Onkruid met zout bestrijden: wat er in de grond achterblijft
Onkruid met zout bestrijden haalt het blad een paar weken weg en laat in de grond twee stoffen achter die elk hun eigen schade doen. Chloride spoelt met het water mee naar de lage kant van het terras en verbrandt onderweg de bladranden van gras, haag en boom; natrium gaat aan klei en humus zitten en laat de grond dichtslaan tot er calcium voor in de plaats komt. Op zandgrond is het meeste chloride na één natte winter weg, op zavel, klei, leem en veen merk je het seizoenen. Het gebruik is ook verboden, want zout heeft geen toelating als onkruidbestrijder.
Dit heb je nodig
- Tijd
- een middag werk, daarna een winter wachten
- Moeilijkheid
- Goed zelf te doen
- Kosten
- Weinig: compost, tuinkerszaad en waar nodig gips, een grondonderzoek apart
Gereedschap
- Stoffer en blik of een zachte bezem om droge korrels op te vegen
- Riek of spitvork om de korst los te steken zonder de grond te keren
- Tuinslang en een emmer om te meten hoeveel liter er per minuut uitkomt
- Twee potjes of kleine bloempotten voor de kiemtest
- Een glas voor de kluitjestest
Materiaal
- Gedemineraliseerd water of regenwater voor de kluitjestest
- Tuinkerszaad
- Compost om door de losgestoken laag te werken
- Gips (calciumsulfaat) dat als bodemverbeteraar wordt verkocht, alleen op zavel, klei of leem en volgens een grondmonster
- Gecomposteerde houtsnippers of schors voor een afdeklaag van 5 tot 8 cm
Zout laat twee stoffen achter, en elk doet iets anders
Wie onkruid met zout bestrijdt, ziet een plant verdrogen en denkt aan één middel met één werking. In de grond valt natriumchloride uiteen in natrium en chloride, en die twee gaan elk een eigen kant op. Waarom de wortel van het onkruid het intussen overleeft, staat bij onkruid dat terugkomt en wat er per soort tegen helpt.
Het eerste effect komt van het opgeloste zout als geheel. Het bodemvocht wordt zouter dan het sap in de wortelcellen, en dan trekt het water de verkeerde kant op: de plant verdroogt in grond die gewoon nat is. Dat heet fysiologische droogte, en het is de reden dat zout zichtbaar werkt.
Chloride is negatief geladen, net als klei- en humusdeeltjes, en hecht er daarom niet aan. Het blijft opgelost en reist mee met al het water dat beweegt: omlaag, zijwaarts naar de lage kant, en de plant in. In de plant gaat het met de verdamping mee naar de bladrand, hoopt zich daar op en laat het blad vanaf de rand afsterven.
Natrium is positief geladen en gaat juist wel aan de bodemdeeltjes zitten, op de plekken waar normaal calcium en magnesium zitten. Die twee houden kleiplaatjes in kruimels bij elkaar en natrium doet dat niet, dus de kruimels vallen uiteen en de grond slaat dicht. Chloride is daarmee het probleem van dit seizoen, natrium dat van de jaren erna.
| Wat er in de grond komt | Wat het met de plant doet | Wat het met de grond doet | Hoe het weer verdwijnt |
|---|---|---|---|
| Opgelost zout, natrium en chloride samen | Maakt het bodemvocht zouter dan het celvocht, waardoor de wortel geen water meer opneemt | Houdt kleideeltjes nog bij elkaar zolang de concentratie hoog is | Verdunt met elke bui, en daarmee verdwijnt ook die tijdelijke samenhang |
| Chloride | Gaat met het verdampingswater naar de bladrand en laat het blad vanaf de rand afsterven | Hecht niet aan klei of humus, want die zijn net als chloride negatief geladen | Spoelt met het water mee naar de lage kant, het grondwater of de kolk |
| Natrium | Verdringt kalium bij de opname en maakt de droogte in de wortel erger | Duwt calcium en magnesium van de deeltjes af, waarna klei uiteenvalt en de grond dichtslaat | Pas als er calcium voor in de plaats komt en er daarna water doorheen zakt |
| Grond die is dichtgeslagen | Wortels krijgen te weinig lucht en regenwater zakt niet meer naar ze toe | Plassen na regen, een harde korst bij droogte, scheuren in klei | Door de structuur terug te bouwen met calcium, organische stof en bodemleven, en dat kost seizoenen |
Waarom een beetje zout in de voeg niet in de voeg blijft
De redenering is begrijpelijk: tussen de tegels hoeft niets te groeien, dus wat het zout daar met de grond doet maakt niet uit. Dat klopt alleen als de voeg een afgesloten bakje is, en dat is hij niet. Een voeg is de doorlatendste plek van het terras, en de grond eronder is dezelfde grond als die van de border twintig centimeter verderop.
