, en 's nachts zie je de fontein toch niet.
Hoeveel water er verdwijnt en hoe vaak je bijvult
Wij rekenen met 5 mm verdamping per warme zomerdag van open water. Dat klinkt als niets, maar het is 5 liter per vierkante meter, en een kleine bak in de zon warmt sneller op dan een vijver en verliest eerder meer dan minder.
Hoe lang je weg kunt, volgt uit twee getallen. Het open wateroppervlak in vierkante meters maal 5 is je verlies in liters per warme dag, en de voorraad is de waterhoogte tussen de volle stand en 2 cm boven de bovenkant van de pomp, maal het oppervlak van de bak.
Deel de voorraad door het verlies en je hebt het aantal dagen op verdamping alleen. Wat spat, van een rand afwaait of op een warme steen opdroogt, komt daar nog bij, en bij een straal in de wind kan dat meer zijn dan de verdamping zelf.
De tabel rekent het uit voor zes gangbare opstellingen. Het verschil tussen een schaal en een verzonken reservoir zit vooral in de voorraad: onder een laag kiezels ligt bijna geen water open, en er staat vijf keer of meer zoveel water boven de pomp.
Wie de grootste voorraad wil zonder te graven, komt uit bij een losse waterbak op het terras met een borrelaar erin. Met 150 liter boven de pomp kom je op verdamping alleen ruim zeven weken ver.
| Opstelling | Open water | Voorraad boven de pomp | Verlies op een warme dag | Bijvullen na, op verdamping alleen |
|---|---|---|---|---|
| Drijvende zonnefontein in een schaal van 40 cm doorsnede | 0,13 m² | Ongeveer 3 liter | 0,6 liter, plus wat de straal naast de schaal blaast | 5 dagen |
| Schaal van 50 cm met rechte rand, pomp van 5 cm hoog, water tot 12 cm | 0,20 m² | 5 cm, bijna 10 liter | 1 liter | 10 dagen |
| Muurfontein met opvangbak van 80 bij 40 cm, water tot 30 cm | 0,32 m² | 15 cm, 48 liter | 1,6 liter, plus spatwater van de straal | 30 dagen |
| Bronsteen op een verzonken reservoir van 60 cm doorsnede | Vrijwel nul onder rooster en kiezels | 20 cm, ongeveer 50 liter | Het natte deel van de steen telt als open water: bij 0,15 m² is dat 0,75 liter | Ruim 60 dagen op papier; een steen in de middagzon droogt sneller dan open water |
| Waterbak van 120 bij 50 cm met borrelaar, water tot 35 cm | 0,60 m² | 25 cm, 150 liter | 3 liter | 50 dagen |
| Vogelbad van 40 cm zonder pomp, 4 cm diep | 0,13 m² | Geen pomp; onder 2 cm baadt er niets meer | 0,6 liter, plus wat badende vogels eruit slaan | Hier gaat hygiëne voor: ververs elke dag of om de dag |
Laat een fonteinpomp nooit droog lopen. De as draait in lagers die door het water zelf gesmeerd en gekoeld worden, dus zodra de waterstand onder de aanzuiging zakt, hoor je eerst geslurp en loopt de pomp daarna warm terwijl as en lagers slijten.
De pomp kies je op opvoerhoogte en niet op liters per uur
Op de doos van een pomp staan twee getallen: het maximale debiet, bijvoorbeeld 1000 liter per uur, en de maximale opvoerhoogte, bijvoorbeeld 1,5 meter. Die twee haalt de pomp nooit tegelijk. Het debiet geldt bij nul centimeter hoogte, en op de maximale hoogte komt er geen druppel meer uit.
Daartussen loopt de pompcurve, die ongeveer recht afzakt. Moet de pomp uit het voorbeeld het water 80 cm optillen, dan houd je rond de 450 liter per uur over, nog geen helft van wat er op de doos staat.
Meet de opvoerhoogte van de waterspiegel tot de uitloop en niet vanaf de bodem van de bak. Tel er per meter slang ongeveer 10 cm bij, en meer als de slang nauwer is dan de uitgang van de pomp of er bochten en een regelkraan in zitten. Kies dan een pomp waarvan de maximale opvoerhoogte ongeveer het dubbele is van die maat, en knijp hem met de regelaar af tot de straal klopt.