Wat niet door de voeg zakt, loopt over de tegels weg. Een terras ligt op afschot van 1 tot 2 cm per meter van de gevel af, dus wat over 300 cm tegels oplost, komt aan de lage kant terecht in een strook van 20 tot 50 cm. Voor dat deel betekent het dat wat over 300 cm verdeeld lag in een strook van 40 cm ruim zeven keer zo dicht op elkaar zit.
Onder het terras gaat het niet beter. Boomwortels groeien juist graag onder bestrating, omdat het vocht onder een tegel minder snel verdampt, en tegels die door wortels omhoog worden gedrukt zijn daar het zichtbare bewijs. Het zout dat door de voegen zakt, komt daarmee in de wortelzone van een boom die twee meter verderop in het gazon staat.

Hoe het weer en het afschot samen bepalen waar korrels na een bui terechtkomen, staat uitgewerkt bij de route die gestrooid zout over en onder het terras aflegt. Voor de grond telt vooral de uitkomst: de schade komt niet op de plek waar je strooide, maar op de plek waar het water heen gaat.
Hoe lang zout in de grond blijft, per grondsoort
Zout wordt niet afgebroken, het verdwijnt alleen door weg te spoelen. Hoe snel dat gaat hangt van twee dingen af: hoeveel water de grond vasthoudt voordat er iets doorzakt, en of natrium er aan de deeltjes kan blijven hangen. Die twee verschillen per grondsoort zo sterk dat dezelfde hoeveelheid zout op zand en op klei een ander verhaal wordt.
Van oktober tot maart zakt er in een gemiddeld Nederlands jaar ruwweg 250 tot 300 mm meer regen de grond in dan er verdampt. Om het meeste chloride uit een laag te krijgen, houden wij als vuistregel aan dat er twee tot drie keer zoveel water doorheen moet zakken als de laag vasthoudt, omdat water niet als een nette golf zakt maar deels langs wortelgangen en scheuren wegschiet. Op zand, dat in de bovenste 30 cm maar 30 tot 60 mm water vasthoudt, haalt één natte winter dat ruim.
Op klei ligt het anders, en niet alleen omdat er meer water nodig is. Het chloride gaat met genoeg regen ook daar weg, maar het natrium blijft aan de kleideeltjes zitten tot er calcium voor in de plaats komt. Daarom laat een kleigrond na een zoutronde nog seizoenen slecht water door, terwijl er nauwelijks chloride meer in zit.
Je grondsoort bepaal je met een rolproef. Neem een vochtig klontje ter grootte van een walnoot en rol het tussen je handpalmen: zand valt uit elkaar en knarst, zavel rolt tot een dikke worm die breekt, klei rolt tot een dun glad draadje dat je kunt buigen. Leem voelt als meel, en veen is donker, sponzig en licht van gewicht.
Het lutumgehalte in de tabel is het aandeel deeltjes kleiner dan 2 micrometer, en dat staat op de uitslag van een grondmonster. De rolproef geeft dezelfde indeling op gevoel, en voor de vraag hoe lang zout blijft is dat nauwkeurig genoeg.
| Grondsoort | Water in de bovenste 30 cm, orde van grootte | Wat natrium er doet | Hoe lang je het merkt |
|---|---|---|---|
| Zand, minder dan 8 procent lutum | 30 tot 60 mm | Weinig, want er is nauwelijks klei die uiteen kan vallen | Chloride is na één natte winter grotendeels weg, tenzij het grondwater hoog staat |
| Zavel, 8 tot 25 procent lutum | 75 tot 105 mm | De bovenlaag verslempt en vormt na een bui een korstje | Een tot twee winters, langer als de korst het water laat afstromen |
| Klei, 25 procent lutum of meer | 105 tot 135 mm | Kleideeltjes vallen uiteen, de grond slaat dicht en scheurt bij droogte in grote blokken | Seizoenen: het natrium blijft tot er calcium voor in de plaats komt |
| Leem of löss | 90 tot 120 mm | Verslempt van zichzelf al snel, en met natrium wordt de korst harder | Seizoenen, en elke zware bui maakt de korst opnieuw |
| Veen | 150 mm of meer | Organische stof houdt natrium vast, maar slaat minder dicht dan klei | Meerdere winters, want het grondwater staat meestal hoog en het zout kan niet naar beneden weg |
| Zandbed onder bestrating | Weinig, want de tegels houden de regen tegen | Niets aan structuur, want het is schoon zand | Lang: er zakt alleen water door de voegen, en het zout gaat vooral zijwaarts naar de randen |
Loopt een gat van een spade diep in de winter vol met water, dan staat het grondwater te hoog om zout naar beneden weg te spoelen. Gieten verplaatst het zout dan alleen zijwaarts, en in een droge zomer komt het met opstijgend vocht terug naar de bovenlaag.