Te sterk is net zo lastig als te zwak. Een straal uit een opening van 13 mm gaat bij 300 liter per uur met ruim 0,6 meter per seconde naar buiten, is bij 70 cm val bijna 0,4 seconde onderweg en landt 24 cm voor de uitloop. Bij 600 liter per uur is dat 47 cm, en dan komt het water naast een opvangbak van 40 cm diep terecht.
Een borrelsteen werkt met dezelfde natuurkunde, maar dan omhoog. Een bolling van 4 cm boven een gat van 13 mm vraagt ruim 400 liter per uur aan de uitloop, en boven een gat van 20 mm al 1000 liter, omdat dat gat ruim twee keer zoveel oppervlak heeft.
De debieten in de tabel komen uit de valwet, zonder luchtweerstand en zonder verlies in het mondstuk. Voor een straal of bolling omhoog zijn het dus ondergrenzen, en voor een spuwer boven een bak is het de bovengrens waarbij het water nog binnen blijft.
| Type fontein | Opvoerhoogte die je meet | Debiet aan de uitloop | Slang | Pomp om naar te zoeken |
|---|---|---|---|---|
| Schaal met sproeikopje, straal van 20 cm | Waterspiegel tot de sproeikop plus de straalhoogte, samen rond 30 cm | Rond 200 l/u bij een mondstuk van 6 mm | 13 mm, zo kort mogelijk | Maximaal 400 tot 600 l/u en 1 m opvoerhoogte |
| Borrelsteen met een gat van 13 mm | Waterspiegel tot de bovenkant van de steen, vaak 30 tot 60 cm | 300 tot 450 l/u voor een bolling van 2 tot 4 cm | 13 mm | Maximaal rond 1000 l/u en 1,5 m opvoerhoogte of meer |
| Borrelsteen met een gat van 20 mm | Waterspiegel tot de bovenkant van de steen, vaak 30 tot 60 cm | 850 tot 1000 l/u voor een bolling van 3 tot 4 cm | 19 mm | Maximaal rond 2000 l/u en 2 m opvoerhoogte of meer |
| Spuwer aan de muur, uitloop 13 mm, 70 cm boven het water | 70 cm plus 10 cm per meter slang | 250 tot 350 l/u; bij 600 l/u schiet de straal over een bak van 40 cm diep | 13 mm | Maximaal rond 1000 l/u en 1,5 tot 2 m opvoerhoogte, met regelaar |
| Overlooprand of watervalblad van 30 cm breed | Waterspiegel tot de rand | Grofweg 330 tot 700 l/u voor een laagje van 3 tot 5 mm; houd de minimumopgave van de rand aan als die hoger ligt | 19 mm | Opvoerhoogte het dubbele van de hoogte tot de rand, met daar nog het debiet dat de rand vraagt |
Een verborgen reservoir onder kiezels
Bij een bronsteen, een zuil of een verdwijnfontein zit de voorraad onder de grond. In een ingegraven kuip van kunststof staat de pomp, erop ligt een rooster met kiezels, en de pomp duwt het water door een slang in de steen omhoog. Het water loopt langs de steen naar beneden, zakt tussen de kiezels door en komt terug in de kuip.
Die opbouw heeft drie voordelen boven een open schaal. Er valt bijna geen licht op het water, dus algen krijgen weinig kans, en er ligt bijna niets open, dus je verliest vooral wat van de steen verdampt. Er is ook geen open water waar een peuter in kan vallen, mits het rooster een staande volwassene houdt en niet alleen uit gaas bestaat.
De steen zelf staat niet op het rooster. Een granieten zuil van 20 bij 20 bij 60 cm weegt ruim 60 kilo en drukt een rooster in het midden door tot hij scheef zakt. Zet hem op een stapel betonblokken of een steunframe in de kuip, met de slang ernaast omhoog.
Laat de rand van de kuip 2 tot 3 cm boven het maaiveld uitsteken, want regenwater dat over de tuin loopt neemt aarde mee die niet in je voorraad hoort. Leg rond de kuip een kraag van folie die schuin naar het reservoir afloopt, zodat water dat verder van de steen spat toch terugkomt.
Zo'n verdwijnpunt onder een splitvlak van grijs graniet sluit aan bij een sobere tuin in Baltische stijl, waar het water verdwijnt tussen hetzelfde split dat op de paden ligt.
Een peuter kan verdrinken in een paar centimeter water. Een schaal of bak op kniehoogte is daarom geen veilige keuze in een tuin met jonge kinderen, en een verzonken reservoir alleen onder een rooster dat vastligt, niet opzij te schuiven is en het gewicht van een volwassene houdt.
De plek bepaalt hoeveel onderhoud hij vraagt
Een fontein in de volle zon verliest meer water en groeit sneller dicht met algen, en een fontein onder een boom zit elke herfstweek vol blad. De plek die het minste werk geeft, ligt in halfschaduw, met zon in de ochtend en schaduw vanaf het middaguur, en niet onder een kruin die over het water hangt.
Daar botst het met een zonnefontein, die juist de middagzon nodig heeft. Zet het paneel dan los van de fontein op een zonnige plek, met de voorkant op het zuiden en 30 tot 40 graden schuin, en laat de fontein zelf in de schaduw staan. Let daarbij op een tak die in de loop van de middag over het paneel schuift: de cellen van een klein paneel staan in serie, dus schaduw op één cel knijpt de stroom van het hele paneel af.
De ondergrond moet vlak en draagkrachtig zijn. Een muurfontein met een opvangbak van 80 bij 40 cm en 30 cm water weegt gevuld bijna 100 kilo, en dat is op tegels in een zandbed geen punt maar op een houten vlonder of een balkon een vraag voor wie de constructie kent.
In een kleine patiotuin waar elke vierkante meter vloer telt houdt een muurfontein de grond vrij. De wand tegenover de zitplek is dan de logische plek, omdat je het water daar ziet en hoort, en in uitgewerkte voorbeelden van patiotuinen vind je indelingen om die wand in terug te zoeken.
Planten rond de fontein geven schaduw op het water, maar blad en bloemen die erin vallen, eindigen op het filter van de pomp. Kies de beplanting eromheen daarom op bladval en hoogte, en voor de soorten zelf kijk je bij het inrichten van een tuin met planten. Hangt er een heester over het water, snoei hem dan in de periode die de snoeikalender per soort aangeeft, en niet pas als het blad al in de pomp zit.

Leg de pomp nooit direct op de bodem van de bak. Op een tegel van 4 tot 5 cm hoog zuigt hij het water boven het bezinksel aan, en dan verstopt het filter minder snel.
Kalk, algen en muggen in water dat rondgaat
Water in een gesloten circuit verandert, ook als je dat niet ziet. Kalk stapelt zich op, algen groeien op licht en voeding, en muggen zoeken stil water voor hun eitjes.
De kalk komt uit het leidingwater waarmee je bijvult. Omdat alleen het water verdampt, blijft de kalk achter, en na een zomer bijvullen zit hij als witte rand op de steen en als laag op de rotor van de pomp, die daardoor zwaarder draait. Regenwater bevat vrijwel geen kalk, dus wie daarmee bijvult, heeft dat probleem niet.
Algen hebben licht, warmte en voeding nodig. Die voeding komt uit blad, stuifmeel, vogelpoep en stof, en een paar liter water in de zon warmt sneller op dan een vijver. Een schaal in de halfschaduw die je wekelijks leeggiet en uitschrobt met een borstel en schoon water blijft helder, en een algenmiddel of chloor hoort niet in water waar vogels en insecten uit drinken.
Muggen leggen hun eitjes op stilstaand water, en de larven van de gewone steekmug hebben in de zomer ongeveer een tot twee weken nodig tot ze uitvliegen. Een oppervlak dat elke dag een paar uur beweegt of een reservoir onder fijn gaas wordt geen kraamkamer, een zonnefontein die een week bewolking stilstaat wel. Ververs het water dan voordat hij weer gaat lopen.
Tussen de kiezels en het grind rond de fontein kiemt na een jaar onkruid. Strooi daar geen zout, want het spoelt het reservoir in, trekt in een poreuze steen en bloeit daar wit uit, en het is als onkruidbestrijder niet toegelaten. Wat tussen grind wel mag en hoe lang het helpt, zoek je op in de onkruidwijzer voor grind en split.