Welke planten het eerst reageren, en waarom juist die
Welke plant schade krijgt, hangt minder af van hoe dicht hij bij de voeg staat dan van hoe diep zijn wortels zitten. Zout blijft na een bui eerst in de bovenste decimeters hangen en zakt pas met de volgende buien verder. Wat daar zijn wortels heeft, krijgt de hoogste concentratie.
Gazongras zit met het grootste deel van zijn wortels in de bovenste 10 tot 15 cm en is daardoor bijna altijd het eerste dat verkleurt. Vaste planten wortelen tot ongeveer 30 cm, een haag en een boom grotendeels tot 60 cm, en een boom reikt ook nog tot voorbij de rand van zijn kroon. Hoe dieper de wortels, hoe later de schade komt en hoe langer hij aanhoudt.
De vertraging komt van het chloride. Het reist met het verdampingswater naar het blad en hoopt zich daar in de loop van het groeiseizoen op, dus een haag die in april zout in de wortelzone kreeg, laat pas in juli of augustus bruine bladranden zien. Omdat er maanden tussen zitten, wordt de oorzaak dan vaak bij de zomerdroogte gezocht.
Een haag of boom met zoutschade rooi je niet meteen. Het nieuwe blad dat het volgende voorjaar uit schonere grond komt, laat zien of de plant het redt, en afgestorven takken haal je weg in de periode die per soort in de snoeikalender voor hagen en bomen staat.
| Wat er naast het terras staat | Waar de wortels zitten | Hoe het op zout reageert | Wanneer je het ziet |
|---|---|---|---|
| Gazon | Grotendeels in de bovenste 10 tot 15 cm | Het eerst, omdat de wortels in de laag zitten waar het zout blijft hangen; roodzwenkgras verdraagt meer dan de meeste gazongrassen | Binnen een tot twee weken, als een bruine strook langs de rand |
| Vaste planten en jonge aanplant in de border | Tot ongeveer 30 cm | Blad verdroogt vanaf de rand, en kiemplanten en net geplante planten gaan het eerst | Binnen enkele weken bij jonge planten, later bij planten die er al jaren staan |
| Rododendron, azalea en andere ondiep wortelende heesters op zure grond | Ondiep, grotendeels in de bovenste 30 cm | Gevoelig, en herstel met kalk valt af omdat ze ook geen kalk verdragen | In de loop van de zomer, als bruine bladranden |
| Haag van beuk of coniferen | Grotendeels tot 60 cm, en aan de terraskant het dichtst bij de voegen | Gevoelig: beuk krijgt bruine bladranden, coniferen kleuren van onderen bruin | Beuk in juli of augustus, coniferen vaak pas maanden later |
| Linde, paardenkastanje en andere bomen in de buurt | Grotendeels in de bovenste 60 cm, tot voorbij de kroonrand en onder de tegels | Linde en paardenkastanje staan bekend als gevoelig voor strooizout langs wegen | Juli en augustus, maanden nadat het zout in de grond kwam |
| Duindoorn, tamarisk en rimpelroos | Wisselend, vaak diep en breed | Verdragen zout, het zijn planten van de kust | Zelden zichtbaar, en daarom een keuze voor een strook die nog herstelt |
Zoutschade onderscheiden van droogte, hondenplas en verdichting
Een bruine plek naast een terras kan vier oorzaken hebben, en drie daarvan hebben niets met zout te maken. Het verschil zie je aan de vorm van de plek, aan waar in de tuin hij ligt en aan hoe de grond zich gedraagt. De tabel zet de kenmerken naast elkaar.
Twee eenvoudige proeven maken het zeker. De eerste is de kluitjestest, die werkt op zavel, klei en leem: leg een droog kluitje ter grootte van een erwt in een glas gedemineraliseerd water of regenwater, en kijk na tien minuten en na twee uur.
Valt het kluitje uiteen en blijft het water helder, dan is de structuur in orde. Trekt er een melkwit wolkje uit dat niet bezinkt, dan laten de kleideeltjes los van elkaar, en dat is het kenmerk van te veel natrium. Gebruik geen kraanwater, want het calcium daarin houdt de deeltjes nog bij elkaar en maakt de test onbetrouwbaar.