Wat vorst doet met schaal, steen en pomp
Water zet bij bevriezen ongeveer 9 procent uit, en die kracht zoekt de zwakste plek. In een bak met rechte, starre wanden duwt een ijsplaat tegen de zijkanten, in onverglaasd aardewerk scheurt water in de poriën de scherf van binnenuit open, en in een geboorde bronsteen bevriest het boorgat als een prop die de steen kan splijten.
Haal de pomp eruit voor de eerste nachtvorst, in het binnenland meestal eind oktober of begin november. Maak het filter en de rotor schoon en bewaar de pomp vorstvrij; veel fabrikanten adviseren een emmer water zodat de afdichtingen niet uitdrogen, dus volg de handleiding van jouw pomp.
Een schaal van keramiek of terracotta gaat leeg naar binnen, of ondersteboven onder een afdak zodat er geen regen in blijft staan. Een kuip van polyetheen mag in de grond blijven, omdat die meegeeft als het ijs uitzet, zeker als de wanden schuin naar buiten lopen en het ijs omhoog kan schuiven. Laat hem half leeg staan en leg er een blok piepschuim in dat de druk opvangt.
Haal bij een bronsteen de slang eruit zodat het boorgat leegloopt, en dek de bovenkant af zodat er geen regen in blijft staan. Zet de pomp pas terug als het niet meer vriest, in de meeste jaren vanaf half april en in het oosten van het land liever vanaf half mei, en laat hem dan een uur lopen voordat je de regelaar afstelt.
Zo zet je een fontein zonder kraan neer
De volgorde loopt van stroom naar water, want een stroompunt verplaats je later niet meer en een pomp wel.
-
Kies de plek op stroom, schaduw en zicht
Meet de afstand van de plek tot het buitenstopcontact, of zoek voor een zonnepaneel een plek met zon vanaf het middaguur binnen het bereik van de kabel. Zet de fontein zelf in halfschaduw en in het zicht van de zitplek, want daar zie en hoor je hem het vaakst.
-
Regel de stroom voordat er water in komt
Kijk in de meterkast of de groep van het buitenstopcontact achter een aardlekschakelaar van 30 mA zit, en of het stopcontact minstens IP44 is. Kies je 12 volt, reken dan de kabeldikte uit op de lengte: bij een pomp van 20 watt is 0,75 mm² genoeg tot 8 meter en 1,5 mm² tot 16 meter.
-
Meet de opvoerhoogte en kies daarop de pomp
Meet van de toekomstige waterspiegel tot de uitloop en tel 10 cm per meter slang erbij. Zoek een pomp met een regelaar waarvan de maximale opvoerhoogte ongeveer het dubbele is, zodat je hem kunt afknijpen in plaats van hem te moeten ruilen.
-
Zet de bak of kuip waterpas op een vlak zandbed
Reid 5 cm zand vlak af en controleer de rand in twee richtingen met de waterpas. Bij een overlooprand is dat geen detail: loopt er een laagje van 3 mm over een rand van 30 cm, dan krijgt de hoge kant bij 2 mm scheefstand nauwelijks nog water.
-
Zet de pomp op een tegel en leg de slang zonder knik
Een tegel van 4 tot 5 cm houdt de aanzuiging boven het bezinksel, en een slang die kort en recht omhoog loopt, kost het minst opvoerhoogte. Leid de kabel met een druppellus naar het stopcontact, en zo dat je de pomp later zonder graven weer bovenhaalt.
-
Vul met regenwater en test op de laagste stand
Vul tot de volle stand en zet de regelaar eerst bijna dicht. Draai hem open tot de straal of bolling de vorm heeft die je wilt, en kijk bij wind of het water nog binnen de bak landt, want wat ernaast valt is voorraad die je kwijt bent.
-
Markeer de laagste waterstand
Zet een streep of een steen als peilmerk op 2 cm boven de bovenkant van de pomp, en steek bij een verzonken reservoir een stok met een streep door het rooster. Dan zie je in een warme week zonder rekenen wanneer de gieter moet komen.
-
Werk af met rooster en kiezels als alles loopt
Leg bij een verzonken reservoir het gaas, het rooster en de kiezels pas neer als de pomp een dag zonder haperen heeft gelopen. Alles wat je daarna aan de pomp moet doen, begint met het weghalen van een laag stenen.
Onkruidwijzer
Kies de plek en het soort onkruid. Je ziet welke aanpak werkt, wat er wettelijk mag op verharding en in de tuin, en wat zout en azijn echt doen met je bodem. Open de volledige onkruidwijzer
Nalopen voordat de pomp aangaat
Uit de praktijk
De pomp slurpt en de straal hapert na een warme dag
Hapert de straal en hoor je geslurp, dan staat de waterspiegel vlak boven de aanzuiging. Er ontstaat een draaikolk die lucht mee de pomp in trekt, en die lucht breekt de straal steeds af. Omdat het water ook de lagers smeert en koelt, kost elk uur zo slijtage.
Is de waterstand wel goed en wordt de straal geleidelijk zwakker zonder geslurp, dan speelt er iets anders: het filter zit dicht met blad of de rotor draait zwaar door kalk. Maak dan eerst het filter schoon voordat je de regelaar verder opendraait, want dat laatste verbergt het probleem tot de pomp vastloopt.
De aardlekschakelaar slaat af na een regenachtige nacht
Springt de aardlekschakelaar eruit na regen of dauw, dan loopt er ergens stroom via water naar aarde weg. De gebruikelijke plek is een koppeling van een binnenverlengsnoer die in het gras ligt, of een pompkabel met een beschadigde mantel.
Steek de pomp zonder verlengsnoer rechtstreeks in het buitenstopcontact. Slaat de schakelaar dan nog steeds af, dan zit de lekstroom in de pomp of zijn kabel, en een gegoten pompkabel repareer je niet: die pomp gaat eruit.
De zonnefontein spuit alleen rond het middaguur
Loopt een zonnefontein alleen als de zon hoog en vol op het paneel staat, dan zit het paneel op de grens van wat de pomp nodig heeft om aan te lopen. Drie dingen duwen het eronder: schaduw van een tak of van de fonteinrand over een deel van de cellen, een laagje kalk van opgedroogd spatwater op het glas, en een paneel dat plat ligt terwijl de zon in voor- en najaar laag staat.
Zet het paneel los van het water, maak het glas schoon met een zachte doek en regenwater, en zet het op het zuiden onder 30 tot 40 graden. Helpt dat niet, dan is het paneel te klein voor de pomp, en dan brengt alleen een set met meer wattpiek of een accu verandering.
Veelgemaakte fouten
De pomp kiezen op het debiet op de doos
Het grootste getal op de verpakking geldt bij nul centimeter opvoerhoogte, en die situatie bestaat in een fontein niet. Een pomp van 1000 liter per uur met een maximale hoogte van 1,5 meter levert op 80 cm nog rond de 450 liter.
Meet dus eerst de hoogte en lees daarna de pompcurve, anders koop je een pomp die op papier ruim genoeg is en in de tuin een druppelende spuwer geeft.
Een schaal die te klein is voor de straal
Een straal die hoger spuit dan de schaal breed is, laat in de wind een deel van zijn water naast de rand vallen, en dat kan meer zijn dan wat er verdampt. Een voorraad van 10 liter is dan veel sneller op dan de tabel met verdamping belooft, en de pomp valt droog.
Houd de straal laag ten opzichte van de schaal, of kies een opstelling met een verzonken reservoir als je hoogte wilt.
De pomp begraven onder kiezels of in het slib laten liggen
Kiezels die tegen de pomp aan liggen, blokkeren de aanzuiging, en een pomp op de bodem trekt het bezinksel van weken het filter in. Het debiet zakt dan zonder dat de waterstand verandert.
Zet de pomp op een tegel en laat er rondom een paar centimeter vrij water, en leg hem zo dat je hem eruit tilt zonder de hele afwerking weg te halen.
Een verlengsnoer van binnen door het raam naar buiten
Een snoer en koppeling voor binnen zijn niet spatwaterdicht, en een snoer dat tussen raam en kozijn klem zit, beschadigt op de plek waar het elke keer knikt. Vocht in die koppeling of die mantel laat de aardlekschakelaar afslaan, en zonder aardlekschakelaar is het een risico.