De tweede proef werkt op elke grondsoort en laat zien wat een zaadje van de grond vindt. Vul twee potjes, één met grond van de verdachte plek en één met grond van elders in de tuin, en zaai er tuinkers in. Tuinkers kiemt binnen twee tot drie dagen, dus kiemt het eerste potje duidelijk slechter of blijven de kiemblaadjes geel en klein, dan zit er nog te veel zout.
| Wat je ziet | Kenmerk van zout | Kenmerk van een andere oorzaak |
|---|---|---|
| Bruine strook in het gazon | Volgt de lage rand van het terras en is 20 tot 50 cm breed | Droogte: ligt op de hoogste en zonnigste plekken en kleurt na twee flinke buien weer bij |
| Ronde bruine plekken | Zelden zout, want zout tekent een strook en geen cirkel | Hondenurine: de plek heeft een donkergroene rand die harder groeit, omdat daar verdunde stikstof terechtkomt |
| Blad bruin vanaf de rand, nerf nog groen | Begint aan de terraskant en verschijnt midden in de zomer | Droogte: het blad hangt eerst slap, verkleurt als geheel, en nieuw blad na regen is gezond |
| Coniferenhaag bruin | Vooral de onderste meter aan de kant van het terras | Vorst en uitdroging: bruin over de volle hoogte aan de wind- en zonkant na een koude, droge winter |
| Witte aanslag | Op kale grond aan de lage kant, verdwijnt na regen en komt bij droogte terug | Kalkuitbloei: zit op de steen zelf en komt uit voegmortel of beton |
| Plas die na regen blijft staan | Harde korst bovenin, daaronder is de grond los | Verdichting: de grond is ook op een spade diep hard, door lopen of zwaar materieel |
| Graszaad komt niet op | Tuinkers kiemt in grond van die plek slechter dan in grond van elders | Beide potjes kiemen goed: dan lag het aan zaaidiepte, droogte of vogels |
Neem voor beide proeven grond uit de bovenste 5 tot 10 cm, en haal de grond voor het vergelijkingspotje uit een deel van de tuin dat niet van het terras afwatert. Anders vergelijk je twee zoute monsters met elkaar en lijkt de plek schoner dan hij is.
Herstellen gaat in een vaste volgorde: openmaken, calcium, spoelen
De volgorde is geen voorkeur maar volgt uit wat natrium en chloride doen. Chloride spoel je weg met water, maar natrium moet eerst van de bodemdeeltjes af, en dat gebeurt alleen als er calcium voor in de plaats komt. Spoel je een kleigrond door zonder dat calcium, dan verdwijnt het zout uit het bodemvocht dat de deeltjes nog bij elkaar hield, en valt de structuur pas echt uiteen.
Op zand speelt dat nauwelijks, want daar is weinig klei die kan uiteenvallen. Daar is spoelen de hele behandeling: in porties, zodat elke portie kan wegzakken voordat de volgende komt, tot er in totaal 60 tot 180 liter per vierkante meter doorheen is. Meet met een emmer hoeveel liter je slang per minuut geeft, dan weet je hoe lang je per vierkante meter moet gieten.
Op zavel, klei en leem begin je met openmaken, en alleen bij droge grond. Steek de korst los met een riek en werk er compost doorheen, zodat water er weer in kan en het bodemleven iets te eten heeft; natte klei bewerken kneedt de kruimels juist kapot. Daarna komt het calcium, en pas dan het water.
Voor dat calcium werkt gips beter dan kalk, en dat heeft met oplosbaarheid te maken. Gips lost ruim 2 gram per liter op en levert zijn calcium dus meteen aan het bodemvocht, terwijl kalk in neutrale of kalkrijke grond nauwelijks oplost en ook nog de zuurgraad verhoogt. Hoeveel gips een grond nodig heeft, hangt af van het lutumgehalte en de hoeveelheid natrium, en dat getal komt uit een grondmonster en niet uit een vuistregel.
Doe het werk in een droge week in oktober of november, samen met het najaarsonderhoud van tuin en terras. De winterregen doet daarna het meeste spoelwerk, en in het voorjaar laat de kiemtest zien of de grond klaar is.
| Situatie | Wat je doet | Waarom zo | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Er liggen nog korrels op de tegels | Droog opvegen, schoon zout bewaren voor gladheid en vuil veegsel bij het restafval | Droog zout kun je nog oprapen, opgelost zout niet meer | Afspuiten met de slang brengt alles in één keer naar de lage rand |
| Zandgrond, net gebeurd | In porties doorspoelen tot er 60 tot 180 liter per vierkante meter door is | Chloride hecht niet aan zand en gaat met het water mee | Een hoge grondwaterstand: dan blijft het ondiep hangen en helpt een natte winter meer dan de slang |
| Zavel, klei of leem met een korst | Lossteken bij droge grond, compost erdoor, gips volgens grondmonster, dan spoelen | Calcium moet het natrium eerst van de deeltjes duwen, anders spoel je alleen het chloride weg | Natte klei bewerken: dan kneed je de laatste kruimels tot een dichte massa |
| Plantenbak of verhoogd bed | De grond vervangen | Een bak heeft te weinig volume en vaak te weinig afvoer om door te spoelen | De oude grond op één plek in de border storten: het zout gaat mee |
| Zandbed onder bestrating | Voegen schoonkrabben, het terras laten liggen en de randen doorspoelen | Onder tegels regent het nauwelijks, dus het zout vertrekt alleen via de voegen en zijwaarts | Openbreken is pas nodig bij schade aan beton of fundering |
| Veengrond of een hoge grondwaterstand | Organische stof erop, de winter laten werken en de plek een seizoen niet beplanten | Het zout kan niet diep weg en komt in de zomer met opstijgend vocht terug | Kunstmest geven: dat zijn nog meer zouten in hetzelfde bodemvocht |
| Haag of boom met bruine bladranden | Laten staan, water geven in droge weken, geen kunstmest | Een plant met zoutschade herstelt via nieuw blad uit schonere grond | Te vroeg rooien, terwijl veel hagen na een natte winter weer normaal uitlopen |
Gebruik geen bouwgips of modelgips uit de bouwmarkt. Dat is gebrand calciumsulfaat dat met water uithardt, en in de grond maak je daar een harde plaat van in plaats van een bodemverbeteraar.