Een pomp in water hoort aan een buitenstopcontact van minstens IP44, of aan een transformator van 12 volt die daarop aangesloten is.
Het zonnepaneel aan de fontein laten zitten op een schaduwplek
Bij een set waarvan het paneel aan de fontein vastzit, staat het paneel op dezelfde halfschaduwplek die voor het water het beste is. Daar krijgt het te weinig directe zon, en het spatwater laat kalk op het glas achter.
Kies een set met een los paneel aan een kabel, zodat de fontein in de schaduw en het paneel in de zon kan staan.
Algenmiddel of chloor gebruiken in water waar dieren uit drinken
Vogels, bijen en egels drinken uit elke fontein die ze kunnen bereiken, ook als die daar niet voor bedoeld is. Een middel dat algen doodt, is voor hen niet onschuldig.
Pak algen aan bij de oorzaak: minder zon op het water, minder blad erin en wekelijks schoonmaken met een borstel en schoon water.
Keramiek en een geboorde steen de winter in laten gaan
Een schaal van onverglaasd aardewerk zuigt water op, en dat water zet bij vorst 9 procent uit in de scherf. Een geboorde bronsteen met water in het boorgat heeft hetzelfde probleem, maar dan in één kanaal midden in de steen.
Leeg en binnen, of ondersteboven onder een afdak, voordat het de eerste nacht vriest.
Veelgestelde vragen
Kan een fontein in de tuin zonder wateraansluiting?
Ja, en bijna elke tuinfontein werkt zo. De pomp laat hetzelfde water rondgaan in een schaal, bak of verzonken reservoir, en je vult alleen bij wat verdampt of spat. Wat je wel nodig hebt, is stroom uit een buitenstopcontact, een transformator van 12 volt of een zonnepaneel.
Kies de voorraad zo groot dat de pomp in een warme week niet droogvalt. Een muurfontein met 48 liter boven de pomp haalt op verdamping alleen ongeveer een maand, een schaal met 10 liter ongeveer tien dagen.
Hoe vaak moet je water bijvullen bij een tuinfontein?
Reken op een warme zomerdag met 5 liter verdamping per vierkante meter open water. Vermenigvuldig het wateroppervlak van je bak met 5, deel de voorraad boven de pomp door die uitkomst, en je weet hoeveel dagen je op verdamping alleen vooruit kunt.
Spatwater en een straal in de wind maken dat korter. Zet een peilmerk op 2 cm boven de pomp, dan zie je zonder rekenen wanneer het tijd is.
Werkt een fontein op zonne-energie ook als het bewolkt is?
Nauwelijks. Een zonnepaneel levert onder een grijze lucht een tiende tot een vijfde van zijn wattpiek, en dat is voor de meeste pompjes te weinig om aan te lopen. De fontein staat dan stil tot de zon doorbreekt.
Een set met accu overbrugt een bewolkt uur of de avond, maar alleen als het paneel de accu overdag vol krijgt. Een paneel op het zuiden levert in juni ongeveer 4 wattuur per wattpiek per dag en in oktober rond 1,5, dus in het najaar schiet dat tekort.
Bestaat er een fontein zonder stroom en zonder wateraansluiting?
Niet een die blijft lopen. Water gaat alleen vanzelf van hoog naar laag, dus een hoger gezette regenton met een kraantje geeft een straaltje tot de ton leeg is, en daarna staat alles stil.
Wie geen kabel naar het huis wil, komt uit bij een zonnepaneel. Wie helemaal geen techniek wil, kiest water dat stil mag staan, zoals een vogelbad of een bak zonder pomp, en ververst dat in warme weken om de dag.
Hoeveel stroom verbruikt een fonteinpomp?
Een pompje voor een schaal trekt een paar watt, een pomp voor een muurfontein of bronsteen meestal 10 tot 40 watt. Een pomp van 20 watt die dag en nacht draait, gebruikt 0,48 kWh per dag en van april tot en met oktober ruim 100 kWh.
Met een tijdschakelaar die hem 8 uur per dag laat lopen, kom je op 34 kWh in hetzelfde seizoen. Vermenigvuldig dat met je eigen prijs per kWh voor de kosten.
Mag de pomp van een fontein dag en nacht aanstaan?