Wat de regel zegt, ook voor een klein stukje op eigen terrein
De Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden kijkt naar wat je met een stof doet. Gebruik je zout om planten dood te maken, dan is het op dat moment een gewasbeschermingsmiddel, en dat mag alleen als het Ctgb dat gebruik heeft toegelaten. Voor zout is dat nooit gebeurd.
De wet noemt geen ondergrens in hoeveelheid of oppervlakte, en eigen terrein is geen uitzondering. Een handvol in de voeg naast de achterdeur valt onder dezelfde regel als een zak over de oprit, en de NVWA houdt er toezicht op en kan een boete opleggen. Hoe hoog die uitvalt, hangt af van de situatie.
Dat zout gewoon in de winkel ligt, verandert daar niets aan. Het is toegelaten als voedingsmiddel, als veevoer en tegen gladheid, en wat er gebeurt als de zak strooizout die van de winter over is in het voorjaar op het terras belandt, volgt dezelfde route van voeg naar lage rand.
Voor professionals geldt sinds maart 2016 een verbod op chemische onkruidbestrijding op verhardingen. De achtergrond is dezelfde als bij zout: wat op een terras of oprit valt en niet in de plant blijft, loopt via de kolk naar het riool of het oppervlaktewater, en daar haal je het niet meer terug.
Eén soort middel uit een fles mag wel: een middel met een Ctgb-toelatingsnummer op het etiket, bijvoorbeeld op basis van pelargonzuur, en dan alleen voor de toepassing die letterlijk in het gebruiksvoorschrift staat. Het werkt bij contact op het blad, dus wortelonkruid staat er na 2 tot 4 weken weer.
Wat op een plek die herstelt wel werkt tegen onkruid
Een plek die herstelt, verdraagt geen methode die er iets aan toevoegt. Dat sluit elk middel uit dat zouten of zuren in de grond brengt, en het maakt de keuze eenvoudiger dan hij lijkt. Hitte, handwerk en een laag organisch materiaal laten niets achter dat het herstel in de weg zit.
Kokend water helpt op zo'n plek zelfs een heel klein beetje mee met spoelen, al is een halve liter per pol daarvoor veel te weinig. Een brander laat niets achter, maar hoort niet bij droogte en niet langs hout. De voeg krabben haalt de vuillaag weg waarin het volgende zaad kiemt, en daarmee de reden om ooit nog iets te willen strooien.

Op kale grond die weer moet gaan leven werkt een laag gecomposteerde houtsnippers of schors van 5 tot 8 cm dubbel: hij houdt licht bij het onkruidzaad weg en voedt bij het afbreken het bodemleven dat de kruimelstructuur terugbouwt. Gebruik geen verse snippers, want die nemen bij het afbreken stikstof uit de bovenlaag weg. Welke methode bij jouw plek en jouw soort onkruid past en hoe lang het dan wegblijft, kun je per plek en per soort opzoeken in de onkruidwijzer.
| Methode | Wat het in de grond achterlaat | Hoe lang het onkruid wegblijft | Op een plek die herstelt |
|---|---|---|---|
| Kokend water, een halve liter per pol | Niets; het water verdunt eerder dan dat het iets toevoegt | 3 tot 6 weken op mos en jong onkruid | Past, maar houd het van de rand van gras en border af |
| Onkruidbrander, 1 tot 2 seconden per plant | Niets | Met rondes in maart, mei en augustus een seizoen | Past op tegels en grind, niet bij droogte en niet langs hout |
| Voegenkrabber, daarna twee keer per jaar vegen | Niets; je haalt juist organisch vuil weg | 2 tot 4 maanden per krabronde | Past, zolang je niet dieper krabt dan het schone voegzand |
| Onkruidsteker, 10 tot 15 cm wortel mee | Een gat dat je vult met zand en graszaad | Weg zolang de hele wortel eruit is | Past, maar zaai het gat pas dicht als de kiemtest goed is |
| Gecomposteerde snippers of schors, 5 tot 8 cm | Organische stof die de structuur helpt terugbouwen | 2 tot 3 jaar tegen zaadonkruid | Past het best, vooral op klei en leem |
| Bodembedekkers, 8 tot 12 per vierkante meter | Wortelgangen waardoor water weer wegzakt | Na twee seizoenen komt er vrijwel geen zaadonkruid meer op | Pas planten als de kiemtest goed is, en begin niet met soorten die gevoelig zijn voor zout |
Zo herstel je een plek waar zout is gebruikt
Elke stap maakt de volgende mogelijk: eerst voorkomen dat er meer zout de grond in gaat, dan bepalen wat de grond nodig heeft, en pas daarna spoelen en zaaien.
-
Veeg losse korrels droog op voordat er water bij komt
Droog zout kun je nog oprapen, opgelost zout niet meer. Veeg korrels en veegsel op met stoffer en blik, bewaar schoon zout droog voor de winter en doe vuil veegsel bij het restafval. Spuit het terras pas af als er niets meer ligt, anders spoel je alles in één keer naar de lage rand.
-
Kijk waar het water van het terras naartoe loopt
Giet een emmer water op het midden van het terras en volg waar het heen stroomt: naar het gazon, naar de border of naar een kolk. Aan dat eind zit het meeste zout, en daar begin je met testen en herstellen.
-
Bepaal de grondsoort met de rolproef
Rol een vochtig klontje tussen je handen: valt het uiteen, dan is het zand, breekt een dikke worm, dan is het zavel, en rolt het tot een dun glad draadje, dan is het klei. Op zand kun je door naar het spoelen, op zavel, klei en leem komen er eerst twee stappen tussen.
-
Doe de kluitjestest en zaai tuinkers als nulmeting
Leg een droog kluitje in gedemineraliseerd water en kijk na tien minuten en na twee uur of er een melkwit wolkje uit trekt. Zaai tegelijk tuinkers in grond van de plek en in grond van elders, want die twee potjes zijn je meetlat voor de rest van het herstel.
-
Steek de korst los bij droge grond en werk compost erdoor
Steek de bovenste 15 tot 20 cm los met een riek zonder de grond om te keren, en werk er een laag compost doorheen. Doe dit alleen als de grond niet aan de riek plakt, want natte klei kneed je tot een dichte massa.
-
Geef gips waar de kluitjestest een wolkje liet zien
Laat een grondmonster onderzoeken, zodat je weet hoeveel gips de grond nodig heeft, en strooi dat over de losgemaakte laag. Gips lost direct op en duwt het natrium van de kleideeltjes af, zodat het daarna met het water kan vertrekken.
-
Spoel in porties en laat elke portie eerst wegzakken
Geef per keer niet meer dan de grond in een half uur opneemt, en wacht tot er geen water meer op staat. Op zand heb je in totaal 60 tot 180 liter per vierkante meter nodig; op klei doet een natte winter na het gips het meeste werk.
-
Zaai of plant pas als de tuinkers weer normaal kiemt
Herhaal de kiemtest met verse grond van de plek. Kiemen de twee potjes even goed, dan kun je graszaad of nieuwe planten zetten, en blijft het verschil, wacht dan nog een winter in plaats van zaad te verspillen.
Onkruidwijzer
Kies de plek en het soort onkruid. Je ziet welke aanpak werkt, wat er wettelijk mag op verharding en in de tuin, en wat zout en azijn echt doen met je bodem. Open de volledige onkruidwijzer
Nalopen voordat je opnieuw zaait of plant
Uit de praktijk
Graszaad in de strook langs het terras komt ook de tweede keer niet op
Het zaad ligt goed, de grond is vochtig en toch blijft de strook kaal, terwijl het gras ernaast gewoon groeit. Een kiemend zaadje moet water opnemen om te zwellen, en in zout bodemvocht lukt dat niet: het zaad blijft liggen, of de kiem sterft zodra het worteltje naar buiten komt.
Opnieuw zaaien verandert daar niets aan, want het bodemvocht is niet anders geworden. De tuinkerstest vertelt in drie dagen of de grond zover is, en kiemt tuinkers in grond van de strook slechter dan in grond van elders, dan is spoelen of een winter wachten de volgende stap en geen nieuwe zak graszaad.
De beukenhaag krijgt in augustus bruine bladranden aan de terraskant
Het blad is in het voorjaar gezond uitgelopen en verkleurt midden in de zomer vanaf de rand, vooral aan de kant van het terras. De nerf blijft nog een tijd groen, en naar de andere kant van de haag wordt de verkleuring minder.
Chloride dat in het voorjaar in de wortelzone kwam, gaat met het verdampingswater naar het blad en blijft achter aan de rand, waar het water verdampt. Dat ophopen kost maanden, dus het symptoom verschijnt lang nadat het zout viel. Geef in droge weken water en geen kunstmest, en beoordeel de haag pas aan het nieuwe blad van het volgende voorjaar.