Een fonteinpomp is gemaakt om lang achter elkaar te draaien, zolang hij onder water blijft. Het risico zit niet in de pomp maar in de voorraad: 's nachts verdampt er minder, maar een straal in de wind blijft water verliezen terwijl niemand kijkt.
Een tijdschakelaar scheelt stroom en slijtage. Muggenlarven hebben in de zomer een tot twee weken nodig, dus een pomp die elke dag een paar uur loopt, houdt het oppervlak al onrustig genoeg.
Kun je een tuinfontein vullen met regenwater of met leidingwater?
Allebei, maar regenwater is beter. Leidingwater bevat opgeloste kalk, en omdat alleen het water verdampt, stapelt die kalk zich bij elke keer bijvullen op tot een witte rand op de steen en een laag op de rotor van de pomp.
Regenwater van het dak bevat vrijwel geen kalk, maar wel blad en stof. Laat het een dag in de ton bezinken, schep of tap het van boven af en giet het door een oude kous voordat het in de fontein gaat.
Is een fontein veilig in een tuin met kleine kinderen?
Dat hangt af van het open water. Een peuter kan verdrinken in een paar centimeter water, dus een schaal of bak op kniehoogte is met jonge kinderen geen goede keuze. Een bronsteen op een verzonken reservoir onder een vastliggend rooster dat een volwassene houdt, laat geen open water over.
Kies bij kinderen ook liever een pomp op 12 volt, zodat een beschadigde kabel geen netspanning voert, en zet een zuil zo vast dat hij niet kantelt als er iemand aan hangt.
Mag je zelf een buitenstopcontact voor een fontein aanleggen?
In je eigen woning mag je zelf elektrisch werk doen, maar het moet voldoen aan NEN 1010. Een buitenstopcontact aansluiten op een bestaande groep met aardlekschakelaar is voor wie weet wat hij doet uitvoerbaar.
Een nieuwe groep in de meterkast, een aardlekschakelaar bijplaatsen of een grondkabel op 230 volt naar achter in de tuin laat je aan een elektricien. Een transformator van 12 volt bij de gevel met een laagspanningskabel naar de fontein is het alternatief dat je wel zelf legt.
Welke fontein past in een kleine tuin of op een patio?
Een muurfontein met een opvangbak, omdat die de vloer vrijhoudt en toch 30 tot 60 liter voorraad heeft. Een opvangbak van 80 bij 40 cm staat tegen de wand, de spuwer hangt erboven en de pomp zit in de bak, zodat je alleen een stopcontact binnen bereik nodig hebt.
Een schaal op een sokkel kan ook, maar vraagt in een warme week vaker de gieter. Voor de rest van zo'n kleine ommuurde tuin is er inspiratie voor de indeling van een patio.
Waarom wordt het water in mijn fontein groen?
Omdat algen licht, warmte en voeding krijgen. De voeding komt uit blad, stuifmeel, vogelpoep en stof, en een kleine hoeveelheid water in de zon warmt snel op, dus een schaal in de volle zon wordt het eerst groen.
Giet het water weg, schrob de schaal met een borstel en schoon water en maak het filter van de pomp schoon. Verplaats de fontein daarna naar halfschaduw of kies een verzonken reservoir, waar het water in het donker staat en algen weinig kans krijgen.
Wanneer je beter een vakman belt
Een fontein neerzetten, een kuip ingraven en een pomp aansluiten op een bestaand buitenstopcontact doe je zelf. De grens ligt bij de aansluiting: een nieuwe groep in de meterkast, een aardlekschakelaar bijplaatsen of een grondkabel op 230 volt naar achter in de tuin is werk voor een elektricien.
Zo'n kabel ligt gangbaar op ongeveer 60 cm diepte, onder de spitdiepte, in een mantelbuis of als gepantserde grondkabel, en er hoort een tekening bij zodat er later niemand met een spade in steekt. Wil je dat graafwerk vermijden, dan legt een transformator van 12 volt bij de gevel de stroom naar de fontein zonder netspanning in de grond.
Verder lezen over dit onderwerp

Water in de tuin zonder vijver

Waterbak in tuin
Tuin in baltische stijl
Kleine patio tuin inrichten