Na het doorspoelen is de kleigrond harder dan ervoor
De plek is flink doorgegoten om het zout eruit te krijgen, en na het opdrogen ligt er een korst die harder is dan eerst, terwijl de grond in blokken scheurt. Water blijft na een bui ook langer staan dan voor het spoelen.
Zolang er veel zout in het bodemvocht zit, houdt dat de kleideeltjes nog bij elkaar. Spoel je dat weg terwijl het natrium aan de deeltjes blijft zitten, dan verdwijnt het laatste wat de structuur overeind hield en laten de deeltjes los. De correctie is de volgorde: lossteken en gips, en pas daarna water, zodat het natrium met het water meegaat in plaats van achter te blijven.
Veelgemaakte fouten
Het terras afspuiten terwijl er nog korrels liggen
Met een tuinslang los je in een paar minuten alles op wat nog droog lag, en het afschot brengt die hele hoeveelheid in één keer naar de lage rand. Veeg eerst droog op wat je kunt zien, en spoel pas daarna.
Kalk strooien omdat dat goed zou zijn voor de grond
Kalk levert calcium, maar lost in neutrale of kalkrijke grond zo traag op dat het natrium er seizoenen langer aan de klei blijft zitten. Het verhoogt ook de zuurgraad, en onder rododendron, azalea of heide is dat een tweede schade bovenop de eerste.
Kunstmest geven om de kale strook op te peppen
Kunstmest bestaat zelf uit zouten en maakt het bodemvocht nog zouter, precies waar de wortels al geen water meer kunnen opnemen. Geef op een plek die herstelt alleen compost of gecomposteerd organisch materiaal, en wacht met voeding tot de kiemtest klopt.
Natte klei omspitten om het zout eruit te werken
Natte klei laat zich kneden, en elke steek duwt de laatste kruimels tot een dichte massa. Het zout verdeelt zich daarbij over een diepere laag in plaats van te verdwijnen, en de grond laat daarna nog slechter water door.
Meteen opnieuw inzaaien of planten
Kiemend zaad en jonge wortels zijn gevoeliger voor zout dan een plant die er al staat. Wie zaait voordat de grond schoon is, verliest het zaad en zoekt daarna de oorzaak bij het zaad, de zaaidiepte of de vogels.
Afgegraven grond uit een zoute plantenbak op één plek in de border storten
Het zout gaat met de grond mee en begint in de border opnieuw aan dezelfde route naar de wortels. Verdeel die grond dun over een plek zonder gevoelige beplanting, zodat regen het zout verdunt, en vul de bak met nieuwe grond.
Verwachten dat een natte winter klei vanzelf herstelt
Regen neemt het chloride mee, maar het natrium blijft aan de kleideeltjes zitten tot er calcium voor in de plaats komt. De grond ziet er na de winter schoon uit en blijft toch dichtslaan, en precies dan wordt aangenomen dat het zout weg is.
Veelgestelde vragen
Is onkruid met zout bestrijden slecht voor de bodem?
Ja, en op twee manieren die elk een eigen tempo hebben. Chloride blijft opgelost en verbrandt de bladranden van alles wat er in de loop van het seizoen water opneemt, tot het is weggespoeld.
Natrium gaat aan klei en humus zitten en laat de grond dichtslaan, en dat blijft zo tot er calcium voor in de plaats komt. Op zand valt dat tweede deel mee, op zavel, klei en leem merk je het seizoenen. Wat er per soort onkruid wel helpt, staat bij de aanpak van onkruid per soort en per plek.
Hoe lang blijft zout in de grond na onkruid bestrijden?
Dat hangt af van de grondsoort. Op zand is het meeste chloride na één natte winter weg, omdat de bovenste 30 cm maar 30 tot 60 mm water vasthoudt en er van oktober tot maart ruwweg 250 tot 300 mm regen meer doorheen zakt dan er verdampt.
Op klei en leem gaat het chloride ook, maar blijft het natrium aan de deeltjes tot je calcium geeft. Onder bestrating en op veen met een hoge grondwaterstand duurt het het langst, omdat het water daar nauwelijks naar beneden weg kan.
Maakt een klein beetje zout in de voegen echt uit?
Voor de regel niet, want de wet noemt geen ondergrens. Voor de grond maakt het meer uit dan het lijkt, omdat het zout niet in de voeg blijft.
Wat over de tegels wegloopt, komt aan de lage kant terecht in een strook van 20 tot 50 cm, en wat door de voegen zakt komt onder het terras, waar boomwortels juist graag groeien. Een beetje dat over 300 cm terras verspreid lag, zit in een strook van 40 cm ruim zeven keer zo geconcentreerd.
Kan de boom naast het terras last krijgen van zout in de voegen?
Ja, en je ziet het pas maanden later. Boomwortels zitten grotendeels in de bovenste 60 cm, reiken tot voorbij de kroonrand en groeien graag onder tegels, waar het vocht langzamer verdampt.
Chloride dat daar in het voorjaar terechtkomt, hoopt zich in de loop van de zomer op in de bladranden. Linde en paardenkastanje staan bekend als gevoelig, en bruine bladranden in juli of augustus aan de kant van het terras zijn het signaal.
Hoe zie je het verschil tussen zoutschade en droogte in het gazon?
Aan de vorm van de plek. Zout tekent een strook die de lage rand van het terras volgt en 20 tot 50 cm breed is, terwijl droogte vlekt op de hoogste en zonnigste plekken en na twee flinke buien weer bijkleurt.
Wil je zekerheid, zaai dan tuinkers in twee potjes: één met grond van de strook en één met grond van elders. Kiemt het eerste potje binnen drie dagen duidelijk slechter, dan zit er nog zout in.
Helpt kalk tegen zout in de grond?
Kalk levert calcium, maar lost in neutrale of kalkrijke grond zo traag op dat het natrium er lang aan de klei blijft zitten. Gips, calciumsulfaat, lost ruim 2 gram per liter op en werkt daardoor direct, zonder de zuurgraad te verhogen.
Hoeveel gips een grond nodig heeft, hangt af van het lutumgehalte en de hoeveelheid natrium, en dat komt uit een grondmonster. Op zand is calcium meestal niet nodig, want daar is weinig klei die kan uiteenvallen.
Kan ik na zout gewoon opnieuw gras zaaien?
Niet voordat de grond schoon is, want kiemend zaad is gevoeliger voor zout dan gras dat er al staat. Het zaadje neemt in zout bodemvocht geen water op en blijft liggen.
Doe eerst de kiemtest met tuinkers. Kiemt het in grond van de plek even goed als in grond van elders, zaai dan bij, en is er nog verschil, spoel dan verder of laat de winter het werk doen.
Komt zout uit de tuin in het grondwater of de sloot terecht?
Chloride wel, want het hecht niet aan bodemdeeltjes en gaat met al het water mee. Wat door de grond zakt, komt in het grondwater, en wat over de tegels loopt, gaat via de kolk naar het riool of bij een gescheiden stelsel rechtstreeks naar het oppervlaktewater.
Dat is ook de reden dat voor verharding strengere regels gelden dan voor een border. Wat chloride onderweg met voegen, tegels en beton doet, lees je bij de gevolgen van zout strooien voor terras en beton.
Wat doe je met zout dat nog op de tegels ligt?
Droog opvegen voordat er water bij komt. Opgeloste korrels zijn niet meer terug te halen, en een tuinslang brengt ze in één keer naar de lage rand van het terras.
Bewaar schoon zout droog en gesloten voor gladheid in de winter, en doe vuil veegsel met zand en blad bij het restafval. Pas als er niets meer ligt, spoel je de voegen en de rand door.
Is zeezout of veevoederzout minder schadelijk voor de grond?
Nee. Zeezout, keukenzout, veevoederzout, landbouwzout en strooizout bestaan allemaal vooral uit natriumchloride, dus in de grond valt elk ervan uiteen in hetzelfde natrium en hetzelfde chloride.
Een grove korrel lost trager op en zakt daardoor dieper voordat hij helemaal is opgelost, terwijl een fijne korrel sneller in de eerste laag verdwijnt. De sporenelementen in zeezout zijn te weinig om aan het gedrag van natrium in klei iets te veranderen.
Mag je onkruid met zout bestrijden op je eigen oprit?
Nee. De Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden maakt geen uitzondering voor eigen terrein en noemt geen ondergrens in hoeveelheid: zodra je zout gebruikt om planten dood te maken, gebruik je een middel zonder toelating.
De NVWA houdt toezicht en kan een boete opleggen. Een oprit watert bijna altijd af naar de straat of een kolk, dus het chloride verlaat je terrein al bij de eerste bui, en welke methode daar wel mag en werkt, kun je voor verharding en grind nazoeken.
Wanneer je beter een vakman belt
Herstellen doe je zelf, maar drie situaties vragen iemand met meetapparatuur of vakkennis. Wil je op een plek waar zout is gebruikt een nieuwe haag, boom of border aanleggen, laat dan een grondmonster onderzoeken op lutum, natrium en zoutgehalte, want dat bepaalt hoeveel gips er nodig is en of de grond al klaar is.
Toont een grote boom naast het terras twee zomers achter elkaar bruine bladranden of kale takken, laat hem dan beoordelen door een boomverzorger voordat er takken af moeten of de boom een risico wordt.
Zie je op de oprit of langs de fundering roestbruine strepen, scheuren langs de wapening of afschilferend beton, laat dan een aannemer kijken. Chlorideschade zit in het beton zelf en gaat onder een nieuwe laag gewoon door.